Samen werken aan diergezondheid NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 24 • NOVEMBER 2018
Certificeringsonderzoek zwoegerziekte, CAE en CL; neemt u de juiste steekproef? In het kader van certificering voor zwoegerziekte, caprine arthritis encephalitis (CAE) en caseous lymfadenitis (CL) is een correcte ad random monstername bij het bewakingsonderzoek belangrijker dan voorheen. Alleen op basis van een juist genomen steekproef kan de status van een bedrijf worden bepaald. Een toegenomen omvang van melkgeitenbedrijven en dierbewegingen vergroot de kans op ziekteinsleep en -verspreiding. Met het bewakingsonderzoek krijgen schapen- en geitenhouders inzicht in de gezondheid van hun dieren en voorkomen ze productieproblemen. Ook kunnen ze bij verkoop van dieren aantonen dat hun bedrijf gecertificeerd is voor CAE, zwoegerziekte of CL. Voor een uitslag die de gezondheidssituatie op een bedrijf correct weergeeft is het belangrijk om samen met uw dierhouder een representatieve steekproef van het koppel te bepalen. Dit is niet altijd eenvoudig. Zo is een representatieve verdeling over onder andere de diverse potten of groepen waar de dieren in lopen en leeftijdscategorieën relevant. Ook bokken of rammen dienen conform het reglement van het programma in de steekproef te worden meegenomen, evenals aangevoerde dieren (of een selectie daarvan). Het is dus belangrijk dat dierenartsen, als geborgde monsternemers, in samenspraak met de dierhouder zorgvuldig aandacht besteden aan het bepalen van de steekproef. Heeft u hier vragen over? Kijk op www.gddiergezondheid.nl/steekproef-certificering of laat het ons weten, wij helpen u graag. Dr. Rene van den Brom, dierenarts kleine herkauwers
Salmonellaonderzoek jongvee: steekproef nemen of alles bemonsteren? Regelmatig stellen dierenartsen de vraag of het op een melkveebedrijf nodig is om al het jongvee te onderzoeken op antistoffen tegen salmonella of dat een steekproef van het jongvee voldoende is. Ons advies hangt af van de indicatie voor het onderzoek. •
•
•
•
Detectie van een infectie op het bedrijf: combineer een steekproefbloedonderzoek bij de vijf jongste kalveren ouder dan 90 dagen met tankmelkonderzoek en kweek van een mengmonster per mestput. Evaluatie van het effect van preventieve maatregelen op verspreiding van de infectie bij jonge kalveren: halfjaarlijks steekproefbloedonderzoek bij de vijf jongste kalveren ouder dan 90 dagen. Bewaking van de salmonella-onverdachtstatus van een jongveeopfokbedrijf: halfjaarlijks steekproefbloedonderzoek bij de vijf jongste kalveren ouder dan 90 dagen die tenminste 70 dagen op het jongveeopfokbedrijf aanwezig zijn. Opsporen van salmonelladragers op een langdurig besmet bedrijf: bloedonderzoek bij al het aanwezige jongvee, ook jongvee jonger dan 90 dagen. Een steekproefbloedonderzoek geeft onvoldoende informatie over de aanwezigheid van salmonelladragers, en daarmee een vals gevoel van veiligheid.
