Samen werken aan diergezondheid
GD-magazine - mei 2019 - nummer 96
herkauwer
UIERGEZONDHEID MANAGEN
Interview met dierenarts Frank van de Vijver en veehouder Eric Schmitz
WAT EEN MONSTERS!
Mastitiskiemen onder de loep
REPORTAGE
Samen werken aan diergezondheid
WIST U DAT HET MOGELIJK IS OM TE VACCINEREN TEGEN MASTITIS?
Breek met het verleden
STARTVAC®, Polyvalent geïnactiveerd vaccin tegen rundermastitis, emulsie voor injectie. Samenstelling: Escherichia coli (J5) geïnactiveerd > 50 RED60* Staphylococcus aureus (CP8) stam SP 140 geïnactiveerd, die Slime Associated Antigenic Complex (SAAC) tot expressie brengt > 50 RED80** * RED60: Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) bij 60% van de dieren (serologie). ** RED80: Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) bij 80% van de dieren (serologie). Indicaties: Voor gebruik in gezonde koeien en vaarzen, om het optreden en de ernst van de verschijnselen van klinische of subklinische mastitis veroorzaakt door Staphylococcus aureus, coliformen of coagulase-negatieve stafylokokken te verminderen. Toedieningsweg: Intramusculair gebruik. De injecties dienen bij voorkeur afwisselend aan beide zijden van de nek gegeven te worden. Dosering: Dien een dosis (2ml) toe door middel van een diepe intramusculaire injectie in de nekspieren op 45 dagen voor de verwachte afkalfdatum en dien een maand daarna een tweede dosis toe (minimaal 10 dagen voor afkalven). Een derde dosis moet 2 maanden hierna toegediend worden. Het hele vaccinatieprogramma moet elke dracht herhaald worden. Bijwerkingen: Er kunnen na toediening van één dosis vaccin lichte tot matige, voorbijgaande, plaatselijke reacties optreden. Dit zijn voornamelijk: zwelling (gemiddeld tot 5 cm2), die binnen 1 of 2 weken verdwijnt. In sommige gevallen kan er ook pijn optreden op de plaats van de injectie, die spontaan in maximaal 4 dagen verdwijnt. Er werden na toediening van een overdosis vaccin geen andere bijwerkingen bij de dieren waargenomen dan de bijwerkingen waargenomen na toediening van een enkele dosis vaccin. Contra-indicaties: Geen. Wachttijd: Geen. Speciale voorzorgsmaatregelen: Alleen gezonde dieren dienen geïmmuniseerd te worden. Het vaccin vóór toediening op een temperatuur van +15°C tot +25 °C laten komen. Schudden voor gebruik. Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneeskundig product aan de dieren toedient: Dit product bevat minerale olie. Accidentele injectie/zelf-injectie kan ernstige pijn en zwelling tot gevolg hebben, vooral in geval van injectie in een gewricht of vinger; zonder snel medisch ingrijpen kan dit in zeldzame gevallen leiden tot verlies van de betrokken vinger. Kan tijdens de dracht en lactatie worden gebruikt. Gekoeld bewaren en transporteren (+2 tot +8 °C) en beschermen tegen licht. Niet in de vriezer bewaren. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de bijsluiter in de verpakking. Verpakkingsgrootten: Kartonnen doos met 20 injectieflacons met elk 1 dosis. Kartonnen doos met 1 injectieflacon met 5 doses. Kartonnen doos met 1 injectieflacon met 25 doses. Nummer(s) van de vergunning(en) voor het in de handel brengen: EU/2/08/092/003; EU/2/08/092/004; 2/08/092/006. UDD. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: LABORATORIOS HIPRA, S.A. Avda. la Selva, 135. 17170 Amer (Girona), Spanje. Tel. (972) 430660 – Fax (972) 430661. Gebruik geneesmiddelen op een verantwoorde wijze.
HIPRA BENELUX
Nieuwewandeling 62, 9000 Gent, België Tel.: (+31) 23 533 25 26 • Fax: (+31) 23 540 11 25 • benelux@hipra.com • www.hipra.com
RU1904NLSV1
VACCINEER!
voorwoord
PRECISIE Bij de akkerbouwcollega’s is het woord al gemeengoed: precisielandbouw. Maar ook in de veehouderij raakt de term ingeburgerd en groeit de behoefte aan specifieke informatie, om zodoende zeer gericht te werk te kunnen gaan. Het is aan bedrijven als GD om de veehouders in deze behoefte te ondersteunen. Vandaar ook dat GD continu zoekt naar een verbetering van de bestaande diagnostiek en de ontwikkeling van nieuwe testen. In deze editie zien we hiervan mooie voorbeelden waar het gaat om het identificeren van de bacteriën die mastitis veroorzaken. Door steeds preciezer te zijn in het duiden van de ziekteverwekker is een veehouder in staat én qua preventie de juiste maatregelen te treffen én om indien behandelen nodig is om de het juiste antibioticum in te zetten. Die nauwgezetheid is niet alleen van waarde op individueel niveau. Door de ontwikkeling van Mastisis Tankmelk in combinatie met Bedrijfsantibiogram Mastitis is het ook mogelijk om
op koppelniveau vrij nauwkeurig aan te geven wie de boosdoeners zijn en voor welke werkzame stof het ‘beestje’ al dan niet gevoelig is. Het bijzondere van het boerenvak is dat een veehouder tegelijkertijd het vermogen moet hebben om uit te zoomen om te vermijden dat hij zich verliest in details. Jarno Talens laat in de reportage over zijn bedrijf zien hoe hij de mix tussen detail en grote lijnen gestalte heeft gegeven. Elk facet van diergezondheid heeft hij gewogen en verbeterd, met als prachtig resultaat twee honderdtonners. In mei bezoekt Koning Willem-Alexander GD in het kader van het honderdjarig bestaan van onze organisatie, die in 1919 in Leeuwarden het levenslicht zag. Aan dit bezoek gaat een minutieuze voorbereiding vooraf. Omdat we weten: precisie is een voorwaarde om te komen tot een prachtig eindresultaat, in dit geval om te komen tot een feestelijke bijeenkomst.
Bert de Lange, sectormanager rund
inhoud 04 Actueel 07 Kalender 08 Nitraat in het rantsoen
Bereikbaarheid U kunt GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur. Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief btw en 9,95 euro basiskosten.
11 Jubileumklantendag 100 jaar GD: 12
12 Reportage: Jarno Talens uit Hooghalen
Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: via het aanmeldformulier op www.gddiergezondheid.nl of telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. colofon Herkauwer is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren Redactie Sietske Haarman, Bert de Lange, Jet Mars, Marjolijn Waanders, Linda van Wuijckhuise | Beeldredactie Wendy van de Streek | Eindredactie Margreet Pasman | Redactieadres GD, Marketingsupport & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddiergezondheid.nl, www.gddiergezondheid.nl | Productiecoördinatie Senefelder Misset | Basisontwerp Studio Kaap | Vormgeving Dock35 Marketing, Doetinchem | Druk Senefelder Misset Doetinchem | Abonnementen Herkauwer wordt gratis toegezonden aan relaties van GD. Een jaarabonnement (vier nummers) voor personen buiten de doelgroep kost 19,20 euro (exclusief btw) | Advertenties Dock35 Media, T. 0314-35 58 52 | Verschijningsfrequentie vier keer per jaar | Suggesties Heeft u suggesties voor dit blad, dan kunt u deze via redactie@gddiergezondheid.nl doorgeven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever.
17 Wat een monsters! 18 Uit het lab: ELISA 21 Oorbiopten digitaal inschrijven 18
22 Veranderingen onderbouwen met tankmelkonderzoek
24 Monitoring: tussenklauwontsteking 26 Runderen aanvoeren? Denk aan uw status, voorkom insleep van dierziekten
ISSN: 1875a-2594 Wilt u dit blad niet meer ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven? Dat kan via 0900-1770 (lokaal tarief) en vraag naar klantdatabeheer, of stuur een e-mail naar brbs@gddiergezondheid.nl.
wat staat er op het programma?
29 Buitendienst ‘on the road’ 24
31 De boer op 32 Diergezondheid volgens Sierd Hornstra Herkauwer, mei 2019 - 3
Even voorstellen: Deon van der Merwe, veterinair toxicoloog
Deon van der Merwe
Guillaume Counotte
Vanwege het naderende vertrek van de huidige veterinair toxicoloog is Deon van der Merwe recent gestart bij GD. Deon neemt de werkzaamheden over van Guillaume Counotte, die vanaf medio mei mag gaan genieten van een welverdiend pensioen. Veterinaire toxicologie is een dun gezaaide expertise, waar toch geregeld een beroep op wordt gedaan door veehouders en dierenartsen. Het is onderdeel van de monitoring van diergezondheid, zodat toxicologische risico’s goed in beeld zijn. Deon van der Merwe rondde zijn opleiding tot dierenarts af aan de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Daarna werkte hij enige tijd in een dierenartsenpraktijk in Zuid-Afrika en later in het Verenigd Koninkrijk. Vanwege zijn interesse in de veterinaire farmacologie en toxicologie koos hij ervoor zijn doctoraat te doen aan de North Carolina State University in de Verenigde Staten. Hij doceerde toxicologie aan de Kansas State University en leidde de afdeling toxicologie van het Laboratorium voor Veterinaire Diagnostiek in Kansas. Deon schreef, samen met andere experts van GD op dat gebied, het artikel over nitraatstapeling in planten en het gevaar daarvan voor koeien. Kijk hiervoor op pagina 08 van deze Herkauwer.
4 - Herkauwer, mei 2019
Hebt u al een neosporawaarschuwingsbordje? Het weideseizoen staat voor de deur. Dat betekent zoals elk jaar dat de aandacht voor neospora weer toeneemt. Want niet alleen de koeien gaan naar buiten, ook wandelaars en hun honden trekken er weer meer op uit. Om wandelaars te attenderen op de risico’s van hondenpoep voor de gezondheid van uw koeien, heeft GD speciale waarschuwingsbordjes. De geëmailleerde, metalen bordjes kunnen geplaatst worden bij de ingang van een perceel of op een plek waar een wandel- of fietspad aan de percelen grenst. Neosporawaarschuwingsbordjes kosten 9,95 euro (exclusief btw en verzendkosten) en zijn te bestellen via de GD Webshop. BESTEL HET NEOSPORABORJE OP WWW.GDWEBSHOP.NL
Uw digitale facturen nu met iDEAL-optie Wist u dat u GD-facturen ook digitaal kunt ontvangen? U ontvangt ze dan per e-mail in pdf-formaat en direct betalen met iDEAL. U kunt uw facturen met uw Z login inzien en downloaden op Z factuur, een betrouwbare online facturenservice. Uw facturen digitaal ontvangen? Ga naar www.gddiergezondheid.nl/voorkeuren. Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met onze klantenservice: 0900-1770
actueel
Toelichting uitslag pathologisch onderzoek gewijzigd De tekst op de uitslag van het pathologisch onderzoek dat GD voor u uitvoert is gewijzigd. Wanneer u een dier inzendt voor pathologisch onderzoek ontving u voorheen een uitslag met een andere tekst dan uw dierenarts; GD vertaalde de veterinaire termen voor u in een algemene toelichting. Omdat dit in de praktijk voor verwarring blijkt te zorgen, ontvangt u voortaan een uitslag met exact dezelfde tekst als uw dierenarts. Heeft u vragen over de uitslag, neem dan contact op met uw dierenarts. Hij of zij heeft de uitslag ook ontvangen en kan u een nadere toelichting geven.
Heeft uw melkvee last van wormen? Dit is eenvoudig te meten via Worminfecties Tankmelk. De uitslag vertelt u of er sprake is van een besmetting en zo ja, met welke parasieten en in welke mate. Samen met uw dierenarts kunt u dan bepalen of behandeling en verandering van uw weidemanagement nodig is. Lees meer over Worminfecties Tankmelk in de bijlage bij deze Herkauwer.
Ophaaldienst sectiemateriaal feestdagen BVD Oorbiopten: bewaar oorbiopten maximaal twee weken en gekoeld Het gebruik van BVD-Oorbiopten is een snelle en efficiĂŤnte manier om BVD-virusdragers direct na de geboorte op te sporen. Het is belangrijk om de oorbiopten binnen twee weken in te sturen, u kunt ze maximaal twee weken in de koelkast bewaren. Wacht u langer, dan is de uitslag van het onderzoek niet meer betrouwbaar.
De ophaaldienst voor sectiemateriaal rijdt niet op 30 mei en 10 juni. Op deze dagen gelden de spoed- en consignatiediensten. De ophaaldienst haalt tegen het vaste spoedtarief (484,80 euro exclusief btw) de dieren op en bewaart ze gekoeld tot de eerstvolgende werkdag. BEKIJK DE FEESTDAGENPLANNING NOX OP
MEER UITLEG OVER HET NEMEN VAN OORBIOPTEN VINDT U OP
WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/
WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/BVDOORBIOPTEN
OPHAALDIENST-FEESTDAGEN
Herkauwer, mei 2019 - 5
VOOROP IN DIERGEZONDHEID
fosfor
koper
zink
m seleniu jodium
Minder of meer mineralen voeren? Met de Mineralencheck meet u wat uw koppel melkkoeien daadwerkelijk opneemt aan jodium, selenium, zink en koper. De uitslag vertelt u of u te veel, genoeg, of juist te weinig mineralen voert. Daarnaast geeft het inzicht in de fosforuitscheiding via tankmelk. Zo krijgt u grip op wat u voert én voorkomt u over- of onderdosering van mineralen. Goed voor de koe en voor uw portemonnee.
Meer weten? www.mineralencheck.nl
GD LOOPT VOOROP IN DIERGEZONDHEID VOOR GEZONDE VOEDING EN VITALE KOEIEN
kalender
Mineralenvoorziening in de weideperiode Mineralen zijn van groot belang voor de gezondheid en productie van uw koeien. Een onjuiste voorziening kan zich uiten in een doffe vacht, groeiachterstand, dode of zwak geboren kalveren, maar ook in meer mastitis en verminderde vruchtbaarheid en klauwgezondheid. Als problemen zich eenmaal voordoen, duurt het zeker vier tot acht weken voordat de mineralenstatus in de koe weer op peil is. Daarom is het belangrijk om ook tijdens de weidegang de mineralenvoorziening goed te blijven meten en indien nodig bij te sturen. Praktische tips: 1. Voorkom dat uw koeien met onvoldoende voorziening de weide in gaan, helemaal als u dag en nacht weidt. Eenmaal in de wei is bijsturen lastig. 2. Bekijk welke manier van mineralen verstrekken het beste bij uw bedrijfsvoering past, zoals toevoeging aan het krachtvoer, losse of gemengde mineralen bijvoeren, aangepaste bemesting of bolussen. 3. Bij beperkte weidegang is bijsturen op stal via krachtvoer of een mengsel een veelgebruikte en relatief eenvoudige manier. Denk daarbij ook aan voldoende structuur in het rantsoen in verband met lebmaagproblemen. Deze doen zich aan het begin van het weideseizoen vaker voor. 4. Zeker weten of de door u gekozen methode het gewenste effect heeft? Meet de mineralenvoorziening bij de koeien dan tussentijds in melk of bloed.
ZEKERHEID OVER DE MINERALENVOORZIENING VAN UW KOEIEN? WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/FIT
Uitscharen zonder statuswijzigingen Laat u uw jongvee of droogstaande koeien komend weideseizoen tijdelijk elders grazen? Dan is het wellicht verstandig gebruik te maken van de zogenaamde Uitschaar Eenheid. Daarmee voorkomt u dat u bij terugkomst van het vee op uw bedrijf wordt geconfronteerd met statuswijzigingen en extra onderzoeken. Een abonnement Uitschaar Eenheid heeft betrekking op bedrijven die op twee locaties rundvee huisvesten: op de ene locatie het melkvee en op de andere tijdelijk de overige dieren. Wanneer u gebruikmaakt van de Uitschaar Eenheid worden alle runderen op de betrokken locaties voor de GD-programma’s tijdelijk aangemerkt als één zogenoemd ‘rundveebeslag’. De Uitschaar Eenheid loopt van 1 april tot 1 december. Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met de GD-buitendienstmedewerker in uw regio.
MEI JUNI JULI
Parasieten in de weideperiode voorkomen? Het is gunstig voor kalveren om een lichte infectie met wormen op te doen. Zo bouwen ze weerstand tegen worminfecties op. Een zware worminfectie wil je daarentegen voorkomen, omdat dan groeiachterstand optreedt. Het is daarom gunstig om kalveren pas na 1 juni naar buiten te doen. Hoesten uw dieren tijdens het weideseizoen? De kans is groot dat het om longworm gaat. Stel samen met uw dierenarts zo snel mogelijk de diagnose (klinisch en daarna eventueel bevestigen door middel van mestonderzoek). Behandel de dieren vervolgens zo snel mogelijk om longschade en groeivertraging te voorkomen. De wormsleutel op onze website is een handige tool die u helpt te beslissen wanneer diagnostiek en eventuele behandeling van worminfecties op uw bedrijf zinvol zijn. Wilt u meer weten over het vóórkomen van worminfecties bij uw melkvee? Dat kan met Worminfecties Tankmelk. U kunt altijd tussentijds een tankmelkmonster insturen. De uitslagen hiervan kunt u gebruiken om (nu of volgend jaar) uw weide- en/of ontwormingsmanagement waar nodig aan te passen.
MEER LEZEN? KIJK OP
U VINDT DE WORMSLEUTEL OP
WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/UITSCHAAR-EENHEID
WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/WORMSLEUTEL
Herkauwer, mei 2019 - 7
Te veel nitraat in het rantsoen, wat kun je daaraan doen?
Nitraat is van nature aanwezig in planten. Planten hebben het nodig om normaal te kunnen functioneren. Voor dieren, met name voor herkauwers, is nitraat giftig als het in hoge concentraties in plantenweefsels aanwezig is. Hoe ontstaan die hoge concentraties in planten, en hoe voorkom je dat herkauwers er te veel van eten? Planten nemen nitraat op uit de grond via hun wortels. De opnamesnelheid is afhankelijk van de levensfase van de plant en bereikt een maximum als de groei het hoogst is. Het wordt ook beïnvloed door de nitraatconcentratie in de bodem; hoge nitraatconcentraties leiden tot een snellere opname. Een belangrijke stap in het verbruik van nitraat door planten is de reductie van nitraat tot nitriet door het enzym ‘nitraat reductase’. Hoe actief dit enzym is hangt af van de groei omstandigheden waarin de plant zich bevindt, bijvoorbeeld het weer en de hoeveelheid nitraat in de bodem.
8 - Herkauwer, mei 2019
Nitraatstapeling in planten Als de omstandigheden ongunstig zijn voor plantengroei, neemt de activiteit van nitraatreductase af en nemen de nitraatconcentraties in plantenweefsels toe. Dit verschijnsel heet nitraatstapeling. Deze zogenaamde reservevoorraad nitraat blijft beschikbaar voor een later moment, als de groeiomstandigheden weer verbeteren. Meestal zijn de nitraatwaarden na een paar dagen ‘normaal’ groeien weer normaal. Het risico op nitraatstapeling is niet voor alle gewassen hoog. Zo hebben planten die snel groeien een hoger risico. Voor beelden van snelgroeiende planten die onderdeel zijn van het rantsoen van herkauwers zijn gras en mais. Een voorbeeld van een ongunstige omstandigheid is droogte, en dan met name in de periode dat planten gewoonlijk snel groeien. Aanhoudende droogte heeft een negatief effect op de
Deon van de Merwe, veterinair toxicoloog, Linda Wuyckhuise-Sjouke, rundveedierenarts en Jet Mars, onderzoeker R&D
groei van gras. Als de grond tegelijkertijd goed bemest is zal, naarmate de groei afneemt, de nitraatstapeling in het gras toenemen. Na een flinke regenbui groeit het gras weer flink. Eten herkauwers dergelijke planten tijdens een periode van nitraatstapeling, dan kunnen de overtollige nitraatconcentraties hoog genoeg zijn om nitraatvergiftiging te veroorzaken. Ook als planten tijdens zo’n periode worden gemaaid voor graskuil of hooi, zullen de nitraatconcentraties hoog zijn. Waarom giftig voor herkauwers? Wanneer nitraat door herkauwers wordt gegeten, zetten bacteriën in de pens het nitraat (NO3) snel om in nitriet (NO2). Nitriet wordt in het bloed opgenomen en oxideert hemoglobine (rode bloedkleurstof) tot methemoglobine. Methemoglobine kan veel slechter zuurstof vervoeren, wat resulteert in zuurstofgebrek in de weefsels. Typische verschijnselen van nitraatvergiftiging zijn snelle ademhaling, bruine slijmvliezen, problemen bij spierarbeid, neervallen, krampen en zelfs sterfte. Het kan ook leiden tot afsterven van de vrucht en abortus, die meestal drie tot zeven dagen na blootstelling hoge nitraatconcentraties worden waargenomen. Behandeling van nitraatvergiftiging is alleen effectief in een vroeg stadium van de vergiftiging. Herkauwers kunnen zich overigens aanpassen aan gematigd hoge nitraatconcentraties. Dit aanpassingsproces duurt enkele dagen en gaat, zo gauw de nitraatconcentraties in het voer weer normaal worden, binnen één tot twee dagen verloren.
