Overzicht antibioticumresistentie ziekteverwekkers
GD ontvangt jaarlijks duizenden monsters van zieke dieren waaruit ziekteverwekkende bacteriën worden gekweekt. Na de kweek kan een gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd om na te gaan voor welke antibiotica deze bacteriën onder laboratoriumomstandigheden gevoelig zijn. Aan de hand hiervan kan de dierenarts een onderbouwde keuze maken voor een bepaald antibioticum ter behandeling van de betreffende bacteriële infectie. Met de resultaten van alle uitgevoerde gevoeligheidsbepalingen kan over langere perioden de ontwikkeling van de gevoeligheidspatronen van bacteriën worden gevolgd.
Deze (overzichten van) gevoeligheidspatronen worden onder andere gebruikt bij het opstellen van de KNMvD-formularia (richtlijnen voor behandeling van veel voorkomende aandoeningen). Het is belangrijk te beseffen dat de onderzochte isolaten afkomstig zijn van dieren die gestorven/geëuthanaseerd zijn (isolaten uit sectiemateriaal) of klinisch ziek waren (isolaten uit niet-sectiemateriaal) en dat daardoor de weergegeven resistentiepercentages niet noodzakelijk representatief zijn voor de gehele Nederlandse veehouderij. Ook is niet van alle isolaten bekend of ze afkomstig zijn van behandelde of onbehandelde dieren.
In bijgaande tabellen staan voor rundvee per bedrijfstype de gevoeligheidspatronen van de meest gekweekte bacteriën in 2025 en voorgaande jaren. De per bacterie weergegeven antibiotica zijn zoveel mogelijk gebaseerd op het Formularium Melkvee en het Formularium Vleeskalveren en Vleesvee van de KNMvD; deels betreft het de geteste antibiotica, deels antibiotica waarvan bekend is dat deze kruisresistentie vertonen met het geteste antibioticum. Scan onderstaande QR-code voor alle overzichten.
Scan onderstaande QR-code.
Tabel 1 Percentage antibioticumresistente bacteriën geïsoleerd uit sectiemateriaal en niet-sectiemateriaal van dieren van melkveebedrijven, 2021 tot en met 2025. Het percentage intermediairgevoelige isolaten is toegevoegd tussen haakjes, indien ≥5%. Het aantal isolaten dat is vermeld, betreft het totaal aantal aangeboden isolaten van een bacterie, maar
aangeboden isolaten getest op gevoeligheid voor alle bij de betreffende bacterie genoemde antibiotica. (bron: GD-LIMS)
a Overige Salmonella -typen en Salmonella -isolaten die niet nader zijn ge(sero)typeerd.
Tabel 2 Percentage antibioticumresistente bacteriën geïsoleerd uit sectiemateriaal en niet-sectiemateriaal van dieren van niet-melkleverende bedrijven, 2021 tot en met 2025. Het percentage intermediair-gevoelige isolaten is toegevoegd tussen haakjes, indien ≥5%. Het aantal isolaten dat is vermeld, betreft het totaal aantal aangeboden isolaten van een bacterie, maar niet altijd zijn alle aangeboden isolaten getest op gevoeligheid voor alle bij de betreffende bacterie genoemde antibiotica. (bron: GD-LIMS)
Marbofloxacine
a Overige Salmonella -typen en Salmonella -isolaten die niet nader zijn ge(sero)typeerd.
Tabel 3 Mastitisverwekkers, percentage antibioticumresistente bacteriën geïsoleerd uit melk, 2021 tot en met 2025. Het percentage intermediair-gevoelige isolaten is toegevoegd tussen haakjes, indien ≥5%. Het aantal isolaten dat is vermeld, betreft het totaal aantal aangeboden isolaten van een bacterie, maar niet altijd zijn alle aangeboden isolaten getest op gevoeligheid voor alle bij de betreffende bacterie genoemde antibiotica. (bron: GD-LIMS)
Amoxicilline+clavulaanzuur
Amoxicilline+clavulaanzuur
a Voor 2023 zijn voor de combinatie Streptococcus uberis en trimethoprim-sulfonamiden geen resultaten.
b Voor 2023 zijn voor de combinatie Enterococcus species en trimethoprim-sulfonamiden geen resultaten.
