Skip to main content

Hippische Ondernemer 2026-nummer 3

Page 1


Nieuws en mededelingen

MONITORING WESTNIJLVIRUS WEER VAN START

Westnijlvirus (WNV) rukt al decennialang op in Europa. In 2020 werden in Nederland de eerste besmettingen bij muggen, vogels en mensen vastgesteld. In 2025 werd WNV voor het eerst gevonden bij paarden die in Nederland besmet waren geraakt. Het virus wordt overgebracht door muggen. De meeste besmette paarden krijgen lichte koorts, zijn lusteloos en eten slecht. Ongeveer tien procent vertoont zenuwverschijnselen, variërend van spiertrillingen tot ernstige ataxie.

WNV OPSPOREN

Paarden ontwikkelen na infectie vaker neurologische klachten dan mensen. Daardoor kunnen besmettingen bij paarden dienen als waarschuwing voor de humane gezondheidszorg. Vroege opsporing van WNV-circulatie is daarom belangrijk. Syndroomsurveillance bij paarden met zenuwverschijnselen speelt hierbij een belangrijke rol.Dierenartsen kunnen tijdens het muggenseizoen, van mei tot en met november, serum- en EDTA-bloedmonsters van paarden met neurologische verschijnselen opsturen naar GD. De monsters worden onderzocht op antilichamen tegen WNV Dankzij ministeriële financiering is dit onderzoek kosteloos, mits de paardeneigenaar toestemming geeft.

MELDINGSPLICHTIG

Omdat WNV meldingsplichtig is, neemt de NVWA bij een bevestigde acute infectie contact op met de dierenarts of eigenaar. Omdat het paard WNV niet verder kan overbrengen naar andere dieren of de mens, hebben bevestigde infecties géén gevolgen voor de betreffende paarden of de locaties waarop zij verblijven.

Veelgestelde vraag:

DE GEMEENTE GEEFT EEN KOOKADVIES AF VANWEGE VERONTREINIGD KRAANWATER.

MOGEN PAARDEN DIT WATER DAN NOG WEL DRINKEN?

Deze pagina's zijn een bijdrage van:

Royal GD Postbus 9 7400 AA Deventer 088 20 25 500 (optie 5) redactie@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl

Redactie: Eva Dieterman dierenarts paard

Linda van den Wollenberg specialist inwendige ziekten paard

Emiel Schiphorst businessmanager

Marije Stomps eindredacteur

Onze experts zijn bereikbaar voor vragen van practici over paardengezondheid, interpretatie van uitslagen en in te zetten onderzoeken. Ook geven zij graag informatie over nieuwe testen, pakketten en actuele zaken. Tips voor dit katern zijn natuurlijk ook van harte welkom.

Eva Dieterman, Dierenarts Paard: “Om deze vraag te beantwoorden moet eerst duidelijk zijn met welke bacterie het water is besmet en in welke concentratie. Deze gegevens zijn op te vragen bij de gemeente of bij de waterleverancier, zoals Vitens. Begin 2026 speelde dit bijvoorbeeld in Leusden, waar enterokokken in het drinkwater werden aangetroffen. Enterokokken kunnen ziekte veroorzaken, maar zijn doorgaans onschuldig. Ze komen van nature voor in de darmen en zitten ook in veel gefermenteerde producten. In de omgeving zijn ze alom aanwezig, waardoor mens en dier er dagelijks mee in contact komen. De aanwezigheid in leidingwater wijst er echter op dat de kwaliteit van het leidingwater niet gegarandeerd is en dat er mogelijk andere verontreinigingen zijn. De normen voor leidingwater zijn zeer streng, terwijl die voor veedrinkwater aanzienlijk ruimer zijn; soms tot een factor 100 verschil. Voor dieren die naast leidingwater ook regelmatig oppervlaktewater opnemen, zoals uit sloten of plassen, vormt licht verontreinigd water doorgaans geen probleem. Dit is maar goed ook, want een volwassen paard drinkt gemiddeld zo’n 30 liter water per dag.

Drinkwaterkwaliteit vaak blinde vlek

Het is een onderwerp waar je niet zo snel over nadenkt: drinkwater voor paarden. Toch is goede waterkwaliteit niet altijd vanzelfsprekend en kunnen er zelfs gezondheidsproblemen bij paarden door ontstaan. Wees hier alert op! Zo nodig kan Royal GD worden ingeschakeld voor onderzoek en advies.

Voor veel paardenhouders is voerkwaliteit een vanzelfsprekend aandachtspunt. Als het gaat om water, ligt dat anders. “Waterkwaliteit is minstens zo belangrijk, maar men is zich er niet altijd van bewust dat het niet vanzelfsprekend is dat water van goede kwaliteit is”, zegt Marion Veldman, buitendienstmedewerker diergezondheid bij GD met de focus op water. “Terwijl water een eerste levensbehoefte is voor paarden. Als het water niet goed is, bestaat de kans dat paarden er minder van opnemen, want het zijn kieskeurige drinkers. Minder drinken kan leiden tot gezondheidsproblemen, van verminderde prestaties tot darmstoornissen. Dat wil je natuurlijk niet.”

DRINKBAKCHECK

Veldman is binnen GD vooral actief in de rundveesector, maar op het gebied van drinkwaterkwaliteit ook het aanspreekpunt voor paardenhouders. “Zij weten ons steeds beter te vinden, we krijgen wekelijks vragen. Vaak wil men uitleg over de uitslag van een wateronderzoek.” Het meest aangevraagde wateronderzoek bij GD is de Drinkbakcheck. “Hiermee kan je goed inzicht krijgen in de kwaliteit van het water dat je paarden drinken. Het omvat

bacteriologisch onderzoek, zoals een bacterietelling, en een chemisch gedeelte, waarbij wordt onderzocht wat de gehaltes van bijvoorbeeld ijzer, mangaan, ammonium, nitriet en natrium in het water zijn, evenals de hardheid en de pH-waarde.” Wanneer weet je als paardenhouder dat het tijd wordt om het drinkwater voor de paarden te checken? Ten eerste maakt het groot verschil waar het water vandaan komt. “Over het algemeen is leidingwater veilig. Tenslotte moet de kwaliteit daarvan ook voldoende zijn voor menselijke consumptie. Leidingwater komt eigenlijk altijd goed en schoon binnen op een adres, maar daarna kan het toch nog wel eens misgaan. Bepaalde factoren kunnen zorgen voor bacteriologische verontreiniging in tyleenleidingen, hierdoor kunnen de waterbakken ook verontreinigd raken.”

OPPERVLAKTE- EN BRONWATER

Oppervlakte- en/of bronwater geven een grotere kans op problemen. Volgens Veldman krijgen nog best veel paarden water van die herkomst verstrekt. "Denk aan jonge paarden die op afstand van de stal worden geweid. Zij drinken uit de sloot of een meertje. In zo’n geval is het zeker raadzaam om jaarlijks wateronderzoek te laten doen. Oppervlakte- en

slootwater kan namelijk schommelen in kwaliteit. Dit kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld verandering van het waterpeil, overstromingen of weersinvloeden.

Een watermonster is dus een momentopname: als het water nu goed is, kan dat over een half jaar of jaar anders zijn”, stelt Veldman.

Er zijn ook stallen waar de paarden opgepompt bronwater te drinken krijgen. “Het is afhankelijk van het gebied hoe de waterkwaliteit is. Op de Veluwe en in Brabant is bronwater vaak heel mooi schoon. Een bron wordt altijd getest voor deze in gebruik wordt genomen. Er zijn ook gebieden waar de grondwaterkwaliteit

Tekst: Marije Stomps
Marion Veldman

minder goed is. Er kan bijvoorbeeld veel ijzer aanwezig zijn in het water. IJzerovermaat geeft diergezondheidsrisico’s.

Paarden slaan het te veel aan ijzer namelijk op in de lever. Wanneer dit jarenlang gebeurt, kan het leiden tot leverschade. Melkveehouders werken vaak met waterzuiveringssystemen, maar omdat paarden in verhouding niet zoveel drinken als melkkoeien, is het aanschaffen van zo’n systeem niet snel rendabel voor paardenhouders."

OP HET OOG

Een risico waar alle paardenhouders mee te maken kunnen krijgen, is verontreiniging van stilstaand water in een drinkbak. “Dat kan best snel verontreinigd raken, ook al is het leidingwater. Zeker bij hoge temperaturen.”

Volgens Veldman kan iedereen zelf een eerste inschatting maken over hoe het gesteld is met de waterkwaliteit. “Op het oog is al best wat te zien: is de drinkbak schoon of vervuild? Vul eens een glas met water en kijk er goed naar: is het water helder, is er bezinksel, welke kleur heeft

het water, hoe ruikt het? Water met veel bacteriën ruikt niet lekker. Bruin water kan een teken zijn van ijzer, maar dat hoeft niet. Ook kleurloos water kan teveel ijzer bevatten. Zwarte puntjes kunnen duiden op mangaan, dat is goed zichtbaar in een witte emmer. In de rundveehouderij zeggen we: als je het water zelf niet durf te drinken, is het tijd voor actie. Bijvoorbeeld de drinkbak schoonmaken of wateronderzoek laten doen.”

METEN IS WETEN

Veldman ervaart dat paardenhouders steeds vaker preventief wateronderzoek laten doen, een positieve ontwikkeling. Toch komt het nog regelmatig voor dat,

WATERONDERZOEK BIJ GD

Goed drinkwater is essentieel voor paarden. Royal GD biedt verschillende pakketten en onderzoeken aan om water te laten testen op de belangrijkste chemische parameters en bacteriologische verontreinigingen. Voorbeelden zijn de Drinkbakcheck en het pakket zware metalen. Scan voor meer informatie de QR-code.

als paarden vage klachten vertonen, pas als allerlaatste aan het water wordt gedacht. “Terwijl dit wel de ontbrekende schakel kan zijn. Het water hoeft niet meteen problemen te veroorzaken, maar het verbeteren van de kwaliteit kan op termijn wel verschil maken. Hoe de waterkwaliteit echt is, ontdek je alleen door het te laten onderzoeken. Meten is weten. Als er uit analyse blijkt dat de waterkwaliteit voor verbetering vatbaar is, kunnen we daar praktisch advies bij geven. Soms is het heel eenvoudig, vaker schoonmaken, soms is het ingrijpender, zoals overstappen op een andere waterbron. Je paarden hebben er baat bij”, besluit Marion Veldman.

ONDER DE LOEP:

Eikenprocessierups: aandachtspunten voor hippische bedrijven en dierenartsen

In het voorjaars- en zomerseizoen neemt de kans toe op blootstelling van paarden aan de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea). Deze rups komt sinds begin jaren negentig jaren structureler voor in Nederland en profiteert van warmere, drogere winters en het grote aanbod aan eikenbomen. Vooral in de periode juni en juli, wanneer de rupsen hun brandharen loslaten, kunnen gezondheidsproblemen ontstaan bij mens en dier.

De larven zijn vanaf eind april actief en ontwikkelen na hun derde vervelling microscopisch kleine brandharen (0,2-0,3 mm). Een volgroeide rups kan tot een miljoen brandharen bevatten. Deze brandharen vormen een afweermechanisme; de rups laat de brandharen los als hij zich bedreigd voelt. De brandharen hebben weerhaakjes die zich in de huid, keel en ogen kunnen vastzetten. Naast de rupsen zelf vormen (vooral oude) nesten nog jarenlang een bron van risico. Brandharen uit nesten kunnen via de wind tot wel 100 meter worden verspreid en in weilanden, drinkwater of ruwvoer terechtkomen.

Bij paarden wordt, als gevolg van opname van brandharen, irritatie van het mond- en keelslijmvlies het meest gemeld. Klinische verschijnselen zijn onder meer overmatig speekselen, zwelling van het hoofd en soms slikproblemen. Brandharen kunnen zich vastzetten in slijmvliezen en mogelijk ook in slokdarm, longen of darmen, waar zij lokale ontsteking kunnen veroorzaken. Een direct en bewezen verband met koliek of diarree is tot op heden niet aangetoond; de klinische reactie verschilt per paard en hangt af van de opgenomen hoeveelheid en individuele gevoeligheid. Huidproblemen worden bij paarden zelden gezien, omdat de vacht voldoende bescherming biedt. Bij verdenking op blootstelling is het aan te raden de mond voorzichtig uit te spoelen (met persoonlijke bescherming). Veterinaire behandeling kan bestaan uit een injectie tegen de allergische reactie en eventueel pijnstilling. Bij vermoedelijke hoge opname van brandharen kan laxeren met paraffine overwogen worden.

Voor hippische bedrijven ligt de nadruk op preventie: inspecteer weides en bomen, voorkom begrazing en ruwvoerwinning onder aangetaste eiken en laat nesten altijd verwijderen door gespecialiseerde bedrijven. Wegspuiten met water wordt afgeraden, vanwege extra verspreiding van brandharen; ecologisch verantwoorde maatregelen zoals natuurlijke vijanden (bijvoorbeeld koolmezen) verdienen de voorkeur.

Tekst : Linda van den Wollenberg
Tara de Haan, projectleider
Emiel Schiphorst, businessmanager
Carlijn ter Bogt, project- en productmanager
Eva Dieterman, dierenarts paard

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hippische Ondernemer 2026-nummer 3 by Royal GD - Issuu