Risicofactoren voor nitraat stapeling in planten • groeisnelheid van de plantsoort • droogte tijdens het piekgroeiseizoen • nitraatrijke grond door bemesting • aanhoudende lage lichtniveaus door dichte bewolking • het gebruik van herbiciden (dit verhindert het gebruik van opgestapelde nitraat door het gewas)
voeding
Opname te veel nitraat voorkomen De sleutel tot beperking van het nitraatvergiftigingsrisico is het herkennen van de risicofactoren voor nitraatstapeling in planten, met name voor percelen die worden begraasd of waarvan het gewas wordt gebruikt om ruwvoer te winnen. Zijn er risicofactoren aanwezig, dan is het beste om de kuil of de planten te testen vóórdat ze gevoerd of gemaaid worden. Is het nitraatniveau te hoog, dan is het raadzaam om ze niet als voer te gebruiken en ze opnieuw te testen nadat de normale groeiomstandigheden zijn teruggekeerd. Dit om ervoor te zorgen dat nitraatconcentraties zijn teruggekeerd naar veilige niveaus. Om vergiftiging bij de meest gevoelige dieren (zoals drachtige koeien) te voorkomen geldt als vuistregel dat de totale nitraatconcentratie in het rantsoen lager moet zijn dan 3.000 tot 5.000 milligram per kilo droge stof. Om acute vergiftiging bij alle herkauwers te voorkomen geldt een norm van minder dan 10.000 milligram per kilo droge stof. Houdt er rekening mee dat nitraatconcentraties binnen één perceel of kuil kunnen verschillen. Een goede monstername door een erkend bedrijf is dus belangrijk. Verdunning van het voer met materiaal waarvan bekend is dat het laag in nitraat is kan een praktische optie zijn om het risico te verminderen wanneer er een gematigd hoge nitraatconcentratie in het gras of de kuil aanwezig is. Zorgen dat er vierentwintig uur per dag smakelijk ruwvoer beschikbaar is vermindert de kans op plotselinge piekopnamen, en daarmee een teveel aan nitraat. Optelsom van voer én water Een extra factor die moet worden overwogen bij het inschatten van vergiftigingsrisico’s is nitraat in drinkwater. Sommige bronnen van drinkwater kunnen relatief hoge nitraatconcentraties bevatten. Dit is van belang omdat de totale nitraatopname, inclusief voer en water, het potentieel voor nitraatvergiftiging bepaalt. Het is daarom ook aan te raden om de nitraatconcentraties in het drinkwater te bepalen en deze niveaus in overweging te nemen bij de samenstelling van het rantsoen. GD heeft kwaliteitseisen en normen opgesteld waaraan drinkwater voor dieren moet voldoen. Deze vindt u op de website van GD.
KIJK VOOR KWALITEITSEISEN EN NORMEN VOOR DRINKWATER OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/GRENSWAARDENVEEDRINKWATER
Herkauwer, mei 2019 - 9
Bovilis IBR Marker Live Bovilis IBRBVD Marker Live en Bovilis en Bovilis BVD
Pak ze samen Paaakn ze same! n aan!
Vraag uw dierenarts om advies. Vraag uw dierenarts om advies.
Bovilis® IBR Marker Live, bevat per dosis (2 ml) gereconstitueerd vaccin 105,7-107,3 TCID50 Levend Bovine Herpesvirus type-1, stam GK/D (gE-). Doeldier: Rund. Indicatie: Actieve immunisatie van runderen ter vermindering van de intensiteit en de duur van de klinische respiratoire verschijnselen veroorzaakt door een infectie met BHV-1 en ter vermindering van de nasale uitscheiding van veldvirus. Bijwerking: Vaak een geringe voorbijgaande temperatuurverhoging (1°C), na intranasale vaccinatie kan vaak een toename van de neusuitvloeiing worden waargenomen. Toediening en dosering: Intranasale (IN) of IM toediening van 1 dosis (2 ml) gereconstitueerd vaccin. Dieren op een leeftijd tussen 2 weken en 3 maanden: alleen intranasaal vaccineren. Vaccinatieschema: Basis schema: vaccineer ieder dier vanaf de leeftijd van 3 maanden met een enkelvoudige dosis. De eerste herhalingsvaccinatie dient 6 maanden na de basisvaccinatie plaats te vinden. Alle volgende herhalingsvaccinaties dienen gegeven te worden met een interval niet groter dan 12 maanden. Vroege bescherming schema: voor het basis schema wordt een extra intranasale vaccinatie gegeven op een leeftijd tussen 2 weken en 3 maanden. Voor ® de herhalingsvaccinatie vanaf de leeftijd van(215ml) maanden kan het vaccin gereconstitueerd worden Bovilis Herpesvirus BVD. Wachttermijn: 0 dagen. productinformatie van immunisatie Bovilis BVD dient te worden gemengde Bovilis IBR Marker Live, bevat per dosis gereconstitueerd vaccin 105,7-107,3 TCID50 LevendinBovine type-1, stam GK/DWaarschuwing: (gE-). Doeldier: De Rund. Indicatie: Actieve van runderen tergeraadpleegd verminderingvoordat van dede intensiteit en vaccins toegediend. REG NL 9675 UDD. Voor overige informatie, bijsluiter. de duur worden van de klinische respiratoire verschijnselen veroorzaakt door eenzie infectie met BHV-1 en ter vermindering van de nasale uitscheiding van veldvirus. Bijwerking: Vaak een geringe voorbijgaande temperatuurverhoging (1°C), na intranasale vaccinatie kan vaak een toename van de neusuitvloeiing worden waargenomen. Toediening en dosering: Intranasale (IN) of IM toediening van 1 dosis (2 ml) gereconstitueerd vaccin. Dieren op een leeftijd tussen 2 weken en 3 maanden: alleen bevat perVaccinatieschema: dosis (2 ml) geïnactiveerd cytopathogeen boviene diarree virus stam C-86: 50 EU > 24,6 VN eenheden Doeldier: Rund. Indicatie: Actieve na immunisatie van koeien en vaarzen vanaf 8 maanden Bovilis® BVD, intranasaal vaccineren. Basis schema: vaccineer ieder virus dier vanaf de(BVD) leeftijd vantype-1, 3 maanden met een enkelvoudige dosis. Deinducerend. eerste herhalingsvaccinatie dient 6 maanden de basisvaccinatie plaats te vinden. Alle volgende ter bescherming van de foetus tegen te transplacentaire infectie met BVD virus. In zeerbescherming zeldzame gevallen kanvoor eenhet lichte zwelling de injectieplaats, een geringe voorbijgaande overgevoeligheidsreactie, herhalingsvaccinaties dienen gegeven worden met een interval niet groter danBijwerkingen: 12 maanden. Vroege schema: basis schemaopwordt een extra intranasale vaccinatie gegeven temperatuurverhoging, op een leeftijd tussen 2een weken en 3 maanden. Voor voorkomen. Toediening vanaf en dosering: Intramusculaire injectie dosis (2 ml) vanaf de leeftijd van 8inmaanden. Basisvaccinatie: tweevoudig een interval van weken, de tweede niet later dan weken de dracht of tijdensvoordat de vroege dracht om de herhalingsvaccinatie de leeftijd van 15 maanden kanmet het1vaccin gereconstitueerd worden Bovilis BVD. Wachttermijn: 0 dagen. met Waarschuwing: De 4productinformatie van Bovilis BVD4dient te voor worden geraadpleegd de gemengde foetale bescherming te mogen verwachten. Bij koppelvaccinatie vanaf 8 maanden leeftijd alle dieren vaccineren. Herhalingsvaccinatie: bij individuele vaccinatie: 4 weken voor het begin van de volgende dracht; bij koppelvaccinatie: één vaccinatie vaccins worden toegediend. REG NL 9675 UDD. Voor overige informatie, zie bijsluiter. 6 maanden na de basisvaccinatie, vervolgens enkelvoudige hervaccinatie met een interval van maximaal 12 maanden. Voor de herhalingsvaccinatie vanaf de leeftijd van 15 maanden kan het vaccin gereconstitueerd worden in Bovilis IBR Marker Live. Wachttermijn: 0 dagen. De productinformatie Bovilis IBRdiarree Marker(BVD) Live dient te worden geraadpleegd deeenheden gemengde vaccins worden toegediend. REG NL 9587 UDD. Voor overige zie bijsluiter. per Waarschuwingen: dosis (2 ml) geïnactiveerd cytopathogeen van boviene virus virus type-1, stam C-86: 50 EUvoordat > 24,6 VN inducerend. Doeldier: Rund. Indicatie: Actieve immunisatie van informatie, koeien en vaarzen vanaf 8 maanden Bovilis® BVD, bevat ter bescherming van de foetus tegen transplacentaire infectie met BVD virus. Bijwerkingen: In zeer zeldzame gevallen kan een lichte zwelling op de injectieplaats, een geringe voorbijgaande temperatuurverhoging, een overgevoeligheidsreactie, voorkomen. Toediening en dosering: Intramusculaire injectie met 1 dosis (2 ml) vanaf de leeftijd van 8 maanden. Basisvaccinatie: tweevoudig met een interval van 4 weken, de tweede niet later dan 4 weken voor de dracht of tijdens de vroege dracht om foetale bescherming te mogen verwachten. Bij koppelvaccinatie vanaf 8 maanden leeftijd alle dieren vaccineren. Herhalingsvaccinatie: bij individuele vaccinatie: 4 weken voor het begin van de volgende dracht; bij koppelvaccinatie: één vaccinatie 6 maanden na de basisvaccinatie, vervolgens enkelvoudige hervaccinatie met een interval van maximaal 12 maanden. Voor de herhalingsvaccinatie vanaf de leeftijd van 15 maanden kan het vaccin gereconstitueerd worden in Bovilis IBR Marker Live. Wachttermijn: 0 dagen. Waarschuwingen: De productinformatie van Bovilis IBR Marker Live dient te worden geraadpleegd voordat de gemengde vaccins worden toegediend. REG NL 9587 UDD. Voor overige informatie, zie bijsluiter.
MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.my-msd-animal-health.nl/rundvee
©2019 MSD Animal Health B.V. Alle rechten voorbehouden.
MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.my-msd-animal-health.nl/rundvee
©2019 MSD Animal Health B.V. Alle rechten voorbehouden.
Naamloos-1 1
16-04-19 10:33
Kom naar de klantendag! Graag vieren we samen met u het 100-jarige bestaan van GD. Daarom staat GD donderdag 13 juni volledig in het teken van runderen, schapen en geiten. Ga onder het genot van een hapje en een drankje in gesprek met onze diergezondheidsexperts, volg een praktische workshop en neem een kijkje in het lab. Van 11.00 uur tot 14.30 uur hebben we een boeiend programma voor u.
Kijkje in de keuken: Rondleiding in ons laboratorium
Wat gebeurt er nu eigenlijk met de monsters die u instuurt naar GD? We nemen u mee in ons moderne veterinaire laboratorium. Hier worden jaarlijks bijna vijf miljoen bepalingen uitgevoerd. Ook richten we een speciaal demo-lab in, waar u onder andere platen met bacteriologisch onderzoek en parasieten kunt bekijken.
Toelichting: Hoe verloopt een sectie-onderzoek?
Tijdens de labrondleiding kunt u uiteraard een blik in onze sectiezaal werpen. Wat valt er allemaal te zien aan de binnenkant van een koe? Een van onze veterinaire pathologen laat u dit aan de hand van videobeelden graag zien.
Workshop: Speenaandoeningen
Wat vertellen spenen u over hun gezondheid? Samen beoordelen we foto’s van verschillende speenaandoeningen. Ligt de oorzaak in de melkinstallatie, de melktechniek, of is er sprake van een virus of bacterie? En wat kunt u eraan doen?
