Extremis gained an international reputation as a trendsetter in outdoor furniture in just a few years, and this success story is closely linked to the inspired personality and ideals of its entrepreneur-designer. More than anyone else, he takes his inspiration from a committed and creative vision of design. He not only devotes his attention to material needs, but also explores ways of responding to socially relevant issues. He considers contemporary design more than simply a matter of trendy and attractive objects; it is all about innovative solutions that can make the world a better place. Since 2007 Dirk Wynants Design Works or (dw)2 has been an independent entity and is open to design assignments from outside Extremis. Since Extremis was launched in 1994, Dirk Wynants has won countless international awards (e.g. the Henry Van de Velde Award, the iF and Red Dot Awards, Good Design, IDEA, DME and so on).
Dirk Wynants
The design critic Chris Meplon has been keeping a close eye on the Belgian and international design scene for years. Her purpose in this book is to discover the secrets behind the unique success story of the pioneering Extremis company. She presents a portrait of Dirk Wynants as an inspiring role model for young designers and entrepreneurs. She also challenges him with twenty incisive questions. Isn’t functionality a thing of the past? Isn’t Good Design a rather paternalist notion? Does the present-day consumer really know what he wants? The designer’s precise answers provide a mass of information for all those who truly want to learn something about the sense and nonsense of design.
Designer
Dirk Wynants (1964) is the founder and owner of Extremis, the innovative Belgian design label. He is also the company’s head designer and devised the powerful branding concept ‘Tools for Togetherness’.
Dirk Wynants Designer
”I’ve always been attached to the globe.”
Dirk Wynants Designer
Written by
Chris Meplon
De Picnik is oersterk, er kwam geen photoshop te pas aan deze foto!
3
woord vooraf Je laat maar één keer een eerste indruk na, zo luidt het cliché. Het eerste beeld dat ik van Dirk Wynants opving, blijft op mijn netvlies gebrand. Dirk liep in de Avenue Montaigne in Parijs blootvoets aan de overkant van de straat: een boom van een vent, wuivende haarlokken incluis, onverstoord en dromerig voor zich uitkijkend. Hij was die dag ‘s morgens vroeg om vier uur vertrokken uit Gijverinkhove met een volle vrachtwagen meubels, die hij de hele dag lang had opgesteld. Dirk was namelijk uitgenodigd om bij een startevent voor de Parijse designweek ons land te vertegenwoordigen. De hele opstelling was buitengewoon knap om zien, of liever om te ervaren, want dra werden de Gargantua, de Picnik, de Donuts, de Hopper en andere ‘Tools for Togetherness’ op vlotte manier in gebruik genomen door het gezelschap op deze happening. Het leek alsof het meubilair er reeds jaren stond en het paste wonderwel zowel in het somptueuze interieur als op het gedetermineerde binnenterras. De fundamentele authenticiteit van Dirk, die uitstraalt in zijn ontwerpen en in elk detail van de uitvoering ervan, geven zijn meubels een pretentieloze klasse die zich uit in een universeel taalgebruik. De ontwerpen van Dirk maken geen salto’s, roepen niet ‘kijk mama zonder handen!’, maar blijven stevig met de voeten op de grond, waar ze blootvoets het minste detail aanvoelen. Ze zijn gedragen door genetisch doorgegeven vakmanschap, meermaals herkauwd en gefilterd om de essentie maximaal aan bod te laten komen. Met een andere cliché beweer ik al eens grappend dat het beroep van uitgever het mooiste beroep ter wereld is. Bij elk boek en zeker bij elke monografische uitgave van een artisitieke persoonlijkheid mag ik mee terugblikken en ook een eind meestappen op het bochtige pad, meestal bergop, van een lonely rider. Steeds een verrijkende ervaring, maar tegelijkertijd een toetssteen voor de waarden die ikzelf meen te mogen koesteren. Het rake manuscript van auteur Chris Meplon verdient alle lof. Het typeert en illustreert bijzonder juist de leefwereld van Dirk, waarin ik door zovele gemeenschappelijke aspecten een zusterziel meen te ontdekken. Dat gevoel zal allicht groeien bij meerdere lezers, omwille van vele uitingen van basiswaarden waar Kempen, Westhoek of België enkel een toevallig decorum zijn. Het is een heerlijke ervaring om met dit boek het begrip design als een ‘witte‘ reuzenparasol te leren kennen, waaronder alle universele waarden elkaar warm gezelschap houden. Jaak Van Damme Uitgever
EEN DESIGNER-ENTREPRENEUR MET EEN VERHAAL
‘Het wordt toch geen boek met allerlei anekdotes over mezelf?’, had hij bezorgd geïnformeerd nadat ik hem mijn eerste vragenlijst had voorgelegd. Die reactie typeert hem. De overdreven personencultus rond designers leidt vaak de aandacht af van de thema’s die er echt toe doen. Frivole vragenlijstjes over hun interieur, hun lievelingskapper, favoriete merken, rare trekjes of schoenmaat bevredigen zonder twijfel de nieuwsgierigheid, maar ze zetten niet aan tot beter nadenken over reële behoeftes. En laat dat laatste nu net een prioriteit zijn in wat Dirk Wynants als zijn verantwoordelijkheid als designer ziet. In een aanhoudend klimaat van begripsverwarring valt het op dat hij vastberaden een consequente, voor iedereen begrijpelijke visie op design verdedigt. Hij aarzelt niet om een didactische en ethische invulling te geven aan het begrip. Een designer is voor hem een man of vrouw met een missie. Het is iemand die meerwaarde wil creëren door met vernieuwende oplossingen te komen, die zijn creativiteit ten dienste wil stellen van een betere en duurzame leefwijze en leefwereld. Dat alles veronderstelt veel meer dan mooie vormgeving alleen. Het heeft onder meer ook te maken met juiste ecologische, ergonomische, sociale en economische keuzes. In vergelijking met veel van zijn collega-designers neemt Wynants een wat ongewone positie in.
6
Het is vooral atypisch dat hij zelf aan het hoofd staat van het bedrijf dat tot nu toe de bekendste van zijn ontwerpen in productie bracht. Hij heeft dat bedrijf, Extremis, zelf opgericht. Het is niet iedereen gegeven om de rollen van creatieve ontwerper en succesvolle ondernemer te combineren. Ten eerste zijn er uiteenlopende vaardigheden mee gemoeid die je zelden in één en dezelfde persoon verenigd ziet. Ten tweede leiden de schijnbaar tegenstrijdige belangen van ontwerpers en ondernemers klassiek tot spanningen. Aan de ene kant willen designers zo origineel en vernieuwend mogelijk uit de hoek komen, ook als het publiek hun ideeën maar raar vindt en niet kan volgen. Aan de andere kant houden ondernemers (eventueel editeurs of fabrikanten) hun zakencijfer nauwgezet in de gaten, ze willen geen risico’s nemen met ideeën waar het publiek niet klaar voor is. In het ideale, complementaire samenwerkingsscenario houden de twee partijen elkaar in evenwicht, maar in de praktijk lopen de relaties tussen designers en fabrikanten soms snel op de klippen. Hoe komt het nu dat Wynants de regie volledig zelf in handen heeft? En slaagt hij er in om het evenwicht en het overzicht te bewaren als hij het veld van twee verschillende kanten moet kunnen bekijken? We moeten zijn situatie natuurlijk niet uitzonderlijker maken dan ze is. Hoewel hij tot een minderheid behoort, is hij lang niet de enige designer met een sterk profiel van entrepreneur. Andere markante voorbeelden zijn de Brit Tom Dixon of de Nederlander Marcel Wanders. Tom Dixon is er bijvoorbeeld van overtuigd dat een designer in het hart van een bedrijf moet kunnen opereren, als eigenaar of mede-eigenaar, om efficiënt te zijn. Die overtuiging is bij hem gestoeld op slechte ervaringen als externe designer voor toonaangevende Italiaanse meubelfabrikanten in de vroege jaren 1990. Dixon trok zijn conclusies en ontwikkelde een alternatief bedrijfsmodel om zijn machtspositie te versterken. Zo werd hij de baas van het merk dat zijn naam draagt. Maar de carrière van Dirk Wynants is niet geïnspireerd op die andere voorbeelden. Zijn parcours is authentiek. Hij zocht en vond zijn eigen weg. Om zijn beweegredenen beter te kunnen plaatsen, is het de moeite waard om wat dieper op zijn voorgeschiedenis in te gaan. Voor alle duidelijkheid, het is echt niet de bedoeling om lukraak enkele sensationele jeugdanekdotes op te diepen ter bevordering van mediagenieke imagovorming. Het gaat om een particulier levensverhaal, een soort logisch Bildungsverhaal dat een interessant licht werpt op veel van zijn latere keuzes en beslissingen en helpt begrijpen waarom hij vandaag staat waar hij staat.
