Skip to main content

Hippische Ondernemer 2026-nummer 2

Page 1


Nieuws en mededelingen

WEBINAR VOOR PAARDENHOUDERS IN DROES AWARENESS WEEK

In mei vindt de internationale Droes Awareness Week weer plaats. Verschillende landen in Europa nemen deel aan deze campagne. Het doel is meer bewustwording creëren over de ziekte, uitbraken voorkomen en paarden gezond houden. In het kader van deze week organiseert Anymal –van de gelijknamige app om hobbydieren te beheren – op woensdagavond 13 mei van 19.30 tot 20.30 uur een interessant gratis webinar voor paardenhouders over droes.

Sprekers en praktijkcasus

Het webinar biedt een combinatie van theorie en praktijk. Drie sprekers delen hun kennis. In de eerste lezing wordt uitgelegd wat droes precies is, welke symptomen je moet herkennen en waarom vroege signalering zo belangrijk is. Daarna volgt een praktijkcasus, waarin wordt verteld over een echte uitbraak, de aanpak en de lessen die hieruit zijn geleerd. Tot slot wordt er ingegaan op bioveiligheid en preventieve maatregelen, zodat je weet hoe je jouw stal en paarden het beste kunt beschermen.

Praktische kennis

Het webinar is bedoeld voor iedereen die met paarden werkt of paarden houdt en praktische tips wil krijgen om infecties te voorkomen en verspreiding van droes te beperken. Deelname levert actuele kennis op die je direct kunt toepassen in de dagelijkse praktijk. Voor data, tijden en inschrijving kun je terecht op www.any-mal.com. Mis deze kans niet om je kennis te vergroten en actief bij te dragen aan de gezondheid van je paarden.

Veelgestelde vraag:

IS NATUURHOOI BETER VOOR PAARDEN DAN ‘GEWOON’ HOOI?

Deze pagina's zijn een bijdrage van:

Royal GD Postbus 9 7400 AA Deventer 088 20 25 500 (optie 5) redactie@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl

Redactie: Eva Dieterman dierenarts paard

Linda van den Wollenberg specialist inwendige ziekten paard

Emiel Schiphorst businessmanager

Marije Stomps eindredacteur

Onze experts zijn bereikbaar voor vragen van practici over paardengezondheid, interpretatie van uitslagen en in te zetten onderzoeken. Ook geven zij graag informatie over nieuwe testen, pakketten en actuele zaken. Tips voor dit katern zijn natuurlijk ook van harte welkom.

Tara de Haan, projectleider afdeling Paard: “Natuurhooi is vaak afkomstig uit natuurgebieden. Deze zijn meer gevarieerd van samenstelling dan boerenweilanden en worden niet of nauwelijks bemest. Daardoor zitten er meestal meer verschillende kruiden, grassoorten en andere planten in het hooi. Dit kruidenrijke hooi hoeft niet per se beter voor een paard te zijn. Je weet namelijk vaak niet precies welke planten erin zitten. Daarnaast is dit ruwvoer nogal eens arm aan eiwit en dus niet voor alle types paarden voldoende voedzaam. Als het natuurgebied waar het hooi vandaan komt, niet is gecontroleerd op giftige planten, kunnen er planten als Jacobskruiskruid of herfsttijloos in het hooi zitten. Paarden (en ook hun eigenaren) herkennen deze planten als ze gedroogd zijn niet altijd, maar ze zijn nog steeds giftig en schadelijk. Om problemen te voorkomen, is het dus raadzaam om natuurhooi op giftige planten te laten checken. Dit kan bij GD. Houd er rekening mee dat elke baal net wat anders kan zijn qua samenstelling. Natuurhooi voeren aan paarden kan dus wel, maar het is goed om te weten wat erin zit.”