Workshop: Veedrinkwater
Wanneer is de kwaliteit van het drinkwater van dieren ‘goed’ te noemen? En wat kunt u zelf zien aan veedrinkwater? Samen beoordelen we watermonsters die u ’s morgens in uw stal uit de drinkbak heeft genomen.
Workshop: Vruchtbaarheid
Tijdens deze workshop kijken we naar iets wat je aan de buitenkant van een
koe niet kunt zien: de baarmoeder. In kleine groepjes gaan we het laboratorium in om verschillende baarmoeders van dichtbij eens beter te bekijken.
Rondetafelgesprek: De droogstand: een rustperiode?!
De droogstand is een cruciale periode in de lactatiecyclus van de koe. Hoe zorgt u dat de droogstand goed verloopt? We gaan met elkaar in gesprek en wisselen ideeën en ervaringen uit.
Lezing: Mineralen
Zowel tekorten als een overmaat aan mineralen kunnen de gezondheid van uw dieren schaden. Doordat we steeds meer kunnen meten, kunnen we ook steeds nauwkeuriger naar de mineralenbehoefte voeren.
Quiz: Nationale Kennistest Uiergezondheid
Welke mastitisverwekker geeft blauwuier? Kan het celgetal te laag zijn? Welke ligboxbedekking is het beste? Hoeveel weet u eigenlijk van mastitis en hoe pakt u het aan? Doe mee met een interactieve sessie en vragenrubriek over uiergezondheid en melkkwaliteit en win mooie prijzen!
Meld u aan! Dat kan (tot en met 24 mei) op www.gddiergezondheid.nl/klantendag
Titel, maand 2019 - 11
Jarno Talens (27) runt het melkveebedrijf sinds twee jaar alleen. En het gaat goed. Door te sparren met zijn dierenarts Tjarda Sinnige, hard werken en aandacht voor diergezondheid. 12 - Herkeuwer, mei 2019
tekst
Yoni Pasman, freelance redacteur
reportage
“Eerst balans, dan gas geven” Als alles ineens anders is, dan moet je schakelen. Dat is voor ieder mens een beproeving, veehouder of niet. Het verschil? Bij Jarno Talens uit Hooghalen waren er na het overlijden van zijn vader honderd melkkoeien van hem alleen afhankelijk. Samen met dierenarts Tjarda Sinnige van DAP Beilen ging hij aan de slag. Dat hij het bedrijf van zijn vader zou overnemen, dat wist Jarno al heel lang. Vanaf zijn achttiende zat hij al samen met zijn vader in de maatschap. Maar overname? Pas als hij dertig was of zo. Dat het twee jaar geleden al zou zijn, op zijn 25ste, dat voorzag niemand. Zijn vader werd ernstig ziek en kwam te overlijden. “Dan moet het. Ineens moet je alles alleen doen.” Bij de pakken neerzitten, dat is niets voor Jarno. Eerlijk over zijn verdriet, maar nog altijd vrolijk in doen en laten. Maar laat je niet misleiden: hij werkt hard. Keihard. “Het moeilijkste was de routine opbouwen. Je moet al het werk alleen doen. Dus na het melken ook nog de melkstal schoonspuiten, kalveren voeren, mest uit de ligboxen halen en dat soort dingen. Dat is heel zwaar, maar het went wel. Nu valt het mee.” Met het hele team Tjarda werkte op dat moment nog maar net bij de dierenartsenpraktijk in Beilen. Ze heeft Jarno’s vader nog wel ontmoet, één keer. Met het hele dierenartsenteam hielpen ze Jarno met allerlei zaken om de boel op orde te krijgen. Het allerbelangrijkste was dat de transitie goed ging, vertelt Tjarda. De routine vinden. “Nu loopt het goed. We moesten eerst de balans vinden, dan kun je weer eens gas geven.”
Herkeuwer, mei 2019 - 13
Tjarda: “Een worminfectie heeft een grote impact op de productie.“
DAP Beilen werkt volgens dierenarts Tjarda Sinnige op gebied van worminfecties steeds meer preventief, zo ook op het bedrijf van Jarno.
Jarno zag wel in dat er zaken moesten veranderen. Om het alleen af te kunnen, was bijvoorbeeld vernieuwing van het machinepark nodig. Daar heeft hij dan ook behoorlijk in geïnvesteerd. Hij laat even later trots zijn nieuwe trekker zien. “Die heb ik toen gekocht, dat vond ik ook wel mooi.” Maar ook een klauwbekapbox behoorde tot de investeringen en een nieuwe stalinrichting. “Dat waren mijn vader en ik al van plan, maar hij heeft het zelf nooit kunnen waarmaken.”
Wat de eerste uitslag was? Dat weet Jarno niet meer. “Ik kan terugkijken”, zegt Tjarda, terwijl ze haar telefoon erbij pakt. Het was augustus/september 2017, de eerste uitslag na de overname. Niks bijzonders – geen of nauwelijks antistoffen. Maar een uitslag later, najaar 2017, was er een ernstige besmetting met leverbot. En het is bekend dat er een samenhang is tussen leverbot en salmonella. Jarno herinnert het zich weer. “Dat was dat hele natte najaar.” Het drachtig jongvee is voor leverbot behandeld, en dat was afdoende. De volgende uitslag liet namelijk een daling zien.
Melkziekte Qua diergezondheid pakten ze andere zaken aan. Zo werden de versekoeiencontrole en de droogstand verbeterd, en heeft Jarno veel minder problemen met melkziekte. Ook gingen ze direct aan de slag met BVD (waar hij nu een vrijstatus voor heeft) en IBR (waar het bedrijf onverdacht voor is). Voor salmonella heeft het bedrijf van Jarno de status ‘in onderzoek’, vertelt Tjarda, terwijl ze alle statussen op haar mobiel bekijkt. Dat komt omdat er toch wat salmonella is geconstateerd in de afgelopen twee jaar. “Het gaat nu goed”, vertelt ze. “We hebben het ongedierte bestreden en de vogels worden steeds uit de stal geweerd.” Dunne mest De klachten door de salmonella vormden de aanleiding om te controleren op wormen. Er was dunne mest. Het rantsoen kon het niet zijn, want dat was gecontroleerd en moest goed zijn, en van salmonella zag Tjarda geen andere klinische verschijnselen. Het gaf de aanzet voor een abonnement op Worminfecties Tankmelk, zodat er jaarrond gemonitord kan worden – vooral in de risicovolle perioden.
14 - Herkeuwer, mei 2019
Nu Jarno in zijn werk op de boerderij de balans heeft gevonden kan hij weer gas geven.
Yoni Pasman, freelance redacteur
reportage
Jarno heeft alles nu aardig op de rit. Het gaat goed. Heel goed zelfs, want het afgelopen jaar had hij zijn eerste twee honderdtonners.
Aandacht Hoewel er in de omgeving van Hooghalen (rondom Assen) risico is op longworm, is het niet een standaard onderdeel van de bedrijfsbegeleiding, vertelt Tjarda. “Dat zouden we echt meer moeten doen. Vooral longworm is interessant.” Maar ook maagdarmwormen mogen wat aandacht krijgen, vindt Tjarda. “Een worminfectie heeft een grote impact op de productie. Als we er meer mee doen kunnen we bij jongvee ook een gerichtere aanpak kiezen.” Dat helpt bovendien bij het voorkomen van resistentie van wormen tegen bepaalde middelen, geeft Tjarda aan. DAP Beilen gaat nu veelal preventief te werk, zoals op het bedrijf van Jarno. De dieren tussen de 5 en 18 maanden die voor het eerst naar buiten gaan krijgen een enting tegen longworm. En Jarno blijft monitoren via het tankmelkonderzoek Worminfecties. “Dan heb je er zicht op.” Omweiden Het jongvee weidt hij op een perceel van zo’n 20 hectare, verdeeld in negen stukken. “De eerste zes weken gaan ze op een stuk van 5 hectare, in juni naar het stuk van 8 hectare. De rest
Jarno: “Door te blijven monitoren houd ik zicht op de situatie”
is voor de droge koeien. Dat is mooi land daarvoor.” Maar echt omweiden, daar is Jarno nog niet aan begonnen. Een hoop gepuzzel is dat. Eerst maar eens alles op de rit krijgen. Honderdtonners Het gaat nu goed. Heel goed zelfs, want het afgelopen jaar had Jarno zijn eerste twee (!) honderdtonners. “Dat is heel knap”, zegt Tjarda. “Na twee jaar in je eentje al zo’n hoge productie.” En dat is helemaal zijn eigen verdienste, want de productie krijgt van Jarno speciale aandacht. Zo houdt hij zich intensief bezig met de fokkerij, waarbij hij productie een belangrijke factor vindt. “Ik heb goed doorgeselecteerd, de vaarzen doen het nu erg goed.” Met zijn honderd koeien haalt hij een gemiddelde melkproductie van 9200 liter melk per koe per jaar. Veel meer heeft hij niet te wensen. De productie mag nog wel iets omhoog, zegt Jarno, daar heeft hij nog ruimte voor binnen zijn fosfaatrechten. Ook wil hij in de toekomst verduurzamen. “Ik zou wel graag zonnepanelen willen. Maar eigenlijk ben ik aardig tevreden.” En ook Tjarda is tevreden. “Het is heel knap wat Jarno heeft gedaan de afgelopen twee jaar. Dat hoor en zie je niet vaak.” Jarno lijkt te zijn geland als melkveehouder. “Het enige wat ik mis is mijn sparringpartner. Ik moet nu alle beslissingen alleen nemen. Maar ik kies nu wel mijn eigen pad, mijn eigen weg. En ik heb een paar mensen om me heen die ik vertrouw die me daarbij helpen.” Tjarda beaamt dat: “Er hoeven nu alleen nog maar wat puntjes op de i.”
Herkeuwer, mei 2019 - 15
KALKSTROMATRAS KALKSTROMATRAS
BOX PELLETS
pH 9+ pH 9+
BOXKALK BOXKALK pH 10+ pH 10+
De volgende stroproducten zijn zeer aantrekkelijk in prijskwaliteitverhouding ten opzichte van andere strooisels. De producten nemen ook veel meer vocht op en hebben een zeer positieve uitwerking op de mest. Boxpellets vanaf € 165 per ton • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen • Vrijloopstallen • Potstallen
BOXKALK BOXKALK pH 12 pH 12
Boxcrush vanaf € 188 per ton • Pluimvee • Rubbermatbedden • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen
+31(0)6 - 24 69 70 90 +31(0)6 - 51 26 91 09 +31(0)6 - 24 69 70 90
www.agrikal.nl www.kalkstromatras.nl www.agrikal.nl
+31(0)6 - 51 26 91 09
www.kalkstromatras.nl
Guido Sinnige • tel. 06 - 215 84 212 • www.boxpellets.nl
Agrikal_GD-Herkauwer_91x121_2.indd Agrikal_GD-Herkauwer_91x121_2.indd 1 1
11-10-18 16:49 16:49
Agrikal_GD-Herkauwer_91x121_2.indd 1
11-10-18 16:49
uiergezondheid
Christian Scherpenzeel, rundveedierenarts
OVERZICHT MASTITISVERWEKKERS UIT INDIVIDUELE MELKMONSTERS 2018
Wat een monsters! Jaarlijks onderzoekt GD duizenden individuele melkmonsters van koeien met een hoog celgetal en met klinische mastitis. Uit analyse van de inzendingen uit 2018 blijkt dat de streptokokken met in totaal 21 procent het meest voorkomen. E. coli werd in 19 procent van de ingezonden melkmonsters aangetoond, Staphylococcus aureus in 16 procent (zie figuur 1). Niet-aureus stafylokokken werden gevonden in 10 procent van de melkmonsters.
