Skip to main content

Veekijkernieuws kleine herkauwers april 2026

Page 1


Pseudolactatie bij hobbygeiten

Kobaltgebrek in het voorjaar

Kobaltgebrek bij lammeren leidt tot een vitamine-B12-tekort. Herkauwers kunnen vitamine B12 niet uit het voer opnemen, het wordt in de pens gevormd door aanwezige micro-organismen. Kobalt is hierbij essentieel. Het risico is het grootst op kobaltarme gronden, met name in zand-, dal- en veengebieden. Problemen ontstaan vaak wanneer lammeren meer ruwvoer opnemen, meestal vanaf een leeftijd van 6 tot 12 weken. Ook in het voor- en najaar kan het risico toenemen als de kobaltconcentratie in gras relatief is. Daarnaast kan stalvoedering met kobaltarm ruwvoer zonder adequate mineralenaanvulling eveneens tot tekorten leiden.

Jaarlijks ontvangt de Veekijker enkele vragen over de behandeling van pseudolactatie bij hobbygeiten. In het geval van pseudolactatie produceert een geit melk zonder dat ze drachtig is geweest of recent heeft gelamd. Hoewel de oorzaak voor dit probleem niet duidelijk is, wordt gespeculeerd dat een hormonale disbalans of fysiologische reacties op omgevingsfactoren het fenomeen mogelijk verklaren. Voorbeelden van een hormonale disbalans zijn een verhoogde afgifte van het hormoon prolactine door de hypofyse of een langdurige blootstelling aan progesteron in het geval van een persisterend corpus luteum. Daarnaast zouden onderliggende gezondheidsproblemen, zoals cysten op de eierstokken of andere reproductieve aandoeningen eveneens kunnen bijdragen aan deze aandoening. Overmatige

afwijkingen optreden die passen bij een ernstiger metabool probleem, zoals neurologische verschijnselen of fotosensibiliteit; dergelijke verschijnselen hebben een brede differentiaaldiagnose.

stimulatie of manipulatie van de spenen kunnen ook leiden tot melkproductie. Hoog productieve rassen zijn doorgaans gevoeliger voor het ontwikkelen van pseudolactatie. Pseudolactatie gaat soms gepaard met pseudograviditeit, schijndracht bij geiten. In de praktijk blijkt het vaak lastig om de oorzaak van pseudolactatie vast te stellen.

Diagnostiek kan worden ondersteund door (aanvullend) bloed- en/of leveronderzoek om de vitamine-B12-status en het kobalttekort te onderbouwen. Bij lammeren die slecht of niet meer eten kan een vitamine-B12-injectie worden ingezet om het tekort snel te corrigeren. Dit is echter alleen effectief wanneer tegelijk de kobaltaanvoer via het rantsoen structureel wordt verbeterd.

Bel de Veekijker

Het team Kleine

is

De klinische verschijnselen zijn in het begin vaak aspecifiek. Lammeren blijven achter in groei, eten minder, zijn sloom en tonen een verminderde algemene conditie. De vacht wordt vaak dof en ruw en bij een deel van de dieren kan (waterige) diarree optreden. Ondanks voldoende voeropname kunnen de dieren zichtbaar vermageren. Kenmerkend is dat vaak meerdere lammeren binnen een koppel geleidelijk achteruitgaan, zonder duidelijke acute ziekteverschijnselen. In meer uitgesproken gevallen kunnen ook

De behandeling van pseudolactatie is complex omdat de oorzaak vaak niet bekend is. Helaas blijken medicinale interventies vaak teleurstellend. In een enkel geval droogt het uier spontaan weer op. Indien sprake is van ernstige aantasting van het welzijn, zeker in geval van bijkomende ontstekingsprocessen, is het te overwegen om het uier chirurgisch weg te nemen.

Urolithiasis bij mest­ en hobbydieren

Recent werd bij een bok urolithiasis vastgesteld, nadat bij het dier gedragsafwijkingen werden gezien en niet bleek te kunnen urineren. Er bleek sprake van een obstructie van de urinebuis. De bok werd geopereerd en er werd urine verzameld voor onderzoek. Analyse van het sediment toonde aan dat het ging om calciumcarbonaatstenen.

Preventie richt zich op het tijdig herkennen van risicobedrijven en het borgen van voldoende kobalt in de voeding. Dit kan door analyse van rantsoen en/of bodem, gevolgd door een rantsoenbeoordeling om te bepalen of bijgroeiende lammeren een tekort kunnen ontwikkelen. Afhankelijk van de uitkomst kan gestuurd worden via mineralenmengsels/ krachtvoer en, waar passend, via graslandbeheer of bemesting, zodat de kobaltaanvoer voor lammeren gedurende het weideseizoen en bij stalvoedering op peil blijft. Een op beperkte schaal uitgevoerde

vorm van hun urinebuis lopen mannelijke herkauwers een groter risico op obstructies dan vrouwelijke dieren.

regio’s of voerbronnen.

Weinig problemen met leverbot in 2025

Een op beperkte schaal uitgevoerde risicoanalyse voor leverbot liet zien dat de droogte en hogere temperaturen in 2025 in grote delen van Nederland leidde tot weinig problemen met leverbot. Op basis van een beperkt aantal monitoringsgebieden in Noordwest-Nederland kon een vroege infectie in 2025 niet volledig worden uitgesloten. Met name in gebieden met hogere waterstanden waar vee heeft geweid, blijft het risico op besmetting aanwezig. De droogte in augustus remde de ontwikkeling van leverbotslakken en de opbouw van infectie in de slakken; daarna kwam dit proces naar verwachting geleidelijk weer op gang. Dit beeld komt

Urolithiasis, het vormen van urinestenen of gruis in de urinewegen, komt regelmatig voor bij bokken, vooral bij jonge, gecastreerde mannelijke dieren die een redelijk aandeel krachtvoer gevoerd krijgen. Door de smalle en kronkelende

De meest voorkomende stenen bij herkauwers zijn struvietstenen (magnesium-ammoniumfosfaat), vaak het gevolg van een eiwitrijk, fosforhoudend rantsoen in combinatie met een hoge (alkalische) urine-pH. Calciumfosfaatstenen worden eveneens vaak gezien bij een hoge pH, terwijl calciumcarbonaatstenen meestal ontstaan door voer met veel calcium. Silicaatstenen komen minder vaak voor en zijn meestal gebonden aan specifieke

overeen met de bevindingen bij GD in de winter van 2025/2026. Het aantal maal dat leverbotziekte is vastgesteld bij pathologisch onderzoek was beperkt. In gebieden met een standaard verhoogde grondwaterstand dient men altijd bedacht zijn op het optreden van leverbotziekte.

GD adviseert schapenhouders om schapen op leverboteieren in de mest te onderzoeken voordat dieren na het aflammeren naar buiten gaan. Op deze manier kunnen infecties tijdig worden opgespoord. Zo kan, indien nodig, tijdig een behandeling worden ingezet en besmetting van percelen in het

Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het team Kleine Herkauwers is bereikbaar van 15.00-17.00 uur.

Wanneer urolithiasis in een koppel wordt vastgesteld is behandeling niet eenvoudig. Middels enkele aanpassingen aan het rantsoen en drinkwater kunnen problemen grotendeels worden voorkomen. Een juiste calciumfosforverhouding, beperking van krachtvoer, voldoende schoon drinkwater en terughoudend gebruik van calciumrijke voeders zoals luzerne kunnen het risico verkleinen. Ook is het verstandig om bokken niet te jong te castreren, zodat de urinebuis zich volledig kan ontwikkelen en de kans op verstopping afneemt.

nieuwe weideseizoen worden voorkomen. Tot en met 2020 gaf de Werkgroep Leverbotprognose jaarlijks een voorlopige (medio september) en definitieve (medio november) prognose af, gebaseerd op onder andere slakkentellingen en onderzoek naar infectieuze stadia van leverbot in de slak. In 2020 stopten deze werkzaamheden. Hierdoor ontbreekt een landelijk, actueel prognoseinstrument voor dierhouders, terwijl tijdige risicoduiding van belang is voor gerichte preventie en voor het beperken van het risico op triclabendazolresistentie, aangezien triclabendazol de enige werkzame stof is die effectief is tegen alle stadia van de leverbot.