Tabel 4 Coagulase-negatieve Staphylococcus (CNS) soorten, percentage antibioticumresistente CNS soorten geïsoleerd uit melk, 2021 tot en met 2025. Het percentage intermediair-gevoelige isolaten is toegevoegd tussen haakjes, indien ≥5%. Het aantal isolaten dat is vermeld, betreft het totaal aantal aangeboden isolaten van een bacterie, maar niet
isolaten getest op gevoeligheid voor alle bij de betreffende bacterie genoemde antibiotica. (bron: GD-LIMS)
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
RUNDVEE
Gevoeligheidspatronen isolaten 2021-2025 Mei 2026
Toelichting tabellen
MIC Minimum inhiberende concentratie; de laagste concentratie van een antimicrobieel middel waarbij onder gestandaardiseerde in vitro -condities geen zichtbare groei van de bacterie optreedt.
MIC50 Concentratie waardoor 50% van de isolaten wordt geremd.
MIC90 Concentratie waardoor 90% van de isolaten wordt geremd.
R Resistent
Groene, gele en rode vakken Indiceren de verdunningen die voor het betreffende antibioticum zijn getest.
Rode cijfers Concentraties hoger dan de hoogste geteste waarde indiceren MIC-waarden groter dan de hoogste concentratie in de reeks. Waarden bij de laagste concentratie die is getest, indiceren MIC-waarden kleiner of gelijk aan de laagste concentratie die is getest.
Groene vakken Gevoelige isolaten
Gele vakken Intermediair-gevoelige isolaten (indien van toepassing)
Rode vakken en rode cijfers Resistente isolaten
R int Intrinsiek resistent
In onderstaande tabellen 1A, 2A en 3A worden de resultaten van Salmonella Typhimurium-isolaten uit dieren afkomstig van respectievelijk melkveebedrijven en niet-melkleverende bedrijven en Streptococcus uberis-isolaten uit melkmonsters uit 2025 gepresenteerd als MIC-distributies. In de tabellen 1B, 2B en 3B worden voor deze isolaten de MIC50 - en MIC90 -waarden per antibioticum weergegeven en percentages resistente isolaten, voor 2021 tot en met 2025. Scan onderstaande QR-code voor alle overzichten.
Scan onderstaande QR-code.
Tabel 1A MIC-distributie (%) voor Salmonella Typhimurium-isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van melkveebedrijven, 2025
Antimicrobieel middel
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratie ratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
Vetgedrukte antimicrobiële middelen (en bijbehorende resultaten) zijn middelen vermeld in het Formularium Melkvee van de KNMvD.
(n=55)
Tabel 1B MIC50 en MIC90, en percentage resistent voor Salmonella Typhimurium-isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van melkveebedrijven, 2021-2025
Antimicrobieel middel S. Typhimurium (n=55), 2025 S. Typhimurium (n=77), 2024 S. Typhimurium (n=38), 2023
S. Typhimurium (n=32), 2022
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratie ratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
Vetgedrukte antimicrobiële middelen (en bijbehorende resultaten) zijn middelen vermeld in het Formularium Melkvee van de KNMvD.
Tabel 2A MIC-distributie (%) voor Salmonella Typhimurium-isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van niet-melkleverende bedrijven, 2025
Antimicrobieel middel
Typhimurium (n=17)
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratie ratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
Vetgedrukte antimicrobiële middelen (en bijbehorende resultaten) zijn middelen vermeld in het Formularium Vleeskalveren en Vleesvee van de KNMvD.
Tabel 2B MIC50 en MIC90 , en percentage resistent voor Salmonella Typhimurium-isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van niet-melkleverende bedrijven, 2021-2025
Antimicrobieel middel S. Typhimurium (n=17), 2025 S. Typhimurium (n=45), 2024 S.
(n=46), 2023
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratie ratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
Vetgedrukte antimicrobiële middelen (en bijbehorende resultaten) zijn middelen vermeld in het Formularium Vleeskalveren en Vleesvee van de KNMvD.
Tabel 3A MIC-distributie (%) voor Streptococcus uberis-isolaten uit melk afkomstig van runderen, 2025
Antimicrobieel middel
Tabel 3B MIC50 en MIC90 , en percentage gevoelig, intermediair-gevoelig en resistent voor Streptococcus uberis-isolaten uit melk afkomstig van runderen, 2021-2025
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratie ratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
b Voor 2023 zijn voor de combinatie Streptococcus uberis en trimethoprim-sulfonamiden geen resultaten.
Vetgedrukte antimicrobiële middelen (en bijbehorende resultaten) in tabel 3A en tabel 3B zijn middelen vermeld in het Formularium Melkvee van de KNMvD.
Multiresistentie
Definitie multiresistentie
Ongevoelig voor antibiotica uit ten minste drie verschillende antibioticumgroepen.
In onderstaande figuren is voor bacteriesoorten met meer dan twintig isolaten in 2025 grafisch weergegeven tegen hoeveel verschillende chemisch ongerelateerde antibioticumgroepen resistentie werd aangetoond in 2025. Hierbij is alleen rekening gehouden met verworven resistentie en de intrinsieke resistentie is niet meegeteld. In tabel 4 staan de meest frequent aangetoonde multiresistentiepatronen.
bedrijven - Rund 2025 Aantal antibioticumgroepen resistent
Aantal antibioticumgroepen resisten
Niet-melkleverende bedrijven - Rund 2025
Figuur 1 Per pathogeen, het percentage isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van melkveebedrijven dat resistent is tegen antibiotica behorend tot verschillende antibioticumgroepen, 2025 (bron: GD-LIMS)
(0=geen resistentie aangetoond, 7=resistentie tegen antibiotica uit zeven verschillende antibioticumgroepen aangetoond).
Figuur 2 Per pathogeen, het percentage isolaten uit sectie- en niet-sectiemateriaal van dieren van niet-melkleverende bedrijven dat resistent is tegen antibiotica behorend tot verschillende antibioticumgroepen, 2025 (bron: GD-LIMS)
(0=geen resistentie aangetoond, 8=resistentie tegen antibiotica uit acht verschillende antibioticumgroepen aangetoond).
Escherichia coli Pasteurella multocida Mannheimia haemolytica Salmonella Dublin
Aantal antibioticumgroepen resistent
Figuur 3 Per pathogeen, het percentage isolaten uit melkmonsters dat resistent is tegen antibiotica behorend tot verschillende antibioticumgroepen, 2025 (bron: GD-LIMS) (0=geen resistentie aangetoond, 5=resistentie tegen antibiotica uit vijf verschillende antibioticumgroepen aangetoond).
Coag.-neg. Stafylokok Escherichia coli Strept. uberis Strept. dysgalactiae Staph. aureus Klebsiella species
Tabel 4 Percentage multiresistente pathogene bacteriën in 2025, gekweekt uit respectievelijk monstermateriaal anders dan melk afkomstig van melkleverende- en van niet-melkleverende bedrijven en uit melk (bron: GD-LIMS)
Multiresistentie is gedefinieerd als ongevoelig voor antibiotica uit ten minste drie verschillende chemisch ongerelateerde antibioticumgroepen.
Bacterie % Multiresistente isolaten a Meest frequente multiresistentie- patronen (%) b
Melkleverende bedrijven
Resistentiepatroon
Bacterie % Multiresistente isolaten a Meest frequente multiresistentie- patronen (%) b
Melkleverende bedrijven (vervolg)
Niet-melkleverende bedrijven
Royal GD
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
Melkmonsters
Coagulasenegatieve
Staphylococcus (niet-aureus
Staphylococcus)
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
a % van het totaal aantal isolaten van de betreffende bacterie.
b % van het totaal aantal multiresistente isolaten van de betreffende bacterie.
c Macroliden oud: erythromycine, tylosine; Macroliden nieuw: gamithromycine, tilmicosine, tulathromycine.
d Overige Salmonella -typen en Salmonella -isolaten die niet nader zijn ge(sero)typeerd. NVT, niet van toepassing, niet in het testpanel.