S. chromogenes 18%
overig 22%
S. sciuri 6% Menginfectie NAS 3%
Niet-aureus stafylokokken (NAS, voorheen CNS) kunnen zowel een hoog celgetal geven als klinische mastitis. Nauwkeurig vaststellen om welke soort bacterie het gaat is essentieel om vast te stellen of het gaat om een koe- óf omgevingsgebonden verspreidingspatroon (zie figuur 2).
S. simulans 3% S. epidermidis 15% S. haemolyticus 26%
S. equorum 7% S. aureus 16% Figuur 2. Verdeling van de niet-aureus stafylokokken (NAS) gekweekt uit individuele melkmonsters bij GD in 2018. NAS met koegebonden verspreiding in lichtgroen weergegeven, NAS met omgevingsgebonden verspreiding in don-
overig 32%
NAS 10% S. agalactiae 1% S. dysgalactiae 6% S. uberis 14%
E. coli 19%
21% Klebsiella 3%
Figuur 1. Verdeling mastitisverwekkers uit individuele melkmonsters bij GD in 2018.
Het is niet uitzonderlijk dat op een melkveebedrijf uit veel hoogcelgetalkoeien of klinische mastitisgevallen NAS-bacteriën worden aangetoond bij bacteriologisch onderzoek (BO). Is dit percentage hoog (>10% van het BO), dan kan een belangrijke reden zijn dat de tepeldip of het spraymiddel verkeerd wordt toegepast of slecht werkzaam is.
dergroen. Zowel koe- als omgevingsgebonden NAS zijn gearceerd.
Daarnaast verschillen de onderlinge NAS-soorten in de ernst van mastitis en (het ontwikkelen van) ongevoeligheid voor antibiotica. Een gevoeligheidsbepaling wordt bij het opkweken van een NAS dan ook altijd aangeraden. NAS, een grote familie Als één van de weinige veterinaire laboratoria in Nederland is GD in staat om binnen de groep NAS de afzonderlijke ‘familieleden’ van elkaar te onderscheiden. Op de uitslag van het bacteriologisch onderzoek melk (BO Melk) vermeldt GD advies over aanwezigheid van de acht belangrijkste soorten (Staphylococcus chromogenes, Staphylococcus epidermidis, Staphylococcus haemolyticus, Staphylococcus simulans, Staphylococcus sciuri en Staphylococcus equorum en sinds kort ook Staphylococcus xylosus en Staphylococcus cohnii). Wanneer u exact weet welke mastitisverwekker de problemen veroorzaakt, kunt u gericht (behandel)beslissingen nemen. En u voorkomt meteen ook besmetting van de gezonde koeien in de koppel. MEER LEZEN OVER BO MELK? KIJK OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/UGA/BOMELK
Herkeuwer, mei 2019 - 17
ELISA, wat is dat? In het GD-laboratorium worden ieder jaar meer dan vier miljoen bepalingen gedaan. Daarbij zetten we een grote verscheidenheid aan testen in. Eén van die testen is de ELISA. Wat is dat voor een test en wat kun je ermee? U leest het in deze editie van ‘Uit het lab’. Er zijn veel verschillende laboratoriumtesten om antistoffen aan te tonen in bloed en melk, met elk z’n voor- en nadelen. Maar geen enkele methode is zo populair als de ELISA. Dat komt vooral door de relatief gemakkelijke uitvoering en de mogelijkheid om deze test te automatiseren. Bijna 30 jaar geleden begon GD al met het inzetten van een ELISA-robot: een apparaat dat volledig zelfstandig een ELISA kan uitvoeren en ook ’s nachts doorgaat. Als dieren door een infectie of vaccinatie in aanraking komen met ziekteverwekkers (bacteriën als salmonella, virussen als BVD of parasieten als longworm), gaan ze antistoffen aanmaken tegen onderdelen (antigenen) van die ziekteverwekkers. Door met een ELISA te testen of er in het monster antistoffen tegen een bepaalde ziekteverwekker aanwezig zijn, kun je dus aan tonen dat het dier die infectie heeft doorgemaakt.
18 - Herkauwer, mei 2019
Antistoffen en antigenen ELISA is de afkorting van Enzyme-linked ImmunoSorbent Assay. Het is een test (assay) waarin een antistof (immuno) reageert op een antigeen (bijvoorbeeld salmonella, BVD of longworm) dat gebonden (sorbent) is aan een plastic oppervlak. Om die reactie meetbaar te maken wordt een enzym gebruikt (vandaar ‘enzyme-linked’) die een kleurreactie kan opwekken. Er zijn firma’s die testkits verkopen waarin, aangepast naar het antigeen, alle reagentia aanwezig zijn om een ELISA te kunnen doen. GD ontwikkelt al sinds vele jaren ook zijn eigen ELISA’s. Er zijn verschillende typen ELISA’s. Een voorbeeld is de ‘salmonella antistoffen-ELISA’. Deze gaat als volgt:
Rondleiding in het GD-laboratorium Wilt u de ELISA-robot wel eens met eigen ogen zien? Kom dan naar de GD-Klantendag op 13 juni en neem een kijkje in ons laboratorium. Meer informatie over het programma van de klantendag vindt u op pagina 11 van deze Herkauwer.
uit het lab
Harold van der Heijden, onderzoeker
Een plastic ELISA-plaat waarin in elke cupje een monster op salmonella-antistoffen is getest. Een blauwe kleur betekent: antistoffen tegen salmonella aangetoond. In de cupjes die niet blauw kleuren zijn er geen antistoffen tegen salmonella aangetoond.
De ELISA wordt uitgevoerd in een plastic microtiterplaat met daarin 96 testposities (cupjes). In de cupjes zijn antigenen van salmonella gekoppeld aan het plastic. De analist voegt verdund bloedserum of melk aan de cupjes toe. Het monster krijgt dan een bepaalde tijd (in dit geval een uur) voor de reactie tussen de antistoffen en het antigeen. Vervolgens wordt de ELISA-plaat ‘gewassen’: alles wat niet gebonden is, wordt weggespoeld. De analist voegt daarna een zogeheten ‘conjugaat’ toe aan het cupje. Dat is een stof die alleen kan binden aan antistoffen van runderen, en die vastzit aan een enzym. Ook voor deze reactie is een bepaalde tijd (in dit geval wederom een uur) nodig. Tijdens de incubatie
kan dit alleen indirect aan het plastic binden als er antistoffen tegen salmonella in het monster aanwezig zijn, Chemische reactie De ELISA-plaat moet daarna opnieuw gewassen worden. Hier worden niet-gebonden materialen weer door wassen verwijderd. De analist voegt dan een ‘substraat’ toe: een stof die via een chemische reactie met behulp van het enzym wordt omgezet in een gekleurd product. Als er enzym aanwezig is in het cupje, en dus antistoffen tegen de salmonellabacterie in het monster zaten, dan volgt een kleurreactie, anders niet. Dit leidt tot de uitslag (antistoffen) aangetoond of niet-aangetoond.
De ELISA-robot kan volledig zelfstandig een ELISA uitvoeren. Het scannen van de ELISA-platen gebeurt wel handmatig.
Herkauwer, mei 2019 - 19
o ig em z D we n aa
De hoogste kwaliteit medische scanapparatuur
Scherp en groot beeld (7 inch!) voor de beste diagnose Waterdicht Licht in gewicht 24 maanden garantie
Service vanuit Nederland! Vrijblijvend twee dagen op proef!
draminski-retail.eu • T 0646 038 514 • info@draminski-retail.eu
AGRI SERVICE JEUKEN B.V. A
+ B
C
M
Y
CM
MY
CY CMY
K
RISORSA®AGRI EASY SERVICE JEUKEN B.V. Nieuwee! formul
Dip spray producten en te
gebruiken bij melkrobotsystemen Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1
A
C
M
Y
CM
MY
CY CMY
K
C
M
Y
CM
MY
CY CMY
K
+ B
voor celgetal
Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1
+ B
A
De oplossing
ADVERTEREN IN DIT MAGAZINE?
+ B
problemen
Schubert straat 33, 6566 DL Millingen a/d Rijn (nl) RISORSA STRONG Tel: +31 481 433661 Vormt een + B bescherming A lichte Nieuwe e! formul Fax: +31 481 432075 ® ® Mob: +31 (0)6 53195804 RISORSA BARRIER RISORSA BARRIER Vormt een extreme bescherming www.agriservicejeuken.nl Nieuwe ule! ®
form
Neem contact op met: Marcel Koot T+31 (0)314 - 355 852 E marcel.koot@dock35media.nl I www.dock35media.nl
Haal meer uit VeeOnline
OORBIOPTEN DIGITAAL INSCHRIJVEN Het programma BVD-vrij route oorbiopten is ideaal voor bedrijven die het BVD-onderzoek zo gemakkelijk mogelijk willen uitvoeren. Elk kalf wordt daarbij direct na geboorte onderzocht op virusdragerschap. Lab-onderzoek op oorbiopten kunt u heel eenvoudig zelf digitaal aanvragen op VeeOnline. U heeft dan geen papieren inzendformulier meer nodig. Ook kunt u daar de uitslagen raadplegen. Zo bespaart u kosten en bent u altijd op de hoogte van de BVD-situatie op uw bedrijf. Wilt u oorbiopten inschrijven? Kies dan op www.veeonline.nl voor het menu ‘Inschrijven’ en kies daarna voor een nieuwe inschrijving. Uw NAW-gegevens zijn al voor u ingevuld. U start met inschrijven via de knop ‘Toevoegen oorbiopten’. VeeOnline maakt gebruik van uw stallijst, zodat u altijd de juiste levensnummers bij de hand hebt. Klik na het afronden van uw inschrijving op ‘Verzenden’. Alleen dan kan ons laboratorium uw inschrijving zien. Het enige dat u daarna nog hoeft te doen is de oorbiopten naar GD sturen (zonder papierwerk). Wist u dat… … de basiskosten van digitaal inschrijven van oorbiopten via VeeOnline slechts 3,95 euro per inzending zijn? Aanmelden via een papieren inzendformulier kost 9.95 euro. … ruim 60 procent van de veehouders de oorbiopten al digitaal inschrijft? … oorbiopten van doodgeboren kalveren of verworpen vruchten niet onderzocht kunnen worden op het levensnummer van hun moeder? Er zijn voor deze kalveren speciale oormerken te bestellen bij GD. ... d igitaal inschrijven van oorbiopten ook voor zoogkoeienhouders een praktische manier is om met BVD aan de slag te gaan?