Veterinair
11
Dr. Maarten F. Weber, dierenarts, specialist rundergezondheid
Masterclass Darmgezondheid & Voeding Leg Op 22 november organiseert Agrivaknet in samenwerking met GD, Schothorst Feed Research (SFR) en Dineke Rietveld de Masterclass Darmgezondheid & Voeding Leg. Deelnemers aan de masterclass worden in relatief korte tijd bijgeschoold op het gebied van darmgezondheid en voeding. Naast presentaties van Naomi de Bruin (GD), Christiaan ter Veen (GD) en Ellen van Eerden (SFR) is een sectiepracticum onderdeel van het programma. Deze masterclass is voor dierenartsen, adviseurs, voorlichters en controleurs in de leghennenhouderij. Kijk voor meer informatie op www.gddiergezondheid.nl/agenda. Veterinair, november 2018 -
1
Drs. Ing. Emiel Schiphorst, business manager dierenartsen
Leidraad Droes: marktgerichte wetenschap? Met trots schreven dr. Kees van Maanen (GD), drs. Linda van den Wollenberg (GD), drs. Esther Siegers (fD) en prof. dr. Marianne Sloet van OldruitenborghOosterbaan (fD) de leidraad Droes. Het begon allemaal in 2014 met de telefonische Helpdesk paard, waar paardendierenartsen droes vaak bespreken. Niet lang daarna is in samenwerking met Nederlandse paardendierenartsen een onderzoek opgezet, van waaruit in 2015 de Masterclass Droes ontstond. Tijdens deze masterclass werd de ziekte in de praktijk onder de loep genomen bij dierenartsenpraktijken Bodegraven, Roosendaal en Dierenkliniek Wolvega. Om meer informatie te kunnen vergaren haalde GD in 2016 nieuwe diagnostiek naar Nederland. De informatie die hieruit voortkwam werd gebruikt voor de ontwikkeling van de cursus Droes, die eind 2016 werd gelanceerd. Ruim veertig paardendierenartsen waardeerden deze cursus met een 8+. Op het HorseEvent in 2017 brachten Kees en Marianne droes onder de aandacht bij de 30.000 bezoekers van dit evenement. Op verzoek van houders is daarna een certificeringsprogramma ontwikkeld: droesvrij.nl, waarvoor GD en Dierenartsenpraktijk Zeddam in december 2017 het eerste Droesvrijcertificaat uitreikten. Inmiddels is het 2018. Uitbraken van droes (die toch geen droes zijn) zijn aan de orde van de dag. De leidraad komt op een goed moment en klanten, GD en onze partners in de sector, zoals de faculteit Diergeneeskunde, GGP en MSD (die deze leidraad heeft mogelijk gemaakt), zijn overtuigd van het nut van de leidraad. Samen proberen we zo schade door droes te beperken. Namens alle betrokkenen: chapeau voor deze leidraad!
2
Nieuw: salmonellaonderzoek met slofjes gebundeld in drie abonnementen De aanpak van salmonella op varkensbedrijven staat steeds meer in de belangstelling bij diverse sectorpartijen. Niet zozeer omdat salmonella een bedreiging is voor de gezondheid van het varken, maar meer vanwege het risico voor de volksgezondheid. Om salmonella effectief aan te kunnen pakken, is het belangrijk om vast te stellen waar de besmetting plaatsvindt. Dit kan via onderzoek van omgevings- en mestmonsters, die gemakkelijk te verzamelen zijn met slofjes. GD biedt varkenshouders daarom vanaf nu drie voordelige abonnementsvormen voor salmonellaonderzoek op slofjes aan. Deze nieuwe abonnementen zijn inclusief monsternamepakket, inzendkosten en laboratoriumonderzoek, voor de duur van één kalenderjaar: • één keer salmonellaonderzoek (een keer vijf monsters, per direct beschikbaar) • twee keer salmonellaonderzoek (twee keer vijf monsters, met ingang van 2019) • drie keer salmonellaonderzoek (drie keer vijf monsters, met ingang van 2019) Monsternamepakketten zijn ook los, dus zonder laboratoriumonderzoek, te bestellen via de GD Webshop (artikelnummer VDGEB085). Ga voor meer informatie en aanmelden naar www.gddiergezondheid.nl/aanpaksalmonella. Salmonellabijeenkomsten Eind november/begin december organiseert GD samen met MS Schippers informatiebijeenkomsten over diagnostiek en aanpak van salmonella. Meer informatie daarover in de e-mailnieuwsbrieven Actueel Veterinair en Actueel Varken en op de GD-website. Paul van Gasselt, relatiebeheerder varken
