Rundvee | September 2023
Eerste helft 2023 meer listeriose gediagnosticeerd bij pathologisch onderzoek GD In de eerste helft van 2023 is met pathologisch onderzoek bij GD listeriose vastgesteld bij veertien volwassen runderen en twee verworpen vruchten. Dit aantal is vergelijkbaar met het totaal aantal gevallen over heel 2022 (18) en 2021 (15). Een mogelijke verklaring van deze toename is het voederen van minder goed gewonnen en geconserveerde maïs- of graskuilen uit de zomer van 2022. In slecht geconserveerde kuilen daalt de pH minder goed, waardoor groei van de bacterie Listeria monocytogenes minder wordt geremd. Ook bij kuilen die veel grond bevatten (door bijvoorbeeld veel molshopen in het land) is het risico op de aanwezigheid van listeria groter. De kiem komt wijdverbreid voor in de omgeving, onder andere in water en grond. Infecties komen bij herkauwers tot stand via kleine wondjes in de mondholte of in het neus- of oogslijmvlies, met verspreiding van de bacterie via de zenuwbanen naar het verlengde merg. De klinische verschijnselen zijn koorts, hersenverschijnselen (speekselen, incoördinatie, cirkelen en eenzijdige aangezichtsverlamming) en abortus in de laatste drie maanden van de dracht. Listeriose wordt beschouwd als een zoönose. Infecties bij de mens ontstaan vooral via het eten van voedsel dat besmet is met listeria (bijvoorbeeld producten bereid met ongepasteuriseerde melk), maar ook door direct contact met besmet materiaal, zoals ontlasting van dieren en met besmette grond. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) meldde over het voorjaar van 2023 een stijging van het aantal Listeria monocytogenesinfecties bij herkauwers. Ook hier wordt dezelfde oorzaak vermoed (bron: DGZ Veescoop nr. 011). Een goede conservering van de kuilen, met een pH lager dan 5,0 en met zo weinig mogelijk grond, is een belangrijke preventieve maatregel.
Pathogene bacteriën uit melkmonsters: Streptococcus uberis Voor Streptococcus uberis werd in het eerste kwartaal van 2023 een opvallende stijging van het percentage isolaten ongevoelig voor trimethoprim-sulfonamiden gezien. Deze stijging zette in het tweede kwartaal door. Het percentage steeg van 0 tot 1 procent in 2022 naar 14 procent in het eerste kwartaal van 2023 en was in het tweede kwartaal van 2023 52 procent. Trimethoprim-sulfonamiden vallen onder de eerste keus antimicrobiële middelen die, in het Formularium Melkvee van de KNMvD, onder andere worden genoemd bij de parenterale behandeling van mastitiden. Hierbij hebben ze (afhankelijk van de soort sulfonamiden) de tweede en derde voorkeur voor parenterale behandeling van (sub)klinische mastitis (graad I en II) veroorzaakt door grampositieve bacteriën. Het antibioticum wordt genoemd als eerste voorkeursbehandeling voor parenterale toediening bij ernstige klinische mastitis (graad III) veroorzaakt door gramnegatieve bacteriën. In de praktijk worden trimethoprim-sulfonamiden beperkt ingezet als parenterale behandeling van Streptococcus uberis, omdat deze kiem doorgaans een milde of matig ernstige klinische mastitis veroorzaakt. De stijging in het aantal Streptococcus uberis-isolaten dat ongevoelig is voor Trimethoprim-sulfonamiden is opmerkelijk en de ontwikkeling hiervan zal nauwlettend worden gevolgd.
Via VeekijkerNieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij rundvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een bericht.
Aanmelden sectiemateriaal U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koelen in warme tijden en bij strenge vorst op een droge afgeschermde plek binnen plaatsen) en een dier te selecteren dat representant is van het probleem.