Vergiftiging: verborgen risico in ruwvoer

Ruwvoer is onmisbaar in het paardenrantsoen, maar hierin kunnen soms ook schadelijke stoffen zitten. Als een paard onbestemde klachten krijgt, wordt er niet altijd aan het ruwvoer als bron gedacht. Toch is het in sommige gevallen goed hier rekening mee te houden.

De grootste toxische dreiging in ruwvoer komt van giftige planten.

Deze kunnen in het weiland staan waar paarden grazen, of op een perceel dat wordt gemaaid voor hooi of voordroog. De meest bekende giftige plant is waarschijnlijk Jacobskruiskruid, maar dat is zeker niet de enige, weet Deon van der Merwe, veterinair toxicoloog bij Royal GD. “Alle kruiskruidsoorten zijn min of meer giftig voor paarden en dat geldt ook voor sommige leden van de ruwbladigenfamilie. Een voorbeeld is gewone smeerwortel, deze groeit vaak langs de kant van de weg of langs de sloot. Ook kruidenrijke zaadmengsels, bedoeld om insecten aan te trekken, bevatten soms voor paarden giftige planten, zoals slangenkruid, phacelia en boragie. Al deze planten bevatten pyrrolizidine-akaloïden (PA’s). Deze kunnen ernstige leverschade bij paarden veroorzaken.”

TAXUS EN ESDOORN

Tuinafval kan je ook beter ver bij paarden vandaan houden, zo is taxus (Taxus baccata) extreem giftig. Van een paar takjes kan een paard al doodgaan. In hooi uit natuurgebieden kunnen giftige planten als lidrus (Equsetum palustre, uit de paardenstaartfamilie), gevlekte scheerling

(Conium maculatum, uit de schermbloemenfamilie) en doornappel zitten. Ook herfsttijloos kan in hooi terechtkomen en is zeer giftig. In Nederland komt deze plant alleen in de natuurgebieden van Zuid-Limburg voor, maar in hooi uit andere landen, zoals bijvoorbeeld uit de Duitse Eiffel, kan deze plant wel aanwezig zijn. Het opeten van zaden, bladeren of zaailingen van de esdoorn – een veel voorkomende boom in Nederland – kan atypische myopathie, een levensbedreigende spierziekte bij paarden, veroorzaken. Meestal treedt intoxicatie op door opname in de weide, maar delen van de plant kunnen ook in ruwvoer terechtkomen als graspercelen grenzen aan esdoornrijke lanen of bosranden.

INSTUREN VOOR

ONDERZOEK

Verdachte plantdelen kunnen naar Royal GD worden ingestuurd voor macroscopisch botanisch onderzoek. Ook als een paard is overleden en de mogelijke doodsoorzaak is vergiftiging, kan pathologisch onderzoek uitkomst bieden. Meer weten? Kijk dan op: www.gddiergezondheid.nl/nl/ Diergezondheid/Management/ Giftige-planten

GRADATIES VAN GIFTIGHEID

Vaak hebben verse giftige planten een bittere smaak of sterke geur. Paarden zullen ze daardoor niet snel opeten tijdens het grazen. Als er echter weinig gras in de weide staat, dan kan het zijn dat paarden toch van de minder smakelijke planten eten. Als deze giftige planten in het hooi terechtkomen, is het nog steeds oppassen geblazen. Het is namelijk niet per se zo dat het droogproces de giftige planten onschadelijk maakt, maar het wordt wel moeilijker voor de paarden om ze te herkennen. Van der Merwe: “De onaangename smaak en geur van giftige planten verdwijnt vaak na het maaien, drogen of inkuilen. Daardoor kunnen paarden ze niet altijd meer onderscheiden in gedroogde toestand in het hooi en eten ze toch op.”

Hoe giftig de verschillende planten zijn, verschilt. “Sommige planten zijn alleen giftig als ze vers zijn. Eenmaal gedroogd zijn ze minder of helemaal niet meer giftig. Dit geldt echter niet voor de eerder genoemde alkaloïden zoals Jacobskruiskruid, gevlekte scheerling, taxus, doornappel en planten van de nachtschadefamilie. Deze blijven giftig, dus ook gedroogd in ruwvoer.”

