Skip to main content

Reïncarnatie - Een Genadegeschenk van het Leven

Page 1

Reïncarnatie Een Genadegeschenk van het Leven

De boodschap van de Waarheid


Uittreksel van het boek:

Reïncarnatie

Een Genadegeschenk van het Leven Waar gaat de reis van mijn ziel heen?

R Februari 2026 © Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland Telefoon: +49 (0)9391 504-135, Fax: -133 www.gabriele-verlag.com www.gabriele-publishing.com Originele Duitse titel van de brochure: “Reinkarnation. Eine Gnadengabe des Lebens” Bestelnummer: G310nl Alle rechten voorbehouden. Druk: KlarDruck GmbH, Marktheidenfeld, Duitsland


Het geloof in wedergeboorte is zo oud

als de mensheid. Meer dan de helft van de mensheid gelooft dat de wet van oorzaak en gevolg en het idee dat je meer dan één keer kunt incarneren, een volkomen natuurlijk gegeven is. Je vindt het in alle culturen terug – zeker niet alleen in het Oosten, zoals bijvoorbeeld in het boeddhisme en hindoeïsme. Het idee van reïncarnatie maakte deel uit van de Griekse filosofie, bij Pythagoras, bij Plato; het was aanwezig in Egypte, en er waren en zijn altijd grote geesten, dichters en denkers geweest, die het vanzelfsprekend vonden, dat we vaker op aarde mogen leven, om onszelf te zuiveren. In de tijd van Jezus was het idee van reïncarnatie ook te vinden in het Joodse volksgeloof. De joodse godsdienstgeleerde Schalom Ben Chorin schrijft: „Het idee van wedergeboorte is in het joodse geloof ten tijde van Jezus duidelijk een volksgeloof … Daarom beschouwden de mensen Jezus als één van de oude profeten, die was teruggekeerd.” (Lucas 9:8 en 19) ... 1


Zelfs in de tijd van het vroege christendom, gingen nog talrijke geschriften van hand tot hand, waarin reïncarnatie vanzelfsprekend was. Dit was bijvoorbeeld in de Pistis Sophia, één van de apocriefe (= verborgen) evangeliën. Daar spreekt Jezus over de ziel die een „beker met de drank der vergetelheid“ drinkt, dit in verband met de terugkeer van een ziel vanuit het hiernamaals in een menselijk lichaam. Deze geschriften werden echter, zoals vele andere, niet opgenomen in de officiële canon van de kerkelijke Bijbel. De opkomende macht van de Kerk, die Jezus van Nazareth overigens niet had opgericht, begon tegen het einde van de 2e eeuw, bepaalde teksten te prefereren boven andere. Het duurde tot het einde van de 4e eeuw voordat dit selectieve keuzeproces (canonisatie) was voltooid. In het jaar 383 kreeg Hiëronymus (345420), de schrijver van de Bijbel, de opdracht van paus Damasus I, om een gestandaardiseerde Latijnse Bijbeltekst samen te stellen. 2


Het resultaat was de zogenaamde Vulgata, de Latijnse Bijbel, die tot op de dag van vandaag wordt „verkocht“ aan de al te gemakkelijk gelovige mensen als het feilloze Woord van God. Hiëronymus had echter allesbehalve een uniforme basistekst. Op dit moment kennen we rond de 4860 Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament, waarvan er geen twee een identieke tekst hebben. Vandaag de dag tellen theologen ca. 100.000 verschillende varianten. Hiëronymus, die tijdens zijn bewerkingen ongeveer 3500 passages in de evangeliën veranderde, schreef destijds aan de paus: “Zal er ook maar één te vinden zijn die mij niet … luidkeels uitscheldt een vervalser en een religie-afvallige te zijn, omdat ik het lef had om sommige dingen in de oude boeken, de Evangeliën toe te voegen, te wijzigen of weg te laten?” Maar wat liet hij weg? Wat voegde hij toe? En wat veranderde hij? ... Het gaat vooral om de kennis van reïncarnatie en de pre-existentie van de ziel. Hiëronymus wist heel goed dat reïncarnatie deel uitmaakte van de vroegchristelijke leer. 3


