Skip to main content

Verborgen verleden van Urk

Page 1

Kronieken Urcker

Jaargang 2021 | nr. 2

STICHTING

URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl

Afbeelding 1. De Oudestraat, de enige Middeleeuwse straat van Flevoland (Henry Cassiers, aquarel, 1908).

Wanneer, waarom en hoe Wijk 4, 5 en 6 bewoond werden

Verborgen verleden van Urk De Urker keileembult bevat nog ontzettend veel historische informatie. Veelal onzichtbaar onder de kluwen van huizen die hier in de loop der jaren gebouwd zijn. Lang was hier weinig aandacht voor, maar nu blijkt steeds meer hoeveel die onzichtbare aardlagen nog te vertellen hebben over de vaak nog onbekende geschiedenis van Urk. Deze Kroniek geeft inzicht in een aantal recente ontdekkingen die enkele serieuze Urker amateurs deden bij veelal kleine graafwerkzaamheden. Verrassende vondsten die het verleden van Urk nog interessanter maken.

Door Klaas Post (Gzn.) klaaspost@fishcon.nl

Lub Post (Gzn.) lub.post@ziggo.nl

Yftinus van Popta y.t.van.popta@rug.nl


Het landschap van het middeleeuwse schiereiland (en latere eiland) Urck werd gekenmerkt door opvallende hoogtes die door het landijs van de Saale-ijstijd opgestuwd werden. De keileembult met de daarop gelegen kern van het oude dorp van Urk is de meest prominente vertegenwoordiger daarvan. Deze met grote en kleine zwerfstenen bezaaide boomloze bult moet in het vlakke landschap de aandacht van mensen hebben getrokken. Maar wanneer besloten mensen het hoge gedeelte van de bult (de huidige dorpskern) te koloniseren door permanente bewoning? Was dat al voor het jaar 966, de oudste vermelding van de naam Urck? En werd Urck toen slechts bewoond door een paar boeren of was het al een dorpskern? De Covid-pandemie maakte dat in het oude dorp verschillende bewoners hun huizen aanpasten of hun kelders (verder) uitgroeven. Veelal kleinschalige werkzaamheden die geen archeologisch onderzoek door de betreffende instanties noodzaken of verplichten. Een aantal serieuze amateurs besloot vondsten en waarnemingen te verzamelen en vast te leggen. Deze Kroniek volgt die werkzaamheden en maakt duidelijk dat ook kleinschalige arbeid in de Urker ondergrond nieuwe feiten aan de Urker geschiedenis kan toevoegen en dat dat helemaal niet lastig of kostbaar voor de bewoners hoeft te zijn. Bovenal vertelt ze de geschiedenis van een aantal Urker huisjes en hun ondergrond.

Inleiding Tot het eind van de vorige eeuw werd de oude dorpskern van Urk beschouwd als een archeologisch niet interessant gebied. Een arm dorpje op kale keileem zonder ruïnes of imposante bouwsels; een schamel overblijfsel van oudere, meer westelijk gelegen kernen die verdwenen in het wassende water van de Noordzee en de Zuiderzee. Het werk van Van der Heide (1965), Kerkhoven (2003) en Geurts (2005) bracht hier verandering in. Kerkhoven toonde aan dat er in de 13de eeuw al enkele boerderijen stonden op de plek van de huidige Wijk 6 en hij meende bij Wijk 5-126 de fundamenten te herkennen van het befaamde blokhuis (het Huys te Urck) dat rond 1381 op het eiland moet zijn gebouwd, en van waaruit ruim tachtig jaar lang de zeeroverij werd bestreden. Uiteindelijk kwam de gemeente Urk in 2016 tot een Beleidsnota Archeologie waarin het oude dorp werd gepromoveerd tot een gebied met een hoge indicatieve verwachtingswaarde. Van Popta (2020) meldt in zijn proefschrift dat van de Urker dorpskern slechts een beperkt aantal vondsten zijn gedocumenteerd/ geregistreerd en vraagt zich af of de minieme bemonstering daar de oorzaak van is. Het beperkte aantal vondsten heeft namelijk een reden. Eerst en vooral was er de algemene verwachting dat er weinig waardevols in de Urker bodem te vinden zou zijn. Ook bestaat de hypothese dat het volmiddeleeuwse Urk zich met name op het westelijke deel van de keileembult bevond, hetgeen zich door eeuwenlange erosie inmiddels in geërodeerde staat op de bodem van het IJsselmeer bevindt. Daarnaast is onderzoek in de ondergrond van de wirwar van Urker huisjes van het oude dorp buitengewoon gecompliceerd. Het gaat vaak om kleine tot zeer kleine oppervlaktes die onderzocht kunnen worden; de grootste ruimte (de woonkamer) van Wijk 5-10, een huisje waarin ooit een gezin van elf personen leefde, meet bijvoorbeeld slechts 3 x 3,5 meter. Graafwerkzaamheden op Urk zijn daardoor feitelijk altijd van beperkte omvang en zullen dan ook niet de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek overschrijden. Echter, bij elkaar opgeteld leiden de bodemingrepen toch tot een behoorlijke verstoring van het archeologisch bestand: de Urker ondergrond is inmiddels overal verstoord door oude kelders, regenwaterreservoirs, ondergrondse gangen uit de eerste wereldoorlog en sleuven voor kabels en leidingen. Kortom: de oude bult is een gatenkaas. Een muntstukje uit 1606 kan zo maar aan de oppervlakte gevonden worden, terwijl het toch oorspronkelijk afkomstig was uit een laag die nog steeds anderhalve meter dieper ligt. Op Urk is het oppassen geblazen…

2 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Locaties en bewoners

Afbeelding 2. Wijk 4-30, ca. 1935.

Afbeelding 3. Wijk 4-63, ca. 2000.

Wijk 4-30 In 2020 besloten de eigenaren van Wijk 4-30 in het braakliggende terrein (van een aantal jaren eerder gesloopt oud huisje – afb. 2) een benedenverdieping te graven. Voorafgaand aan de afgraving werd door middel van proefsleuven het terrein verkend. Omdat de kavel uiteindelijk tot diep in het onderliggende keileem werd afgegraven, is dit het eerste project op Urk waar in theorie alle vondsten uit de boven de keileem liggende (al dan niet bewoonde) lagen verzameld konden worden. De afgegraven grond werd voor een groot deel gefilterd op sporen van menselijke aanwezigheid in de breedste zin van het woord. Op de vroegst betrouwbare kaart van het eiland Urk (Koel, 1668) is op en rondom locatie Wijk 4-30 nog geen bebouwing te zien (afb. 10). Ook de eerste kadasterkaart van Urk (uit 1832, afb. 11) laat bij Wijk 4-30 nog geen bebouwing zien (zie kader Kaarten). Het huisje met kelder en waterreservoir dat een paar jaar geleden werd afgebroken moet dus na 1832 zijn gebouwd.

Wijk 4-63 Dit oude huis met een opvallende voorgevel is het afgelopen jaar ingrijpend verbouwd (afb. 3). Daarbij werd de vloer verwijderd en werden funderingssleuven gegraven. Op de kaart van 1668 staan de dichtstbijzijnde huizen/boerderijen op redelijk grote afstand van Wijk 4-63 (afb. 10). De kadasterkaart van 1832 (afb. 11) geeft hetzelfde beeld, maar opmerkelijk genoeg staat er op een kaart van 1795 wel een huis. Het huis is dus of van voor 1795, maar meer waarschijnlijk na 1832 gebouwd en toen voorzien van de op Urk gebruikelijke grote kelder en een gewelf voor regenwateropslag.

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 3


Afbeelding 4. Wijk 4-91, anno 2021.

Wijk 4-91 In verband met bebouwing tot Kunsthuis moest de vloer van de woning Wijk 4-91 met ca. 40 cm uitgediept worden. Ook werd er een uitbouw in oude stijl geplaatst en een verlaagde, rolstoelvriendelijke toegang gecreëerd (afb. 4). Het in de 60’er jaren van de vorige eeuw gesloopte Wijk 4-92 (afb. 5) stond tegen Wijk 4-91 aangebouwd op de locatie waar nu de fraaie uitbouw is gecreëerd. Het ging om een huisje met één kamer, één slaapkamer en een ton als toilet. De laatste bewoners waren de zeven personen tellende familie Kramer. Op de kaart van 1668 bevindt de locatie van beide huisjes zich precies op de rand van wat we interpreteren als een erfafscheiding van een grote boerderij met hooiberg (afb. 10). Op de eerste kadasterkaart staan de huisjes al ingetekend, wat kan betekenen dat ze al voor/rond 1800 zijn gebouwd (afb. 11).

Afbeelding 6. Wijk 4-99 en 100, ca. 1950.

Wijk 4-99 In 1955 werd het oude vissershuisje Wijk 4-100, rechts op de foto naast ‘het oude kerkje’ gesloopt en lag sindsdien braak (afb. 6). In de jaren zeventig werd Wijk 4-99 gesloopt en volgde nieuwbouw op deze locatie. Op de kaart van 1668 ligt deze locatie tussen de schamele bebouwing van het eiland (afb. 10) en ook op de eerste kadasterkaart staat op deze locatie geen bebouwing aangegeven (afb. 11). Waarschijnlijk was het pandje ten tijde van de sloop dus ruim 100 jaar oud.

Afbeelding 7. Wijk 5-10, anno 1980.

Afbeelding 5. Wijk 4-92, ca. 1957.

Wijk 5-10 Het piepkleine vissershuisje op deze locatie moet voor 1800 gebouwd zijn (afb. 7). Op de eerste kadasterkaart van Urk (afb. 11) valt het samen met twee bebouwde locaties en op een nog vroegere kaart van 1789 staat het ook al eenzaam op deze locatie. De kaart van Koel (1668) laat daarentegen een boerderij op deze locatie zien, Wijk 5-10 ligt op de rand van de strook die we als erfafscheiding interpreteren (afb. 10).

4 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 8a. Uitleg aan wethouder Freek Brouwer over de opgravingen op Wijk 5-37b.

Wijk 5-37b Een enigszins raadselachtige locatie. Voor het oog een schuur met een daarnaast gelegen woning die samen verbonden zijn met een ver daarvoor liggend oud huis (afb. 8a en b). De schuur staat bekend als de ‘Timmerschuur van Hagedoorn’ maar er wordt in de volksmond ook gemeld dat het een deel van de oude boerderij van een familie Snoek zou zijn. Verbazend genoeg ontbreekt op de kadasterkaart van 1832 bebouwing op deze plek, op de kaart van Koel ligt de kavel op de rand van wat we interpreteren als de erfafscheiding van een aantal gebouwen met een grote waterput (zie afb. 1o en 11). Tijdens de restauratie blijkt dat de schuur nooit een boerderij kan zijn geweest en het ‘huisje’ een overdekte ruimte die de aannemer gebruikte voor van alles en nog wat. In die ruimte bevindt zich een enorm waterreservoir en een diepe ronde gestapelde (niet-gemetselde) welput.

Afbeelding 9. Wijk 6-76, ca. 1980.

Wijk 6-76 Het huis met moet ergens tegen het eind van de 19de eeuw zijn gebouwd (afb. 9). In de vorige eeuw werd het gerenoveerd en van een nieuwe vloer en kelder voorzien (waarbij waarschijnlijk de bovenste grondlaag is afgevoerd). In 2020 werd de tijdens de renovatie gegraven kelder uitgediept en een fundering voor een aanbouw gegraven. Bij de graafwerkzaamheden kwam een fraai uit gele IJsselsteentjes opgetrokken regenwaterreservoir van het oorspronkelijke huisje tevoorschijn. Op de kaart van 1832 (afb. 11) grenst de kavel aan de twee meest noordelijk gelegen huizen van het eiland. Een locatie die door stormvloeden onder water kon komen te staan. Op de kaart van Koel (afb. 10) ligt deze plek noord van de bebouwing.

Afbeelding 8b. Wijk 5-37b, anno 2015.

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 5


6 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 10. Urk, 1668 (kaart van Koel) in groen met daarop de kaart van Urk in 2015. Anne Post, www.dorpshistorie.nl

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 7


Afbeelding 11. Urk, 1832. Bebouwing van Urk in 1832 (blauw) op kaart van Urk in 2015. Anne Post, www.dorpshistorie.nl

8 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Kaarten In deze Kroniek zijn de kaarten van Koel (1668) en de eerste kadasterkaart van 1832 gebruikt om de besproken locaties, huisjes en vondsten een achtergrond te geven. De kaart van Cornelis Koel (1668) werd in opdracht van de stad Amsterdam gemaakt. De stad wilde weten wat ze bezat. Hoewel deze kaart de vroegste kaart is die Urker bebouwing in detail aangeeft, moeten we beseffen dat het vooral om de vorm en grootte van het eiland ging en wat zich zoal op het eiland bevond. De voornaamste middelen die de landmeter in die tijd ter beschikking stonden waren een meetketting van metaal met grote schakels en een hoekmeetinstrument, waarmee, uitgaande van een basislijn, hoeken konden worden gemeten naar kerktorens en andere vaste hoge objecten in het terrein. Op die manier kon de ligging van elk punt in het terrein worden bepaald en kaarten getekend. De nauwkeurigheid van de kaart is afhankelijk van de nauwkeurigheid waarmee de meting is uitgevoerd. Een probleem was de controle op de meetgegevens. Een kaart maken was een dure aangelegenheid en men mat niet meer dan strikt noodzakelijk was. Zo kon het gebeuren dat tijdens de meting een schakel van de meetketting een slag vertoonde dat niet werd opgemerkt. De gemeten afstand werd daardoor langer dan in werkelijkheid. Bij de eerste kadasterkaart van Urk (1832) ging het vooral om de grootte van de kavel. Eigenaars werden belast op grond van de omvang van de kavel; de afmetingen en locatie van de woning op de kavel was van minder belang. Ook toen waren meetmethodes nog niet optimaal en moet met foutmarges rekening gehouden worden. Om een oude kaart, zoals die van Koel 1668, te kunnen afbeelden tegen de huidige topografie is het een vereiste om minimaal drie inpaspunten te vinden die identiek zijn en op dezelfde plaats liggen, zowel in 1668 als nu. Die drie inpaspunten mogen niet op één lijn liggen en moeten voldoende verspreid zijn over het af te beelden gebied. Voor de kaart van Koel is dat een bijna onmogelijke opgave. Op Urk waren de enige vaste hoge objecten de vuurboet en de kerk. Alleen de kerktoren van 1668 ligt nog op dezelfde plaats als nu, wanneer wordt aangenomen dat de voet van de afgebeelde toren van de kerk overeenkomt met de huidige torenvoet. Als tweede punt zou de vuurboet dienst kunnen doen, wanneer we aannemen dat die vuurboet op dezelfde plaats ligt als de vuurboet die op de kadastrale kaart van 1832 is afgebeeld. Als derde/ vierde punt zou het pad met naastliggende sloot kunnen dienen die op de kadastrale kaart en de kaart van Koel vanaf de noordoost kant naar het midden van het eiland loopt. En als controle zou dan de ligging van de staart kunnen dienen, waarvan de resten nu nog als verhoging in het terrein zijn te herkennen. Met behulp van deze gegevens is het Anne Post gelukt om een redelijk beeld te geven van de ligging van het eiland in 1668 ten opzichte van de huidige topografie. Maar het blijft oppassen: een kleine verschuiving van de inpaspunten van b.v. vuurboet of kerk zal direct van invloed zijn op de afgebeelde ligging van de directe omgeving. Raadselachtig is ook de reden waarom Koel de kerk noord-zuid heeft ingetekend (in plaats van west-oost). En hij zal zeker niet alle boerderijen en waterputten ingetekend hebben; geschriften van bezoekers uit die tijd meldden ca. 50 huisjes/boerderijen, 19 waterputten en 8 hooibergen (De Vries 1955, pag. 202).

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 9


Geroerde toplaag met bouwresten.

Esdek, bruinzwart met veel artefakten.

Lemig humeus zand met wortelkanalen.

Keileem met zwerfstenen en doorlopende zandlagen.

Afbeelding 12. Profiel ondergrond Wijk 4-30.

10 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Bodem en vondsten Wijk 4-30 Het bodemprofiel onder Wijk 4-30 toont dat er een ca. 80 cm dikke vruchtbare laag (esdek) boven op een leemachtige zandlaag ligt, die weer bovenop keileem ligt (zie kader Esdek en afb. 12). Gedurende de graafactie was goed te zien hoe de kelder van Wijk 4-31 en het regenwaterreservoir van Wijk 4-29 direct op deze stevige keileem ondergrond rusten (afb. 13). Ook de vloer van de kelder van Wijk 4-30 stond op het keileem. Urkers pasten kennelijk daar waar mogelijk de diepte van kelders en waterreservoirs aan op basis van onderliggende stabiele grondlagen. Door de aansluiting van de verder doorgaans minimale fundering op de kelder en/of het reservoir ontstond een in de ogen van de Urkers stabiele basis van hun huisjes. Wijk 4-30 bleek zeer rijk aan vondsten. Misschien is dit deels te danken aan het feit dat alle grond met schep, zeef en metaaldetector doorzocht kon worden, maar een oogst van 146 munten van één enkele kleine kavel werd op Urk niet eerder aangetroffen. Samen met tientallen koperen knopen, loodmerkjes, pijpenkoppen, wat eenvoudige sieraden en gebruiksvoorwerpen, honderden spijkers, tientallen botfragmenten van vee en duizenden aardewerkscherven schetsen ze niet alleen een beeld van de historie van deze locatie, maar ook van het belang om bij kleinschalige bodemingrepen op Urk archeologisch onderzoek uit te voeren (bijlage 1). Het ongewoon grote aantal munten verdient nadere bestudering (zie kader Munten). Tijdens de sloop van de woning een aantal jaren geleden, groef de eigenaar het grootste deel van de bovenste 20-25 cm van de bodem af, vulde de kelder daarmee op en voerde het restant af naar een stort. De opgraving maakt nu duidelijk dat in die bovenste 25 cm (direct onder de vloeren) alle munten van na 1800 hebben gelegen, terwijl de provinciale oudere munten in de onderliggende 60-80 cm dikke esdeklaag gevonden zijn (hetgeen stratigrafisch gezien ook klopt). De opvolging van jaartallen en de aantallen van de munten wijzen (samen met de vele in de kelder aangetroffen knopen, sieraden en huishoudelijke objecten) op intensieve bewoning van deze plek na ca. 1800, wat overeenstemt met de gegevens van kaarten en kadaster. De oudere provinciale munten zijn minder talrijk en werden samen met scherven van 16de en 17de-eeuws aardewerk, spijkers en beenderen gevonden. Of deze munten wijzen op actieve bewoning vanaf ca. 1600 is nog maar de vraag, in ieder geval staat op kaarten van voor 1800 op deze locatie geen huis weergegeven. Het is ook de vraag of de oudste drie keizerlijke munten (Filips de Schone, Karel V) uit het begin van de 16de eeuw impliceren dat de plek mogelijk al vanaf ca. 1500 bewoond werd of dat er toen al buren afval stortten (afb.14). Ze kunnen ook pas na 1570-1580 op deze locatie terechtgekomen zijn. Een aanwijzing hiervoor is de schatvondst van 1955 (gevonden op nog geen 50 meter afstand van Wijk 4-30)1.

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 13. Kelder van Wijk 4-31 met basis op de keileemlaag.

Esdek Een esdek is een door handmatige bemesting vruchtbaar gemaakt akkercomplex. Onvruchtbare of harde bodems werden met plaggen, uitwerpselen van dieren en andere organisch materiaal voor akkerbouw geschikt gemaakt. De hoogte van Urk en de Vormt bestaat uit harde en vrijwel ondoordringbare keileem. Rondom en tegen de helling van de hoogte aan ligt op de keileem lemig zand. Keileem en zand zijn niet geschikt voor akkerbouw en dus werden er - vermoedelijk vanaf de 13de eeuw – door oude Urkers plaggen, huisvuil, dierlijk uitwerpselen, en strandvuil op aangebracht. Tot laat in de 17de eeuw was een groot deel van het oude dorp bouwland waarop rogge en andere eetbare gewassen verbouwd werden. Het dorp Urk is eerst om, en later op, deze akkers verrezen. In grote delen van het oude dorp is het esdek in de ondergrond ca. 70 – 90 cm dik. Archeologisch materiaal uit deze laag hoeft niet per definitie afkomstig te zijn uit de directe omgeving en kan - middels opspit – ook ouder zijn dan de eigenlijke cultuurlaag. Duidelijke bewoningssporen (bijvoorbeeld greppels, sloten, kuilen en putten) kunnen aan de hand van daarin aangetroffen vondstmateriaal (bijvoorbeeld nederzettingsafval) tot een meer nauwkeurige datering van bewoningsfasen en bebouwing leiden.

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 11


Afbeelding 14. Patard, Philips de Schone, zilver, Vlaanderen, ca. 1490, 28 mm (Wijk 4-30).

Munten Het tot dusver in het oude dorp aangetroffen muntgeld, afkomstig uit schatvondsten of van losse vondsten, kan in drie groepen onderscheiden worden. Allereerst de gouden en zilveren munten uit de zes bekende schatvondsten (zie Kroniek 2020-2) alsmede enkele los gevonden zilveren en koperen munten. Allen te dateren van ca. 1400 tot 1588 en voornamelijk van de Bourgondische en Habsburgse keizers of van vorsten die onder hun dienden. De munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormen de veel talrijker voorkomende tweede categorie. Ze dateren van 1588 tot ca. 1795 en het betreft doorgaans koperen duiten, oorden (een oord heeft de waarde van een dubbele duit) en af en toe een enkel zilveren stuivertje. De provincies Overijssel, Gelderland, (West) Friesland en Holland zijn het meest vertegenwoordigd. Tot slot zijn daar de talrijke centen, stuivers, dubbeltjes en kwartjes met de beeltenis van Willen II, III, Wilhelmina, Juliana en Beatrix (1815-2000) die vooral naast en onder de huizen gevonden worden. Binnen de archeologie zijn munten van belang omdat ze heel precies te dateren zijn. Het jaartal van de munt geeft een theoretisch oudste datering voor de laag, object of woning waarin ze gevonden is. De werkelijke ouderdom echter zal jonger zijn omdat de munt wat later (of soms tientallen jaren later) verloren of verborgen werd. Op Urk valt het op dat tot nu toe geen muntjes van voor 1400 gevonden zijn. Een gevolg van de – tot nu toe – minieme bemonstering, van spaarzame bewoning, of was Urk toen nog helemaal niet bewoond?

Die ‘schat’ werd rond of net na 1573 aan de grond toevertrouwd en bevatte ook een dubbele stuiver van Filips de Schone2. Rond eind 16de eeuw waren sommige - soms meer dan 100 jaar oude - keizerlijke zilveren en gouden munten nog in omloop als courant geld. Vermeldenswaardig is ook de vondst van een beschadigde met lood gevulde phalange (teenkootje) van een rund die gebruikt moet zijn tijdens het kootspel (zie kader Kinderspelen). Verkenning van een gedeelte van de bodem vlak voor en achter de ingang van het huis (waar de oorspronkelijke deklaag nog aanwezig was) resulteerde – behalve een koperen weeggewicht – niet in oppervlaktevondsten (zoals koninkrijkmunten, knopen, vingerhoeden en andere huishoudelijke artikelen). Het onderliggende esdek bleek echter wel spijkers, scherven, pijpenkoppen, beenderen en twee oudere munten te bevatten. Deze objecten lijken (in het esdek) dus niet beperkt te zijn tot de grenzen van een woning. Wijk 4-63 Hoewel er niet echt diep gegraven werd, kon ook hier toch een ca. 80 cm dikke laag donkere humeuze grond (esdek) waargenomen worden. In een proefsleuf werden - naast wat scherven van laat 17de-eeuws en 18de-eeuws aardewerk - een musketkogel en een duit van Zeeland uit 1767 aangetroffen (zie bijlage 2). Zoals in bijna ieder Urker huis werden ook hier een grote kelder en regenwaterreservoir aangetroffen. De ca. 1.80 meter diepe kelder rust op de keileemlaag. Op de stort werden nog een musketkogel en een enorme, 260 gram zware, loden haakbuskogel verzameld (afb. 15). De prachtige vloer van dikke brede planken die in de zomer van 2020 onder de ‘moderne’ vloer tevoorschijn kwam, moet pas ergens rond 1900 gelegd zijn. Onder die vloer, precies onder de vensterbank, werden maar liefst 20 mun-

12 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Kinderspelen

Afbeelding 15. Loden kogels, ca. 1600-1800, 16-36 mm (Wijk 4-63).

ten uit de periode 1880-1900 aangetroffen. En dat hier ooit nijvere schoenmakers hun werk deden, bleek uit talloze stukjes leer in de bodem van een klein kamertje. In het tweede kwart van de vorige eeuw verhuisde Evert de Boer (Evert van Dubbele) dit edele handwerk van dit pand naar een huis annex winkel in Wijk 3. De grootvader van de huidige eigenaar was postbode en dat verklaart de vondst van een koperen knoop van de koninklijke posterijen. Wijk 4-91 De direct onder de vloer gevonden 18de-eeuwse munten en twee 18de-eeuwse schoengespjes bevestigen dat het huisje voor 1800 gebouwd werd (afb. 16). De plavuizenvloeren, een kelder en de stookplaats van het jaren geleden gesloopte huis Wijk 4-92 liggen op een niveau van ca. 50 cm onder het maaiveld, ter hoogte van de onderkant van de fundering (onderkant muur) van Wijk 4-91. Een grote ingegraven aspot werd op dat niveau in brokken verzameld (zie kader

Op het eenzame eiland speelden in de 16-18de eeuw de kinderen dezelfde spelletjes als in de rest van de Zeven Provinciën. Onder ieder huisje worden grote aantallen knikkers van aardewerk gevonden. Kleinere maar ook veel grotere die van hard en geëmailleerd kwaliteitsteengoed uit Duitsland gebakken zijn. Ook zijn er meerdere ‘snorrebots’ gevonden, waaronder fraaie exemplaren van koper. Een snorrebot is een rond object van metaal waarvan de randen gekarteld zijn en met in het midden 3 of 4 gaatjes. Als het object aan een koord door die gaatjes rondgedraaid werd dan ontstond een hoog zoemend geluid. Bij Wijk 4-30 werd een met loodgevulde teenkoot van een koe gevonden. Een typisch onderdeel van het zogenaamde ‘kootspel’ waarbij de met lood gevulde koot gebruikt werd om een aantal verder weg geplaatste rechtopstaande ‘gewone’ kootjes om te werpen. De regels van dat spel zijn niet precies bekend, mogelijk werd het ook door volwassenen gespeeld.

Aspot pag. 19). Hoewel geen nauwkeurige studie van de bodem gemaakt kon worden, blijkt onder de oppervlaktelaag (die op deze locatie bezaaid was met visnetloodjes) het esdek te liggen dat elders in Wijk 4 ook aanwezig is. De onderkant van het esdek ligt op ca. 100 cm diepte op geel leemachtig zand: dit is mogelijk verspoeld dan wel geërodeerd keizand/keileem. In het esdek zijn spijkers, scherven, slachtafval en provinciale munten van omstreeks 1600 en jonger aangetroffen (bijlage 3).

Afbeelding 16. Schoengespen (koper en tin), 18de eeuw, 25-40 mm (Wijk 4-91).

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 13


Wijk 4-99 De funderingsgreppel op Wijk 4-99 werd snel met groot materiaal afgegraven waardoor gedetailleerde documentatie en bemonstering niet mogelijk was. De graafwerkzaamheden reikten tot een stabiele laag van geel leemachtig zand die op ca. 1.30 meter onder het maaiveld ligt. Tijdens het graven werd met de bovenste (geroerde) lagen en het onderliggende esdek ook de top van het gele dekzand afgegraven. Resten van fundamenten van een oude kelder bevestigden dat op of naast deze locatie inderdaad een huisje gestaan heeft, al kan aan de funderingsresten van de kelder geen exacte ouderdom worden gekoppeld. Het perceel bleek een voor Urk unieke vondst bloot te geven: een Karolingische bronzen mantelspeld met een datering van ca. 850-900 AD (afb. 17 en bijlage 4). Nog uitzonderlijker is de vondst van een zeer fraai bewerkte bronzen versieringsschijf van een paardenbit (afb. 18), toebehorend aan de uitrusting van een paard van een naar verwachting voornaam persoon. De datering is nog onduidelijk omdat de symbolen nog niet elders (h)erkend zijn. Er was ooit een stoeterij op Urk gevestigd3, maar of deze vondst daarmee iets van doen heeft is (nog) niet duidelijk. Opvallend is dat op het perceel geen aardewerk is aangetroffen uit de 9de tot en met de 16de eeuw (al kan dit ook deels aan de beperkte onderzoeksmogelijkheden liggen), wat een sterkere onderbouwing zou zijn voor menselijke activiteit en/of bewoning in die periode op deze locatie. Beide bronsvondsten werpen daarom vragen op over onder andere herkomst, betekenis en datering; in andere woorden; daarvoor is aanvullend onderzoek nodig.

Afbeelding 17. Karolingische kruisfibula, brons, ca. 850 AD, 20 mm (Wijk 4-99).

Afbeelding 18. Sierschijf van een paardenbit, brons, ca. 1000-1600, 75 mm (Wijk 4-99).

14 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Toplaag met bouwen sloopresten. Metselzand.

Esdek met veel artefakten.

Mestlaag (?) met veel artefakten. Structuur van zwerfstenen, bakstenen en artefakten.

Lemig grijs/bruin zand met enkele artefakten.

Scherven van protosteengoed.

Geel zand.

Afbeelding 19a. Wijk 5-10, profiel ondergrond.

Wijk 5-10 Bij het verwijderen van de vloer van het piepkleine kamertje werd duidelijk dat bij een eerdere verbouwing rond 1950 de bovengrond is afgegraven. Dientengevolge ontbreken vondsten uit de 19de en 20steeeuw en is de geroerde bovenste laag nu gemengd met restanten van laat 18de-eeuwse wandtegeltjes die waarschijnlijk tot 1950 het kamertje sierden. Naast deze wat spaarzame sporen uit de 18deeeuw is het belangrijkste spoor van Wijk 5-10 een op een rij geplaatste structuur van zwerfstenen (afb. 19 a en b). Deze ‘muur’ is

STICHTING URKER UITGAVEN

vermengd met veel resten van (soms) rijk gedecoreerd 16de en 17de -eeuws aardewerk, botten van vee, resten van vogels, en baksteenfragmenten. Het geheel ligt bovenop en in een turfachtige mestlaag die munten en gebruiksvoorwerpen bevat (o.a. van metaal), te dateren in de 16de – en/of (vroeg) 17de eeuw (bijlage 5). De aardewerkscherven zijn zeer talrijk (zie bijlage 5), zeker als we de zeer beperkte oppervlakte van de kamer in acht nemen. Ook de variatie van types is groot, zo zijn fraaie delen van majolicaschalen en bodems van een twintigtal grapes aangetroffen. Ook (resten van) vogels zijn

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 15


talrijk, waaronder kleine zeevogels zoals sterns en stormvogels. Onder de esdeklaag zijn sporen van paalgaten en wat spaarzame resten van proto-steengoed en ouder aardewerk gevonden.

3,50 m

Wijk 5-37b Bij de graafwerkzaamheden in Wijk 5-37 werden verschillende archeologische sporen en structuren aangetroffen die tezamen een unieke vindplaats vormen. Het gaat daarbij om een bijzonder smalle, diepe en los gestapelde welput met een diameter van 1 meter en een diepte van 7 meter, een groot waterreservoir (5 x 2,5 x 4 meter), een ring van zwerfstenen die om de welput lagen en een structuur van aaneengelegde zwerfstenen (afb. 20a en b). De ‘wal’ van stenen is of tussen 1451 en 1517, of tussen 1589 en 1621 neergelegd (zie bijlage 8), maar de welput zou wat jonger kunnen zijn. Dat betekent desalniettemin dat deze structuren de tot nu toe oudste Urker ‘bouwwerken’ zijn. Rondom de welput zijn ook verschillende paalgaten blootgelegd. De

3,00 m Afbeelding 19b. Bovenaanzicht Wijk 5-10.

Plavuizen. Toplaag met bouwen sloopresten.

Esdek met veel artefakten.

Structuur van zwerfstenen, bakstenen en artefakten. Resten van bruinvis.

Schedeldeel mens. Geel zand.

3,30 m Afbeelding 20a. Wijk 5-37b, situatie januari 2021, profiel ondergrond.

16 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Vloerniveau met plavuizen.

Top esdek, -20 cm. Structuur zwerfstenen.

7,25 m

Bodem esdek, -110 cm.

Geel dekzand.

Welpunt met afscheiding zwerfstenen.

Waterreservoir, 5,00x2,50x3,50 m.

3,30 m Afbeelding 20b. Wijk 5-37b, situatie januari 2021, bovenaanzicht opgraving.

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 17


welput leverde – naast tonnen 19de - en vroeg 20ste-eeuws bouwafval dat door de vroegere aannemer in de put is gedumpt – slechts wat scherven en een grote 17de-eeuwse kruik op. Dit betekent dat de welput tot het moment van demping in de vroege 20ste eeuw nog in gebruik is geweest of is leeggehaald. De bodem van de put rust op een constructie van hout die in geel fijn zand is geplaatst (afb. 21). De overdaad aan kleipijpen (meer dan 100 pijpenkoppen die dateren van ca. 1600 tot 1850), de doorgaans kleine scherven van aardewerk, het gebrek aan huishoudelijke attributen, gecombineerd met de zeer schaarse vondsten van na 1800, maken het aannemelijk dat dit geen plek is geweest waar een woning stond, maar dat het hier waarschijnlijk een komen en gaan van en naar de put was (bijlage 7). Een put die, gezien de locatie, mogelijk deel uitmaakte van een complex met meerdere gebouwen. Een aantal uitzonderlijke pijpenkoppen en resten van voor die tijd heel duur Duits aardewerk (Suzannakruik en ander hoog versierd grijsbakkend steengoed) getuigen waarschijnlijk van een zekere welvaart van de mensen die in de laat 16de – vroeg 17de eeuw hier afval achterlieten. De zeer talrijke vondsten van fragmenten van lei en griffel (mogelijke restanten van onderwijs), meerdere skeletdelen van een bruinvis, en een schedeldeel van een mens zijn het vermelden waard. Het schedeldeel lag in de onderste laag van het esdek boven op de laag geel leemzand (afb. 22).

Afbeelding 21. Profiel welput Wijk 5-37b.

18 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Afbeelding 22. Schedeldeel (pariëtale) van een mens, 111 mm (Wijk 5-37b).

STICHTING URKER UITGAVEN


Wijk 6-76 Een jaar of 25 geleden werd hier een keldertje gegraven. Daarbij werd een fraaie 18de -19de-eeuwse aspot aangetroffen die van een vroegere bewoner of van een ouder huisje afkomstig moet zijn (afb. 23 en kader Aspot). De uitbreiding van het keldertje gaf de mogelijkheid de diverse grondlagen goed te bestuderen. Keileem werd niet ontsloten maar de daarboven gesitueerde lagen wel. Twee sequenties van lagen vallen op. Eerst en vooral een pakket van meer dan tien opeenvolgende laagjes van fijn grind, zanderige klei en schoon zand. Lagen die we in Wijk 4 en Wijk 5 niet aantreffen en die in dit lagergelegen deel van het eiland het gevolg zijn van een komen en gaan van zee en wind (getijafzettingen). In deze lagen vinden we resten van verspoeld aardewerk, waarschijnlijk afkomstig van meer noordwestelijk gelegen 12-14de-eeuwse door de zee verzwolgen huizen of boerderijen. Onder dit zand ligt een pakket esdek boven op een laag lichtgrijs leemzand, dat weer op schoon fijn geel zand ligt. Op de scheiding van esdek en zand werden naast een paalgat, structuren met houtskool en iets dat op een vuurkuil lijkt, scherven van proto-steengoed en (mogelijk) kogelpot-aardewerk aangetroffen (afb. 24). Het lijkt duidelijk dat de gele zandlaag de basis is waarop oude Urkers vanaf de 14de eeuw (of misschien nog wel vroeger) deze plek bewoonden en al dan niet geleidelijk de esdeklaag opbrachten. Tegen het eind 16de eeuw werd de plek intensief bewoond en het – voor deze kleine oppervlakte – grote aantal vroeg 17de-eeuwse munten en laat 16de-eeuwse en vroeg 17de-eeuwse aardewerkscherven getuigt daarvan (bijlage 7). De vondst van een Ottomaans 18de-eeuws zilveren muntje is bijzonder maar valt binnen de geldcirculatie van toen te verklaren. Het is even groot en zwaar als een 17deeeuws zilveren stuivertje en werd waarschijnlijk als zodanig behandeld (afb. 25).

Afbeelding 23. Aspot, rood aardewerk 18de eeuw, 420 mm (Wijk 6-76).

Aspot De Urker huisjes van voor de 19de eeuw werden verwarmd door een vuur dat op een stookplaats brandde. De stookplaats lag doorgaans tegen de voorwand van het huisje (de zuidwand). Een schoorsteen bezaten die oudste en meest primitieve huisjes niet en de rook moest een uitweg zoeken door kieren en gaten. De naar boven trekkende rook diende voor het ‘tanen’ van de netten die ‘s winters op zolder opgeslagen lagen. Later bouwde men schoorstenen en ‘forten’ die buitenshuis stonden en voor het bereiden van voedsel gebruikt werden. Het open vuur betekende dat er in de rietgedekte houten huisjes voortdurend sprake was van brandgevaar. In de late Middeleeuwen en de 16de en 17de eeuw was het daarom verboden om vuur ’s nachts te laten branden of door te laten smeulen. Naast iedere haard of vuurplaats werd daarom een grote aardewerken voorraadpot in de grond gegraven. Daar werden ’s avonds de smeulende vuurresten (hout, houtskool of kolen) ingeschoven. Zo voorkwam men het uitbreken van brand en met de nog smeulende resten kon de volgende morgen het vuur weer gemakkelijk en snel aangestoken worden. Op Urk zijn in de bodem onder oude huisjes meerdere grote aspotten gevonden.

Afbeelding 25. Zilveren Ottomaans muntje, 18 de eeuw, 16 mm (Wijk 6-76).

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 19


Geroerde toplaag met bouw- en sloopresten. Oude vloer. Houtkoollaag.

Lagen met afwisselend zand, fijn grind en klei. Spaarzaam gerolde artefakten.

Esdek, bruin/grijs met 17de en 18de-eeuwse artefakten.

Paalrest, vuurkuil (?) en houtskoolnesten.

Esdek, zwart/grijs met protosteengoed.

Geel zand.

Afbeelding 24. Profiel ondergrond van Wijk 6-76.

20 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Discussie Ouder - oudst De oudste en meest opvallende vondst is de Karolingische bronzen mantelspeld van Wijk 4-99. Deze is te dateren rond 850-900 AD4. Ze sluit aan bij spaarzame eerdere vondsten van Karolingisch aardewerk onder nabijgelegen panden (Wijk 4-77, het Wakend Oog, en Wijk 5-15). Dus bevestigt deze vondst dat er gedurende de vroege middeleeuwen in dit gedeelte van het oude dorp al af en toe mensen verbleven, misschien werkten, of er mogelijk zelfs woonden. In de diepere ondergrond van Wijk 5-10 en 5-37b zijn ook resten van aardewerk uit de 14de en 15de eeuw gevonden en bij Wijk 6-76 werden eind 13de - tot 15de-eeuwse bodemsporen en aardewerk aangetroffen. Deze vondsten bevestigen eerdere meldingen van laatmiddeleeuwse bewoning op Urk6. Ze impliceren waarschijnlijk dat menselijke activiteiten en bewoning in de 14de en 15de eeuw niet beperkt waren tot enkele geïsoleerde plekken. De wijken 5 en 6 zijn waarschijnlijk toen al over de gehele lengte bewoond geweest. Zeer opvallend is de enorme toename van vondsten (munten, aardewerk) gedurende de loop van de 16de eeuw. Alleen te verklaren door een intrek van bewoners die van elders kwamen en de hooggelegen delen van Wijk 4 en 5 koloniseerden. Wellicht afkomstig van het meer westelijk gelegen deel van het eiland dat door de zee verloren ging. Gezien de kwaliteit van het plotseling aanwezig hoogwaardig aardewerk en het aantal schatvondsten (zie Kroniek 2020-2 Schateiland Urck) mogen we misschien ook concluderen dat sommige van hen een zekere welstand bezaten.

die laag aangebracht was. Kerkhoven (2003) meldt als eerste dat het om een esdek gaat dat vanaf de 14de eeuw zou zijn opgebouwd/opgebracht. De opbouw van het esdek van Wijk 6-76 begint – op grond van de vondsten – inderdaad mogelijk al (ruim) voor 1400 en gaat door tot ca. 1650. In ieder geval niet veel later omdat de locatie aan de rand van het lage gedeelte van het eiland lag en vanaf de late 17de en 18de eeuw meerdere malen door de zee overstroomd, afgekalfd en weer opgebouwd werd. Het esdek ligt hier in tegenstelling tot de andere locaties onder vele laagjes zand en fijn grind. Dit zand wordt ook wel als Urkzand aangeduid en is in feite door de zee geërodeerde keileem en verspoeld dekzand die gedurende de 17de en 18de eeuw vooral ten noorden en oosten tegen het eiland in laagjes werden afgezet7. Deze locatie maakte deel uit van wat op 18de -eeuwse kaarten ‘verdronken land’ genoemd werd (afb. 26). Op enig moment werd de toestand stabiel en kon er vanaf midden 19de eeuw op gebouwd worden. Opvallend is dat het esdek op Urk – naast talloze botten van vee en aardewerkscherven– vooral enorme aantallen (soms zeer grote) spijkers bevat. Het is niet waarschijnlijk dat die spijkers afkomstig zijn van de paar boerderijen of huizen die er toen stonden. Een deel van de basis van het esdek moet aangelegd zijn met veen dat ten noorden van de bult werd los gestoken8. Maar het kan ook (deels) gevoed zijn met al dan niet organisch materiaal dat op het strand aan-

Erfafscheidingen De absolute C14-datering (= radiometrische koolstofdatering) van een runderbot uit de stenenrij van Wijk 5-37b bevestigt dat de structuren rond het jaar 1500 of 1600 gebouwd of aangebracht zijn (zie bijlage 8). Overeenkomsten in vondsten en in de structuur en samenstelling van de stenen wal onderbouwen de stelling dat de structuren onder Wijk 5-10 rond dezelfde tijd moeten zijn aangelegd. De kaart van 1668 (afb. 10) toont een aantal groene cirkels om boerderijen en/of huizen die we vermoedelijk moeten interpreteren als verhoogde, met planten of struikgewas begroeide erfafscheidingen. Op kaarten van latere datum zien we deze afscheidingen niet meer. De structuren bij Wijk 5-10 en 5-37b vertegenwoordigen mogelijk de afscheidingen die Koel nog gezien heeft en die geleidelijk in het steeds hogere esdek van het groeiende dorp werden ingekapseld. Esdek Over de hoge delen van vrijwel het gehele oude dorp ligt een vruchtbare ca. 60-90 cm dikke humusachtige laag zwartgrijs-bruine aarde: het esdek. De Waard (1946) meldt in zijn beschrijving van de geologie en geomorfologie van Urk al dat het keileem van de bult, voor zover hij controleerde, bedekt was met ‘een dikke laag vettige humeuze aarde’, zonder zich overigens af te vragen hoe, waarom en wanneer

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 26. Detail kaart 1750, (A) verdronken land.

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 21


spoelde. De bij Wijk 5-10 en 5-37b aangetroffen beenderen van vogels (o.a. roodkeelduiker, stormvogel, zwaan en verschillende soorten eenden, meeuwen, sterns en steltlopers) ondersteunen deze hypothese. Een deel van de spijkers zou dan van wrakhout afkomstig kunnen zijn. Natuurlijk is het esdek ook op plekken gevormd van (huis) afval van de boerderijen, maar zelfs dan lijkt dat, evenals het oorspronkelijk gebruik als bouwland9 of de aanwezigheid van aanspoelsels van het strand, geen logische verklaring te bieden voor de vele daar aangetroffen munten die van voor 1800 dateren (voordat overal vissershuisjes werden neergezet). Een enkele vondst zou te verwachten zijn, maar bij bijvoorbeeld Wijk 4-30 tellen we meer dan 60 stuks 16de-, 17de - en 18de-eeuwse munten die verspreid lagen in het esdek van de gehele kavel. In de ca. zes kuub esdekgrond die in Wijk 5-10 werd onderzocht werden 21 stuks voornamelijk vroeg 17de -eeuwse munten aangetroffen. Dat lijkt erg veel voor een stukje grond rond een erfafscheiding of fundering (als we aannemen dat de structuur een erfafscheiding of fundering was). In tegenstelling tot muntstukken van na 1800 (die vaak een duidelijk en direct verband tonen met huiskamers, kachels en vensterbanken) kan bewoning niet direct een verklaring zijn. Wortelgangen Daar waar bij Wijk 6-76 de grijze laag onder het esdek de basis vormt voor woonsporen, toont diezelfde laag bij Wijk 4-30 veel diepe, holle, ronde gangen van forse plantenwortels (afb. 27), gangen die we ook bij Wijk 5-48 waarnamen en bij Wijk 4-18 menen te kunnen waarnemen10. Kerkhoven stelt dat er op Wijk 4 rogge werd verbouwd, maar rogge laat niet dergelijke forse en diepe wortelsporen na. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd. Fossielen Het keileem van Urk is een bekende vindplaats van kalksteen met fossielen uit het Baltisch gebied die met het gletsjerijs zijn meegevoerd. Sommige fossielen uit die kalkstenen zijn door de werking van het landijs en/of de uitspoelende werking van de Zuiderzee vrij geërodeerd. In totaal zijn er zes fossielen onder Urker huisjes in de esdeklaag gevonden (zee-egels, koraal, belemniet/inktvis). Dat is opmerkelijk: oude Urkers herkenden ze dus als bijzondere objecten; misschien opgeraapt terwijl ze op het strand naar barnsteen zochten? De Amsterdamse burgemeester Nicolaes Witsen, die van 1705-1717 Heer van Urk was, meldt hierover: “Het sijne opmerkingh seer waredigh dat men op dit eilant veel barnsteen ontdekt, van allerhande slagh, wit, geel, doncker, ja sommige stucken daer men gewassen veseltjes van gras en kruijden in siet, soo als een groote quantiteijt daer van bij lankhkeijt van tijt terwijl ik Ambagtsheer ben geweest aldaar hebben versamelt. Men vindt het meest als de zee den oever, alwaer het hooge lant is, afspoelt, na een groot storm, de aerde is aldaer leemagtich, dogh diep gravende wert meede gevonden. De inwooners plagten het te gebruijken als er een kraemvrouw was om te branden, beeldende sij sigh in sulks gesontheijt en sterkte

Afbeelding 27. Sporen van wortelkanalen in de laag onder het esdek.

toe te brengen, doch nu wijser geworden verkopen zij het in de steeden aen de vaste kust”11. Zeezoogdieren Naast beenderen van koe, varken, schaap/geit, paard (zelden), hond, kat, kip, eend en de eerdergenoemde (zee) vogels zijn een opperarmbeen van een zeehond (Wijk 1-18) en skeletdelen van bruinvissen gevonden (Wijk 5-37 en Wijk 6-76). Zeehonden werden eeuwenlang door Urkers bejaagd, en er werden zelf kanonnen ingezet om de overlast voor de vissers te beperken12. Ondanks dat stond de Staart van Urk tot diep in de twintigste eeuw – tot 1921, dus na de afsluiting – nog bekend als verblijfplaats van zeehonden13. De vondst van skeletdelen van zeehonden op Urk is dus zeker niet verbazingwekkend. Hoewel bruinvissen in Nederland eeuwenlang voor consumptie bejaagd werden (vandaar de familienaam Varkevisser), zijn er voor Urk – in tegenstelling tot de zeehonden - geen bronnen die de jacht op deze zeezoogdieren melden. Het is daarom ook niet zeker dat oude Urkers deze dieren doodden en consumeerden; de overblijfselen kunnen ook afkomstig zijn van aangespoelde kadavers die - vanaf het strand - voor bemesting van het esdek dienden. In de ondergrond van alle bemonsterde locaties werden loodjes voor netten en vishaken (vaak van koper en zelfgemaakt) aangetroffen. Soms tientallen. Vanaf de 16de eeuw waren en blijven Urkers (deel)vissers!

22 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Voorlopige conclusies Op basis van oude kaarten, de opbouw van de ondergrond, de vondsten en de achtergronden kunnen we de beschreven locaties als volgt typeren: Wijk 4-30 – Een stukje land naast een boerderij waar eeuwenlang landbouw plaats vond tot er na ca. 1800 een Urker vissershuisje met kelder en regenwaterreservoir op werd neergezet. Wijk 4-63 – Een kort voor 1800 gebouwde voormalige schoenmakerij. Eerder was men daar in de weer met vuurwapens. Wijk 4-91 – Oude vissershuisjes die al voor 1800 gebouwd werden. Wijk 4-99/100 – Een raadselachtig stukje voormalig bouwland dat in Karolingische tijden misschien al betreden werd door hoge heren. Van ca. 1850-1955 heeft er een huisje op gestaan, later werd de kavel aan Wijk 4-99 toegevoegd. Nu staat er een wat uitmiddelpuntige slaapkamer. Wijk 5-10 – Erfafscheiding van een boerderij of fundering van een veeschuur waarvan de eigenaar rond 1600 in redelijk goede doen moet zijn geweest. Nog voor de 19de eeuw komt er een eenzaam piepklein huisje te staan. Rond 1950 wordt de vloer van dat huisje verlaagd en worden de wanden gemoderniseerd (de wandtegels gesloopt). Wijk 5-37b – Een plek op de noordelijke helling van de bult waar al voor 1600 de erfafscheiding van een boerderij liep en een diepe welput werd geslagen. Rondom die put werden meer dan drie eeuwen driftig pijpjes tabak gerookt (en ongetwijfeld de plaatselijke roddels uitgewisseld). Uiteindelijk werd de locatie bij de nabijgelegen boerderij (Snoek/Hagedoorn) getrokken en diende het als overdekte opslagplaats. Een (vissers)huisje heeft er nooit gestaan. Wijk 6-76 – Een plek op de uiterste noordwesthelling van de bult waar voor 1400 al mensen verbleven. Vanaf ca. 1700 werd deze locatie regelmatig door de zee geteisterd en maakte ze deel uit van het op oude kaarten genoemde ‘verdronken land’. De overstromingen voerden gerolde scherfjes ouder aardewerk (ca. 1200-1400) mee die van vlakbij gelegen door de Zuiderzee verzwolgen oude optrekjes afkomstig moeten zijn. Midden 19de eeuw stabiliseerde de situatie en kon een klein huisje met een kelder gebouwd worden. Al met al mag gesteld worden dat de vondsten de conclusies van Kerkhoven (2003) voor het grootste deel bevestigen. De oude bult werd misschien al vanaf de 9de eeuw en zeker vanaf de 13de eeuw spaarzaam bewoond in het noordwestelijke en noordelijke deel (onder de bult). Wijk 4 werd vanaf de 14de eeuw voornamelijk gebruikt als bouwland. Gedurende de 16de eeuw werd de bult steeds intensiever bewoond. Mensen vestigden zich met hun bezittingen en huisraad overal in Wijk 5 en 6 en groeven tientallen kelders en regenwaterputten. Eind 18de eeuw begon men ook in Wijk 4 te

STICHTING URKER UITGAVEN

bouwen en tegen het midden van de 20e eeuw was het oude dorp (prop)vol gebouwd. Tot slot: de waarnemingen bij met name Wijk 4-30, 5-37 en 6-76 worden in een volgend artikel gedetailleerd uitgewerkt en kunnen tot een beter begrip van de ondergrond en archeologie van het oude Urk leiden. 

Dankwoord Deze publicatie kon tot stand komen dankzij de welwillende, belangstellende en belangeloze medewerking van de eigenaars van de betreffende panden: Pieter en Susanna Oost – Wijk 4-30; Hendrik Pasterkamp – Wijk 4-63; Familie Van Slooten – Wijk 4-91; Miranda en Emko Woort – Wijk 5-9; Harry, Jacob en Harm Gnodde – Wijk 5-10; Margreet Hartman en Willem Bakker – Wijk 5-37; Jelle en Henk Kapitein – Wijk 5-37b; Kees Kaptijn – Wijk 5-48 en Roelof Tiede Oost en Meindert Sieperda – Wijk 6-76. Bram Langeveld (Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam – determinatie vogels), Dick Velthuizen, Kees Groothoff (determinatie kleipijpen) en Nic Flemming verstrekten adviezen en/of hielpen met determinaties. Tineke Heise-Roovers, beheerder van het provinciaal depot voor bodemvondsten Flevoland, toonde ons vondsten uit Urker grond. Museum Het Oude Raadhuis en zijn vrienden verstrekten de foto’s van de Urker huizen. Albert Jan van Slooten, Johannes van Slooten en Albert de Boer assisteerden bij het zoeken op de stort, zonder hun kennis was zeker 50% van de (edel)metalen vondsten blijven liggen. Henk Kapitein maakte geheel om niet de fraaie tekeningen op de manier zoals alleen hij dat kan. Anne Post vergeleek oude kaarten met de recente bebouwing van Urk, maakte die grafisch inzichtelijk en gaf ons inzage in de problemen van het landmeten. Lub Post Jzn., Tiemen Roos en Klaas de Vries deelden hun kennis van de Urker historie. Tot slot, en last maar zeker not least, verdienen Jelle Kapitein en de Gemeente Urk bijzondere vermelding. De eerste omdat hij tijdens de opgraving in Wijk 5-37b besloot de benedenverdieping van het pand niet te bebouwen en blijvend voor het publiek open te stellen, de tweede omdat zij de daartoe benodigde vergunningen verstrekte. Allen onze hartelijke dank! De in deze publicatie gemelde vondsten worden door Stichting Scarruf, op de benedenverdieping van Wijk 5-37b bewaard en voor studie beschikbaar gesteld.

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 23


Bijlage 1. Wijk 4-30 nieuwbouw 2020

Munten

Spaans Patard/Stuiver: Philips de Schone, Vlaanderen, 1499-1503. Groot: Karel V, Brabant, 1506-1520. 4 Mijt – zwaar gesnoeid - ca. 1530, Dubbele Korte, Philips II – ca 1575 Provinciaal Stuiver: Groningen 1682 (2x) Oord: Hollandia 1575-1578. Maastricht ca. 1620. Frisia 1644-49 (2x). Namen 1712 Duit: Campen 1644, 1660. Duitse Staten: 1 Pfennig 1740, 4 Stuber 1756, 1 Heller 1823, 1 Heller 1824. Frisia 1702. Gelria 1663, 1681, 16??, 1720, 1725, 1764, 17??. Groningen 1674-1677. Hollandia 1701, 1702, 1710, 1713, 1739, 1765, 1765, 17?? (2x). Overijssel 1750, 1756, 1762, 1766, 1768. Reckheim (imitatie Overijssel) ca. 1650. Stad Utrecht 1671, 1743, 1747, 1758, 17??. Trajectum 16??. West Frisia 1627, 1702, ca. 1715, 1722, ca. 1730. Zeelandia 1724, 1725, 1751, 1762, 1770, ca. 1770, 178?. Zwolle 1639. Koninkrijk ½ Cent 1821, 1861, 1864, 1867, 1883, 1878, 18?? (3x), 1900, 1906. 1 Cent 1820, 1821, 1822, 1848, 18?? (3x < 1860), 1877, 1895, 1900, 1901, 1907, 1908, 1916, 1919, 1921, 1922, 1923, 1926, 1929, 19?? (9x <1930), 1941, 1942 (2x), 1943 (2x), 194? (11x). (2x)1948 (8x), 1952, 1955, 195? (3x), 1961, 1964, 1971 2 ½ Cent: 1889, 1890. 5 cent: 194?. 10 cent: 1951 Euro: 1 cent: 200? (2 x), 2 cent 2003, 5 cent 200?, 20 cent 2002, 200? Nederlands Indië: cent 1945 (2 x), stuiver 1924 België: 2 cent 1835, 18?? (2 x)

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Steengoed (32), roodbakkend (> 1000), majolica (> 70), overig (>200)

Wandtegels (aantal scherven) 17de eeuw (1), laat 18de- 19de-eeuws (>70)

Pijpenkoppen

17de-eeuws (4), 18de- 19de-eeuws (18)

Sieraden

Ringetje (koper), broche met steentje (3), haarspeld (verguld), kraaltjes (hout/kunststof 7), verlovingsmedaillon prinses Juliana.

Knopen

Verzilverd (18de-eeuw 1), koper/messing (18de-eeuw 1, 19de-eeuw 16, 20ste-eeuw 2), been/hout/parelmoer (18de- eeuw 3, 19de-eeuw 4, 20ste-eeuw 10)

Knikkers

Aardewerk (17), Glas (11)

Vingerhoed

Koper/messing (5)

Lood

Loodmerken - meel (2), laken 18de-eeuw (2), Kromhout, divers (5), musket kogel, visnetloodjes (17-20ste-eeuw: >50)

Botmateriaal

Koe (>100), varken (15), kat (5), hond, vogels (12) waaronder: roodkeelduiker, meerkoet, (wilde)eend, zwaan en kip, roggenstekels (>50), schaar van Noordzeekrab.

Diversen

Fragmenten glas (11), naaldkoker (been), kam (been), koot rund met lood (kootspel), fragmenten lepels, vorken, messen ijzer 19-20steeeuw (6) met benen heft (1), sleutels ijzer 19de- 20ste-eeuw (5), raam-pin messing 19de-eeuw, zeer veel spijkers, fragmenten van plavuizen en bakstenen, fossielen (belemniet en zee-egel), schelpen (oester, mossel, noordkromp, alikruik, nonnetje).

Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Atlas van varken, 16-18de eeuw (85)

Schelp van noordkromp, 16-17de eeuw? (90)

24 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Fossiel, versteende inktvisschelp/belemniet, (71)

STICHTING URKER UITGAVEN


Fragment schaal met afbeelding van ruiter met paard, majolica, ca. 1650 (89)

Kom, witbakkend aardewerk, Regout-Maastricht, 19de eeuw (120)

Broche, koper met steentje, 19de eeuw (21)

Mes met houten handvat, 17-18de eeuw (235)

Knikkers, aardewerk en glas, 16-20ste eeuw (33)

STICHTING URKER UITGAVEN

Hanger, verloving Juliana en Bernhard, koper, 1936 (30)

Groot (zilver) Karel V, Brabant, 1506-1520 (20).

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 25


Bijlage 2. Wijk 4-63 renovatie woning - 2020

Munten

Provinciaal duit: Brussel 1616, Gelria 1752, Hollandia 17?? (2), Overijssel 1766, 176?, Stad Utrecht 1746, West Frisia 1741, Reckheim 163?, Zeelandia ca. 1640 (gehalveerd), 1767 Koninkrijk ½ cent: 1827, 1828, 1832 (2x), 1884 (2x), 1885, 1886, 1888, 1894, 18?? 1 cent: 1827, 1878 (3), 1880 (2), 1881 (4), 1882 (2), 1883 (3), 1884 (2), 1885, 1897 (2), 1899, 1900 (2), 1901, 19? (<1920), 1920, 1943, 1956 2 ½ cent: 1878, 1880. 25 cent: 1893

Kwartje, zilver, 1893 (20)

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Steengoed (7), roodbakkend (> 50), majolica (9), overig (28)

Wandtegels (aantal scherven) 19de-eeuws (4)

Pijpenkoppen 18de-eeuws (3)

Sieraden

Bronzen ringetje

Knopen

Duit, Brussel, 1616 (22)

Verzilverd (17-18de-eeuw 1), koper (20ste-eeuw 3), been (19-20ste eeuw 5)

Vingerhoed Koper (1)

Lood

Vuurtorenlood Zuiderzee 1789, loodmerken (2), visnetloodjes (>20)

Botmateriaal Varken (2)

Diversen

Musketkogels (2), haakbuskogel (1), resten van schoenzool, verzilverd lepeltje 20ste eeuw (3), horlogesleuteltje, vishaakje (koper), kastbeslag (koper), raamstopper (messing), messen ijzer (3), houder voor naalden (hout)

Vuurtorenlood, 1789 (32)

Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm. Medicijnflesje, glas, 19de eeuw (52)

26 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Vingerhoeden, koper en tin, 16-20ste eeuw (20)

Knoopje, verzilverd, 17de eeuw (12)

Ring, koper, 17-20ste eeuw (18)

Scherf van wandtegel, Delfts Blauw, ca. 1690 (41)

Handvat steelpan, roodbakkend aardewerk, 17de eeuw (112)

STICHTING URKER UITGAVEN

Raampin, messing, 18-20ste eeuw (70)

Knoop, koper, posterijen, 19de eeuw (21)

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 27


Bijlage 3. Wijk 4-91 verbouw tot kunstwoning - 2020

Munten

Provinciaal stuiver: Campen ca. 1625 oord: Frisia 17de-eeuw, Luik 1583, Maastricht 17de-eeuw duit: Campen 1659, Frisia 16??, Gelria 1691, 1786, Groningen en Ommelanden 1687, Hollandia 1739, Hollandia 17??, Zeelandia 171?, 1757 Koninkrijk ½ cent: 1850, 1878 1 cent: 1822, 1824, 1873, 1878, 1893, 189?, 1900, 1905, 1913, 1920, 1922 (2), 1925 (2), 19??, 1942 (6), 194? (7), 1948 (3), 1952, 1956 2 ½ cent: 1942. 10 cent: 1903 Duitsland: 1 pfennig 1907

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Steengoed (9), roodbakkend (> 120 + 2 aspotten), majolica (9), overig (4)

Wandtegels (aantal scherven)

Sieraden

Schoengesp: tin (1), koper/messing (2)

Knopen

koper (3), been (2)

Vingerhoed

Verzilverd (2), Koper (1)

Lood

Merk 1822, Visloodjes 17-19de-eeuw (38)

Botmateriaal Koe (1), Schaap (1)

Diversen

Raamstoppen messing (2), messen ijzer (3), sleutel ijzer (1)

17de-eeuws/19de-eeuws (32)

Pijpenkoppen 18de-eeuws (1)

Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Aspot, roodbakkend aardewerk, 17-19de eeuw (270)

28 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Messen, ijzer, 16-19de eeuw (124)

Loodmerk, 1822 (52)

Brulé, koper, Luik, 1583 (24)

STICHTING URKER UITGAVEN

Wandtegel, 18-19de eeuw (130)

Knoop koper, 19de eeuw (25)

Stuiver, zilver, Kampen, ca. 1625 (22)

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 29


Bijlage 4. Wijk 4-99/100 fundering voor slaapkamer - 2020

Munten

Provinciaal duit: Onbekend ?16de eeuw, onbekend 17de eeuw. Frisia 1613, 1617, 1626. Gelria 1783. Transisvlania 1606, 1633. Reckheim ca. 1650, West Frisia 1742. Zeelandia 1740. Zwolle 1618 Koninkrijk 1 cent: 1894, 1916, 1929, 1942, 194?, 1948, 1949, 1951, 1953, 1956, 1958, 1959, 1963 (3), 1964 (2), 1967 2 ½ cent: 1898, 1929. 5 cent: 1948, 1952. 10 cent: 1918, 1986. 25 cent: 1961. gulden 1968, 1976 Euro: 5 cent: 2000, 2001. 10 cent: 2002. 20 cent: 1999. 50 cent: 2001 (2) België: 2 cent 1843 Duitsland: 1 mark 1957 UK: 50 pence 1997 Noorwegen: 1 kroon 2012

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Steengoed (6), roodbakkend, waaronder met slibversiering en standvoet (> 60), majolica (2), overig (24)

Pijpenkoppen 18de-eeuws (3)

Knopen koper (2)

Knikkers

Aardewerk (4 ), Glas (4)

Lood

Vislood (33)

Botmateriaal

Koe (18), hond (1), kat (1), vogels (fasantachtigen 2), roggenstekel (1)

Diversen

Kruisfibula (brons, ca. 850 AD), paardenbit-versiering (brons ?11-16de-eeuw), bijl, mes met houten steel, scharnier, lepeltje - 20ste eeuw (2), vishaakje (koper), inktpotje, -glas fragmenten (2), fragmenten van plavuizen (3), ?bouwsteen (rode zandsteen)

Wandtegels (aantal scherven) 17de eeuw (3), 18-19de-eeuw (15)

Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Fragment van wandtegel, ca 1630 (90)

30 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Fragment van wandtegel, ca. 1680 (82)

STICHTING URKER UITGAVEN


Mes met houten handvat, 17de-18de eeuw (175)

Onderkaak kalf, 16-19de eeuw (158)

Vishaak, koper, 16-19de eeuw (45)

STICHTING URKER UITGAVEN

Scherven van schotel, roodbakkend met standlob, West-Nederland, 1570-1600 (84)

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 31


Bijlage 5. Wijk 5 -10 uitdiepen kamer - 2020

Munten

Provinciaal Stuiver: West Frisia 1678 (dubbele stuiver), Transisvlania, 1639. Oord: Roermond 1609, Frisia eerste helft 17de eeuw, Belgische Nederlanden 17de eeuw. Duit: Hollandia 1590-1599, Hollandia 1604 of 1605, Zutphen 1604-1605, Kleef 1610-1620, Thorn ca. 1613, Zwolle 1618, Hollandia 1627, Overijssel 1628, Deventer ca. 1628, Gelria 1633, Gelria 1635, Roermond ca. 1670, Kleef 1678, Groningen en Ommelanden 1685. Onbekend 17de eeuw, Gelria 1760, Onbekend 18de eeuw.

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Protosteengoed (7), steengoed (>25), roodbakkend (> 500, waaronder met slibversiering), majolica (> 80), overig (> 25)

Wandtegels (aantal scherven) Laat 18de-eeuws/19de-eeuws (> 100)

Knikkers

Aardewerk (4), glas (1)

Vingerhoed Van koper (2)

Lood

Loodmerken (2), visnetloodjes (>10)

Botmateriaal

Koe (> 25), varken (>10) Vogels (> 50): stormvogel, strandloper, meerdere soorten sterns (o.a. visdiefje), meerdere soorten meeuwen (o.a. kokmeeuw en stormmeeuw), meerdere soorten eend (o.a. wilde eend), een ganzensoort, tamme eend en kip).

Diversen

Natuursteen plavuizen + kloostermoppen (10), vishaken (koper, 6), mantelhaakje (koper), mesheftbeslag (koper), voet van grape (brons), spinsteentje (aardewerk) 2, object van textiel, schoenzool, visresten, schelpen (mossel, wulk), spijkers ijzer (>200), timmermansdissel.

Pijpenkoppen

17de-eeuws (6), 18de-eeuws (1)

Knopen

Koper (2), been (1) Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Dissel, ijzer, 17-19de eeuw, (320)

Wandtegel, blauw, 17-18de eeuw (130)

Schedel visdief (Sterna hirundo), 15-20ste eeuw (64)

Wandtegel, rood, 17-18de eeuw (130)

32 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Wandtegel, rood, 17-18de eeuw (130)

STICHTING URKER UITGAVEN


Mesheftbeslag, koper, 16de-17de eeuw (57)

Spinsteentjes, steengoed, 1350-1550 (30)

Scherf van kom, roodbakkend aardewerk, Weser gebied, ca. 1600 (115)

Scherf van diep bord, roodbakkend aardewerk, Enkhuizen, ca. 1600 (272)

Scherf van diep bord, roodbakkend aardewerk met standlob, ca. 1580 (190)

Bodem van grape, roodbakkend aardewerk, 16-17de eeuw (105)

Kledinghaakje, koper, 16de-17de eeuw (34)

STICHTING URKER UITGAVEN

Zalfpotje, roodbakkend aardewerk, 16de eeuw (44)

Pijpenkoppen, vroeg 17de eeuw (44)

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 33


Bijlage 6. Wijk 5-37b verbouw timmerschuur – 2020/2021

Munten

Provinciaal stuiver: Frisia 1623, 1661 oord: Frisia eerste helft 17de eeuw duit: Campen 1663, 166?, Gelria 1633, 1668, 1681, 1690, 1788. Groningen 1634, Overijssel 1628, 1769. West Frisia 16?3, Zeelandia 1689 Koninkrijk 1 cent: 1823, 1884, 1888, 189?. 5 cent: 1907. 10 cent: 1869

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Kogelpotaardewerk (1), protosteengoed (4), steengoed (> 80,inclusief Suzannakruik 1584 en waterkruik Frenchen 17de-eeuw), roodbakkend (> 500), majolica (>70) , overig (>200)

Wandtegels (aantal scherven) Laat 18de-eeuws/19de-eeuws (> 100)

Pijpenkoppen

Vroeg 17de- 19de -eeuws (> 100)

Knopen

Knikkers

Natuursteen (2), aardewerk (10), glas (1)

Lood

Laken (3)

Botmateriaal

Koe (>250), varken (> 15), schaap (2), kat (13), bruinvis (6) waarvan 5 beenderen van een individu), mens (schedelfragment) Vogels (> 75): kip, kraai, soort gans, meerdere eenden soorten (o.a. wilde eend), diverse sternen (o.a. visdiefje), steltloper, zangvogeltje, zwaan

Diversen

Vishaak koper 17-18de-eeuw (3), jurkhaak, spijkers (> 200), schelpen (van noordkromp, wulk, kokkel, mossel en alikruik), porselein 18de-19de-eeuw (beeldje, vogel, Christushoofd), (wijn)glas fragmenten (> 50), fragmenten van lei en griffels (> 50), spinsteentje (2), mes 17-18de eeuw(2), mesheften 16-18de eeuw deels met versiering en tekst (3), fossielen (belemniet, koraal), hout (paalrest)

koper 19de-eeuw (3), 20ste-eeuw (1), been (1) Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Spijker, ijzer, 14-17de eeuw (182)

Sleutel, ijzer, 19-20ste eeuw (65)

Spaakbeen, ellepijp en carpometacarpus, zwaan (Cygnus cygnus), 15-19de eeuw (255)

Atlas, hyoid en lendenwervel, bruinvis (Phocoena phocoena), 15-19de eeuw (118)

34 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Voorraadpot, grijsbakkend aardewerk, Westerwald, ca. 1800 (260)

STICHTING URKER UITGAVEN


Stuivers (bezemstuivers), zilver, Frisia, 1623 en 1661, (18)

Pijpenkop, aardewerk met loodglazuur, Gouda, ca. 1630 (43)

Onderkaak, kat, 15-19de eeuw (45)

Mesheften, been, 16-18de eeuw (92)

Scherf van diep bord, roodbakkend aardewerk met standlob, ca. 1580 (190)

Schoteltje, witbakkend aardewerk, 19de eeuw (124)

Hals van baardmankruik, grijsbakkend steengoed, 16de eeuw (88)

STICHTING URKER UITGAVEN

Kom, roodbakkend aardewerk, 16-17de eeuw (120)

Suzannakruik, steengoed, 1584 (145)

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 35


Bijlage 7. Wijk 6-76 – uitbreiden kelder 2021

Munten

Provinciaal dubbele stuiver: Trasisvlania 1680 oord: Namen 1710. Maastricht 1614 plak: Groningen 1635 duit: Frisia 1626. Gelria 1784. Groningen en Ommelanden 168?. Hollandia 1605, 1733, 1754. Kleef ca. 1695, Onbekend 16??, 17??. Overijssel 1633, 1669, 1750, 1753, 1754. Stad Utrecht 1742. Stevensweert ca. 1630, West Frisia 1627, 1723, 1739, 1741, 174?, 1777, 17??. Zeelandia 1783. Zutphen 1605, 1687 Koninkrijk Gulden: 1737 (vals). 1 cent: 1884, 191?, 1943, 1992. ½ cent: 1822, 1909. Frankrijk: Lodewijk XIII, double tournois, 1643 Ottomaanse Rijk: sultan Abdel Hamid I, 5 Para, ca. 1780

Aardewerk- gebruiks (aantal scherven)

Sieraden

Broche (koper met emaille), riemgesp (2), schoengesp (3, 2x koper, 1 x tin met merk, 18de eeuw), ringetje (koper/messing)

Knopen

koper (7 – waarvan 17de eeuw 1, 18de-eeuw 2, 20ste-eeuw 2)

Knikkers

Aardewerk (1),glas (4)

Vingerhoed Koper (2)

Lood

Lakenlood Leyden 17de eeuw (1), onbekend (3), vislood (13)

Kogelpotaardewerk (? 4), protosteengoed (26, waarvan 7 stuks afkomstig van één Jacoba kannetje), steengoed (3), roodbakkend (> 100), majolica (3), overig (21) Wandtegels (aantal scherven) 17de eeuw (2), 19de-eeuws (4)

Botmateriaal

Pijpenkoppen

Lepeltjes (3, 19-20ste eeuw, deels verzilverd), snorrebot (koper), musketkogel, mes (ijzer met benen heft), spijkers ijzer (>50), spiebout ijzer (2), glas (1), lepeltje, plavuizen, hout (paalrest)

17de-eeuws (7), 18de eeuw (7)

Koe (>70), varken (5), paard (1), schaap (1), bruinvis (1) Vogels (10) twee eenden soorten (o.a. wilde eend), kokmeeuw, hoederachtige, kip, zwaan

Diversen

Het getal in het bijschrift geeft de grootste afmeting aan van de vondst in mm.

Generaliteitsgulden, 1737, koperlegering, vervalsing (31)

Duit, koper, Gelria, 1784 (24)

36 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

Plak, zilver, Groningen, 1635 (18)

STICHTING URKER UITGAVEN


Scherven van beker, protosteengoed, Duitsland, 14-15de eeuw (77)

Jacobakannetje, witbakkend aardewerk, Duitsland, ca. 1375 (164)

Schoengesp, tin, 16-17de eeuw (44)

Snorrebot, koper, 16-17de eeuw (20)

Vergiet, roodbakkend aardewerk, west-Nederland, 17de eeuw (376)

Spie, ijzer, 15-18de eeuw (150)

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 37


Bijlage 8. Uittreksel datering botresten erfafscheiding Wijk 5-37b

faculteit bètawetenschappen en technologie

centrum voor isotopenonderzoek

+31 (0)50 363 47 60 cio@rug.nl

Natuurhistorisch Museum Rotterdam t.a.v. dhr. K. Post Westzeedijk 345 3015 AA Rotterdam

Datum 16-12-2020

Ons kenmerk CIO project 3852

Nijenborgh 6 NL-9747 AG Groningen

Uw kenmerk Archeologie Urk

Gekalibreerde dateringsresultaten Geachte heer Post, De 14C leeftijd (in yrBP) is gekalibreerd naar kalenderjaren m.b.v. software programma OxCal (versie 4.4; Bronk Ramsey, 2009). Gebruikte kalibratiecurve: IntCal20 (Reimer, P. et al., 2020. Hierbij rapporteren we Hemisphere de meetresultaten van een project ‘Archeologie The IntCal20 Northern radiocarbon agebotmonster calibration voor curveuw (0–55 cal kBP), Urk’. Radiocarbon, 62).

Meetresultaten Sample name Sample name Wijk 5-37 Wijk 5-37

GrM Calibrated dating result (95.4% probability) 14 14 Dated material GrM C calAD C Age ± 1σ σ 24158 1451 – 1517 calAD, 1589 –F1621 (yrBP) collagen 24158 0.9535 0.0022 383

± 1σ σ 18

Yield %C %N C:N δ 13C ± 1σ σ δ 15N ± 1σ σ coll.(%) (‰; IRMS) (‰; IRMS) Wijk 5-37 6.6 44.4 16.4 3.2 -21.17 0.15 8.38 0.30 13 15 Opmerking: δ C is relatief t.o.v. standaard ‘VPDB’ gemeten en δ N is relatief t.o.v. de standaard ‘AIR’ gemeten. Sample name

De gerapporteerde onzekerheid in de gemeten waarden omvat niet alleen de spreiding in de instrumentmeting zelf, maar ook de variatie in het meetresultaat die ontstaat door variaties in chemische voorbehandeling en verbranding van (deel)monsters (van homogene samenstelling en vergelijkbare grootte). Voor een beschrijving van de toegepaste methoden voor chemische voorbehandeling (AAABotmateriaal in erfafscheiding. longin voor het botmonster), verbranding en grafitisatie van het monster, verwijzen we naar Dee et al., 2020 (“Radiocarbon Dating at Groningen: New and updated chemical De waarschijnlijkheidsrange 95.4% die in62(1): de grafiek staat weergegeven, is gebaseerd op het pretreatment procedures. Radiocarbon, 63-74”). 14 C meetresultaat (in jaarBP) en de 2-sigma meetonzekerheidsrange. De verkregen tijdsperiode heeft geen gemiddelde waarde en ook geen standaarddeviatie. Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze resultaten of aanvullende informatie 1›2 38 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk STICHTING URKER UITGAVEN willen krijgen over de uitgevoerde analysemethode, dan horen wij dat graag.


Literatuur •

De Vries C., 1962. Geschiedenis van het eiland Urk, 1-525.

•

Gaimster D., 1997. German stoneware 1200-1900, 1-490.

•

Gemeente Urk, 2016. Beleidsnota Archeologie Urk – Overheid.nl.

•

Geurts, A.J., 2005. De geschiedenis van een eiland, 1-408.

•

Heeren S. & Van der Feijst L., 2016. Fibulae uit de Lage Landen, 1-596.

•

Kerkhoven A. A., 2003. Rogge, zout en bodemschatten. De archeologie en het cultuurlandschap van Urk in de Late- en Post-Middeleeuwen. Thesis, Universiteit van Amsterdam, 1- 177.

•

Korf Dingeman, 1981. Nederlandse majolica, 1-257.

•

Van Dam J.D., 2004. Delffse porceleyne – Dutch delftware 1620-1850, 1-208.

•

Van Dijk M., 2020. Duivels-eiland, 1-319.

•

Van der Heide G.D. & Fehrmann C. N., 1955. Enige muntvondsten in het Zuiderzeegebied. Kamper Almanak 1955, 214-227.

•

Van der Heide G.D., 1965. Van landijs tot polderland. Tweeduizend eeuwen Zuiderzeegebied. Amsterdam: Strengholt, 1- .

•

Van Popta Y. T., 2020. When the Shore becomes the Sea. New maritime archaeological insights on the dynamic development of the northeastern Zuyderzee region (AD 110-1400), the Netherlands. Thesis, Universiteit van Groningen, 1-146.

•

Waard D. de, 1946. De geologie en geomorfologie van Urk. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, LXIII, 710 – 736.

•

Pannekeet K. 2008. Catalogus Kopergeld, beschrijving van de koperen munten geslagen in de gebieden van de toenmalige noordelijke en zuidelijke Nederlanden, deel I (1-417),II (1-313), III (1-409)

•

www.duiten.nl

Eindnoten 1

Van der Heide & Fehrmann, 1955

2

Van der Heide & Fehrmann, 1955

3

De Vries, 1955

4

Heeren & Van der Feijst, 2016, pag. 231

5

Kerkhoven, 2003

6

Kerkhoven, 2003; Van Popta, 2020

7

De Waard, 1946

8

Kerkhoven, 2003

9

Kerkhoven, 2003

10 Kerkhoven 2003, pag. 18 11

Geurts A. J., 2005, pag. 50

12 Utrechtsche provinciale en stads-courant, 23-03-1858 13 ’t Hart, P., 2007, Zeehondenjacht in Nederland 1591-1962

STICHTING URKER UITGAVEN

Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk | 39


Samenvatting. Pas eind vorige eeuw werd de archeologische potentie van de oude dorpskern op Urk erkend. Maar door talloze verstoringen (waterreservoirs, kelders, onderaardse gangen, water- en elektriciteitsleidingen) is professioneel archeologisch onderzoek complex, soms onmogelijk en/of erg kostbaar. Ook zijn bodemingrepen op Urk in de regel relatief kleinschalig door de zeer dichte bebouwing, waardoor archeologisch onderzoek in veel gevallen niet als noodzakelijk wordt beschouwd. De Covid-pandemie maakte dat een aantal bewoners van het oude dorp onderhoud aan, of uitbreiding van hun huizen pleegde. Een aantal vrijwilligers volgde de werkzaamheden en rapporteert de (archeologische) waarnemingen in deze Kroniek. Duidelijk wordt dat amateurs, mits ze terug kunnen vallen op een netwerk van professionals die waar nodig geraadpleegd of geïnformeerd worden, bij kleine verstoringen op Urk (het graven van een funderingsgleuf, het uitdiepen van een kelder etc.) vondsten en waarnemingen kunnen doen die waardevol zijn en interessante – soms nieuwe – feiten over het leven van oude Urkers naar boven kunnen brengen. Op deze manier worden waardevolle gegevens verzameld die anders zeker verloren zouden zijn gegaan, waarbij het documenteren daarvan weinig kosten en hinder voor de bewoners/omwonenden meebrengt. De Urker bodem is een heel oude gatenkaas, het onderzoek naar de ingrediënten van die kaas smaakt naar meer.

Summary. Only at the end of the last century, the archaeological potential of the old village centre of Urk started to be recognized. Because of countless disturbances (water reservoirs, basements, subterranean corridors, water pipes and electricity cables), professional archaeological research is complex, sometimes impossible and frequently very costly. In addition, because of the dense population of Urk, digging areas suitable for research are generally small, and archaeological research is usually not seen as necessary. The Covid-epidemic caused a number of inhabitants of the old village to conduct building works on their houses or commission extensions. A group of volunteers followed these works and reports of the resulting archaeological observations are presented in this Kroniek. This process illustrates that such amateurs, provided they can consult professionals when needed, can make observations and actual finds during small building works that provide further knowledge of the earlier inhabitants of the former island – sometimes entirely new data. This way, valuable information is gathered that would otherwise have been lost, while the process of documentation causes little disturbance and cost to those involved. The Urk soil is a very ripe “gatenkaas”, a typical Dutch cheese with holes, and research into the ingredients of this cheese has only just commenced, whetting the appetite for more.

Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, kunt u een gift overmaken op rekeningnummer

NL 32 ABNA 0436429853

(t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Een gift aan de Stichting Urker Uitgaven is aftrekbaar voor de belasting.

Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l

Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl

STICHTING

URKER UITGAVEN

Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.

40 | Klaas Post, Lub Post & Yftinus van Popta | Het verborgen verleden van Urk

STICHTING URKER UITGAVEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verborgen verleden van Urk by GBU printmedia - Issuu