Skip to main content

Herkauwer 100

Page 1

Samen werken aan diergezondheid

GD-magazine - mei 2020 - nummer 100

herkauwer

REPORTAGE

Aan de slag met klauwgezondheid

QUIZ

Wat weet u over wormen?

MASTITISVERWEKKERS Geef ze geen kans


AL DECENNIALANG AL DECENNIALANG MET BUTOX PROTECT! MET BUTOX PROTECT! Butox® Protect beschermt tot wel 10 weken en is daarmee ® Protect beschermt tot welrundveehouders 10 weken en is daarmee deButox langstwerkende pour-on. Onder wordt ® de langstwerkende pour-on. Onder rundveehouders wordt Butox Protect al decennialang met succes ingezet Butox® Protect al decennialang met succes ingezet Butox® Protect is verkrijgbaar op recept van uw dierenarts. ® Vraag uw dierenarts om eenop bedrijfsspecifieke aanpak tegen vliegen via Butox Protectvrijblijvend is verkrijgbaar recept van uw dierenarts. www.koevliegvrij.nl Vraag uw dierenarts vrijblijvend om een bedrijfsspecifieke aanpak tegen vliegen via www.koevliegvrij.nl Butox Protect, bevat per ml 7,50 mg deltamethrin. Doeldieren: Rund en schaap. Indicatie: Behandeling en preventie van infestaties met: - bloedzuigende luizen (Linognathus vituli, Linognathus ovillus, Haematopinus eurysternus); - bijtende luizen (Bovicola bovis, Bovicola ovis); - schapenluisvlieg (Melophagus ovinus). Controle van steekvliegen (Stomoxys calcitrans, Haematobia spp.) en overlast veroorzakende vliegen (Musca spp., Hippobosca spp.) bij runderen. Contra-indicaties: Resistentie tegen pyrethroïden. Bijwerkingen: Deltamethrin is irriterend voor de ogen en slijmvliezen. In zeer zeldzame gevallen kan huidirritatie (roodheid/jeuk) gepaard gaand met rusteloosheid, overgevoeligheid en Doeldieren: schudden met de kop en zwiepen met de staart waargenomen worden. Toediening dosering: Enkelvoudige Pour on toediening op het midden de rug van eurysButox hyperactiviteit, Protect, bevat angst per mlof 7,50 mg deltamethrin. Rund en schaap. Indicatie: Behandeling en preventie van infestaties met:en - bloedzuigende luizen (Linognathus vituli, Linognathus ovillus,van Haematopinus nek tot staart. Afhankelijk van de(Bovicola besmettingsgraad kan de behandeling tegen vliegen elke 6 tot 10 weken herhaald worden. Wachttermijnen: Rund (Orgaan)vlees: 18 dagen, Melk:veroorzakende 0 dagen; Schaap (Orgaan)vlees: 1 dag, ternus); - bijtende luizen bovis, Bovicola ovis); - schapenluisvlieg (Melophagus ovinus). Controle van steekvliegen (Stomoxys calcitrans, Haematobia spp.) en overlast vliegen (Musca spp., Hippobosca Melk: 12spp.) uur. Waarschuwingen: Frequent en herhaaldelijk gebruikpyrethroïden. van insecticiden van dezelfde klasse gedurende een langere vermijden, gezien het risico op de ontwikkeling van resistentie. Kan tijdens dracht gaand en bij runderen. Contra-indicaties: Resistentie tegen Bijwerkingen: Deltamethrin is irriterend voor deperiode ogen en slijmvliezen. In zeer zeldzame gevallen kan huidirritatie (roodheid/jeuk) gepaard met lactatie worden gebruikt. Het product angst zal hetofaantal vliegen aanwezig op het dier maar met naar de verwachting niet alle vliegen op een bedrijf elimineren. Deltamethrin is erg giftig voor insecten in de mest,van bijen, rusteloosheid, hyperactiviteit, overgevoeligheid en schudden met verminderen, de kop en zwiepen staart waargenomen worden. Toediening en dosering: Enkelvoudige Pour on toediening op het midden de rug van vissen en andere waterorganismen. Diergeneesmiddel. REGkan NL 104958 URA. Voor overige informatie, zie10 bijsluiter. nek tot staart. Afhankelijk van de besmettingsgraad de behandeling tegen vliegen elke 6 tot weken 2020-02. herhaald worden. Wachttermijnen: Rund (Orgaan)vlees: 18 dagen, Melk: 0 dagen; Schaap (Orgaan)vlees: 1 dag, Melk: 12 uur. Waarschuwingen: Frequent en herhaaldelijk gebruik van insecticiden van dezelfde klasse gedurende een langere periode vermijden, gezien het risico op de ontwikkeling van resistentie. Kan tijdens dracht en lactatie worden gebruikt. Het product zal het aantal vliegen aanwezig op het dier verminderen, maar naar verwachting niet alle vliegen op een bedrijf elimineren. Deltamethrin is erg giftig voor insecten in de mest, bijen, vissen en andere waterorganismen. Diergeneesmiddel. REG NL 104958 URA. Voor overige informatie, zie bijsluiter. 2020-02.

MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer MSD Animal Health www.my-msd-animal-health.nl Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.my-msd-animal-health.nl

©2020 MSD Animal Health B.V. Alle rechten voorbehouden.


voorwoord

BIJZONDERE EDITIE Voor u ligt de honderdste editie van de Herkauwer. De bedoeling was om er een zeer feestelijke uitgave van te maken, maar dat is niet meer op zijn plaats gezien alle zorg, aandacht en soms diep persoonlijk leed dat het coronavirus met zich meebrengt. De ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Toch willen we een paar aspecten noemen die in al die weken die achter ons liggen manifest aan de oppervlakte kwamen. Zoals die waardering voor wat vitale beroepen is gaan heten. Plotseling is daar weer het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat er voldoende voedsel is, dat er voldoende medische voorzieningen zijn en dat er werk is. Veehouders, die dagelijks ondervinden hoe weerbarstig de natuurlijke gang der dingen kan zijn, weten dat als geen ander. Hopelijk dringt dit besef dieper door in de samenleving en is de

waardering voor boeren van structurele aard. Er is een gezegde: en de boer, hij ploegde voort. Zeker, het is een gedateerde spreuk, maar het roept een gevoel op dat past bij wat we zien. Tractoren stomen het land op. Het is voor boeren soms flink puzzelen om de werkzaamheden te regelen die nodig zijn voor de gezondheid van de dieren (conform de richtlijnen als 1,5 meter afstand houden), maar dat lukt in overleg vrijwel altijd. Onze missie, samen werken aan diergezondheid in het belang van het dier, in het belang van u als veehouder en in het belang van de samenleving (denk aan de voedselproductie), blijkt actueler dan ooit. We zijn op weg naar een nieuwe werkelijkheid. Hoe die eruit gaat zien? Dat is onduidelijk. Maar ook dat weten boeren: veranderen is een kwestie van een lange adem en vraagt om volhouden. Het dagelijkse werk gaat door en ja, ook de Herkauwer, boordevol vakinformatie, verschijnt als vanouds, voor de honderdste keer. Bert de Lange, sectormanager rund

inhoud 04 Actueel 07 Kalender 08 Doe de wormenquiz

Bereikbaarheid U kunt Royal GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur. Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief btw en 9,95 euro basiskosten.

11 Uitslagen van het onderzoek naar 08

13 Reportage: aandacht voor klauwge-

Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: via het aanmeldformulier op www.gddiergezondheid.nl of telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. colofon Herkauwer is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren Redactie Sietske Haarman, Bert de Lange, Jet Mars, Marjolijn Waanders, Linda van Wuijckhuise | Beeldredactie Wendy van de Streek | Eindredactie Jessica Fiks | Redactieadres Royal GD, Marketingsupport & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddiergezondheid.nl, www.gddiergezondheid.nl | Productiecoรถrdinatie Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Basisontwerp Studio Kaap | Vormgeving Dock35 Media B.V. | Druk Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Abonnementen Herkauwer wordt gratis toegezonden aan relaties van Royal GD. Een jaarabonnement (vier nummers) voor personen buiten de doelgroep kost 19,20 euro (exclusief btw) | Advertenties Dock35 Media B.V., T. 0314 - 35 58 52 | Verschijningsfrequentie vier keer per jaar | Suggesties Heeft u suggesties voor dit blad, dan kunt u deze via redactie@gddiergezondheid.nl doorgeven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever.

zondheid is belangrijk

17 VeeOnline 18 Voorbereiden op warme periode 21 Adviezen voor niet IBR-vrije bedrijven 13

24 Hoe verbetert u zelf de uiergezondheid?

27 Interview: uitgebalanceerd rantsoen voorkomt gezondheidsproblemen

29 De relatiebeheerders

ISSN: 1875a-2594 Wilt u dit blad niet meer ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven? Dat kan via 0900-1770 (lokaal tarief) en vraag naar klantdatabeheer, of stuur een e-mail naar brbs@gddiergezondheid.nl.

koper

31 De boer op 21

32 Diergezondheid volgens Linda van Wuijckhuise

Herkauwer, mei 2020 - 3


Start weideseizoen en klauwgezondheid In de wei is de ondergrond zachter, wat een positief effect heeft op de belasting van de klauwen. Een nieuw rantsoen met gras kan echter wel gevolgen hebben op de klauwgezondheid. Vers gras heeft vaak een hoog ruw eiwitgehalte, wat een negatieve invloed heeft op de opname van mineralen en spoorelementen die belangrijk zijn voor de klauwgezondheid. Door voerovergangen kan een optimale werking van de pens nadelig worden beïnvloed, wat de vorming van B-vitamines, zoals biotine, onder druk kan zetten. Opname van voldoende biotine, mangaan en zink is essentieel voor de vorming van klauwhoorn en de huidweerstand. Goede klauwhoornkwaliteit betekent dat er een kleinere kans is op het ontwikkelen van zoolzweren en wittelijn-problemen. Een goede hoornkwaliteit zorgt ervoor dat koeien hun klauwen minder snel beschadigen en steentjes en andere onregelmatigheden beter op kunnen vangen, zonder een klauwbeschadiging op te lopen.

GD en het coronavirus SARS-CoV-2 Het is een vreemde tijd voor iedereen, maar op de boerderij gaat het werk door. Naast gezondheid is voedselveiligheid op dit moment essentieel en de Nederlandse veehouderij speelt daarin een hele belangrijke rol. Om die voedselveiligheid te kunnen blijven garanderen is een goede monitoring van de diergezondheid belangrijk. Daarom adviseren wij om onderzoek zo veel mogelijk door te laten gaan. Wij blijven u daarbij zo goed mogelijk ondersteunen. Op het moment dat deze Herkauwer naar de drukker gaat, weten we nog niet wat de nieuwe besluiten van het kabinet zijn. Testcapaciteit GD ingezet voor onderzoek coronapatiënten GD is een van de laboratoria die bijdraagt aan het vergroten van de testcapaciteit voor coronapatiënten. De test voor het COVID-19 onderzoek is, zoals voorgeschreven door het RIVM, in ons laboratorium gevalideerd. Organisaties zoals GGD’en en laboratoria, kunnen monsters insturen naar GD. Losse inzendingen kunnen wij helaas niet in behandeling nemen. Het onderzoek naar het coronavirus heeft geen invloed op onze reguliere dienstverlening. Die blijft volledig beschikbaar. Alle veterinaire diagnostiek en pathologie loopt gewoon door. KIJK VOOR MEER INFORMATIE OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/COVID-19

Kies voor gemak Gebruikt u bronwater om de melkwinningsapparatuur te reinigen of de melk voor te koelen? Dan hoort dit water te voldoen aan bepaalde normen. GD kan het water voor u onderzoeken op de door KKM of Foqus planet gestelde normen voor waterkwaliteit én regelt dat het monster elk jaar tijdig wordt genomen. Hiervoor werkt GD samen met getrainde, erkende watermonsternemers van CRV.

