Skip to main content

Power White Paper (NL)

Page 1


ELEKTRIFICATIE IN EUROPESE

PROJECTINRICHTING:

regelgeving, testnormen en certificering

Inbouw
Opbouw Onderbouw

DE OORZAAK VAN VERWARRING ROND

REGELGEVING EN CERTIFICERING IN PROJECTINRICHTING

In de praktijk loopt “electrificatie” in projectinrichting door elkaar: een unit (bijv. inbouw- of opbouwvoorziening met 230V-contactdozen, USB-laders en/of bekabeling) is een product dat “op de markt wordt gebracht”, terwijl de aanleg in een gebouw (aansluiten op vaste bekabeling, groepen, beveiligingen, aarding, keuring/oplevering) een installatie is. Die twee werelden hebben andere wettelijke kaders, andere normen en andere “bewijzen” van conformiteit.

Dit whitepaper helpt u als klant of bestekschrijver om snel het verschil te zien tussen verplichte compliance (wat minimaal nodig is om legaal en veilig te leveren/plaatsen), en extra zekerheid (vrijwillige, maar waardevolle onafhankelijke keurmerken en audits).

Alles is in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de informatie in dit document actueel en accuraat is. Fellowes kan echter niet garanderen en aanvaardt geen wettelijke aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid voor de nauwkeurigheid of volledigheid van de verstrekte informatie. Mocht u een fout ontdekken of aanvullende informatie hebben, neem graag contact met ons op via nlinfo@fellowes.com

INHOUDSOPGAVE

CE ‑ MARKERING EN DE EU ‑ VERKLARING

Voor de meeste electrificatie-units die onderdeel zijn van kantoor- en projectinrichting geldt: als het product onder EU “geharmoniseerde productwetgeving” valt, dan is CE-markering verplicht en mag die markering ook alleen dan worden aangebracht.

Belangrijkse punten die vaak verkeerd begrepen worden:

• Er bestaat geen “CE-certificaat” van een centrale EU-instantie. De fabrikant verklaart zelf conformiteit en onderbouwt dat met een technisch dossier en een EU Declaration of Conformity (DoC).

• CE is geen kwaliteitskeurmerk of consumentenlabel. Het is primair een juridische markttoegangsaanduiding en mag niet als voor marketingdoeleinden worden gebruikt als keurmerk.

• Een notified body is alleen verplicht bij specifieke (hoog-risico) productcategorieën en procedures; bij veel elektrische producten is zelfbeoordeling toegestaan, mits u de juiste eisen en normen toepast en documenteert.

WELKE EU‑RICHTLIJNEN EN VERORDENINGEN ZIJN IN DE PRAKTIJK HET MEEST RELEVANT

Voor electrificatie-units in kantoor- en projectomgeving zijn dit doorgaans de “dragende” wettelijke kaders:

Laagspanningsapparatuur: de Low Voltage Directive (LVD) 2014/35/EU borgt dat elektrische apparatuur binnen bepaalde spanningsgrenzen een hoog beschermingsniveau biedt.

Elektromagnetische compatibiliteit: de EMC‑richtlijn 2014/30/EU vereist dat apparatuur geen ontoelaatbare elektromagnetische storingen veroorzaakt en voldoende ongevoelig is voor storingen. Dit is vooral relevant zodra er elektronica in de unit zit (bijv. USB-laders)

RoHS: EU-regels beperken gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur om milieu en volksgezondheid te beschermen.

Ecodesign (energie‑efficiëntie): wanneer units (of meegeleverde adapters) vallen onder “external power supplies” of (bijv.) draadloos laden, kunnen ecodesign-eisen gelden. De Commissie beschrijft dat de ecodesign-regels voor externe voedingen (tot 250 W) sinds 2020 gelden en dat Verordening (EU) 2019/1782 vanaf 1 januari 2028 wordt vervangen door Verordening (EU) 2025/2052, die óók wireless chargers en USB-C-kabels adresseert.

Van wet naar norm: waarom EN/IEC‑normen cruciaal zijn

EU-wetgeving formuleert meestal essentiële eisen (wat het product moet bereiken), maar niet altijd hoe u dat technisch doet. Daarom bestaan geharmoniseerde normen: als een norm door de Europese Commissie in het Publicatieblad is aangewezen als “geharmoniseerd”, geeft toepassing doorgaans een presumptie van overeenstemming met de relevante essentiële eisen binnen de scope van die norm.

IEC 61535: installatiekoppelingen in (vaste) installaties

Voor projectinrichting is IEC 61535 vaak direct relevant omdat veel modulaire aansluitconcepten in gebouwen en meubilair daarop leunen (denk aan “installation couplers” als GST i.p.v. gewone stekker-contactdoos combinaties).

De norm beschrijft installatiekoppelingen bedoeld voor permanente verbinding in vaste installaties, met o.a. spannings- en stroombereiken en de bedoeling dat ze niet voor frequent in- en uitpluggen onder belasting zijn.

IEC 60364 en de “installatie‑laag”: meubilair en projectomgeving

Voor de installatiekant is IEC 60364 (en de Europese HD-60364-reeks) de grote kapstok voor ontwerp, aanleg en verificatie van laagspanningsinstallaties; in Europa wordt deze reeks beheerd binnen CENELEC-structuren (o.a. TC 64).

Specifiek interessant voor projectinrichting en “elektrificatie in meubilair” is IEC 60364-7-713 (Furniture). Deze norm gaat over het bedradingssysteem van meubels dat is verbonden met de gebouwinstallatie en noemt expliciet dat er in meubels o.a. verlichtingscomponenten, contactdozen, schakelaars en installation couplers volgens IEC 61535 kunnen zitten.

Praktisch betekent dit: zodra een “furniture power system” feitelijk onderdeel wordt van (of verbonden wordt met) de vaste installatie, verschuift de discussie van “alleen productcompliance” naar “product + installatie-ontwerp + verificatie”.

Verplicht: CE (als de productwetgeving dat voorschrijft)

CE is verplicht wanneer het product onder specifieke EU-regels valt die CE voorschrijven, en CE mag niet gebruikt worden als die regels niet gelden.

CE laat zien dat de fabrikant verklaart te voldoen aan de toepasselijke eisen en dat de juiste conformiteitsprocedure is doorlopen. Het zegt niet automatisch dat een onafhankelijke derde partij het product heeft getest.

Vrijwillig, maar vaak zeer waardevol: GS, VDE‑mark en TÜV‑testen

Hier ontstaat in aanbestedingen de meeste ruis: “We willen TÜV”, “We willen GS”, “Het moet VDE zijn”. Het helpt om dit strikt te scheiden:

GS‑keurmerk (Geprüfte Sicherheit) Het GS-teken is een vrijwillig, maar wettelijk gereguleerd Duits veiligheidsteken. Het is geen algemeen kwaliteitslabel is (dus geen uitspraak over levensduur of prestaties), maar biedt wél “genuine confirmation of safety” in contrast met CE.

Een GS-markering vereist dat een GS-instantie test en certificeert, en dat ook het productieproces wordt bewaakt (type-conformiteit in productie).

VDE VDE Institute is een test- en certificeringsinstituut dat eigen certificeringsmerken uitgeeft. Het instituut beschrijft dat de VDE-marken volgen op controles van productielocaties, productinspecties en regelmatige productiemonitoring; en dat er o.a. een VDE-mark en een VDE-GS-mark bestaan.

Belangrijk voor de praktijk: VDE is een organisatie/merkverlener; GS is een wettelijk kader + label. Een partij als VDE kan (mits bevoegd) GS-certificaten afgeven.

TÜV TÜV staat voor Technischer Überwachungsverein en verwijst naar een groep onafhankelijke Duitse testen certificeringsorganisaties, zoals TÜV Rheinland, TÜV SÜD en TÜV Nord. Deze organisaties voeren technische veiligheids- en kwaliteitscontroles uit op producten.

Een TÜV-certificaat betekent dat een product door een onafhankelijke testinstantie is getest volgens specifieke internationale of Europese normen, zoals IEC- of EN-normen (bijvoorbeeld IEC 61535 voor modulaire installatieconnectoren of EN-normen voor stekkers en kabels). Wanneer een product deze tests doorstaat, kan het een TÜVtestmarkering of certificaat krijgen.

Het is belangrijk om te begrijpen dat TÜV zelf geen aparte productnorm is, maar een test- en certificeringsinstantie die producten beoordeelt volgens bestaande normen. TÜV kan bijvoorbeeld:

• producttesten uitvoeren volgens EN/IECnormen

• testrapporten en certificaten afgeven

• fabrieksinspecties uitvoeren

• keurmerken zoals GS afgeven wanneer zij daarvoor geautoriseerd zijn

Het belangrijkste verschil met CE-markering is dat CE in essentie een verklaring van de fabrikant is dat het product aan Europese wetgeving voldoet. Een TÜV-certificaat daarentegen betekent dat een onafhankelijke derde partij de tests daadwerkelijk heeft uitgevoerd en beoordeeld.

In de praktijk wordt een TÜV-certificaat vaak gezien als een extra bewijs van productveiligheid en kwaliteit bovenop de verplichte CE-markering, maar het is in de meeste gevallen vrijwillig.

Wat zegt nou écht iets over veiligheid?

In termen die de klant begrijpt, komt dit neer op:

Basisveiligheid (verplicht) - Om een product veilig en legaal op de Europese markt te mogen aanbieden, zijn een correct CE-traject, een EU-verklaring van conformiteit (DoC), een technisch dossier en toepassing van de relevante (geharmoniseerde) normen essentieel.

Extra zekerheid (kan, vaak wenselijk) - GS-, VDE- of TÜV-achtige trajecten leveren onafhankelijke beproevingen en continue productiebewaking. Ideaal voor grote projecten, kritische omgevingen of wanneer u extra vertrouwen wilt uitstralen naar eindklanten en verzekeraars

VERSCHIL TUSSEN PRODUCTNORMEN EN INSTALLATIENORMEN

Bij elektrificatie van werkplekken is het belangrijk om onderscheid te maken tussen productnormen en installatienormen. Deze twee worden in de praktijk vaak door elkaar gehaald, maar hebben een duidelijk verschillende rol.

Productnormen hebben betrekking op de veiligheid, constructie en prestaties van afzonderlijke producten of componenten. Dit zijn normen waar fabrikanten zoals Fellowes hun producten aan testen en ontwerpen.

Voorbeelden van productnormen zijn:

• IEC / EN 61535 – installatiekoppelingen voor modulaire elektrische installaties

• EN / IEC 60884-1 – stekkers en contactdozen

• EN 50525 – elektrische kabels

Deze normen zorgen ervoor dat individuele producten veilig zijn ontworpen en getest voordat ze op de markt worden gebracht.

Installatienormen hebben daarentegen betrekking op hoe elektrische systemen in een gebouw moeten worden ontworpen, geïnstalleerd en gecontroleerd.

Deze normen richten zich op de complete elektrische infrastructuur en de manier waarop componenten samen een veilig systeem vormen.

Voorbeelden zijn:

• componenten samen een veilig systeem vormen.

Voorbeelden zijn:

• NEN 1010 – elektrische installaties in Nederland

• DIN VDE 0100 – elektrische installaties in Duitsland

• BS 7671 – installatieregels in het Verenigd Koninkrijk

• HD 60364 – Europese basisnorm voor elektrische installaties

Deze normen bepalen onder andere:

• hoe installaties moeten worden aangesloten

• welke beveiligingen nodig zijn

• hoe inspecties en testen moeten plaatsvinden

• wie verantwoordelijk is voor de installatie

Voor klanten en projectinrichters betekent dit in de praktijk het volgende: Fellowes zorgt ervoor dat de producten voldoen aan de relevante productnormen, terwijl de installateur of systeemintegrator verantwoordelijk is voor een veilige installatie volgens de nationale installatienormen.

ROL VAN FELLOWES ALS COMPONENTLEVERANCIER

In de context van dit whitepaper is de rol van Fellowes die van componentleverancier: wij leveren electrificatie-componenten/units die als product aantoonbaar voldoen aan de relevante productregelgeving (met de bijbehorende documentatie).

Wat wij in die rol niet zijn: de installateur van de complete gebouwinstallatie of de partij die de volledige projectinstallatie (gebouw + aansluitingen + oplevering) certificeert.

Dat onderscheid is niet alleen praktisch, maar ook juridisch logisch::

• De “Blue Guide” (EU-kader) definieert de fabrikant en maakt duidelijk dat wie een product onder eigen naam op de markt brengt, als fabrikant wordt gezien, met bijhorende verplichtingen.

• Nationale kaders leggen installatiewerk en opleverdocumentatie bij de installateur en/of eigenaar/ opdrachtgever, afhankelijk van het land (zie volgende sectie).

Praktische consequentie: een componentleverancier kan u wél helpen met productdocumentatie (DoC, testrapporten, materiaalspecificaties), maar kan doorgaans niet “in plaats van” de installateur de installatieregelgeving aftekenen, omdat die afhankelijk is van ontwerp, uitvoering en metingen op locatie.

MEEST GANGBARE PRODUCTNORMEN PER LAND

Nederland en België

De markt baseert zich voornamelijk op Europese normen. Veel gebruikte normen en certificeringen zijn:

• EN / IEC 61535 voor modulaire installatiesystemen

• EN 60884‑1 voor stekkers en contactdozen

• CE‑markering als wettelijke basis

Extra keurmerken zoals KEMA-KEUR, DEKRA of TÜV kunnen extra vertrouwen bieden, maar zijn meestal vrijwillig.

Frankrijk

In Frankrijk wordt vaak gekeken naar certificeringen die door Franse instanties worden erkend. Veel voorkomende referenties zijn:

• NF‑normen en certificering

• Europese EN/IEC‑normen CE-markering blijft de wettelijke basis.

Italië

Europese normen zijn leidend. In de praktijk wordt gekeken naar:

• EN / IEC normen

• CE markering

Extra keurmerken zoals TÜV of VDE kunnen in projecten extra vertrouwen geven, maar zijn doorgaans niet verplicht.

Verenigd Koninkrijk (UK)

De UK heeft een eigen normeringsstructuur met BS-normen, zoals:

• BS 1363 voor Britse stopcontacten en stekkers

• BS 5733 of BS 6396 voor bepaalde stroomverdelingssystemen

Hoewel de UK niet langer onderdeel is van de EU, blijven veel Europese normen technisch vergelijkbaar.

Duitsland

Duitsland staat bekend om zijn sterke focus op onafhankelijke certificering. Veel gevraagde keurmerken zijn:

• VDE certificering

• GS keurmerk (Geprüfte Sicherheit) Hoewel deze juridisch niet altijd verplicht zijn, worden ze in veel projecten wel sterk aanbevolen of zelfs contractueel vereist.

Polen

Polen volgt grotendeels Europese normen, maar verwijst in nationale regelgeving vaak naar de Poolse implementaties daarvan, zoals:

• PN‑HD 60364 voor elektrische installaties Voor producten worden doorgaans Europese normen en CE-markering geaccepteerd.

Spanje

Ook hier zijn Europese normen leidend. In de praktijk wordt gekeken naar:

• EN / IEC normen

• CE markering

Extra keurmerken zoals TÜV of VDE kunnen in projecten extra vertrouwen geven, maar zijn doorgaans niet verplicht.

Bij de elektrificatie van werkplekken – zoals desk power units, power modules en modulaire stroomdistributie – bestaat vaak verwarring over normen, certificeringen en verantwoordelijkheden.

Hieronder staan vijf misverstanden die in de praktijk regelmatig voorkomen.

1. CE‑markering is een keurmerk

CE wordt vaak gezien als een keurmerk, maar dat is het niet.

De CE-markering is een wettelijke verklaring van de fabrikant dat een product voldoet aan de Europese richtlijnen voor veiligheid, gezondheid en milieu.

CE is verplicht om een product in Europa op de markt te brengen, maar het is geen onafhankelijke certificering of keurmerk door een externe instantie.

2. TÜV is verplicht

Keurmerken zoals GS, VDE of TÜV worden soms gezien als verplicht, maar dat is meestal niet het geval.

Deze keurmerken zijn doorgaans vrijwillige certificeringen die aantonen dat een product door een onafhankelijke derde partij is getest. Ze geven extra zekerheid over veiligheid en kwaliteit, maar zijn in veel gevallen niet wettelijk verplicht.

In sommige landen of projecten kunnen ze wel contractueel worden gevraagd.

3. Als de producten gecertificeerd zijn, is de hele installatie veilig

Certificering van een product betekent dat dat specifieke product veilig is ontworpen en getest. Het zegt echter niets over de veiligheid van de volledige installatie.

De veiligheid van een complete elektrische installatie hangt af van:

• correcte installatie

• juiste dimensionering

• toepassing volgens nationale installatienormen

4. De fabrikant is verantwoordelijk voor de complete installatie

Een fabrikant zoals Fellowes levert componenten voor werkplek-elektrificatie, zoals power units, connectoren en kabelsystemen.

De fabrikant is verantwoordelijk voor:

• productveiligheid

• naleving van productnormen

• correcte documentatie en certificering

De installateur of systeemintegrator is verantwoordelijk voor:

• de complete elektrische installatie

• aansluiting op het gebouw

• naleving van nationale installatienormen

• inspectie en testen van de installatie

PRODUCTVEILIGHEID

Bij elektrificatie in projectinrichting is het belangrijk onderscheid te maken tussen producten (zoals desk power units, connectoren en bekabeling) en de complete elektrische installatie in een gebouw. Voor producten geldt dat zij moeten voldoen aan Europese regelgeving, waarbij CE-markering de verplichte basis vormt. Deze markering betekent dat de fabrikant verklaart dat het product voldoet aan relevante Europese richtlijnen, zoals de Low Voltage Directive en EMC-richtlijn, en dat dit wordt onderbouwd met technische documentatie en toepassing van relevante normen, bijvoorbeeld IEC/EN-normen zoals IEC 61535. Vrijwillige certificeringen zoals GS, VDE of TÜV bieden aanvullende zekerheid doordat een onafhankelijke partij de veiligheid en soms ook de productie controleert, maar zijn meestal niet wettelijk verplicht.

INSTALLATIE EN NORMEN

Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen productnormen en installatienormen. Fabrikanten zoals Fellowes zijn verantwoordelijk voor het ontwerpen en leveren van veilige en normconforme componenten, terwijl de installateur of systeemintegrator verantwoordelijk is voor de correcte installatie volgens nationale installatieregels zoals NEN 1010 of DIN VDE 0100. Hoewel Europese productnormen grotendeels geharmoniseerd zijn, kunnen per land verschillen bestaan in voorkeuren voor certificeringen of normen. Door producten te ontwikkelen volgens erkende internationale standaarden kunnen elektrificatie-oplossingen veilig worden toegepast in uiteenlopende Europese projectomgevingen.

VRAGEN?

Heeft u vragen of wilt u meer weten over regelgeving, certificeringen of installatie-eisen? Neem gerust contact met ons op via e-mail: nlinfo@fellowes.com , of bel direct: +31 (0) 854883666 ons team helpt u graag verder.

REDEFINING WORKSPACES

Fellowes Contract Interiors, De Gruyter Fabriek, Veemarktkade 8, RUIMTE 5219, 5222 AE,‘s-Hertogenbosch +31 (0) 854883666 I nlinfo@fellowes.com

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook