Skip to main content

De Wet van Zaad en Oogst - Er bestaat geen eeuwige verdoemenis!

Page 1

:

De Wet van Zaad en Oogst Er bestaat geen eeuwige verdoemenis!

d

De boodschap van de Waarheid


Deze brochure bevat fragmenten uit het meer dan 1000 pagina’s tellende grote openbaringswerk “Dit is Mijn woord, A en Ω, gegeven door de profetes en boodschapper van God, Gabriële-Sophia, hier specifiek over het onderwerp: De Wet van Zaad en Oogst Er bestaat geen eeuwige verdoemenis!

R Februari 2026 © Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland Telefoon: 0049 (0)9391 504-135, Fax: -133 www.gabriele-verlag.com www.gabriele-publishing.com Originele Duitse titel van de brochure: “Das Gesetz von Saat und Ernte” Bestelnummer: G367nl Alle rechten voorbehouden. Druk: KlarDruck GmbH, Marktheidenfeld, Duitsland Omslagfoto: © Mykola Velychko – Fotolia


Uittreksel uit het grote Openbaringswerk

Dit is Mijn woord A en Ω

Over het onderwerp: De Wet van Zaad en Oogst Er bestaat geen eeuwige verdoemenis!

God is de gever van het leven, omdat Hij

zelf het leven is. Uit de eeuwige wetten van het leven gaf God de mens de vrije wil om vrij voor of tegen Hem te beslissen. Wie voor Hem is, vervult de eeuwige wetten van de liefde en het leven en zal ook de gaven van liefde en leven van de eeuwige wet ontvangen. Wie tegen de eeuwige wet voelt, denkt en handelt, ontvangt datgene, wat hij gezaaid, dus gevoeld, gedacht, gesproken en gedaan heeft. Wie goed zaad zaait, dus de wetten van God vervult, zal ook goede vruchten oogsten. Wie menselijk zaad zaait, dat hij als menselijke gevoelens, gedachten, woor1


den en daden in de akker van zijn ziel brengt, zal ook overeenkomstige vruchten oogsten. Daaraan erkennen jullie, dat God niet ingrijpt in de wil van de mens. Hij is gever, helper, vermaner, leider en beschermer van degenen, die zich inspannen, Zijn wil te doen, omdat zij zich naar Hem toewenden. Wie zich van Hem afwendt, door zijn eigen menselijke wet te scheppen, zal ook door zijn eigen menselijke „ego-wet” bestuurd worden. God grijpt dus niet in in de wet van oorzaak en gevolg. God komt Zijn kinderen op veelvuldige wijze tegemoet en degenen, die Hem van harte vragen en vervullen, wat Ik, Christus in God, Mijn Vader, hen heb geboden – elkaar onbaatzuchtig lief te hebben – zij zijn in God en God werkt door hen. Alles wat aan ongoddelijks van je uitgaat – zoals tegenstrijdige gedachten, woorden en daden – kan niet alleen bij je naaste pijn en leed veroorzaken, maar ook bij jezelf. Want wat de mens zaait, zal hij oogsten. De oogst 2


komt overeen met het zaad. Het wordt altijd door diegene geoogst, die gezaaid heeft – niet door zijn naaste. Je naaste heeft jouw zaad niet gezaaid en zal ook jouw oogst niet oogsten. ... (Hoofdstuk 25, 14-18)

W ie zijn eigen oorzaken erkent, kent ook

de ketens van oorzaken, die in deze wereld gebeuren, wier gevolgen leidden en leiden tot velerlei ziekten, kwalen en pijn. Wie inzicht heeft in de wet van oorzaak en gevolg, kent ook de weg uit de verwardheid en verstrikkingen van het menselijke ik. En wie de weg gaat uit leed, pijn, ziekte en ellende, zal steeds minder oorzaken scheppen. Daardoor vermindert het slechte zaad in de akker van het leven. In hem komt dan het goede zaad op, het leven in Mij, de Christus. ... (Hoofdstuk 21, 6-7)

3


M ijn Vader, die ook jullie Vader is, zond

Mij tot de mensen. Ik werd mens, om onder de mensen te wonen en met de taal van de mensen te verkondigen, wat eeuwig leven is. De zoon Gods, die als mens de mensenzoon werd, kwam van de hemel, om de verlossing te brengen. Omdat God, Mijn Vader alle kinderen even liefheeft, gaf Hij Mij ook de macht en de kracht, om alle zielen terug te leiden aan Zijn hart. Ik kwam van de hemel, om de mensen Gods wil te openbaren en onder de mensen Zijn wil te vervullen. Geen mens en geen ziel wordt door Mij verstoten, want Ik heb allen de verlossing gebracht. Alleen die mens stort zichzelf in zijn noodlot, die Gods wil afwijst en naar zijn eigen wil in de zonde, verder leeft. Ondanks alles draagt hij de verlossing in zich en zal ooit aan Mijn hand de weg terugvinden en Ik zal hem naar de Vader leiden, want in Mij en door Mij werden de mensen verlost. 4


Wie zich aan Mij, de Christus, overgeeft, hoeft niet elke begane zonde te dragen. Immers: wie van harte tot Mij, de Christus komt, die doet ook zijn best, in elke situatie Gods wil te herkennen en te vervullen. En wie eerlijk tracht, Gods wil te doen, die heeft van God reeds ontvangen. Tot Mij komen betekent, niet alleen tot Mij te bidden, maar ook de wet van het leven aan zichzelf en aan zijn naaste te verwezenlijken. Wie de wetten van God in acht neemt, die is op Mij, de Christus Gods, gericht. Hij zal zijn menselijke zaad niet hoeven te oogsten. Wie zich tot Mij richt, ervaart in en om zichzelf de genade van de Allerhoogste. Zij staat ieder mens bij, in elke levenssituatie. Zij bouwt de mens op, versterkt hem en helpt hem, om de zonden te herkennen en in het reine te brengen, voordat zij aan den lijve zichtbaar worden. ... (Hoofdstuk 30, 7)

5


A ls Jezus van Nazareth leerde Ik de man-

nen en vrouwen die Mij navolgden en allen, die naar Mij luisterden, gedeelten uit de volmaakte wet, de Absolute Wet. Ik verklaarde hen ook, dat de Absolute Wet der liefde in de wet van oorzaak en gevolg binnenstraalt, omdat de Geest alomtegenwoordig is en ook in de wet van oorzaak en gevolg, de valwet, werkt. Door Mij als Jezus van Nazareth, de geïncarneerde Christus en door alle andere ware Godsprofeten, onderwees en vermaande de Eeuwige Zijn kinderen in de onvolmaakte gebieden, dat de valwet, de wet van oorzaak en gevolg, voortdurend werkzaam is. Wie zich niet tijdig bezint en omkeert, zal zijn oorzaken als gevolgen moeten verduren. De Eeuwige had en heeft de wens, om ook in de huidige tijd Zijn mensenkinderen en alle zielen naar Zijn hart te leiden, naar de wet van de eeuwige liefde, voordat de oogst – de gevolgen op de door hen gestelde oorzaken – op hen afkomt. De Eeuwige leidde en leidt 6


hen door Mij, Christus, tot zelferkenning. Hij gaf en geeft hen de kracht, datgene in het reine te brengen, wat zij als zonden en fouten hebben erkend en erkennen. De Christus, die Ik Ben, kwam in Jezus van Nazareth op deze aarde, in deze wereld, om de mensen als mensenzoon de eeuwige wet te leren en haar voor te leven, opdat zij de weg naar de Eeuwige Vader erkennen en Zijn wet vervullen – zodat zij weer de eeuwige woningen kunnen binnengaan, die Hij voor al Zijn kinderen gereedhoudt. ... (Hoofdstuk 25, 8)

Wie slecht zaad in de akker van het le-

ven zaait, zal ook een slechte oogst hebben, want de vrucht ligt reeds in het zaad. Maar wie tijdig zijn fouten inziet, berouwt en deze niet meer doet, die neemt de wet Gods aan en hij leert geleidelijk alle levensvormen lief te hebben. Dan ontvangt hij uit de genadehanden van de Eeuwige, en zijn 7


ziel en lichaam zullen licht, heil en genezing ontvangen. Erkent: niet altijd brengt het zaad onmiddellijk de oogst voort. Wat de mens in dit aardse leven zaait, dus veroorzaakt – ook aan het dieren- en plantenrijk – dat zal hij oogsten; zo niet in dit aardse bestaan, dan in een volgend aards leven of als ziel in de reinigingsgebieden. Leeft daarom elke dag bewust! Want iedere dag toont ieder mens, wat goed en minder goed aan hem is en wat hij vandaag, op deze dag, kan goedmaken. ... (Hoofdstuk 24, pagina 3)

Erkent: in de eeuwige wet bestaat geen

dwang. God, de Eeuwige, heeft al Zijn kinderen de vrije wil gegeven. Wie vrij beslist, heeft met de vrije keuze de kracht voor dat, wat het ware christendom kenmerkt: gelijkheid, vrijheid, eenheid, broederlijkheid en gerechtigheid. Elke dwang komt uit de wet van oorzaak en gevolg, die ook valwet wordt 8


genoemd. De mens is geboden, zijn geestelijke weg vrij te kiezen. Het is een vereiste dat de mens zijn geestelijke weg vrij kan kiezen. Ik, Christus, bood en biedt de weg aan naar het hart van God, maar Ik dwing geen mens, die ook te gaan. Wie zijn naaste dwingt, leeft zelf onder de dwang van de valwet en belichaamt zo de valgedachte. Sommige zogenaamde christelijke godsdiensten dwingen hun gelovigen tot het doopsel met water. Reeds kleine kinderen, wier vrije wil nog niet ontwikkeld is en die daarom ook nog niet zelf kunnen beslissen, worden door het doopsel met water tot lidmaatschap van een kerk gedwongen en daarmee tot deelname aan haar overige rituelen genoodzaakt. Dit is een ingreep in de vrije wil van het individu, als het ware een gedwongen christianisering. Zo werkt de valwet. Mensen, die Mij, Christus, niet vrijwillig, uit hun diepste innerlijke overtuiging, aan- en opnemen, hebben het vaak zeer moeilijk, de 9


Tien Geboden, de uittreksels uit de eeuwige wet, op de juiste wijze te begrijpen en aan te nemen omdat deze door talrijke veruiterlijkingen, dogmatische vormen, riten, gebruiken en erediensten op de achtergrond werden gedrongen. In de kerken werden deze veruiterlijkingen de hoofdzaak; zij hebben echter met het innerlijke christendom, de innerlijke religie, niets gemeen, maar stammen gedeeltelijk rechtstreeks uit de tijd van het veelgodendom en de afgodendienst en aldus uit de valgebieden. Pas wanneer mensen zich vrijwillig losmaken van de hen opgedrongen dogma’s en starre vormen, van rituelen en erediensten, alsmede van hun eigen Godsvoorstellingen, kunnen zij geleidelijk naar hun innerlijk, hun ware wezen, worden gevoerd. Daar, in hun innerlijke zijn, vinden zij dan zichzelf als waarachtig wezen in God en als bewoner van het rijk Gods, dat binnen in ieder mens is. Dit innerlijke leven is de ware religie, de innerlijke religie. 10


Erkent: de eeuwige, alomvattende, universele wet, de wet van de hemelen, is onomstotelijk. Het is de wet van al het reine Zijn. Door de val ontstond de wet van oorzaak en gevolg en deze kan slechts worden opgelost door de verwezenlijking van de eeuwige wetten. Ze kan echter niet worden ontlopen. De wet van oorzaak en gevolg werkt zolang in elke ziel, tot de zonden werden erkend, in het reine gebracht, uitgeboet en aan Mij, de Christus Gods, werden overgegeven. Dan is de valwet in de ziel opgeheven. De ziel is dan verregaand bevrijd van haar onreinheid. Zij wordt weer het reine wezen in God, dat de Absolute Wet leeft, omdat het opnieuw streeft naar de alom heersende wet van de liefde en het leven. De wet van zaad en oogst heeft zolang geldigheid, tot al het tegenstrijdige goedgemaakt is en in positieve energie is omgezet en elk wezen weer in God leeft, uit wie het voortkwam. In de mate, waarin alle wezens uit God weer in het hart van God zijn inge11


gaan, in de Absolute Wet, zullen alle reinigingsgebieden – alle gedeeltelijk materiële en materiële gebieden, met inbegrip van de aarde – zich in kosmische energie omzetten en opnieuw in de Absolute Wet trillen. Dan is de valwet opgeheven en Gods liefde is bewust en alom heersend in al het Zijn, in ieder wezen. … (Hoofdstuk 25, 8)

Wee degenen, die tegen mens, dier, plant,

steen en tegen alles zondigen, wat God hen tot het leven in Hem heeft gegeven! Het gemoed van veel mensen is afgestompt. Hun menselijke ik denkt alleen aan eigen voordeel. Daarbij benadeelt de egoïstische mens zijn medemensen en buit ook de natuurrijken uit. De mens van deze tijd legde en legt de hand aan de grote aardmens, de aarde. Hij verontreinigt de aarde, schendt het leven op haar en beïnvloedt door zijn omgang met de atoomkracht de atmosfeer, evenzo met chemicaliën en andere stoffen. Hij schendt dus 12


de aarde en alles, wat daarop leeft en vernietigt haar atmosferische mantel, die haar en al het aardse leven bescherming biedt. Juist in deze tijdsomwenteling, de wending van de oude, zondige tijd naar de lichttijd, roepen dier- en plantensoorten met hun gevoelskrachten, met de taal van hun bewustzijn, tot hun Schepper om hulp en redding. Onvoorstelbaar lijden de dieren en planten onder de uitwassen van het menselijke ik, het menselijke egoïsme. Het geknechte leven roept om erbarmen en verlossing. God, Mijn Vader, de Schepper van alle levensvormen, heeft het geknechte schepsel verhoord. Veel diersoorten sterven uit door de tegenstrijdige handelwijze der mensen. Hun geestelijke krachten gaan ofwel terug in de aardziel, of naar de zuivere gebieden van het eeuwige Zijn. Dat is voor velen een verlossing. Velen van hen komen echter dan terug, als het licht op de aarde woont, omdat mensen in de eenheid met God leven. 13


Weet: elke onuitgeboete misdaad en elke verkeerde handeling – zij het aan mensen, dieren, planten, zelfs aan stenen, aan de hele aarde dus en aan de atmosfeer – komt op de veroorzaker terug. Erkent: veel dieren zijn aan de mensen gegeven, opdat zij hen dienen. Velen zijn gegeven, om het ecologische evenwicht te bewaren. Maar het juiste wederkerige dienen kan er slechts zijn, als de mens de kindschapsliefde uit de Vader-Moeder-God en de Schepper liefde, die in het dier, in de planten en stenen werkzaam is, heeft ontwikkeld. Dan kan hij ook met al het Zijn communiceren. Waar zuivere communicatie bestaat, daar stroomt ook eeuwige, kosmische energie. Waar de krachten der liefde echter gebonden zijn, daar heerst hardvochtigheid, egoïsme en slavernij. Daar bestaat noch begrip, noch tolerantie, daar is slechts nemen en geen stromen uit geven en ontvangen.

14


Het is de wet: wat de mens de geringste van Mijn broeders aandoet, zijn medemens, dat heeft hij Mij, de Christus, aangedaan – en uiteindelijk ook zichzelf; want wat de mens zaait, zal hij oogsten. De oogst komt steeds overeen met het zaad. Als de mens tegen de eeuwige wet van onbaatzuchtige liefde zondigt, wendt hij zich af van de eeuwige energieën, die hij nodig heeft voor een gezond leven, voor het welzijn van zijn ziel en ook van zijn lichaam. Wie zich dus op de wereld en haar schaduwen richt, die wendt zich af van Mij, het licht. En wie zich van Mij afwendt, treedt de schaduwen van het menselijke ik binnen. Wie in de schaduw staat, lijdt en verkommert en wordt de slaaf van zijn ik en maakt ook zijn naaste weer tot slaaf. … (Hoofdstuk 21, 5)

15


God is liefde!

God verdoemt niet! De mens echter, die tegen de goddelijke wet denkt, spreekt en handelt, begeeft zich in zijn eigen gerecht en noemt dit verdoemenis. De woorden „verdoemen” en „verdoemenis” ontstonden uit vrees voor God en het geloof in wraakgoden. Wraakgoden zijn niets anders dan menselijke voorstellingen, dus afgoden, die de mens zelf schiep, omdat hij door zijn van God verwijderde gedachten en handelingen energiearm werd en zich daardoor van de ware, Ene, Eeuwige, verwijderde. De negatieve gedachten gaven hem gewetensbezwaren, want diep in zijn innerlijk zag hij in, dat het tegenstrijdige, het van God verwijderde, niet zijn ware leven is. Omdat zijn geestelijke erfdeel, de goddelijke wet, ten gevolge van zijn zonden niet langer door hem kon werken, kreeg hij angst, omdat hij de elementen niet meer beheerste, maar de elementen hem beheersten. Daaruit conclu16


deerde hij, dat de heersers over de elementen goden waren, die hij offers moest brengen, om hen mild te stemmen. In de tijd die volgde, verhieven de mensen zichzelf tot goden, verwierven rijkdom en aanzien en bouwden macht op, om daarmee hele volkeren te beheersen. Tenslotte werden dan rijkdom, aanzien en macht zelf tot afgoden van veel mensen. Afgoden van deze wereld, die het volk in deze tijd nog steeds vereert, zijn ook de wereldlijke macht en de kerkelijke overheid. Hun ambtsdragers beschikken over grote vermogens en over aanzien en invloed en oefenen daarmee macht uit over het volk. Wie hen vereert, maakt zich van hen afhankelijk en verheft hen tot afgoden. Want binding aan mensen, aan menselijke neigingen en voorstellingen is afgodendienst. Als dan de gevolgen op de mens afkomen, terwijl hij toch de oorzaken met zijn van God verwijderde denken en handelen zelf heeft 17


geschapen, wordt hij angstig en klaagt God aan en bestempelt Hem als een God van wraak, die verdoemt en kastijdt. Je hoeft echter je hemelse Vader niet te vrezen, want Hij heeft je lief! Vrees eerder je menselijke gedachten, je woorden en je tegenstrijdige handelen; want zij kunnen je in een langdurige „verdoemenis” leiden. God is liefde! Vrees God dus niet, maar wees jegens God eerbiedig en geef Hem in alles de eer, in je denken, spreken en handelen – maar niet een mens. De mensen, je naasten, moet je achten, maar niet eren, want alleen God, de Eeuwige, Al-Ene, komt de eer toe. God is het licht van de liefde, en alles is in Zijn licht – ook degenen, die zich door hun zonden tegen de wet des levens zelf „verdoemen”. Alle afgodendiensten – ook vereringen van het menselijke ik – zullen vergaan, want niets houdt stand wat niet uit God is. Ook de vele religies en godsdiensten, die nog steeds aan het idee van een God 18


van wraak vasthouden en daaruit de eeuwige verdoemenis afleiden, zullen vergaan. Alleen de mens, die zich aan de wetten van God houdt, ervaart de ene, eeuwige God in zichzelf. Hij ervaart de God, die nooit straft en kastijdt, de God, die uit liefde ieder mens de vrije beslissing laat – voor of tegen Hem. Hij ervaart de God van liefde, die geen van Zijn schepselen verdoemt. Voor hem is „eeuwige verdoemenis” een bespotting van God. Hij ervaart de God, die tot de mensen spreekt over de wet van zaad en oogst volgens welke de mens oogst, wat hij zelf gezaaid heeft. Want de mens zelf is de zaaier voor zijn goede, minder goede en slechte werken. Hij oogst, wat hij zaait. Elk zaad draagt de vrucht al in zich en diegene zal de vrucht oogsten, die het zaad in de akker van het leven heeft gezaaid. De tijd is nabij, waarin het zondige leven vergaat en de mensen goed zaad in de akker des levens zaaien. De vrucht is dan de wet des levens, die zij vervullen en die hen ver19


vult. Dan blijft alleen de liefde Gods onder de mensen, omdat zij de onbaatzuchtige liefde tot Hem en tot hun naasten in hun leven omzetten. Daaruit ontstaat het vredesrijk van Jezus Christus, wiens heerser Ik Ben. … (Hoofdstuk 12, 10-11)

I k Ben de waarheid! Wie tegen het leven

handelt, handelt ook tegen zichzelf, omdat ook hij het leven is. Want in hem werken alle krachten des levens – ook het leven der dieren en planten. Want alles is leven, dat uit de ene Oerbron stroomt, uit God. De mens lijdt zo lang als hij zijn naaste leed aandoet, onverschillig of het mensen, dieren of planten zijn. In de voorbije tweeduizend jaar zijn Mijn woorden aan de mensen over de wet van oorzaak en gevolg in vervulling gegaan en zij zullen zich blijven vervullen – zolang, tot de wet van oorzaak en gevolg is getransformeerd, omdat alle mensen elkaar onbaatzuchtig liefhebben. … (Hoofdstuk 14, pagina 5-7)

20


Waarlijk, Ik zeg jullie, het leven is Gods

odem. Mens of dier – zij allen worden beademd door één kracht, door God. God is leven en leven is odem. Wie zijn naaste moedwillig van de adem berooft door hem te doden, zal de geestelijke dood ondergaan. In het rijk der zielen zal hij een vreemdeling zijn, want hij kent zijn eigen bewustzijn niet en weet dus ook niet, of hij leeft of dood is. Alleen al, wanneer de mens willens en wetens toelaat, dat mensen en dieren gekweld, geminacht of mishandeld worden, zal dit of iets dergelijks hem zelf geschieden. Wat dus de mens zijn naasten of zijn overnaasten, dat wil zeggen de dieren, planten en stenen, aandoet, dat doet hij Mij aan – en daarmee zichzelf. Erken ook stenen zijn scheppingskrachten van God, ook hen dient achting te worden betoond. Het zaad van de mens zal dus zijn oogst zijn. ... (Hoofdstuk 34, 7-10) 21


Erken: al wat leeft, voelt. Ongeveer zoals

de mens voelen alle levensvormen vreugde en leed – of het dieren, planten of stenen zijn. Het leven is bewustzijn. Het bewustzijn straalt ontelbare evolutiefacetten van het Ik Ben uit. Bewustzijn is tevens bewustwording. Mensen, dieren, planten en stenen voelen overeenkomstig hun bewustzijn. Erken: wie dieren jaagt, zal eens zelf gejaagd worden. Wie dieren kwelt, zal eens zelf worden gekweld. Wie het leven op aarde uitbuit, zal de buit worden van degenen, die hem hiertoe instrueren. Elk zaad heeft haar oogst. Wat de mens zaait, gaat in de akker van zijn ziel; van daaruit ontspruit en groeit het. In elk zaadje is reeds de vrucht. Wie dus tegen zijn naaste en tegen de natuurrijken is, is ook tegen God – want God, het leven, is in al het Zijn. Erken: wie Gods wetten niet vervult, belast zijn ziel. Wie dieren kwelt of doodt, diens 22


handen zijn met bloed bevlekt. Wie het vlees van dieren eet, de natuur verontreinigt en schendt, is onrein. Zulke mensen kunnen niet met heilige dingen omgaan, noch de zogenaamde “geheimen” van de hemelen ervaren en dus ook niet de wet van de hemelen onderwijzen en uitleggen. Wie het heiligste, de wetten der hemelen, onderwijst en zijn medemensen opdraagt, deze in acht te nemen en ze zelf niet in acht neemt, zal slechts van hen instemming oogsten, die hetzelfde leven en denken als hij. Al het goddeloze is op den duur niet bestendig. Het zal wijken, zoals de nacht wijkt voor de dag. De tijd is naderbij gekomen, waarin het licht alles aan de dag brengt en de mensen het goddeloze leven herkennen van degenen, die hen weliswaar beleerd en hen geboden hebben de wetten van het leven in acht te nemen, deze echter zelf niet onderhielden, en wier handen met bloed zijn bevlekt en wier lichamen door het eten van vlees verontreinigd zijn. 23


Gods molens malen langzaam. De dag zal komen, dat het kaf van het koren wordt gescheiden en zij, die van God vervuld zijn, zullen aan Mijn rechterzijde staan en het kaf, de goddelozen, zullen vervallen aan de loutering volgens de wet van zaad en oogst. … (Hoofdstuk 38, 1-2)

De wet van zaad en oogst zal zo lang werkzaam zijn, tot het tegenstrijdige is vergaan en het Goddelijke op de aarde woont, tot dus alle mensen op de veranderde, nieuwe aarde Gods wil vervullen. Heel geleidelijk gaat de tijd ten einde, waarin Mijn woord verdraaid en verbogen werd, om het diegenen dienstbaar te maken, die daarmee in de waan verkeerden, boven de waarheid te tronen en zich onderdanen schiepen.

Erkent: het onkruid werd door opinievormers gezaaid, die Mijn woorden, Mijn uitspraken, niet begrepen en de waarheid – deels bewust en ook onbewust – verdraaiden. Velen leg24


den de waarheid te hunnen gunste uit. Daaruit ontstonden onder andere ook de door dogma´s, geloofs- en leerstellingen gekenmerkte kerkelijke instellingen, die het evangelie telkens zo interpreteerden en interpreteren, als het voor hun instelling gunstig was en nog is. Tot deze instellingen hadden en hebben slechts die mensen toegang, die zich onder hun dogma´s, geloofs- en leerstellingen plaatsen. Dit alleen al geeft inzicht in hetgeen Ik zojuist heb geopenbaard: zij hebben Mijn woord verdraaid en verbogen, om het voor zichzelf dienstbaar te maken. De waarheid is de kracht van de oneindigheid en is er voor alle mensen. De waarheid straalt in talloze facetten in deze wereld. Wie beweert, dat de facetten van de eeuwige waarheid zich in dogma´s en vormen laten persen? Er kwam dus onkruid onder het goede zaad. Ofschoon gedurende eeuwen het onkruid het goede zaad heeft overwoekerd, bleef dit toch 25


in het verborgene behouden. De tijd is gekomen, waarin het onkruid heel geleidelijk uit de akker des levens wordt verwijderd, opdat het goede zaad kan ontkiemen en een goede oogst kan brengen. Heel geleidelijk en met veel moeite en geduld wordt het slechte zaad uit de akker van het leven genomen, opdat geen korreltje van het goede zaad verloren gaat en mee in de oven geworpen wordt, waarin het onkruid verbrandt. Dat is de gerechtigheid Gods. Al kunnen ook veel mensen niet begrijpen, dat de overgang van de zondige wereld naar de lichttijd een zeer lang tijdsbestek omvat, stemt dit toch overeen met de gerechtigheid. Want God geeft elke zondaar steeds weer de mogelijkheid tot ommekeer. Elk vonkje van berouw al is het nog zo klein krijgt aandacht en wordt gekoesterd. Dat is Gods liefde en gerechtigheid. Elke ziel en ieder mens laat God, de Eeuwige, recht wedervaren. De waarheid Gods moet wel de tegenspraak van de zondaar dulden – maar niet in alle eeuwig26


heid. De tijd is gekomen, waarin alles, wat de tegenkracht heeft verborgen, onthuld en bekend wordt, want alles is in de atmosferische straling reeds openbaar. Op deze wijze komt de waarheid vrij – en zij zal allen vrijmaken, die zich door de waarheid, door God, vrij laten maken. … (Hoofstuk 44, 7-8)

I n de geweldige tijdsomwenteling, die in

de huidige tijd openbaar wordt, wordt ook geleidelijk de atmosferische kroniek gereinigd. Alles, wat daar nog aan zonde is opgeslagen, gaat geleidelijk over op de veroorzakers, zowel op de zielen in de reinigingsgebieden, als op de mensen. Al het onwetmatige – en zelfs de onwetmatige bedoelingen van de enkeling, dat, wat mensen nog van plan zijn met de aarde en door hun gedachten al in de atmosferische kroniek hebben ingebracht – wordt ofwel gewist óf het komt op zijn veroorzaker terug, al naargelang hoe de ziel van de mens in het verdere verloop beslist: voor of tegen God. ... (Hoofdstuk 12, 12) 27


Erkent: alleen de eeuwige wet van liefde

maakt de mens vrij – niet de wet van zaad en oogst. Dit brengt hem slechts leed, ziekte, nood en ellende. … (Hoofdstuk 25, 8)

R

28


Dit is Mijn woord A en Ω Christus zelf verklaart via Gabriële, de profetes van God, wat gedeeltelijk verkeerd of misleidend is overgeleverd. We leren wat Hij als Jezus van Nazareth werkelijk onderwees, wat Zijn Verlossingsdaad voor ons in werkelijkheid betekent en hoe vandaag de dag iedereen Hem kan volgen. Delen uit de inhoud: • Zin en doel van het aardse leven • Over de wet van oorzaak en gevolg • Voorwaarden voor de genezing van het lichaam • De leer van de „eeuwige verdoemenis“ is een bespotting van God • Jezus leert bidden • Strijd van de duisternis tegen Gods plan en Zijn rechtvaardige profeten • Jezus hield van de dieren en zette zich voor hen in • Over het juiste begrip van de geboden • Over de dood, reïncarnatie en het leven • De ware betekenis van de verlossende daad van Jezus, de Christus • Over het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid • en nog veel meer. Gebonden: 1125 p., Bestelnr.: S007nl. ISBN: 978-3-96446-054-7 E-Book: ISBN 978-3-96446-137-7


Andere gratis brochures voor u: • Reïncarnatie - Een Genadegeschenk van het Leven • LIOBANI Ik vertel – Luister je? • De Bergrede • Jezus en de dieren • Woorden des Levens • Dit is Mijn Woord - Alfa en Omega • Laat niet los! • Vind God Waar? Hoe? • God in ons!

E

Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland Tel. +49 (0)9391/504-135, Fax -133 www.gabriele-publishing.com

D


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Wet van Zaad en Oogst - Er bestaat geen eeuwige verdoemenis! by Gabriele-Verlag Das Wort - Issuu