vlnr: Karianne Peterson, Eveline Dijkstra, Nienke Snijdersvan de Burgwal, Mark van der Heijden en René van den Brom
Herkauwers

Uitval schapen na inbrengen mineralenbolus

In januari zijn op een schapenbedrijf 240 ooien behandeld met een mineralenbolus. De toediening verliep volgens de houder zonder bijzonderheden; er werden tijdens het ingeven geen uitgesproken reacties zoals hoesten waargenomen. Enkele dagen later werden echter vijf ooien plotseling dood aangetroffen en ontwikkelden circa vijftien dieren acute ziekteverschijnselen, waaronder apathie, schuim op de bek, duidelijke bijgeluiden over de longen en bij enkele dieren melaena. Het merendeel van de klinisch zieke dieren overleed of is om welzijnsredenen geëuthanaseerd.

Pathologisch onderzoek toonde een perforatie van de keelwand door een bolus met een necrotiserende ontsteking op de plaats van perforatie. Daarnaast werd acute

hartspierdegeneratie waargenomen, wat kan passen bij een acute seleniumintoxicatie. Aanvullend onderzoek van de lever liet sterk verhoogde concentraties zien van koper (898 mg/kg ds) en selenium (11,4 mg/kg ds). Ook het bloedonderzoek bij drie dieren toonde verhoogde koper- en seleniumwaarden aan. Deze bevindingen wijzen op een overmaat aan mineralen met selenium en koper als meest opvallende componenten.

De behandelend dierenarts nam contact op met de fabrikant, die aangaf dat problemen waarschijnlijk samenhingen met onjuiste toedieningswijze. De combinatie van een lokaal traumatisch letsel (keelwandperforatie) en het uitblijven van nieuwe gevallen nadat de toediening was afgerond, kan komen door het verkeerd toedienen van

Listeriose bij melkgeiten

In januari en februari kwamen bij de Veekijker meerdere meldingen binnen van listeriose bij melkgeiten, zowel de neurologische als de abortusvorm. Listeria monocytogenes kan tot beide klinische vormen leiden, terwijl Listeria ivanovii enkel abortus geeft. De neurologische vorm komt het meest voor en uit zich vaak in ataxie, cirkelen, scheve kop, gedragsverandering en uiteindelijk parese/paralyse. Daarnaast kan listeriose zich presenteren als sepsis, met een acuut ziektebeeld met sloomheid, koorts, verminderde eetlust en soms plotselinge sterfte. Bij de abortusvorm treedt abortus op in het laatste deel van de dracht, soms zonder voorafgaande duidelijke klinische verschijnselen bij het moederdier. De

incubatietijd verschilt per uitingsvorm; bij de neurologische vorm loopt het dier een infectie vaak enkele weken vóór het optreden van klinische verschijnselen op. Hierdoor is de oorspronkelijke bron niet altijd nog herkenbaar of beschikbaar op het moment dat de eerste gevallen worden gezien en kunnen gedurende een periode meerdere dieren klinisch ziek worden.

Voor preventie en beheersing is het van belang alert te zijn op mogelijke besmettingsbronnen in het voer en de omgeving. Bezoedeling met grond bij het inkuilen vergroot het risico op introductie van listeriabacteriën. Ook vochtige bijproducten kunnen, zeker bij onvoldoende

de bolus bij een deel van de dieren. Dit kan leiden tot lokale beschadiging, ontsteking en het versneld vrijkomen van inhoudsstoffen, waardoor de kans op (acute) toxiciteit toeneemt.

Dit incident onderstreept het belang van zorgvuldige toedieningstechniek bij het ingeven van bolussen en meer gerichte voorlichting door dierenartsen aan houders over correcte applicatie en risicofactoren. Tot slot is het zinvol om bij mineralenvoorziening een afweging te maken tussen bolustoepassing en rantsoen-/mineralenmanagement: bolussen zijn na toediening niet of nauwelijks reversibel en kunnen bij fouten in toepassing of bij een al hoge mineralenstatus het risico op intoxicaties vergroten.

hygiëne en opslagcondities, een omgeving bieden waarin listeriabacteriën zich kunnen handhaven of vermeerderen. Daarnaast kan verontreiniging van drinkwater bijdragen aan blootstelling.

