Skip to main content

Veterinair april 2026

Page 1


Veterinair

Ontschoening en hyperkeratose

De Veekijker werd eind vorig jaar gevraagd mee te denken met een aparte casus op een varkensbedrijf dat een herbevolking aan het uitvoeren was na een depopulatie van het bedrijf.

Van de nieuw aangevoerde gelten, 2 tot 6 maanden oud, was ongeveer een kwart in meer of mindere mate kreupel. Niet heel duidelijk aan één poot, maar ‘vierkant’ kreupel of stram. In overleg is besloten om twee dieren in te sturen voor sectie bij GD, waarvan één reeds gestorven jonger dier en één voor dit doel geëuthanaseerd ouder dier. Bij beide dieren werd een ontschoening geconstateerd. Op zich is dit al een bijzondere bevinding bij varkens. Dit kan onder andere worden gezien bij virale oorzaken, zoals bij mond-en-klauwzeer en blaasjesziekte. Deze konden op basis van het beeld in de stal en het beeld op sectie vrij snel onwaarschijnlijk worden geacht.

Naast virale oorzaken kunnen storingen van de perifere doorbloeding leiden tot ontschoening. Bij één van de dieren werd een hyperkeratose van de huid boven de klauwen waargenomen. Contact met een desinfectiemiddel, dat is gebruikt voor het ontsmetten van de dierverblijven na de depopulatie, is een mogelijke verklaring voor deze bevindingen. Dierverblijven moeten worden nagespoeld na gebruik van desinfectiemiddelen en mogelijk was dat hier niet (goed) gebeurd. Er zijn echter geen meldingen van huidlaesies op andere plekken bij de ingestuurde varkens of bij varkens op het bedrijf.

Verminderde perifere doorbloeding van de poten kan ook ontstaan in geval van sepsis of een koude omgeving. Hoewel andere factoren niet kunnen worden uitgesloten en de exacte oorzaak niet is vast komen te staan, lijkt contact met desinfectiemiddel de meest waarschijnlijke oorzaak van deze casuïstiek. De klachten zijn niet teruggekeerd en de schade voor de dieren is beperkt gebleven.

dr. Tijs Tobias , Europees specialist varkensgezondheid

De Veekijker: voor alle veterinaire vragen

Voor veterinaire vragen is de Veekijker rechtstreeks te bereiken op 088 20 25 555. Via een keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben.

Voor de verschillende dier soorten gelden andere openingstijden:

Rund

08.30 – 17.00 uur

Rund uiergezondheid 15.00 – 17.00 uur

Kleine Herkauwers 15.00 – 17.00 uur

Varken 08.30 – 17.00 uur

Pluimvee 08.30 – 17.00 uur

Helpdesk Paard (alleen voor infectieuze aan doeningen) 15.00 – 17.00 uur

Dr. ir. Erik van Engelen, Europees specialist veterinaire microbiologie

Campylobacterspecialisten

In de diergeneeskunde vereist pluimvee een vorm van specialisatie. Helaas, specialisatie leidt er niet alleen toe dat we ergens goed in zijn, maar ook dat we andere vaardigheden verliezen. Use it or lose it. Dat zien we misschien niet altijd bij dierenartsen, maar wel bij onze kleine medeaardbolbewoners, bacteriën. Kijken we bijvoorbeeld naar salmonella, dan zien we dat generalistische salmonella-serotypes die bij zoogdieren kliniek veroorzaken, bij pluimvee relatief avirulent zijn. Anderzijds heeft pluimvee dan weer een serotype Gallinarum met biovars Gallinarum en Pullorum. Die kan bij pluimvee flinke kliniek geven, maar speelt bij onze gezoogde vrienden vrijwel geen rol. Zo’n serotype is echt gespecialiseerd in pluimvee en heeft veel andere eigenschappen verloren. Een ander voorbeeld is Campylobacter. Campylobactersoorten kunnen ziekte veroorzaken bij een scala aan huisdieren, maar bij pluimvee is het haast huisflora. Behalve een gespecialiseerde soort, C. hepaticus, die bij leghennen spotty liver disease veroorzaakt, maar die bij zoogdieren onbekend is. Recent hebben we in Nederland naast C. hepaticus een verwante bacterie in spotty livers aangetoond: C. bilis. Het beeld is overeenkomstig: white spots in de lever. Ook de gastheer is dezelfde: legkippen met vrije uitloop. Deze soort is eerder aangetoond in Australië en recent in de Verenigde Staten. Het is niet helemaal duidelijk of deze soort een zustersoort is van C. hepaticus, of dat het een hyperspecialistische clade is binnen C. hepaticus. Het is wel duidelijk dat specialisatie een wereldwijde spreiding niet in de weg staat. Wat dat betreft is er een weidse toekomst voor pluimveedierenartsen.

Kobaltgebrek bij lammeren

Kobaltgebrek bij lammeren leidt tot een vitamine-B12-tekort, omdat herkauwers vitamine B12 niet uit het voer opnemen. Vitamine B12 wordt in de pens gevormd door aanwezige micro-organismen, waarvoor kobalt essentieel is. Het risico is het grootst op kobalt-arme gronden, met name in zand-, dal- en veengebieden. Problemen ontstaan vaak wanneer lammeren meer ruwvoer gaan opnemen, meestal vanaf een leeftijd van 6 tot 12 weken. Ook in het voor- en najaar kan het risico toenemen doordat de kobaltconcentratie in gras dan relatief laag kan zijn. Daarnaast kan stalvoedering met kobaltarm ruwvoer zonder adequate mineralenaanvulling eveneens tot tekorten leiden.

De klinische verschijnselen zijn in het begin vaak aspecifiek. Lammeren blijven achter in groei, eten minder, zijn sloom en tonen een verminderde algemene conditie. De vacht wordt vaak dof en ruw en bij een deel van de dieren kan (waterige) diarree optreden. Ondanks voldoende voeropname kan vermagering zichtbaar zijn. Kenmerkend is dat vaak meerdere lammeren binnen een koppel geleidelijk achteruitgaan, zonder duidelijke acute ziekteverschijnselen. In meer uitgesproken gevallen kunnen ook afwijkingen optreden die passen bij een ernstiger metabool probleem, zoals neurologische verschijnselen of fotosensibiliteit; dergelijke verschijnselen hebben een brede differentiaaldiagnose. Diagnostiek kan worden ondersteund door (aanvullend) bloed- en/of leveronderzoek om de vitamine-B12-status en het kobalttekort te onderbouwen. Bij lammeren die slecht of niet meer eten, kan een vitamine-B12-injectie worden ingezet om het tekort snel te corrigeren. Dit is echter alleen effectief wanneer tegelijk de kobaltaanvoer via het rantsoen structureel wordt verbeterd. Preventie richt zich op het tijdig herkennen van risicobedrijven en het borgen van voldoende kobalt in de voeding. Dit kan door analyse van rantsoen en/of bodem, gevolgd door een rantsoenbeoordeling om te bepalen of bijgroeiende lammeren een tekort kunnen ontwikkelen. Afhankelijk van de uitkomst kan gestuurd worden via mineralenmengsels/krachtvoer en, waar passend, via graslandbeheer of bemesting, zodat de kobaltaanvoer voor lammeren gedurende het weideseizoen en bij stalvoedering op peil blijft.

drs. Eveline Dijkstra , Europees specialist kleine herkauwers

Verhoogde alertheid nodig op NCD

De recente uitbraken van Newcastle disease (NCD) in Duitsland benadrukken dat de dreiging van het virus heel actueel is. Het NCD-virus is voor ongevaccineerd pluimvee net zo dodelijk als vogelgriepvirus.