In een brief schrijft hij over de vroegchristelijke wijsheidsleraar Origenes (185-254), dat volgens deze leer de ziel van de mens „van lichaam wisselt“ (Epistel 16). En in een andere brief is te lezen: “De leer van de wedergeboorte is sinds de vroegste tijden ... verkondigd als een overgeleverd geloof.“ … Ondanks de gigantische manipulatie van de Bijbelteksten is tussen de regels door nog het een en ander bewaard gebleven, dat verwijst naar het feit van reïncarnatie en pre-existentie van de ziel. In het boek Wijsheid (8:19) staat een duidelijke verwijzing naar de pre-existentie van de ziel. Salomo, de auteur van dit deel van de Bijbel, zegt over zichzelf: „Ik was een begenadigd kind en had een goede ziel gekregen, of beter gezegd: goed als ik was, kwam ik in een onbedorven lichaam.” In het Nieuwe Testament zijn ook verwijzingen naar reïncarnatie te vinden. Zo vraagt Jezus bijvoorbeeld aan zijn discipelen: „Wie denken de mensen dat ik ben? Jezus van 4


Nazareth, de mensenzoon?“ En Zijn discipelen antwoordden: „Sommigen denken dat u Elia bent, anderen Jeremia of een andere profeet“ (Mattheüs 16:13-14). Dus de joodse tijdgenoten van Jezus gingen ervan uit dat de mens meerdere keren kan incarneren. Hoe levend de leer van reïncarnatie was in het vroege christendom, voordat het slachtoffer werd van een samenzwering van de priesterkaste, wordt geïllustreerd door de grote vroegchristelijke leraar Origenes (185254). Hij was zonder twijfel de bekendste en belangrijkste geleerde uit de christelijke oudheid. Zijn kennis en leven hebben gedurende drie eeuwen het hele Middellandse Zeegebied geestelijk verlicht. Het pre-existente bestaan van de ziel maakte onder andere deel uit van de kennis, die door Origenes werd verspreid. Origenes leefde echter in een tijd, waarin een radicale ommekeer plaatsvond van het oorspronkelijke christendom naar een religie gebaseerd op uiterlijke rituelen en gebruiken die waren overgenomen van het heidendom. Het opbouwen van een machts instituut was 5


indertijd al in volle gang. Al tijdens zijn leven werd hij hevig tegengewerkt. De geschriften van Origenes waren al tegen het einde van de 4e eeuw vervalst en werden bovendien systematisch door vertegenwoordigers van de Kerk vernietigd. Van zijn oorspronkelijke geschriften zijn tegenwoordig nog slechts schamele resten over. Niettemin verspreidde de leer van Origenes zich via Arius (ca. 260-336) en Wulfila (313-383) als het zogenaamde „Arianisme“ over grote delen van Europa. Deze “ketterij” was de kerk een doorn in het oog. Keizer Justian liet in 543, op een synode van de Oosterse Kerk in Constantinopel, de leer van Origenes, voor zover die nog bekend was, verbieden door negen martiaal klinkende banvloeken … Reïncarnatie werd in deze vervloekingen weliswaar niet expliciet genoemd, maar waarschijnlijk wel de pre-existentie van de ziel en het „herstel van alle dingen“, dus de leer, dat alle mensen en alle zielen op een dag weer bij God zullen zijn, dat er dus geen “eeuwige 6


verdoemenis“ bestaat. Hiermee had men de vroegchristelijke leer van reïncarnatie van de aardbodem laten verdwijnen. En waarom gebeurde dat? Omdat het geloof in reïncarnatie mensen bevrijdt van alle dogma’s en kerkelijke wetten … Had Hiëronymus de vroegchristelijke kennis op het gebied van reïncarnatie, die zowel in de geschriften van Origenes als in de apocriefe evangeliën te vinden is, opgenomen in de Bijbel en toegankelijk gemaakt voor de westerse cultuur, dan zouden de afgelopen 1700 jaar er zeker heel anders hebben uitgezien. De mensheid zou dan in het dagelijkse leven geheel andere, hogere ethische en morele waarden hebben verwezenlijkt. Want de kennis van reïncarnatie en de wet van zaaien en oogsten houdt in dat we een gevoel van verantwoordelijkheid voor het eigen leven en gedrag hebben ... Maar in plaats van de leer van reïncarnatie en de Liefde van God voor Zijn kinderen, en dat God in ieder van onszelf woont en in alle 7


dingen het Leven is, en de aarde een plaats is voor gevallen zielen om hun deugdelijkheid te bewijzen – zoals Jezus, de Christus, Zijn discipelen en daarmee ook ons leerde –, werd door de Kerk een naar buiten gerichte leer verkondigd, vol bloeddorstige offercultussen uit het stenen tijdperk en de leer van de eeuwige verdoemenis evenals een straffende, wrede God …

Maar de tijd is gekomen, waarin de

Christus Gods via het profetische woord, gegeven door Gabriële, Gods onderwijzende profetes en ambassadrice voor deze tijd, opnieuw de mensheid de kennis over reïncarnatie heeft geschonken en toegankelijk heeft gemaakt. Ruim 50 jaar heeft God, de almachtige, welwillende Vader, opnieuw tot Zijn kinderen gesproken. En Hij heeft – zoals Jezus het 2000 jaar geleden aankondigde – ons door middel van het profetische woord naar de Gehele Waarheid geleid, voor zover mensen deze begrijpen kunnen ... 8


