Jaargang 19, nr 3, september 2026
Driemaandelijks tijdschrift. Afgiftekantoor Antwerpen. Erkenning: P808155
faro
tijdschrift over cultureel erfgoed
`
Dossier Vrijwilligers De stille kracht
Oekraïne: erfgoed als strijdperk Terugblik op ‘Lost and found’ Kunst op de voordeur
IN DIT NUMMER
03
EDITO
06
ERFGOED ALS SLAGVELD Interview met Lien Verpoest
12
26
ERFGOED EN ECOLOGIE Terugblik op het hoopgevende drieluik 'Lost and Found'
KUNST OP DE VOORDEUR Onderzoek naar artistieke deurgrepen uit 1950-1970
20
30
INTERNATIONAAL Inzichten uit de beleidsplannen
JONGERENWERKINGEN IN MUSEA Hefboom voor het status quo
Unslpash, foto: Shane Rounce
DOSSIER VRIJWILLIGERS
38
INTRODUCTIE | Gregory Vercauteren en Eva Wuyts
40
TRENDS EN NIEUWE VORMEN | Daphné Maes
45
CIJFERS OVER VRIJWILLIGERSWERK
46
EEN KRITISCHE BLIK OP HET BELEID | Bart Caron
52
BURGERWETENSCHAP ONDER DE LOEP | Eva Wuyts
56
EEN GESCHIEDENIS MET ERFGOEDVRIJWILLIGERS | Nele Provoost
64
ZES CLICHÉS ONDER DE LOEP | Eva Wuyts, Daphné Maes en Gregory Vercauteren
68
VRIJWILLIGERSWERK EN DE DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN | Tara Hovelinck
72
INSPIRATIE VOOR EEN VRIJWILLIGERSVRIENDELIJK ERFGOEDBELEID | Gregory Vercauteren en Eva Wuyts
EN OOK
04
TELEX
18
SPREKEND ERFGOED Roadtrip door Afrika
36
EXPAT Hanneke Skerath
63
HET ATELIER Vrijwilligers van het Documentatieen Studiecentrum voor Familiegeschiedenis (Merksem)
74
MIJN ERFGOEDPLEK Tijs Vanneste
EDITO
COLOFON faro | tijdschrift over cultureel erfgoed 19 (2026) 3 | ISSN 2030-3777 REDACTIERAAD Joke Beyl, Roel Daenen, Montaine Denys, Katrijn D’hamers, Jelena Dobbels, Elien Doesselaere, Julie Lambrechts, Anne Milkers, Henrike Radermacher, Alexander Vander Stichele, Jacqueline van Leeuwen, Olga Van Oost, Seppe Van Pottelbergh, Gregory Vercauteren, Stefaan Vervoort en Jeroen Walterus | redactie@faro.be HOOFDREDACTEUR Roel Daenen | roel.daenen@faro.be BEELDREDACTIE Katrijn D’hamers EINDREDACTIE Birgit Geudens en Annemie Vanthienen VORMGEVING Silke Theuwissen HUISCARTOONIST Iris Van Robays DRUK Drukkerij Albe De Coker ADVERTEREN Roel Daenen ABONNEMENTEN België
€ 40 | buitenland € 50 | los nummer € 10 | https://faro.be/tijdschrift VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Olga Van Oost, p.a. Grasmarkt 105 bus 44, 1000 Brussel COVERBEELD © Femke den Hollander faro is een blad voor en door de cultureel-erfgoedsector. Bezorg ons jouw suggestie voor een artikel, onderwerp of thema voor een rubriek of dossier. Hoe? Mail naar redactie@faro.be. © FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw. De redactie heeft ernaar gestreefd de wettelijke bepalingen in verband met de intellectuele eigendom van de beelden na te streven. Ben je van mening dat voor een bepaald beeld het auteursrecht van de maker of zijn/haar erfgenamen werd geschonden, neem dan contact op met de redactie. De inhoud van de teksten en artikels vertolken enkel de visie van de auteurs en
Einde van een wereld Beste lezer, De voorbije zomer vond een collectieve ontwaking plaats. Na talloze vuurhaarden in het zuiden van Europa werd België geteisterd door de grootste natuurbrand in zijn geschiedenis. Een vurig inferno veegde een uniek en kostbaar gebied van 3.000 hectaren weg in de Hoge Venen. Hallucinant en ontnuchterend. De wilde natuur is er plotsklaps herschapen tot een zwartgeblakerd, apocalyptisch landschap. Velen benadrukken de verantwoordelijkheid van het beleid. Niet alleen wijzen de klimaatministers naar elkaar, politici doen de brand af als een onvermijdelijke catastrofe. Een minister noemde het “onzorgvuldig” om de natuurbranden “uitsluitend” aan de klimaatcrisis te wijten. Een andere sprak over klimaatactivisten als “dystopische fundi’s” die mensen depressief maken en hun een “eeuwig schuldgevoel” aanpraten. Sommige politici lijken het onherstelbare verlies waartoe de klimaatcrisis kan leiden te ontkennen. Wat ging er in de brand verloren? Heel wat planten en dieren, aldus experts die het verdwijnen van zeldzame insecten zoals de hoogveenglanslibel, of de met uitsterven bedreigde korhoen betreuren. Biodiversiteit dus, stellen de liefhebbers van het veen, die er de heilzame kracht van inzien – als water- en koolstofbuffer en een plek van schoonheid. Herinneringen, voegde schrijver David Van Reybrouck toe. Of nog, ook in het licht van dit nummer relevant: het levenswerk van een brede schare toegewijde vrijwilligers. Wat amper in de discussie aan bod kwam, is het verlies van (natuurhistorisch) erfgoed. Dat valt niet te herleiden tot specifieke planten- en diersoorten, noch tot persoonlijke herinneringen. Wat ook verloren is gegaan is een bepaalde verbeeldingswijze of blik op de wereld: het veengebied ademt zoveel duur en strata van leven – er zit plantenmateriaal van eeuwen, zelfs millennia opgestapeld – dat het ons mensen nederig stemt en een ongerepte wereld oproept.
niet noodzakelijk die van het bestuur van FARO.
Je vindt naast sommige artikels logo’s die verwijzen naar de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Voor meer uitleg, zie www.sdgs.be.
In hun boek The Ends of the World (2016) stellen filosofe Déborah Danowski en antropoloog Eduardo Viveiros de Castro dat de klimaatcrisis niet het einde van de planeet betekent. Wel zien ze in de huidige fascinatie voor planetaire catastrofes, apocalypsen en andere uitdoofscenario’s het einde van een wereld – meer bepaald van de westerse, moderne wereld, gestoeld op een strikt onderscheid tussen natuur en cultuur en op heerschappij over het klimaat. De vraag is dus niet of de wereld ten onder gaat, maar wel welke wereld er verdwijnt. Erfgoed (en het verlies van erfgoed) helpt ons om die vraag te stellen, en zo het klimaatdebat uit de stellingenoorlog te halen. De redactie
Certificate Number 10506-2501-1002 www.climatepartner.com
redactie@faro.be
3
TELEX
NATIONAAL BIOGRAFISCH WOORDENBOEK: NU DIGITAAL Het Nationaal Biografisch Woordenboek (NBW) is sinds kort digitaal beschikbaar. Het referentiewerk, dat sinds 1964 wordt opgebouwd binnen de Vlaamse academies, bevat meer dan 3.000 biografieën in 26 delen.
Design Museum Gent maakt zich op voor de Grote Heropening
De digitale ontsluiting maakt het eenvoudiger om verbanden te leggen tussen personen, periodes en onderzoeksthema’s. Dankzij bijdragen van verschillende auteurs biedt het NBW een divers en genuanceerd beeld van de geschiedenis, met aandacht voor zowel bekende als minder bekende figuren. De redactie blijft nieuwe biografieën toevoegen en nodigt onderzoekers uit om voorstellen in te dienen. Het NBW kan je digitaal raadplegen via BelgicaPeriodicals van de KBR: belgicaperiodicals.be.
La Vie des Musées In het nieuwste nummer van La Vie des Musées (nr. 31) focust ICOM Belgique Wallonie-Bruxelles op de sociale en maatschappelijke dimensies van duurzaamheid. Verschillende musea in Franstalig België delen hun ervaringen met participatie en inclusie. Ze werken samen met mensen met een beperking, kwetsbare groepen, lokale verenigingen, vrijwilligers en diverse gemeenschappen. Andere bijdragen behandelen thema’s als outsiderkunst, geestelijke gezondheid, ecologische transitie en collectief museumbeheer. Het nummer plaatst deze praktijken binnen de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen en benadrukt de maatschappelijke rol van musea. La Vie des Musées is gratis voor ICOM-leden. De digitale versie is beschikbaar via https://icom-wb.museum (rubriek ‘Ressources’).
Design Museum Gent, zicht vanuit het Gravensteen. Foto: © Michiel De Cleene voor Design Museum Gent
Design Museum Gent heropent op 3 oktober met een feestweekend vol expo’s, creatieve activiteiten, een designmarkt en binnentuinbrunch. Daarna trekt het museum met Design Fest Gent tot en met 11 oktober de stad in langs verrassende creatieve hotspots. Maar hoe bouw en cureer je een plek als het Design Museum Gent? En hoe zorg je ervoor dat iedereen er zich thuis voelt? Tijdens de Grote Heropening nemen curatoren, architecten en designers je mee achter de schermen van het vernieuwde museum. In verschillende lezingen en open dialogen gaan ze samen met jou op zoek naar antwoorden. Raadpleeg het lezingenprogramma via https://bit.ly/programma_DM
Meer dan 1.600 manuscripten en oude drukken online Van de oudste Brugse krant uit 1637 tot het dagboek van middeleeuwer Galbert van Brugge en prachtig geïllustreerde werken over natuurkunde: in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge kan je sinds kort ruim 1.600 handschriften en oude drukken online terugvinden. Alle werken werden in detail beschreven via het collectiebeheersysteem Wander. De afbeeldingen worden getoond via IIIF, een set van open standaarden die archieven, bibliotheken en musea gebruiken om digitale beelden en metadata te beheren. Zoeken en filteren kan via de algemene bibliotheekcatalogus (brugge.bibliotheek.be) of in de specifieke erfgoedcatalogi (via brugge.bibliotheek.be/erfgoed). Pagina uit Reichenbachia: orchids illustrated and described by Henry Frederick Sander. London, 1888-1894. Collectie Openbare Bibliotheek Brugge, CC-BY-NC
4
Boris draagt bij aan wetenschappelijk onderzoek
OP HET SNIJVLAK VAN KUNST EN WETENSCHAP
Een 120 jaar oude opgezette bruine beer uit het Museum van Chelmsford (VK) speelt een onverwachte rol in forensisch onderzoek naar berenstroperij. Onderzoekers van de University of Staffordshire analyseerden haren van ‘Boris’ om een methode te ontwikkelen waarmee dierenharen kunnen worden geprofileerd. Zo willen ze stropers van bruine beren in Europa beter kunnen identificeren. Boris maakt sinds 1932 deel uit van de museumcollectie en is een van de weinige overgebleven exemplaren uit een verzameling van 300 opgezette dieren. Meer over de geschiedenis van deze bijzondere beer en hoe hij vandaag bijdraagt aan natuurbehoud, verneem je in de museumpodcast The Chelmsford Broadcast, beschikbaar via Apple Podcasts of Spotify. https://bit.ly/museum_chelmsford
BERLINDE DEMAN ZET DE SERPENT OP DE KAART Tijdens het Groot Onderhoud 2026, op de Bijlokesite in Gent, kreeg muzikante Berlinde Deman het 500-koppige publiek muisstil met de klanken van haar serpent. Met dit eeuwenoude en in de vergetelheid geraakte blaasinstrument hypnotiseerde ze het publiek. CEMPER, het Centrum © FARO, fotograaf: Dries Theuwissen voor Muziek- en Podiumerfgoed, bracht tijdens de zomer op zijn website een uitgebreid interview met Deman, van opleiding tubaïste. Daarin vertelt ze hoe ze de mysterieuze serpent leerde bespelen en hoe ze zich inzet om het instrument terug op de kaart te zetten. Lees het interview op https://bit.ly/Berlindedeman.
Screen Memories brengt herinneringen tot leven Screen Memories is een nieuw participatief erfgoedproject van TOON, Erfgoedcel Midwest en Alzheimer Liga Vlaanderen voor mensen met (jong) dementie en hun omgeving. Van september 2026 tot juni 2027 zijn er in verschillende gemeenten binnen het werkingsgebied van de erfgoedcel maandelijks ontmoetingsmomenten waarin film, erfgoed en persoonlijke herinneringen samenkomen.
In een nieuw Standpunt onderzoekt de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten de groeiende samenwerking tussen kunst en wetenschap. Want wat als de oplossing voor klimaatverandering, zorgcrises en technologische versnelling niet alleen in het laboratorium ligt, maar ook in het atelier? Aan de hand van uiteenlopende voorbeelden, van conservingsonderzoek en digitale geesteswetenschappen tot ecologie en STEAM-onderwijs, toont het rapport hoe kunst en wetenschap elkaar versterken. De centrale boodschap: voor de complexe uitdagingen van vandaag zijn verschillende manieren van weten nodig. Het rapport roept onderzoekers, kunstenaars, beleidsmakers en onderwijsprofessionals dan ook op om ruimte te maken voor samenwerking. Gratis te downloaden via kvab.be/standpunten.
Filmfragmenten over herkenbare thema’s als school, werk of het dagelijkse leven vormen het vertrekpunt voor gesprekken en het delen van herinneringen. Begeleiders krijgen bovendien inhoudelijke ondersteuning over dementie en het gebruik van erfgoedobjecten om herinneringen te activeren. https://bit.ly/toonvlaanderen
5
INTERNATIONAAL
ERFGOED ALS SLAGVELD
“Wie erfgoed aanvalt, mikt op de identiteit” Erfgoed verbindt: dat is het vertrouwde credo in de cultureelerfgoedsector. Maar in tijden van conflict kan erfgoed een strategisch doelwit worden en een bron van oorlogsretoriek en -daden. Volgens de bekende slaviste prof. Lien Verpoest (KU Leuven) wordt cultureel erfgoed vandaag bewust als wapen ingezet in geopolitieke conflicten: om identiteiten uit te wissen, geschiedenis te herschrijven en macht te legitimeren. Roel Daenen
H
et is precies dat proces dat Verpoest onderzoekt. Vanuit haar expertise over Oost-Europa en de post-sovjetregio bestudeert ze hoe erfgoed vandaag een rol speelt in oorlog, diplomatie en internationale politiek.1 De oorlog in Oekraïne maakt volgens haar pijnlijk duidelijk dat monumenten, musea en historische plekken veel meer zijn dan stenen of objecten. Erfgoed wordt vaak voorgesteld als gemeenschapsvormend. Jij stelt dat het evengoed kan verdelen, met name in oorlogstijd. Wanneer is dat inzicht gegroeid? “Om te beginnen: ik ben geen klassieke erfgoedonderzoeker. Mijn onderzoek vertrekt vanuit diplomatieke geschiedenis en de relaties tussen Oost en West. Gaandeweg merkte ik hoe cultuur en erfgoed steeds vaker een rol spelen in internationale politiek. Het klopt inderdaad dat lange tijd het idee overheerste dat erfgoed bruggen bouwt, zelfs in conflictsituaties. Dat is zeker niet onwaar, maar toen ik naar Oost-Europa keek,
6
en vooral naar Oekraïne na de annexatie van de Krim in 2014, groeide het besef dat het ook kan worden ingezet om conflicten aan te wakkeren.” Hoe uit zich dat concreet? “Er zijn verschillende mechanismen. Het eerste is gecontesteerd erfgoed: erfgoed dat door verschillende landen wordt opgeëist, zoals het Scythische goud uit de Krim. Toen Rusland de Krim annexeerde claimden zowel Oekraïne als Rusland die collectie – op dat moment te zien in het Allard Piersonmuseum in Amsterdam. Die juridische strijd is al jaren bezig.2 Daarnaast zie je dat erfgoed zelf een instrument van conflict Het project Postcards from Ukrain toont de schade die de Russissche troepen aan de Oekraïense cultuur hebben toegebracht. Op de foto’s: het Hryhorii Skovoroda Museum in Skovorodnivka (Kharkiv), vernield op 6 mei 2022 door artillerie. © Ukrainian Institute Postcards from Ukrain: de Sviatohirsk Lavra of the Holy Dormition in Sviatohirsk (Donetsk), getroffen door raketten op 12 maart, 20 april en 4 mei 2022. © Ukrainian Institute
7
wordt. Dat noemen we de weaponization of heritage: erfgoed wordt bewust gebruikt als politiek en strategisch middel.” Dat werd na 2022 pas heel duidelijk. “Absoluut. Voor de grootschalige Russische invasie was erfgoed het terrein van academici en erfgoedwerkers. Maar sinds 24 februari 2022 zien we hoe Oekraïens erfgoed stelselmatig en doelbewust wordt vernietigd en geroofd. Niet alleen historische gebouwen, maar ook musea, monumenten en religieus erfgoed worden geviseerd. Dat is allerminst toevallig. De bedoeling van Rusland is om een bevolking in haar identiteit en collectieve geheugen te treffen.” Met welk doel? “Om het Oekraïense volk te ontwortelen. Erfgoed vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Als je die tastbare ankerpunten vernietigt, probeer je ook het verhaal van een gemeenschap uit te wissen. De vroegste bronnen van Oekraïne gaan terug tot de 9e eeuw.” Het blijkt een averechts effect te hebben. “Dat is inderdaad een van de paradoxen die we onderzoeken. Vernietiging versterkt vaak net de identiteit die men wil breken. Wanneer monumenten worden aangevallen en musea geplunderd, groeit het besef dat niet alleen gebouwen, maar ook een gedeeld verleden wordt bedreigd. Dat zorgt vaak voor een sterkere identificatie met dat erfgoed. ‘Dit is van ons, dit zijn wij!’” Je onderscheidt drie strategieën in het Russische ‘erfgoedbeleid’ tegenover en in Oekraïne. Welke zijn dat? “De eerste is wat je kan omschrijven als ‘resovjetisering’. In de bezette gebieden worden sovjetmonumenten opnieuw opgericht, oude straatnamen keren terug en eerdere ‘decommuniseringsmaatregelen’ worden teruggedraaid. Want na 2014 ontstond er in Oekraïne een debat over sovjeterfgoed.3 Monumenten werden toen stelselmatig afgebroken, al waren er wel uitzonderin-
De bedoeling van Rusland is om een bevolking in haar identiteit en collectieve geheugen te treffen
8
gen. Zo pleitten kunstenaars en erfgoedwerkers ervoor om de prachtige, waardevolle sovjetmozaïeken te behouden. Niet omdat ze een ideologie wilden verdedigen, maar omdat ze artistiek en historisch belangrijk zijn. Maar veel is dus wel verdwenen. De tweede strategie is de doelbewuste vernietiging van Oekraïens erfgoed door Rusland. Sinds 2022 zie je een ongeziene vernietiging van Oekraïens bouwkundig erfgoed op grote schaal, maar er zijn ook symbolische acties. Het bekendste voorbeeld zijn de standbeelden van Taras Shevchenko, de nationale dichter van Oekraïne.4 Die staan overal in het land, vergelijkbaar met die van Garibaldi in Italië. Op verschillende plaatsen werden ze doelgericht beschoten – een kogel door het hoofd – of vernield. En de derde strategie is misschien de meest subtiele: Oekraïens erfgoed wordt als Russisch voorgesteld. Vooral religieuze sites spelen daarin een belangrijke rol. Door te stellen dat de oorsprong van de Russische beschaving in Kyiv ligt, probeert men de Oekraïense nationale geschiedenis ondergeschikt te maken aan het grotere, glorieuze Russische verhaal. Uiteindelijk gaat het over historische legitimiteit. Als je kan claimen dat het verleden van iemand anders eigenlijk jouw verleden is, ondergraaf je ook diens bestaansrecht als aparte natie.” Daarbij aansluitend: in je onderzoek speelt ‘het narratief’ een centrale rol. Waarom? “Omdat oorlog vandaag niet alleen op het terrein wordt uitgevochten, maar ook op communicatievlak. Wij onderzoeken hoe Rusland én Oekraïne betekenis geven aan de vernietiging van het erfgoed. Aan Russische zijde zie je een uitgewerkt verhaal waarin de eigen identiteit zogezegd wordt bedreigd. Oekraïne zou Russisch erfgoed vernietigen, de Russische taal onderdrukken en de Russische bevolking bedreigen. Dat narratief is niet in de eerste plaats bedoeld om het Westen te overtuigen, maar vooral gericht op de eigen bevolking.”
Als je kan claimen dat het verleden van iemand anders eigenlijk jouw verleden is, ondergraaf je ook diens bestaansrecht als aparte natie
Propaganda dus? “Het is veel meer dan propaganda alleen. Het is strategische communicatie. Ze creëert een kader waarin militair optreden vanzelfsprekend en nodig lijkt. Wij analyseren onder meer de communicatie van Russkiy Mir, een door de Russische overheid ondersteunde organisatie die een belangrijke rol speelt in de verspreiding van dat wereldbeeld.5 Daar zie je voortdurend berichten verschijnen over zogenaamd bedreigd Russisch erfgoed.” Hoe reageert Oekraïne daarop? “Opvallend genoeg ontstaat een spiegelbeeld: ook Oekraïne ontwikkelt een sterk narratief, zij het vanuit een andere positie. Oekraïne probeert vooral te documenteren wat vernietigd wordt en daarmee internationale steun te mobiliseren. Men probeert te documenteren wat verloren gaat en foutieve claims te weerleggen. Aan Russische zijde zien we iets anders: daar wordt de geschiedenis actief herschreven. De beide narratieven versterken elkaar voortdurend. Er is nauwelijks nog communicatie tussen die beide werelden, het zijn parallelle werkelijkheden geworden. Dat begon ruim voor de invasie van 2022. Denk aan Poetins spraakmakende essay waarin hij stelt dat Russen en Oekraïners één volk zijn.6 Historici wezen op de historische onjuistheden, maar politiek was dit een veelbetekenend document. En een voorbode van wat zou volgen.” Je hebt het ook over ‘narratieve stiltes’. Wat bedoel je daarmee? “Niet alleen wat wordt verteld is belangrijk, maar ook waarover wordt gezwegen. Dat zien
Postcards from Ukrain: de AN-225, ‘Miria’, vernield op 27 februari 2022 door artillerie. © Ukrainian Institute Postcards from Ukrain: Pavlov Manor in Kharkiv, vernield op 6 juli 2022 door artillerie. © Ukrainian Institute Postcards from Ukrain: buste van Taras Shevchenko in Borodianka (Kyiv), vernield op 2 april 2022 door vuurwapens. © Ukrainian Institute
9
we duidelijk bij de plundering van de Oekraïense musea. Zo hebben we onderzocht hoe beide partijen communiceren over twee musea in Cherson, een stad in het zuiden van Oekraïne. Toen Cherson in 2022 werd veroverd, werden de collecties geroofd. Volgens de Russische kijk gebeurde dat om ze ‘veilig te stellen’. Men beriep zich zelfs op internationale verdragen en stelde dat de collecties tijdelijk naar de Krim waren overgebracht om ze te beschermen. Maar welke objecten zijn precies meegenomen? Onder welke omstandigheden? Waar bevinden ze zich nu? Op die vragen komt geen antwoord.” Wat zeggen de Oekraïense bronnen? “Die geven een compleet ander beeld. Dankzij inventarissen, foto’s en getuigenissen kon men reconstrueren hoe die collecties haastig werden afgevoerd, vaak zonder de meest elementaire voorzorgsmaatregelen – zo de vrachtwagen in! Grote delen zijn verdwenen. Bovendien zijn sommige objecten fysiek en/of digitaal opgedoken in Russische musea. Er zijn ook aanwijzingen dat een deel op de illegale kunstmarkt is terechtgekomen. Dat alles wordt door Oekraïense onderzoekers zorgvuldig gedocumenteerd, in de hoop dat ze via de juridische weg kunnen terugkeren.” Waarom beroept Rusland zich op het internationaal recht? “Dat lijkt paradoxaal, maar het past in dezelfde communicatiestrategie. Uiteraard is dat verhaal bedoeld voor het binnenlandse publiek. Rusland wil ook internationaal het beeld ophouden dat het handelt binnen de bestaande rechtsorde. Dat zien we al sinds de annexatie van de Krim. Toen werd het argument gebruikt dat de Russische bevolking beschermd moest worden tegen een dreigende genocide. Daarmee probeerde men zich te beroepen op het principe van de ‘Responsibility to Protect’.7 Internationaal hield dat argument geen steek, maar het narratief bleef bestaan.” Geloven de Russen daar nu nog zelf in? “Dat is moeilijk te beantwoorden, maar ik heb de indruk dat men het gaandeweg zelf is gaan geloven. Rusland blijft zich presenteren als een staat die het internationaal recht respecteert en cultureel erfgoed beschermt, ook al staat dat haaks op wat op het terrein gebeurt.”
10
Een Nederlandse rechter wees in 2023 de overblijvende museumstukken uit de tentoonstelling ‘De Krim’ bij Allard Pierson toe aan de staat Oekraïne. Tijdens de expo in 2014 werd de Krim geannexeerd door Rusland en eiste de bezetter de stukken op.
Je beleidsrapport pleit ervoor om erfgoed sterker te verbinden met defensie en veiligheidsbeleid. Dat klinkt voor Vlaanderen (en bij uitbreiding België) ongewoon. “Misschien wel, maar onze buurlanden tonen dat het perfect mogelijk is. Nederland is een goed voorbeeld. Binnen Defensie bestaat er een gespecialiseerde werking rond de bescherming van cultureel erfgoed. Militairen krijgen er opleidingen over hoe ze tijdens missies moeten omgaan met erfgoedlocaties en museale collecties. Hier staan we nog maar aan het begin van die denkoefening.” Waarom is die samenwerking nodig? “Omdat oorlog geen abstract begrip meer is. De Oekraïense ervaring leert dat je voorbereid moet zijn voor de crisis uitbreekt. Dat betekent niet alleen onderzoek doen, maar ook erfgoedprofessionals, beleidsmakers, diplomaten en militairen samenbrengen. Want wat doe je wanneer een museum wordt getroffen? Hoe beveilig je collecties? Welke inventarissen moeten beschikbaar zijn? Hoe communiceer je? Die vragen kan je onmogelijk pas beginnen stellen wanneer de crisis zich aandient.” Erfgoedwerkers krijgen dan een heel andere rol. “Precies. In Oekraïne worden ze letterlijk gezien als verdedigers van het land. Niet omdat ze wapens dragen, maar omdat ze het collectieve geheugen beschermen. Tijdens workshops merkten we hoe verschillende disciplines naar dezelfde
Erfgoed gaat niet alleen over het verleden. Het gaat ook over de veerkracht van mensen die, zelfs in oorlogstijd, blijven geloven dat hun geschiedenis het verdient om bewaard te worden
crisis kijken. Beleidsmakers denken doorgaans aan procedures, onderzoekers aan structuren, maar erfgoedprofessionals denken onmiddellijk aan verpakkingsmateriaal, nooddepots, inventarissen en evacuatieplannen. Net die praktische kennis blijkt van onschatbare waarde.” Vind je dat Vlaanderen zich voldoende bewust is van de waarde van zijn erfgoed en de mogelijke risico’s? “Moeilijk te zeggen. Misschien net omdat er zoveel is, staan we er niet altijd bij stil. Kerken, historische gebouwen, archieven en musea lijken vanzelfsprekend. Tot ze verdwijnen! Ik denk niet dat we hier dezelfde situatie zullen meemaken als in Oekraïne. Maar de waterbom in Wallonië in juli 2021 heeft ons geleerd dat voorbereiding wel degelijk zin heeft. Net zoals we vandaag nadenken over erfgoed en rampen, moeten we ook durven nadenken over erfgoed en conflict.”
MEER WETEN? ‣ Alle info over het Europese onderzoeksproject HER-UKR: Uitdagingen en kansen voor EU-erfgoeddiplomatie in Oekraïne vind je op www.kuleuven.be/her-ukr. ‣ Daarnaast verwijzen we naar de recente studie Weaponising Cultural Heritage: The Use of Strategic Narratives in Russia’s full-scale invasion of Ukraine die Lien Verpoest maakte in opdracht van het Clingendael Instituut (REKA-kennisplatform) en het Nederlandse ministerie van Defensie. Die kan je ophalen via : https://www.rekanetwork.org/node/366 ‣ FARO, Blue Shield Belgium, KU Leuven en de UAntwerpen plannen in het voorjaar van 2027 een studiedag over het onderwerp. Hou onze nieuwsbrief in de gaten.
Ondanks alle menselijke drama’s blijf je aandacht vragen voor erfgoed. Waarom? “Omdat erfgoed nooit losstaat van mensen. Natuurlijk zijn veiligheid, voedsel en onderdak de eerste prioriteiten. Niemand betwist dat. Maar zodra een samenleving opnieuw overeind probeert te krabbelen, volgt de vraag wat ze precies opnieuw wil opbouwen. Dan gaat het niet alleen over woningen of infrastructuur, maar ook over identiteit, herinnering en geschiedenis. Erfgoed maakt daarvan onlosmakelijk deel uit.” Wat neem je mee uit de samenwerking met de Oekraïense collega’s? “Vooral heel veel bewondering. Ik vergader geregeld met onderzoekers die tijdens een luchtalarm vanuit een schuilkelder inloggen of een overleg moeten verlaten omdat de elektriciteit uitvalt. Sommigen zijn hun veldwerk kwijtgeraakt omdat het gebied bezet is. Anderen hebben aan het front gevochten of raakten zwaargewond. Dat maakt de oorlog heel tastbaar. Je beseft telkens opnieuw onder welke omstandigheden zij blijven werken aan onderzoek, onderwijs en erfgoedzorg. En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les: erfgoed gaat niet alleen over het verleden. Het gaat ook over de veerkracht van mensen die, zelfs in oorlogstijd, blijven geloven dat hun geschiedenis het verdient om bewaard te worden.” ■
» Roel Daenen is communicatiecoördinator bij FARO en hoofdredacteur van dit blad. » Bronnen en literatuur 1. Zie https://www.kuleuven.be/her-ukr. Het project HER-UKR: Uitdagingen en kansen voor EU-erfgoeddiplomatie in Oekraïne onderzoekt de rol van cultureel erfgoed in het buitenlandbeleid van de EU. Het project wordt meegefinancierd door de EU in het kader van de ERASMUS+ Jean MonnetPolicy Debate-lijn. De coördinatie gebeurt door de KU Leuven, onder leiding van prof. Verpoest. 2. Midden maart dit jaar spande Rusland een strafzaak aan tegen Nederland wegens de ‘diefstal’ van het Krimgoud, zie https://nos.nl/ artikel/2606224-rusland-spant-strafzaak-aan-tegen-nederland-wegens-diefstal-van-krimgoud 3. Eerder berichtten we in dit blad over die problematiek, met name in Letland, zie Liene Lūsīte, ‘Met de borstel door de geschiedenis? De problematiek van het monumentale sovjetverleden’, in: faro, 18(2025)1, pp. 70-73, online te lezen via https://issuu.com/faronet/docs/faro_tijdschrift_over_cultureel_erfgoed_18_2025/70 4. Zie bijvoorbeeld https://neerlandistiek.nl/2022/04/een-oekraiense-bard-in-de-lage-landen 5. https://en.russkiymir.ru 6. ‘On the Historical Unity of Russians and Ukrainians’, in het Engels te lezen op http://en.kremlin.ru/events/president/news/66181 7. Zie voor tekst en uitleg: www.un.org/en/genocide-prevention/responsibility-protect/about. Kort: dit is een VN-principe dat stelt dat staten de plicht hebben hun eigen bevolking te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid.
11
DUURZAAMHEID
TERUGBLIK OP EEN DRIELUIK OVER ERFGOED EN ECOLOGIE
LOST AND FOUND – CARING FOR WHAT IS (ABOUT TO DISAPPEAR) Hoe raak je met je erfgoedcollectie een publiek buiten de vertrouwde gemeenschap? Het antwoord van de Boekentoren: door de deuren open te gooien en de collectie te verbinden met het meest urgente thema van vandaag, de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Met het drieluik Lost and Found – Caring for What Is (about to Disappear) bracht de universiteitsbibliotheek het afgelopen academiejaar academici, activisten, kunstenaars en bezoekers samen. Femke Van der Fraenen en Emilie Hermans
E
rfgoed op de kaart zetten gebeurt elke dag in de Boekentoren: door deel te nemen aan Erfgoeddag en Open Monumentendag, te digitaliseren en te metadateren, te ontlenen en in bruikleen te geven aan tentoonstellingen, door lesmateriaal te voorzien, seminaries te ondersteunen, rondleidingen te geven en onderzoek te faciliteren. In 2024 kreeg de Boekentoren erfgoedmiddelen van de Vlaamse overheid om o.a. een publiekswerking uit te bouwen rond zijn erfgoedcollectie. Een eigen evenement rond een hedendaags thema organiseren was een van de trajecten die daaruit voortkwam. De klimaat- en biodiversiteitscrisis is een onderwerp dat leeft in de Boekentoren. Hoe gaan wij als erfgoedinstelling om met de ecologische crisis? Vanuit haar diepgewortelde missie om kennis
12
Lost and Found – Caring for What Is (about to Disappear) is een verkenning van wat we dreigen te verliezen – zowel in onze natuurlijke omgeving als in ons culturele geheugen – en hoe we daar als erfgoedinstelling mee omgaan. Het drieluik bestond uit Lost – een optocht en performance op 30 november 2025, Found – een expo van 3 tot 27 februari 2026 en Caring – een ligconcert en lezing op 21 juni 2026.1
en geschiedenis te bewaren, ziet de universiteitsbibliotheek een parallel met de urgentie van het behoud van onze leefwereld. Zoals we collecties met zorg bewaren, zo willen we ook onze natuurlijke wereld koesteren en beschermen. Binnen de muren van UGent vonden we een onmisbare
In het eerste deel ‘Lost’ trokken de Rode Rebellen in een ingetogen optocht door Gent. Universiteitsbibliotheek Gent. Foto door Geert Roels, CC0. 2025
medestander. Stef Craps, hoogleraar Engelse letterkunde, engageerde zich als co-curator en bood met zijn expertise rond ecologische rouw en klimaatfictie cruciale inhoudelijke fundamenten aan. De focus kwam nadrukkelijk te liggen op een poëtische en kunstzinnige benadering van het thema. Met schoonheid en betrokkenheid wilden we met dit urgente thema stof doen opwaaien in de bibliotheek. We wilden onderzoeken hoe we ons als mens verhouden tot een veranderende planeet en hoe we omgaan met klimaatemoties zoals angst en verdriet. Om deze gevoelens stap voor stap om te buigen naar iets constructiefs, werkten we een drieluik uit: van het erkennen van verdriet naar een hoopvolle blik op de toekomst. Verliezen, vinden en zorgen voor werd de insteek van het drieluik. De titel volgde als vanzelf: Lost and Found – Caring for What Is (about to Disappear) en dekte de lading van de drie luiken: Lost – over rouw bij Remembrance Day for Lost Species, Found – over verwondering voor wat er nog is, Caring – over met actieve hoop naar de toekomst kijken.
IN BLOEI
Het eerste deel van het drieluik, Lost, focuste op ecologische rouw en vond plaats op 30 november 2025. Die datum lag niet toevallig op Remem-
Vanuit haar diepgewortelde missie om kennis en geschiedenis te bewaren, ziet de universiteitsbibliotheek een parallel met de urgentie van het behoud van onze leefwereld. Zoals we collecties met zorg bewaren, zo willen we ook onze natuurlijke wereld koesteren en beschermen
brance Day for Lost Species. Jaarlijks brengt deze dag mensen samen om stil te staan bij ecologisch verlies. Om dit verlies vorm te geven, zocht de Boekentoren bondgenoten bij activisten van Extinction Rebellion en hun performance groep de Rode Rebellen. Door met hen samen te werken, keek de bibliotheek verder dan een historisch perspectief en reikte ze de bezoeker een manier aan om die bezorgdheid om te zetten in actie.
13
Het resultaat werd een ingetogen optocht en een symbolische performance. De Rode Rebellen die in volstrekte stilte, uiterst traag en volledig in het rood gehuld bewegen, werden voor het eerst vergezeld door de Aarderebellen. Waar de Rode Rebellen kwetsbaarheid en verlies belichamen, brengen de Aarderebellen de diversiteit en vitaliteit van het leven naar voren. De optocht trok van de openbare bibliotheek De Krook naar de Boekentoren, wat de nieuwsgierigheid wekte van passanten. Eenmaal bij de Boekentoren werden bezoekers en voorbijgangers meegenomen in een performance in het studielandschap. Het symbolisch begrafenisritueel vormde een reflectie op wat dreigt te verdwijnen en een moment waar verdriet een plaats kreeg. Een oud fichemeubel met bedreigde en uitgestorven inheemse soorten op nieuwe steekkaarten maakte het verlies concreet. ‘s Avonds kleurde de Belvedère van de Boekentoren rood als symbool voor rouw, een krachtig symbool aan de horizon van Gent. Waar Lost focuste op verlies en rouw, nodigde het tweede luik, Found (februari 2026), uit tot verwondering. Directe aanleiding was het boek Archief van mogelijk verlies (EPO, 2025) van auteur Tine Hens, waarin zij het in fictieve en niet-fictieve verhalen heeft over de natuur die we dreigen kwijt te raken.2 De Boekentoren vroeg Tine Hens om met die insteek een expo samen te stellen. De expo bracht de verhalen uit haar boek – over leeuweriken, gletsjers, vuurvliegjes, olmen – samen met zorgvuldig geselecteerde stukken uit de bibliotheekcollectie. Er liepen vier rode draden door de expo: vinden, ontdekken, verliezen en achterlaten. Collectiestukken in de Boekentoren getuigen van een diverse en overvloedige levende wereld die ooit doodgewoon was, maar nu bijzonder lijkt. De expo omarmde het verdriet om wat al verloren is en nodigde uit tot verwondering,
14
Een oud fichemeubel met bedreigde en uitgestorven inheemse soorten op nieuwe steekkaarten maakte het verlies concreet
maar verbeeldde ook de oorzaken van al dat verlies en de sporen die we achterlaten. Dat kwam naar voren in dialoog met het werk van illustratoren Jan De Kinder, Carll Cneut, fotograaf Linde Raedschelders en beeldende kunstenaars Maarten Vanden Eynde en Lola Daels. Bijzondere aandacht ging naar de tekeningen van Europese planten, vlinders en insecten van Maria Sibylla Merian (1647-1717). Ze was een van de eersten die de intieme verbondenheid tussen bloemen en hun bestuivers beschreef. Als link tussen levend en papieren erfgoed werden haar planten gezaaid om tot bloei te komen op het laatste deel van het drieluik: Caring. Tijdens dit derde luik plooiden we naar binnen en verkenden het thema op een zintuiglijke manier met een intieme muziekbeleving en een filosofisch verhaal.
‘De paardenbloem’ uit het collectiestuk: Maria Sibylla Merian, De Europische insecten : naauwkeurig onderzogt, na’t leven geschildert, en in print gebragt door Maria Sibilla Merian, 1730 (BIB.117A004) Collectie: Universiteitsbibliotheek Gent. Publiek domein ‘De dagpauwoog’ uit het collectiestuk: Maria Sibylla Merian, De Europische insecten : naauwkeurig onderzogt, na’t leven geschildert, en in print gebragt door Maria Sibilla Merian, 1730 (BIB.117A004) Collectie: Universiteitsbibliotheek Gent. Publiek domein Beeld uit het collectiestuk: Charles Frédéric Dubois, Planches coloriées des oiseaux de la Belgique et de leurs oeufs, 1854-1860 (BIB.HN.000544). Collectie: Universiteitsbibliotheek Gent. Publiek domein
In het kader van de expo Found werden rondleidingen en workshops georganiseerd. Universiteitsbibliotheek Gent. Foto door Geert Roels, CC0. 2026
Op zondag 21 juni 2026, zomerzonnewende, sloten we het drieluik over ecologie en erfgoed af met een blik op de toekomst. Waar we in de herfst bij Remembrance Day for Lost Species op verstilde wijze aandacht schonken aan het verlies van biodiversiteit, zetten we op de langste dag van het jaar de kracht van het licht op het voorplan. De zomerzonnewende wordt in vele culturen al eeuwen geassocieerd met overvloed, vruchtbaarheid en de kracht van de zon. Caring deelde in deze traditie door met muziek en woord te reflecteren over de plaats van de mens in de levende wereld. Dat deden we op de Belvedère met een ligconcert door Seraphine Stragier (cello, Keltische harp en nyckelharpa) en Tim Vandenbergh (contrabas, basgitaar en cavaquinho). De energie van het concert hield Olga Van Oost (FARO) vast
tijdens haar lezing Denk groots, hou het klein over het streven om goede voorouders te zijn en zorg te dragen voor wie na ons komt. Aan het einde van Caring schonken we de planten die bij Found gezaaid werden aan het publiek. Het waren planten uit het boek De Europische insecten (1730) van Maria Sibylla Merian dat zich in de erfgoedcollectie van de Boekentoren bevindt.3 Zo kon het publiek op zijn beurt zorg dragen voor een deeltje natuurlijke wereld uit de erfgoedcollectie.
SYMBIOSE
Verschillende partners en disciplines samenbrengen bracht uitdagingen mee. Activisten uitnodigen zorgde voor nervositeit. Zo moesten we rekening houden met het veiligheidsprotocol van de UGent en de Stad Gent bij het plannen
15
Zes bomen, allemaal klimaatslachtoffers, vormen sokkels om te herinneren aan wat ooit alomtegenwoordig was. Werk van Tine Hens, Archief van mogelijk verlies (2025). Universiteitsbibliotheek Gent. Foto door Geert Roels, CC0. 2026 De dunbekwulp uit de collectie sierde de flyer van Lost, een ingetogen optocht en performance door de Rode Rebellen en Aarderebellen. (BIB.HN.000544). Universiteitsbibliotheek Gent. Ontwerp door Geert Roels, CC0. 2025
van een optocht en performance van de Rode Rebellen (voor Lost). De samenwerking bracht gelukkig vooral de kracht mee van een constructief debat en een inspirerende invalshoek. Goede afspraken zorgden bij alle partners voor rust en zekerheid. De samenwerking werd langs beide kanten zeer geapprecieerd. De expo van het tweede luik, Found, gecureerd door Tine Hens, daagde uit tot creatieve oplossingen. Budget, plaats, personeel en middelen waren beperkt. Parallel aan het drieluik liep er in de Boekentoren een vernieuwingstraject voor de vaste bezoekerservaring. De nieuwe vitrines lieten op zich wachten, wat de selectie van de kwetsbare collectiestukken tot een puzzel maakte. Het samenbrengen van organisch materiaal – zoals dode bomen en een opgezette vogel – met bibliothecair erfgoed was een vooraf onberekend risico dat achteraf gezien nog scherpere (voor)zorg vereiste. Het project maakte duidelijk dat goede draaiboeken en een heldere rolverdeling essentieel zijn om misverstanden tussen een diverse groep partners te voorkomen. De oplossing lag in flexibiliteit en creativiteit: grenzen geven ideeën vorm. De ramen in de centrale gang boden bijvoorbeeld plaats voor reproducties van prachtige prenten uit collectiestukken. Organisatorisch was het een uitdaging om een inhoudelijke en visuele spanningsboog vast te houden over een periode van een academiejaar. Toch bleken de opeenvolgende vormen – van een activistische performance in de herfst over een poëtische expo in de winter tot een hoopvol, zintuiglijk ligconcert in de zomer – het ideale format om de aandacht vast te houden. De herkenbare visuele stijl op basis van afbeeldingen uit de collectie werd doorgetrokken van de flyers tot de expogidsen en de website.
OOGSTEN
Door de deuren van de bibliotheek open te zetten voor denkers en makers van buitenaf kreeg het drieluik een gelaagdheid die we alleen nooit hadden kunnen bereiken. De unieke kruisbestuiving tussen academische expertise, artistieke verbeeldingskracht en activistische daadkracht was een grote troef. Een vaste visuele stijl, gerichte communicatie via verschillende kanalen en het netwerk van partners en curatoren trokken een breder publiek naar de Boekentoren en brachten een maatschappelijk thema poëtisch onder de aandacht. Belangrijker nog is het geplante zaadje bij het publiek. Bezoekers verlieten de activiteiten met een hernieuwde
16
Waar het uiteindelijk op neerkomt en over gaat, is dat we zoeken naar die innerlijke kracht en dus naar de wijsheid om mee het verschil te maken. Alle grote verandering begint immers met kleine stappen. Dat lijkt me dan ook een mooie afsluiter: denk groots, maar hou het klein!
VERMEERDEREN
Het drieluik werd neergelegd. Een spoor ervan blijft bestaan op boekentoren.gent, in artikels zoals dit, in filmpjes en online posts. Een ander spoor vormen de zaden en planten die we uitdeelden aan de bezoekers van de expo Found en aan het publiek bij Caring. Die planten groeien nu in tal van tuinen en maken deel uit van ecosystemen. Toch dendert de klimaatcrisis onverminderd door. En wat nu? Olga Van Oost prentte het ons in tijdens haar lezing: “Waar het uiteindelijk op neerkomt en over gaat, is dat we zoeken naar die innerlijke kracht en dus naar de wijsheid om mee het verschil te maken. Alle grote verandering begint immers met kleine stappen. Dat lijkt me dan ook een mooie afsluiter: denk groots, maar hou het klein!” ■ » https://boekentoren.gent/nl/artikels/lostandfound
blik op biodiversiteit, ecologie en geschiedenis. Lost and Found – Caring for What Is (about to Disappear) toont dat een erfgoedcollectie en maatschappelijke relevantie hand in hand kunnen gaan. En dat een complex thema op een verbindende manier op de kaart gezet kan worden.
» Femke Van der Fraenen en Emilie Hermans zijn publieksmedewerkers bij de Universiteitsbibliotheek Gent. » Bronnen en literatuur 1. Het drieluik kwam tot stand in samenwerking met Rode Rebellen XR, Stef Craps, Tine Hens, Seraphine Stragier, Tim Vandenbergh, Olga Van Oost (FARO), The UGent Human Rights Research Network (voor inspiratie en de middelen voor videograaf), Kris Verheyen en Forest & Nature Lab UGent (die ons leerden welke lokale soorten bedreigd of uitgestorven zijn), Green Office UGent (voor advies over communicatie), met steun van de Vlaamse overheid. 2. https://faro.be/blogs/roel-daenen/leestip-tine-hens-archief-van-mogelijk-verlies 3. BIB.117A004
17
SPREKEND ERFGOED
ROADTRIP DOOR AFRIKA Wat als … erfgoed zou kunnen spreken? Een hypothetische, maar interessante vraag. Want welke verhalen zouden we dan kunnen ontdekken?
O
ok bedrijven bewaren en zorgen voor erfgoed. Van historische archieven, objecten en verhalen tot immaterieel erfgoed. In het archief van de D’Ieteren Group vind je de publicatie Deux Femmes au Volant uit 1951, een reisdagboek. Dat vertelt het avontuurlijke verhaal van Gabrielle D’Ieteren en Charlotte van Marcke, die in een Volkswagen Kever in 1950-1951 meededen aan een rally van Brussel naar Kaapstad. Gabrielle D’Ieteren was getrouwd met de vierde voorzitter van het bedrijf, Lucien D’Ieteren, een ambitieuze man die verantwoordelijk was voor de mooiste, met de hand vervaardigde carrosserieën die uit de ateliers van D’Ieteren rolden. Hij zette in 1930 de stap om Amerikaanse auto’s zoals Studebaker te importeren. Charlotte van Marcke was de echtgenote van een van de rechterhanden van Pierre D’Ieteren, destijds voorzitter van de groep. De tocht duurde van 27 december 1950 tot 23 februari 1951. Er was enig voorbehoud bij de organisatoren, omdat ze meenden dat twee vrouwen het avontuur niet lang zouden volhouden. Ze stelden hen alternatieve, minder bergachtige routes voor. Maar Gabrielle en Charlotte hielden voet bij stuk en legden de tocht van 14.300 km met verve af. Gemiddeld reden ze per dag zo’n 300 tot 600 km, door bergen, regenwouden, de savanne en de woestijn. Bijzonder was dat beiden mechanische achtergrond noch veel ervaring hadden. Vertrouwen in hun rijtuig hadden ze wel, en terecht. Ze eindigden op de 17e plaats (van de 39 deelnemers), zonder enige pech. Deze rally leverde dus het bewijs dat de Kever een robuuste en dus betrouwbare auto was. Opdracht geslaagd!
18
D’Ieteren was op dat moment twee jaar invoerder van Volkswagen in België. Er waren vragen rond de betrouwbaarheid van de Kever in rijcondities zonder asfalt, vooral van Belgen die naar Belgisch-Congo verhuisden. Deze rally was niet enkel een avontuur, maar ook een promotiecampagne om de eigenschappen van de Kever in de schijnwerpers te zetten. ■
Wereldwijd zetten steeds meer ondernemingen in op functionele erfgoedzorg. Ze bewaren hun archieven en collecties professioneel en maken er op verschillende manieren actief gebruik van. In september kwamen zo'n 150-tal bedrijfsarchivarissen uit actieve ondernemingen samen in Brussel op het ICA / Section on Business Archives-congres, waar ze over grenzen van merken heen ervaringen deelden met elkaar en inspiratie opdeden. Het congres werd dit jaar georganiseerd vanuit een Benelux-samenwerking tussen ETWIE, Vereniging Bedrijf & Historie en de Archives nationales de Luxembourg. www.icasba2026.com
» Danae Vermeulen en Julie Vanzele zijn resp. curator en archivaris bij D’Ieteren.
» Door: Danae Vermeulen en Julie Vanzele | Foto’s: © D’Ieteren
19
ONDERZOEK
INZICHTEN UIT DE BELEIDSPLANNEN
HOE INTERNATIONAAL IS CULTUREEL ERFGOED? Internationalisering duikt op in beleidsplannen van archieven, musea, erfgoedbibliotheken en landelijke dienstverleners. Toch blijkt dat organisaties er lang niet allemaal hetzelfde onder verstaan. Voor de ene draait het om internationale onderzoeksnetwerken en zichtbaarheid. Voor de andere gaat het over digitale standaarden en online ontsluiting. Wat ze gemeen hebben, is dat internationalisering geen afzonderlijk beleidsdomein is. Het zit verweven in bijna alle aspecten van de erfgoedwerking. Alexander Vander Stichele en Joke Beyl
W
e maakten een kwalitatieve analyse van de beleidsplannen die 75 cultureel-erfgoedorganisaties opstelden voor de periode 2024-2028 en indienden bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Daarbij focusten we op vijf thema’s: onderzoek en kennisontwikkeling, digitalisering, internationalisering, diversiteit en duurzaamheid. In de kwalitatieve analyse van de beleidsplannen1 vormden de volgende vragen het uitgangspunt voor deze thema’s:
Dit onderzochten we voor elke deelsector: archieven (10), erfgoedbibliotheken (4), musea (50) en landelijke dienstverleners (10 + Werkplaats immaterieel erfgoed). Een belangrijke kanttekening hierbij is dat landelijke dienstverleners (net als erfgoedcellen, Werkplaats immaterieel erfgoed en FARO) een andere rol hebben dan collectiebeherende organisaties. Ze hebben bijvoorbeeld geen decretale onderzoeksfunctie en ze hebben – meestal – ook geen collecties. De resultaten moeten dus in dat licht begrepen worden.
•
In dit artikel zoomen we in op het thema Internationalisering. ‘Onderzoek en kennisontwikkeling’, ‘Digitalisering’ en ‘Duurzaamheid’ kwamen aan bod in de vorige drie nummers van faro. In de komende editie spitten we het laatste thema uit. Daarbij houden we ook nu weer een slag om de arm: de vaststellingen geven immers de grootste gemene deler weer. Sommige organisaties zullen er minder op (kunnen) inzetten dan andere.
• • •
20
Waarop willen de erfgoedorganisaties inzetten (doel)? Hoe pakken ze het aan (acties, doelgroepen, methoden)? Welke samenwerkingen gaan ze hiervoor aan (netwerk)? Welke uitdagingen ondervinden de cultureelerfgoedorganisaties?
Internationalisering wordt niet voorgesteld als iets dat boven de dagelijkse werking hangt. Het manifesteert zich juist in concrete praktijken: congressen, onderzoeksprojecten, digitale platformen, internationale standaarden en professionele netwerken
Daarnaast is het ook zo dat doelstellingennota’s geschreven worden met een specifiek doel: subsidies krijgen. Het zijn dan ook deels geformatteerde teksten, waarin rekening wordt gehouden met de actuele beleidsprioriteiten en -accenten. Dit heeft ook zijn weerslag op de bevindingen.
GEEN DOEL OP ZICH
Een eerste opvallende vaststelling is dat internationalisering zelden als einddoel wordt beschreven. Organisaties zien het vooral als een middel om expertise te versterken, kennis uit te wisselen en collecties beter zichtbaar te maken. Meerdere archieven koppelen internationalisering rechtstreeks aan het vergroten van wetenschappelijke expertise, zichtbaarheid en netwerkvorming. Kennisuitwisseling staat daarbij centraal. Musea focussen op de uitbouw van internationale onderzoeksrelaties en deelname aan internationale programma’s en netwerken als middel om bv. hun visie op en methodes voor collectiebeheer te verrijken. Erfgoedbibliotheken beschouwen internationalisering als onderdeel van zichtbaarheid en reputatie: ze zien het als een manier om de erfgoedbibliotheek als expertisecentrum te profileren, zowel voor onderzoek als voor het publiek. Ze participeren in internationale geInternationalisering en lokale betrokkenheid worden niet beschouwd als elkaars tegenpolen, maar als complementaire ambities. Foto: Jan Kopriva via Unsplash
21
meenschappen, gaan langdurige samenwerkingen aan met internationale spelers en zoeken naar internationale partnerschappen voor waardering en onderzoek. De landelijke dienstverleners presenteren internationalisering niet als een optionele bijzaak, maar als onderdeel van hun missie en werking: meedraaien in internationale netwerken, inspireren én geïnspireerd worden, expertise delen en uitwisselen. Internationalisering wordt bij dit alles niet voorgesteld als iets dat boven de dagelijkse werking hangt. Internationalisering manifesteert zich juist in concrete praktijken: congressen, onderzoeksprojecten, digitale platformen, internationale standaarden en professionele netwerken.
HET LOKALE VERDWIJNT NIET
Misschien nog opvallender is wat internationalisering niet betekent. De archieven benadrukken dat internationale ambities hand in hand moeten gaan met lokale verankering. Ze willen deelnemen aan internationale debatten, maar tegelijk hun lokale relevantie behouden. De boodschap is duidelijk: internationale zichtbaarheid heeft alleen betekenis wanneer ze vertrekt vanuit lokale verhalen, collecties en gemeenschappen. Internationalisering en lokale betrokkenheid worden dus niet beschouwd als elkaars tegenpolen, maar als complementaire ambities. Uit de beleidsplannen van de erfgoedbibliotheken blijkt dat lokale collecties gezien worden als de motor van internationalisering – de collectie zelf schept de legitimatie voor internationale partnerschappen en zichtbaarheid. Ook musea expliciteren deze dubbele ambitie: internationaal profileren en lokaal verankerd blijven. Concreet betekent dit dat verschillende musea de prioriteit leggen bij digitalisering en ontsluiting van de collectie als voorwaarde voor breed (ook internationaal) gebruik en onderzoek.
COLLECTIES ZIJN DE MOTOR
De aard van de collectie bepaalt vaak mee hoe internationalisering vorm krijgt. Dat zien we bij verschillende archieven. Collecties met een duidelijke internationale of koloniale link worden expliciet genoemd als bron voor internationale debatten en uitwisseling. Bij musea wordt internationalisering vaak gekoppeld aan collectiebeleid – aantrekken van buitenlandse kunstenaars en kunstwerken, opnemen van archieven met internationaal belang en uitwerken van tentoonstellingen die internationale aandacht kunnen krijgen. Bepaalde erfgoedbibliotheken doen aan inhoudelijke profilering: ze geven aan internationale belangstelling te willen mobiliseren rond
22
herkenbare thema’s of topcollecties. Ze hanteren hierbij de collectie-inhoud als hefboom: internationale relevantie komt vaak voort uit de aard van de collecties die internationale interesse genereren en aanleiding geven tot grensoverschrijdende onderzoeksactiviteiten.
DIGITALISERING ALS UNIVERSELE TAAL
Waar de verschillende erfgoedsectoren elkaar het meest vinden, is in digitalisering. Voor erfgoedbibliotheken vormt digitale ontsluiting een directe hefboom voor internationaal bereik. Archieven en musea verwijzen naar internationale beschrijvingsstandaarden, linked open data, interoperabiliteit en online toegankelijkheid. Landelijke dienstverleners leggen de nadruk op technische afstemming met internationale databanken en platformen. Digitalisering wordt daarbij niet alleen gezien als een technische opdracht, maar als een voorwaarde om deel te nemen aan een internationale erfgoedgemeenschap.
VERSCHILLENDE WEGEN NAAR DEZELFDE AMBITIE
Tegelijk tonen de beleidsdocumenten dat er geen uniforme aanpak bestaat. Grotere erfgoedorganisaties investeren in internationale onderzoeksprojecten, tentoonstellingen of partnerschappen. Kleinere organisaties leggen vaker de nadruk op digitale toegankelijkheid, standaarden of kennisuitwisseling.
Internationale relevantie komt vaak voort uit de aard van de collecties die internationale interesse genereren en aanleiding geven tot grensoverschrijdende onderzoeksactiviteiten
Zo zien we grote verschillen tussen de musea. Dat hoeft op zich niet te verbazen, aangezien er een verband lijkt te zijn met de schaal waarop een museum opereert. Sommige musea maken van internationale profilering een expliciete strategische doelstelling, andere zien het als een welbepaalde focus voor collectieopbouw, terwijl nog andere slechts beperkt naar internationalisering verwijzen in hun beleidsdocumenten. Dit zien we ook bij de andere deelsectoren. Sommige erfgoedbibliotheken schrijven explicieter over digitale internationale projecten, andere benadrukken de internationale uitstraling van specifieke collecties of vermelden internationalisering als neveneffect van sterke expertise. Grotere, thematisch gespecialiseerde archieven hebben expliciete internationale strategieën (congressen, publicaties, actieve uitwisseling). Kleinere archieven leggen meer het accent op lokale valorisatie, waarbij internationalisering vaak instrumenteel wordt benaderd (standaarden, interoperabiliteit, digitale tools). De landelijke dienstverleners vullen internationalisering complementair in volgens hun rol: sommige focussen op internationale netwerken, andere op het uitbouwen van kennisbanken en internationale zichtbaarheid via digitale ontsluiting, weer andere op het stimuleren van de sector om internationaler te werken. Die verschillen lijken dus minder te maken te hebben met overtuiging dan met schaal, (collectie)profiel en opdracht.
EEN VOLWASSEN BENADERING
Wat uit de analyse naar voren komt, is een erfgoedsector die internationalisering niet beschouwt als een uitzonderlijke activiteit. Het wordt daarentegen geïntegreerd in collectiebeleid, onderzoek, digitale strategieën, publiekswerking en dienstverlening. Dit wijst op een volwassen benadering: niet alleen symbolisch engagement, maar concrete acties, budgetten en indicatoren. De vraag is dan ook niet óf cultureel-erfgoedorganisaties internationaal willen werken. De vraag is eerder hoe zij hun eigen rol binnen een steeds sterker verbonden erfgoedlandschap invullen.
Foto boven: de aard van de collectie bepaalt vaak mee hoe internationalisering vorm krijgt. Foto: Derick McKinney via Unsplash Foto onder: expertisecentra zien internationalisering als een manier om zich te profileren, zowel voor onderzoek als voor publiek. Foto: Onderzoeker te Hertfordshire, (1796) Isaac Cruikshank (prentmaker) naar een tekening van George Moutard Woodward, uitgever Allen & West. Bron: Rijksstudio
23
UITDAGINGEN
Dat de diverse hierboven beschreven aspecten in verband met internationalisering gepaard gaan met concrete uitdagingen spreekt voor zich. We identificeerden een aantal gemeenschappelijke uitdagingen:
De beperkte capaciteit en expertise voor internationale netwerkopbouw Heel wat erfgoedorganisaties, over deelsectoren heen, beschikken niet over de nodige capaciteit, tijd of specifieke expertise om effectieve en duurzame internationale netwerken op te bouwen en te onderhouden. Dit belemmert hun vermogen om ten volle internationaal te opereren en te leren van buitenlandse voorbeelden. Ook is er vaak sprake van een gebrek aan een overkoepelende strategie en coördinatie binnen en buiten de organisatie die internationale samenwerking bemoeilijkt.
Dit wijst op een volwassen benadering: niet alleen symbolisch engagement, maar concrete acties, budgetten en indicatoren
24
De financiële deelname aan internationale projecten of samenwerkingsverbanden Naast de benodigde expertise vereist het realiseren van internationale projecten en onderzoek vaak een aanzienlijke financiële inbreng. Subsidies verkrijgen en het coördineren van of samenwerken binnen complexe, grensoverschrijdende projecten is voor heel wat organisaties een aanzienlijke uitdaging.
Internationale netwerken onderhouden Het opbouwen van of aansluiting zoeken bij internationale netwerken en projecten is één ding. Het onderhouden ervan is een ander. Hoewel internationale samenwerkingen worden nagestreefd, blijft het onderhouden van sterke internationale banden met collega-erfgoedactoren, onderzoekers of sectororganisaties uitdagend.
Internationale zichtbaarheid creëren en aan reputatieopbouw doen Het verstevigen van de internationale positie en internationale reputatieopbouw vereist continue inspanningen op het gebied van marketing en communicatie, evenals het vernieuwen van het aanbod om relevant te blijven in een competitieve internationale context. Het effectief profileren van de organisatie en het benadrukken van de sterktes ervan buiten de landsgrenzen is hierbij cruciaal. Dit is niet voor elke organisatie even vanzelfsprekend.
Foto links: internationalisering manifesteert zich in concrete praktijken zoals congressen. © FARO Foto rechts: archieven en musea verwijzen naar internationale beschrijvingsstandaarden, linked open data, interoperabiliteit en online toegankelijkheid. Foto: John via Unsplash
Het bewaken van de lokaal-globaal balans Erfgoedorganisaties staan voor de uitdaging om hun lokale relevantie en verankering te behouden, terwijl ze tegelijkertijd internationale ambities nastreven. Dit vereist een zorgvuldige afweging en strategische keuzes om ervoor te zorgen dat internationale activiteiten de lokale missie niet ondermijnen, maar juist versterken. Doeltreffende communicatie is hierbij cruciaal, om de verbinding tussen het lokale en het globale te waarborgen.
Het overbruggen van verschillende standaarden en technische interoperabiliteit Het effectief delen en digitaal ontsluiten van erfgoed op internationale schaal wordt bemoeilijkt door de diversiteit aan standaarden en de noodzaak van technische interoperabiliteit. Erfgoedorganisaties moeten investeren in robuuste digitale infrastructuren en streven naar standaardisatie om hun output breed, toegankelijk en interactief online beschikbaar te maken. Dit omvat zowel technische, juridische als organisatorische inspanningen.
De opvolging en integratie van ethische en actuele internationale erfgoedthema’s Het bijhouden van en reageren op internationale ontwikkelingen rond ethisch verantwoord erfgoedbeheer, zoals dekolonisering en gecontesteerd erfgoed of andere actuele internationale erfgoedthema’s, vereist specifieke kennis en een proactieve houding. Het vertalen van deze internationale
discussies naar de eigen praktijk en het ontwikkelen van een beleid hieromtrent kan een uitdaging zijn.
CONCLUSIE
Internationalisering is een instrument om een doel te bereiken, namelijk het uitoefenen van de vijf functies zoals die in het Cultureelerfgoeddecreet staan opgesomd (herkennen en verzamelen, behouden en borgen, onderzoeken, presenteren en toeleiden, participeren). Een organisatie erkend als cultureel-erfgoedinstelling dient deze functies uit te oefenen op een internationaal niveau. Uit de analyse van de beleidsdocumenten blijkt dat erfgoedorganisaties dat daadwerkelijk doen. Ieder op een eigen wijze, afhankelijk van schaal, profiel en opdracht en verweven in de erfgoedwerking als geheel. Tegelijkertijd brengt internationalisering uitdagingen met zich mee. Die variëren van structurele beperkingen in capaciteit en middelen tot praktische obstakels, zoals het gebrek aan handvatten en de complexiteit van internationale netwerken en financiering; rekening houdend met de continue spanning tussen lokale gedragenheid en internationale ambities. Daarnaast spelen ook de noodzaak tot digitale transformatie en de integratie van actuele ethische thema’s een rol. ■
» Alexander Vander Stichele en Joke Beyl zijn onderzoekers bij FARO. » Bronnen en literatuur 1. Voor de analyse van de beleidsplannen maakten we gebruik van de AI-onderzoekstool Logically. Deze tool hielp om aan de hand van concrete vragen van de onderzoekers diep in de beleidsplannen te duiken.
25
ONDERZOEK
ONBEKEND EN DUS ONBEMIND
KUNST OP DE VOORDEUR Artistieke keramische en geëmailleerde deurgrepen uit de periode 19501970 zijn wijdverspreid in België. Toch bleven ze lange tijd onder de radar van de erfgoedsector. De voorbije jaren bracht een veelzijdig onderzoek daar verandering in, met veldwerk, kennisopbouw uit een netwerk van bewoners, experten, architecten en kunstenaars en ook archiefwerk. Het maakt de geschiedenis van deze deurgrepen, hun makers en hun plaats in de Belgische wooncultuur eindelijk zichtbaar. Kathleen Boel
D
e kenmerkende deurgrepen uit die periode zijn te vinden op voordeuren van architectenwoningen, rijhuizen, villa’s, appartementsgebouwen en lokale handelszaken, verspreid over het hele land. Ze zijn al meer dan zestig jaar een vaste maar subtiele waarde in het straatbeeld. Zo’n ‘artistieke deurgreep’ is een vaste handgreep waarmee een voordeur geopend of gesloten kan worden. In tegenstelling tot een deurklink beweegt ze niet op en neer. Artistieke deurgrepen bestaan doorgaans uit een aluminium, houten of inox frame waarop een keramische tegel of een geëmailleerd koperen plaatje is bevestigd. Sommige keramische tegels zijn vlak en geglazuurd, andere hebben abstracte of figuratieve motieven in reliëf. Hoewel deze deurgrepen functioneel zijn, onderscheiden ze zich door hun artistieke kwaliteit. Veel exemplaren werden ontworpen door professionele kunstenaars die destijds actief waren bin-
26
nen de Belgische en internationale kunstwereld. De motieven vormen kleine artistieke tijdscapsules van het naoorlogse België. Naast abstracte composities en kleurrijke patronen verwijzen ze naar destijds actuele thema’s en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals ruimtevaart, wetenschappelijke vooruitgang en ook de flowerpowercultuur.
MOEILIJK TE PLAATSEN
Deze artistieke deurgrepen zijn moeilijk te plaatsen binnen de klassieke erfgoedcategorieën. Ze maken om te beginnen deel uit van de Belgische naoorlogse bouwcultuur, op het snijpunt van architectuur, design, kunst en gebruiksvoorwerpen van alledag. Het zijn met andere woorden geen autonome kunstwerken, en evenmin louter functionele bouwelementen. Net dat hybride karakter is vermoedelijk de reden waarom ze lange tijd ontsnapten aan de aandacht van kunsthistorici, architectuuronderzoekers en erfgoedorganisaties.
Kathleen in gesprek tijdens een bezoek. © Nattida-Jayne Kanyachalao
Bovendien zijn ze relatief moeilijk te traceren. Ze kwamen immers niet terecht in musea, kunstgalerijen of collecties, maar op voordeuren. Dat gebeurde via architecten, fabrikanten en gespecialiseerde winkels. Zelden zijn ze opgenomen in catalogi of andere commerciële documentatie. Daardoor komen ze nauwelijks voor in bouwdossiers of inventarissen; gegevens over ontwerpers, productie en verspreiding bleven schaars en versnipperd. In deze context startte ik in 2021 het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd. De aanleiding was de ontdekking van een deurgreep in mijn straat. Ik wist niet wat ik precies zag, maar vond ze heel mooi en als antropoloog was ik benieuwd naar het verhaal erachter. Het bleek een werk uit de vroege jaren 1970 van keramist Elisabeth Vandeweghe. Die ‘ontdekking’ was het begin van een uitgebreide zoektocht, met archiefonderzoek, fotografische documentatie en publieksgerichte co-creatie.1 Ik fotografeerde duizenden exemplaren en registreerde ze volgens locatie, ontwerp en mogelijke maker. Informatie uit archieven vulde ik aan met plaatsbezoeken en gegevens die ik uit deur-aan-deurgesprekken haalde. Via publieksoproepen, sociale media, lezingen, rondleidingen, fotozoektochten en een reizende tentoonstelling groeide een breed netwerk van eigenaars, experten, architecten, kunstenaars, nabestaanden, voormalige ateliermedewerkers en verzamelaars.
Door een samenwerking met een fabrikant van ramen en deuren verspreidde Oswald Tieberghien zijn creaties over heel België. © Kathleen Boel
27
Deze combinatie van bronnen en betrokkenheid maakte het mogelijk om niet alleen de verspreiding van deurgrepen in kaart te brengen, maar ook het verhaal achter hun makers, productie en plaats binnen de Belgische wooncultuur te reconstrueren.
ARTISTIEKE KWALITEIT
Tot nu toe kon ik een dertigtal kunstenaars identificeren, zoals Elisabeth en Rogier Vandeweghe, Jan Heylen en Achiel Pauwels. Verschillende onder hen exposeerden nationaal en internationaal, en sommigen namen ook deel aan tentoonstellingen en evenementen zoals Expo 58. Als deel van hun artistieke praktijk ontwierpen zij ook toegepaste keramiek, onder meer in de vorm van kunstgrepen. Die werden zowel in serie vervaardigd als als pièces uniques voor specifieke architecturale projecten. Voor de productie in grote aantallen werkten kunstenaars samen met gespecialiseerde ateliers of fabrikanten. Zo vervaardigde Oswald Tieberghien in zijn atelier duizenden keramische deurgrepen, in uiteenlopende ontwerpen. Door zijn samenwerking met een fabrikant van aluminium ramen en deuren raakten zijn creaties verspreid over heel België. Andere kunstenaars werkten op kleinere schaal. Elisabeth Vandeweghe ontwierp in samenwerking met particuliere bouwheren unieke deurgrepen en gevelkeramieken. Hoewel ze deze toegepaste werken niet tot haar belangrijkste creaties rekent, behandelde ze elk exemplaar met aandacht voor vorm, materiaal en afwerking. Haar ontwerpen tonen hoe een deurgreep ook binnen een specifiek architecturaal project een individueel karakter kreeg. De identificatie van kunstenaars is uitdagend: van heel wat artistieke deurgrepen kennen we vandaag de naam van de maker (nog) niet. Daarbij rijst ook de vraag welke rol vrouwelijke kunstenaars speelden. In de periode 1950-1970 kregen vrouwen binnen de kunst-
28
wereld vaak minder zichtbaarheid en erkenning dan hun mannelijke collega’s.2
VISITEKAARTJE À LA BELGE
Artistieke deurgrepen zijn een typisch Belgisch bouwelement. Hoewel ook in andere landen decoratieve elementen aan voordeuren en portalen werden aangebracht, is de combinatie van artistiek ontwerp, de grote verspreiding en de integratie in de dagelijkse woonomgeving kenmerkend voor ons land. Die eigenheid hangt samen met een langere traditie waarin kunst, architectuur en ambachtelijke productie samengingen. Een belangrijk momentum was de art nouveau. Architecten als Victor Horta en Henry Van de Velde beschouwden gebouwen als totaalontwerpen waarin architectuur, interieur en kunst een Gesamtkunstwerk vormden.3 Binnen deze stroming werden artistieke elementen niet gezien als louter versiering, maar als onderdelen van de architectuur. Dat gold voor grote ingrepen zoals glasramen, mozaïeken en gevelkunst, maar ook voor kleinere details die mee het karakter van een gebouw bepaalden, zoals een deurgreep. De Wereldtentoonstelling van 1958 versterkte deze ontwikkeling. Expo 58 bracht kunst, design, technologie en moderniteit samen en bevestigde het idee dat kunst een plaats had in het dagelijks leven.4 Ook de percentageregeling, waarbij een deel van het bouwbudget voor openbare gebouwen aan kunst werd besteed, droeg bij aan een klimaat waarin de samenwerking tussen kunstenaars en architecten vanzelfsprekend werd.5 Een tweede verklaring ligt in de Belgische wooncultuur. De wetDe Taeye van 1948 stimuleerde het eigen woningbezit en leidde tot een grote bouwgolf.6 Over heel België verschenen duizenden nieuwe eengezinswoningen.
Kathleen kon een dertigtal kunstenaars, zoals Oswald Tieberghien, identificeren. © Kathleen Boel
Naast abstracte composities en kleurrijke patronen verwijzen deurgrepen naar destijds populaire thema’s zoals de flowerpowercultuur. © Kathleen Boel
De deurgreep en andere gevelkunst werden manieren om huizen een eigen karakter te geven. Deurgreep en keramisch paneel gemaakt door Achiel Pauwels. © Kathleen Boel
Zo blijven deze kunstgrepen deel van onze straten en vormen ze samen een uniek openluchtmuseum van de Belgische naoorlogse architectuur- en kunstgeschiedenis
Hoewel veel woningen gelijkaardige bouwplannen en materialen hadden, zochten bewoners naar manieren om hun huis een eigen karakter te geven. De voordeur werd daarbij een belangrijk visitekaartje. Kleine architecturale details boden een mogelijkheid om individualiteit en smaak uit te drukken. Keramische en geëmailleerde deurgrepen sloten daar goed bij aan. Ze combineerden functionaliteit met een uniek, artistiek accent. Abstracte composities, bloemenmotieven en geometrische patronen brachten kleur en vorm aan op een klein maar opvallend onderdeel van de gevel. De Belgische traditie van individuele woningbouw versterkte deze ontwikkeling. In vergelijking met meer gestandaardiseerde woonmodellen in sommige buurlanden bleef er relatief veel ruimte voor particuliere keuzes en dus persoonlijke accenten. De combinatie van een traditie van kunstintegratie en een wooncultuur, waarin de eigen woning als uitdrukking van identiteit werd gezien, vormde zo een vruchtbare voedingsbodem voor de ontwikkeling en een regelrechte rage van artistieke deurgrepen.
EINDE VAN EEN TIJDPERK
De oliecrisis van de jaren 1970 maakte keramische productie duurder.7 Tegelijk begonnen (goedkopere) alternatieven hun weg naar de markt te vinden. Gaandeweg sloten verschillende ateliers de deuren.
Hoewel er vandaag nog duizenden exemplaren hun voordeur sieren, verdwijnen er ook veel deurgrepen door renovaties, vaak zonder dat eigenaars zich bewust zijn van hun artistieke en historische waarde. Alleen daarom al verdient het behoud van artistieke deurgrepen aandacht. Door deze objecten te herkennen als erfgoed en hun verhalen te bewaren, kan dit bijzondere erfgoed blijven bestaan. Zo blijven deze kunstgrepen deel van onze straten en vormen ze samen een uniek openluchtmuseum van de Belgische naoorlogse architectuur- en kunstgeschiedenis. ■
DAT OPENT DEUREN Het onderzoeksproject Dat opent deuren van antropologe Kathleen Boel houdt de geschiedenis, verspreiding en betekenis van artistieke keramische en geëmailleerde deurgrepen in België tegen het licht. Dit traject resulteerde in een eerste systematische inventaris van dit erfgoed, aangevuld met een publiekswerking en een reizende tentoonstelling.8 In 2024 ontving Dat opent deuren de Erfgoedprijs Provincie Antwerpen. Meer weten? https://linktr.ee/datopentdeuren
» Kathleen Boel is antropoloog en zelfstandig onderzoeker. » Bronnen en literatuur 1. Ondanks contacten met tal van organisaties (erfgoedcellen, universiteiten, musea en archieven) kwam er geen structurele samenwerking tot stand. Ook hier bleken het onderwerp en de periode (1950-1970) moeilijk te plaatsen binnen bestaande thema’s, collecties en financieringskaders, waardoor ik het onderzoek grotendeels zelfstandig uitbouwde. Verschillende organisaties en experts boden daarbij wel waardevolle ondersteuning vanuit hun eigen domein, onder meer door specifieke informatie, archiefhulp en met contacten. 2. Zie onder meer ook het boek en de expo Untold stories: Women designers in Belgium 1880–1980. Design Museum Brussels, 2024. In de interviews die ik met makers afnam, kwam ook deze vaststelling steeds terug. 3. M. Droste, Bauhaus, 1919-1933. Köln: Taschen, 2019. T. Föhl, Henry van de Velde : passie, functie, schoonheid. Tielt: Lannoo, 2013. U. Häder, U, Keramik der Weimarer Kunstgewerbeschule Henry van de Veldes. Förderkreis Keramik-Museum Bürgel und Dornburger Keramik-Werkstatt e.V., 2023. 4. C. Berckmans, P. Bernard, Bruxelles ‘50 ‘60: Architecture moderne au temps de l’Expo 58. Bruxelles: Editions Aperté, 2007. M. Baeck, Gevloerd & betegeld: de Belgische tegelindustrie van art nouveau tot seventies. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2012. M. Baeck, Van expostijl tot de seventies. Gilliot & Roelants Tegelmuseum, Hemiksem, 2024. L. Waegemans, ‘Kamer vol klei at Museum Albert Van Dyck, Schilde’, in: Ceramics Now, 15 maart 2023, https://www.ceramicsnow.org/exhibitions/kamervol-klei-at-museum-albert-van-dyck-schilde/ 5. De percentageregeling voorziet dat bij bepaalde publieke bouwprojecten een deel van het bouwbudget wordt besteed aan kunst. Kunst in Opdracht gaat vervolgens over de manier waarop die kunst wordt geïntegreerd in het gebouw of de omgeving, waarbij een kunstenaar een werk maakt dat specifiek verbonden is met de plek en de context. Zie www.vlaanderen.be/cjm/nl/platform-kunst-opdracht/wat-kunst-opdracht 6. De wet-De Taeye van 1948 was een Belgische woningbouwmaatregel die het bouwen en kopen van een eigen woning stimuleerde via overheidspremies en goedkope leningen. De wet bleef tot 1975 van kracht en was vooral in Vlaanderen bijzonder succesvol. Zie bv. Agentschap Onroerend Erfgoed, Sociale huisvesting: een eeuw bouwen voor het volk (1889-1989). Inventaris Onroerend Erfgoed, z.d. https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ themas/121 7. Na de oliecrisis van 1973 stegen de productiekosten enorm. Niet alleen energie, maar ook grondstoffen, transport en lonen werden duurder, waardoor de sector onder toenemende economische druk kwam te staan. Er was minder geld, dus er werd ook minder gebouwd en minder geïnvesteerd in dure deurgrepen. Een deurgreep kostte destijds tussen de 100 en 1.500 Belgische frank. 8. Nog tot 30 september te zien in het Museum Gevaert-Minne in Sint-Martens-Latem, zie https:// cultuurregioleieschelde.be/expo-dat-opentdeuren/
29
ONDERZOEK
DE (VERBORGEN) KRACHT VAN JONGERENWERKINGEN IN MUSEA
HEFBOOM VOOR HET STATUS QUO Jongerenwerkingen in musea in Vlaanderen winnen de laatste jaren aan belang. Dat is ook faro niet ontgaan: in 2024 bracht dit blad het dossier ‘Jongeren aan zet’, waarin publiekswerkers en jongeren vertellen over uiteenlopende samenwerkingsvormen. Het dossier getuigt van een sterk geloof in de kracht van jongeren, maar toont ook dat museummedewerkers niet langer alleen aan het roer staan. In dit artikel bespreken we waarom en waartoe musea een jongerenwerking opzetten. Lieze De Middeleir, Siebren Nachtergaele en Griet Verschelden
V
anuit de onderzoeksprojecten PUBLIEK(en) MAKEN en Jonge Stadsmakers brengen we inzichten aan die zowel de kracht als de complexiteit van jongerenwerkingen blootleggen. Wie vooral wil weten wát jongerenwerkingen doen en hoe je ze vorm kan geven, vindt daarvoor een uitgebreid antwoord in het dossier ‘Jongeren aan zet’. In dit artikel focussen we op een andere vraag: doen jongerenwerkingen iets wezenlijk anders dan de reguliere publiekswerking van musea?
WAT DRIJFT EEN MUSEUM NAAR JONGEREN, EN WAT DRIJFT JONGEREN NAAR HET MUSEUM?
Uit het dossier blijkt dat musea en erfgoedorganisaties doorgaans drie redenen opgeven om met jongeren samen te werken. Ten eerste willen ze samen met jongeren activiteiten ontwikkelen die jonge bezoekers aanspreken en hen op een nieuwe manier in contact brengen met de collectie. Het gaat om activiteiten die zijn afgestemd op de leefwereld van
30
jongeren en die vanuit een professioneel perspectief moeilijker te bedenken zijn. De bedoeling is daarbij vaak om jongeren te bereiken die anders niet hun weg naar musea zouden vinden. Dat brengt ons bij de tweede reden: jongerenwerkingen worden ingezet om een jonger en diverser publiek te bereiken. Jongeren fungeren als ambassadeurs en dragen het museum uit in hun eigen omgeving. Ten derde willen musea dat jongeren een kritische blik
In dit artikel focussen we op een andere vraag: doen jongerenwerkingen iets wezenlijk anders dan de reguliere publiekswerking van musea?
Schoonvolk! in het MSK © Martin Corlazzoli
De MuST-jongeren in de tentoonstellingszaal van het GUM. © GUM & Plantentuin
31
werpen op het museum en als klankbord blinde vlekken benoemen en voorstellen formuleren. Daarnaast geven museummedewerkers aan dat ze via jongerenwerkingen vaak jongeren bereiken die professioneel aan de slag willen gaan in het culturele veld. Zowel medewerkers als jongeren zelf wijzen bovendien op nog een andere meerwaarde: ontmoeting. Een jongere die workshops volgde in het KMSKA verwoordde het in 'Jongeren aan zet' zo: “Je leert mensen zo ook heel anders kennen, dat sociale aspect is eveneens een belangrijke reden waarom we dit doen.”
ACHTER DE SCHERMEN VAN HET ONDERZOEK
Dit artikel is gebaseerd op twee praktijkgerichte wetenschappelijke onderzoeken. In het onderzoek PUBLIEK(en) MAKEN onderzoeken we innoverende vormen van publieksbemiddeling in stedelijke contexten. Het onderzoek Jonge Stadsmakers vertrekt vanuit de vaststelling dat de stem van jongeren niet altijd gehoord wordt in stedelijke ruimtes en slechts beperkt ruimte krijgt, ook in het culturele veld. In deze onderzoeken gingen we in gesprek met jongeren van meerdere jongerenwerkingen, waaronder leden van Schoonvolk! en MuST, de jongerenwerkingen van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) en het Gentse Universiteitsmuseum (GUM). Tijdens die gesprekken maakten we gebruik van de zachte cartografie, een methode waarbij deelnemers al tekenend netwerken in kaart brengen. Die methode maakt verbindingen tussen mensen zichtbaar, vergelijkbaar met een geografische kaart, maar dan met relaties en connecties in plaats van plekken. We spraken ook met de museummedewerkers, gingen in interactie met de werkgroep Toeleiding, Outreach en Participatie van de Gentse Musea, en organiseerden samen met publiq een rondetafelgesprek waarop we input verzamelden van cultuurwerkers. Die gesprekken en trajecten brachten inzichten aan het licht die zowel herkenbaar als verrassend zijn voor wie met jongerenwerkingen werkt.
TOCH EEN SELECT PUBLIEK
Zoals museummedewerkers hopen, nodigen jongeren hun eigen netwerk uit voor de activiteiten die ze zelf organiseren: vrienden, familie, kennissen en socialemediacontacten vinden zo hun weg naar het museum. Meer jongeren bereiken lukt dus wel degelijk. Toch is de groep die via die weg binnenkomt niet noodzakelijk divers, omdat jongeren nu eenmaal putten uit hun eigen netwerk. Een van de jongeren benoemt dat scherp tijdens een diepte-interview: “We proberen wel mensen te bereiken die niet studeren, maar dat is gewoon heel moeilijk
32
Jongeren nodigen hun eigen netwerk uit voor de activiteiten die ze zelf organiseren: vrienden, familie, kennissen en socialemediacontacten vinden zo hun weg naar het museum. Meer jongeren bereiken lukt dus wel degelijk. Toch is de groep die via die weg binnenkomt niet noodzakelijk divers, omdat jongeren nu eenmaal putten uit hun eigen netwerk
omdat we zo in een bubbel zitten. We studeren zelf ook en iedereen nodigt zijn of haar netwerk uit.” Jongerenwerkingen trekken vooral jongeren aan met een specifiek profiel. Jongeren die zich engageren hebben vaak al interesse in kunst en cultuur; sommigen willen later zelf in dat werkveld aan de slag. De kerngroepen van jongerenwerkingen in musea zijn daardoor veelal geen ‘nieuwe’ jongeren. De Amerikaanse socioloog Musa al-Gharbi noemt dit de “symbolische klasse”: de culturele en creatieve sector wordt voornamelijk bevolkt door mensen uit witte middenklassemilieus met een diploma in de humane of sociale wetenschappen. Dat riskeert een monocultuur, wat meervoudigheid en meerstemmigheid in de weg staat. Jongeren benoemen dat ook zelf: “Wij delen alles via sociale media, dus uiteindelijk is iedereen maar een paar stappen van elkaar verwijderd. Daardoor is het moeilijk om uit te breken uit onze netwerken; dat lukt niet, waardoor wij bijvoorbeeld geen people of colour bereiken. We zijn ons daar pijnlijk van bewust.” Toch heeft de jongerenwerking ook een andere, minder voor de hand liggende meerwaarde. De jongeren verruimen hun contacten én de connectie met jongeren die ze al kenden groeit, de sterkste banden ontstaan met leden die ze ook buiten de jongerenwerking tegenkomen. Waar musea vooral hopen op verbindingen met nieuwe netwerken, benoemen jongeren dat dankzij de jongerenwer-
Onderzoekscentrum eCO-CITY, HOGENT onderzocht of jongerenwerkingen iets wezenlijk anders doen dan de reguliere publiekswerking. © HOGENT
Wat vertellen de objecten? MuST-jongeren aan het werk. © GUM & Plantentuin
33
Het jongerencollectief Schoonvolk! programmeerde met Alternatief Narratief in het MSK een zoektocht naar ongehoorde stemmen en taboes. © Martin Corlazzoli
king contacten verruimd en verdiept worden. Meer jongere bezoekers bereiken en een diverse jongerenwerking uitbouwen zijn twee verschillende doelen die elk een eigen aanpak vragen.
BOTSEN OP MUSEUMLOGICA’S
Uit de interviews blijkt dat publiekswerkers oprecht openstaan voor de inbreng van jongeren en geïnteresseerd zijn in hun leefwereld, interesses en bezorgdheden. Jongeren voelen dat er écht naar hen geluisterd wordt, op momenten dat ze zelf aan het roer staan en iets kunnen veranderen. Verandering doorvoeren in een museum is echter niet altijd eenvoudig: niet alles kan, de collectie vraagt zorg, bij een tentoonstelling zijn verschillende diensten betrokken. “Als spreekbuis voor het museum moet je soms zeggen dat iets niet lukt, maar dat gaat over beperkingen waar wij ook op botsen. Er zijn dingen waar wij als vaste medewerkers rekening mee moeten houden. Soms moeten wij ook onze verwachtingen bijstellen”, aldus een publiekswerker. Toch zijn de ideeën van jongeren een hefboom om samen met de publiekswerking de bestaande logica’s in vraag te stellen. Dat wordt concreet in het volgende voorbeeld. Een museum plant lezingen die tentoonstellingen flankeren ver op voorhand: sprekers moeten beschikbaar zijn en communicatie moet tijdig worden voorbereid. Toen jongeren aangaven ook graag een lezing te willen organiseren, botsten ze op precies die logica. Hun ritme ligt immers helemaal anders dan de tijdslijn die het museum normaal han-
34
teert, en in de dagelijkse werking bepalen curatoren of het collectieteam de inhoud en sprekers. In dialoog vonden ze een nieuwe werkwijze: het museum houdt voortaan één avond vrij voor een aanbod dat de jongeren op hun eigen tempo bepalen. Dit toont hoe een jongerenwerking samen met de publiekswerking kan inbreken op de bestaande logica’s van het museum. Jongeren stellen vanzelfsprekende werkwijzen in vraag: “Moet alles zo ver op voorhand vastliggen?”, “Wie bepaalt welke sprekers er komen?” en “Wie bepaalt welke kunst het waard is om getoond te worden?”
KRITISCHE STEM?
Op het moment dat jongeren lid worden van een jongerenwerking hebben ze weinig of geen referentie-
Activiteiten zijn er vaak op gericht om jongeren vertrouwd te maken met hoe het museum werkt. Maar het ondermijnt een van de punten die musea willen bereiken met een jongerenwerking: een frisse, kritische stem van buiten
kader van hoe de museumwereld werkt. Dat kan zorgen voor een frisse buitenstaandersblik, maar maakt het ook moeilijk om geïnformeerde kritiek te geven. Tegelijk geven jongeren aan dat ze later graag in de sector willen werken. Musea pikken die interesse op en dompelen jongeren onder in hun werking. Activiteiten zijn er vaak op gericht om jongeren vertrouwd te maken met hoe het museum werkt, wie er werkt en wat er tentoongesteld wordt. Dat is begrijpelijk, want jongeren willen die ervaring opdoen en zijn geïnteresseerd. Maar het ondermijnt een van de punten die musea willen bereiken met een jongerenwerking: een frisse, kritische stem van buiten. Musea kenmerken zich door wat we in de literatuur benoemen als institutionele logica’s: de referentiekaders en structuren die medewerkers hanteren om samen te werken en beslissingen te nemen. Die logica’s scheppen orde en voorspelbaarheid, maar ze kunnen ook verstenen en vanzelfsprekend worden. De laatste jaren pleiten kritische museologen zoals Bruno Brulon Soares en kunsthistorica Claire Bishop voor een fundamentele herziening van wat musea zijn en doen: musea moeten niet alleen objecten tonen, maar ook ruimte geven aan uitgesloten stemmen en actief werken aan meerstemmigheid. Om jongerenwerkingen écht meerstemmig te maken volstaat het niet om louter in te zetten op een diverse samenstelling. Het vraagt ook dat jongeren niet meteen de institutionele logica’s overnemen, zodat ze een frisse en kritische blik kunnen behouden. Dat betekent niet dat musea hun institutionele karakter moeten ontmantelen, maar wel dat ze een zelfkritische openheid inbouwen. Chantal Mouffe beschrijft dat treffend als de ‘agonistische ruimte’: een plek waar de eigen waarden en normen bevraagd worden en waar verschillende visies kunnen botsen.
VAN DEMOCRATISERING VAN CULTUUR NAAR CULTURELE DEMOCRATIE
Jongerenwerkingen starten initieel vaak met de intentie om drempels voor een jong en divers publiek te verlagen en meer jonge bezoekers aan te spreken. Die manier van denken over toegankelijkheid van het culturele aanbod noemen we ‘democratisering van cultuur’, cultuur toegankelijk maken voor een zo breed mogelijk publiek.
Maar in de praktijk doen jongerenwerkingen iets wezenlijk anders. Ze geven een groep publiek de kans om inspraak te hebben in de werking van het museum, mee te bepalen welke activiteiten georganiseerd worden en soms zelfs wat er tijdens een tentoonstelling getoond wordt. Jongeren bepalen zo, tot op zekere hoogte, mee het aanbod van het museum. Publiekswerkers pikken
via de samenwerking op wat er leeft bij jongeren en ontvangen rechtstreeks feedback en input. Die manier van werken, waarbij een culturele instelling samen met het publiek cultuur vormgeeft, noemen we ‘culturele democratie’. Jongerenwerkingen zijn daarmee een belichaming van een bredere verschuiving: van democratisering van cultuur naar culturele democratie, van cultuur maken voor publiek naar cultuur maken samen mét publiek(en). De ene doelstelling is niet beter dan de andere, maar stelt wel een andere vraag: willen we meer jongeren bereiken of mogen die jongeren ook het museum in vraag stellen en het systeem wat doen wankelen en ontregelen? ■
Het onderzoek PUBLIEK(en) MAKEN (eCO-CITY, HOGENT) resulteerde in een tool en een begeleidingstraject, waarbij we samen met cultuurorganisaties reflecteren over publieksbemiddeling en innovatieve experimenten opzetten. Meer info: ‣ https://bit.ly/hogent_publieken ‣ https://bit.ly/publiq_publieken
» Lieze De Middeleir is master in de Vrije Beeldende Kunsten en verbonden aan het onderzoekscentrum eCO-CITY (HOGENT). Ze is ook bestuurslid bij BAMM vzw, een artistieke jeugdwerkorganisatie waar ze eerder zelf werkzaam was. Siebren Nachtergaele is sociaal-cultureel pedagoog en theaterwetenschapper van opleiding. Hij is onderzoeker bij het onderzoekscentrum eCO-CITY (HOGENT) en lector cultuur, politiek en beleid binnen de opleiding Sociaal Werk van HOGENT. Griet Verschelden is sociaal agoog en doctor in de pedagogische wetenschappen. Zij is onderzoeker bij het onderzoekscentrum eCO-CITY, opleidingshoofd en lector in de opleiding Sociaal Werk aan HOGENT. » Bronnen en literatuur M. Al-Gharbi, We Have Never Been Woke: The Cultural Contradictions of a New Elite. Princeton: Princeton University Press, 2024. C. Bishop, Radical Museology: Or, What’s ‘contemporary’ in Museums of Contemporary Art? Keulen: Koenig Books, 2013. E. Deceur, Sociaal-cultureel werk als democratische arena: de inzet van participatieve praktijken in stedelijke contexten. Ongepubliceerd doctoraat. Universiteit Gent. Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Gent, 2017. P. Gielen, ‘The Art Institution in a Globalizing World’ in: The Journal of Arts Management, Law, and Society, 40(2010)4, p. 279-296. C. Mouffe, Over het politieke. Kapellen: Pelckmans, 2005. faro | tijdschrift over cultureel erfgoed, 17(2024)3, vanaf p. 25, via ISSUU: https://issuu.com/faronet/docs/faro_2024_17_3_issuu S. Nachtergaele, L. De Middeleir, G. Verschelden & A. De Bisschop, ‘The art of Making Public: Mapping Networks of Art Mediation’ in: Critical Arts, 38(2024)4-5, p. 40–60. https://doi.org/10.1080/02560046.2024.2312438 Kenniscentrum Cultuuronderzoek, ‘Op weg naar culturele democratie en inclusie’ in: Horizon 2035 [Feitendossier], 2025. https://www.cultuuronderzoek. be/wp-content/uploads/2025/12/Horizon-2035-feitendossier-thema-1.pdf O. Van Oost, Het agonistische museum. Musea op zoek naar hun maatschappelijke rol. Brussel: FARO, 2020. https://faro.be/sites/default/files/ bijlagen/e-documenten/agonistisch%20museum_def.pdf
35
EXPAT
“Ik plan drie jaar vooruit ”
Hanneke Skerath Hoe vergaat het landgenoten die in de wijde wereld in de cultureel-erfgoedsector werken? Hanneke Skerath is Executive Director van de Marciano Art Foundation in Los Angeles.
Hoe ziet je werkweek eruit? “De Marciano Art Foundation (MAF) is een ruimte voor hedendaagse kunst met een grote collectie die is gehuisvest in een voormalige vrijmetselaarstempel in het hart van Los Angeles. We brengen tentoonstellingen met bijhorende publieksprogramma’s en tonen de collectie. Een belangrijk onderdeel van mijn werk is artistiek: het bedenken en ontwikkelen van de positionering en het tentoonstellingsprogramma van de stichting, waarbij ik vaak externe curatoren en andere creatives uitnodig. Het werk aan de inhoud, communicatie en marketing, gebouwonderhoud, financiën, enzovoort houdt nooit op. Zo werken we momenteel samen met landschapsarchitecten Terremoto aan de aanleg van een nieuwe tuin op de binnenplaats. Tegelijkertijd realiseren we een grootschalig project met de Britse kunstenares Tacita Dean in onze monumentale galerij op de begane grond – de voormalige vrijmetselaarstheaterzaal. Ik plan drie jaar vooruit, en dat moet wel. Werken aan toekomstige tentoonstellingen en projecten vereist veel overleg en reizen. Mijn droom is dat mensen naar hier komen, ongeacht wat er te zien is. Omdat het programma consistent is – ook al vinden ze misschien niet alles even mooi – en omdat het een geweldige plek is om samen te komen en te ontsnappen aan de digitale wereld die ons leven heeft overgenomen. De nieuwe tuin maakt deel uit van dat plan.” Wat zijn de uitdagingen in je werkveld? “Om te beginnen: financiering vinden, terwijl je tegelijkertijd een onderscheidend programma en publiek moet ontwikkelen. Vaak hou ik me vast aan het geloof in kunst en kunstenaars, in een poging om me niet te laten ontmoedigen door alle uitdagingen die onvermijdelijk en op de meest onmogelijke momenten opduiken. Persoonlijk vind ik het werken met kunstenaars en andere creatievelingen het meest bevredigende aspect van mijn werk. En dat neem ik mee wanneer het moeilijk wordt.” (glimlacht) Heb je een tip voor je collega’s in Vlaanderen? “De VS is heel anders dan België, maar wat ik hier zeer bewonder is de positieve mindset van mensen. In België beginnen dingen vaak met een ‘nee’. Hier beginnen ze daarentegen met een ‘ja’ – we vinden wel een oplossing. Aanvankelijk was ik sceptisch, maar ik ben vaak verrast dat dingen, tegen alle verwachtingen in, toch lukken. Hetzelfde geldt voor kunstenaars hier: ze blijven interessant werk maken, zelfs in deze ongeziene tijden.” ■
» Door: Roel Daenen | Foto: © Anthony Lepore
36
» marcianoartfoundation.org
DOSSIER
VRIJWILLIGERS
38
VRIJWILLIGERS
Een kracht die zin geeft, kennis deelt en gemeenschappen verbindt
E
rfgoed is meer dan een verzameling oude objecten, tradities of gebouwen. Het leeft dankzij een grote gemeenschap van liefhebbers die erfgoed en geschiedenis in hun hart sluiten. Vele tienduizenden onder hen doen dit op een zeer actieve en geëngageerde manier; als vrijwillig erfgoedwerker. ‘Erfgoedvrijwilliger’ is een pars pro toto voor een bonte verzameling aan individuen die zich elke dag inzetten om verhalen te delen, collecties te koesteren, onderzoek te doen, publieksactiviteiten te organiseren of immaterieel erfgoed door te geven. Ze doen dit in allerlei hoedanigheden: structureel of occasioneel, in informele gemeenschappen, in verenigingsverband of bij een professionele organisatie zoals een museum, archief, erfgoedbibliotheek, erfgoedcel of landelijke dienstverlenende organisatie. Wat al die vrijwilligers bindt is hun passie, én hun bijdrage aan de samenleving. Zonder hun onbezoldigde, maar onbetaalbare werk zou een groot deel van ons erfgoed simpelweg onzichtbaar blijven. Maar de impact van vrijwilligerswerk gaat veel verder dan dat: het draagt ook bij aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's). Daarom riepen de Verenigde Naties 2026 uit tot het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger. Voor FARO en Histories is dit een uitgelezen moment om stil te staan bij de betekenis van vrijwilligers in de erfgoedsector. Wie zijn zij? Wat motiveert hen? Welke uitdagingen en kansen ervaren organisaties die met vrijwilligers werken? En hoe kunnen beleid en praktijk ervoor zorgen dat vrijwilligerswerk ook in de toekomst een sterke pijler van de erfgoedzorg blijft? Niet als extra handen, maar als een kracht die zin geeft, kennis deelt en gemeenschappen verbindt.
Vrijwilligers acteren in de Heilige Bloedprocessie van Brugge. Bron: true2source via Flickr, CC BY-NC-ND 2.0
In de ondersteuning van het vrijwilligerswerk vullen FARO en Histories elkaar aan. Het steunpunt FARO ondersteunt erkende en professionele organisaties bij hun eigen, interne vrijwilligersbeleid. Histories is er voor en door erfgoedvrijwilligers en -verenigingen. Denk aan heemkundige kringen, genealogische verenigingen, burgerinitiatieven en bottom-upprojecten. Hier dragen vrijwilligers de volledige werking: van bestuur en financiën tot programmatie, communicatie en zorg voor erfgoed en praktijken. In dit dossier zetten we al die uiteenlopende vrijwilligers in de schijnwerpers, al wil dit nummer meer zijn dan een eerbetoon. Het is ook een uitnodiging tot gesprek. Of je nu zelf vrijwilliger bent, met vrijwilligers werkt, beleid vormgeeft of gewoon benieuwd bent naar de mensen achter het erfgoed: we hopen dat dit dossier je inspireert. Over hoe vrijwilligerswerk verandert. Over hoe organisaties kunnen inspelen op nieuwe verwachtingen. En over hoe we ervoor zorgen dat iedereen die in de vrije tijd wil bijdragen aan erfgoed daarvoor kansen en de juiste omkadering krijgt. ■ Gregory Vercauteren en Eva Wuyts
» Eva Wuyts is algemeen coördinator bij Histories. Gregory Vercauteren is coördinator beleid en adviseur (boven)lokaal erfgoed | erfgoedcellen bij FARO.
39
OP ZOEK NAAR NIEUWE VORMEN
TRENDS IN HET VRIJWILLIGERSWERK Vrijwilligerswerk is niet meer hetzelfde als 30 jaar geleden. Door maatschappelijke ontwikkelingen zijn de aard en de inzet veranderd. De vrijwilligers van nu kiezen voor vrijwilligerswerk dat past bij hun wensen, interesses en leefwereld. Vier cases illustreren dit. Daphné Maes
W
VRIJWILLIGERS
at vinden vrijwilligers vandaag belangrijk? Ze willen zich minder profileren met een functie zoals ‘voorzitter’ en kiezen liever voor inhoudelijke taken of specifieke thema’s die hen aanspreken. Bovendien is vrijwilligerswerk niet meer ‘voor het leven’: vrijwilligers kiezen graag voor iets dat duidelijk afgebakend is in tijd en inhoud, en dat past bij hun leven of job op dat moment. Ook willen ze meedenken over hoe hun taak of activiteit vorm krijgt. Inspraak is voor hen vanzelfsprekend. Kortetermijneffecten zijn belangrijk: vrijwilligers willen voelen dat hun inzet iets oplevert – voor henzelf én voor anderen. Denk aan sociale contacten, iets bijleren, zich nuttig of gewaardeerd voelen, of bijdragen aan een zinvol doel.
40
Dit hangt uiteraard samen met de maatschappelijke evoluties van de voorbije decennia. Mensen wisselen vaker van job en hebben meer keuzemogelijkheden op alle vlakken: van energiecontract tot vrijetijdsbesteding. Vrijwilligerswerk is slechts een van de vele opties. Er zijn meer organisaties, meer sportclubs, meer manieren
Kortetermijneffecten zijn belangrijk: vrijwilligers willen voelen dat hun inzet iets oplevert. Denk aan sociale contacten, iets bijleren, zich nuttig of gewaardeerd voelen, of bijdragen aan een zinvol doel
om vrije tijd in te vullen, van sociale media tot streamingdiensten. Dat betekent niet dat het vroeger beter was, maar wel dat het nu anders is. Uiteraard zijn er nog altijd mensen die zich voor langere tijd engageren. Soms zijn dat vrijwilligers die zich al jarenlang inzetten. Maar ook mensen die verschillende tijdelijke engagementen
Vrijwilligers en studenten van Universiteit Gent en KU Leuven bij het Guido Gezellearchief. © Openbare Bibliotheek Brugge
aangaan bij een organisatie voelen zich na een tijd soms zo betrokken dat ze gemotiveerd worden om een langdurige functie op te nemen. De volgende voorbeelden illustreren hoe organisaties bewust kunnen omgaan met deze uitdagingen. Zo kunnen ze vrijwilligers engageren voor kortere projecten, zodat die kunnen proeven van het vrijwilligerswerk. Of ze kunnen hen inschakelen op manieren die hen toelaten om van thuis uit te werken, op momenten die voor hen passen. Vrijwilligers meer inspraak geven in de taken die ze opnemen blijkt ook te werken. Tot slot kan een erfgoedorganisatie (nieuwe) vrijwilligers motiveren door bewust in te zetten op een maatschappelijk doel.
VAN HEEMKUNDIGE KRING TOT ERFGOEDBEWEGING
Gepassioneerd erfgoedvrijwilliger Armand Put uit Zutendaal: “Onze erfgoedbeweging Soennes & Swaerdes in Zutendaal is ontstaan uit een heemkundige kring die actief was van 1978 tot 2007. In 2020 hebben we beslist om de werking
nieuw leven in te blazen. We kozen bewust om geen klassieke vereniging meer te zijn met een vast bestuur. In plaats daarvan werken we met een horizontale structuur, zonder voorzitter of hiërarchie. Een kleine kern coördineert alles, iedereen draagt op zijn manier bij. Vandaag kunnen we rekenen op een pool van een honderdtal vrijwilligers. We zetten sterk in op projectmatig werken met duidelijke, afgebakende projecten of taken. Daarbij leggen we op voorhand goed uit wat het inhoudt, welke taken er zijn en hoe lang het engagement duurt. Zo verlaagt de drempel en wordt het aantrekkelijker om mee te doen. Vooraf bekijken we wie interesse heeft en het best past bij de inhoud. Daarbij spreken we mensen persoonlijk aan, omdat dat veel beter werkt dan algemene oproepen. Hierdoor voelen vrijwilligers zich meer aangesproken en betrokken. Het werkt: we mogen per project telkens op een veertigtal vrijwilligers rekenen.
41
met andere organisaties, wat ons bereik vergroot. Zo slagen we erin om veel vrijwilligers aan te trekken en het erfgoed op een eigentijdse manier levend te houden.”
MEER WETEN? ‣ https://bit.ly/erfgoedbeweging
ONLINE VRIJWILLIGERSWERK
Naar aanleiding van Erfgoeddag 2023 organiseerde Soennes & Swaerdes naast een Erfgoeddagweekend ook een ‘Beestige erfgoedweek’ voor scholen in de Bioboerderij ’t Gebroek. © Soennes & Swaerdes Zutendaal
Els Depuydt, wetenschappelijk medewerker bij het Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge: “Online vrijwilligerswerk biedt veel kansen voor de cultureel-erfgoedsector. Het maakt het mogelijk om mensen vanop afstand te betrekken bij onderzoek en publiekswerking. De collectie van het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge bevat onder meer een uitgebreide correspondentie van maar liefst 8.000 brieven. Sinds 2017 werkt het archief aan een project om deze correspondentie te digitaliseren en online te ontsluiten, samen met partners zoals de Universiteit Antwerpen en de KANTL. Het werk steunt sterk op online vrijwilligers. Via een digitaal platform krijgen zij een ruwe versie van een brief aangeboden, vaak op basis van een oudere transcriptie afkomstig van de Universiteit Antwerpen. Ze vergelijken die met de originele brief, verbeteren de tekst en maken die publicatieklaar. Daarna volgt de inhoudelijke ontsluiting: brieven worden gekoppeld aan personen, registers en andere gegevens. Vervolgens publiceert de KANTL de teksten online, zodat ze toegankelijk en volledig doorzoekbaar worden.
Vrijwilligers bij het Guido Gezellearchief. © Openbare Bibliotheek Brugge
VRIJWILLIGERS
We vinden het ook belangrijk om hun talenten samen te brengen: mensen krijgen hier de kans om hun eigen ideeën aan te brengen en projecten mee vorm te geven. Ze krijgen vertrouwen en ruimte, dat zorgt voor veel enthousiasme. Regelmatig samenkomen en een persoonlijke aanpak zijn daarbij essentieel.
42
De activiteiten van onze erfgoedbeweging zijn heel divers: van fietstochten rond historische thema’s en evenementen in het kader van Erfgoeddag tot en met de werkzaamheden in het documentatiecentrum. Kinderen en jongeren zijn daarbij belangrijke doelgroepen: we geloven dat je interesse voor erfgoed best van jongs af aan stimuleert. Tot slot werken we graag samen
Intussen zijn al ongeveer 3.000 brieven ontsloten. Aanvankelijk werkte het Guido Gezellearchief vooral met vrijwilligers van het Guido Gezellegenootschap, maar de groep werd gaandeweg uitgebreid. Voor specifieke deelprojecten doet de bibliotheek gerichte oproepen, bijvoorbeeld via de Erfgoedbibliotheek Hasselt Limburg voor Limburgse brieven die in het dialect geschreven zijn. Online werken maakt het mogelijk om vrijwilligers uit heel Vlaanderen te betrekken. De werking is bewust kleinschalig, maar kwaliteitsgericht. De kern bestaat uit een twintigtal vrijwilligers die als editeurs aan de slag gaan. Daarnaast helpt een kleine groep onderzoekers wanneer vrijwilligers vastlopen. Zij duiken dieper in databanken en bronnen om moeilijke vragen op te lossen. Ook is er een ruimer netwerk van geïnteresseerden en experten aan wie we specifieke vragen kunnen voorleggen.
De start van het feestjaar Vlierbeek900 in januari 2025. © Dirk Motmans
Deze werking vraagt een stevige investering van het Guido Gezellearchief: zo passeert elke brief voor kwaliteitscontrole langs een medewerker. En ook de ondersteuning is cruciaal. Vrijwilligers krijgen een opleiding, leren werken met de digitale omgeving en krijgen uitleg over bronnen, databanken en manieren van opzoeken. Omdat ze vaak van thuis uit en op eigen tempo werken, moet het Guido Gezellearchief ook flexibel zijn in de contacten met hen. Deze case toont de kracht van online vrijwilligerswerk. Het laat zien hoe vrijwilligers niet alleen bijdragen aan ontsluiting, maar ook aan kennisopbouw, publiekswerking en een levend erfgoednetwerk.”
MEER WETEN? ‣ https://bit.ly/gezellearchief ‣ Bekijk het resultaat van de vrijwilligers: https://edities.kantl.be/gezelle/index.htm
PERIODIEK VRIJWILLIGERSWERK: JUBILEUM ALS HEFBOOM
Ann Goossens, penningmeester Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Vlierbeek en verbonden aan Vlierbeek900: “In 1125 stichtte hertog Godfried met de Baard vlakbij Leuven een benedictijnerabdij. Negenhonderd jaar later is dat gevierd met het feestjaar Vlierbeek900. Al twee jaar eerder ging de stuurgroep Vlierbeek900 met vrijwilligers van start. Een nieuwjaarsreceptie bracht de lokale verenigingen en geïnteresseerde buurtbewoners samen. We lanceerden er een oproep: wie viert er mee? Daarnaast legden we contacten met verenigingen, het woonzorgcentrum en creatieve geesten in de buurt. Samen dromen leverde veel ideeën op. De stuurgroep bekeek wat er haalbaar was, en legde een plan voor aan de stad Leuven. Op die manier kregen we financiële steun om het feestjaar vorm te geven. Een deelwerkgroep sponsoring zorgde voor bijkomende lokale ondersteuning. Uiteindelijk organiseerden we 101 activiteiten op één jaar tijd. Dat ging van kookworkshops tot sportevenementen, van haakprojecten tot concerten en vertelavonden. Ook wandelingen, oogstdagen en een tentoonstelling met werk van lokale kunstenaars zetten de verjaardag van de abdij in de kijker. In samenwerking met de heemkundige kring kwamen er twee expo’s en vier publicaties over de geschiedenis van de abdij. En als blijvend
43
VRIJWILLIGERSWERK MET EEN MAATSCHAPPELIJK DOEL
Lieve Nagels, coördinator Kunst op Verwijzing: “In Kunst op Verwijzing stellen eerstelijnszorgverleners een cultuurbad voor aan personen die zich al langer niet goed in hun vel voelen en op zoek zijn naar een hernieuwde flow. Zo’n cultuurbad bestaat uit een groepstraject van acht sessies in museum PARCUM. Op een speelse manier en aan de hand van kunst en erfgoed komen verhalen en inzichten los die nieuwe perspectieven bieden. Het traject draait om welzijn en zingeving. Het is geen therapie en er zijn geen doelen die behaald moeten worden. Samen zijn, voelen, plezier beleven en groeien staan centraal.
Kunst op Verwijzing bij PARCUM © Evelyne De Mesmaecker
aandenken aan dit jubileum zorgde een crowdfundingsactie ervoor dat de toren nu 27 klokken rijker is. De stuurgroep nam niet alleen de financiële opvolging op zich, maar stond ook in voor de ontwikkeling van een website en twee folders met het volledige programma. Een taskforce van vrijwilligers waakte er bovendien over dat alles logistiek vlot verliep. Deze ploeg verzorgde het onthaal van de expo’s, zette stoelen klaar voor de voorstellingen, bemande de tap tijdens de recepties, was suppoost en hield het tijdelijke winkeltje met abdijgadgets open. Daarnaast stond een team gidsen paraat om bezoekers rond te leiden.
VRIJWILLIGERS
Het werd een prachtig feestjaar met veel nieuwe vriendschappen. Zo kreeg een prachtige oude plek een heel andere dynamiek. De pool van vrijwilligers groeide ondertussen door naar een groep die het kerkgebouw in de zomer openhoudt en ingeschakeld wordt voor nieuwe activiteiten.”
Een kunsteducator leidt de sessies. Een vrijwilliger ondersteunt de groep en zet in op het tot stand brengen van een warme, veilige en oordeelvrije omgeving. Dat doet ze bijvoorbeeld door de deelnemers bij het onthaal op te wachten. Ze zorgt er ook voor dat de ruimte mooi aangekleed is in het thema van de dag, en dat koffie, thee en cake klaarstaan. Ze biedt een luisterend oor als deelnemers even willen ventileren. De vrijwilliger is empathisch aanwezig zonder zich op te dringen. Er is geen hiërarchie in de groep en de begeleider en de vrijwilliger delen ook hun eigen ervaringen en levenswijsheid met de deelnemers; zo zorgen ze voor een persoonlijke verbinding. De twee inzetbare vrijwilligers hebben naar eigen zeggen ook zelf veel deugd van hun vrijwilligerswerk. Ze ontmoeten er mooie mensen die ze anders niet zouden tegenkomen en vinden het fijn om de deelnemers te zien groeien en openbloeien, en daar een steentje te kunnen aan bijdragen. Ze krijgen veel vertrouwen om vanuit hun eigen persoonlijkheid te ondersteunen. De één zal dat creatiever opvatten, de ander meer als een luisterende aanwezigheid. Ze houden de sociale band tussen de ex-deelnemers levendig door culturele na-activiteiten in en buiten het museum te organiseren. Zo blijft kunst inspireren en verbinden, ook lang na afloop van de trajecten.” ■
MEER WETEN? ‣ www.kunstopverwijzing.be
MEER WETEN? ‣ www.vlierbeek900.be
» Dank aan Armand Put, Els Depuydt, Ann Goossens en Lieve Nagels. » Daphné Maes werkt bij Histories rond vrijwilligersbeleid, publiekswerking en organisatieontwikkeling.
44
Over de inzet van vrijwilligers bestaan er heel wat meningen, vooroordelen en misverstanden. Maar wat weten we nu echt? Een actueel en globaal overzicht van de omvang, de motivatie en het potentieel van de verschillende soorten vrijwilligers in de cultureel-erfgoedsector ontbreekt vooralsnog. Wel zijn er verschillende studies naar vrijwilligerswerk in België die interessante inzichten bieden. Hieronder lichten we enkele relevante conclusies uit.
ERFGOED VERENIGT
150.000 Vlamingen waren in 2011 lid van een lokale erfgoedvereniging. Daarvan namen ongeveer 18.000 een vrijwillige bestuursfunctie op.4
ALGEMENE CIJFERS
49.000
40 %
mensen zetten zich volgens een extrapolatie vrijwillig in bij ongeveer 2.500 erfgoedorganisaties in Vlaanderen en Brussel.5
van de volwassen bevolking in het Vlaams Gewest deed in 2023 vrijwilligerswerk. In 2021 was dit 35 %: het aantal vrijwilligers stijgt dus!1
20
125,5 uur/jaar
vrijwilligers telt een erfgoedvereniging gemiddeld, waarvan 8 bestuurders en 12 vaste vrijwilligers. Zij spenderen gemiddeld 4u per week aan hun passie.5
≈ 2u25/week besteedt een vrijwilliger uit het Vlaams Gewest gemiddeld aan vrijwilligerswerk.2
IN PROFESSIONELE ERFGOEDORGANISATIES6
vrijwilligerswerk vanwege 87 % doet de positieve impact. 10% vermeldt de 10 % Slechts kostenvergoeding als drijfveer.
3
106.000
voltijdse banen3
Ook bij niet-vrijwilligers is er grote bereidheid om aan de slag te gaan als vrijwilliger. Men schat dit onbenutte potentieel in België op het equivalent van 106.000 voltijdse banen.
59%
van de archieven werken met vrijwilligers. Gemiddeld 9 vrijwilligers per organisatie.
81%
van de erfgoedbibliotheken werken met vrijwilligers. Gemiddeld 9,6 vrijwilligers per organisatie.
3. De nationale DOE-meter 2025, een grootschalig onderzoek naar engagement, vrijwilligerswerk en verenigingen in België, Indiville, BPact & Give a Day, 2025, https://doemeter.be/news_items/5089 4. M. Jacobs, B. Rzoska en G. Vercauteren, Nabij, verenigd, meegerekend: cultureel-erfgoedverenigingen in Vlaanderen (2010-2011). FARO, 2011. 5. Data uit een enquête bij erfgoedverenigingen in Vlaanderen door Histories i.s.m. FARO. 2022
1. Analyse van het vrijwilligerswerk. Statistiek Vlaanderen. 04/03/2004, https://bit.ly/analyse_vrijwilligerswerk 2. L. Hustinx, M. Maree, L. De Keyser e.a., Het vrijwilligerswerk in België, Kerncijfers. Koning Boudewijnstichting. 2017.
6. S. Steenhuyzen, Datamonitoring Archieven. FARO, Archiefpunt en VVBAD, 2023; S. Steenhuyzen, Datamonitoring Erfgoedbibliotheken. FARO en Vlaamse Erfgoedbibliotheken, 2024. Voor de musea loopt in 2026 een datamonitoring, bij publicatie van dit tijdschrift waren de cijfers nog niet verwerkt. We hebben geen recente cijfers over vrijwilligerswerk bij landelijke dienstverlenende organisaties en erfgoedcellen.
45
WELK BELEID VOOR DE VRIJWILLIGERS?
WERK AAN DE WINKEL Vrijwilligerswerk bestaat in vele vormen en in alle sectoren van de brede non-profitsector. Ook in de cultureel-erfgoedsector is het diep ingeburgerd. Meer zelfs, zonder dat vrijwilligerswerk zou het cultureel erfgoed in Vlaanderen veel minder om het lijf hebben. Vrijwilligers namen en nemen tal van initiatieven. Een aantal van deze activiteiten en werkingen zijn in de loop van hun bestaan geëvolueerd van vrijwilligersinitiatieven naar geprofessionaliseerde instellingen en dienstverleners, dankzij de belangstelling van en ondersteuning en subsidiëring door overheden. Als kersvers voorzitter van Histories werp ik een kritische blik op het beleid voor het vrijwilligerswerk. Bart Caron
VRIJWILLIGERS
E
46
r is het onderscheid tussen ‘professioneel werken’ en ‘vrijwilligerswerk’, maar is dat wel een tegenstelling? Kunnen vrijwilligers niet deskundig zijn en professionals geëngageerd? Idealiter zijn ze complementair, elk met hun specifieke kenmerken. De kwaliteit van de werking, de evolutie, de schaal, de technische voorwaarden en de ontplooide activiteiten bepalen of de erfgoedwerking professioneel is en de plaats die vrijwilligers hierin kunnen innemen. We hebben bij de uitbouw van het erfgoedbeleid, over een periode van zowat veertig jaar, ervaren dat professionalisering als kans en zelfs noodzaak werd gezien. Terecht. Maar een (onbedoeld) effect was dat vrijwilligers naar de rand werden geduwd en achterbleven met het gevoel dat hun werk en forum werden overgenomen door betaalde krachten die met meer middelen konden doen wat zij al die jaren onbezoldigd gedaan hadden.
Vrijwilligers kregen geen volwaardige, lees ‘(mee)bepalende’ plaats meer. De eerste professionaliseringsgolf had een verdringingseffect ten aanzien van vrijwilligers. Een ander gevolg was dat initiatieven, die node op vrijwilligers bleven draaien, vaak minder waardering kregen dan de professioneel gedreven erfgoedwerkingen – minstens financieel. Vandaag is er een artificiële tweedeling in het vrijwilligerswerk. In professionele erfgoedwerkingen spreken we over ‘ingebed’ vrijwilligerswerk. De hoofd- of eindverantwoordelijkheid ligt bij betaalde krachten, zoals in erkende musea, archieven en erfgoedconvenants. Daarnaast is er het ‘autonoom’ vrijwilligerswerk, waarbij de verantwoordelijkheid én aansturing bij de vrijwilligers zelf ligt. Denk aan erfgoedverenigingen, lokale musea, erfgoedpublicaties, enzovoort. Die splitsing klopt op organisatieniveau, maar in de
In 2023 zette Erfgoed Zuidwest de 50e verjaardag van de snelweg E3, waarover sinds 1973 auto's rijden, in de kijker met een participatief publieksproject dat de impact van de snelweg zichtbaar maakte en burgers, bedrijven en overheden met elkaar verbond. © B Planckaert, Stad Harelbeke
feiten zijn het soms dezelfde mensen die zich in meerdere hoedanigheden inzetten voor het erfgoed. In het ingebed vrijwilligerswerk wordt de vrijwilliger in de eerste plaats gezien als een instrument om de doelstellingen van de organisatie te verwezenlijken. Voor de vrijwilliger is het een gelegenheid om zich maatschappelijk zinvol in te zetten. Vrijwilligersbeleid is er dan ook op gericht om vrijwilligers zo efficiënt mogelijk in te passen in de organisatielogica.1 Het plaatst de vrijwilligers in een uitvoerende en dienstverlenende rol. Ook lokale overheden zijn actief op dit vlak, waarbij besparingen soms aan de basis liggen van deze aanpak. Maar de inzet van vrijwilligers komt ook tegemoet aan de vraag van veel mensen om dit type werk te doen. Het staat buiten kijf dat werken met vrijwilligers een specifieke aanpak vereist. Waardering is goed, maar gelijkwaardigheid is beter. En effectieve participatie en cocreatie zijn helemaal top.
We hebben bij de uitbouw van het erfgoedbeleid ervaren dat professionalisering als kans en noodzaak werd gezien. Terecht. Maar een (onbedoeld) effect was dat vrijwilligers naar de rand werden geduwd en achterbleven met het gevoel dat hun werk en forum werden overgenomen door betaalde krachten die met meer middelen konden doen wat zij al die jaren onbezoldigd gedaan hadden
VRIJWILLIGERS IN HET ERFGOEDBELEID
Het is veelbetekenend, en niet alleen symbolisch, dat de Volkscultuur – ik schrijf het met een hoofdletter, uit respect voor de vrijwilligers die erin actief zijn – pas in 1998 volwaardig deel ging uitmaken van het Vlaamse cultuurbeleid. Het kreeg toen een eigen decreet, weliswaar gebaseerd op het verenigingsmodel, lees: op samenwerking van vrijwilligers. Het Cultureel-erfgoeddecreet bouwde dat beleid af. Bovendien
werd de inzet van en de steun aan vrijwilligers in het onroerend-erfgoedbeleid helemaal afgebouwd. En dan duikt de metaaldetectie op, als een activiteit van gepassioneerde vrijwilligers en hobbybeoefenaars. Opvallend is dat de overheid erg moeizaam met dit fenomeen omgaat.
47
De voorbije drie decennia waren het Vlaamse en het federale beleid niet bepaald bevorderlijk voor de positie van vrijwilligers. Er werden veel randvoorwaarden gewijzigd: denk aan de afbouw van de culturele bevoegdheden van de provincies, het niveau dat het meeste beleidsinitiatieven nam voor vrijwilligers, en het afstoten van het lokaal cultuurbeleid door de Vlaamse overheid. De geoormerkte subsidies van Vlaanderen aan steden en gemeenten waren gekoppeld aan de ondersteuning en subsidiëring van het verenigingsleven, het hart van het lokale vrijwilligerswerk. Ook de afschaffing van de (verplichte) gemeentelijke adviesraden voor cultuur, erfgoed, enzovoort is een kwalijke evolutie. Ze bestaan gelukkig nog wel in een aantal steden en gemeenten, al is het succes ervan twijfelachtig. De provincies subsidieerden tal van bovenlokale erfgoedverenigingen, erfgoedpublicaties, congressen ... en ze bouwden een stevig vrijwilligersbeleid uit. Toen de Vlaamse overheid die overnam, verdampte deze steun langzaam maar zeker.
VRIJWILLIGERS
En dan heb ik het nog niet gehad over de regelneverij van de Vlaamse en federale overheden die de voorbije decennia hoge toppen scheerde. Denk aan de complexe vzw-wetgeving, de administratieve last voor wie evenementen organiseert, de toegenomen vergunningenplicht, de toegenomen verantwoording van subsidies (lees: het gebrek aan vertrouwen), de regels rond vrijwilligersvergoeding, werkings- en jaarverslagen, boekhoudverplichtingen ....
48
Wat zijn de vooruitzichten? De voor vrijwilligersbeleid bevoegde Vlaamse minister, Caroline Gennez, besteedt (een beetje) aandacht aan de zorgen van vrijwilligers in haar Beleidsnota Cultuur. Zij wil in de komende regeerperiode “de rijke traditie van vrijwilligerswerk in Vlaanderen verder versterken.” Het Verenigingsloket kan groeien zodat het een volwaardig platform wordt. Ze belooft ook te zorgen voor een passende omkadering van vrijwilligers in crisissituaties. Nog een belofte: ze zal ook de uitdagingen voor vrijwilligerswerk sectoroverschrijdend en interbestuurlijk aanpakken en haar schouders zetten onder het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger in 2026. Mooie woorden, zeker, maar weinig concreet. Enkele intenties zijn overgenomen in de recente Strategische Visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed. Zo zal de minister werk maken van administratieve ontzorging en afbouw van bureaucratische regelgeving. Het is fijn om te lezen dat, hoewel vrijwilligerswerk voor heel wat professionele werkingen een drijvende kracht is, het bij de beoordeling van professionele werkingen nog te beperkt in beeld komt. De minister vraagt hier aandacht voor in
de aanvragen en beoordeling. Subsidieaanvragers moeten een integrale visie formuleren voor het betrekken van vrijwilligers bij de werking. Het gaat toch (weer) vooral over het embedded vrijwilligerswerk. En ja, de digitale kernspelers publiq, meemoo en Cultuurconnect moeten ook de digitale competenties van onder andere vrijwilligers versterken.
EEN ANDER TYPE VRIJWILLIGERSWERK IN DE TOEKOMST?
De samenleving verandert, het vrijwilligerswerk ook. Dat genereert bezorgdheden over de toekomst van het vrijwilligerswerk. Het op peil houden van de vrijwilligerspopulatie is een belangrijke uitdaging, net als het streven naar meer diversiteit bij vrijwilligers. We zien een ondervertegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond, te verklaren door een beperkte taalkennis en economisch en cultureel kapitaal. Ook mensen met een maatschappelijk kwetsbaar profiel zijn ondervertegenwoordigd. Dat correspondeert met de vaststelling dat groepen met meer economisch, cultureel en sociaal kapitaal een aanzienlijk hogere kans hebben om te vrijwilligen.2 De vaste engagementen, typisch voor de vorige eeuw, kalven verder af. Vrijwilligerswerk hangt niet meer noodzakelijk samen met het lidmaatschap van een vereniging. Langdurig, trouw en onafgebroken vrijwilligerswerk staat onder stevige druk. Het goede nieuws is dat er veel episodisch vrijwilligerswerk in de plaats komt, en steeds meer. Mensen engageren zich voor tijdelijke projecten, eenmalige acties of springen in voor een concrete afgebakende taak. Continuïteit wordt vervangen door flexibiliteit. Er zijn dus ook fijne ontwikkelingen. Vrijwilligen mag plezierig zijn, niet alleen nuttig. Dat verklaart bijvoorbeeld het succes van vrijwilligerswerk op festivals en evenementen. De belevingswaarde telt ook mee. Mensen zoeken naar vrijwilligerswerk dat mogelijk aansluit bij hun professionele kennis. Ze zetten hun beroepsmatige kennis in
Vrijwilligerswerk geeft iets wat geen flexiof studentenjob kan bieden: betekenis
Vrijwilligster tijdens de studiedag rond metaaldetectie en de Merovingische periode in maart 2026. © Histories
voor de samenleving, en verrijken die tegelijk. Ook de digitale wereld creëert nieuwe mogelijkheden voor vrijwilligers. Vrijwilligerswerk geeft iets wat geen flexi- of studentenjob kan bieden: betekenis. Dat las ik in een opiniestuk vorig jaar.3 Betekenis slaat op je bijdrage aan iets groters, op ‘het verschil maken’, bijleren en deel uitmaken van een groter geheel. Maar het vraagt dat organisaties anders omgaan met vrijwilligers: micro-engagementen mogelijk maken, flexibiliteit en keuzevrijheid bieden, betekenis geven, waardering uitspreken. Ontwikkelingen zie je ook in de cultureel-erfgoedsector, vooral in projecten. Het zeer succesvolle MamaMito4 was een project rond genetische genealogie met als doel verwantschappen via de maternale lijn te traceren. MamaMito is een mooi voorbeeld van burgerwetenschap, waarbij burgers meehelpen aan wetenschappelijk onderzoek. Het laat toe om op een innovatieve manier aan de slag te gaan met de eigen familiegeschiedenis. Ook erfgoedcellen munten uit in dergelijke projecten. Zo ging Erfgoed Zuidwest aan de slag met het feit dat het in 2023 vijftig jaar geleden was dat er voor het eerst auto’s reden over de nieuwe snelweg E3.5 De snelweg trok – letterlijk – een streep door de regio Zuid-West-Vlaanderen. In 2023 zette Erfgoed Zuidwest de verjaar-
Gerdi Staelens van het Lange Max Museum. © Histories
dag van de snelweg in de kijker met een participatief publieksproject dat de impact van de snelweg E3 naar boven bracht en burgers, bedrijven en overheden met elkaar verbond. Het liep trouwens in samenwerking met partners als het Agentschap Wegen en Verkeer en de erfgoedcellen Cultuurregio Leie-Schelde en Viersprong. Het beleid kan het beste inspelen op de ontwikkelingen door zo weinig mogelijk regels op te leggen aan de vrijwilligers. En door, paradoxaal genoeg, te investeren in ondersteunende structuren en organisaties. In het cultureel erfgoed zijn dat bijvoorbeeld de erfgoedcellen en landelijke dienstverleners, maar ook musea of archieven die tijdelijke projecten opzetten of eraan deelnemen. Dat vereist wel enige witruimte in de vijfjarige beleidsplannen van erfgoedorganisaties. Vandaag laat de overheid daarvoor weinig ruimte, maar het is wel noodzakelijk. Ik meen dat er een fundamentele herwaardering moet komen van het vrijwilligerswerk, zowel in het ingebed als in het autonoom vrijwilligerswerk. Dat mag (moet?) ook een aandachtspunt zijn in de beleidsplannen die organisaties moeten maken om Vlaamse subsidies te verwerven. Er is nood aan ondersteuning en middelen om de specifieke rollen van erfgoedvrijwilligers te
49
Bernard Legrand van Familiekunde Vlaanderen in Oostende. © Histories
versterken, te inspireren via goede praktijken, te informeren en om vorming te bieden aan vrijwilligers. Een kerntaak voor Histories, lijkt me. Bij Histories staat de vrijwilliger in het middelpunt, hij of zij wordt benaderd als doel, niet als middel. Uiteraard in samenwerking met anderen, zoals FARO, de landelijke dienstverleners, de Werkplaats immaterieel erfgoed, de erfgoedcellen, het Steunpunt Vrijwilligerswerk ...
VRIJWILLIGERS
De erfgoedsector moet een sterk draagvlak ontwikkelen waarin (geëngageerde) vrijwilligers een stevige en verantwoordelijke plek krijgen, en niet beschouwd worden als hulpjes van professionals. Er moet nagedacht worden over een (legitieme) rol van vrijwilligers in management, bestuur enzovoort. De competenties van vrijwilligers zijn sterk gestegen.
50
De Vlaamse overheid moet in projectsubsidies voor cultureel en onroerend erfgoed ook een luik ‘reserveren’ voor projecten die door vrijwilligers gedreven worden, en zeker als dergelijke projecten gebouwd worden op samenwerking tussen vrijwilligers en professionele organisaties. Onderzoek is ook heel belangrijk: goed beleid is gebaseerd op dito informatie over en monitoring van de evolutie van vrijwilligerswerk in de brede erfgoedsector. Bestaand onderzoek is te
Vrijwilligers bekijken een vondst tijdens de studiedag rond metaaldetectie en de Merovingische periode in maart 2026.. © Histories
algemeen om er conclusies uit te kunnen trekken voor de erfgoedsector. Er ontbreekt immers grondig wetenschappelijk (zowel kwantitatief als kwalitatief ) onderzoek over vrijwilligerswerk. Daarnaast zijn en blijven er een aantal algemene uitdagingen, zoals de vermindering van overtollige regels, de vereenvoudiging van administratieve formaliteiten (zeker bij kleine vzw’s). Ik wil ook pleiten voor een diverser vrijwilligerswerk en een laagdrempelige toegang voor kwetsbare groepen. Laat ons het vrijwilligerswerk ook ‘zuiver’ houden. De vrijwilligersvergoeding is een goed instrument, maar laat het ons daarbij houden. En, ten slotte, een voorstel van het Horizontaal Overleg Vrijwilligerswerk dat ik deel: beschouw het vrijwilligerswerk als een plek van levenslang en levensbreed (informeel) leren. ■ » Bart Caron is voorzitter van Histories. » Bronnen en literatuur 1. E. Plovie, B. Goris, S.De Bruyn e.a., ‘Vrijwilligerswerk is niet ‘u vraagt, wij draaien’’, 5 december 2019, - https://sociaal.net/opinie/vrijwilligerswerk-isniet-u-vraagt-wij-draaien/ 2. A. Vander Stichele, ‘PRISMA-veldanalyse cultureel erfgoed (2009-2011) – Bevolkingsonderzoek ‘Vlamingen en het verleden’: https://faro.be/prismaveldanalyse-cultureel-erfgoed-2009-2011-bevolkingsonderzoek-vlamingenen-het-verleden 3. T. Van de Velde en S. Van Huylenbroeck, ‘Hulde aan de vrijwilliger! Hij/zij/ hun verdient meer dan een flexi-jobber’: www.dewereldmorgen.be, 2025. 4. MamaMito was een project (2019-2021) van Histories en KU Leuven, met als partners Familiekunde Vlaanderen, VUB en meemoo. 5. Zie: https://www.zuidwest.be/projecten/50-jaar-e3-e17
GRATIS ERFGOEDBORDJES
MAAK KANS OP GRATIS ERFGOEDBORDJES Maak de verhalen achter bijzondere erfgoedplekken zichtbaar. Met een erfgoedbordje vinden bezoekers in de ErfgoedApp makkelijker dan ooit je waardevolle informatie. Werk je voor een erfgoedorganisatie, toeristische dienst of een lokaal bestuur? Dan zijn deze bordjes iets voor jou! Info en voorwaarden: erfgoed.app/erfgoedbordje 51
Deelnemers van het MamaMito-project verzamelen in het Zoölogisch Instituut in Leuven voor de slotdag. © Histories
VRIJWILLIGERS
BURGERWETENSCHAP ONDER DE LOEP
52
IN DE KIEREN VAN DE FORMELE WETENSCHAP
Doodsoorzakenregister Antwerpen, 1943. © S.O.S. Antwerpen
Erfgoedvrijwilligers zijn vandaag niet langer ‘helpende handen’ van onderzoekers en academici. Ze bouwen eigen kennisnetwerken uit, bepalen mee wat erfgoed is, botsen soms met professionele organisaties en zoeken via hun werk ook zingeving en gemeenschap. Maar wat is burgerwetenschap vandaag? Hoe evolueert de samenwerking tussen vrijwilligers en academici in tijden van professionalisering, digitalisering en artificiële intelligentie? En wat is de unieke meerwaarde van de erfgoedvrijwilliger in die snel veranderende context? Eva Wuyts
V
oor faro peilden we bij drie academici naar hun kijk op burgerwetenschap. Isabelle Devos is als historica en demograaf verbonden aan de Vakgroep Geschiedenis en coördinator van het Queteletcentrum voor Kwantitatief Historisch Onderzoek (UGent). Ze is promotor van S.O.S. Antwerpen, een burgerwetenschapsproject over sociale ongelijkheid in sterfte en doodsoorzaken in de 19e en
eerste helft van de 20e eeuw.1 Maarten Larmuseau is genetisch genealoog bij de faculteit Geneeskunde aan de KU Leuven en doceert genealogie aan de Universiteit Antwerpen. Hij werkte enkele jaren bij Histories, onder meer als initiatiefnemer van MamaMito,2 en onderzoekt momenteel het biologisch vaderschap van voorhuwelijkse kinderen in het project De Patrijzen.3 Pieterjan Deckers ten slotte doctoreerde aan de VUB. Sindsdien werkt hij nauw samen met metaaldetectoristen, onder meer in het project MEDEA.4 Vandaag doceert hij aan de onderzoeksgroep Archeologie van de KU Leuven.
WAT IS BURGERWETENSCHAP?
Is burgerwetenschap participatie aan academische wetenschap? Of gaat het breder, als in: burgers die zelf kennisnetwerken ontwikkelen? Voor Maarten Larmuseau draait wetenschap in de eerste plaats om methode. Volgens hem kan iedereen wetenschapper zijn, zolang de methode klopt. In zijn vakgebied, de biologie, is men gewend aan citizen science. Nieuwe soorten worden er vaak gedetermineerd door niet-professionelen. Meer zelfs, Charles Darwin was ook een burgerwetenschapper. Maar niet elke vorm van participatie is meteen ook citizen science, nuanceert hij. Reproduceerbaarheid, systematiek en kritische dataverwerking zijn cruciaal. Vrijwilligers werken daarbij binnen een vooraf uitgetekende wetenschappelijke methodiek.
53
Pieterjan Deckers benadrukt vanuit zijn ervaring met metaaldetectoristen dat er ook andere kennissystemen bestaan. Erfgoedgemeenschappen bouwen zelfstandig kennis op, niet noodzakelijk zoals academici dat verwachten, maar met een grote eigen waarde. “We moeten af van dat verticale idee waarin academici bovenaan staan”, zegt hij. Als academicus werd hij vaak geconfronteerd met de kloof tussen vrijwilligers en professionelen. Maar door zijn doctoraat ontdekte hij al snel dat detectoristen hun eigen methodes, netwerken en logica’s hebben. Citizen science ontstaat volgens hem vaak van onderuit, in het spanningsveld tussen academische normen en gemeenschapspraktijken. Isabelle Devos wijst dan weer op het belang van begeleiding en groei. Vrijwilligers kunnen vaak veel meer dan onderzoekers denken, maar dat vraagt vertrouwen. Aanvankelijk was ze eerder sceptisch, maar ondertussen is ze helemaal overtuigd. Ze ziet dan ook meerdere rollen weggelegd voor vrijwilligers, van transcriptie tot redactie.
WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN BURGERWETENSCHAP?
VRIJWILLIGERS
Voor Maarten is het opleiden van de vrijwilligers een van de grootste winsten. Je geeft structuur en kennis mee, en mensen zijn er vaak dankbaar voor. Vrijwilligers voelen zich ernstig genomen. Ze ontdekken dat hun kennis waardevol is en halen er eigenwaarde en plezier uit. “We hebben elkaar nodig: wij voor ons onderzoek, zij om hun kwaliteit te verbeteren en hun verhalen kwijt te kunnen. Dat is niet slecht, vind ik”, besluit hij.
54
Voor Pieterjan gaat het in de eerste plaats over die verhalen. Waar academici naar data kijken, kijken vrijwilligers vooral naar betekenis. Dat levert een boeiend spanningsveld op tussen object en verhaal, data en emotie, wetenschap en menselijke connectie.
Isabelle geeft aan dat het belang ook ligt in de structuur en zingeving van vrijwilligerswerk in het leven van vrijwilligers. Daardoor vinden ze ritme, focus en een mentale houvast. Voor oudere mensen, mantelzorgers en minder mobiele personen is burgerwetenschap een manier om zinvol bezig te blijven. Het sociale aspect ontstaat vaak spontaan, ook al is het niet altijd het vertrekpunt. Ook de academicus wint daarbij. “In ons project vinden de vrijwilligers de doodsoorzaken, en dan bieden wij de context. Hoe vaak komt die doodsoorzaak voor? Is ze uitzonderlijk? Hoe representatief is dat voor wat je onderzoekt? Het is een wisselwerking.”
WAAR ZITTEN DE SPANNINGEN?
Een van de scherpste spanningen draait rond de toenemende professionalisering van erfgoed en de verhouding tot de wetenschap. Pieterjan benoemt hoe bepaalde erfgoedpraktijken de voorbije decennia steeds sterker geïnstitutionaliseerd zijn geraakt, met meer regels, specialisatie en professionele controle. In de archeologie zorgde dat ervoor dat vrijwilligers stilaan uit het veld verdwijnen. Tegelijkertijd blijft het aantal erkende metaaldetectoristen stijgen. Tijdens zijn onderzoek stelde Pieterjan vast hoe metaaldetectoristen vaak objecten herkenden die professionele archeologen niet konden plaatsen. Achter die hobby gaat een volledige gemeenschap schuil, met eigen expertise, netwerken en manieren om kennis te delen. Vrijwilligers vullen volgens hem vaak de blinde vlekken van de wetenschap in. “Vrijwilligers bevinden zich in de kieren van de formele wetenschap: op plekken waar academici of instellingen niet kijken, geen middelen voor hebben of het belang nog niet van inzien.” Isabelle zag ook hoe vrijwilligers ontdekkingen doen en nuttige
Isabelle Devos van Universiteit Gent Maarten Larmuseau van KU Leuven Pieterjan Deckers van KU Leuven © Histories
Waar academici naar data kijken, kijken vrijwilligers vooral naar betekenis. Dat levert een boeiend spanningsveld op tussen object en verhaal, data en emotie, wetenschap en menselijke connectie.
Transcriptie van het Antwerpse doodsoorzakenregister via het platform 'VeleHanden' door een vrijwilliger. © S.O.S. Antwerpen
bronnen op het spoor komen, maar ze plaatst daar een kanttekening bij: methodiek, kwaliteitscontrole en context blijven cruciaal, ook wanneer vrijwilligers een grotere rol opnemen.
AI, AUTOMATISERING EN DE TOEKOMST VAN BURGERWETENSCHAP
Als artificiële intelligentie straks sneller kan transcriberen, archiveren of werken dan mensen, waarom hebben we dan nog vrijwilligers nodig? Isabelle kijkt er met enige bezorgdheid naar. Transcriptie wordt steeds meer geautomatiseerd, en vrijwilligers dreigen daardoor vooral controleur te worden. Maar daarvoor moet je eerst zelf ervaring kunnen opdoen. “Ik weet niet of ze daarmee genoegen nemen”, zegt ze. Ze vreest verlies van betrokkenheid en minder instroom van nieuwe expertise, en bekijkt nu reeds hoe vrijwilligers kunnen worden ingezet wanneer een project eindigt of AI het overneemt.
Maarten is eerder optimistisch. De vrijwilliger blijft belangrijk, ook al verandert het werk. “Zolang er kennis is bij de mensen die nog niet gevalideerd is, zal er altijd ruimte zijn voor mensen buiten het professionele circuit om deel te nemen aan wetenschappelijke kennisopbouw”, meent hij. “Het werk verandert voortdurend, maar verdwijnt niet. Het gaat er anders uitzien. Dat zie je bij academici ook: wij gaan over een aantal jaren ook niet meer werken zoals nu. Je moet je blijven aanpassen.” Vrijwilligers blijven volgens hem nodig voor interpretatie en nieuwe vragen, en dankzij hen ontdek je vaak zaken die anders onopgemerkt zouden blijven. Voor Pieterjan blijft de mens centraal. Erfgoedwerk heeft een intrinsieke, menselijke waarde, niet alles draait om
efficiëntie. “Ik denk dat AI nooit een bedreiging zal zijn, want mensen zullen vanuit hun menselijkheid altijd met zulke dingen bezig blijven”, zegt hij. “Als niemand nog persoonlijk betrokken is bij erfgoed, waarom doen we het dan nog?”
VRIJWILLIGERS EN ACADEMICI HEBBEN ELKAAR NODIG
Uit het gesprek blijkt vooral een gedeelde overtuiging: de academicus staat niet boven de vrijwilliger, beiden brengen een andere vorm van expertise mee die elkaar aanvult. Vrijwilligers brengen tijd, passie, lokale kennis, onverwachte invalshoeken, collecties en verhalen. Academici brengen methodiek, contextualisering, validatie, bredere analyse en zichtbaarheid. Burgerwetenschap werkt volgens de drie academici alleen wanneer vrijwilligers ernstig genomen worden, er wederkerigheid is en er ruimte blijft voor menselijke betrokkenheid. De toekomst van burgerwetenschap wordt ongetwijfeld digitaler en hybrider, en artificiële intelligentie zal daar veel in veranderen. Toch blijft er, volgens het trio, iets overeind: de menselijke nieuwsgierigheid, de nood aan betekenis, het plezier en het gevoel dat je bijdraagt aan iets groters. Zoals een van hen het verwoordt: “De grootste waarde zit misschien niet in de resultaten, maar in de relaties.” ■ » Eva Wuyts is algemeen coördinator van Histories. » Bronnen en literatuur 1. https://sosantwerpen.be/ 2. https://histories.be/projecten/mamamito/ 3. https://www.kuleuven.be/depatrijzen 4. https://histories.be/nieuws/histories-zet-schouders-onder-medea-project-voor-metaaldetectoristen/
55
EEN GESCHIEDENIS VAN/MET ERFGOEDVRIJWILLIGERS
NOOIT TE OUD OM TE LEREN Het leven neemt soms onverwachte wendingen. In september 2022 kwam ik in de Westhoek terecht. Niet voor het eerst. Zo’n twintig jaar geleden startte mijn carrière in de erfgoedsector precies op deze plek. Dat najaar keerde ik terug, als algemeen coördinator van CO7, het intergemeentelijk samenwerkingsverband voor cultuur en erfgoed in de Zuidelijke Westhoek. Er was veel veranderd, maar wat gebleven was waren de vrijwilligers. Nele Provoost
E
VRIJWILLIGERS
n dat was niet toevallig. Vrijwilligers kruisen al twintig jaar mijn pad in deze sector. Niet zo ongewoon, als je weet dat vrijwilligerswerk in vele gedaanten en op talloze plekken werd en wordt beoefend, zeker ook in de erfgoedsector. In deze bijdrage wil ik een aantal inzichten delen die ik tijdens mijn twintigjarige loopbaan over en dankzij vrijwilligers opdeed. Een periode waarin het cultureel-erfgoedlandschap en de visie op vrijwilligers sterk evolueerden. Ik ambieer daarbij geen volledigheid, noch een wetenschappelijk onderbouwd artikel. Wellicht denk ik er over twintig jaar anders over, of zou ik de dingen misschien anders formuleren. Mensen veranderen, inzichten schrijden voort. Lees het dus vooral als een persoonlijk verhaal.
Portret Nele Provoost © CO7
56
Ik was jong en naïef toen ik in 2006 aan mijn eerste job in de sector begon: projectcoördinator van de pas opgerichte beeldbank Westhoek verbeeldt. Zonder dat ik het besefte, was dit uitzonderlijke project een binnenkomer van formaat. Westhoek verbeeldt was een pionier onder de beeldbanken en draaide bovendien op vrijwilligers: ongezien in die tijd. De vliegende start van die beeldbank had ook veel te maken met de professionele omkadering. Dankzij de subsidie als ontwikkelingsgericht cultureel-erfgoedproject konden twee jonge projectcoördinatoren zich voltijds toeleggen op de ondersteuning van de vrijwilligers. Zij rekruteerden enthousiastelingen – soms heemkundigen, maar veel vaker mensen zonder specifieke ervaring in het lokale erfgoedveld – en leidden hen op om privaat beeldmateriaal op te sporen, te digitaliseren en te beschrijven in een digitaal platform. Publieksevenementen zoals
Foto bovenaan: een vrijwilliger fotografeert religieus erfgoed tijdens een inventarisatietraject in de Sint-Pieterskerk in Ieper in 2023. © CO7
Foto linksonder: opfriscursus bij de beeldbank Westhoek verbeeldt in 2023.© CO7 Foto rechtsonder: een vrijwilliger lijmt een pot in het Regionaal Erfgoeddepot DEPOTYZE in 2026.© CO7
57
toonmomenten dienden om informatie te sprokkelen, nieuwe enthousiastelingen te ronselen en het brede publiek van het nut van zo’n beeldbank te overtuigen. Als beginner kon ik dus meteen proeven van alle erfgoedfuncties (al werden die toen nog niet zo benoemd). Er was veel te leren en ik was gretig. Mijn leercurve liep gedeeltelijk parallel met die van de vrijwilligers. Ik, die niet de minste interesse had in digitale technologie, leerde in sneltempo digitaliseren en met digitale platformen werken. Daarna gaf ik mijn skills door aan de vrijwilligers. Die waren, zoals meestal in de erfgoedsector, al op leeftijd. Dat bleek geen bezwaar. Voor sommigen was het invoeren in de beeldbank de eerste kennismaking met een digitale omgeving. De lessen startten dan ook met het vinden van de ‘aan’-knop op de – toen nog – gigantische processors. Maar ik stond versteld van hoe snel de vrijwilligers die technologie onder de knie kregen. Ik ontdekte er dat op leren geen leeftijd staat. Alles staat of valt met de finaliteit van de vaardigheden. De vrijwilligers waren zo gedreven om hun kennis over het verleden van hun dorp te delen dat technologie geen drempel vormde. De beeldbankvrijwilligers waren – zoals veel erfgoedvrijwilligers – voornamelijk mannen. Ikzelf maakte dan weer deel uit van een golf nieuwe (vrouwelijke) erfgoedprofessionals. Dat ik een jonge vrouw was, hielp in sommige gevallen dus ongetwijfeld ook. Maar toch: als iets je boeit, dan kan je blijven leren. Bovendien – en dat was een tweede les – kon ik van de vrijwilligers zelf ook
VRIJWILLIGERS
Een groepsfoto van de vrijwilligers van de beeldbank Westhoek verbeeldt in 2024. © CO7
58
De lessen startten dan ook met het vinden van de ‘aan’-knop op de – toen nog – gigantische processors. Maar ik stond versteld van hoe snel de vrijwilligers die technologie onder de knie kregen. Ik ontdekte er dat op leren geen leeftijd staat. Alles staat of valt met de finaliteit van de vaardigheden
veel opsteken. De vrijwilligers kenden het lokale erfgoed en de petite histoire als de besten. De metadata zaten in hún hoofd. De rollen van expert en leerling waren perfect inwisselbaar. De passage bij de beeldbank duurde niet lang. Na een jaar ging ik aan de slag aan de universiteit om onderzoek te doen. Ik vertrok naar de andere kant van het land. De afstand met de vrijwilligers kon niet groter zijn. Fysiek, maar zeker ook mentaal. Vrijwilligers waren ver te zoeken in de
academische wereld. En niet elke academicus was het ontluikende erfgoedveld even genegen. Maar mijn korte passage in de Westhoek en de ervaringen met de erfgoedvrijwilligers hielden me vier jaar lang met de voetjes op de grond. Ik wist dat ik terug wilde naar de sector. De perfecte brug was een project van het Instituut voor Publieksgeschiedenis van de UGent en Familiekunde Vlaanderen: Mijn verloren land. Hoe schrijf je de geschiedenis van je familie? Ik solliciteerde in de zomer van 2011 en werkte een jaar lang aan de bouw van een digitale handleiding voor onderzoek naar de eigen familiegeschiedenis. Historisch onderzoek op maat van studenten en niet-professioneel geschoolde historici. En alweer die digitale technologie. Het project was van korte duur, maar leidde me wel rechtstreeks naar een job te midden van de erfgoedvrijwilligers. In het najaar van 2012 startte ik als coördinator bij Heemkunde Vlaanderen, toen een van de drie landelijke organisaties volkscultuur die in het toenmalige Cultureel-erfgoeddecreet werden gesubsidieerd. Heemkunde Vlaanderen, koepel van de heemkundige verenigingen in Vlaanderen, was gegroeid uit het Verbond voor Heemkunde, een deelorganisatie van de Vlaamse Toeristen Bond (VTB – vandaag Cultuursmakers) en draaide grotendeels op vrijwilligerskracht. Ook in 2012 speelden vrijwilligers een grote rol in het bestuur en de dagelijkse werking van de organisatie. Ik was nog geen dertig en eigenlijk nog piepjong toen ik plots in een leidinggevende functie terechtkwam. Opnieuw veel te leren dus. En dat deed ik alweer, ook dankzij de vrijwilligers die al jaren meedraaiden. Ik leerde er de sector kennen en de (complexe) verhouding tussen professionelen en vrijwilligers. Dat erfgoedcellen bijvoorbeeld niet altijd met open armen werden ontvangen door lokale erfgoedverenigingen die sinds de jaren 1970-1980 overal in Vlaanderen uit de grond geschoten waren. Voor een themanummer van Tijd-Schrift, het tijdschrift van Heemkunde Vlaanderen, verdiepte ik me in die historiek en interviewde een aantal heemkundigen om hun motivatie en drijfveren te achterhalen. Opnieuw viel me hun grote passie en maatschappelijke betrokkenheid op. En de rotsvaste overtuiging dat erfgoed aan de volgende generatie doorgeven van vitaal belang is. Tegelijk was er overal een grote bekommernis over het dalend engagement bij jongere generaties. Het rekruteren en motiveren van nieuwe vrijwilligers kwam – ook toen al – in zowat elk gesprek aan bod.1 Heemkunde Vlaanderen pikte die signalen op en stimuleerde verjonging en vernieuwing
Opleiding van vrijwilligers van de beeldbank Westhoek verbeeldt in 2005. © CO7
Werkgroep Jongeren en heemkunde in Tervuren in 2011. © Heemkunde Vlaanderen
Opnieuw viel me hun grote passie en maatschappelijke betrokkenheid op. En de rotsvaste overtuiging dat erfgoed aan de volgende generatie doorgeven van vitaal belang is. Tegelijk was er overal een grote bekommernis over het dalend engagement bij jongere generaties
59
Vrijwilligers inventariseren religieus erfgoed in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Poperinge in 2026. © CO7
VRIJWILLIGERS
zowel in haar vormingsaanbod en studiedagen (Heemkunde Actueel), als in werkgroepen (Jongeren en heemkunde) en publicaties zoals De vijf v’s van het vrijwilligerswerk. Het onderscheid vrijwilliger-professioneel bleek in de heemkundige praktijk ook veel minder scherp dan op papier. En er zijn best wel wat jonge mensen met interesse in de geschiedenis van hun dorp. Alleen zit het leven het vrijwillig erfgoedengagement vaak in de weg. Als jonge dertiger met twee kleine kinderen wist ik dat maar al te goed.
60
Het waren ook die kinderen en een afgeschafte treinverbinding die me in 2016 vrij onverwacht naar een ander niveau brachten. Ik werd algemeen coördinator van een regionaal – de term ‘bovenlokaal’ bestond nog niet – samenwerkingsverband rond cultuur en erfgoed in de regio Roeselare. Bij Erfgoedcel TERF ervaarde ik zelf in de praktijk wat ik bij Heemkunde Vlaanderen over en van erfgoedvrijwilligers had geleerd. Waar ik daar vanuit het perspectief van de vrijwilliger dacht, belichaamde ik plots zelf de ‘professionele’ erfgoedcel. Ik kon gelukkig putten uit een rugzak vol theoretische kennis en veel fijne gesprekken met vrijwilligers. Maar ik vulde die bagage ook verder aan met nieuwe ervaringen, positieve en negatieve. Vrijwilligers
zijn nu eenmaal mensen, met hun talenten, maar ook met hun kleine kantjes. Ik zag er hoe mensen die hun plek niet vonden in het arbeidscircuit een zinvolle dagbesteding kregen via vrijwilligerswerk. De erfgoedcel werkte hiervoor samen met een bemiddelingsorganisatie. Alweer een nieuwe soort structureel ingebed vrijwilligerswerk. Ik ondervond hoe belangrijk het ook voor hen was om iets te betekenen. De sociale omkadering, de gesprekjes met de collega’s deden de vrijwilligers zichtbaar deugd. Voor een van hen betekende het engagement bij de erfgoedcel zelfs een springplank naar een functie in het reguliere circuit. Maar ik ondervond ook dat dergelijk sociaal engagement in een erfgoedorganisatie een stuk complexiteit toevoegt. Professionele erfgoedwerkers beschikken vaak niet over de tools om adequaat te reageren op sociale en psychologische problemen van kwetsbare mensen. Grenzen stellen bleek noodzakelijk om de draagkracht van de medewerkers en de organisatie te bewaken. Zeker als die organisatie zelf klein is en al veel diverse taken moet opnemen. Bovendien moet zo’n engagement gedragen zijn door de hele organisatie, van bestuur over team tot en met andere vrijwilligers. Anders dreigen onvermijdelijk fricties. Leergeld dat ik daar betaalde.
Als de mix tussen eigen projecten en ondersteuning van het veld goed zit, fungeert een erfgoedcel net als een belangrijke katalysator en versterker van het vrijwilligersveld De groep vrijwilligers van Vleteren verbeeldt samen met projectcoördinator Nele Provoost in 2007. © CO7
Ouder en alweer wat wijzer kwam ik in 2022 uiteindelijk terecht waar het ooit begon. In de Westhoek, bij CO7. Waar ondertussen zo’n 100 vrijwilligers zich vanuit een oprechte passie voor het erfgoed van hun streek wekelijks of zelfs dagelijks bleven inzetten binnen de organisatie: bij Westhoek verbeeldt (ja, nog steeds), in inventarisatietrajecten religieus erfgoed of in het Erfgoeddepot DEPOTYZE. Net als in 2006 is het merendeel van die vrijwilligers nog steeds op leeftijd, maar meer dan toen zetten ook heel wat vrouwen zich als vrijwilliger in. Bovendien experimenteerde ik de afgelopen jaren samen met mijn jonge team met het betrekken van jongeren in de vrijwilligerswerking. Geen evidentie – de lessons learned verdienen hier een ander artikel – maar het lukte wel om een viertal jongeren zelf een project in handen te geven: ze cureerden hun eigen tentoonstelling Westhoek verhaalt. Met de juiste professionele omkadering en binnen projecten met een concreet resultaat op korte termijn blijken ook jongeren warm te maken voor een (tijdelijk) vrijwilligersengagement. Naast de vrijwilligers die zich binnen CO7 inzetten, leerde ik de afgelopen jaren ook veel vrijwilligers uit erfgoedverenigingen in de regio kennen. Want de komst van een erfgoedcel betekende ook in de Westhoek absoluut niet het einde van de lokale erfgoedverenigingen, integendeel. Als de mix tussen eigen projecten en ondersteuning van het veld goed zit, fungeert een erfgoedcel net als een belangrijke katalysator en versterker van het vrijwilligersveld.
vingers dan ikzelf. Ze digitaliseren erfgoed met een professionele fotoset of een reprozuil, identificeren moeiteloos een katafalk, naaien labels uit baalkatoen en weten uit een euronormbak vol scherven een pot tevoorschijn te lijmen. Ik sta elke dag versteld van hun expertise. Ik doe mijn petje af voor de kwaliteit en het professionalisme van de projecten van sommige vrijwilligersverenigingen uit de streek. De erfgoedvrijwilligers in de Westhoek zijn niet anders dan die in de rest van Vlaanderen. Ze zijn gepassioneerd door hun verleden en de streek, ze willen hun kennis doorgeven en voelen zich nooit te oud om bij te leren. Ze geloven oprecht in het belang om goed voor ons erfgoed te zorgen. Bij mijn terugkeer verbaasden ze me dus niet. Of toch niet daarmee. Dat sommigen er na vijftien jaar nog steeds waren, vond ik ongelooflijk. We waren allen ouder geworden, maar het erfgoed hield ons jong. Jean-Pierre, een van de vrijwilligers die ik in 2007 had opgeleid, stuurde me in de eerste week na mijn start een foto uit zijn – wellicht zorgvuldig bijgehouden – digitaal archief. Eentje waarop ik, als jonkie, tussen de vrijwilligers stond. De Westhoek is geen plek om iets snel te vergeten. ■
» Nele Provoost is algemeen coördinator van CO7. » Bronnen en literatuur 1. N. Provoost en F. Dierckx, ‘Stemmen uit het veld. Een verkenning van de heemkundige praktijk in Vlaanderen’, in: Tijd-Schrift, 3(2013)3, p. 47-66; 58-59.
Bij CO7 ben ik allang niet meer de expert. Veel vrijwilligers hebben het erfgoedwerk beter in de
61
HET
ATELIER
“Waar vrijwilligers zich thuis voelen!”
» Door: Daphné Maes | © Histories
De werkplek van: Rik Van der krieken en de vrijwilligers van het Nationaal Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem.
62
faro neemt je mee naar inspirerende werkplekken. Dit keer bezoeken we het Nationaal Documentatieen Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem. Zestig vrijwilligers ontsluiten er bidprentjes, rouwbrieven, kiezerslijsten en kaarten — mogelijke indicaties in de zoektocht naar familiegeschiedenissen. Geïnteresseerden kunnen er telkens op woensdag en donderdag terecht om opzoekingen te doen en vragen te stellen.
1 Directeur Rik Van der krieken praat regelmatig met elke vrijwilliger: “Ik wil aandacht geven aan ieders situatie, zodat vrijwilligers het gevoel krijgen dat ze bij mij terechtkunnen. Iedereen benader ik daarbij anders: wat heeft deze persoon nodig om het werk aangenaam te houden? Soms vraag ik daarvoor ook begrip bij andere vrijwilligers. Eén ding verwacht ik wel van iedereen: op tijd komen als je met een andere vrijwilliger hebt afgesproken.”
2 “Ik laat de vrijwilligers zelf beslissen over wat en hoeveel ze
doen. Sommigen maken bidprentjes en doodsbrieven klaar voor de scan, verbeteren de scans en zorgen voor de OCR-verwerking. Anderen inventariseren de bibliotheek- en tijdschriftencollectie, of werken mee aan databases zoals OCTOPUS (acht miljoen bidprentjes, rouwbrieven en krantenknipsels), ORCA (genealogische publicaties en archiefstukken van Familiekunde Vlaanderen) en BEA (over Belgische emigranten naar Amerika).”
3 “Op maandag, woensdag en donderdag komen we in het centrum samen om te werken en elkaar te ontmoeten. Als Amy er is, luidt ze om 12 uur de scheepsbel voor het gezamenlijk middagmaal in de keuken. Elk jaar organiseren we een nieuwjaarsreceptie om alle vrijwilligers te bedanken.”
4 Amy getuigt: “In mei 2022 regelde mijn school in het bijzon-
der onderwijs een stage bij het documentatiecentrum. Ik kreeg de smaak te pakken en werd uiteindelijk vaste vrijwilliger. Vandaag doe ik opzoekingen voor stamboomonderzoek en help ik mee met het inscannen van rouwbrieven. Intussen leerde ik Latijn en oud schrift lezen en begrijpen. Ook op sociaal vlak evolueerde ik: vroeger zei ik bijna niets, en nu zeggen ze soms dat ik te veel praat. (lacht) In het begin bleef Rik nog naast me zitten, nu leid ik nieuwe vrijwilligers op. Ik mag ook mijn hond meenemen als ik dat wil. En omdat ik de helft van de tijd in het buitenland ben, leent het documentatiecentrum me een pc met ORCA, zodat ik ook daar stamboomopzoekingen kan doen voor mensen met vragen.” ■
» www.centrumfamiliegeschiedenis.be » Daphné Maes werkt bij Histories rond vrijwilligersbeleid, publiekswerking en organisatieontwikkeling.
63
PLEIDOOI VOOR NUANCE
DOODDOENERS OVER VRIJWILLIGERS Vrijwilligers komen in vele vormen en maten en over vrijwilligerswerk bestaan al evenveel meningen. faro vroeg erfgoedwerkers uit verschillende organisaties om zes clichés onder de loep te nemen. Sommige bevestigen ze, andere spreken ze tegen. De standpunten zijn die van henzelf, niet van de redactie.
VRIJWILLIGERS
Eva Wuyts, Daphné Maes en Gregory Vercauteren
Europeana Fashion edit-a-thon in het MoMu, CC 3.0
64
“Vrijwilligerswerk is altijd gratis”
“Je vindt geen vrijwilligers meer”
Vrijwilligerswerk moet per definitie gratis zijn om zijn authenticiteit en intrinsieke motivatie te beschermen. Onbetaalde inzet is essentieel en maakt een duidelijk onderscheid met betaalde arbeid. Maar vrijwilligerswerk brengt ook vaak kosten met zich mee, zoals vervoerskosten. Dat maakt het voor mensen in kwetsbare situaties minder makkelijk om te kunnen deelnemen. De oplossing? Onkosten vergoeden voor alle vrijwilligers binnen een organisatie. Zo wordt ongelijkheid verminderd en blijft vrijwilligerswerk toegankelijk voor een bredere groep, zonder het principe van onbezoldigde inzet te ondermijnen.
Vrijwilligers vinden voor erfgoedverenigingen en -organisaties is moeilijk. Jongeren en werkende mensen willen niet in het bestuur komen, of haken na een tijdje weer af. “Er is geen interesse meer”, zo klinkt het vaak. Maar is het wel zo dat erfgoedvrijwilligers niet te vinden zijn? Misschien moeten die 'witte raven' niet gevonden, maar gecreëerd worden.
MICHEL IGUAL-PACHECO Archivaris Stadsarchief Aalst
Michel Igual-Pacheco: “Omdat er geen financiële verloning tegenover vrijwilligerswerk staat, behoudt het zijn maatschappelijke meerwaarde. Vrijwilligers engageren zich niet uit economische noodzaak, maar uit interesse, overtuiging, betrokkenheid, solidariteit, enzovoort. In die persoonlijke en/of maatschappelijke motivatie zit de kern van vrijwilligerswerk. De verloning ligt bovendien elders en is niet zozeer financieel van aard, maar zit eerder in sociale contacten, de opbouw van kennis en expertise, het gevoel nuttig te zijn en iets terug te kunnen doen voor de samenleving. Die ‘immateriële opbrengsten’ zijn vaak duurzamer en betekenisvoller dan een financiële vergoeding. Zodra vrijwilligerswerk wordt betaald, vervaagt het onderscheid met arbeid en dreigt zowel de motivatie van de vrijwilliger als de maatschappelijke waarde van het engagement te verschralen. Door vrijwilligerswerk gratis te houden, beschermen we zijn authenticiteit en sociale kracht.”
PATRICK ANTHONI Voorzitter Heemkundige Kring Scilla (Schilde), erfgoedvrijwilliger
Patrick Anthoni: “We stoefen er niet graag mee, maar in onze heemkundige kring hebben we geen tekort aan vrijwilligers. 85 vrijwilligers van verschillende leeftijden werken samen in meerdere werkgroepen. Een kleine groep doet historisch onderzoek, de rest brengt die kennis bij het publiek via creatieve activiteiten – zoals midzomernachtwandelingen, vertelavonden en scholenwerkingen. Die evenementen trekken veel bezoekers en leveren ook inkomsten op. De werking steunt op samenwerking en wederzijds begrip: elke bijdrage telt, hoe klein ook. Nieuwe vrijwilligers kunnen instappen via toegankelijke activiteiten en groeien door naar andere rollen, afgestemd op hun talenten en interesses. Ze krijgen ook verantwoordelijkheid om te vernieuwen. De kring evalueert zichzelf, durft te experimenteren en leert uit fouten. Het huidige succes is het resultaat van dertig jaar samenwerken en inzetten op publieksbeleving.”
Foto: © Scilla
65
“Vrijwilligerswerk is ideaal voor je cv”
“Ze nemen alle arbeidsplaatsen in!”
Werk zoeken in de cultuursector is niet altijd makkelijk. De jobs zijn gegeerd en ervaring is vaak vereist. Erfgoedvrijwilligerswerk op je cv toont je engagement en levert praktijkervaring op. Die ervaring helpt je bovendien inschatten welke functies bij je passen. Maar wordt vrijwilligerswerk dan 'gebruikt' tot je een echte job vindt? En heeft wel iedereen de mogelijkheid om te vrijwilligen? Voor velen is dat niet vanzelfsprekend: jongeren zonder financieel vangnet kiezen eerder voor betaald werk, en wie al actief is in een andere sector, heeft vaak geen tijd om te vrijwilligen.
In economisch uitdagende tijden is personeel een grote kost. Inzetten op vrijwilligers helpt besparen: er zijn genoeg gemotiveerde en ervaren mensen die zich onbezoldigd willen engageren. Denk aan (jong-)gepensioneerde erfgoedwerkers en pas afgestudeerde (kunst-)historici. Vooral routineuze, uitvoerende taken en onthaalfuncties kunnen aan hen toevertrouwd worden, al blijven betaalde krachten nodig voor de kernwerking. Vrijwilligers zijn bovendien flexibel en helpen periodes zoals vakanties overbruggen. Toch is er ook personeel nodig om vrijwilligers op te volgen en aan te sturen. Zonder verloning zijn er andere incentives nodig om mensen duurzaam te binden. En het vraagt tijd vooraleer iemand, betaald of niet, ingewerkt is.
PIETERJAN QUISQUATER Consulent cultureel erfgoed Cultuurregio Leie Schelde, voorheen erfgoedvrijwilliger
VRIJWILLIGERS
Pieterjan Quisquater: “Toen ik in 2021 op zoek was naar werk wist ik niet goed welke richting ik uit wou. Ik besloot om vrijwilligerswerk te doen bij Cultuurregio Leie Schelde: ik kreeg er de kans om mee te draaien binnen de erfgoedcel. Ik voelde me gewaardeerd en merkte dat de erfgoedsector iets voor mij was. En ik had geluk, na drie maanden vertrok een medewerker waardoor ik tijdelijk mocht starten. Nu, bijna vijf jaar later, en na een aanwervingsprocedure, ben ik hier nog steeds aan de slag. Ik heb veel te danken aan dat vrijwilligerswerk. Al wil ik nuanceren. Ik doorliep het ‘ideale scenario’ – zo was het op financieel vlak geen must voor mij om betaald werk te doen. En het toeval hielp ook een handje. Desalniettemin geloof ik dat vrijwilligerswerk voor jongeren ook zonder die directe doorstroom een meerwaarde kan zijn. Je leert namelijk sowieso meer over je vaardigheden, interesses en de sector.”
66
JESSICA JACOBS Directeur Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD)
Jessica Jacobs: “Ik zie vrijwilligers in bibliotheken en archieven die er met passie hun kennis en expertise toepassen of overdragen aan de bezoekers van de leeszaal. Het wordt een probleem als de vrijwilliger een onmisbare schakel in de basiswerking wordt. Als je merkt dat een vrijwilliger tijdens een ‘vrije’ dag verschillende keren opgebeld wordt omdat er fundamentele vragen zijn over de werking van de organisatie, dan weet je dat men te ver ging in het inschakelen van vrijwilligers. Ze kunnen niet de plaats van medewerkers innemen: dat zou niet correct zijn. Het creëert ook een grote onzekerheid voor de werking van je organisatie. Je bent namelijk niet gebonden aan de rechten en plichten van een arbeidscontract. Vrijwilligerswerk biedt dus mooie kansen, mits je het goed aanpakt en integreert in je werking. Maak er een versterkend verhaal van, waar je team én je vrijwilligers zich goed bij voelen.”
“Vrijwilligerswerk is de verantwoordelijkheid van lokale besturen, niet van Vlaanderen” De meeste erfgoedverenigingen zijn actief op lokaal niveau. Ze maken gebruik van lokale infrastructuur en netwerken en het zijn hoofdzakelijk dorps- of stadsgenoten die deelnemen aan hun activiteiten. Op die manier dragen erfgoedverenigingen bij aan de sociale cohesie en identiteitsvorming van een buurt of gemeente. Het is dan ook logisch dat de ondersteuning van vrijwilligers de verantwoordelijkheid is van diezelfde steden en gemeenten. De Vlaamse overheid is er voor de professionele en landelijke organisaties.
JO PATTEEUW Voorzitter Familiekunde Vlaanderen regio Brugge, erfgoedvrijwilliger
Jo Patteeuw: “Onze vereniging onderhoudt een goede relatie met de stad Brugge: we gebruiken een groot lokaal, nemen deel aan hun vrijwilligersfestival en werken nauw samen met andere Brugse verenigingen en stadsdiensten. Zo schonken we recent documenten aan het stadsarchief, deden we mee met Erfgoeddag en maakten we op vraag van het stadsbestuur de kwartierstaat van Pieter Aspe op. Toch omvat onze werking het hele Brugse arrondissement, en woont ruim de helft van onze vrijwilligers en leden niet in Brugge. Onze online databank wordt zelfs tot in het buitenland geraadpleegd. Ons werkingsgebied valt ook niet samen met dat van de nieuwe cultuurregio BRONCO, waardoor het soms zoeken is naar onze plek in het cultuurlandschap. Bij Familiekunde Brugge draait het vooral om uitwisseling en kruisbestuiving: we werken samen met verschillende heemkundige kringen uit de regio, en kijken voor administratieve ondersteuning naar Vlaanderen. Men vergeet soms dat wij geen commerciële speler zijn. Onze meerwaarde, lokaal en daarbuiten, is de passie en talenten van vrijwilligers aanwakkeren, niet het UBO-register invullen of e-facturen versturen. Te veel Vlaamse, federale en Europese regels dreigen verenigingen te verstikken.”
“Vrijwilligerswerk = participatie” Participatie staat tegenover passief consumeren: in plaats van een verhaal te ontvangen, steek je zelf de handen uit de mouwen. Dat kan op verschillende manieren, zoals data verzamelen voor onderzoek, meewerken aan een beeldbank of bezoekers ontvangen. In strikte zin gaat participatie over het meewegen op het beleid of de activiteiten van een organisatie. Veel vrijwilligerswerk in professionele erfgoedorganisaties blijft vandaag topdown. Komen de talenten en ervaringen van vrijwilligers voldoende aan bod, of liggen er kansen om hen actiever te laten meebeslissen – minstens over de zaken die ze zelf uitwerken?
DAVID SOMERS HR-consulent Mens & Ontwikkeling - M Leuven
David Somers: “Vrijwilligerswerk en participatie worden vaak op één lijn gezet, maar dat verdient nuance. Ik merk dat in het debat soms een hiërarchie sluipt: hoe dichter bij beleid, hoe ‘echter’ participatie lijkt te zijn. Die redenering volg ik niet graag. Participatie zit ook in kleine dingen, zoals advies vragen. In M Leuven sturen vrijwilligers aan het onthaal via hun feedback mee onze dienstverlening bij. Dat is voor velen al erg betekenisvol. Ook ‘uitvoerend’ engagement is dus volwaardige participatie en verdient evenveel waardering. En wat vaak vergeten wordt: niet elke vrijwilliger wil verder betrokken worden. Voor velen is het net bevrijdend om bij te dragen zonder verantwoordelijkheid op beleidsniveau. Dat neemt niet weg dat organisaties ruimte moeten maken voor wie wel wil meedenken of meebeslissen. Maar wees dan eerlijk: geen valse beloftes, wel duidelijke kaders. Vrijwilligerswerk is participatie in vele vormen en net die diversiteit is een kracht.” ■
» Gregory Vercauteren is coördinator beleid en adviseur (boven)lokaal erfgoed | erfgoedcellen bij FARO. Eva Wuyts is algemeen coördinator bij Histories. Daphné Maes werkt er rond vrijwilligersbeleid, publiekswerking en organisatieontwikkeling.
67
VRIJWILLIGERSWERK EN DE DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN
MOTOR VOOR DUURZAME GEMEENSCHAPPEN Erfgoedvrijwilligers zijn onmisbaar: ze bewaren niet alleen mee het verleden maar geven ook vorm aan de samenleving. Om hun engagement zichtbaar te maken binnen een bredere maatschappelijke context, koppelen we vrijwilligerswerk in de erfgoedsector aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s). Tara Hovelinck
D
e SDG’s vormen een internationaal referentiekader om maatschappelijke impact zichtbaar te maken.1 Het laat lokale initiatieven toe om bij te dragen aan globale uitdagingen, van sociale verbondenheid en inclusie tot innovatie en welzijn. Ook erfgoedvrijwilligers spelen hierin een rol. Maak kennis met drie vrijwilligers die elk op hun manier bijdragen aan duurzame ontwikkeling. Hun engagement reikt verder dan erfgoed alleen en voor hen is bijdragen aan maatschappelijk relevante onderwerpen essentieel.
VRIJWILLIGERS
HEEMKUNDIGE KRING BOUVELOO: ERFGOED KRIJGT OPNIEUW EEN SOCIALE FUNCTIE
68
Heemkundige Kring Bouveloo nam in 2023 zijn intrek in de Sint-Amanduskerk van Ooike nabij Oudenaarde. Wat ooit een kerkgebouw was, groeide uit tot een levendig erfgoedhuis en een ontmoetingsplek voor het dorp. Voorzitter Frans Vandenhende vertelt: “Wij hebben de kerk niet gekozen, de kerk heeft ons gekozen. De kerkfabriek contacteerde ons met de vraag of we de
kerk nieuw leven wilden inblazen. Van bij het begin stond een doel centraal: van het gebouw een open plek maken waar iedereen welkom is. Daarmee neemt het opnieuw de rol op die het van oudsher had: het sociaal middelpunt van Ooike. Op dit moment zijn wij het enige ‘contactpunt’ in Ooike waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.” Ze hanteren daarbij bewust een laagdrempelige aanpak. Die zit volgens hem in kleine dingen: er is altijd iemand aanwezig om bezoekers te ontvangen of om een praatje te slaan. “Mensen doen graag een babbeltje, dat blijft belangrijk in onze tijd.” Voor Frans is het duidelijk: “Het is niet ons erfgoedhuis, het is van en voor iedereen.” “Ik denk dat we een goed voorbeeld zijn van een duurzame herbestemming”, vervolgt Frans. “We laten de kerk zoals ze is en alles is ingericht met recuperatiemateriaal. Duurzaamheid hoeft niet duur of groots te zijn. Bij een herbestemming werk je best met wat er al is, zo behoud je het karakter van het gebouw.”
De toegankelijke sfeer trekt zich door in het hele domein. Zo kreeg ook het kerkhof bewust een groene en open invulling. “Het is een plaats van herinnering waar mensen kunnen herbronnen”, besluit Frans. Heemkundige Kring Bouveloo toont hoe erfgoed met beperkte middelen kan uitgroeien tot een plek van rust, ontmoeting en verbondenheid. » www.bouveloo.be
DE GALLISCHE HOEVE: SAMEN LEREN IN EEN VEILIGE OMGEVING
De vrijwilligers van de Gallische Hoeve in Destelbergen bouwen samen aan een openluchtmuseum waar onderzocht wordt hoe mensen leefden in de IJzertijd. Toch is de Gallische Hoeve veel meer dan een klassiek museum: het is een plek waar erfgoed actief beleefd, gedeeld en doorgegeven wordt. David De Clercq vertelt hoe de vereniging historisch onderzoek combineert met een sterke sociale werking: “We zijn zeker geen attractie”, legt hij uit. Het is vooreerst een plaats om op een laagdrempelige manier aan onderzoek en kennisoverdracht te doen. “We proberen al doende te leren, daarom passen we historische technieken toe in de praktijk. Vrijwilligers bouwen, koken en beoefenen ambachten. Zo testen ze historische kennis in realistische omstandigheden uit.”
Beeld van magnific
Om die kennis te bewaren en door te geven werkt de ploeg met een mentorsysteem: “Anciens begeleiden de nieuwe vrijwilligers, zowel op persoonlijk als praktisch vlak. Zo heeft de nieuwe vrijwilliger altijd een vertrouwenspersoon waarop hij of zij kan rekenen. Die open aanpak maakt de Gallische Hoeve aantrekkelijk voor een brede groep vrijwilligers. Als je naar hier komt ben je in de open lucht en je kan de handen uit de mouwen steken in een rustige omgeving”, benadrukt David. Vooral voor personen met autisme blijkt de
69
BELANGRIJKSTE SDG'S
ANDERE
Heemkundige Kring Bouveloo
De Gallische Hoeve
Oyenbrugmolen
» www.oyenbrugmolen.be
Volgens David kan iedereen bijleren van het leven in de IJzertijd: “We hebben al veel groepen rondgeleid en op evenementen gestaan, onze hands-onaanpak blijft vaak beter plakken.” De kracht van de Gallische Hoeve als kenniscentrum zit niet alleen in wat ze toont, maar ook in wie er mee vorm aan geeft.
Heel wat mensen associëren ‘duurzaamheid’ ongetwijfeld vooral met ecologische vraagstukken, maar bovenstaande voorbeelden illustreren dat het begrip ruimer is. De Sustainable Development Goals zijn daarbij een handig instrument. Die zijn zo opgesteld dat ze de diversiteit van duurzame praktijken omvatten; sociale en economische duurzaamheid draagt ook bij aan een veerkrachtige samenleving. De waaier van duurzame praktijken kwam sterk naar voren in de gesprekken met erfgoedvrijwilligers.2 Hoewel hun initiatieven van elkaar verschillen, tonen ze allemaal hoe erfgoedvrijwilligers mee bouwen aan een betrokken en toekomstgerichte samenleving.
OYENBRUGMOLEN: INSPIRATIEBRON VOOR DUURZAAM LEVEN
Voor de Oyenbrugmolen in Grimbergen gaan erfgoed, landschap en duurzaamheid hand in hand. Erik Van Hemelrijck en Jean-Paul Windelen getuigen hoe ze een beschermd monument nieuw leven inblazen. “Duurzaamheid is voor een watermolen een must. Een molen steunt op het evenwicht tussen mens en natuur”, aldus Erik. VRIJWILLIGERS
Om historische technieken relevant te houden, combineert de Oyenbrugmolen traditionele principes met hedendaagse toepassingen. “Erfgoed kan perfect ingezet worden om actuele doelstellingen te realiseren”, zegt Erik. “Daarom rustten we de molen in samenwerking met de energiecoöperatieve Ecopower uit met een waterkrachtcentrale en wekken we nu groene stroom op. Soms hebben we energie over en die zetten we dan op het net.” Er zijn plannen voor een passieve woning die de opgewekte energie optimaal benut. “Soms moet je terugkijken naar het verleden, hoe mensen toen omgingen met beperkte middelen en grondstoffen”, besluit Jean-Paul.
Gallische Hoeve een veilige haven. “De omgeving hier is prikkelarm. We zitten in de natuur, maar er is toch altijd iets te doen.”
» www.gallischehoeve.be
70
Volgens Erik kan de molen niet los gezien worden van het landschap errond. “Er bestaat een synergetische relatie tussen de molen en de omgeving. Onze vrijwilligers malen lokaal geproduceerd graan en verwerken fruit uit de hoogstamboomgaard, bijvoorbeeld in pruimenvlaaien. Zo wordt zichtbaar hoeveel kennis, tijd en arbeid achter dagelijkse producten schuilgaat.” Jean-Paul vult aan: “Door met hun eigen ogen te zien hoeveel werk en tijd het vraagt om iets te produceren, leren mensen dat proces ook beter te appreciëren.”
Rond de molen groeide een netwerk van vrijwilligers en erfgoedorganisaties. “We verwijzen elkaar door en helpen waar we kunnen”, zegt Jean-Paul. Tijdens maal- en bakdagen, rondleidingen en evenementen komen bezoekers in aanraking met het erfgoed. Erik: “Als mensen op bezoek komen, dan kom je zelf ook in contact met nieuwe perspectieven en kennis.”
SOCIALE DUURZAAMHEID
Wat al die getuigenissen met elkaar gemeen hebben, is aandacht voor sociale duurzaamheid. Vrijwel elke vereniging beschouwt ontmoeting, verbondenheid en kennisdeling als een essentieel onderdeel van haar werking. Door samen te werken met andere verenigingen, organisaties en inwoners maken ze hun werking divers en relevant(er). En zo vergroten ze het welzijn van hun ruime erfgoedgemeenschap. Opvallend was dat deze duurzame praktijken zelden voortkomen uit een expliciet duurzaamheidsbeleid. Vrijwilligers vertrekken niet vanuit een professionele missie, maar vanuit hun passie voor erfgoed. Daardoor komen ze vanzelf terecht bij thema’s als
Vrijwel elke vereniging beschouwt ontmoeting, verbondenheid en kennisdeling als een essentieel onderdeel van haar werking. Door samen te werken met andere verenigingen, organisaties en inwoners maken ze hun werking divers en relevant(er) Vrijwilligers van Heemkundige Kring Bouveloo voor de kerk van Ooike. © Histories
inclusie, welzijn, kennisdeling, hergebruik en gemeenschapsvorming. De getuigenissen in dit dossier tonen dat erfgoed een krachtige hefboom kan zijn voor duurzame ontwikkeling op lokaal niveau. Daarom is het belangrijk om deze praktijken zichtbaar te maken en vrijwilligers te ondersteunen in hun engagement. Door hun werk in de verf te zetten en erfgoedgemeenschappen met elkaar in contact te brengen rond maatschappelijke thema’s, stimuleren we verenigingen om na te denken over hun rol in de samenleving. ■
© Gallische Hoeve
DOE DE TEST Weten wat de impact is van vrijwilligers in jouw organisatie? Doe de test met de V-Krachtmeter, een tool van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk. Via verschillende stellingen ontdek je hoe vrijwilligers een verschil maken binnen jouw organisatie. De V-Krachtmeter maakt de impact van vrijwilligers zichtbaar in relatie tot de duurzame ontwikkelingsdoelen. Zo zie je in één oogopslag waar je sterk in staat en waar er ruimte is voor verbetering. vlaanderenvrijwilligt.be/ivy2026/v-krachtmeter
Erik Van Hemelrijck en Jean-Paul Windelen van de Oyenbrugmolen in gesprek met Tara Hovelinck van Histories. © Histories
» Tara Hovelinck studeerde geschiedenis aan de UGent en liep het voorbije jaar stage bij Histories in het kader van het postgraduaat Erfgoed en Samenleving van de UGent. Als onderdeel van haar stage nam ze interviews af met vrijwilligers die zich inzetten voor een warme en duurzame gemeenschap. » Bronnen en literatuur 1. https://duurzameontwikkeling.be/sdgs - in dit blad worden de meeste artikels ook gelabeld met een of meerdere SDG’s. 2. Lees de verschillende getuigenissen op de website van Histories, zie https:// histories.be/ivy2026-tijd-voor-een-dikke-dankjewel/
71
INSPIRATIE VOOR EEN VRIJWILLIGERSVRIENDELIJK ERFGOEDBELEID
VIJF DENKPISTES Vrijwilligers maken onlosmakelijk deel uit van het erfgoedveld. Toch staan ze onder druk: regelgeving wordt complexer, ondersteuning is versnipperd en erkenning blijft vaak impliciet. Een vrijwilligersvriendelijk erfgoedbeleid hoeft niet altijd groots of duur te zijn. Enkele gerichte maatregelen kunnen de rol en de inzet van vrijwilligers versterken en zichtbaarder maken. Het Internationaal Vrijwilligersjaar grijpen we aan om enkele ideeën te formuleren als food for thought. Niet als uitgewerkt beleidsprogramma, laat staan als memorandum, maar als inspiratie. Gregory Vercauteren en Eva Wuyts
VRIJWILLIGERS
1. VOER EEN VRIJWILLIGERSTOETS IN
72
Hoewel beleidsmakers het vrijwilligerswerk en het verenigingsleven steevast belangrijk vinden, lijken die zelden top of mind wanneer er nieuwe regelgeving tot stand komt. Of het nu gaat om vzw-wetgeving, allerlei vergunningen of meer erfgoedspecifieke regelgeving zoals het Cultureelerfgoeddecreet: doorgaans is die op maat van grotere en professionele organisaties, met meer administratieve capaciteit. Voor lokale verenigingen en vrijwilligersgroepen kunnen dezelfde regels daardoor onbedoeld te zwaar of zelfs verlammend zijn. Een vrijwilligerstoets kan dit voorkomen. Bij nieuwe regels, subsidies of administratieve verplichtingen wordt dan systematisch nagegaan wat de impact is op orga-
nisaties zonder betaalde krachten. Is de regel haalbaar voor verenigingen? Kunnen procedures eenvoudiger? Lokale besturen kunnen ook helpen door een verenigingscoach of laagdrempelig aanspreekpunt te voorzien die vrijwilligers doorheen het administratieve kluwen begeleiden.
2. WAAK OVER DE WAARDE VAN VRIJWILLIGERSWERK Vrijwilligerswerk wordt vaak geprezen omdat het bijdraagt aan sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en loopbaankansen. Dat klopt allemaal, maar de keuze om te vrijwilligen in de erfgoedsector is er doorgaans een uit liefde en interesse voor geschiedenis, tradities en erfgoed. Beleid moet ruimte geven aan die passie en vermijden dat vrijwilligers enkel worden gewaardeerd om hun economische of maatschappelijke meerwaarde. Vrijwilligerswerk is geen goedkoop hulpmiddel voor allerhande maatschappelijke problemen of voor taken die een overheid van zich afschuift. Wanneer vrijwilligerswerk louter dient om beleidsdoelen te bereiken of te besparen, verdwijnt de intrinsieke waarde én motivatie ervan naar de achtergrond.
3. ERKEN ERFGOEDVRIJWILLIGERS EN GEEF HEN INSPRAAK Het Cultureelerfgoeddecreet richt zich in de eerste plaats op professionele organisaties. Daardoor zijn erfgoedvrijwilligers en vrijwilligersverenigingen in het beleid vaak slechts impliciet aanwezig, hoewel zij in de praktijk een actieve en schragende rol opnemen in het erfgoedveld.
Binnen het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid bestaat een sterke traditie van inspraak en overleg. Bij de opmaak van beleidsteksten, zoals een Strategische Visienota of een nieuw decreet, wordt de erkende en professionele sector doorgaans nauw betrokken. Door ook vrijwilligers en vrijwilligersverenigingen structureel mee aan tafel te brengen, kunnen deze inspraakmomenten worden verbreed en verrijkt met nieuwe, aanvullende perspectieven. Ook op lokaal vlak is inspraak cruciaal. Lokale besturen experimenteren volop met nieuwe vormen van inspraak en burgerparticipatie. Toch blijven adviesraden ook belangrijk. Want deze structurele overlegplatformen zijn de plaatsen waar vrijwilligers netwerken en kennis en ervaringen delen.
Vrijwilligerswerk is geen goedkoop hulpmiddel voor allerhande maatschappelijke problemen of voor taken die een overheid van zich afschuift
4. INVESTEER IN MONITORING EN KENNISOPBOUW Goed beleid vraagt kennis. Toch ontbreekt vandaag een precies beeld van het erfgoedvrijwilligerswerk. Door dit vrijwilligerswerk regelmatiger te monitoren, worden trends en het potentieel zichtbaarder en kan ondersteuning beter worden afgestemd. Kijk daarbij niet alleen naar aantallen, maar ook naar motivatie, draagkracht, diversiteit, administratieve lasten en ondersteuningsbehoeften. Het gaat tenslotte om de grootste erfgoedgemeenschap van Vlaanderen.
5. GEEF ERFGOEDVERENIGINGEN GROEIKANSEN De voorbije jaren verdwenen of verminderden verschillende bovenlokale subsidies voor erfgoedverenigingen, zoals de provinciale subsidielijnen en de regelingen uit het vroegere beleid rond volkscultuur. Sommige erfgoedcellen geven projectsubsidies, maar die steun is tijdelijk en er zijn ook steden of regio's zonder erfgoedcel. Voor de noodzakelijke structurele ondersteuning zijn verenigingen vandaag meer dan ooit aangewezen op hun lokale besturen. Vooral geschikte én betaalbare lokalen zijn een grote nood. Om te vergaderen en publieksactiviteiten te organiseren, maar ook om collecties of ander verenigingsmateriaal te bewaren. Ook voor financiële steun zijn vele verenigingen op de lokale overheid aangewezen. Alleen werken vrijwilligersverenigingen niet altijd strikt lokaal. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde erfgoedtijdschriften, aan regionale en zelfs provinciale (koepel-)verenigingen of collecties met een regionaal belang. Het gevolg is dat deze verenigingen soms vast komen te zitten binnen de grenzen van hun eigen gemeente, waardoor ze
Portret door Femke den Hollander van een erfgoedvrijwilliger voor het boek 'Het geheugen van Vlaanderen'.
onvoldoende kansen krijgen om te groeien of te experimenteren. Het loont de moeite om over de taalgrens te kijken. In Wallonië kunnen instellingen, die hoofdzakelijk draaien op de inzet van vrijwilligers of één enkele betaalde arbeidskracht, een beperkte forfaitaire subsidie ontvangen, specifiek bedoeld om hen de ademruimte te geven om door te groeien naar een bovenlokale werking. Tegelijkertijd moet erover gewaakt worden dat vrijwilligersinitiatieven overgestimuleerd worden om te groeien en te ‘professionaliseren’. Dat kan fnuikend zijn voor de passie die het verenigingsleven typeert én net zo aantrekkelijk maakt. ■
» Eva Wuyts is algemeen coördinator bij Histories. Gregory Vercauteren is coördinator beleid en adviseur (boven)lokaal erfgoed | erfgoedcellen bij FARO.
73
MIJN ERFGOED
» Door: Roel Daenen | Foto mijn erfgoed: © Tijs Vanneste / Lisse Habraken, portretfoto: © Tijs Vanneste
“Ik wil dat schilderij!”
74
V
Erfgoed is voor iedereen betekenisvol en relevant. Bekende landgenoten vertellen over ‘hun’ erfgoed. Tijs Vanneste, tattooartist, tv-maker, muzikant en presentator, vertelt over het schilderij waardoor hij en zijn vrouw elkaar leerden kennen.
ijftien jaar geleden zat ik in een echtscheiding. In die periode ging het echt niet zo goed met mij. Hoewel ik toen pas een vaste benoeming in het onderwijs had gekregen, wist ik dat ik helemaal opnieuw wou beginnen. Velen verklaarden me gek, maar ik heb die vaste benoeming toen geweigerd. Ik wou tatoeëren, muziek maken en schilderen! Kunst was en is nog altijd mijn grote passie. En toen, in die donkere periode, zag ik op het internet een prachtig schilderij. Heel abstract, in levendige kleuren geborsteld en met twee dwalende figuren die rondzwemmen in een spiraalachtige vorm. Het kobaltblauw trof me meteen. Intuïtief als ik ben zei ik tegen mezelf: ‘Ik wil dat schilderij!’ En dus mailde ik de kunstenaar, ene Lisse Habraken. Die antwoordde me dat ze een tentoonstelling organiseerde, en dat ik maar moest langskomen. Ik ben weliswaar zeer sociaal, maar zo’n vernissage met veel volk zag ik op dat moment niet zitten. Waarop ik haar terugmailde en zei dat ik het direct wou kopen. En of ze het niet wou komen afgeven? Zo gezegd, zo gedaan. We spraken af in café Jazzoet in Mol, al wist ik niet hoe ze
eruitzag. Lisse Habraken had evengoed een vrouw van tachtig of een meisje van twintig kunnen zijn! (lacht) Toen ik aan de toog ging zitten, kreeg ik het gezelschap van een vrouw. Het bleek Lisse, evenwel zonder schilderij. Ze wou eerst weten naar wie haar werk zou gaan. We hebben toen de hele avond en een flink stuk van de nacht gebabbeld. Later heeft ze het schilderij dan toch naar mij thuis gebracht. En … van het een kwam het ander. Nu zijn we vijftien jaar en drie kinderen verder en een geweldig goed team samen. En dat werk? Dat hangt op een centrale plek in ons huis, goed zichtbaar in de hall: iedereen die op bezoek komt krijgt het dus te zien. Desgewenst met dit verhaal erbij. Als je in een soort van voorbestemming gelooft (wat ik voor alle duidelijkheid niet doe), zou je kunnen zeggen dat wij twee die dwalende figuren zijn – op zoek naar elkaar, maar zonder dat we het goed en wel beseften. Het is me zeer dierbaar en ik hoop dat mijn kinderen het ook zullen koesteren.” ■ » www.tijsenlisse.be
Doe je mee ? Meer info en inspiratie op erfgoeddag.be
Nieuwe inzichten binnen handbereik FARO brengt kennis, ervaring en perspectieven samen. Ook in onze podcasts. Je ontdekt er verhalen uit de erfgoedpraktijk, hoort internationale stemmen en krijgt concrete tips om zelf mee aan de slag te gaan. Voor als je je blik wilt verruimen, een vraag verder wilt uitdiepen of gewoon nieuwsgierig bent. Luister waar en wanneer het je past. faro.be/faro-podcasts en via je favoriete podcastplatform