Reovirus: subtype 4.7 vanaf 2026 ingedeeld in nieuwe genogroep
Hoge incidentie en trager groeiende rassen oververtegenwoordigd Het aantal gevallen van peesschedeontsteking door reovirus bij vleeskuikens blijft onverminderd hoog. In 2025 werd bij 259 sectie-inzendingen de diagnose peesschedeontsteking door reovirus gesteld, waarmee het de meest gestelde sectiezaaldiagnose bij vleeskuikens was. Het betrof minder inzendingen van reguliere vleeskuikens (16%) dan van vleeskuikens van een trager groeiend ras (84%). De verhouding opgezette vleeskuikenkoppels in 2025 was 41 procent regulier en 59 procent trager groeiend, wat betekent dat reovirus bij de trager groeiende koppels oververtegenwoordigd was. Omdat van lang niet alle reovirusgevallen dieren voor sectie worden ingezonden naar GD, is dit slechts het topje van de ijsberg.
Secties GD: reovirus-tenosynovitis
Overig pluimvee
Vleeskuikens (trager groeiend)
Vleeskuikens (regulier)
Via Veekijkernieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij pluimvee. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.
(2021-2025) (Bron: GD)
Genotypering verandert en aanwijzingen voor verticale spreiding Van de gevonden reovirussen is het genotype (verzameling van erfelijke eigenschappen) bepaald. De klassieke groepsindeling die GD hanteert, is gebaseerd op internationale afspraken en maakt momenteel onderscheid in vijf genogroepen: genogroep 1 tot en met 5. Omdat deze groepsindeling op basis van nieuwe inzichten recent aangepast is, verandert GD de classificatie ook in de uitslagen. Hierbij wordt een deel van genogroep 3 ingedeeld als genogroep 7, en een deel van genogroep 4 als genogroep 6 (zie figuur 2). Virussen behorend tot subtype 4.7, die de afgelopen jaren veel problemen veroorzaakten, worden hierbij ingedeeld in genogroep 6. Ook voor enkele virussen die in genogroep 3 vielen, verandert de genogroep. Na aanvullende communicatie voeren we deze veranderingen in de loop van 2026 door in de uitslagen van GD.
Binnen zowel subtype 4.7 als genogroep 1 vallen een aantal clusters op. Bij vier van deze clusters is sprake van kuikens van hetzelfde diertype die in een korte periode zijn uitgekomen, hetgeen wijst op verticale overdracht. Het vijfde cluster bevat inzendingen van verschillende diertypen en rassen waarbij verticale overdracht uitgesloten is.
Aanmelden sectiemateriaal
U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koel, maar niet bevroren bewaren). Levende dieren moeten worden aangeboden in een doos met voldoende ruimte en voldoende luchtgaten. Selecteer dieren die representatief zijn voor het probleem.
Figuur 1. Aantal inzendingen met de diagnose peesschedeontsteking door reovirus bij reguliere vleeskuikens, trager groeiende vleeskuikens en overig pluimvee
Vaccinstam
Referentiestam
Reovirusisolaten i.c.m. peesschedeontsteking in:
2023
2024 2025
Reovirus (2023 t/m 2025)
Toelichting figuur:
Grotere bollen met meerdere punten: meerdere isolaten die op basis van het geanalyseerde DNA-fragment niet te onderscheiden zijn van elkaar. De afstand tussen de verschillende bollen (gemeten over de verbindingslijnen) geeft de mate van overeenkomst aan. Hierbij geldt, hoe korter de afstand, hoe groter de overeenkomst.
Bollen: aantal reovirusisolaten
1 isolaat
2 isolaten* 4 isolaten* >4 isolaten* (elke taartpunt = 1 isolaat)
Figuur 2. Fylogenetische boom van de door GD aangetoonde reovirussen in geval van peesschedeontsteking periode 2023-2025 (nieuwe indeling met genogroep 6 reeds weergegeven) (Bron: GD)
Ziekmakend vermogen van de bacterie
Gallibacterium anatis
Het is onduidelijk of de bacterie Gallibacterium anatis (GBA) ziekte veroorzaakt in pluimvee. GBA-stammen worden aangetroffen in de luchtpijp van pluimvee en in organen met ziekteverschijnselen (weefselschade) vaak in aanwezigheid van andere ziektekiemen (bijvoorbeeld E. coli of enterokokken). Het gaat daarbij om genetisch verschillende stammen. We onderzochten of de stammen verschillen in ziekmakend vermogen en hoe dodelijk een aantal van deze GBA-bacteriestammen uit de luchtpijp en organen met weefselschade zijn voor embryo’s in het ei. Dit is een snelle manier om onderscheid te kunnen maken tussen onschuldige en ziekmakende GBA-bacteriën, zonder dat dierproeven nodig zijn. De letaliteit (mate van dodelijkheid) voor embryo’s kan dus informatie geven over het ziekmakend vermogen bij kippen. Het zegt niets over de dodelijkheid bij kippen. De aanname was dat de luchtwegstammen niet (erg) ziekmakend zijn en de stammen uit organen met weefselschade wel. Dit bleek echter niet het geval: alle stammen waren in hoge mate dodelijk voor de embryo’s. Om meer te leren over of een kip ziek wordt van bepaalde GBA-stammen, en zo ja hoe ziek, is andersoortig onderzoek nodig. In 2025 zijn de stammen verder onderzocht: is er sprake van unieke combinaties van genen die mogelijk gerelateerd zijn aan een meer ziekmakend vermogen van GBA? Dit onderzoek kan op termijn bijdragen aan de ontwikkeling van diagnostische testen om GBA-stammen te bestempelen als potentieel ziekmakend of niet. Deze testen kunnen in de toekomst mogelijk ondersteuning bieden bij het gericht inzetten van antibioticumbehandelingen bij ziekteprocessen waarbij GBA een rol speelt en bij het opnemen van de GBA-stam in een autovaccin. De onderzoeksresultaten worden gedeeld zodra mogelijk.
Bel de Veekijker
Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het team Pluimvee is bereikbaar tussen 08.30 en 17.00 uur (spoedgevallen 24/7).
Anneke Feberwee
Christiaan ter Veen
Willem Dekkers
Jeanine Wiegel
Robert Jan Molenaar
Sjaak de Wit
Fiona Schoemakervan Kaam
Mirthe de Wit
Het Veekijkerteam Pluimvee
E. coli-luchtonderzoek
Infectie met E. coli is een van de meest gediagnosticeerde doodsoorzaken bij leggende hennen, waarbij verspreiding via de lucht als belangrijkste route van infectie wordt gezien. Om die reden vindt praktijkonderzoek plaats om te bepalen hoeveel E. coli -bacteriën aanwezig zijn in de stallucht tijdens een E. coli -uitbraak. De rol van lucht in de verspreiding van E. coli en de hoeveelheden bacteriën die in de lucht aanwezig zijn, zijn onbekend. Binnen het project is een bemonsteringsprotocol ontwikkeld, dat inmiddels meerdere bedrijven tijdens een uitbraak toepassen. Naast de metingen wordt ook onderzoek gedaan naar verwantschap tussen de bacteriën in de lucht en in de zieke dieren via de clusteranalyse met Fouriertransform infraroodspectroscopie. Vanwege de hoge dreiging van vogelgriep in Nederland, vinden er op dit moment geen verdere bemonsteringen plaats. Wanneer de situatie het toelaat, wordt dit project voortgezet, onder andere met bemonsteringen zonder dat er sprake is van een E. coli -uitbraak in de stal.
Diergezondheidsbarometer pluimvee
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk
Korte omschrijving (aantallen op bedrijfsniveau)
Uitvoeringsverordening (EU) 2018 /1882 van Animal Health Law (AHL) (EU) 2016 /429 (Categorie A-ziekte)
Aviaire influenza (AI) in Nederland (H5/H7) (Bron: GD, WBVR, Rijksoverheid)
NCD in Nederland (Bron: GD, WOAH)
Hoogpathogene AI (H5/H7)*: (eerste detectie in koppel)
* Bij commercieel gevogelte en bij houders van niet-commercieel gevogelte met >50 vogels.
Serologische monitoring GD: (eerste detectie in koppel) (antistoffen tegen H5/H7)
pluimvee:
Uitvoeringsverordening (EU) 2018 /1882 van Animal Health Law (AHL) (EU) 2016 /429 (Categorie B t/m E) Aviaire influenza (AI) in Nederland (H5/H7 (Bron: GD, WBVR, Rijksoverheid)
Laagpathogene AI (H5/H7): (eerste detectie in koppel)
Campylobacteriose Geen data beschikbaar
Aviaire mycoplasmose (Bron: GD)
Mycoplasma gallisepticumA Serologische monitoring GD: Reproductiesector: Opfok-leghennen (ongevaccineerd):
Leghennen: - niet gevaccineerd en besmet: - gevaccineerd en besmet: Kalkoenen:
Meldingen in EWS C op basis van positieve serologie en/of vrijwillig
PCR-onderzoek:
Reproductiesector:
Leghennen: Kalkoenen: Niet-commercieel gevogelte: Aantal EWS-meldingen
Vervolg tabel
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk Korte omschrijving (aantallen op bedrijfsniveau)
Salmonellose (niet-zoönotische salmonella) (Bron: GD)
Salmonella arizonae Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt
Salmonella Gallinarum (SG)
Salmonella Pullorum (SP)
Commercieel pluimvee: Niet-commercieel gevogelte:
Commercieel pluimvee: Niet-commercieel gevogelte:
Westnijlkoorts Wordt niet gemonitord Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Artikel 2.1 Aanwijzing dierziekten ‘Regeling Diergezondheid’ van de Wet dieren Aviaire chlamydiose (Bron: GD)
Vastgesteld bij GD: Commercieel pluimvee: Niet-commercieel gevogelte:
Artikel 2.2. Aanwijzing zoönosen ‘Regeling Diergezondheid’ van de Wet dieren Salmonellose (zoönotische salmonella) (op koppelniveau) (Bron: NVWA)
Salmonella Enteritidis Reproductie:
Salmonella Typhimurium
Overige salmonella’s (S. Hadar, S. Infantis, S. Java, S. Virchow)
Overige WOAH-lijst-aangifteplichtige pluimveeziekten in Nederland
Eendenhepatitis (Bron: GD)
Gumboro (IBD) (Bron: GD; EWS)
Infectieuze bronchitis (IB) (Bron: GD)
Infectieuze laryngotracheïtis (ILT) (Bron: GD; EWS)
Vastgesteld bij GD:
Meldingen in EWS C : Vleeskuikens:
Opfok-leghennen:
Meest aangetoonde types bij GD: Vleeskuikens:
Meldingen in EWS C :
Reproductiesector-leg (incl. opfok):
Opfok-leghennen:
Leghennen: Reproductiesector-vlees (incl. opfok):
Vleeskuikens: Niet-commercieel gevogelte:
Mycoplasma synoviae B (Bron: GD)
Serologische monitoring en/of dPCR GD:
Opfok-vleesfok: Vleesfok:
Opfok-vleesvermeerdering:
Vleesvermeerdering:
Opfok-legfok:
Legfok:
Opfok-legvermeerdering
Legvermeerdering:
Opfok-leghennen:
Leghennen: Kalkoenen:
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
Korte omschrijving (aantallen op bedrijfsniveau)
Overige WOAH-lijst-aangifteplichtige pluimveeziekten in Nederland
Turkey
rhinotracheïtis (TRT) (Bron: GD)
Vastgesteld bij GD:
Reproductiesector-vlees (incl. opfok):
Reproductiesector-leg (incl. opfok):
Vleeskuikens:
Opfok-leghennen:
Leghennen:
Vleeskalkoenen: Niet-commercieel gevogelte:
Overige pluimveeziekten
Avibacterium paragallinarum (Bron: GD; EWS)
Histomonosis (Bron: GD)
Pasteurella multocida (Bron: GD)
Vlekziekte
(Erysipelothrix rhusiopathiae) (Bron: GD)
Meldingen in EWS C :
Leghennen: Niet-commercieel gevogelte:
Vastgesteld bij GD:
Reproductie (vleessector):
Reproductie (legsector):
Opfok-leghennen:
Leghennen: Vleeskalkoenen: Niet-commercieel gevogelte:
Aangetoond bij sectie:
Vleesvermeerdering:
Leghennen: Eenden:
Vastgesteld bij GD:
Leghennen:
Ç Stijging of sterke stijging
Ç Geringe stijging
- Situatie onveranderd
È Geringe daling
È Daling of sterke daling
A Gebaseerd op serologische monitoring
B Gebaseerd op serologische monitoring en/of de differentiërende Ms-PCR
C Early warning system: het betreft vrijwillige meldingen bij GD en dus geen overzicht van alle uitbraken.
Monitoring Diergezondheid
Sinds 2002 voert Royal GD de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij Royal GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving.
Vervolg tabel