Skip to main content

Urcker Kronieken - Valerius - De Toeteblaozers

Page 1

Kronieken Urcker

Jaargang 2026 | nr. 2

STICHTING

URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl

De rondgang van ‘Valerius’ met hun nieuwe vaandel tijdens het bezoek van H.M. Koningin Wilhelmina in 1921.

Al 128 jaar blaasmuziek van ‘Valerius’

De Toeteblaozers Geschiedschrijver Cornelis de Vries meende dat de Urkers in doorsnee geen muzikale aanleg hadden. Muziekinstrumenten vond men in de eerste helft van de vorige eeuw nog maar weinig in de woningen. Eeuwenlang waren het de schoolmeesters van buitenaf geweest die muzikaliteit op Urk brachten, want die waren immers ook koster en voorzanger in de kerk. De Vries heeft niet meer meegemaakt hoe Urk muzikaal opbloeide, dat er wel degelijk talent is en dat de Urker zang zelfs wereldwijd bekend is. Wie op Urk een aardig toontje meeblazen op muzikaal gebied waren en zijn de Toeteblaozers, zoals ze in de volksmond wel genoemd worden. Al in 1898 opgericht als een Christelijk Muziekkorps ‘Adrianus Valerius’.

Door Lub van den Berg vandenberglub@gmail.com


‘Valerius’ in 1905 met v.l.n.r. Gerrit Snoek, Hendrik Kagei, Hendrik van Veen, Andries Keuter, Chr. Jongbloed, Teun Kramer, Hendrik Gerssen, meester Van Doorn (met hoed), Jan Gerssen (geknield), Pieter Keuter, Jelle Roos en Harm Gerssen of Jan Marten ten Napel.

Het culturele leven op het eiland Urk mocht tot het einde van de negentiende eeuw eigenlijk geen naam hebben, zeker niet in georganiseerde vorm. Wel werd er gezongen, dat deed men toen – en nu nog steeds – graag. Toen de Urkers nog rooms-katholiek waren had men een voorliefde voor een bepaald geestelijk lied: het Paaslied ‘Christus is opgestanden al van der martelaarshanden’ (zie Liedboek nr. 211). Toen op Urk rond 1700 de hele bevolking protestant genoemd kon worden, werden er in het kerkje aan de zee de psalmen van Datheen aangeheven. De zang werd geleid door een voorzanger, die zorgde dat de kerkgangers wisten welke melodie en toonhoogte ze moesten gebruiken. Pas laat werd op Urk uit de berijming van 1773 gezongen. Er waren veel mensen die niet konden lezen, laat staan notenlezen. Onbekende verzen werden eerst voorgelezen. Begeleiding van een orgel was er niet en eigenlijk vond een groot deel van de orthodoxe bevolking muziek te werelds. De betrokkenheid van de kerk bij het onderwijs was groot. Van de schoolmeester werd verwacht dat hij ook koster en 2 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

voorzanger was. Dit blijkt ook uit de advertentie in de Amsterdamse Courant van 21 september 1758: ‘De Koster, Voorzanger en Schoolmeesters Ampt Vacant zijnde, zo werden die geene, welke daar toe bequaam en genegentheid hebben, op een vast Tractement van 314 gulden ’s Jaars, behalven de Emolumenen; verzogt ten spoedigsten op Urk by den Predikant zig aan te geven, om hunne Gaven voor de Gemeinte te laaten horen.’ Een schoolmeester móest dus in die tijd wel muzikaal zijn. Er was een opstootje in 1819 toen in de kerk Psalm 115 moest worden gezongen en de voorzanger weifelde, waardoor het onbedoeld een meerstemmig gezang werd. Er werd geklaagd over het ‘onstigtelijk zingen van onze schone Psalmen’ en de kerkenraad zette de voorzanger, de schoolmeester Lammert Vis, op zijn nummer. In 1898 werd aan de Gereformeerde Kerk gratis een orgel aangeboden, maar dat aanbod werd afgewezen omdat men het instrument associeerde met kermissen en theater. Door het langzaam zingen in de kerk en het, als

gevolg daarvan geregeld van toonhoogte zakken, werden de oren van hen die het konden onderscheiden, verscheurd door de wanklanken. Toch zong men liever zonder orgel, de menselijke stem werd gezien als het enige ‘natuurlijke’ instrument dat Gods lof kon zingen. Volgens Cornelis de Vries in zijn ‘Geschiedenis van het eiland Urk’ had de Urker in doorsnee geen muzikale aanleg. Hij baseerde dit op het feit dat muziekinstrumenten vrijwel niet aanwezig waren en slechts weinigen zich door oefening in het zingen bekwaamden. Wel waren er op Urk liefhebbers van zang en muziek te vinden. Kennelijk was Cornelis de Vries geen muziekliefhebber, in zijn lijvige boek wordt de naam (Adrianus) ‘Valerius’ geen enkele keer genoemd. Wat de ontwikkeling van het in teamverband muziek maken of zingen ook in de weg stond was het nijpend tekort op Urk aan vergader- en oefenruimte en de strenge eisen die de kerkenraad aan de onder hun gezag staande verenigingen stelde. Zo werd er bezwaar gemaakt tegen het doen van voordrachten op

STICHTING URKER UITGAVEN


verenigingen. Ook een rol speelden de gebrekkige financiële middelen, een knelpunt op het vaak noodlijdende eiland. Eerste koren In 1892 werd door een onderwijzer de gemengde zangvereniging ‘Excelsior’ opgericht die vierstemmig psalmen zong. En in 1897 verscheen het mannenkoor ‘Oefening Kweekt Kunst’ ten tonele dat onder toezicht stond van de Gereformeerde Kerkenraad. Dit koor was echter geen lang leven beschoren en ging snel weer ter ziele, maar toen de Bethelkerk uiteindelijk in 1910 een orgel kreeg, richtten de zangers een nieuw mannenkoor op onder de naam ‘Halleluja’. De inwijding van het orgel in 1911 had tot gevolg dat notabelen en onderwijzers ook ‘orgels’ aanschaften en het harmonium, op Urk meestal traporgel genoemd, zijn intrede. Eerder in 1898, bij de feestelijkheden ter gelegenheid van de troonsbestijging van Koning Wilhelmina, werd een optocht ’s avonds met lampions begeleid door een orgel op een wagen. Vooral onderwijzers met verstand van muziek hebben veel voor de Urker muziekcultuur betekend. We noemen mannen als Johannes van Doorn en Gerardus Metz. Er waren enkele ‘jongelingsverenigingen’ die gelieerd waren aan de Gereformeerde en Hervormde kerk en daar werd later na de eeuwwisseling ook wel aan culturele vorming gedaan o.a. door het voordragen van poëzie en proza en in 1907 werd de reciteervereniging DINDUA opgericht. De hervormde jongelingsvereniging Obadja kreeg vooral bekendheid door zijn toneeluitvoeringen tijdens de jaarvergaderingen. In calvinistische kringen sprak men liever van ‘samenspraak’ omdat toneelspel werelds werd geacht. Adrianus ‘Valerius’ Wie het initiatief nam weten we niet, maar op 22 augustus 1898 werd een Christelijke Muziekkorps met de naam ‘Adrianus Valerius’ opgericht. Genoemd naar de 16e-eeuwse deken der Rederijkerskamer te Veere, schrijver van vaderlandse liederen in de 80-jarige oorlog zoals het bekende ‘Wilt heden nu tre-

STICHTING URKER UITGAVEN

iemand die al een instrument bespeelde voordat hij op Urk kwam. Ik verdenk meester Johannes van Doorn (18781962) hiervan. Hij was organist, leidde een zangvereniging en is als muzikant ook op de vroegste foto van ‘Adrianus Valerius’ te zien uit 1905. De muziekvereniging had een fanfarebezetting en werd Koninklijk goedgekeurd in december 1907 – zo stond op het vaandel uit 1921 te lezen dat met officiële gelegenheden werd meegetroond. Door de bevolking werd de naam van het muziekkorps overigens altijd afgekort tot ‘Valerius’ of ‘de ferfari’ en men sprak ook vaak van ‘De Toeteblaozers’. Een fanfare in stand houden op een eiland, waarvan het grootste deel van de mannelijke bevolking op zee het brood verdiende, was sowieso niet gemakkelijk. Vrouwelijke muzikanten waren taboe in die tijd en dus was men aangewezen op de ‘landmannen’.

Dirigent Chr. Jongbloed in 1900 in het uniform van het Stedelijk Muziekkorps der dienstdoende Schutterij in Enkhuizen.

den’ en ‘Gelukkig is het land’. Maar ook het boek Nederlantsche Gedenck-clanck uit 1626 waaruit de melodie van ons volkslied het ‘Wilhelmus’ komt. Het ligt voor de hand dat een onderwijzer bij de oprichting betrokken was,

Muzikant Gerrit Snoek werd de eerste Urker dirigent. Hij was ook directeur van de Urker Stoombootmaatschappij.

Een orkest heeft een dirigent en een docent nodig en waar haal je die vandaan als je wekelijks een repetitie wilt houden op het meest afgelegen eiland van Nederland. Een professionele dirigent moest dus van de vaste wal komen en bleef na de repetitie op Urk overnachten. Toen kwam het goed uit dat muzikant Gerrit Snoek directeur was van de Stoombootmaatschappij. De eerste dirigent was Jan Pieter Roda jr., een musicus en muziekleraar uit Enkhuizen. Voor hij op Urk kwam was hij dirigent van een fanfare in Bovenkarspel. De dag na de repetitie op Urk vertrok hij weer met de eerste boot. De beloning voor de dirigent – die in die dagen directeur werd genoemd – was niet heel royaal en het afgelegen Urk was niet populair bij dirigenten. Daarom stond de vereniging ook vaak onder leiding van een aantal talentvolle Urker leden zoals Gerrit Snoek, Gradus Metz en Louwe Kramer. Roda hield het niet langer dan een jaar vol bij ‘Valerius’. Misschien was ziekte de oorzaak, want hij overleed in 1902. Achtereenvolgens kende het muziekkorps daarna de volgende dirigenten: Van Dijk, deurwaarder Chris Jongbloed uit Enkhuizen, die lid was van het Stedelijk Muziekkorps aldaar en later ook diLub van den Berg | De Toeteblaozers | 3


‘Valerius’ in 1917 met v.l.n.r. Dubbele Romkes, Piet Keuter, Jan. M. Gerssen Lzn., Hendrik Nentjes, Gerrit Snoek, Hendrik van Veen, Hein Hagedoorn, Teun Kramer, Albert Bakker, Ide Bode, Willem Hoekstra, Jacob (Jaap) Gerssen Lzn., Jaap Bakker, Johannes Gerssen Lzn., dirigent Jongbloed en vooraan Ide Snoek en Hendrik Gerssen Lzn.

rigent van dat korps werd, Gerrit Snoek, de goudsmid Van Kalken uit Enkhuizen en Jos Lussenburg uit Enkhuizen. Die was naast musicus ook kunstschilder en enkele van zijn werken hangen in het Urker museum. Gezelligheidsvereniging ‘Valerius’ was in de eerste plaats een muziekvereniging, maar is ook altijd een hechte vriendenclub geweest. De leden betaalden 10 cent contributie. Te moeilijke stukken werden geschrapt. Men speelde voor de ontspanning. ‘Valerius’ beoefende echter niet alleen de Kunst om de Kunst maar trad ook op naar buiten. Toen het nog een eiland was, maar ook daarna is ‘Valerius’ op Urk altijd een begrip geweest. Wie kan zich een Koninginnedag op het eiland voorstellen zonder ‘Valerius’? Op zo’n dag werd heel wat gevergd van de muzikanten. Het marcheren door het dorp over straatjes vol met kuilen, maakte het spelen er niet gemakkelijker op. Bovendien was het een hele opgave om tussen de hossende jeugd overeind te blijven. Toen na de Tweede Wereldoorlog de hervormde dominee Everinus van Wieringen voorzitter van de Oranjevereniging was, waren de achterste muzikanten goed 4 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

beschermd. Van Wieringen liep achteraan met zijn wandelstok met zilveren knop te zwaaien zodat niemand dichtbij durfde te komen. Zijn beschermende optreden volgde op een staking van de muzikanten die door het geduw van het publiek verwondingen aan de lippen hadden opgelopen. De niet zo grote dominee met zijn zware bril, deelde diverse rake klappen uit met zijn wandelstok waardoor ‘Valerius’ ongestoord en zonder letsel kon marcheren. Bij huwelijksjubilea was Valerius ook vaak van de partij. Het korps speelde een psalm en een mars waarna het bruidspaar werd gefeliciteerd. Repetitielokaal Er waren in de beginjaren niet zoveel ruimten op Urk waar je met een muziekvereniging kon repeteren. Je had de zolder van ‘Hulp en Steun’ en twee kerkelijke verenigingsgebouwtjes ‘Obadja’ en ‘Samuel’, maar die waren eigenlijk te klein. Maar gelukkig mocht er in een

lokaal van de openbare school gerepeteerd worden. Ook daar zal meester Van Doorn wel de hand in hebben gehad. Toen de fanfare begin jaren 30 onder de vaste leiding van Gerrit Snoek kwam te staan, vonden de repetities plaats in de ruimte onder zijn woning op Wijk 1-17. De muziek klonk niet goed in deze kleine en lage ruimte en na 1937 kwam ‘Valerius’ terecht in de bovenzaal van de fabriek aan de huidige Klifweg. Dit pand was in 1918 gebouwd door de heren Velleman en Sterrenburg uit Rotterdam als N.V. Vischmeelfabriek ‘Zuiderzee’. In de fabriek kwam meteen een elektriciteitscentrale die stroom leverde aan de 675 huishoudens en de straatverlichting. De vismeelfabriek is nooit in gebruik genomen omdat de bijvangst van de Zuiderzeevissers niet geschikt bleek te zijn. In 1924 werd er nog een sigarenfabriek in gerund, maar die sloot ook na vier jaar de deuren. Een deel van het pand werd vervolgens ijsfabriek van de gebroeders Van Veen. Het hoge pand

Het was een hele opgave om tussen de hossende jeugd overeind te blijven STICHTING URKER UITGAVEN


had een mooie zolder die geschikt was als repetitielokaal. In de gang naast de elektriciteitscentrale werd een trap gemaakt naar deze bovenverdieping. De zaal werd verfraaid en geverfd en er werd een toneel met kleedkamers gebouwd. Jan Oost zorgde voor een betere verlichting en iedereen hielp mee. De timmerlui maakten lange lessenaars, die uitneembaar waren en ook na de oorlog in de muziektent op de haven werden gebruikt. In deze bovenzaal, met plek voor krap 300 mensen, werden ook de uitvoeringen gegeven. Het publiek zat wel wat benauwd op klapstoeltjes, maar niemand klaagde daar over. Men speelde behalve muziek ook sketches en hield toneeluitvoeringen voor de bevolking. Dit was nogal progressief in die tijd en er werden dan ook in de kerkenraad de nodige bezwaren geuit. Door de grote belangstelling werden er vaak drie uitvoeringen gegeven. In het stuk ‘De Koning van Kodzambi’ ging het er bloederig aan toe. Met het geven van de ridderslag liep het bloed de ridder om de oren. Ook ‘Obadja’ heeft in die zaal uitvoeringen gegeven. Publiek en artiesten moesten het, zonder toilet, drie en een half uur volhouden. Na de Tweede Wereldoorlog mocht de zaal om veiligheidsredenen niet meer gebruikt worden, o.a. vanwege de gammele trap. Irene Op ‘Valerius’ zaten ook leden van de reciteervereniging DINDUA en die vereniging kampte eigenlijk met hetzelfde huisvestingsprobleem. Er was geen geschikte ruimte op Urk om voor een groot publiek een uitvoering te geven. ‘Valerius’ en DINDUA staken de koppen bij elkaar en op 2 februari 1944 werd het besluit genomen om, zodra de oorlog was afgelopen, gezamenlijk stappen te ondernemen om te komen tot de bouw van een verenigingsgebouw. In 1946 werd de ‘Vereniging tot Stichting en Instandhouding van een Gebouw voor Christelijke Belangen’ opgericht met de naam ‘Irene’, wat vrede betekent, een toepasselijke naam net na de oorlog. Men ging voortvarend te werk met ledenwerving en een groot deel van de Urker bevolking steunde dit initiatief graag. Van de kerken gaf alleen de Gere-

STICHTING URKER UITGAVEN

Ab de Schilder (1904-1976)

Albert Klaas Koffeman, beter bekend als ‘Ab de Schilder’. Tijdens zijn begrafenis speelde uiteraard ‘Valerius’. Waarom ‘uiteraard’? Ab was namelijk ruim veertig jaar muzikant én bestuurslid geweest. Hij was een markant figuur en herinneringen aan hem gaan meestal met een lach gepaard. Hij zal niet snel worden vergeten door degene die hem gekend hebben. Ab zie je op een foto van Adrianus ‘Valerius’ uit 1928 onder leiding van Gerrit Snoek. Ab speelde bas (bombardon noemden ze die toen) en zou dat de rest van zijn muzikantenleven blijven doen. Hij was de oudste van de ijzeren garde van ‘Valerius’ die naast Ab bestond uit o.a. Hendrik Hagendoorn, Jan Oost, Marinus Karel ten Napel, Lourens Metz en Klaas Hakvoort (van Aole). Zij misten nooit een repetitie, maar wonderlijk genoeg kwam het muzikale niveau van de vereniging bij hen op de tweede plaats. Wonderlijk omdat, althans bij een deel van hen, de vaardigheden anders zouden doen vermoeden. Ab had een ironische benadering van wat er om hem heen gebeurde. Er zijn heel wat anekdotes bekend waarin hij een rol speelde. Enkele daarvan wil ik u er niet onthouden: Bij de schilderende familie Koffeman heerste een permanent geldgebrek. Op een morgen kwam er een vreemde meneer met een zwarte aktentas binnen en vroeg naar de heer Koffeman. Ab, die hem te woord stond, vroeg wie of de meneer dan wel was. “De deurwaarder van de belastingen”, antwoordde de man. “Oh dat is jammer” zei Ab, “de heer Koffeman is net kortstondig aan zijn eindje gekomen”. Onthutst ging de man weg (later bekend op heel Urk als de menselijke deurwaarder Riensema). Hij wist natuurlijk niet dat de vader van Ab even naar het ‘uissien’ achter Wijk 4-28 was en dat zijn eindje in dit geval letterlijk moest worden opgevat. Ab was aan het schilderen in de pastorie van dominee Groeneveldt, de grote en bijna kale gereformeerde dominee, die één van de bekendste dominees uit de Urker geschiedenis is. Toen de dominee op een gegeven moment de trap af kwam zei hij tegen Ab: “Broeder Koffeman, zou ik je fiets even mogen lenen, want mijn auto is in de garage voor reparatie”. “Ja, natuurlijk dominee” antwoordde Ab, “maar ik wil u wel waarschuwen, mijn fiets heeft een afwijking”. “Een afwijking?” Vroeg de dominee verwonderd. “Ja, als hij bij Kroon is, wil hij altijd rechtsaf….” (slijterij Kroon) ‘Valerius’ ging in het verleden regelmatig naar concours. Zoiets vraagt veel studie en extra repetities. Maar soms was er meer nodig dan extra repetities om een prijs te halen. ‘Valerius’ had zich eens aangemeld voor een concours en in het verplichte werk zaten voor de bassectie in een allegro gedeelte enige technisch onoverkomelijke moeilijkheden. Van de twaalf deelnemende verenigingen had ‘Valerius’ zich als zesde ingeloot, zodat ze er niet zo vroeg hoefden te zijn. De bassen zagen het optreden met enige zorg tegemoet. Hun mineurstemming veranderde echter alras toen Ab de schilder onder de juryleden een bekende ontwaarde. Tijdens het wisselen op het podium begaf Ab zich naar de jurytafel, waar een hartelijke ontmoeting plaatsvond. Nooit is bekend geworden wat Ab met het jurylid besproken heeft, maar wel haalde ‘Valerius’ verrassend een eerste prijs...! In de bus, op de terugweg naar Urk, las Ab op verzoek van de dirigent het juryrapport voor, waarin de volgende passage stond: “In het allegro van het verplichte werk muntten de bassen uit door een verbluffende techniek, een fraaie klank en een homogeen samenspel”, waar Ab zelf nog met een stalen gezicht aan toevoegde: “En zo, vrienden, blijkt weer eens wat zelfdiscipline en noeste thuisstudie vermogen.”

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 5


formeerde kerk morele, en later ook financiële steun door garant te staan voor rente en aflossing van de noodzakelijke hypotheek. De aanbesteding vond plaats in 1949 en een aannemer uit Zeist bouwde voor ruim 45.000 gulden het Irene. De grond werd kosteloos door de gemeente beschikbaar gesteld. In januari 1950 werd de eerste steen gelegd en in juni werd ‘Gebouw Irene’ in gebruik genomen en heeft 65 jaar lang onderdak aan o.a. ‘Valerius’ geboden, die daar wekelijks repeteerde en ook regelmatig concerten gaf. Vervoer Als muziekkorps wilde men niet alleen muziek laten horen op het eiland Urk. En daarin heeft dirigent Gerrit Snoek een prominente rol gespeeld en veel voor ‘Valerius’ betekend. Gerrit, die zich door zelfstudie de dirigeerkunst had eigen gemaakt, was niet zo technisch, maar kon goed leidinggeven. Vooral het nummer ‘Le petit Major’ was toen heel populair. Heel wat gezellige boottochten heeft het korps gemaakt met de boten van de Eerste Urker Stoombootmaatschappij (EUSM) waarvan Snoek de directeur was. Overigens was Gerrit niet alleen dirigent, maar hij gaf ook les aan ook jonge muzikanten, waaronder Jan van Dalfzen (1914-1990). Op zevenjarige leeftijd raakte hij al onder de indruk van ‘Valerius’ bij een optreden van het korps tijdens het bezoek op Urk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik in 1921. Toen hij ziek was kreeg hij een mondharmonica cadeau en raakte meteen verslingerd aan het apparaat. Het gevoel voor muziek had hij van geen vreemde. Vader Luite was niet alleen muzikant bij ‘Valerius’, maar ook organist in het Kerkje aan de Zee. Iedere zondag zat Jan naast zijn vader bij het orgel en daar ontwaakte zijn liefde voor de muziek. Jantje kreeg de eerste muzieklessen van zijn vader. Iedere week ging hij mee naar de repetitie van ‘Valerius’ en hij kon al gauw een deuntje op een cornet spelen. Toen meester Loosman noodgedwongen ‘Valerius’ moest verlaten, nam Jan zijn cornet en plaats over. Hij was toen 9 of 10 jaar en kon al de mars ‘de Rekruten’ meeblazen. Na een week of 6 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

‘Valerius’ op de foto bij het optreden tijdens het Vaderlands Historisch Volksfeest in 1919 in Arnhem.

tien les van Gerrit Snoek kon hij met de fanfare meeblazen. Met enkele vrienden richtte Jan in 1932 de mondaccordeonvereniging ‘Tot Ons Genoegen’ op. Arnhem Een hoogtepunt voor ‘Valerius’ in die tijd was ongetwijfeld het deelnemen aan het Vaderlands Historisch Volksfeest in 1919 te Arnhem. De achterliggende gedachte van dit feest, vlak na de chaos van de Eerste Wereldoorlog, was dat bepaalde tradities moesten worden ge-

red van de ondergang. Zo waren kaasdragers te zien en winterhoornblazers, symbolen van de Nederlandse cultuur. Kennelijk behoorde Urk daar ook bij. ‘Valerius’ trad daarbij op in de Urker dracht met het viltje als hoofddeksel. Er kwamen maar liefst 400.000 mensen op de feestelijkheden af. In het ‘Nederlands Volksleven’ door J. v.d. Ven was het volgende te lezen: - Het vissersvolk op het vaderlands historisch volksfeest.-

STICHTING URKER UITGAVEN


“In grote drommen was het zuiderzeevissersvolk naar Arnhem gekomen! Men ontmoette in Sonsbeek in levenden lijve en blakende welstand de oude getrouwen van Willy Sluiters’ en Evert Pieters’ schilderijen. In hun wijde pofbroeken stapten ze met grote zeemanspassen achter het vervaarlijk blazende Urker muziekgezelschap, dat met schetterende fanfares de grote en belangrijke visserij afdeling van de optocht inleidde. Lawaaiig druk bliezen zij hun lijfdeuntjes en de dikke dirigent Snoek, een figuur die zo weggelopen scheen uit van der Helst “Schuttersmaaltijd” had zijn stokje maar even op en neer te bewegen of heftig schallende koperfanfares overstemden alle gejuich en geroes. De Urker muziekkapel heeft heel wat vreugde in Arnhem gebracht. Welk een ovatie ontving zij niet reeds voor één trombone stoot, één fluit gil in Musis Sacrums’ muziektempel, den luisterenden overtuigd had van de wondere longenkracht der urker visscherslieden. Met ‘gesang en reyen’ werden ze verwelkomd door allen. Hagen van juichende mensen hadden zich urenlang voor hun aankomst geformeerd langs de Rijnoevers. Met bonte doeken groetten de urker vrouwen al maar terug en de mannen lichtten hun oubollige hoedjes rhytmisch-instinctmatig wanneer weer een golf enthousiasme hen in kreten en hoezee’s bereikte. Snoek wist in zulke gevallen niet beter te doen, dan zijn dirigeerstokje waarschuwend op te heffen, waarna onmiddellijk blaaslustig de leden van het muziekcorps een krachtig “Wilhelmus” of “Wien Neerlands bloed” inzetten. Zo hield het visschersvolk van Urk, Marken, Volendam, Huizen en Spakenburg op een prachtige uitvlucht van bommen, botters en jollen onder de vaderlandslievende tonen van hun eigen muziekcorps op gans originele wijze hun intocht in de feeststad op dins-

‘Valerius’ als toeschouwers bij de Marker bruiloft tijdens het Volksfeest in 1919.

dag 2 september 1919.” Het enthousiasme waarmee Arnhem de Zuiderzeevisschers verwelkomd heeft was overweldigend en geen overwinnaar kon luider toegejuichd zijn dan deze schaar zelfbewuste, kloeke mannen en vrouwen. Kapelmeester Snoek schreef het de volgende dag; “We hewen toe nog nooit zoovuul minsen bij enkanger ezien, want woar of ut volk vandoon kwam, dat wiet ik niet. Toen de skeuten annekeumen wassen, mossen we mit de muziek vuurop. Je kunen dinken dat ut zwiet allemoal op oenze kolle sting in ik verzieker je buije, dat we blede wassen toen we wat te skaften kriegen in Muzus Sakkrum. Arnhim was mooi opversierd, alle stroaten die we duur kwammen wassen versierd. De minsen wassen arrig vriendelik in eutkoemend. We worden ok niet noa eroepen of noa eskrewd of bespot om oenze klieren in ouwerwetse kliederdracht zoo as dat nog welders gebeurd in angere ploasen van oens laand.” In de folkloristische optocht was Urk goed vertegenwoordigd. Drie optochtwagens met Urkers volgden het daverend muziekkorps.

Eigen vaandel Op de vooravond van het bezoek van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik aan Urk op 24 juni 1921 kreeg ‘Valerius’ een vaandel uitgereikt uit handen van Albert van der Horst van de Oranjebond uit Amsterdam. Het was een bijzondere plechtigheid te midden van genodigden in de openbare school. Het vaandel was een lang en vurig gekoesterde wens van ‘Valerius’. Na het optreden van het fanfarekorps onder leiding van Gerrit Snoek in Arnhem, had hij zijn mannen in 1920 ook meegevoerd naar de opening van de Staten-Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Om daar op tijd te zijn, waren ze ’s nachts om twee uur al vanaf Urk vertrokken. Dit raakte de koningin en zij beloofde gauw eens op Urk te komen. De trouw en aanhankelijkheid aan Oranje trof Van der Horst en hij rustte niet, voordat hij een vaandel had. Bij de uitreiking speldde hij er meteen de Oranje-medaille ‘Voor God, Koningin en Vaderland’ op en de herinneringsmedaille van Arnhem. ‘Valerius’ speelde de volksliederen en burgemeester Gravestein wees in zijn toespraak op het ge-

‘Valerius’ speelde voor maar liefst drie koninginnen: Wilhelmina in 1921, Juliana in 1968 en Beatrix in 1994.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 7


Marinus Karel ten Napel (1910-1981) ‘De Karel’ zoals iedereen hem kende en noemde was letterlijk een oudgediende. Hij stamde nog uit de Gerrit Snoek jaren (Adrianus ‘Valerius’). In die tijd schijnt het korps voor een flink deel te hebben bestaan uit Ten Napels en Gerssens. Hij behoorde tot de generatie Valerianen voor wie het korps alles was, zonder zich veel zorgen te maken over het muzikale peil. Hij speelde alt zowel in de fanfare als in de brassband. Hij sloeg geen repetitie over en was er gewoon altijd. Hij antwoordde op de vraag van dirigent Bode wat hij allemaal betoeterde met: “stootjes”. Een blijmoedig door het leven gaande man, van beroep monteur bij Machinefabriek Hoekman. Heel frappant is dat er anno 2026 een 9-jarige muzikant op het Opstaporkest zit, die niet alleen hetzelfde instrument bespeelt als ‘de Karel’, maar in zijn doen en laten en vlotte babbel ook identiek is aan ‘de Karel’. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, want deze jonge muzikant Lubbert Jelle de Vries is een achterkleinzoon van zijn illustere voorganger Marinus Karel ten Napel.