Listeriose is een zoönose. Besmetting van mensen kan plaatsvinden door contact met geïnfecteerde dieren of besmet materiaal en via consumptie van producten van rauwe melk. Dit is met name relevant voor bedrijven die zelf melk verwerken en voor bedrijven met een publieksfunctie. Strikte hygiënemaatregelen, het correct verwerken van melk en bij voorkeur pasteurisatie van zuivelproducten zijn belangrijke maatregelen om het risico voor mensen te minimaliseren.

Foto 2, 3 Perforatie van keelwand waarbij mineraalbolus gevonden is op sectie (Bron: GD)

Uitval van opfoklammeren

In februari zijn lammeren ingestuurd voor pathologisch onderzoek vanwege een verhoogde uitval op een melkgeitenbedrijf. De sterfte trad aanvankelijk vooral op rond 1 tot 2 weken leeftijd, waarbij de lammeren luchtwegklachten vertoonden. Later werden ook lammeren van 2 tot 3 dagen oud getroffen waarbij acute sterfte werd gezien. Pathologisch onderzoek wees op sepsis,

door E. coli

waarbij een multiresistente Escherichia coli werd geïsoleerd.

Incidenteel worden op geitenbedrijven problemen gezien met (multi)resistente E. coli, leidend tot hoge sterfte onder jonge lammeren. In dit geval bleek uit een biestopnamecheck dat de passieve (maternale) immuniteitsoverdracht

onvoldoende was. Onvoldoende opname of kwaliteit van biest vergroot de kans op vroege, snel verlopende infecties en sepsis in de eerste levensdagen. De belangrijkste preventieve maatregelen zijn het optimaliseren van hygiëne- en biestmanagement rondom de geboorte.

Diergezondheidsbarometer kleine herkauwers

Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk

Korte omschrijving

Categorie Rustig1 Verhoogde attentie2 Nader onderzoek 3

Artikel 2.1.a en 2.1.b Aanwijzing dierziekten Regeling Diergezondheid/Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Law (EU) 2016/429 (Categorie A­ ziekte)

*

Besmettelijke pleuropneumonie bij geiten (CCPP)

(Mycoplasma capricolum subs. capripneumoniae)

Nog nooit in Nederland.

Mond-en-klauwzeer (MKZ) Geen MKZ in Nederland sinds 2001. Begin 2025 brak MKZ (serotype O) uit in Duitsland, Hongarije en Slowakije. Het aantal uitbraken bleef beperkt. Sinds april 2025 geen nieuwe uitbraken in Europa gemeld.

Infectie met het virus van de pest bij kleine herkauwers (peste des petits ruminants (PPR))

Infectie met Rift Valley koorts virus (RVF)

Nog nooit in Nederland. Meerdere uitbraken in Europa sinds juli 2024. In Hongarije, Bulgarije, Griekenland en Roemenië recent geen nieuwe uitbraken. Situatie lijkt stabiel. In juni 2025 meerdere uitbraken in Albanië. In juli één bevestigde uitbraak in Kosovo. In december uitbraken in Kroatië.

Nog nooit in Nederland.

Schapen- en geitenpokken (SGP) Nog nooit vastgesteld in Nederland. Vanaf oktober 2023 meerdere uitbraken in Griekenland en recent meerdere uitbraken in Bulgarije, Roemenië en Griekenland.

A+D+E * >>

Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk

Korte omschrijving

Vervolg tabel

Categorie Rustig1 Verhoogde attentie2 Nader onderzoek 3

Artikel 2.1.a en 2.1.b Aanwijzing dierziekten Regeling Diergezondheid / Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Law (EU) 2016/429 (Categorie B t/m E)

Infectie met Brucella abortus, B. melitensis

Nederland behoudt daarmee haar vrijstatus. De aantallen voor de steekproef van 2025 zijn behaald en alle uitslagen waren negatief.

Infectie met het rabiësvirus Zeer zelden vastgesteld bij vleermuizen.

Infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)

Sinds september 2023 uitbraak van BTV-3 verspreid over Europa met ernstige problemen op schapenbedrijven en, in mindere mate, op rundvee- en geitenbedrijven.

B+D+E *

B+D+E *

In 2024 BTV-12 op een beperkt aantal bedrijven in Nederland en later dat jaar ook in het Verenigd Koninkrijk. Vanaf juli 2025 in Europa uitbraken van BTV-1, -3, -4, -5, -8. In Nederland in 2025 geen bevestigde klinische verdenkingen. C+D+E *

*

Epididymitis bij schapen (Brucella ovis)

Infectie met Mycobacterium tuberculosis- complex

(M. bovis, M. caprae, M. tuberculosis)

Miltvuur (Bacillus anthracis)

Paratuberculose (Mycobacterium avium subs. paratuberculosis)

Q-koorts (Coxiella burnetii )

Onderzoek van rammen in kader van export. Niet eerder bevestigd in Nederland.

Sinds 1999 is Nederland officieel tuberculose vrij.

Laatst gemelde uitbraak in 1993 bij runderen. Sindsdien geen besmettingen vastgesteld.

Regelmatig gevallen vooral bij (melk)geiten en een enkele keer bij schapen.

In 2016 is het laatste melkgeitenbedrijf vrij verklaard van een infectie met C. burnetii. In 2024 werd Q-koorts vastgesteld op een melkschapenbedrijf in Bakel en in het voorjaar van 2025 C. burnetii aangetoond in de placenta van een geïmporteerd schaap op een hobbybedrijf. In 2025 bij een koppel bosrendieren in een dierentuin abortus als gevolg van Coxiella burnetii vastgesteld. Er is daarna een meldingsplicht voor kamelen en hertachtigen ingevoerd.

Echinococcose Sinds 2023 niet meer aangetoond in de sectiezaal.

Trichinellose Geen gevallen van trichinellose bij schapen of geiten bekend.

Artikel 2.1.c Aanwijzing dierziekten ‘Regeling Diergezondheid’ van Wet Dieren

Overdraagbare TSE’s (scrapie, BSE) In de afgelopen jaren geen gevallen meer bij schapen. Bij geiten eerste geval van scrapie in 2000 en het laatste geval in 2001.

In 2025 is in het Verenigd Koninkrijk op een schapenbedrijf klassieke scrapie vastgesteld. Het betrof een enkel dier.

Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk

Korte omschrijving

Artikel 3a.1 Melding zoönosen ‘Regeling Houders van Dieren’ van Wet Dieren

Campylobacteriose (Campylobacter spp.)

Leptospirose (Leptospia Hardjo)

Listeriose (Listeria spp.)

Salmonellose (Salmonella spp.)

Yersiniose (Yersinia spp.)

Toxoplamose (Toxoplasma gondii )

Overige OIE lijst ziekten

Enzoötische abortus (Chlamydia abortus)

Enkele gevallen per jaar. Met name bekend als oorzaak van abortus bij met name schapen.

Al jaren geen gevallen bij schapen en geiten.

Encefalitis door Listeria monocytogenes komt regelmatig voor bij schapen , vooral bij melkgeiten. Jaarlijks melding op melkgeitenbedrijven van listeriose problemen. Onbekend is hoe lang uitscheiding van listeriabacteriën in melk plaatsvindt.

Zowel L. monocytogenes als L. ivanovii kunnen abortus veroorzaken bij schapen en geiten.

Sinds 2016 op meerdere bedrijven recidiverende en massale sterfte bij lammeren op melkgeitenbedrijven veroorzaakt door een multiresistente S. Typhimurium. In 2025 is Salmonella Typhimurium op twee gerelateerde bedrijven aangetoond bij melkgeitenlammeren en Salmonella enterica suspecies enterica Bovismorbificans (type C) bij lammeren op een melkgeitenbedrijf.

Enkele gevallen per jaar. Aangetoond als oorzaak van diarree, sterfte en abortus.

Enkele bevestigde gevallen per jaar maar waarschijnlijk een van de meest voorkomende oorzaken van abortus. Seroprevalentie is eerder hoog gebleken bij schapen en geiten.

Bij geiten en schapen al jaren één van de belangrijkste oorzaken van abortus. Verspreiding tussen bedrijven via besmet vrouwelijk fokmateriaal. Zeer lastig te bestrijden wanneer eenmaal geïntroduceerd in een koppel. Enzoötische abortus is een zoönose en daarmee één van de belangrijkste redenen waarom zwangere vrouwen en aflammerende kleine herkauwers niet samengaan.

Caprine arthritis encephalitis (CAE)

Zwoegerziekte (maedi/visna-virus (MVV))

Tularemie (Francisella tularensis)

Veel voorkomende aandoening waarvan het veroorzakende virus zich op grote en kleine bedrijven soms anders gedraagt. Bron introductie niet altijd duidelijk.

Belangrijk(st)e infectieuze aandoening op (grote) schapenbedrijven.

Sinds 2011 regelmatig besmette hazen en enkele humane tularemie patiënten in Nederland.

Vervolg tabel

Categorie Rustig1 Verhoogde attentie2 Nader onderzoek 3

pilotonderzoek 2025 naar

Chlamydia spp. bij kleine herkauwers in het kader van abortus

pilotonderzoek 2026 naar

Chlamydia abortusantistoffen in tankmelk bij melkgeiten.

Nader onderzoek naar de bij mens en dier gevonden types is gewenst.

Royal GD

Arnsbergstraat 7

Postbus 9, 7400 AA Deventer

Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk

T. 088 20 25 500

info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl

Korte omschrijving

Vervolg tabel

Categorie Rustig1 Verhoogde attentie2 Nader onderzoek 3

Mycoplasma agalactiae Nog nooit in Nederland. *

Nairobi sheep disease Nog nooit in Nederland. * Heartwater (Ehrlichia ruminantium) Nog nooit in Nederland.

Infecties met schmallenbergvirus (SBV)

Uit monitoring

CCDD bij melkgeiten

Chlamydia abortus op melkschapenbedrijf

Uitval schapen na inbrengen mineralenbolus

Sinds 2011 jaarlijks SBV-besmettingen met aangeboren afwijkingen van lammeren tot gevolg. Uitsluiten van andere mogelijke oorzaken belangrijk om introductie van andere virussen uit de groep van Bunyaviridae vroegtijdig op te sporen.

Caprine Contagious Digital Dermatitis (CCDD) is een infectieuze oorzaak van kreupelheid bij (melk)geiten.

De etiologie is niet geheel duidelijk.

Chlamydia abortus aangetoond in een verworpen vrucht van een melkschapenbedrijf.

Verhoogde uitval van schapen naar aanleiding van toedienen mineralenbolus. Vermoedelijk door onjuist positionering boluspistool.

Listeriose bij melkgeiten Encefalitis door Listeria monocytogenes komt rondom aflamperiode regelmatig voor bij melkgeiten. Mogelijk dat verminderde afweer een rol in de pathogenese speelt. Listeria monocytogenes is een zoönose.

1 Rustig: geen actie vereist of actie leidt naar verwachting niet tot een duidelijke verbetering.

2 Verhoogde attentie: attendering op een bijzonderheid.

3 Nader onderzoek: nader onderzoek is lopend of gewenst.

Monitoring Diergezondheid

Royal GD voert sinds 2002 de diergezondheidsmonitoring in Nederland uit in nauwe samenwerking met onder andere de diersectoren, het bedrijfsleven, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. De informatie die in de monitoring wordt gebruikt, wordt op verschillende manieren verzameld waarbij het initiatief gedeeltelijk bij dierenartsen en veehouders en gedeeltelijk bij GD ligt. De informatie wordt integraal geïnterpreteerd om de doelstellingen van de monitoring, het snel signaleren van diergezondheidsproblemen enerzijds en het volgen van trends en ontwikkelingen anderzijds, te bereiken. Samen werken we aan diergezondheid in belang van dier, dierhouder en samenleving.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veekijkernieuws kleine herkauwers april 2026 by Royal GD - Issuu