4 - Herkauwer, mei 2020


actueel

Jubileumeditie: Herkauwer nummer 100! De honderdste editie van Herkauwer is een feit. In oktober 1995 verscheen het eerste nummer. In al die jaren hebben we honderden artikelen geschreven, veel interviews gehouden en samen gewerkt aan het verbeteren van de diergezondheid. Mede dankzij u, want we mogen vele leuke reacties en tips ontvangen over het magazine en hoe we de inhoud nog verder kunnen ontwikkelen. In dit nummer vindt u bij enkele artikelen, naast de gewone websitelink, een qrcode. Door deze te scannen met uw telefoon, komt u rechtstreeks op de gemelde website uit. Dit maakt het nog eenvoudiger om de extra informatie online te lezen. We hopen nog vele Herkauwers te maken en heeft u suggesties? Mail ons dan op redactie@gddiergezondheid.nl.

Samen werken aan dierg

ezondheid

GD-magazine - mei 2020

herkauwer

- nummer 100

REPORTAGE

Aan de slag met klauw

gezondheid

QUIZ

Wat weet u over worm

en?

001_HE100_cover.indd

MASTITISVERWEKKERS Geef ze geen kans

Anne Veenbaas Fonds Het Anne Veenbaas Fonds zet mensen in de schijnwerpers die een significante bijdrage hebben geleverd aan de diergezondheid van met name onze landbouwhuisdieren. Daarom reiken we jaarlijks de Anne Veenbaas-penning uit, die gepaard gaat met een geldbedrag. Wie kunnen de prijs winnen? Dat kan iedereen zijn: dierenarts, wetenschapper, veehouder of burger. Hun bijdrage kan wetenschappelijk zijn of heel praktisch, zoals het verminderen van kalversterfte, een verbetering in het antibioticumgebruik of een slim idee om mastitis te voorkomen. Belangrijk is dat deze persoon zijn of haar kennis toepast in de praktijk om zo het dierenwelzijn of de diergezondheid te verbeteren. Kent u deze persoon? Meld hem of haar dan aan op www.anneveenbaas.nl. Het Anne Veenbaas Fonds is in 2019 opgericht ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van GD. De naam verwijst naar de ambitieuze eerste directeur, die tot aan zijn dood in 1939 aan het roer stond van de Gezondheidsdienst voor Vee in de provincie Fryslân. Hij heeft met de middelen van die tijd baanbrekend werk verricht ter verbetering van de diergezondheid bijvoorbeeld bij de bestrijding van TBC. GA VOOR MEER INFORMATIE NAAR

1

28-04-20 13:58

WWW.ANNEVEENBAAS.NL

Nu digitaal aanmelden onderzoek individuele melkmonsters op antistoffen Met onderzoek van individuele melkmonsters via de MPR kunt u alle melkleverende dieren in uw koppel tegelijk eenmalig laten onderzoeken op antistoffen tegen onder meer neospora, salmonella en IBR. U krijgt voor elk dier een individuele uitslag. De keuze voor individueel melkonderzoek via de MPR maakt u in overleg met uw dierenarts.

Herkauwer, mei 2020 - 5


VACCINEER TEGEN MASTITIS! VACCINEER TEGEN MASTITIS!Minder infecties

3

VOUDIGE BESCHERMING S. aureus

Verminderde ernst van E. coli c /coliformen mastitis E. coli/coliformen mastitis

UIER EFFECTEN

E. c /coliformen mastitis

Coliformen, waaronder E. c en E. coli en Klebsiella

3

Verminderde duur van infecties

3

NAS (CNS)

E. c

door S. aureus en NAS (CNS)

en

BEDRIJFS VOORDELEN

Hogere melkproductie

Minder afvoer Minder antibiotica gebruik Use of vaccination to control bovine mastitis caused by Klebsiella, A. Veenkamp, WBC, 2016. An investigation of the efficacy of a polyvalent mastitis vaccine using different vaccination regiments under field conditions in the UK, A. Bradley, J Dairy Science, 2015. Efficacy of vaccination on Staphylococcus aureus and CNS intramammary infection dynamics in 2 dairy herds, Y. Schukken, J Dairy Science, 2014 , Polyvalent geïnactiveerd vaccin tegen rundermastitis, emulsie voor injectie. Samenstelling: Escherichia coli (J5) geïnactiveerd > 50 RED60* Staphylococcus aureus (CP8) stam SP 140 geïnactiveerd, die Slime Associated Antigenic Complex (SAAC) tot expressie brengt > 50 RED80** * RED60: Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) bij 60% van de dieren (serologie). ** RED80: Use of vaccination to control bovine mastitis causedbijby80% Klebsiella, Veenkamp, WBC,Indicaties: 2016. Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) van de A. dieren (serologie). Voor gebruik in gezonde koeien en vaarzen, om het optreden en de ernst van de verschijnselen van An investigation of the eff icacy ofveroorzaakt a polyvalent mastitis vaccine using different vaccination regiments understafylokokken field conditions in the UK, A. Bradley, J Dairy Science, 2015. gebruik. De injecties dienen klinische of subklinische mastitis door Staphylococcus aureus, coliformen of coagulase-negatieve te verminderen. Toedieningsweg: Intramusculair Eff icacy of vaccination on Staphylococcus aureus and CNS intramammary infection dynamics in 2 Y. Schukken, Dairy Science, 2014 bij voorkeur afwisselend aan beide zijden van de nek gegeven te worden. Dosering: Dien een dosisdairy (2ml)herds, toe door middel vanJ een diepe intramusculaire injectie in de nekspieren op 45 dagen voor de verwachte afkalfdatum en dien een maand daarna een tweede dosis toe (minimaal 10 dagen voor afkalven). Een derde dosis moet 2 maanden hierna toegediend worden. Het hele vaccinatieprogramma , Polyvalent geïnactiveerd vaccin tegen rundermastitis, emulsie voor injectie. Samenstelling: Escherichia coli (J5) geïnactiveerd > 50 RED60* Staphylococcus aureus (CP8) stam SP 140 moet elke dracht herhaald worden. Bijwerkingen: Er kunnen na toediening van één dosis vaccin lichte tot matige, voorbijgaande, plaatselijke reacties optreden. Dit zijn voornamelijk: zwelling (gemiddeld geïnactiveerd, die Slime Associated Antigenic Complex (SAAC) tot expressie brengt > 50 RED80** * RED60: Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) bij 60% van de dieren (serologie). ** RED80: op de plaats van de injectie, die spontaan in maximaal 4 dagen verdwijnt. Er werden na toediening van een tot 5 cm2), die binnen 1 of 2 weken verdwijnt. In sommige gevallen kan er ook pijn optreden Rabbit Effective Dose (effectieve dosis bij konijnen) bij 80% van de dieren (serologie). Indicaties: Voor gebruik in gezonde koeien en vaarzen, om het optreden en de ernst van de verschijnselen van overdosis vaccin geen andere bijwerkingen bij de dieren waargenomen dan de bijwerkingen waargenomen na toediening van een enkele dosis vaccin. Contra-indicaties: Wachttijd: Geen. Speciale klinische of subklinische mastitis veroorzaakt door Staphylococcus aureus, coliformen of coagulase-negatieve stafylokokken te verminderen. Toedieningsweg: IntramusculairGeen. gebruik. De injecties dienen voorzorgsmaatregelen: Alleen gezonde geïmmuniseerd worden. Dien Het vaccin vóór(2ml) toediening opmiddel een temperatuur vanintramusculaire +15 °C tot +25 °C laten komen. Schudden gebruik. Speciale bij voorkeur afwisselend aan beide zijden dieren van de dienen nek gegeven te worden.teDosering: een dosis toe door van een diepe injectie in de nekspieren opvoor 45 dagen voor de voorzorgsmaatregelen, nemen door degene diergeneeskundig product aan devoor dieren toedient: product olie. Accidentele injectie/zelf-injectie kan ernstige pijn en zwelling verwachte afkalfdatum ente dien een maand daarnadie eenhet tweede dosis toe (minimaal 10 dagen afkalven). EenDit derde dosisbevat moetminerale 2 maanden hierna toegediend worden. Het hele vaccinatieprogramma tot gevolg hebben, vooral worden. in geval Bijwerkingen: van injectie in een gewricht of vinger; zonder medisch ingrijpen kan ditvoorbijgaande, in zeldzame gevallen leiden tot verlies van de vinger. Kan tijdens de dracht en moet elke dracht herhaald Er kunnen na toediening van éénsnel dosis vaccin lichte tot matige, plaatselijke reacties optreden. Ditbetrokken zijn voornamelijk: zwelling (gemiddeld lactatie gebruikt. enIntransporteren (+2 totkan +8 °C) en beschermen Niet in de Voor in verdere informatie verwijzen wijEru werden naar de na bijsluiter in de van verpakking. 2 ), die binnen 1 ofGekoeld 2 wekenbewaren verdwijnt. sommige gevallen er ook pijn optredentegen op delicht. plaats van de vriezer injectie,bewaren. die spontaan maximaal 4 dagen verdwijnt. toediening een tot 5 cmworden Verpakkingsgrootten: Kartonnen doos met acons met elkdan 1 dosis. Kartonnenwaargenomen doos met 1 injectiefl acon met doses. Kartonnen doos Contra-indicaties: met 1 injectieflaconGeen. met Wachttijd: 25 doses. Nummer(s) van de overdosis vaccin geen andere bijwerkingen bij 20 de injectiefl dieren waargenomen de bijwerkingen na toediening van5 een enkele dosis vaccin. Geen. Speciale vergunning(en) voor het in de handel brengen: EU/2/08/092/003; EU/2/08/092/004; 2/08/092/006. UDD. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: LABORATORIOS HIPRA, S.A. Avda. la voorzorgsmaatregelen: Alleen gezonde dieren dienen geïmmuniseerd te worden. Het vaccin vóór toediening op een temperatuur van +15 °C tot +25 °C laten komen. Schudden voor gebruik. Speciale Selva, 135. 17170 Amer (Girona), Spanje. Tel. (972) 430660 – Fax (972) 430661. Gebruik geneesmiddelen op een verantwoorde wijze. olie. Accidentele injectie/zelf-injectie kan ernstige pijn en zwelling voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneeskundig product aan de dieren toedient: Dit product bevat minerale tot gevolg hebben, vooral in geval van injectie in een gewricht of vinger; zonder snel medisch ingrijpen kan dit in zeldzame gevallen leiden tot verlies van de betrokken vinger. Kan tijdens de dracht en lactatie worden gebruikt. Gekoeld bewaren en transporteren (+2 tot +8 °C) en beschermen tegen licht. Niet in de vriezer bewaren. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de bijsluiter in de verpakking. Verpakkingsgrootten: Kartonnen doos met 20 injectieflacons met elk 1 dosis. Kartonnen doos met 1 injectieflacon met 5 doses. Kartonnen doos met 1 injectieflacon met 25 doses. Nummer(s) van de vergunning(en) voor het in de handel brengen: EU/2/08/092/003; EU/2/08/092/004; 2/08/092/006. UDD. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: LABORATORIOS HIPRA, S.A. Avda. la HIPRA BENELUX Selva, 135. 17170 Amer (Girona), Spanje. Tel. (972) 430660 – Fax (972) 430661. Gebruik geneesmiddelen op een verantwoorde wijze. Nieuwewandeling 62, 9000 Gent, België

Tel.: +32 (0) 9 296 44 64 · benelux@hipra.com · www.hipra.com

HIPRA BENELUX Nieuwewandeling 62, 9000 Gent, België Tel.: +32 (0) 9 296 44 64 · benelux@hipra.com · www.hipra.com


kalender

MEI JUNI JULI

Tekenseizoen van start: voorkom contact Nu het voorjaar is begonnen, wordt in sommige gebieden ook het risico op contact met teken weer reëel. Teken kunnen ziekten overbrengen op runderen, waaronder anaplasmose en babesiose. Teken komen in het hele land voor in bossen, duinen, heidegebieden, beschutte weilanden, parken en tuinen. Ze zijn actief vanaf een temperatuur van ongeveer 8 graden. Ze stappen van grassen en struiken over naar dieren (en mensen) en eenmaal op een gastheer zoeken ze een geschikte plek om zich vast te bijten in de huid. Na een bloedmaaltijd laat de teek los en leeft hij op de bodem, tussen grassen en bladeren. Ze zijn slecht bestand tegen felle zon. ‘Teekvriendelijke’ gebieden zijn gebieden met hoge begroeiing en bosjes. Teken kunnen ook infecties bij zich dragen die ze kunnen overdragen op rundvee (maar ook bijvoorbeeld op mensen). Runderziektes die via teken worden overgebracht zijn onder andere anaplasmose en babesiose. Ter preventie is het van belang om contact met teken zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door het mijden van bepaalde weidepercelen in de risicomaanden (periode mei - september) en extra aandacht voor de aanwezigheid van teken op het dier. Er zijn middelen op de markt die de besmetting met teken verminderen. Voor melkkoeien zijn geen afdoende werkzame geregistreerde middelen beschikbaar voor de behandeling tegen teken.

Juiste mineralenvoorziening voor jongvee Besteed extra aandacht aan de juiste mineralenvoorziening voor het jongvee, om de groei en gezondheid ook tijdens de weidegang op peil te houden. Onder gemiddelde Nederlandse omstandigheden bevat vers gras een tekort aan selenium, koper, kobalt en vaak ook jodium.

Inspecteer het weiland op giftige planten Heeft u al een neosporawaarschuwingsbordje? Het weideseizoen is weer begonnen. Dat betekent zoals elk jaar dat de aandacht voor neospora weer toeneemt. Om wandelaars te attenderen op de risico’s van hondenpoep voor de gezondheid van uw koeien, heeft GD speciale waarschuwingsbordjes. U kunt de geëmailleerde, metalen bordjes plaatsen bij de ingang van een perceel, of op een plek waar een wandel- of fietspad aan de percelen grenst.

Veel planten bevatten stoffen die giftig zijn voor onder andere runderen. In een aantal situaties is de kans dat dieren van giftige planten eten groter. Bijvoorbeeld wanneer de dieren bij tuinafval of slootafval kunnen komen of in weiden lopen tijdens bijzondere omstandigheden. KIJK VOOR MEER INFORMATIE OVER

Neosporawaarschuwingsbordjes kosten 10,20 euro (exclusief btw en verzendkosten) en zijn te bestellen via de GD Webshop.

WELKE GIFTIGE PLANTEN ER ZIJN OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/GIFTIGEPLANTEN

Herkauwer, mei 2020 - 7


DOE DE WORMENQUIZ!

Wat weet u over wormen? Weerstand tegen wormen Voor zowel maagdarmwormen als voor longworm is het prettig als het jongvee weerstand opdoet, zodat ze later als volwassen melkkoe geen onnodige energie kwijt zijn aan het omgaan met wormbesmettingen. Als uit tankmelkonderzoek blijkt dat de melkgevende dieren veel antistoffen uitscheiden in de melk, dan zegt dit dat ze (te) veel reageren op de betreffende worminfectie. Dit betekent meestal dat er tijdens het proces van weerstandsopbouw bij het jongvee iets niet optimaal verlopen is. Dit kan uiteraard komen omdat er gekozen is om het jongvee niet te weiden. Heeft het jongvee wel weidegang gehad, dan is het zinvol om samen met uw dierenarts te kijken waar verbetering haalbaar is. Weerstandsopbouw met betrekking tot wormen kan soms in conflict komen met andere bedrijfskeuzes of -situaties. Als een bedrijf besmet is met paratuberculose bijvoorbeeld, of er speelt salmonella, dan is de keuze om het jongvee achter de koeien aan te laten weiden om een lichte worminfectie op te doen geen goede keuze. Op andere bedrijven kan het juist een heel bewuste keuze zijn om dit wel te doen. Het blijft altijd een beslissing die per bedrijf genomen moet worden. Overleg met uw dierenarts; hij of zij kan u van goed advies voorzien.

8 - Herkauwer, mei 2020

Als u uw kalveren, pinken of (melkgevende) koeien weidt, dan kunnen die vroeg of laat in het seizoen te maken krijgen met onder meer longworm en maagdarmwormen. Elk jaar besteden we aandacht aan deze parasieten, maar hoeveel van die informatie blijft er eigenlijk bij u hangen? Test uzelf en doe de wormenquiz!

1 A B C

2 A B C

3

A B C

4 A B C

5 A B C

De besmettelijke larven van de longworm komen de winter goed door. Waar overwinteren ze? In mest Op de weide In de koe

Hoe lang kunnen de besmettelijke larven van de longworm ‘s zomers in de weide infectieus blijven? Maximaal zes weken Maximaal vier weken Maximaal twaalf weken

Wat is het belangrijkste symptoom/gevolg van een longworminfectie? Koorts Hoesten Groeivertraging/melkproductiedaling

Een ernstige longworminfectie leidt onder meer tot groeivertraging en melkproductiedaling. Kunnen runderen door longwormen ook sterven? Nee, bovengenoemde symptomen gaan vanzelf weer over Ja, sommige dieren met een ernstige longworminfectie sterven door verstikking Nee, maar naast bovengenoemde symptomen zorgen ze wel voor verwerpen en vroeggeboorte

Hoe kunt u controleren of uw runderen longworm hebben? Via bloedonderzoek en mestonderzoek Via mestonderzoek en tankmelkonderzoek Via tankmelkonderzoek, mestonderzoek en bloedonderzoek


quiz

Debora Smits, rundveedierenarts en Margreet Pasman, marktmanager infectieziekten en parasieten

6 A B C

7 A B C

8 A B C

9

Inzicht in wormen De besmettelijke larven van maagdarmworm komen de winter goed door. Waar overwinteren ze? In mest Op de weide In de koe

Wat is het belangrijkste symptoom/gevolg van een maagdarmworminfectie? Koorts Hoesten Groeivertraging/melkproductiedaling

Weet u of uw melkkoeien last hebben van longworm of maagdarmwormen? Met het abonnement Worminfecties Tankmelk wordt uw tankmelk jaarlijks twee keer onderzocht op antistoffen tegen longworm en één keer op antistoffen tegen maagdarmwormen en leverbot. Stap vóór de zomer nog in, dan weet u in augustus al of er sprake is van een besmetting met longworm en in welke mate. Kijk voor meer informatie op www.gddiergezondheid.nl/worminfecties-tankmelk of scan deze qr-code.

U wilt vaarzen aan de melk met weerstand tegen maagdarmwormen. Hoe zorgt u voor een goede weerstandsopbouw bij het jongvee? Het jongvee elke acht weken ontwormen Het jongvee monitoren qua besmetting en alleen ontwormen als het daadwerkelijk nodig is Het jongvee helemaal niet ontwormen, want dan kunnen ze geen weerstand opbouwen

Start u later met beweiding, dan is de maagdarmworm-besmettingsgraad van de weide lager. Wanneer is het ‘veilig’ om te starten met beweiding van jongvee? A 1 april B 1 juli C 1 augustus

10 Hoe kunt u controleren of uw kalveren last hebben van maagdarmwormen? A B C

Via mestonderzoek Via bloedonderzoek Zowel mest- als bloedonderzoek is mogelijk

Hoeveel vragen had u goed? Bekijk de antwoorden hiernaast. Valt de uitslag van de test tegen of wilt u toch nog wat meer weten over longworm of maagdarmwormen bij rundvee? Kijk dan op www.gddiergezondheid.nl/worminfecties.

6:b 7:c 8:b 9:b 10:c Antwoorden: 1:c 2:a 3:b 4:b 5:c Herkauwer, mei 2020 - 9


MEER VAN MIJN KOEIEN STARTEN BETER OP,

OMDAT IK SUBKLINISCHE KETOSE VOORKOM Koeien die slecht opstarten lijden vaak aan subklinische ketose als gevolg van een tekort aan energie

Gevolgen subklinische ketose Later tochtig, moeilijker drachtig2

Koeien vanaf de 3e kalving lopen bijna twee keer meer risico 15-17

Minder weerstand3-8 meer transitieziekten9-11

1

300 tot 500 kg minder melk12-13 Kosten lopen op tot 257 euro per geval14

Bescherm koeien vanaf de 3e kalving

•3

à 4 weken voor het kalven toedienen • betere opstart door meer energie • 74% minder verborgen ketose in koppel 9-11

MET KEXXTONE®

18

Minder ketose betekent:

