Skip to main content

Veekijkernieuws Pluimvee juli 2026

Page 1


Update Salmonella Enteritidis

Vanaf de zomer van 2023 werd de Nederlandse pluimveesector geconfronteerd met een aanzienlijke toename van het aantal legpluimveekoppels dat besmet raakte met Salmonella Enteritidis (S.E.). Deze trend zette zich voort in zowel 2024 als 2025. Figuur 1 geeft een overzicht van het aantal nieuwe S.E.-besmette koppels over de afgelopen jaren. Gelijktijdig met de toename van S.E.-besmettingen bij Nederlands pluimvee, werd ook een stijging in het aantal humane patiënten waargenomen door het RIVM.

Extra maatregelen

In oktober 2025 legde AVINED aan IKB-Ei-deelnemers extra maatregelen op ten aanzien van hygiëne en biosecurity (zie ook kader hieronder), verplichte vaccinaties en een verhoogde monsternamefrequentie. In het eerste kwartaal van 2026 raakten in totaal zeven nieuwe legkoppels besmet. Dat aantal is beduidend lager dan in het eerste kwartaal van 2024 en 2025. Het is wel hoger dan in dezelfde periode van 2018 tot en met 2023. In het merendeel van de gevallen betrof het pluimveebedrijven waar de afgelopen jaren eerder met S.E.-besmette koppels aanwezig waren.

Wijziging verplichte monstername in de vleesvermeerderingssector

In 2025 zagen we tevens een toename van S.E.-besmettingen bij ouderdieren in de vleesvermeerderingssector, waarbij de Europese doelstelling van maximaal 1 procent positieve koppels met bestrijdingsplichtige salmonella’s is overschreden. Vanaf juli 2026 moet in Nederland de verplichte monstername door houders van vermeerderingsdieren worden verhoogd. Kijk voor meer informatie op de website van AVINED. In het eerste kwartaal van 2026 zijn geen nieuwe S.E.- besmettingen bij ouderdieren in de vleesvermeerdering gemeld.

Hygiëne en biosecurity

Voor de bestrijding van salmonella op legbedrijven is een goede reiniging en desinfectie belangrijk, waarbij een uitgebreide monstername na afloop geadviseerd wordt om kritische plekken in beeld te brengen. De bestrijding van ongedierte is ook onderdeel van de totaalaanpak, aangezien zij een reservoir vormen van salmonella op en rondom het bedrijf.

Aantal leghennenkoppels SE-besmet-verklaard

Via Veekijkernieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij pluimvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.

Aanmelden

sectiemateriaal

U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koel, maar niet bevroren bewaren). Levende dieren moeten worden aangeboden in een doos met voldoende ruimte en voldoende luchtgaten. Selecteer dieren die representatief zijn voor het probleem.

Figuur 1 Aantal leghennenkoppels besmet-verklaard voor Salmonella Enteritidis (2017 t/m 1e kwartaal van 2026) (Bron: NVWA)

Meer inzicht in NCD-bescherming na vaccinatie

Door recente uitbraken van Newcastle disease (NCD) in Europa neemt de dreiging voor Nederland toe. Daarom titreren we vanaf mei bloedmonsters verder door om beter inzicht te krijgen in de werkelijke bescherming na vaccinatie. Dit is vooral relevant bij langlevend pluimvee, maar geeft ook bij vleeskuikens waardevolle aanwijzingen voor veldviruscirculatie. Zo kan de sector gerichter bijsturen en samen werken aan het voorkomen van NCD-uitbraken.

Uitbraken van NCD in Europa

In meerdere Europese landen, waaronder Polen en Duitsland, vinden momenteel veel uitbraken plaats van Newcastle disease (NCD), ook bekend als pseudovogelpest. Het NCD-virus is voor niet-gevaccineerde kippen en kalkoenen net zo dodelijk als het vogelgriepvirus. En, net als vogelgriep, is NCD een aangifteplichtige en bestrijdingsplichtige ziekte: besmette bedrijven worden door de NVWA geruimd en rondom uitbraken worden 3- en 10-kilometerzones met beperkingen ingesteld. Uitbraken hebben tevens gevolgen voor de export van pluimveeproducten.

Vaccinatie tegen NCD en bloedonderzoek

In Nederland worden alle commercieel gehouden kippen en kalkoenen gevaccineerd tegen NCD-virus. Om te testen in welke mate het koppel gereageerd heeft op de vaccinatie, wordt standaard bloedonderzoek uitgevoerd. De titer in het bloed is een maat voor de hoeveelheid afweerstoffen (tegen het betreffende virus) die de kip of kalkoen in het bloed heeft zitten. Hoe hoger deze titer, hoe beter de bescherming tegen de ziekte.

Om de kosten van het bloedonderzoek voor de pluimveehouder beperkt te houden, wordt het bloed bij GD normaal niet verder getitreerd dan titer 7. Dat wil zeggen, als een dier een laboratoriumuitslag met titer 7 heeft, kan de werkelijke titer hoger zijn. Omdat de dreiging van het NCD-virus voor de Nederlandse pluimveesector tot voor kort laag was, was titreren tot en met titer 7 voor de Nederlandse pluimveesector voldoende.

Doortitratie

Door de vele NCD-uitbraken in onze buurlanden de afgelopen periode, nam voor Nederland de dreiging van NCD flink toe. Bij langlevend pluimvee (leghennen, vermeerderingsdieren en kalkoenen aan het einde van hun ronde) is het gebruikelijk dat titer 7 wordt waargenomen, in werkelijkheid ligt de titer dus mogelijk hoger. Bij langlevend pluimvee zijn hoge titers (minimaal titer 9-10) nodig om goed beschermd te zijn tegen NCD. Daarom is het van belang dat er verder gekeken wordt dan titer 7. Vanaf mei 2026 onderzoekt GD het bloed daarom verder tot aan titer 11. De sector krijgt zo een beter inzicht in de bescherming die wordt opgewekt door de vaccinatie(s). Als blijkt dat met de huidige vaccinatieschema’s, of door andere factoren zoals vaccintoepassing of eventuele immuunsuppressie, onvoldoende bescherming wordt opgewekt voor NCD, dan kan daarop worden bijgestuurd.

Ook bij vleeskuikens wordt het bloed tot titergroep 11 onderzocht. Bij vleeskuikens zijn de opgewekte titers na vaccinatie in de regel lager dan bij leggende dieren, omdat vleeskuikens vanwege hun kortere levensduur minder vaak gevaccineerd worden. Als er toch hoge titers (>7) worden gevonden, kan dit een indicatie zijn dat ze mogelijk in contact zijn gekomen met een NCD-veldvirus en dat er dus veldvirussen in Nederland circuleren. Ook bij vleeskuikens is het dus van belang om beter inzicht te verkrijgen in de werkelijke hoogte van de titers.

Bel de Veekijker

Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het team Pluimvee is bereikbaar tussen 08.30 en 17.00 uur (spoedgevallen 24/7).

Anneke Feberwee
Christiaan ter Veen
Willem Dekkers
Jeanine Wiegel
Robert Jan Molenaar
Sjaak de Wit
Fiona Schoemakervan Kaam
Mirthe de Wit
Het Veekijkerteam Pluimvee

Royal GD

Arnsbergstraat 7

Postbus 9, 7400 AA Deventer

T. 088 20 25 500

info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl

Turkey rhinotracheïtis (TRT): type A

In 2025 en in 2026 tot en met mei toonde GD bij vijf bedrijven, van één vleeskuikenbedrijf vier koppels, en een handelsbedrijf TRT-type A aan. Het aantonen van TRT-type A is uitzonderlijk, de laatste detecties waren in 2021, bij drie verschillende vleeskuikenbedrijven.

De levende vaccins die gebruikt worden in Nederland bevatten vooral TRT-type B-stammen, hoewel er een enkel vaccin met TRT-type A ingezet kan worden bij kalkoenen. De locaties met besmettingen met TRT-type A waren niet in de nabijheid van kalkoenenbedrijven. Het dichtstbijzijnde kalkoenenbedrijf bevindt zich op meer dan 2 kilometer afstand van één bedrijf en het handelsbedrijf. Hierdoor is het aannemelijk dat het veldvirus betreft.

GD: TRT-besmettingen vastgesteld met PCR (op koppelniveau)

Niet-commercieel gevogelte

Kalkoenen

Leghennen

Opfok-leghennen

Legvermeerdering

Vleeskuikens

Vleesvermeerdering

Vleesfok

2 Aantal TRT-besmettingen per productietype op koppelniveau, vastgesteld bij GD via de PCR-methode (2021 t/m mei 2026) (Bron: GD)

Bioveiligheid – het blijft belangrijk

In deze editie staan artikelen over de risico’s van NCD en Salmonella Enteritidis. De laatste kiem geeft zeer zelden klinische symptomen bij pluimvee, en dat geldt voor meer ziektekiemen. Uit de dierziektemonitoring blijkt dat er meer ziektekiemen breed circuleren onder Nederlands pluimvee, bij zowel commercieel als hobbypluimvee, én dat dieren dit niet altijd laten zien. Bij veel ziekten is het aantal koppels met dragerschap groter dan het aantal met ziekteverschijnselen. Denk naast salmonella bijvoorbeeld aan bacteriën als Avibacterium, Mycoplasma’s en Brachyspira’s, of aan ILT-virus. Doordat het risico bij gezond ogende dragerkoppels onderschat kan worden, vormen zij misschien nog wel een groter risico dan koppels met ziekteverschijnselen.

Daarom is bioveiligheid zo belangrijk: de dreiging is niet te zien tot het te laat is. Werk altijd volgens dezelfde bioveiligheidsregels; een moment van minder strikt werken, kan een koppel besmetten. Snel even naar buiten lopen zonder laarzen wisselen, een weekendhulp die niet hoeft te douchen, een monteur niet-ontsmet gereedschap laten meenemen, et cetera. Houd er rekening mee dat bezoekers recent contact kunnen hebben gehad met ander pluimvee, bijvoorbeeld op een bedrijf of met hobbykoppeltjes in hun eigen tuin of bij bezoek aan andere mensen.

Een van de kernpunten van bioveiligheid: voorkom contact tussen de buitenwereld en uw dieren als het niet strikt noodzakelijk is. Als een bezoek aan de stal echt nodig is, laat de persoon dan douchen en bedrijfskleding aantrekken. Na een goede douchebeurt is alle stof weg en is een stalbezoek veel minder riskant. Bioveiligheid is elke dag nodig, de hele dag door.

Monitoring Diergezondheid

Sinds 2002 voert Royal GD de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij Royal GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving.

Figuur

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veekijkernieuws Pluimvee juli 2026 by Royal GD - Issuu