Terugblik op twee jaar Droogstandscheck Hoe bepaal je of de droge koeien op een bedrijf er goed voor staan? Met die vraag begonnen we enkele jaren terug met de ontwikkeling van de Droogstandscheck. Inmiddels ‘draait’ de test al meer dan twee jaar; een mooi moment voor een korte terugblik. Bij de Droogstandscheck wordt op basis van bloedanalyse van NEFA, BHBZ, ureum en magnesium bij vier tot tien droge koeien een bedrijfsuitslag gemaakt die een indicatie geeft van de energie-, eiwit- en magnesiumvoorziening. Ook wordt bij alle koeien haptoglobine bepaald. Energie- en eiwitvoorziening In de afgelopen twee jaar kwamen regelmatig aanwijzingen naar voren voor een afwijkende energievoorziening (ruim 40 procent van de bedrijven) of eiwitvoorziening (ruim 30 procent van de bedrijven). Bij een afwijkende eiwitvoorziening was er meestal sprake van te lage ureumgehaltes (27,3 procent). Op veel bedrijven is er dus nog verbetering van het management van de droge koeien mogelijk. Haptoglobine Haptoglobine komt vrij wanneer weefselschade optreedt door bijvoorbeeld een infectieziekte of ontsteking. Op 4,6 procent van de bedrijven had meer dan een kwart van de droge koeien een verhoogde waarde van dit ontstekingseiwit in het bloed. Bij de meeste inzendingen kwam een verhoogd haptoglobinegehalte echter niet of alleen bij een enkel dier voor. Voor een individueel dier is een verhoogde waarde wél een belangrijk alarmsignaal: het risico op gezondheidsproblemen rondom het afkalven neemt dan toe! Dr. Saskia van der Drift, onderzoeker R&D
Risico op chronische koperintoxicatie door te ruime mineraalgift In het verleden speelden vooral tekorten aan spoorelementen regelmatig een rol bij diergezondheidsproblemen bij melkkoeien. De laatste jaren komt de Veekijker juist ook in contact met bedrijven waar vooral een overmaat aan spoorelementen ten grondslag lijkt te liggen aan problemen op het bedrijf. Kenmerkend voor spoorelementen is dat de behoefte laag is. Een tekort heeft schadelijke effecten op de diergezondheid, maar ook een overmaat kan schadelijk zijn. Het meest toxische spoorelement is koper en de voorziening daarvan luistert dan ook nauw. Als de hoeveelheid koper die een koe opneemt de dagelijkse behoefte en het vermogen deze overmaat uit te scheiden overschrijdt, dan ontstaat koperstapeling in de lever. Dit begint zonder duidelijke klinische symptomen, maar als de stapeling doorgaat kan de lever door subklinische leverdegeneratie directe schade ondervinden. Vage uiteenlopende klachten ten gevolge van een verminderde weerstand zijn het gevolg. Als de schade ernstig is, ontstaat er een hemolytische crisis door schade aan rode bloedcellen en nierfalen, gevolgd door acute sterfte. Dit verschijnsel zien we bij uitzondering bij koeien. Chronische koperintoxicatie Als de verstrekte hoeveelheid koper gedurende langere periode hoger is dan de behoefte kan koperstapeling ook leiden tot chronische koperintoxicatie (Chronic Copper Poisoning; CCP). CCP kan voorkomen bij dieren met kopergehaltes in de lever uiteenlopend van 560 mg/kg tot 3.000 mg/kg droge stof. Er is internationale
Leverbot bij pinken De Werkgroep Leverbotprognose verwacht nu geen leverbotbesmettingen. Wat kunt u doen als een veehouder toch een besmetting vermoedt bij zijn/haar pinken? Een veehouder die wil weten of het jongvee het afgelopen weideseizoen besmet is geraakt met leverbot kan dit vanaf zo'n drie weken na opstallen controleren via bloedonderzoek op antistoffen. Niet elk middel werkt tegen alle stadia van de leverbot. Als behandeling nodig is kunt u als dierenarts adviseren over het beste middel en het beste behandelmoment. Oudere dieren Antistoffen tegen leverbot kunnen langdurig in het lichaam aanwezig blijven. Daarom is het bij oudere dieren zinvol om bij het aantonen van antistoffen, alvorens te behandelen, eerst te controleren of deze daadwerkelijk betrekking hebben op een huidige besmetting. Dit kan door middel van mestonderzoek. Eieren zijn vanaf circa tien weken na besmetting te vinden in de mest. Kans op leverbotbesmetting zeer klein Door de langdurige droogte afgelopen zomer zijn er nog nauwelijks leverbotslakken waargenomen en is de kans op een leverbotbesmetting zeer klein.
overeenstemming over de toxicologische relevantie van een kopergehalte van meer dan 1.000 mg/kg droge stof in de lever: het vormt een verhoogd risico op chronische koperintoxicatie. Het kopergehalte in gras en kuilgras is in Nederland te laag om de behoefte van de gemiddelde melkkoe te dekken. Supplement atie is dus nodig. De voornaamste bron van koper voor melkkoeien in Nederland zijn producten waaraan koper is toegevoegd, zoals krachtvoer, speciale mineraalmixen en bolussen. Maar, het is daarbij echt van belang de behoeftenorm niet uit het oog te verliezen. In Nederland houden we de CVB-norm aan. Deze behoefte norm houdt rekening met 50 procent extra veiligheidsmarges. Voldoende koper voeren is zeker van belang voor een goede diergezondheid, maar meer is niet altijd beter. Drs. Sanne Carp-van Dijken, dierenarts rundvee
Nieuws en mededelingen Schmallenbergvirus (SBV) waarschijnlijke oorzaak aangeboren afwijkingen Bij een doodgeboren (voldragen) kalf uit Zuidwest-Nederland is bij sectie in de tweede helft van oktober een onderontwikkeling van de kleine hersenen gezien. Bij aanvullend onderzoek is geen BVD-virus aangetoond, maar in hartebloed zijn wel antistoffen tegen Schmallenbergvirus (SBV) aangetoond. Er zijn voor zover terug te halen bij de koe gedurende de dracht geen verschijnselen gezien als koorts en/of diarree. Op zichzelf is de bevinding van Schmallenberg niet verrassend. In 2017 is vastgesteld dat SBV circuleert in Nederland, waarmee het endemisch lijkt te zijn geworden. Het is wel de eerste keer dit jaar dat Schmallenberg als waarschijnlijke oorzaak voor deze aangeboren afwijkingen is gevonden. Bel voor vragen de Veekijker Rund op telefoonnummer 0900 – 71 00 000 (optie 1).
Drs. Debora Smits, dierenarts rundvee
Veterinair, november 2018 -
3
Nieuws en mededelingen Pluimveetype bepaalt entadvies Gumboro Voor de enttijdstipbepaling van Gumboro zijn nieuwe producten ingericht. Aanleiding is het verschil in halfwaardetijd van maternale antilichamen tegen de ziekte van Gumboro tussen de verschillende pluimveediertypen. Er is verschil tussen reguliere en trager groeiende vleeskuikens en ook het entadvies voor opfokleg- en opfokvleesvermeerderingsdieren is anders (zie ook de Veterinair van april 2018). Op basis van minimaal achttien Gumboro-ELISA’s per koppel ontvangt u gratis het juiste entadvies. Belangrijk is dat u bij de aanvraag het diertype duidelijk aangeeft. Meer info op www.dapcontact.nl.
Wijzigingen QuickScan BVD Omdat zo goed als alle melkveehouders nu deelnemen aan een BVD-route is de QuickScan BVD per 1 december 2018 niet meer als pakket verkrijgbaar. Uiteraard kunt u de losse onderzoeken (BVD antistoffen ELSA (serum), BVD antistoffen ELISA (tankmelk) en BVD virus PCR (tankmelk)) gewoon blijven aanvragen. Pakketten die u nog op voorraad hebt kunt u gewoon blijven gebruiken. Let op: in tegenstelling tot eerder hoeft u in totaal nog maar twee tankmelkmonsters in te sturen: één voor de BVD antistoffen ELISA en één voor de BVD-virus PCR. Het is dus niet meer nodig om 2 buizen voor het PCR-onderzoek in te sturen.
Veterinair is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren Redactie Carlijn ter Bogt-Kappert, Guillaume Counotte, Linda van Duijn, Sylvia Greijdanus-van der Putten, Daphne de Leeuw, Marjolijn Waanders, Jeanine Wiegel | Eindredactie Margreet Pasman | Basisontwerp de PLOEG communicatie | Vormgeving Dock35 Marketing Doetinchem | Druk Senefelder Misset Doetinchem | Uitgever GD Deventer | Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar | Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD. ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl Voor veterinaire vragen kunt u de Veekijker rechtstreeks bellen op 0900-7100 000. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden: Rund: 08.30 – 12.00 en 12.45 – 17.00 Rund UGA: 15.00 – 17.00 Kleine Herkauwers: 15.00 – 17.00 Varken: 08.30 – 12.00 en 12.45 – 17.00 Pluimvee: 08.30 – 17.00, spoedgevallen 24/7 Paard (Helpdesk): 15.00 – 17.00 Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.
Samen werken aan diergezondheid
Nieuw op VeeOnline: KalfOK en zoeken op productcode Vanaf de eerstvolgende rapportage (eind november) staan de KalfOK-rapportages op VeeOnline. Een groot deel van de machtigingen die veehouders hiervoor moeten geven is al binnen of wordt nog opgehaald. De rapportage komt te staan onder het nieuwe menu ‘Rapportages’. Ook nieuw op VeeOnline: bij digitaal inschrijven van onderzoeken kunt u nu, na het toevoegen van de barcode en identificatie, ook zoeken op productcode. Zo haalt u meer uit VeeOnline.
Vrijstelling aanvoeronderzoek op BVD-antistoffen Binnen alle nieuwe BVD-routes geldt dat aanvoeronderzoek op BVD-antistoffen nodig is als vrouwelijke runderen van >12 maanden worden aangevoerd van niet-BVD-vrije bedrijven. Zij kunnen namelijk drachtig zijn van een BVD-drager. Er zijn situaties waarbij al vóór het aanvoeronderzoek duidelijk is dat een rund BVD-antistoffen heeft, bijvoorbeeld vanwege BVD-vaccinatie. In dergelijke gevallen kan vrijstelling worden aangevraagd voor het aanvoeronderzoek op BVD-antistoffen. De vrijstelling wordt door GD alleen verwerkt wanneer deze tijdig wordt aangevraagd via het formulier op www.gddiergezondheid.nl/bvd. De aanvoer wordt vervolgens afgehandeld alsof de labuitslag ongunstig was, met de daarbij behorende vervolgstappen uit het protocol.
Overstappen naar BVD-vrij (route tankmelk) Binnen de nieuwe BVD-routes is het mogelijk om over te stappen van de ene naar de andere route. Vanwege het gemak en de relatief lage kosten kan het voor sommige veehouders aantrekkelijk zijn over te stappen naar de ‘route tankmelk’. Adviseer hierbij altijd om vóór het aanvragen van de overstap twee keer (met twee maanden tussentijd) een tankmelkmonster te laten onderzoeken op BVD-antistoffen. Worden er namelijk ná de overstap BVD-antistoffen aangetoond in de tankmelk, dan verliest het bedrijf de BVD-vrijstatus en wordt het overgezet naar het intakeonderzoek van de ‘route intake virus, bewaking jongvee antistoffen’.
Cursus Rhino: inzichten uit de praktijk GD verzorgt donderdag 29 november een interactieve cursus Rhinopneumonie voor dierenartsen: inzichten vanuit de praktijk. Dr. Kees van Maanen en drs. Linda van den Wollenberg van GD, drs. Marco de Bruijn van Dierenkliniek Wolvega en prof. dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan van de faculteit Diergeneeskunde vertellen u onder andere wat u tijdens een uitbraak het beste wel en niet kunt doen en delen praktisch uitvoerbare adviezen. Meer informatie op www.gdacademy.nl.