Picnik 2002
8
VROEGE LEERSCHOOL DE SCHaafBaNK vaN vaDEr voor wynants begon alles zeer vroeg. Hij werd geboren op 9 mei 1964 in Turnhout en groeide op in Gierle in de Kempen als oudste zoon van een meubelmaker. Een van zijn vroegste herinneringen is dat hij als klein joch naast zijn vader aan de schaafbank staat en mag helpen aan de machine. Hij is trots als een pauw. In een eerste fase van zijn kinderjaren had zijn vader thuis een kleine werkplaats waar hij in zijn vrije tijd kasten maakte voor familie. Er was in die dagen veel vraag naar afdekroosters voor de toen modieuze convectorputverwarming. De roosters bestonden uit allemaal houten latjes die geschaafd moesten worden. Dat werkje sprak tot de verbeelding van het jonge kind. als vader van huis was, werd zijn werkhuis het speelterrein van zijn zonen. Ze zaten er uren te knutselen. Hun favoriete bezigheid was vliegtuigjes bouwen. Een enkele keer timmerden ze een volledig vliegtuiginterieur waarin ze hun imaginaire vluchten rond de wereld maakten. Ze landden pas weer in de realiteit als vader thuiskwam en zich erg boos maakte omdat zijn gereedschap overal rondslingerde. In 1978 besloot vader alois wynants om zelfstandig een meubelmakerij en schrijnwerkerij te beginnen. Die beslissing had veel impact op het hele gezin en in het bijzonder op de oudste zoon Dirk. De fiere kleine helper werd nu regelmatig na schooltijd als extra werkkracht ingeschakeld. vader stond er alleen voor en hij kon alle hulp gebruiken. Iedereen stak een handje toe, ook de drie jongere broers voor zover ze bepaalde klussen op hun leeftijd al aankonden. Dat was de gewone gang van zaken in een kleine familiezaak. op zijn veertiende had Dirk het erg druk op woensdagmiddagen en zaterdagen. Hij leerde betondraad vlechten voor het nieuwe werkhuis dat gebouwd werd. Hij leerde machines instellen. Hij hielp zes meter lange planken en zware eiken trappen dragen. Hij zaagde stookhout. Standaard op vrijdagavond hielp hij bij de schoonmaak van het atelier: zaagsel natmaken, rondstrooien, opvegen…machines openen en schoonzuigen. ook met de administratieve taken van een zelfstandige maakte hij noodgedwongen kennis. Zijn vader kon niet typen en rekende op zijn twee oudste zoons om offertes en facturen te typen. Dirk had al als 9-jarige blind leren typen op school met Scheidegger. In het begin viel het allemaal best nog mee, maar met de jaren groeide de zaak en daarmee ook het aantal werknemers en facturen. voor Dirk en zijn broer die een jaar jonger was, werd boekhouding een heuse job na de schooluren. ‘Niet altijd met het grootste enthousiasme uitgeoefend’.
9
op zijn vijftiende stond hij voor het eerst in zondags pak met zijn ouders op een woonbeurs in antwerpen. Gewapend met een prijslijst gaf hij enthousiast informatie over deuren, balken, plafonds per lopende meter. op zijn achttiende reed hij rond in auto om de offertes naar klanten te brengen. Nog voor z’n 19de verjaardag had hij een vrachtwagenrijbewijs zodat hij ook zelf kon leveren. Het lijkt bepaald geen prettig bestaan voor een opgroeiende tiener, maar het waren andere tijden. ouders stonden veel minder stil bij de vraag of hun opgroeiende kinderen wel voldoende vrijheid kregen om zich te ontwikkelen in de richting die het beste bij hen paste. Net zomin als ze overbezorgd waren over allerlei risico’s in verband met veiligheid of gezondheid. Zo had vader wynants aanvankelijk geen spuitcabine. Hij wachtte tot het personeel ’s avonds weg was om in het werkhuis te kunnen lakken en vernissen. Het gebeurde wel vaker dat zijn twee oudste zoons, die erbij werden gehaald, stomdronken werden van de vernisnevel. ook de primitieve rooktechnieken met ammoniak om eiken meubels een verouderd effect te geven, vond men normaal. Er werd gewerkt zonder bescherming en met tranende ogen. De jongens waren geen kniezers. Maar wat ze echt wel erg vonden, is dat ze geen leuke vakantiejobs konden doen omdat er thuis zoveel werk was. Ze waren goede wedstrijdzeilers. De kleinzeilerij was hun belangrijkste uitlaatklep in hun vrije tijd. wynants weet nog goed hoe hij ooit een onweerstaanbaar aanbod kreeg om tijdens de zomermaanden als windsurfinstructeur bij Club Med aan de slag te gaan. Maar dat mocht dus niet. Een zware domper. Hij stond te trappelen om weg te kunnen, een stukje van de wereld te zien. Later zou hij de schade inhalen en ontzettend veel reizen. ‘Ik kreeg een enorme technische en zakelijke bagage mee’, maakt hij achteraf de balans op. Maar de keerzijde ziet hij ook. Zijn uitstekende praktische leerschool was ten koste gegaan van culturele bagage. op dezelfde leeftijd dat enkele andere vooraanstaande Belgische designers door hun vader op sleeptouw genomen werden van de ene belangrijke tentoonstelling naar de andere, stond wynants achter de machines. Zoon van een kunstenaar of zoon van een ambachtsman. Het is een heel ander vertrekpunt.
STUDIE. ABSTRACT EXPERIMENT VERSUS KRITISCHE PRODUCTIE Op de middelbare school, waar hij een handelsrichting volgde, had hij uitgeblonken in informatica. De studieadviesdienst had hem aangeraden om daarin verder te gaan. Dat was geen gek voorstel, want programmeren sprak hem aan en het was een branche met toekomst. Maar hij was opgegroeid met de vanzelfsprekende verwachting dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden. Het logo van de ouderlijke meubelmakerij bestond niet voor niets uit twee eikenbladeren met vier eikels. Zijn moeder had altijd de droom gekoesterd dat haar vier zoons ooit samen het bedrijf van haar man zouden voortzetten. Dat was naast een andere grote droom voor haar vier telgen, vertelt de ontwerper glimlachend: dat ze alle vier een klassiek instrument zouden leren bespelen om samen een kwartet te vormen. (Hij had wel willen drummen of saxofoon spelen, maar toen hij verplicht werd om klarinet te leren, ‘werd het geen succes’). Het stond voor het echtpaar Wynants in de sterren geschreven dat hun oudste een opleiding zou volgen die nuttig was voor de zaak. Zijn vader dacht dat een gediplomeerd binnenhuisarchitect de professionele uitstraling ten goede zou komen en vertrouwen zou wekken bij de klanten. Dus werd het binnenhuisarchitectuur. Toen Wynants zich in 1983 aanmeldde voor het eerste jaar aan de Sint-Lucas Hogeschool in Gent, wist hij niet echt waaraan hij begon. Sint-Lucas was met zijn uitgesproken artistieke oriëntering heel iets anders dan de Kempense meubelmakerij. ‘Ook al wist ik alles van rustieke balken, plafondjes en stijldeuren, ik was nog ontzettend groen. Tijdens die opleiding ging een hele wereld voor mij open’, zegt hij. Hij zal de eerste les kleurstudie in zijn eerste jaar nooit vergeten. De studenten kregen de opdracht om met aquarelverf één kleur te analyseren. Maar bij gebrek aan artistieke voorkennis was het principe van abstract experimenteren met kleuren hem volslagen vreemd. Hij schilderde naïef een tafereeltje met golven en een windsurfer. Gelukkig pikte hij heel snel nieuwe kennis op. En zijn voorsprong op technisch vlak was een niet te versmaden troef. Hij bood zijn medestudenten graag technische hulp en in ruil bezorgden ze hem keurige lesnotities. Hij was geen modelstudent. Daarvoor ontbrak het hem vaak aan geduld. Zo was urenlang stilzitten aan een tekentafel om te schetsen of maquettes te bouwen nooit echt zijn ding . De kritische docenten hadden trouwens de onhebbelijke gewoonte om zulke maquettes waarop je zo lang moest zwoegen meteen uit mekaar te halen. In plaats van zich nodeloos uit te sloven, stortte hij zich liever op het Gentse uitgaansleven. Voor de jury van het beslissende praktijkexamen maakte het blijkbaar allemaal niet veel uit. Hij sloeg zich overal vlotjes door.
Abachus 2009
11
EEN OPLOSSINGGERICHTE
13
ZOEKER
Hij had snel begrepen dat hij na zijn studies geen interieurs zou tekenen. De cursus meubelontwerp sprak hem veel meer aan. Hij had er altijd de hoogste cijfers voor en kon het uitstekend vinden met de docent meubelontwerp, de heer Van Fleteren, die zijn vak aanstekelijk wist te brengen en erg enthousiast was over Wynants’ ontwerpen. Zijn afstudeerontwerp was een kastje waarbij je de deur zowel links als rechts kon opendraaien. ‘Bij de plaatsing van een deur wordt meestal voor altijd bepaald langs welke kant je ze opent. Dat kan in sommige situaties vervelend zijn. Ik wou daar een oplossing voor vinden. Ik zocht een handige manier die toeliet om zelf te kiezen hoe je de deur opendeed’, legt hij uit. ‘Mijn ontwerp was heel eenvoudig maar ook toen al was het meer een halve uitvinding dan een zoektocht naar mooie vormen. Ik zocht geen uitgesproken filosofische of esthetische invalshoek zoals sommige medestudenten. De vorm was gewoon een gevolg van de technische innovatie die ik nagestreefd had. In mijn latere ontwerpen is dat gebleven’. Ook zijn thesis kondigde al interesses en denkpistes aan die hij opvallend trouw zou blijven. In plaats van een onderwerp te kiezen dat in de smaak viel van een promotor en daardoor meer garantie bood op een goed cijfer, waagde hij zich aan een onderzoek dat te maken had met de commercialisering van meubels en met koopgedrag. Dat was allesbehalve een voor de hand liggend onderwerp aan Sint-Lucas, waar men de studenten veeleer wilde aanmoedigen om kunsthistorische, filosofische en poëtische vragen te stellen. Wynants was meer geneigd om aansluiting te zoeken bij de realiteit die hij kende. Hij hoopte antwoorden te vinden op vragen die hij zelf relevant vond en waarmee hij worstelde. Waarom kochten zoveel mensen rustieke keukentjes? Waarom voelden ze zich aangetrokken tot lelijke en slecht ontworpen dingen? Vanwaar hun voorkeur voor kitsch? Welke mechanismen spelen bij een aankoopbeslissing? Het was voor hem toen al een evidentie dat een goed ontworpen product ook een goed verkopend product moest kunnen zijn. ‘Dat is nog altijd een basisprincipe bij mij. Een goed product moet alles in zich hebben, ook dat het verkocht kan worden. Anders heeft het geen bestaansreden. Onderzoek en experiment verdienen natuurlijk een plaats. Ze zijn belangrijk zoals de Formule 1 voor de auto-industrie of de ruimtevaart voor de voedselindustrie, maar het gaat dan om een laboratoriumfunctie. Als ontwerper zie ik ze niet als een doel op zich.’ Het kostte hem moeite om een promotor te vinden. Toen hij uiteindelijk iemand vond, kreeg hij te verstaan dat hij mocht doen wat hij niet kon laten, maar dat hij geen inhoudelijke begeleiding moest verwachten, laat staan enthousiasme. Hij kreeg een voldoende zonder veel verdere commentaar. ‘Commerciële interesse’ stond bij Sint-Lucas nu eenmaal niet hoog aangeschreven. In zijn thesis waren typische elementen van zijn latere denkwijze in de kiem aanwezig. Zijn titel was: ‘De kritische productie’. Al in zijn inleiding verduidelijkt hij zijn visie op de rol van de designer. De designer, zo schrijft hij, heeft een vanzelfsprekende verantwoordelijkheid tegenover de producent en de consument. Hij heeft de plicht om produceerbare en verkoopbare producten te ontwerpen. Hij pleit er voor dat de designer zijn product van veel verschillende kanten bekijkt en een evenwicht zoekt tussen meer artistieke, functionele, constructieve, productietechnische, wetenschappelijk innovatieve, sociale en zakelijke aspecten. Het moreelethische kantje is er ook al: hij is erg streng in zijn oordeel over de mechanismen van de wegwerpmaatschappij. Tijdens zijn opleiding had hij een wereld leren kennen waarin individuele expressie en artistiek experiment als het hoogste goed werden geprezen. Maar niemand had hem verteld hoe die wereld te rijmen viel met het bedrijf van zijn ouders, waar volgens de familieplannen zijn professionele toekomst lag. Dat was een vraag waarop hij zelf het antwoord zou moeten vinden.