In korte tijd zijn veel pluimveebedrijven getroffen in Duitsland. Het betreft diverse pluimveetypen. NCD speelt al enkele jaren op grote schaal in Polen, zowel in de legals vleessector en bij hobbypluimvee. Hoewel vele soorten wilde vogels NCD kunnen verspreiden, blijkt uit eerdere uitbraken dat de belangrijkste verspreidingsroute doorgaans via contacten tussen bedrijven of hobbyhouders loopt. Bij de eerste Duitse uitbraken waren er connecties met Polen, maar belangrijke details ontbreken waardoor een werkelijk verband onduidelijk is. Daarnaast is er frequente logistieke beweging van pluimvee en materialen tussen Polen en West-Europa, wat tot versleping kan leiden.

Opvallend is dat op diverse legbedrijven de meermalig gevaccineerde hennen toch ziek werden, vooral de legdalingen kunnen fors zijn. Dit sluit aan bij internationale ervaringen: in landen waar NCD vaker circuleert, worden hennen intensiever gevaccineerd om een zeer hoge beschermingsgraad te garanderen, vooral om ook de legdalingen te kunnen voorkomen. Ook bij vleeskuikens mag je van één vaccinatie geen volledige bescherming verwachten. De recente gebeurtenissen benadrukken dat ook in Nederland waakzaamheid nodig blijft en dat het risico op NCD niet mag worden onderschat.

Mirthe de Wit MSc , dierenarts

Financiering pathologisch onderzoek paard

Pathologisch onderzoek maakt sinds enkele jaren deel uit van de basismonitoring paard. De inzet van pathologisch onderzoek binnen de monitoring biedt een belangrijke meerwaarde voor het vroegtijdig signaleren van dierziekten in Nederland. Het onderzoek wordt uitgevoerd door gespecialiseerde pathologen en is bij uitstek geschikt voor het opsporen van nieuwe aandoeningen of ziekten die niet endemisch zijn in Nederland, mits deze tot sterfte of euthanasie leiden. Daarnaast speelt pathologie een cruciale rol bij onbegrepen casuïstiek met een mogelijke infectieuze achtergrond.

Binnen de monitoring paard wordt pathologie ingezet als gericht instrument. Dit betekent dat secties uitsluitend worden gefinancierd na voorafgaand overleg met én goedkeuring door de specialisten van de Helpdesk Paard. Zij beoordelen of een casus relevant is voor de monitoringsfunctie. Daarbij gaat het met name om doodsoorzaken van vermoedelijk infectieuze aard, zoals plotselinge sterfte of neurologische verschijnselen.

Bij een mogelijk relevante casus worden dierenartsen verzocht vooraf contact op te nemen met de Helpdesk Paard via 088 20 25 555 (op werkdagen tussen 15:00 en 17:00 uur). Secties die worden ingestuurd vanwege een verzekeringskwestie of een vermoedelijk niet-infectieuze aandoening vallen buiten de basismonitoring. In die gevallen kan regulier pathologisch onderzoek worden aangevraagd tegen de standaardtarieven.

Carlijn ter Bogt MSc , projectleider

PathoSense bij diagnostiek van konijnen

Bij GD bestaat het merendeel van de inzendingen van gezelschapsdieren uit cytologische en histologische biopten voor microscopische beoordeling. We voeren echter ook gedetailleerde secties uit om de doodsoorzaak bij individuele dieren vast te stellen, en soms voor groepsdiagnostiek, zoals we dat ook bij landbouwhuisdieren doen.

Een groep konijnen in een dierenasiel vertoonde kortademigheid en twee dieren waren overleden. De inzender maakte zich zorgen over de mogelijke aanwezigheid van het viraal hemorragisch syndroom (VHS). De twee overleden dieren werden voor autopsie aangeboden, waarbij slecht samengevallen longen met petechiën en longoedeem werden vastgesteld, evenals enkele kleine bloedingen in de lever.

Vervolgonderzoeken werden ingezet, waaronder histologie, bacteriologische kweek, en PathoSense. PathoSense, gebaseerd op next-generation sequencing van genetisch materiaal (DNA/RNA), is een nuttig nieuw hulpmiddel in onze diagnostische aanpak. Daarmee kunnen we een breed scala aan virale en bacteriële agentia in één test detecteren bij een breed spectrum aan diersoorten. Dit is met name nuttig wanneer het klinische en/of pathologische beeld ons niet naar een specifieke infectieuze agens leidt, of wanneer de beschikbaarheid van specifieke testen voor een agens of soort beperkt is.

Histologie toonde acute fibrineuze pleuropneumonie en pericarditis met zichtbare bacteriën in de longen. Zowel de bacteriologische kweek als de PathoSense-test bevestigden de aanwezigheid van Pasteurella multocida. Daarnaast kon PathoSense de conclusie ondersteunen dat geen sprake was van een virusinfectie in de longen en de lever. Belangrijk voor de inzender is dat de bacteriële kweek werd gebruikt om een antibiogram uit te voeren, waarmee een lijst met antibiotica werd verkregen waarvoor de betreffende P. multocida gevoelig is. Dit maakt het mogelijk om in eventuele volgende gevallen een gerichte behandeling te starten. Dit is met name belangrijk vanwege de mogelijkheid dat P. multocida zich verspreidt naar andere diersoorten en als zoönose naar mensen binnen het dierenasiel.

drs. Mark Delany, Europees specialist veterinaire pathologie

Kom inspiratie opdoen bij de Klinische Dagen Rund

Met vakgenoten samenkomen, kennis uitwisselen en banden versterken; het kan tijdens de Klinische Dagen Rund. GD, Virbac en ForFarmers bundelen wederom hun krachten en organiseren deze inhoudelijke en praktische bijeenkomsten speciaal voor rundveedierenartsen.

De Klinische Dagen Rund zijn dit jaar in de namiddag en avond van donderdag 28 mei en dinsdag 2 juni 2026. Toonaangevende sprekers brengen deelnemers volledig op de hoogte van de nieuwste inzichten rondom transitiemanagement in de praktijk. Het worden interactieve sessies vol praktische handvatten, direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk.

Hoe kan je als dierenarts een melkveehouder zo goed mogelijk helpen met de uitdagingen van de transitieperiode? Sprekers Ant Koopmans, dierenarts en rundvee voedings deskundige bij GD en Henk Jan Lieftink, innovatiemanager bij ForFarmers, delen hun visie en nieuwe inzichten op de invloed van rundveevoeding en managementfactoren. Coach en gedragsexpert Rob d’Hondt geeft aansluitend een lezing over motiverende gespreksvoering voor de rundveepraktijk.

Uiteraard sluiten we af in een informele sfeer, met volop gelegenheid om te netwerken onder het genot van een hapje en een drankje.

dr. Christian Scherpenzeel , dierenarts

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

Save the date:

Varkensinfluenzasymposium

Kennisuitwisseling tussen de humane en veterinaire sector in Nederland. Op dinsdag 23 juni 2026 van 12.30 tot 19.00 uur in het Akoesticum in Ede.

Sprekers:

• Adam Meijer, RIVM

• Diederik Brandwagt, RIVM

• Eefje Schrauwen, Avans Hogeschool

• Lars Larsen, Universiteit van Kopenhagen

• Lucía Dieste Pérez, GD

• Evelien Germeraad, WUR-WBVR

Het Influenza-symposium is een initiatief van GD, het RIVM en WUR-WBVR. Toegang is gratis. Accreditatiepunten voor dit symposium worden aangevraagd.

Veterinair is een uitgave van Royal GD

Redactie: Marian Aalberts, Tara de Haan, Daphne de Leeuw, Mirthe de Wit, Sjoerd Klarenbeek, Margreet Pasman, Annemieke Medema

Eindredactie: Jessica Fiks

Vormgeving: Dock35 Media

Druk: Senefelder Misset Doetinchem B.V. Uitgever: GD

Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD.

ISSN 1388-4042

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 088 20 25 500 www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl

Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.

Week van de Monitoring

De week van 16 tot en met 23 juni staat in het teken van de diergezondheidsmonitoring. We delen dan actualiteiten, trends en bevindingen uit de monitoring. Op dinsdag 16 juni organiseren we een symposium speciaal voor dierenartsen.

Tijdens het symposium richten we ons op infectieziekten: wat speelt er op dit moment, wat komt er op ons af en hoe houden we dierziekten buiten onze lands- en erfgrenzen? Patholoog Klaas Peperkamp opent het symposium met een lezing over pathologie en dierziekten door de jaren heen. Aansluitend kunt u deelnemen aan sectorspecifieke sessies voor praktische kennis, een kijkje nemen in ons laboratorium met sectiezaal én uw vragen stellen aan onze experts. We sluiten de middag af met een borrel. Aan het symposium zijn geen kosten verbonden. Bij deelname vragen we accreditatiepunten voor u aan.

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

ECSRHM in Nederland

Afwijkende dienstregeling ophaaldiensten

Dierenartsen kunnen gebruikmaken van onze ophaaldiensten om monsters of dode dieren op te halen en af te leveren bij GD voor nader onderzoek. Tijdens feestdagen geldt een aangepast schema. De ophaaldienst voor monstermateriaal rijdt niet op:

• Koningsdag: maandag 27 april

• Hemelvaartsdag: donderdag 14 mei

• Tweede Pinksterdag: maandag 25 mei

U kunt monsters voor de eerstvolgende werkdag in het webportaal of via de app aanmelden en tot 18.00 uur wijzigingen doorgeven. PS Nachtdistributie haalt de monsters de eerstvolgende nacht waarin wordt gereden weer op. De ophaaldienst voor sectiemateriaal rijdt op deze dagen ook niet. Indien gewenst kunnen tegen het vaste spoedtarief dieren worden opgehaald om gekoeld te bewaren tot de eerstvolgende werkdag.

Van 11 tot en met 13 november 2026 wordt het congres van Europese specialisten kleine herkauwers (ECSRHM) voor het eerst in Nederland gehouden. Op donderdag 12 november zijn ook Nederlandse dierenartsen met interesse in schapen en geiten van harte uitgenodigd om deze congresdag bij te wonen. Naast vele presentaties van specialisten zullen Piet van Rijn (voorheen WBVR) en Tom McNeilly (Moredun Research Institute) keynote-speaker zijn. Het congres zal worden gehouden op de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. GD sponsort dit kleine herkauwercongres.

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

Snelle PCR-diagnostiek voor blauwtong

GD biedt een compleet pakket voor diagnostiek van blauwtong bij runderen, schapen en geiten. De gevalideerde pan-PCR-test is door de NVWA erkend voor KI- en exportonderzoek en mag nu ook worden ingezet bij klinische verschijnselen. Bij een ongunstige uitslag volgt automatisch vervolgonderzoek en melding bij de NVWA; bevestiging vindt plaats bij WBVR, deze uitslag is leidend.

Voor snel en kostenefficiënt vaststellen van antistoffen zijn diverse ELISA-testen beschikbaar: op tankmelk, serum en individuele melkmonsters (mpr). De tankmelk-ELISA geeft inzicht in de besmettingsgraad op bedrijfsniveau en heeft vijf uitslagcategorieën, waardevol bij het onderbouwen van de vaccinatiestrategie voor 2026. Antistoffen zijn doorgaans ongeveer twee weken na infectie aantoonbaar. Blauwtong blijft een meldingsplichtige ziekte; bij klinische symptomen moet melding worden gedaan bij de NVWA. MEER INFORMATIE

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veterinair april 2026 by Royal GD - Issuu