Marinus Karel ten Napel in de jaren 70 en zijn achterkleinzoon Lubbert Jelle de Vries in 2026.

luk dat men de volgende dag – de eerste dag dat het korps achter het vaandel kon marcheren – daarmee de koningin kon begroeten. Ook hier weer ‘Valerius’ in Urker dracht met het viltje. Tijdens Koninginnedag op 31 augustus 1921 trok ‘Valerius’ op uitnodiging van de Oranjebond door Amsterdam en volgens de krant ‘De Amsterdammer’ bliezen ze er lustig op los en oogsten overal veel bijval. In het jaar 1931 werd gespeeld bij de Zuiderzeevisserijtentoonstelling in Enkhuizen. Vier jaar later in 1935 vertrok de Urker ‘ferfari’ naar Leiden om daar onder leiding van Gerrit Snoek de Oktoberfeesten op te luisteren. “Een vermoeien8 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

de bezigheid”, vertelde de toenmalige slagwerker Joh. Gerssen. “Wij hadden al een paar uur (in Urker klederdracht) in de optocht meegelopen en eindelijk konden we even gaan zitten op een grasveldje. We spreidden onze rode zakdoeken op het gras uit en namen plaats. Vanaf de overkant kwam er toen een moeder met twee zoontjes aan. Ze trok de kinderen mee tot vlak voor ons en zei toen: Bekijk ze maar, ze doen je niets.” Het Staatkundig Gereformeerd Dagblad van 5 oktober 1935 schreef nogal kritisch over deze deelname: - Het Urker fanfarekorps ‘Adrianus Valerius’ is per extra dienst naar de 3 oktoberfeesten

te Leiden vertrokken. We vernamen dat daarvoor een bedrag van fl. 150 ontvangen wordt. Door de organisatie zullen deze kosten te Leiden gedekt worden door de verkoop van foto’s van het Urker muziekkorps in Nationale klederdracht. Het is wel droevig, en nog wel in deze zorgvolle tijden, dat Gods daden alzo herdacht worden. Het is veel meer een kermisgang, instee van een bekleed zijn met de ootmoedigheid. Concoursen Op een muziekconcours kunnen harmonieën, fanfareorkesten en brass-bands het muzikale niveau laten beoordelen. Het toewerken naar een concours is voor veel muziekverenigingen een manier om alles uit de kast te halen en zo de kwaliteit te verbeteren. Vooral dirigenten dringen vaak aan op deelname en dat is heden ten dage nog zo. De meeste mu­zikanten van ‘Valerius’ willen echter het liefst gewoon lekker spelen. Dit gold voor toen en geldt ook nog voor vandaag. Maar toch deed en doet ‘Valerius’ regelmatig mee aan een concours. In juli 1925 deed ‘Valerius’ mee aan een muziekconcours in Sneek. ‘Valerius’ viel niet in de prijzen, maar werd wel een bloemenkrans toegekend voor het tweede verst wegkomende korps. In 1928 werkten ‘Valerius’ en de zangvereniging ‘Excelsior’ mee aan een radioavond van en over Urk van de NCRV. ‘Valerius’ opende met de mars ‘Souvenir de Nijmegen’ en een potpourri van geestelijke liederen en sloot de avond af met koraalmuziek. Na het radiogebeuren kreeg ‘Valerius’ een uitnodiging om weer in Sneek aan een concours deel te nemen. Er werden geen prijzen behaald, maar het schijnt dat Ab de Schilder en Klaas de Boer daar toen hun toekomstige echtgenoten Foekje de Vries en Jantje Faber hebben ontmoet. Jan ten Napel (1920-2009) Al jong waren Jan ten Napel en zijn vriend Jo Gerssen met muziek bezig. “Eerst zaten we bij de mondorgelclub van Jan van Dalfzen, die de muzikale genen van zijn vader de ‘Oude Luther’ had, want die speelde al vanaf begin 1900 tuba bij ‘Adrianus ‘Valerius’. Wij moesten met de mondorgelclub de Koninginnedag opluisteren met marcheren en ’s

STICHTING URKER UITGAVEN


avonds een concert in het parkje voor de Albinowinkel (Harmen Visserplein). We werden als mondorgelclub ingezet omdat het slecht ging met de bezetting van ‘Valerius’ en ze niet konden optreden. Een oud-speler van ‘Valerius’, Jacob Gerssen, kwam weer op Urk wonen. Hij was de oom van Jo Gerssen en vond dat ‘Valerius’ weer nieuw leven ingeblazen moest worden. Veel praten en overleggen en Gerrit Snoek wilde wel. Er kwam zelfs muziekonderricht in het zogenaamde spieringhuisje onder het huis van Gerrit Snoek. Wij als jeugd, Jo en ik, gingen daar ook naar toe. Meester Mink, organist van de Hervormde kerk, gaf deze lessen. Jo kreeg daarna privélessen van meester Meinema in het trommelen en in het lezen van bladmuziek voor de kleine trommel. Jo had dat al snel onder de duim. Mijn broer Flip had zelf een kleine trom voor mij gemaakt, hij was ook tamboer van de regimentskapel van de Genie in Utrecht geweest, en ik gebruikte deze echte trommel bij de mondorgelclub. Wij kwamen toen als kleine jongens bij Adrianus ‘Valerius’ terecht. Jo leerde mij toen meer van muziek en het trommelen bij de marsen en de ouvertures. Die ouvertures kenden wij uit het hoofd en ’s avonds liepen we de ouverture te fluiten. Ik herinner mij de ouverture ‘La Spetanea’, en wisten precies de moeilijkheden die er voor de 1e pistons in lagen. De repetitieruimte voor de muziek was ook in het spieringhuisje, maar dit werd veel te klein toen het gezelschap langzaam begon te groeien. Er werd uitgezien naar een betere repetitieruimte, en die vonden wij op een bovenzolder van de vismeelfabriek van Bakker en Gerssen. Jaap Gerssen was de organisator en voorzitter en een neef van hem, Jaap was bespeler van de grote drum geworden. Wij kregen een enorme ruimte tot onze beschikking als repetitieruimte. Het werd niet alleen repetitieruimte, maar het werd ook de plek van de grote uitvoeringen van ‘Valerius’. Door de leden werd tijdens die uitvoeringen ook een blijspel uitgevoerd. Ik herinner me nog de uitvoering waar ‘De Koning van Kolsambië’ werd opgevoerd. Ook was er een uitvoering waarin Jan Oost een vrouwenrol speelde. In de rol heette hij Lotje, dat deed hij zo goed,

STICHTING URKER UITGAVEN

Jo Gerssen en Jan ten Napel.

dat hij een maand na die uitvoeringen nog steeds last had van die vrouwenstem en zich onder doktersbehandeling moest stellen om zijn normale mannenstem weer terug te krijgen. We hadden er toen de buik vol van om een man een vrouwenrol te laten spelen. ‘Valerius’ kreeg een uitnodiging om in Kampen een tentoonstelling te openen van de Kamper middenstand. Het was vrijdag en Jo kreeg geen vrij om mee te gaan naar Kampen en ik stond er als 14-jarige voor om alleen als tamboer het marcheren te begeleiden en ook te trommlen als er een mars werd gespeeld. We hadden een lange mars door de stad, om als laatste de mensen mee te nemen naar de opening. Gelukkig zei de vader van Jo: Als de mars uit is, zal ik met de grote trom het marcheren wel aangeven, dan kan jij je armen even laten rusten. Zo geschiedde het en alles liep prima”, zo blikte Jan ten Napel terug. Hij vervolgde: “Toen Gerrit Snoek een uitnodiging kreeg om met zijn muziek de drie Oktoberfeesten in Leiden op te

luisteren, was de voorwaarde dat wel alle muzikanten in Urker dracht waren. Dit was 1935. Wij vertrokken per boot naar Leiden op woensdag 2 oktober. Slapen moesten we allemaal in de boot. De meesten hadden een hangmat geleend om daar de nacht in door te brengen. Het had heel wat voeten in de aarde gehad om genoeg muzikanten bijeen te brengen, want om zomaar drie dagen niet te werken en loon te derven was voor sommige heel bezwaarlijk. Maar Snoek ving dit goed op. Het weekloon was toen niet zo hoog en er was een vergoeding voor ons optreden, maar er moest veel betaald worden, zoals de boot en het eten. De eerste dag voeren we naar Amsterdam en daar gingen we eten op de Nieuwe Dijk. We aten jachtschotel wat 65 cent kostte. Wie dat niet lustte kon goedkoper eten. Gerrit Snoek gaf zelf nog een rondje voor de maaltijd en we aten allen ons buikje rond. Na de maaltijd voeren we naar Leiden en meerden af in het Galgenwater, bijna in het centrum. Jo en ik moesten voor de koffie

Jan Oost had een maand na de uitvoering nog een vrouwenstem en moest onder doktersbehandeling Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 9


Hendrik Hagedoorn (1920-1983) Veel van wat er over ‘de Karel’ is gezegd was ook van toepassing op Hendrik Hagedoorn. Hij speelde bas en behoorde tot een heel rijtje illustere muzikanten zoals Albert Koffeman (de Schilder), Jan Oost, Klaas Hakvoort (van Aole), Louwe Hennink, Lourens Metz en Klaas Visser. Hendrik behoorde tot het kwartet bassisten dat bij het begin van de repetitie een grote sigaar opstak (zij deelden die bij toerbeurt uit) waardoor aan de achterzijde van het orkest een waar rookgordijn hing. Die hele ouwe garde hield, ondanks al hun gebruiken, wel ‘Valerius’ in slechte tijden overeind! Zonder hen zou de brassband van nu niet hebben bestaan. Zij waren het die in 1937 “Adrianus Valerius’ opnieuw met ‘Valerius’ nieuw leven inbliezen! Hendrik was in het dagelijks leven aannemer.

zorgen aan boord. Koffie was er genoeg, want Snoek was vertegenwoordiger van een grote koffiefabriek. Water kostte niets en voor melk, suiker en een koekje had de vrouw van Snoek gezorgd. Het leven lachte ons toe en als jongens van 15 en 16 jaar genoten we volop. De groten gingen ’s avonds uit, wij gingen vroeg naar bed.” Heropgericht De herinneringen van Jan ten Napel illustreren het steeds wisselende ledental en het daardoor verminderde animo zorgde dat het fanfarekorps regelmatig ‘insluimerde’. In 1936 was dus weer zo’n periode dat het korps ‘op zijn gat lag’ terwijl dat jaar nog een grondaanvraag voor de bouw van een eigen repetitielokaal op de agenda stond van de gemeenteraad. Niet veel later was het einde oefening en lagen de instrumenten bij Gerrit Snoek op de zolder. Een aantal oudere muzikanten was gestopt, Iede Bode was overleden en een aantal Gerssens vertrok naar de Zaanstreek en financieel ging het ook niet goed. Hierdoor is er in ieder geval één Koningin10 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

nedag geweest dat ‘Valerius’ niet kon spelen en de mondorgelclub de muziek verzorgde. Een aantal doortastende leden met een paar nieuwe jongeren lieten het er echter niet bij zitten en deden een poging om het korps weer te doen ontwaken. Met financiële steun van de Oranjevereniging en bakker Frits Bode, de vader van de latere dirigent, die een fonds wilde stichten voor nieuwe instrumenten, lukte dit. Grote kracht was de al door Jan ten Napel genoemde Jaap Gerssen – oom van het latere erelid Jo (de Bie) Gerssen – die een van de oprichters van het nieuwe muziekkorps was. Hij was ook de eerste voorzitter van de vereniging met de ingekorte naam ‘Valerius’. Het werd een soort onderafdeling van de Christelijke Oranje Vereniging met de onderwijzer Gerardus ‘Gradus’ Metz (1890-1972) als dirigent. Iedere week werd er een rondgang door het dorp gemaakt, met als slogan: ‘Offert veel en offert allen, dan kan ons lied weer vrolijk schallen’. Elke week centen tellen bij Frits Bode thuis en het lukte allemaal. Bij Koninklijk Besluit werd vastgelegd

dat het huidige ‘Valerius’ officieel startte op 13 mei 1937. In de Oprechte Urker (de voorloper van Het Urkerland) stond op 15 mei 1937 het volgende te lezen: “Dinsdagavond is een Christelijke Muziekgezelschap opgericht. Dit corps gaat uit van de Chr. Oranjevereniging en de vergadering stond onder leiding van Ds. van Wieringen, voorzitter der Oranjevereniging. Voorloopig hebben zich 23 leden opgegeven waaronder vele leden van ‘Adrianus Valerius’. Het oude roemruchte corps is dus voorgoed ontbonden. De heer G. Metz zal als dirigent van het nieuwe corps optreden. Een aanvraag om van de groote zaal der Chr. school gebruik te mogen maken is afgewezen. Het schoolbestuur rekent blijkbaar niet met de noodzakelijkheid van goede muziek bij kinderfeesten. De zaal van het buurthuis zal thans worden aangevraagd. Nieuwe leden kunnen zich thans nog aanmelden. Hoewel het ons spijt dat ‘Adrianus Valerius’ het loodje heeft moeten leggen, hopen we toch dat de nieuwe Chr. muziekvereniging nog menig vrolijk feestje mag opluisteren.” De bekende Urker koordirigent Meindert Kramer wist zich te herinneren dat hij als jongen van 7 jaar in 1937/1938 vele malen aan de hand van zijn vader Louwe de repetities bezocht en dan tussen Luut van Dalfsen en Ab Koffeman (de schilder) mocht zitten. Dit waren de mannen die het zware geschut hanteerden, namelijk de helicon en de bombardon. Luut van Dalfsen fluisterde dan in zijn oor: "Zuun, dat je hoofdje niet breekt van dat zware gedreun.” Dirigent Gerardus Metz werd opgevolgd door Jac. Broer uit Andijk die wekelijks

Dirigent Gerardus Metz.

STICHTING URKER UITGAVEN


‘Valerius’ in de Buitensociëteit in Kampen in 1937.

op maandag naar het eiland kwam en ook muziekles gaf aan wie het zich in die tijd financieel kon veroorloven. Onder meer Frits Bode (1926-1990) kreeg les van hem. In 1937 werd een grote handelstentoonstelling georganiseerd in de Buitensociëteit in Kampen. De goudsmid Van den Berg en de manufacturier Wieringa, die ook zaken deden op Urk, zaten in de organisatie en vroegen aan Gerrit Snoek of ‘Valerius’ in Urkerpak op een vrijdagavond wilde optreden in Kampen. Met de middagboot van half drie ging ‘Valerius’ naar Kampen en aan de IJsselkade stond het publiek hen al op te wachten. Toen ze zich aan wal opstelden, werd Hendrik van Veen (Zwager) aangesproken door een verslaggever van de Kamper krant die hem vroeg: “Bent u de dikke directeur, de heer Snoek?” “Nee zuun”, antwoordde Zwager “dat bin ik niet, maar z’n goed wel.” Zwager had namelijk een Urker pak aan van Gerrit Snoek. Een andere Kamper die kennelijk de lol-

STICHTING URKER UITGAVEN

ligste thuis was, wees naar Zwager zei: “Dan mu’j kieken, een Urker mit een Hitlersnorretien veur.” Tweede Wereldoorlog Drie jaar na de heroprichting van ‘Valerius’ brak de Tweede Wereldoorlog uit. Door de mobilisatie waren in 1939 alle feestelijkheden rond verjaardagen van het Koninklijk huis afgelast. ‘Valerius’

hoopte dat het in 1940 anders zou worden. Dat werd het inderdaad, maar niet zoals zij gedacht hadden. Spannende dagen waren het tijdens de Duitse inval in mei 1940 omdat een aantal muzikanten van ‘Valerius’ hun dienstplicht vervulden. Gelukkig kwamen ze allemaal heelhuids terug. De repetities waren voor enkele weken onderbroken, maar uiteindelijk werd weer begonnen. Het Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 11


Jo Gerssen (1919-2007) Jo is langer dan 70 jaar lid geweest van ‘Valerius’ en is gedurende zijn hele muzikale loopbaan slagwerker geweest. De kleine trom was zijn instrument. Niet alleen het langdurige lidmaatschap maakte Jo uniek, maar vooral zijn plichtsbetrachting. Vele tientallen jaren is Jo voorzitter van ‘Valerius’ geweest. Hij was op een zeker moment tegelijkertijd ouderling van de Hervormde Gemeente, voorzitter van ‘Valerius’, zanger bij Hallelujah (later Urker Zangers), lid van Dindua, declamator en tussendoor regisseerde hij de eerste uitvoeringen van ‘Urk op de Planken’. Hij wees er altijd wel op dat ze niet op hem hoefden te rekenen als ‘Valerius’ repeteerde of een optreden had. Jo was een verenigingsman in hart en nieren. Geen moeite was hem teveel. Zijn inzet was enorm, hij was trouw, correct en stipt en had altijd een goed humeur. Hiermee dwong hij respect af bij jong en oud. ‘Valerius’ heeft ook mindere periodes gehad waarbij er nog maar een handvol muzikanten over waren en er werd overwogen om de boel op te heffen. Jo deed toen de uitspraak: “Al blijf ik alleen over, we gaan door”. Zonder te overdrijven kunnen we dus stellen dat de bloeiende brassband die ‘Valerius’ nu is, voor een groot deel aan Jo te danken is.

bestuur was namelijk van mening, dat voor de instrumenten ‘Rust Roest’ is! Koninginnedag op 31 augustus 1940 verliep als rouwdag. Het korps stond paraat, maar er werd niet gespeeld, omdat de feestdagen als Koninginnedag en andere verjaardagen van het Koninklijk Huis in de oorlog niet meer gevierd mochten worden van de Duitse bezetter. Zo bleven er niet veel gelegenheden over waarbij gespeeld kon worden. Wel liep ‘Valerius’ mee in de stoet bij de begrafenis van een geallieerde vliegenier. Er kwam zoveel publiek op af dat de bezetter dit na een paar keer verbood. Aangespoelde geallieerde militairen werden vanaf toen naar Amsterdam vervoerd om daar te worden begraven. Op Tweede Pinksterdag 1941, gaf ‘Valerius’, samen met de Zangvereniging ‘Excelsior’ toch een concert in het kerkplantsoen van de Bethelkerk. Het con12 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

cert werd geopend en gesloten met het zingen en spelen van een psalm. Het is opvallend dat ‘Valerius’ tijdens dit concert allemaal nummers met een Duitse titel, zoals "Lobpreisung Gottes, Harre meine Seele, Abendammering, Freit Euch des Heeren en Hin nach Zion" speelde. In augustus 1941 gaf de vereniging weer een concert op het pleintje in het Tuindorp. Dat werd tot het einde van de oorlog het laatste optreden in de open lucht. Op maandagavond 22 december 1941 organiseerde ‘Valerius’, dat sinds 1939 onder leiding stond van dirigent Louwe Kramer, de jaarlijkse Kerstwijding in gebouw Patrimonium. ‘Valerius’ begeleidde de samenzang en sprekers waren ds. Van Wieringen en ds. Zijlstra. Ook was daar het eerste optreden van het ‘Corps Kwartet’, een dameskoor dat was opgericht door de dirigent.

Instrumenten verstopt Op 8 mei 1942, was de laatste repetitie en werd besloten alle activiteiten te stoppen, omdat het bestuur van ‘Valerius’ weigerde lid te worden van de Duitse Kultuurkamer. Deze was door de bezetters ingesteld omdat iedere muziekvereniging ten dienste moest staan van de nationaal socialistische ideologie. Elk orkest moest beschikken over een door de Duitsers goedgekeurd repertoire om in het openbaar te mogen optreden en moest ook een zogenaamde 'stijlvergunning' hebben. Hierdoor werd het bijvoorbeeld onmogelijk Amerikaanse muziek uit te voeren. Wel blazen en geen lid worden van genoemde Kultuurkamer kon een geldboete opleveren van enkele duizenden guldens. Om het bestuur niet in moeilijkheden te brengen werd afgesproken dat 18 leden hun lidmaatschap zouden opzeggen, zodat men genoodzaakt was om te stoppen. De muziekinstrumenten werden verstopt op de zolder van de timmerschuur van Hagedoorn. Dat was een goede zaak, want naast het verbod van de Kultuurkamer, kwam er later een bevel dat alle instrumenten moesten worden ingeleverd, omdat de Duitsers het koper nodig hadden voor oorlogsdoeleinden. De instrumenten van ‘Valerius’ waren gelukkig goed verstopt en ontsprongen de dans. Het bestuur van ‘Valerius’ probeerde intussen van alles om toch maar muziek te kunnen blijven maken. Zo probeerde ze zich als vereniging aan te sluiten bij de Hervormde Jeugdraad, als ze daar onderdeel van uitmaakte, konden ze wellicht uitvoeringen blijven geven. Omdat ze echter een contract met Buma hadden, kwamen ze automatisch onder de Kultuurkamer. Er zat dus niets anders op dan het einde van de oorlog af te wachten. Het bestuur bleef wel regelmatig bij elkaar komen en voor de donateurs werd in december 1942 weer een Kerstwijding georganiseerd, zonder muzikanten, maar wel met zang van de dames van het ‘Corps Kwartet’. Bevrijding Toen de laatste Duitsers op 16 april 1945 Urk hadden verlaten, werden op 20 april de leden door dirigent Louwe Kramer bij

STICHTING URKER UITGAVEN


elkaar geroepen en werden de instrumenten weer tevoorschijn gehaald. Besloten werd om twee keer per week te gaan repeteren. Een keer in de Bewaarschool en een keer in gebouw Samuel. ‘Valerius’ kwam voor het eerst in actie op 30 april 1945, de verjaardag van prinses Juliana. Daarna op 14 mei bij de terugkeer van burgemeester Keijzer die in 1944 gevangen was gezet. Vervolgens werd op 1 en 5 juni een rondgang gemaakt met een afdeling Engelse soldaten. Op zondag 10 juni werd gespeeld bij de begrafenis van een Amerikaanse piloot. ‘Valerius’ groeide in korte tijd naar 40 leden. Er waren nog geen uniformen, en men besloot in witte bakkers-, slagersen kappersjassen aan te treden. Ook Frits Bode, de latere dirigent, was daarbij in zijn eigen bakkersjas aanwezig. Men smeerde de lippen in met kokosvet, want die hadden danig te lijden onder het blaasgeweld. De kelen smeerde men met iets anders, voor zover dat al te krijgen was.

Tijdens het bevrijdingsfeest werd opgetreden in witte slagers-, bakkers- en kappersjassen.

Bevrijdingsfeest 1945 met op de foto boven v.l.n.r. Johannes Gerssen, Hendrik Schraal, Jan ten Napel en op de grote trom Klaas Ras.

Op 28 en 29 juni werden de officiële bevrijdingsfeesten gehouden. Het begon 's morgens om zeven uur al met klaroengeschal van herauten te paard. Daarna ging het de hele dag door: koraal-muziek op diverse plaatsen in het dorp, zanghulde op het kerkplein, optocht, concert in de muziektent, waar-

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 13


‘Valerius’ speelde bij de begrafenis van een Amerikaanse piloot op zondag 10 juni 1945.

bij op het programma ook het nummer ‘Heen naar Sion’ stond, dus nu in het Nederlands. Het leek er soms op of ‘Valerius’ in één keer het jarenlange zwijgen wilde inhalen. In het programmaboekje stond: De muziek komt uit de doppen Na zo'n lange duikerij En we dansen op hun pijpen Allen zijn we vrij en blij Kramer heeft een hele tors Jongens!!! Blaas er flink op los. En... luisteraars blijft rustig staan Dan zal het eerst voortref ’lijk gaan! De eerste dag werd afgesloten met een optocht naar het Top, waar een vreugdevuur op de Pyramide werd ontstoken. Ook hier hoorde in het programmaboekje een rijmpje van Tromp de Vries bij: Als de vreugdevlammen doven Wordt de thuismars een succes Alle paartjes moeten mede Niemand mag er "in 't grès" Op de maat der saxofoon Vegen wij ‘t Top weer schoon Naast de muzikanten lopen 14 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

Is verboden op dit feest Anders kunnen zij niet spelen Neem 't ter harte, die dit leest Heel de vreugde volle schaar Blijft er achter op ’t trottoir Ook de tweede feestdag waren er muzikale rondgangen en een optocht met aan het eind van de dag vuurwerk op de Oosthaven. Muziektent Muziekverenigingen traden voornamelijk op in de open lucht. Een beetje stad of dorp had voor die optredens een muziektent of muziekkoepel. Het waren vaak mooi gestileerde bouwsels met sierlijke smeedijzeren hekwerken. ‘Valerius’ werkte altijd nauw samen met de Oranjevereniging en die waren in het bezit van een soort houten podium, wat ze de ’tribune’ noemden. Tijdens concerten in de buitenlucht maakte ‘Valerius’ altijd een dankbaar gebruik van die tribune. Totdat in de oorlog de Oranjevereniging door de bezetters werd verboden en de tribune in beslag werd genomen. In het najaar van 1941 verscheen in een muzikantenblad een advertentie van

een muziekvereniging in Zwaag (NH). Omdat ze er zelf geen ruimte meer voor hadden boden zij een houten muziektent aan. Er werd een afspraak gemaakt en dirigent Louwe Kramer en voorzitter Jac. Gerssen reisden naar Zwaag om de tent te bekijken. Die werd goedgekeurd en een bedrag werd overeengekomen waar ‘Valerius’ de tent voor zou kunnen overnemen. De zaterdag daarop gingen drie leden, waaronder secretaris Hendrik Hagedoorn, die in het dagelijks leven aannemer was, met een scheepje naar Zwaag. De muziektent werd gedemonteerd en naar Urk verscheept. Omdat het net voor de winter was, werd de tent opgeslagen in de timmerschuur van Hendrik Hagedoorn. De bedoeling was om de muziektent in het voorjaar van 1942 een plek te geven en de volgende locaties werden voorgesteld: Tuindorpplein, pleintje voor de Hervormde pastorie, het plantsoen naast de Bethelkerk en het plantsoen voor Hotel Het Wapen van Urk. Er werd gekozen voor de laatste locatie en de gemeente gaf een vergunning. Maar het werd pas na de bevrijding in april 1945 toen werd begonnen met de fundering en het metselwerk. Als basis werd de gemetselde

STICHTING URKER UITGAVEN


schuilkelder van de Duitse bezetters gebruikt. Op 19 juni 1945 stond de muziektent op zijn plek. Er werd een actie gehouden en door 265 donateurs werd het mooie bedrag van fl. 535,25 bij elkaar gebracht. Het eerste concert van ‘Valerius’ in de muziektent was tijdens de bevrijdingsfeesten op 28 en 29 juni 1945. In november 1945 besloot de gemeente de muziektent van ‘Valerius’ over te nemen voor een bedrag van 500 gulden. Jarenlang is de muziektent een podium geweest voor muziekverenigingen en koren en vaak was er in de zomermaanden op zaterdagavond een concert. Onder het podium lag nog steeds de voormalige Duitse schuilkelder. Er gingen verhalen rond dat daar wel eens wat geschonken werd, maar daar is in de notulen niets over terug te vinden. De houten muziektent bleek na 20 jaar in zo’n slechte staat te zijn, dat hij werd gesloopt. Over vervanging wordt af en toe nog wel eens gesproken, maar concreet zijn er geen plannen. Muziekconcours op Urk ‘Valerius’ pakte de draad na de oorlog weer voortvarend op, al was het met

vallen en opstaan. In 1947 bestond de vereniging 10 jaar en werd in augustus een groot meerdaags muziekconcours op Urk georganiseerd. Wethouder Koffeman was voorzitter van het concours comité en heette op maandagavond het eerste muziekkorps uit Koog aan de Zaan welkom dat met een concert het concours opende. In het nieuwbouwplan van Urk waren enkele tenten opgezet en een stuk weide was met vlaggen en lampions omgetoverd in een feestterrein. Alle muzikanten van ‘Valerius’, inclusief hun echtgenoten, moesten bij toerbeurt dienstdoen in de consumptietent en deden dat zonder mokken. Gedurende drie zaterdagen kwamen niet minder dan 23 muziekkorpsen naar Urk om hun muzikale prestaties door een jury te laten beoordelen. Omdat Urk via de weg nog niet bereikbaar was, kwamen er van alle kanten boten volgeladen met passagiers. Iedere concoursdag werd geopend met een aubade door alle korpsen bij het jeugdgebouw. Na een plechtige openingspsalm werd het Wilhelmus gespeeld en tot slot de Generaal Eisenhower-mars. Het geheel onder leiding van dirigent Louwe Kramer. Daarna

De muziektent op de Oosthaven voor het Wapen van Urk.

STICHTING URKER UITGAVEN

Het bericht over het concours in de Heerenveensche Koerier.

volgde de marswedstrijd door de Prins Hendrikstraat en de Torenstraat en ’s middags de concertwedstrijd op het feestterrein. Iedere dag werd afgesloten met een avondconcert door een van de deelnemende korpsen. Het latere erelid Klaas Visser vertelde: “We moesten op de tweede dag van het concours spelen. Het verplichte werk was het muziekstuk ‘Phebe’ met als dirigent Louwe Kramer. We zaten wat zenuwachtig op onze plaats in de muziektent te wachten op het luiden van het belletje. Dat was het teken dat je beginnen mocht. De bel rinkelde, maar onze dirigent verroerde zich niet. Hij had namelijk gezien dat er nog twee jonge muzikanten ontbraken. Toen iemand hem erop wees dat het belletje al had geklonken, zei hij: ‘Ik eaw kak aan belletjes.’ Even later klauterden de twee jongens aan de achterkant de muziektent binnen en namen rustig hun plaats in. De dirigent kwam in beweging en keek achterom naar de jury alsof hij wilde zeggen: ‘Waar blijven jullie met die bel?’ De heren juryleden reageerden lachend en we konden beginnen. We hadden aan Louwe Kramer dan ook een onverstoorbare dirigent, die niet gauw uit z’n doen was en we haalden met honderd punten een eerste prijs in de 4e afdeling.” Naar aanleiding van dit concours werd het volgende gedicht gemaakt dat verwijst naar de belangrijke rol van Snoek: Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 15


Ons Urker muziekcorps Toen Gerrit Snoek voor vele jaren als man voor de muziek opkwam, toen zei een elk: dat zal wel falen, Urk houdt niet van ‘n toetebloas-klank ! Maar toch, dit Snoekje zwom al verder, ging van de plas tot de rivier. En na verloop van enkle jaren was er een corps, dat gaf plezier ! Dit corps, het ging aan Snoek zijn leiding ook buiten Urk en speelde daar. Bij ‘t volk-historisch verschijnen in Arnhem was ‘t van zessen klaar. Bij ‘t jubileren der Landsvrouwe stond ‘t Urker corps in klederdracht, en heeft toen namens Urk’s bevolking hulde aan de Koningin gebracht. Heer Snoek, hier, dank voor uw prestatie, en tevens elk lid onze dank, van ‘t oude corps “Het Urks fanfare” voor de gebrachte muziekklank. Bij het jubileum in 1947 werd door de Urker bevolking aan ‘Valerius’ een vaandel aangeboden met de heroprichtingsdatum 1937 erop vermeld. Onbekend is

waar het mooie oude vaandel van ‘Adrianus Valerius’ uit 1921 is gebleven. Het vaandel uit 1947 was minder mooi en is enkele jaren geleden bij toeval bij het opruimen van een zolder boven water gekomen, maar is niet meer toonbaar. In januari 1948 werd de heer Pijlman uit Meppel benoemd tot directeur van ‘Valerius’, zoals dat toen genoemd werd. Dat jaar werd ook de weg tussen Urk en Emmeloord op feestelijke wijze geopend. ‘Valerius’ marcheerde voor de auto's uit die over de nieuwe weg het dorp inkwamen. Een jaar later verleende ‘Valerius’ muzikale medewerking bij een grote jeugdmeeting op Urk. Maar liefst 1.500 jongelui uit Overijssel en Friesland, allen leden van de jongens- en meisjesverenigingen op Gereformeerde Grondslag, kwamen in juni 1949 naar Urk. Volgens ds. Homburg de eerste jeugdmeeting in de geschiedenis van Urk. ‘Valerius’ deed een rondgang door de met wapperende vlaggen versierde straten van Urk. Ook de aansluiting bij Overijssel ging in 1950 op feestelijke wijze met ballonnen en vrolijke muziek van ‘Valerius’. Pieter Gerssen (1920-2020) kwam na de bevrijding in 1945 bij het muziekkorps.

“Een aantal familieleden speelde al bij ‘Valerius’. Mijn oom Andries Keuter op de tweede trombone. Toen ik op ‘Valerius’ ging, was hij al overleden en kreeg ik de tweede trombone waar ik de eerste paar jaar op heb gespeeld. Op school kregen we van meester Van Urk notenles en meester Metz was de dirigent. Ik vond het een prachtige tijd! Vooral van de kerstconcerten kon ik erg genieten. We hebben ook nog eens meegedaan met een concours in Bloemendaal! Ook een prachtige ervaring. We gingen er met de boot naartoe en speelden daar een aantal moeilijke stukken. Er was ook een lichte bewerking bij van een mooie psalm; welke psalm weet ik niet meer, maar Frits Bode heeft deze zelf geschreven. Toen wij klaar waren met toeteren, wilden we gelijk terug naar Urk, maar omdat de andere fanfares nog niet waren geweest kregen wij een envelop mee van het bestuur, met daarin een brief met de uitslag van het concours! Deze mochten we pas openen als we op de boot waren! Eenmaal op de boot openden we de envelop en het bleek dat we de eerste prijs hadden in de concertwedstrijd in de vierde afdeling Fanfare en ook de marswedstrijd hadden gewonnen. Wat waren we blij!”

‘Valerius’ tijdens een concours in Oldemarkt in 1950 met dirigent Breuker uit Kampen.

16 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

STICHTING URKER UITGAVEN


Pieter Gerssen heeft ongeveer 4 à 5 jaar bij ‘Valerius’ gespeeld. Rond 1949-1950 is hij gestopt omdat hij in die tijd zwaar werk had. “Ik moest lange dagen maken en ik kwam niet meer aan oefenen toe en besloot om te stoppen met toeteren.” Paard op hol Lourens Metz (1914-2002) vertelde dat op een voorjaarsdag rond 1950 ‘Valerius’ een muzikale rondgang hield door het dorp en een heleboel jonge mensen gingen er hossend achteraan. Ze liepen op de Sluisweg en de stemming zat er goed in en iedereen had lol, totdat er van buiten het dorp een hooiwagen aankwam. Een paard en wagen, hoog opgetast met vers hooi en uiteraard een bestuurder op de bok. Deze had blijkbaar nogal haast, want hij reed dwars door de feestende menigte heen, die moesten ‘vliegen’ om niet te worden overreden. Ook de muzikanten van ‘Valerius’ sprongen aan de kant, maar ‘de Karel’ pakte zijn blaasinstrument en sloeg op de in de hoogte gezeten voerman Tiemen Roos in. Veel effect had het niet, want deze reed onverstoorbaar verder het dorp in. De muzikanten hergroepeerden zich weer en de dirigent overzag de situatie en hervatte met een populaire mars. Hij moest het evenwel met een instrument minder doen... ” Door de hierboven beschreven wraakactie op de rug van Tiemen Roos had de toeter van ‘de Karel’ een dusdanig grote deuk opgelopen dat er geen noot meer uit kwam. Later bleek dat Tiemen Roos niet anders kon handelen. Het paard schrok van de harde muziek en de menigte en wilde de berm in, maar daar zou de wagen met het hooi hoog opgetast, om kunnen slaan, met gevaar voor mens en dier. Tiemen besloot daarom om het paard vooruit te jagen, wat dus nogal wat boze blikken opleverde. In de jaren vijftig hield ‘Valerius’ het vooral bij lokale optredens. Uiteraard tijdens Koninginnedag, maar ook tijdens het bezoek van het koninklijk paar in juli 1951 aan Urk. Daarnaast werden ook de bejaarden na een jaarlijks uitje muzikaal verwelkomd en burgemeester Keijzer na zijn bezoek aan Argentinië. In 1953 werd er gecollecteerd voor de aanschaf van nieuwe instrumenten. De

STICHTING URKER UITGAVEN

Uitreiking van de nieuwe uniformen bij het gemeentehuis in 1957.

collecte bracht 350 gulden op. In 1955 kreeg ‘Valerius’ nog 100 gulden uit het Anjerfonds. Het bedrag werd officieel overhandigd door burgemeester Keijzer. Uniformen Voor de oorlog werd er meestal gespeeld in de Urker klederdracht of in nette burgerkleren. Tijdens de bevrijdingsfeesten zoals gezegd in witte jassen. Na de oorlog werden er witte petten aangeschaft. Hier bleef het bij. Voor de rest van het uniform was geen geld. Daar kwam in augustus 1957 verandering in. Burgemeester Schipper reikte tijdens een plechtige bijeenkomst bij het gemeentehuis, onder grote publieke belangstelling, nieuwe uniformen uit aan de 29 muzikanten. Na een toe-

spraak overhandigde hij voorzitter Joh. Gerssen symbolisch een uniformpet waarmee de overdracht een feit werd. Voor het eerst in de geschiedenis van de vereniging waren de muzikanten in uniform gestoken, indrukwekkende zwarte pakken van zware stof. Veel leden voelden zich een soort generaal in de nieuwe uniformen en doordat de uniformstof zeer dik was plengden de muzikanten bij warm weer dan ook menig zweetdruppel. Het uniform kon aangeschaft worden dankzij financiële bijdragen van de bevolking en een flinke subsidie en renteloze lening van het gemeentebestuur. Na elf jaar waren er geen passende uniformen meer voor nieuwe muzikanten. Omdat het mannenkoor ‘Urker Zangers’ nieuwe smokings aanschafte, besloot Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 17


‘Valerius’ om de oude pakken over te nemen zodat de band er toch weer een beetje ‘uniform’ bij zat. Na een paar jaar waren de smokings echter weer op en was het al snel weer een allegaartje van kledingstukken. Daar kwam eind jaren 80 verandering in toen het bestuur, met als voorzitter Jo Gerssen, besloot om een nieuw pak aan te schaffen. Dankzij sponsoring van de bekende plaatsgenoot Roelie Bakker konden de muzikanten bij Leendertje Brouwer een net pak aan laten meten. Grijze broek en blauwe blazer. De band zat er weer netjes bij, maar omdat dit uniform een paar jaar later niet meer te krijgen was kwam er ook langzaam de klad in. In 2002 werd diep in de buidel getast en voor het huidige tenue gekozen. Drumband Bij het uitreiken van de nieuwe uniformen in 1957, maakte voorzitter Jo Gerssen in zijn dankwoord de plannen bekend voor het aanschaffen van twaalf dieptrommen en een overslagtrom, met andere woorden: om te komen tot de oprichting van een drumband. Het jaar daarop werd dit gerealiseerd en werden ook de trommels aangeschaft. Slagwerkers werden opgeleid en nu hadden de blazers van ‘Valerius’ tijdens een rondgang ook eens rust. In 1958 begon de drumband ‘Valerius’ die met feestdagen voor de fanfare ‘Valerius’ uit liep. Na verloop van tijd groeiden de drumband en de fanfare echter uit elkaar. De blazers waren gemiddeld wat ouder en bleven liever zitten, terwijl de jonge slagwerkgroep het liefst de straat op

De eerste rondgang door het dorp in de nieuwe uniformen.

ging. Ook was er nog wel eens verschil van mening wie tijdens een parade de leiding had, Frits Bode voor de fanfare of tambour-maître Bertus (van Flip) ten Napel voor de drumband. Muziekconcours op Urk Op 29 en 30 juni 1962 werd door ‘Valerius’ weer een muziekconcours op Urk georganiseerd op het Wilhelmina-sportpark. Gedurende twee dagen werden maar liefst 39 korpsen verwelkomd. De organisatie van deze dagen vergde een enorme inzet van ‘Valerius’. Het concours werd op vrijdagavond om half acht door de Hervormde dominee P. Post geopend en op zaterdagavond om tien uur gesloten door de Gereformeerde dominee H.R. Groeneveld. ‘Valerius’ stond toen onder leiding van Frits Bode en kwam uit in de 1e afdeling Fanfare. Lange tijd deed ‘Valerius’ niet meer mee aan concoursen. Pas in de jaren negentig, toen ‘Valerius’ onder leiding stond van Klaas de Jong, begon men weer deel

1965: links Arie de Wit (1933-1984) en in het midden Johannes Oost (1912-1990).

18 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

te nemen aan concoursen. Altijd wel met een goed resultaat en ook eerste prijzen, maar de ambitie van de band was niet het bereiken van de hoogste divisies of afdelingen. Gezellig met elkaar mooie muziek maken en af en toe een leuk concert geven lag de muzikanten beter dan maandenlang studeren op concourswerken die je daarna nooit meer speelde. Van fanfare naar brassband Het mag inmiddels duidelijk zijn dat 'Valerius' vele ups en downs kende, ook nadat Frits Bode in 1954 dirigent werd. Eén van de grootste problemen was dat vele muzikale Urkers door de week op zee zaten en de repetities niet bij konden wonen. ‘Valerius’ moest het redden met de mensen die door de week op Urk bleven. Uiteindelijk slaagde men er niet in om de fanfarebezetting te handhaven. Voor een fanfare zijn ongeveer 40 leden noodzakelijk en die waren er op het laatst niet meer beschikbaar.

1965: v.l.n.r. Klaas Visser (1928-2010), Albert Hoekman (1935-2003) en Louw Hennink ((1925-1994).

STICHTING URKER UITGAVEN


Om die reden schakelde ‘Valerius’ in 1967 over op een brassbandbezetting, een Britse orkestvorm. In Nederland vooral bekend door de muziekkorpsen van het Leger des Heils. Wat in die keuze ook een rol speelde was dat dirigent Frits Bode altijd al gecharmeerd was van een brassband. Wat is een brassband nu eigenlijk? Brass is de Engelse term voor het koperkleurige messing, een sterk, goed bewerkbaar en betaalbaar materiaal. In een brassband worden geen houtblazers gebruikt zoals bij een harmonie en een fanfare. Brassmuziek is een muziekstijl die volledig wordt uitgevoerd door koperblazers en slagwerk. Het heeft een krachtige, heldere en soms plechtige klank. Alle melodieën, harmonieën en bastonen worden dus volledig door koperinstrumenten gedragen. De muziek is transparant en elke stem doet er toe. Die hoor je ook en dat maakt het prachtig, maar ook heel uitdagend om te spelen. De oorsprong van de brassband ligt in Engeland. Om precies te zijn in de gebieden waar veel industrie was. De mijn- en staalbouw trok veel arbeiders aan die in hun schaarse vrije tijd onder meer samen muziek maakten. Om prak-

Rondgang in 1962 met de drumband voorop met tambour-maître Bertus ten Napel.

tische redenen werd gekozen voor een orkestvorm met alleen koperen blaasinstrumenten, aangevuld met slagwerk. Het bleek een schot in de roos. De brassbandcultuur floreerde, mede door het organiseren van regionale en nationale kampioenschappen. Zo ontwikkel-

de zich een groot en eigentijds repertoire voor brassbands. Strikte bezetting Halverwege de vorige eeuw bleek de Noordzee de Engelse klanken niet meer tegen te kunnen houden. Het brass-

Rondgang door de Torenstraat in 1965.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 19


Johannes Schrijver (1940-1991) ‘Jo’ speelde euphonium en was al heel jong muzikant bij ‘Valerius’. Hij werd later een steunpilaar in eerst de fanfare en later de brassband. Hij was één van de weinigen die vond dat het muzikale niveau achterbleef bij de mogelijkheden.Zijn muzikale talent bleef niet beperkt tot 'Valerius', maar hij was ook zanger bij Halleluja, Urker Zangers en kerkorganist. Ten tijde van zijn overlijden op 51-jarige leeftijd was hij dirigent van het Chr. Mannenkoor ‘Stereo’ in Genemuiden. Zoon Peter Schrijver is ook al meer dan 30 jaar muzikant bij ‘Valerius’.

bandfenomeen waaide over naar het vasteland. Vooral vanuit Friesland raakten steeds meer orkesten (soms vanwege praktische redenen) geïnteresseerd in de brassband met haar standaardbezetting. De brassband onderscheidt zich wat dat betreft van het fanfare- en het harmonieorkest. De partituur staat vast. In principe wordt er altijd voor dezelfde bezetting geïnstrumenteerd. Door de toch wat krakkemikkige bezetting van het fanfarekorps ‘Valerius’ leek de omzetting naar een brassband dan ook een goed besluit om het korps overeind te houden. Hiervoor had men 25 blazers en twee slagwerkers nodig. Toen de fanfare in 1967 besloot om over te schakelen naar een brassbandbezetting besloot de drumband om zelfstandig verder te gaan onder de naam D.E.V.U. (Door Eendracht Verbonden Urk). Verloting Bij de vorming van de brassband moest er ook een nieuw instrumentarium worden aangeschaft. De kosten hiervan bedroegen toen bijna 30.000 gulden. Tegenwoordig zou zo’n hoeveelheid instrumenten meer dan 100.000 euro kosten en het is dan ook duidelijk dat de 27 leden dit niet in één keer konden bekostigen. Met een verloting, met als 20 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

hoofdprijs een echte auto, probeerde ‘Valerius’ een flink stuk te kunnen opbrengen van het benodigde bedrag. Let wel, toen was een auto nog lang niet zo’n algemeen gebruiksartikel als nu. Het werd een Renault 4, een klein vierkant autootje, maar wel met vier deuren en een motortje van 845 cc. De loten moesten anderhalve gulden kosten en er moesten er 10.000 van worden verkocht. Er moest heel wat gebeuren om dat te realiseren. Maandenlang reed er op zaterdagochtend een geluidswagen door Urk waaruit de stem klonk van de toen bij

iedereen bekende Urker A.P. Brouwer, beter bekent als ‘Albert Piet’. Zijn oproep begon met: “Wat isser loos”? Dat dit met name op zaterdag gebeurde was vanzelfsprekend, want dan waren de visserlui thuis en het was bovendien weekmarkt, toen nog op de Hofstee. Er werd zelfs toestemming gevraagd aan de Gemeente Noordoostpolder om ook daar loten te mogen verkopen met gebruik van een geluidswagen. Het dagelijks bestuur had de organisatie van de loterij in handen gegeven van enkele leden die er om bekend stonden niet voor een kleintje vervaard te zijn, waaronder Albert Koffeman (stukadoor). Hoeveel die loterij werkelijk opgebracht heeft is niet bekend, maar het zal best een lief sommetje zijn geweest. De trekking diende te geschieden in aanwezigheid van een echte notaris. Dat werd iemand uit Emmeloord, want op Urk had men in die tijd nog niet zo‘n autoriteit. Penningmeester Klaas Visser zag met angst en beven een gepeperde notarisrekening opdoemen (die jongens waren toen ook al niet goedkoop) maar dat viel reuze mee. De notaris was namelijk een visliefhebber! Een zestal grote tongen (lappen) werden geschonken door de schipper van de UK 2, die ‘Valerius’ goed gezind was. De trekking was op 31 maart 1970. Waar de auto terecht is gekomen? Waarschijnlijk nergens. Het zat zo: onze stukadoor had toen een tamelijk groot karwei onderhanden in een zorginstelling voor ouderen in het midden van het land. Die werd geleid door een mevrouw uit Urk

Opening van slijterij Kroon in 1965. V.l.n.r. Alida Maria Kroon-Sewarte (1916-2000), Jo Gerssen (1919-2007) en Franz Friedrich Wilhelm Johannes Benjamin Bode (1926-1990.

STICHTING URKER UITGAVEN


(familie van Alberts echtgenote?) Wat ik er van begrepen hebben is dat de bewoners van dat tehuis redelijk welgestelde ouderen waren en dat ze misschien wel onder zachte druk van die mevrouw heel wat loten hadden gekocht. En daar moet het winnende lot zijn gevallen bij een oude heer die helemaal geen auto wilde hebben. Hij wist niet wat hij met zo’n ding moest beginnen. In ieder geval was er met de verloting een goed fundament gelegd voor de betaling van de nieuwe instrumenten. Wat ‘Valerius’ te kort kwam werd geleend van de bank met een garantieverklaring van de gemeente Urk. Als het mis zou gaan met ‘Valerius’ kwamen de instrumenten in het bezit van de gemeente Urk. Dat kon toen allemaal nog. Met de aankoop van de instrumenten werd Lourens Metz belast; tenslotte was die als grote zakenman de meest geschikte figuur. Hij informeerde links en rechts naar de prijs van een complete brassband-bezetting van het merk Besson, in die tijd het summum van klank en kwaliteit. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de firma Van der Glas in Heerenveen. Op een avond togen, onder barre weersomstandigheden, Jo Gerssen, Klaas Visser, Lourens Metz, Jan Oost en Willem van der Veer naar Heerenveen. De heer Van der Glas, dat moet de senior zijn geweest, kwam binnen met een map onder de arm, kennelijk voorbereid op zware onderhandelingen. In die tijd was zo’n order voor de toen nog niet zo overbekende firma van groot zakelijk belang. Na wederzijds te hebben geconstateerd dat het uitermate slecht weer was zei voorzitter Gerssen: “Nou, mijnheer Van der Glas, we moesten het maar doen”. Mijnheer Van der Glas was uiteraard zeer tevreden, al zal hij zich hebben afgevraagd waarom er vijf Urkers in een te kleine auto onder barre weersomstandigheden naar Heerenveen gingen alleen om te vertellen dat de order geplaatst werd. De telefoon was toen toch echt al heel gewoon. In het Urkerland stond te lezen: Op 9 mei 1967 loopt het Irene vol met genodigden en belangstellenden. Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, van

STICHTING URKER UITGAVEN

Albert Koffeman (1937-2006) Albert ‘de stukadoor’ was een goed muzikant en verenigingsman. Een man met humor en ideeën, als hij een plannetje verzon ging dat bijna altijd door. Hij was ook één van de initiatiefnemers en makers van de eerste Orka bij de bushalte. Hij schreef de tekst “Wij mogen door de tempelkoren trompetten noch bazuin doen horen” toen ‘Valerius’ op een Kerstavond openlijk in verzet kwam tegen het ogenschijnlijk vrome standpunt; ‘geen toeteblaozers in de kerk’. Wat hij deed of waartoe hij geroepen werd deed hij voor 100%. Albert is een paar jaar gestopt bij ‘Valerius’ omdat hij op een hoger niveau wilde spelen. Dat kon in Emmeloord en daar heeft hij een paar jaar gespeeld. Er werd net zolang op hem ingepraat tot hij weer terugkwam.' Albert herinnerde zich een jaarvergadering van ‘Valerius’ waarbij het hele bestuur aftrad. Over het algemeen waren echter ook weer allemaal herkiesbaar. Eens waren er 25 personen op vergadering en kreeg een bestuurslid 25 stemmen. Toen de voorzitter aan hem vroeg of hij de benoeming aannam, vroeg hij een week bedenktijd… Tijdens een marsconcours stelde ‘Valerius’ zich keurig op en marcheerde prachtig langs de jurytent en sloeg daarna, volgens opdracht linksaf. De bekkenist, die vooropliep, had de instructie blijkbaar niet goed begrepen en liep rechtdoor. Hij produceerde zelf zoveel decibellen, dat hij pas twee straten verder merkte dat het korps niet meer achter hem liep. Die keer viel ‘Valerius’ niet in de prijzen. In bladmuziek staan Italiaanse termen als piano, forte, allegro en adagio. Op een avond moest een van de leden noodgedwongen de repetitie overslaan, omdat hij een steenpuist op zijn zitvlak had. Net die avond was er een gastdirigent en toen hij vroeg waarom een bepaalde stoel niet bezet was en hem de oorzaak werd verteld, was zijn reactie geheel in stijl: ‘O, die man heeft dus trammelanto di conto”. Albert's zoon Jacob is momenteel voorzitter. Sinds 1971 is Jacob muzikant (en met een onderbreking van Albert (de schilder) Koffeman en Albert (de vier jaar al meer dan 50 stukadoor) Koffeman. jaar lid).

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 21


de kerken en scholen en muziekbond. De vereniging bestaat 30 jaar en besloten is tot een radicale koerswijziging. Besloten is namelijk om van de Hollandse bezetting (fanfare) over te gaan op een brassband bezetting volgens Engelse stijl. Dit besluit is genomen omdat, volgens dirigent Frits Bode, deze klankkleur hem en zijn muzikanten bijzonder aanspreekt. Nog eenmaal wordt het oude instrumentarium gebruikt voor het spelen van enkele koralen, waarna door de heer Van der Glas uit Heerenveen 23 blaasinstrumenten en twee trommen worden overgedragen. ‘Valerius’ op de karre Nadat ‘Valerius’ de ommezwaai gemaakt had naar brassband was het met het marcheren afgelopen. Misschien dachten ze dat dit niet bij een brassband hoorde. In ieder geval was ‘Valerius’ niet meer mobiel. Maar toen kwam in 1968 de viering van het 1000-jarig bestaan van Urk en dat werd een groot feest! Een hele week waren er activiteiten, de bevolking werd ingeschakeld met o.a. het oprichten van buurtverenigingen. Er werden er maar liefst twintig samengesteld, van wie er sommige nog steeds bestaan. Wie op de tamelijk onzinnige gedachte gekomen is, weten we niet, maar in het programma was opgenomen dat ‘Valerius’ op één dag alle twintig buurtverenigingen zou bezoeken. Het hoefde niet lang te zijn, een paar liedjes en een marsje en op naar de volgende. Dat had nooit gekund als ‘Valerius’ nog wel netjes in een rijtje hadden kunnen lopen. En zo belandde ‘Valerius’ ‘op de karre’. Waar die vandaan kwam? Nou, op z’n Urkers. Gewoon naar boer Jelle Hakvoort (Jelle van Aafien) gaan met het verzoek een wagen met trekker een dag lang ter beschikking te stellen, als het enigszins kon met chauffeur. Eén kar was natuurlijk niet genoeg, zo’n grote karre had Jelle niet, nou, dan twee achter elkaar. En zo geschiedde: een hele dag op een wagen door Urk. Het repertoire bestond uit de oude liederenbundel, nr. 1 was ‘Het Wilhelmus’ en verder de vaderlandse liederen. Het boek heeft nog tientallen jaren dienst gedaan bij de aubades. Verder werd tot in den treure de mars ‘Standard of St. George’ gespeeld. 22 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

Er viel weleens een lessenaar om, maar muzikanten zijn nooit van de kar gevallen Van tien tot twaalf spelen, even om de kost en om twee uur weer verder tot alle buurtverenigingen aan de beurt waren geweest. Dat werd dus pas laat in de avond. Het bestuur voorzag dat de bandleden er op den duur wel genoeg van zouden hebben. Ze vreesden, waarschijnlijk terecht, dat als de muzikanten naar huis gingen voor de avondboterham, een groot deel niet meer zou

terugkomen. Daarom werd besloten om het broodeten om 18.00 uur te vervangen door een broodje kaas of ham bij een plaatselijke snackbar. Op die manier hielden ze de boel bij elkaar. Dat waren nog eens tijden! Heel anders dan een concert van hoogstens anderhalf uur met daartussen nog een pauze. Nee, acht uur lang Piet Hein, In een blauwgeruite kiel, Standard of St. George, een

De rondgang op een kar in 1973.

STICHTING URKER UITGAVEN


eindje hobbelen op die wagen, en daar ging-ie weer: Wij willen Holland houden, weer Piet Hein of een ander liedje, een eindje rijden enz., enz. En de bevolking? De buurtverenigingen vonden het best leuk dat ‘Valerius’ langskwam, maar men vroeg zich wel af waarom die muzikanten in hemelsnaam ‘op een karre’ zaten. Oudere plaatsgenoten mochten je graag vertellen dat ‘Valerius’ tijdens feestdagen altijd op een kar zat en al musicerend door het dorp werd gereden. Dat laatste werd meestal nog wat smeuïger gemaakt met perikelen van muzikanten die onder invloed van de kar af vielen. ‘Valerius’ heeft in haar lange geschiedenis echter slechts drie keer op een kar gezeten: in 1968, 1973 en de laatste keer rond 1980. Er viel op de hobbelende wagen wel eens een lessenaar om, waardoor de bladmuziek op straat viel, maar muzikanten zijn nooit van de kar gevallen. Voor de muziek uit ‘Valerius’ heeft, net als andere muziekverenigingen en koren, altijd een bijzondere aantrekkingskracht gehad op mensen met een verstandelijke beperking. De ouderen zullen zich misschien Jan van Laar herinneren, die altijd als een tamboer-maitre voor het korps marcheerde. Hij droeg een ‘Valerius’-pet en de hilariteit onder het publiek was altijd groot als Jan bijvoorbeeld rechtsaf sloeg en het muziekkorps liep rechtdoor. Zeer waarschijnlijk werd dit ook wel eens bewust door de muzikanten gedaan. Spelen in de kerk Nu is ‘Valerius’ een graag geziene gast bij bijzondere kerkdiensten, maar dat is in het verleden wel anders geweest. Tot aan het eind van de jaren zestig was het ‘Valerius’ niet toegestaan in de kerk te spelen, ondanks dat het Oude Testament ons leert dat David muziekinstrumenten introduceerde tijdens de eredienst in de tempel, op bevel van de HEER via zijn profeten (2 Kronieken 29:25). Ook bevelen meerdere psalmen (geïnspireerd door dezelfde Geest die Amos inspireerde) aan om God te prijzen met muziekinstrumenten, denk aan

STICHTING URKER UITGAVEN

Willem van der Veer (1927-2019) “In mei 1965 verhuisden wij van Vlaardingen naar Urk dat in die tijd ongeveer 8.500 inwoners telde. Ik was in Vlaardingen sinds 1945 muzikant en vanaf 1952 bestuurslid bij de Harmonie. Dat was op Urk bekend geworden door een interview van een Rotterdams regionaal dagblad met mij over mijn vertrek en derhalve mijn verdwijnen uit het Vlaardingse muziekleven. Ik had mij echt voorgenomen om de muziek de eerste maanden op Urk maar even te laten voor wat het was. Eerst even wennen en vrouw en kinderen in die eerste tijd niet te veel alleen laten. Redelijke argumenten om niet meteen op zoek te gaan naar een muziekvereniging, dat kwam later wel. Dacht ik! Een Urker is natuurlijk een beetje bijzonder, misschien niet zo bijzonder als hij zelf denkt, maar een beetje anders is hij wel. Daar kwam ik snel achter! De tweede dinsdag belde er een man aan. Hij begon de conversatie met: “Dat komt...”. Ik was negen dagen op Urk, hoe kon ik weten dat als een Urker iets van je wil hij het gesprek steevast begint met “dat komt”? Hij was van het muziekkorps, vervolgde hij. O ja, hij had alle begrip voor mijn argumenten om de eerste tijd nog wat kalm aan te doen, maar even komen luisteren, en als ik een instrument bezat meespelen, kon toch geen kwaad? Och, dacht ik, de man heeft eigenlijk wel gelijk. Dus ik mee naar het later zo vertrouwde gebouw Irene. Dat had ik niet moeten doen! Want ik had geen schijn van kans. Vanaf het moment dat ik het gebouw binnenstapte namen ze bij ‘Valerius’ aan dat ik een nieuw lid was. Bij iedere andere muziekvereniging zou men aan een gastluisteraar hebben gevraagd wat hij er van dacht om lid te worden. Niet bij ‘Valerius’ dus. Ik kreeg meteen de 1e trompet-lessenaar toegewezen; of ik dat wilde werd niet gevraagd. Of ik goed genoeg was om de 1e trompetpartij te spelen trouwens ook niet. Maar dat is niet het eind van het verhaal. Het werd nog veel gekker. Toen bij een praatje na de repetitie bleek dat ik in Vlaardingen 1e secretaris was geweest riepen mijn gesprekspartners in koor: “Dat komt mooi uit!” Ze waren juist op zoek naar een secretaris, want de vorige had het laten afweten. Ik kreeg een boekje in handen gedrukt met een lijst met namen en allemaal vakjes waarin de aan- of afwezigheid van de muzikanten werd genoteerd. En weer werd er naar mijn eigen mening helemaal niet gevraagd. Toen ik thuiskwam realiseerde ik mij pas hoe ik mij had laten overrompelen en dat ik lid/muzikant en tevens secretaris was van een fanfareorkest waarvan ik alleen wist dat de vereniging ‘Valerius’ heette, de dirigent Frits Bode en de voorzitter mijnheer De Bie. Dat laatste bleek later niet juist, dat moest Gerssen zijn. Het klinkt nu allemaal een beetje naïef, maar wist ik veel?”

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 23


‘Valerius’ speelt in 1968 bij de onthulling van het Vissersmonument door koningin Juliana.

Psalm 150 waarin al acht verschillende muziekinstrumenten worden genoemd om God te loven. Maar daar hadden de kerkenraden op Urk toen geen boodschap aan. Met bijzondere diensten kon je wel een koor in de kerk aantreffen en werden één of twee trompetten toegestaan, maar een hele ‘fanfari’ was uit de boze. Vlak na de oorlog werden wel kerstwijdingen verzorgd. In de kerk mocht dit niet, wel in gebouw Patrimonium. Deze kerstwijdingen waren zeer goed verzorgd, omdat veel muzikanten op het korps ook lid waren van de reciteervereniging Dindua. En ‘Valerius’ had ook nog aanstaande dominee Jan Post in hun midden (Jan van Teun van Willem van Pietjen), waardoor de uitvoeringen op een hoog peil stonden. Jan leende een toga van een Hervormde dominee en, dankzij zijn opleiding bij Dindua, las hij de tekstgedeelten keurig voor. Andere muzikant-Dinduanen declameerden en dit alles afgewisseld met passende muziek van ‘Valerius’. Het sloeg aan bij de bevolking en het was zelfs nodig om twee avonden te verzorgen. Toen ‘Valerius’ in 1968 de Gereformeerde kerkenraad (weer) vroeg om een kerstconcert in de Bethelkerk te mogen geven, vonden de meeste kerkenraadsleden dit nog steeds ontoelaatbaar. Nogal ontevreden hierover is ‘Valerius’ 24 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

toen op kerstavond nabij de ingang van de Bethelkerk voor het oude jeugdgebouw gaan zitten. Terwijl het zachtjes sneeuwde werden kerstliederen gespeeld. De afdekplaat van het biljart uit het Irene was voorzien van twee stokken en door Ab de schilder van een tekst voorzien. Het bord stond achter de muzikanten opgesteld en de bezoekers van de kerstnachtdienst in de Bethelkerk die ‘Valerius’ passeerden konden lezen: “Wij mogen door de tempelkoren, trompetten noch bazuin doen horen. Aan u de vraag wie zich vergist, de kerkeraad of de psalmist”

Dit bracht de discussie pas echt op gang met als resultaat dat ‘Valerius’ het jaar daarop wel mee mocht spelen tijdens de kerstnachtdienst in de Bethelkerk. Vrouwelijke muzikanten Het heeft driekwart eeuw geduurd voordat de eerste vrouwelijke muzikant bij ‘Valerius’ zijn intrede deed. In 1973 liet de 14-jarige Dirkje Kramer (van Klaas en Ma) zich door haar oom Henk Roth overhalen om muzikant te worden bij ‘Valerius’. Dat was een primeur want zij was het eerste vrouwelijke lid. Ze kreeg les van haar oom Henk Roth en Albert

Spelen tijdens de aubade op een Koninginnedag in de jaren zeventig.

STICHTING URKER UITGAVEN


Koffeman en speelde ventieltrombone. Drie jaar later kreeg ze een ‘echte’ schuiftrombone en zat tussen Henk, Gerrie Keuter en Luhof uit Swifterbant. Vanwege haar vertrek van Urk moest zij na een paar jaar afscheid nemen. Daarna kwam Aukje Westra-Talsma. Zij kwam op Urk wonen toen haar man Hidde hier onderwijzer werd. Aukje was 10 jaar lid geweest van de harmonie ‘Euphonium’ in het Friese Ternaard. Om het inburgeringsproces te versnellen besloot de toen 22-jarige Aukje lid te worden van ‘Valerius’. Ze schrok er wel van dat er alleen mannen op ‘Valerius’ zaten en ze kwam tussen Louw Hennink en Marinus Karel ten Napel te zitten waar ze, net als in Friesland, de althoorn bespeelde. Het werd geen succes, als enige vrouw had Aukje geen echte klik met de overige muzikanten en toen ze na een jaar zwanger was, besloot ze te stoppen. Aukje werd opgevolgd door Uly van Urk-Ekkels (1957), die in 1978 getrouwd was met Jelle van Urk en op Urk kwam wonen. Jelle was zanger op een koor van Frits Bode en die vroeg Jelle of zijn vrouw ook kon zingen? “Nee, zingen kan ze van geen kant, maar ze toetert”, was het antwoord. “Mooi”, zei Frits, ”dan verwacht ik haar woensdagavond om half acht in het Irene”. Uly, die muziekdiploma’s had en al vanaf haar achtste jaar speelde in Friesland, ging die woensdagavond maar naar het Irene, goed voor haar integratie op Urk, was de gedachte. Ze trad binnen in het mannenbolwerk en dat was ook voor haar wel even schrikken, maar de ontvangst was allerhartelijkst. Ze kon toen niet vermoeden dat ze ooit de eerste vrouwelijke voorzitter zou worden. Tot op de dag van vandaag speelt Uly haar partijtje op de althoorn mee in alle orkesten van ‘Valerius’. Frappant is dat bij het Opstaporkest haar muzikale buurman een achterkleinzoon is van ‘de Karel’ waar zij in 1978 naast begon. Van een mannenbolwerk is anno 2026 zeker geen sprake meer omdat zeker de helft van de orkesten van ‘Valerius’ uit vrouwelijke muzikanten bestaat. Dirigenten Verschillende dirigenten werden na de oorlog door de muzikanten ‘versleten’. Van één van hen weet men zich nog te

STICHTING URKER UITGAVEN

‘Valerius’ was er al bij in april 1959 toen op Urk voor het eerst een Vlaggetjesdag werd gehouden als opening van het kuilseizoen door de IJsselmeervissers. Op dezefoto gaan leden van ‘Valerius’ bij de Vlaggetjesdag 1979 ook het water op. V.l.n.r. Uly van Urk-Ekkels, Jo Gerssen, Hendrik Hagedoorn, Joh. Schrijver, Frits Bode en Albert Koffeman.

herinneren dat hij na de inpoldering met de auto tot aan de Steenbanktocht (vlakbij het huidige Tollebeek) kon komen, waarna hij over een plank naar de overkant moest. Aan de overkant stond een Urker hem met een auto op te wachten om hem naar ‘Valerius’ te brengen. Achtereenvolgens kende ‘Valerius’ de volgende dirigenten na 1937: Gerardus Metz, Jac. Broer, Louwe Kramer, Scholten, Londo, Breuker, Pijlman, Frits Bode, Klaas de Jong, Egbert Scheffer en Chris te Hennepe. DIRIGENT FRITS BODE In 1954 nam Frits Bode op 28-jarige leeftijd het dirigeerstokje over. Hij speelde echter al vanaf zijn 15e jaar mee als muzikant. Vooral deze benoeming was de oorzaak dat hij in 1960 naar het conservatorium in Utrecht ging. Na vier jaar kreeg hij het felbegeerde diploma ‘Harmonie- en fanfaredirectie. Frits was de achtste dirigent van ‘Valerius’, nadat er diverse moeilijkheden waren geweest met zijn voorgangers, onder andere door de geïsoleerde ligging van Urk en het feit dat de gezelligheidsfactor bij ‘Valerius’ altijd een grote rol speelde. Sommige dirigenten hebben zich daar wel eens op stuk gebeten. Geen dissonant vermocht de ‘Valerius’harmonie te verstoren. Dit ging wel eens ten koste van de muzikale kwaliteit, maar dat werd voor lief genomen.

Dirigent Frits Bode tijdens een aubade op Koninginnedag.

‘Valerius’ was en is geen topbrassband, maar zij wordt vaak geprezen om haar klank. Vooral bij het spelen van hymns (religieuze liederen). Dat ligt een Urker goed, waarschijnlijk zit dat in onze genen. Onder leiding van Frits Bode oogstte ‘Valerius’ veel succes. Men trad twee keer op in de Rotterdamse Doelen samen met de koren ‘Crescendo’ en ‘Laus Deo’, ‘Valerius’ maakte een LP en ook was men enkele keren op de televisie te zien. Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 25


Een muzikant vertelde dat ze voor het eerst de Doelen betraden en onder de indruk waren van de enorme concertzaal. Een bassist van ‘Valerius’ fluisterde in zijn oor: ‘We worren er eut-edonderd’. Diezelfde bassectie werd bij binnenkomst door de portier meteen doorverwezen naar de bar, waar ze zich moed in konden drinken. Een repetitie-avond van ‘Valerius’ werd eens naar een andere avond verplaatst vanwege een internationale voetbalwedstrijd die voetballiefhebber Frits niet wilden missen. Om dit nog een keer te voorkomen werd Frits een videorecorder cadeau gedaan.

In 1967 bracht ‘Valerius’ een LP uit. Onder de fotoreportage voor de hoes.

DIRIGENT KLAAS DE JONG Vanaf 1987 fungeerde Klaas de Jong uit Emmeloord als tweede dirigent. Hij viel voor Bode in als die verhinderd was. Toen op 2 juni 1990 Frits plotseling overleed op 64-jarige leeftijd, nadat hij twee dagen daarvoor was getroffen door een hartinfarct, was ‘Valerius’ geschokt. Zesendertig jaar lang was Frits Bode het gezicht geweest van ‘Valerius’.

Op ‘Valerius’ Ritske Brouwer (1952) was een jaar of twaalf toen hij in 1964 bij ‘Valerius’ kwam. “Vroeger, bij ons thuis werd best wel gestimuleerd om wat met muziek te doen. Orgelles leek me niet zo leuk, maar ‘Valerius’ wel. Dat waren toen eigenlijk de twee opties op Urk. Ik voelde me eerst wel een beetje verloren omdat we met drie jongetjes, Henk, Jan Korf en ik, kwamen te zitten tussen al die grote en gevestigde namen als Jan Oost, Ab de Schilder, Hendrik Hagedoorn, Marinus ‘de Karel’ ten Napel enz. Ik zat tussen de Karel en Louw Hennink in en werd goed opgevangen en begeleid. Ik kijk er met genoegen op terug en kan me herinneren dat er veel gelachen werd. Toen ik 17 jaar werd, ben ik bij de Marine gegaan. Daardoor was ik door de week helaas niet meer op Urk en besloot ik te stoppen met het toeteren bij ‘Valerius’.”

26 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

STICHTING URKER UITGAVEN


Even dreigde ‘Valerius’ in een diep gat te vallen. Maar men besloot door te gaan en Klaas de Jong te vragen om vaste dirigent te worden. Gelukkig nam hij dit aanbod aan. Onder diens leiding is ‘Valerius’ in muzikaal opzicht verder gegroeid. Ook Klaas de Jongs muzikale ambitie kwam met name in het begin weleens in botsing met de gezelligheidsfactor van ‘Valerius’. Klaas wilde weer naar een concours met de brassband. Dat lag toen, en nog steeds, niet zo in de aard van ‘Valerius’. Het nadeel is dat je dan wekenlang op een verplicht werk zit te studeren. Toch zette hij door en wist ‘Valerius’ gedurende 16 jaar naar een hoger muzikaal niveau te brengen en de jeugdopleiding gestalte te geven. Klaas was ook de initiatiefnemer van het eerste jeugdorkest. Erelid Wim van der Veer vatte de totale prestatie van Klaas treffend samen: “Hij heeft het gepresteerd om van een stel ‘toeteblaozers’ een brassband te maken.” DIRIGENT EGBERT SCHEFFER Klaas de Jong werd in 2006 opgevolgd door Egbert Scheffer. In de tien jaar onder zijn leiding is de koers van de band

Jacob Bakker (1940-1997) Jacob is een verhaal apart. Jacob had een verstandelijke beperking maar was wel volledig lid. Hij had een instrument en een uniform, hij zat in het rijtje bij Jo Schrijver, Klaas Visser en Klaas Hakvoort. Hij deed alsof hij meespeelde en vaak hadden buitenstaanders niet eens in de gaten dat er iemand tussen zat die playbackte. Hij was de bode van de secretaris. Als die een schriftelijke mededeling voor de leden had, gaf hij het stapeltje brieven aan Jacob, die ze punctueel, minstens zo betrouwbaar als de vroegere PTT, bij de leden bezorgde. Als er bekend gemaakt werd wanneer en waar er gespeeld moest worden dan vergat Jacob dat nooit meer. Van veel andere ‘gewone leden’ kon dat niet gezegd worden.

veranderd. Omdat hij ook kapelmeester bij het Leger des Heils was, ging ‘Valerius’ meer inhoud geven aan het 'Christelijke' wat voor de naam van de vereniging staat. Nog meer dan voorheen speelde de band muziek ‘met een boodschap’. Dat betekende zeer zeker niet dat de band alleen nog geestelijke muziek speelde. De bekende ‘Night of

the Bult’s’ getuigen daarvan, maar ook ‘muziek met een boodschap’ kan swingen. Egbert Scheffer was tevens vele jaren docent bij de eigen muziekopleiding van ‘Valerius’. Vele jonge en oude muzikanten wist hij enthousiast te maken voor de blaasmuziek en op te leiden tot de hoogste diploma's. Ook op andere

Aubade 1986 met vooraan v.l.n.r. Jacob Koffeman, Hendricus Schrijver, Jan Trapman, Jelle Kapitein en André Rietveld. Achteraan v.l.n.r. Johan Hoorn, Frits van der Sloot, Lucas Kramer en Maarten Post.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 27


‘Valerius’ in 2003 tijdens een Biddagconcert met in het midden dirigent Klaas de Jong.

manieren, o.a. sponsorwerving, heeft Scheffer zich enorm ingezet en is heel waardevol voor de vereniging geweest. DIRIGENT CHRIS TE HENNEPE Eind 2016 werd afscheid genomen van Egbert Scheffer en ging ‘Valerius’ op zoek naar een nieuwe dirigent voor het A-orkest. Er waren diverse gegadigden en een drietal werd uitgenodigd voor een proefdirectie. De keuze viel op Chris te Hennepe uit Steenwijk. In maart 2017 begon Chris, een echte brassbandman, bij ‘Valerius’ en werd enthousiast ontvangen. Chris, die naar perfectie streeft, is het ook gelukt ‘Valerius’ weer naar een hoger niveau te brengen. DIRIGENT FRANZ BODE De appel valt niet ver van de boom. Franz, een kleinzoon van Frits Bode, zet zich gedreven in voor de jeugdopleiding binnen ‘Valerius’ en dirigeert het Opstap- en B-orkest. Muziekinstrumenten Muziekinstrumenten waren en zijn nog steeds heel duur in aanschaf. Om de lezer een idee te geven: voor een cornet – het kleinste blaasinstrument bij ‘Valerius’ – van een kwaliteitsmerk betaal je 4.000 euro. Voor een bas – het grootste blaasinstrument – 13.000 euro. De prijs van de overige instrumenten zit hier tussenin. 28 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

Dirigent Egbert Scheffer in 2008.

Het voordeel van een kwaliteitsinstrument is de veel betere klank en het instrument gaat minstens 25 jaar mee. Als kleine vereniging is het dan ook haast ondoenlijk om in één keer een hele nieuwe bezetting aan te schaffen. In april 1949 werd een groot deel van de instrumenten vernieuwd en dankzij een

actie onder de bevolking kon in 1957 wel een vrijwel volledige fanfarebezetting aangeschaft worden. In 1967 werden deze toeters vrijwel allemaal weer ingeruild vanwege de andere orkestvorm. De instrumenten uit 1967 waren oerdegelijk en gingen heel lang mee en misschien speelt er nog wel een leerling op een toeter uit die serie. In de dertig jaar daarna werd af en toe een nieuw instrument gekocht en muzikanten die het zich konden veroorloven kochten zelf een nieuwe toeter. In het jaar 2000 was het door schenkingen en leningen weer mogelijk een nieuwe bezetting te kopen. Voor een bedrag van 89.000 gulden werden 18 nieuwe toeters gekocht. Er werd vrijwel niets ingeruild, want het aantal leerlingen groeide en die moeten natuurlijk ook een instrument hebben. Mondjesmaat wordt er nu af en toe wat aangeschaft, omdat de beperkte financiën grote uitgaven niet mogelijk maken. Een voordeel is dat in China veel westerse blaasinstrumenten worden gekopieerd en voordelig kunnen worden aangeschaft. De kwaliteit is minder, maar een leerling kan er een paar jaar mee vooruit. Het slagwerk binnen de brassband heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Voorheen volstond een kleine en grote trom, maar heden ten dage kun je

STICHTING URKER UITGAVEN


De eerste Night of the Gospel met Sharon Kips in 2009.

Optreden tijdens Zingen in de Zomer in 2008.

Optreden in 2009 met het mannenkoor ‘Crescendo’.

Optreden in 2014 van ‘Valerius’ en het gemengd koor ‘Immanuël’.

STICHTING URKER UITGAVEN

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 29


Het B-orkest in 2014.

Het A-orkest in 2017. Concours in Zutphen in 2023.

30 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

STICHTING URKER UITGAVEN


daar niet meer mee uit de voeten. De huidige muziek vereist niet alleen ongestemd slagwerk; alles van triangel tot grote trom, maar ook gestemd en melodisch slagwerk als: vibrafoon, xylofoon, klokkenspel, buisklokken, pauken etc. Te veel om op te noemen. Slagwerker worden vraagt minimaal enkele jaren studie en de vacatures bij het slagwerk zijn helaas moeilijk te vullen. Oprichting Showband Urk In 1983 werd op initiatief van Mart Bolle, samen met Dubbele de Boer, Showband Urk opgericht. Als een soort opvolger van de ter ziele gegane drumband DEVU. Op Koninginnedag 1984 presenteerde de showband zich voor het eerst aan de Urker bevolking. De marcherende showband viel in de smaak en dankzij giften en bijdragen vanuit de bevolking konden instrumenten worden aangekocht om het jachthoornkorps compleet te maken. Jachthoornmuziek heeft een bijzondere sound en wordt steeds zeldzamer. In Noord-Nederland zijn er nog slechts twee korpsen met een jachthoornbezetting in Es/des, waaronder Showband Urk. Het vlotte tempo en de strakke marsexercitie is hét handelsmerk van het Urker Jachthoornkorps. Deze combinatie van spontaniteit en fanatisme is al jaren de formule voor succesvolle optredens in binnenen buitenland. Het ‘moderne’ ‘Valerius’ ‘Valerius’ staat nog steeds midden in de Urker samenleving en gaat gewoon verder op de in 1898 ingeslagen weg met het maken van muziek in teamverband. De brassband kan passende muziek spelen bij elke gelegenheid, of het nu gewijde muziek betreft in een kerkdienst, een feestelijke Koningsdag, of hedendaagse lichte muziek bij de bekende ‘Night of the Bult’. Doordat er steeds meer moderne genres brassbandmuziek op de lessenaar kwam, werd het slagwerk bij de vereniging verder uitgebreid. Het iedere keer opstellen daarvan vergde steeds meer tijd en er was onvoldoende opslagruimte in Zalencentrum Irene. Bovendien was bij de verkoop van het Irene in 2000 al bepaald dat ‘Valerius’ er in 2007 uit moest. Dat wisten ze nog acht jaar te

STICHTING URKER UITGAVEN

Johan Hoorn (1962) Niet alleen in het verleden had ‘Valerius’ bijzondere muzikanten, maar ook vandaag de dag nog. Johan Hoorn is er zo eentje. Net als zijn broers Jan en Marinus erfde hij de muzikale genen van zijn vader Willem Hoorn. Johan is al meer dan 50 jaar lid en groeide van een schuchter jeugdlid uit naar de muzikale allrounder die hij nu is. Er zijn weinig instrumenten die hij niet bespeeld heeft. Ook een bestuursfunctie ging hij niet uit de weg als muziekmeester, penningmeester en voorzitter. Hij laat zijn kennis, kunde en tijd ten goede komen aan de opbouw van ‘Valerius’ en helpt ook de jeugd waar hij kan. Een steunpilaar met humor en vermogen om te relativeren. Het erelidmaatschap dat hem werd toegekend in 2014 is dan ook meer dan verdiend.

rekken, maar toen moesten ze er echt uit. Er werd uitgekeken naar een ander onderkomen en dankzij de gemeente Urk kreeg ‘Valerius’ in 2015 een plek in het nieuw gebouwde Kindcentrum aan de Slenk. Met voor de vereniging een eigen slagwerkruimte, opslag en een leslokaal. Landelijk is een teloorgang van fanfares, harmonieën en brassbands te zien. Een proces dat wordt gekenmerkt door vergrijzing, afnemende ledentallen en financiële problemen. ‘Valerius’ doet het daarentegen heel goed en is ‘rijk’ met zoveel jeugdige en gemotiveerde leerlingen. De vereniging wil de jeugd aan zich binden door ze een gedegen muziekopleiding te geven die past in de beeldvorming over Urk met zijn enorme muziekcultuur. Dankzij steun van de Gemeente Urk en in samenwerking met het Muzisch Centrum in Emmeloord, worden muzikanten door professionals opgeleid in het leslokaal van ‘Valerius’. ‘Valerius’ steekt veel energie in het werven en opleiden van nieuwe muzikanten. Iedereen van 8 tot 80 jaar is welkom en niemand is te oud om te leren. Mis-

schien bereikt men dan niet meer het niveau van het A-orkest, maar een plek in het Opstaporkest of B-orkest is gegarandeerd. Het vergt veel studie om op behoorlijk niveau goed te musiceren, maar de muzikanten van ‘Valerius’ zijn erg gemotiveerd. Daarnaast is musiceren niet de enige bezigheid van ‘Valerius’. De sociale functie en de gezelligheid nemen een minstens zo belangrijke plaats in. Lid zijn van ‘Valerius’ betekent dat jongeren zich op een verantwoorde en positief/christelijke manier ontwikkelen met leeftijdgenoten. Muziek is een gezamenlijke beleving die verbindt door emoties, herinneringen en ritme. Muziek maken is leuk en bovendien hebben wetenschappelijke onderzoeken bewezen dat het een zeer positieve invloed heeft op de intelligentie van kinderen. Het gezamenlijk musiceren versterkt het groepsgevoel, de discipline en de sociale en emotionele vaardigheden. En bovendien leidt het tot een positiever zelfbeeld.  www.brassbandvalerius.nl

Lub van den Berg | De Toeteblaozers | 31


Samenvatting. Met de geschiedenis van de Christelijke Brassband ‘Valerius’ geeft deze kroniek een beeld van het rijke muzikale leven op Urk. Daarnaast ook van de vele kleurrijke figuren die lid waren van ‘Valerius’. Al in 1898 werd het Christelijke Muziekkorps onder de naam ‘Adrianus Valerius’ opgericht, toen nog met een fanfarebezetting. Het speelt sindsdien een belangrijke rol als het gaat om de muzikale omlijsting van feestelijkheden, maar ook bij plechtige en droevige omstandigheden. ‘Valerius’ kende vele ups en downs, en ging zelfs ter ziele. In 1937 werd de fanfare opnieuw opgericht en is nog altijd actief en belangrijk in de Urker samenleving. Als brassband speelt ‘Valerius’ nu muziek voor uiteenlopende gelegenheden, investeert veel in de opleiding van nieuwe muzikanten en beschikt sinds 2015 over een modern onderkomen in het Kindcentrum aan de Slenk. Waar veel muziekverenigingen te maken hebben met teruglopende ledentallen, groeit ‘Valerius’ dankzij een sterke jeugdopleiding, professionele muzieklessen en een hechte, sociale en christelijke verenigingscultuur waarin muziek en saamhorigheid centraal staan.

Summary. Through the history of the Christian Brassband ‘Valerius’, this chronicle provides a picture of the rich musical life on Urk. It also features the many colorful figures who were members of ‘Valerius’. The Christian Music Corps was founded as early as 1898 under the name ‘Adrianus Valerius’, at that time with a fanfare band formation. Since then, it has played an important role in providing musical accompaniment for festivities, as well as for solemn and mournful occasions. ‘Valerius’ experienced many ups and downs, and even ceased to exist. In 1937, the fanfare band was re-established and remains active and important in Urk society. As a brassband, ‘Valerius’ now plays music for a wide variety of occasions, invests heavily in the training of new musicians, and practises since 2015 in state of the art premises at the Child-centrum at 'De Slenk'. While many music associations are struggling with declining membership numbers, ‘Valerius’ is growing thanks to a strong youth program, professional music lessons, and a close-knit, social, and Christian association culture in which music and togetherness take center stage.

Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, kunt u een gift overmaken op rekeningnummer

NL 32 ABNA 0436429853

(t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Een gift aan de Stichting Urker Uitgaven is aftrekbaar voor de belasting.

Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l

Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl

STICHTING

URKER UITGAVEN

Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.

32 | Lub van den Berg | De Toeteblaozers

STICHTING URKER UITGAVEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Urcker Kronieken - Valerius - De Toeteblaozers by GBU printmedia - Issuu