Kronieken
www.urkeruitgaven.nl

De invloed van visionair Piet Baarssen
Urk als platviscentrum
Bijna een halve eeuw lang was Urk hét platviscentrum van Europa. ‘In de vis’ was het antwoord van vele honderden Urkers op de vraag waar ze werkten. Het begon allemaal toen Urk in 1962 besloot om de Noordzeevis op de eigen visafslag op Urk te veilen. Dit noodzaakte Urk om ook te starten met verwerking en export van vis en werden de eerste stappen in coöperatief verband gezet. Al snel werd de verwerkingscapaciteit uitgebreid door nieuwe ondernemers. Een van die ondernemers was Piet Baarssen (1943-2013), een visionair die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de platvisverwerking. Aan de hand van zijn geschiedenis schetsen we een beeld van die belangrijke periode voor Urk.
Door Lub Post Jzn. lubpost@gmail.com



Voorwoord
De aanvoer van Noordzeevis was niet nieuw op de Urker visafslag (zie krantenbericht Heerenveensche Courier van 25 oktober 1946), maar kwam nooit echt goed van de grond. De introductie van de boomkorvisserij in 1959 zorgde voor een gigantische toename van de platvisaanvoer in het begin van de jaren zestig. De vloot groeide, het aantal pk's nam toe en daarmee ook de aanvoer. Onvrede over de veiling van de vis door het Staatsvissershavenbedrijf IJmuiden zorgde dat de Urkers in 1962 de aanvoer van Noordzeevis op Urk weer nieuw leven inbliezen.
Kort na elkaar werden twee coöperatieve bedrijven opgericht: de Urker Visaanvoer en Afzetmaatschappij (UVAA) en Urker Vis Export Combinatie (UVEC).
De aandeelhouders van de UVAA waren de aanvoerders, met prominente kopstukken als Meindert Kramer (UK 87), Klaas Romkes (UK 68), Louwe de Boer (UK 104) en Lub Jan Kramer (UK 202). De UVAA groeide uit tot zo'n 65 aandeelhouders.
De aandeelhouders van de UVEC waren vishandelaren, onder meer Roskam & Klaver (Zwartsluis), Lucas (Juun) Schrijver, Reinier Bakker met zoons Teunis, Koert en Roel, Dubbele Nentjes en Douwe Gnodde met zoon Frans.
In rap tempo moest de verwerking en de export van vis op Urk ontwikkeld worden.
De jeugd van Pietjen Baarssen Pieter Baarssen, in de volksmond Pietjen Baarssen, was de jongste zoon van Jelle Baarssen (Afbeelding 2) en Klaasje Bakker. Een gezin met twaalf kinderen: Jannetje, Sijmen, Gerrit, Tromp, Klaasje, Jan, Jannetje, Iske, Teunis, Fokke, Pietertje en Pieter.
Ze groeiden op in het kleine huisje op Wijk 6-16 (Afbeelding 3) met aan de achterzijde van de woning een kleine vishandel waar gerookte vis werd verkocht aan de Urkers. Een gezin waar van iedereen werd verwacht dat ze een handje meehielpen. Jelle Baarssen verdiende de kost met de vishandel en dan vooral met het schoonmaken en roken van IJsselmeerpaling. De verwerkingsruimte, rookruimte en verkoop was bij de dorpsingang aan de Klifweg. (Afbeelding 4) De IJsselmeerpaling bezorgde de Urkers in de oorlogsjaren en in de jaren daarna een goede boterham. De paling van Jelle Baarssen ging gerookt of alleen schoongemaakt naar andere vishandelaren rond het IJsselmeer. Al op jonge leeftijd moesten de jongens meehelpen bij het strippen en roken van de paling. Voor Piet Baarssen was middelbare school na de Wilhelminaschool geen optie, hij moest gewoon aan het werk bij vader Jelle. De meester had er bij zijn vader nog wel op aangedrongen om hem verder te laten leren, maar ook Piet zag het niet zitten om op een kantoor te belanden. Hij was het liefst sportleraar geworden, maar uiteindelijk bepaalde men thuis wel wat je ging worden.
Al op jonge leeftijd kreeg hij verkering met Joeks ten Napel. ,,Ik had catechisatie in 't Jeugd (nu Hoekstra Assurantie) en na afloop bleven we soms kijken bij de jongens die daar aan het biljarten waren. Op een keer kwam Piet achter me aan en vroeg of ik geen verkering met hem wilde hebben. Zo begon het uiteindelijk, hij net zestien en ik bijna veertien. Mijn moeder mocht het natuurlijk niet weten, want uiteindelijk ben je nog veel te jong. Pas toen ik zestien was mocht hij voor het eerst bij ons thuiskomen. Behoorlijk verlegen natuurlijk, want Piet was niet zo driest”, vertelt Joeks.
In de wintermaanden, als het kuilen op paling was verboden, was er geen werk

Afbeelding 2. Jelle Baarssen was in 1946 een van de oprichters van de Urker Vishandelaarsvereniging (UVV).




3. Wijk 6-16.
in de rokerij en viste Piet op het IJsselmeer op de UK 107 bij Lub Post (van Bonsien), de vader van zijn vriend Jan Post (1942). Ze visten in de winter met de netten op snoekbaars. Met andere vrienden, onder meer Sjoerd Pasterkamp, was het overdag vaak voetballen op de haven, want in de wintermaanden was er genoeg vrije tijd. In de zomermaanden werd er, als er maar even een vrij moment was, gevoetbald bij de bushalte met onder meer broer Fokke en Jacob Post die het bushokje als doel moest verdedigen.
Neef Jelle Baarssen (1948), zoon van Gerrit (Afbeelding 5,) is maar een paar jaar jonger dan zijn oom Piet en groei-
de samen met hem op. ,,Omdat wij ook een groot gezin hadden, sliep ik vaak bij mijn grootouders. Piet was voor mij als een oudere broer. Hij leerde me fietsen en later ook zwemmen in de haven. Achteraf was dit best gevaarlijk, want ik kon nog geen slag zwemmen. Piet gaf aan dat hij naast me bleef zwemmen en zo werd ik de haven in gedirigeerd. Het was vooral overleven, maar ik heb het gered”, zo blikt Jelle terug. ,,Oom Fokke was een echt zwemwonder. Die dook zo de haven in en dan zag je hem niet meer. Dan dachten sommigen al dat hij verdronken was, maar dan stond hij aan de overkant van de haven. Die kon heel goed zwemmen en ook nog een paar minuten onder water blijven.”
Voor Piet had Jelle ook grote bewondering. ,,Hij was echt een atleet. Ik weet nog dat hij bij de woning in Wijk 6 (tegenover Cretier) op zijn handen ging staan en me vroeg om zijn tas aan zijn benen te hangen. Op zijn handen liep hij toen zo de hoogte af naar de toenmalige pastorie in Wijk 7, die later het woonhuis werd van onze grootouders.”
Op latere leeftijd werkte Jelle vaak samen met Piet in de rokerij. ,,Piet reed dan op de motor van mijn vader en dan brachten we de ingewanden van de paling, wij noemen dat ‘grommen’, naar de vuilstortplaats waar nu het Hooiland/De Noord is. De ingewanden in een karretje met twee wielen, Piet op de motor en ik achterop. Ik moest dan de kar vasthouden. Dat ging een keer gigantisch mis ter hoogte van de boerderij van Barend Hakvoort op het Top. Door alle hobbels in de weg sloeg de kar uit mijn handen en die kwam uiteindelijk tot stilstand tegen de schuur bij Barend. Een erf lag bezaaid met ingewanden en we hebben aardig moeten scheppen om dat weer op te ruimen.”
Nieuw bedrijf
Begin jaren zestig moest de palingrokerij en -verwerking vertrekken bij de dorpsingang om plaats te maken voor nieuwe bebouwing. Alleen het verkooppunt bleef, waar Piets broer Teunis nog vele jaren doorging met visverkoop. Jelle Baarssen kocht een kavel aan de Industrierondweg, waar twee schuren werden neergezet. Er werd meteen ook

Afbeelding 4. De rokerij van Jelle Baarssen bij de dorpsingang. Rechts de cafetaria van Jacob Post. Aan de overkant was de enige bushalte van Urk.
een houtskeletwoning bijgezet die bedoeld was voor zoon Fokke, die hier als beoogd opvolger zou gaan wonen. Zoon Gerrit begon zelf met het verwerken en roken van paling aan de Klifweg, wat uiteindelijk uitgroeide tot Baarssen Visspecialiteiten.
Uiteindelijk werd de woning op de Industrierondweg betrokken door Piet en Joeks, omdat bleek dat Fokke het bedrijf niet over ging nemen. Zij trouwden op 2 juni 1965. (Afbeelding 6)
In de vis
Piet Baarssen groeide op met vis en werkte in 1964 al bij de UVAA, waar toen nog volop geëxperimenteerd werd. Ook Albert Romkes (Neerlandia-Urk) was


daar toen werkzaam. ,,De vis die op Urk werd aangevoerd werd hoofdzakelijk geëxporteerd, want de visconsumptie in eigen land stelde weinig voor. Gerrit Wakker (van Sijtje) was met zijn talenkennis in die beginperiode van grote waarde. De honderden tonnen tong die in die tijd werden aangevoerd, gingen allemaal naar het buitenland. De kleine sorteringen naar Frankrijk en Spanje en de grote sorteringen naar Zwitserland. Ook in Duitsland hield men van grote vis en daar ging rondvis, schol en tong naartoe. De vis ging in houten kisten van 20, 25, 30 of 40 kilogram. ‘s Zomers werden die voorzien van veel ijs en zo nodig ook nog van houtwol boven en onder voor de isolatie. Met vrachtwagens en per trein werd de vis vervoerd. Fileren kon men nog niet op Urk en er kwam dus al snel een Baader fileermachine. De filet zag er goed uit, maar het rendement was zo slecht dat deze al snel van de hand werd gedaan. Het fileren met de hand moest toen geleerd worden. Tjeerd Hoekstra leidde op de Visserijschool de eerste fileerders op. Het hele proces was toen nog handwerk. Er waren geen pallets, heftrucks, palletwagens of rollerbanen voor handen. De UVAA was de eerste die een heftruck aanschafte: een Yale met een hefvermogen van 1.200 kilo. Douwe Gnodde was de pionier die experimenteerde met het retailverpakkingen van 300 en 400 gram scholfilet. De scholfilet werd afgewogen en op een soort goot van aluminium gelegd. Plastic zakje er omheen, daarna in het doosje en dichtvouwen. Het vriezen was echter een probleem, want dat ging in die tijd nog op aluminium platen. Daarna moesten de doosjes losgeklopt worden en regelmatig sneuvelde hierbij de verpakking. Die beginperiode van de visverwerking heeft de UVAA aardig wat leergeld gekost”, aldus Albert Romkes.
Eerste bedrijven
In de jaren zestig waren er dus al een redelijk aantal vishandelaren op Urk. Niet iedereen beschikte over een eigen bedrijfsruimte om de gekochte vis te kunnen verwerken en verpakken. De UVAA en UVEC hadden elk een eigen verwerkingsruimte op de Klifkade. De anderen gebruikten de visafslag. Hoe-
wel de ruimte hier maar beperkt was, werd de gekochte vis hier afgewogen en omgeslagen in eigen kisten, klaar voor vervoer naar de klant of voor directe export.
Direct naast de visafslag werden in die jaren een aantal extra bedrijfsruimtes gebouwd voor de UVAA, UVEC (Urk Export), Gebroeders Prins uit IJmuiden en een ruimte als uitbreiding van de afslag, die op dat moment veel te klein was voor de steeds toenemende aanvoer van Noordzeevis.
IJsfabriek Van Veen bouwde een kleinschalig vrieshuis en op het nieuw in te richten industrieterrein, verrees in 1964 Bos Diepvries. (Afbeelding 7)
Polystyreen

Afbeelding 7. Nog maar een beperkt aantal visverwerkingsbedrijven op Urk. Alleen de schuren van de UVEC, UVAA, de bedrijfsgebouwen naast de visafslag en het grote bedrijf van Bos Diepvries op het nieuwe industrieterrein waren er toen.
In die periode kwam Albert Romkes in aanraking met Piet Baarssen die door de UVAA als zelfstandige werd ingehuurd voor het inpakken van tong. ,,Het was in de tijd dat Jan Floor directeur was en we leverden toen verse tong aan Europesca in Italië en die konden heel veel gebruiken. Wekelijks ging hier 20 tot 40 ton tong naartoe. Ingepakt in houten kistjes van 10 tot 15 kilogram waar de tong twee aan twee in gelegd werd, de witte kanten op elkaar. En het viel toen al op hoe snel Piet hier handigheid in kreeg en de inpakproductie wist te verhogen.” De zware houten kisten leenden zich niet echt voor vistransport. ,,We kregen de houten kisten aangeleverd door onder meer Wolters uit Enter en samen met Mans Wolters zijn we begonnen met de introductie van de tempex dozen. Polystyreen was een restproduct van aardolie en we konden dit voor een heel lage prijs invoeren vanuit Noorwegen. Het materiaal werd gebruikt als opvulling van de ruimen van cementschepen die tussen Noorwegen en Nederland voeren. We drongen er bij Wolters op aan om machines aan te schaffen om polystyreen verpakkingsmaterialen te maken. Vanuit Urk ondersteunden we hem financieel door een garantstelling en zo ontstond Wolters Kunststoffen. De UVAA zorgde op die manier voor de introductie van de tempexdoos in Nederland en Wolters produceerde deze in de begintijd voor de visindustrie voor de 10 en 15 kilogramverpakkingen. Wekelijks vertrokken er vijf tot zes wagons tong per trein naar Italië. Eerst via Kampen en Zwolle en later drie wagons via Amersfoort en vier via IJmuiden.”
De zware houten kisten leenden zich niet echt voor vistransport

Naast de handel in verse vis naar het buitenland, ontwikkelde ook de verwerking van vis op Urk zich. ,,Er was aanvoer genoeg, alleen een tekort aan fileerders. Bos Diepvries leidde de eigen mensen op en dit bedrijf richtte zich vooral op het fileren van de kleinere scholsorteringen, schol 3 en 4, voor de retailverpakkingen aan Unilever. Bij de UVAA fileerden we eigenlijk alleen maar grote schol. Het werken werd toen al verbeterd door de invoer van de spoelmachine en lopende banden”, vertelt Albert Romkes. ,,De schol werd opgeslagen in plastic containers met water met een inhoud van 400 kilogram. De UVAA had hiermee een semi-geautomatiseerde fileerderij in een wit betonnen gebouw op de haven.”
In 1972 nam Hein Kramer alle aandelen van de UVAA over en ging alleen verder. In oktober van dat jaar gingen de gebroeders Snoek van start met een
nieuw en voor die tijd hypermodern bedrijf. Het bedrijf bestond uit een grote hal voor aan- en afvoer, waar tevens de vis werd gespoeld en de bevroren filet werd verpakt. Daarnaast aan de ene kant een fileerruimte en een koelcel van 250 kubieke meter. Boven deze ruimten bevonden zich de kantoren, kantine, toiletten en een bergruimte, bereikbaar via een trap en een galerij. Aan de andere kant van de hal bevonden zich achter een elektrisch sluitende deur de voorvriesruimte (-40⁰C) van ongeveer 10 m3 en een bewaarruimte van -20⁰C van 2.100 m3. Zes compressoren zorgden voor de vereiste temperaturen. Het bedrijf telde zestig personeelsleden en hield zich bezig met de verwerking van schol, waarvan de filet met containers per schip naar Amerika werd vervoerd. ,,Het ging op een gegeven moment mis door de export naar Italië via agent Despuchis. De filet werd voor een lange
termijn tegen een vooraf vastgestelde prijs verkocht, maar het werd verliesgevend toen de scholprijzen stegen. Het bedrijf kon de aangegane leveringsverplichting niet nakomen en Hein Kramer nam uiteindelijk dit contract en ook het bedrijf over. Later werd dit dus het bedrijf van Piet Baarssen, die zich vanaf 1972 al bezighield met de productie. Wij, Albert Ras, broer Herman en ik, vestigden ons met Neerlandia in die tijd op het nieuw ontwikkelde bedrijventerrein Kamperhoek. Na Zeevisgroothandel Jan Post het tweede bedrijf op het nieuwe industrieterrein. Neerlandia hield zich in die periode alleen bezig met de handel in verse vis”, aldus Albert Romkes.
Tekort aan fileercapaciteit
Rein Bos was met zijn bedrijf een grote stimulans voor de visverwerking op Urk. Met name nadat de Nestlé groep een internationaal gezelschap naar Urk stuur-
de met de vraag of Bos scholfilet voor de markten van Italië, Frankrijk en België wilde produceren. Een verzoek waar Bos graag aan voldeed. Er was schol genoeg, maar te weinig fileerders. Maar voor Nestlé was dat geen probleem. Ze stuurden een fileerster uit Denemarken, die drie maanden zou blijven om de Urkers te leren fileren. Deze mevrouw Lundholm bleef uiteindelijk drie jaar voor Bos werken en leerde de Urkers hoe ze de schol moesten fileren.
Het fileren werd vooral gedaan door meisjes, die de eerste weken op weekloon stonden en daarna op prestatieloon. Door hard werken kon het loon dus flink worden opgevoerd, en daardoor kwam er ook echt schot in de zaak. De winst die het bedrijf maakte, werd voor het grootste deel meteen weer geïnvesteerd in de opbouw van de fileerderij. Het grote verschil met de andere bedrijven was dat Bos leverde aan een multinational die al een eigen afzetmarkt had en grote hoeveelheden kon gebruiken.
Het bleek een magneet te zijn voor jonge ondernemers die met een eigen bedrijfje vis gingen fileren voor Bos Diepvries. In het begin leverde dit veel nieuwe kopers op in de banken van de mijnzaal die allemaal op schol gingen drukken. Hier maakte Rein Bos snel een eind aan, en hij kocht zelf alle vis voor de toeleveranciers om prijsopdrijvende concurrentie te voorkomen.
In 1967 werden door Bos de woonschuren van buurman Ten Napel overgenomen. De schuren werden omgebouwd tot fileerhal, een grotere koelcel en kantine. Bos Diepvries had toen tachtig fileerplaatsen en had werk voor in totaal honderdvijftig personeelsleden. Er was vis genoeg en haast wekelijks draaide er vis door en ging als diervoeder weg. Steeds meer fileerderijen werden geopend, die weer trokken aan de ‘geschoolde’ mensen van Bos, maar de fileercapaciteit bleef achterlopen.
Nieuwkomer
In 1972 begon Piet Baarssen met het fileren in zijn schuurtje achter zijn woning aan de Industrierondweg 16 voor Rein Bos. (Afbeelding 8) Bouke de Vries

8.
was zijn eerste werknemer. In tegenstelling tot andere toeleveringsbedrijven, mocht Piet zelf wel altijd de vis inkopen op de visafslag. Het overgewicht en zo zuinig mogelijk fileren bezorgden hem op die manier al de eerste winst. Het aantal fileerders groeide snel. Een van hen was Johannes van Slooten die net van de mavo kwam: ,,We hadden daar allemaal goede fileerders zoals Riekelt Keuter, Jacob Hakvoort, Klaas Post (Toet), Fokke Vellinga, Jan Schinkel, Klaas Romkes (de Wormer), Piet Kramer (lange Piet) en Teunis en Fokke Snoek. Later kwam mijn broer Lub er nog bij, ongetwijfeld de snelste fileerder die Urk ooit heeft gehad. Piet zelf stond ook aan tafel met zijn onderhandse (Harlinger) slag”, herinnert Johannes zich. Piets zwager Marinus ten Napel zorgde voor het spoelen van de vis. ,,Dat ging in het begin nog in kuipen met water waar je met een houten blok aan een steel door de vis heen roste. Later kwam er een spoelmachine waar je nog met handkracht de kisten in moest storten”, aldus Marinus, die altijd bij Piet Baarssen is blijven werken. Hij was in die beginjaren nog jong en sterk, maar verdraaide desondanks zijn rug toen hij zich ‘vertilde’ aan een kist die grotendeels gevuld was met ijs met daar bovenop wat scholletjes. ,,De kist was dus veel lichter dna ik dacht en ik kon daarna niks meer, maar de volgende dag werd ik strak in-
gewikkeld in een sluitlaken dat ze ook gebruikten voor kraamvrouwen. Zo was ik toch nog in staat om naar het werk te gaan.”
Het was in die tijd allemaal nog behelpen. De vis werd vanaf de visafslag vervoerd in een open kar achter de personenauto van Piet.
,,We hadden al wel een soort fileertafel met kunststof bordjes, alleen Teun Wakker fileerde op een houten plank. We hadden ook een koelcelletje, maar koeling in de verwerkingsruimte was er niet. Koud was het er wel in de wintermaanden. Je moest in de vorstperiode eerst de waterleidingen ontdooien voordat je kon beginnen. En dan had je voortdurend koude handen. Dat was afzien”, vertelt Johannes van Slooten. ,,Dat schuurtje, dat vooral uit asbest bestond, stelde dus niet zoveel voor. Een wandje met daarachter wat bankstellen deed dienst als kantine. Joeks zette altijd onze koffie in een grote nikkelen pot. Als je ’s morgens begon moest je eerst de ratten verjagen, en dat waren monsters die je gewoon recht aan bleven kijken. Als je de heftruck startte dan sprongen er eerst een paar ratten uit. Op een gegeven moment was Piet er zo mee aan dat hij een beloning gaf van 10 gulden per dode rat. Fokke Snoek en Fokke Vellinga hadden zo een leuke bijverdienste.”
In die tijd werd alles aangepakt. ,,In de
slappe fileertijd maakten we paling schoon, en daarmee kregen we ook Evert van Veen over de vloer, die later in vaste dienst kwam. We fileerden ook tong en Fokke, de broer van Piet, trok het vel van die grote tongen nog gewoon met de hand. Daar moest je wel kracht voor hebben. Later kregen we hier van die tafelmodel vellentrekkers voor”, vertelt Johannes van Slooten. Hij herinnert het zich als een mooie tijd met veel gezelligheid. ,,In de pauze werd er gekegeld. Iedereen had een straatklinker en dan moest je elkaars kegel omschieten. Dat voetballen kostte me iedere week een paar laarzen”, lacht Johannes.
Het verwerken van vis ontwikkelde zich in die periode. ,,Er kwam een kantelaar die de containers met vis in de spoelmachine kon kantelen. Hierdoor kon de vis ook in containers met water en ijs worden bewaard. Dit maakte de vis ook zachter, waardoor deze beter te fileren was. Voor de viskisten van veertig kilo kwamen de bakken van twintig kilo, en dat maakte het werken al een stukje lichter. Het vellentrekken van de zwarte kant gebeurde allemaal met de hand, maar Piet experimenteerde toen al met het vooraf huidloos maken van de grote schol op de tongvellentrekker”, vertelt Marinus.
Goed verdienen
Piet verdiende in die tijd goed, ook omdat hij steeds hamerde op het rendement. Snel, goed en zuinig fileren was het motto. Zijn koopmansgeest zorgde er ook voor dat Johannes de Boer in 1973 werd gevraagd om in de avonduren de boekhouding te doen. ,,Tot die tijd rekende ik de lonen voor Piet uit als werknemer van Leystra, maar hij had al snel door dat hij dit beter in de avonduren kon laten doen, dan steeds die hoge rekeningen van het accountantskantoor te betalen. Ik deed dit eerst op vrijdagavond, maar de fileerders waren gewend om op vrijdag het loonzakje te krijgen dus ik ging de lonen op donderdagavond uitrekenen. De fileerders hadden hier een toploon, ook omdat Piet een deel over de bank deed en een deel, de oversnijkilo’s, contant in het loonzakje. Als bedrijf kon je daar dan achteraf alsnog loonbelasting over be-

talen, maar de fileerder hield zo veel meer over”, aldus Johannes de Boer. Johannes van Slooten kan hier over meepraten. ,,Ik had wekelijks 512 gulden over de bank en ongeveer 400 gulden in het loonzakje. Je zat hiermee als fileerder dik boven het modaal inkomen. Als ik het loonzakje bij Piet thuis ophaalde kreeg ik er ook altijd een advocaatrondo bij. Die had ik daarvoor nog nooit gehad.”
Bij Piet Baarssen werd altijd acht uur per dag gewerkt, dus het was niet zo dat je na je part naar huis kon. ,,Dit uitgangspunt heeft Piet ook nooit losgelaten. Ook omdat de vaste dienst acht uur draaide en het was het meest efficiënt als de productie in die uren ook volop draaide. Als het mooi weer was gingen we in de begintijd ’s middags weleens naar het strand, maar daarna gingen we gewoon verder met fileren”, aldus Johannes van Slooten. ,,De woning van Piet deed lang dienst als kantoor en toiletruimte. In 1974 werd er een provisorisch kantoortje gerealiseerd in de fileerschuur, waar Piet meteen een gigantisch groot bureau in plaatste, zodat je je daar niet meer kon verroeren. Jan Baarssen deed de inkoop van de vis en schreef in die tijd de facturen voor bedrijven waarvoor gewerkt was.”
UVAA
Piet Baarssen was een toeleveringsbedrijf en fileerde tong en schol voor anderen. Door de groei van het personeel was het schuurtje veel te klein geworden. In 1978 ging Piet Baarssen een samenwerking aan met Hein Kramer (Ichthus - Eiland Urk). Tegen een laag bedrag kon Piet het voormalige pand huren van de UVAA aan de Ambachtsweg. (Afbeelding 9)
Het bedrijf aan de Ambachtsweg was in september 1972 geopend door de gebroeders Snoek als fileer- en vriesbedrijf waar vooral schol werd verwerkt. Destijds was het naast Bos Diepvries het tweede grote visverwerkingsbedrijf op Urk. De Snoekies, zoals ze in de volksmond worden genoemd, waren vooruitstrevend want ze exporteerden een deel van de scholfilet in containers per schip naar Amerika.
Toen het echter al na een paar jaar misgaat, werd het bedrijf overgenomen door de UVAA. De Urker aanvoerders, die aandeelhouder waren, wilden zo de verwerking van schol in stand houden. Hein Kramer kreeg toen de leiding over het bedrijf. Bos Diepvries, met honderdvijftig werknemers, en de UVAA, met honderd werknemers, waren in de jaren zeventig de grootste werkgevers op Urk. De UVAA deed veel vershandel naar
Frankrijk en Italië en wat kleine hoeveelheden gevroren vis. Op advies van de bank kocht Hein Kramer het pand met zijn visserijbedrijf Ichthus, dat een aantal goeddraaiende vissersschepen had, waardoor de UVAA wat meer geld om handen kreeg. Door mismanagement en faillissementen van grote klanten in Parijs ging het echter in 1978 alsnog mis. Er werd nog een laatste poging gedaan om aan geld te komen via een lening bij het Ministerie van Economische Zaken, maar dit mislukte. Er kwamen toen opeens vierenzeventig mensen op straat te staan en dat was voor Urk een massa-ontslag. Gelukkig kon Bos Diepvries nog mensen gebruiken en ook het vleesverwerkende bedrijf ROBU kon vijfentwintig mensen aannemen. Volgens de verklaring van directeur Hein Kramer in Het Urkerland was de belangrijkste oorzaak voor het faillissement dat de vis door de quotering duurder was geworden en ze door contractuele verplichtingen verliezen leden. Met Marijke Buter voor de verkoop en Evert Hakvoort voor de inkoop, maakte Hein Kramer een doorstart als handelsbedrijf. Piet Baarssen werd productiebedrijf en verpakte de vis voor hem en voor de maandag en vrijdag had Hein
nog een klein aantal oproepkrachten die meehielpen bij het inpakken. Deze constructie was contractueel aan de huurovereenkomst van het pand verbonden. De vennootschap onder firma werd toen omgezet in P. Baarssen BV. Het kantoor hield Hein Kramer voor eigen gebruik. Het vriesgedeelte was toen al niet meer in gebruik en er restten nog wat gammele rekken met stalen platen waar de vis eerder op gevroren werd.
Grote ruimte
Piet maakte in het begin alleen gebruik van de fileerhal en de kantine. De verwerkingsruimte was hier vele malen groter en het aantal fileerders kon daardoor ook flink uitbreiden. (Afbeelding 10) In die periode werden ook Evert van Veen als chef en Jan Koster als technische man aangenomen. Evert had de leiding in de het bedrijf en deed ook personeelszaken. ,,Piet hield niet zo van de confrontatie, dus dan liet hij dat over aan Evert. Die ging juist de confrontatie graag aan. Dan waren er wel mensen die zich ziekmeldden vlak voor de vakantie, en dan ging Evert op onderzoek uit. En als hij ze dan bijvoorbeeld met een zware buitenboordmotor zag sjouwen, dan was de boot aan”, vertelt Joeks.
,,We hadden daar in totaal vijfendertig fileerders staan, met daarnaast nog de inpakkers van de verse vis voor Ichthus, dat later Eiland Urk werd”, vertelt Johannes van Slooten. Urk telde toen niet meer dan een handvol bedrijven die zich bezighielden met de export. De meeste vis die vanaf Urk werd geëxporteerd ging vers de deur uit. Bij Bos Diepvries werd de scholfilet wel gevroren, maar die werkten toen volledig in opdracht van Nestlé voor de Italiaanse, Franse en Belgische markt.
Hein Kramer deed met zijn bedrijf, naast de verse handel, ook wel wat in diepvries. De vis werd gevroren bij Van Veen. Ook daar op aluminium platen, waarna de vastgevroren vis weer losgeklopt moest worden. Pas later kwamen de eerste tunnelvriezers, maar het hele vriesproces van vis stond nog in de kinderschoenen. De meeste vis werd door Van Veen gevroren, maar bedrijven als Van der Lee lieten toen ook wel wat vis vriezen bij Van der Groep in Spakenburg. Toen nog totaal onwetend van glaceerpercentages, waardoor het nogal eens misging of de vriesbedrijven de meeste winst opstreken.
Met Ichthus dreigde het in 1980 echter weer mis te gaan en Hein riep toen de



hulp in van zijn neef Klaas Post om de verkoop op zich te nemen. ,,Wij zaten toen voor ontwikkelingswerk met het gezin in Loas, waar oudste dochter Janna ook is geboren. Je kon daar toen nog niet bellen maar Hein zag kans om toch telefonisch verbinding met het enige postkantoor in Laos te krijgen. Hij wist me toen over te halen om naar Nederland te komen”, vertelt Klaas Post.
Vriesinstallatie
Zijn ondernemergeest en innovatietalent toonde Piet Baarssen toen hij in 1982 besloot om zelf een vriesinstallatie te plaatsen in het gehuurde bedrijf. ,,De berekening van accountantskantoor Leystra gaf aan dat zo’n investering rendabel zou kunnen zijn en Piet zag het helemaal zitten. De gebroeders Post kregen de opdracht voor de verbouw en die waren al volop aan het slopen terwijl de Amrobank nog geen akkoord had gegeven op de financiering. Ik kneep hem wel even en was enorm opgelucht toen bankdirecteur Nicolai uiteindelijk de knik gaf. Het ging toen om een investering van 1.250.000 gulden, en het werd uiteindelijk zelfs nog 1.750.000 gulden. En dat in een gehuurd pand, dus het gaf wel aan hoeveel vertrouwen de bank had in Piet Baarssen. In augustus 1982 werd de vriesinstallatie van Zephyr in bedrijf genomen. Een hypermoderne tunnelvriezer, waarbij de vis op de band werd gelegd en door een tunnel met koude lucht werd gevoerd. Nieuw was dat de vis twee keer door een waterbad ging, waardoor het glaceringspercentage heel wat verder kon worden opgevoerd dan de tien procent die tot dan haalbaar was. Binnen enkele maanden werden
al percentages gehaald van meer dan twintig procent. Nieuw was ook dat de vis na het vriezen meteen kon worden verpakt. Het product zag er hierdoor ook veel mooier uit”, vertelt boekhouder Johannes de Boer, die in 1981 in vaste dienst kwam als boekhouder. ,,Piet had toen Jo Hennink in dienst voor de administratie en in de avonduren hielp ik hem nog. Toen Jo Hennink in militaire dienst moest, ben ik volledig in dienst gekomen en verhuisde het kantoor ook naar het pand aan de Ambachtsweg. Ik kreeg toen van Piet mijn eerste calculator die tweeduizend gulden kostte. Zo’n groot onhandig ding, maar ik heb daar aardig wat berekeningen mee uitgevoerd.’’ (Afbeeldingen 11 a en b) Piet zag volop mogelijkheden voor zijn nieuwe product en zag de omzet van zijn eigen handel fors groeien. Ook omdat Piet Baarssen een betere kwaliteit had en met zijn hogere glaceerpercentage tegen een lagere prijs kon aanbieden. De percentage zorgde er bovendien voor dat de vis langer houdbaar was. Volgens Klaas Post nam Piet een groot risico. ,,De vriesinstallatie was aard- en nagelvast verbonden met het pand en Piet zou dus de hele investering kwijt zijn als het verkeerd zou gaan met Eiland Urk of als hij een meningsverschil met oom Hein zou krijgen en dat was
zeker niet ondenkbaar. Piet had er echter vertrouwen in dat zijn werkwijze zou slagen. Hij liet de nieuwste bandvriezer plaatsen, dacht mee in verbeteringen en was de eerste die de gevroren vis in één handeling twee keer glaceerde en daarna ook meteen inpakte. Tot die tijd werd de vis eerst één keer geglaceerd en in boxpallets laten lopen, opgeslagen om weer wat kouder te worden en daarna losgeklopt. Soms nog een keer geglaceerd en daarna verpakt. Om een strakke glacering te houden was tot die tijd een percentage van 10% water het maximale.”
Bij Eiland Urk waren ze dan ook heel verbaasd toen ze opeens een boze klant uit Zweden aan de lijn hadden die beweerde dat er 23% water omheen zat. ,,Het klonk mij als ‘onmogelijk’ in de oren, en vroeg Piet hoe dat zat. Hij deed er niet geheimzinnig over en we lieten wat bevroren vis ontdooien. Er bleek zelfs 25% water omheen te zitten. Hiermee was het voor mij duidelijk waarom Piet de vis onder de prijs van de concurrentie kon leveren. Hij adviseerde om de claim van de klant netjes af te handelen, en verder te profiteren van de mogelijkheid die deze hogere glacering bood. In rap tempo groeide de export en we deden al snel 2.000 tot 3.000 ton vis op Italië. Andere visverwerkingsbedrijven,
Andere visbedrijven deden spionagepogingen om te kijken waarom Baarssen zo goedkoop kon leveren
Het maximale uit mensen halen
Volgens Klaas Post was Piet een man die op een goede manier het maximale uit mensen kon halen. ,, Als het bij mij als verkoper een keer wat minder ging en de klanten aangaven dat de markt dood was, en ik dus die week weinig tong door Piet liet inpakken, wees hij mij er toch wel even fijntjes op dat er geen kilo tong in de afslag was blijven staan. Kortom, hij motiveerde mij om nog beter mijn best te doen omdat anderen die tong dus blijkbaar wel aan de man hadden weten te brengen. Daar was hij een meester in. Zo haalde hij ook het uiterste uit zijn eigen mensen. Hij had bijvoorbeeld twee goede tongfileerders, en als hij van mening was dat het wel sneller kon, dan ging hij er even een uurtje naast staan fileren en hij was dan ook behoorlijk sneller. Dat het vaak sneller kon had hij zelf ervaren met haring schoonmaken. Op Urk was Piet de snelste met bijvoorbeeld 80 haringen per uur, maar hij hoorde toen dat op het Nederlands kampioenschap iemand per uur 160 haringen schoonmaakte. Dat leek hem onmogelijk en Piet besloot om bij de man op bezoek te gaan. Daar bleek dat de winnaar werkte op het ritme van een metronoom, die gebruikt wordt bij het pianospelen. Piet wist daarna zijn aantal schoongemaakte haringen op te voeren tot 135 per uur. Het overtuigde hem in zijn idee dat het altijd beter en sneller kon. En dat was in de tijd van het handfileren van groot belang. Altijd maar weer die grenzen verleggen en mensen prikkelen. En als het ging om opleggen of inpakken dan verzon Piet desnoods een klacht van een klant om zijn mensen weer even op scherp te zetten.”





onder andere Piets grote voetbalvriend
Jo Schrijver, deden vele spionagepogingen om te achterhalen hoe Baarssen zo goedkoop kon leveren.”
Piet Baarssen gaf daarmee de aanzet tot de ontwikkeling van Urk als centrum van diepvrieshandel in platvis.
Exporteur
Piet Baarssen begon in 1979 al voorzichtig met eigen handel. Er ging wat vis naar Duitsland en Israël en zo kwamen de eerste pallets met diepvriesvis in die enorme opslagcellen te staan. De vis
werd toen nog gevroren bij Van Veen. De export werd pas serieus in 1984. Volgens zoon Jelle Baarssen (1967), die toen al bij zijn vader werkte, was het ook noodzaak om zelf te gaan handelen. ,,Mijn vader wilde dit eigenlijk helemaal niet, maar Baarssen produceerde meer dan Eiland Urk afnam, ook omdat die intussen ook bij anderen vis inkochten. Er dreigden dus voorraden te komen en het was kapitaalvernietiging als dit niet verkocht werd”, aldus Jelle.
Een belangrijk aandeel in de eigen export van Piet Baarssen had Jan de
Munnik (1956). Hij was in 1984 de eerste verkoper die bij zijn oom Piet, de jongste broer van zijn moeder, in dienst kwam. Net als bij Gerrit van Sijtje was ook hier de talenkennis van Jan in eerste instantie het meest van belang. Jan was toen pas weer terug in Nederland na een aantal jaren in Canada te hebben gewoond. ,,Net getrouwd emigreerde ik in 1979 met mijn vrouw en ouders naar Canada. Ik had mijn onderwijzersakte en ging daar ook lesgeven. Eerst op een basisschool en later op het voortgezet onderwijs. Mijn moeder had het echter al snel gezien in Canada en keerde weer terug naar Urk. Mijn vader had het hier juist heel erg naar zijn zin en genoot op de boerderij. Toen ons tweede kind werd geboren besloten we ook om weer terug te gaan naar Nederland. Samen met mijn vader namen we de viszaak in Sneek over van oom Jan Baarssen”, vertelt Jan de Munnik. Toen Piet Baarssen besloot om zelf in de handel te gaan gaf Jan hem Engelse les. Jan: ,,Piet kon geweldig rekenen, maar hij had geen talenknobbel en uiteindelijk haalde hij mij over om voor hem te gaan verkopen. Het was voor mij helemaal nieuw en ook een hele ontdekkingstocht. Ik begon op de hoek van een bureau. Gewoon proberen om wat vis te verkopen. Eerst in Nederland, daarna Italië. Ik begon met wat restaurants in Nederland. Voor het buitenland kon je toen wat informatie halen uit het Holland Trade System en dan was het maar wat faxen sturen of ze belangstelling hadden. En het moest allemaal wat omzichtig, want Hein mocht het niet weten. Piet huurde immers het bedrijfspand van Hein en die zou het zeker niet leuk vinden als Piet met hetzelfde product de markt op zou gaan. Maar uiteindelijk viel dit best mee. Verkoper Klaas Post van Eiland Urk was juist heel behulpzaam om mij te leren hoe het allemaal in zijn werk ging. Hij ging ook persoonlijk met me mee toen ik het eerste contact ging leggen met een agent in Italië. Zo zette Piet Baarssen BV de eerste stapjes in de export van gevroren vis. Het ging met vallen en opstaan, en er werden ook wel de nodige foutjes gemaakt. Piet deed daar nooit moeilijk over en zag het als een leerproces. Piet zei altijd: verkopen jullie nou maar, ik
zorg wel dat we een goed product leveren waar we geld aan verdienen. Hij was echt de man van de productie, en hij beheerste het hele proces tot in de finesses.”
Johannes de Boer: ,,Via Art van Pinxteren kwamen we in contact met een Nederlander in Boston, en ging de eerste scholfilet naar Amerika voor Connors Brothers (Bros.). Het bleek het begin te zijn van een goede handel, die zich nog vele jaren voortzette en steeds verder uitbreidde.”
Piet haalde alles uit de vriezer en begon ook met gepaneerde vis. Jelle Baarssen: ,,Klaas Dobbinga, was degene die gepaneerde vis in de Duitse markt zette met zijn verkoopkantoor Perfecto. Baarssen leverde en hij verkocht. Paneren ging via een stikstofvriezer. Beneden werd gevroren, dan via de lift naar boven en daar op band naar battermachine en vervolgens op de paneerlijn, en dan werd ook die laag gevroren. Mijn vader gaf aan hoe hij het wilde hebben en de technische mannen Jan Koster en Hans Kortenbach zorgden dat het werkte.”
Johannes van Slooten: ,,Het was volop pionieren met nieuwe producten en ook met de paneerlijn. Het vroeg van de werknemers ook het nodige, want het was behoorlijk kou lijden bij de oplegband van de vrieslijn en de machines veroorzaakten meer geluid dan goed voor je was. Technische man Jan Koster draaide overuren maar het leverde wel nieuwe inzichten op.”
Professionalisering
De groei zat er goed in en Piet Baarssen was niet meer het knusse fileerbedrijfje achter het huis. Er werden nu andere eisen gesteld aan hygiëne en dat was een hele cultuuromslag. Johannes van Slooten weet nog dat er een delegatie van Unilever over de vloer kwam om tong af te nemen. ,,We werden in een witte jas gehesen met een witte hoed op en stonden daar een beetje opgedirkt tong te fileren. Dit terwijl vijf meter verder de scholfileerders in een daagse kleren stonden te fileren met een shag in de mond en een bakje koffie erbij. Daar had je toen helemaal nog geen erg in.”
De nieuwe vriesinstallatie zorgde niet

alleen dat het bij P. Baarssen BV goed ging. Na vier jaar was Eiland Urk een gezond en bloeiend bedrijf en waren alle gedupeerden van de failliet gegane UVAA terugbetaald. ,,Ik had het gevoel dat mijn taak erop zat en besloot om een aantal maanden onbetaald verlof te nemen en even heel wat anders te gaan doen”, geeft Klaas Post aan. Met vrouw en kinderen betrok hij een huisje in Engeland, waar hij zich had aangemeld voor een cursus ‘Fisheries management in third world countries’ op de Universiteit van Hull. Aan het Britse avontuur kwam een paar maanden later weer snel een einde toen oom Hein en Piet Baarssen daar naartoe vlogen met de tekeningen voor een nieuwe fabriek aan het Inschot. Eiland Urk nam de inventaris van Baarssen over in de fabriek aan de Ambachtsweg. Kortom, Klaas Post was nodig op Urk en hij liet zich door de plannen overtuigen om weer terug te gaan.
Exclusiviteit
Via agenten deed Baarssen steeds meer in Italië en de productie kon behoorlijk worden opgevoerd met de bouw van een nieuw bedrijf aan het Inschot dat gebouwd werd door Jan de Wit, de zwager van Piet. In 1986 verhuisde P. Baarssen BV naar het Inschot. Evert van Veen wilde de brug niet over en Johannes van Slooten werd de nieuwe bedrijfsleider. De nieuwe verwerkingsfabriek aan het Inschot betekende voor Piet Baarssen niet dat er op de oude voet verder gewerkt werd in een grotere ruimte. Nee, alle opgedane ervaringen werden gebruikt om de processen te versnellen.
Jan de Munnik: ,,Hier kon je zien dat Piet heel goed nadacht over het productieproces. Niet alleen de hele logistiek werd enorm verbeterd, maar er werden ook grote stappen gezet op het gebied van de hygiëne en kwaliteitsbehoud. Tot die tijd kon het nog wel gebeuren dat je met wat klanten door de zaak liep en Evert van Veen (de Koes) er net met twee bakjes filet aan kwam lopen met een peukje bungelend aan zijn onderlip. Dat werd nu door nieuwe protocollen uitgesloten.”
Het nieuwe pand werd gebouwd om de concurrentiepositie te verbeteren door goedkoper te produceren en een hogere kwaliteit te leveren. ‘Hij was misschien wel de enige die industrieel dacht’, zo staat te lezen in het jubileumboek van de Vereniging van Visgroothandelaren (Urk, 2015).
Het pand had twee verdiepingen, en op de begane grond werd de gekochte vis in grote bakken gestort. Met behulp van water werd de vis door het bedrijf getransporteerd. ,,Dit geheel nieuwe transvaksysteem kreeg vanuit het ministerie nog een innovatiesubsidie van 1 miljoen gulden”, vertelt Johannes de Boer. (Afbeelding 12) ,,Van oudsher werd de vis in de afslagen op grootte gesorteerd, maar dit gaf te veel verschil in de uiteindelijke gramsgewichten van de filet. Er waren klanten die alleen filet van een bepaald gramsgewicht wilden. Vanuit de kippenindustrie werd een AWETA-sorteersysteem geïntroduceerd om de vis van tevoren op gewicht te sorteren, waarna deze in grote bakken in de koelcel werd opgeslagen. Van daaruit werd de schol








Het logistieke proces in het bedrijf van Baarssen aan het Inschot. De vis wordt vanuit de kisten in de bak met water gestort en naar de sorteerinstallatie gepompt. Elke schol wordt gewogen en in bakken gesorteerd. De schol wordt gefileerd en vervolgens gevroren en verpakt.
naar de fileerafdeling op de eerste verdieping gepompt. Zo werd vooraf aan het fileren al toegewerkt naar een eindproduct met een bepaald gewicht. Na het vriezen en eventueel paneren vond het navriezen plaats en dan was er nog de eindsortering. Voor het sorteren van de schol werd eerst gebruik gemaakt van haken, net als bij de kippen, maar dit werkte niet. Uiteindelijk werden het bakjes waar de vis op geschoven kon worden en op die manier konden er 14.000 vissen per uur gesorteerd worden. Het visafval werd door het systeem verpompt naar het naastgelegen bedrijf om hier te worden verwerkt. Het grote nadeel van dit systeem was echter de eiwitvorming, waardoor er grote schuimlagen op het water kwamen. Toen er betaald werd voor de waterzuivering op basis van vervuilingseenheden, ging dit aardig in de papieren lopen. Ook bij de controle voor de hygiëne was het weleens kritiek, maar dan hadden we een chemisch middeltje waarvan maar een scheutje in het water nodig was om de schuimlaag als sneeuw voor de zon te doen verdwijnen”, blikt Johannes van Slooten terug. (Afbeelding 13)
Financiële situatie
Bij de bouw van de nieuwe fabriek eiste de bank om de risico’s meer te spreiden. Er vond een juridische naamswijziging plaats en het werd nu Baarssen Beheer BV en Zeevisgroothandel Im- & Export P. Baarssen BV. ,,Onze grootste klant was Eiland Urk en die hadden vaak een bedrag openstaan van twee miljoen gulden. Dit kwam ook omdat de Italianen hen slecht betaalden, krediettermijnen van 3 tot 4 maanden waren gebruikelijk. Het werd uiteindelijk wel betaald, maar de bank vond dit toch een te groot riscico. Het werd dus zaak om zelf klanten te zoeken. Dat het Italiaanse PanaPesca bij ons aanklopte voelde daarom als een geschenk uit de hemel. De groep Italiaanse handelaren wilden na een rondleiding in het nieuwe bedrijf graag met ons in zee gaan. Een deal waarbij Baarssen het exclusieve recht had op levering en PanaPesca op handel in vis van Baarssen. En het grote voordeel was dat we een hele korte betalingstermijn overeenkwamen met een korting van 1% als ze binnen twee weken betaal-

den. We hoefden daardoor veel minder financiering aan te vragen”, vertelt Johannes van de Boer. Ook Jan de Munnik benadrukt dat de deal met Vito Panati van PanaPesca
Een enorme impuls voor de export naar Italië betekende. (Afbeelding 14a en b) ,,Vito Panati had ons product gezien in Italië en hij was een beetje de godfather die in het zuiden van Italië een grote

Afbeelding 14a en b: Piet Baarssen en Jan de Munnik in Italië tijdens een zakendiner met een afvaardiging van PanaPesca. Staand Vito Panati en in grijs pak tweede man Sante De Leo.

HM Koningin Beatrix bezoekt Baarssen BV





Op 14 juni 1988 bracht HM Koningin Beatrix een werkbezoek aan de provincie Flevoland. Ze werd ontvangen door burgemeester Buijs en met de hofauto vertrokken ze naar het nieuwe visverwerkingsbedrijf van P. Baarssen BV aan het Inschot. Piet toonde zich zeer vereerd met dit koninklijk bezoek en de werknemers waren voorzien van oranje petjes bij deze gelegenheid.
groep vishandelaren om zich heen had gevormd. Met een privévliegtuig vlogen ze naar Lelystad en daar haalden wij ze op. Panati wilde wel zakendoen, maar vroeg wel exclusiviteit. Wij leverden alleen aan hem en hij zou niet bij anderen bestellen. We gingen die deal aan. Niks op papier, maar gewoon mondeling. Een gentlemen’s agreement”, blikt De Munnik terug.
Jan de Munnik hield zich vooral bezig met de export op Italië en later kwam daar ook Spanje bij. ,,De scholfilet was populair in Italië omdat het vanwege zijn neutrale smaak goed verwerkt kon worden in de maaltijden die verplicht op de scholen moesten worden verstrekt aan de kinderen. Het ging allemaal in bulkverpakkingen van 10 kilo die kant op.”
Nieuwe productiecapaciteit
Piet Baarssen keek verder dan de dorpsgrenzen en zag eind jaren tachtig mogelijkheden in Polen waar het ‘ijzeren gordijn’ nog niet was gevallen. Zoon Jelle Baarssen: ,,Daar had je goedkope arbeidskrachten en Heiploeg liet daar al garnalen pellen. Mijn vader nam contact op met Heiploeg of we geen deal konden maken voor terugvracht. De garnalen gingen dan naar Polen en er kon dan filet in de vrachtwagen terug. Samen met mijn neven Harry, Johan en Jelle kregen we de opdracht om bij een benzinepomp bij een Duitse stad op de vrachtwagen van Heiploeg te wachten. Maar nergens een vrachtwagen te zien. We dachten dat de wagen misschien al gepasseerd was en kochten een wegenkaart bij de benzinepomp. We vlogen met 180 tot 200 kilometer per uur over de betonplaten naar een Poolse grensplaats en wonder boven wonder zagen we daar de vrachtwagen van Heiploeg die net de grens over zou gaan. Neef Harrie wist hem nog net tot stoppen te dwingen en samen bereikten we het plaatsje Miroslawiec waar de pelfabriek was. Een staatsbedrijf in een megagroot pand, waar makkelijk een fileerbedrijf kon worden ingericht. Fileertafels, spoelmachines en vellentrekkers werden uit Nederland overgebracht en Jan Koster moest het allemaal technisch werkbaar maken. Lastig, want er was
Een gevoelsmens
Piet en Joeks hebben samen vier kinderen gekregen: Jelle, Jan, Yvonne en Philip. Alle vier zijn ze van jongs af aan in het bedrijf van hun vader gekomen. Jelle, Jan en Philip waren actief in het productieproces en Yvonne hield zich vooral bezig met de retail.
Bij Baarssen was sprake van een familiaire sfeer. Bovendien was ook een van de eerste bedrijven die een arbeidsovereenkomst sloot met de werknemers. Hierin waren arbeidsvoorwaarden opgenomen over onder meer verlof, overwerktoeslagen, uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid en overlijden, pensioenfonds, spaarloonregeling, studiekostenregeling en een fietsplan. Volgens Joeks nam Piet soms wel mensen aan die hij eigenlijk niet nodig had, alleen om ze te helpen.

De kinderen van Piet en Joeks waren later werkzaam in het bedrijf van hun vader. V.l.n.r. Yvonne, Jan, Philip en Jelle.
Klaas Post: ,,Ik heb altijd goed met Piet op kunnen schieten en merkte dat hij goed voor zijn mensen was. Er zijn niet veel bedrijven geweest waar zoveel mensen van jongs af aan zijn gebleven. En hij was ook goed voor zijn familie, en niet in het minste voor zijn broers. Als het even kon liet hij hen meeprofiteren. Vooral voor zijn toch wel bijzondere broer Fokke-Isa heeft hij veel betaald. Velen deelden in het succes van Baarssen.”
Joeks noemt haar man Piet een echt gevoelsmens. ,,Heel muzikaal ook. Van huis uit kon hij al orgelspelen, maar als je hem een accordeon of mondharmonica gaf dan speelde hij daar ook gewoon op.”

Piet en Joeks Baarssen samen met een aantal jubilerende werknemers die na een langdurig dienstverband in het zonnetje werden gezet.
Dankzij het ondernemerschap van Piet had de familie Baarssen het goed. ,,In de beginperiode, toen hij voor Rein Bos fileerde, verdiende hij al 70.000 gulden per jaar. Dat was toen een vermogen. Maar Piet hing niet aan het geld. Hij gaf het ook makkelijk weer uit en overal vond je stapeltjes met geld. Je kon geen broekzak leeghalen of er zat geld in. Hij wist dat niet eens, maar heel zuinig was hij juist op zijn briefjes die je ook overal vond. Briefjes met berekeningen, die mocht ik nooit weggooien”, aldus Joeks.
Levensgenieter

Piet en Joeks konden ook goed van het leven genieten. De vrije tijd doorbrengen met goede vrienden. Met Meindert en Jet de Boer, Tiemen en Marianne Hakvoort en Fokke en Jetty Hoekstra zijn heel wat gezellige uren doorgebracht. In 1971 gingen Piet en Joeks voor het eerst op vakantie naar het buitenland, naar Torremolinos, met Meindert en Jet. Er zouden nog veel vakanties volgen. ,,Piet was altijd druk met zijn werk, maar hij maakte wel altijd tijd vrij voor zijn gezin. En vaak ging er altijd een grote ploeg mee. Het was ook ontspanning. Ik weet nog wel dat hij in de jaren tachtig volop bezig was om die vriesinstallatie goed te krijgen, maar het wou maar niet lukken. Toen hij thuiskwam zei hij: Joeks, we gaan samen een week naar Griekenland, anders word ik gek. Vakantie was ook even alle problemen vergeten. Eerst waren er de zomervakanties, maar al snel was ook de wintersport een jaarlijks gebeuren. Eerst Oostenrijk en later hadden we onze vaste adressen in Zwitserland. We huurden hier vaak hetzelfde huis en kregen een goede band met die mensen. En ook op wintersport gingen we altijd met een grote ploeg”, vertelt Joeks. Meindert en Jet gingen ook vaak mee. ,,Als je Piet als vriend had, dan moest je wel tegen een geintje kunnen, want hij was altijd bezig om mensen op te draaien. Een soort spottende humor. De draak met elkaar steken, maar hij kon zelf ook wel wat hebben. Wat dat betreft waren we aan elkaar gewaagd”, vertelt Meindert. ‘Opdraaien’ was ook iets waar de Baarssens veel plezier aan beleefden. ,,Urkers hebben vaak al snel wel door of iets
serieus is of niet, omdat ze daarmee zijn opgegroeid, maar ‘vreemden’ werd soms van alles wijsgemaakt. Ik heb Piet regelmatig vooraf gewaarschuwd om zich in te houden als we weer eens kennismaakten met nieuwe mensen. Vaak waren dit klanten, en Piet had bij nieuwe contacten al snel het ijs gebroken en ging er informeel mee om. Hij was een man die altijd op gelijke hoogte communiceerde en niet tegen mensen opkeek of op ze neerkeek. Met de koningin praatte hij net zo makkelijk als tegen een werknemer. Het zorgde er ook voor dat hij met veel klanten langdurige vriendschappen opbouwde en die kwamen ook gewoon bij ons thuis”, aldus Joeks.
Later had Piet een eigen kruiser waar vele vaartochten mee gemaakt werden. Het had nog wat voeten in de aarde om het hiervoor benodigde vaarbewijs te halen, maar ook dat lukte uiteindelijk. Meindert weet nog dat het in de Eemhof een keer goed misging. ,,Piet stond op de vlonder om het meertouw op te vangen dat ik zou gooien. Ik leunde wat voorover en toen klapte het deurtje in de reling open. Ik sprong op de vlonder, maar door de klap op de drijvende vlonder werden we allebei gelanceerd en lagen we spartelend in het water. Natuurlijk tot groot vermaak van de toeschouwers.”
Ook de vakantie met de vishandelaren groeide van een eenmalig experiment uit tot een jaarlijks terugkerende activiteit gebeuren. Ajax was zijn favoriete club, en ook voetbalwedstrijden werden vaak samen met vrienden en echtgenotes bezocht.
Daarnaast waren er altijd de weekenden waarin van de gastvrijheid van Piet en Joeks werd genoten. ,,Piet was altijd met vis bezig, gebakken of gerookt of gerechten met gamba’s, en ook rosbief stond vaak op tafel. Altijd met een heerlijk wijntje erbij”, vertelt Jetty die met genoegen terugkijkt op die mooie periode.

Wat de geneugten van het leven betreft beseft Joeks heel goed dat ze bevoorrecht waren. ,,We hadden het vaak zo goed dat ik weleens dacht: dit kan niet altijd blijven duren. Samen met het gezin, familie en vrienden hebben we een hele mooie tijd gehad. Het blijven dierbare herinneringen.”
geen stroom en water, dus dat moest allemaal geregeld worden. Maar een week later was het toch gelukt en werden vijftig Polen aangenomen die we het fileren moesten leren. Los van het feit dat je dit niet zomaar leert, was het door de taalbarrière nog lastiger. Alles liep via een Pool die een beetje Duits kon. Omdat we niet teveel geld wilden verliezen in dit leerproces ging er een vrachtwagen met goedkopere bot naartoe. Het was winter, dus die kwam halfbevroren aan. De bot met een huid van schuurpapier maakte het fileren niet makkelijker. Het eindproduct zag er dan ook niet uit. Toen we de week daarop dinsdags arriveerden, troffen we een lege fabriek aan. Onze aspirant fileerders bleken een fabriek verderop te werken en gaven de voorkeur aan het werken in de aardbeien. We wisten de Polen toch weer over te halen om ‘in de vis’ te gaan. Via een Hongaar die in Polen woonde, hebben we in Polen nog twee kleinere fileerderijen opgestart in Oborniki. Al met al hadden we hier zeventig fileerders aan het werk; de productiekosten waren lager en het eindproduct was ook naar tevredenheid. Toch stopte het project al na drie jaar om meerdere redenen. Allereerst de afstand, want we reden wekelijks 3.000 kilometer tussen Urk en de drie bedrijven. En het passeren bij de grens kostte te veel tijd. Onze chauffeur Jan IJzer reed de wachtende rij vaak voorbij en gaf dan zijn paspoort af met wat geld erin. Vaak mocht hij dan doorrijden, maar dit lukte niet altijd. Het passeren van de grens nam daardoor soms wel drie dagen in beslag en dat ging ten koste van de kwaliteit. Ook het transport in de containers met water bleek van invloed op de witte scholfilet. Door het klotsende water en ijs kreeg je grijze filet. We gingen daardoor over op vervoer in kisten met ijs, maar dat gaf logistiek weer problemen omdat er zoveel lege kisten naar Polen moesten. We hadden genoemde problemen kunnen oplossen als er in Polen een simpele bandvriezer had gestaan, maar helaas was dit niet het geval. In een Pools groentebedrijf hebben we nog wel een blastvriezer geprobeerd, maar de filet ging daarin zweven. Dus dat lukte niet en vervolgens werden de Poolse productiebedrijven gesloten.”

Uitbreiding afzetmarkt
Door uitbreiding van productiecapaciteit, onder meer in het buitenland, bleek het aantal klanten niet voldoende om alle producten af te zetten. ,,We waren dus op zoek naar nieuwe afzetmarkten en kwamen in contact met Ballastrero, de Italiaanse agent van Mega (een grote Italiaanse retailer), die ook wel belangstelling had voor onze producten. Het probleem was echter dat we een exclusieve deal hadden met PanaPesca. We hebben dit toen opgelost door een nieuwe BV op te richten onder de naam North Fish International. Deze stond op mijn adres in Wijk 3, zodat PanaPesca er niet achter zou komen. Dit had echter wel tot gevolg dat er regelmatig een grote vrachtwagen met vis op ‘de slikhoogte’ vast stond omdat de chauffeur dacht dat hij de vis moest laden of lossen in Wijk 3”, aldus Johannes de Boer. ,,Piet had wel vertrouwen in de nieuwe klant, en zonder enige aarzeling ging de eerste bestelling naar Italië. Het ging om tong met een waarde van 375.000 gulden die naar Napels moest. Ik krabde me wel even achter de oren, want ook de Nederlandse Kredietmaatschappij verzekerde dit niet. Maar Piet durfde dit wel aan, en het is uiteindelijk ook goed gekomen.”
Jan de Munnik: ,,Uiteindelijk kwamen we tot afspraken waarbij onze bestaande klanten in Italië er geen last van zouden hebben. Met Klaas Post en Tiemen Pasterkamp van Fiskano werd nog een tweede merk op markt gebracht in Italië. Groot voordeel was dat we beiden
klant bij de Rabobank waren en via Lage Landen de debiteurenfinanciering regelden. Alles ging zo in een grote pot en we regelden de betaling onderling.” Problemen kwamen er echter wel toen PanaPesca achter deze handel op Italië kwam. ,,Die staakten meteen de samenwerking met Piet Baarssen en stopten ook de betalingen. Het kwam pas weer goed toen Piet Baarssen en Jan de Munnik boetedoening hadden gedaan bij PanaPesca en een volledige schuldbekentenis aflegden. Ze verklaarden hun handelen vanwege het feit dat PanaPesca niet genoeg afnam voor de productiecapaciteit van Baarssen. Er werden opnieuw afspraken gemaakt, waarbij de markt in Italië werd verdeeld. Zo kon Baarssen zijn producten in Italië blijven afzetten aan beide grote klanten”, aldus Johannes de Boer. Er werd hoofdzakelijk scholfilet naar Italië geëxporteerd, maar er ging ook heel veel tong die kant op. Jan de Munnik: ,,We hebben wel weken gehad dat vanaf Urk 180 ton slibtong en 100 ton tong 1 werd geëxporteerd. Dat was echt gigantisch en de Urker exporteurs besloten om elkaar niet kapot te concurreren. De afspraak was om 20% glacering te gebruiken tegen een vaste prijs voor de tong, zodat we er allemaal wat aan verdienden. Maar al snel bleek dat niet iedereen zich aan de afspraken hield. Iedereen leverde wel tegen dezelfde prijs, maar er was een bedrijf dat vervolgens achteraf een creditnota stuurde om op die manier dus toch even wat meer te kunnen leveren dan de ander.”
De vangsten waren in die jaren goed en de productie werd steeds verder opgevoerd. Ook in andere landen groeide de afzet van bevroren scholfilet en tong. De Munnik: ,,Wekelijks gingen een of twee containers naar Connors Brothers in Boston, allemaal filet die op gewicht was gesorteerd. Baarssen produceerde ook voor Eiland Urk voor de export naar Amerika. Via Perfecto in Duitsland ging er veel gepaneerde scholfilet en dubbeldekkers naar Duitsland en Oostenrijk. Via Marine Foods werd er veel schar geëxporteerd naar Japan. Dat was een bijzondere markt, want we hebben nog wel geprobeerd om hier schol aan de man te brengen. Maar een schol had oranje stippen en dat werd in Japan geassocieerd met giftig. Als pilot hebben we nog wel huidloze scholfilet geprobeerd, maar de Japanner hield het bij een scharretje.”
Fileren
Het fileren van schol bleef voor Baarssen de hoofdzaak. (Afbeelding 15) In de fileerhal stonden 55 fileerders en daarnaast draaiden er nog twee fileermachines. Een derde machine was aangeschaft voor de onderdelen. (Afbeelding 16) Daarnaast waren er nog diverse bedrijven die voor korte of langere periode voor Baarssen fileerden. Onder wie de jongens van Gerrit Baarssen, Top Fish en Urk Vis. ,,Wekelijks werden grafieken uitgedraaid met snijpercentages en werd bijgehouden hoeveel er van de sortering schol 3 door de schol

4 zaten. Zo wist Piet ook precies welke vis hij moest inkopen. Een taak die Piet uitvoerde met Jan Baarssen en Lubbert Kramer. Elke vrijdag deed ik met Piet een rondje door de vriescel om de voorraden op te nemen, en bepaalden we de behoefte aan grondstoffen voor de komende week”, geeft Johannes van Slooten aan (Afbeelding 17).
De quoteringsmaatregelen, waardoor schepen minder vis mochten aanvoeren, zorgden dat er gebrek kwam aan grondstoffen. Ook de vele slecht-weerweken zorgden dat er toen helemaal geen aanvoer was. In 1985 was Piet Baarssen de eerste die ging experimenteren met verwerking van yellowtail flounders, een alternatieve platvis voor de schol met een geelachtige kleur en
forse afmetingen, vergelijkbaar met de grootste scholsortering. ,,Ik hoorde van mijn Japanse contacten dat ze yellowtail flounder kochten in Vigo en Las Palmas die door Spaanse vissers bij Canada was gevangen. De vrouwtjesvissen met kuit waren door de Japanners gewild. Die gingen zonder kop naar Japan, waarbij de kuit er zo uitstak want daar ging het om. De Japanners hadden geen belang bij de kuitloze mannetjes. Ik kocht een container op proef en Piet zag hier meteen een oplossing in voor de slecht-weer-weken om zijn personeel aan het werk te houden. Samen met Piet ben ik toen naar Las Palmas gegaan en 200 ton gekocht, deels zonder kop”, vertelt Klaas Post. ,,De yellowtail flounder kwam diepgevroren aan op Urk en werd aan beide zijden huid-

loos gemaakt en vervolgens gefileerd.”
De zaken gingen goed en Klaas de Boer, broer van Johannes, was in 1990 als controller bij het bedrijf komen werken. ,,Ieder kwartaal werden de cijfers uitgedraaid en gingen we als managementteam (Piet Baarssen, Jan de Munnik, Johannes van Slooten en Johannes de Boer) naar de chinees (restaurant) om de zaken door te nemen. De vraag was groter dan Baarssen kon produceren en het was op een van die kwartaalbesprekingen dat Piet terloops liet vallen dat hij er een schuurtje bij wilde bouwen. Het bleek te gaan om zijn plannen voor de bouw van een hypermodern bedrijfspand aan het Noordgat”, blikt Johannes de Boer terug.
Glacering
Jan de Munnik: ,,Het percentage glacering was altijd een middel om te concurreren, omdat op die manier de kiloprijs omlaag kon worden gebracht. Water is nu eenmaal goedkoper dan vis. Op een gegeven moment kregen we ook een klacht van PanaPesca. Vito Panati hing aan de lijn en op de karakteristieke Italiaanse manier maakte hij duidelijk dat we veel te duur waren. Hij kon niet meer mee met de concurrentie. Wij leverden toen altijd gemixte scholfilet, wit met huid en zwart zonder huid, met twintig procent glacering. Ik antwoordde Vito meteen dat het onmogelijk was dat een ander goedkoper was. Ik droeg hem op om die vis van de concurrentie meteen te gaan vergelijken en ik vloog naar Napels. We lieten toen de vis ontdooien en toen bleek al snel dat de concurrenten er meer water omheen hadden, waarbij percentage tot 30% water werden geleverd. Het was het moment waarop we de vrije hand kregen om de glacering op te voeren. Prijs was voor de Italianen nu eenmaal belangrijker dan de hoeveelheid vis en concurrentie op basis van glacering kon je wel aan Piet overlaten. De baden van het vrieswater waren op een perfecte temperatuur voor een goede hechting en gedemineraliseerd water zorgde voor een transparante ijslaag. Later, in de nieuwe fabriek op het Noordgat, werd rekening gehouden met de opstelling van lange vriesinstallaties. Zeven tot acht keer door een glaceerbad, waardoor percentages




van 60% water gebruikelijk werden. We hebben toen ook wel geprobeerd om hier verandering in te brengen. Uiteindelijk kost het vriezen energie, en meer volume geeft hogere kosten voor verpakking, opslag en transport. Bovendien ontvangt ook de agent commissie over het water. We stelden daarom voor om het maximum percentage op 30% te houden, maar in Italië wilde men hier niet van weten. Prijs per kilo was bepalend, of dit nu vis of water was. Uiteindelijk was het de consument die er met steeds minder mensen van kon eten en zich bedrogen voelde.”
Slechts vier jaar na het betrekken van een groot en nieuw pand aan het Inschot lagen er al plannen voor een tweede bedrijf aan het Noordgat 1. In september 1991 werd begonnen met de bouw en in die tijd werd ook Douwe van der Geest aangenomen als kwaliteitsmanager. Op 1 november 1992 werd het nieuwe bedrijf opgeleverd. Johannes van Slooten werd bedrijfsleider en op het Inschot nam Jelle Baarssen die taak op zich.
Certificeringen
Hygiëne maakte bij Baarssen een hele ontwikkeling door. Van fileerders in normale kleding naar de boezels, daarna de petten, mouwhoezen en losse haarnetjes. Ook roken en eten en drinken aan de fileertafel werd verleden tijd. Met de certificering en het werken volgens HACCP was Baarssen een van de eersten. Baarssen leverde aan Engeland en werd gecertificeerd voor BRC. Voor Duitsland volgde IFS, higher level. Jelle Baarssen: ,,We trokken er mensen voor


aan om aan die regels te voldoen. Mijn vader vond het ook belangrijk dat we voorop liepen in die ontwikkelingen. Tot die tijd zette Rent to Kill alleen wat muizenvallen, maar kwaliteitsmanager Douwe van der Geest ging echt met hygiëne aan de slag. Eind jaren tachtig kregen we ook steeds meer instanties die gingen controleren. Wij kregen ze vaak over de vloer. Het vroeg dure mensen en een uitgebreide administratie, maar voor de retail was het gewoon noodzakelijk. De Engelsen bedachten eigen standaards en het ging soms nergens meer over, maar je moest eraan voldoen om te kunnen leveren. Baarssen liep daar, soms noodgedwongen, wel in voorop.” (Afbeelding 18)
Toegevoegde waarde
Piet Baarssen was met zijn bedrijf lange tijd vooral producent van een bulkproduct tegen een zo scherp mogelijke prijs. Hier kwam verandering in toen op het Inschot ook werd begonnen met de zogenaamde ‘toegevoegde waarde’. (Afbeelding 19 en 20) Scholfilets met een vulling, die in retailverpakking op de markt werden gezet. Dochter Yvonne Baarssen (1972) bemoeide zich vooral met het veroveren van een plek op de retailmarkt. Zij had een jaar highschool in Amerika gedaan en daarna de meao en nog een jaar heao. Op haar 23e volgde ze nog een jaar Spaanse les op de talenschool in Barcelona. ,,Mijn vader drong er bij al zijn kinderen op aan om


vooral talen te leren. Hij heeft zijn mindere taalvaardigheid altijd als een hele beperking ervaren in het zakendoen. Het belemmerde vooral bij het opbouwen van een persoonlijke band. Daarom heeft hij na een intensieve cursus bij de nonnen destijds nog wel het certificaat Engels behaald. Mijn vader had andere talenten. Zijn kracht was om samen met zijn mensen een heel efficiënt productieproces neer te zetten. Logistiek, machinepark, mensen en software steeds beter op elkaar afstemmen. Gekoppeld aan goede inkoop, rendement bij het fileren, en een optimaal vriesproces kon hij op die manier een product aanbieden dat zichzelf verkocht. Dat Baarssen zo goed en goedkoop kon produceren bracht de klanten zelf naar het bedrijf toe. De waardering van mijn vader lag daarom ook veel meer bij de productiemensen dan bij de sales. Hij vond het niet meer dan vanzelfsprekend dat sales ons product goed kon verkopen. Naast een goed producent was hij ook ondernemer en zag waar hij het geld kon verdienen”, blikt Yvonne terug.
Zijn ondernemerschap leidde er toe dat Baarssen als een van de eersten op Urk experimenteerde om meer met een scholfiletje te doen. De eerder genoemde toegevoegde waarde. ,,Op dat moment deed men dat alleen bij Sterk in Lemmer en wij hadden ook een klant
die interesse had. Zo kwam er op het Inschot een hoekje waar we experimenteerden met gevulde scholfilet. (Afbeelding 20) We produceerden alles zelf en al snel werd duidelijk dat er op één scholfiletje veel meer te verdienen is dan op een bulkverpakking van 10 kilo. Het was een van de redenen waarom er een nieuw bedrijf op het Noordgat werd gebouwd, met voldoende ruimte om nieuwe diepvriesproducten te ontwikkelen voor de retail. (Afbeelding 21) De primaire productie bleef geconcentreerd op het Inschot. De nieuwe tak betekende echter ook een hele omslag in denken. Waar eerst de klanten op je af kwamen vanwege het product dat je produceerde, moest je nu marktgericht denken. Met name op de sales vroeg dit een heel andere benadering. De focus lag altijd op het goed onderhouden van onze contacten, waarbij mijn vader overigens het liefst op de achtergrond bleef. Mensen als Jan de Munnik waren daar goed in. Marktgericht denken vraagt een veel actievere houding. Benaderen, meedenken, inspelen op behoeften en vooral ook ontzorgen. Bij Baarssen had men best moeite met die omschakeling en het aantrekken van de juiste mensen”, zegt Yvonne. Door deze nieuwe tak van sport nam de organisatie flink in omvang toe. ,,Van 150 mensen groeide het bedrijf naar 350
mensen. Het ging zo snel dat er scheefgroei ontstond. Van overzichtelijk productiebedrijf, waarin iedereen zijn duidelijke taken had, werd het zo groot dat het sommige mensen de ruimte gaf om zich te verstoppen. De betrokkenheid was niet meer bij iedereen even groot, en er kwamen nieuwe mensen bij die niet pasten in de familiecultuur van het bedrijf. Vervreemding was hiervan een gevolg en ook onderlinge strijd, enerzijds de productiemensen die hun sporen al ruimschoots hadden verdiend, en anderzijds de nieuwe mensen die zich ook bezighielden met de productie en het vermarkten van nieuwe producten. En dan moesten er weer dure mannetjes komen om de organisatie aan te pakken. Vaak gaf dit weer nieuwe onrust en werd het proces er niet beter op. Op het Noordgat, waar alle toegevoegde waarde-activiteiten werden gedaan, liep het gewoon niet zo lekker. En er werd volop geëxperimenteerd, misschien weleens te veel. Steeds weer monsters maken, investeren en niet altijd leidde dit tot productie. Achteraf gezien hadden we ons beter kunnen specialiseren in een klein assortiment producten dat wel goed liep.”
Naar vers
In 1996 kwam Noordzee Breskens met de vraag of Baarssen voorverpakte verse
vis wilde produceren voor Metro, een supermarktketen in Frankrijk. Zij leverden verse vis in bulk op ijs, en hadden niet de mogelijkheid om dit zelf in kleinverpakking te produceren. ,,Omdat de groei van de diepgevroren retailproducten achterbleef, was er op het Noordgat ruimte om die uitdaging aan te gaan. Die verwerkingsruimte moest high care ingericht worden met goede koeling en strenge hygiëneregels. Er moesten nieuwe machines komen voor seal packing, wegen en labelapparatuur. Waar we bij Baarssen gewend waren om op palletniveau te produceren, moesten we nu op winkelniveau werken; vijf doosjes van dit en 10 doosjes van dat. Dat was heel anders werken, maar we durfden het aan en hiervoor werd een joint venture opgericht tussen Baarssen en Noordzee Breskens onder de naam BANO. Als marketingman werd Piet Gommers aangetrokken, die bij Roem van Yerseke al ervaring had opgedaan in het produceren voor supermarkten. Zij waren de eerste met voorverpakte lekvrije bakken mosselen bij Albert Heijn. Hij liet me een heel nieuwe wereld ontdekken als het ging om vermarkten van vis. Gommers was mijn inspiratiebron om ook met vis die plek te veroveren in de supermarkt. Helaas ging Piet al weer na een half jaar terug naar Zeeland, hij zag het niet zitten om bij Baarssen de hele organisatie om te bouwen naar een systeem dat op winkelniveau kon produceren. Noordzee Breskens zat uiteindelijk ook niet op kleinverpakkingen te wachten en al snel werd de stekker eruit getrokken. Baarssen had echter al wel
We gingen naar kippenboeren om orderpicking onder de knie te krijgen
het nodige geïnvesteerd, zoals een high care verwerkingsruimte met koeling, weeg- en labelapparatuur en machines voor de sealpacking. Daarom werd besloten om de verse retail nog drie jaar een kans te geven. Dit kon omdat er ook in Nederland interesse was voor verse kleinverpakking van onder meer de Sperwer Groep (Plusmarkt, later Plus) en de Maxis. Mijn vader zag ook wel dat het verse product een veel snellere geldstroom had en geen langdurige opslag zoals met diepvriesvis het geval was. We moesten echter iets doen waar we totaal geen ervaring mee hadden. Afwegen op exacte gewichten en dit ook zo op de factuur zien te krijgen. We begonnen met negen winkels, en dat waren zeker geen grote volumes, maar zo konden we het wel leren. Je kreeg er dus de tijd voor. Een dag knaken om bij wijze van spreken honderd kilo vis in te pakken. We hadden te maken met bloktijden en aanlevertijden van supermarkten. Zo laat mogelijk bestellen en zo snel mogelijk in huis hebben en weer zo snel mogelijk afleveren met oog op bederf. Het was daarnaast de kunst om het aantal dagen dat het product in het schap kon liggen zo hoog mogelijk te krijgen. Een hele uitdaging, maar

de rustige start en de geleidelijke groei waren onze redding. We gingen naar kippenboeren om te kijken hoe het daar in zijn werk ging en orderpicking onder de knie te krijgen. Ook moest er nieuwe software ontwikkeld worden voor de administratieve afhandeling. Intern gaf het bij Baarssen ook strubbelingen, want de hoeveelheid woog bij lange na niet op tegen de bulk die we gewend waren. Normaal werd voor de levering van tonnen vis maar één factuur verstuurd en nu een paar honderd voor een klein beetje vis”, zo blikt Yvonne terug op die beginperiode van de verse retail. (Afbeelding 22a en b) ,,Ondanks alle opstartproblemen werd in het eerste jaar slechts een verlies gedraaid van 50.000 gulden.”
Inkoop
Het tweede jaar liep het aantal winkels gestaag op en werd er al een kleine winst gemaakt. ,,Baarssen Retail Vers werd een aparte BV met een eigen kantoor en boekhouding met aan het hoofd Jan Pieter Visser, broer Jan was verantwoordelijk voor de technische dienst, Willem Gerssen organiseerde de productie in een eigen ruimte. We deelden alleen de facilitaire zaken en draaiden verder

Jan de Munnik: de tweede fabriek was een goede beslissing
De bulkproductie van gevroren scholfilet en tong is altijd de kurk gebleven waarop Baarssen dreef, maar daarnaast stond het bedrijf ook open voor nieuwe ontwikkelingen. Verkoper Jan de Munnik: ,,Op het Inschot maakten we al scholrolletjes en dubbeldekkers met vulling. Op het Noordgat kwam er een speciale lijn voor de retail, en dat was een heel andere discipline dan wij gewend waren. Zakendoen met supermarkten is een vak apart, dat is een keiharde wereld. Er moest aan marketing worden gedaan en Baarssen moest zich presenteren op beurzen.”

dwijnen. Het was daar ook wel een beetje maffia en je moest altijd op je hoede zijn dat je niet het schip inging. Vito, de directeur van onze grootste klant Panapesca, zei soms tegen me: you are sleeping, omdat hij vond dat we dingen niet door hadden. Ik diende hem dan altijd van repliek met: but not dreaming. Wij wisten echt wel hoe het daar werkte.”
Jan de Munnik gelooft niet dat de investering in een tweede fabriek een stap te ver is geweest voor Baarssen. ,,Zeker niet, het ging geweldig en die productie hadden we ook gewoon nodig. We draaiden jaaromzetten van 135-140 miljoen gulden. Het ging mis omdat het bedrijf sneller groeide dan de organisatie. Piet had een goed hart en wilde dat mensen die hem dierbaar waren het ook goed hadden. Er kwamen mensen op verantwoordelijk posities op basis van historische rechten of vanwege het feit dat ze familie waren. Met een laconieke houding die hem kenmerkte, want hij vertrouwde op zijn kwaliteiten waarmee hij het altijd wel wist op te lossen als het mis zou gaan. Het bedrijf was daar echter te groot voor geworden, en ook Piet had er geen volledige grip meer op. Toen er op advies van de bank externe mensen op belangrijke posities werden aangesteld, veranderde de bedrijfscultuur. Er was altijd een instelling van: de schouders eronder en gaan. Van oudsher was er grote betrokkenheid bij de mensen, want met elkaar hadden ze dit bedrijf opgebouwd. Met die mensen van buitenaf veranderde dit, er kwamen wrijvingen en een sfeer van wantrouwen.”
De spanningen liepen zo hoog op dat er na zestien jaar een einde kwam aan het dienstverband van Jan de Munnik bij P. Baarssen B.V. ,,Het is voor mij een mooie periode geweest waar ik nog met voldoening en plezier op terugkijk. Maar het was ook een heel intensieve periode. Mijn oudste kinderen heb ik amper zien opgroeien. Ik was heel veel in het buitenland, en ik had altijd een koffertje klaarstaan om ook meteen te kunnen vertrekken als er een klacht van een klant kwam. Ik ging er altijd meteen naar toe, daarmee ook aangevend dat ik mijn klant serieus nam. En claims werden ook met de nodige dramatiek ingediend. Er was altijd van alles mis, maar als je er dan was dan bleef er weinig van over en was het snel opgelost. Soms nam ik Bram Grootveld mee, en zijn imposant figuur deed veel problemen al als sneeuw voor de zon ver-
Door de jaren heen wist Jan goede contacten op te bouwen. ,,Je moest er ook veel tijd in investeren. Met klanten meedenken en ze soms ook adviseren om een weekje niet te kopen omdat je een prijsdaling verwachtte. Zo bouwde je een vertrouwensband op en Piet kon de waarde hiervan niet altijd inzien. ‘Jullie hoeven alleen maar de telefoon op te pakken’, bagatelliseerde hij ons werk weleens. Maar netwerken en relaties opbouwen vergt veel tijd en is heel belangrijk voor je verkoop. Piet ging wel vaak mee naar het buitenland bij klantbezoeken. Hij liet zich zo wel zien en was belangrijk bij het nemen van strategische beslissingen op zo’n moment. Maar hij was introvert, heel anders dan ik. Ik paste meer bij de Italianen. Een talenknobbel bleek Piet niet te hebben, dus zo spraakzaam was hij ook niet. Maar met rekenen was hij niet te evenaren. Altijd wat aan het krabbelen op een klein papiertje en dan wist hij feilloos de prijs te noemen.”
Goede herinneringen
Jan de Munnik werd na zijn vertrek bij Baarssen aandeelhouder bij Noordzee B.V. en bemoeide zich met de vershandel. ,,Na een poosje kwam Vito Panati weer op mijn pad. Hij voelde zich niet meer helemaal thuis bij Baarssen en vroeg of wij hem diepvries wilden leveren, waarbij hij ook meteen mede-aandeelhouder werd”, aldus Jan, die intussen al met pensioen is. ,,Ik heb mijn aandelen verkocht en doe het allemaal wat rustiger aan.”
De onderlinge verhoudingen tussen Jan en Piet waren door het vertrek aanvankelijk wat vertroebeld. ,,Maar na een aantal jaren kregen we weer goed contact. Er was wederzijdse acceptatie dat dingen soms anders lopen dan je zou willen. Het was ook voor mij pijnlijk om te zien dat door een samenloop van tegenslagen het bedrijf uiteindelijk ophield te bestaan. De houding van de banken zorgde ervoor dat Piet geen kans meer kreeg. Dat was heel jammer en je voelde die machteloosheid die zich toen van hem meester maakte.”
Grote waardering is er nog altijd voor Piet. ,,Een man met visie en durf die recht door zee ging. Een man waar je altijd terecht kon, want als het ook maar even kon dan hielp hij je. Misschien was hij wel té goedig. Een fijn mens.”




Gunstig effect op conditie van hart en bloedvaten
Zo gezond verseis...
Vis voor een kind is van erg
• goed tegen depressie, ADHD
• gezondheid voor en na de zwangerschap
Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

• gunstig effect op conditie van hart en bloedvaten Lees

het gedrag van kinderen is het belangrijk dat de voeding van een kind voldoende omega-3 vetzuren


Zo gezond verseis...


goed voor gezondheid voor en na de zwangerschap Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

helemaal zelfstandig. We hadden ge middeld veertig mensen aan het werk en het aantal winkels nam toe. Eerst negen en in het tweede jaar liep dat op naar een paar honderd toen we ook gingen leveren aan Schuitema (C1000). We waren een hecht team met een gro te betrokkenheid, een soort familiege voel dat altijd zo kenmerkend was voor Baarssen. Je was heel bewust bezig met een product, van inkoop, bewerking tot in het schap van de supermarkt”, aldus Yvonne.
Zo gezond verseis...


Zo gezond verseis...
Gunstig effect op conditie hart en bloedvaten


Gunstig effect op van hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl
Omdat verse vis binnen de supermark ten een nieuw product was, was volgens Yvonne de de inkoop heel moeilijk te managen. ,,De consumptie van ver se vis zat nog niet in het Nederlandse voedingspatroon en het waren vooral impulsaankopen. Het was daarom een uitdaging om die visconsumptie om hoog te krijgen en structureel ruimte in het schap te veroveren. Het waren vaak de slagers die de inkoop deden en die legden bij wijze van spreken liever een extra meter karbonade in de schappen dan die lastige verse vis met ijs. De marketing was er dan ook vooral op gericht om de supermarkten in jouw product te laten geloven. Zo ontstond de samenwerking met het internationaal wielericoon Leontien van Moorsel en werd de campagne ‘Vitamine Zee’ opgestart. (Afbeelding 23a en b) Een prachtmens


Zo gezond verseis...

Zo gezond verseis... vis Gunstig effect op hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl



goed voor gezondheid voor en na de zwangerschap
Zo gezond verseis... vis
Lees snel verder en surf naar
Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

Gunstig effect op van hart en bloedvaten

Zo gezond verseis... vis
Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl
Gunstig effect op van hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl



Vis voor een kind is van erg groot belang. Kinderen hebben omega-3voldoende vetzuren EPA en DHA nodig voor een goede ontwikkeling van de hersenen. Ook voor goede leerprestaties en het gedrag van kinderen is het belangrijk dat de voeding van een kind voldoende omega-3 vetzuren
goed voor gezondheid voor en na de zwangerschap Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

bevat. Visolie kan hierbij helpen. Voor kinderen is het gebruik van visolie van belang voor:
• De ontwikkeling van de hersenen.
• Het geheugen, denk- vermogen en leerprestaties.de
• Het gedrag (o.a. bij ADHD).
• De concentratie.
Zo gezond verseis...
waarmee het prettig samenwerken was senteren. We konden de verkoop van dersteunen met een goed verhaal. Het was vooral ontzorgen, want de inkopers hadden over het algemeen weinig verstand van vis. Je ging meedenken over campagnes, acties, zomerproducten en de feestdagen en we maakten zo samen al een hele jaarplanning. Bij het ontzor gen hoorde ook dat we totaalleverancier waren. We hadden een assortiment van zestig producten, waarvan we ongeveer

Gunstig effect op conditie van hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl
Zo gezond verseis...
de helft zelf inpakten. We importeerden bijvoorbeeld de black tiger-garnalen en pangasius uit Vietnam. Ook kochten we halffabricaten die we diepgevroren binnenkregen en waar we een vers eindproduct van maakten. Je bouwde een heel netwerk op aan leveranciers voor producten als mosselen, gerookte vis en Noordzeegarnalen. Kwaliteit stond altijd voorop, en het kon daarom weleens gebeuren dat we niet bij Baarssen inkochten. Het bleek voor Baarssen Retail Vers BV lonend om zelf een haringlijn neer te zetten. Die kostten inkoop
snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

Zo gezond verseis...


goed voor gezondheid voor en na de zwangerschap Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

Zo gezond verseis...

Gunstig effect op conditie van hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

Zo gezond verseis...
Gunstig effect op van hart en bloedvaten Lees snel verder en surf naar www.vitaminezee.nl

Productontwikkeling en -presentatie
Retail was voor Baarssen een hele nieuwe tak van sport die professioneel werd aangepakt met een breed assortiment visproducten.



maar een paar centen en leveren na het schoonmaken een veelvoud op. Daar zat dus behoorlijk winst in.”
Veel investeren
Het voortdurend actief zijn en anticiperen op de markt vond Yvonne het mooie aan de verse retail. ,,Steeds met monsters komen van producten die aansloten op bepaalde thema’s. Daar kreeg je vervolgens feedback op en hoopte je na verschillende presentatieronden tot een product te komen dat in de schappen terecht kwam. Je deed hierbij ook technische kennis op en leerde de mogelijkheden van je productieketen kennen, zodat je niet met de handen in het haar zat als je iets moest produceren. Het was veel investeren en mensen aannemen die zich bezighielden met nieuwe producten ontwikkelen. Veel deed je ook samen met leveranciers die meedachten om hun ingrediënten te verkopen, zoals de mensen van Verstegen met hun specerijen en de leverancier van de marinades. Nieuw was ook dat je met reclamebureaus om tafel moest om de marketing te bepalen en vorm moest geven aan verpakkingen en ondersteunende reclame. Soms ging je een rondje in de winkels doen in het buitenland, vooral in Engeland, om ideeën op te doen. In het buitenland waren ze hier al verder mee en je hoeft niet altijd zelf het wiel uit te vinden. Voor mij waren het nieuwe werelden die opengingen”, blikt Yvonne terug.
Baarssen Retail Vers BV voerde een vast basisassortiment met daarnaast nog een wisselend assortiment dat was afgestemd op de seizoenen of de thema’s in de winkel. Er werd alleen geleverd in Nederland, omdat het logistiek gezien nog niet mogelijk was om het product in het buitenland op tijd in de winkel te hebben. Maar in Nederland ging het al om bijna duizend winkels. ,,Er waren voortdurend contacten met de hoofdkantoren van de supermarkten en we hadden steeds drie sales managers aan het werk. Liefst mensen die ook verstand van vis hadden, want je moest ook goed kunnen adviseren. Je leverde een totaalproduct aan met mooie productfoto's en recepten. (Afbeelding 24 a,b en c) De prijzen waren niet meer zo belangrijk. Het ging om vertrouwen, waarbij




je een kwalitatief goed product moest leveren. Voedselveiligheid was daarbij een vereiste, want je moest voorkomen dat een supermarkt negatief in het nieuws kwam.”
Baarssen Retail Vers BV was al snel een bloeiende tak in het concern en Yvonne zat namens deze tak in de algemene directie. Al het geld kwam uiteindelijk in één pot. ,,Mijn vader heeft me hierin altijd gesteund en ook hij vond het een interessante wereld. Hij dacht mee om de processen optimaal te laten verlopen en was aanwezig op de jaarlijkse Ondernemersdag. Liefst op de achtergrond natuurlijk. Dat waren hele happeningen. In 2006 werd de Ondernemersdag gehouden in de Eusebiuskerk in Arnhem met optredens van het Urker Mannenensemble en pianist Jan Vayne. In aanwezigheid van Leontien van Moorsel werd de nieuwe productlijn en strategie gepresenteerd voor 2007 met naast producten voor koken, bakken en oven ook productlijnen voor barbecue en gourmet. Er was bovendien een partnerprogramma met een kookworkshop en een cosmeticaworkshop. Een warm en koud buffet met volop vis lieten de vele aanwezigen zich goed smaken. We waren als bedrijf trots dat het lukte om ons product in de schappen van de supermarkt te krijgen. Het was dag en nacht werken, maar ik deed het met plezier”, aldus Yvonne. Naast de bulkproductie ontwikkelde Baarssen dus ook verse visspecialiteiten – ‘graatloze filets met hoogstaande vullingen' zoals het bedrijf op de eigen website adverteerde. En dat was dus niet alleen schol met een sausje, voorverpakt en ‘zeven dagen vers' voor de verwende consument met een magnetron. In 1999 won Baarssen een prijs voor het beste innovatieve product in de Verenigde Staten - ‘tournedos de saumon', een stukje zalm in bladerdeeg. (Afbeelding 25) (zie kader Productontwikkeling en presentatie) In de supermarkten groeide de verkoop van voorverpakte vis met tien procent per jaar. Ook in de supermarkten van Albert Heijn en Konmar werd verse vis van Baarssen verkocht. De vangstbeperkingen zorgden toen voor steeds minder vis, dus was het zaak om tot producten te komen met een grotere toegevoegde waarde. Baarssen

liep hierin voorop. In het jaar 2000 had P. Baarssen BV twee bedrijven op Urk en één in IJsland. In totaal 250 werknemers en een omzet van 140 miljoen gulden per jaar.
Grote rol
De grootste groei had Piet Baarssen in de jaren tachtig en negentig doorgemaakt. De aanvoer van vis was in die jaren enorm. In het recordweekend werden 42.000 kisten vis aangevoerd. Toenmalig visafslagdirecteur Teun Visser: ,,In de jaren tachtig was het normaal dat er wekelijks 5.000 tot 10.000 kisten schol doordraaiden, omdat de verwerking die niet aankon. Die vis werd dan verwerkt tot dierenvoer. In de jaren negentig ging de meeste schol 4 weg voor de opvangprijs van 1,52 gulden. De fileerschol, de schol 3 en 4, bleef grotendeels op Urk waar de visverwerking zich steeds verder ontwikkelde. Er kwamen steeds meer fileerbedrijfjes bij en je had de groten als Orca Vis, Northseafood en Baarssen. De scholfilet werd diepgevroren geëxporteerd en Baarssen speelde een grote rol in de afzet van de schol en later ook de slibtong naar Italië. Dat uiteindelijk al die visaanvoer kon worden verwerkt en afgezet, zorgde er dus voor dat de Urker vloot goed verdiende en zich ook door kon blijven ontwikkelen. Ook de visafslag, vissorteerders en visverwerking profiteerden mee.”
Uit de cijfers van het Landbouw Economisch Instituut blijkt dat in de jaren 1993-1996 veertig bedrijven in platvissector werken – het overgrote deel op Urk – met een jaaromzet van 900 miljoen gulden en een totaal aantal arbeidskrachten van 2.045. Van alle plat-
vis ging 91 procent naar het buitenland. Er was nog geen sprake van levering aan supermarkten in Nederland. De helft van de platvisbedrijven zag de winst dalen en vreesde in 1996 vermindering van platvisaanvoer.
Grondstoffen
Die vrees werd bewaarheid toen half jaren negentig de quotering steeds strakker werd gehandhaafd en de aanvoer sterk afnam. Jan de Munnik: ,,Voor Baarssen was het toen zaak om de grondstoffen aan te vullen om de productie op peil te houden en om aan de vraag te kunnen voldoen. Samen met
Piet hebben we de hele kust van Engeland afgereden op zoek naar nieuwe aanvoer. Probleem was echter steeds de kwaliteit. Je had daar nog schepen die zonder ijs naar zee gingen, en op een zomerdag was die vis na een dag al groen. Bovendien was er nog een logistiek probleem. Hoe kreeg je al die kleine hoeveelheden op Urk? In IJsland vonden we wel mogelijkheden om aan nieuwe grondstoffen te komen. Aanvankelijk kochten we hier de verse vis op, die per schip in containers met water naar Nederland werd vervoerd.”
Die import vanuit IJsland was volgens Jelle Baarssen opgestart door Fokke Tjeerd Hoekstra van Diepvries Urk. ,,Hij kocht de schar op die de vissers tot die tijd niet aanvoerden, maar gewoon weggooiden. De kleine bootjes vingen daar wel tien ton per dag. Ook Baarssen ging een samenwerking aan met het visserijbedrijf Arnes, die een eigen vloot hadden. Het probleem was dat de vis ongestript werd aangevoerd en de kwaliteit daardoor veel te snel omlaag

Afbeelding 27 a en b. De aanvoer van platvis in Kevlavik en de verwerking van kabeljauw in de fabriek.
ging. We probeerden om de vissers aan boord te laten strippen, maar dat was voor hen een te grote cultuuromslag. Daar begonnen ze niet aan. Toen klopte het bedrijf Portland bij ons aan; een bedrijf met een eigen vloot en gespecialiseerd in de kreeftenvisserij. Buiten het kreeftenseizoen waren ze genegen om op platvis te vissen en deze gestript aan te voeren”, aldus Jelle Baarssen, die ook nauw betrokken was bij de verwerking in IJsland.
Een goede zet
Jan de Munnik: ,,Allereerst moest er een joint venture aangegaan worden met het IJslands bedrijf, want je mocht hier niet alleen zelf investeren. Piet had het lef en het ondernemerschap om die samenwerking aan te gaan en de inrichting van een bedrijf te financieren tot en met de vriesinstallatie van Zephyr, want ze hadden daar alleen een kreeftenvriezer die niet verder ging dan -20 graden Celcius. Door gebruik te maken van de inkoop van de dagvisserij wisten we een kwalitatief hoogwaardig product te produceren. Het was een tijd waarin ik twee keer per maand naar IJsland ging om zaken te regelen.” (Afbeelding 26)

IJsland zorgde wel voor extra grondstoffen, maar toch werd het geen compleet succesverhaal. Volgens Jelle Baarssen was de samenwerking met IJslanders lastig. ,,Ze waren daar nog lang niet zover als wij hier in Nederland. Bovendien zijn ze vrij traditioneel ingesteld, dus van veranderingen wilden ze eigenlijk niks weten. We waren vooral bezig om ze zuiniger te laten fileren, want het rendement lag daar maar liefst 8% lager dan in Nederland. Uiteindelijk bleek dat we een aap hadden leren klimmen, want Portland zegde de samenwerking op en ging er zelfstandig mee door. We zijn toen in zee gegaan met Eggert
Kjartanson in een pand in Kevlavik. (Afbeelding 27a en b) Het stond vijf meter van zee en was aardbevingbestendig. Als het flink stormde sloegen de golven er overheen. We hebben daar een fileermachine neergezet en hadden vijftien handfileerders. We verwerkten daar wekelijks rond de honderd ton vis. We brachten er twee lijnvriezers naartoe die er een dun laagte water (3%) omheen legden om uitdrogen te voorkomen. De dozen gingen daarna naar Urk om verder te worden verwerkt (sorteren, glaceren en paneren). Er voeren vijftien vissersschepen op contract voor ons, die na opening van het seizoen in
september gemiddeld tien ton platvis per dag vingen. We konden maar honderd ton verwerken en de rest ging naar Nederland om daar te worden gefileerd. We probeerden zoveel mogelijk vis in IJsland te houden. Het was voortdurend toezicht houden en ook de sorteringen waren daar anders dan in Holland. De vis was groter en dikker en er bleven op een gegeven moment te veel grote sorteringen over waar we geen afzet voor hadden. Dit zorgde voor grote voorraden incourante filet. Het grootste probleem in IJsland was echter de continuïteit van de aanvoer. Als ze dachten ergens anders meer mee te kunnen verdienen, schakelden ze massaal over en moest je maar zien hoe je aan je platvis kwam. Dit betekende dat je weer extra transportkosten moest maken. Om de mensen aan het werk te houden zijn we daarom op een gegeven moment ook begonnen met het fileren van kabeljauw en schelvis. Prachtige schelvis die verkocht werd aan Engeland. De kabeljauw ging meest naar Zuid-Europese landen als gezouten product. De schar werd naturel, geglaceerd of gepaneerd verkocht aan Frankrijk. Door deze productie in IJsland hadden we als Baarssen een hele goede concurrentiepositie. Het was niet optimaal, maar voor die tijd bracht het uitkomst, want er waren toen nog geen alternatieven voor handen als yellowfin sole en rock sole. Het IJslandavontuur duurde zo’n tien jaar en het is een goede zet gebleken”, zo blikt Jelle Baarssen terug. ,,We zijn daar tot 2005 gebleven en besloten toen om het bedrijf te verkopen, ook omdat de banken steeds moeilijker deden. In IJsland moesten we ook voor het eerst in de geschiedenis van ons bedrijf mensen ontslaan. Het ging om vijftien mensen op een totaal van tweehonderd die we toen bij bedrijven van Baarssen aan het werk hadden. We konden het pand goed verkopen, omdat de gemeente Kevlavik dit nodig had om de boulevard opnieuw in te richten. Projectonwikkelaars boden veel geld en dat betekende voor Urk een mooie kapitaalinjectie, die dat jaar ook hard nodig was. De schulden liepen hoog op door verplichte contractleveringen, terwijl de inkoopprijs gigantisch gestegen was. We konden ons toen weer volledig op Urk richten.”

Totale aankoop Baarssen Aankoop schol Scholaanvoer Aandeel Baarssen in schol JAAR Omzet
Grootste klant vertrokken
De situatie op Urk was intussen behoorlijk veranderd. Jan de Munnik had het bedrijf verlaten en was in het jaar 2000 aandeelhouder geworden van Noordzee International. De grootste klant van Baarssen, PanaPesca, stapte ook over naar Noordzee International. In Engeland had Baarssen inmiddels wel een grotere markt ontwikkeld. ,,We leverden veel naturel schol en schar als halffabrikaten aan bedrijven, die ze verder verwerkten en leverden aan supermarktketens. We leverden met name in Grimsby”, aldus Jelle Baarssen. In 2001 besloot Baarssen om een bedrijf in Lowestoft aan te kopen. Cees de Boer (1955), destijds commercieel directeur bij Baarssen: ,,De vraag naar grondstoffen was groot en we haalden
ook veel platvis uit diverse Engelse havens. Het bedrijf Lowestoft Coldstore Ltd. verkeerde in moeilijkheden en we zagen daar kansen voor Baarssen. Enerzijds omdat Lowestoft toen de Colne Shipping Company had met zeven grote boomkorvissers die daar hun vis losten en die vis kon daar ter plekke beter verwerkt worden dan eerst naar Urk te worden getransporteerd. Ook de vis uit andere havens in Engeland zou hier naartoe kunnen. De aankoop zou dus veel transportkosten besparen bij inkoop en verkoop van vis in Engeland. Anderzijds speelde mee dat we hiermee ook een concurrent overnamen, want zij leverden net als Baarssen aan Marks & Spencer. Die Britse multinational liet echter al snel weten dat we het bedrijf wel konden overnemen, maar dat

Afbeelding 28a, b en c. Het bedrijf van Baarssen aan het Noordgat. Hier staan de bussen voor het personeelsuitje.
Foto's

we daarmee de klant nog niet hadden overgenomen. Ze duldden dus geen monopolie van Baarssen. Toch gingen we over tot de aankoop voor een bedrag van 250.000 euro. Hierin zat volgens ons niet veel risico, want er stond een fileermachine die al bijna twee ton waard was. Bovendien lag de fabriek dicht bij een woonwijk, dus ook de grond was goed verkoopbaar. Samen met Andrew Foster, die er ook geld instak, namen we de fabriek over. Alles was wel erg gedateerd en er werd nog met de hand gepaneerd. De vriesinstallatie was uit het jaar kruik. Wel was er koelopslag bij de fabriek. Gezien door de Urker ondernemersogen was er genoeg te verbeteren, maar had de fabriek wel potentie. Er werkten toen ongeveer twintig mensen en er werd een start gemaakt

met een modernisering. In driekwart jaar veranderde de situatie echter drastisch. De vangsten daalden gigantisch en de grootste rederij van Lowestoft, die al langer in moeilijkheden was, hield op te bestaan en de schepen werden verkocht. Op een gegeven moment moest er daarom vis vanuit Urk naar Lowestoft gebracht worden om de fabriek draaiende te houden. De aankoop beantwoordde dus totaal niet meer aan de doelstelling en in 2002 ging de stekker eruit. Andrew Foster bleef als agent in dienst bij Baarssen.”
Trouw
Baarssen BV kocht overal de vis, maar bleef vooral trouw aan de Noordzeevis. (zie tabel Visaankoop Baarssen op de visafslag Urk) Hoe groot de invloed van
dit bedrijf op de markt was bleek wel in de tijd dat het de aanvoersector slecht ging. De scholprijs ging onderuit en de brandstofprijzen stegen. Er werd een crisisoverleg gehouden tussen de aanvoersector en de vishandel op de Urker visafslag met als doel om de prijs voor de schol omhoog te krijgen naar een minimumprijs van 1,80 euro. Het overleg liep echter uit op een mislukking. Oud-visafslagdirecteur Teun Visser: ,,Na afloop van de vergadering liep ik samen met Piet Baarssen de zaal uit en vroeg terloops of hij de prijs niet wat omhoog kon krijgen. Hij keek me even aan en zei toen geruststellend: dat regel ik. De volgende dag drukte Piet Baarssen alle schol op 1,80 euro. De anderen moesten toen wel mee om ook vis te kunnen kopen. Hij was dus in staat om de prijs te bepalen en deed
dat ook om op dat moment de aanvoersector te helpen”, zo blikt Teun terug. ,,Van de diensten van Piet werd ook gebruik gemaakt toen de visafslag nieuw ging bouwen. In die tijd van plannen maken voor de nieuwbouw had ik nauw contact met Piet Baarssen. Met de nieuwbouw aan het Inschot en later aan het Noordgat had hij bewezen dat hij heel goed nadacht over de routing binnen een bedrijf om zo de processen goed op elkaar af te stemmen. Zijn bedrijven waren revolutionair voor Urk. Naast efficiëncy had hij ook het niveau op het gebied van hygiëne en kwaliteitsbewaking op een hoger plan gebracht. De bedrijven van Piet Baarssen waren voor ons visitekaartjes waar we dankbaar gebruik van maakten om die te bezoeken als we gezelschappen over de vloer hadden. Aan zijn ervaring en adviezen hebben we veel gehad bij de nieuwbouw van de visafslag”, aldus Teun Visser. (Afbeelding 28a, b en c).
Duurzamer
Na het slechte jaar 2005 ging het in de jaren daarna niet veel beter. Gedreven door de vraag vanuit de supermarkten zette Baarssen steeds meer in op duurzaam. Yvonne Baarssen: ,,De supermarkten waren heel gevoelig voor activististische groepen als Greenpeace. Ze landden bijvoorbeeld op daken van supermarkten omdat die in de kerstperiode stukjes zwaardvis verkochten die toen op de rode lijst van het Wereld Natuur Fonds stond van vissoorten waar het slecht mee ging. Het ging bij de supermarkten al met al misschien om honderd kilo en het was vooral een mediastunt. De supermarkten wilden dit gewoon niet en de rode lijsten waren leidend bij hun inkoopbeleid. Het was de periode dat ook de boomkor in de ban ging. Op de vloot vonden ze dat allemaal maar onzin, maar wij hadden te maken met de supermarkten. Het was voor Baarssen de reden om in zee te gaan met de Ekofish Group die vis met MSC-certificering aanvoerde. Niet gevangen met de boomkor, maar met de twinrig. Onze klanten wilden dit hebben en we gingen een contract aan met Ekofish. We betaalden 1,90 euro de kilo voor de MSC-schol, terwijl op dat moment
de supermarkten de ongecertificeerde schol uit de schappen gooiden. De prijs van de schol stortte in en bracht op de afslag nog maar 1,00 euro de kilo op. We investeerden door onze contractafname daardoor uiteindelijk ook vier ton in Ekofish. We waren daarmee de redding van deze rederij, die overigens een goede visie had op wat de markt wilde. Zij waren de eersten met MSC-vis, al was de markt toen nog maar heel beperkt.”
Financiële crisis
De visindustrie op Urk kampte jarenlang met de vangstbeperkingen. Albert
Romkes (Neerlandia): ,,Urk was nog bijna volledig gericht op Noordzeevis en gebrek aan aanvoer betekende ook dat je als verwerker de deur moest sluiten en je personeel doorbetalen. Dit hakte er financieel behoorlijk in en onderstreept dat continuïteit in de aanvoer noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering en het bedienen van de afzetmarkt. Van 2000 tot 2008 zat het scholquotum op een dieptepunt en had je al twee saneringsronden gehad die de vloot steeds kleiner maakten. Er was onvoldoende scholaanvoer en je had de jaren waarin scholfilet volop werd ge-

Ook waren er plannen voor viswin
kels waar die campagne goed tot zijn recht zou komen.

Programma
Ondernemen met vis ‘Trends en Tradities’ 13 december 2006
Programma
AssortimentKerstconcert
Ontvangst, assortimentspresentatie, proeverijen, workshop en oude ambachten.
ontvangst 15.00 - 15.30 uur
De ontvangst is tussen 15.00 uur en 15.30 uur met koffie thee, fris en broodjes. Aansluitend kunnen onze gasten op het sfeerplein achter in de kerk, onze producten zien en proeven.
Meesterkok Joop Wijman zal een kookworkshop geven met koude vishapjes gemaakt van visproducten die tijdens de feestdagen in de schappen van de supermarkt liggen. De workshop is zowel voor de ondernemers als voor hun partner (of misschien juist wel andersom...) Verder worden de kerstproducten bereid door zijn assistenten en kan er geproefd worden.
Voor partners is er tevens een workshop van cosmeticamerk Lancaster, waarbij ook Leontien Zijlaard - Van Moorsel aanwezig is en haar kennis en kunde met u zal delen.
U kunt zich ter plaatse aanmelden voor deelname aan de workshop bij onze aanwezige gastvrouwen.
Culinair Kerst
Op het sfeerplein zijn diverse stands waar de kerst-, voorjaars- en zomerproducten worden gepresenteerd.Verder wordt het promomateriaal getoond dat ter ondersteuning van het visschap en de diverse assortimenten wordt ingezet. u ziet o.a. dvd’s, h-a-h folders, wobblers, acties, vlaggelijntjes etc.
Er is een haringkar aanwezig met daarachter een in Urker dracht gestoken haringschoonmaker die ter plekke de harinkjes bereid. Ook worden er diverse oude Urker ambachten gedemonstreerd.
Afbeelding 30. Het programma voor de Ondernemersdag 2006.
mixt met bot- en scharfilet. Je had grote prijsschommelingen en het werd al helemaal dramatisch als je jaarcontracten had afgesloten en de inkoopprijs liep veel hoger op dan je vooraf had berekend. Het jaar 2005 was zo’n jaar waarin de inkoopprijs aan het eind van het jaar gigantisch opliep en ook een bedrijf als Baarssen met verlies tegen contractprijs moest leveren. De echte problemen kwamen echter in 2008 toen de wereldwijde financiële crisis toesloeg. De banken stelden steeds meer eisen aan de financiering en hanteerden strak de regels. Dit liet zich vooral gelden in de visverwerkende industrie die heel kapitaalsintensief is. Het was normaal dat er in totaal bedragen openstonden bij onze klanten van 3 tot 4 miljoen euro.
Hier stond tegenover dat wij de afslag en de werknemers elke week moesten betalen. Je was dus constant aan het voorfinancieren en de banken eisten meer zekerheid. Ook de vijf grootste bedrijven op Urk, waaronder Neerlandia, kwamen toen in de problemen omdat de bank het krediet aanmerkte als overfinanciering en dreigde om de financiering op te zeggen. Hier kwam nog bij dat door plotselinge prijsdalingen, zoals eind 2008 gebeurde, de visvoorraden soms tonnen of miljoenen euro’s minder waard werden. Het betekende dat ook wij bij de crediteuren de betalingstermijnen moesten oprekken of krediet moesten vragen. Je werd als bedrijf opeens sterk afhankelijk van je financiering en banken werden steeds
lastiger en veeleisender. Wij waren klant bij de ABN Amro, een echte handelsbank, en die zaten er behoorlijk bovenop. Dan viel het bij ons nog mee als je het vergelijkt met Baarssen, die nog harder geraakt werden door de IJslandse bankencrisis door hun belangen in Engeland, die weer gekoppeld waren aan IJsland. Bij Baarssen kwamen meteen al ‘mannetjes van de bank’ op kantoor om alles te controleren en zo mogelijk te reorganiseren. In de praktijk betekende het dat je de teugels uit handen moest geven en ook nog opgezadeld werd met hoge kosten van deze dure bankmedewerkers.”
Albert Romkes is blij dat het met Neerlandia de goede kant opviel. ,,De waarde van je onderneming en je voorraad werden opeens veel lager getaxeerd en er was daardoor sprake van ‘overfinanciering’. Je was afhankelijk van de bank en dat gaf veel onzekerheid. Zegden ze het krediet op en eisten ze hun geleende geld terug of wilden ze nog doorgaan? Het werd bepaald in een momentopname van bedrijven die normaal gesproken genoeg potentie hadden om winstgevend te zijn. De bank besliste, maar in goed overleg hebben we besloten om het verlies in vermogen over meerdere jaren af te boeken. Er waren echter op Urk bedrijven, zoals Beek Fish, waar de bank het krediet opzegde en er dus meteen de stekker uittrok. Dan restte niks anders dan het bedrijf verkopen, waarbij de bank er zo goed mogelijk probeerde uit te springen. Als ondernemer zag je dan je bedrijf, vaak een levenswerk, als sneeuw voor de zon verdwijnen.”
Ook bij Baarssen stuurde de bank die kant op en verkocht al in maart 2008 het pand op het Noordgat met de winstgevende retailtak van het bedrijf en de ‘toegevoegde waarde activiteiten’. Dit was juist de afdeling waarin Baarssen ver vooropliep ten opzichte van de andere Urker bedrijven. Ze hadden mooie campagnes en plannen in het verschiet die nu geen doorgang hadden. (Afbeelding 29 a, b en 30)
Yvonne Baarssen vindt het nog steeds onbegrijpelijk dat dit onderdeel van de hand werd gedaan. ,,We waren met deze retailtak in ons derde jaar en met een omzet van 20 miljoen euro waren
we een groeiend en winstgevend onderdeel. We hadden al bouwplannen voor een eigen fabriek. Wij betaalden nu huur aan Baarssen voor gebruik van de ruimten en ik kon voor die kosten ruimschoots een hypotheek nemen. ABN Amro Bank had daar echter geen belang bij, want die wilde geen kredieten meer verstrekken. Ze konden de retailtak verkopen omdat het onder de holding zat. De bank was helemaal niet bezig met de toekomst en het voortbestaan van Baarssen. Ze konden door de verkoop geld binnenhalen om daarmee hun eigen belangen veilig te stellen. In maart 2008 werden daarom twee bedrijfsonderdelen, inclusief de hoofdvestiging aan het Noordgat, gedwongen verkocht aan de Kennemervis Groep. De naam Mayonna kwam op de gevel. Van de 265 personeelsleden gingen er toen circa tachtig over naar Kennemervis. Baarssen ging met 129 fte´s op de ´oude´ vestiging aan het Inschot verder onder de naam Baarssen Fish International met vooral de verwerking van schol”, zo blikt Yvonne terug. Ze ging zelf niet mee in de overname. ,,Ik vond het te pijnlijk. Ik was ook gewend om eigen baas te zijn en vond het niet eerlijk dat je winstgevend bedrijf tegen een veel te lage prijs moest verkopen. Kennemervis deed al zaken met Super de Boer en Jumbo en ze pakten ons deel erbij. Het werd geintegreerd in bestaande processen. Bij de Kennemervis Groep werkten toen 450 mensen met vestigingen in binnen- en buitenland. De omzet bedroeg rond de 181 miljoen euro. De jaaromzet van Baarssen was rond die tijd al gezakt naar 49 miljoen euro.”
Op het Inschot ging Baarssen in het voorjaar van 2008 in afgeslankte vorm verder en werd weer vooral een productiebedrijf, fileren, vriezen en (koud) paneren. Yvonne: ,,We konden leveren aan Mayonna en daarnaast was er de mogelijkheid om ook zelf in diepvriesvis handelen. Het vroeg echter wel een hele reorganisatie en we hadden te maken met betalingsverplichtingen van voor de splitsing van het bedrijf. Door de verkoop hadden we een werkkapitaal van een miljoen euro, maar dat liep zo weg. Daarnaast brachten de voorraden door de prijsdalingen veel minder op dan je erin had gestoken.”
Pijnlijke periode
Piet en Joeks konden na het faillissement in de woning aan het Inschot blijven wonen. ,,Klaas Post heeft ons goed geholpen. Het gaf ons rust en we zijn daar altijd dankbaar voor geweest”, vertelt Joeks. De gezondheid van Piet ging echter snel achteruit en ruim vier jaar na het faillissement overleed hij op bijna 70-jarige leeftijd. ,,De laatste jaren van het bedrijf hadden hun tol geëist. Piet kon gewoon niet begrijpen dat het misging en hij er geen vat op had. Hij vond het vooral erg voor het personeel, waarvan sommigen al hun leven lang bij hem werkten. Voor sommigen was hij gewoon een vaderfiguur. Ik merkte het meteen als hij na de kost even achter de piano kroop en in een mineurstemming was. ‘Het is weer mis’, dacht ik dan. Piet werd gewoon ziek van de problemen. Piet was Piet niet meer. Hartritmestoornissen, zenuwpijnen, last van zijn rug en uiteindelijk ook Parkinson. Hij heeft nog lang kunnen schaatsen, maar dat kon op een gegeven moment niet meer. Biljarten met vrienden heeft hij nog lang volgehouden, maar ook dat hield op. Hij wilde eigenlijk van geen dokter weten, maar het was op een gegeven moment niet meer te houden. Vanwege een nieuwe knie lag hij een week in het ziekenhuis. Het ging daarna redelijk goed, maar kreeg van het ene op het andere moment enorm veel pijn. Hij werd weer opgenomen in het ziekenhuis en overleed een week later. Het is nooit helemaal duidelijk geworden wat de oorzaak was.”

Albert Romkes ziet in de doorstart van het bedrijf de goede band die Piet Baarssen had met zijn personeel. ,,Piet had op dat moment met het bedrijfskapitaal voor zichzelf kunnen kiezen, maar besloot om met al die mensen verder te gaan en zich weer volledig te focussen op de productie en er dus ook zijn eigen pensioenvoorziening in te steken. Hij wilde zijn mensen niet op straat zetten en had er ook vertrouwen in, gebaseerd op de resultaten uit het verleden. Het bedrijf had die potentie ook om weer een goed draaiend bedrijf te worden, maar die tijd gaf de bank niet. Het was toen geen kwestie meer van de lange adem, maar resultaat boeken op de korte termijn.”
Verliezen uit het verleden
De problemen bleven voor Baarssen en de kredietcrisis speelde een grote rol.
De belangrijkste klant, een Brits bedrijf met een IJslandse moeder, zette een grote order stop. In de media verklaarde Yvonne destijds: ‘De problemen hebben niet alleen te maken met het gedeeltelijk wegvallen van de vraag, maar vooral ook met het moeten wegwerken van verliezen uit het verleden en daarbovenop de kredietcrisis die iedereen voorzichtig maakt. Ook verkeren er afnemers als gevolg van de wereldwijde financiële crisis in de problemen, met name in het Verenigd Koninkrijk speelt dat een grote rol. Voor een oplossing worden gesprekken gevoerd met zowel banken als mogelijke participanten. Zo is gesproken met PO-Oost en Visveiling Urk om geldverstrekkers meer zekerheid te kunnen bieden en zo kapitaal aan te trekken. Maar bankiers bewegen niet mee.’
De problemen beperkten zich niet alleen tot Baarssen. Albert Romkes schetste in 2008 de problemen in de
Bloeiperiode
De bloeiperiode voor Urk als het gaat om platvis begon met de introductie van de boomkorvisserij begin jaren zestig. Tot 1960 lag de scholaanvoer in Nederland gemiddeld op 12 miljoen kilo, in de periode 1981 tot 1983 lag dat op 93 miljoen kilo. Wat schol betreft lag in het afgelopen decennium de piek in 2016 met 33,6 miljoen kilo. Daarna laat zich een dalende lijn zien: 2017 (30,5 miljoen kilo), 2018 (24,5 miljoen kilo), 2019 (21,4 miljoen kilo), 2020 (19 miljoen kilo) en 2021 (17 miljoen kilo). Die daling zet door en in 2024 werd 5,5 miljoen kilo schol aangevoerd.
Op het hoogtepunt in jaren zeventig en tachtig zijn er ruim twintig scholfileermachines operationeel met elk een gemiddeld verwerkingsvolume van 12.500 kilogram platvis. Er waren toen ongeveer 750 à 850 personen werkzaam in de platvisfiletproductie, vooral fileersters en fileerders. Het fileren gebeurde op basis van het hoogste rendement en schoon, dus huid- en graatloos gesneden tegen een tarief per sortering van de vis. De sorteringen liepen van kleine schol 4 tot de grote schol 1. Voor de kleine schol kreeg je per kilogram gefileerde vis het hoogste tarief. Uiteindelijk kwam je als fileerder dan ongeveer op een zelfde uurtarief uit.
Bij veel fileerbedrijven werd gewerkt met parten die per sortering verschillend waren. Had je je part gehaald, dan mocht je naar huis. Veel fileerders begonnen dan ook vroeg en probeerden zo snel mogelijk hun part te halen. Snelle fileerders waren dan ook ruim voor ‘de kost’ al klaar. Sommigen bleven of gingen daarna nog ander werk doen buiten het bedrijf, maar de meesten waren daarna vrij. Bij Baarssen was geen sprake van parten en werkten alle fileerders acht uur per dag tussen 6 uur en 16 uur. Later op vrijdag tot 13 uur.
Anno 2026 is het aantal platvisfileermachines gehalveerd en wordt nog maar in een klein aantal bedrijven handmatig gefileerd.
media: ‘Gewoonlijk houden supermarktketens en groothandelaren waaraan wij schol en andere diepgevroren vis leveren, enkele maanden voorraad aan. Nu krimpen ze die voorraden allemaal in tot twee weken. Ze moeten wel, want voorraden zijn duur en de banken zitten vanwege de kredietcrisis iedereen op de nek.’ Romkes heeft daar zelf ook mee te maken. ‘Vroeger mocht je je banklimiet wel eens overschrijden, maar dat accepteert de bank nu echt niet meer.’ Ook Neerlandia heeft vanwege de ingezakte vraag de productie teruggeschroefd. Een ander probleem is dat kredietverzekeraars hun limieten hebben verlaagd. Veel visverwerkingsbedrijven exporteren voor tonnen euro’s vis tegelijk. Nu de verzekeraars die bedragen niet meer volledig verzekeren, dragen de exporteurs zelf het risico.’
De problemen bij Baarssen waren een enorme dreun voor de platvisketen. Dus ook voor de kottervloot en de Urker economie. Baarssen was een grote speler in een gekrompen markt en een van de weinige visbedrijven die zich actief inzette voor het opwaarderen van schol. Zo was in 2008 van twinriggers op contract (dik) boven de marktprijs ingekocht, maar de prijs van schol zakte na de zomer steeds verder weg. Baarssen breidde het contract voor levering van schol uit met de GY 127, nadat eerder een contract was gesloten met de PD 147 (gelanceerd op de beurs in Brussel), PD 43 en GY 57. De facturering van deze contractvis liep via Visveiling Urk. Die contracten liepen overigens oorspronkelijk tot 1 november en werden toen met twee weken verlengd.
Van die verlenging had Baarssen op dat moment nog geen spijt. Yvonne Baarssen in de media: ‘Dat is een goede keus geweest met zeker perspectief. Want alle niet-duurzaam gevangen schol gaat straks uit de schappen. Dat is zeker. Met het inslaan van die nieuwe weg hebben we ook onze scholklanten vast weten te houden.

Afbeelding 31. Baarssen had grote voorraden MSC-schol in de diepvriesopslag.
Oké, onze voorraad is nu duur, maar dat is straks wel allemaal MSC-schol.’ (Afbeelding 31)
Faillissement
Eind november 2008 werden de financiële problemen dusdanig groot dat Baarssen geen vis meer op de visafslag kon kopen. Het belang van en de waardering voor Piet Baarssen zorgde ervoor dat de visafslag er, met instemming van de aandeelhouders, veel voor deed om dit bedrijf zolang mogelijk te laten bestaan. Teun Visser: ,,Piet kwam in die tijd ook niet met smoesjes en was open en eerlijk over de financiële situatie. Toen de bank geen garanties meer bood, besloten wij om toch vis te leveren. In ruil voor extra krediet om Baarssen in de mijnzaal te houden werd voor een half miljoen euro diepvriesvoorraad op naam van Medfish gezet, het in 2008 door de visafslag opgerichte verkoopbemiddelingsbureau. De vis werd bij Coldstore opgeslagen. Op dat moment alle-
De visafslag Urk deed er alles aan om de vraag naar schol te behouden
maal MSC-gecertificeerde schol. Eind van dat jaar overschreed Baarssen de bankgarantie en trok de bank de stekker eruit. Het was gedaan met de grootste viskoper op de Urker visafslag.”
Visserijnieuws van 12 december 2008: ‘De scholprijs is afgelopen weekend hard onderuit gegaan. Het zijn niet alleen de gevolgen van het wegvallen van Baarssen als grootste koper. Ook andere traditionele scholafnemers trappen op de rem.
Bij een geringe scholaanvoer gingen de scholprijzen vrijdag al omlaag, en de daling ging maandag door. Er werden prijzen van 1,25 tot 1,70 betaald, een week eerder nog 1,70 tot 2,20 euro. Kopers zijn uiterst voorzichtig. Retailers haken af. Contracten worden opgezegd. Opgebouwde voorraden worden opgemaakt. De vraag naar schol blijkt minimaal te zijn. Vanwege de wereldwijde kredietcrisis staat de hele vismarkt onder druk. Visverwerkingsbedrijven schroeven de productie omlaag. De markt op Engeland heeft het extra moeilijk door de devaluatie van de pond, en het geplaagde IJsland blijkt op de Britse markt te dumpen om deviezen binnen te halen.
Het grote Baarssen Fish International koopt inmiddels al drie weken niet meer. Twee weken terug is het personeel geïnformeerd over de financiële problemen. Met een handjevol wordt nog doorgewerkt. De rest van de 138 (vaste) personeelsleden zit thuis. De productieruimte is verzegeld. Gesprekken met de bank zijn vastgelopen. Deze week is surseánce van betaling aangevraagd, wat zal uitmonden in een faillissement. Het is daarna aan de curator om de lijnen voor de toekomst uit te zetten. Directeur Yvonne Baarssen is gemotiveerd om door te starten, maar beseft daarin afhankelijk te zijn van andere partijen. Zij is blij dat grote afnemers haar hebben aangegeven even rustig af te willen wachten en graag volaan met MSC-schol te willen doorgaan.’
Begin december werd surseance van betaling aangevraagd en twee weken later sprak de rechter het faillissement uit. De executiewaarde werd bepaald op 3,7 miljoen euro voor het bedrijfspand met inventaris en voorraden. De waarde van deze voorraden kelderde echter aanzienlijk toen Ekofish besloot om het contract met Baarssen op te zeggen. Vanwege het faillissement kon Ekofisch
Leren van het verleden
De verwerking en handel van platvis uit de Noordzee nam een aanvang in de jaren zestig, nadat de Urker kotters hun vangsten op Urk gingen lossen. In de jaren tachtig en negentig was Urk het platviscentrum van Europa. In die periode kwam het bedrijf van Piet Baarssen ook tot grote bloei.
De quotering van de vangsten leidde tot een steeds verdere afname van de vloot en de aanvoer. De vissector heeft wereldwijd naar alternatieven gezocht en heeft het assortiment enorm verbreed.
Marten Poelman (62), tot voor kort eigenaar van Baarssen Fish Processing, is voorzitter van de Vereniging van Visgroothandelaren en Verwerking Urk en hij onderschrijft hoe het Noordzeeproduct steeds meer is vervangen door producten die wél het hele jaar beschikbaar zijn. ,,In ons bedrijf verwerkten we bijvoorbeeld 5.000 tot 6.000 ton kabeljauw per jaar uit de aquacultuur en wildvang. De rock sole en yellowfin sole hebben de schol verdrongen uit de schappen van de supermarkt. Je ziet dit terug in de lage prijs die nu, ondanks de geringe aanvoer, voor de schol 4 wordt betaald.”
Poelman ziet dat bedrijven door deze ontwikkeling veel minder kwetsbaar zijn geworden. ,,Vroeger was je afhankelijk van de aanvoer van Noordzeevis, maar nu komt de vis overal vandaan. Je hebt minder last van pieken en dalen en kunt de productiecapaciteit efficiënt inzetten. Bovendien wordt er veel gebruik gemaakt van oproepkrachten, die je niet hoeft door te betalen als er minder werk is. Dat was vroeger wel anders en zorgde nog weleens dat werk onder de kostprijs werd uitgevoerd om mensen maar aan het werk te houden en het verlies te beperken.”
Poelman vindt dat de vishandel ook van het verleden moet van leren. ,,Als je terugkijkt op de Noordzeevisperiode, dan had je hier veel meer uit kunnen halen. Kijk alleen al naar betalingstermijnen die toen gehanteerd werden van vele maanden. Je werd tegen elkaar uitgespeeld. Er stonden bedragen open van tientallen miljoenen bij de eigen klanten en zelf moest je als bedrijf meteen afrekenen op de afslag als je vis kocht. Dat was enorm kapitaalsintensief. Zorg dus vooral voor diversificatie en specialisatie en blijf zoveel mogelijk weg bij situaties waarbij je te veel met een ander moet concurreren.”
onder het contract uit en besloot om met Northseafood in zee te gaan. ,,Ekofish nam samen met Northseafood contact op met onze MSC-klant Coop in Zweden en zij werden nu de leverancier. Ekofisch was labelhouder van MSC en dat betekende dat wij die dure voorraden niet meer als MSC-schol konden verkopen. Die moest daarom ook voor een veel lagere prijs de markt op en daardoor was ook de kans op een doorstart met duurzame vis voor Baarssen verkeken. Dat voelde niet eerlijk omdat Ekofish wel de hoge prijs voor de schol van ons had gehad”, geeft Yvonne aan.
Vraag behouden
De scholprijs was in december met twintig procent gedaald. De NV Visafslag Urk legde de relatie met het stilleggen van Baarssen en had er daarom alle belang bij dat er een doorstart kwam.
Toen sprake was dat het bedrijf in onderdelen uit elkaar zou vallen, deed de NV Visafslag Urk eind december zelf een bod. Hiermee was het een van de weinige geïnteresseerden voor een totaalovername van bedrijf en voorraad. Volgens de curators mr. Arnout Appelman en mr. Anthony Terng van De Haan Advocaten in Almere waren er drie bieders, maar was het bod van de Urker visafslag het meest concreet en ook het hoogste. Meerdere partijen waren geïnteresseerd in uitsluitend een deel van de diepvriesvoorraad. Visafslag Urk wilde voorkomen dat deze gedumpt werd. Het eerste bod van Visafslag Urk was 2,8 miljoen euro. Visafslag Urk financierde de overname voor een behoorlijk deel uit eigen middelen en voor het overige had het bestuur groen licht van de bank. Op oudejaarsdag werd met de curator een akkoord bereikt over een eindbod
van 2,9 miljoen euro. Om de klanten te behouden werden ze beleverd uit door Baarssen verwerkte schol van de POOost en Medfish, dat ook al voorraden van Baarssen overnam. Oud-commercieel directeur van Baarssen, Cees de Boer, was directeur van Medfish.
De gezamenlijke handel op Urk kwam echter in het geweer tegen de overname door de visafslag en dreigde met een boycot omdat ze vreesden dat de onafhankelijke positie als intermediair in het geding zou komen. In een gezamenlijke bijeenkomst werd besloten niet meer op Urk en in Harlingen vis te kopen, zolang het afslagbestuur niet afzag van aankoop van het pand en de voorraden van Baarssen.
Van de kant van Visveiling Urk en POUrk werd onmiddellijk gereageerd door een kort geding aan te zeggen: wegens overtredingen van de Mededingingswet. De Visfederatie en Vereniging van Visgroothandelaren Urk zouden aansprakelijk gesteld worden voor schade. In het kort geding werd gevraagd een dwangsom op te leggen plus alle schade te compenseren.
Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt tussen de NV Visafslag Urk en de handel om de doorstart van Baarssen mogelijk te maken. De visafslag kon nog wel een openstaande schuld van Baarssen van anderhalve ton vereffenen, maar een succes werd de doorstart niet. ,,Helaas waren alle klanten toen al door anderen overgenomen, zodat van Baarssen niet meer overbleef dan een loonbedrijf dat vis verwerkte voor anderen. Na een aantal jaren is het bedrijf verkocht aan Marine Seafood en aan de
zoon van Piet, Philip Baarssen, die het recht van eerste koop had”, vertelt Teun Visser. Als Baarssen Fish Processing ging het bedrijf door. In 2025 werd het overgenomen door de Zalmhuys Group.
Terugblik
Het faillissement van de grootste werkgever van Urk had een grote impact. Terugblikkend op de geschiedenis van dit bedrijf heeft Albert Romkes alle respect voor hetgeen Piet Baarssen bereikt heeft, al heeft hij ook wel zijn bedenkingen. ,,Bij de handel in diepgevroren producten zijn wij nooit een voorstander geweest van hoge glaceerpercentages. Voor het conserveren van de vis en uitdroging tegen te gaan is 10 tot 15% in feite genoeg, maar in de jaren tachtig liepen de percentages al snel op. Bij Schilder in Volendam/Monnickendam werd 20 tot 30% gehaald, IJmuiden volgde en op Urk was Piet Baarssen de koploper. Het was een verdienmodel dat ook gestimuleerd werd door de klanten. Baarssen had in Italië te maken met PanaPesca en dit semi-overheidsbedrijf kon maar geen genoeg krijgen van steeds meer water om de vis, omdat dit de visprijzen verlaagde. Het interesseerde hen blijkbaar niet wat de consument uiteindelijk aan vis overhield op het bord. Neerlandia begaf zich niet in die markt en bleef zo uit de zogenaamde prijzenoorlog. Bij de bouw van ons nieuwe bedrijf in 2000 zijn we ook zelf gaan vriezen, omdat bij ons de diepvriesmarkt steeds belangrijker werd. De opzet was niet om zoveel mogelijk water om de vis te krijgen, maar om de vis zo snel mogelijk op -18 graden Celsius

te brengen. Bij hoge percentages water moet de vis steeds in waterbaden en vervolgens aanvriezen. Een proces van soms anderhalf uur, terwijl wij nu binnen tien minuten de vereiste 20% glacering aanbrengen. Die 20% is voor ons echt de limiet en uiteindelijk bespaart dit ook op de energielasten en transportkosten”, aldus Albert Romkes. ,,Neerlandia begaf zich dan ook op een andere markt dan Piet Baarssen. Je kunt echter niet anders zeggen dan dat Piet Baarssen toch een successtory was. Ik heb alle bewondering voor hoe hij met zijn mensen het productieproces steeds verder wist te verbeteren. Hij was heel nauw betrokken bij het productieproces, kocht zelf de grondstoffen zo goedkoop mogelijk in en zorgde ook voor druk bij de verkoopafdeling om optimaal te presteren. Het was echt een voorbeeldbedrijf.” (Afbeelding 32)
Albert Romkes is van mening dat Piet het tij toen niet mee had. ,,Kijk naar het verhaal met die MSC-gecertificeerde schol. Hij was de voorloper en speelde in op de vraag van supermarkt. Hiervoor had Baarssen op contractbasis dure schol ingekocht. De scholprijs stortte in, maar de voorraad verloor nog meer waarde omdat de MSC-labelhouder opstapte. Dat zijn onvoorziene zaken die Piet toen parten hebben gespeeld. Maar desondanks ben ik ervan overtuigd dat dit bedrijf nooit failliet had hoeven gaan als de banken hier anders in gestaan zouden hebben.”
Volgens Albert Romkes waren voor de visverwerkende industrie de jaren 2008 en 2009 heel moeilijk. ,,Wij moesten als bedrijf zoveel mogelijk cash flow realiseren, dus zorgen dat er geld binnenkwam en we niet afhankelijk waren van krediet van de banken. Daarnaast zijn we met elkaar om tafel gaan zitten om die scholprijs weer omhoog te krijgen, want dit was natuurlijk van belang voor de waarde van de voorraden en de verkoop hiervan. Uiteindelijk is dit gelukt en hebben veel visverwerkende bedrijven toch kunnen overleven. Het is jammer dat dit bij het bedrijf van Baarssen niet is gelukt. Als de bank hem meer tijd had gegeven, dan had ook Baarssen hiervan geprofiteerd en was dit bedrijf er zeker nog geweest.”
Ook Klaas Post heeft grote waardering voor de rol die Piet heeft vervuld in de ontwikkeling van de visverwerkende sector. ,,Door zijn ondernemerschap bleef Piet Baarssen de concurrentie meer dan een decennium lang steeds een stapje voor als het ging om verwerking. Steeds het proces weer sneller en efficiënter maken. Of het nu ging om betere fileertafels, opleggen of vriezen. En daarnaast ook steeds logistieke verbeteringen aanbrengen. Hij wist daarvoor ook de goede mensen aan te trekken, waarvan ik zeker technisch adviseur Hans Kortenbach wil noemen”, blikt Klaas Post terug. ,,Daarnaast zocht Piet Baarssen ook nieuwe bronnen om tegen lagere kosten vis aan te kopen of alternatieven als American Plaice uit Alaska toen de schol schaars was en zichzelf uit de markt prees. Ook was Piet als een van de eersten actief op IJsland om daar platvis te kopen en die op Urk te verwerken.”
Volgens Klaas Post was de kracht van Piet Baarssen om tientallen jarenlang het goedkoopste product te kunnen leveren door optimale benutting van mensen en innovaties in het visverwerkingsproces. ,,Hij was een voortrekker in de Urker visverwerking, waar alle anderen uiteindelijk ook van geprofiteerd hebben. Ook Eiland Urk en later Fiskano, want wij konden dankzij Piet Baarssen een goed product op de markt zetten en met een scherpe prijs de concurrentie van buiten Urk het hoofd bieden. De ontwikkeling van de visverwerking en -export zorgde er ook voor dat er op een gegeven moment vrijwel geen schol meer doordraaide. Er was genoeg capaciteit om het te verwerken en genoeg afzet, want mede door de glacering was het product betaalbaar voor een grote markt. Ook het starten van Coldstore Urk door Willem Brands heeft de ontwikkeling van de export een extra impuls gegeven. Grote bedrijven konden hierdoor een buffervoorraad opbouwen en kleinere bedrijven zonder eigen opslag konden hierdoor zelf gaan exporteren.”
Of er ook zwakke punten waren? ,,Ik denk dat Piet Baarssen het belang van de sales onderschatte. Hij vond het haast een vanzelfsprekendheid dat je zijn product aan de man wist te bren-
gen, omdat hij altijd goede kwaliteit tegen de laagste prijs wist te leveren. Maar die voorsprong op de concurrentie hou je niet altijd. Die staan ook niet stil. Bovendien werd er op een gegeven moment ook paal en perk gesteld aan de glacering door buitenlandse overheden en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat leverde aan het begin nog weleens heftige taferelen op als controleurs geen goedkeuring afgaven voor de export vanwege te veel water om de vis. Sommige landen (zoals Japan) eisten gewoon netto gewicht, en langzaamaan gingen ook klanten duidelijke grenzen stellen. Je komt dus op een punt waarop je met gelijkwaardige producten en prijzen moet zien te verkopen. Dan blijkt het grote belang van de sales, goede contacten en netwerken. Piet bleef wel innoveren, maar vooral op het gebied van nieuwe producten. Dat zijn investeringen op lange termijn, die vooral in het begin veel geld kosten met een grote onzekerheid of ze ooit geld op gaan brengen. Daar had ook Piet geen grip op. Misschien heeft Baarssen Fish ook hier een weg gebaand, maar niet de tijd gehad om hiervan te profiteren.”
Met veel respect denkt Klaas Post nog altijd terug aan zijn vriend en collega Piet Baarssen. ,,Ik weet nog goed dat ik na afloop van het faillissement van Baarssen sprak met de man van de ABN Amro die alles had afgewikkeld. Waar hij anders te maken had met praatjes, excuses en verborgen spaarpotjes van failliete eigenaars, had hij hier heel wat anders meegemaakt. Hoe verdrietig de hele situatie ook was, zijn conclusie luidde: ‘Dit was een rechtschapen man.’ Dat was ook de reden dat hij uiteindelijk het huis voor een – in Piets ogen –lage prijs aan Piet terug verkocht.”
Joeks kijkt terug op een periode die zeker niet makkelijk was. ,,De manager van de ABN Amro was heel menselijk

Afbeelding 33. Piet Baarssen kreeg in 2012 een onderscheiding vanwege zijn verdiensten voor de Urker vissector.
en kon ook niet begrijpen dat de bank zo handelde. Ondanks zijn rol bij de bank adviseerde hij ons om de bank aan te klagen, omdat ze het krediet hadden opgezegd en zo het bedrijf de kans ontnamen om weer te werken aan herstel. We hadden een voorraad met potentie, maar door het faillissement raakten we die ook kwijt. Voor Piet was het echter klaar. Hij was te moe om nog een juridisch gevecht aan te gaan.”
Ook oud-afslagdirecteur Teun Visser vindt het jammer dat het werk van Piet Baarssen voor hem in een teleurstelling is geëindigd. ,,In die moeilijke laatste jaren kon je zien dat hij eronder gebukt ging. Dat was pijnlijk, maar desondanks kijken we als visserijsector met dankbaarheid terug op de rol die hij heeft gespeeld. Rein Bos heeft het fileren op Urk gebracht, maar Piet Baarssen heeft de visverwerkende industrie op niveau gebracht. Daar moet de Urker gemeenschap hem dankbaar voor zijn.”
Vanwege zijn bijzondere verdienste voor de Urker vissector kreeg Piet Baarssen in oktober 2012 het gouden scholletje opgespeld. (Afbeelding 33)
Dankwoord
De interviews met oud-medewerkers, vrienden en zakenrelaties voor deze kroniek werden na het overlijden van Piet Baarssen afgenomen vanaf het jaar 2020. Dank aan allen die hieraan hun medewerking verleenden. Waaronder Albert Romkes voor het aanleveren van historische gegevens. In het bijzonder ook de familie Baarssen. Lub Post
Piet was een geboren atleet, sport was een uitlaatklep





Piet Baarssen was een atleet. In veel sporten blonk hij daarom uit, of het nu voetballen, schaatsen, tennissen of skieën was. Het liefst was hij sportleraar geworden, maar in die tijd waren er andere factoren die beslisten over jouw toekomst. In zijn drukke bestaan was sport voor Piet een uitlaatklep. Momenten waarop hij al de sores van zijn bedrijf kon vergeten.
Piet Baarssen kwam uit een kerkelijk milieu waarin georganiseerd sporten eigenlijk ‘not done’ was. In zijn jeugd was het vooral voetballen op de veldjes en pleintjes in het dorp. Maar in tegenstelling tot veel andere ouders uit die kringen deden de ouders van Piet er niet al te moeilijk over sport. Bovendien Piet had als jongste het geluk dat broers Gerrit en Fokke de weg al voor hem bereid hadden en lid werden van SV Urk. Fokke trok zich niet veel aan van de verboden die hem door anderen waren opgelegd en speelde in Urk 1. Als begenadigd voetballer genoot hij van het spel, van de aandacht en van de waardering van zijn medespelers. Fokke was onnavolgbaar in zijn passeerbewegingen en had een geweldig schot. Niet voor niks noemden ze hem Fokke de Loeier. ,,Hij trok daarin zijn eigen plan. Als hij op zaterdag paling moest strippen dan stond zijn tas met voetbalspullen klaar. Als de auto voor de deur stopte, dan sprong hij daar zo met zijn vieze werkkleren in”, vertelt oomzegger Jelle Baarssen. Werk ging ook op de zaterdag bij vader Jelle voor op het sporten, en dat was ook voor hem het grootste bezwaar tegen het sporten. ,,Het waren goede voetballers en als vader Jelle zijn jongens binnen de deur hield om te blijven werken, dan kwamen de mensen van SV Urk om ze op te halen. Jelle vroeg dan om vervangers, want die paling moest toch schoongemaakt worden. Uiteindelijk kwam hier niks van en Fokke vertrok en Piet bleef. Hij luisterde wel naar zijn vader omdat hij meer verantwoordelijkheidsgevoel had. Maar ook Piet deed er veel voor om toch achter die bal aan te rennen. Vaak had hij zijn voetbalkleren onder zijn werkkleren aan



en op het allerlaatste moment vertrok hij naar het voetbalveld. Hij vertelde daarna weleens dat de muggen achter hem aan vlogen”, lacht Joeks.
AL VROEG IN URK 1
Piet begon bij de A’s en stond al op 16-jarige leeftijd regelmatig in het eerste. Op 18-jarige leeftijd had hij een basisplaats in het eerste, samen met broer Fokke. Urk had toen twee Baarssens op de vleugels. Fokke op links en Piet op rechts. In dat seizoen 1960/1961 kwam Urk net een punt tekort om het kampioenschap te pakken. ,,Ik ging toen vaak met hem mee, maar zijn ouders zag je nooit langs de lijn. Maar schoonvader Jelle vroeg na afloop wel altijd aan mij of ze nog gewonnen hadden”, aldus Joeks.
Na dat seizoen stopte Piet er weer mee. Hij was het hele gedoe rondom werk en voetbal zat. Maar het bestuur van SV Urk liet hem niet met rust. Ze drongen er steeds bij hem op aan dat hij weer moest beginnen, maar Piet hield voet bij stuk. Kerkelijk ondervond Piet ook meer tegenstand tegen het sporten. ,,Dominee Visser gaf op de catechisatie zo af op het voetbal dat hij niet meer naar de Jachin-Boazkerk wilde. Piet ging toen al regelmatig naar Elim, op Urk ‘ut Boentjen’, waar ze minder streng waren en waar hij uiteindelijk altijd is blijven kerken. Aanvankelijk ging ik zelf nog naar de

Gereformeerde kerk, maar uiteindelijk zijn we toen samen naar Elim gegaan’, vertelt Joeks.
Meindert de Boer (1945) heeft jarenlang met Piet samengespeeld. ,,Joeks en Jet hadden ook goed contact met elkaar, zodat we naast het voetbal ook als vrienden met elkaar omgingen. Ik heb Piet destijds nog overgehaald om na een paar jaar weer bij Urk 1 te gaan. Het was een geweldige voetballer, sterk aan de bal, technisch begaafd, overzicht, een hard schot en een geweldige sprongkracht. Als spits maakte hij de meeste doelpunten met zijn hoofd. Dan stond Piet bij de hoekschoppen met zijn vinger omhoog en Fokke legde de bal precies op zijn voorhoofd neer. Piet was ook veel meer een teamspeler dan zijn broer Fokke. Die was binnen en buiten het veld onnavolgbaar. Acties die of weergaloos waren of strandden in schoonheid. Het rendement van Piet lag hoger en hij was constanter. Jarenlang was hij een van de uitblinkers in de ploeg”, vertelt Meindert de Boer. Piet was niet bang voor een duel, in de wedstrijd tegen Excelsior in maart 1965 moest hij na een botsing van het veld gedragen worden. Hij had net daarvoor de aansluitingstreffer gemaakt toen hij na een lange solo van broer Fokke de bal wist binnen te schieten.
Neef Jelle, van Gerrit, was een trouwe
supporter. ,,Met uitwedstrijden ging ik ook wel vaak mee. Dan kwam ik bij de kantine en Piet propte me dan bij de anderen in de kleine mini cooper, want ik moest mee”, zo herinnert Jelle zich nog goed.
Begin jaren zeventig werd Fokke Hoekstra (1947) teamgenoot van Piet. ,,Ik begon pas laat met voetballen, omdat wij er thuis het geld niet voor hadden. Maar mijn opleiding op straat bleek voldoende om het eerste te halen. Met Piet speelde ik destijds vaak in de as. Hij was alltijd rustig aan de bal en later toen hij als laatste man speelde, hield je je adem wel eens in als hij koelbloedig een mannetje door de benen speelde. Piet was ook in het veld een harde werker. Een sterke kerel die kon incasseren, maar als je hem pakte dan kon je er ook op rekenen dat hij later in een duel de rekening vereffende.”
Het zaalvoetbal was ook iets waar Piet van kon genieten. ,,Dat spelletje was hem op het lijf geschreven. Technisch vaardig en slim. We speelden met ons team toen op het hoogste niveau in de regio, meestal in de sporthal van Emmeloord”, blikt Meindert terug.
Klaas Post weet nog wel dat hij op een keer gebeld werd door Piet. ,,Zeg Klaas, we komen hier in de zaal in Emmeloord een mannetje tekort. Zou jij even mee willen doen? En dan kwam er de volgende vraag achteraan: zou je ook een paar zaalvoetbalschoenen voor me willen
kopen, want die van mij ben ik vergeten. Ik heb maat 44 en koop anders ook maar een paar voor jezelf. Typisch Piet.”
Meindert kan hier over meepraten. ,,Het leek wel of hij met zijn gedachten altijd ergens anders was. Bij uitwedstrijden moesten we soms eerst nog even bij een andere club langs omdat hij daar de keer daarvoor zijn tas had laten staan. Ook als je ergens was moest je daarna altijd nog even controleren of er geen bril of iets dergelijks bleef liggen.” Joeks weet nog dat hij op wintersport ging en zijn skischoenen was vergeten.
ANDERE SPORTEN
Naast het voetbal was er ook nog genoeg andere sport. Meindert: ,,Piet kwam wel vaak bij me om voetbal te kijken. Dan vond je de volgende dag steevast een handvol met geld dat uit zijn zak was gerold of wat losse briefjes. Ik heb het een paar keer teruggegeven, maar daarna gooiden we het maar gewoon in de collectezak.”
Joeks vond thuis ook overal stapeltjes met geld, want er ging toen ook veel in contanten. ,,Hij leende eens een pak uit aan broer Fokke voor een officiële gelegenheid, en toen Fokke het paste stak hij zijn hand in de binnenzak en haalde er stapel bankbiljetten uit. Piet wist niet eens meer dat hij dat erin gedaan had.” In de beginjaren van hun vriendschap damden Meindert en Piet ook vaak.
,,Piet was hier thuis mee opgegroeid en versloeg me dan ook moeiteloos. Ik heb op een gegeven moment een boekje gekocht om er wat meer in te verdiepen. Dat hielp soms nog weleens, maar na een paar weken was je dat weer vergeten. Zijn ongekende rekentalent kwam hem uitstekend van pas als we naar schaatswedstrijden keken. Piet was een man van de rondetijden, en kon zo de mogelijke eindtijden al bepalen. Echt een man van de cijfers”, aldus Meindert.
Met voetballen ondervond Piet later te veel last van zijn rug, en vond eind jaren tachtig zijn ontspanning in het tennis. Joeks was al een aantal jaren daarvoor begonnen. ,,Wat dat betreft genoten we allebei wel van sport. Fanatiek, want winnen was toch wel belangrijk, en daarnaast natuurlijk altijd de gezelligheid. Piet had hier ook veel vrienden om zich heen die ook in de vishandel werkzaam waren, zoals Joh. Schrijver, Pieter Hoekman en Gerrit Bos. Ook in tennis blonk Piet al snel uit in techniek, balgevoel en slimme balletjes”, vertelt Joeks. Na de actieve sport bloeide zijn passie voor het biljarten weer op. ,,Ook dat kon Piet heel goed, en ook in zijn laatste jaren hebben we het steeds volgehouden om met een aantal vrienden elke week samen te biljarten. Even gezellig samenzijn met uiteraard een spel waarin je elkaar kunt aftroeven”, blikt Meindert met weemoed terug.

Samenvatting. Deze kroniek geeft aan de hand van de geschiedenis van het bedrijf van P. Baarssen BV een beeld van de periode waarin Urk het platviscentrum van de wereld genoemd ging worden. Het geeft een inkijk hoe dit bedrijf zich van klein loonbedrijf ontwikkelde tot een voorloper in de Urker visverwerkende industrie en laat ook de persoon zien achter dit bedrijf: Piet Baarssen. Hij ontwikkelde een uiterst efficiënt productieproces en wist door innovaties in het vriesproces de concurrentie lange tijd voor te blijven. Door zijn ondernemerschap wist hij nieuwe aanvoer- en afzetmarkten aan te boren. De toenemende vansgten van de Urker vloot konden daardoor verwerkt en afgezet worden.
P. Baarssen BV was lange tijd het grootste en meest toonaangevende bedrijf van Urk. De bankencrisis zorgde er echter voor dat dit bedrijf niet de mogelijkheid kreeg om zich verder te ontwikkelen in de retail, waar toen volop mogelijkheden lagen. Uiteindelijk ging het bedrijf failliet, maar het heeft decennialang een grote bijdrage geleverd aan de Urker economie. De visverwerkende industrie heeft ook nog vele jaren profijt gehad van de ontwikkelingen die Baarssen destijds al in gang heeft gezet in de retailmarkt.
Summary. This chronicle, based on the history of P. Baarssen BV, provides a glimpse into the period when Urk began to be known as the world's flatfish center. It offers insight into how this company developed from a small contractor to a pioneer in the Urk fish processing industry and also reveals the person behind it: Piet Baarssen. He developed an extremely efficient production process and, through innovations in the freezing process, managed to stay ahead of the competition for a long time. His entrepreneurial spirit allowed him to tap into new supply and sales markets. This allowed the Urk fleet's growing catches to be processed and marketed.
For a long time, P. Baarssen BV was the largest and most prominent company in Urk. However, the banking crisis prevented the company from further developing in the retail sector, which at the time offered ample opportunities. The company ultimately went bankrupt, but for decades it made a significant contribution to the Urk economy. The fish processing industry has also benefited for many years from the developments that Baarssen initiated in the retail market at the time.
Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, kunt u een gift overmaken op rekeningnummer
NL 32 ABNA 0436429853 (t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Een gift aan de Stichting Urker Uitgaven is aftrekbaar voor de belasting.
Colofon
Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: www.urkeruitgaven.nl
Heeft u ook een bijdrage?
We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. info@urkeruitgaven.nl