Skip to main content

Stichting Urker Uitgaven - Centraal gebouw in de Urker volksgezondheid en hygiëne

Page 1

Kronieken Urcker

Jaargang 2025 | nr. 2

STICHTING

URKER UITGAVEN www.urker u i tgaven.nl

Afbeelding 1. Het medisch centrum in de jaren negentig.

Centraal gebouw in de Urker volksgezondheid en hygiëne

Het medisch centrum In het jaar 1936 werd op Urk een nieuw buurthuis gebouwd. Dit was mogelijk omdat door de afsluiting van de Zuiderzee het lage land niet meer onder water kwam te staan en Urk wat kon uitbreiden. Urk was tot die tijd een klein eiland geweest, dat slechts gedeeltelijk bewoonbaar was. Hierdoor woonden bijna vierduizend Urkers dicht op elkaar. De hygiënische omstandigheden waren ronduit slecht te noemen. Besmettelijke ziektes verspreidden zich razendsnel. Het buurthuis vervulde een centrale rol in de verbetering van de Urker gezondheidszorg en de hygiëne. Een echt medisch centrum. (afbeelding 1)

Door Wim de Visser Dick Visser Henk Kapitein info@urkeruitgaven.nl


Inleiding Reeds in 1912 wordt er een artikel geschreven in de Urker Courant van zaterdag 20 januari met een dringende oproep om meer aandacht te besteden aan de bestrijding van ziektes. Speciaal wordt gewezen op de gevaren van tbc, ook wel de tering genoemd. Een ziekte die veel slachtoffers eist. Ook al neemt de frequentie van de ziekte af, zo constateert men, toch waren er in 1906 nog 17 sterfgevallen per 10.000 inwoners. Maar ook andere ziektes zoals mazelen worden genoemd. De verzuchting in het bewuste artikel uit 1912: “Waarom toch, wordt zoo menigmaal gevraagd, is er op Urk zoo weinig belangstelling en offervaardigheid voor het Witte Kruis? Het antwoord zou kunnen luiden: omdat men slechts aan ziek-zijn denkt indien men reeds door de ziekte is aangetast. Menig gezin had reeds achteraf berouw over zijne zorgeloosheid.” Het artikel illustreert dat de inspanningen om de hygiëne en de gezondheidszorg op Urk te verbeteren niet breed ondersteund werden binnen de Urker samenleving. Het heeft dan ook tot 1936 geduurd voor er een gemeenschappelijke voorziening was van waaruit dit proces kon plaatsvinden. Deze kroniek geeft de geschiedenis weer van het ontstaan en het gebruik van het buurthuis en de ontwikkeling tot medisch centrum en Rode Kruisgebouw aan de hand van berichten en verhalen uit de eerste of tweede hand van Urkers die de gebeurtenissen hebben meegemaakt. Met daarnaast nog opmerkelijke historische feiten en een aantal beschouwingen over de gezondheidsproblemen die de Urker samenleving bedreigden en waar een oplossing voor gezocht moest worden.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd het noodzakelijk de gezondheidszorg te organiseren. Het beleid dat door de staat gevoerd werd, was geen succes met als gevolg dat het particulier initiatief tot bloei kwam. Dit resulteerde in het begin van de twintigste eeuw tot de oprichting van kruisverenigingen met ieder een eigen signatuur, als uitdrukking van een verzuilde maatschappij. Daarin bleek de overheid onmachtig invloed te krijgen op de gezondheidszorg. Voor veel besmettelijke ziekten zoals cholera en pokken werd vanuit de armenzorg verzorging geboden. De overheid ondernam weinig om de volksgezondheid stelselmatig te verbeteren. Ook ziekenhuizen waren onderdeel van de charitatieve activiteit van een bestuur van de plaatselijke kerkelijke gemeenschap of religieuze orde. De rijken bekostigden in die tijd zelf de verpleging aan huis als zij ziek werden, arme mensen waren echter afhankelijk van de armenzorg die een opname in gasthuizen voor hen regelde. Er was geen

sprake van een gezondheidszorg die los stond van charitatieve instellingen en die voor heel de bevolking zou gelden. Langzaam drong het besef door dat epidemieën door sociaal-hygiënische maatregelen konden worden bestreden en dat de overheid hierin een rol zou moeten spelen. Hygiënische maatregelen werden door de rijksoverheid bevorderd. Door de gemeenten werden badhuizen geëxploiteerd en ontsmettingsovens gesticht waar met hete stoom ziektekiemen werden gedood. In 1865 had het kabinet onder leiding van Thorbecke al enkele geneeskundige wetten aangenomen, die onder meer inhielden dat artsen, apothekers en vroedvrouwen aan het plaatselijk of regionaal gezag onttrokken moesten worden en een examen moesten doen dat door een door de Kroon te benoemen rijkscommissie moest worden afgenomen. In elke provincie benoemde de Kroon een inspecteur die bijgestaan werd door een geneeskundige raad. Dit geneeskundig staatstoezicht had tot taak de toestand van de volksgezondheid te onderzoeken, middelen ter verbetering

2 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

aan te wijzen en toepassing daarvan te bevorderen. Tot zijn taak behoorde ook de controle op de naleving van wetten en verordeningen in het belang van de volksgezondheid. Daarnaast kwam er in 1872 een Besmettelijke Ziektewet. Deze wet hield in dat op gezag van de burgemeester mensen met, door de wet bepaalde, besmettelijke ziekten geïsoleerd konden worden en dat door hem de ontsmetting van gebouwen en goederen verplicht kon worden gesteld. Hiermee had Thorbecke de bestrijding van de grote negentiende-eeuwse epidemieën voor ogen en gaf zo de eerste aanzet tot de overheidsbemoeienis met de gezondheidszorg. De toenmalige traditionele opvatting dat de overheid zich niet diende te bemoeien met de geneeskundige verzorging werd daarmee doorbroken. Deze baanbrekende Besmettelijke Ziektewet werd echter nauwelijks nageleefd; de gemeenten waren of zelf te arm om de nodige investeringen te doen of dachten er niet over de gezondheidszorg buiten de grenzen van de armenzorg uit te strekken. De bevolking zelf zou aan de slag moeten om de gezondheidstoestand te verbeteren, het particulier initiatief moest de taak volbrengen die verwaarloosd werd door de overheden. Er werden verenigingen opgericht om deze taak op zich te nemen. Aanvankelijk waren dat mensen uit de rijkere lagen van de bevolking, die hun hygiënische opvattingen aan de - in hun ogen - achtergebleven boeren en arbeiders wilden opleggen. In de provincie Noord-Holland werd in 1875 de Vereniging het Witte Kruis opgericht. Naast het bevorderen van hygiëne (goede drinkwatervoorzieningen en rioleringen) werden er vanaf het begin zieken aan huis verpleegd. De vereniging had per gemeente een plaatselijke afdeling. Deze afdelingen werden vanuit de kruisvereniging gestimuleerd eigen doelen op het gebied van de gezondheid na te streven. De plaatselijke afdelingen kozen een provinciaal comité, dat voor de algemene belangen zorgde, zoals de gezamenlijke inkoop van verpleegartikelen en het aanschaffen van barakken ter afzondering en verpleging van de mensen met besmettelijke ziekten. Aanvankelijk was het enthousi-

STICHTING URKER UITGAVEN


asme onder de bevolking niet zo groot. Dat kwam omdat het oorspronkelijke doel, epidemische rampen bestrijden, op de achtergrond was geraakt. Deze epidemieën waren teruggedrongen of speelden op dat moment niet. Een lidmaatschap was daardoor niet urgent. Dit lees je ook terug in het artikel dat in 1912 in de Urker Courant verscheen. Daarnaast vormde de kloof tussen de elite en het gewone volk een obstakel om van Het Witte Kruis een succes te maken. De notabelen, die zich sociaal verantwoordelijk voelden en leiding gaven aan de plaatselijke verenigingen, konden de bevolking vaak niet overtuigen van hun medisch-hygiënische inzichten. De nadruk kwam te liggen op het bestrijden van volksziekten. Dit kon alleen een succes worden door begrip aan te kweken bij de bevolking. Deze moest ontwikkeld worden door hygiënische voorlichting en begripsvorming. Voorlichting was in deze periode de belangrijkste en goedkoopste activiteit. Naast gedrukte brochures bestond deze voorlichting hoofdzakelijk uit voordrachten waar een groot aantal mensen naar kwamen luisteren. Onderwerpen waren tuberculosebestrijding, zuigelingenzorg, hygiëne van zwangerschap, kraam- en ziekbed en strijd tegen kwakzalverij. Aan het

eind van de negentiende eeuw werden moedercursussen gegeven en enkele eerste-hulp-cursussen. Op Urk was men nog lang niet zover. Het bewustzijn groeide dat een goede hygiëne en verzorging noodzakelijk was voor een betere gezondheid. Er kwamen een aantal wetten die de kinderarbeid verboden (Kinderwetje van Van Houten 1874), bescherming boden aan de arbeiders (Arbeiderswet 1887) en hun sociale arbeidsomstandigheden verbeterden (Veiligheidswet 1895). Verder kwamen tijdens de periode van het kabinet Pierson (1897- 1901) achtereenvolgend tot stand: een uitbreiding van het kiesrecht, de Leerplichtwet, de nieuwe Gezondheidswet, de Woningwet en de Ongevallenwet (eerste sociale verzekeringswet).

Situatie op Urk Rond 1900 leed men op Urk een karig bestaan. (afbeelding 2) De huisvesting was slecht. Schoon drinkwater was met name tijdens warme zomers schaars. Als de regenbakken en de zogenaamde kerkbakken leeg waren, werd IJsselwater aangevoerd uit Kampen. Het gebrek aan water was niet bevorderlijk voor de hygiëne. Daarbij kwam dat er op het eiland geen goede riolering was. Afval werd

in open riolen, zogenaamde ‘graften’, gedumpt. De mensen wonen dicht op elkaar, vaak in kleine huisjes. Het aantal sociale contacten was groot en dit alles maakte Urk tot een goede voedingsbodem voor steeds terugkerende besmettelijke epidemieën zoals tyfus. Ook heerste onder de inwoners veel tuberculose. In 1910 spraken rijksambtenaren van ‘treurige woontoestanden op Urk’. Net als in de rest van Nederland waren het ook op Urk de notabelen die het voortouw nemen als het ging om het verbeteren van de volksgezondheid. Het initiatief tot de oprichting van de vereniging ‘Het Witte Kruis’ werd in 1907 genomen door gemeente-geneesheer dr. Th. Smits. De dokter woonde toen al in een woning naast het nieuw gebouwde raadhuis (afbeelding 3) en had ook de beschikking over een apotheek. Hij ontving jaarlijks twaalfhonderd gulden uit de gemeentekas en vrije woning, bovendien een Rijkstoelage van achthonderd gulden en driehonderd gulden die beschikbaar was voor vervanging tijdens afwezigheid van de dokter uit de gemeente. Bij deze benoeming waren een aantal voorwaarden gesteld. Zo moesten de door de gemeente aangedragen behoeftigen kosteloos geholpen worden, alsmede gratis medicijnen en verbandmiddelen. Bij de

Afbeelding 2. De situatie op Urk rond 1900.

STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 3


Hoe kunnen kinderen opgehoopt als haring in een ton, in een bedstede gezond blijven, waar zij geheele nachten in de bedorven lucht moeten doorbrengen? De patiënt wordt verder geleerd, hoe hij, wat hij ophoest in een bakje moet deponeeren; komt het in zakdoeken, zoo worden deze afzonderlijk bewaard en uitgekookt. Bij het hoesten wordt de hand voor den mond gehouden. De tuberculose-moeder moet niet op den lepel met pap, die voor het kindje bestemd is, blazen om af te koelen.”

Lighal

Afbeelding 3. De dokter was gehuisvest in het nieuw gebouwde gemeentehuis.

niet-behoeftigen mocht hij de kosten in rekening brengen. Veertig cent per visite en zestig cent als zich in een gezin meer zieken bevonden. Voor een verlossing mocht hij vijf gulden rekenen, maar dit is dan alleen het geval als de vroedvrouw het zelf niet afkon. Kosteloos moest de arts verrichten: inentingen, doodschouw, behandelen en kisten van lijken van overledenen aan besmettelijke ziekten en het ontsmetten van gebouwen, voer- en vaartuigen die brandhaarden van besmetting dreigen te worden. Tijdens de oprichtingsvergadering van de Urker afdeling van Het Witte Kruis traden meteen al 204 personen toe tot de vereniging. Tijdens de vergadering werd benadrukt dat het juist voor Urk van groot belang is dat medische hulpmiddelen beschikbaar zijn. Vooral omdat het eiland tijdens strenge winters slecht bereikbaar was en het noodzakelijk was om die materialen beschikbaar te hebben. De statuten gaven aan dat zij zich tot doel stelt de gezondheidsbelangen te behartigen, de ziekenverpleging te bevorderen en het daarvoor benodigde materiaal beschikbaar te stellen. Het doel tracht men te bereiken door het verbreiden van kennis over de gezondheidsleer en de praktische toepassing ervan, een mogelijke verpleging buitenshuis en het uitlenen van artikelen voor ziekenverpleging. Leden betalen naar financiële draagkracht in 3 klassen van 25 cent, 50 cent of een gulden per jaar. De

contributie werd aan de deur opgehaald. Verplegingsartikelen werden kosteloos verstrekt op schriftelijk advies van de geneesheer of door een van de bestuursleden van de vereniging. Wel moest bij het afhalen het bewijs van betaling van contributie worden getoond. F. Hoefnagel werd in 1913 aangesteld tot bewaarder der goederen en tot bode voor het innen van de contributie. (afbeelding 4) Voorlichting wordt serieus ter hand genomen en in een artikel in de De Urker Courant van 27 juli 1913 wordt beschreven hoe de aanpak zou moeten zijn als het gaat om tuberculose: “De directe ‘bestrijding'’omvat dus in de eerste plaats het onder hygiënische hoede nemen van den lijder. Voorts brengt deze hem zoo mogelijk in gunstige condities. Is de woningtoestand onvoldoende, dan wordt hierin verbetering gebracht. De slaapplaatsen komen dan aan de beurt: bedsteden worden verre achtergesteld bij ledikanten; men schrome niet, omdat men meent dat ‘het tocht’, een ledikant te gebruiken.

De behoefte aan een lighal was al regelmatig uitgesproken, maar de Urker afdeling van Het Witte Kruis was niet kapitaalkrachtig genoeg om dit ook te realiseren. De verenigingen kregen geen overheidssteun en moesten zichzelf bedruipen. In 1914 bleek dat de dameskrans zich ook achter het initiatief schaarde en aanbood om versterkende middelen beschikbaar te stellen aan de patiënten die hier verpleegd zouden worden. Het Urker Witte Kruis sprak daarop het voornemen uit om een kleine lighal voor enkele personen aan te schaffen. In de Urker Courant van 27 juni 1914 sprak de redacteur zijn lof uit voor dit initiatief en benadrukte de heilzame werking van sanatoria en lighallen, waar patiënten overdag in de frisse buitenlucht lagen. Het slot luidde: “Ik wil dit stukje eindigen met een wensch. Wil men het plan dat thans opgevat zal worden, om den grootsten en heftigsten vijand der menschheid te bestrijden - elk uur van den dag sterft er een medeburger aan tuberculose - met gunstigen uitslag bekroond zien, wil men medewerken aan het schoone doel te trachten gezondheid en levenskracht, dus arbeidsvermogen, terug te geven aan onze medemenschen, die anders dreigen ten onder te gaan, dan is het noodig dat Het Witte Kruis meer steun, meer waardeering zijn deel ziet worden dan tot heden; dan is het noodig dat men niet alleen

De tuberculose-moeder moet niet op den lepel met pap, die voor het kindje bestemd is, blazen om het af te koelen

4 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


lid wordt indien men iets nodig heeft en er dus niet buiten kan, maar lid wil zijn om de zaak zelve, om het goede doel. Dan is het noodig meer medelijden met den lijdenden broeder en wel medelijden zich uitend niet in woorden maar in daden. Moge aldus in zijne uitvoering dit te stichten dagverblijf tot zegen van Urk’s inwoners worden.” In 1915 heerste op Urk een ernstige mazelenepidemie die meerdere slachtoffers eiste. Aangezien zich dan nog maar 240 van de ruim 500 gezinnen op het eiland zich hebben aangesloten bij het Witte Kruis, werd er in de Urker Courant opnieuw een wervingsoproep gedaan: “De contributie toch, die met voordacht op een minimum van 50 cents per jaar is bepaald, kan met den besten wil niet als een beletsel van aansluiting worden beschouwd.” Tijdens deze ernstige mazelenepidemie in 1915 breidde Het Witte Kruis zijn werkzaamheden uit met verpleging van de zieken. Twee bekwame verpleegsters bewijzen op kosten van Het Witte Kruis onschatbare diensten. In 1918 heerste de tyfusepidemie zo hevig dat door de Inspectie van Volksgezondheid een noodziekenhuis met 16 bedden werd ingericht voor isolatie van tyfuslijders. Eerst werd hiervoor het gebouw van de Van Alphenstichting gebruikt naast de Bethelkerk, maar dat zat al snel vol. Ook de school en het voormalige interneringskamp werden ingericht voor verpleging. Voor de inrichting zorgde het Rode Kruis en voor de verpleging verleende het Witte Kruis haar medewerking. Ook de dokter werd ziek en er kwam tijdelijk een militaire arts. De behandelend arts telde zestig lijders uit vijfendertig gezinnen. De bestrijding was lastig, want luizen werden gezien als de overbrengers van de ziekte. Het ging hier dus ongetwijfeld over vlektyfus. Het hele dorp ontluizen ging niet en daarom werden alleen de gezinsleden van een besmet gezin ontluisd en de woning zoveel mogelijk ontsmet met zwaveldioxyde. Eind maart 1919 verlieten de laatste patiënten de barak; van de vierennegentig gevallen waren er veertien overleden. Volgens de arts werd de bestrijding bemoeilijkt omdat zieken, ondanks de kans op besmetting, haast werden overlopen door bezoek. Ook het

STICHTING URKER UITGAVEN

Afbeelding 4. De advertentie in de Urker Courant.

feit dat na het overlijden alles wekenlang potdicht ging met de lakens voor de ramen, kwam de ventilatie van de besmette woningen niet ten goede.

Religieuze overwegingen Als het gaat over gezondheidszorg, dan speelt op Urk ook religie een rol. We zien dat al in 1844 als er op Urk een pokkenepidemie uitbreekt die 58 Urkers het leven kost. Ruim dertig jaar eerder had chirurgijn Leendert Hoefnagel nog een groot deel van de bevolking ingeënt tegen pokken. Hij zag dat als een nieuw middel dat God gegeven had om de ziekte te bestrijden. In 1844 moest doktor Cornelis Heinsius niet alleen de strijd aanbinden tegen de ziekte, maar vooral tegen de religieuze bezwaren. De eerste scheuring op Urk had plaatsgevonden, de Afscheiding van 1834, waardoor de meeste Urkers zich afscheidden van de Hervormde kerk en gereformeerd werden. Een groot deel van Urk behoorde toen tot de Afgescheiden kerk en zij zagen inenten als een poging om in te grijpen in de Goddelijke voorzienigheid. God gaat over ziekte en gezondheid. Pas toen de burgemeester en de dominee de noodzaak inzagen en een oproep tot vaccineren deden, kon op Urk de ziekte volop bestreden worden. Het aantal slachtoffers had nog veel hoger kunnen zijn als niet veel Urkers destijds door

Hoefnagel waren ingeënt. Begin twintigste eeuw heeft al een derde scheuring plaatsgevonden en is de Christelijk Gereformeerde kerk de meest orthodoxe kerk op Urk. In het bestuur van vereniging Het Witte Kruis zien we de predikanten van de Hervormde en Gereformeerde kerk steeds terug.

Vooruitgang In het begin van de twintigste eeuw verbeterden de omstandigheden op het eiland. In 1915 werd de eerste waterleiding aangelegd voor het interneringskamp met zoet dieptewater dat werd opgepompt. (afbeelding 5) In 1925 werd deze drinkwatervoorziening overgenomen door de gemeente en uitgebreid tot een gemeentelijke voorziening. Vanwege de slechte smaak waren maar enkele tientallen woningen op het systeem aangesloten. Elektriciteit kwam in 1918 beschikbaar en hier werden de meeste woningen wel op aangesloten. Een belangrijke bijdrage aan de hygiëne en de verspreiding van met name buiktyfus, was de aanleg van riolering. Tot die tijd werd al het afval door de goten in de zandwegen afgevoerd. Ook de urine uit de stallen werd hierin afgevoerd. In 1913 werd met de aanleg van riolering begonnen en een jaar later was dit afgerond. Ook de hoofdwegen werden als eerste straten van Urk bij de aanleg van de rio-

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 5


lering bestraat. Het riool loosde uit in het water rondom Urk. Wat niet meewerkte aan de volksgezondheid was het feit dat er steeds meer huizen gebouwd werden op de keileembult. Elk hoekje werd benut en de bouwsels boden niet altijd voldoende comfort. Op 31 december 1930 telde Urk 3.216 inwoners die op 20 hectare gehuisvest waren. Per woning woonden er gemiddeld 4,4 Urkers. In de jaren dertig nam de bevolking verder toe en groeide in tien jaar tijd naar 4.238 inwoners. De bevolkingsdichtheid nam enorm toe. Er werden noodwoningen gebouwd en ook inwoning vond steeds meer plaats. In die omstandigheden verrichtte de Urker afdeling van Het Witte Kruis haar werk. Ondanks het goede werk werd op de jaarvergaderingen steevast geklaagd over de geringe toename van het aantal leden. “Toch schijnen niet alle burgers nog voldoende doordrongen te zijn van den plicht, om zich bij zulk een nuttige vereeniging als lid te doen inschrijven. Juist door eendrachtig handelen is er nog zoo veel te bereiken, ook op het gebeid van de ziekenverpleging. Zoo dikwijls is er al behoefte gevoeld aan een goede krankenverzorging buitenshuis en aan een lighalletje voor lijders aan tuberculose”, zo lezen we in de Urker Courant van 23 juli 1923. Om meer leden te werven werden bewoners huis-aan-huis acties benaderd. Tijdens de jaarvergadering in 1925 werd gemeld dat de magazijngoederen alle nog in goeden staat waren. Alleen had men geen goede bergplaats. Daarom werd besloten om een klein gebouwtje te laten zetten tussen de vroedvrou-

Ziektekostenverzekering De armoede was groot op Urk en de meeste mensen hadden geen geld om specialistische hulp te betalen. In 1904 richtte de stichting Draagt Elkanders Lasten (DEL) daarom een hospitaalfonds op. Doel van dit fonds was om financiële hulp te verlenen aan leden die op advies van de geneesheer naar elders moesten om specialistische hulp of ziekenhuisopname. Dit gebeurde overigens niet zo vaak. Zo stond in de Handleiding voor de Gezondsheidszorg uit 1928 nog dat het niet raadzaam was om te adviseren om naast de huisdokter ook nog naar een specialist te gaan. “Dergelijke suggesties brengen, naar de ervaring leert, de goede geneeskundige verzorging van de economisch-beter-gesitueerden in gevaar. Eenzijdigheid, verspilling van tijd en geld, overdrijving is niet zelden het gevolg”, zo staat er letterlijk. Voor Urkers die toch naar een ziekenhuis werden doorverwezen was er het hospitaalfonds om de kosten te dekken. Vaak gingen de patiënten dan naar het Rooms Katholieke ziekenhuis in Zwolle en Draagt Elkanders Lasten rekende eens per jaar met de betreffende artsen af. Door Draagt Elkanders Lasten werd uiteindelijk ook een ziekenfondsverzekering opgericht. In 1934 werd de zogenaamde doktersbus opgericht. De leden van DEL ontvingen een bonnetje, waarmee ze de hulp van een huisarts konden inroepen. De huisarts kreeg voor de bon een afgesproken bedrag uit de kas. DEL benoemde in 1938 een tweede arts op Urk, dokter B. de Jong. Voor hem werd een nieuwe woning gebouwd in Wijk 8, naast het buurthuis. Het was de eerste woning op Urk met een garage.

wenwoning en de Van Alphen stichting. (afbeelding 6) Naast de magazijnopslag kwam hier ook het zuigelingenbureau en men kon daar ook een hoogtezonkuur ondergaan. In november 1925 vond de aanbesteding plaats van een eigen gebouwtje tussen de Vroedvrouwenwoning en de Van Alphenstichting. Het ging hier om een houten bouwwerk. Om extra gelden binnen te krijgen werden er diverse acties gehouden, onder

Afbeelding 5. De aanleg van een drinkwatervoorziening in 1915 voor het interneringskamp.

6 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

meer verlotingen en de verkoop van tbc-plantjes langs de deuren. De Urker vereniging sloot zich in 1925 aan bij de ‘Noord Hollandsche vereniging Het Witte Kruis’. Op Urk kende de vereniging drie vertakkingen: verpleegartikelen, wijkverpleging en tuberculosebestrijding.

Wijkverpleging In 1876 startte Het Witte Kruis in Noord-Holland met de verpleegstersopleiding. De eerste diploma’s konden in 1879 uitgereikt worden aan de wijkverpleegsters, die door de plaatselijke verenigingen werden uitgezonden om zieken thuis te verzorgen. Zij namen de taak over van de diaconessen en religieuze instellingen die voor die tijd de zieken verzorgden. Voor de gemeenten, die vaak krap bij kas zaten, kwam deze door particulieren bekostigde gezondheidszorg goed van pas. Het grootste effect voor de kruisvereniging had de voorlichting van de wijkverpleegster, ondersteund door de verstrekte verpleegartikelen. Op de jaarvergadering van Het Witte Kruis op zaterdagavond 20 oktober 1928

STICHTING URKER UITGAVEN


gegeven op twee avonden in de week door zuster Leegwater.

Afbeelding 6. Uiterst rechts een deel van het houten gebouwtje van Het Witte Kruis.

werd het belangrijke besluit genomen om ook op Urk een wijkverpleegster in te zetten. De voorzitter, burgemeester Gravestein, klaagde over de geringe opkomst op deze vergadering, maar was blij dat hij dat goede nieuws kon melden. Er was uitgebreide correspondentie aan voorafgegaan met het hoofdbestuur van het Witte Kruis, de Vereeniging ter bestrijding der tbc en de gedeputeerde staten van Noord-Holland. Voor een gediplomeerde wijkverpleegster was 2.000 gulden per jaar nodig. Het bestuur kreeg aan contributie nauwelijks een zesde hiervan binnen, dat ook nog voor een groot deel werd besteed aan de aanschaf van verpleegartikelen. Toch zei het bestuur jaarlijks 200 gulden toe. Ook het gemeentebestuur droeg 200 gulden bij en de rest kwam van diverse instellingen en het Rijk. Het bestuur hoopte ook dat meer leden hun contributie zouden verhogen. Dokter Vonk, die in 1923 op Urk kwam, gaf aan dat hij huis aan huis langs zou gaan om de bevolking te bewegen tot meer steun aan Het Witte Kruis. In 1928 werd een vacature gesteld voor een wijkverpleegster die ook de functie van tbc-enquêtrice kreeg. Urk kreeg de eerste wijkzuster in de persoon van mej. Kok, die in 1930 werd opgevolgd door zuster De Wit. (afbeelding 7)

STICHTING URKER UITGAVEN

Moedercursus In 1930 werd de eerste moedercursus geopend door de voorzitter, burgemeester Gravestein. In zijn openingswoord zette hij kort het doel en de strekking van de cursus uiteen en wees vooral op het nut van de behandeling der zuigelingen volgens ‘hygiënische eischen’. Zuster Nieuwkoop uit Alkmaar kreeg de leiding, geassisteerd door dokter Vonk en vroedvrouw Smit. De cursus was een succes en er was ook behoefte aan een cursus kraamverzorging. Die cursus werd later

Het consultatiebureau begon voorzichtig met eerst vier moeders, toen zes en daarna al tien. In 1931 bleek er zoveel belangstelling voor het consultatiebureau te zijn dat gebouw Samuel afgehuurd werd. Dit gebouw was goed verwarmd maar bracht ook meer kosten met zich mee. Daarom kwam er een busje in het wachtlokaal voor een vrije gift om de kosten te dekken. Het consultatiebureau hield zitting op woensdagmiddag onder leiding van dokter Vonk en de vroedvrouwen. Dokter Vonk hamerde op rust, reinheid en regelmaat voor moeder en kind. Ook aan voorlichting werd veel gedaan en er werden sprekers naar Urk gehaald om hier over te vertellen. Voor het voorkomen van tbc-besmetting en de bestrijding middels ‘zon, frisse lucht en goede voeding’ kreeg veel aandacht. De belangstelling van de Urkers hiervoor was groot. De wijkverpleging voor zieken en hulpbehoeftigen werd op Urk erg gewaardeerd en dat leidde in 1932 tot een verzoek van een aantal moeders bij het bestuur van de “Noord Hollandsche Veereniging voor de kraamzorg” om ook die zorg op Urk aan te bieden. In 1932 werd op Urk in het consultatiebureau naast zuigelingen ook gestart met peuterzorg, kinderen vanaf 1 jaar. Ook op woensdagmiddag na het spreekuur voor

Afbeelding 7. Links zuster De Wit, zitttend Marretje Hoekman-Kramer. Middden Hendrik Kapitein,rechts Leendert van Slooten.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 7


Afbeedling 8. Urk, midden jaren dertig. De huizen in de Vuurtorenstraat waren net gebouwd. De dijk werd gelegd en door gebrek aan bouwgrond verschenen de eerste noodwoningen op de glooiing van de dijk.

moeders met zuigelingen. In het jaarverslag van 1933 stond dat de wijkverpleegster, mej. De Wit, 2.637 bezoeken had afgelegd, en hulp verleende bij ziekentransport en na overlijden. Het consultatiebureau voor zuigelingen was 47 maal gehouden, 357 maal kwam er bezoek en 50 kinderen werden nieuw ingeschreven.

Eigen gebouw Het gebouwtje van Het Witte Kruis bleek al gauw te klein voor de vele activiteiten. Het zuigelingenbureau, met een arts en een verpleegster, vroeg meer werkruimte. De uitleen van goederen nam ook veel ruimte in beslag. Een verantwoord onderzoek naar en controle bij tbc was eveneens op den duur niet meer mogelijk. De tbc-patiënten moesten in het vervolg naar Hoorn voor onderzoek en controle. Voor diverse patiënten was

de zeereis echter te veel, wat meestal inhield: geen onderzoek en controle. De nood was groot. Er moest een ander gebouw komen met de mogelijkheid van controle en onderzoek naar besmettelijke ziekten. De aanleg van de Afsluitdijk in 1932 had de Zuiderzee tot binnenwater gemaakt. Het eiland liep daardoor geen gevaar meer om bij storm deels te worden overspoeld. Hierdoor kon er aan de rand van de keileembult weer nieuw gebied bebouwd worden. Delen van de huidige wijken 7 en 8 konden daardoor gebouwd worden. De gemeente had hier een stuk grond beschikbaar voor een nieuw buurthuis aan de Zeestraat. Op 17 oktober 1934 trok het bestuur van het Witte Kruis de stoute schoenen aan en schreef een brief naar het ministerie van Volksgezondheid om hulp. Het

Vanwege slechte woonomstandigheden steunde de inspecteur de komst van een eigen buurthuis op Urk 8 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

ministerie beloofde een gebouw te zullen neerzetten zonder luxe of opsmuk. Grond voor een gebouw was er al. De gemeente stelde deze grond gratis beschikbaar. De minister zegde geld toe, maar Provinciale Staten van Noord-Holland lag dwars. Men wilde niet dat gemeenschapsgeld, via de gemeente, naar een particuliere organisatie ging. De gemeente Urk moest het gebouw in eigendom nemen en de exploitatie aan Het Witte Kruis opdragen. Verder eiste het provinciaal bestuur, om een en ander betaalbaar te maken, dat het gebouw multifunctioneel moest worden. Daar wist men op Urk wel raad op. In het gymnastieklokaal van de Schoolvereniging Rehoboth kregen tachtig meisjes les in linnen- en kostuumnaaien. In de bakkerij van F. Bode werden kooklessen gegeven. Besloten werd om aan het buurthuis onderricht in koken, huishoudelijk werk, ‘waschbehandeling’ en een opleiding voor dienstbode toe te voegen. Op die wijze kon men een landbouw-/huishoudschool stichten, die dan ook in het gebouw van Het Witte Kruis zou worden ondergebracht. Ook wilden de initiatiefnemers een badafdeling in het gebouw met minstens één bad en twee sproeicellen (douches). Daarnaast moest er meer ruimte komen voor het zuigelingenbureau en voor cur-

STICHTING URKER UITGAVEN


sussen voor vrouwen. Ten slotte vroegen verschillende verenigingen ruimte, bij voorkeur een zaal met een podium. De geneeskundig inspecteur voor Noord-Holland brengt in 1935 een rapport uit over de tuberculose- en kindersterfte op Urk in verband met de woningtoestanden daar. (afbeelding 8) Aan het slot meldt hij dat op Urk grote behoefte bestaat aan een Dorpshuis als centrum, van waaruit de dokter, de vroedvrouw en de wijkverpleegster hun hygiënische volksopvoeding kunnen voeren. De inspectie steunt het verzoek om rijkssteun. Het bestuur van Het Witte Kruis maakt plannen voor een flink gebouw ten dienste van de volksgezondheid. Hierin kan ook de lang gekoesterde wens, ruimte voor liggende patiënten, vervuld worden. Op de bovenverdieping moet ruimte komen voor woning van de beheerder en de wijkverpleegster. De beraamde kosten voor het buurthuis bedragen 20.000 gulden. Het Rijk draagt 10.000 gulden bij en de Provincie 5.000 gulden. De rest leent de gemeente, die het gebouw in eigendom krijgt. Het Witte Kruis zal zorg dragen voor de exploitatie, rente en aflossing. Uiteindelijk werd het geraamde bedrag met 500 gulden overschreden. Dit moest uit de gewone gemeentemiddelen komen. In de gemeentevergadering werd aan de afdeling Urk van de ‘Noord-Hollandse Vereeniging Het Witte Kruis’ gratis bouwgrond toegestaan voor een nieuw wijkgebouw. De Haarlemse architect Fred M. Kramer maakte een ontwerp voor een buurthuis aan de Zeestraat, het latere Wijk 8-2. Met enkele aanpassingen werd het pand gebouwd. (afbeelding 10) De bouwmeester was aannemer W. Schraal. Op 3 september 1936 legde burgemeester A. Gravestein de eerste steen. Daarbij waren veel plaatselijke autoriteiten en vooraanstaanden aanwezig, onder wie de beide predikanten. (afbeelding 9) In 1936 schrijft het blad De Oprechte Urker uitgebreid over de inrichting van het gebouw: “Gelijkvloers wordt het zodanig ingericht dat patiënten welke behoefte hebben aan zon en licht, daar des daags vertoeven kunnen. Deze zieken worde des morgens gehaald en des avonds teruggebracht naar de respectievelijke woningen. De ruime lighal

STICHTING URKER UITGAVEN

ping) wekt oppervlakkig beschouwd eenige verwondering. Dit gedeelte toch is geheel als woonhuis ingericht. Bij nadere beschouwing blijkt dit toch niet overbodig. De wijkzuster zal daar haar intrek nemen, en deze is dus dicht bij de opslagplaats van de goederen welke voor zieken beschikbaar zijn. Ook de onderwijzeres aan de Nijverheidsschool zal daar haar tenten opslaan, deze is dan ook vlak bij haar werk. Ook de onderwijzeres voor kooklessen zal daar haar onderdak vinden. Het bestuur van de ver. Het Witte Kruis met de Burgemeester aan het hoofd verdient een woord van welverdiende hulde! Ook de raad heeft blijk geven in het belang van de Gemeente alle verschillen terzijde te kunnen zetten, om dit besluit te nemen.”

Afbeelding 9. Het leggen van de eerste steen had aandacht van de landelijke pers.

welke daarvoor wordt ingericht is natuurlijk veel beter dan de paar houten tentjes welke de vereniging nu beschikbaar heeft. Verder komt er een eenvoudige badinrichting, waarvan iedere burger(es) gebruik kan maken. Het Nijverheidsonderwijs wordt in een ander gedeelte ondergebracht. De “naaischool” en de kookcursus en misschien nog wat anders zullen daar voortaan gehouden worden. Dit gebeurt overdag, zoodat des avonds deze zalen meestal vrij zijn. Door een eenvoudige inrichting kan van deze lokalen een flinke vergaderzaal gemaakt worden. Deze is voor álle vereenigingen disponibel en kan zelfs de grootste vergadering bevatten. Voorts komt er een kamer voor Röntgenonderzoek. D.w.z. dat de daarvoor in aanmerking komende Urkers niet meer naar Hoorn behoeven te gaan om te worden onderzocht. De verschillende benoodigde instrumenten stelt het Rijk beschikbaar en op gezette tijden komt een specialist op Urk voor het verrichten van onderzoekingen in verband met de gevreesde tbc. Dat is al een geweldig voordeel van dit buurthuis, want een werkelijk serieus onderzoek kan door onze eigen dokter niet worden ingesteld. De bovenverdieping wordt gedeeltelijk ingericht als magazijn voor de goederen van Het Witte Kruis (deze zijn nu opgeslagen in het gebouwtje naast het jeugdgebouw). De inrichting van het andere gedeelte van het gebouw (bovenverdie-

Op dinsdagmorgen 8 juni 1937 wordt het buurthuis officieel geopend. Onder de aanwezigen zijn: mr. Heerkens Thyssen, voorzitter van de Noord-Hollandsche Vereeniging tot tbc-bestrijding, dr. Eykel, hoofdinspecteur der Volksgezondheid, dr. Doyer, inspecteur der Volksgezondheid in Noord-Holland en Michels, lid van de Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. De openingsrede werd uitgesproken door de burgemeester van Urk, tevens voorzitter van Het Witte Kruis, Arie Gravestein. Hij sprak zijn dankbaarheid en vreugde uit over het tot stand komen van dit gebouw. Het badgedeelte van het badhuis had drie douchecellen en een kuipbad. Voor de watertoevoer van het buurthuis werden enkele putten geboord van 35 meter diep. Deze leverden volop water. Helaas was dit water sterk ijzerhoudend. Na twee weken moet de badinrichting alweer worden gesloten omdat “zij die er gebruik van maken een enigszins verroest aanzien krijgen”. De vereniging Het Witte Kruis kreeg de volledige beschikking over het gebouw onder de voorwaarde dat het allereerst gebruikt werd voor de bestrijding van tbc en voor het geven van onderwijs aan meisjes en vrouwen. De vereniging moest wel zorgen voor de rente en aflossing van de door de gemeente aangegane lening van 5.000 gulden voor de bouw van het buurthuis. Het bestuur werd op het hart gedrukt om het gebouw ten volle te benutten om hier voordeel uit te halen. Dit betrof met name de verhuur van de zaalruimte. De beheerder van het

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 9


Afbeelding 10. Bouwtekeningen van het gebouw zoals dat in 1936 is gebouwd door aannemer W. Schraal Wzn, Wijk 5-47. De begroting zag er als volgt uit in guldens: Aannemer 13.494,Schilder 700,Elektriciteit 450,Centrale verwarming 2.000,Waterleiding 400,Inkleding gebouw 1.200,Architect 1.800,Totaal 20.044,-

10 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 11


De vroedvrouwenwoning naast het gebouw van de Van Alphen Stichting. Dit gebouw werd ook gebruikt voor ziekenverpleging. Tussen beide gebouwen werd het eerste eigen onderkomen van Het Witte Kruis gebouwd. Eind jaren dertig kreeg de vroedvrouwenwoning een functie als administratief gebouw voor de gemeente.

Gemeentevroedvrouw De vroedvrouw was ten tijde van de start van het Buurthuis nog in dienst van de gemeente. In 1906 had de gemeenteraad de instructie voor de vroedvrouw vastgesteld. Ze genoot een vaste jaarwedde van 500 gulden en vrije woning. Deze woning bevond zich in het rijtje voor de Bethelkerk. Later werd hier het uitgiftepunt van Het Witte Kruis nog naast gebouwd. De vroedvrouw moest op eigen kosten de woning onderhouden. De vroedvrouw mocht voor elke verlossing drie gulden in rekening brengen, behalve aan de personen die door de gemeente Urk als behoeftig waren aangemerkt. Deze kregen gratis verlossing. Als de vroedvrouw langer dan zes weken ziek was, moest ze op eigen kosten een plaatsvervanger aanstellen. In 1924 was de jaarwedde al verhoogd tot 1.600 gulden, waarvan de gemeente de helft betaalde en de provincie en het rijk elk 400 gulden. Wel moest de vroedvrouw nu 150 gulden huur per jaar betalen. In de jaren vijftig veranderde de regelgeving en kwam er een einde aan de ambtelijke status van een vroedvrouw. Aan de toenmalige vroedvrouw Aaltje Vroedvrouw Aaltje Post. Post werd in 1953 eervol ontslag

De aankondiging in Het Urkerland in oktober 1964.

verleend. Ze had toen een salaris van 2.688 gulden plus 10% pensioenpremie. Aaltje bleef wel gewoon haar werk doen tot oktober 1964. Door het ministerie van Volksgezondheid werd daarna mevrouw Westerhoud aangesteld. Zij had dinsdag- en donderdagavond spreekuur in het Groene Kruisgebouw van zeven tot acht uur. Naast de vroedvrouw had je nog de baakster, die een tot twee weken bijsprong in het gezin.

12 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


gebouw werd L. Snijder. Voor schoner water nam de gemeente de waterwinning uit het IJsselmeer ter hand. Een van de voordelen van de Zuiderzeeafsluiting was dat hierdoor een groot zoetwaterreservoir was ontstaan. Dit water bleek, mits gezuiverd, goed te gebruiken. Aan de noordkant van het eiland, even uit de kust, had men een vierkant afgepaald, dat opgevuld was met zuiverende materialen. Dit functioneerde als een groot filter, waardoor het water door de pompinstallatie van het buurthuis kon worden opgepompt. De verwachtingen waren hoog, maar uiteindelijk was het om te baden niet geschikt. In 1938 werd het buurthuis aangesloten op het waterleidingnet en kon vanaf toen pas officieel in gebruik worden genomen. Ook voor de inwoners van Urk was dit een grote verbetering. Stap voor stap werd het aantal aansluitingen op de waterleiding uitgebreid. Taferelen van vrouwen met tobben en emmers op weg naar de postboot of beurtschipper uit Kampen werden verleden tijd.

Jaarvergadering In 1938 kon Het Witte Kruis voor de eerste keer haar jaarvergadering houden in het eigen gebouw het buurthuis. (afbeelding 11) Men was zeer tevreden over het werk van zuster De Wit. Zij heeft dat jaar 2485 bezoeken afgelegd waarvan 573 voor de tbc-bestrijding. Het aantal gezinnen onder toezicht is gestegen naar 50. Voor het magazijn zijn 36 nieuwe artikelen aangeschaft. 474 artikelen zijn in bruikleen afgestaan waarvan 74 voor tbc-patiënten. Wel geeft de terugbezorging enige reden tot klachten. Het zuigelingenbureau werd 706 maal bezocht. De spreker van deze goed bezochte avond, dr. Blanken uit Zeist, hield een verhandeling over de gevaren en bestrijding van de tbc. De belangstelling voor de badinrichting in het buurthuis nam dusdanig toe, dat in 1939 een vaste badmeester werd benoemd, de heer J. van Dokkum. Het was niet alleen lof, want in 1940 werd in de gemeenteraadsvergadering door de woordvoerder van de SGP, J. Nentjes, gewezen op de “zogenaamde christelijke bruiloften welke in het nachtelijk eindigen en waarvan de geheele plaats hinder heeft.” Ook het röntgenapparaat heeft vol-

STICHTING URKER UITGAVEN

Centraal Bureau voor Keuringen op medisch-hygiënisch gebied Het landelijk bureau werd opgericht in 1939 en was vooral bedoeld om periodiek röntgenonderzoek te doen van grotere bevolkingsgroepen. Het initiatief van bedrijfsgeneeskundigen leidde tot massa-röntgen-onderzoek door middel van doorlichting. Het personeel van tal van bedrijven en instellingen werd doorgelicht, maar ook sommige bevolkingsgroepen (Urk, Blokzijl, Vollenhove, Nijverdal, Winterwijk en Enter), waar relatief veel tuberculose voorkwam. Kruisverenigingen hielpen mee om het onderzoek te organiseren. Het eerste onderzoek op Urk, onder leiding van dr. L.J.H.B. Paul, vond plaats in 1941. Van de 4.000 inwoners kwamen 2.666 zich laten onderzoeken. Het jarenlange onderzoek van het CB gaf inzicht in het verloop van de ziekte, maar ook de mogelijkheid om preventief op te treden.

gens hem “niets anders dan teleurstelling gebracht.’ De leerlingen van de naaischool verzorgden een tentoonstelling het buurthuis met alle kleding die ze al gemaakt hadden. Van eenvoudig tot ingewikkeld en modern. Mejuffrouw Blom gaf onderwijs in het vervaardigen van Urker kleding. Met het kader van de oorlogsdreiging adviseerde de overheid in februari 1940 om een samenwerking aan te gaan met omliggende gemeenten voor de opneming van gewonden en gaszieken in een

gezamenlijk in te richten noodziekenhuis. De burgemeester schreef terug dat aangezien tot heden deze gemeente nog 2 uur varens per boot van de dichtstbijzijnde gemeente verwijderd is, samenwerking op die wijze niet mogelijk is. Wel voorziet het luchtbeschermingsplan van de gemeente in art. 52 in de opneming van gewonden in een eerstehulppost in het buurthuis. Dit is voorzien van badgelegenheid met warm en koud stromend water en enige flinke ruimten voor opneming van patiënten. Ernstige patiënten,

Afbeelding 11. Het Urker buurthuis in de Zeestraat met spelende kinderen van dokter Andriessen.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 13


Zorg voor mensen met een beperking Het buurthuis heeft ook betekenis gehad voor de bewoners van Urk die tegenwoordig aangemerkt zouden worden als mensen met een beperking. Dit illustreren we met verhalen die een inkijkje geven hoe Urk met dit deel van de eilandbevolking omging. In 1930 verscheen een rapport van de COMMISSIE VAN VOORBEREIDING VOOR DE BEHARTIGING DER BELANGEN VAN ZENUW- EN ZIELSZIEKEN EN HET MISDEELDE KIND ingesteld door de NOORDHOLLANDSCHE VEREENIGING ‘HET WITTE KRUIS’. Voor het onderzoek werden uitgekozen de eilanden: Marken, Urk en Texel. Citaat uit het rapport over Urk. Het eiland Urk telde op 1 Januari 1930 1381 inwoners. De bevolking woont in één buurtschap bijeen, welke in het Zuiden van het eiland op het hoogste deel is gelegen. Die buurtschap is in wijken verdeeld, welke met nummers worden aangeduid. In de eerste plaats is van belang, dat ook hier, zooals te verwachten was, inteelt onder de bewoners veelvuldig wordt aangetroffen. Zoo wonen in wijk 2, 190 gezinnen, waaronder 18 voorkomen met denzelfden familienaam. Ineen andere wijk, eveneens met 190 gezinnen, treft men 13 gezinnen van éénzelfden naam en weer in een andere wijk met 150 gezinnen waren 11 families, die aan elkaar verwant waren. Bijzonder trof de mededeeling, dat niettegenstaande deze feiten, huwelijken tusschen neef en nicht vrijwel uitgesloten zijn. Men keurt dit af en de bevolking schijnt zich hiervoor te beroepen op motieven ontleend aan de Heilige Schrift. De bewoners, die in het algemeen godsdienstig zijn, zijn deels Hervormd en deels Gereformeerd. Roomsch-Katholieken komen op het eiland niet voor. De plaatselijke geneesheer, de heer Vonk, die het betreffende lid der Commissie welwillend alle gewenschte inlichtingen verstrekte, meent onder de bevolking meerdere degeneratieve verschijnselen als gevolgen van inteelt te moeten beschouwen. Hij noemt als zoodanig de vele kinderlooze huwelijken, terwijl in het algemeen groote gezinnen op het eiland

ontbreken. Het is aan te nemen, dat hiervoor ook aansprakelijk moet worden gesteld de omstandigheid, dat vele Urkers op de Noordzee visschen en daardoor soms 3 maanden aan één stuk van huis zijn. Genoemde geneesheer was bovendien getroffen door de masculine lichaamsbouw van vele meisjes en achtte het niet uitgesloten, dat ook dit degeneratieve verschijnsel als gevolg van inteelt kon worden beschouwd. Uiting van lichamelijke minderwaardigheid noemde hij ook het frequent voorkomen van tuberculose en van carcinoom. Wat de tuberculose betreft, wordt verwezen naar hetgeen vermeld is onder: „Algemeene opmerkingen over de inteelt op, de eilanden Marken, Urk en Texel”. Met behulp van den geneesheer, bijgestaan dooreen vrouwelijke ingezetene van het eiland, die met de plaatselijke toestanden zeer vertrouwd bleek te zijn, werden alle families nagegaan op hun minderwaardige speciaal op geestelijk gebied liggende kwaliteiten. Wat het volwassen deel der bevolking betreft, bleek, dat onder de bewoners 25 geestelijk defecten waren, die onder bijzondere bijnamen bekend waren. Daarnaast kende men 4 blinden, 2 toevallijders en 2 doofstommen. Laatstgenoemden waren in geen enkel opzicht hulpbehoevend en konden in eigen onderhoud voorzien. Kenmerkend is, dat op Urk de onmaatschappelijke elementen niet teren op de kas van de gemeente of van de kerk. Men stelt er een eer in, het buiten de zorg van de gemeenschap te kunnen stellen en de toevoeging: „Jij vreet de diaconie op”, geldt als een ernstige beleediging; men helpt elkaar. Op het eiland is dan ook geen inrichting van liefdadigheid te vinden; wel bestaat er een weduwen- en weezenfonds voor op zee verongelukte visschers. De betreffende hulpbehoevenden ontvangen uit dit fonds een jaarlijksche uitkeering van ƒ 80,-. Het Gemeentebestuur van Urk plaatst op de bekende officieele lijst 3 krankzinnigen, die zich buiten de gestichten bevinden. In de gestichten zelf bevindt zich geen enkele eilandbewoner. Betreffende de jeugd kan het volgende worden opgemerkt: Het aantal schoolkinderen bedraagt ongeveer 600. Bij onderzoek trof het bleeke en ongezonde voorkomen, terwijl men den indruk kreeg, dat onder de schooljeugd bijziendheid een veel voorkomend verschijnsel is.

14 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

Het aantal zwakzinnigen kon ongeveer op 30 worden geschat, dat vrijwel overeenstemt met de opgaven van de schoolhoofden. Bij zijn bezoek trof het bedoelde Commissie-lid in een arm gezin twee idiote kinderen aan, die op zijn komst angstig onder de tafel wegkropen. Zij verkeerden ineen staat van verwaarloozing, welke aan het ontoelaatbare grensde. In een onderhoud met de moeder bleek deze niet geneigd haar kinderen ineen inrichting te laten verplegen. De algemeene ontwikkeling van de bewoners van het eiland is bescheiden te noemen. Volgens de onderwijzers is de aanleg der kinderen daar niet minder dan elders, maar de belangstelling der ouders voor de verstandelijke ontwikkeling van hun kroost is niet groot. Het alcoholgebruik op Urk is matig, het komt nog het meest voor onder de vrijgezellen op Zaterdagavond. Geslachtsziekten zijn er onbekend. Wel gaat de roep, dat homosexualiteit onder de mannelijke bevolking nog al eens wordt aangetroffen en meer dan één Urker jongeling zou in deze relaties in de hoofdstad of elders onderhouden.

Plek in de samenleving Over wat over Urk beschreven wordt is opvallend het grote verschil in aantallen ‘geestelijk defecten’, namelijk 25 volwassenen en 30 kinderen die door het Witte Kruis worden opgegeven en de 3 personen op de officiële lijst van het gemeentebestuur. Kennelijk worden mensen met een beperking geaccepteerd en vindt vrijwel iedereen zijn plekje en men heeft dus geen ‘gesticht’, zeker niet buiten het dorp, nodig. Toch laten de verhalen zien dat er ook uitdagingen waren waarbij het buurthuis een bijdrage leverde. Zo was het de familie De Boer, op Urk het ‘vorstelijk huis’ genaamd. Ze woonden in een huisje van de Hervormde kerk en hadden allemaal een verstandelijke beperking. Willem (ouwe Wi), Elisabeth (Lebe) en Aaltje (Aole) waren broer en zussen die in het huisje van hun ouders waren blijven wonen. Dit waren Klaas de Boer (1838-1914) en Marretje Pasterkamp (1838-1919). Johannes was een zoon van Lebe. Zij heeft als ongetrouwde vrouw met een verstandelijke beperking vier kinderen gekregen. Het eerste kind was zoontje Bart (1890-1929), het tweede kind heette Toon (1895-1898). Toon was drie jaar toen hij last kreeg van hevige buikkrampen. Volgens de buurvrouwen zou Haarlemmerolie moeten helpen, waarop Lebe

STICHTING URKER UITGAVEN


Cor (Buup) en Bape Kramer in hun armoedige huisje.

het kind een hele fles heeft opgevoerd. De volgende ochtend trof men het kind dood in het wiegje aan. Het derde kind was Teunis (1902-1949). Het vierde kind was Johannes (1908-1957) (Hannesien). Het verhaal gaat dat na de geboorte van het vierde kind ouderling Bos met haar in gesprek ging omdat ze het kind wilde laten dopen. Hij vroeg haar hoe dit nu kon gebeuren dat ze weer een kind had gekregen, waarop ze antwoordde: ‘Nou… kreeg eerst kwartje en toen kindje’. Bos gaf aan dat als hij dit allemaal vertelde aan de kerkenraad, het toch niet geheel zeker zou zijn of het kindje wel gedoopt kon worden. Hierop dreigde Lebe: ‘Als jij dit vertel zeg ik dat jij vader bent.’ De doop ging door en later werd bekend dat het kind verwekt zou zijn door een loodgieter uit Amsterdam die op Urk werkzaam was. In 1946 werd hun huisje in het kader van de sanering gesloopt. Onder de vloer van de kamer kwamen een tiental weckflessen tevoorschijn, gevuld met halfjes, centen, vierduitstukken en muntjes van 10 cent. De mensen bleken geen enkel besef van de waarde van geld te hebben en hadden in de loop der jaren de vele muntjes gekregen bij het nieuwjaarzeggen, letterlijk opgepot. Dit geld is gebruikt als een soort pensioenfonds voor hen in hun nieuwe omgeving. De archieven vermelden dat ze, na gereinigd te zijn in het buurthuis, geplaatst zijn in een tehuis in Ermelo en in huis Ter Heide. Regelmatig ging er een delegatie uit Urk naartoe en ze werden ook vaak naar Urk gehaald. Op Wijk 5-134 woonde Cor (Buup) Kramer

STICHTING URKER UITGAVEN

Willem en Johannes de Boer.

(1888-1970), met zijn zuster Bape (Jacobje 1883- 1980). Ze leefden in zeer primitieve omstandigheden. Het huis was niet meer dan een krotje met gammele stoelen. Ze leefden van de gaven en giften van de plaatselijke bevolking. Op vrijdag ging Cor naar de visafslag om een maaltje vis. Dat werd in de gebruikte rode zakdoek geknoopt en mee naar huis genomen. De vis werd in de gootsteen gedaan en de zakdoek ging weer in de broekzak. Het verhaal gaat dat Bape toch een keer wat wilde schoonmaken en de vitrage in een pan op het vuur had gezet. Dit stond al een paar uur te pruttelen toen Cor binnenkwam en even het deksel van de pan optilde en dacht dat er bollenbrij of koolmoes in zat. Hij pakte een lepel en begon te eten. Het proefde wel raar en was wat taai met slierten, maar een hongerig man kijkt niet zo nauw, en de pan vorderde al aardig. Toen Bape thuiskwam en in de pan keek, zei ze verbaasd: ‘oe hi… woa bin de edeenen en blieve?’ Waarop Cor net zo verbaasd antwoordde: ‘Och heden, aew ik op-e-gieten, ik doch da pap was.’

bij zich droeg: aardappels, zuurkool, boontjes, stamppot, noem maar op. Was het schaaltje vol dan keerde hij huiswaarts en werd de pot door elkaar geprakt. De samenleving zorgde niet alleen voor eten, maar ook afgedankte kleding werd verstrekt. Op de foto uit 1935 zien we rechts Johannes de Boer en links Willem de Boer (ouwe Wi). Gezien de kleding hebben ze die gehad van een paar gegoede Urkers. Op de kleren van Buup waren zoveel lappen genaaid dat het wel een lappendeken leek. De woninkjes waar deze mensen huisden waren eigendom van de Hervormde kerk. Dominee Pietersma heeft in zijn periode op Urk veel naar deze mensen omgezien. Hier huisde ook een oude vrouw die niet meer lopen kon en daardoor ook nooit buiten kwam. Ze had vergroeide kromme nagels waardoor haar handen en voeten een afschrikwekkend aanzien hadden.

De mensen met een beperking leefden vaak van het bedelen. Sommigen gingen tot aan april/mei bij de mensen aan de deur kwam om nieuwjaar te zeggen. Ze kregen dan een paar centen. Ouwe Sannie ging met zijn schaaltje langs de deuren liep om ‘kou aaa’ (koude aardappels). Iedereen bewaarde wel een prakje en het kwam allemaal in het schaaltje wat hij

Afgezien van het reinigen heeft het buurthuis geen functie gehad als het gaat om de zorg voor deze mensen. In de loop van de vorige eeuw heeft Urk eigen verzorgingstehuizen gekregen voor mensen met een beperking.

Zo waren er heel wat Urkers met een beperking die hun plek hadden op de bult.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 15


Tyfus Niet alleen tuberculose heeft een grote rol geer verontreiniging van drinkwater ontstond. Ook op speeld bij het tot stand komen van een buurthuis. Urk was er vermenging omdat het riool uitmondde Ook andere ziektes als mazelen, difterie en tyfus in het IJsselmeer. Weinig weerstand door gebrek gaven aanleiding om te komen tot verbeterde aan voedsel en uitputting zorgde zo voor ernstig gezondheidszorg. zieke mensen. Samen met een gebrek aan kennis Tijdens recent gevoerde gesprekken met bejaarde over de verpleging maakte dit tyfus tot een zeer bewoners van Urk komt de naam tyfus meerdere bedreigende ziekte. Door gebrek aan nauwkeurige malen langs. Een ziekte die in de tweede helft registratie is niet goed na te gaan hoeveel ziekte- en van de negentiende eeuw en eerste helft van de sterfgevallen er geweest zijn, maar het aantal moet twintigste eeuw vele slachtoffers maakt. Urk kwam enkele duizenden zijn geweest. Vooral aan het er groot mee in het nieuws aan het einde van de einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoeveel het er Het Parool, 8 augustus 1945. Tweede Wereldoorlog. De naam tyfus is een verop Urk geweest zijn is dan ook moeilijk na te gaan. zamelnaam voor diverse ziektebeelden met sterk Uit de verhalen krijgt men de indruk dat de ziekte verschillende oorzaak en symptomen. Hier zullen we er twee uit lichten. volop heerste. Bij de Geneeskundige Inspectie blijkt er echter maar één De parenterale tyfus of buiktyfus is een vorm die getypeerd wordt door geval geregistreerd te zijn. ernstige maagdarmklachten en die veroorzaakt wordt door met een sal- Een ander probleem dat zich voordoet is dat ‘de tyfus’ een verzamelmonellabacterie verontreinigd voedsel of drinkwater. Het is aannemenaam is voor een aantal ziektebeelden die soms weinig met elkaar te lijk dat deze vorm op Urk een grote rol kon spelen omdat de hygiënische maken hebben. En ook door totaal verschillende bacteriën veroorzaakt omstandigheden heel slecht waren voor en tijdens de oorlog. Urk werd worden. Zo kan er ook heel goed sprake geweest zijn van vlektyfus die ook pas in 1951 aangesloten op het drinkwaternetwerk. Daarvoor was de wordt veroorzaakt voor een van de vele Rickettsia micro-organismen, waterleiding aangesloten op eigen grondwaterpompen of IJsselmeereen soort tussenvorm tussen virussen en bacteriën. De verspreiding water waar ook het riool geloosd werd. Algemeen bekend zijn ook de vindt dan ook op een totaal andere manier plaats, namelijk door bloedepidemieën die aan het einde van en kort na de oorlog in Amsterdam zuigende insecten. In oorlogssituaties zijn dat voornamelijk kleerluizen. hun tol eisten. De epidemie van eind 1944 werd toegeschreven aan Van augustus 1918 tot maart 1919 zouden er op Urk 74 besmettingen van clandestien vervoerde en waarschijnlijk onvoldoende gerookte paling vlektyfus zijn geweest op een bevolking van 3.000 inwoners. De patiënuit Volendam. ten werden verpleegd in hiervoor ingerichte voorzieningen. Ontsmetten In januari 1945 kreeg een groot deel van Urk last met de darmen. Ook was de boodschap en de rigoureuze preventieve behandeling van alle elders in het land was sprake van tyfus, die te herleiden was naar repatriërende militairen, arbeiders en burgers in de vorm van ontluizing paling die uit Urk kwam. Nader onderzoek toonde aan dat deze paling heeft ongetwijfeld wel een grote rol gespeeld bij het voorkomen van waarschijnlijk te lang in het bun van IJsselmeervissers had gezeten en grote uitbraken. Het alom bekende poeder DDT werd hierbij ruimhartig daardoor ook langdurig in contact was gekomen met het sterk vervuilde gebruikt. havenwater. De bacterie zou daardoor tot in het visvlees doordringen en bij onvoldoende verhitting bij het roken zou dit de oorzaak van Op Urk heeft ook in de oorlogsjaren 1940-1945 de tyfus gewoed. de besmetting geweest zijn. Een rokerij op Urk werd gesloten omdat Op de hoogte in Wijk 5 tegenover de groentewinkel van Nanning een werknemer tyfus had. In Twente werden duizenden kilo's paling woonde een vrouw alleen (Lebe Kroet, Wijk 5 -85) die ook tyfus had. uit voorzorg vernietigd en zwembaden gesloten. Oud-voorzitter van Onwetend bracht de dominee een pastoraal bezoek, maar hij hoorde Visserijbelangen, Nentjes, zag niet Urk als besmettingsbron, maar aralleen een verschrikkelijk kreunen uit de bedstee. De dominee zag beiders die uit Duitsland waren teruggekeerd. In een ingezonden brief een hoop veren rond dwarrelen, met daartussen in een paar verin Strijdend Nederland gaf J. Baarssen aan dat de Urkers zo gezond waren wilderd starende ogen, bloeddoorlopen en tollend in het rond. Een als een vis en vroeg zich af of de paling misschien figuurlijk was besmet onbeschrijflijke stank steeg op. Het matras had ze van pijn en angst door beeldvorming. ‘Dat toch levert geen gevaar op...’ kapot gescheurd. De dokter werd gewaarschuwd en de vrouw van En in september 1946 werden tijdens een bruiloftsmaal, mogelijk door Nanning bracht twee emmers water, één met water uit de pomp en besmette haring, een aantal mensen ziek. Waarschijnlijk was een oude één met regenwater. Het paard van de dokter had ongemerkt al een dame uit het gezin van de leverancier draagster van de bacterie en emmer leeggedronken. daarmee de bron. Ook is gedacht aan eendeneieren die gebruikt waren Rond diezelfde tijd kwam er een jongen naar Urk toe, die bij een bij de bereiding van sauzen. De bekende dr. H.K. Miskotte, in de oorlog boer aan de rand van de drooggevallen polder werkte. De jongen predikant in Amsterdam en van 1945 tot 1959 hoogleraar in Leiden, werd ziek en de boer stuurde hem weg uit angst voor besmetting. De was een van de gasten. Zijn 21-jarige dochter overleed kort hierna aan stiefvader van deze jongen was een broer van groenteboer Nanning de buiktyfus-besmetting, zijn echtgenote enige tijd later, evenals de en zodoende kreeg hij hier onderdak. Nanning en zijn vrouw rolden bruidegom. Nog vier kinderen werden ernstig ziek. Prof. Miskotte zelf hem in een laken en legden hem in bed. Na een paar uur was het werd niet geïnfecteerd. laken helemaal vuil geworden en verwisseld. De vrouw van Nanning Tyfus was een zeer bedreigende ziekte die vooral de kop opstak als en twee kinderen kregen door deze jongen ook tyfus. De rest van het hygiënische omstandigheden uitermate slecht waren. Ook door de vele gezin had nergens last van. inundaties waardoor riolen en oppervlaktewater vermengd werden en Twee gevallen die lijken op heel verschillende vormen van tyfus.

16 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


die chirurgische behandeling behoeven, zouden dan per stoomboot vervoerd kunnen worden naar bijvoorbeeld het ziekenhuis in Enkhuizen.

Verbouwingen In de loop van de jaren vonden diverse verbouwingen van het buurthuis plaats. De eerste verbouwing was nodig om er, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, een distributiekantoor in onder te brengen. De opslag van distributiebonnen zorgde er wel voor dat het buurthuis diverse keren werd overvallen. Tijdens de oorlog kwamen de Duitsers vaak het magazijn inspecteren of men niet te veel spullen in voorraad had. Dat bleek nooit het geval, omdat de rest van de voorraad verstopt was in het gemeentehuis. In 1941 kwam er tijdelijk een röntgenapparaat in het buurthuis en werd de hele bevolking op tbc onderzocht door dr. Paul. Meerdere zich gezond voelende kinderen bleken toch al kleine longafwijkingen te hebben. Door vroegtijdige diagnose kon met een aanmerkelijk kortere behandeling worden volstaan.

Schoolarts Dokter Andriessen kreeg in 1941 een aanstelling tot gemeenteschoolarts. Hij was belast met het toezicht op de gezondheidstoestand van de kinderen en het hygiënisch toezicht op de schoollokalen en leermiddelen. Alle kinderen werden in het eerste leerjaar volledig onderzocht. Onderzoek vond plaats in het buurthuis, bij voorkeur in tegenwoordigheid van een van de ouders. De schoolarts stelde het hoofd van de school in kennis van de kinderen die lijden aan kwalen die voor de overige kinderen nadelig konden zijn, om ze eventueel de toegang tot de school te ontzeggen. Bijzondere aandacht was er ook voor de ‘achterlijke’ kinderen. De schoolarts hield afzonderlijke aantekeningen van hen bij en deelde zijn bevindingen met het schoolhoofd. In geval van ernstige besmettelijke ziekten kon de schoolarts een verzoek doen aan het college van Burgemeester en Wethouders om de school tijdelijk te sluiten of tot desinfectie over te gaan. Voor toezicht op de hygiëne werd de school ten minste eens in de drie maanden bezocht door de schoolarts.

STICHTING URKER UITGAVEN

In het laatste schooljaar gaf de schoolarts ook advies inzake beroepskeuze.

Uitbreiding De eerste uitbreiding van het buurthuis vond plaats in 1948. Naast het buurthuis werd een gebouw neergezet voor de plaatsing van een eigen röntgenapparaat voor doorlichting. Het onderzoek kon hier nu plaatsvinden en dit was een belangrijke verbetering van de volksgezondheid. Zuster De Wit nam in 1950 na 16 jaar afscheid als wijkverpleegster en wordt opgevolgd door opgevolgd door zuster Boersma. Zij blijft tot augustus 1959 op Urk en wordt zeer gewaardeerd. Op haar drukbezochte afscheidsreceptie kreeg ze het eerste ereburgerschap van Urk. (afbeelding 12) In 1950 sloot Urk zich aan bij de provincie Overijssel en daarmee kwam een eind aan de aansluiting bij de Noord-Hollandse vereniging Het Witte Kruis. Tijdens de jaarvergadering van april 1951 werd met algemene stemmen besloten om over te gaan naar die van Overijssel. De naam werd veranderd in Het Groene Kruis en dit werd ook op het buurthuis vermeld. Voorzitter was burgemeester G. Keijzer. De inrichting van het consultatiebureau had wel gezorgd voor een negatief resultaat over het jaar 1950 van 2.600 gulden. De badinrichting voorzag duidelijk in een behoefte. Gezien het groot aantal personen dat van de badinrichting in het buurthuis gebruikmaakte werd tijdens de jaarvergadering van het Groene Kruis

Afbeelding 12. Zuster Boersma werd benoemd tot ereburger van de gemeente Urk. Locoburgemeester Bode speldde de onderscheiding op.

Afbeelding 13. De uitbreiding van de douchegelegenheid. Alleen voor de dames was er een bad.

in 1952 voorgesteld om deze uit te breiden. De Nederlandse Bond voor Badhuizen maakte een uitbreidingsplan en de kosten werden geraamd op 50.000 gulden. Dit voorstel werd door de gemeenteraad behandeld en ze eisten eerst een nieuwe exploitatie-opzet om te kijken of het allemaal wel uit kon. Raadslid A. Hakvoort zag niet direct de noodzaak van uitbreiding van de badgelegenheid. Hij kende iemand van dichtbij die kerngezond is en 94 jaar oud is, terwijl hij niet elke week in bad zit. Hij zag de 50 mille liever besteed aan woningbouw. R. Snoek was er wel voor in het belang van het zedelijk peil. Uiteindelijk vond de gemeenteraad de uitbreiding te luxe en het bestuur kwam met een tweede plan dat voorzag in uitbreiding tot zeven douchecellen. Het zou in totaal 12.000 moeten kosten. (afbeelding 13) Vanwege de kosten kwam er uiteindelijk slechts een beperkte uitbreiding naar 6 douches plus een bad. Dat werd voor de komende 10 jaar voldoende geacht, namelijk 28 schoonmaakbeurten per uur. In 17 juli 1953 vond de bouwkundige aanbesteding plaats. H. de Wit was met 5.166 gulden de laagste inschrijver, terwijl er 4.000 gulden voor dit onderdeel was begroot. Het jaarverslag over 1952 gaf een goed

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 17


Tuberculose Tuberculose (tbc), een ziekte die zich via waterdruppels van mens op mens verspreidt, was ooit een van de grootste doodsoorzaken in veel delen van de wereld. Zonder behandeling was het krijgen ervan praktisch een doodvonnis. De ziekte was verantwoordelijk voor maar liefst een kwart van de sterfgevallen in Europa in delen van de negentiende en begin twintigstee eeuw. Aan het begin van de twintigste eeuw lieten de landelijke cijfers een dalende tendens zien, maar op Urk lagen de cijfers voor alle vormen van tuberculose nog aanmerkelijk boven het landelijke gemiddelde. De daling ging op Urk veel minder snel dan in de rest van het land. Interessant is hierbij een vergelijking met Marken die duidelijk koploper in deze problematiek was. Opmerkelijk was dat de zuigelingensterfte (0-1 jaar) op Urk niet veel hoger leek dan het landelijk gemiddelde, maar de kindersterfte (1-4 jaar) is wel veel hoger. Dit gold verder ook voor alle leeftijdsgroepen tot 50 jaar. Vanaf 50 jaar leek er een positieve wending ten goede te komen van de ouderen, en zeker van de bejaarden. De sterftecijfers onder de ouderen en hoogbejaarden weken veel minder af van de landelijke cijfers dan van de jongere generaties. Boven de 60 jaar werd de sterfte zelfs aanmerkelijk lager dan landelijk. De verklaring die dr. Paul aandroeg in zijn proefschrift ‘De tuberculose op Urk’, waarmee hij in 1942 promoveerde, was dat de Urkers een goede lichamelijke welstand bleken te hebben, maar dat de slechte hygiënische omstandigheden door onder meer zeer krappe behuizing een uitermate ziekmakende invloed hadden. Dit bleek onder meer uit de sterfte aan tuberculose die veel hoger was dan landelijk en veel minder snel daalde in de loop van de jaren 1900 tot 1940. Alleen Marken deed het nog slechter. De kleine behuizing met soms veel mensen in een eenkamerwoning en met velen in de bedstee was, achteraf gezien natuurlijk, een optimale conditie voor verspreiding van een ziekte geweest die vooral via de uitademingslucht door hoesten wordt verspreid. Deze verspreiding treedt echter pas op als er sprake is van zogenaamde “open tb”. Dat wil zeggen dat er een infectieus proces in de longen is dat in open verbinding staat met de uitademingslucht. De zogenaamde open cavernes. Zo konden de tuberkelbacillen door het hoesten van besmette personen door inademen van de bedompte kamer- of bedsteelucht gezonde huisgenoten besmetten. Het kan lange tijd duren voordat iemand die besmet is open tbc ontwikkelt. In de beginperiode en ook daarna nog kan deze persoon weinig klachten vertonen voordat hij of zij open tbc heeft en infectiebron wordt. Er gaat dus een hele periode van besmet zijn vooraf aan besmettelijk worden. En omdat de ziekte, naar de toen geldende maatstaven, goed te behandelen was in de beginfase, werd sterk ingezet op het vroeg ontdekken van de besmette, maar nog symptoomloze, patiënten. Hiervoor waren verschillende onderzoekmethodes beschikbaar. Ook bij deze ziekte gold natuurlijk dat voorkomen beter is dan genezen. Zeker toen er nog geen medicijnen voorhanden waren. Daarom werd sterk ingezet op verbeteren van de behuizing. Grotere huizen, beter geventileerd, minder mensen in een woning, een ledikant in plaats van een bedompte bedstee waarin het niet mocht

tochten etc. Op Urk liep dat achter bij de landelijke ontwikkelingen door gebrek aan van alles. Ook de ruim ontwikkelde gezelligheidsdrang van de Urkers, gepaard met de nodige levendigheid in het onderlinge verkeer, bleken toch wel belangrijke factoren te zijn bij de verspreiding van de ziekte. “Bovendien”, zo schrijft Chr. Plomp in ‘Sociografie van een eilandbevolking’, een uitgave uit 1940, “reageert men pas onder invloed van sterke prikkels.” Ook dit is geen gunstige eigenschap om je te bekommeren om een eventuele dreiging die zou kunnen uitgaan van een mede-eilandbewoner of medebemanningslid of zelfs huisgenoot die mogelijk aan tbc lijdt maar daar geen enkele klacht van heeft. Op het gebied van het tijdig opsporen van de dragers van de tbc-infectie moest dus ook nog wel het een en ander aan strijd geleverd worden. De bekende kruisjes (tuberculine-reactie volgens Pirquet) of later de Mantoux test (tuberculine per injectie onder de huid) waren als eerste aangewezen om mensen te screenen of zij in contact geweest waren met besmettelijke tbc-lijders. Was de reactie positief dan werd verder onderzoek geadviseerd door middel van röntgenonderzoek (röntgendoorlichting en zo nodig een röntgenfoto) om actieve tbc uit te sluiten of te bevestigen. In het proefschrift van Paul wordt beschreven dat ‘De stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegd Zuiderzeepolders”’onder leiding van prof. Ter Veen alle inwoners van Urk uitgenodigd zijn om deel te nemen aan dit onderzoek dat plaats vond van juli tot september 1941. Het aantal inwoners bedroeg toen 3.996. Het aantal onderzochte personen bedroeg 2.666 of te wel 67% van de bevolking. Dat wil zeggen dat 33% zich niet heeft laten onderzoeken. Interessant is dat meer vrouwen dan mannen (74% ten opzichte van 60%) zich lieten onderzoeken. De deelname was hoog (98%) onder de schoolgaande jeugd (6-15 jaar). Dit is te verklaren uit het feit dat ze per schoolklas onder leiding van de onderwijzer kwamen. Peuters en kleuters (1-5 jaar) deden voor ongeveer 2/3 mee, evenals de groep 16-30 jaar, maar daarna nam het enthousiasme snel af. In dit verband werd het begrip “tuberculosis inappercepta” gebruikt. Dat wil zo veel zeggen als ‘wel tuberculose kunnen hebben maar het niet opgemerkt willen zien’. Het werd als onmogelijk gehouden een longafwijking te hebben zonder zich ziek te voelen. De vraag werd dan ook gesteld: “Waarom wordt dit onderzoek juist op Urk gedaan? Wat zit hier achter?” Dat onder hoogbejaarden de deelname onder mannen hoger was dan onder vrouwen werd verklaard uit het feit dat een aantal mannen die door de huisarts onderzocht waren een actief tuberculeus longproces bleken te hebben. “Kennelijk was het toch mogelijk ziek te zijn zonder zich ziek te voelen.” Naast de tuberculine test werd ook iedereen doorgelicht met röntgenstralen. Als er iets verdachts werd gevonden volgde een röntgenfoto. Zo werd een waarschijnlijksheidsdiagnose gesteld. Maar hiermee was de activiteit van de aandoening nog niet vastgesteld. Daarvoor moest iedere persoon met een of meerdere positieve uitslagen afzonderlijk beoordeeld worden met behulp van alle beschikbare hulpmiddelen zoals de algemene toestand, temperatuur meten, bloedonderzoek, sputum onderzoek. Maar soms was er niet te ontkomen aan herhaalde röntgenonderzoeken of kon er tijdens

18 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


Afspraakkaart voor de jaarlijkse controle op tbc.

het verdere beloop pas bewezen worden dat er sprake was van open tbc. Om een indruk te geven van de impact die tbc had de volgende cijfers uit het Jaarverslag 1935 van het Witte kruis, afd. Urk te lezen in De Urker Courant van 9 april 1936: 327 verpleegartikelen uitgeleend voor tbc; 473 bezoeken gebracht; 27 gezinnen stonden onder toezicht; 27 personen werden elders opgenomen (25 in Hoorn, 2 in een sanatorium). Om een beeld te schetsen van de resultaten van het onderzoek in 1941 hierbij de volgende tabel: Van de 2.666 onderzochte personen hadden: 2.188 geen afwijkingen (82%), 341 inactieve afwijkingen (12.8%), 32 dubieus actieve afwijkingen (1.2%), 53 niet tubereuze afwijkingen (2%), 52 actieve afwijkingen (1.9%). Van deze 52 personen hadden 15 personen open tbc en waren dus besmettelijk. Al met al een zeer beperkt aantal mensen maar met grote gevolgen voor de andere eilandbewoners. Toch bleek uit vele andere vergelijkbare onderzoeken die elders in Nederland of verder in de wereld waren verricht dat er lang niet altijd een duidelijke relatie was tussen de gevonden resultaten en de ernst van ziekte. Zo blijkt de verminderde weerstand ten gevolge van slechte omstandigheden (bijv. oorlog, armoede, honger) of een onderliggende andere ziekte van grote invloed te zijn. Anderzijds zijn er bevindingen die laten zien dat veel actieve processen spontaan kunnen worden ingekapseld en verder niet tot ziekte leiden. Maar soms in een veel later stadium weer actief en besmettelijk worden. Wel zal de tuberculinetest altijd positief blijven. Al met al kun je constateren dat tbc een ingewikkeld ziektebeeld is met vele facetten. Het verloop van de tbc-epidemie op Urk is extra moeilijk te beoordelen omdat een relatief groot aantal niet aan het onderzoek heeft deelgenomen. Toch kan gesteld worden dat de sterfte aan tuberculose hoog was. In de periode 1901 tot 1940 stierven in totaal op Urk 178 personen aan de gevolgen van tbc Meer dan de helft behoorde tot de leeftijdscategorie 16-30 jaar. Dit past bij de bevinding dat van de gevonden actieve longprocessen meer dan 1/3 uit deze leeftijdsgroep kwam. Het ligt dan ook voor de hand te veronderstellen dat ook in de latere jaren vanaf 1940 deze leeftijdsgroep van jongvolwassenen relatief vaak de diagnose tbc heeft kregen met behandeling, meestal in een sanatorium aan de wal, als gevolg. Dankzij verbeterde leefomstandigheden, betere voeding en antibiotica is tbc ook op Urk in de loop van de twintigste eeuw sterk teruggedrongen.

STICHTING URKER UITGAVEN

beeld van alle werkzaamheden die vanuit het buurthuis plaatsvinden. Door de afdeling Wijkverpleging werden 2.255 bezoeken afgelegd, door de Tuberculosebestrijding 788 bezoeken en voor de Kinderverzorging 275 bezoeken. Het magazijn verkeerde in goede staat en ook de magazijnmeester mocht het gehele jaar zijn werk doen. In totaal werden 360 stuks goederen afgegeven, terwijl verschillende goederen werden aangeschaft en vernieuwd. Het consultatiebureau voor tuberculosebestrijding werd bezocht door 508 personen, terwijl twee nieuwe gezinnen werden ingeschreven. Op 31 december 1952 stonden 76 gezinnen onder toezicht met 99 patiënten. Twaalf patiënten werden in sanatoria verpleegd. In de kosten werd bijgedragen door Het Goede Doel, diaconiën, familie en gemeente. Het consultatiebureau voor zuigelingen hield 36 zittingen met 530 consulten. De hoogtezon werd 126 maal gebruikt, terwijl de badinrichting werd bezocht door 2.987 personen. In de jaarvergadering werd nog eens het goede werk van de dameskrans genoemd. In 1951 werd 1.750 gulden ontvangen en in 1952 een bedrag van 1.700 gulden. Daarnaast ook nog materiële zaken als een verbandtrommel, ondersteken, borstpompen, windringen en schuimrubber bedden. Alles met een totale waarde van 700 gulden. De vergadering sloot af met een oproep aan de leden om tijdig de contributie te betalen. “Er zijn zelfs leden die dit helemaal niet doen. Dit kan natuurlijk niet. Het bestuur heeft dan ook besloten om aan hen geen goederen meer uit te geven en hulp te verlenen. Wie geen contributie betaald zal, indien hij hulp wenst, minstens drie jaar moeten betalen.” De bestrijding van tuberculose was nog steeds de belangrijkste taak. In 1950 werd in Overijssel op grote schaal gestart met bevolkingsonderzoek door Bureau Bevolkingsonderzoek. Het buurthuis was de plek waar alle Urkers boven de 15 jaar werden verwacht. Handen in de zij, diep ademhalen en dan werd een foto van de borstholte gemaakt. Bij het onderzoek kwam niet alleen tuberculose aan het licht, maar ook afwijkingen van andere aard die daardoor ook vroegtijdig behandeld konden worden. Kleren

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 19


mocht je gewoon aanhouden, waardoor dertig personen per kwartier onderzocht konden worden. In Het Urkerland van 17 juli 1953 stond vermeld: “Intussen hebben zich verschillende dames en heren disponibel gesteld om de ingezetenen te bezoeken en op te wekken tot deelneming. De kosten zijn gering en aan zulk een belangrijk onderzoek zal zeker ieder zich onderwerpen. Trouwens, wil het effectief zijn, dan zal de ganse Gemeente moeten meedoen. Waar de tbc hier op Urk verscheidenen in zijn greep heeft, zal, om deze met kracht te bestrijden, dit onderzoek nodig zijn. Het advies is: om uzelf en uw naaste, werkt allen mede en we helpen mede in dit opzicht Urk gezond te maken.” Een belangrijke functie van het buurthuis kwam te vervallen met de bouw van een nieuwe huishoudschool, die in 1956 werd geopend. Hierdoor werden de praktische vakken niet meer in het buurthuis gegeven. (afbeelding 14a en b)

Afbeelding 14a en b. Klassen van de huishoudschool in het buurthuis, onder in kookkostuum voor de praktijklessen.

De rol van de kruisverenigingen was landelijk, maar ook op Urk, groot als het ging om gezondheidszorg. De overheid bemoeide zich na de Tweede Wereldoorlog wel meer met de volksgezondheid, maar de uitvoering kwam bij de kruisverenigingen te liggen. Bekostiging bleef buiten het Ziekenfonds en kruisverenigingen moesten zelf voor financiering zorgen. De Gezondheidswet van 1956 zorgde voor extra taken, waarbij overheid en verenigingen (particulier initiatief) moesten samenwerken in de Centrale Raad voor de Gezondheid. Subsidies werden gekoppeld aan voorwaarden waarop zorg moest worden verleend.

Rode Kruis In oorlogstijd was er op Urk ook een afdeling van het ‘Roode Kruis’ die nuttig werk deed met het verlenen van onderdak en voedselverstrekking aan mensen die via Urk op doortocht waren naar gebieden waar nog wel levensmiddelen verkrijgbaar waren. Na de oorlog viel deze vereniging weer uiteen en op initiatief van burgemeester Keijzer werd er op 2 maart 1951 een vergadering belegd in gebouw ‘Irene’ om een nieuwe afdeling van het Rode Kruis op te richten. Mejuffrouw Vaders gaf hier uitleg over het werk van het Rode Kruis en er werden meerdere Rode Kruisfilms vertoond. Het kwam die avond tot de oprichting van een nieuwe

Urker afdeling van het Rode Kruis. Zij hielden zich bezig met het opleiden van E.H.B.O.-ers in het kader van de burgerlijke bescherming. De gemeenteraad verleende ze jaarlijks een subsidie van maximaal 300 gulden. In 1953 werden de eerste gediplomeerde E.H.B.O.-ers afgeleverd. (afbeelding 15) Het Rode Kruis begon op Urk maar klein, maar in 1959 werd een grote ledenwerfactie gehouden. Er stonden op dat moment 220 leden ingeschreven, maar na een actie kon dit aantal met ruim vierhonderd vermeerderd worden. In februari 1957 stonden 650 namen ingeschreven

20 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

als lid. Het bestuur was nog niet tevreden en wilde de actie doorzetten met als doel om iedereen boven de 19 jaar lid te maken. Dit naar het voorbeeld van Zeeland waar mensen het goede werk van het Rode Kruis van dichtbij hadden kunnen meemaken na de ramp van 1953, waarbij grote delen van Zeeland overstroomden na een zware storm. Het Rode Kruis zette zich ook in voor beter ziekenvervoer. In 1934 had Draagt Elkanders Lasten al een brancard in bruikleen gegeven aan Het Witte Kruis. Zieken werden dan met een karretje op hoge wielen naar de haven vervoerd om

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 15. Het Rode Kruis leverde in 1953 de eerste Urker cursisten af met een E.H.B.O.-diploma.

per schip naar een ziekenhuis te worden gebracht. (afbeelding 16) Mede door de trage aanleg van wegen in de nieuwe polder kon er pas vanaf 1949 vanuit het Kamper ziekenhuis een ziekenwagen naar Urk worden gestuurd. Gezien de toestand van de wegen destijds, was zo’n tocht echter niet erg comfortabel. Van aanrijtijden en snel ziekenvervoer wist men toen nog niet. Na een ongeval of bij een acuut ziektegeval moest soms uren gewacht worden voordat er een ziekenwagen verscheen. Vanuit de bevolking en zeker ook vanuit de huisartsen werd de wens geuit om een ziekenwagen op Urk te krijgen. In 1957 werd door een commissie uit de bevolking een inzameling gehouden. Nadat de gemeente Urk had verklaard voor de helft van de kosten van het ziekenvervoer garant te staan en aangeboden had om hun chauffeurs gratis te laten meedraaien in de ploeg ambulancechauffeurs, kon tot de aanschaf van een ziekenwagen worden overgegaan. Het werd een Ford Taunus met daarin twee brancards. De plaatselijke afdeling van het Rode Kruis exploiteerde de ziekenauto, die 12.000 gulden moest kosten. Eind september arriveerde de auto bij garage Hoekman. Ds. Groeneveld, voorzitter van het comité, droeg de wagen over aan dokter Rebel als voorzitter van Het Rode Kruis. Het volledige bedrag was nog niet behaald, dus er moest nog het

STICHTING URKER UITGAVEN

nodige geld binnenkomen. Er waren nu meer gediplomeerde helpers nodig en er werd een EHBO-spoedcursus gegeven. Aanmelden kon bij de secretaris van het Rode Kruis en bij de huisartsen Bregman en Rebel. Vanwege het ontbreken van een garage werd de ambulance eerst gestald in de brandweerkazerne aan de Klifweg en later nog op diverse andere plekken in het dorp. Met de komst van de ambulance op Urk moest er ook een meldingspost komen. In de eerste jaren van het bestaan werden de chauffeur en de helpster per fiets gewaarschuwd. Later bezat iedere medewerker telefoon en nog later een mobilofoon. Van 1957 tot 1989 was de meldingspost bij de familie J. Mars (de drogisterij) ingericht. Zij zorgden voor de snelle inzet van de ambulance. Om ook jonggeborenen goed te kunnen helpen wanneer dit nodig was, schafte Het Groene Kruis, op advies van dokter Rebel, later nog een reiscouveuse aan, die zowel in huis als tijdens het vervoer per auto kon worden gebruikt. De Groene-Kruisafdeling op Urk was toen de enige in ons land die over zo’n apparaat beschikte.

Meer zorg De zorgverlening vanuit het buurthuis nam in de loop der jaren alleen maar toe. Zo kwam in 1953 tandarts Olsman naar Urk. Tot die tijd moest men voor tandartstenzorg van Urk af en alleen voor het

trekken van tanden of kiezen kon men terecht bij dokter Vonk. De zorg voor het gebit had op Urk blijkbaar nog niet zoveel aandacht, want Olsman zat maar twee uur per week op Urk. (zie kader tandartsenzorg) Onder leiding van de voorzitter van Het Groene Kruis, burgemeester Keijzer, werd in 1956 een vergadering gehouden om te komen tot de oprichting van een stichting voor gezinszorg. Aanwezig waren vertegenwoordigers van diaconieën, vrouwenverenigingen, Chr. Besturenbond en het gehele bestuur van Het Groene Kruis. Na met name de financiële gevolgen te hebben besproken, werd besloten om een bestuur te vormen die dit initiatief verder vorm moest geven. In 1957 werd het vijftigjarig jubileum gevierd van de Urker afdeling van Het Witte Kruis (inmiddels Groene Kruis). Onder voorzitterschap van ds. Groeneveld hield de Urker afdeling van Het Groene Kruis haar jaarvergadering. Er werd vastgesteld dat de werkzaamheden alleen maar toenamen. Er werd ernstig nagedacht over de aanstelling van een tweede wijkverpleegster naast zuster Boersma. Het jaar eindigde met een batig saldo van 1.700 gulden. In februari 1957 werd voor de eerste keer het door Het Groene Kruis ingestelde Kleuterbureau gehouden, dat geleid werd door de artsen Heidinga en Rebel. Voor de eerste zitting waren zestien

Afbeelding 16. De brancard met de hoge wielen werd tentoongesteld in het gemeentehuis.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 21


Bazar voor de tbc-bestrijding Een belangrijke financier van de tbc-bestrijding was de jaarlijkse bazar die gehouden werd door vereniging ‘Het Goede Doel’. Initiatiefnemer was Jacoba Brouwer, die zelf leed aan tbc. Vanaf haar vijftiende jaar was ze meer dan tien jaar ziek. Met haar laatste krachten spande ze zich nog in om geld in te zamelen voor de bestrijding van deze ziekte. Ze kwam met het idee om een bazar te organiseren, die in 1930 voor de eerste keer werd gehouden. Jacoba was toen zelf al overleden, maar haar vriendinnen hadden dit verder opgepakt. Het werd een groot succes en de bazar, die rond Pinksteren werd gehouden, was jarenlang een belangrijke bron van inkomsten. Er werden niet alleen handwerken verkocht, maar ook kunstwerken van snijwerk. Ook de lokale middenstand stelde gratis goederen beschikbaar voor de verkoop. Een groep van zo’n twintig vrouwen kwam wekelijks op donderdagavond bijeen in de consistorie van de Bethelkerk. Aanvankelijk zonder bestuur, maar daarna werd het een echte vereniging met een bestuur. Samen druk bezig met haken, breien en naaien voor de jaarlijkse bazar. Daar bleef het niet bij, want elke langdurig zieke patiënt kreeg tweemaal per jaar een pakje. Er werd hulp verleend als Urkers naar een sanatorium

Jacoba Brouwer was initiatiefnemer van Het Goede Doel.

moesten en elk jaar werden deze ook bezocht. De gerookte paling voor patiënten en personeel opende alle deuren. Deze paling werd door lokale vissers gratis beschikbaar gesteld. In 1960 werd het dertig jarig bestaan gevierd met een uitje met de bus, dat betaald werd door het damesblad Libelle. In die dertig jaar was al een ton bijeen gebreid en genaaid om de tuberculose te bestrijden. In latere jaren werden de opbrengsten van de bazar beschikbaar gesteld aan andere goede doelen.

22 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


kleuters opgeroepen, waarvan er elf verschenen. Van twee was bericht van verhindering wegens ziekte en drie waren niet verschenen. Deze drie werden niet meer opgeroepen, omdat uit het niet verschijnen bleek dat ze geen belangstelling hadden. De opening van het Kleuterbureau werd een succes genoemd voor wijkverpleegster Boersma, die hier lang voor had geijverd. De opening werd bijgewoond door de voorzitter van Het Groene Kruis, ds. Groeneveld en de administrateur L. Kamper en de districtsverpleegster Dirkse. (afbeelding 17)

Woonomstandigheden De woningnood hield op Urk lang aan. In een brief aan het ministerie schreef burgemeester Keijzer al in 1947 dat er voor duizend gezinnen slechts 725 woningen beschikbaar waren, inclusief noodwoningen. Hier moesten er ook nog 135 van verdwijnen vanwege het in 1943 aangenomen saneringsplan voor de gemeente Urk dat een einde moest maken aan de

STICHTING URKER UITGAVEN

wanorde die in de loop der jaren was ontstaan. Urk was een wirwar van straten en steegjes waarin iedere logica ontbrak. Van die sanering kwam weinig terecht, omdat het Urk ontbrak aan voldoende bouwgrond om nieuwe woningen te bouwen. In september 1954 bracht het Urker college de penibele financiële situatie van de gemeente onder de aandacht van de minister-president. Er werd vervolgens een brede overheidscommissie in het leven geroepen die inzichtelijk maakte met welke problemen Urk

geconfronteerd was geworden door de uitvoering van de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee. De brede commissie deed grondig onderzoek en eind 1957 werd het eindrapport gepresenteerd. Hierin werd aangedrongen op hulp van het Rijk. Bovendien gaf de commissie aan dat het redelijk was geweest als de gemeente Urk financiële bijstand had gekregen. Er werd een saneringsplan opgesteld en de Noordoostpolder moest gebied

Moedercursus Moedercursus onder leiding van zuster Boersma in het wijkgebouw van Het Groene Kruis. Van links naar rechts: Jannetje de Boer-Koffeman, Jannie v.d. Berg-Kroon, Alie Kramer-v.d.Berg, Sijtje de Boer-Wakker, Aafje Brouwer-Ras Anna Koffeman-Romkes, Zuster Boersma, Jannetje Romkes-de Boer 2e rij: Marretje Koffeman-Romkes, Sijtje (Loes) Buter-Wakker, Elisabeth Nentjes-Koffeman, Hendrikje Koffeman-Korf. Zittend: Willie Korf, rechts Annegina Bakker-v.d.Berg.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 23


afstaan om die sanering te kunnen uitvoeren. Ook kwamen er stimuleringsmaatregelen om werkgelegenheid naar Urk te halen. Het oude Urk was toen nog steeds het dichtst bebouwde en meest intensief bewoonde stukje Nederland. Per hectare telde Urk 100 woningen, terwijl 40 à 45 normaal was. Een wirwar zonder plan en zonder rooilijn waar het vaak onhygiënisch was. In 212 gevallen ontbrak een behoorlijk sanitair, wat tyfus in de hand werkte. Er heerste ruim twee keer meer tbc dan gemiddeld in Nederland. De jungle aan huisjes maakte verkeer onmogelijk en auto’s mochten dan ook niet verder rijden dan het parkeerterrein bij de ingang van het dorp. De woonomstandigheden schreeuwden om verbetering. Een door de gemeente Urk gemaakt fotoboek gaf een beeld van de situaties waarin geleefd werd. Vijfentachtig huisjes werden onbewoonbaar verklaard en voorzien van het bijbehorende witte bordje waarop dit kenbaar werd gemaakt. (afbeelding 18 en 19)

Strijd tegen tbc In de jaren zestig was de strijd tegen tbc nog niet gewonnen. In 1960 vond er weer een bevolkingsonderzoek met doorlichting plaats. De nodige Urkers vertrokken vervolgens naar sanatorium ‘Sonnevanck’ om van een opgelopen tuberculose te genezen. Helaas was de opkomst bijzonder slecht. Daarom werd in 1963 weer een massa-doorlichting ge-

Afbeelding 17. De dames van Het Goede Doel met ds. Groeneveld (voorzitter van het Groene Kruis) en zuster Boersma bij de opening van het nieuwe magazijn van het ‘Buurthuis’.

organiseerd. De plaatselijke huisartsen drongen sterk aan op de medewerking van iedereen. Ook de predikanten van alle gezindten zetten hun naam onder de oproep. Alleen op die manier was het mogelijk om een eind te maken aan de

zo gevreesde tbc. (afbeelding 20) In 1963 nam Het Groene Kruis het gebouw voor een symbolisch bedrag over van de gemeente en was daarmee eigenaar. De badgelegenheid ging enkele weken dicht voor een grondige aanpak. De steun van de bevolking bleef groot. Wekelijks stelden diverse schippers de opbrengst van bijvangsten, met name kreeft, beschikbaar voor Het Groene Kruis. Ook de IJsselmeervissers droegen hun steentje bij. Voor een bezoek van de dames van Het Goede Doel werd gratis 120 pond paling gegeven om te worden gerookt. (afbeelding 21)

Gezondheidsperikelen

Afbeelding 18. Vijfentachting woningen werden eind jaren vijftig onbewoonbaar verklaard en moesten ontruimd worden.

24 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

Een artikel in Het Urkerland van 8 maart 1963 deed een beroep op de verantwoordelijkheid van de Urker bevolking onder het kopje ‘Gezondheidsperikelen’. De aanleiding was volgens de aanhef dat er de laatste tijd weer tbc-patiënten naar Sonnevanck moesten om te kuren. “Niet alleen onze plaatselijke doktoren, maar de gehele medische wetenschap, doen hun uiterste best om deze ziekte zo beperkt mogelijk

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 19. Het rapport van de inspecteur van Volkshuisvesting. De door hem genoemde gebreken zouden wegens de ouderdom en de vervallen en verwaarloosde toestand niet zonder onevenredig hoge kosten hersteld kunnen worden. Op grond van artikel 25 van de Woningwet werd de woning door de gemeenteraad van Urk onbewoonbaar verklaard. Binnen zes maanden moest de woning dan ontruimd zijn, maar vaak werd die termijn verlengd omdat er geen vervangende woning was.

STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 25


Water op Urk De watervoorziening was op Urk lang een probleem. Regenwater werd in de bak opgevangen en daarnaast waren er welputten. Groenteboer Nanning bezat een hele grote regenbak, en achter de schuur van Hagedoorn zat een welput van 7 meter diep waar altijd water in stond. Dit kon in de emmers gepompt worden (zie afbeelding). Dit was bruinig van kleur en had een vieze smaak. Dokter Vonk kwam eens bij een gezin van 10 kinderen waar de moeder aan bloedarmoede leed. De dokter liet een van de kinderen een zak met roestige spijkers ophalen bij Tijmen van Zwager en wierp die in de regenwaterbak met de belofte dat de bloedarmoede nu langzaamaan wel zou overgaan. Een van de geïnterviewden vertelde dat als hij bij zijn opoe een glas water kreeg er wel eens rode beestjes in rondzwommen. Opoe zei dan steevast: gewoon lekker opdrinken, het is allemaal gratis vlees. Het gebruik van IJsselmeerwater (zie krantenartikel) was een nieuwe watervoorziening. Men poogde dit wel te zuiveren, maar de riolering van Wijk 7 en 8 kwam daar ook uit. Daar vormde zich langzamerhand een grote plas, omzoomd met riet. De Urker jeugd speelde daar, maakte vlotten en ging vissen. Dat dit niet zonder gevolgen was, bleek wel toen een van de jongens moest keuren voor militaire dienst en hem gevraagd werd of hij ooit tyfus had gehad. De jongen wist zeker van niet, maar zijn bloed wees uit dat er nog sporen van tyfys aanwezig waren. Door besmet rioolwater had hij ongemerkt toch tyfus gehad. Vrijdag 10 maart 1950 was het zover: burgemeester Keijzer kon met het opendraaien van de brandkraan de waterleiding in gebruik nemen. De N.V. Waterleidingmaatschappij Overijssel had een leiding gelegd vanaf de toen nog te bouwen watertoren in Emmeloord naar Urk. De plechtigheid geschiedde in tegenwoordigheid van tal van autoriteiten, onder meer de gehele raad van Urk, het college van B. en W., de plaatselijke huisartsen, de inspecteur van de Volksgezondheid en de gehele directie van de waterleidingmaatschappij. Voor Urk was de aansluiting een hele vooruitgang, omdat er in de zomermaanden vaak een ernstig watertekort was. Er zouden 900 woningen op het netwerk worden aangesloten. De waterdruk was overigens niet groot, want Urk lag toch net te hoog ten opzichte van de laaggelegen polder.

Met het opendraaien van de brandkraan werd Urk aangesloten op het waterleidingnet.

26 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 29-10-1937

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 20. De oproep in Het Urkerland werd gesteund door de doktoren en predikanten van Urk.

Afbeelding 21. De bezoeken van Het Goede Doel werden bijzonder gewaardeerd.

STICHTING URKER UITGAVEN

te houden. Ook Urk heeft zijn doorlichtingsapparatuur en veel wordt er gebruik van gemaakt, hoewel er ook nog wel enkelen verstek laten gaan. Dit is vanzelfsprekend af te keuren, ook al met het gebod voor ogen: ,,Uw naaste als Uzelven.” U weet niet vooruit of het nodig, ja, noodzakelijk is, dat U doorgelicht wordt. Het kost U niets, pijn doet het niet, en een aparte reis hoeft U er niet voor te maken. Waarom dan weggebleven? Of is er misschien in Uw binnenste ’n angst van: stel je voor dat ik wél wat mankeer en dat ik rust moet houden. En nu maar groots het hoofd in de nek van: mij mankeert niets en dat doorlichten is maar flauwekul. En zo het gevaar meedragen, dat U wél iets scheelt en gij, zonder dat U het weet, een gevaar bent voor de naaste. Over dit gevaar zouden wij verder kunnen schrijven, want het laat ons niet los, dat op hygiënisch gebied op onze plaats nog wel iets te doen is. Loopt men ’s morgens, voordat de vuilniswagen langskomt, door onze straten, dan vraagt men zich af of dit niet anders kan. Een nieuwe vuilniswagen, en alle inwoners een vuilnisemmer met deksel, en wij zijn

weer een stap in de goede richting. Niemand kan hier bezwaar tegen hebben, wanneer men ziet hoe kinderen, katten en honden de vuilnisemmers niet ongemoeid laten, en dit alles kan zeker een besmettingsgevaar inhouden.”

Afgekeurd In 1966 bleek Urks buurthuis niet meer aan de eisen des tijds te voldoen. De instanties van Volksgezondheid hadden het gebouw in zijn geheel – behalve de woning – afgekeurd. Er moest wat gebeuren. Niet alleen op het gebied van gezondheidszorg, want Urk telde inmiddels 7.200 inwoners en was op allerlei terreinen fors gegroeid. Het wilde ook een grotere haven, een nieuwe visafslag, een nieuwe begraafplaats, een zwembad, een werkplek voor minder validen en een nieuwe dorpsingang. Bovendien moest er iets gedaan worden aan de op elkaar gepropte bewoning in het oude dorp. Er moest sanering plaatsvinden om de hygiënische omstandigheden te verbeteren. In zijn nieuwjaarstoespraak begin 1967

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 27


In Wijk 7 werden de eerste woningen standaard met douche gebouwd.

Hygiëne werd belangrijker In de loop van de negentiende eeuw ging men steeds meer het belang van hygiëne en regelmatige lichaamsreiniging voor de volksgezondheid inzien. Maar adequate sanitaire voorzieningen ontbraken nog in de meeste huizen, laat staan dat men over badkamers beschikte. De komst van het buurthuis/badhuis was voor veel mensen dan ook een uitkomst omdat ze nu tegen een geringe vergoeding iedere week onder de douche (10 cent) of in het bad (25 cent) konden. Vaak koos een gezin voor het bad, want daar kon iedereen om de beurt in. Dat was goedkoper dan voor elk een douchebeurt. Het badhuis was op vrijdag en zaterdag open en er ontstond een soort chronologische volgorde van baders. Zaterdagmiddag kwam eerst een gedeelte van het personeel van Metz, daarna personeel van machinefabriek Hoekman, als een van de laatsten kwam Jan Kramer (de Paddenstoel) want deze rook sterk naar gerookte vis. Als laatsten kwamen dan Jan en Marretje Bos aangewandeld voor een schoonmaakbeurt, daarna werd het badhuis gesloten en schoongemaakt door vier jonge dames, die als beloning dan zelf ook konden douchen. De eerste woningen die op Urk standaard met een douche werden gebouwd waren Wijk 7 en 8. Al zat daar gewoon een houten vloer in, waardoor deze door de meesten als opberghok werd gebruikt. De beschikbaarheid van warm stromend water gaf de meesten gelegenheid tot een schoonmaakbeurt in de ‘baolem’ (teil). Eind zestiger jaren had bijna iedereen wel een eigen douche of badkamer en werd er vrijwel geen gebruik meer gemaakt van de badgelegenheid in het buurthuis. In 1968 werd de badgelegenheid gesloten.

28 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

verweet burgemeester Bossenbroek dat de overheid veel beloofde, maar dat Urk al vier jaar wachtte op een uitspraak van de ministerraad om Urk aan te wijzen als een gebied voor bijzondere bemoeienis. Bossenbroek zocht ook de landelijke publiciteit en in het Nieuwsblad van het Noorden van 25 februari 1967 werd als voorbeeld de gebrekkige accommodatie voor gezondheidszorg genoemd. “… de gezondheidszorg moet er nu bedreven worden in een afgedankte, vertimmerde huishoudschool. Er zijn daar geen spoel- en schoonmaakruimten, er is maar één magazijn, er is geen stalling voor kinderwagens, en er is – een enorme medische blunder – een open verbinding tussen het kleuter- en het tbc-bureau. De specialisten (een longarts, een tandarts, een kinderarts, een masseur) hebben geen eigen werkruimten. Het Urker Rode Kruis heeft geen oefenlokalen, geen bergruimten, geen garage voor de ambulance. Er bestaat een plan voor nieuwbouw. De burgemeester: ,,We hebben een modern uitgerust medisch centrum hard nodig om de gezondheid van de bevolking te bevorderen en om onze export veilig te stellen. Bij een ziekte-explosie, ik denk bijvoorbeeld aan paratyphus, komt de Urker export onherroepelijk stil te liggen. Dat betekent een totale verlamming van ons economisch leven. En de moeders hebben er recht op dat het kinderrijke Urk een goed uitgerust zuigelingen- en kleuterbureau heeft. Het moet er gauw van komen, want anders gaan de moeders met tweehonderd kinderwagens demonstreren op het Binnenhof…”

Verbouwing We weten niet of dit dreigement doorslaggevend is geweest, maar overheidsinstanties waren genegen om te financieel te helpen, maar er moest wel eerst door de burgerij een flink bedrag bijeen gebracht worden. Op een gezamenlijke ledenvergadering van Het Groene Kruis en het Rode Kruis werd in februari met algemene stemmen besloten om een medisch centrum te stichten. Het bestaande wijkgebouw moest zodanig verbouwd worden dat het nog beter gebruikt kon worden voor de gezondheidszorg. Het moest een volwaardig zuigelingen- en kleuterbureau worden. Ook konden er na de verbouwing meer specialisten aangetrokken worden om in het medisch centrum spreekuur te houden. Het gedeelte

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 22. De vestiging van een pedicure in het Medisch Centrum.

voor de tuberculosebestrijding werd aanmerkelijk verbeterd, mede door het plaatsen van een nieuw, modern doorlichtingsapparaat. In het nieuwe gebouw was tevens plaats zijn voor de activiteiten van het Rode Kruis. Ruimte voor berging van materialen en een leslokaal. Verder kwam er een garage voor de ambulance. De totale kosten werden geraamd op 200.000 gulden. Om de exploitatie mogelijk te maken, moest er eerst een flink grondkapitaal bijeen gebracht worden. Staande de vergadering werden daarom ook een groot aantal collectanten aangewezen, die huis aan huis zouden aankloppen voor een bijdrage voor dit doel. En de Urker gemeenschap gaf weer gul. De bevolking had hiervoor ruim veertigduizend gulden bijeengebracht. De opening van het Medisch Centrum vond plaats in december 1967. Het Goede Doel betaalde de nieuwe stoelen voor het gebouw, die 2.600 gulden hadden gekost. In zijn openingswoord gaf burgemeester Bossenbroek aan dat bij zijn aanstelling op Urk, vijf jaar eerder, maar liefst 27 Urker patiënten in het sanatorium Sonnevanck lagen. ”Onder Gods zegen heeft de bevolking het onze artsen mogelijk gemaakt de strijd tegen de tbc met zoveel succes te voeren, dat er heden nog slechts twee patiënten uit Urk in genoemd sanatorium verpleegd worden.” De burgemeester noemde het iets om dankbaar voor te zijn en benadrukte dat Urk er niet alleen was met lichamelijke gezondheid, maar dat ook de hygiëne de toets van elke kritiek moest kunnen doorstaan nu de export van vis zo’n grote vlucht had genomen.

Medisch centrum Het vernieuwde en aan de eisen van de tijd aangepaste gebouw kreeg de naam Medisch Centrum. De badgelegenheid

STICHTING URKER UITGAVEN

was teruggebracht tot één badkuip. (afbeelding 23) De Trombosedienst kwam nu op Urk zitting houden. Ook een logopediste en een pedicure versterkten de gelederen. (afbeelding 22) Tevens werd een periodieke keuring voor visserlui gestart. Na een tijdje kon men in het Medisch Centrum ook een vermageringscursus volgen. Vanaf 1968 was er een schoolarts gevestigd, hield een zenuwarts één keer per week spreekuur en was er één keer per maand spreekuur van een dermatoloog. De eerste fysiotherapiepraktijk werd in 1968 gerund door de heer Van Putten. Deze praktijk werd later overgenomen door mevrouw E. Bolhuis. Zij had twee fysiotherapeuten in haar praktijk werken,

J. van Rooijen en A. Koffeman, die in 1986 haar praktijk overnamen.

Einde van vrijwilligerswerk Aan het werk van vrijwillige bestuursleden kwam in de loop van de jaren zestig een einde door de omvang van het administratieve werk. Omdat het aanstellen van nieuwe werknemers voor veel plaatselijke verenigingen financieel niet haalbaar was, en door verbreding van het aantal hulpverleningsvormen, kwam samenwerking tot stand met andere kruisverenigingen. Het kruiswerk professionaliseerde zich en hield zich, naast de traditionele taken, bezig met geslachtsziektebestrijding, astmabestrijding, zorg voor kanker-

Consultatiebureaus In het begin van de vorige eeuw begon de overheid zich te bemoeien met de zorg voor baby’s. Tot die tijd werden kinderen opgevoed op basis van traditie, bakerpraatjes en ander bijgeloof. Om de kindersterfte tegen te gaan moest aan die irrationele praktijken een einde komen, zo besloten vooruitstrevende medici. De eerste moedercursussen werden gegeven en de verstrekte adviezen moesten jonge ouders een houvast bieden, maar die bleken ook aan mode onderhevig. Slapen op de rug of de buik, wassen met zeep of juist zonder, inbakeren of vrij laten spartelen, de fles of de borst – elk advies is al eens het ‘juiste’ geweest. De eerste helft van de afgelopen eeuw bepaalde de mode dat zuigelingen werden verzorgd volgens de klassieke regels voor de goede huisvrouw, de drie R’en: Rust, Regelmaat en Reinheid. Artsen gaven korte en bondige instructies die iedereen kon begrijpen. Alle Nederlandse baby’s moesten stipt om zeven uur ’s ochtends worden gevoed, en vervolgens om tien, een, vier, zeven en tien uur. Van vaker drinken zou een baby verwend raken. Hongerige zuigelingen moest je ’s nachts laten huilen, want nachtvoedingen golden als verwennerij voor baby’s die op gewicht waren. Eind vorige eeuw werd weer verteld dat een hongerig kind laten huilen blijvende schade zou aanrichten. Dit zou leiden tot een fundamenteel wantrouwen of het onvermogen tot vertrouwen. Twintig minuten voeding en tien minuten vitamine L, van liefde, was het credo. Er kwam een reeks cursussen om die bijzondere uren mee te vullen: babyzwemmen, babyzingen, babymassage en ga zo maar door. Trends blijven meespelen in de adviezen, en veel werd aan de intuïtie van ouders overgelaten. De frequentie van bezoek is wel drastisch afgenomen, van eens in de week naar een aantal keren in de eerste vier levensjaar van het kind. Per bezoek is er dan wel meer tijd om advies te vragen. Oorspronkelijk was dit initiatief van de kruisverenigingen gericht op voedingsadvies en groei, maar dit breidde zich uit naar vaccinaties en bredere preventieve zorg, wat leidde tot een fijnmazig netwerk dat nu 98% van de Nederlandse zuigelingen bereikt. Tegenwoordig is het een gratis, vrijwillige instelling, vaak beheerd door GGD's of Centra voor Jeugd en Gezin, en biedt het zorg en advies voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Vanaf de kraamtijd wordt een hielprik gegeven en ontvangen kinderen vaccinaties, wat een belangrijk onderdeel is geworden van de zorg. Veel kinderziektes zijn door deze preventieve zorg uitgebannen.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 29


Afbeelding 23. De bouwtekening voor de verbouw tot medisch centrum in 1966.

30 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


patiënten, bejaardenzorg, revalidatie, gezinszorg, preventieve entingen, reumabestrijding, zorg voor diabetici en voedingsvoorlichting. Aan de landelijke top kreeg de samenwerking in 1967 vaste vorm door de oprichting van de stichting Samenwerkende Landelijke Kruisverenigingen. Door de ontzuiling die zich in die periode op alle maatschappelijke terreinen voltrok, werd de fusie tussen de drie organisaties, het Wit-Gele Kruis, Het Groene Kruis en het Oranje-Groene Kruis een feit. In 1975 werden de landelijke bureaus samengevoegd en twee jaar later werden de afzonderlijke verenigingen opgeheven. In de jaren tachtig ging de ontzuiling voort op plaatselijk en provinciaal niveau. Begin 1976 fuseerde de Urker afdeling voor maatschappelijke dienstverlening met Noord-West Overijssel en Noordoostpolder onder de nieuwe naam ‘'t Bint’. De nieuwe stichting bracht gezinsverzorging, maatschappelijk werk en bejaardenzorg bij elkaar. Op Urk werd spreekuur gehouden in het Medisch Centrum. Naar aanleiding van een polio-uitbraak in Staphorst werden in maart 1971 ook inentingen georganiseerd in het Medisch Centrum op Urk, omdat de vaccinatiegraad hier te laag was. Ongeveer duizend Urker kinderen werden opgeroepen om alsnog te worden gevaccineerd tegen poliomyelitis, ook wel polio genoemd, Dit is een ernstige besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door het poliovirus. Het virus wordt van mens op mens overgedragen. De infectie kan verlammingen geven, kan leiden tot blijvende restverschijnselen en soms tot overlijden. Vanwege godsdienstige bezwaren kwamen niet alle Urkers opdagen voor de vaccinatie. In 1978 bleek polio nog niet op zijn retour en was er opnieuw een uitbraak op de Veluwe. Omdat het zo dicht bij Urk was, kwam er opnieuw een vaccinatiecampagne. De Urker huisartsenassociatie achtte dit noodzakelijk omdat 1 op de 4 Urkers tussen de 10 en 27 jaar nog steeds niet was ingeënt tegen polio. Samen met kinderen onder de tien jaar, kregen ze opnieuw een oproep. Een groot deel kwam niet opdagen. In 1992 waren er een aantal gevallen

STICHTING URKER UITGAVEN

Vaccinatie met IPV (geïnactiveerd polio vaccin) werd in Nederland aangeboden via het Rijksvaccinatieprogramma. De laatste polio-epidemie vond plaats in 1992/1993 onder ongevaccineerde personen.

Beheerder

Afbeelding 24. Beheerder Hendrik de Boer bij een speciale gelegenheid gestoken in Urker dracht.

van polio op Urk. De gevolgen voor een 12-jarige jongen waren ernstig en ook hij was om principiële redenen niet gevaccineerd. Peter Meijknecht, directeur van de GGD, schatte toen in dat rond de tweeduizend Urkers gevaccineerd waren. Volgens hem was het nodig dat zeshonderd tot achthonderd Urkers alsnog het vaccin kregen en de GGD startte een uitgebreide campagne met ook bezoek aan huis. Veel Urkers haalden alsnog de prik op, maar een groot deel bleef weg. (afbeelding 25)

Het buurthuis heeft diverse beheerders gehad. De laatste die deze taak uitvoerde was Hendrik de Boer. (afbeelding 24) Hij kwam in 1970 in dienst en van huisvesting op de bovenverdieping was toen al geen sprake meer. Als je de grote dubbele deuren doorging van het Medisch Centrum, kreeg je uiterst rechts de badgelegenheid. (afbeelding 23) Er was een speciale ruimte voor het doorlichten middels het röntgenapparaat door de arts die hiervoor uit Zwolle kwam. Het Groene Kruis had hier haar magazijn met artikelen die uitgeleend werden en uiterst links was de spoelkeuken. Hier werden de spullen gereinigd die geleend waren voor de bevallingen op Urk. Dat was een taak van de beheerder. Hendrik deed alle voorkomende werkzaamheden en verrichtte hand- en spandiensten voor de vele huurders van het gebouw. Dat waren er heel wat: de schooldokter, de oogarts, de fysiotherapeut, de tandarts, het kinderbureau, maatschappelijk werk het Bint, gezinszorg, de dermatoloog en de cardioloog. De meesten kwamen er

Afbeelding 25. Drukte in het Medisch Centrum bij de vaccinatiecampagne voor polio in 1998.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 31


niet voor hun plezier, dus was hij ook persoonlijk begeleider. Soms even het kind vasthouden dat moest worden ingeënt, omdat de moeders niet durfden. Een andere keer de rijen kinderen geruststellen die zenuwachtig op hun beurt stonden te wachten om een prik te krijgen. Die taak kreeg een extra dimensie toen schooltandarts Tran de vrijgekomen ruimte van de bad- en doucheruimte ging innemen. Die was niet zachtzinnig en regelmatig moest De Boer assisteren om een angstig kind in bedwang te houden. Het hele gezin van de familie De Boer werd ingezet bij de diverse taken in het medisch centrum. Zo was de oudste zoon vaste hulp bij de bloedafnames die twee keer per jaar werden gehouden. (afbeelding 26) De zakken met bloed moesten voortdurend geschud worden. De schudders kregen per avond vijfentwintig gulden als vergoeding. Alle vrijwilligers, inclusief de schudders, kregen aan het einde van de dag een ‘hartigheidje’. De ene keer een karbonade en de andere keer een bal gehakt. De afdeling van het Rode Kruis hield ook haar activiteiten in het medisch centrum. De medewerkers van de colonne en de jeugdafdeling waren hier actief en ook werden hier de EHBO-lessen gegeven en de cursussen van de Lotusgroep. Zij leerden het schminken van wonden, zodat ze eruitzagen als echte slachtoffers om levensechte oefeningen te houden. Het schoonhouden van het gebouw werd aan het eind van de dag gedaan door Anna v.d. Berg-Kale. Het medisch centrum werd ook gebruikt om overleden mensen af te leggen. Dit waren meestal mensen die verdronken waren of slachtoffer waren van een ongeval. Het lichaam moest worden gewassen in de spoelkeuken, daarna worden aangekleed en toonbaar worden gemaakt voor het afscheid. Het uitvoeren van deze handelingen mocht pas plaatsvinden nadat een arts het overlijden had vastgesteld en de doodsoorzaak was bepaald. Door mensen van Draagt Elkanders Lasten werden de overledenen dan naar huis gebracht. Soms ging het om kinderen en dat werd door De Boer als bijzonder zwaar ervaren. Toen chauffeur Klaas Kramer op een avond twee slachtoffers moest afleveren in het medisch centrum, en Hendrik de

Afbeelding 26. De afdeling Urk van het Nederlandse Rode Kruis hield tweemaal per jaar een bloedafname-avond in het medisch centrum. Van half zeven tot ongeveer half tien kwamen Urkers hier een halve liter bloed afgeven. Vaste donoren kregen hiervoor een oproepkaart met een tijdstip. In de jaren negentig verhuisde de bloedafname naar de grotere aula van de mavoschool (Berechja College).

Boer twee keer moest opdraven om deze af te leggen, besloot het bestuur dat dit niet langer kon. Een nieuw initiatief waarbij Het Groene Kruis werd betrokken, was de oprichting van een rouwcentrum op Urk. In het begin ondervonden de initiatiefnemers wat tegenstand vanuit de bevolking, maar toch zette men door, mede doordat de nieuwgebouwde woningen met centrale verwarming niet echt geschikt waren om een dode in huis op te baren. Weer bleken de geldmiddelen ontoereikend en opnieuw werd er een actie onder de bevolking opgezet die honderdduizend gulden opbracht. Ook de dames van Het Goede Doel zorgden als vanouds voor een gift. Via DEL kwam er geld binnen uit het reeds opgeheven weduwen- en wezenfonds. Ook de gemeente Urk deed een duit in het zakje. De benodigde grond werd voor een symbolisch bedrag beschikbaar gesteld. Op 13 februari 1986 werd het rouwcentrum officieel geopend en had het medisch centrum weer een functie minder. De verhuur van het gebouw ging zo goed dat op een gegeven moment ook de spoelkeuken werd verhuurd. Voor de werkzaamheden van Hendrik de Boer werd een losse keukencabine neergezet

32 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

voor afwaswerkzaamheden. Door onverklaarbare reden kwam dit roestvrijstalen aanrechtblad op een gegeven moment onder stroom te staan, waardoor Hendrik een geweldige schok kreeg. De Arbeidsinspectie kwam er verder niet aan te pas, maar de rechterarm van Hendrik had wel ernstige schade opgelopen. Hierdoor kon hij bepaalde werkzaamheden niet meer doen en moest zijn gezin vaker bijspringen. In 1988 ging Hendrik met de VUT en de uitleenwerkzaamheden werden overgenomen door Anna. Hier kwam in 1990 een eind aan toen Het Groene Kruis een nieuw uitleenpunt kreeg aan de Vlaak. In 1990 werd het proces van de schaalvergroting voltooid toen de koepels van het kruiswerk en gezinsverzorging fuseerden onder de naam Landelijke Vereniging voor Thuiszorg.

Rode Kruis-gebouw De Urker ziekenauto werd lang in stand gehouden met hulp van het Rode Kruis en de financiële steun van de bevolking. In 1970 maakte de totaal afgereden ambulance plaats voor een nieuwe. Hiervoor werd weer een inzamelingsactie gehouden onder leiding van hetzelfde comité als in 1957 en opnieuw met succes. Lang

STICHTING URKER UITGAVEN


Urkers hadden niet veel met tandzorg Voor tandartsenzorg bestond op Urk weinig categorie ‘noodzakelijk kwaad’. Men ging belangstelling. Had men last van een kies hier pas naartoe bij erge kiespijn of als de of tand, dan werden eerst de huismiddeltanden begonnen af te brokkelen. Preventief tjes beproefd. Bleef de pijn aanhouden dan onderhoud stond op Urk nog in de kindergingen de eilanders naar de dokter. Zo af schoenen en een kunstgebit was het einddoel. en toe kwam er in de dokterspraktijk een Veel jonge mensen kwamen zelf met de meest tandarts spreekuur houden. Voor grote(rigoureuze oplossing: trek alles er maar in re) ‘klussen’ moest de reis naar Kampen een keer uit. Met zachte dwang werd dan toch worden gemaakt. Van een periodieke gang maar begonnen aan een renovatie en werd naar de tandarts was toen nog geen sprake. regelmatige controle meer regel. De cultuur was: ‘Waarom zou ik naar de Van den Bremer verwonderde zich vooral over tandarts gaan? Tegen de tijd dat ik trouw het vele snoepen op Urk, waardoor kinderen gaat alles eruit en neem ik een gebit.’ En als op 3-jarige leeftijd al kiesjes moesten trekken. iemand een gaatje had, dan werd de tand De praktijk liep vanaf het begin al goed. De getrokken. eerste jaren was vooral de weekenddienst het drukst bezocht. De eerste tandarts op Urk was Olsman. Na hem kwam tandarts Vissermannen die thuis kwamen met kiespijn of een ontsteVan den Ende uit Emmeloord. Hij kwam elke zaterdagmorgen king, waren blij met het spreekuur op zaterdag en in geval van in het buurthuis kiezen en tanden trekken. Het passen van een nood hielp Van den Bremer ook op zondagavond. Soms was de gebit gebeurde in zijn praktijk in Emmeloord. Van den Ende schade aan het gebit zo groot dat het eigenlijk een klus voor de werd opgevolgd door tandarts Sterk. kaakchirurg was, maar hij kreeg dan als reactie hierop dat de Met ingang van 31 mei 1976 ving W. Koelewijn zijn praktijk aan man zondagnacht weer moest vissen, dus hij moest het toch in het medisch centrum op Wijk 8 nr. 2, telefoon 2240. Hij ging maar zelf ter hand nemen. Voor kaakchirurgen had men geen wonen aan De Reede op Urk. Er kwam daarmee een einde aan tijd. Veel particulier verzekerden betaalden de rekening direct. een noodsituatie, want sinds februari 1975 had tandarts Sterk Hoewel hij de mensen erop wees dat ze de rekening konden zijn praktijk op Urk beëindigd. Van september tot mei kwam indienen bij hun verzekeraar (Hoekstra of de Onderlinge er wat verlichting toen tandarts Van der Drift enkele uren per bijvoorbeeld) vonden sommigen dat maar lastig en betaalden week op Urk spreekuur hield. contant. Koelewijn vertrok al na enkele jaren naar een eigen prakNa twee jaar kwam de inspectie op bezoek en gaf aan dat de tijkruimte aan de Holkenkamp. praktijk moest sluiten omdat er geen achterwacht was. Tenzij Tandarts Aard van den Bremer vestigde zich in 1986 in het er een telefonische verbinding met zijn woonhuis zou komen. medisch centrum. Niet vanwege een vacature voor tandarts, De installatie hiervoor was vrij kostbaar en er moest op het maar hij startte een vrije vestiging naast tandarts Koelewijn. medisch centrum een grote antennespriet geplaatst worden, Dit had als consequentie dat hij geen ziekenfondspatiënten waarvan de kabel dan beneden in de praktijk moest uitkomen. mocht aannemen, alleen particulier verzekerden. Hij had voorJelle Nentjes (de smid) hield echter voet bij stuk dat er geen gaaf marktonderzoek gedaan en hier kwam naar voren dat er drie ten geboord mochten worden in zijn gebouw. Goede raad was gemeenten waren in Nederland waar veel particulier verzekerduur. Een van de medehuurders attendeerde de tandarts er op den waren, waaronder Urk. dat iedere middag tussen een De plaatselijke directeur van en twee uur alle Urkers om de de Rabobank wees hem op de kost gingen, en er voor de rest mogelijkheid om een ruimte dus niemand in het gebouw te huren in het medisch cenaanwezig was. De eerste dag trum. Van den Bremer had de boorde de tandarts een gat wind mee op Urk. De schoolin het plafond naar de eerste tandarts hield op te bestaan verdieping, de dag erop naar en de visserij beleefde een de tweede verdieping, en de bloeitijd waardoor iedereen derde dag naar buiten. De visserman wilde worden en praktijk was gered! dus particulier verzekerd De praktijk bleef groeien en was. Het medisch centrum in 1989 verhuisde Van den was voor hem een perfecte Bremer naar een eigen praklocatie. Van den Bremer kwam tijk aan De Geul met wonen al snel tot de conclusie dat en werken onder één dak. de tandarts behoorde tot de Aard van den Bremer bij zijn afscheid als tandarts eind 2014. Eind 2014 stopte hij ermee.

STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 33


leven was de tweede ambulance niet beschoren. In 1976 werd de ziekenauto op weg naar een ongeluk total loss gereden. In dat jaar was Flip ten Napel twintig jaar vrijwillige chauffeur van de ambulance en had al ruim 3.000 mensen vervoerd. In 1976 volgde de derde Urker ziekenwagen. Deze gloednieuwe ambulance stond eerst op de RAI met de tekst: “Deze ambulance wordt aangeboden door de bevolking van Urk aan de afdeling Urk van het Nederlandse Rode Kruis.” In 1983 kreeg ook deze ambulance een aanrijding en werd total loss verklaard. Daarvoor in de plaats kwam een andere wagen. In 1993 was de ambulance aan vernieuwing toe en werd ingeruild voor een nog modernere, een Mercedes 260 E automaat, met daarin zelfs een defibrillator. (afbeelding 27 a, b, c en d)

Afbeelding 27 a, b, c en d. De Urker bevolking stond vierkant achter de aanschaf en het in stand houden van de ambulance. Van boven naar beneden: de ambulance in 1993, de bemensing in de tachtiger jaren, voorzitter Louwe de Boer bedankt het echtpaar Mars in 1982 en burgemeester Schutte bedankt de jubilarissen van het ambulanceteam in 2003.

Steeds meer taken die Het Groene Kruis had uitgevoerd vanuit het medisch centrum kregen een andere plek of werden anders georganiseerd. Half jaren negentig brak het moment aan dat het gebouw overgedragen werd aan de Urker afdeling van het Rode Kruis. Willem Hoekstra, die in beide besturen zat, speelde bij deze overdracht een belangrijke rol. Vijftien maanden lang gingen vrijwilligers aan de slag om het hele gebouw aan te pakken. In oktober kwam voormalig huisarts van Urk, W.H. Cense, als voorzitter van het landelijk Rode Kruis naar Urk om de officiële opening te verrichten. Het medisch centrum werd Rode Kruisgebouw. (afbeelding 28) Colonnecommandant dokter Hildering noemde het eigen gebouw een enorme voortuitgang voor de scholing van de steeds groeiende colonne en activiteiten. (afbeelding 29)

Te zware eisen Na ruim veertig jaar kwam op 1 januari 1998 een einde aan het functioneren van de Urker ambulance. Veertig jaar lang stelden Rode-Kruisvrijwilligers zich dag en nacht beschikbaar voor de medemens. De eisen waaraan ambulancepersoneel moest voldoen, werden dermate zwaar, dat het niet meer verenigbaar was met het vrijwilligerswerk. Mede daardoor kwam in het ambulancespreidingsplan van de provincie Flevoland de ambulancepost Urk te vervallen.

34 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


Afbeelding 28. De voorzitter van het het Nederlandse Rode Kruis, dokter Cense, hijst de vlag bij de opening van het Rode Kruisgebouw.

Afbeelding 29. De Lotusgroep van het Rode Kruis in 2001 in het Rode Kruisgebouw.

STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 35


De visserijkeuringen, een van de vele functies Alle visserslui dienNatuurlijk, was het den in het bezit te antwoord, want dat zijn van een geldig hoort er nu eenmaal keuringsbewijs. Deze bij op Urk. Maar na medische keuhet neerleggen van ring gold voor alle de hoorn kwam toch beroepsvaart zowel al snel de vraag: voor de binnenvaart “Maar hoe?” als de zeevaart. Gelukkig hadden de Ook de visserij viel huisartsen (Cense, hieronder. De keuDe Lege, Hildering moest verricht ring, Visser en De worden door een Visser) een prima arts die bevoegd en samenwerking en aangesteld was door werd er een plan het ministerie van De visserijkeuring in 2006. de campagne in Verkeer en Waterstaat en de vissers het vroegere buurthuis gesmeed moesten aan duidelijk vastgestelde waarna intensief overleg met keuringseisen voldoen. Het keuringsbeVisserijbelangen werd gestart. wijs was echter maar een jaar geldig en In samenwerking met het Dokter moest dus jaarlijks vernieuwd worden. Janssen ziekenhuis, want iedere Ook de Urker visserij hoorden zich visserman moest ook een röntdaaraan te houden. Echter onder de genfoto van de borst laten maken. Urker visserlui bestond niet zoiets als Dit om een actief tbc-proces uit te een medische keuring voor de Scheepsluiten. Gelukkig waren we welvaartinspectie. Wel was men ervan kom in Medisch Centrum. Besloten overtuigd dat je gekeurd moest worden werd om 3 weekenden achter voor de ‘Onderlinge’. Hieronder werd elkaar vanaf vrijdagmiddag 2 uur verstaan de Onderlinge verzekeringstot zaterdagmiddag 1 uur met zijn maatschappij voor maatschapsvissers, allen te keuren. Er werd een heel die uitkeerde bij ziekte en ongeval. Om goed lopend, althans dat dachten daaraan deel te kunnen nemen moest de huisartsen, afspraakschema je je Keuringsbewijs voor de ‘Scheepgemaakt, zodat iedereen goed vaartinspectie’ overleggen. Dit behoefkon doorstromen en niet te lang de echter alleen bij het door de schipper collectief afsluiten van moest wachten. De assistentes werkten mee, althans in zoverre de de verzekering. Dat hiermee de hand gelicht werd met de regels gewone praktijkvoering het toeliet. Visserijbelangen verstuurde van het Ministerie om de keuring jaarlijks te herhalen had men de afspraken per kotter met in te vullen vragenformulieren en niet door of men zat er niet mee. aanvraag voor een röntgenfoto. Om 2 uur zat iedereen klaar om Op Urk werden de keuringen verricht door de huisartsen die de klus te klaren. Echter wie er ook kwam, geen visserman. Uiteinpraktijk hielden in Wijk 8, dus naast het buurthuis. Mogelijk zijn delijk moesten er eerst belangrijker zaken geregeld worden aan dokter De Jong of Andriessen er mee begonnen en is dit later boord en onder de douche. Maar om 5 uur zat de hele zaal in het overgenomen door dokter Heidinga, die het weer overdroeg Medisch Centrum vol en wilde iedereen gelijk gekeurd worden en aan dokter Bregman. Na diens vertrek heeft dokter Dumas het dan zo snel mogelijk naar huis. Of ook de zachte en harde tonen overgenomen, die na drie jaar het stokje overdroeg aan dokter voldoende doorkwamen en de gehoortest altijd even betrouwWim de Visser. Het was geen zware werkbelasting want af en toe baar geweest is, valt te bezien maar uiteindelijk waren er na drie eens een visserij- of scheepvaartkeuring kon er wel bij. Totdat de weekenden 776 visserlui gekeurd. Én er was een uitermate goede spelregels veranderden en het in 1988 verplicht werd om bij het teamgeest gecreëerd onder huisartsen, medewerkers en gezinsleaanmonsteren geldige keuringspapieren te overleggen. Dit beteden en was er weer ruimte voor uitbreiding van de huisartsenzorg. kende dat elk jaar alle vissermannen verplicht gekeurd moesten Omdat er toch wel een algemeen gevoel was dat ieder jaar al die worden. Op een vrijdagmiddag werd er gebeld door Geert Meun, gezonde, voornamelijk jonge kerels, weer helemaal keuren en een secretaris van Visserijbelangen of op korte termijn de vissermanröntgenfoto maken wel een beetje overdone was is er een verzoek nen konden worden gekeurd, want met ingang van het volgende gedaan aan de Scheepvaartinspectie om dit aan te passen. Na kalenderjaar moest iedereen een geldig, dus niet ouder dan 1 enkele jaren is de foto eraf gegaan en de frequentie omgezet van jaar, bewijs van goedkeuring overleggen bij het aanmonsteren. één keer per jaar naar eens in de twee jaar.

36 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


Urk werd sinds 1998 afhankelijk van de ambulancepost Emmeloord van de GGD Flevoland. Om de lange aanrijtijd te overbruggen werd het plan opgevat om de Urker ziekenwagen (voorzien van een hypermoderne uitrusting) op een andere wijze te laten functioneren. Uitgangspunt bleef een adequate en snelle zorgverlening. Vervoer van de patiënt mocht echter niet meer van de wetgever plaatsvinden. Dan maar optimale hulp ter plaatse bieden. Een uniek project in ons land ging op Urk van start. De wagen kreeg een andere kleur en ging verder onder de naam First Responder met een garage aan de Vlaak.

Slot Veel zorgverleners hebben door de jaren heen onderdak gevonden in het medische centrum van Urk, waaronder de tandarts, een huisarts, een longarts, een oogarts, de schoolarts, de consultatiebureau-arts, fysiotherapeuten, logopedisten, diëtisten, pedicures, verloskundigen, maatschappelijk werk en gezinszorg (Bint). De huisartsen verleenden er hun medewerking aan vaccinaties van schoolklassen. De visserijkeuringen werden er door de huisartsen georganiseerd. Het Rode Kruis werd uiteindelijk hoofdgebruiker, (afbeelding 30) maar de activiteiten namen steeds verder af. Op de zondagen maakte de Evangelische gemeente ‘De Belofte’ er nog een aantal jaren gebruik van. Uiteindelijk kwam

Afbeelding 30. Het buurthuis werd uiteindelijk eigendom van het Rode Kruis.

het gebouw in 2023 leeg te staan. De gemeente overwoog nog even om het beeldbepalende pand aan te kopen, maar zag hier uiteindelijk vanaf. Met Johan Hartman vond men een koper die het gebouw en de maatschappelijke functie weer in ere wilde herstellen. Na het nodige sloop- en bouwwerk is weer een prachtig beeldbepalend pand verschenen waar een plaatselijke huisartspraktijk is gevestigd, een kinderdagverblijf en een dagopvang voor ouderen. (afbeelding 31 a,b,c en d) ■

De ontwikkeling naar zorggroep Kruisverenigingen evolueerden naar Zorggroepen door fusies en de veranderende zorgvraag. Van de focus op algemene gezondheidsvoorlichting en thuiszorg naar het organiseren van specialistische, geclusterde zorg voor chronisch zieken, vaak door samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen. Op Urk zijn zorggroep Oude en Nieuwe Land en Talma Urk actief in de zorg. Wat uiteindelijk overbleef van de oorspronkelijke Urker afdeling van Het Witte Kruis die verpleegmiddelen uitleende is de Ledenvereniging Oude en Nieuwe Land. Die ontstond nadat in 2006 de Kruisvereniging Noordoostpolder en de Kruisverenigingen van Urk en Brederwiede samen gingen. Daarvoor was de organisatie bekend als Kruisvereniging van Zorggroep Oude en Nieuwe Land. De diensten en activiteiten van de Ledenvereniging worden samengesteld in samenwerking met leden, Zorggroep Oude en Nieuwe Land en andere samenwerkingspartners. De Ledenvereniging biedt verschillende diensten aan, gratis of tegen een gereduceerd tarief. Deze diensten ondersteunen de zelfstandigheid, het gemak of het comfort van de leden. Dit gaat van krukken, looprekken en bedverhogers tot hulpmiddelen bij verpleging.

STICHTING URKER UITGAVEN

Dankwoord Deze kroniek geeft de historie van het buurthuis op Urk weer. Het buurthuis heeft een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van de gezondheidszorg op Urk. Bestrijding van besmettelijke ziekten en epidemieën kon gestructureerd ter hand worden genomen. Uit verhalen van Urkers op leeftijd is een beeld gevormd van de vroegere woonen leefomstandigheden en hoe de ontwikkelingen in de zorg werden beleefd. Aan de totstandkoming van deze kroniek hebben meegewerkt: Wim de Visser en Dick Visser, beiden oud-huisarts op Urk en Henk Kapitein (Stichting Erfgoed Urk), verzamelaar van oude Urker verhalen. Een bijzonder woord van dank gaat uit naar Jans Romkes-Post, Co Wakker-Brouwer, Wiepke Metz, Fem Zwaanv.d. Berg, Gerrit Pasterkamp, Jan Woort, Else Bode-de Boer, Klaas Kramer en Marretje Post voor hun medewerking aan de interviews over het buurthuis. Dank aan Johan Hartman voor de financiële ondersteuning van dit project. Lub Post Jzn. (Stichting Urker Uitgaven) heeft alle bijdragen samengevoegd, hiaten aangevuld, beelden toegevoegd en verzorgde de eindredactie.

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 37


Afbeelding 30 a, b, c en d. Het pand na aankoop, de sloop van een deel van het pand, de artist impression en het eindresultaat.

Geraadpleegde literatuur: RAPPORT van de Commissie van voorbereiding voor de behartiging der belangen van zenuw- en zielszieken en Het misdeelde kind, ingesteld door de Noordhollandsche Vereeniging “Het Witte Kruis”, 1930; “De Tuberculose op Urk” door Dr. L.J.H.B. Paul. Proefschrift uit 1941; Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 90 5/6 Zaterdag 2 en 9 Februari 1946; “Paratyfus overgebracht door gerookte paling” door Dr. G.D. Hemmes, Geneeskundig inspecteur van de volksgezondheid te Utrecht; TIJDSCHRIFT VOOR SOCIALE GENEESKUNDE, 2 december 1960 Over de tuberculine-reactie bij schoolkinderen in oude en nieuwe Zuiderzeegebieden, A. J. VAN HARSELAAR arts te Amsterdam.

38 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


Bronnen Voor het samenstellen van deze kroniek hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de digitale bestanden van Delpher en Het Flevolands Archief. Beeldmateriaal komt uit eigen archieven en uit de beeldbank van Vrienden van Urk en Het Urkerland.

STICHTING URKER UITGAVEN

Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum | 39


Samenvatting. De bouw van een eigen buurthuis waarin de zorg geconcentreerd werd, was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de volksgezondheid op Urk. Het zorgaanbod werd uitgebreid en kon nog beter worden nadat Urk eiland af was. Ook de strijd tegen besmettelijke ziekten werd aangegaan, maar was moeilijk. Niet alleen door slechte hygiëne en woonomstandigheden, maar vooral ook door principiële bezwaren. De zorg vanuit het buurthuis werd uitgevoerd door de kruisvereniging, die zichzelf financieel moest bedruipen. De voortdurende steun vanuit de bevolking, gemobiliseerd door de dames van Het Goede Doel, was daarin essentieel. Door het organiseren van onder meer bazars werden middelen verkregen om de exploitatie rond te krijgen en zieken te kunnen bezoeken. Die steun zien we later ook weer terug bij verbouwingen van het buurthuis en bij het in stand houden van een eigen ambulancevoorziening. Voor lange tijd was het buurthuis de spil van de Urker gezondheidszorg.

Summary. The construction of a dedicated ‘buurthuis’ or community centre, where care was concentrated, was an important step in the development of public health in Urk. Healthcare services could be expanded and further improved once Urk was no longer an island. The fight against infectious diseases was waged, but proved difficult. This was not only due to poor hygiene and living conditions, but also, and more importantly, due to objections of principle. The community centre's care was provided by the local Red Cross unit, which had to be self-sufficient. The continued support of the public, mobilized by the women of ‘Het Goede Doel’ (The Good Cause), was essential. By organizing bazaars and other events, funds were raised to sustain operations and to visit the sick. This support was later reflected in the community centre's renovations and the start and maintenance of its own ambulance service. For decades, the ‘buurthuis’ was the hub of Urk's healthcare system.

Om het werk van de Stichting Urker Uitgaven te steunen en te kunnen doorgaan met het publiceren van de Urcker Kronieken, kunt u een gift overmaken op rekeningnummer

NL 32 ABNA 0436429853

(t.n.v. Stichting Urker Uitgaven). Een gift aan de Stichting Urker Uitgaven is aftrekbaar voor de belasting.

Colofon Urcker Kronieken is een digitaal magazine van de Stichting Urker Uitgaven waarin op diepgaande wijze onderwerpen over de geschiedenis van Urk worden belicht. Het magazine wordt gepubliceerd op de website: w w w.urker u itgave n . n l

Heeft u ook een bijdrage? We houden ons van harte aanbevolen voor uw bijdrage, ongeacht de lengte hiervan. Neem vrijblijvend contact met ons op om dit te bespreken. Ook reacties op het magazine zijn welkom. i nfo @urke r u i tgave n. nl

STICHTING

URKER UITGAVEN

Geprinte exemplaren van Urcker Kronieken zijn te koop in museum Het Oude Raadhuis, Urk.

40 | Wim de Visser, Dick Visser en Henk Kapitein | Het medisch centrum

STICHTING URKER UITGAVEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Stichting Urker Uitgaven - Centraal gebouw in de Urker volksgezondheid en hygiëne by GBU printmedia - Issuu