Tip van Dennis “U kunt uw oorbiopt-inzending altijd terugvinden op VeeOnline. Klik daarvoor onder het kopje ‘Inschrijven’ op ‘Raadplegen inschrijving’. U krijgt dan een overzicht van al uw voorgaande inschrijvingen. Aan de status kunt u zien of de oorbiopten al op ons laboratorium zijn binnengekomen. Staat de status op ‘Voorlopig geaccepteerd’, dan is dat nog niet het geval. U kunt dan nog wijzigingen aanbrengen of biopten toevoegen.” Dennis Voortman werkt op de klantcontactadministratie (KCA) van GD. Hebt u vragen of klachten? U kunt ons elke werkdag tussen 08.00 en 17.00 uur bereiken op telefoonnummer 0900-1770 (optie 1).
Meer over digitaal inschrijven vindt u in de handleiding ‘Digitaal inschrijven BVD Oorbiopten’. Deze kunt u downloaden op www.gddiergezondheid.nl/hoewerktdigitaalinschrijven.
MEER OVER VEEONLINE VINDT U OP WWW.VEEONLINE.NL
Herkauwer, mei 2019 - 21
ONDERZOEK HELPT OM VERANDERINGEN TE ONDERBOUWEN Iedere koe met mastitis is er één te veel. Tankmelk onderzoek geeft inzicht op koppelniveau en helpt risico factoren te managen. En moet je dan toch behandelen, dan geeft het bedrijfsantibiogram de juiste richting aan. Dierenarts Frank van de Vijver en melkveehouder Eric Schmitz doen er hun voordeel mee.
Het is een dilemma waar Eric weleens tegenaan loopt. “Hier spelen momenteel alleen omgevingskiemen. Moet ik dan van spraymiddel wisselen? Als Streptococcus uberis deze zomer weer opspeelt, dan ga ik er wel over nadenken. Maar ik ben er niet zo voor om resoluut dingen te veranderen. Dat moet je wel goed kunnen onderbouwen.”
Frank van de Vijver van dierenartsenpraktijk IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen ziet om zich heen dat het de laatste tijd erg goed gaat met de uiergezondheid. “Omdat veel bedrijven hebben moeten inkrimpen vanwege het fosfaatrecht, zie je dat veel veehouders bewust op uiergezondheid hebben geselecteerd. Die is daarmee aanmerkelijk verbeterd.”
Maatwerk Het tankmelkonderzoek geeft die onderbouwing, naast het overleg met de dierenarts. Frank benadrukt dat elk bedrijf om een andere aanpak vraagt. “Elke stal is anders. De uiergezondheid aanpakken op bedrijfsniveau is altijd maatwerk. Dat is niet iets wat je met alleen een schema kunt doen, of met lesjes op internet.” Uiergezondheid staat standaard op de agenda. Frank ziet bijvoorbeeld geregeld Staphylococcus aureus in de praktijk. Als je er op tijd bij bent, kun je nog veel bijsturen. “Als je heel streng selecteert op chronische dragers, dan is de verspreiding veel minder.”
Ook bij Eric Schmitz, melkveehouder uit Biervliet, gaat het goed. Zijn celgetal ligt gemiddeld tussen de 100.000 en 150.000. Maar juist dan is het zaak om het goed te monitoren, vindt Frank. “Het kost relatief minder inspanning om het goed te houden dan om het goed te krijgen.” Geswitcht Eric gebruikt sinds een jaar binnen Mastitis Tankmelk ook het onderzoek op antibioticagevoeligheid (Bedrijfsantibiogram Mastitis). Vorig jaar zomer werd voor het eerst Streptococcus uberis in grote hoeveelheden aangetoond. “Dat is hier het probleem. In de winter was het minder aanwezig, maar het kan best zijn dat het deze zomer weer opspeelt.” Uit het bedrijfsantibiogram kwam dat hij niet het goede antibioticum gebruikte: de kiem was er minder gevoelig voor geraakt. “We zijn toen geswitcht naar een middel waar de kiem wel gevoelig voor was. Die gerichtheid wilde ik: ik wil weten wat er speelt en wat je moet gebruiken om het te behandelen.” Zijn het omgevingskiemen, dan kan hij managementaanpassingen doen. “Al ben ik daar wel heel voorzichtig in. Dat ga ik niet voor twee of drie koeien doen. Verander je één ding, dan verandert er misschien weer iets anders.”
22 - Herkauwer, mei 2019
En als het tankmelkonderzoek aantoont dat het gaat om omgevingskiemen, dan kun je als veehouder ook veel doen aan je management. ”Dan gaan we kijken naar de manier van melken, hoe strooi je in, hoe ga je om met de mestrobot, je probeert de roosters goed schoon te krijgen, misschien moet je over op een andere dip of spray. Je probeert altijd op details te letten. Het zijn kleine dingen die grote dingen kunnen betekenen.”
Mastitis Tankmelk: geef mastitis geen kans Met Mastitis Tankmelk krijgt u in één oogopslag inzicht in de uiergezondheid van uw hele koppel melkvee. Uw tankmelk wordt automatisch onderzocht op de belangrijkste mastitisverwekkers en hun gevoeligheid voor antibiotica. Door inzicht in de mastitiskiemen op uw bedrijf bent u problemen voor. Steekt mastitis toch de kop op, dan weet u van tevoren al welke injector u moet gebruiken. Zo geeft u mastitis geen kans. Meer weten? Kijk op www.gddiergezondheid.nl/uga.
Yoni Pasman, freelance redacteur
uiergezondheid
Dierenarts Frank van de Vijver (links) en melkveehouder Eric Schmitz (rechts) zien het nut van het monitoren van uiergezondheid op bedrijfsniveau. Een bedrijfsantibiogram helpt om daarbij de regie in handen te houden.
Regisseur De uitslag van Mastitis Tankmelk vertelt welke richting je op moet denken. En dat gaat veel verder dan één koe met een uierontsteking, vertelt Frank. “Je kunt veel meer op bedrijfsniveau monitoren, dat is heel belangrijk. Met zo’n uitslag weet je welke kiemen er spelen en kan ik ook op lange termijn kijken. Zo word je steeds meer regisseur van het beperken van de risico’s op een bedrijf.”
en waar je rekening mee moet houden. Het bedrijfsantibiogram laat je zien of je met de behandeling op de goede weg bent. Soms blijkt dat je moet switchen van antibioticum, zoals bij Eric.”
Dat er vervolgens ook een bedrijfsantibiogram wordt gegeven, helpt die regie in handen te houden. “Dat zijn twee dingen die elkaar versterken. Het bedrijfsonderzoek vertelt je wat er speelt
Resistentie Het verschil was duidelijk merkbaar, vertelt Eric. Ineens sloeg de behandeling beter aan. En minder en korter behandelen draagt ook weer bij aan het voorkomen van resistentie. Een goede ontwikkeling, vindt de dierenarts. “Dat is niet alleen heel belangrijk voor het dier, maar ook voor de veehouder, de dierenarts. Voor alle mensen.”
Frank: “Elke stal is anders, uiergezondheid aanpakken op bedrijfsniveau is altijd maatwerk”
Zodra Eric ziet dat er dieren zijn waarbij het celgetal dusdanig hoog is dat ze aandacht nodig hebben, gaat hij ermee aan de slag. “Dan stuur ik een monster naar GD voor bacteriologisch onderzoek. Als je niets doet, wordt het misschien chronisch. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Het kost geld, het kost melk, andere dieren worden misschien besmet. Je gaat iedere keer weer behandelen, maar je weet eigenlijk dat het maar voor een paar maanden is. Je wil het gewoon goed hebben.”
Herkauwer, mei 2019 - 23
WAARDOOR GENEEST EEN TUSSENKLAUWONTSTEKING SOMS NIET GOED?
Klauwprobleem onder de loep 24 - Herkauwer, mei 2019
Menno Holzhauer, rundveedierenarts
Tussenklauwontsteking is normaliter goed te behandelen met antibiotica per injectie, gecombineerd met bijvoorbeeld een ontstekingsremmer of pijnstiller. Toch reageren in sommige gevallen runderen slecht of niet op deze behandeling. Naar aanleiding van vragen hierover aan de Veekijker voerde GD in 2018 een pilotonderzoek uit naar dit probleem. Wat zijn de resultaten? Tussenklauwontsteking is bij de meeste veehouders een bekende klauwaandoening, vooral bij pinken en jonge melkkoeien. Het is een infectie van het weefsel net onder de tussenklauwhuid, die ontstaat na een beschadiging of verweking van de huid. ‘Gewone’ bacteriën uit de omgeving kunnen dan makkelijker binnendringen. De ontsteking is een zogenaamde flegmoneuze ontsteking van de onderpoot. Dat wil zeggen een ontsteking met veel weefselverval en vorming van gifstoffen, veroorzaakt door bacteriën vanuit de directe omgeving van het rund. De aandoening ontwikkelt zich snel, geeft koorts, ernstige kreupelheid, melkproductiedaling en aan de poot vooral een symmetrische zwelling net boven de kroonrand. Een rund ontwikkelt tussenklauwontsteking doorgaans niet twee keer aan dezelfde poot. Onderdeel van het pilotonderzoek was een enquête. Deze liet zien dat de bedrijven die in 2018 kampten met niet-genezende tussenklauwontstekingen zowel vaarzen als oudere melkkoeien met dit probleem hadden. Deze bedrijven pasten soms wel en soms geen weidegang toe. Pathologisch onderzoek Uit pathologisch onderzoek bleek dat de helft van de ingestuurde dieren naast tussenklauwontsteking ook een andere klauwaandoening had, variërend van een zoolzweer tot een fractuur. Ook werd een gewrichtsontsteking gezien, maar die kan ook een gevolg zijn geweest van een tussenklauwontsteking. Bacteriologisch onderzoek De resultaten van de bacteriologische kweken die werden gedaan varieerden van kweek-negatief (geen bacteriën aangetoond) tot een mengflora (meerdere bacteriën aangetoond in één monster) met bekende bacteriën. Voorbeelden zijn de bacterie die stinkpoot veroorzaakt (Bacteroides pyogenes), de normale verwekker van tussenklauwontsteking (Fusobacterium
monitoring
necrophorum) en de pusvormende bacterie (Trueperella pyogenes). Op basis hiervan concludeerden we dat het niet waarschijnlijk is dat het optreden van de tussenklauwontsteking veroorzaakt werd door één specifieke bacterie of bacteriestam. Spirochaeten Bij speciaal microscopisch onderzoek werd gezien dat spirochaeten (dunne spiraalvormige bacteriën, die ook verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de ziekte van Mortellaro) relevant vaker aanwezig waren in de ontstoken oppervlakkige huid van koeien met tussenklauwontsteking. Deze spirochaeten werden niet gezien bij onderzoek van een stukje huid van dezelfde poot búiten het gebied van de tussenklauwontsteking. Spirochaeten zijn ongevoelig voor sommige antibiotica. Dat kan in deze gevallen een verklaring zijn voor het falen van de standaardtherapie. Dit betekent dat de dierenarts bij een zeer heftig verlopende tussenklauwontsteking met een slechte reactie op de gebruikelijke therapie een behandeling met een ander antibioticum moet overwegen. Heeft u een dier met tussenklauwontsteking? Overleg hierover met uw eigen dierenarts. Meer lezen over tussenklauwontsteking en andere klauwproblemen? Kijk op www.gddiergezondheid.nl/klauw
Al sinds 2002 houdt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zich intensief bezig met de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring in Nederland. Hiervoor werken wij nauw samen met onder andere de diersectoren, de zuivel, het ministerie van LNV, dierenartsen en veehouders. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring oplevert. Samen werken we aan diergezondheid in het belang van dier, dierhouder en samenleving.