De mens oogst wat hij eerder zelf heeft

gezaaid. Wat we in dit leven tegenkomen, hebben we dus – mogelijk in een vorig leven – zelf veroorzaakt. Nu mogen we dit inzien en met de hulp van de Christus Gods in het reine brengen. Is dat niet een grote genade? We mogen dankbaar zijn, dat God ons steeds weer een nieuwe kans geeft, om onszelf te bevrijden van onze belastingen en onszelf te zuiveren – in plaats van, zoals de Kerk beweert, dat we maar één leven tot onze beschikking hebben, waarin alles voor eens en altijd beslist moet worden. Het principe van reïncarnatie heeft ook niets met een “zelfverlossing” te maken, die de Verlossersdaad van de Nazarener overbodig zou maken. Integendeel: de Verlosserskracht van de Christus Gods stelt ons in staat steeds weer met Zijn hulp op te staan, als we gevallen zijn, om altijd weer van binnenuit om te keren, en ons geleidelijk, van incarnatie tot incarnatie, op een hoger niveau te ontwikkelen, door steeds meer Zijn Wil te vervullen … 9


Het ware christendom is een chris-

ten-zijn in volledige vrijheid. Het betekent, dat je bij Christus hoort, omdat Hij, Jezus van Nazareth, de mensen vroeg om Hem na te volgen. Hem navolgen betekent, niet alleen zijn leer aanvaarden, maar deze ook in de praktijk te brengen in het dagelijkse leven. Dit resulteert in een innerlijke religie, het innerlijk christendom. Want de Geest van God is in ieder mens vanbinnen! Waarom dan een externe religie, een extern christendom? Waarom kerken van steen, als iedereen zelf de Tempel van God is en iedereen rechtstreeks kan bidden tot de Christus Gods? Een stil, rustig kamertje is eventueel aan te raden om naar binnen te keren, om innig te bidden – maar een stenen kerk vol pracht en praal is daarvoor niet nodig. Jezus van Nazareth onderwees dit al. Eén van Zijn discipelen, Stephanus, getuigde hiervan: “Maar de Allerhoogste woont niet in huizen die met mensenhanden zijn gemaakt.” (Handelingen 7:48) ... 10


De ziel was oorspronkelijk een onbelast

Geestwezen in het Koninkrijk van God. Maar toen wendden sommige Geestwezens zich van God af; ze vielen van Hem weg en vielen – figuurlijk gesproken – in de diepte. Deze val ontstond door het in opstand komen tegen God. Goddelijke Wezens wilden alomtegenwoordig zijn, wilden zijn zoals God. Aangezien er maar één God is, één Absolute Wet, die alles omvat, kun je in principe niet tegen God in opstand komen. Wie hiertegen rebelleert, valt in de gevolgen van zijn oorzaken, in de oogst van wat hij heeft gezaaid. Zo geraakten de gevallen wezens, door het valgebeuren in een steeds grotere verdichting: vanuit het Geestelijke, de Zuivere Lichtether, naar een materieel bestaan, in een grofstoffelijk omhulsel. In deze materiële aankleding – als mens – is de ziel in haar fysieke voertuig gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg, die ze uiteindelijk zelf gecreëerd heeft. Zolang de ziel in haar fysieke lichaam onderworpen is aan deze wetmatigheden, moet ze ook de wanorde die ze door haar misdragingen 11


in de Kosmische Orde heeft gebracht, weer goedmaken. Dit is welbeschouwd zeer aannemelijk en klaarblijkelijk ook gerechtvaardigd. Want je kunt niet van God verwachten – zoals theologen dat blijkbaar doen –, dat Hij de wanorde die de individuele ziel, door al te menselijk, zondig gedrag veroorzaakt heeft, zomaar wegtovert. Want God heeft Zijn kinderen vrijheid geschonken. En deze vrijheid, in combinatie met de wet van oorzaak en gevolg, veroorzaakt, dat wat ik zelf heb aangericht, ook zelf weer heb goed te maken. Als God zomaar onze zonden van ons zou wegnemen, wat zou dat opleveren? Als Hij bijvoorbeeld een gewelddadig mens vreedzaam zou maken, evenals zijn schuld hetgeen hij anderen heeft aangedaan, zou wegnemen, zonder inzicht, berouw en ommekeer van persoon – wat zou er dan gebeuren? Zonder eigen inzicht en besef zou de mens toch niet veranderen; na korte tijd zou hij weer hetzelfde doen, zoals opnieuw geweld gebruiken. Echter als God de mens met Zijn macht vreedzaam 12


zou houden – wat zou de mens dan anders zijn dan een marionet? … Ieder mens beslist uiteindelijk zelf of zijn ziel opnieuw incarneert of dat ze doelbewust naar huis gaat, naar het Vaderhuis. Daarom leerde de Eeuwige ons de Tien Geboden via Mozes. Daarom kwam Zijn Zoon, Jezus, de Christus. Hij leerde ons de Liefde van God en de weg terug naar de Vader. In Zijn immense liefde voor ons mensen bracht Hij ons de Vrijheid en het Licht ...

A ls we leven volgens de Geboden van

God en de Leer van Jezus, de Christus, dan zijn verdere incarnaties niet nodig. Om het nog één keer duidelijk te zeggen: Het is niet Gods Wil dat een ziel vele incarnaties doorloopt. Het is Zijn Wil, dat de mens in het hier en nu, in dit leven op aarde, zijn ziel en lichaam zodanig zuivert dat geen verdere incarnaties nodig zijn … Er is geen dwang tot reïncarnatie, maar wederom de vrije wil van de ziel! Hoe meer 13


belast een ontlichaamde ziel is, des te meer de ziel wordt aangetrokken tot reïncarnatie in een menselijk lichaam. Hoe lichter een ziel in het lichaam van een mens wordt, des te minder de ziel aan reïncarnatie denkt na haar lichamelijke dood, maar zal ze alles doen, om zo snel mogelijk terug te keren naar de Eeuwigheid, naar God.

U

it de Eeuwige Wet van het Leven weten we, dat: wanneer een kind wordt verwekt, een ziel van gene zijde nadert. We weten ook, dat alles energie is en dat het gelijke het gelijke aantrekt. De aanstaande ouders trekken een ziel aan die qua trilling bij hen past. In verreweg de meeste gevallen betekent dit, dat het kind en de ouders iets met elkaar in het reine te brengen hebben; daarom ligt bij de aanstaande ouders ook een grote verantwoordelijkheid. Zij zouden moeten weten, dat ze een kind aantrekken, dat overeenkomt met hun genen. Het is mogelijk dat het kind in vorige levens bijvoorbeeld moeder of vader van deze ouders 14


was, en ze als familieleden oorzaken met elkaar hebben gecreëerd, die hen nu karmisch aan elkaar ketenen. Deze ketenen kunnen zij nu weer losmaken met elkaar – vandaag, in dit leven, vader, moeder en kind. Zodra dit is gebeurd, gaat het kind eventueel zijn eigen pad. Dus de betrokkenen komen allereerst samen in een familie, om zo veel recht te zetten, om zich van deze schuld te bevrijden, om volgens de Leer van het Leven hun ziel te reinigen, en om, ieder voor zich, zo snel mogelijk vrij te zijn de weg naar het Vaderhuis verder voort te zetten. Wat voor de relatie tussen ouders en kinderen geldt, geldt ook voor de onderlinge verhouding van alle mensen, die elkaar in deze incarnatie op aarde ontmoeten. Dit is zonder twijfel een heel belangrijk aspect van reïncarnatie: We treffen niet toevallig bepaalde medemensen. We ontmoeten elkaar wellicht nu opnieuw, om de gelegenheid te krijgen, onafgemaakte taken uit vroegere incarnaties uit te werken. Hoe? Door onze medemens 15


serieus te nemen, bijvoorbeeld door naar elkaar te luisteren, en vooral door elkaar te vergeven ...

Houden we er rekening mee, dat dat-

gene, wat ons in dit leven overkomt, vaak oorzaken heeft, die terug te voeren zijn op een eerdere reïncarnatie, dan zien we God ook in een heel ander licht. We zullen dan niet meer zo snel God de schuld geven, waarom uitgerekend dit of een ander “onrecht” ons overkomt en waarom het uitgerekend ons gebeurt, maar we in plaats daarvan nadenken, in hoeverre het lot, dat ons nu treft, misschien te wijten is aan negatieve energie, die we eerder uitgezonden hebben en nu weer naar ons terugkomt … Dat betekent echter niet, dat wij de tegenslagen van anderen kunnen doorgronden of zelfs zelfingenomen met de vinger naar hen kunnen wijzen, omdat zij dit “aan zichzelf te wijten” hebben. Daarmee zouden we onszelf alweer belasten, om nog maar te zwijgen over het feit dat niemand weet wat hem zelf in dit leven nog gaat overkomen. 16


Als wij ons lot aanvaarden – dat wil zeggen: niet anderen daarvoor verantwoordelijk houden –, dan betekent dit niet, dat wij erin moeten berusten en we ons bij ons lot moeten neerleggen! Het lot is niet iets dat vastligt; in het hele leven is er geen stilstand. God zou graag willen dat wij Zijn Geboden/Wetmatigheden naleven, zodat het goed met ons gaat. Zodra wij ons tot Hem wenden en ons inspannen, om steeds meer naar Zijn Geboden te leven, dan kan ons lot soms een andere wending nemen – als dit goed is voor onze ziel.

Mensen vragen vaak: Waarom grijpt

God niet in? – Maar God gaf ons de vrije wil! Hoe kan Hij, die ons de vrije wil gaf, ingrijpen in onze al-te-menselijke wil, in onze hardnekkigheid, in onze kwaadaardigheid, in onze overtredingen van Zijn Geboden? … Als wij de grote Kosmische gebeurtenissen beschouwen, dan beseffen we, dat: God op een bepaalde manier weldegelijk heeft ingegrepen – weliswaar niet in de wet van oorzaak 17


en gevolg, maar Hij zond zijn Zoon, die ons de Verlossing bracht. En wat is de Verlossing? Het is niets anders dan het Licht in de ziel en daarmee de bescherming van de ziel, zodat zij niet steeds dieper valt en niet oplost, zoals in Oosterse religies onderwezen wordt …

Aangezien Christus ons de Verlossers-

daad heeft gebracht – hoe zal dan de eeuwige verdoemenis mogelijk zijn? Hier zien we opnieuw de ambivalente houding bij theologen. Zoals zij het vertellen, heeft Christus ons van alle zonden “vrijgekocht” door de Verlossersdaad. Maar als alle zielen van mensen door Zijn “Volbracht” in één keer vrij zouden zijn geworden, dus zonder schuld zouden zijn – waarom zijn er dan in deze wereld nog steeds kwaadaardigheden, de ruzies, oorlog, moord en doodslag, en staan we lijnrecht tegenover elkaar? Waarom? Dat zijn toch zonden! Wij zien het als volgt: Jezus, de Christus, heeft de zonden niet eenvoudig weggenomen, zoals de Kerk beweert, maar het was en is anders: Hij heeft onze zielen de energetische bescher18


ming gebracht, en Hij is in ons vertegenwoordigd als Licht, als Kracht, als Hulp, zodat de ziel zichzelf kan reinigen en uiteindelijk weer als het Reine Geestwezen terugkeert, in het Eeuwige Thuis …

W

ij mensen zijn geïncarneerde geestwezens. We dragen in ons een ziel en in het diepste van de ziel het Goddelijk Wezen, dat van God komt. Als nu het fysieke lichaam sterft – waarheen gaat dan de ziel? Door de Goddelijke profetie van Gabriële zijn wij te weten gekomen, wat na het leven op aarde gebeurt: wij wisselen alleen maar onze aggregatietoestand. De ziel leeft verder, zoals zij hier op aarde geleefd heeft, met al haar positieve- en negatieve eigenschappen. Deze zal ze meenemen; en staat dan voor de vraag, wat ze ermee doet: of ze zich verder wil ontwikkelen in de werelden in het hiernamaals, of dat ze opnieuw ter incarnatie gaat, om een nieuw bestaan op aarde op zich te nemen voor een snellere zuivering van de ziel … 19


God is Liefde en toen de val begon had

God de zogenaamde valwezens delen van Geestelijke Hemellichamen meegegeven die zich dienovereenkomstig omhulden. Na de afsplitsing uit het Eeuwige Zijn waren het valwerelden; indertijd was er nog niet de verdichte materie. In deze valwerelden verbleven de afvallige wezens. Steeds weer kwamen Boodschappers van het Licht naar de valwezens en wilden hen terughalen. Velen keerden niet terug, omdat ze nog steeds als God wilden zijn, en verdichtten zich hierdoor meer en meer. Deze voortschrijdende afkeer van de Goddelijke Erfenis, bracht heel geleidelijk aan de verdere verdichting van de hemellichamen tot stand, de grofstoffelijke planeten, de grofstoffelijke zonnestelsels tot aan de materie van de aarde, die de woonplaats van de mensen is, de thuisbasis van de belaste zielen. De mens zelf is niets anders dan een uit veel lagen bestaand gewaad van de ziel, een verdichting, die van kleur en licht intensiteit wisselt volgens de belaste omhulsels van de 20


ziel. Daarom zijn de karakters van de mensen zo verschillend … Na de dood van het fysieke lichaam gaat de ziel over naar de gebieden aan gene zijde. Als ze naar lagere reinigingsgebieden gaat, omdat ze zeer belast is, dan bevindt ze zich nog in het rad van wedergeboorte. Wanneer de ziel lichter is geworden, dan is ze het rad van wedergeboorte ontgroeid en stijgt ze op naar hogere niveaus, de zogenaamde voorbereidingsgebieden genoemd, om daar stap voor stap naar het Vaderhuis te gaan. Iedereen weet: er gaat geen energie verloren. Op grond hiervan gaat noch de energie van onze positieve of negatieve gedachten verloren, noch die van onze woorden, onze handelingen, ons hele gedrag. Aangezien energieën, of ze nu positief of negatief zijn, hun effect hebben, vormen we daarmee onze ziel dienovereenkomstig. Deze energetische gravure blijft in de ziel, zelfs na het overlijden van haar fysieke lichaam. Met al deze inpren21


tingen is de ziel omhuld; we noemen deze omhulsels de “kledij” van de ziel … Goddelijke wezens, broeders en zusters, Reine Geestelijke Broeders en Zusters, onderwijzen de ziel en geven haar bijstand om, deze verschillende kleren, deze verscheidene al-te-menselijke, zondige gravures, af te werpen. En hoe meer de ziel meewerkt, om in de reinigingsgebieden vrij te worden van deze kleren, des te eerder wordt ze lichter en minder zwaar. En dan beslist de ziel: Zet zij haar reinigingsproces voort in de reinigingsgebieden? Of begeeft ze zich nog een keer ter incarnatie, om restanten van haar zonden af te leggen, omdat dit op aarde onder bepaalde omstandigheden sneller gaat? Of blijft ze niet voor rede vatbaar en zegt: “Ik geloof niet wat me hier wordt uitgelegd, ik voel me aangetrokken tot de aarde”? Ze kan naar de aarde gaan, in een volgende incarnatie, wanneer een menselijk lichaam is verwekt, dat overeenkomt met haar input, haar actieve gravure. 22


Weliswaar draagt de ziel verschillende kleren, verschillende belastingen, maar dat, wat actief is, trekt haar naar de aarde … Dit heeft het volgende tot gevolg: in ons huidige leven bepalen we onder bepaalde omstandigheden al het lichaam en het levenspad van onze mogelijke toekomstige incarnaties op deze aarde. Dit is vooral het geval wanneer de mens zich niet wijdt aan de reiniging van zijn ziel, maar in het tijdelijke voortdurend de Wet van Liefde, Vrijheid, Eenheid, Broederschap ofwel Broeder-Zusterschap, schendt.

Hoe komen we nu uit deze kringloop

van sterven, geboren worden, daarginds in de zielenrijken verblijven, opnieuw geboren worden, en weer sterven? De Leer van Jezus, de Christus, is de ideale richtlijn voor ons dagelijks denken en leven. We hebben dus waardevolle maatstaven gekregen: de Tien Geboden en de Leer van Jezus, de Christus. Als wij deze aanwijzingen stap voor stap opvolgen, dan reinigt onze ziel zich … 23


Een eenvoudige, doch werkzame grondregel zou kunnen zijn: wat wij niet willen dat ons overkomt, zullen we onze naaste ook niet aandoen, noch de dieren, noch de natuurrijken. – Als we hiernaar handelen, dan wordt onze ziel geleidelijk vrij van haar belastingen …

Zodra de ziel lichter is en niet meer neigt

tot reïncarnatie, tot de aarde, dan kan ze zich in de gebieden van reiniging, die in het hiernamaals voor de zielen klaarstaan, zuiveren, om stap voor stap naar het Vaderhuis terug te keren, naar haar eeuwige Oerexistentie, naar haar Oerthuis. Ook hier herken je weer de uitgestoken hand van de Heer: je “moet” niet reïncarneren, tenzij je bent aangetrokken tot reïncarnatie. Als er niets anders in het bewustzijn van de ziel is dan weer mens te worden, dan gaat de ziel opnieuw in het aardse gewaad. Als echter een bepaald zuiveringsproces in de ziel heeft plaatsgevonden, dus als de ziel lichter is geworden, dan voelen zulke zielen steeds minder een aantrekkingskracht naar de 24


aarde. Zij zeggen dan tegen zichzelf: “Ik kan mezelf als ziel ook in een reinigingsgebied louteren”, dus reinigen. In de reinigingsgebieden is de loutering voor zielen echter veel moeilijker en langduriger, vooral als de ziel zwaar belast is. Daarom wil ze vaak dringend opnieuw ter incarnatie gaan, omdat ze als ziel in het hiernamaals door leed en verdriet moet verduren en doorstaan, wat ze als mens anderen heeft aangedaan. Dit gebeurt door het in beelden te zien en te voelen: bijvoorbeeld hoe ze haar naaste heeft behandeld; hoe ze hem van het pad heeft afgebracht; hoe ze hem gemanipuleerd, beïnvloed en gedwongen heeft, soms tot moord en doodslag aan toe. – Daarom onderwijst Jezus, de Christus, ons de Vrede. Zijn zulke aspecten van schuld werkzaam, dan trekt dit de ziel weer terug. Is ze echter in hoge mate vervuld van het leven in Christus, dan wandelt ze als mens op weg naar Huis, naar het Vaderhuis. De pijnen, die ze als ziel te verduren had, voelt ze niet meer. Ze heeft als mens herkent door de energie van de dag, 25


wat ze in het reine moest brengen, en bracht als mens datgene in het reine, voordat de pijn, het lijden begon, voordat een ziekte de mens trof. Zo loutert de ziel zich en richt zich Hemelwaarts, dat wil zeggen Huiswaarts, naar haar Oorsprong. Laten we ook hier de Genade van de Heer onderkennen: Via de energie van de dag ontvangen we impulsen – mogelijk gedurende maanden, zelfs jarenlang, voordat er een of ander lijden, een ziekte, uitbreekt. Opdat we het negatieve zullen berouwen en in het reine brengen, waardoor het lot ons niet meer overkomt, zodat wat in de ziel is, op tijd oplost en wij ons niet naar het noodlot spoeden, maar het oplossen voordat het zich uiterlijk laat zien. Is dat geen genade? Het is een hoopgevende, optimistische en troostrijke leer. Zij werd zoals al eerder vermeld – door Origenes in de 3e eeuw onderwezen. En op het Concilie van Constantinopel in de 6e eeuw werd deze leer verdoemd en vervloekt. Men veroordeelde niet alleen de leer van Origenes – dat de ziel al bestond 26


vóór de geboorte –, maar verdoemden ook zijn optimisme: dat uiteindelijk alles goed zal komen, dat alles naar God terugkeert. Zelfs dat veroordeelde de Kerk uiteindelijk, om met de hel te kunnen dreigen …

Waarom is Jezus, de Christus, gestorven?

Door Zijn Verlossersdaad werd een verdere oplossing van alle vormen voorkomen. Dit is een zeer beslissende boodschap, die alleen nog maar door de profetie van onze tijd opnieuw aan de mensen wordt overgebracht. Christus stierf niet, zoals de Kerk het stelt, als offerlam voor een toornige God, maar Hij stierf door trouw te zijn aan Zijn missie van de Vader, omdat de mensen Zijn Boodschap niet hadden aanvaard. Om een verdere neerwaartse gang van de mensheid te voorkomen, stelde Hij Zijn Liefde beschikbaar aan alle zielen en mensen in de vorm van de Verlossersvonk. Daardoor gaf Hij elk mens en elke ziel de kracht, om in vrijheid naar God terug te keren … 27


De goddelijke wezens, die zich tegen God hadden gekeerd, wilden de oplossing van alle door God geschapen vormen, dat wil zeggen alle Goddelijke wezens, de Hemelse Natuur en de Thuisplaneten, waarop de Geestwezens leven. Zij wilden dat al het geschapene zou terugkeren in de Oerstroom, waaruit de Eeuwige, de Geestelijke, Goddelijke, Zuivere Vormen schiep, de Eeuwige, Goddelijke Wet van Liefde die vorm was geworden. – En waarom wilden ze dat? Ze wilden geen kinderen van God zijn, maar God Zelf, Alomtegenwoordig en Schepper … Zoals al gezegd: Christus heeft onze zonden niet eenvoudig van ons weggenomen. Hij helpt ons wel deze zonden in het reine te brengen en Gods Geboden in acht te nemen, Zijn Leer, de Bergrede, diepgaand te herkennen en toe te passen, om op deze manier rein te worden, weer terug te keren naar de Oorsprong, naar het Eeuwige Thuis …

28


Het Gebed van de Eenheid, het Onzeva-

der, begint met de woorden: “Onze Vader, Jij die in de Hemel bent, geheiligd is Jouw naam. Jouw Koninkrijk komt en Jouw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel.” – Dit is in absolute zin uitgesproken door Jezus, de Christus. Daarmee heeft Hij ons gezegd: Je keert weer terug naar God door toedoen van de Eeuwige Vader, door Zijn zoon, door de Verlossing. Wij allemaal gaan weer terug naar de Vader, van wie wij kwamen, want in ieder van ons is een Wezen van Licht. Dit keert terug in het Vaderhuis. Want God schept geen ziel; Hij schiep het Lichtwezen, dat diep in de ziel aanwezig is. De ziel reinigt zich, ze loutert zich, en wat treedt steeds meer naar voren? Het Lichtwezen komt tevoorschijn… Ieder van ons is de Tempel van God. God woont in ons. Hoe meer we Gods Wil vervullen, door Zijn Wetmatigheden van het Leven, de Geboden en Leer van Jezus, de Christus, na te leven, des te dichter komen we bij onze Hemelse Vader, des te consequenter lopen wij 29


aan de hand van onze Verlosser – uit het rad van wedergeboorte, het Lichtrijk tegemoet, naar God, naar Degene, die ons voor de Oereeuwigheid geschouwd en geschapen heeft! Het is voor ons mensen zeer troostrijk dat, na het leven op aarde – voor zover we de Geboden en de Goddelijke Wetmatigheden hebben nageleefd – de ziel aan haar reis naar Huis kan beginnen, want ook Christus heeft ons in die zin al beloofd: “In het Huis van mijn Vader zijn vele woningen. Als dat niet zo was, zou ik dan tegen jullie gezegd hebben: Ik ga heen om een plaats voor jullie gereed te maken? Wanneer ik heengegaan ben en een plaats voor jullie heb gereed gemaakt, kom ik terug en zal jullie tot Mij nemen, opdat ook jullie zullen zijn waar Ik ben.” (Johannes 14:2) De woningen in ons Land van Herkomst zijn dus vrij; onze Geestelijke Families verwachten ons; ze verlangen naar ons, ze verlangen naar de Grote Kosmische Eenheid in het Vaderhuis. En het Vaderhuis, is het Oneindige Grote Koninkrijk van God! De Kracht van God straalt ons 30


toe; daarom kwamen de profeten steeds weer en onderwezen de mensen: “Bekeer je! Wend je tot God. God is Liefde. De Vader houdt van je. Hij houdt van Zijn geschapen kind!” Hij zou toch een wrede God zijn, als Hij ons zou straffen of ons zelfs in de eeuwige verdoemenis zou sturen! Maar nee – Hij is onze Vader, die ons liefheeft. Alleen wijzelf kunnen onszelf als het ware verdoemen. Waardoor? Door ons in de duistere gebieden van het bestaan te begeven – ver weg van God – door onze eigen duistere gedachten, woorden en daden, die in strijd zijn met de Wet van het Leven, tegen onze ware Goddelijke Erfenis, die Onbaatzuchtige Liefde is. Maar zelfs deze zelf veroorzaakte duisternis zal nooit eeuwig zijn, want er bestaat geen eeuwige verdoemenis! Er is mogelijk een langdurig bestaan in de schaduw, als wij de voorkeur geven aan de schaduwen. Maar God is Licht! Licht is Liefde, en Liefde is Warmte – dat is God, onze Vader! Hij is de Vader-Moeder-God. Hij houdt van ons en roept ons. Hij heeft ons Zijn Zoon, de Mederegent van de Hemelen gezonden, om 31


ons de Deelkracht van de Oerkracht, een deel van Zijn Goddelijke erfgoed, te geven, zodat we steun hebben op de weg naar ons Thuis in de Eeuwigheid. En deze steun is Christus, onze Verlosser, het Licht van de Verlossing in ons …

H

oe zuiverder we worden, des te makkelijker we zullen overgaan, als ons uur slaat, omdat we voelen: Christus neemt ons bij de hand en leidt ons stap voor stap naar het Vaderhuis. Geen incarnaties meer – het gaat rechtstreeks terug naar het Koninkrijk van God!

R

32


Ik kwam - vanwaar? Ik ga - waarheen? Dit boek geeft antwoorden op de 75 meest gestelde vragen die zo oud zijn als de mensheid zelf. Pocketboek: 100 p. ISBN: 9783964465863 Bestelnr.: S407nl Ook als E-book verkrijgbaar.

Andere gratis brochures voor u: • LIOBANI Ik vertel – Luister je? • De Bergrede • Jezus en de dieren • Jezus van Nazereth kwam ook voor de dieren • Woorden des Levens • Dit is Mijn Woord - Alfa en Omega • Laat niet los! • Vind God! Waar? Hoe? • God in ons

Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland Tel. +49 (0)9391/504-135, Fax -133 www.gabriele-publishing.com


jk

va n

G od - H e t

on

ei ig

on

d

in

ri

n

k

e id

ijn

Het K

eZ

n

uw

pe

igh

De o

el

Ee

H

em

po

or

t - D

e Weg

na

ar

d

e

Gabriele Uitgeverij Het woord


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Reïncarnatie - Een Genadegeschenk van het Leven by Gabriele-Verlag Das Wort - Issuu