


![]()



GD ontvangt jaarlijks duizenden monsters van zieke dieren waaruit ziekteverwekkende bacteriën worden gekweekt. Na de kweek kan een gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd om na te gaan voor welke antibiotica deze bacteriën onder laboratoriumomstandigheden gevoelig zijn. Aan de hand hiervan kan de dierenarts een onderbouwde keuze maken voor een bepaald antibioticum ter behandeling van de betreffende bacteriële infectie. Met de resultaten van alle uitgevoerde gevoeligheidsbepalingen kan over langere perioden de ontwikkeling van de gevoeligheidspatronen van bacteriën worden gevolgd.
Deze (overzichten van) gevoeligheidspatronen worden onder andere gebruikt bij het opstellen van de KNMvD-formularia (richtlijnen voor behandeling van veel voorkomende aandoeningen). De resultaten zijn afkomstig uit een combinatie van isolaten ingestuurd door dierenartsenpraktijken ten behoeve van representatieve overzichten van antibioticumgevoeligheden van ziekteverwekkers bij pluimvee (Escherichia coli, enterokokken en Staphylococcus aureus). Deze zijn aangevuld met isolaten afkomstig uit sectie-inzendingen van GD. De bacteriën zijn geïsoleerd uit koppels met specifieke ziekteverschijnselen van bacteriële infecties zoals verhoogde uitval en kreupelheid en geïdentificeerd als één van de bovenstaande bacteriesoorten. De resultaten van isolaten afkomstig uit de vleessector (vleeskuikens en voorschakels) en van isolaten uit de legsector (opfok-leghennen en leghennen, en voorschakels) zijn in aparte tabellen opgenomen. Ook de resultaten van de verschillende Enterococcus spp. zijn in aparte tabellen weergegeven, mits er voldoende isolaten waren getest. Van de species waarvan minder dan twintig isolaten zijn getest, zijn geen tabellen opgenomen.
Het is belangrijk te beseffen dat de onderzochte isolaten afkomstig zijn van dieren die gestorven/geëuthanaseerd zijn (isolaten uit sectiemateriaal) of klinisch ziek waren (isolaten uit niet-sectiemateriaal) en dat daardoor de weergegeven resistentiepercentages niet noodzakelijk representatief zijn voor de gehele Nederlandse veehouderij. Isolaten waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn van dieren die zijn behandeld met antibiotica, zijn niet opgenomen in de overzichten.
In bijgaande tabellen staan voor pluimvee per bedrijfstype de gevoeligheidspatronen van de meest gekweekte bacteriën in 2025 en voorgaande jaren. Scan onderstaande QR-code voor alle overzichten.
Toelichting
MIC Minimum inhiberende concentratie; de laagste concentratie van een antimicrobieel middel waarbij onder gestandaardiseerde in vitro -condities geen zichtbare groei van de bacterie optreedt.
MIC 50 Concentratie waardoor 50% van de isolaten wordt geremd.
MIC 90 Concentratie waardoor 90% van de isolaten wordt geremd.
S Gevoelig
I Intermediair gevoelig
R Resistent
Groene, gele en rode vakken Indiceren de verdunningen die voor het betreffende antibioticum zijn getest.
Rode cijfers Concentraties hoger dan de hoogste geteste waarde; indiceren MIC-waarden groter dan de hoogste concentratie in de reeks. Waarden bij de laagste concentratie die is getest, indiceren MIC-waarden kleiner of gelijk aan de laagste concentratie die is getest.
Groene vakken Gevoelige isolaten
Gele vakken Intermediair-gevoelige isolaten (indien van toepassing)
Rode vakken en rode cijfers Resistente isolaten
- Niet van toepassing
R int Intrinsiek resistent
coli
Tabel 1.A Overzicht gevoeligheid van E. coli-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de vleessector in 2025 (n=107) en resistentiepercentages in 2022-2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken
Tabel 1.B Overzicht MIC-distributie (%), MIC50 en MIC90, en percentage gevoelig, intermediair-gevoelig en resistent voor E. coli-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de vleessector (2025) (n=107) (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Vleessector: E. coli (n=107)
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratieratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
Ter interpretatie van de informatie in de tabellen geven we voor tabel 1.B een voorbeeld: Ampicilline: 47,7% (zie rode cirkel) van de geteste isolaten wordt bij een concentratie van 2 μg ampicilline/mL (en hoger) geremd in groei.
antibioticumresistente E. coli-isolaten* - vleessector
Ampicilline
Apramycine
Colistine
Cefotaxim
Enrofloxacine
Florfenicol
Fluméquine
Neomycine
Spectinomycine
Streptomycine
Tetracycline
Trimethoprim/ Sulfamethoxazol
1 Percentage antibioticumresistente E. coli-isolaten (vleessector) (2016-2025) (bron: GD)
Tabel 2.A Overzicht gevoeligheid van E. coli-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector in 2025 (n=158) en resistentiepercentages in 2022-2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken
Tabel 2.B Overzicht MIC-distributie (%), MIC50 en MIC90, en percentage gevoelig, intermediair-gevoelig en resistent voor E. coli-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector (2025) (n=158) (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Legsector: E. coli (n=158)
a Vermeld is de concentratie van trimethoprim, getest in een concentratieratio van 1:19 (trimethoprim/sulfamethoxazol).
% antibioticumresistente E. coli-isolaten* - legsector
2 Percentage antibioticumresistente E. coli-isolaten (legsector) (2017-2025) (bron: GD) * Antibiotica waartegen E. coli intrinsiek resistent of (nagenoeg)
Multiresistentie van ziekteverwekkerss
Definitie multiresistentie
Ongevoelig voor antibiotica uit ten minste drie verschillende antibioticumgroepen.
In onderstaande figuur is grafisch weergegeven tegen hoeveel verschillende chemisch ongerelateerde antibioticumgroepen er resistentie werd aangetoond in E. coli-isolaten uit de periode 2025. Hierbij is alleen rekening gehouden met verworven resistentie, en de intrinsieke resistentie is niet meegeteld. In tabel 4 staan de meest frequent aangetoonde multiresistentiepatronen. * Vleessector = vleeskuikens en voorschakels; legsector = opfok-leghennen, leghennen en voorschakels.
3
Aantal antibioticumgroepen resistent Escherichia coli - pluimvee (2025)
en legsector* dat resistent is tegen antibiotica behorend tot verschillende antibioticumgroepen (2025) (Bron: GD) (0=geen resistentie aangetoond, 7=resistentie tegen antibiotica uit zeven verschillende antibioticumgroepen aangetoond).
Het percentage multiresistente E. coli -isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de vleessector is in 2025 (rollend jaar) significant hoger dan in 2022 (p<0,05). Het percentage multiresistente E. coli -isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector is in 2025 (rollend jaar) significant lager dan in 2022 (p<0,02) en 2021 (p<0,01).
3
* Multiresistentie is gedefinieerd als ongevoelig voor antibiotica uit ten minste drie verschillende chemisch ongerelateerde antibioticumgroepen. ** 95%-betrouwbaarheidsinterval.
Tabel 4 Percentage en resistentiepatronen van multiresistente* Escherichia coli-isolaten uit de vlees- en legsector (2025) (bron: GD)
(95% BI) a
Vleessector E. coli
(41%-60%)
* Multiresistentie is gedefinieerd als ongevoelig voor antibiotica uit ten minste drie verschillende chemisch ongerelateerde antibioticumgroepen.
a % van het totaal aantal isolaten.
b % van het totaal aantal multiresistente isolaten.
c Macroliden oud: erythromycine, tylosine; Macroliden nieuw: tildipirosine, tilmicosine, tulathromycine.
Enterococcus-species
In dit overzicht volgen tabellen voor Enterococcus species waarvan minimaal twintig isolaten zijn getest. In 2025 betreft dit enkel Enterococcus faecalis voor de legsector. In de bijlage volgen voor de overige Enterococcus species de cijfers van voorgaande jaren (2023 en 2024).
Tabel 5A Overzicht gevoeligheid van Enterococcus faecalis-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector in 2025 (n=38) en resistentiepercentages in 2022-2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken
Let op: de percentages zijn gebaseerd op een gering aantal isolaten.
Tabel 5.B Overzicht MIC-distributie (%), MIC50 en MIC90, en percentage gevoelig, intermediair-gevoelig en resistent voor Enterococcus faecalis-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector (2025) (n=38) (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Legsector: E. faecalis (n=38)*
Let op: de percentages zijn gebaseerd op een gering aantal isolaten. a Vermeld is de concentratie van amoxicilline, getest in een concentratieratio van 2:1 (amoxicilline/clavulaanzuur).
In 2025 volgen hier geen tabellen voor de gevoeligheid van Staphylococcus aureus-isolaten wegens een te gering aantal isolaten (<20). In de bijlage staan cijfers van voorgaande jaren voor zover beschikbaar.
Voor Enterococcus species en Staphylococcus aureus waarvan in 2025 onvoldoende isolaten waren om gevoeligheden weer te geven in tabellen (<20 isolaten), volgen in deze bijlage de cijfers van 2022, 2023 en 2024 voor zover beschikbaar.
Tabel A Resistentiepercentages van Enterococcus cecorum-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de vleessector in 2022-2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Let op: de percentages zijn gebaseerd op een gering aantal isolaten.
Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken
Tabel B Resistentiepercentages van Enterococcus faecalis-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de vleessector in 2023-2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel
Let op: de percentages zijn gebaseerd op een gering aantal isolaten.
Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken Enterococcus faecalis-isolaten - vleessector
Tabel C Resistentiepercentages van Staphylococcus aureus-isolaten uit sectiemateriaal afkomstig van pluimvee uit de legsector in 2024 (bron: GD)
Antimicrobieel middel Isolaten afkomstig van secties GD en aan project deelnemende dierenartsenpraktijken Staphylococcus aureus-isolaten - legsector
Let op: de percentages zijn gebaseerd op een gering aantal isolaten.