Tekst: Marije Stomps

Paarden kunnen giftige planten in hooi niet altijd onderscheiden, want soms zijn de onaangename smaak en geur door het droogproces verdwenen. De plant kan echter nog steeds giftig zijn.

SCHIMMELS

Niet alleen planten kunnen er de oorzaak van zijn dat er giftige stoffen in ruwvoer terechtkomen. Soms is een chemisch proces de boosdoener. “Als voer op een vochtige plek wordt opgeslagen, kunnen zich mycotoxines vormen. Dit zijn giftige stoffen die worden geproduceerd door bepaalde schimmels. Dit gebeurt sneller bij zetmeelrijke granen, zoals mais, maar ook op hooi dat onder verkeerde omstandigheden wordt opgeslagen kunnen schimmels groeien.”

Net als bij giftige planten is het lang niet altijd duidelijk te zien en te ruiken dat er schimmels aanwezig zijn in hooi of voordroog.

KLACHTEN EN ANAMNESE

Heeft een paard giftige stoffen via het ruwvoer binnen gekregen, dan krijgt het vaak eerst maag- en darmklachten: verlies van eetlust, koliek en diarree. “In een later stadium treedt er vaak lever- en nierschade op, dit kun je met bloedonderzoek vaststellen. Ook kan er bijvoorbeeld

geelzucht ontstaan. Het wil dan nog niet direct zeggen dat vergiftiging de oorzaak van de klachten is, maar het stellen van een diagnose is wel van belang voor de verdere behandeling”, aldus Van der Merwe, die het belang van een snelle en juiste diagnose onderstreept. “Veel toxische stoffen kunnen binnen korte tijd ernstige schade aanrichten of zelfs dodelijk zijn. Omdat elk gif uniek is en symptomen kunnen variëren, is het stellen van een diagnose best uitdagend.

Als de vraag is of er giftige stoffen in het spel zijn, is het goed om naar de omgeving van het paard te kijken: is er een potentiële vergiftigingsbron aanwezig? Is men wat anders gaan voeren, hoe is het ruwvoer bewaard, wat is de kleur, geur en structuur, zitten er verdachte plantdelen in? Heeft het paard onlangs in een andere wei gestaan of zijn er andere veranderingen?”

Het is goed om hierbij het tijdspad in de gaten te houden, want vergiftigingssymptomen zijn meestal progressief.

GENEZEN EN VOORKOMEN

De aanpak van vergiftigingsklachten gaat stapsgewijs: Eerst zorg je ervoor dat het paard niet nog meer van de giftige stof binnenkrijgt, bijvoorbeeld door over te gaan op het voeren van een andere partij (gecontroleerd) ruwvoer. Daarna is het belangrijk om goed te kijken naar het individuele paard en zijn klachten. “Als een paard al diarree heeft, is bijvoorbeeld laxeren geen goed idee.” De behandeling van toxicologische klachten is meestal ondersteunend, aangezien er voor de meeste giftige planten geen tegengif bestaat. “Een uitzondering daarop vormen de cardioglycosiden, uit bijvoorbeeld vingerhoedskruid. Daar is een humaan tegengif voor. Dit is effectief, maar erg duur.”

De ondersteunende behandeling van vergiftigingsklachten kan bestaan uit pijnbestrijding, hulp bij temperatuurregulatie of het zorgen voor een zachte ondergrond om te liggen, als het paard verlammingsverschijnselen heeft. “Het is vooral belangrijk om naar het specifieke paard en zijn klachten en problemen te kijken en daarop in te spelen bij de behandeling”, aldus Van der Merwe, die aanstipt dat paardenhouders preventieve maatregelen kunnen treffen om vergiftiging via het ruwvoer te voorkomen. “Wees je bewust van de risico’s en de omstandigheden die kunnen leiden tot vergiftiging. Weet wat er in de weide staat en wees alert bij voedseltekort: dan eten paarden sneller giftige planten. Koop hooi bij een betrouwbare leverancier die kwaliteitscontroles doet. Binnen de EU gelden daarvoor strenge regels. Bij twijfel kan je het ruwvoer altijd laten testen.”

Bron: 'Toxicologische aspecten van ruwvoer’ uit het Tijdschrift voor Diergeneeskunde december 2024.

CASUS:

Virus blijkt onverwachte oorzaak van verhoogde leverwaardes bij sportpaarden

Op een sportstal met dertig springpaarden worden alle paarden met enige regelmaat preventief gescreend met behulp van uitgebreid bloedonderzoek. Tijdens een recente controle blijkt dat bij vijf paarden de leverenzymen verhoogd zijn. Deze dieren staan in dezelfde stalunit en hebben onderling direct contact in paddock en weide.

GEEN VOER OF WATER-OORZAAK

Vaker voorkomende oorzaken van verhoogde leverwaardes, zoals via ruwvoer opgenomen Jacobskruiskruid of ijzerintoxicatie via drinkwater uit een eigen bron, worden na beoordeling van de voersituatie en drinkwatervoorziening onwaarschijnlijk geacht. Om een infectieuze oorzaak uit te sluiten, wordt aanvullend bloedonderzoek uitgevoerd bij GD. De paarden worden, met hulp van het PCRpakket voor levervirussen, getest op equine hepacivirus en equine parvovirus-hepatitis. Bij vier van de vijf paarden wordt equine parvovirus aangetoond. Zes weken later, de paarden lopen inmiddels weer volop in de sport, wordt een controle bloedonderzoek uitgevoerd. De leverwaarden van alle paarden laten een duidelijke verbetering zien.

LEVERONTSTEKING DOOR VIRUS

Dat bij paarden virussen kunnen voorkomen die leverontsteking veroorzaken, is nog niet zo lang bekend. Hierdoor is er nog veel onduidelijk over het voorkomen van deze virussen en over de belangrijkste besmettingsroutes. Wel is bekend dat equine parvovirus-hepatitis kan leiden tot in ernst variërende leverontsteking. Dit varieert van subklinische infecties — waarbij uitsluitend verhoogde leverwaarden worden gevonden — tot ernstige ziektebeelden, met symptomen zoals verminderde eetlust, gewichtsverlies, sloomheid, prestatieverlies, geelzucht en in sommige gevallen koliek. Een klein percentage van de geïnfecteerde paarden ontwikkelt de ziekte van Theiler (Theiler’s disease), ook wel equine serum hepatitis genoemd. Dit is een zeer ernstige vorm van acute leverontsteking, waarbij de prognose vaak ongunstig is en een groot deel van de paarden overlijdt.

TESTEN OP LEVERVIRUSSEN

Bij bloedonderzoek worden regelmatig verhoogde leverwaarden bij vastgesteld. Mogelijke oorzaken hiervan zijn dus de eerder genoemde vergiftiging door toxische planten en ijzerstapeling door bijvoorbeeld verhoogde ijzerconcentraties in het drinkwater. Inmiddels is duidelijk dat levervirussen eveneens moeten worden overwogen als mogelijke oorzaak. GD biedt sinds 2026 een PCR-pakket aan waarin de twee inmiddels bekende levervirussen bij het paard zijn opgenomen: equine hepacivirus en equine parvovirus-hepatitis virus. Dit pakket kan worden ingezet als aanvullend onderzoek wanneer verhoogde leverwaarden worden vastgesteld zonder duidelijke oorzaak. Voor deze test volstaat het insturen van een serummonster.

Tara de Haan, projectleider
Emiel Schiphorst, businessmanager
Carlijn ter Bogt, project- en productmanager
Eva Dieterman, dierenarts paard

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hippische Ondernemer 2026-nummer 2 by Royal GD - Issuu