De Bergrede de weg naar een vervuld leven
De boodschap der waarheid
Fragmenten uit het boek:
De Tien Geboden van God & De Bergrede van Jezus van Nazareth
“De Bergrede – de weg naar een vervuld leven” 1e Nederlandse uitgave november 2024 © Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland www.gabriele-publishing.com Bestelnr. G304nl Originele Duitse titel: “Die Bergpredigt – der Weg zu einem erfüllten Leben” Alle rechten voorbehouden Voor alle vragen betreffende de betekenis van de inhoud is de Duitse originele uitgave doorslaggevend Druk: KlarDruck GmbH, Marktheidenfeld, Duitsland
De Christus Gods openbaart door de profetes en afgezante van God, Gabriële: De Bergrede is de Innerlijke Weg naar het Hart van God, die naar de Volmaaktheid leidt. Ik leid de Mijnen tot het kennen van de Waarheid. „Zalig in de Geest zijn de armen, want hen behoort het Hemelrijk!” Met de woorden “de armen” wordt niet de materiële armoede bedoeld. Dat brengt niet de zaligheid in de Geest, maar de toewijding aan God, waaruit de mens volbrengt, wat Gods Wil is. Het is innerlijke rijkdom. Met de woorden “de armen” worden al diegenen bedoeld, die niet naar eigen bezit streven en geen goederen verzamelen … Hun innerlijke rijkdom is het leven in God, voor God en voor hun naasten. Zij leven het gebod „bid en werk”. „Zalig zijn zij, die lijden, want zij zullen getroost worden.” 1
Het lijden van de mens komt niet van God … Wie zijn lijden draagt, zonder zijn naaste te beschuldigen en in het leed zijn eigen fouten en zwakheden inziet, ze berouwt, om vergeving vraagt en vergeeft, die zal Gods Barmhartigheid deelachtig worden. „Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten.” Zachtmoedigheid, deemoed, liefde en goedheid gaan hand in hand. Wie tot Onzelfzuchtige Liefde is geworden, is ook zachtmoedig, deemoedig en goed. Hij is vervuld van Wijsheid en Kracht. „Zalig zijn zij, die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.” Zie, Ik, je Verlosser, Ben de Waarheid in jou. In jou zelf ben Ik de Weg, de Waarheid en het Leven. Besef: niemand hoeft te hongeren en te dorsten naar de Gerechtigheid. Zet de eerste stap naar het Rijk van de Liefde, door allereerst tegenover jezelf rechtvaardig te zijn. Oe2
fen je in positief leven en denken, en je zult heel geleidelijk een rechtvaardig mens worden. Dan breng je de Gerechtigheid van God in deze wereld … „Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen Barmhartigheid ontvangen.” Alle mensen, die zich oefenen in de Barmhartigheid, zullen ook Barmhartigheid ontvangen en diegenen bijstaan, die zich op de weg naar de Barmhartigheid bevinden. „Zalig zijn zij, die zuiver van hart zijn, want zij zullen God schouwen.” Zalig zijn zij, die zuiver van hart zijn, want zij zullen God schouwen – omdat zij weer het evenbeeld van de Hemelse Vader zijn geworden. Uit een zuiver godvruchtig hart stromen zachtmoedigheid en deemoed. „Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods worden genoemd.” Met deze woorden wordt bedoeld: zalig zijn zij, die de Vrede bewaren. Zij zullen ook de Ware Vrede op deze aarde brengen, omdat 3
zij in zichzelf vredelievend zijn geworden. Zij zijn bewust de kinderen van God. „Zalig zijn zij, die vervolgd worden omwille van de rechtvaardige zaak, want hen behoort het Koninkrijk van God.” Besef: wie Mij navolgde, werd door de wereldse mensen veracht, omdat ook Ik als Jezus door hen werd veracht. Te allen tijde moesten mensen, die de Nazarener daadwerkelijk volgden, veel doorstaan en lijden. „Wee jullie die rijk zijn! Want jullie hebben in dit leven jullie troost ontvangen.” Iemand die rijk is aan aardse goederen en heeft ingezien dat zijn rijkdom een gave is, die hij alleen van God heeft gekregen om het in te brengen in het grote geheel voor het welzijn van allen en om het daar rechtmatig voor allen te beheren, brengt de Wet van Gelijkheid, Vrijheid, Eenheid, Broederschap in praktijk. Op deze manier ontstaat geleidelijk een evenwicht, een gegoede middenstand voor iedereen, die bereid is, de Wet: “bid en werk”, onbaatzuchtig na te leven. 4
„Wee jullie, die verzadigd zijn, want jullie zullen hongerlijden.” De rijke, verzadigde mens, die alleen “zijn” schuren vult, is in zijn hart leeg. „Wee jullie, die nu lachen, want jullie zullen treuren en wenen.” Wie over zijn naaste oordeelt en hem veroordeelt, hem uitlacht, belachelijk maakt en bespot, die oordeelt over Mij en veroordeelt Mij, lacht Mij uit, maakt Mij belachelijk en bespot Mij, de Christus. Besef: wie tegen de geringste van Mijn broeders zondigt, zondigt tegen de Wet van het Leven en zal daaronder te lijden hebben. „Wee jullie, wanneer alle mensen goed over jullie spreken, want dit is wat hun voorvaders met de valse profeten deden.” Als jullie je medemensen naar de mond praten, zodat zij jullie prijzen en jullie bij hen aanzien hebben, dan zijn jullie net zoals de valsemunters, die omwille van hun voordeel met valse munt betalen. Valse profeten waren onder andere ook diegenen, die het Evangelie van de Liefde 5
weliswaar predikten, maar daar zelf niet naar leefden. In de tijd van de omwenteling van de oude, zondige wereld naar de Nieuwe Tijd, het Lichttijdperk, zullen de rechtvaardigen het onrecht aan het licht brengen en openbaar maken, opdat degenen die onrecht hebben gedaan zichzelf zullen herkennen en het weer goed kunnen maken. Ik ben het Licht van de wereld. De Eeuwige streefde en streeft ernaar om Zijn menselijke kinderen en alle zielen naar Zijn hart te leiden, naar de Wet van de Eeuwige Liefde, voordat de oogst – de gevolgen van de oorzaken die zij hebben teweeggebracht – tot hen komt. De Eeuwige leidde en leidt hen door Mij, Christus, naar zelfkennis. Hij gaf en geeft hen de kracht om in het reine te brengen wat zij als zonde en fouten hebben herkend en erkend. Besef: er is geen dwang in de Eeuwige Wet. God, de Eeuwige, heeft al Zijn kinderen een vrije wil gegeven. 6
Sommige zogenaamde christelijke kerkgenootschappen dwingen hun gelovigen om met water gedoopt te worden. Dit is een inmenging in de vrije wil van het individu, een gedwongen kerstening zogezegd. Alleen wanneer mensen zich vrijwillig losmaken van de dogma‘s en starre vormen die hen zijn opgelegd, van rituelen en cultussen, maar ook van hun eigen ideeën over God, kunnen ze geleidelijk naar hun diepste zelf, naar hun ware wezen worden geleid. Met de woorden van overeenkomstige betekenis “Het is volbracht”, stroomden de Verlossersvonken alle belaste en gevallen zielen binnen. Zo werd en Ben Ik de Verlosser van alle mensen en zielen. Als de Christus Gods heb ik gewerkt en zal ik blijven werken. De Tien Geboden, die God via Mozes aan zijn menselijke kinderen gaf, zijn uittreksels van de Eeuwige Wet van het Leven en de Liefde. Wie deze geboden overtreedt en ze alleen aan zijn medemensen leert, maar ze zelf niet 7
naleeft, is een valse leraar. Hij zondigt tegen de Heilige Geest. Dat is de grootste zonde. Besef: alleen maar geloven in de Levenswet is niet genoeg. Alleen het geloof in het Leven én de realisatie van de Wetten van het Leven, leiden mens en ziel uit het rad van wedergeboorte. „… verzoen je met je broeder.” Het gebod om te vergeven en om vergeving te vragen is geldig totdat alles wat niet aan de Eeuwige Wetten voldoet, is verzoend en in het reine gebracht. Zelfs in alles wat negatief is, is het positieve, God, de Eeuwige Wet. Wanneer mensen hun zonden en fouten erkennen en er berouw over hebben, worden de positieve krachten in hen actief ... Daarom kan het Goddelijke ook in het negatieve werken – wanneer iemand vanuit zijn hart om vergeving vraagt, vergeeft en niet meer zondigt. Als ... er onwettige dingen uit je mond komen, waarbij je je naaste beschuldigt, beledigt en kwaad over hem spreekt, ga dan naar hem 8
toe en vraag hem om vergeving. Als Hij jou heeft vergeven, dan heeft de Eeuwige Hemelse Vader in Mij, de Christus, jou ook vergeven. Als Hij jou echter niet heeft vergeven, dan zal jouw Hemelse Vader in Mij, de Christus, jou ook niet kunnen vergeven. „Word het zo snel mogelijk eens met je tegenstander, zolang je nog met hem op weg bent …” Laat de zonde, die je jegens je naaste hebt begaan, niet voortbestaan! Breng het zo spoedig mogelijk in het reine, want nóg is hij met jou op de levensweg in het aardse bestaan. Besef: voordat een mens een noodlot overkomt, wordt hij door de Levensgeest, die ook het Leven van de ziel is, evenals door de beschermengel of door mensen, aangespoord het goede te doen. De aansporingen uit de Geest zijn zeer fijne gewaarwordingen, die uit de ziel stromen of die de beschermengel in de gevoels- of gedachtewereld van de mens laat binnenstromen. Zij sporen de mens aan, 9
om anders te gaan denken of in het reine te brengen, wat hij heeft veroorzaakt. „Maar Ik zeg jullie …: heb je vijanden lief, doe goed aan degenen, die jullie haten.” Ieder mens zou in elk medemens zijn naaste, zijn broeder en zijn zuster, moeten zien. Probeer ook in de schijnbare vijanden je naasten te herkennen en hen onbaatzuchtig lief te hebben. De schijnbare vijand kan voor jou zelfs een goede spiegel tot zelfkennis zijn. Want als iets aan je naaste je opwindt, ligt hetzelfde of iets dergelijks in jezelf. „Want als jullie diegenen liefhebben, die jullie liefhebben, wat voor een loon zullen jullie ontvangen?” Aanvaard en ontvang dus je naaste in je hart, ook wanneer hij jou niet liefheeft, ook als hij jou niet bijstaat, je minacht en weigert je te groeten. Jij hebt hem lief! Jij staat hem onbaatzuchtig bij en jij groet hem – al was het alleen maar in gedachten, als hij niet met woorden gegroet wil worden. 10
Geef onbaatzuchtige liefde, zoals de zon aan de aarde geeft en heb respect voor alle mensen, alle wezens. Praat de mensen niet naar de mond. Maak geen onderscheid, zoals de mensen die alleen met diegenen omgaan en voor diegenen zijn, die hun denken en doen delen en die degenen die anders denken en anders handelen, veroordelen. „En als je iets begeert, dat bij anderen pijn en verdriet veroorzaakt, ruk het uit je hart. … Wees dus volmaakt, zoals jullie Vader in de Hemel volmaakt is.” Als je … pijn en leed moet ondergaan, geef dan niet je naaste de schuld van jouw toestand. Jij zélf bent de veroorzaker – en niet je naaste. Jouw pijn en leed zijn het zaad in je ziel dat is opgekomen – en dat zich in of aan je lichaam als oogst laat zien. Alleen Ik, Christus, je Verlosser, kan je daar van bevrijden – en alleen als je berouw hebt en hetzelfde of iets dergelijks niet meer doet. Dan is de last van je ziel weggenomen en zal het je beter vergaan. 11
„Laat je linkerhand niet weten, wat je rechterhand doet, zodat je aalmoes in het verborgene blijft …” Wie aan zijn naaste alleen goed doet, als deze hem daarvoor dankt en zijn goede daden roemt, dan heeft hij het niet voor zijn naaste gedaan, maar voor zichzelf. „Als je bidt, ga dan naar je kamer …“ Als je bidt, trek je dan in een stille kamer terug en verzink in je innerlijk, want binnenin jou woont de Geest van de Vader, wiens tempel je bent. Besef, dat hoe dieper iemand zich onderdompelt in de Goddelijke Waarheid, hoe minder woorden hij gebruikt in het gebed. Zijn gebeden zijn kort, maar krachtig, omdat het woord geleefde Kracht uitstraalt. „… mor niet zoals de hopelozen.“ Klaag niet over jullie doden! Het tijdelijke, het leven in het lichaam, is niet het leven van de ziel. De ziel heeft slechts gedurende een korte levensperiode een mensenlichaam aangenomen, om in het tijdelijke 12
datgene in het reine te brengen en af te lossen, wat zij zich in verschillende incarnaties heeft opgelegd. Bedenk, dat voor een lichte ziel het afleggen van het lichaam winst is. De ziel voelt de blijdschap en het verdriet van haar familieleden. De zielen, die in Mij, de Christus, zijn ontslapen, voelen zich via Mij, de Christus, verbonden met allen, die nog in het aardse gewaad zijn. De vreugde van de ziel, over hoe haar familieleden haar in liefde gedenken, vervult haar met kracht. Onzelfzuchtige, liefdevolle gebeden schenken de vertrekkende ziel kracht en sterkte op haar weg naar het Goddelijke. In jouw onbaatzuchtige gebeden voelt ze de verbondenheid en ontvangt ze meer kracht. Alleen de Liefde en de Eenheid onder elkaar tonen ziel en mens de weg naar het Hogere Leven. „Niemand kan twee heren dienen.” De mens op aarde en de zielen in de reinigingsgebieden – beiden zullen eens voor de keuze worden gesteld: God of de mammon te 13
dienen, voor God of tegen God te zijn. Daartussen is niets: voor God – of voor het satanische.
„… maak je geen zorgen om morgen …“ Wie … de Wil van God vervult, is een goede plannenmaker. Maak voor iedere dag een plan, een goed plan! Houd ook tijd vrij voor bezinning, waarin je tot innerlijke rust komt en je leven en je plan steeds weer kunt overdenken. Een zorgvuldige dagplanning, die in de Wil van God werd gelegd, zal God met Zijn Wil doordringen. Alleen hij maakt zich zorgen over morgen, die zich niet aan God toevertrouwt, die de dagen voorbij laat gaan en ze niet benut.
„Oordeel niet, opdat je niet veroordeeld wordt …“ Besef: je negatieve gedachten, woorden en handelingen zijn je eigen rechters. Zoals je je naaste in denken, spreken en doen bejegent, zo zal het eens jezelf vergaan. 14
„Waarom zie je de splinter in het oog van je broeder en ben je de balk in je eigen oog niet gewaar?“ Wie negatief spreekt over zijn medemensen, hen afkeurt en kwaad over hen spreekt, kent zijn eigen fouten niet. Aan de vruchten zul je hen herkennen! Iedereen laat zelf zien, wie hij is – zijn vrucht dus. Wie zich opwindt over zijn medemensen en hen belachelijk maakt, laat zien, wie hij in werkelijkheid is. Wie eerst zijn eigen fouten wegneemt, is ook in staat om zijn naaste te helpen. Daarom is iedereen een huichelaar, die afkeurend over de fouten van zijn broeder spreekt – en daarbij de balk in zijn eigen oog niet door heeft. „Wat je wilt wat mensen voor jou doen, doe dat voor hen …“ Het is onwetmatig om uit een verwachtingshouding je medemensen tot handelingen, uitspraken of gedragingen te dwingen, waartoe jij vanuit jezelf niet bereid zou zijn. Als je je verwachtingshouding hebt herkend in je wensen die je hebt ten aanzien van 15
je naaste, keer dan snel om en doe eerst zelf, wat je van je naaste verlangt. Wat jij niet wilt wat mensen jou aandoen, doe dat ook hen niet aan – want alles wat van jou uitgaat, komt weer naar jou terug. Controleer daarom je gedachten en wees op je hoede voor je tong!
„… Wie Mijn woorden hoort en ze navolgt, vergelijk Ik met een verstandig man, die zijn huis solide op een rots bouwde …” Wie Mijn woorden hoort en navolgt, ontwikkelt zijn Geestelijke Leven. Hij grondvest zijn leven op Mij, de Rots. Dan zal hij ook bestand zijn tegen stormen en vloedgolven.
G
16
De Tien Geboden van God & De Bergrede van Jezus van Nazareth Boek: 223 blz., paperback, ISBN 978-96446-322-7 Ook als e-book
Dit is Mijn Woord Alfa en Omega
Het evangelie van Jezus De Christus-Openbaring die inmiddels de ware christenen over de hele wereld kennen Boek: 1126 blz., hardcover, ISBN 978-96446--054-7 Ook als e-book
We sturen je graag onze actuele boekencatalogus en gratis uittreksels over vele onderwerpen: Gabriele-Verlag Das Wort GmbH Max-Braun-Str. 2, 97828 Marktheidenfeld, Duitsland www.gabriele-uitgeverij.nl
jk
va n
G od - He t
on
ei ig
on
d
in
ri
n
k
ei d
ijn
He t K
eZ
H
e
el
Ee
n
uw
pe
ig h
De o
m
po
or
t - D
e Weg n
aa
r
d
e
Gabriele Uitgeverij Het woord