Skip to main content

Veekijkernieuws rund-oktober 2026

Page 1

Rundvee | Oktober 2026

Abortusstorm vermoedelijk gerelateerd aan acute stress Half mei nam de Veekijker contact op met de dierenarts van een melkveebedrijf met 160 melkkoeien, nadat vijf abortusvruchten waren ingestuurd voor sectie. Bij twee van de vijf abortusvruchten zijn ook de nageboortes ingestuurd voor onderzoek. Serologisch onderzoek van de verwerpers en de nageboortes toonde geen antistoffen aan tegen brucella, Leptospira Hardjo, IBR, neospora en salmonella B/D.

oorzaak, is een acute stressfactor de meest waarschijnlijke verklaring. Na contact met de veehouder bleek dat enkele dagen voorafgaand aan de abortussen mogelijk een combinatie van stressvolle activiteiten had plaatsgevonden: naast een bedrijfsbezoek van de dierenarts en de klauwbekapper, was de mestput gemixt. De veehouder gaf aan dat met name het klauwbekappen veel onrust en stress bij de dieren had veroorzaakt en mogelijk de doorslaggevende factor was bij het ontstaan van deze abortussen.

Sectie van de vijf vruchten liet bij allemaal subcutaan oedeem zien, zonder de aanwezigheid van overige afwijkingen. Ook de twee Hierna werden geen nieuwe abortusgevallen nageboortes vertoonden geen bijzonderheden. meer waargenomen. Deze casus geeft aan dat In combinatie met de histopathologische de gevolgen van stress voor diergezondheid en bevindingen ontstond een beeld passend bij dierenwelzijn aanzienlijk kunnen zijn, terwijl asfyxie (verstikking) van de vruchten. de impact niet altijd direct zichtbaar is. De Veekijker adviseerde om stressvolle Gezien het optreden van vijf abortussen in zeer managementhandelingen in de toekomst zoveel mogelijk te spreiden. korte tijd, zonder aantoonbare infectieuze

Via VeekijkerNieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij rundvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen, dan sturen wij u daarover een bericht.

Pink met ernstige huidafwijkingen en jeuk De Veekijker werd gecontacteerd over een pink Daarnaast werd een sterk tekort aan koper en van een kleinschalig rundveebedrijf met ernstige selenium vastgesteld. Histologisch onderzoek huidafwijkingen en uitgesproken jeuk. Ondanks van de huid toonde afwijkingen die pasten bij een virale huidaandoening met een uitgebreide behandeling tegen onder andere schurft, secundaire bacteriële infectie. Een virale verergerde het ziektebeeld snel. Bij oorzaak kon echter niet worden bevestigd: heronderzoek werden uitgebreide aanvullend onderzoek op huidweefsel was huidbeschadigingen, ernstige huidverdikking negatief voor zowel papilloma- als (lichenificatie) en anorexie vastgesteld. herpesvirussen. Wel werden opportunistische Vanwege de slechte prognose werd het dier bacteriën aangetoond en werd een sepsisbeeld geëuthanaseerd en ingestuurd voor sectie. door Listeria monocytogenes vastgesteld. In de differentiaaldiagnose werden onder meer Ondanks het uitgebreide aanvullende schurft, bacteriële huidinfecties, eosinofiele onderzoek kon geen eenduidige oorzaak voor dermatitis, BCK (Oviene Herpes Virus-2), BVD, het ernstige huidbeeld worden vastgesteld. besnoitiose en parakeratose als gevolg van zinkgebrek overwogen. Daarnaast werd gedacht Waarschijnlijk hebben meerdere factoren een aan het zeldzame Pruritus-Pyrexia-Haemorrhagic rol gespeeld, waaronder ernstige spoorelemententekorten, een verminderde Syndrome dat veroorzaakt kan worden door afweer en secundaire infecties. De Veekijker mycotoxinen (met name citrinin) of Bovine herpesvirustype 4. Bij sectie werden een kleine adviseerde de mineralenvoorziening van de thymus en bleek beenmerg gezien, bevindingen overige dieren op het bedrijf te evalueren en die kunnen passen bij een verminderde afweer. waar nodig te optimaliseren.

Aanmelden sectiemateriaal U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koelen in warme tijden en bij strenge vorst op een droge afgeschermde plek binnen plaatsen) en een dier te selecteren dat represen­tant is van het probleem.


Dermatophilose De Veekijker werd benaderd over huidklachten bij melkkoeien op een robotbedrijf met twee locaties. De eerste verschijnselen bestonden uit korstvorming op de rug van enkele koeien. De laesies verliepen streepvormig vanaf de schoft naar achteren over rug en flanken. De korsten konden gemakkelijk worden losgetrokken, waarbij rode en gevoelige huid zichtbaar werd. Er was geen sprake van jeuk en koorts. In korte tijd nam het aantal aangedane dieren toe en verschenen de klachten naast de eerste locatie ook op de tweede locatie. Daarnaast werd een duidelijke productiedaling waargenomen, terwijl de voeropname goed bleef.

Figuur 1.

Runderen met dermatophilose

In de differentiaaldiagnose werden onder meer dermatophilose, dermatofytose, schurft, stafylokokkeninfecties, besnoitiose en zonnebrand overwogen. Op basis van het klinische beeld, met name de karakteristieke streepvormige korsten zonder jeuk of koorts, werd dermatophilose als meest waarschijnlijk beschouwd. Aanvullend bacteriologisch onderzoek werd uitgevoerd, waarbij Dermatophilus congolensis, de veroorzaker van dermatophilose, werd aangetoond. Dermatophilose wordt meestal geassocieerd met warme, vochtige omstandigheden waarbij huidbeschadigingen het binnendringen van de bacterie vergemakkelijken. Opvallend in deze

casus was dat de uitbraak plaatsvond tijdens een droge periode. Mogelijk hebben huidbeschadigingen door vliegen en muggen, in combinatie met mechanische irritatie door de koeborstels hierbij een rol gespeeld. De Veekijker adviseerde de koeborstels te controleren, grondig te reinigen en indien nodig te vervangen. Daarnaast werden aangedane dieren gewassen met chloorhexidine en is geadviseerd extra aandacht te besteden aan de bestrijding van vliegen en muggen. Na behandeling herstelden de dieren goed.


Data-analyse uitgelicht Verdieping risico op de introductie van dierziekten door de import van runderen

uitbraken in het westen van Frankrijk, maar de importaantallen namen af zodra er uitbraken in een bepaald departement werden vastgesteld.

Nederland importeert jaarlijks 700.000 tot 800.000 runderen. Dit brengt een risico met zich mee: de introductie van dierziekten die momenteel niet in Nederland voorkomen. In een risicoanalyse is onderzocht wat het risico op introductie van lumpy skin disease (LSD), rundertuberculose, blauwtongvirus (BTV), epizootic haemorrhagic disease (EHD) en besnoitiose is via de import van runderen.

Van de vijf onderzochte ziekten was besnoitiose de ziekte die het meest waarschijnlijk via import wordt geïntroduceerd. Naast het risico van importen van rundvee uit Frankrijk, waren voor introductie van deze aandoening ook importen vanuit Spanje en Italië relevant. De relevantie van dit risico wordt ondersteund door de recente detectie van antistoffen tegen besnoitiose bij een geïmporteerd rund in Nederland. Naast besnoitiose, werd ook voor rundertuberculose een aanzienlijk introductierisico door import gevonden. Hier speelden importen vanuit Ierland, Duitsland en België een belangrijke rol, de laatste twee met name door incidentele uitbraken in de afgelopen vijf jaar in deze landen in combinatie met grote aantallen geïmporteerde dieren. Het grootste risico op introductie komt door import vanuit Ierland. Uit Ierland worden met name jonge vleeskalveren geïmporteerd. Deze dieren hebben slechts een beperkte tijd kans gehad om besmet te raken in het land van herkomst. Hierdoor is het risico op introductie mogelijk

De analyse laat zien dat voor alle vijf onderzochte ziekten een risico op introductie via import aanwezig is. Frankrijk bleek daarbij voor elk van de ziekten een belangrijk risicoland doordat alle vijf de ziekten daar zijn voorgekomen en doordat er regelmatig uit Frankrijk rundvee wordt geïmporteerd. Echter, de meeste Franse runderen die naar Nederland worden geëxporteerd zijn afkomstig uit het westen van Frankrijk (figuur 2). Voor LSD waren de uitbraken vooral in het oosten en zuiden van Frankrijk, waardoor relatief weinig runderen uit de getroffen gebieden werden geïmporteerd. Voor EHD waren er wel

Figuur 2. Herkomst van tussen 2021 en 2025 uit Frankrijk geïmporteerde runderen. Donkerdere kleuren geven een hoger aandeel geïmporteerde runderen weer. In departementen met een grijze kleur zijn geen geïmporteerde runderen geboren.

overschat. Daarnaast blijven de kalveren na import slechts een beperkte tijd in Nederland en worden zij op jonge leeftijd geslacht. De kans dat een eventuele introductie vervolgens leidt tot verdere verspreiding binnen Nederland wordt als beperkt ingeschat. De introductie van een geïnfecteerd dier leidt niet automatisch tot verspreiding van een ziekte. Dat hangt onder meer af van de leeftijd van het dier, het type bedrijf waar het terechtkomt, de verblijfsduur in Nederland en, voor sommige ziekten, de aanwezigheid van insecten die de ziekte kunnen overdragen. Voor runderen die afkomstig zijn uit landen waar dierziekten voorkomen die nog niet in Nederland aanwezig zijn, kan het zinvol zijn om dieren voorafgaand aan opname in de bestaande veestapel tijdelijk in quarantaine te plaatsen en aanvullend diagnostisch onderzoek te doen. Dit geldt met name voor volwassen dieren die bestemd zijn voor melkvee- of zoogkoeienbedrijven, omdat deze dieren doorgaans langer in Nederland verblijven en daardoor meer gelegenheid hebben om een eventuele infectie verder te verspreiden.


‘Shamonda-like’ virus In de maand augustus (derde kwartaal) is in Nederland een ‘Shamonda-like’ virus aangetoond bij runderen met verschijnselen

van diarree, koorts en melkproductiedaling. GD volgt de ontwikkelingen rondom dit virus nauwgezet. De meest actuele informatie,

veelgestelde vragen en aanvullende informatie vindt u op de dossierpagina: www.gddiergezondheid.nl/Shamonda-like-virus.

Rundveegezondheid in Nederland, tweede kwartaal 2026 DIERZIEKTEN

SITUATIE NEDERLAND

Categorie Resultaat monitoring (AHR) tweede kwartaal 2026 Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Regulation (AHR) 2016/429 (Categorie A-ziekte) Lumpy Skin Disease (LSD) Virusinfectie. A, D, E Nog nooit infecties vastgesteld in Nederland officieel vrij. Nederland. Uitbraken in Frankrijk en Spanje. Mond-en-klauwzeer (MKZ) Virusinfectie. A, D, E Geen infecties vastgesteld in Nederland. Nederland officieel vrij sinds 2001. Uitbraak in Turkije breidt zich uit naar Cyprus en Griekenland. Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Regulation (AHR) 2016/429 (Categorie B tot en met E) Blauwtong (BT) Virusinfectie. Blauwtongserotype 3 uitbraak D, E Geen nieuwe besmettingen vastgesteld in Nederland sinds september 2023. Ook enkele Nederland. gevallen BTV-12. Bovine genitale Bacterie. D, E Campylobacter fetus spp. veneralis niet campylobacteriose Nederland vrij sinds 2009. Bewaking van KI- en aangetoond. embryostations en bij dieren voor export. C, D, E 92,4 procent van de melkveebedrijven heeft Bovine Virus Diarree (BVD) Virusinfectie. BVD-vrijstatus of BVD-onverdachtstatus. * Bestrijding op melkveebedrijven verplicht vanuit zuivelonderneming, op 21,1 procent van alle niet-melkleverende vleesveebedrijven vrijwillig. bedrijven heeft een gunstige status (vrij of onverdacht). *BVD-status bepaald aan de hand van GD-programma

Brucellose

Bacterie. Zoönose. Nederland officieel vrij sinds 1999. Bewaking via antistoffenonderzoek in bloedmonsters van verwerpers. Enzoötische bovine leucose Virusinfectie. Nederland officieel vrij sinds 1999. Bewaking via antistoffenonderzoek in bloedmonsters van slachtrunderen en in tankmelk. Epizootic Hemorrhagic Disease Virusinfectie. (EHD) Sinds 2022 vastgesteld bij rundvee in Europa (Spanje, Italië, Portugal en Frankrijk). Infectieuze Bovine Virusinfectie. Rhinotracheïtis (IBR) Bestrijding op melkveebedrijven verplicht vanuit zuivelonderneming, op vleesveebedrijven vrijwillig.

B, D, E

Geen infecties vastgesteld.

C, D, E

Geen infecties vastgesteld.

D, E

Geen infecties vastgesteld.

C, D, E

84,9 procent van de melkveebedrijven heeft IBR-vrijstatus of IBR-onverdachtstatus. * 22,1 procent van alle niet-melkleverende bedrijven had een gunstige status (vrij of onverdacht). *IBR--status bepaald aan de hand van GD-programma

Miltvuur (zoönose, infectie via diercontact)

Bacterie. Zoönose. In Nederland niet aangetoond sinds 1994. Bewaking via bloed-uitstrijkjes van plotseling gestorven runderen.

D, E

Geen infecties vastgesteld.

>> Vervolg tabel


DIERZIEKTEN

SITUATIE NEDERLAND

Categorie Resultaat monitoring (AHR) tweede kwartaal 2026 Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Regulation (AHR) 2016/429 (Categorie B tot en met E) E 84,9 procent van de melkveebedrijven heeft Paratuberculose Bacterie. een gunstige PPN/IPP-status (A/6 of In Nederland bestrijding op melkveebedrijven hoger). * verplicht vanuit zuivelonderneming, op vleesveebedrijven vrijwillig. 14 procent van alle niet-melkleverende bedrijven heeft een gunstige PPN/ IPP-status (A/6 of hoger). *Paratuberculose-status bepaald aan de hand van GD-programma.

Rabiës (hondsdolheid)

Virusinfectie. Zoönose. B, D, E Geen infecties vastgesteld. Nederland officieel vrij sinds 2012. Rundertuberculose (TBC) Bacterie. Zoönose. B, D, E Geen infecties aangetoond. Nederland officieel vrij sinds 1999. Bewaking via slachtrunderen. Trichomonas Protozoa. C, D, E Tritrichomonas foetus niet aangetoond. Nederland vrij sinds 2009. Bewaking van KI- en embryostations en bij dieren voor export. E Geen infecties aangetoond bij ingezonden Q-koorts Bacterie. Zoönose. verworpen vruchten. In Nederland bij rund andere stam dan op geitenbedrijven en relatie met ziektegevallen bij mens niet vastgesteld. Vanaf eerste kwartaal 2023 weer standaard onderdeel van verwerpers sectieprotocol. Artikel 3a.1 Melding zoönosen en ziekteverschijnselen ‘Regeling Houders van Dieren’ van Wet Dieren 98,2 procent van de melkveebedrijven heeft Leptospirose Bacterie. Zoönose. leptospirosestatus ‘vrij’. * Bestrijding op melkveebedrijven verplicht vanuit zuivelonderneming, op 28,9 procent van alle niet-melkleverende vleesveebedrijven vrijwillig. bedrijven heeft leptospirosestatus ‘vrij’. Geen nieuwe besmettingen bij melkveebedrijven. *Leptospirose-status bepaald aan de hand van GD-programma.

Listeriose

Salmonellose

Yersiniose

Bacterie. Zoönose. Besmetting incidenteel bij rundvee aangetoond. Bacterie. Zoönose. Bestrijding op melkveebedrijven verplicht vanuit zuivelonderneming, op vleesveebedrijven vrijwillig. Bacterie. Zoönose. Besmetting incidenteel aangetoond bij rundvee.

Verordening (EG) nr. 999/2001 Bovine Spongiforme Prion-infectie. Encephalopathie (BSE) WOAH-status Nederland: ‘verwaarloosbaar risico’. Sinds 2010 bij bewaking geen gevallen van klassieke BSE meer vastgesteld (tussen 1997–2009 totaal 88 gevallen).

-

Zes infecties aangetoond bij ter sectie aangeboden runderen.

-

97,8 procent van de melkveebedrijven heeft een gunstige tankmelk uitslag (landelijk programma Qlip).

-

Eén Yersinia spp.-infectie aangetoond.

-

Geen infecties vastgesteld.

>>


Royal GD Arnsbergstraat 7 Postbus 9, 7400 AA Deventer

T. 088 20 25 500 info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl

DIERZIEKTEN

SITUATIE NEDERLAND

Vervolg tabel

Overige infectieuze aandoeningen bij rundvee Boosaardige Catarraal Koorts Virusinfectie. (BCK) In Nederland komen infecties incidenteel voor. Leverbot

Neosporose

Tekenziekten: Anaplasma phagocytophilum

Categorie Resultaat monitoring (AHR) tweede kwartaal 2026 -

Parasiet. Leverbot komt algemeen voor in Nederland, vooral in waterrijke/natte gebieden. Parasiet. In Nederland een belangrijke infectieuze oorzaak van verwerpen. Teken besmet met Babesia divergens, Anaplasma phagocytophilum en Mycoplasma wenyonii komen voor in Nederland. Enkel voor Anaplasma phagocytophilum PCR beschikbaar.

Twee infecties vastgesteld bij sectie.

Op negen bedrijven infecties vastgesteld en vier keer bij ter sectie aangeboden runderen. Eénmaal aangetoond in ingezonden verworpen vruchten. Eén monster ingestuurd voor onderzoek. Geen infecties vastgesteld.

Monitoring Diergezondheid Sinds 2002 voert Royal GD de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij Royal GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving. GD3640/09-26


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veekijkernieuws rund-oktober 2026 by Royal GD - Issuu