Herkauwer, mei 2019 - 25
INSLEEP VAN DIERZIEKTEN VOORKOMEN
RUNDEREN AANVOEREN? DENK AAN UW STATUS Steeds meer melkveebedrijven zijn zich bewust van de risico’s van ziekte-insleep; dit uit zich in hygiënesluizen met bedrijfskleding, maar ook in weideschema’s in afstemming met buren en gescheiden opfok van aan te houden kalveren en kalveren voor de veehandelaar. Tóch zien we in toenemende mate dat er vee wordt aangevoerd, de nummer één risicofactor voor het binnenhalen van infectieziekten als IBR en BVD. Wat betekent dit voor het behoud van uw status?
vrij-status heeft, dan krijgt het bedrijf de observatiestatus en is het nodig de runderen te onderzoeken. Wordt een rund ongunstig getest, dan is in veel gevallen het advies deze runderen weer af te voeren. Dit advies krijgt een veehouder omdat het rund een risico vormt voor de rest van de veestapel en omdat de gezondheidsstatus met dat dier in de veestapel niet behouden kan blijven. Na afvoer is vaak nog een controleonderzoek nodig om aan te tonen dat de veestapel niet geïnfecteerd is geraakt.
Er is over de afgelopen vijf jaar een duidelijk dalende trend te zien in het percentage melkveebedrijven met een gesloten bedrijfsvoering. Het laatste jaar daalde dit zelfs tot onder de 50 procent (zie figuur). Onder een gesloten bedrijfsvoering rekenen we hier bedrijven die gedurende twaalf maanden geen dieren hebben aangevoerd van een ander UBN.
BVD Als er dieren aangevoerd worden van niet-vrije bedrijven moeten deze dieren bij aanvoer onderzocht worden op BVD-virus en als ze vrouwelijk en ouder zijn dan 12 maanden ook op antistoffen. Veehouders komen door ongunstige uitslagen geregeld voor onaangename verrassingen te staan. Behalve dieren waarbij virus wordt aangetoond, zijn ook dieren met BVD-antistoffen een risico voor de insleep van BVD-virus. Is een rund drachtig en heeft zij antistoffen, dan kan het kalf in dat rund een BVD-drager zijn. We adviseren als eerste om het moederdier af te voeren voordat ze gekalfd heeft, omdat een drager zeer besmettelijk is voor de veestapel en dit grote gevolgen kan hebben voor de diergezondheid
Steeds meer deelnemers aan diergezondheidsprogramma’s worden geconfronteerd met het risico van aanvoeren van niet-vrije bedrijven. Behalve dat hiermee een ziekte kan worden ingesleept, geeft het ook gedoe met het oog op behoud van de status. Worden runderen aangevoerd van een bedrijf wat niet de
% gesloten MV-bedrijven
100% 56% 54% 52% 50% 48% 0%
2014
2015
2016
2017
2018
Figuur: Er is over de afgelopen vijf jaar een duidelijk dalende trend te zien in het percentage melkveebedrijven met een gesloten bedrijfsvoering. Bron: Diergezondheidsmonitoring rund 2018
26 - Herkauwer, mei 2019
wetenschap
Katrien van den Brink, rundveedierenarts
op het bedrijf. Niet voor niets wordt het moeder dier een ‘Trojaans rund’ genoemd. Als ze toch worden geboren moeten deze kalveren bij voorkeur direct na geboorte via een oorbiopt onderzocht worden op BVD-virus. Uit de eerste cijfers blijken deze kalveren in ruim 3 procent van de gevallen inderdaad drager te zijn. Ook bij dieren die in het verleden gevaccineerd zijn voor BVD kunnen BVD-antistoffen worden aangetoond. Laboratoria kunnen geen onderscheid maken tussen antistoffen door vaccinatie of antistoffen doordat het rund met BVD-virus in aanraking is gekomen. Daarom worden alle aangevoerde runderen waarbij BVDantistoffen worden aangetoond als risicovol gezien, ongeacht of ze zijn gevaccineerd. Het is heel belangrijk de kalveren te laten onderzoeken, dit kan door een oorbiopt of in het bloed vanaf 31 dagen. De meeste kalveren zullen echter al vóór die tijd het bedrijf verlaten. Het missen van een ‘Trojaans kalf’ heeft tot gevolg dat er sowieso tien maanden lang bij alle kalveren een oorbiopt genomen moet worden. Om geen Trojaanse kalveren te missen adviseren we daarom om op voorhand oorbiopt-oormerken aan te schaffen. IBR IBR is een infectieziekte waarbij het virus in de koe blijft als het dier eenmaal een besmetting heeft opgelopen. Zo blijft het rund dus levenslang een potentiële besmettingsbron voor haar koppelgenoten. Onder invloed van stress of weerstandsvermindering wordt het virus opnieuw uitgescheiden. Transport en introductie in een nieuwe koppel maken de kans dat het dier weer virus gaat uitscheiden groter. Dit is de reden waarom een aangevoerd rund met IBR-antistoffen zo snel mogelijk afgevoerd moet worden. Bij IBR kan er wel onderscheid gemaakt worden tussen gevaccineerde dieren en dieren met antistoffen door het IBR-veldvirus; de in Nederland geregistreerde IBR-vaccins zijn markervaccins.
Tip: bestel na aanvoer van een rund met BVD-antistoffen direct oorbiopt-oormerken bij uw oormerkleverancier. Het kan een paar weken duren voor u deze in huis hebt. Wat u kunt doen Voert u vee aan, controleer dan vooraf de gezondheidsstatus en vraag een verklaring met de gezondheidsstatussen op de dag van aanvoer op bij de veehouder. Om teleurstelling en extra werk te voorkomen koopt u het liefst alleen aan van BVD- en IBR-vrije bedrijven. Voor BVD heeft bijna 60 procent van de Nederlandse melkveebedrijven en jongveeopfokbedrijven de vrij-status; voor IBR is dat bijna 50 procent. Wanneer u toch besluit dieren aan te kopen van een niet-vrij bedrijf kunt u deze dieren voorscreenen op het bedrijf van herkomst alvorens u de dieren aanvoert. De dieren moeten na aanvoer nogmaals worden onderzocht. Naast IBR en BVD zijn er bij aankoop ook risico’s op insleep van andere aandoeningen. Bij aanvoer loopt u het risico op insleep van bijvoorbeeld paratuberculose, salmonella, leptospirose, neospora, infectieuze klauwaandoeningen, uieraandoeningen, schurft en schimmels. Ook bij import zien we regelmatig dat er runderen met antistoffen worden aangevoerd. Dit komt ook doordat in veel landen geen gezondheidsprogramma’s voor leptospirose, salmonella en paratuberculose bestaan. Zorg er voor dat aankoop geen duurkoop wordt. Niet aanvoeren is het veiligst om dierziekten buiten de deur te houden. Maar soms laat de bedrijfsvoering niet anders toe en moet er toch aangevoerd worden. Door alleen van vrije bedrijven aan te voeren kunt u de risico’s beperken. Raadpleeg bij twijfel uw dierenarts of GD.
Herkauwer, mei 2019 - 27
®
VLIEGENBESTRIJDING
BEGIN OP TIJD!
®
0 uur
BREEDSPECTRUM WERKING: ook tegen teken en myiasis bij schapen FLEXIBAG & FARMPACK : innovatief doseersysteem VEILIGE TOEDIENING: snel, eenvoudig, handen vrij LANG HOUDBAAR: 5 jaar na productie, 2 jaar na opening van FLEXIBAG ®
®
Scan de QR code en bekijk de instructievideo
© Virbac Nederland BV
Wachtijd melk
®
Productinformatie voor DELTANIL 10 mg/ml Pour-on oplossing voor runderen en schapen. Werkzaam bestanddeel: Per ml: deltamethrin 10 mg. Doeldiersoorten: Rund en schaap. Indicaties voor gebruik met specificatie van de doeldiersoorten: Een topicale behandeling en preventie van besmettingen door luizen en vliegen bij runderen; teken, luizen, schapenluisvlieg en gevestigde myasis op schapen en luizen en teken op lammeren. Contra-indicaties: Niet gebruiken bij zieke of herstellende dieren. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen. Dosering: Voor uitwendig gebruik. Rund: 100 mg deltamethrin per dier, dit correspondeert met 10 ml van het diergeneesmiddel. Schaap: 50 mg deltamethrin per dier, dit correspondeert met 5 ml van het diergeneesmiddel. Lammeren: (onder de 10 kg lichaamsgewicht of jonger dan 1 maand) 25 mg deltamethrin per dier, dit correspondeert met 2½ ml van het diergeneesmiddel. Wachttijd(en): Rund: (orgaan) vlees: 17 dagen, melk: 0 dagen. Schaap: (orgaan)vlees: 35 dagen, melk: 0 dagen. Bijwerkingen (frequentie en ernst): Schilfering en jeuk zijn gezien bij sommige runderen in de 48 uur na behandeling. Registratienummer: REG NL 111025. Kanalisatie: URA. Distributeur: Virbac Nederland, Hermesweg 15, 3771 ND, Barneveld, www.virbac.nl. Raadpleeg voor gebruik altijd de bijsluiter en uw bedrijfsgebonden dierenarts voor een passend behandeladvies. Neem voor meer informatie over Auriplak, Deltanil Pour-on of andere diergeneesmiddelen contact op met Virbac Nederland bv of kijk op www.cbg-meb.nl. * Gebruikerservaringen & tevredenheidsonderzoek onder veehouders* *N=194 deelnemende veehouders over 4 landen: Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië. Merendeel melkveehouderij. Market Probe agriculture & animal health, Global Market Insights, November 2017.
VIRBAC NEDERLAND BV | POSTBUS 313 | 3770 AH BARNEVELD INFO@VIRBAC.NL | WWW.VIRBAC.NL | TEL. 0342 - 427 127
Onverwachte verandering van uw status, verhuizing van uw bedrijf of het kiezen van een GD-programma: sommige situaties vragen om persoonlijk contact met GD. Bel dan rechtstreeks met de buitendienstmedewerker in uw regio.
MIKE WEERSINK
RENSKE VAN DE BEEK In mijn dagelijkse werk heb ik veel contact met melkveehouders en rundveedierenartsen. De bezoeken gaan vaak over IBR en BVD of het uitscharen van vee. Ook houd ik me bezig met de ontwikkelingen op het gebied van klauwgezondheid. Binnen ons klauwenteam krijgen we vragen als “Ik heb veel koeien met wittelijnaandoeningen, hoe kan ik dit voorkomen?” Mooi om dan advies te kunnen geven over de mogelijk oorzaken, zoals de belasting van de klauwen (bijvoorbeeld sta- en ligtijd en draaipunten). Daarnaast is rust in de stal belangrijk, zodat er weinig vluchtreacties zijn. Minstens zo belangrijk is het om ook de voeding te bespreken. Hier krijg je meer inzicht in door tankmelk te laten onderzoeken op de belangrijkste klauwvitamine en -mineralen: biotine, zink en mangaan. Daarmee weet je of er iets aan de mineralenvoorziening verbeterd kan worden. Een eenvoudig middel om met klauwgezondheid aan de slag te gaan.
Inmiddels werk ik zo’n drie jaar bij GD. Ik begon op de binnendienst en een half jaar geleden groeide ik door naar de buitendienst. De kennis die ik in de binnendienst opdeed kan ik nu goed gebruiken. Het leuke aan (en het voordeel van) de buitendienst is dat ik als u vragen heeft, ook daadwerkelijk naar u toe kan komen. Aan de keukentafel kun je snel met elkaar schakelen, en vragen en onduidelijkheden vaak sneller oplossen. Een aantal weken geleden mocht ik samen met een collega mijn eerste boerenavond organiseren, over onder andere salmonella. Doordat de veehouders tijdens deze avond ook hun eigen ervaringen deelden was er een mooie interactie binnen de groep. Dit was niet alleen leerzaam voor de veehouders, ook voor mij. Mocht u willen dat ik, of één van mijn collega’s, bij u langskomt voor een bedrijfsbezoek of een presentatie over een onderwerp dat aansluit bij uw studiegroep, laat het ons weten. We doen het graag!
BUITENDIENSTMEDEWERKERS (netnummer 0570) Andreas Lameris Mike Weersink Anton Gosselink Chantal Winterman-Schrijver Frans Jansen Hans Miltenburg Heleen Worm Jan Strampel Marion Veldman Lammert de Vries Renske van de Beek Sabine Tijs Sietske Haarman-Zantinge Theo Scheepens Toine van Erp Walter Schouten
66 02 83 66 03 51 66 04 98 66 04 79 66 05 44 66 03 32 66 03 75 66 04 64 66 01 27 66 04 39 66 05 55 66 03 67 66 03 61 66 04 61 66 03 94 66 04 62
Herkauwer, mei 2019 - 29
ADVERTORIAL
Optimaal resultaat voor dieren door fullspectrum zonlicht verlichting van FreshlightAgri In het Noord-Brabantse Wijk en Aalburg is het melkveebedrijf Wink en Boll gevestigd. Het is een echt familiebedrijf waar Jacco Wink als derde generatie werkzaam is. Jacco is opgegroeid in de wereld van melkvee en de passie voor het vak is hem met de paplepel ingegoten. Sinds oktober 2018 hangt de verlichting van FreshlightAgri in zijn stallen en genieten de dieren van fullspectrum zonlicht. Tijdens het bouwen van een nieuwe stal was Jacco opzoek naar mogelijkheden voor een optimaal resultaat voor zijn dieren. Hierbij waren veel elementen van belang, waaronder het juiste licht. Dat kwam Jacco tegen op de RMV-dagen in Gorinchem.
A
®
www.freshlight.eu
Luchtzuiverende agrarische verlichting
A Schone lucht
Luchtzuiverende agrarische verlichting
A Minder antibioticum
Luchtzuiverende agrarische verlichting
®
®
Luchtzuiverende agrarische verlichting
De verlichting van FreshlightAgri benadert het lichtspectrum dat van de zon afkomt door fullspectrum zonlicht toe te passen. Het resultaat hiervan is dat de dieren sneller groeien, sterkere botten hebben en minder vatbaar zijn voor ziekten. Dit aspect was voor Jacco doorslaggevend om te kiezen voor FreshlightAgri. Daarnaast zijn de armaturen van FreshlightAgri voorzien van ionisatie, waarbij er gebruik wordt gemaakt van negatieve ionisatie. De negatieve ionen hechten zich vooral aan fijnstof dat door de zwaartekracht als overblijfsel op de grond valt. Wanneer fijnstof is geïoniseerd worden pathogenen, zoals bacteriën en virussen, sterk gereduceerd. Op deze manier worden stallen 24 uur per dag gezuiverd, zelfs als de verlichting uit is. Het resultaat is een frisse stal met gezonde en vitale dieren.
Luchtzuiverende verlichting Luchtzuiverende agrarische verlichting
Hij zag de verlichting van FreshlightAgri en raakte in gesprek. Hij was opzoek naar verlichting met UV-B, dit vormt samen met UV-A en infrarood licht het onzichtbare zonlicht en dit zorgt ook voor de vorming van vitamine D.
A Minder uitval ®
Voor een toekomstige samenwerking met FreshlightAgri staat Jacco open, bij het bouwen van een nieuwe stal wil hij graag weer een optimaal resultaat voor zijn dieren door het creëren van natuurlijk zonlicht.
GezondeA dieren ®
A Vermindering van pathogenen ®
Luchtzuiverende agrarische verlichting
HDT1221
Op de vraag of Jacco andere ondernemers zou aanraden om voor deze verlichting te kiezen, antwoordde hij positief. Deze melkveehouder kan de verlichting van FreshlightAgri naar zijn ervaring van harte aanbevelen. Meer informatie over de producten van Freshlight? Tel: 055 - 302 00 22 E-mail: info@freshlight.eu Website: www.freshlight.eu
de boer op
4.442
ZOVEEL RUNDVEEHOUDERS LIETEN AFGELOPEN JAAR MINIMAAL ÉÉN KEER DE MINERALENOPNAME BEPALEN VIA TANKMELK EN/OF BLOEDONDERZOEK. Mineralen zijn van groot belang voor de weerstand, uiergezondheid, vruchtbaarheid en klauwgezondheid van uw koeien. Zowel een overmaat als een tekort aan mineralen kan de gezondheid schaden.
Een goede mineralenvoorziening begint bij het doorrekenen van de rantsoenen. Neem hierin ook de spoorelementen mee. Met tankmelkonderzoek kunt u bepalen hoe de mineralen daadwerkelijk benut worden door uw koppel koeien. Door de informatie uit het tankmelk- of bloedonderzoek meerdere keren per jaar mee te nemen in de rantsoenberekening, kunt u nog nauwkeuriger naar de mineralenbehoefte voeren.
WILT U ÓÓK BEPALEN OF UW MELKKOEIEN NIET TEVEEL OF JUIST TE WEINIG MINERALEN OPNEMEN?
DOE DE MINERALENCHECK! WWW.MINERALENCHECK.NL
vraag & antwoord
VRAAG: WAT ZEGT DE MORTELLARO-UITSLAG VAN KLAUWGEZONDHEID TANKMELK?
ANTWOORD: MENNO HOLZHAUER, RUNDVEEDIERENARTS
De uitslag van Klauwgezondheid Tankmelk bestaat vanaf dit jaar uit twee onderdelen: de resultaten van de rantsoencomponenten biotine, zink en mangaan, en de resultaten van de antistoffen tegen de belangrijkste Mortellarobacterie. De Mortellarouitslag geeft u inzicht in de beste strategie om de ziekte van Mortellaro op het bedrijf aan te pakken. Zijn er weinig antistoffen aangetoond, dan gaat u het beste door met de preventieve maatregelen die u al toepast. Zijn er veel antistoffen aangetoond, dan is de infectiedruk hoog en hebben waarschijnlijk veel koeien (chronische) Mortellaro. Ons advies is om consequent voetbaden te gebruiken, de hygiëne in de buurt van de klauwen fundamenteel te verbeteren en koeien met een acute infectie op te sporen en te behandelen.
Zijn er zeer veel antistoffen aangetoond, dan is de infectiedruk op uw bedrijf heel hoog en heeft mogelijk meer dan een kwart van de koeien acute Mortellaro aan een of meer klauwen. Ons advies is om deze dieren op te sporen en individueel te behandelen en bij ernstige lokale wonden een verband toe te passen. Wacht na een behandeling tien tot veertien dagen voordat u deze koeien weer door een voetbad laat lopen. Koeien met acute Mortellaro die ‘te vroeg’ door het voetbad zijn gegaan onthouden de negatieve associatie en willen daarna niet meer door het voetbad. Dit resulteert in onrust en oponthoud in de wachtruimte en het het kan er ook toe leiden dat koeien minder makkelijk naar de melkstal komen en minder vlot melken. MEER OVER KLAUWGEZONDHEID TANKMELK WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/KGA
Herkauwer, mei 2019 - 31
diergezondheid volgens Sierd Hornstra Biologische melkveehouder Sierd Hornstra houdt samen met zijn vrouw Femmie en hun zoon Henk (25) in het Overijsselse Eesveen 95 stuks melkvee en 9 stuks jongvee. Deze ‘Nieuw-Zeelandse’ veestapel bestaat voornamelijk uit jersey- en Brown Swiss-koeien, die bijna het hele jaar buiten lopen. De veestapel op het bedrijf van de familie Hornstra doet het goed. Er wordt al lange tijd geen antibiotica meer gebruikt en het vervangingspercentage is met 15 procent bijzonder laag. Op de vraag wat hij doet om de koeien gezond te houden antwoordt Sierd: “We doen eigenlijk vooral veel dingen niet.” Dat is volgens hem door het beweiden niet nodig. “We hebben bijvoorbeeld al lang geen Mortellaro meer gehad op het bedrijf en we hoeven geen koppelbehandeling te doen. Weidegang is het beste voetbad voor de koe.” Biologisch Het bedrijf is nu twee jaar biologisch. Sierd: “We werkten eigenlijk al langer op die manier, maar twee jaar geleden werd het officieel. Dat levert toch weer iets extra’s op, zeker in combinatie met de dikke melk die onze koeien geven. En onze productie is dan niet zo hoog, onze kosten zijn daarentegen door het beweiden erg laag. Elke kilo kuil die we niet nodig hebben scheelt ons tijd, plastic en diesel.” Kruidenrijk gras Sierd voert zijn koeien volgens het Pure Grazesysteem; ze krijgen dus alleen gras. Maar niet zomaar gras: de koeien grazen op een kruidenrijk grasland, met onder meer cichorei, kropaar, smalle weegbree en verschillende klaversoorten. De voordelen daarvan? Dat zijn er vele, aldus Sierd. “Kruiden nemen andere voedingsstoffen op dan gras en wortelen dieper, waardoor ze het ook onder droge omstandigheden en zonder bemesting heel goed doen. Klavers nemen bijvoorbeeld veel stikstof op. En de verschillende planten in zo’n kruidenrijk grasland stimuleren elkaar als het ware om goed te groeien. Sinds onze koeien van kruidenrijk grasland vreten zijn ze zo’n 7 procent meer melk gaan geven.” Weidevogels Meer kruiden in het weiland heeft ook nog een andere mooie bijkomstigheid: het trekt insecten aan, en daarmee weidevogels. Sierd is een liefhebber. “Sinds één jaar zijn we hier kievitsgebied. Ik hoop dat ik, als ik binnenkort een keer ‘s morgens wakker wordt en uit het raam kijk, de kievit weer in het land zie. Dat zou toch echt geweldig zijn.”
Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-634104, www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl