Skip to main content

handboek dedicated teams dak- en thuisloosheid

Page 1


handboek dedicated teams

Dak- en thuisloosheid

Waar botst een lokaal bestuur op?

Waar botsen praktijkwerkers en organisaties op?

Welke doelgroepen bereikt een dedicated team? _____

Samenwerken met verschillende disciplines en expertises

Autonoom en flexibel samenwerken

Dak- en thuisloosheid aanpakken

Wat zijn de doelstellingen van een Dedicated team?

Het belang van multidisciplinair samenwerken

De fundamenten van die manier van werken? __________ 16

Werken in de leefwereld

Outreachend en aanklampend werken

Belangrijke werkmodellen

Motivatiecirkel

Harm reduction

Housing first

Belangrijke theorieën

Theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid

Theorie van de schaarste

De presentiebenadering

“Bedankt dat je er altijd voor me bent. Op jou kan ik rekenen.” me

Werkt het wel? ____________________ 21

Cijfers jaarverslagen Cabrio

Verhalen over cliëntsituaties

Verhalen van organisaties en lokale besturen

Wat kost het als je niets doet?

Hoe start je

een dedicated team? ____________ 25

Probleem analyseren

Partners afbakenen

Coördineren

Financieren

Randvoorwaarden ________________ 28

Voorwaarden voor een succesvolle samenwerking

Organisatorische aandachtspunten

Lokaal Daklozenoverleg (LDO)

Beleidsgroep

Nodige ondersteuning en omkadering

Profiel en competenties

GDPR en beroepsgeheim

Colofon

Dit boek is het resultaat van een samenwerking

tussen Centrum Algemeen

Welzijnswerk (CAW)

Limburg, Limburgs

Steunpunt Straathoekwerk (LISS-CAW), Integra-Limburg, Mobiel herstelteam

Noord Limburg (netwerk Reling), Beschut Wonen

Noord-Limburg, Vzw Jongerenwerking

Pieter Simenon, Stad Lommel en Gemeente Pelt.

Het project won in 2024 de Federale prijs Armoedebestrijding van de POD Maatschappelijke

Integratie.

Publicatiedatum Januari 2025

Valkuilen

V.U.: OCMW Pelt, Nele Gutschoven

Wat brengt het op? ______________ 32

Structureel

Oude Markt 2, 3900 Pelt www.gemeentepelt.be — ocmw@gemeentepelt.be

Voor cliënten

©ollectief bezit

Voor organisaties

Voor gemeente en samenleving

Dingen gaan maar vooruit als we theorieën, praktijken en ervaringen met elkaar delen. Ook dit boek is het resultaat van zo’n gulle uitwisseling. Voel je dus vrij om alles uit dit boek af te schrijven, over te tikken, door te vertellen, ja zelfs op microfilm te zetten, zonder toestemming vooraf van de uitgever, maar wel graag met bronvermelding.

Alvast bedankt.

Van opvang- en crisismodel naar preventief en woongericht beleid

Dak- en thuisloosheid is de meest uitgesproken vorm van armoede en sociale uitsluiting. Het gaat niet alleen om mensen die buiten slapen, maar om alle mensen in een precaire woonsituatie.

We schatten dat in Vlaanderen 14.000 volwassenen en 6.000 kinderen dak- en thuisloos zijn. Beschamende cijfers zijn dat. De tellingen tonen ook dat daken thuisloosheid geen typisch grootstedelijk fenomeen is: het komt ook voor in kleinere steden en gemeenten. Daar is het wel minder zichtbaar, omdat de mensen niet buitenslapen maar er vaker voor kiezen om tijdelijk bij vrienden of kennissen te verblijven, of op plekken die eigenlijk niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals caravans, garages of tuinhuisjes.

In de academische wereld groeide er een consensus dat we van een opvang- en crisismodel

moeten overstappen naar een preventief en woongericht beleid. Dat opvang- en crisismodel houdt vooral in dat we dit urgente sociale probleem proberen te beheersen door mensen tijdelijk onder te brengen in een opvangcentrum of door nachtopvang te regelen zodat ze zeker niet buiten moeten slapen. Een preventief en woongericht beleid wil voorkomen dat mensen dakloos worden, en als het toch gebeurt zo snel mogelijk woongerichte oplossingen uitwerken. We denken dan al snel aan housing first, een

We doen in Vlaanderen en in België wel ons best, maar de realiteit lijkt onze inspanningen in te halen.

effectieve methodiek om komaf te maken met dakloosheid, maar het gaat ook om andere woongerichte oplossingen, zoals toegang tot sociale woningen of huursubsidies om wonen betaalbaarder te maken.

Bovendien waait er een gure wind, onder andere uit de VS, dat dakloosheid niet zozeer een schending van de mensenrechten is, maar vooral een veiligheidsprobleem dat maar opgelost kan worden door mensen onder druk te zetten om weg te trekken, door mensen te verplichten tot behandeling. Ook bij ons groeit de populariteit van zo’n aanpak. Tegelijk weten we dat die maatregelen er vooral toe leiden dat mensen nog minder vertrouwen in het systeem hebben en nog meer gaan onderduiken. We weten ook dat dak- en thuisloze personen vaak een hele rugzak met zich meedragen, waardoor ze het vertrouwen in de hulpverlening verloren. Veiligheidsdenken gaat dat wantrouwen alleen maar vergroten.

Net daarop speelt Cabrio in. Door expertise uit een diversiteit van sectoren samen te brengen, en vooral door een manier van methodisch handelen te ontwikkelen slaagt de werking er wél in om mensen te bereiken, in gesprek te gaan en in het tempo van de mensen zelf aan hun situatie te werken. Soms traag, maar wel gestaag, ook al omdat ‘gras niet gaat groeien door eraan te trekken’, zoals een medewerker van Cabrio me zei. Dit praktijkboek brengt de werking van Cabrio in beeld. Het opent de ‘black box’ en geeft een heel mooie inkijk in de werking én in de resultaten.

Daarom is dit praktijkboek een bron van inspiratie voor iedereen die intersectoraal wil werken met mensen in een situatie van dak- en thuisloosheid. Maar ook voor lokale besturen en hogere overheden die willen leren over wat wel werkt om daken thuisloosheid ten gronde aan te pakken.

5

Natuurlijk is een dedicated team geen wonderoplossing, net omdat woongerichte oplossingen nodig zijn om het team echt te laten werken. Maar het is wel een noodzakelijk onderdeel van een structurele en doordachte aanpak van dak- en thuisloosheid.

Dedicated teams voor zorgmissers of zorgmijders

“Je bent geen hulpverlener. Je bent veel meer dan dat. Ik kan altijd bij jou terecht, ook als ik fouten maak.”

Lokale besturen krijgen te maken met mensen die hun plek niet vinden in de samenleving. Ze dreigen af te haken of zich zelfs tegen de samenleving te keren. Vaak zoeken ze geen hulp bij diensten of instanties, omdat ze die niet kennen, er slechte dingen over hoorden, er negatieve ervaringen mee hadden of er geen vertrouwen in hebben. Bovendien is hun persoonlijk netwerk van familie en vrienden vaak verstoord, uiteengevallen of hébben ze gewoon niet zo’n netwerk.

Daarnaast is de hulp- en dienstverlening versnipperd en gespecialiseerd, wat het voor mensen met complexe problemen moeilijk maakt om de juiste ondersteuning te vinden. Ze stuiten op een doolhof van verschillende diensten, elk met hun eigen procedures en toelatingscriteria.

Hulpverleners werken soms te weinig samen, waardoor mensen verschillende keren hun verhaal moeten doen of van het kastje naar de muur gestuurd worden. Dat verhoogt de drempels voor

de hulp en maakt dat veel mensen afhaken nog vóór ze de juiste ondersteuning vinden. Als mensen wél hulp toelaten, zijn er vaak verschillende diensten betrokken bij één persoon of gezin. Een groeiende groep vindt de weg naar ondersteuning dus niet of pas als de situatie onhoudbaar wordt: ‘zorgmissers’ of ‘zorgmijders’. Maar ligt het probleem bij hen of bij de drempels in de hulpverlening zelf die verlammend werken? Misschien zijn ze eerder ‘zorgvuldige zorgzoekers’: mensen op zoek naar ondersteuning die écht aansluit bij hun noden, behoeften en leefwereld.

Om tegemoet te komen aan die problemen, doen enkele lokale besturen en organisaties al een beroep op een dedicated team. Zo’n team brengt de expertise en krachten van verschillende disciplines samen om mensen gerichter en op maat te ondersteunen. Dat zorgt niet alleen voor betere hulpverlening, het komt ook zowel het individu als de samenleving ten goede.

Een dedicated team voor Walt

Walt is 56 jaar. Als kind was hij ondernemend, maar school was geen prioriteit thuis. Hij leerde het leven kennen op de markt, mee met nonkel Gilbert. Al snel bouwde hij een eigen zaak uit in industriële bakovens. Met zijn verkooptalent en technisch inzicht liep het vlot. Hij trouwde, kreeg kinderen. Alles zat mee – tot het fout ging.

Zijn gezondheid en mentale toestand gaan achteruit. Hij raakt gedesoriënteerd, zwerft door de stad, kampt met depressie. Af en toe volgt een opname op de PAAZ, maar telkens wordt hij na korte tijd ontslagen, weer zonder stabiele basis. Vertrouwen in de hulpverlening verdwijnt. Elke hulpverlener verwijst hem door naar de volgende. Elke poging tot hulp strandt. Walt wordt door de samenleving gezien als verslaafde dakloze – en ziet zichzelf ook zo.

Als zijn bedrijf sputtert, stapelen stress en schulden zich op. Thuis escaleert het: ruzie, alcohol en uiteindelijk het verlies van zijn gezin, werk en huis. Walt belandt op straat. De opvang biedt tijdelijk onderdak, maar de regels en beperkte privacy stoten hem af. Hij zoekt vrijheid, maar vindt drugs.

Heroïne verdooft de pijn van kou, verlies en uitzichtloosheid.

Tot Lore op zijn pad komt. Als hulpverlener in een dedicated team blijft ze naast hem staan, ook als hij moeilijk te bereiken is. Ze ziet Walt niet als ‘probleem’, maar als mens. Vertrouwen opbouwen duurt lang, maar Lore blijft. Samen met haar team zoekt Lore naar wat wél kan. Een referentieadres aanvragen lijkt een kleine stap, maar vergt veel geduld, planning en samenwerking. Walt beslist mee, stap voor stap.

Beetje bij beetje begint Walt te landen. Hij leert zijn weg te vinden in het wonen, en in zichzelf. Gesprekken met Lore gaan over administratie, maar ook over de natuur, zijn kinderen, zijn angsten. In haar gezelschap mag hij zijn harnas afleggen.

Hij wil zijn woning houden, zijn leven stabiliseren.

De band met zijn kinderen herstellen staat bovenaan op zijn verlanglijst.

Acht jaar straatleven later krijgt Walt zijn eigen woning. De overgang is zwaar. De eerste maand leeft hij nog deels op straat, met de sleutel op zak. Zijn nieuwe thuis voelt vreemd, de bank is zijn bed en zijn spullen blijven in een doos. Lore blijft komen, ook als Walt de deur niet open doet. Soms uit schaamte, soms omdat hij het simpelweg vergeet.

Herstel is geen rechte lijn, maar dankzij een toegewijd team krijgt Walt weer perspectief. Tijd, vertrouwen en nabijheid maken het verschil.

(Voor de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer smolten we ervaringen van verschillende getuigen samen tot één fictief verhaal, representatief voor de doelgroep waar de dedicated teams zich op richten.)

Waarom een dedicated team?

Waar botst een lokaal bestuur op?

In Noord-Limburg werd een van de eerste dedicated teams opgericht, Cabrio.

In 2015 waren er in de Welzijnsregio Noord-Limburg volgens straathoekwerkers zo’n honderd dak- en thuislozen – veel meer dan verwacht. Hoewel de meesten bekend waren bij de hulp- en dienstverlening, bleef de begeleiding vaak van korte duur. De diensten focusten op afzonderlijke problemen zoals verslaving, relatiebreuken, financiële moeilijkheden, psychiatrische problemen en juridische kwesties. Maar daken thuisloosheid hangt vaak samen met een combinatie van complexe en met elkaar verweven problemen. Doordat het reguliere welzijns- en zorgaanbod te weinig aansluit bij hun noden, verliezen mensen hun vertrouwen in de hulpverlening en de samenleving.

Om daarop een beter antwoord te bieden, gingen de lokale besturen van Overpelt, Neerpelt en Hamont-Achel en CAW Limburg op zoek naar een nieuwe, meer geïntegreerde aanpak.

In 2016 richtten de drie lokale besturen een Lokaal Daklozenoverleg (LDO) op. Overpelt en Neerpelt namen het voortouw door middelen vrij te maken voor een innovatieve aanpak op maat. De kern van die nieuwe manier van werken lag in multidisciplinaire en outreachende samenwerking. Daarvoor brachten ze verschillende partners samen: OCMW, CAW Limburg, ZorGGroep Zin (verslavingszorg, nu Integra-Limburg), het mobiele Herstelteam Netwerk Reling, Beschut Wonen Noord-Limburg en het straathoekwerk LiSS/CAW.

Uit die samenwerking ontstond in september 2017 het project Cabrio, een dedicated team waarvoor elke partner een deeltijdse medewerker afvaardigde. Ondertussen sloten ook het lokaal bestuur van Lommel en Jongerenwerking Pieter Simenon zich aan. Tegelijk startte in Sint-Truiden een Cabriowerking met dezelfde partners: OCMW, ZorGGroep Zin, Straathoekwerk, CAW Limburg, Mobiel Herstelteam en later Samenpunt (VAPH).

Waar botsen praktijkwerkers en organisaties op?

Steeds meer hulpverleners krijgen te maken met cliënten van wie de situatie op verschillende vlakken escaleert: ze verliezen hun huis, lopen vast op hun verslavingsproblemen, krijgen chronische gezondheidsproblemen en zien hun schulden oplopen.

Vaak haken die cliënten af, komen ze niet meer opdagen op afspraken of melden ze zich pas opnieuw als de situatie verder verslechterde. Voor hulpverleners wordt het steeds moeilijker om perspectief te zien, zowel op korte als op lange termijn. Ze krijgen te maken met cliënten die opstandig reageren, weinig motivatie tonen of niet voldoen aan de voorwaarden van de hulpverlening.

Dat leidt tot uitspraken als:

“We hebben het ermee gehad.”

“Het is altijd hetzelfde met die cliënt.”

“Daar valt niets mee aan te vangen.”

“Hij komt nooit zijn afspraken na.”

“Hij komt er niet meer in.”

Tegelijk is er oprechte bezorgdheid over die doelgroep van cliënten:

“We maken ons echt zorgen, want we zien hem niet meer.”

“We willen helpen, maar we weten niet of niet meer hoe.”

“Die persoon heeft echt meer ondersteuning nodig, maar wij hebben de tijd niet of mogen dat niet.”

Die dubbele realiteit toont hoe zowel cliënten als hulpverleners vastlopen in het systeem en benadrukt dat een meer flexibele, laagdrempelige aanpak op maat nodig is.

Welke doelgroepen bereikt een dedicated team?

Dedicated team: een andere aanpak voor een complexe doelgroep

Dedicated teams richten zich op mensen in een situatie van dak- of thuisloosheid of die daarin terecht dreigen te komen. In het bijzonder gaat het om mensen die de reguliere hulpverlening niet – of niet meer – bereikt of die er vaak niet terechtkunnen vanwege hun complexe problematiek. Vaak worden zij negatief bestempeld als ‘zorgmijders’ of ‘zorgmissers’, terwijl de echte drempels in het hulpverleningssysteem zelf liggen. Goedbedoelde organisatorische efficiëntie creëerde onbedoeld uitsluitingsmechanismen, waardoor juist de mensen met de grootste noden uit de boot vallen.

Om welke mensen het gaat?

→ Mensen met complexe chronische problemen op verschillende leefdomeinen, vaak in combinatie met psychische kwetsbaarheid of verslaving

→ Mensen die geen of een verstoord netwerk hebben, zowel persoonlijk als in de professionele hulpverlening

→ Mensen die wantrouwig staan tegenover de samenleving en die de hulpverlening zoveel mogelijk mijden

→ Mensen die er niet in slagen hun rechten uit te putten.

Vaak gaat het over mensen die een voorziening zoals een gevangenis, een opvang, een psychiatrische instelling of jeugdzorg – moeten – verlaten en voor wie er weinig of geen nazorg is.

Die doelgroep vraagt om een aanpak die afwijkt van de standaardprocedures. Ze hebben niet alleen meer zorg nodig dan gemiddeld, maar ook een flexibele en laagdrempelige manier van werken die aansluit bij hun leefwereld. Dat vraagt politieke moed en een bewuste investering, zowel in tijd als in geld.

Aanwezig zijn

Zes jaar geleden begon ik een begeleiding in een schrijnende situatie: volop gebruik en verwaarlozing. Uithuiszetting was in gang gezet. Ik heb vooral ingezet op verbinding, gewoon aanwezig zijn, niet beoordelend, zelfs niet als ik haar compleet onder invloed in bed vond. Gewoon een dag later nog eens langsgaan met wat eten en drinken. Door de goede vertrouwensband kreeg ik het wel voor elkaar dat ze niet meer gebruikte als ik erbij was. Lukte dat niet? Dan was ik weer weg en dat was ook oké. Vaak kwam ze terecht in criminele situaties, vaak ook in contact met de politie.

Uiteindelijk belandde ze in de gevangenis. Ook daar ben ik haar verschillende keren gaan bezoeken. We bleven ook telefonisch contact houden. Na drie jaar kwam ze vervroegd vrij. Nu woont ze in een opvanghuis voor vrouwen en werkt ze fulltime. Wat een metamorfose!

Ze is heel dankbaar voor al wat ik voor haar gedaan heb, en omdat ik nog altijd bereikbaar ben, op afstand dan wel. Ze zegt dat de gevangenis het enige was wat haar uit haar situatie kon halen. Dat was het signaal om haar leven weer op te nemen. Ook voor haar kinderen moest ze volhouden, maar het vertrouwen en het geloof dat ze van mij kreeg, heeft zeker ook bijgedragen. Ik ben oprecht trots op haar.

“Als ik u niet had, zag het er niet zo rooskleurig uit.”

Uiteindelijk konden we haar –op haar vraag – gedwongen laten opnemen via de vrederechter. Maar na een paar dagen in het ziekenhuis werd ze gedecolloqueerd door de psychiater omdat ze te veel druk legde op de groep door haar verhalen over gebruik. Thuis herviel ze snel weer, ook in criminele feiten. Ze bleef zichzelf verwaarlozen. We zijn aanwezig gebleven, we zorgden voor eten, maar het ging van kwaad naar erger.

Samenwerken met verschillende disciplines en expertises

Omdat de doelgroep te maken heeft met complexe en onderling verweven problemen, is een dedicated team samengesteld uit verschillende disciplines en expertises. De exacte samenstelling hangt af van de noden en wensen van de gemeente of regio en van de doelgroep. Bovendien kan de samenstelling van het team ook veranderen naargelang er nieuwe vragen rijzen of nieuwe problemen van de doelgroep.

Minstens zitten in een dedicated team specialisten op deze domeinen:

→ Geestelijke gezondheidszorg

→ Verslavingszorg

→ Administratieve en financiële ondersteuning (OCMW)

→ Straathoekwerk

→ Algemeen welzijnswerk

→ Bijzondere jeugdzorg

Autonoom en flexibel samenwerken

De kracht van een dedicated team ligt in de intersectorale samenwerking tussen organisaties. Dat gebeurt via gedeeltelijke detachering van medewerkers naar een nieuw, autonoom team. De teamleden zijn niet langer gebonden aan de werkmethodes of doelgroep van hun oorspronkelijke organisatie, maar beslissen in het dedicated team welke aanpak het zinvolst is voor de cliënt.

De leidraad is: niet alleen ‘het juiste’ doen (regels en procedures volgen), maar vooral ‘het goede’ doen (wat écht helpt voor de cliënt).

Die manier van werken vraagt veel flexibiliteit van de teamleden, zodat maatwerk mogelijk is voor de meest kwetsbare groepen.

Praktijkvoorbeeld:

personeelsinzet Cabrio-team Pelt-Lommel (2024)

Het Cabrio-team van Pelt-Lommel kan sinds 2024 rekenen op deze medewerkers en experten:

Organisatie Teamleden

Integra

Pieter Simenon

Mobiel Herstelteam

Beschut Wonen Noord-Limburg

0,4 VTE

0,4 VTE

0,5 VTE

0,5 VTE

CAW 0,5 VTE

Straathoekwerk Pelt

Straathoekwerk Lommel

Coördinator

0,5 VTE

0,5 VTE

0,4 VTE

OCMW Pelt 3 uur per 2 weken (teamoverleg)

OCMW Lommel 3 uur per 2 weken (teamoverleg) 17

Dak- en thuisloosheid aanpakken

Een dedicated team vervangt geen andere hulpverlening. Hulpverleningsorganisaties blijven verantwoordelijk voor hun doelgroep en mogen taken niet doorschuiven naar het dedicated team. Om samenwerking en afstemming te versterken, is het aangewezen een Lokaal Daklozenoverleg op te starten.

De doelgroep van het Lokaal Daklozenoverleg bestaat uit dak- en thuislozen in de regio die te weinig hulp krijgen in het reguliere aanbod. Enerzijds doet het LDO aan casus- en trajectbespreking met de focus op continuïteit in de reguliere hulpverlening. Anderzijds heeft het het mandaat om cases aan te melden bij het dedicated team onder bepaalde afgesproken voorwaarden. Daarnaast moet het Lokaal Daklozenoverleg de structurele knelpunten signaleren. We komen verder nog terug op het Lokaal Daklozenoverleg.

Daarnaast moet een beleidsgroep met alle betrokken partners de strategische richting van het project opvolgen. Ook daar komen we later nog op terug.

Gasten zoeken kan erg ver gaan

Een gast hield zich erg schuil in een ondergrondse parking. De medewerkster van Cabrio ging verschillende keren per week langs in de garage en stak briefjes onder de deur met daarop de momenten dat ze op het bankje zou zitten boven de parking. De aanhouder wint: uiteindelijk heeft ze die gast ontmoet op dat bankje. De contacten gingen geleidelijk beter en beter. Zo kon ze geleidelijk ook connectie maken met het OCMW en helpen zoeken naar een woning.

Hij woont nu in zijn woning. Met ups en downs, dat wel.

Wat zijn de doelstellingen van een Dedicated team?

Het dedicated team wil dak- en thuisloosheid aanpakken met een sectoroverschrijdend, multidisciplinair en autonoom team. Cabrio legt outreachend contacten met dak- en thuislozen in hun leefomgeving, ondersteunt op maat, maakt verbinding met maatschappelijke voorzieningen en werkt vooral aan duurzame huisvesting.

Vaste wandelroute afgefietst

Een gast met een psychose die door desorganisatie nooit op een gemaakte afspraak raakte, zag ik elke week door zijn vaste wandelroutes af te fietsen. Ondertussen woont hij in Beschut Wonen doordat ik hem ergens kon oppikken om op intake te gaan. Anders had hij die afspraak ook niet gehaald. Hij kwam

ondertussen weer tot rust, onder dak. En hij maakt de mooiste tekeningen op zijn tekentafel.

De werkdoelstellingen

→ Contact leggen in de leefwereld van de gasten en een nabije relatie opbouwen. Ze aanspreken in hun eigen omgeving verlaagt de drempel.

→ Ondersteunen op verschillende leefdomeinen en aansluiting realiseren bij hulpen dienstverlening met extra aandacht voor continuïteit in de zorg. Vanuit vertrouwen kun je moeilijke thema’s bespreken en is de begeleider brugfiguur naar het netwerk van diensten.

→ Het persoonlijk netwerk van cliënten versterken. De relaties met familie en vrienden herstellen werkt voor beide partijen versterkend en is voor de cliënt een goede opstap om zijn leven weer in handen te nemen.

→ Verbindend werken naar de samenleving of vermaatschappelijking van de zorg. Cabrio maakt samen met de gast de brug naar werk, opleiding, vrijwilligerswerk, hobby, ontmoetingsaanbod in de buurt.

→ Structurele drempels signaleren aan lokaal beleid.

Dak- en thuisloosheid heeft veel oorzaken, structurele problemen die maken dat mensen in de armoede blijven, hun huis verliezen.

Die thema’s aanpakken gaat verder dan cliënten begeleiden. Het vraagt een gecoördineerde aanpak van beleidsmakers en dienst- en hulpverleningsinstanties.

Werken aan duurzame huisvesting in samenwerking met sociale huisvesting en zorgpartners. Huisvesting is een basisrecht. Voor mensen in armoede staat dat basisrecht steeds meer onder druk. We willen huisvesting behouden door aanklampend te werken en daar betrekken we ook andere outreachende zorg bij.

Cabrio signaleert onder andere over huisvesting, toegankelijkheid van de hulpverlening en maatschappelijke voorzieningen, nazorg vanuit voorzieningen, zorginstellingen.

Het belang van multidisciplinair samenwerken

De kracht van een dedicated team zit in het samenbrengen en delen van expertise van verschillende partners.

→ Teamleden delen hun kennis over de problemen waarin zij gespecialiseerd zijn.

→ Ze leren van elkaar hoe om te gaan met mensen met die problemen.

→ Ze leren de sociale kaart en hun interne aanmeldingsprocedures kennen.

Dat gebeurt vooral in het teamoverleg.

In een multidisciplinaire aanpak wordt casusgericht informatie uitgewisseld in het teamoverleg, wat toelaat om elkaars expertise te leren kennen, pedagogische inzichten te delen en sociale netwerken te verruimen. Zowel formele (zoals overlegmomenten of werkbezoeken aan organisaties) als informele contacten (bij intervisies of gezamenlijke wijkrondes) dragen bij aan die kruisbestuiving.

Complexe problemen van dak- en thuisloosheid vragen een aanpak vanuit verschillende sectoren en disciplines. De begeleiders maken in team telkens verschillende afwegingen, rekening houdend met inkomen, verslaving (welke producten), psychische kwetsbaarheid (welk ziektebeeld), mentale draagkracht, band met familie, band met hulpverlening, wat mogelijk en nodig is op korte termijn, wat kansen zijn, en wat de gast wil op lange termijn.

Die gedeelde kennis geeft richting aan de begeleiding, zowel methodisch (hoe bouw je een vertrouwensrelatie op met de cliënt?) als inhoudelijk (welke wetgeving, rechten, organisaties en begeleidingstechnieken zijn relevant?)

Een voorbeeld: leren over de verschillende verslavende producten en hun effecten betekent nog niet dat je ook weet hoe om te gaan met personen die gebruiken. Leren omgaan met die personen betekent niet dat je ook weet waar je terechtkunt en onder welke voorwaarden of volgens welke criteria.

En er is meer: Door een casus in team te bespreken, leren hulpverleners vanuit het concrete geval, en nemen ze die inzichten ook mee naar hun eigen organisatie om ze toe te passen in andere dossiers. Dat verhoogt ook de deskundigheid in de eigen werking en verbreedt de kijk op de noden van de doelgroep.

Naast de directe samenwerking in het team zorgt ook het bredere netwerk van aangesloten organisaties voor een meerwaarde:

→ Het vergroot de slagkracht van het team, zeker in crisissituaties.

→ Het biedt nieuwe perspectieven voor cliënten.

→ Het helpt hulpverleners die vastlopen in de begeleiding van zogenaamde zorgmijders.

Flexibele taakverdeling: geen standaardlogica

In een dedicated team verdelen alle teamleden de begeleidingen, zonder rechtstreekse koppeling aan hun oorspronkelijke expertise. Iemand met verslavingsproblemen komt niet automatisch terecht bij de medewerker uit de verslavingszorg, net zoals iemand met psychische problemen niet per se een medewerker uit de geestelijke gezondheidszorg als begeleider krijgt. Vooral de teaminteractie realiseert de multidisciplinaire werking.

Die aanpak voorkomt dat cliënten van dienst naar dienst doorgestuurd worden. In plaats daarvan krijgen ze begeleiding van een vertrouwd gezicht in het team, met ondersteuning van de gezamenlijke expertise van alle teamleden.

Wat zijn de doelstellingen van een Dedicated team? de

Werken in de leefwereld

Vertrouwen opbouwen: de eerste stap in begeleiding

Voordat effectieve begeleiding kan starten, is het essentieel contact te leggen in de leefwereld van de doelgroep en een vertrouwensband op te bouwen. Dat betekent:

→ Cliënten actief opzoeken en aanspreken in hun eigen omgeving.

→ Aanwezig zijn zonder druk in een proces van proberen, opnieuw proberen en blijven proberen, tot er een opening ontstaat.

Centrale begeleidingsprincipes

In het hele proces hanteren we essentiële principes:

→ We werken op vraag en in het tempo van de cliënt –

Geen opgelegde trajecten, maar inspelen op wat de cliënt zelf nodig heeft.

→ De cliënt blijft eigenaar van zijn traject –

Bij de eerste contacten ligt de focus op luisteren en begrijpen, niet op adviseren of sturen. De praktijkwerker leert de cliënt kennen, luistert naar zijn verhaal en zoekt naar gemeenschappelijke thema’s. Oordelen en goedbedoeld advies laat hij achterwege. Pas als er een vertrouwensband is, komen hulpvragen naar boven en kan de begeleiding echt starten.

De begeleider ondersteunt, maar neemt de regie niet over.

op

→ De begeleider heeft een duidelijke rol –Steunend, informerend, motiverend, maar ook kritisch. Niet vanuit eigen normen en waarden, maar afgestemd op de leefwereld van de cliënt.

→ We kijken door de bril van de cliënt –

Tijd nemen om zijn situatie, context en geschiedenis te begrijpen, in dialoog met hemzelf.

→ Er zijn geen vaste tijdslimieten –Begeleiding eindigt niet binnen een vastgelegde termijn, maar wordt afgestemd op de vragen en noden van de cliënt.

“Samen afwassen zorgt voor verbinding. En samen in de auto zitten is voor gasten ook heel fi jn.”

Outreachend en aanklampend werken

Een dedicated team werkt outreachend. De teamleden gaan actief naar de doelgroep toe in verschillende omgevingen, zoals de publieke ruimte, in cafés, bij vrienden, in garageboxen, thuis of in instellingen.

Het Cabrioteam werkt in de eerste plaats vanuit nabijheid. Een hulpvraag vormt zich gaandeweg. Het team verwijst niet onmiddellijk door, maar houdt vast.

Zo krijgen de begeleiders een breed inzicht in de leefwereld van de cliënt en kunnen ze op een gelijkwaardige manier naast hen staan. Het team gebruikt de expertise van straathoekwerk

en mobiele teams die al in de omgeving van de doelgroep

werken. Het gaat om mensen actief opzoeken met een participatieve houding van de begeleider. Hulpverleners hebben vaak de neiging om direct toe te werken naar hun doel, bijvoorbeeld door een intake of een traject op te starten, en de problemen meteen aan te pakken. Dat is niet altijd de juiste aanpak voor de doelgroep en kan zelfs contraproductief zijn.

Ook aanklampend werken is een essentieel onderdeel van outreachend werken. Veel mensen vermijden zorg en hulp vanwege regels, procedures of misverstanden in de communicatie door verschillende omgangsvormen. Het team wil daarom veel kansen bieden, samen zoeken naar haalbare oplossingen en contact houden, zelfs als het moeilijk is of als de hulpverlening niet goed loopt.

“Eens

kijken of hij uit zijn

kamer komt –

daar beginnen we

mee”

- Ja, ik bleef echt alleen maar binnen in huis. Zelfs mijn moeder zag me niet veel, ook al woonde ik bij haar in. Ik zat altijd in mijn kamer. Dag en nacht binnen.

- En wat deed je dan binnen?

-Gamen.

- Gamen, ja. En wat heeft je geholpen om daar uit te komen?

- Goh ja. Dingen zoals Cabrio, omdat die werken in stappen. Het OCMW zegt gewoon: je moet werken en succes ermee. En voor een jonge gast zoals ik in die situatie is dat niet makkelijk, hé? Dan komt er veel op je af en dan zeggen ze: ho, eerst eens kijken of hij uit zijn kamer komt. Daar beginnen we mee.

- Dus dat ging meer in stapjes en minder in meteen eisen van je moet gaan werken of je moet dit of dat?

- Ja, en die van Cabrio keken ook wat mijn interesses waren. Zo kwam ik via via terecht bij de vrije radio. En omdat mijn interesse wel bij muziek ligt, kan ik nu draaien bij de radio.

- En dat kwam dus omdat ze echt wel naar je luisterden?

- Ja, ze waren in andere dingen geïnteresseerd dan in mijn problemen. 27

Belangrijke

werkmodellen

Motivatiecirkel

De motivatiecirkel is een theorie uit de drughulpverlening. De theorie weerlegde het idee dat je pas iemand kunt helpen die gemotiveerd is. De motivatiecirkel benadrukt dat je ook zinvol mensen kunt ondersteunen die niet of nog niet gemotiveerd zijn, zolang je ze maar niet probeert te dwingen om hun gedrag te veranderen.

De motivatiecirkel leert hulpverleners wat ze op welk moment het best of juist niet kunnen doen om de intrinsieke motivatie van de cliënt te vergroten. Dat vraagt geduld en zorgvuldige afstemming van de hulp op de wensen en behoeften van de cliënt, zonder druk uit te oefenen om te veranderen.

Harm reduction

het gebruik zelf te stoppen. Het is een pragmatische benadering die de nadruk legt op risico’s verminderen, zowel voor de gebruiker als voor de bredere omgeving en samenleving.

Die benadering kun je ook breder toepassen buiten de drughulpverlening, bijvoorbeeld in situaties van dakloosheid of probleemgedrag. Het doel is voorkomen dat de situatie van de cliënt verergert, vooral als het moeilijk is om direct grotere veranderingen te realiseren. Door aanwezig te blijven en naast de cliënt te staan, probeer je op lange termijn verandering te bewerkstelligen, in het tempo en op de voorwaarden van de cliënt. Tijd en vertrouwen zijn essentieel om open gesprekken te kunnen voeren en verdere stappen te zetten.

Ook harm reduction, schadebeperking, is een term uit de drughulpverlening: de gezondheids- en andere schadelijke effecten verminderen van bepaalde gedragingen (zoals drugsgebruik), zonder daarom

Housing first

De housing first-benadering doorbreekt de traditionele filosofie van de hulpverlening waarin mensen eerst moeten leren omgaan met verschillende problemen zoals verslaving of geldproblemen voordat ze in aanmerking komen voor permanente huisvesting. In plaats van het ‘woonladdermodel’ waarin je via een trap van opvang toewerkt naar een eigen woning, stelt housing first dat een veilige en stabiele woning de basis is om andere problemen aan te pakken.

Housing first stelt dat een woning toekennen niet alleen de fysieke basisbehoefte van een persoon vervult, maar ook zijn of haar waardigheid herstelt, mentale rust geeft en de nodige voorwaarden creëert om te werken aan andere

aspecten van het welzijn. Door eerst te focussen op huisvesting, kunnen mensen daarna werken aan hun welzijn, sociale integratie en zelfredzaamheid. Dat model bewijst effectiever te zijn voor mensen die vastlopen in traditionele opvangsystemen, omdat het een stabiele basis biedt van waaruit andere veranderingen kunnen starten.

Die theorieën bieden samen een holistische benadering voor werken met kwetsbare doelgroepen. Ze benadrukken het belang van geduld, van hulp afstemmen op de behoeften en motivatie van de cliënt, en van een veilige en ondersteunende omgeving creëren waarin duurzame veranderingen mogelijk worden.

TentEen man die van september tot april in een tent sliep, zei na het eerste contact dat ik de allereerste persoon was die na die lange periode eens bij zijn tent op bezoek kwam om eens te vragen hoe het met hem ging. Na enkele maanden contact ging hij met me mee naar het OCMW om een referentieadres aan te vragen. Dat had hij altijd geweigerd omdat hij zich gebaseerd had op verkeerde informatie.

Belangrijke

theorieën

Het begeleidingsteam bestaat uit medewerkers van verschillende teams, maar verschillende gedeelde theorieën vormen de basis voor werken met de doelgroep. Vooral drie theorieën zijn belangrijk:

Theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid

Die theorie probeert te verklaren waarom sommige mensen hun plaats in de samenleving niet vinden. Dat heeft vaak niets te maken met de wens om niet mee te doen, maar eerder met onmacht of zelfs uitsluiting. De oorzaak ligt in cultuur.

Cultuur wordt gedefinieerd als het geheel van waarden, normen, omgangsvormen en communicatiestijlen die mensen mee krijgen van hun opvoeding en omgeving. Als de cultuur van een individu verschilt van de heersende cultuur, wordt die vaak als ‘verkeerd’ of ‘raar’ beschouwd. Daardoor wordt het moeilijk voor mensen in de minderheid om hun eigen cultuur te integreren en die te laten erkennen door de bredere samenleving.

Dat heeft belangrijke gevolgen: De belangen van die mensen worden vaak niet of te weinig verdedigd door maatschappelijke instellingen.

→ Er wordt te weinig rekening gehouden met hun specifieke behoeften.

→ Ze worden voortdurend negatief aangesproken en gecorrigeerd vanwege cultuurverschillen.

‘Onaangepast gedrag’ krijgt daarmee een andere oorzaak dan simpelweg ‘ze willen niet’. In plaats van dat de mens zich moet aanpassen aan een samenleving met regels die hij moeilijk kan volgen, pleiten we ervoor dat de samenleving zich aanpast aan de mensen die moeite hebben met de structuren.

Theorie van de schaarste

De theorie van de schaarste onderzoekt de relatie tussen armoede en falen. Veroorzaakt falen armoede? Of is het juist armoede die falen veroorzaakt?

Dat vraagt om een bredere kijk op de dynamiek van armoede en de impact ervan op het denken en handelen van mensen.

Als iemand zich voortdurend moet concentreren op de meest dringende en directe problemen, zoals hoe rekeningen te betalen of hoe aan eten te komen, ontstaat

er een soort ‘overlevingsdenken’. De focus op onmiddellijke overleving beperkt het vermogen om rationele, weloverwogen beslissingen te nemen. Je komt in een tunnelvisie terecht. In de context van armoede leidt dat tot wat hulpverleners of het beleid dan domme beslissingen noemen, die toch perfect verklaarbaar zijn door de omstandigheden van de persoon.

De theorie van schaarste legt de link tussen armoede en het verminderen van cognitieve capaciteit, waardoor mensen in kwetsbare situaties vaak minder optimale keuzes maken. Die dynamiek begrijpen helpt hulpverleners om empathischer en effectiever te werken met mensen in armoede.

“Als ik een gast vraag of hij al gegeten heeft, reageert een andere gast dat hij dat zo schoon vindt: wij helpen tenminste met kleine dingen.”

De presentiebenadering

Filosoof en theoloog Andries

Baart is de grondlegger van de presentiebenadering, die hij in 2001 formuleerde in zijn boek

Een theorie van de presentie. Die benadering is een alternatief voor de interventiebenadering. De interventie- en presentiebenadering zijn geen

Interventie

Typisch in de startfase zijn de vaak gereguleerde, professionele kennismaking met de situatie van nieuwe cliënten.

De interventiebeoefenaar vertrekt van een visie op sociale problemen en een probleemoriëntatie.

Problemen worden aangepakt door herformuleringen en diagnoses, met een theoriegeleide aanpak.

De interventiebeoefenaar werkt met geplande, beperkte tijd.

De focus ligt op problemen oplossen, bijvoorbeeld leed en verdriet verminderen.

tegenpolen, maar vullen elkaar aan. In het werk van dedicated teams met de doelgroep is de presentiebenadering een nodige houding om te zorgen voor verandering.

Deze tabel schetst kort de verschillen tussen de interventieen presentiebenadering:

Presentie

De presentiebenadering focust op ‘exposure’ – je blootstellen aan de cliënt.

De interventiebeoefenaar is gebonden aan strikte regels en methodieken.

De presentiebeoefenaar richt zich niet op problemen, maar op kansen en betrokkenheid. Zowel sociale problemen als andere aspecten van het leven komen aan bod.

De presentiebeoefenaar werkt zonder een vastgestelde agenda: de cliënt bepaalt de agenda.

De presentiebeoefenaar werkt minder begrensd in tijd.

De focus ligt op iets laten ‘verschijnen’, bijvoorbeeld mogelijkheden en kansen.

De presentiebeoefenaar is minder gebonden aan regels en richt zich op ‘er zijn voor’.

Bij de presentiebenadering is het de cliënt die grotendeels de agenda van het gesprek bepaalt en hoe hij of zij zelf het gesprek wil aangaan. Het draait om de cliënt leren begrijpen door zoveel mogelijk te denken vanuit zijn of haar perspectief en door zijn of haar gedrag te begrijpen.

Kerstboom

Van het CAW kregen we kerstbomen om te verdelen bij onze gasten. Twee jaar geleden leerde ik een vrouw kennen die in een auto woonde samen met haar hond. Een dame die het heel moeilijk vindt om haar emoties te tonen. Toen ik samen met haar die kerstboom aan het opzetten was in haar sjofele sociale woning, brak ze plots in huilen uit. “Gert, ik zit hier al jaren in grote miserie en er komt hier niemand meer! En jij komt hier even kerstmis binnenbrengen in huis.” Een moment waar we samen erg door gepakt waren.

Werkt het wel?

Cijfers jaarverslagen Cabrio

Als voorbeeld volgen hier cijfers van het Cabrioteam. Die worden elk jaar opgevolgd zodat er evoluties zichtbaar worden. Het huidige team begeleidt 50 tot 60 mensen per jaar.

Werkjaar 2024

In 2024 verwees het LDO 12 nieuwe aanmeldingen door naar Cabrio. Daarnaast waren 12 mensen die in 2023 ondersteund werden niet meer in begeleiding omdat die stopgezet werd in onderling overleg of omdat ze verhuisd waren buiten de regio. En 3 cliënten zijn na één of meer jaren heraangemeld voor begeleiding.

Werkrelatie

Een werkrelatie betekent dat er na de contactname elke week begeleidingsgesprekken zijn om te werken rond een of meer leefdomeinen of grondrechten. Huisvesting is uiteraard een van de belangrijkste doelen voor de gasten.

Team Cabrio werkt met drie lijsten van begeleidingen: de actuele begeleidingslijst, de lijst ‘vinger aan de pols’ en de lijst ‘afgesloten’.

→ De actuele begeleidingslijst zijn de begeleidingen van mensen die in Pelt en Lommel verblijven, die aangemeld zijn voor het

LDO en die werken op verschillende leefdomeinen rond welzijn en huisvesting. In januari 2024 waren er 34 actuele begeleidingen, in december 38.

→ De lijst vinger aan de pols bestaat uit mensen die niet meer intensief begeleid worden. De begeleider houdt om de twee maanden of via sms kort contact. Die gasten hebben een stabiele woonsituatie, doen het redelijk goed op andere leefdomeinen en er is een netwerk van zorg geïnstalleerd. Zij kunnen opnieuw aangemeld worden bij Cabrio als de situatie op bepaalde domeinen negatief escaleert.

→ De lijst afgesloten bestaat uit mensen die zich gevestigd hebben en gedomicilieerd zijn in een andere gemeente of uitdrukkelijk geen contact meer willen.

Per kwartaal overlopen en updaten we de actuele lijst: lopende begeleidingen verplaatsen we naar de lijst ‘vinger aan de pols’ en de lijst ‘afgesloten’. Nieuwe aanmeldingen komen van het LDO.

Sommige mensen die dakof thuisloos zijn, meestal zetelslapers, werden nog niet aangemeld bij het LDO. Het contact met die ‘zorgmijders’ is gelegd, maar het vertrouwen is nog te klein om hulpverlening op te starten. De straathoekwerkers hebben nog contacten op straat met kwetsbare jonge twintigers in een onstabiele woonsituatie en het OCMW heeft ook een beeld van mensen met huisvestingsproblemen.

Hoe verloopt de uitstroom?

Een van de operationele doelstellingen van elke Cabriobegeleiding bestaat uit de aansluiting bij dienst- en hulpverlening. Dat betekent dat gasten terechtkunnen in beschut wonen of in een andere vorm van begeleid wonen. Huishoudhulp of verpleging komt aan huis. Contact met OCMW loopt goed, inkomen is in orde, andere hulpverlening is

er structureel bij betrokken. Als dat gerealiseerd is en de gasten hebben stabiele huisvesting, dan stromen zij uit en gaan naar de lijst afgesloten of vinger aan de pols.

Het team bestaat uit verschillende teamleden, samen 3,4VTE. We gaan uit van een maximale caseload van 10 cliënten voor een voltijdse begeleider die outreachend werkt met dak- en thuislozen. De actuele begeleidingslijst voor het team is momenteel 38 mensen: dus is de caseload nu te hoog.

Aantal begeleidingen in 2024

Persoonsgegevens

Vrouwen in dak- of thuisloosheid zijn extra kwetsbaar. Zij hebben geen eigen huisvesting en zijn ‘te gast’ als zetelslaper of verblijven in de publieke ruimte.

Samen met druggebruik en psychische kwetsbaarheid kan dat leiden tot gevaarlijke en onveilige situaties.

Dakloosheid is ook overleven en gaat samen met druggebruik, psychische kwetsbaarheid, maar ook met geweld, uitbuiting en illegale activiteiten waarin vrouwen in een extra zwakke positie staan. Bij de aanmelding van vrouwen bij Cabrio wijzen we zo nodig een vrouwelijke begeleider toe.

In die begeleiding van vrouwen in dakloosheid komen ook thema’s aan bod zoals zwangerschap en voorbehoedsmiddelen, en zorg voor kinderen.

Spoedbevalling

Op een vrijdagochtend zou ik samen met een collega een diepvries ophalen voor een hoogzwanger meisje. Ze stuurde me ’s morgens dat ze wat last had van buikpijn en dat we onze planning beter konden aanpassen.

Afgesproken dat ik toch even langs zou komen om te kijken hoe het met haar ging. Ik zag ze op de zetel liggen, al puff end. De weeën waren begonnen. Haar buurmeisje was daar om te zorgen voor haar zoontje dat naar school moest. Zelf was ze de weeën aan het opvangen. Die kwamen snel achter elkaar. Ik heb dan de verloskamer gebeld. Ze kon komen via de gewone ingang van het ziekenhuis. Ze wilde alles zelf doen, maar besefte dat autorijden niet meer haalbaar was. Ik nam haar valies en we reden naar het ziekenhuis. Via Spoed, want lopen ging ook al niet zo vlot. Ze wilde epidurale verdoving en dan zou het wel gaan volgens haar. Ik heb haar tot in de verloskamer gebracht. Daar kreeg ze te horen dat ze geen verdoving meer kon krijgen: ze had te veel ontsluiting. Dat gaf wel paniek. Ze vroeg of ik kon blijven, gewoon aanwezig zijn en zwijgen.

Een kwartiertje later hield ik haar been tegen zodat ze het hoofdje eruit kon duwen en daar was een prachtige baby: Noah! Knap werk van mama die alles gedaan heeft zonder epidurale. Ik maakte na de bevalling nog wat foto’s voor haar en bleef nog even bij haar. Pas toen ze wat bekomen was en de vroedvrouw kwam om haar te verzorgen ben ik verder gegaan. Ze was heel dankbaar.

Het schiep een band die ook vandaag nog doorwerkt. Ik zie haar nog regelmatig en ze kan nog altijd bij me terecht voor dingen waar ze op vastloopt.

Haar problematiek is verbeterd na de geboorte van haar tweede kindje en ze heeft nog altijd een dak boven haar hoofd.

Leeftijd

19-25 jaar 10

26-35 jaar 15

36-45 jaar 24

> 46 jaar 11

Totaal 60

Burgerlijke staat

Alleenstaand 51

Samenwonend met partner 5

Samenwonend bij ouders 2

Samenwonend met kind(eren) (en partner) 2

Totaal 60

Enkele mensen waren eerder samen met een partner maar bij de start van de contacten alleenstaand. Meer dan 4/5 van de gasten zijn alleenstaand. Zij hebben een klein of verbroken persoonlijk netwerk van vrienden en familie. Bij het einde van de begeleiding of eind 2024 is die situatie nagenoeg hetzelfde.

Inkomen Aanmelding Eind 2024

Arbeid (officieel) 5 6

Werkloosheidsuitkering 10 7 Pensioen 0 1

Ziekteuitkering/ invaliditeit 21 24

Leefloon 11 19

Geen officieel inkomen 13 3

Totaal 60 60

48 mensen leven eind 2024 van een vervangingsinkomen. Bij de contactname is inkomen een van de thema’s die we in overleg eerst aanpakken. Het OCMW neemt daarin een belangrijke rol op: administratie, schuldhulpverlening, leefloon, rechtenverkenning. Na de beginsituatie is voor verschillende mensen een ‘inkomen’ gerealiseerd, wat een eerste stap is om de andere leefdomeinen aan te pakken.

Bij de aanmelding hadden 13 gasten geen officieel inkomen. Eind 2024 zijn er dat nog 2. Voor hen is dat thema nog niet bespreekbaar. Zij redden zich en zitten in overlevingsmodus.

Deze tabel geeft de huisvestingssituatie weer van bij de aanmelding (ook eerder dan 2024) en eind 2024. Dak- en thuisloosheid is veelzijdig. We gebruiken de indeling dak- en thuisloosheid volgens de Ethostypologie waarin het ontbreken van een ‘thuis’ de afbakening van dakloosheid weergeeft.

Alle cliënten zaten bij de eerste contacten in een onzekere huisvestingssituatie. Evolutie in huisvesting 2024:

→ We zien veel mobiliteit bij de gasten: veel verhuizen door uithuiszetting, opname in instelling, crisis, tekort aan betaalbare woningen, hoppen van zetel naar zetel.

→ Bij de aanmelding zaten 42 mensen in een situatie van effectieve dak- of thuisloosheid: dakloos, kraak, zetel, auto, onconventionele woning. Daarnaast verbleven nog 3 mensen in opvang en 1 persoon in de gevangenis. Eind 2024 zaten ‘maar’ 14 mensen in effectieve dak- of thuisloosheid en 7 in opvang, opname psychiatrie en gevangenis.

→ Bij de aanmelding woonden 14 mensen in een huurwoning of bij ouders. Zij werden aangemeld bij Cabrio vanwege dreigende uithuiszetting of conflicten met partner of ouders. Eind 2024 woonden 36 mensen in een huurwoning, bij ouders of in beschut wonen. We zien de stijging in huisvesting zowel in sociaal huren (WiL) als privé-huren. Onder andere door de lange wachtlijsten in de sociale huisvesting wijken mensen uit naar de privémarkt.

→ Bij de aanmelding zijn zetelslapers de grootste groep (28): gasten vangen elkaar tijdelijk op. Die solidariteit voorkomt nog meer effectieve dakloosheid in de open ruimte, maar is niet duurzaam. Eind 2024 is zetelslapen nog 1/3 in vergelijking met de aanmelding.

→ Sommige gasten verbleven tijdelijk in opvang of in de psychiatrie. Dat is de tussenstap naar een zelfstandige huisvesting of een begeleide woonvorm.

→ Naast de gasten die we het laatste jaar begeleidden, kennen we eind 2024 nog mensen die dak- of thuisloos zijn en nog niet aangemeld bij het LDO en Cabrio. Zij zijn vooral gekend door straathoekwerk van Pelt en Lommel en kunnen nog terugvallen op een beperkt persoonlijk netwerk en hulpverlening.

Wat kost het als je niets doet?

Uit onderzoek van de Franstalige universiteit van Brussel (ULB, 2022) blijkt dat dak- en thuisloosheid aanpakken niet meer kost dan het prijskaartje van dakloosheid in je gemeente of stad.

Dulbea, het departement toegepaste economie van de ULB becijferde voor het Brussels Hoofdstedelijk Geweest de kost van een uitgebouwd dak- en thuislozenbeleid, en het prijskaartje van niets doen.

De onderzoekers bekeken de verschillende maatschappelijke kosten die gepaard gaan met dakloosheid. Rond dak- en thuisloze mensen staan veel diensten: noodopvang, straathoekwerk, centra voor dagopvang, onthaalhuizen, medische diensten, crisisvoorzieningen, voedselhulp. Infrastructuur en de medewerkers worden doorgaans betaald met gemeenschapsgeld.

Daarnaast zijn er kosten verbonden aan diensten die niet specifiek bedoeld zijn voor daken thuislozen. Denk aan leefloon, gebruik van gezondheidszorg, politie-interventies, verblijf in de gevangenis, rechtsbijstand of inrichting en onderhoud van de openbare ruimte.

Ten slotte gaat thuisloosheid gepaard met verlies van overheidsontvangsten: wie thuisloos is, werkt doorgaans niet. Daardoor loopt de overheid socialezekerheidsbijdragen, werkgeversbijdragen en personenbelasting mis.

De maatschappelijke kost van dakloosheid ligt vandaag ergens tussen 30.000 en 85.000 euro per jaar per persoon. Het probleem aanpakken zorgt voor een aanzienlijk kortere periode van dak-en thuisloosheid, waardoor de kost dus ook daalt.

Macaroni

kaas en hesp

Een heel mooi moment was om samen met een ondervoede man macaroni met hesp en kaassaus te maken. Zijn lievelingsgerecht. Daarna hebben we dat in de zetel opgegeten, want een tafel met stoelen had hij nog niet. 41

Hoe start je een dedicated team?

Probleem analyseren

Elke gemeente, stad of regio wordt in bepaalde mate geconfronteerd met zorgwekkende zorgmissers, dak- en thuislozen en mensen die geen toegang meer hebben tot zorg en hulpverlening. Als je als lokaal bestuur of regio die kwetsbare groep wil ondersteunen, is een grondige omgevingsanalyse de eerste stap.

Stap 1: Analyseer de lokale situatie

Betrek daar welzijnspartners en woonactoren bij uit verschillende sectoren die in contact staan met de doelgroep. Dat kunnen onder andere deze organisaties of sectoren zijn:

→ Verslavingszorg

→ Woningmaatschappijen

→ OCMW

→ Geestelijke gezondheidszorg

→ CAW

→ Politie

→ Familiehulp en thuishulp

→ Jeugdhulp

Vraag ze wat ze vaststellen over de doelgroep. Welke trends zien zij? Waar lopen ze tegenaan? Wie dreigt buiten de hulpverlening te vallen?

Stap 2: Gebruik beschikbare cijfers

Breng data in kaart om de problematiek beter te begrijpen.

Denk aan:

→ Cijfers over armoede

→ Aantal leefloners

→ Werkloosheidscijfers

→ Wachtlijsten in hulpverlening en huisvesting

Een voorbeeld is de daklozentelling die het provinciebestuur in Limburg in 2020 organiseerde samen met de Koning Boudewijnstichting en de KU Leuven (onderzoeksgroep LUCAS). Dat onderzoek leidde later tot verschillende projectoproepen gericht op structurele oplossingen.

Stap 3: Baseer je op inzichten uit de praktijk

Praat met OCMW-medewerkers, eerstelijnswerkers, hulpverleners uit de gespecialiseerde zorg en laagdrempelige diensten die mogelijk in contact staan met hulpmijders over de complexe realiteit van die problematiek. Essentiële vragen zijn:

→ Waar lopen hulpverleners op vast?

→ Welke groepen worden niet bereikt?

→ Waar zitten de grootste tekorten in zorg en ondersteuning?

Stap 4: Duid de problematiek

De verzamelde gegevens en inzichten bieden een helder beeld van de doelgroep en de uitdagingen. Dat is de basis voor gerichte beleidsmaatregelen en initiatieven om zorg en hulpverlening toegankelijker te maken.

Op basis van een onderbouwde omgevingsanalyse kan een lokaal bestuur of regio doordachte keuzes maken en effectieve ondersteuning bieden aan kwetsbare inwoners.

Partners afbakenen

Op basis van de omgevingsanalyse en de omvang van de doelgroep kun je bepalen of een gemeentelijk of regionaal aanbod voor zorg op maat nodig is. Samenwerken met omliggende gemeenten heeft voordelen, want gespecialiseerde hulpverlening (opvang, geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, algemeen welzijnswerk) wordt vaak regionaal georganiseerd.

Een bijkomend argument om samen te werken over gemeentegrenzen heen, is dat veel kwetsbare mensen frequent verhuizen tussen aangrenzende gemeenten en je de zorg dan kunt verderzetten. Daarnaast is het nuttig om te kijken welke initiatieven al een gelijkaardige werking hebben in de gemeente of regio. Kun je een initiatief omvormen of uitbreiden tot een dedicated team?

Coördineren

Een goed functionerend dedicated team vraagt coördinatie op verschillende niveaus.

Bij de start stemt een dedicated Cabrioteam af met het oog op de intersectorale en multidisciplinaire werking. De partnerorganisaties die deskundigheid en ervaring hebben met dak- en thuislozen worden samengebracht rond de beoogde doelgroep in de gemeente of regio. Het lokale bestuur en de partners komen tot een financieel kader om een multidisciplinair en outreachend team samen te stellen met deeltijdse medewerkers van elke partnerorganisatie.

De partnerorganisaties vaardigen een deeltijdse medewerker af op basis van een afgesproken profiel: relevante ervaring hebben in de eigen sector, verbindend willen werken in de leefwereld van daken thuislozen, verbindend werken naar hulp- en dienstverlening.

De coördinator begeleidt de tweewekelijkse vergaderingen van het autonome team met de medewerkers van de sectoren. Dat houdt in: teamoverleg en intervisie leiden, teamleden coachen, rapporteren naar beleidsgroep, lokaal bestuur en partnerorganisaties, registratie en vorming organiseren. En de

coördinator triggert vooral de multidisciplinaire werking in de teams door kennis, aanpak en netwerken van de verschillende thema’s en specialisaties met elkaar te verbinden: een ‘net werkt’.

De coördinator koppelt regelmatig terug van de Cabriowerking naar de stuur- of beleidsgroep en stemt regelmatig af met alle partnerorganisaties apart over de nieuwe aanpak, over de inzet van medewerkers, over de meerwaarde voor de eigen partnerorganisatie, over signalen en drempels voor de doelgroep.

De coördinator bewaakt de doelstellingen van de dedicated werking, geeft signalen naar de sectoren GGZ, jeugdzorg, algemeen welzijnswerk, lokaal bestuur, verslavingszorg en werkt tegelijk verbindend naar die organisaties.

De coördinator neemt in overleg met de Stuurgroep de belangenbehartiging op van de doelgroep en de problematiek dak- en thuisloosheid in lokaal, regionaal en landelijk overleg: gemeentelijk welzijnsoverleg, beleidsgroep dak- en thuisloosheid, eerstelijnszones, provinciaal overleg OCMW’s, landelijk overleg Housing First.

Financieren

Een goed functionerend dedicated team vraagt een degelijke financiële ondersteuning. Gedeelde verantwoordelijkheid betekent ook gedeelde financiële verantwoordelijkheid. Het is essentieel dat het lokaal bestuur daarin investeert, omdat dat ook externe partners motiveert om bij te dragen.

Aandachtspunten

Verdere afspraken

→ Maak afspraken over tijdsregistratie en opvolging: wie houdt die bij en wie superviseert?

→ Maak afspraken over duur van het engagement en over continuïteit.

→ Leg een werkingsbudget vast voor het team en de medewerkers met kilometervergoedingen (bij voorkeur volgens de regeling van de moederorganisatie) en gsm-kosten (idealiter gedragen door de moederorganisatie).

→ Hou medewerkers op de loonlijst van de moederorganisatie. Dat vermindert administratieve lasten en zorgt voor een structurele verankering met de moederorganisatie.

→ Detacheer medewerkers. Partners kan gevraagd worden om medewerkers te detacheren, eventueel met een beperkt werkingsbudget.

→ Financier de coördinatie.

Als het lokaal bestuur de kosten voor coördinatie draagt, waarborgt dat de onafhankelijkheid van de coördinator tegenover de verschillende deelnemende organisaties.

→ Stem onderling af over uurroosters en werklastverdeling.

Een goed doordachte financiering en samenwerkingsovereenkomst zijn de basis voor een duurzaam en effectief zorgaanbod voor de meest kwetsbare inwoners.

Randvoorwaarden

Voorwaarden voor een succesvolle samenwerking

Organisatorische aandachtspunten

Om effectief samen te werken in het dedicated team zijn enkele organisatorische aandachtspunten cruciaal.

→ Werk samen met relevante partners. Werk samen met organisaties voor wie de doelgroep al deel uitmaakt van hun werking.

→ Detacheer medewerkers. Ideaal is om medewerkers deeltijds te detacheren naar het dedicated team, zodat de band met de moederorganisatie behouden blijft en je je expertise met elkaar deelt.

→ Werk met flexibele uurroosters. Zowel in het dedicated team als in de moederorganisatie moet flexibiliteit mogelijk zijn om de werking te optimaliseren.

→ Investeer gelijkwaardig. Als dat kan, draagt elke organisatie op een evenwichtige manier bij in tijd en geld.

→ Zorg voor onafhankelijke coördinatie. De coördinator moet onafhankelijk opereren en de samenwerking tussen de verschillende werkgevers stroomlijnen. Het organisatorische en inhoudelijke niveau zijn verweven met elkaar en worden alle twee door de coördinator gestuurd en bewaakt. De coördinator heeft het mandaat van het lokaal bestuur, de stuurgroep en de sectoren apart. Dat betekent wel dat hij of zij regelmatig rapporteert.

→ Maak langdurige overeenkomsten. Om duurzame resultaten te behalen, moeten samenwerkingsakkoorden minstens twee jaar lopen. De impact op de doelgroep wordt pas zichtbaar op langere termijn.

Lokaal Daklozenoverleg (LDO)

Het Lokaal Daklozenoverleg bewaakt de rol van de reguliere hulpverlening voor de doelgroep dak- en thuislozen. Het heeft het mandaat om door te verwijzen naar het dedicated team, en signaleert structurele knelpunten.

De doelgroep van het LDO bestaat uit dak- en thuislozen in de regio die te weinig geholpen worden door het reguliere aanbod.

Dat overleg heeft drie functies:

Casus- en trajectbespreking (casemanagement)

→ Het LDO voert de regie over het dak- en thuislozenbeleid in de gemeente of de regio. Als welzijnsregisseur in de gemeente is het OCMW de aangewezen partij om het LDO voor te zitten, op te volgen en continuïteit te garanderen.

→ Experts uit verschillende disciplines werken samen om een stabiele ondersteuning te bieden.

→ De focus ligt op continuïteit: Wie houdt vast? Wie blijft in contact?

→ Het LDO voorkomt breuken in trajecten door samenwerkingen te stimuleren over organisaties heen.

→ Om impact te garanderen, moeten veldwerkers uit het overleg vertrekken met concrete afspraken:

• Wie onderneemt welke actie?

• Wie blijft contact houden?

• Wie begeleidt de persoon naar de juiste hulpverlening?

→ Denk aan:

• Cliënten benaderen in tandem (samen met een andere hulpverlener).

• Informele overlegmomenten zonder dat een cliënt eerst een intake had.

• Creatieve methodieken die de procedures uitdagen.

Die bewegingsruimte is essentieel en moet er al zijn voor de structurele samenwerkingsafspraken.

Doorverwijzing

Het LDO heeft het mandaat om mensen aan te melden bij het dedicated team. Die beslissing wordt genomen op basis van drie criteria:

→ De persoon is dak- of thuisloos of dreigt dat te worden.

→ Er zijn problemen op verschillende levensdomeinen (inkomsten, huisvesting, basisrechten, psychisch, medisch).

→ De persoon heeft een verstoord netwerk of geen of slechte contacten met de hulpverlening. De reguliere hulpverlening kan hem of haar momenteel te weinig verder helpen.

Structurele problemen signaleren

→ Structurele knelpunten van het bestaande aanbod kun je op die manier signaleren aan het beleid.

→ Via de teamcoördinator heeft het LDO een directe link met beleidsmakers, zodat problemen vertaald kunnen worden naar oplossingen.

→ Het beleidsoverleg draagt de verantwoordelijkheid voor de structurele aanpak van daken thuisloosheid.

Beleidsgroep

Naast het LDO en het team van praktijkwerkers is het essentieel om periodiek een werkgeversoverleg (beleidsoverleg) te organiseren met alle partners. Dat overleg legt afspraken vast over samenwerking, werkingsmiddelen en financiering. Tegelijk dient dat overleg om de ruimere visie van het dedicated team scherp te houden en eventueel bij te stellen in het licht van nieuwe tendensen in de doelgroep. Bovendien schrijft de beleidsgroep projectaanvragen voor mogelijke subsidies.

De verantwoordelijken van de organisaties bepalen samen de strategische richting van het project, maken afspraken over financiering en maken onderlinge overeenkomsten. Daarnaast identificeren en verhelpen zij knelpunten in het project of in hun eigen organisatie.

Ten slotte is het belangrijk dat ze vanuit die beleidsgroep gemaakte afspraken en signalen meenemen naar hun moederorganisatie.

Nodige ondersteuning en omkadering

Omdat de problemen zich voordoen op verschillendee levensdomeinen, is een multidisciplinair team cruciaal. Hoe diverser de aanwezige expertises, hoe sterker het team en hoe beter de ondersteuning van de doelgroep. Een onafhankelijke coördinator is onmisbaar om het team aan te sturen, de methodiek te bewaken en als brug te fungeren tussen teamleden, hun organisaties en het bredere netwerk. Daarnaast moet er voor het team een werkingsbudget zijn om het de nodige autonomie te geven.

Dat werkingsbudget kun je inzetten op twee niveaus:

→ Teamniveau: attenties, teamuitstappen, bureaumateriaal

→ Cliëntniveau: kleine onkosten zoals een kop koffie, basisbehoeften zoals eten of een slaapzak.

Profiel en competenties

Medewerkers van Cabrio werken met een doelgroep die aanloopt tegen complexe problemen. Dat vraagt om specifieke competenties bij de aanwerving of detachering naar het team. Naast kennis van de doelgroep en methodieken in de moederorganisatie, zijn deze extra vaardigheden wenselijk:

Inhoudelijke kennis en ervaring

→ Affiniteit met dak- en thuisloosheid

→ Kennis van relevante sociale voorzieningen en sociale rechten (sociale kaart van de regio)

→ Minstens één jaar ervaring met maatschappelijk kwetsbare groepen

→ Methodisch onderlegd zijn in outreachend werken, maatzorg, krachtgericht werken

“Bij Pieter (de werker) mag ik boos worden en roepen. Hij weet toch
ik niet boos ben op hém.”

Persoonlijke en sociale vaardigheden

→ Sterk empathisch vermogen en je kunnen inleven in de leefwereld van de doelgroep

→ Bereidheid om outreachend en aanklampend te werken (bij mensen thuis, op straat, in instellingen

→ Een solidaire, respectvolle en gelijkwaardige houding tegenover de doelgroep

→ Kunnen omgaan met crisissituaties en verantwoordelijkheid

Praktische en communicatieve vaardigheden

→ Goede communicatieve en onderhandelingsvaardigheden, zowel op doelgroep- als op beleidsniveau

→ Administratieve discipline voor verslaglegging, registratie en dossieropmaak

→ Bereidheid tot flexibele werkuren, inclusief ’s avonds

→ Zowel zelfstandig kunnen werken als samenwerken in een netwerkstructuur laten waar die hoort

→ Loyaliteit naar de doelgroep, collega’s en organisatie

GDPR en beroepsgeheim

Naast de wettelijke bepalingen rond beroepsgeheim en GDPR is het cruciaal uiterst discreet om te gaan met informatie over de doelgroep. Een dedicated team werkt met kwetsbare burgers met vaak een diepgeworteld wantrouwen tegenover hulpverlening. Dat wantrouwen komt voort uit negatieve ervaringen, verhalen of gebrek aan vertrouwen in instanties. Toch is vertrouwen de absolute basis voor effectieve ondersteuning van die doelgroep.

Het Lokaal Daklozenoverleg (LDO) balanceert voortdurend op het spanningsveld van beroepsgeheim en gedeelde zorg. Hoe complexer de dossiers, hoe groter de uitdaging om de juiste balans te vinden tussen informatie delen en privacy waarborgen. Er is een wettelijk kader nodig dat inspeelt op de evolutie naar meer geïntegreerde zorg. Totdat dat kader er is, werken we op basis van de principes ‘nice to know’ versus ‘need to know’ en vertrouwen we op de professionaliteit van hulpverleners om die afweging correct te maken.

Een klimaat van vertrouwen is essentieel voor een goed functionerend LDO.

Factoren die dat versterken:

→ Een overlegtafel die niet te groot is

→ Vaste deelnemers

→ Duidelijke spelregels rond informatie-uitwisseling, zowel intern als naar cliënten toe

→ Transparantie over rollen en mandaten in het overleg

→ Deelnemers die veldwerkers zijn met rechtstreeks contact met de doelgroep, eventueel aangevuld met hun direct leidinggevenden

Naar cliënten toe hanteert een dedicated team deze principes:

→ Je deelt geen informatie zonder toestemming van de cliënt.

→ Al wat je bespreekt over de cliënt, kun je ook delen met de cliënt zelf.

→ Je onderneemt geen acties zonder toestemming van de cliënt.

Aandachtspunt

Sporadisch zit de sociale dienst van de politie bij het LDO. Dat kan een impact hebben op het vertrouwen in het LDO.

Het gedeelde beroepsgeheim geldt alleen voor personen met eenzelfde finaliteit in de relatie met de cliënt. Hulpverleners werken op vrijwillige basis, terwijl politie en justitie een gerechtelijke of gedwongen finaliteit hebben.

Weeg hun deelname aan het overleg dus goed af.

Samenwerken blijft nodig, maar vraagt om duidelijke afspraken. Dat kan bijvoorbeeld zo:

→ Maak vooraf deontologische afspraken over welke informatie je deelt.

→ Hou kennisoverdracht hypothetisch of beperkt.

→ Nodig politie en gerecht maar gedeeltelijk uit voor specifieke overlegmomenten.

De grootste valkuil is niet dat je samenwerkt met die partners, maar dat je de kans mist om vooraf rollen en samenwerkingsafspraken helder te krijgen.

Valkuilen

→ In de beginfase kan een dedicated team leiden tot meer werk voor OCMW’s, omdat cliënten opnieuw in beeld komen en extra ondersteuning nodig hebben.

→ Het proces loopt soms traag. Geduld is essentieel: het gras groeit niet sneller door eraan te trekken.

→ Hulporganisaties mogen hun verantwoordelijkheid niet afschuiven op het dedicated team. Zij moeten de doelgroep actief blijven ondersteunen.

→ Een dedicated team lost het tekort aan huisvesting niet op. Wel kan het team zorgen dat cliënten zich gesteund voelen, crisissituaties opvangen, zorgen dat cliënten hun rechten benutten en dat ze zich opnieuw meer mens voelen.

→ Een dedicated team is geen op zich staande oplossing. Het moet altijd ingebed zijn in breder lokaal of bovenlokaal beleid om dak- en thuisloosheid structureel aan te pakken.

Wat brengt het op?

Een aanpak op maat is niet alleen maatschappelijk kostenefficiënter, maar zorgt ook voor goede relaties met collega hulpverleners en is een hefboom voor een cliënttraject, je kunt sneller schakelen en er zijn kortere lijnen, zowel binnen als buiten je team.

Structureel

Het kluwen van problemen en obstakels bij die cliënten heeft vaak structurele oorzaken. Door laagdrempelig met cliënten de brug te maken naar voorzieningen, ziet het team ook de drempels en hindernissen die de zorg creëert. Een dedicated team werkt met die mechanismen die aansluiting in de weg staan. Die aanpak vraagt een gecoördineerde aanpak van beleid en maatschappelijke instellingen.

Het project werkt dan ook met een getrapt systeem:

→ Beleidsgroep

→ Lokaal Daklozenoverleg

→ Begeleidingsteam

Voor cliënten

→ Ze voelen zich gehoord en gesteund, wat hun welzijn verhoogt.

→ Ze krijgen één aanspreekpunt dat tijd en ruimte heeft om oplossingen te zoeken.

→ Ze krijgen meer begeleiding om aan een woning te komen, aan een netwerk en aan een dagbesteding waardoor ze weer aansluiting vinden bij de maatschappij.

→ Hun basisrechten worden beter uitgeput.

“De connectie die ik bij jou voel, heb ik met andere hulpverleners nooit gehad. Jij verwacht tenminste niet dat we ons moeten houden

aan duizend-en-een

regels.”

Voor organisaties

→ Het dedicated team realiseert mee de eigen doelstellingen van de organisatie voor de meest kwetsbare doelgroepen.

→ Je deelt de zorg in de begeleiding van mensen met complexe problemen en haalt betere resultaten voor huisvesting en welzijn.

→ Je krijgt inzicht in nieuwe methodieken en een bredere kijk op dak- en thuisloosheid.

→ Je krijgt een integraal perspectief op sociale problematiek: context, ziektebeelden, netwerken en basisrechten worden integraal meegenomen.

→ Het dedicated team draagt expertise over naar de moederorganisatie.

Voor gemeente en samenleving

→ De opdracht van de gemeente in het kader van rechtenuitputting in het decreet Lokaal Sociaal Beleid wordt waargemaakt voor de meest kwetsbare doelgroep.

→ Op lange termijn is een dedicated team kosten- en tijdbesparend.

→ Er is minder overlast in de samenleving.

→ Je levert een bijdrage aan een inclusieve samenleving waarin iedereen meetelt.

→ Er groeit genuanceerdere beeldvorming van organisaties bij cliënten.

→ Intensieve samenwerking zorgt ervoor dat organisaties niet in een afwachtende houding naar elkaar blijven kijken.

afwachtende houding naar

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook