Brengt gezinnen in beweging



Het gemak van sneeuwgewenning Red de schoolslag! Zo sport je samen met je kleinkind
![]()
Brengt gezinnen in beweging



Het gemak van sneeuwgewenning Red de schoolslag! Zo sport je samen met je kleinkind
hét geheim voor jarenlange zorgeloze skivakanties 3 6 1 pagina, groter is het verschil tussen winter en zomer(zoektocht) niet GEEN KIM OF JUSTINE,
Tennisfun Asse geeft les op maat van elk lid 8




Kersvers voorzitter
Pieter neemt de fakkel over van Freddy 21

Redactie en administratie / Gezinssport Vlaanderen, Arduinkaai 16, 1000 Brussel, Tel. 02/507.88.22 Verantwoordelijke uitgever / Freddy De Nert, Arduinkaai 16, 1000 Brussel Redactiecomité / Marijke Brewaeys, Freddy De Nert, Peter Frison, Daan Paredis, Dirk Remmerie, Wout Stevens, Agnes Vanderstegen Redactionele bijdragen / Daan Paredis, Agnes Vanderstegen Coördinatie en eindredactie / Xpair Communication, Marijke Brewaeys Fotografie / Thomas De Boever , Marco Mertens Ontwerp en lay-out / Peter Frison, Xpair Communication Concept en realisatie / Xpair Communication Drukkerij / Van der Poorten Contact, opmerkingen en suggesties / gezinssportvlaanderen@gezinsbond.be Prijs per magazine: €7,- Prijs voor een abonnement (4 nummers): €20,-



Hanne Nelissen leidt monitoren sneeuwgewenning op
De monitoren sneeuwgewenning van Gezinssport Vlaanderen zijn niet allemaal doorwinterde experts, maar van de eerste tot de laatste zijn ze wel goed opgeleid. Verantwoordelijk daarvoor is Hanne Nelissen. Het Achelse zonnetje in huis leidt de monitoren op en verzorgt de coördinatie op vakantie.
“Al onze monitoren sneeuwgewenning moeten een verplichte cursus volgen voor ze op wintersportvakantie vertrekken. Die is kort, maar intensief”, zegt Hanne. “We starten met een digitale samenkomst op vrijdagavond. Drie uur lang overlopen we de theorie en leggen we uit wat we met de sneeuwgewenning willen bereiken en wat onze verwachtingen zijn.”
Het doel van die digitale meeting: de deelnemers voorbereiden om de volgende dag op de skipiste in Peer meteen praktisch aan de slag te gaan. “We leggen de nadruk op het praktische luik. De cursisten gaan in kleine groepjes aan de slag en bereiden verschillende dagen sneeuwgewenning voor. Het zijn relatief korte sessies met regelmatig evaluatiemomenten tussendoor. In de namiddag begint het echte werk. Dan komt er een groep kleuters waar de cursisten echt mee aan de slag gaan om hun opgedane kennis te oefenen. Afsluiten doen we met een bespreking, wat de bedenkingen zijn, enzovoort. Aan het einde van die dag moeten de cursisten de wintersportvakantie met vertrouwen tegemoet kijken.”
Opvang of speeltijd
De volledige cursus is doorspekt van één centrale boodschap, vertelt Hanne. “De kinderen plezier in de sneeuw laten beleven en de skimicrobe van jongs af aan meegeven. Maar ik hoop dat geïnteresseerde ouders de sneeuwgewenning niet als ‘opvang’ of ‘speeltijd’ beschouwen. Ook al zien de oefeningen er soms dwaas uit, elk heeft z’n nut, daar is over nagedacht. We leren de kinderen hun botten en latten aandoen, glijden, stoppen en met wat geluk ook bochtjes maken zodat ze op een kleine piste beneden raken. Dat gaat met vallen en opstaan, letterlijk.”
Geen voorwaarden
Aan de opleiding zijn maar weinig voorwaarden verbonden. Iedereen ouder dan zestien met een hart voor kinderen en wintersport kan zich inschrijven. “De groep monitoren is heel divers. Die mix van jong geweld en ervaring zien we heel graag: nieuwe ideeën en ervaringen kunnen uitgewisseld en doorgegeven worden. We mogen die kennis niet verloren laten gaan. Daarom proberen we in de mate van het mogelijke nieuwe monitoren samen te zetten met ervaren monitoren. We gooien niemand zomaar voor de leeuwen. Je mag die verantwoordelijkheid voor zo’n jongere niet onderschatten, we willen het vertrouwen van de ouders bevestigen.”

“We geven de kinderen de skimicrobe van jongs af mee”
De monitoren sneeuwgewenning trekken dus goed voorbereid op wintersportvakantie. Moet dat voor de kindjes ook het geval zijn? “Nee hoor, je moet je als ouder absoluut geen zorgen maken. De monitoren zitten mee op de bus en daar begint hun opdracht al: de kinderen leren kennen. Als ouder krijg je op voorhand ook nog een uitgebreide briefing met alle info, tot en met hoe je kinderen best kleedt. Zo verloopt alles vlot, en is iedereen op z’n gemak voor de eerste les begint.”
Skiën vanaf zeven?
De sneeuwgewenning is voor kinderen van vier tot zes. Is zeven dan de ideale leeftijd om te leren skiën? “In principe wel, maar het kan soms ook al vroeger. Het eerste jaar dat kindjes meegaan, merken we dat wat motivatiesnoep vaak wonderen doet. Het tweede jaar gaat meestal al een stuk vlotter en het derde jaar met de vingers in de neus. Dat is de ‘regel’, maar we zien altijd kinderen die sneller
of trager bijleren. Dan differentiëren we waar mogelijk zodat elk kind op het juiste niveau sneeuwgewenning volgt, of zelfs de eerste beginselen van skiën al leert. Ook met de monitoren houden we rekening: kunnen en willen ze al meer gevorderde lessen geven of niet? Het moet voor iederéén leuk blijven, dat is het allerbelangrijkste.”
MONITOR SNEEUWGEWENNING WORDEN?
Dat kan, als je aan drie voorwaarden voldoet…
• Je bent zestien jaar of ouder.
• Je volgt een pedagogische opleiding of hebt het diploma van leerkracht LO, kleuter- of lager onderwijs, of een opleiding van de Vlaamse Trainersschool, of bent animator in het jeugdwerk.
• Je bent een gevorderd skiër.
Schrijf je in op: aanbod.gezinssportvlaanderen.be/opleidingen of contacteer jonas.dillen@gezinsbond.be voor meer info.
Prabo (17) was voor het eerst monitor sneeuwgewenning
Prabo gaat al van jongs af aan mee op wintersportvakantie met Gezinssport Vlaanderen. Nu geeft hij zijn ervaring door als kersvers monitor sneeuwgewenning.
“Ik was zó trots toen de kinderen veilig van de berg gleden op het einde van de week. Echt! Daarvoor doe je het”, Prabo glundert nog als hij terugblikt op zijn eerste week als monitor sneeuwgewenning in hotel Mooswirt. Onder zijn hoede: zeven kindjes tussen vier en zes jaar. “Na de cursus sneeuwgewenning voelde ik me helemaal klaar voor de job. Het belangrijkste was plezier maken in de sneeuw, maar tegelijkertijd wou ik ze toch ook een basis skitechniek aanleren, en niet ‘gewoon’ spelen. Ik denk dat het goed gelukt is.”
Leren remmen
Als je weet dat al die kindjes op het einde van de week vlot van de berg gleden, mag je zeggen dat Prabo met glans slaagde in zijn opdracht. “De eerste dagen leerden de kindjes hun botten en ski’s aandoen en ermee wandelen en lopen in de sneeuw. De volgende stap was spelletje spelen met de botten en de ski’s om helemaal te wennen. Daarna – spannend – de rollerband op en voor het eerst glijden, met aandacht voor de handen op de knieën om het juiste gevoel te krijgen. Tot slot leerden ze remmen met de pizzapunt.”
De aandacht die het verdient
De ene bengel had het skiën al sneller onder de knie dan de andere – logisch – maar ook daar was Prabo op voorbereid. “We waren altijd met twee monitoren, Tinne en ik, en bijna automatisch splitste de groep zich op per niveau. Zo konden we elk kind de aandacht geven die het verdient en bleef het voor iedereen fijn.”
“We gaven elk kind de aandacht die het verdient”
Na de inspanning, de ontspanning. Ook voor onze monitoren. “De sfeer in de groep zat heel goed, elke avond spraken we af om gezellig nog iets te doen. En voor en na de uren hadden we altijd nog tijd om te skiën, supertof! Achteraf kregen we heel veel tevreden reacties van de ouders, dat was heel fijn. Dit jaar heb ik me uiteraard opnieuw ingeschreven.”

Stijn, Lore, Tias en Louic gingen voor het eerst mee op wintersportvakantie
Een eerste keer is altijd spannend. Zeker als je voor het eerst met je gezin op wintersportvakantie gaat met een onbekende reisorganisatie. Vorig jaar beleefden Stijn, Lore, Tias (6) en Louic (8) hun vuurdoop bij Gezinssport Vlaanderen. Vandaag vertellen ze er nog enthousiast over. “Je voelt je als een VIP op reis.”

“Je voelde de rustgevende ervaring van de monitoren. Ze gingen geweldig goed met de kindjes om”
“Ik heb een drukke job en kan niet vaak lange periodes vakantie nemen. Vorige winter had ik toevallig eens een weekje vrij. De wintersportvakantie met Gezinssport Vlaanderen was een fantastische invulling van die week. Ik had niks anders willen doen”, papa Stijn blikt met blinkende ogen terug.
“Toen Stijn het doorstuurde en ik zag dat alles voor jou geregeld werd, was ik meteen overtuigd”, vult mama Lore aan. “We hadden geen zin om maanden op voorhand te plannen: hoe raken we dan van ons hotel naar de piste? Waar vragen we onze skipas aan? Het was voor mij een grote geruststelling dat alles in orde was. Geen gedoe, gewoon genieten. Zalig!”
VIP’s op reis
De klassieke busrit naar de bergen lieten Stijn en Lore aan zich voorbijgaan, ze reden ’s nachts met de auto. “Dat kwam voor ons beter uit. Daardoor misten we jammer genoeg wel de kennismaking en de eerste rondleiding, maar eens ter plekke voelden we ons meteen welkom. De begeleiders legden ons apart alles uit en we konden vlot aansluiten bij de groep. We voelden ons een beetje VIP’s op reis, heel tof!”
Rode piste
Stijn en Lore namen niet enkel hun zonen Tias en Louic, toen zes en acht jaar, mee. Ook de zus van Stijn met de neefjes en zijn ouders haalden hun dikste winterjassen uit de kast. Als ervaren sneeuwsporters vonden Stijn en Lore snel een groep van hun niveau. Louic sloot aan bij de groep beginnende skiërs, Tias bij de sneeuwgewenning. “Ideaal om de sport te verkennen en zelfvertrouwen op de latten te kweken. Dat hun neefjes er ook waren, maakte alles wel gemakkelijker.”
De lessen vonden telkens in de voormiddag en de namiddag plaats, tussendoor kregen ze een uurtje vrij. “Op dag drie namen we de jongens tijdens de pauze mee op de lift. We waren niet aan het opletten en stapten per ongeluk af bij de rode piste… Eerst was het even paniek: ‘wat nu?!’
We besloten om ze niet te waarschuwen en – tot onze grote verbazing – raakten de jongens toch vlot beneden! Achteraf waren ze supertrots. Wij als ouders ook, ze hadden op die paar dagen duidelijk veel vooruitgang geboekt”, vertellen ze.
“En dan moet je weten dat onze oudste, Louic, in het begin schrik had van de lift. De monitor wou niet dat hij achterop raakte in de groep, dus pakte ze hem apart om te oefenen. ‘Hoe kunnen we hem een beetje pushen om het toch te leren?’, vroeg ze ons na de eerste keer. Daarop is Lore een keertje meegegaan met de groep om samen de lift te nemen en Louic was vertrokken. Alleen dankzij de persoonlijke aanpak van de moni’s, echt top!”
Niks te veel of te moeilijk
Je hoort het: Stijn en Lore waren onder de indruk van de monitoren. “Ze deden er echt alles aan om het voor de kindjes fijn te maken. Een van de moni’s zat bijvoorbeeld elke avond te knutselen om elk kindje op het einde van de reis een mooie sleutelhanger als aandenken mee naar huis te geven. Ook na de lessen, hielpen de monitoren ons spontaan.‘Ah, wil je nog even die piste doen? Laat de kindjes maar hier, ik pas er wel op’. Niks was hen te veel of te moeilijk. Echt chapeau. Je voelde hun rustgevende ervaring en ze gingen geweldig goed met de kindjes om.”
Echt een topvakantie
Ook buiten het skiën om genoot het gezin van de reis. “Er heerste een supertoffe, spontane sfeer. Niet zo van ‘je moet hier sociaal zijn’. Iedereen liet iedereen op z’n gemak. Zo hebben we vooral tijd met de familie gespendeerd, en toch spontaan ook nieuwe mensen leren kennen. Het was echt een topvakantie.”

Deze zomer kon je in De Haan volop genieten van zon, zee en ... onze zomerzoektochten! Of je nu een fervente wandelaar, enthousiaste fietser of speurneus in hart en nieren bent, er viel voor jong en oud heel wat te ontdekken. Heb je ook meegedaan? Fijn! Dan maak je misschien wel kans op een van de mooie prijzen uit de prijzenpot ter waarde van 5.000 euro. De winnaars worden in de loop van oktober persoonlijk op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor onze prijsuitreiking. De oplossingen kan je vanaf december raadplegen op: www.gezinssportvlaanderen.be/zomerzoektochten Wil je gewoon nog even nagenieten van al dat zomerse plezier? Duik met ons mee in een zonnige terugblik:

“De opdrachtjes van de kinderzoektocht waren niet te moeilijk, maar vol plezier, dansen en speuren”
Familie Vanloy

“Supertof! Dit doen we volgend jaar sowieso opnieuw”
Familie Dedonder





“Het was onze eerste deelname en zo’n fantastische ervaring om dit met de kinderen te doen”
Familie Seghers





Stap langs water, hoog op een klif, midden op een vlakte of in dichte bossen. Elke wandeling is een uitnodiging om de natuurlijke en culturele rijkdommen van Wallonië te leren kennen.
Zin om eropuit te trekken?
Download onze nieuwe wandelbrochures op VISITWallonia.be/wandelen
Club in de kijker: Tennisfun Asse
Zwemclubs, wandelclubs, turnclubs, fietsclubs en badmintonclubs bij de vleet. Maar tennisclubs …? In het aanbod van Gezinssport Vlaanderen is Tennisfun Asse eerder een vreemde eend in de bijt, maar daarom zeker niet minder welkom. “Ook zonder een goede techniek kan tennis enorm tof zijn”, zegt sportverantwoordelijke Hans Van Der Meersch (tweede van links).
De eerste opslag van Gezinsbond Asse dateert al van in de jaren 70. Als grote tennisliefhebber speelde Hans Van Der Meersch de bal terug en via kameraden rolde hij in de
afdeling. Toen de vorige generatie de racket aan de wilgen hing, nam Hans binnen Tennisfun Asse het engagement van sportverantwoordelijke op. “We heten nog niet zo lang ‘Tennisfun Asse’, maar de naam past onze club wel als gegoten. Plezier, daar draait het om. Daarvoor zakken mensen door weer en wind af naar onze club. Techniek en regels zijn in onze club middelen die een groter doel dienen: het amusement. Want ook zonder een perfecte techniek kan je enorm veel fun beleven aan tennis”, vertelt Hans gepassioneerd.
Leden bepalen de lessen
Elk seizoen slaan bij Tennisfun Asse meer dan 120 leden waarvan zo’n 80 jongeren balletjes op de rode terreinen. “We stemmen onze lessen heel erg af op onze leden. Ieder lid komt met een eigen doel en eigen verwachtin-

“We willen echt iedereen het plezier van een balletje heen-en-weer kloppen aanbieden”


gen naar de club. Je hebt kinderen die zich gewoon willen amuseren, voor hen is sociaal contact en plezier maken belangrijker dan leren hoe ze technisch correct tennissen. Maar we hebben evengoed kinderen die echt progressie willen maken en op termijn competitiewedstrijden spelen. Hen geven we veel meer bagage mee. Met welke insteek leden naar de club komen en wie dus in welke groep past, moeten de trainers een beetje aanvoelen. Op basis daarvan bieden we meer technische, conditionele of recreatieve spelvormen aan. We waken er wel over dat alle trainers dezelfde terminologie gebruiken en bijvoorbeeld de slagen op dezelfde manier aanleren. Het is belangrijk zodat de eventuele doorstroom van het ene naar het andere groepje vlot kan verlopen.”
Samenwerking met een ‘echte’ tennisclub
In welke groep ze ook zitten, alle kinderen profiteren van de samenwerking tussen Tennisfun Asse en de lokale tennisclub in Lebbeke Hof ter Burst. “Samen organiseren we twee keer per jaar de ‘fundays’ waarop onze tennissertjes kennismaken met een ‘echte’ tennisclub. Daar lopen ze dan ineens tussen honderd andere tennissertjes. “Wauw”, ze kijken hun ogen uit en zien ze dat er méér mensen tennis spelen dan hun vijf groepsgenootjes. De echte ervaren tennissers die hogerop willen, sturen we door naar Lebbeke of een andere tennisclub.”
“Sinds kort zetten we ook heel erg in op G-sport, zowel voor mensen met een fysieke als een mentale beperking. We willen van onze piëdestal stappen en echt iedereen het plezier laten beleven van een balletje heen-en-weer kloppen.”
Op café
Beperkt of niet, technisch onderlegd of niet, op het einde van het seizoen brengt de club zo veel mogelijk leden samen voor een gemeenschappelijk intern tornooi: hun eigen ‘Masters’. “Enkel of dubbel, waarbij iedereen mekaar kan ontmoeten, op niveau van kinderen, tieners en volwassenen. Soms zie je daar toch die competitiegeest bovenkomen, maar da’s goed, dat zorgt voor wat extra inzet. En achteraf trakteren we als club op café. Op die manier bevorderen we de cohesie. Voor ons, als trainers, is dat een heel belangrijk leermoment. We drinken iets mee en luisteren echt naar wat de leden goed en minder goed vonden, wat de verwachtingen zijn, of mensen zich opnieuw inschrijven, enzovoort. Dan zetten we onze antennes op. Het is een georganiseerd spontaan moment, want spijtig genoeg is er aan onze tennisterreinen geen cafetaria voor ander informeel contact. Sommige mensen brengen wel hun eigen stoelen mee en drinken eentje na de training, die spontaniteit borrelt op van onderaf, maar het is niet ideaal dat we geen voorziening hebben. Met de organisatie van het tornooi, poken we toch de samenhang wat op.”
Padelclub naast de deur
Even verderop is er een club die wél een eigen cafetaria heeft, want onlangs opende een padelclub de deuren naast Tennisfun Asse. “In het begin hadden we een goed contact, maar ze zijn op korte tijd zo populair geworden dat ze geen nood meer hebben aan een samenwerking met ons. Helaas. Dit jaar noteren we voor het eerst open plaatsen, terwijl we voordien altijd mensen moesten weigeren. Dat voelt vreemd, maar tegelijkertijd is het ook wel logisch. Tennis is momenteel niet zo populair, de sport heeft in België geen ambassadeurs meer van het niveau van Clijsters en Henin. Kinderen kiezen tegenwoordig eerder voor basketbal of hockey.”
Kaartenhuisje
Daarnaast blijft vrijwilligers vinden en houden de belangrijkste uitdaging voor de club, vertelt Hans. “Hoe we dat doen? Je kan zelf proberen te regelen als een eenmanszaak, maar zo’n kaartenhuisje stort snel in mekaar. Daarom proberen we alle taken zo veel mogelijk te verdelen. We hebben daarbij gemerkt dat leden de beste vrijwilligers zijn. Als je ze aanspreekt voor een klein, concreet engagement, pikken ze daar makkelijk op in. Zoals bijvoorbeeld de drankjes en versnaperingen voor de vriendjesdag voorzien, of een flyer maken. Dat zijn relatief kleine dingen, maar als je zo veel taakjes delegeert, wordt het werk van de ‘vaste’ vrijwilligers een stuk lichter. Tegelijkertijd zet je je organisatie breder neer en genereer je betrokkenheid. Belangrijk is dan wel dat je die taak loslaat en de persoon die zich engageert het nodige vertrouwen geeft. Onze band met de lokale afdeling van Gezinsbond helpt om trainers te vinden. Mond-op-mondreclame werkt het beste, maar we zien nu toch ook dat meer en meer mensen onze club ontdekken dankzij advertenties op Facebook. En eens ze aan boord zijn, proberen we ze te houden door onze beloftes waar te maken, stipt te zijn, continuïteit te garanderen, op kwaliteit in te zetten en, als allerbelangrijkste, ervoor te zorgen dat iedereen zich amuseert. En ik durf fier te zeggen dat we daarin slagen.” Game, set en match!
Benieuwd hoe het Hans en Tennisfun Asse verder vergaan? Volg de club op Facebook! facebook.com/TennisfunAsse
Waarom je best altijd een fietshelm draagt
AGNES VANDERSTEGEN
Of je nu een fervente wielrenner bent, met de kinderen naar school fietst, of gewoon even snel naar de bakker gaat: een fietshelm dragen is nooit een overbodige luxe. Wist je dat je maar liefst 65% van de hoofdletsels kan voorkomen door een helm te dragen?
Bij verschillende clubs van Gezinssport Vlaanderen is een helm dragen verplicht bij fietsactiviteiten. Zo ook bij de Sterrestappers, de club waar Agnes Vanderstegen groepen begeleidt. “En ook bij GSF Mariakerke bevelen we het ten zeerste aan. Inmiddels dragen we daar allemaal een helm, en met reden: het heeft al meerdere keren een hoofdletsel voorkomen.”

Welke helm is een goede helm?
Als je een helm kiest voor jezelf of je kinderen is het belangrijk om op een aantal zaken te letten:
1. CE-markering: Een goede helm voldoet aan de Europese veiligheidsnormen. Voor volwassenen is dat de norm EN 1078 en voor kinderen EN 1080. Check altijd of deze codes in de helm staan.
2. Koop nieuw, niet tweedehands: Na een val kan het dempingsmateriaal in de helm beschadigd zijn, zelfs als dit van buiten niet zichtbaar is. Na vijf jaar moet je je helm sowieso vervangen vanwege slijtage door UV-stralen en weersomstandigheden.
3. Goede pasvorm: De helm moet de juiste maat hebben. Te groot of te klein, en de bescherming is niet optimaal.
4. Ventilatie en extra’s: Let op ventilatie voor comfort, regenbescherming en eventueel ingebouwde verlichting of een klep tegen de zon.
5. Zorg dat je opvalt: Kies voor een opvallende kleur of een fluorescerende helm, zodat je beter zichtbaar bent in het verkeer.
De wetenschap achter de helm
De wetenschap achter de fietshelm is simpel maar effectief: een helm verdeelt de impact van een val over een groter oppervlakte van je hoofd, waardoor de kans op een letsel sterk afneemt. Zeker voor gezinnen die samen de weg op gaan, is dit een eenvoudige maar cruciale voorzorgsmaatregel.
Waarom is een helm altijd belangrijk?
Vooral bij groepsritten, elektrisch fietsen en wielrennen, waar hogere snelheden en vermoeidheid een rol spelen, nemen de risico’s toe. Een klein paaltje of een onoplettend moment kan al leiden tot een valpartij. Fietsen in een groep brengt ook de kans op miscommunicatie met zich mee, zeker als er minder ervaren fietsers bij zijn.
Maar ook voor de korte ritjes naar de winkel of school geldt: elke val kan vervelend aflopen. Je evenwicht verliezen bij een stoepje of plotseling moeten remmen voor een auto zijn scenario’s die iedereen herkent. En tegenwoordig is er eigenlijk geen reden om geen helm te dragen. Moderne fietshelmen zijn licht, ventileren goed, en zien er ook nog eens cool uit.
Dus, beste fietser, waar wacht je nog op?
Veiligheid begint bij jezelf, en met een helm bescherm je je kostbaarste bezit: je hoofd.
DAAN PAREDIS
Kleinkinderen en grootouders die samen sporten? Klinkt misschien moeilijk, maar is het absoluut niet. En de voordelen van intergenerationeel sporten zijn talrijk, vertelt Evelien Iliano, die het onderzocht aan de UGent. “Het belangrijkste? Dat het plezant is!”
Als klein meisje ging Evelien heel vaak bij haar grootouders op bezoek. Ze houdt vandaag niets dan mooie herinneringen over aan de tijden dat ze samen speelden, ravotten en sportten. Of daar de kiem ligt van haar met sport doordrenkt leven? “De kans is heel groot”, lacht Evelien weemoedig.
Effect binnen de familie
Vandaag onderzoekt ze aan de UGent of het voor beide groepen tot nog meer beweging leidt als kleinkinderen en grootouders regelmatig samen bewegen. “We weten al dat het veel positieve effecten heeft als twee generaties samen bewegen. Ze motiveren elkaar om nog meer te bewegen, ze leren van elkaar en ze leren elkaar op een andere – positieve – manier kennen. Wat wij nu willen checken, is of dat effect ook (of nog sterker) optreedt in familieverband. Zeker in België waar grootouders vaak op hun kleinkinderen passen is het interessant om dat te onderzoeken. En we bekijken ook hoe we nog meer beweging in die relatie kunnen blazen. De cijfers van fysieke activiteit bij beide groepen liggen vrij laag, dus met intergenerationeel bewegen slaan we twee vliegen in één klap.”


Superpositief
Het onderzoek van Evelien liep als volgt: drie maanden lang deden een grootouder en een kleinkind elke week thuis oefeningen uit een aangereikt boekje. In die periode kwamen ze ook elke zondag naar een georganiseerde beweegsessie in groep. Oma Nadine vertelt je hierlangs/onder hoe ze dat beleefde. De resultaten van het onderzoek zijn op het moment van schrijven nog niet volledig geanalyseerd. “We weten wél al dat de deelnemers de interventie als ‘superpositief’ beoordeelden”, vertelt Evelien. “Het boekje zet vooral in op leuke, kleine activiteiten die je makkelijk thuis kan doen. De focus ligt daarbij op kracht-, evenwicht- en lenigheidsoefeningen, omdat mensen die zaken vaak over het hoofd zien. We hebben wel geleerd dat zo’n boekje volgen toch een drempel kan zijn in de dagelijkse sleur. Daarom wil ik vooral meegeven: gewoon gaan wandelen of fietsen met je kleinkind is ook echt top! We werken momenteel aan een campagne met tof beeldmateriaal om die boodschap verder te verspreiden. En we bekijken: hoe kunnen we mensen nu het best bereiken en effectief overtuigen om die beweging in de praktijk te brengen?”

Uitleven met alledaagse spullen
Morgen komt mijn kleinkind op bezoek. Wat zijn de beste tips om samen op een toffe manier te bewegen? “Het belangrijkste is dat de oefeningen heel eenvoudig zijn en dat je er een spel van maakt. Met alledaagse spullen die je in huis hebt kan je je creatief uitleven. Neem bijvoorbeeld elk een flesje water in één hand en blijf zo lang mogelijk op het andere been staan. Of loop om ter snelst de trap op en af. Het allerbelangrijkste is dat het voor iedereen plezant blijft.”
Ontdek nog meer leuke oefeningen op de website sport.vlaanderen/multimove.

Het belang van bewegen volgens Evelien “Regelmatig bewegen is belangrijk voor je fysieke en mentale welzijn. Het vermindert angstgevoelens, bevordert zelfvertrouwen en omdat je fysiek beter in orde bent, functioneer je ook beter. Zeker voor ouderen is dat belangrijk. Bovendien levert bewegen cognitieve voordelen op. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Mensen onderschatten hoe belangrijk het is.”

Nadine en Nina (6) namen deel aan het onderzoek
“DIE
Nadine nam samen met Nina (6) enthousiast deel aan het onderzoek van Evelien. De flamingo, rondjes rennen rond het huis, gewichtheffen met elkaar … Het maakte de oma en haar kleinkind nog hechter.
Elke donderdagnamiddag staat het huis van Nadine op stelten. Vier kleinkinderen, waaronder Nina, toveren het huis en de tuin dan om tot een grote speelplaats. “Maar samen bewegen, deden we eigenlijk niet vaak. Eens gaan fietsen of wandelen, ja, maar dat was eerder uitzondering dan regel. Als de kleinkinderen elkaar zien op donderdag, willen ze vooral samen spelen”, vertelt Nadine. “Daarom vond ik het wel interessant om ons eens in te schrijven voor die beweegsessies.”
Spiegelbeeld
Van afgelopen mei tot eind juni kwamen de deelnemers elke zondagvoormiddag een uurtje samen op de beweegsessies van Evelien. Elk duo kreeg achteraf oefeningen mee om ook doorheen de week te bewegen. “Concentratie-, evenwicht-, krachtoefeningen… In totaal vijf soorten, en van elke soort vijf oefeningen. Bijvoorbeeld, ik die Nina optil als krachtoefening, vijf rondjes rond het huis lopen, de spiegelbeeldoefening waarbij je elkaar moet imiteren, enzovoort. En altijd spelenderwijs, helder uitgelegd met foto’s, echt heel fijn!”
Competitieve kant
Nadine en Nina leerden elkaar op een andere manier kennen. “Ik zie ze wel altijd spelen, maar nu heb ik haar competitieve kant zelf ook leren kennen. Ze gaat er écht voor. (lacht) Het was niet altijd makkelijk om haar te motiveren om de oefeningen met oma te doen, maar uiteindelijk had ze er altijd wel plezier van, dat zag je. Zij had ook niet verwacht dat oma dat allemaal kon!”
“Zij had niet verwacht dat oma dat allemaal kon” Nadine, oma van Nina (6)












































Ook zin in een weekje wintersport met de (klein)kinderen?
Schrijf je dan in voor een week: vol massa’s sneeuwpret. CHECK! in fijne skigebieden. CHECK! in gezinsvriendelijke hotels. CHECK! met bruisende avondanimatie. CHECK!
Skiën was nog nooit zo leuk, waar wacht je nog op?
krokus- en kerstvakantie
LANDHOTEL MOOSWIRT HOCHKAR
• Gratis peuteropvang
• Uiterst gastvrij, kindvriendelijk hotel
• Sneeuwgewenning (4-6-jarigen)
• Gemoedelijk, familiaal skigebied

€ 1450,per volwassene
krokus volzet wel nog plaats in maart
DACHSTEIN-TAUERN & SPORTWELT AMADÉ
• Meer dan 400 km aan skiplezier
• Gletsjer op 2.700 m hoogte
• Adembenemend uitzicht op het Dachsteingebergte

€ 1400,per volwassene
krokus- en kerstvakantie
• Prima ***hotel met wellness
• Uitstekende keuken met traditionele
Oostenrijkse gerechten
• Begeleid wandelprogramma

€ 1550,per volwassene
• Sneeuwzeker en zonnig skigebied
krokusvakantie
• Uitstekende ligging in het centrum
• Fantastisch snowpark

€ 1440,per volwassene
paasvakantie
• Toplocatie dichtbij skigebied
Schladming-Dachstein
• Familiale gastvrijheid
• Meer dan 200 km aan pistes

€ 1520,per volwassene
aanbod.gezinssportvlaanderen.be
T 02 507 88 22 gezinssportvlaanderen@gezinsbond.be
DAAN PAREDIS
Steeds meer scholen snoeien in hun zwemaanbod waardoor de zwemvaardigheid van kinderen daalt. Onderzoekster Tine Sleurs maakt zich zorgen, maar werpt ook een reddingsboei. “Op deze manier samenwerken kan veel oplossen.”
‘Leerlingen moeten zich ongeremd en spelend kunnen bewegen in het water. Leerlingen moeten zich veilig voelen in het water en kunnen zwemmen.’ Zo staat beschreven in de eindtermen van het lager onderwijs. Maar toch snoeien steeds meer scholen in hun zwemaanbod. Dat blijkt uit het onderzoek van Tine Sleurs. “We vingen uit het werkveld al langer signalen op dat de zwemvaardigheid van kinderen daalde en dat scholen de zwemlessen afbouwden. Ons onderzoek bevestigt helaas die trend.”
In totaal reageerden 486 scholen op de bevraging van Tine. De belangrijkste conclusie was dat 28% van de scholen het afgelopen jaar in hun zwemaanbod had gesnoeid. “Een zorgwekkend cijfer, omdat we weten dat het een trend is die al langer speelt.”
Halve dag voor halfuur zwemmen
De voornaamste oorzaak? “Een verhoogde kost van de zwemlessen en een toegenomen administratieve rompslomp voor scholen. Dat zit zo: het aantal zwembaden daalt omdat het voor gemeenten geen lucratieve bezigheid is. Daardoor moeten scholen op zoek naar een zwembad verderop, liefst een met voldoende beschikbaarheid. Vaak komt het neer op een verplaatsing met een bus die ook betaald moet worden. Het verschil in prijs is enorm in vergelijking met een zwembad op wandelafstand. Om kinderen een halfuur te laten zwemmen, verlies je al snel een halve dag. Dat zijn momenten waarop je ook aan andere leerplandoelen kunt werken. Dan is het niet onbegrijpelijk dat scholen die keuze maken.”

“Ouders komen niet graag in het zwembad”
Specifieke situaties
De beperkte beschikbaarheid van zwemwater is een veelvoorkomend probleem, maar zo heeft elke school haar eigen specifieke situatie. “Er zijn bijvoorbeeld ook scholen met een erg divers publiek, met sommige kinderen die thuis niet de financiële mogelijkheden hebben om te leren zwemmen, of ze hebben een culturele achtergrond waarin leren zwemmen niet ingeburgerd is. In zo’n heterogene groepen tref je dan veel verschillende zwemniveaus aan, wat het moeilijk maakt om goede lessen te organiseren.”
Kant-en-klare oplossing
Er bestaat door de complexiteit van het probleem jammer genoeg geen kant-en-klare oplossing om al onze kinderen en jongeren consequent goed te leren zwemmen. “Maar meer samenwerking tussen zwembaden, scholen en onderwijskoepels om zwemlessen efficiënter in te richten, kan al veel oplossen. Samen zou je lessen op niveau kunnen organiseren en gedifferentieerder werken. Dat vraagt overleg, openheid en de bereidheid van het onderwijsveld om grenzen te doorbreken en de handen in elkaar te slaan. Jammer genoeg is dat blijkbaar niet zo eenvoudig. Maar zo kan het wél werken. Er bestaan goede voorbeelden van
die aanpak, waarbij een zwemclubje georganiseerd wordt tijdens de lessen schoolzwemmen waarbij kind a uit school b samen les volgt met kind c uit school d, op hetzelfde niveau. Homogene groepen organiseren waar een lesgever veel beter mee aan de slag kan, maakt een wereld van verschil om veel kinderen beter te leren zwemmen.”
De vraag luidt: hoe belangrijk vinden wij het zwemonderwijs om daar tijd, ruimte en middelen voor vrij te maken? “Het is een afweging die scholen moeten maken.”
Krijg ik nu mijn brevet?
Wat het allemaal nog een beetje ingewikkelder maakt, is dat ouders nogal snel tevreden zijn als het over zwemmen gaat, zegt Tine. “Ik merk het dikwijls: zwemlessen moeten vooral snel vooruitgaan. Ouders komen blijkbaar niet graag in het zwembad. Hoe vaak ik kinderen hoor vragen: ‘krijg ik nu mijn brevet? Dan mag ik gaan voetballen’. Er ligt zeker ook een verantwoordelijkheid bij de ouders. Want niet alleen leren zwemmen, ook het onderhouden van die vaardigheid is minstens even belangrijk. Vergelijk het met fietsen: je verleert het trappen niet, maar je veilig verplaatsen in het verkeer verleer je wél. Na jaren stilstand plots op Times Square fietsen, is hetzelfde als na jaren droogte plots in open water duiken: levensgevaarlijk. Hoe belangrijk het is dat kinderen goed leren zwemmen en die vaardigheid ook onderhouden, hoor je elke zomer in het nieuws.”
deren. De wachtlijsten bij zwemscholen en privélesgevers zijn lang en lopen nog verder op. We merken dat scholen minder vaak komen en bovendien met grotere groepen, wat automatisch de kwaliteit van de lessen verlaagt. Daardoor zien we meer en meer jongeren van vijf-, zes- en zeventien jaar die niet kunnen zwemmen. Voornamelijk jongeren met een migratieachtergrond, bij wie het niet in de cultuur zit om te leren zwemmen als ze de lessen niet of te weinig op school krijgen.”
Leren zwemmen? Dat is dan 1000 euro a.u.b. De evolutie van verminderende zwemvaardigheid keren, vergt een meervoudige oplossing van ouders sensibiliseren, bijkomende investeringen door de overheid en prioritering bij scholen, vertelt Tijs. “Maar wat er absoluut niet mag gebeuren, is dat leren zwemmen uit het leerplan geschrapt wordt. Dat zou een ramp zijn. Nederland heeft dat enkele jaren geleden gedaan. Het gevolg: iedereen moet leren zwemmen op de private markt. Zwemscholen zijn daar als paddenstoelen uit de grond geschoten en hebben hun prijzen zwaar verhoogd door de beperkte concurrentie. Op dit moment betaal je daar vaak meer dan 1000 euro om je kind te leren zwemmen. Dat willen we toch niet? Dat alleen rijke(re) mensen nog leren zwemmen? Schoolzwemmen is cruciaal om zwemonderricht democratisch te houden.”
Zwemmen = cultuur
“WE WILLEN TOCH NIET DAT ALLEEN RIJKE MENSEN LEREN ZWEMMEN?”
Als zwembadcoördinator van Olympos in Dendermonde staat Tijs Robbens met twee voeten in de praktijk. Ook hij ziet de zwemvaardigheid van jongeren dalen. “Het is cruciaal dat scholen zwemonderwijs blijven aanbieden.”
Behalve zwembadcoördinator is Tijs ook redder, en hij zetelt bin nen het Netwerk Lokaal Sportbe leid in de commissie zwembaden. “De signalen dat jongeren minder goed zwemmen, komen uit heel Vlaan

Het is daarom de verantwoordelijkheid van de (lokale) overheid om te investeren in zwemwater, vindt Tijs. “Ik vergelijk zwemmen graag met cultuur. Zonder subsidies worden museumbezoeken, concerten, enzovoort, onbetaalbaar en maak je het elitair. Terwijl cultuurbeleving – net zoals zwemmen – een cruciale basisbehoefte is.
Concreet denk ik dan dat we meer middelen voor scholen moeten vrijmaken om het schoolzwemmen te organiseren, of het schoolzwemmen los te koppelen van de maximumfactuur.”
Gratis zwemvesten
Als zwembadcoördinator en redder neemt Tijs zelf ook het heft in handen. “We treden meer preventief op, zo stellen we sinds kort bijvoorbeeld gratis zwemvesten ter beschikking. We wijzen ouders er ook steeds vaker op dat ze hun kinderen niet alleen mogen laten, omdat we weten dat de kans groter is dat ze niet of onvoldoende goed kunnen zwemmen. Dat is het minste wat we kunnen doen.”
Al 27 jaar geeft Heidi Mertens watergewenning aan kleuters (2,5 tot 6 jaar) in haar lokale afdeling van Gezinssport. Daarnaast is ze redster en werkt ze met jongeren met een mentale beperking. “We moeten de kwaliteit van de lessen bewaken.”

“Als je plezier hebt in het zwemmen, volgen de vaardigheden bijna vanzelf”
Na al die jaren week in, week uit in het zwembad valt Heidi een belangrijke trend op: “Kinderen zijn veel angstiger geworden. Ik zie hoe langer hoe meer kinderen die hun hoofd zelfs niet onder de douche durven steken. Veel ligt aan de opvoeding: laat ik mijn kinderen in bad, in de douche? Of was ik hun haar met een bekertje, het hoofd beschermd door een washandje? Ouders zijn te voorzich-
tig geworden, lijkt mij. Leren zwemmen start bij watergewenning, en dat begint thuis in de douche.”
Overlevingszwemmen
Een belangrijke stap tussen watergewenning en ‘echt’ leren zwemmen, is overlevingszwemmen. “Maar veel (zwem) scholen slaan die stap over”, merkt Heidi. “Ik probeer dat altijd al een beetje bij watergewenning mee te geven. Ik leer de kinderen bijvoorbeeld een sterhouding aannemen om te drijven, zowel op de buik als de rug. In die houding kunnen ze makkelijk rustig ademhalen. Zo’n kleine dingen dragen al bij aan de veiligheid van kinderen in het water.”
Wie wil nog redden?
Tijdens de watergewenning neemt Heidi ook (deels) de rol van redder op zich. Een lastige combinatie, zegt ze. “Ik ben bezig met mijn les, maar moet tegelijkertijd nog verschillende banen in de gaten houden en ik heb maar twee ogen, hé. Hoe meer jongeren minder goed kunnen zwemmen, hoe zwaarder de rol van redder wordt en hoe minder mensen het willen doen, waardoor het risico voor slechte zwemmers nog toeneemt.”
Overschatting het grootste risico
Het grootste risico lopen jongeren die denken dat ze goed kunnen zwemmen, maar zichzelf overschatten, vervolgt Heidi. “En dan denk ik vooral aan kinderen uit kansarme gezinnen, die vaak de kans niet hebben om buiten school te leren zwemmen of hun vaardigheden te onderhouden.”
Plezier
Het inzicht in het belang van de watergewenning neemt wel toe, gelooft Heidi. “Want we hebben meer vraag naar watergewenning dan ooit. We zitten op de limiet en moeten mensen teleurstellen om de kwaliteit van de lessen te bewaken. Alleen zo kun je kinderen echt stappen laten zetten. Gezinssport Vlaanderen neemt volgens mij een enorm belangrijke maatschappelijke rol op door sportlessen zo billijk aan te bieden. De lessen watergewenning zijn door de jaren ook een stuk professioneler geworden, vind ik, maar de basis is hetzelfde: het plezier van zwemmen meegeven is en blijft het allerbelangrijkste. Dan volgen de vaardigheden bijna vanzelf.”
Dankzij de lessenreeksen watergewenning van Gezinssport Vlaanderen jaarlijks duizenden baby’s, peuters en kleuters hun watervrees overwinnen met als doel te leren zwemmen en zwemveilig te worden.
Zoek een club in jouw buurt: gezinssportvlaanderen.be/sportclubs

Pieter Schroeders neemt voorzitterschap over van Freddy De Nert
Na goed dertig jaar, waarvan twaalf als voorzitter en twaalf als ondervoorzitter, tikt het keukenwekkertje voor Freddy De Nert: over drie jaar – zo belooft hij het thuisfront op zijn communiezieltje – zegt hij Gezinssport Vlaanderen vaarwel.
De fakkel van het voorzitterschap gaf hij net voor de zomer door aan Pieter Schroeders. Een ‘schoonvader’ die Pieter over de schouders kijkt, wil Freddy allerminst zijn. “Ik heb Pieter van nabij zien groeien en openbloeien van reisbegeleider over bestuurslid tot voorzitter. Ik heb er alle vertrouwen in.”
Om Gezinssport Vlaanderen écht adieu te zeggen, is het nog te vroeg voor ‘voorzitter-op-rust’ Freddy De Nert. “Ik blijf nog drie jaar lid van de raad van bestuur als penningmeester en wie mij een beetje kent, zal het niet verwonderen dat ik mijn dada – wintersportvakanties –ook nog blijf opvolgen.” Het is trouwens op een van die wintersportvakanties dat Freddy en Pieter elkaar leerden kennen. “De eerste keer dat ik op de piste stond, was dankzij Gezinssport Vlaanderen en – bestaat er zoiets als toeval? – ik verbleef in hetzelfde hotel als Freddy”, herinnert Pieter zich. “Daar en dan heeft de microbe me goed gebeten, waarna mijn engagement steeds meer gegroeid is.” Freddy: “We kennen elkaar dus al een hele tijd. Pieters passie en talent vielen me meteen op, en daarom doet het me erg veel plezier dat hij de motivatie vond om binnen onze organisatie verder te groeien.”
Begonnen als begeleider
Zo’n negen jaar geleden ging Pieter voor de eerste keer met Gezinssport Vlaanderen mee als begeleider. Hij leidde activiteiten voor zowel winter- als zomervakanties in goede banen en kent onze organisatie door en door. “En het belang van vrijwilligerswerk voor zowel Gezinssport Vlaanderen, de actieve vakanties en evenementen en onze clubs”, onderstreept Pieter. “De afgelopen maanden was ik betrokken bij het schrijven van ons beleidsplan voor 20252028 – waarvoor Freddy en Wout (Stevens, algemeen coördinator, red.) de grote lijnen al hadden uitgezet. Ook daarin leggen we de klemtoon op hoe vrijwilligers onze basis vormen.”
Jonge gezinnen de hand reiken, is nog zo’n klemtoon.
Freddy: “We hebben de afgelopen tijd accenten gelegd op jonge gezinnen, en dan is het bijzonder goed dat ‘die oude’ weg is (wijst naar zichzelf) en het voorzitterschap in handen komt van een jonge papa. Pieter zal veel beter de tendensen en behoeften aanvoelen. Als het gaat over gepensioneerden en grootouders kan ik mijn plan wel trekken, maar de dynamiek van jonge gezinnen, daar ben ik wat minder in thuis.”
Loopfiets in zicht
Thuis heeft Pieter al iets meer dan een jaar een zoontje rondlopen – en dat rondlopen mag je echt wel letterlijk nemen, want hij zet momenteel zijn eerste stapjes. “En daarmee komt zijn eerste loopfietsje natuurlijk ik het vizier”, lacht Pieter. “Ik kijk ernaar uit het traject binnen Gezinssport te volgen, van infosessie naar EK en WK loopfietsen. We kijken ook uit om deel te nemen aan initiatieven rond water- en sneeuwgewenning. Mijn vriendin gaf trouwens, nog vóór ik Gezinssport Vlaanderen kende, al sneeuwgewenning.”
Het tegendeel zou verwonderen, maar sport en beweging hebben een bijzondere betekenis voor Pieter. “Tot

“Als kinderen zien dat hun ouders bewegen, is de kans groot dat ze dat ook zullen doen”
Pieter Schroeders
“Als ik toekom bij Gezinssport Vlaanderen
ben ik niet ‘de voorzitter’ die arriveert, maar Freddy”
Freddy De Nert

ik begon te studeren, zwom ik op nationaal niveau. Elke dag baantjes trekken. Niet dat ik sindsdien stilzit, dat is niet mijn sterkste punt. Mijn grootste sportieve hobby heeft nog steeds met water te maken: duiken met persluchtflessen. Mogelijkheden genoeg in de wijde omgeving: het Zilvermeer van Mol, de put van Ekeren, de mijn- en steengroeves van Sprimont en Namen, de Oosterschelde, de Noordzee … je hoeft echt niet naar exotische oorden. Ik ben ook duikinstructeur, al staat dat sinds de geboorte van mijn zoontje op een lager pitje, want daarvoor ben je ganse dagen en weekends van huis.”
Actieve ouders
Als begeleider vond Pieter het geweldig om te ervaren hoe beweging een bijzondere vibe brengt binnen gezinnen. “Het doet wel iets als je ziet dat kinderen die bij het begin van de week als vastgelijmd waren aan hun gsm, een paar dagen later echt rond hun ouders hingen. Nu ik mee in bestuur zit, is het fijn om mee richting te geven om een aanbod uit te werken dat gezinnen nodig hebben en waarderen.”
De rol van de ouders is cruciaal om een gezin in beweging te zetten, want woorden mogen wekken, voorbeelden strekken. “Als kinderen zien dat hun ouders actief zijn, is de kans groot dat ze dat ook zullen doen. Wij merken dat al thuis: als we muziek opzetten en wat dansen, dan schommelt ons zoontje al mee op de grond.”
Freddy: “Op dat fenomeen hebben we ons programma afgestemd, onder meer met Papakanda! We merkten dat bij activiteiten zoals watergewenning of dansen met je kleuter, meestal de mama’s meekwamen. Terwijl, als je de papa kan betrekken, dat voor heel wat jongens een extra motivatie is, want dan kunnen ze hun grote papa nabootsen. Misschien moeten we dat idee uitbreiden tot een Mamaenpapakunnenda! om het hele gezin te betrekken. Maar dat is werk voor de nieuwe voorzitter.” Pieter: “Ik zal het noteren.” (lacht)
Voldoening
Net als het begeleiden van actieve reizen, brengt het voorzitterschap voldoening, verzekert Freddy: “De collega’s in de raad van bestuur worden kameraden, omdat je samen zoveel watertjes doorzwemt en heel wat tijd met elkaar doorbrengt. Wat mij ook heel vrolijk stemde, was – en is – de goede relatie met Wout en de medewerkers. Als ik toekom bij Gezinssport Vlaanderen ben ik niet ‘de voorzitter’ die arriveert, maar Freddy. We werken op een heel professionele, maar tegelijkertijd ook heel amicale manier met elkaar.”
Of Freddy nog een laatste goede raad heeft voor Pieter? “Verzorg je tanden goed. Zodat je er dikwijls op kunt bijten.” (schaterlacht)