Betere energieopname uit voer19,20 Goede opstart van lactatie

9-11

Minder antibiotica21

Betere vruchtbaarheid2

1. Andrews, T. (1998). 2. Walsh et al. (2007). 3. Sartorelli et al. (1999). 4. Sartorelli et al. (2000). 5. Hoeben et al. (1997). 6. Hoeben et al. (2000). 7. Suriyasathaporn W., Daemen, A.J.J.M., Noordhuizen-Stassen, E.N. Dieleman, S.J. Nielen, Schukken Y.H. (1999). 8. Zdzisinkska B., Filar J., Paduch, R., Kazxor J., Lokaj, I. Kandefer-Szerszen, M. (2000). 9. Duffield, T.F., Lissemore, K.D., McBride, B.W. & Leslie, K.E. (2009). 10. Leblanc (2004). 11. Dohoo (1984). 12. Ospina (2010). 13. Duffield, T. (2000) 14. Raboisson et al. (2015). 15. Berge A.C., Vertenten, G. (2014) 16. Vanholder, T., Papen, J., Bemers, R., Vertenten, G., & Berge, A. C. B. (2015). 17. Santschi 2011. 18. Elanco Animal Health. Data on file. 19. Nagaraja et al. (1997). 20. Van Maanen RW et al. (1978) 21. Raboisson, D., Barbier, M., & Maigné, E. (2016) VERKORTE BIJSLUITER KEXXTONE® Benaming: Kexxtone 32,4 g intraruminaal hulpmiddel met continue afgifte voor runderen. Werkzaam bestanddeel: Monensin 32,4 g (overeenkomend met 35,2 g monensin-natrium). Doeldiersoort(en): Rund (melkkoeien en vaarzen). Indicatie(s): Ter vermindering van het voorkomen van ketose rond het afkalven bij melkkoeien/vaarzen waarvan wordt verwacht dat ze ketose krijgen. Contra-indicaties: Niet gebruiken bij dieren met een lichaamsgewicht van minder dan 300 kg. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen. Bijwerkingen: Spijsverteringsstoornissen (zoals diarree, maagaandoening bij herkauwers) werden zelden waargenomen. Slokdarmobstructie werd zeer zelden waargenomen. De frequentie van • Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en)), • Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren), • Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren), • Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren), • Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten). Wachttijd(en): Nul dagen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren: Behandelde runderen moeten gedurende 1 uur na de toediening in een afgesloten ruimte worden gehouden om te controleren of het middel niet werd doorgeslikt of wordt geregurgiteerd. Als dit het geval is, dien het intraruminaal hulpmiddel dan opnieuw toe als het onbeschadigd is. Indien het beschadigd is, dien dan een nieuw intraruminaal hulpmiddel toe. Controleer behandelde dieren tot 4 dagen na de toediening op tekenen van vastzitten van het intraruminaal hulpmiddel in de slokdarm. Tekenen van vastzitten zijn onder andere trommelzucht, eventueel gevolgd door hoesten, kwijlen, gebrek aan eetlust en niet gedijen. Dosering en toedieningsweg: Intraruminaal gebruik. Eén enkel intraruminaal hulpmiddel dient 3-4 weken vóór de verwachte kalfdatum bij een melkkoe/vaars te worden toegediend door middel van een geschikt toedieningsinstrument. Kexxtone geeft bij benadering een gemiddelde dosis van 335 mg monensin per dag af gedurende ongeveer 95 dagen. Volg de instructies nauwgezet. Het dier moet op de juiste manier worden vastgezet om het intraruminaal hulpmiddel goed te kunnen toedienen. Bij het vastzetten moet de voor- en achterwaartse beweging worden beperkt en het hoofd in een naar voren gestrekte positie worden gehouden, zonder druk op de nek om stikken te voorkomen. 1. Elk intraruminaal de kern van het intraruminaal hulpmiddel en stop het hulpmiddel in een geschikt toedieningsinstrument, het uiteinde met de opening eerst. 3. Zet het dier vast met hoofd en nek naar voren gestrekt. Pak het dier met één hand in de hoek van de bek. Breng het toedieningsinstrument in de bek zonder daarbij de voortanden te raken. Gebruik niet te veel kracht, om trauma en letsel aan de keelholte en slokdarm te vermijden. 4. Breng het toedieningsinstrument voorbij de tongbasis en vermijd daarbij de kiezen. Wanneer het dier slikt, beweegt het toedieningsinstrument gemakkelijk over de tongbasis. GEBRUIK GEEN OVERMATIGE KRACHT. Trek bij weerstand het instrument wat terug en herhaal de procedure. 5. Zorg ervoor dat het uiteinde van het toedieningsinstrument de tongbasis is gepasseerd. Schiet het intraruminaal hulpmiddel uit het toedieningsinstrument wanneer het dier slikt. Reg.: EU/2/12/145/001-003, REG NL 110814 UDA. Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Uitsluitend op diergeneeskundig voorschrift. Verantwoordelijke onderneming: Elanco GmbH, Heinz-Lohmann-Str. 4, 27472 Cuxhaven, Duitsland. Verdere informatie is beschikbaar op aanvraag. 12/2018 Elanco Animal Health Papendorpseweg 83 | 3528 BJ Utrecht | Tel.: +31(0)30 307 92 45 | benelux@elanco.com Kexxtone®, Elanco en het schuine balk logo zijn handelsmerken van Elanco of haar filialen. PM-NL-19-0100


koper

Sanne Carp-van Dijken, rundveedierenarts

UITKOMSTEN PROJECT NAAR KOPERGEHALTE IN TANKMELK

Kopervoorziening is maatwerk Koper is een essentieel spoorelement voor een goede weerstand bij rundvee. De praktijk leert dat alleen kijken naar het kopergehalte in het rantsoen niet altijd het hele verhaal vertelt. Welke informatie is nodig om de kopervoorziening in beeld te krijgen? GD is in 2019 een project gestart om te onderzoeken of er een bovenste grenswaarde voor koper in tankmelk kan worden vastgesteld, die kan wijzen op te ruime kopervoorziening. In het project hebben we op diverse melkveebedrijven gekeken naar de eventuele verbanden tussen de koperopname vanuit het rantsoen, andere rantsoen- en bedrijfsfactoren en het kopergehalte in de tankmelk. Remmende factoren in het rantsoen van invloed op kopergehalte Het onderzoek liet zien dat vanuit het rantsoen vooral factoren die de koperopname in de darm remmen, zoals zwavel en ijzer, het meest in verband stonden met het kopergehalte in tankmelk. Van zwavel en ijzer is bekend dat deze een remmend effect hebben op de koperopname in de darm. Molybdeen, zwavel en koper kunnen daarnaast ook een zeer slecht oplosbare complex vormen in het maagdarmkanaal waardoor het koper (deels) niet meer kan worden opgenomen. Het molybdeengehalte van het rantsoen hebben we in dit onderzoek helaas niet mee kunnen nemen omdat dit gegeven bij een flink aantal bedrijven niet bekend was. Het aandeel (kuil)gras in het rantsoen en het toepassen van weidegang kwamen in het onderzoek ook naar voren als factoren die van invloed kunnen zijn op het kopergehalte in de tankmelk. Dit is niet opmerkelijk, (kuil)gras in het rantsoen is doorgaans de

grootste leverancier van de remmende factoren molybdeen en zwavel. Ten slotte bleek het kopergehalte in de tankmelk gemiddeld lager bij bedrijven waar de koeien toegang hebben tot oppervlakte(sloot)water. Ook hier ligt de verklaring waarschijnlijk weer in de remmende factoren: slootwater is namelijk regelmatig rijk aan ijzer en sulfaat. Verder zagen we dat bedrijven met een hogere gemiddelde krachtvoergift vaker een hogere koperconcentratie in de tankmelk hadden. Er is een verband tussen het kopergehalte van het rantsoen en het gehalte in de tankmelk, maar dit verband is minder sterk dan bij de eerder genoemde remmende factoren. Dit kan komen doordat de werkelijke koperabsorptie op darmniveau bepaalt hoeveel koper er beschikbaar is in het lichaam, en dat dit niet alleen afhankelijk is van de kopergift zelf, maar ook van de hoeveelheid remmende factoren in het rantsoen. Aanpassingen Mineralencheck-uitslag We gaan bij de Mineralencheck meer aandacht besteden aan deze remmende factoren voor de koperabsorptie. Binnenkort zal De Mineralencheck-uitslag een signaal afgegeven bij een kopergehalte in de tankmelk dat hoger is dan 80 Îźg per liter. Deze waarde is geen grenswaarde waarboven ruime kopervoorziening een feit is, maar heeft een signaalfunctie. Bij een de koperconcentratie in de tankmelk boven de bovengrens van het referentie-interval wordt het advies aan de veehouder om het rantsoen te controleren. Stijgt de concentratie van koper in de tankmelk duidelijk op uw bedrijf of is deze erg hoog? Dan wordt het advies om het rantsoen en het water te controleren op een verandering (vermindering) in vooral remmende factoren. Er is geen reden om standaard meer te voeren dan de behoefte.

Herkauwer, mei 2020 - 11


koper

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat koperconcentraties in de melk met voorzichtigheid moeten worden geĂŻnterpreteerd. Een kopergehalte in de tankmelk binnen het referentie-interval betekent niet dat er bij de koeien op het bedrijf geen koperstapeling kan optreden of al opgetreden is. In geval van twijfel is het nemen van leverbiopten de gouden standaard. Wilt u de kopervoorziening van uw koeien controleren? Dan is het raadzaam om uit te gaan van de behoeftenorm van het Centraal Veevoederbureau (CVB) en deze per bedrijf bij te stellen op basis van de verwachte koperabsorptie vanuit het rantsoen. Bij het inschatten van de verwachte koperabsorptie is het belangrijk te weten wat de gehaltes zijn van de remmende factoren in het rantsoen. Uw voeradviseur kan de verwachte koperabsorptie goed in beeld brengen. Daarvoor moeten wel alle kuilen geanalyseerd zijn op spoorelementen. In de praktijk zien we vaak dat alleen de eerste snede volledig wordt geanalyseerd, terwijl er tussen sneden veel verschil kan zitten in de gehaltes spoorelementen. De inzet van De Mineralencheck is helpend voor het in beeld brengen van de kopervoorziening op uw bedrijf. We hebben in de praktijk gezien dat veranderingen in de samenstelling van krachtvoeders en mineralen meetbaar zijn via de Mineralencheck-uitslag. Koperbehoefte afhankelijk van remmende factoren Bij de berekening van de koperbehoefte van koeien volgens de normen van het CVB wordt gerekend met een zwavelgehalte van het rantsoen van 2,8 g/kg DS en een molybdeengehalte van 2,1 mg/kg DS. In deze berekening wordt met ijzer geen rekening gehouden. Bij een dergelijk rantsoen heeft een lacterende koe (40 kg melk) bijvoorbeeld 260 milligram koper per dag nodig. Door de grote variatie in zwavel- en molybdeengehaltes in het

12 - Herkauwer, mei 2020

Sanne Carp- van Dijken, rundveedierenarts

Cu-gift per dag (mg)

S-gehalte rantsoen (g/ kg DS)

Mo-gehalte rantsoen (mg/kg DS)

Cu-absorptie (%)

Dekking CVBbehoeftenorm (%)

260

2,0

1,0

4,7

130

260

3,0

1,0

3,8

106

260

4,0

1,0

3,1

86

260

2,5

0,5

4,4

122

260

4,0

3,0

2,4

117

260

2,5

3,0

3,6

100

260

2,8

2,1

3,6

100

Tabel 1: Koperabsorptie en dekking ten opzichte van de CVB-behoeftenorm bij verschillende gehaltes zwavel (S) en molybdeen (Mo) in het rantsoen uitgaande van de behoefte van 260 mg/dag (koe 650 kg, melkproductie 40 kg/dag.

totale rantsoen, kan de werkelijke behoefte in de praktijk hoger of lager liggen dan de berekende behoefte. In Tabel 1 staat weergegeven welke variatie er optreedt in de koperabsorptie bij verschillende zwavel- en molybdeengehaltes van het rantsoen en in welke mate de CVB-behoeftenorm bij deze gehaltes wordt gedekt. Dus alleen kijken naar het niveau van koper in het rantsoen vertelt niet het hele verhaal. Vooral remmende factoren zijn van belang. Dit wisten we al, maar het blijkt ook nogmaals uit het koper in tankmelk project. Met het nieuwe signaal en het aangepaste advies in De Mineralencheck willen we u motiveren tot nader onderzoek. Kopervoorziening is nu eenmaal maatwerk. Binnenkort is de nieuwe grenswaarde van tachtig terug te zien op de uitslagen.


reportage

Jessica Fiks, redacteur

“We zijn altijd nieuwsgierig naar hoe iets anders of beter kan”

“Je doet wat je kunt om de koeien gezond te houden. Klauwverzorging is daarbij heel belangrijk. Ik geniet als ik in de stal vol met gezonde koeien sta, daar doe ik het voor”, zegt melkveehoudster Klaske Faassen enthousiast. Samen met haar man Jos en moeder heeft ze een maatschap. De boerderij telt 140 melkkoeien en 60 stuks jongvee.

