


![]()



Sinds oktober zijn er veel vogelgriepuitbraken, zowel in Nederland als in omliggende Europese landen. De klinische verschijnselen bij commercieel pluimvee variëren sterk per koppel.
Eierleggend pluimvee
Bij eierleggend pluimvee waren gevallen met plots verhoogde uitval en weinig ziekte, maar ook bedrijven met juist veel zieke dieren. Deze vertonen sloomheid, bolzitten, ontstoken slijmvlies van het oog, blauwverkleuring van kam en lellen, benauwdheid en/of waterige, groene diarree. Bij sectie varieerden de bevindingen van geen afwijkingen tot een rode luchtpijp, puntbloedingen op vliezen, op het hart, onder het borstbeen en soms in de kliermaag, een reactieve milt en acute buikvliesontsteking.
Opfokleghennen
Bij opfokleghennen liep de uitval langzaam op en waren er nauwelijks zieke dieren zichtbaar. Dode hennen hadden blauwverkleuring van de poten. Bij sectie soms bloedingen in de spieren kliermaag en meerdere dieren met een geïrriteerde luchtpijp.
Vleeskuikens
Ook bij vleeskuikens varieerde de kliniek sterk. Soms was er een wat rustiger koppel met enkele slome, koortsige dieren, soms was er acuut hoge uitval met weinig tot afwezige ziekteverschijnselen. Vaak werden blauwverkleuring van kam en soms poten, dikke koppen, ontstoken oogslijmvlies en incidenteel zenuwverschijnselen gezien, zoals draainekken of een slappe nek. Bij sectie werden frequent een nat of bloederig aspect van de luchtpijp, miltzwelling, vocht in de buikholte, leverzwelling en soms bonte of bloedrijke borstspieren gezien; daarnaast kwamen puntbloedingen op hart of kliermaag en sporadisch bloedingen in de poothuid voor.
Eenden
Bij vleeseenden viel vooral sterfte voorafgegaan door zenuwverschijnselen op. Bij vermeerderingseenden waren sterfte en ziekte laag tot afwezig. Daarentegen was er een zeer sterke daling in voeropname en eiproductie.
Twijfelt u over het klinisch beeld? Neem dan contact op met de Veekijker via 088 2025555. Bij een vermoeden van vogelgriep dient dit gemeld te worden bij de NVWA.
Aandacht voor bioveiligheid
Aandacht voor bioveiligheid blijft belangrijk om verspreiding van het virus tegen te gaan. Bij sommige uitbraken lijken er aanwijzingen te zijn voor introductie van het virus via ventilatieopeningen. In onderzoek dat GD uitvoerde voor AVINED werd aangetoond dat gebruik van bepaalde typen windbreekgaas kan helpen om insleep via deze weg te verminderen. Klik op deze link voor meer informatie over dit onderzoek op de website van AVINED.




Via Veekijkernieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij pluimvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.

U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koel, maar niet bevroren bewaren). Levende dieren moeten worden aangeboden in een doos met voldoende ruimte en voldoende luchtgaten. Selecteer dieren die representatief zijn voor het probleem.
Verhoogd aantal Salmonella Enteritidis-besmettingen in de legsector
Sinds 2023 is het aantal Salmonella Enteritidis (SE)-besmettingen in Nederland verhoogd, zowel bij legpluimvee als bij mensen. Het niveau van de besmettingen ligt in 2025 met 94 besmette koppels hoger dan in 2023 en 2024 (zie figuur 1). Er komen nog altijd bedrijven bij zonder historie van een eerdere salmonellabesmetting. Het terugdringen van het aantal besmettingen heeft de aandacht van de pluimveesector. Zo zijn eind oktober 2025 extra maatregelen opgelegd aan IKB Ei-deelnemende legbedrijven, zoals verhoogde monsternamefrequenties. Vanuit de eierpakstations geldt een hygiëneprotocol, waarin ook maatregelen worden getroffen omtrent transport vanaf salmonella-besmette bedrijven.
Aanvullend genetisch onderzoek
In opdracht van AVINED voert GD aanvullend genetisch onderzoek uit naar gevonden Salmonella Enteritidis. Hieruit blijkt tot nu toe dat veel verschillende SE-stammen circuleren in de pluimveesector, wat duidt op introducties vanuit verschillende bronnen. In enkele gevallen worden clusters gezien van bedrijven die een genetisch verwante SE-stam hebben. Er wordt gezocht naar mogelijk gemene delers. Daarnaast wordt ingestoken op brononderzoek als case-control-analyse. Het doel is om mogelijke besmettingsbronnen in kaart te brengen via vragenlijsten. Op basis van de ontvangen data is momenteel nog geen tendens te vinden in de richting van een mogelijke besmettingsbron. Verdergaande dataverzameling, inclusief het afnemen van vragenlijsten bij niet-besmette koppels, is daarvoor noodzakelijk.
Veldproef verificatieonderzoek
Het is niet meer mogelijk om deel te nemen aan de veldproef van het salmonellaverificatieonderzoek dat sinds 2023 bij legpluimvee en vermeerderingsdieren loopt. Het beoogde aantal deelnemende koppels is bereikt en de veldproef is afgesloten voor deelname door nieuwe bedrijven. De resultaten van het onderzoek worden eind 2026 verwacht en voorgelegd aan de Europese Commissie die toestemming gaf voor deze veldproef.
Meer informatie?
Kijk voor meer informatie en actuele berichtgeving op onze dossierpagina Salmonella en/of kijk het webinar van 10 december 2025 terug. In dit webinar informeerden we veehouders en erfbetreders over de recente Salmonella Enteritidis-uitbraken bij legpluimvee en de aandachtspunten uit het lopende onderzoek. Daarnaast gaven onze dierenartsen tips om de bioveiligheid op pluimveebedrijven te verbeteren.









Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het team Pluimvee is bereikbaar tussen 08.30 en 17.00 uur (spoedgevallen 24/7).


Sinds het derde kwartaal van 2025 is het aantal ILT-uitbraken hoog. Ondanks inspanningen van de sector om het virus in te dammen, blijven er nieuwe gevallen bijkomen. De ziekte kan gepaard gaan met plotselinge verhoogde uitval. Om die reden kan de ziekte, zeker in de zeer vroege fase van de uitbraak, niet goed te onderscheiden zijn van vogelgriep. Voor meer informatie over ILT, zie onze dierziektepagina.
Early Warning: meldingen ILT met kliniek en/of wildtype-virus
Niet - commercieel gevogelte
Vleeskuikens
Reproductiesector - vlees
Leghennen
Opfok-leghennen
Reproductiesector - leg
periode
2. Aantal bij GD gemelde ILT-besmettingen in combinatie met kliniek dan wel detectie van wildtype-virus bij Nederlands pluimvee en niet-commercieel gehouden gevogelte (2023 t/m *17 december 2025) (Bron: GD-LIMS; EWS) N.B. Het betreft vrijwillige meldingen bij GD en geen overzicht van alle uitbraken.
Royal GD
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
Gumboro blijft breed aanwezig in de Nederlandse pluimveesector, met een geschatte prevalentie van 20 tot 30 procent bij vleeskuikenkoppels, zoals eerder aangetoond binnen de Veterinaire Monitor Pluimvee (VMP), zelfs bij ogenschijnlijk gezonde koppels.
Binnen het praktijkonderzoek van 2025 is bevestigd dat Gumboro een relevante impact heeft op het immuunsysteem. Infectie leidt tot een verminderde respons op NCD-vaccinatie (significant lagere titers) en verhoogde gevoeligheid voor secundaire bacteriële infecties (aangetoond voor Ornithobacterium rhinotracheale (ORT), met een significant hogere uitval als gevolg. De onderzoeksresultaten zijn in december gepresenteerd aan de Nederlandse pluimveedierenartsen en aanvullende communicatie volgt op korte termijn.
Preventie blijft daarom essentieel met goed uitgevoerde vaccinaties, hoge maternale antistoffen en, als meest belangrijk, een goede bedrijfshygiëne om jonge dieren te beschermen.
Early warning - meldingen: Gumboro in Nederland
meldingen
Figuur
N.B.
Vleeskuikensongedefinieerd Vleeskuikens - trager groeiend ras Vleeskuikensregulier concept
Opfokvleesvermeerdering
Opfok - leghennen
Opfoklegvermeerdering






Sinds 2002 voert Royal GD de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij Royal GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving.