Samen werken aan diergezondheid NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 24 • APRIL 2018
Diagnostiek 'overige zoogdieren' Onder de noemer 'overige zoogdieren' biedt GD sinds kort onderzoeken aan voor zoogdieren die niet binnen de standaard sectoren van GD vallen, zoals lama’s, alpaca’s en dierentuindieren. De standaard sectoren van GD zijn rund, varken, pluimvee, schaap, geit, hond en kat. Naar aanleiding van vragen om monsters in te kunnen sturen van zoogdieren die niet binnen deze sectoren vallen, zijn hiervoor enkele laboratoriumbepalingen mogelijk gemaakt. Hiermee hoopt GD aan de vraag van klanten te voldoen en teleurstellingen bij inzenders te voorkomen. GD heeft voor 'overige zoogdieren' een ruim aanbod van laboratoriumonderzoeken beschikbaar. Op www.gddiergezondheid.nl/overigezoogdieren zijn hiervoor specifieke inzendformulieren te vinden. Daarnaast is het, zoals u bij de standaard sectoren gewend bent, mogelijk om deze bepalingen digitaal in te schrijven. Pathologisch onderzoek GD biedt voor alle zoogdieren ook de mogelijkheid van pathologisch onderzoek. Voor diersoorten die binnen de monitoring vallen (rund, varken, pluimvee, schaap en geit) geldt een gesubsidieerd tarief. Voor alle andere zoogdieren geldt een tarief van 372,75 euro, exclusief kosten ophaaldienst en btw. Let op: bij de laboratoriumonderzoeken van de overige zoogdieren vermeldt GD geen referentie- en afkapwaarden. Daarnaast biedt GD voor deze groep geen veterinaire ondersteuning. Ook in geval van export of verdenking van meldingsplichtige ziekten is GD niet het aangewezen laboratorium.
Serotypering vlekziekte bij pluimvee In de periode van 2015-2017 zijn bij GD twaalf uitbraken van vlekziekte bij kippen vastgesteld. Acht uitbraken vonden plaats bij leghennenbedrijven met uitloop, twee bij leghennenbedrijven zonder uitloop en twee bij biologische leghennenbedrijven. Met behulp van serotypering is meer informatie verzameld over de vlekziektebacteriën die bij deze uitbraken betrokken waren. De serotypering vond plaats op 32 pluimvee-isolaten uit de periode van 2002 tot en met 2016. Hier uit bleek dat negentien isolaten tot serotype 1b behoorden, één tot serotype 2 en elf tot serotype 5. Eén isolaat kon niet worden getypeerd. Van drie bedrijven werden twee isolaten uit verschillende jaartallen getypeerd: eenmaal betrof het een homoloog serotype, tweemaal een heteroloog serotype (5 en 1b). Er lijkt geen sprake te zijn van een periodiek voorkomen van bepaalde serotypen. Pathogeniteit en bescherming bij pluimvee Bij eerdere onderzoeken in China en Australië werden bij pluimvee dezelfde serotypen gevonden. Er zijn 26 serotypen beschreven (waarvan een deel tot een andere Erysipelothrix-species behoort). Over de relevantie van de gevonden serotypen voor pathogeniteit en bescherming bij pluimvee zijn geen gegevens bekend. Om te zien of bij varkens dezelfde serotypen voorkwamen, werden twee isolaten afkomstig van varkens getypeerd. Deze behoorden tot serotype 1b.
Veterinair
04
Drs. Christiaan ter Veen, dierenarts pluimvee
Pathologisch onderzoek tussenklauwontsteking
Bij de Veekijker komen nog steeds meldingen binnen van runderen die slecht reageren op behandeling van tussenklauwontstekingen, waarbij dieren om deze reden zelfs afgevoerd of geëuthanaseerd worden. GD wil daarom uitgebreid pathologisch onderzoek doen en is hiervoor op zoek naar geschikte dieren. Hebt u een bedrijf met dit bedrijfsprobleem en moet er om deze reden een koe worden afgevoerd of geëuthanaseerd? Overleg dan met de Veekijker of dit dier in aanmerking komt. Vraag naar Menno Holzhauer of Debora Smits. Veterinair, april 2018 -
1
Drs. Ing. Ryan van Egmond, dierenarts rundvee
Onverwacht: pleuropneumonie bij melkkoeien Een veel voorkomende diagnose bij postmortaal onderzoek bij GD op melkkoeien is longontsteking ten gevolge van een infectie met Mannheimia haemolytica. Toch komt deze uitslag voor de inzendend dierenarts vaak als een verrassing.
UGA in Oekraïne GD neemt deel aan een driejarig project van de Nederlandse overheid, met als doel het ondersteunen van de Oekraïense zuivelindustrie. Voor dit project was ik afgelopen jaar een aantal keer samen met mijn collega Hans Miltenburg in Oekraïne om trainingen te geven. De melk in Oekraïne wordt geproduceerd door heel veel kleine 'back yard farms' met één tot vijf koeien, samen goed voor 60 procent van de totale landelijke melkproductie. De rest van de melk wordt geproduceerd door zo'n negenhonderd grootschalige melkveebedrijven met meer dan 500 melkkoeien. Nog maar een heel klein deel van de bedrijven neemt deel aan melkcontrole, waardoor er weinig gegevens bekend zijn en doelgerichte advisering lastig is. Het is hierdoor lastig om bijvoorbeeld een veel voorkomend bedrijfsprobleem zoals een verhoogd bedrijfscelgetal structureel aan te pakken. De ontwikkelingen in Oekraïne gaan echter snel en onder andere de traditionele aanbindstallen worden in snel tempo omgebouwd tot loopstallen. In de praktische training nemen we dierenartsen en managers mee in de wereld van uiergezondheid, melkkwaliteit, en alles wat daarbij komt kijken. De cursisten kregen de opdracht om de opgedane theorie de volgende dag op een melkveebedrijf in de buurt in praktijk te brengen. De verzamelde waarnemingen en data moesten vervolgens leiden tot een praktisch advies aan het bedrijfsmanagement van het bedrijf. Tijdens trainingen proberen wij als specialisten van GD het belang van samenwerken in de zuivelketen onder de aandacht te brengen. We streven ernaar onze training en adviezen aan te laten sluiten bij de lokale cultuur en bedrijfsorganisatie. Door de juiste snaar te raken kan een positieve verandering in gang gezet worden. Een betere diergezondheid en melkkwaliteit, daar doen we het uiteindelijk voor.
2
Een infectie met Mannheimia haemolytica heeft klinisch een agressief verloop en kan snel door de koppel spreiden. Hierdoor is een virusinfectie vaak de klinische waarschijnlijkheidsdiagnose (met name IBR). Klinisch is er sprake van een sterke productiedaling en hoge koorts. Treden eenmaal ademhalingsproblemen op, dan is het weefselverval soms zó groot dat het dier overlijdt. Koeien hebben een fulminante fibrineus necrotiserende bronchopneumonie en pleuritis. Het snelle klinische verloop en het type longontsteking zijn vergelijkbaar met het beeld van Actino bacillus pleuropneumoniae (APP) bij varkens. Kalveren Incidenteel veroorzaakt deze kiem ook bij jonge kalveren longontsteking, het beeld is dan vergelijkbaar met dat bij melkkoeien. Mannheimia haemolytica komt ook veel voor bij vleeskalveren. Bij deze dieren is het typische beeld een polyserositis, met fibrineuze ontsteking van borst- en buikvlies. Een verklaring voor het verschil in optreden van deze ziektebeelden is er (nog) niet. Behandelen Mannheimia haemolytica-uitbraken bij een koppel melkkoeien duren gemiddeld drie tot vier weken en worden getriggerd door stress en mogelijk BVD of mycoplasmainfecties. In de DDx staan infecties met virulente IBR- of BVD-stammen en salmo nella. Het Veekijker-advies bij uitbraken is om koeien met plotselinge melkproductiedaling te temperaturen en bij koorts (> 40) te behandelen met antibiotica. Drs. Reinie Dijkman, veterinair patholoog, Drs. Linda van Wuijckhuise, dierenarts rundvee
Caseous lymfadenitis op melkschapenbedrijf Op een bedrijf dat melkschapen uit Frankrijk importeerde trad bij enkele dieren lymfklierzwelling op. Bij bloedonderzoek bleken enkele dieren serologisch positief op caseous lymfadenitis (CL). Naar aanleiding hiervan bezocht een dierenarts van GD samen met de praktiserend dierenarts het betreffende melkschapenbedrijf. Op het moment van het bezoek waren er op het bedrijf geen dieren meer met klinische verschijnselen die passen bij CL. In overleg met eigenaar en dierenarts werd de afspraak gemaakt om een volgend dier met klinische klachten van CL aan te bieden voor pathologisch onderzoek. Dit gebeurde uiteindelijk begin 2018, waarbij de verwekker van CL, Corynebacterium pseudotuberculosis, is aangetoond in geabcedeerde lymfeknopen. Zoönose CL is een zoönose die bij verschillende diersoorten voor kan komen, maar voornamelijk bij geiten en schapen. De aandoening komt in meerdere Europese landen frequent voor. In Nederland loopt op basis van certificering een vrijwillig bestrijdingsprogramma voor kleine herkauwers. Voorafgaand aan het hier genoemde geval waren bij schapen al jaren geen gevallen meer bevestigd. De Nederlandse melk geitenhouderij is jaren vrij geweest en een uitbraak van enkele jaren geleden werd effectief bestreden, mede door grootschalige ruiming van besmette en verdachte dieren. Omdat CL in de ons omringende landen nog regelmatig voorkomt, is import van dieren een risico op insleep. Daarom adviseert GD houders om bij import onderzoek te verrichten naar CL. Dr. René van den Brom, dierenarts kleine herkauwers
Droogstandscheck uitgebreid met magnesium De Droogstandscheck van GD is uitgebreid met de bepaling van magnesium. Hiermee kan, tegen hetzelfde tarief, inzicht worden verkregen in de magnesiumvoorziening van droge koeien. Magnesium vervult in het lichaam onder meer een belangrijke rol bij de calciumhomeostase. Koeien die in de droogstand te weinig magnesium opnemen, hebben meer kans om na het afkalven hypocalcemie te ontwikkelen. Dit komt omdat het lichaam de verliezen van calcium naar de melk hormonaal minder goed kan opvangen. De magnesiumvoorziening vormt dus een belangrijk aandachtspunt bij de preventie van melkziekte. Urine of serum? De magnesiumvoorziening van droge koeien wordt vaak beoordeeld door het gehalte in de urine te bepalen. De achtergrond hiervan is dat het lichaam geen echte magnesiumvoorraad heeft en het overtollige magnesium uitscheidt in de urine. Bij een gehalte >4 mmol/L wordt aangegeven dat een dier voldoende magnesium opgenomen heeft. De magnesiumvoorziening kan ook beoordeeld worden door het gehalte in het serum te bepalen. Het magnesiumgehalte in het bloed wordt niet actief gereguleerd en is bij droge koeien in principe het resultaat van de absorptie
vanuit het rantsoen en de uitscheiding met de urine. Bij onvoldoende magnesiumopname zal de serumconcentratie gaan dalen. Het voordeel van de uitbreiding van de Droogstandscheck is dat er geen aanvullend urineonderzoek meer nodig is. Magnesium- en kaliumgehalte Op de koppeluitslag zal een attentie voor een onvoldoende magnesiumvoorziening op koppelniveau worden gegeven wanneer twee of meer van de vier tot zes onderzochte koeien een magnesiumgehalte in het serum hebben ≤0,78 mmol/L. Daarbij wordt het advies gegeven om het rantsoen te controleren. Hierbij moet met name worden gelet op het magnesium- en kaliumgehalte (kalium remt de opname van magnesium). Bij lage magnesiumen/of hoge kaliumgehaltes is het verstrekken van extra magnesium in de droogstand aan te bevelen. Dr. Saskia van der Drift, onderzoeker R&D
Droes ELISA-test uitgelicht De Animal Health Trust in Engeland heeft na jaren onderzoek een specifieke gevoelige test ontwikkeld voor het aantonen van antistoffen tegen de droesbacterie in bloedserum. GD voldoet aan de kwaliteitseisen en heeft daarmee van de Animal Health Trust een licentie verkregen om deze test in Nederland uit te voeren. De test (strangles ELISA) kan recente blootstelling aan de bacterie vaststellen en mogelijke dragers opsporen. Bijna alle paarden ontwikkelen enkele weken na infectie antistoffen en zullen dus positief testen, maar alleen bij dragers blijven deze antistoffen langdurig aanwezig. Paarden die geen drager worden zijn over het algemeen na zes tot acht maanden weer seronegatief. Concreet kan de droes ELISA-test gebruikt worden voor het screenen: • •
• • •
op aanwezigheid van mogelijke dragers bij bedrijven die denken dat ze vrij zijn; van nieuwe paarden op recente blootstelling of mogelijk dragerschap voordat ze in contact komen met de andere paarden op een bedrijf; van paarden zonder duidelijke symptomen tijdens een uitbraak; op dragerschap na een uitbraak; van paarden die verdacht worden van verslagen droes, op blootstelling aan de bacterie.
Certificeringsprogramma Droes is een van de meest voorkomende aandoeningen bij paarden. Schade van een droesuitbraak kan variëren van een paar honderd euro tot soms tienduizenden euro’s. Daarom heeft GD, in analogie met een soortgelijk programma in Schotland, een certificeringsprogramma ontwikkeld onder de naam www.droesvrij.nl. Met deze certificering kunnen ondernemers zich onderscheiden in de markt.
Cruciale rol voor dierenarts Als vaste dierenarts bent u betrokken bij elke stap in het certificeringsprogramma, zoals monstername, advisering en behandeling. Daarnaast kan GD u adviseren over het management van droesuitbraken en de aanpak daarna (identificeren en behandelen van dragers, al dan niet gevolgd door vaccinatie). Elk bedrijf is anders. Er komt dus ook een stukje maatwerk bij kijken, waarin voor u als begeleidend dierenarts een cruciale rol is weggelegd. Dr. Kees van Maanen, veterinair microbioloog
Goed voorbereid het weideseizoen in Als melkveehouders al jaren weidegang toepassen op hun bedrijf, of er juist dit jaar mee gaan starten, is het verstandig rekening te houden met parasitaire infecties. Het is gunstig voor kalveren om een lichte infectie met long- en maagdarmwormen op te doen. Zo bouwen ze weerstand tegen worminfecties op. Een zware infectie wil je daarentegen voorkomen, omdat dan groeiachterstand kan optreden. Het is met betrekking tot maagdarmwormen daarom gunstig om kalveren pas na 1 juni naar buiten te doen. Bespreek dit met uw veehouder ter voorbereiding op het komende weideseizoen, vóórdat de dieren naar buiten gaan. Drs. Debora Smits, dierenarts rundvee
Veterinair, april 2018 -
3
Nieuws en mededelingen Vaccinatiemodule VeeOnline uitgebreid
GD op witte lijst voor IBR en BVD
De vaccinatiemodule is uitgebreid. U kunt nu een datum opgeven voor de volgende vaccinatie, de periode aangeven dat u deze datum op VeeOnline terug wilt zien in uw klantenlijst en als actiepunt op het homescherm van uw veehouder. Deze mogelijkheid is beschikbaar voor IBR, BVD, pinkengriep en blauwtong. De vaccinatiemodule in VeeOnline werkt eenvoudig met de stallijst waarmee u een enkel dier of de hele lijst kunt selecteren om de vaccinatie te registeren. In het overzicht van de vaccinaties staan voor u en uw veehouder de vastgelegde vaccinaties.
De laboratoriumtesten zoals het GD-laboratorium ze uitvoert voor de IBR- en BVD-programma’s zijn door Wageningen Bio veterinary Research als geschikt beoordeeld voor de landelijke IBR- en BVD-aanpak. GD is daarom door ZuivelNL op de witte lijst geplaatst. De audits en de beoordeling van de validatierapporten verliepen positief. Ook het resultaat van de rond zendoefeningen werd als goed beoordeeld. Alle testen die nodig zijn in de IBR- en BVD-programma’s zijn meegenomen: • BVD virus PCR; tankmelk • BVD antigeen ELISA; serum en oorbiopt • BVD antistoffen ELISA; serum en tankmelk • IBR gE antistoffen ELISA; serum en tankmelk
Autovaccins voor varkens: nieuw adjuvans GD voegt per 1 april 2018 een nieuw adjuvans toe aan de uitgeleverde autovaccins voor varkens. Het nieuwe adjuvans is gebaseerd op een O/W (olie in water)-emulsie, waardoor een krachtigere stimulatie van het immuunapparaat wordt verwacht. Het blijft ook mogelijk om te kiezen voor autovaccin zonder de toevoeging van adjuvans. U kunt uw keuze aangeven op het digitale aanvraagformulier. Deze vindt u bij de overige inzendformulieren voor varkens op www.gddiergezondheid.nl/inzendformulieren.
Veterinair is een uitgave van Gezondheidsdienst voor Dieren Redactie Carlijn ter Bogt-Kappert, Guillaume Counotte, Theo Geudeke, Sylvia Greijdanus-van der Putten, Jasper Simons, Marjolijn Waanders, Jeanine Wiegel | Eindredactie Margreet Pasman | Basisontwerp de PLOEG communicatie | Vormgeving Dock35 Marketing Doetinchem | Druk Senefelder Misset Doe tinchem | Uitgever Gezondheidsdienst voor dieren (GD) | Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar | Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD.
BVD-onderzoek op doodgeboren en verworpen kalveren Onderdeel van alle vier de nieuwe routes naar BVD-vrij is het onderzoek op BVD-virus bij doodgeboren kalveren en verworpen vruchten. Als er naast BVD andere oorzaken in de differentiaaldiagnose staan, kunt u het dode dier of de verworpen vrucht (inclusief nageboorte) naar GD opsturen voor sectie. Gaat het alleen om het wel of niet aantonen van BVD, dan volstaat ook het insturen van een oorbiopt. Het nemen van dit oorbiopt, met speciale oormerken zonder levensnummer, kunt u eventueel combineren met het verwerpersonderzoek van het moederdier. U vindt het Oorbioptnamepakket voor dierenartsen in de GD Webshop (VDTRA160). In dit pakket zit een oorbiopt oormerktang, tien oorbioptoormerken zonder levensnummer, het juiste verpakkings- en inzendmateriaal én een handleiding voor het digitaal inschrijven van deze specifieke oorbiopten. Er is ook een pakket verkrijgbaar zonder oormerktang: Navulling BVD Oorbioptnamepakket voor dierenartsen (VDGEB084).
Cursus 'Rhodococcus equi en Equine coronavirus' voor dierenartsen
ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl Voor veterinaire vragen kunt u de Veekijker rechtstreeks bellen op 0900 - 7100 000. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden: Rund: 08.30 – 12.00 en 12.45 – 17.00 Rund UGA: 15.00 – 17.00 Kleine Herkauwers: 15.00 – 17.00 Varken: 08.30 – 12.00 en 12.45 – 17.00 Pluimvee: 08.30 – 17.00, spoedgevallen 24/7 Paard (Helpdesk): 15.00 – 17.00 Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.
Samen werken aan diergezondheid
Naar aanleiding van binnengekomen vragen biedt GD op 27 juni in Deventer de cursus ‘Rhodococcus equi en Equine coronavirus’ voor dierenartsen aan. In de cursus presenteren en bespreken we actuele kennis op het gebied van pathogenese, epidemiologie, diagnostiek, behandeling en management en preventie van deze infectieziekten. Meer informatie op www.gddiergezondheid.nl/gdacademy.
Nieuwe toelichting uitslag Mineralencheck Bijgaand treft u de toelichting op de uitslag Mineralencheck voor melkkoeien. Nieuw is onder andere de toelichting op de fosforuitslag.