Herkauwer, mei 2020 - 13


In 1969 is het bedrijf Noordzigt, in Sint Jacobiparochie, gekocht door haar opa. Klaske was altijd degene die het meest betrokken was en al op jonge leeftijd door de stal liep en meehielp. Geen wonder dus dat ze zelf als veehouder verder ging in het bedrijf. Daarnaast werkt ze ook als dierenarts: “We hebben voor het bedrijf een andere dierenarts die zaken als KoeKompas en spoedgevallen doet. Je wilt ook een onafhankelijke mening horen.” Dagelijks bekappen Ze besteden veel aandacht aan klauwgezondheid, door middel van intensieve klauwverzorging. Tot 2014 lieten ze een externe partij de koeien bekappen. Klaske: “Je wacht dan toch tot je een koppeltje met problemen hebt, zodat ze in één keer bekapt kunnen worden.” In 2014 gingen Klaske en haar man Jos bij haar moeder in de maatschap. Sindsdien bekapt Jos de koeien zelf. “We hebben enkele koeien met chronische klauwproblemen. Kreupele koeien bekappen we meteen. Daarnaast bekappen we iedere week ook meerdere koeien preventief die drooggezet worden of die drie maanden in lactatie zijn. Als je te lang wacht, worden de problemen alleen maar groter. Een koe kan niet meer naar het voerhek of de robot lopen en de droge stof opname daalt. Je wilt voorkomen dat ze chronische klauwpro-

Stappenplan klauwgezondheid GD-rundveedierenarts Menno Holzhauer: “Direct ingrijpen op het moment van klauwproblemen is belangrijk. Vanuit dierwelzijn, maar ook om verdere schade aan de klauw te voorkomen en daarmee economische schade door minder melkproductie. Bij het verzorgen van de klauw wordt los en overtollig hoorn verwijderd en worden aandoeningen behandeld. Als er geen open wondjes zijn en ook geen Mortellaro wordt aangetroffen, is het belangrijk om zeven tot tien dagen na het verzorgen bijvoorbeeld een voetbad of een rugspuit met desinfectans te gebruiken. Vlak na het verzorgen komen de ontsmettingsmiddelen namelijk beter in de tussenklauwspleet en het balhoorn-gebied. Hiermee wordt ook de kans op het aanslaan van een nieuwe infectie verkleind. De beste momenten van klauwverzorging zijn het begin van de droogstand en tachtig tot honderd dagen na het afkalven.” Een gestructureerde aanpak middels een stappenplan klauwgezondheid staat op: www.gddiergezondheid.nl/klauw

1414 - Herkauwer, - Herkauwer, meimei 2020 2020

Snel ingrijpen wanneer nodig

blemen krijgen, dus is het belangrijk om bij acute problemen snel te handelen. Dat kunnen we nu doen. We lopen iedere morgen door de stal om de koeien te controleren en halen degene met problemen ertussenuit. Of we laten ze separeren door de robot.” Klauwverzorging via robot In de komende periode gaan de koeien weer de weide in, ze merken dan dat er minder problemen met de klauwen zijn. Klaske: “We hebben in de robot een spraysysteem geïnstalleerd. Eerst spuit het water om de klauwen schoon te krijgen en daarna een klauwverzorgend middel. Dat doen we de ene week en de andere week gebruiken we een spuit en lopen we achter de koeien om een middel aan te brengen. Door een voetbad kre-


Jessica Fiks, redacteur

reportage

gen we de koeien niet, dus doen wij het zo. De klauwgezondheid is wel verbeterd sinds we het op deze manier aanpakken, maar we blijven enkele problemen houden.” Koeien met (beginnende) Mortellaro worden ook zo snel mogelijk behandeld. Vooral bij vaarzen zien ze sneller problemen, of tussenklauwontstekingen. “De acute Mortellaro-gevallen behandelen we en tapen we in, om de paar dagen verwisselen we de tape en we gebruiken klauwengel. We hebben ook enkele chronische gevallen. Heb je Mortellaro eenmaal in de stal, dan kom je er moeilijk vanaf. In het verleden letten we niet op de status hiervan bij de stier, dat doen we nu wel. Zo hopen we op een betere klauwgezondheid.” Uitslagen Klauwgezondheid Tankmelk Op het bedrijf staat diergezondheid hoog in het vaandel, door mee te doen aan de verschillende onderzoeken houden ze een vinger aan de pols. En grijpen in wanneer nodig. “We zijn altijd nieuwsgierig hoe iets anders of beter kan. We dachten dat de koeien te weinig biotine opnamen en hebben dat bijgevoerd. Best kostbaar, dus wil je ook weten wat het effect is. Uit de uitslag van Klauwgezondheid Tankmelk bleek dat het gehalte veel te hoog was, dus zijn we gestopt met dat extra geven. We bespreken de uitslagen ook met de voeradviseur, om het rantsoen te optimaliseren. Daarnaast doen we mee met allerlei studiegroepen, om meer kennis op te doen. Uiteindelijk wil je dat er zo weinig mogelijk koeien, het liefst geen enkele koe, moeten worden afgevoerd door klauwproblemen of welk probleem dan ook.”

Herkauwer, mei 2020 - 15


6 MAANDEN LANG GEGARANDEERDE DAGELIJKSE AFGIFTE VAN MINERALEN!

EEN PRODUCTIEF LEVEN BEGINT BIJ

FERTI BOLUSSEN

E

BEWEZEN: 30 KG EXTRA GROEI BIJ JONGVEE!

VERKRIJGBAAR BIJ UW DIERENARTS OF BESTEL OP WWW.BOERENWINKEL.NL OF BEL 0548 - 545 277


VeeOnline

INZICHT IN UW BEDRIJFSSTATUS OP VEEONLINE Voor het aanvoeren van een rund is het raadzaam de status van het bedrijf met uw eigen bedrijfsstatus te vergelijken. Dit kan met het openbaar register op VeeOnline, als de verkopende partij deelnemer is aan het openbaar register. Naast het inzien van gunstige statussen, kunt u in het openbaar register uitgebreide rundgegevens opvragen en uw aan- en afvoerlijsten beheren. Het openbaar register is inmiddels toegankelijk voor iedereen met een Z login. Iedereen met toegang kan via het menu Registratie > Gezondheidsstatussen > Openbare statussen, gunstige openbare statussen inzien van veehouders die deelnemen aan het openbaar register. Als veehouder moet u hiervoor GD machtigen via het formulier op onze website: www.gddiergezondheid.nl/openbaarregister Kosten en certificaat Het raadplegen van dit register kost 50 eurocent per resultaat (u betaalt alleen als u een rijtje statussen ziet). Voor veehouders onderling zijn hier geen kosten aan verbonden. Dierenartsen kunnen ook kosteloos de statussen zien van hun veehouders via hun klantenlijst. Daarnaast kunnen veehouders op VeeOnline gratis een bedrijfscertificaat downloaden.

Tip van Xander “Controleer de statussen op VeeOnline voor u de koop sluit en nog een keer vlak voor aanvoer om extra kosten en statusverlies te voorkomen. Er kan tussen de overeenkomst en de daadwerkelijke aanvoer namelijk een status zijn veranderd op het bedrijf waar het rund vandaan komt. Door nogmaals te controleren weet u zeker dat de juiste statussen aanwezig zijn. Zo voorkomt u dat de koper voor dierziektes in observatie komen en de dierenarts langs moet komen.�

Xander Teunissen werkt bij de klantenservice van GD. Heeft u vragen of klachten? U kunt ons elke werkdag tussen 08.00 uur en 17.00 uur bereiken op telefoonnummer 0900- 1770 (optie 1).

MEER INFORMATIE STAAT OP WWW.VEEONLINE.NL

Herkauwer, mei 2020 - 17


WEES VOORBEREID OP EEN WARME TIJD

Laten we het dit jaar anders doen! Als geëxporteerde Nederlandse vaarzen het zelfs in de woestijn zeer goed kunnen doen, moet een hittegolf toch ook voor een modern melkveebedrijf in Nederland te overkomen zijn? In de Herkauwer van februari gaven we u tips om al voorbereidingen te treffen voor een stabiele productie en gezonde koeien door de zomer heen. In dit nummer geven we nog meer tips.

• •

De lacterende koe wordt vaak met een ‘topsporter’ vergeleken, vanwege de grote prestaties waarbij veel warmte vrijkomt. Terecht dat naar deze koeien veel aandacht uitgaat, maar dan bestaat het risico dat droge en afkalvende koeien onterecht minder aandacht krijgen bij voorkomen van hittestress.

• •

Huisvesting aanpakken Begin als eerste de huisvesting van de droogstandsgroep en de afkalfplekken extra ruim, comfortabel en koel te maken. Optimale voeropname, lichaamsbeweging, een rustige en fijne ligplek zijn topprioriteit als u weinig problemen rond het afkalven en opstarten wilt en een maximaal renderende melkkoe. En ook niet onbelangrijk: onderzoek heeft aangetoond dat een kalf uit een koe met hittestress in de laatste drie weken van de dracht, vaker ziek is en als vaars minder melk geeft dan een kalf van een hoogdrachtige koe van hetzelfde bedrijf, die actief koel is gehouden. Meer tips Sommige maatregelen zijn ingrijpende investeringen, andere zijn ook betrekkelijk eenvoudig. Overweeg eens serieus wat er op uw bedrijf nodig zou zijn en of dat echt zo ver van uw bed is als u misschien in eerste instantie denkt. We geven een aantal praktische suggesties. Bespreek deze ook met uw dierenarts en andere bedrijfsadviseurs. Voeropname topprioriteit • onbeperkt smakelijk voer; • tweemaal daags vers voeren;

18 - Herkauwer, mei 2020

• •

• •

•

• • • • • • •

• • •

écht schone voergoot; ruime toegang tot voer, een vreetbreedte van meer dan zeventig centimeter per koe; extra pH-bufferende stoffen, zoals bicarbonaatzout; bij dalende drogestofopname de voedingswaarde per kg ds verhogen in overleg met de voeradviseur. Onbeperkte opname van goed drinkwater onbeperkt en goede kwaliteit van drinkwater; minimaal twee drinkplekken per groep, ook voor kleine groepen zoals de droogstand; ver genoeg uit elkaar, vanwege de rangorde; ruime frisse voorraadbakken of toevoer van minimaal vijftien tot twintig liter per minuut en geen gebruik van klepelbakjes; totaal meer dan zeven centimeter drinkbreedte per koe en minimaal één drinkbak per dertig koeien. Verkoeling geïsoleerde daken of het dak nathouden en lichtplaten afschermen tegen direct zonlicht, ruim dakoverstek; voldoende ventilatiecapaciteit; ventilatoren bij droge koeien en afkalfplekken, volgens deskundig advies gepositioneerd; ventilatoren schoonmaken voor maximale capaciteit; watersprinklers, altijd in combinatie met ventilatoren; denk vooral aan de wachtruimte waar koeien dicht op elkaar staan en achter het voerhek; Siësta-beweiding, de koeien op het heetst van de dag opstallen. Overige suggesties veel lig- en loopruimte voor droge koeien zorgt voor minder stress; als hittestress niet goed te voorkomen is, zomerkalvende koeien en vaarzen één tot twee weken eerder droogzetten; vliegenbestrijding.


Jasper het Lam, rundveedierenarts

monitoring

Bloedwateren na afkalven Bloedwateren zien we vooral in het voorjaar en de zomer. We ontvingen vorig voorjaar in korte tijd meerdere meldingen en onderzochten een aantal hiervan. Het bleek steeds te gaan om het ziektebeeld Puerperale Haemoglobinurie (PPH). Dit beeld is al meer dan 35 jaar beschreven in verband met fosfortekort, maar het is nog steeds niet duidelijk hoe fosforgebrek bloedwateren kan veroorzaken. Bloedwateren kan ook ontstaan door andere oorzaken zoals bloedparasieten, giftige planten of ernstige infecties. Bij de gevallen waarover Veekijker werd gebeld, waren daar geen aanwijzingen voor. Het onderzoek wees wel uit dat de fosforopname en -afgifte bij pasgekalfde koeien uit balans was. Het ging om koeien vanaf de derde lactatie en ouder, die snel opstartten na afkalven. Kenmerkend voor PPH is dat deze vorm van bloedwateren optreedt in de eerste tot derde week na afkalven. Voor zover we hebben kunnen natrekken, was het bij het merendeel van de gevallen in de voorafgaande week boven de 25 graden Celsius geweest, werd er beneden de CvB-norm aan fosfor gevoerd en was soms het fosforgehalte in ruwvoer overschat. De combinatie van verlaagde voeropname rond afkalven (bijvoorbeeld veroorzaakt door sub- of klinische melkziekte), oudere koeien en een behoorlijke biest- en melkproductie lijkt het risico op bloedwateren te verhogen. Een verlaagde voeropname geeft ook lagere fosforopname. Via biest (waarin de fosforconcentratie wel acht maal zo hoog kan zijn als in melk) en via een snel stijgende melkproductie kan de fosforuitscheiding in enkele dagen tot weken enorm stijgen (tot wel 45 gram per dag). Hierdoor kan de fosforbalans doorslaan, met desastreuse gevolgen voor de koe. We vermoeden dat jonge koeien wat minder risico lopen doordat zij in staat zijn wat sneller extra fosfor uit de botreserves vrij te maken dan oudere koeien en bovendien hebben jonge dieren minder last van minder eetlust door melkziekte.

Wat kunt u preventief doen om bloedwateren door fosfortekort te voorkomen? Zorg dat u weet wat u voert en laat alle (ruw)voerpartijen analyseren, controleer de voeropname en daarvoor liefst het verstrekte voer ĂŠn het restvoer. Laat eventueel het voermengsel analyseren van droge en verse koeien. Optimaliseer daarnaast de omstandigheden voor onbeperkt toegang tot smakelijk voer en water. Voorkom hittestress, laat u adviseren over passende maatregelen, en voorkom overige stressfactoren zoals overbezetting, pijn of onrust. Controleer regelmatig het droogstandsmanagement via een steekproef bloedmonsters van droge koeien met de droogstands-, mineralen-, en vitaminencheck om sub- en klinische melkziekte en andere transitieproblemen zoveel mogelijk te voorkomen. Bloedwaterende koeien: wat nu? Als u koeien met roodbruine urine ziet, adviseren we om snel uw dierenarts in te schakelen om de juiste diagnose te stellen, te behandelen en advies op maat te geven. Door het doen van laboratoriumonderzoek kan de oorzaak worden vastgesteld. Sommige koeien herstellen spontaan, maar het merendeel sterft. Bloedtransfusie kan nodig zijn voor de behandeling, maar zelfs dat is geen garantie op succes. Uw dierenarts kan de Veekijker van GD bellen voor advies en ondersteuning.

Al sinds 2002 houdt Royal GD zich intensief bezig met de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring in Nederland. Hiervoor werken wij nauw samen met onder andere de diersectoren, de zuivel, het ministerie van LNV, dierenartsen en veehouders. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring oplevert. Samen werken we aan diergezondheid in het belang van dier, dierhouder en samenleving.

Herkauwer, mei 2020 - 19


o ig em z D we n aa

De hoogste kwaliteit medische scanapparatuur

12 inch screen Touch screen

60 GB geheugen Probe 1-14 MHz Doppler: Colour, Power, Pulse Wave

Nu ook lease!

Vraag een vrijblijvende demo aan!

info@draminski-retail.eu • T 0646 038 514

WWW.DRAMINSKI-RETAIL.EU BOX PELLETS

De volgende stroproducten zijn zeer aantrekkelijk in prijskwaliteitverhouding ten opzichte van andere strooisels. De producten nemen ook veel meer vocht op en hebben een zeer positieve uitwerking op de mest. Boxpellets vanaf € 165 per ton • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen • Vrijloopstallen • Potstallen

AGRI SERVICE JEUKEN B.V. A

+ B

C

M

Y

CM

vanaf € 188 per ton • Pluimvee • Rubbermatbedden • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen

Nieuwee! formul

gebruiken bij melkrobotsystemen Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1

A

C

M

Y

CM

MY

CY CMY

K

C

M

Y

CM

MY

CY CMY

K

+ B

K

+ B

A

De oplossing

voor celgetal

Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1

+ B

problemen

Schubert straat 33, 6566 DL Millingen a/d Rijn (nl) RISORSA STRONG Tel: +31 481 433661 Vormt een + B bescherming A lichte Nieuwe e! formul Fax: +31 481 432075 ® ® Mob: +31 (0)6 53195804 RISORSA BARRIER RISORSA BARRIER Vormt een extreme bescherming www.agriservicejeuken.nl Nieuwe ule! ®

Guido Sinnige • tel. 06 - 215 84 212 • www.boxpellets.nl

CY CMY

RISORSA®AGRI EASY SERVICE JEUKEN B.V. Dip spray producten en te

Boxcrush

MY

form


Frederik Waldeck, rundveedierenarts

IBR

ADVIEZEN VOOR NIET-IBR-VRIJE BEDRIJVEN

Een stap in de goede richting

Als sector hebben we de doelstelling om IBR-vrij te worden. Maar ook voor u en uw bedrijf is de aanpak van IBR bijzonder waardevol. Denk aan de gezondheid van uw koeien, de melkproductie en uw werkplezier. Veel bedrijven die deelnemen aan IBR-vrij (route tankmelk) of IBR-vrij (route vaccinatie) kunnen na twee jaar een stap maken in de goede richting.

Herkauwer, mei 2020 - 21


IBR-VRIJ (route tankmelk)

IBR-onverdacht

18-IBR-5

IBR-vrij

20-IBR-6

IBR-VRIJ (ROUTE TANKMELK): STATUS ‘ONVERDACHT’ ––> STATUS ‘VRIJ’ Bent u deelnemer aan het programma IBR-vrij (route tankmelk) en heeft u al twee jaar of langer de status ‘onverdacht’? Dan kunt u eenvoudig en vaak zonder afvoeren van koeien overstappen naar de status ‘vrij’. In april 2018 startte binnen de melkveehouderijsector de IBRbestrijding. Veel bedrijven die tot dan toe geen status hadden en waarbij eenmalig tankmelkonderzoek geen IBRgE-antistoffen aantoonde, stapten toen in het programma IBR-vrij (route tankmelk). Dat leverde hen de status ‘onverdacht’ op. Bedrijven die sindsdien maandelijks een gunstige tankmelkuitslag hebben, kunnen dit voorjaar ‘overstappen’ naar de IBR-vrijstatus. Hiermee helpt u niet alleen de sector, vooral ook uzelf. Er is namelijk een kleine kans dat er op uw bedrijf nog een rund loopt met antistoffen. Deze is levenslang drager en kan het virus opnieuw gaan uitscheiden. Overstappen naar vrij neemt het risico weg dat zo’n rund andere dieren besmet. Ook verlaagt het de kans op een IBR-uitbraak van buitenaf naar minder dan 0,5 procent. En met de status ‘vrij’ voor IBR kunt u runderen verhandelen en makkelijk deelnemen aan IBR-vrije en -veilige keuringen en fokveedagen.

22 - Herkauwer, mei 2020

Hoe wordt u IBR-vrij? De laatste stap naar vrij is niet moeilijk. U hoeft alleen bloedonderzoek te laten doen van alle runderen van zes jaar en ouder, alle runderen waarbij eerder IBR-antistoffen zijn aangetoond en alle aangevoerde runderen van niet-vrije bedrijven waar nog geen antistoffenuitslag van bekend is. Vaak overstappen zonder afvoeren Uit een analyse blijkt dat bij 93 procent van alle overstappende bedrijven geen dieren met IBRgE-antistoffen worden aangetoond. Deze bedrijven ontvangen na het bloedonderzoek direct de vrijstatus. Bij de overige bedrijven wordt gemiddeld 1,4 rund met antistoffen gevonden, bijna altijd de oudste aanwezige koe(ien). De kans is dus groot dat u kunt overstappen zonder dieren af te voeren. Heeft u eenmaal de vrijstatus, dan bewaakt u deze, zoals u nu ook gewend bent, eenvoudig via maandelijks tankmelkonderzoek. Aanmelden voor de overstap naar vrij kan via www.gddiergezondheid.nl/overstappen of telefonisch via 0900-1770 (optie 1). Wacht met bloedtappen totdat de aansturing voor bloedonderzoek in VeeOnline verschijnt.


Frederik Waldeck, rundveedierenarts

IBR-vaccinerend

18-IBR-3

IBR-VRIJ (route vaccinatie)

IBR-onverdacht

20-IBR-4

IBR-VRIJ (ROUTE VACCINATIE): STATUS ‘VACCINEREND’ ––> STATUS ‘ONVERDACHT’ Bent u deelnemer aan het programma IBR-vrij (route vaccinatie) en vaccineert u uw runderen al zo’n twee jaar tegen IBR? Dan kunt u uw bedrijf wellicht aanmelden voor IBR-vrij (route tankmelk). Melkveebedrijven waar in het voorjaar 2018 bij tankmelkonderzoek antistoffen werden aangetoond, vaccineren verplicht twee keer per jaar. Als zij zich strak aan dit schema houden en geen nieuwe runderen met antistoffen aanvoeren, dan worden gemiddeld vier tot vijf jaar na de laatste viruscirculatie geen IBRgE-antistoffen meer gevonden in de tankmelk. Dit betekent dat gemiddeld minder dan 10 procent van de melkgevende runderen nog antistoffen heeft. Nog antistoffen in de tankmelk? Na twee jaar vaccineren is het zinvol te onderzoeken of er nog antistoffen in de tankmelk zitten. Dit gebeurt met een test die onderscheid maakt tussen het IBR-veldvirus en het IBRvaccinvirus (een markervaccin). Worden bij dit onderzoek geen IBRgE-antistoffen aangetoond, dan is het advies om dit onderzoek twee maanden later te herhalen. Is die uitslag ook gunstig, dan kunt u zich met de status ‘vaccinerend’ aanmelden voor IBRvrij (route tankmelk). U krijgt dan de status ‘onverdacht’. Zolang

u niet zeker weet dat er geen (oudere) koeien met antistoffen aanwezig zijn die opnieuw virus kunnen gaan uitscheiden, is het advies om daarnaast te blijven vaccineren. U werkt op deze wijze het snelst toe naar een IBR-vrijstatus. Worden er bij het tankmelkonderzoek wel antistoffen aangetoond, dan moet u blijven vaccineren. Het advies is om dan jaarlijks een tankmelkmonster te laten onderzoeken op IBRgE-antistoffen. Extra onderzoek voor meer informatie Bent u benieuwd naar de nog te verwachten tijdsduur van de ongunstige IBR-situatie, of wilt u een goede onderbouwing voor beslissingen omtrent afvoer en de vaccinatiestrategie? Dan kunt u in overleg met uw dierenarts steekproefbloedonderzoek laten doen. Tap hiervoor de oudste twee koeien, acht koeien uit de middenlactaties en tien vaarzen (verdeeld over verse en oudmelkte dieren). Ook kunnen aangevoerde koeien extra informatie geven. Voor een volledig inzicht in de besmettingsgraad van uw veestapel kunt u koppelonderzoek laten doen via de MPR. Kijk voor meer informatie op www.gddiergezondheid.nl/individueel-melkonderzoek. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via info@gddiergezondheid.nl of 0900-1770 (optie 1).

Herkauwer, mei 2020 - 23


ZELF DE UIERGEZONDHEID VAN UW KOEIEN VERBETEREN

Mastitisverwekkers: geef ze geen kans Of een koe uierontsteking krijgt, is afhankelijk van veel factoren. Sommige zijn meestal relatief eenvoudig te beïnvloeden, zoals hygiënefactoren. Zijn er aanwijzingen dat de infectiedruk in de omgeving van uw koeien hoog is? Dan kunt u vaak zelf actie ondernemen. Er valt veel te winnen!

Score 1 = schoon

24 - Herkauwer, mei 2020

Score 2 = licht bevuild

Met de toenemende omgevingstemperatuur in het voorjaar en de zomer, neemt ook de kans op uierontsteking door omgevingsgebonden mastitisverwekkers toe. Deze mastitisverwekkers (vaak bacteriën) vermeerderen zich makkelijker onder warme en vochtige omstandigheden, waardoor de infectiedruk vanuit de

Score 3 = bevuild

Score 4 = zwaar/ernstig bevuild


Sabine Tijs, buitendienstmedewerker, specialist uiergezondheid

uiergezondheid

Hygiëne beoordelen Om op een praktische en objectieve manier te boordelen of uw koeien te maken hebben met een hoge infectiedruk, kunt u de hygiëne beoordelen met behulp van een hygiënescorekaart. Op deze scorekaart is door middel van foto’s de hygiëne van koeien in categorieën ingedeeld. Er is een duidelijk verschil te zien tussen sterk vervuilde dieren in de vierde categorie en de schone dieren in categorie 1. Scoor de dieren van dichtbij, bijvoorbeeld in de melkstal of aan het voerhek. Belangrijk is om een flink aantal koeien (vijftig stuks) te scoren. En vergeet de droge koeien en de drachtige vaarzen niet. omgeving oploopt. Daarnaast kan de weerstand van de koeien bij hogere temperaturen juist zijn verminderd, waardoor deze kiemen ook nog eens makkelijker kunnen toeslaan. Verklein de kans op klinische mastitis Bekende omgevingsgebonden mastitisverwekkers zijn: E.coli, klebsiella en Streptococcus uberis. Deze bacteriën kunnen voorkomen in bijvoorbeeld mest, strooisel en grond. Uierinfecties, veroorzaakt door deze bacteriën, ontstaan vooral vanuit de ligplek van de koe. In de stal zijn dit vaak de ligboxen of de afkalfstal. In de weide zijn natte en vuile plekken berucht. Ook looppaden, vuile onderpoten en klauwen en ook vuile melkstellen kunnen een rol spelen bij de infectie. De hygiëne van een koe, met name van de uier en achterhand, is een goede graadmeter voor de infectiedruk waarmee ze te maken heeft. Onderzoek wijst uit dat vuilere koeien een hogere kans hebben op klinische mastitis. Ook is er een effect op het tankcelgetal. Op bedrijven met een tankcelgetal boven 250.000 cellen per milliliter lopen vijf keer meer koeien met een hygiene-score 4 (vuil) dan op bedrijven met een celgetal onder de 150.000 cellen per milliliter. Schone koeien zijn dus een voorwaarde voor een goede uiergezondheid. Voorkom te snel liggen na het melken Een andere belangrijke reden om te zorgen voor een schone omgeving heeft te maken met het slotgat en het tepelkanaal van de spenen. Deze vormen namelijk de eerste ‘verdedigingslinie’ tegen het binnendringen van bacteriën in de uier. Het tepelkanaal is gesloten door de kringspier, maar ook nog ‘dichtgekit’ door keratine, een wasachtig product met een remmende werking voor bacteriegroei. Keratine wordt gemaakt door cellen aan de binnenkant van het tepelkanaal. Tijdens het melken verdwijnt een deel van de keratine, maar tussen de melkbeurten komt de keratinehoeveelheid weer op niveau. Kort na het melken kan het slotgat als het ware nog ’open staan’, door-

Hygiënescore voor verbetering vatbaar, en dan? Mogen de koeien schoner? Besteed dan aandacht aan de volgende punten: • schone en droge ligplaatsen; • voldoende vocht absorberend strooisel; • goede hygiëne in de afkalfstal; • schone looppaden, gebruik een mestschuif of robot; • juiste maatvoering ligboxen; • goed stalklimaat, voldoende ventilatie; • schone weide, geen natte plekken en looppaden; • schone wachtruimte en melkstal of melkrobot; • goede mestconsistentie; • kort geschoren staartpluimen; • regelmatig scheren of branden van uierhaar. KIJK VOOR MEER INFORMATIE OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/UGA

dat de kringspier nog niet goed is gesloten en een deel van keratine is verdwenen. Daarom is het nuttig om te zorgen dat de koeien na het melken niet direct gaan liggen. Dit kan worden gestimuleerd door vers voer aan te bieden. Extra aandacht bij afkalven om mastitis te voorkomen Ook voor het afkalven is het slotgat open. Niet alleen bij ouderkalfskoeien, maar ook bij dieren die nog niet eerder melk hebben geproduceerd. Onderzoek wijst uit dat bij 60 procent van de vaarzen het slotgat al open was, vanaf zestig dagen voor afkalven. Het is daarom begrijpelijk dat het hygiënisch huisvesten van vaarzen een rol speelt in het voorkomen van vaarzenmastitis. Bij droge koeien is de situatie vergelijkbaar. Veel mastitisgevallen die optreden in het begin van de lactatie, worden veroorzaakt door infecties met omgevingskiemen die al tijdens de droogstand ontstaan.

Herkauwer, mei 2020 - 25


VOOROP IN DIERGEZONDHEID

fosfor

koper

zink

m seleniu jodium

Mineralenvoorziening is maatwerk Alleen kijken naar het gehalte aan mineralen in het rantsoen vertelt u niet altijd het hele verhaal. Interacties tussen mineralen kunnen een rol spelen bij de absorptie ervan in de darmen. De Mineralencheck geeft inzicht in de werkelijke opname van jodium, selenium, zink en koper. Ook krijgt u inzicht in de fosforuitscheiding via tankmelk. Zo kunt u mineralen voeren naar de behoefte van uw koeien. Goed voor de koe en voor uw portemonnee.

Meer weten? www.mineralencheck.nl

GD LOOPT VOOROP IN DIERGEZONDHEID VOOR GEZONDE VOEDING EN VITALE KOEIEN


interview

Jessica Fiks, redacteur

UITGEBALANCEERD RANTSOEN VOORKOMT GEZONDHEIDSPROBLEMEN

“Door preventieve maatregelen kun je een hoop leed voorkomen” ‘Let op voederwaarde en mineralen’, schreef rundveedierenarts Dick de Lange in de allereerste Herkauwer in 1995. Nu 25 jaar later blikt hij terug. “Goede mineralenvoorziening is, was en blijft enorm belangrijk voor een goede productie en gezonde koeien.” Dick werkte destijds bij GD in Boxtel, inmiddels werkt hij al vele jaren als rundveedierenarts bij adVee dierenartsen. Maar gevraagd of hij wil meewerken aan dit jubileumnummer twijfelt hij geen moment en zegt ja. “Ik werkte bij GD als rundveedierenarts op het gebied van voeding- en productiestoornissen. Voeding is nog steeds mijn specialisme. Er is zoveel afhankelijk van goede voeding. De voerefficiëntie is enorm verbeterd en tegelijkertijd kunnen we daarin nog steeds slagen maken.”

in aantal dieren. De melkproductie is gemiddeld flink gestegen en de diergezondheid naar een hoger plan getild. Ook zijn bedrijven zich gaan specialiseren, kozen voor een biologische bedrijfsvoering of kringlooplandbouw. Door deze enorme diversiteit volstaat een globaal advies niet meer, het is nu maatwerk. Je kijkt per bedrijf wat de vraag of het probleem is, onderzoekt het rantsoen, overlegt met de voeradviseur en veehouder en voert verbeteringen door. Je bekijkt samen de gegevens die uit de diverse onderzoeken zijn gekomen. Zoals tankmelkonderzoek, kuiluitslagen en bloedonderzoek. Je geeft advies, coaching en sturing. Om zo aan de bedrijfswens te kunnen voldoen en de diergezondheid op een goed peil te houden.”

Minder bedrijven, maar met meer koeien In Herkauwer 1 schrijft hij het als volgt: ‘Naast de voederwaarde moet u bij de rantsoensamenstelling ook rekening houden met het mineralenaanbod. Het is dan ook verstandig het mineralengehalte van de gras- en snijmaiskuilen te laten onderzoeken. Het gehalte aan natrium, kalium, fosfor, calcium en magnesium kan per kuil enorm verschillen. (..) Een tekort aan calcium en magnesium kan problemen geven met melkziekte. Dit kan optreden rond het afkalven en tijdens de lactatie. (..) Met een goede samenstelling van het rantsoen kunt u gezondheidsproblemen voorkomen.’ Dick: “Destijds volstond een algemeen advies voor 80 tot 90 procent van de bedrijven. Veel bedrijven zijn echter gestopt. De veehouders die zijn doorgegaan, zijn in het algemeen gegroeid

Dick de Lange

Herkauwer, mei 2020 - 27


interview

Jessica Fiks, redacteur

Geen dieren tussen wal en schip “Een voordeel nu ten opzichte van vijfentwintig jaar geleden? Er zijn veel meer gegevens beschikbaar. De rol van wetenschap en praktijk is meer gecombineerd. Zoals de gegevens van de Mineralencheck, zodat je weet of je te veel of te weinig mineralen voert. Maar ook het voederwaarde-onderzoek is uitgebreider.’ Zo heb je hebt meer inzicht in hoe de rantsoensamenstelling is, welke effecten dat kan hebben en hoe je de voervoorziening kunt optimaliseren”, legt Dick uit.

koeien die jaren op stal hebben gestaan moeten daar eerst weer aan wennen. Als je buiten in de wei gras eet, is je mineralenvoorziening anders dan wat je op stal krijgt gevoerd. De zomers waren daarnaast erg droog de afgelopen jaren, dan wordt het gras meer beregend. In de zomer zie je bijna geen grasgroei, in de herfst wel. Selenium, mangaan en zink is op sommige gronden wel aanwezig en op andere niet. Moet je aanvullen en hoe dan? Je wilt niet dat er dieren tussen wal en schip vallen omdat ze iets niet binnen krijgen.”

“Met de uitslag van de Mineralencheck weet je wat je voert, wat de koeien ervan opnemen en wat je moet aanpassen. Is het rantsoen zoals het moet zijn? Door de uitslagen kun je gericht handelen op een bedrijf. Je wilt geen teleurstellende resultaten en een zo optimaal mogelijke productie. Klauwproblemen, lage weerstand, zwakke kalveren of aan de nageboorte blijven staan; het zijn enkele problemen die je kunt verminderen door je voeding te optimaliseren.”

Gevolgen voermanagement Dick vindt door de dynamiek het werk nog altijd interessant. “De dieren die onze veehouders hebben gezond houden, met een optimale productie en daarnaast passend binnen de regelgeving. Voor zieke dieren heb je eigenlijk geen tijd en geen geld, dus is het belangrijk om de diergezondheid te waarborgen. Door preventieve maatregelen te nemen, kun je een hoop leed voorkomen. Ik denk dat we de komende vijfentwintig jaar nog meer stappen gaan zetten op het gebied van voeding. Dat we nog beter weten wat er speelt en welke gevolgen bepaalde mineralen hebben. Dan blijft ook mijn werk gelukkig in beweging”, sluit hij lachend af.

Wat hij ook signaleert is dat er in Zuid-Nederland minder weidegang wordt toegepast. “Je ziet het wel meer terugkomen, maar

28 - Herkauwer, mei 2020


relatiebeerders

PERSOONLIJK CONTACT

Praktijkgericht aan de slag De GD-relatiebeheerders geven advies over uw bedrijfssituatie en de ondersteuning die wij u kunnen bieden. Bijvoorbeeld als u een vraag heeft over een onverwachte verandering van de gezondheidsstatus van uw koeien. Of als u meer informatie wilt over diergezondheid (zoals BVD, parasieten, klauw- en uiergezondheid of drinkwater) en wilt weten welke GD-programma’s op uw bedrijf van meerwaarde kunnen zijn.

De insteek kan verschillende redenen hebben, bijvoorbeeld een verandering in de bedrijfssituatie of een bedrijfsspecifiek probleem zoals problemen met de klauwgezondheid. Daarnaast ben ik ook contactpersoon voor de rundveedierenartsen in ZuidNederland. Op deze manier houden we de lijnen kort met de practici die bij u op het bedrijf komen. Wat speelt er in het veld? Waar lopen dierenartsen in de praktijk tegen aan? En hoe kunnen wij als GD u en uw dierenarts hierin ondersteunen? Dit zijn vraagstukken waar ik graag mee aan de slag ga en die me energie geven als we samen met u en uw dierenarts tot een passend advies of oplossing komen!”

Vanwege de huidige unieke situatie in Nederland, zijn de bedrijfsbezoeken indien mogelijk even uitgesteld. Wel kunt u de relatiebeheerders natuurlijk altijd e-mailen of bellen. Zoals Joyce Feijen. Zij werkt als relatiebeheerder in Limburg en een deel van Zuidoost-Brabant. “Zo’n telefoongesprek of bezoek kan op initiatief van de veehouder zelf, zijn dierenarts of vanuit GD.

MEER OVER DE RELATIEBEHEERDERS STAAT OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/RELATIEBEHEER

Jan Marion

Staand:

Andreas

Walter

Midden:

Sietske

Joyce

Vooraan: Lammert

Laura

Mike

Sabine

Hans

Anton

Theo

Toine

Chantal

Renske

Herkauwer, mei 2020 - 29


ADVERTORIAL

Rust bij de dieren door full spectrum zonlicht verlichting met ionisatie... ... dat merken veehouders op met de producten van Freshlight!

LUCHTZUIVERENDE LED-VERLICHTING Schone lucht Minder antibioticum Vermindering van pathogenen

De Heavy Duty Tube (HDT) van Freshlight B.V. uit Deventer is recentelijk erkend op de RAV Lijst. E 7.15 BWL nummer 2020.03. Het is de enige lamp die naast licht ook fijnstof reduceert door middel van ionisatie en mag stand alone worden toegepast. Het product maakt al langer deel uit van de range van ioniserende verlichting van Freshlight B.V. Het zuiveren van ammoniak, stof, stank en pathogenen is een techniek waarin Freshlight zich onderscheidt en uniek in is. Het resultaat is een beter luchtklimaat voor het vee, maar ook voor de boer. De lamp leert 180 tot 204 lumen per Watt en is dus zeer energie zuinig. De verlichting komt in de juiste omstandigheden in aanmerking voor fiscale regelingen zoals de EIA en de MIA/Vamil. De HDT is de meest recente ontwikkeling. De lamp heeft een IP65 inflammable polycarbonate behuizing. De ionisatoren zijn geplaats in de achterzijde van de behuizing. Hierdoor is het product erg duurzaam en gaat lang mee. Alle lampen voldoen aan de LM79 certificering uitgevoerd door SGS. De tubes worden gemaakt met een uitwisselbare driver. Dit om de circulaire economie maximaal toe te passen.

Minder uitval Gezonde dieren

De ionisatie en het licht kan apart van elkaar aan-en uitgeschakeld worden. Wanneer in de avond de verlichting uitgaat, blijft de ionisatie zijn werk doen. Inmiddels hangen er duizenden lampen in Nederlandse stallen. Door navraag te doen bij een aantal melkveehouders en kalverhouders leert men dat de ervaringen positief zijn.

+31(0)55 - 302 00 21

www.freshlightgroup.com

De melkkoeien en kalveren zijn rustiger. Het jongvee laat ook tochtigheid eerder en beter zien. Bij de kalveren zijn luchtwegproblemen verminderd. Het fullspectrum zonlicht van de lamp zorgt voor de vorming van vitamine D. Vitamine D zorgt ervoor dat dieren sterkere botten hebben, zich vitaler voelen, minder vatbaar voor ziekten zijn en een betere spierfunctie ontwikkelen.


de boer op

100

REDENEN OM TE STREVEN NAAR EEN TANKCELGETAL ONDER DE 100.000 CELLEN PER MILLILITER Een gezonde koppel melkkoeien heeft gezonde uiers die optimaal produceren en met een laag tankcelgetal (onder de 100.000 cellen per milliliter). Een gezonde uier produceert in haar kwartieren melk met een laag celgetal. Gezonde kwartieren hebben een individueel celgetal dat in het meest gunstige geval tussen de 20.000 en 100.000 cellen per milliliter ligt. Er is variatie tussen koeien onderling in de koppel, maar ook een dagelijkse variatie binnen een koe. Hierop zijn onder andere het lactatiestadium, het productieniveau, de leeftijd en de aanwezigheid van mastitisverwekkers van invloed.

Het celgetal is het gemeten aantal witte bloedcellen in een milliliter melk en daarmee een indicator van de ontstekingsreactie van de koe op een mastitisverwekker. Zo’n ontstekingsreactie kost energie die de koe niet in haar melkproductie kan stoppen. Productieverlies door mastitis in de koppel treedt dan ook al op bij een tankcelgetal dat boven de 100.000 cellen per milliliter ligt. Dit is slechts één aspect. En zo zijn er nog 99 redenen om te streven naar een tankcelgetal onder de 100.000 cellen per milliliter! MEER OVER UIERGEZONDHEID WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/UGA

vraag & antwoord

WAT IS DE RELATIE TUSSEN DE ENERGIEOPNAME IN DE DROOGSTAND EN OPSTARTPROBLEMEN VAN MELKKOEIEN? ANTWOORD: JAN MUSKENS, RUNDVEEDIERENARTS

Een goede voeropname tijdens de droogstand is de basis voor een goede start van de lactatie. Belangrijk is het opnemen van voldoende energie, eiwit, mineralen en vitaminen. Van alles niet te weinig, maar ook niet te veel. Voorwaarden voor een optimale voeropname in de droogstand zijn een goede smakelijkheid van het voer, versheid, goed gemengd zijn (geen selectie) en altijd volop beschikbaarheid. Ook is het gewenst dat alle koeien tegelijk kunnen vreten en allen een ligplaats hebben.

Goed voeren is in de far-off periode belangrijk en zeker ook tijdens de laatste zeven tot tien dagen voor afkalven. Kort voor afkalven daalt de voeropname, ook in de ideale situatie. Bij te vette dieren daalt deze nog extra, dit geeft extra kans op het ontwikkelen van leververvetting en slepende melkziekte. Een toename van de Body Condition Score treedt vooral op tijdens de tweede helft van de lactatie en het eerste deel van de droogstand. Vervetting kan ook inwendig optreden (met name in de buikholte) en is dan dus aan de buitenkant van de koe niet te zien.

Herkauwer, mei 2020 - 31


diergezondheid volgens Linda van Wuijckhuise

Linda van Wuijckhuise werkt nu 34 jaar bij GD als rundveedierenarts en is al sinds het eerste nummer van Herkauwer betrokken als redactielid. “Toen ik in 1986 bij GD-Gelderland kwam, begon men net voor het eerst te kijken naar bedrijfsdiergeneeskunde. Naar de vraag of een ziek dier een signaal was van een risico voor de hele koppel. En om dan te proberen dat risico te verlagen of zelfs helemaal weg te nemen om de bedrijfsresultaten, diergezondheid en voedselveiligheid te verbeteren.” “In mijn praktijkjaren ging het vaak over de gezondheid van individuele dieren, koeien waren ziek en moesten beter worden gemaakt. In mijn eigen kleding ging ik dagelijks naar meerdere bedrijven die onze hulp nodig hadden. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. De uitbraken van varkenspest en MKZ en de kennis uit de bedrijfsdiergeneeskunde hebben wel duidelijk gemaakt dat veehouders en erfbetreders heel erg moeten zorgen voor biosecurity. Ik krijg nu vaak op het bedrijf een overall en laarzen, al moet ik er soms nog om vragen, omdat een veehouder er simpelweg op dat moment niet aan denkt.” Risico van insleep ziekten In de allereerste Herkauwer schreef Linda over het gevaar van insleep van ziekten en nog steeds is ze bezig om die kennis te verspreiden. “Aankoop van dieren is het grootste risico op ziekte-insleep op je bedrijf. We zien dat de aankoop van dieren de laatste jaren weer is toegenomen. Meer dan vijftig procent van de bedrijven heeft in 2019 dieren aangekocht. Het is belangrijk om naar bedrijfscertificaten te kijken of deze dieren vooraf te laten onderzoeken. Voeg je wel een gezonde koe toe aan je koppel?” Ziekten uitroeien In haar werkzame jaren heeft Linda meerdere (landelijke) uitbraken van ziekten meegemaakt. “Gelukkig hebben we veel ziekten kunnen uitroeien. Het begon vorige eeuw met de grote zoönosen, zoals TBC en Brucella. Daarna onder meer Mond-en-klauwzeer en nu zijn we bezig met het terugdringen van leptospirose, salmonella, IBR en BVD. Bij GD werken we daarnaast aan de bedrijfsmatige aanpak van uiergezondheid, klauwaandoeningen en parasitaire ziekten. Er zijn protocollen gemaakt om veehouders te helpen de diergezondheid op hun bedrijven verder te verbeteren.” Blijven werken aan diergezondheid “Er zijn nog grote verschillen tussen de resultaten van bedrijven. Daaruit blijkt dat voeding & drinkwater, huisvesting & klimaat en de veehouder zelf een hele grote rol spelen bij de diergezondheid. Er zijn nog veel zaken waarbij GD de veehouders kan helpen om hun resultaten en de diergezondheid verder te verbeteren. Dat zullen we dan ook blijven doen.”

Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Herkauwer 100 by Royal GD - Issuu