Pluimvee | oktober 2026
Update reovirus bij vleeskuikens In het eerste halfjaar van 2026 werd in 143 sectie-inzendingen de diagnose peesschedeontsteking door reovirus gesteld. Het betrof 10 inzendingen van reguliere vleeskuikens, 129 inzendingen van vleeskuikens van een trager groeiend ras en 4 inzendingen van overig pluimvee (eenmaal opfok-vleesreproductie en driemaal opfok-leg). Genotypering Van de gevonden reovirussen is het genotype bepaald op basis van het σC-gen. De nieuwe groepsindeling die GD hanteert, maakt onderscheid in genogroep 1 tot en met 7, waarbij het veel aangetoonde genotype 4.7 onder genogroep 6 is gaan vallen (zie figuur 1). Figuur 1 en tabel 1 tonen resultaten van het genotyperingsonderzoek bij GD. Tabel 1: de tien isolaten in genogroep 6 behoren allemaal tot genotype 4.7. Genogroep 5 en 7 werden in 2026 niet gevonden bij gevallen van peesschedeontsteking.
Reovirus
(2024 t/m half juli 2026) Bollen: aantal reovirusisolaten
GT 7 GT 2
1 isolaat 2 isolaten*
GT 3
4 isolaten*
Via Veekijkernieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij pluimvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.
>4 isolaten* (elke taartpunt = 1 isolaat)
GT = genotype (Bron: GD) Toelichting figuur: Grotere bollen met meerdere punten: meerdere isolaten die op basis van het geanalyseerde DNA-fragment niet te onderscheiden zijn van elkaar. De afstand tussen de verschillende bollen (gemeten over de verbindingslijnen) geeft de mate van overeenkomst aan. Hierbij geldt, hoe korter de afstand, hoe groter de overeenkomst.
Vaccinstam Referentiestam
Reovirusisolaten i.c.m. peesschedeontsteking in: 2024 2025 2026-Q1 2026-Q2 2026-Q3 (begin Q3)
GT1.3
GT 1 GT4.7
GT 6 GT4.11
GT 5
GT 4
Figuur 1 Fylogenetische boom van de door GD aangetoonde reovirussen in geval van peesschedeontsteking periode 2024 t/m half juli 2026 (Bron: GD)
Dominante genogroepen Waar in 2025 nog 45% van de getypeerde virusisolaten tot genotype 4.7 behoorde, was dat in de eerste helft van 2026 nog 8% (zie tabel 1). De dominantie van deze groep wordt overgenomen door genotype 1 met 72% van alle getypeerde virussen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een cluster van ongeveer 71 inzendingen met een sterk overeenkomend genotype (zie figuur 1). Het betreft 70 vleeskuikenkoppels van een trager groeiend ras en 1 vleeskuikenkoppel van een regulier ras. De inzendingen zijn afkomstig van 53 bedrijven. De grote mate van gelijkheid binnen de clusters wijst op spreiding vanuit één, of enkele bronnen.
>>>Lees verder op pagina 2>>>
Aanmelden sectiemateriaal U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koel, maar niet bevroren bewaren). Levende dieren moeten worden aangeboden in een doos met voldoende ruimte en voldoende luchtgaten. Selecteer dieren die representatief zijn voor het probleem.
Bel de Veekijker
Tabel 1 Resultaat genotypering reovirusisolaten in 2025 t/m half juli 2026 (Bron: GD)
Genotype (GT)
Resultaat genotypering reovirusisolaten 2025
2026 (t/m begin Q3)
Aantal
%
Aantal
%
GT1
74
35%
93
72%
GT2
17
8%
6
5%
GT3
6
3%
3
2%
GT4
20
9%
18
14%
GT5*
0
0%
0
0%
GT6 (alle isolaten GT4.7)
94
45%
10
8%
GT7*
0
0%
0
0%
Totaal
211
100%
130
100%
Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het team Pluimvee is bereikbaar tussen 08.30 en 17.00 uur (spoedgevallen 24/7).
* Genogroep 5 en 7 werden in 2025 en 2026 (t/m half juli) niet gevonden bij gevallen van peesschedeontsteking, maar in 2025 wel bij één geval van GT5 waarbij de peesschede niet was aangedaan.
Willem Dekkers
Anneke Feberwee
Fiona Schoemakervan Kaam
Robert Jan Molenaar
Christiaan ter Veen
Jeanine Wiegel
Mirthe de Wit
Sjaak de Wit
Spreiding van reovirus Om beter te begrijpen hoe reovirus zich verspreidt binnen de sector is met enkele praktijken gestart om de genotyperingsgegevens te delen op praktijk- en bedrijfsniveau. Hiermee worden verbanden binnen en tussen bedrijven beter geduid. Is er bijvoorbeeld sprake van een herinfectie met hetzelfde reovirus op een bedrijf, of duikt één virus juist op meerdere bedrijven op waar kuikens van hetzelfde vermeerderingsbedrijf zijn geleverd? Dit helpt om grip te krijgen op de uitbraken. Het cluster binnen genotype 1 (zie figuur 1) lijkt te zijn ontstaan in het eerste kwartaal van 2026, en zet zich tot in het derde kwartaal van 2026 voort. Op het moment van schrijven (september 2026) lijkt het cluster echter tot rust gekomen. Met het cluster worden minimaal drie vermeerderingsbedrijven geassocieerd. Clusters verschijnen vaak als er sprake is van verticale overdracht. In eerdere gevallen van verticale overdracht werd gedurende ongeveer zes weken reovirus bij de nakomelingen gevonden; daarna was de uitbraak voorbij en zijn nieuwe nakomelingen afkomstig van het moederdierenbedrijf tegen de reovirusstam beschermd door de (maternale) antilichamen die bij de infectie worden aangemaakt. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf kan een uitbraak korter of langer duren. Dat verticale overdracht 12 tot 16 weken aanhield is uitzonderlijk, net als betrokkenheid van meerdere bedrijven. De vraag is daarom of spreiding nog op een andere manier plaatsvindt, bijvoorbeeld vanuit nieuwe gevallen van verticale transmissie of door een besmetting in de broederij. Het kleine clustertje met zeven isolaten uit het eerste kwartaal (in figuur 1 de lichtbruine bolletjes rechtsboven de grote paarse (2025) taart in GT1) betreft waarschijnlijk een restant van een geval van verticale transmissie uit het laatste kwartaal van 2025. Ook binnen genotype 4 vallen een paar kleine clusters in het eerste en tweede kwartaal van 2026 op. Bij deze clusters is spreiding vanuit één bron niet uit te sluiten. Antilichamen tegen reovirus bij moederdieren Bij vleeskuikenouderdieren worden reovirusantilichamen gemonitord aan het einde van de opfok en/of het begin van de productie om de bescherming die aan de kuikens wordt meegegeven te bepalen. De gevonden antilichaamtiters zijn een combinatie van antilichamen aangemaakt naar aanleiding van toegediende vaccinaties en aangemaakt bij doorgemaakte infecties. De testresultaten kunnen sterk verschillen tussen verschillende testen, en in mindere mate tussen laboratoria. Om resultaten goed te kunnen vergelijken is het belangrijk om dezelfde test en hetzelfde laboratorium te gebruiken.
>>>Lees verder op pagina 3>>>
Het Veekijkerteam Pluimvee
Tot en met 2025 werd een richtlijn aangehouden van minimaal titergroep 7 bij 75% van de moederdieren. Deze richtlijn is gebaseerd op oude data en de destijds gehanteerde vaccins. In 2026 is overgegaan op een nieuw commercieel vaccin met een bredere bescherming. Sindsdien worden lagere antilichaamtiters gevonden in de reovirus-IDEXX-ELISA (figuur 2).
IDEXX Reovirus ELISA titer
Reovirus ELISA titers bij moederdieren van 18 tot 25 weken Regulier 2025
Trager groeiend 2025
Regulier 2026*
Trager groeiend 2026*
17 15 13 11 9 7 5 3 1
17 15 13 11 9 7 5 3 1 0
50
100
150
0
50
100
150
Koppel * Data tot augustus 2026
Figuur 2 Overzicht van de reovirus-IDEXX-ELISA-titers bij moederdieren van reguliere en trager groeiende rassen op een leeftijd van 18 tot 25 weken uit 2025 en 2026 Vanaf 2026 wordt een ander vaccin gebruikt wat de lagere titers verklaart. Per koppel wordt het minimum, 25e percentiel mediaan, 75e percentiel en maximum van de titer weergegeven (Bron: GD)
In 2026 voldeed nog slechts 3% van de reproductiekoppels van reguliere rassen en 7% van de koppels van trager groeiende rassen aan de oude richtlijn. En eerdere jaren schommelde dat tussen de 24 en 61%. Bij toepassing van het vaccin onder gecontroleerde omstandigheden werden vergelijkbare titers gevonden in de reovirus-IDEXX-ELISA, bij tweemaal vaccineren waren de titers iets hoger. Het gebruik van de nieuwe vaccins is een goede verklaring voor de lagere titers. Op basis van de gevonden gegevens is titergroep 4 of hoger bij minimaal 75% van de monsters een geschikte richtlijn na één levende en één dode vaccinatie. Bij twee dode vaccinaties zou een titergroep 5 of hoger bij minimaal 75% van de monsters haalbaar moeten zijn. In hoeverre een bepaalde titer overeenkomt met bescherming tegen reovirus(variant)stammen moet nog verder worden onderzocht. Voorkom schade door reovirus Voorkomen van insleep en versleep van reovirus is de belangrijk om schade door reovirus te voorkomen. Goede biosecurity op zowel vermeerderingsbedrijven, broederijen en vleeskuikenbedrijven kan helpen om het aantal reovirusgevallen door zowel horizontale als verticale transmissie te voorkomen of beperken.
Toename botulisme bij secties op pluimvee en wilde vogels in 2026 In juli 2026 stelde GD zes keer bij voor pathologisch onderzoek ingezonden pluimvee de diagnose botulisme. Dit aantal ligt duidelijk hoger dan in voorgaande jaren. Ter vergelijking werd in 2023 één geval van botulisme vastgesteld, in 2024 twee gevallen en in 2025 één geval (zie figuur 3). Botulisme wordt veroorzaakt door opname van gifstoffen (botulinumtoxines) die gemaakt worden door bepaalde Clostridiumbacteriesoorten, met als belangrijkste Clostridium botulinum. Bij alle inzendingen in 2026 (tot augustus) werd een vergelijkbaar klinisch beeld waargenomen, gekenmerkt door verlammingsverschijnselen. Laboratoriumonderzoek bevestigde in alle zes gevallen de aanwezigheid van botulinumtoxine type C. De herkomst van de inzendingen was divers en omvatte zowel gehouden als wilde vogels. Het betrof één inzending van wilde eenden, twee inzendingen van hobbymatig gehouden kippen, één inzending van hobbymatig gehouden sierwatervogels, één inzending van commercieel gehouden leghennen zonder uitloop en één inzending van commercieel gehouden vleeskuikens.
Aantal sectie-inzendingen waarbij botulisme werd vastgesteld 7 6
aantal secties
5 4 3 2 1 0
2023
2024
2025
2026 t/m juli
Figuur 3 Aantal sectie-inzendingen waarbij botulisme werd vastgesteld (2023 t/m juli 2026) (Bron: GD)
Verhoogde risico’s Warme periodes vormen een belangrijke risicofactor voor botulisme, omdat de bacterie dan sneller vermeerdert en toxines aanmaakt. Uitbraken worden dan ook met name gezien in de maanden juni, juli en augustus. Vermeerdering van de bacterie vindt plaats in organisch materiaal zoals kadavers. Dieren kunnen botulisme krijgen als zij de toxines opnemen die door de bacterie zijn aangemaakt in de kadavers; bijvoorbeeld als de dieren van deze kadavers eten of water te drinken uit een plas of bassin waarin een dergelijk kadaver ligt. Daarom is het in de warme maanden extra belangrijk om dode dieren zo snel mogelijk te verwijderen. Bij uitbraken van botulisme is het ook belangrijk om de vermoedelijke bron te achterhalen en elimineren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gecontamineerd voer, strooisel of water, maar ook aan ongedierte. Bij pluimvee zijn daarnaast ook toxico-infecties beschreven, waarbij de botulismebacteriën in de darm toxines produceren in de darm. Deze worden slecht opgenomen op de plaats van productie, maar komen wel in de mest terecht waar ze een risico kunnen vormen voor de andere dieren.
Diergezondheidsbarometer pluimvee Ziekte/aandoening/ Korte omschrijving 3e kw. 2025 4e kw. 2025 1e kw. 2026 2e kw. 2026 gezondheidskenmerk (aantallen op bedrijfsniveau) Uitvoeringsverordening (EU) 2018 /1882 van Animal Health Law (AHL) (EU) 2016 /429 (Categorie A-ziekte) Aviaire influenza (AI) Hoogpathogene AI (H5/H7)*: Aantal bedrijven in Nederland (H5/H7) (eerste detectie in koppel) 0 31 15 2 (Bron: GD, WBVR, Rijksoverheid)
NCD in Nederland
* Bij commercieel gevogelte en bij houders van niet-commercieel gevogelte met >50 vogels. Serologische monitoring GD: (eerste detectie in koppel) (antistoffen tegen H5/H7) Commercieel pluimvee:
Niet-commercieel gevogelte (>50)
Trend (OVER 2 JAAR)
Ç
0
6
4
0
0
0
Aantal bedrijven 0
0
È
0
0
0
0
-
(Bron: GD, WOAH)
Uitvoeringsverordening (EU) 2018 /1882 van Animal Health Law (AHL) (EU) 2016 /429 (Categorie B t/m E) Aviaire influenza (AI) Laagpathogene AI (H5/H7): Aantal bedrijven in Nederland (H5/H7 (eerste detectie in koppel) 0 0 ?
?
(Bron: GD, WBVR, Rijksoverheid)
Campylobacteriose
Geen data beschikbaar
-
-
-
-
N.v.t. >>
Ziekte/aandoening/ Korte omschrijving gezondheidskenmerk (aantallen op bedrijfsniveau) Aviaire mycoplasmose (Bron: GD) Mycoplasma Serologische monitoring GD: gallisepticumA Reproductiesector: Opfok-leghennen (ongevaccineerd): Leghennen: - niet gevaccineerd en besmet: - gevaccineerd en besmet: Kalkoenen: Meldingen in EWSC op basis van positieve serologie en/of vrijwillig PCR-onderzoek: Reproductiesector: Leghennen: Kalkoenen: Niet-commercieel gevogelte:
3 kw. 2025 e
4 kw. 2025 e
1 kw. 2026 e
2 kw. 2026 e
Vervolg tabel Trend (OVER 2 JAAR)
0 0
0 0
Aantal bedrijven 1 0
0 0
-
2 2 0
0 0 0
0 0 0
0 0 1
È È -
-
Aantal EWS-meldingen
0 2 0 2
0 0 0 2
1 0 0 1
0 1 0 0
È
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t. N.v.t. N.v.t. Aantal bedrijven/casussen 0 0 0 0 0 0 Aantal bedrijven/casussen 0 0 0 0 0 0
N.v.t.
Westnijlkoorts Wordt niet gemonitord N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Artikel 2.1 Aanwijzing dierziekten ‘Regeling Diergezondheid’ van de Wet dieren Aviaire chlamydiose Vastgesteld bij GD: Aantal bedrijven/casussen (Bron: GD) Commercieel pluimvee: 0 0 0 0 Niet-commercieel gevogelte: 0 0 0 0 Artikel 2.2. Aanwijzing zoönosen ‘Regeling Diergezondheid’ van de Wet dieren Salmonellose (zoönotische salmonella) (op koppelniveau) (Bron: NVWA) Salmonella Enteritidis Reproductie: 1 3 1 0 Opfok-leghennen: 0 0 0 0 Leghennen: 22 25 7 10
N.v.t.
M. meleagridis (Bron: GD) Salmonellose (niet-zoönotische salmonella) (Bron: GD) Salmonella arizonae Salmonella Gallinarum (SG) Commercieel pluimvee: Niet-commercieel gevogelte: Salmonella Pullorum (SP)
Salmonella Typhimurium
Commercieel pluimvee: Niet-commercieel gevogelte:
Reproductie: Opfok-leghennen: Leghennen: Reproductie:
0 0 0 2
1 1 1 0
-
È
-
È -
È
0 1 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
-
-
-
-
-
7 0 1
6 0 2
Aantal EWS-meldingen 3 0 2
3 1 5
È
D388 4/91
D388 4/91
2 3 7 0 4 1
1 4 7 3 4 0
Overige salmonella’s (S. Hadar, S. Infantis, S. Java, S. Virchow) Overige WOAH-lijst-aangifteplichtige pluimveeziekten in Nederland Eendenhepatitis Vastgesteld bij GD: (Bron: GD)
Gumboro (IBD) (Bron: GD; EWS)
Infectieuze bronchitis (IB) (Bron: GD)
Infectieuze laryngotracheïtis (ILT) (Bron: GD; EWS)
Meldingen in EWSC: Vleeskuikens: Opfok-legvermeerdering: Opfok-leghennen: Meest aangetoonde types bij GD: Vleeskuikens: Leghennen: Meldingen in EWSC: Reproductiesector-leg (incl. opfok): Opfok-leghennen: Leghennen: Reproductiesector-vlees (incl. opfok): Vleeskuikens: Niet-commercieel gevogelte:
D388 D388 4/91 4/91 Aantal EWS-meldingen 0 0 0 1 6 2 1 0 0 0 0 1
-
Ç
-
Ç -
È >>
Royal GD Arnsbergstraat 7 Postbus 9, 7400 AA Deventer
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk Mycoplasma synoviaeB (Bron: GD)
Turkey rhinotracheïtis (TRT) (Bron: GD)
T. 088 20 25 500 info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
Korte omschrijving (aantallen op bedrijfsniveau) Serologische monitoring en/of dPCR GD: Opfok-vleesfok: Vleesfok: Opfok-vleesvermeerdering: Vleesvermeerdering: Opfok-legfok: Legfok: Opfok-legvermeerdering Legvermeerdering: Opfok-leghennen: Leghennen: Kalkoenen: Vastgesteld bij GD: Reproductiesector-vlees (incl. opfok): Reproductiesector-leg (incl. opfok): Vleeskuikens: Opfok-leghennen: Leghennen: Vleeskalkoenen: Niet-commercieel gevogelte:
Overige pluimveeziekten Avibacterium Meldingen in EWSC: paragallinarum Leghennen: (Bron: GD; EWS) Niet-commercieel gevogelte: Histomonosis (Bron: GD)
Pasteurella multocida (Bron: GD)
Vlekziekte (Erysipelothrix rhusiopathiae)
Vastgesteld bij GD: Reproductie (vleessector): Reproductie (legsector): Opfok-leghennen: Leghennen: Vleeskalkoenen: Niet-commercieel gevogelte: Aangetoond bij sectie: Vleesvermeerdering: Leghennen: Kalkoenen: Eenden: Vastgesteld bij GD: Leghennen: Niet-commercieel gevogelte:
3e kw. 2025
4e kw. 2025
1e kw. 2026
2e kw. 2026
Vervolg tabel Trend (OVER 2 JAAR)
0% 0% 40% 21% 0% 0% 0% 9% 42% 72% 6%
% bedrijven positief t.o.v. onderzochte bedrijven 0% 0% 0% 0% 0% 42% 38% 38% 18% 24% 22% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 9% 13% 9% 3% 13% 32% 24% 22% 67% 72% 68% 7% 8% 0%
0 0 1 0 0 0 0
2 0 2 1 1 0 1
Aantal bedrijven 2 0 0 0 0 1 0
2 2 1 0 0 0 0
4 3
2 2
Aantal EWS-meldingen 0 0
2 2
1 1 2 0 1 0
0 0 0 0 0 0
1 0 0 1
0 0 0 0
1 0
5 0
Aantal bedrijven 0 0 0 1 0 0 Aantal bedrijven 0 0 2 0 Aantal bedrijven 1 0
(Bron: GD)
-
Ç È -
Ç -
Ç -
È
-
1 0 0 0 1 0 0 1 0 0
-
0 1
È -
Monitoring Diergezondheid Sinds 2002 voert Royal GD de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij Royal GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving. GD3639/09-26