Woodstock 2005
14
OP VERDERE VERKENNING EErSTE wErKErvarINGEN
15
Toen hij afgestudeerd was, wou hij nog niet onmiddellijk bij zijn vader aan de slag. Hij vond het essentieel om eerst elders ervaring te kunnen opdoen. Zijn allereerste job was een gelukstreffer. Zeer uitdagend en boeiend. Hij werd tijdelijk aangeworven bij een amerikaans farmaceutisch bedrijf. omdat hij wist dat hij binnen afzienbare tijd opgeroepen zou worden voor de toen nog verplichte legerdienst had hij zich niet al te veel zorgen gemaakt over wat voor job het zou zijn. Tot zijn verrassing werd hij onmiddellijk in het bad gegooid en belast met de complexe taak om een kantoorverhuis te begeleiden. Het was een erg grote verantwoordelijkheid voor een pas afgestudeerde, maar zo maakte hij grondig kennis met de mentaliteit en de organisatiestructuur van een multinational. Hij leerde meteen ook de nodige assertiviteit aan de dag te leggen in een omgeving waar de voertaal Engels was. Hij had gehoopt dat hij van zijn legertijd ook nog een nuttige periode zou kunnen maken door zijn frans bij te schaven, maar hij werd na korte tijd al naar een Nederlandstalige kazerne overgeplaatst. Toch vindt hij dat hij ook daar iets waardevols heeft opgestoken. ‘Het leger brengt je op een unieke manier in contact met de breedste doorsnee van de totale bevolking. Dat is erg uitzonderlijk, want in de meeste andere omstandigheden ga je om met gelijkgezinden, mensen met wie je veel meer gemeen hebt. Ik vond dat een confronterende les’. Nadat hij afgezwaaid was, vond hij een baan bij een keukenfirma. Het was een job waarvoor hij harde verkooptrainingen moest volgen, het soort job waarmee een goede verkoper veel geld op commissie kan verdienen. Keukens ontwerpen was totaal bijkomstig. Hij deed het niet lang. Dat was niet het soort werk dat hem voldoening kon geven. Zijn volgende job was financieel minder interessant, maar de opdracht lag hem veel meer. Hij was intussen zijn vrouw en voormalige studiegenote aan Sint-Lucas, Hilde Louwagie, gevolgd naar haar woonplaats in west-vlaanderen. Zo kwam hij bij het bedrijf Top Mouton in de verre west-vlaamse uithoek Proven terecht. Hij werd daar aangeworven als toonzaalverantwoordelijke en mocht beslissen over de aankoop van meubelcollecties. wynants was nog altijd geboeid door het onderwerp van zijn thesis, de commercialisering van designmeubels. Top Mouton was als monument in de interieurbranche een ideale omgeving om de markt van het designmeubel beter te leren kennen. Ivan Top, zijn werkgever, had nauwe persoonlijke en professionele banden met belangrijke Italiaanse designmeubelfabrikanten. Hij kende ook hun interne keuken en was goed op de hoogte van de problemen waarmee zelfs toonaangevende Italiaanse designmerken zoals Cassina of B&B Italia in hun beginjaren hadden geworsteld. wynants vond al die verhalen fascinerend en stak er veel van op. Het was kostbare informatie uit de praktijk die op school niemand belangrijk gevonden had: ‘Je eerste werkervaringen zijn cruciaal als leerschool. Ze vormen een essentiële aanvulling bij de basis die je in je opleiding meekrijgt’. Hij vindt het zonde als hij merkt dat jonge afgestudeerden absoluut een job willen kiezen in functie van het hoogst mogelijke loon. Hij geeft iedereen onder de dertig de raad om alleen jobs te kiezen die je in staat stellen om inhoudelijk te groeien en bij te leren. ‘als ik het echt allemaal in mijn eentje had moeten uitzoeken, hoe je als agent met dealers omgaat, hoe je persrelaties onderhoudt - dan was me dat misschien nooit gelukt. Zonder voldoende voorkennis stapel je de ene fout na de andere op. Ik kreeg inzicht in alle inspanningen die de fabrikanten doen om hun producten op de markt te zetten. Ik zag een heleboel voorbeelden, ook slechte voorbeelden, waarvan je soms nog het meeste leert.’
16
OP EIGEN BENEN HET ECHTE LEVEN BEGINT AAN DERTIG
G
17
Hij richtte binnen Top Mouton het succesvolle distributiebedrijf Creadis op. Het beviel hem om agent te zijn van andere merken, maar na vijf jaar bij hetzelfde bedrijf, waar hij een soort plafond had bereikt, begon er iets te knagen. Hij had de leeftijd van dertig altijd gezien als een soort limiet om iets te proberen te bereiken. Hij had een goed loon, een mooie auto, voldoende aanzien, maar hij vond het niet oké om zich in die veilige en stabiele luxepositie te nestelen. Ging al dat comfort niet ten koste van grootsere plannen? Zou hij vroeg of laat geen spijt krijgen over dingen die hij niet had gedaan? Wat zou er worden van zijn stille droom om zelf meubels te ontwerpen? Op je dertigste moest je de stap zetten, vond hij. Hij wist wat hem te doen stond. Maar je gooit niet zomaar alle zekerheden overboord. Toch niet als je een gezin hebt met twee jonge kinderen en nog een derde op komst. Natuurlijk wou hij ontzettend graag een eigen meubelcollectie ontwerpen. Hij was ook bereid om risico’s te nemen, maar dan toch wel berekende risico’s. Het idee voor zijn eerste meubel werd hem ingegeven door zijn vrouw. Ze wilde graag een buitenmeubel en vroeg hem om eens rond te kijken. Hij zocht maar hij vond niets. Hij ontdekte dat goede meubelen voor buiten heel uitzonderlijk waren. Dat werd de aanzet tot de Gargantua. Het uitdenken van het designconcept vergde enige tijd. De moeilijkheidsgraad bij buitenmeubelen ligt hoog omdat ze bestand moeten zijn tegen weer en wind en in dat opzicht aan hogere eisen moeten voldoen dan interieurmeubelen. Hij wou zijn meubel bovendien volledig kunnen maken met de middelen die hij voorhanden had. De houten elementen voor de tafel maakte hij samen met zijn vader in diens meubelmakerij. De metalen frames liet hij maken in het metaalverwerkend bedrijf van zijn schoonvader, waar ook de eerste prototypes in mekaar werden gestoken. In april 1994 - exact één maand voor zijn dertigste verjaardag! - hield hij Extremis boven de doopvont. Hij had van zijn werkgever toelating gekregen om een eigen bedrijf in bijberoep op te starten. Hij begon bescheiden. Eerst het prototype, vervolgens een kleine reeks van vijf, dan tien, dan twintig stuks. Die eerste kleine reeksen waren verlieslatend, maar op basis van een zorgvuldige prijsberekening hoopte hij uit de kosten te komen als hij een serie van honderd stuks zou kunnen maken en verkopen. ‘Ik begon voorzichtig, met grote twijfels. Was er wel een slaagkans? Ik kende geen voorbeelden van nieuwe meubelcollecties die zomaar succesvol uit de grond gestampt werden. In de verlichting waren er wel enkele jonge Belgische bedrijven die het goed deden. Maar in het meubel helemaal niet. Ik had belangstellend een beloftevol nieuw Duits bedrijfje gevolgd. Hun kleine objecten hadden ontzettend veel succes en verkochten heel goed op beurzen. Maar toch waren ze over de kop gegaan. Ze waren slachtoffers geworden van hun succes. Ze hadden door de grote vraag ineens voor te veel stock moeten zorgen. Intussen hadden ze allerlei belangrijke zakelijke dingen verwaarloosd. Ik wilde met realistische verwachtingen beginnen. Het is goed om te beseffen dat de wereld niet op je producten zit te wachten. Dat kan je veel ontgoochelingen besparen. Alle begin is ongelooflijk moeilijk. Zelfs voor Apple zijn de beginjaren heel hard geweest.’ Zijn eerste tafels verkocht hij via Creadis. Hij had het prototype getoond aan zijn werkgever en die gaf toestemming om de Gargantua als een onderdeel van de Creadis-collecties voor te stellen. Na een half jaar in bijberoep hakte hij de knoop door. Hij nam ontslag om zich voltijds aan zijn jonge onderneming te kunnen weiden. De hele zomer al had hij in een voorlopig tuinhuis tafels gemonteerd. De omstandigheden waren een beetje primitief, maar hij was vastberaden om het zo professioneel mogelijk aan te pakken. Hij had verpakkingen met speciale verpakkingsbescherming ontworpen en besteld. Hij had zijn eerste computer gekocht, met Excel leren werken en een handleiding voor de installatie geschreven. Hij had foto’s van de tafel genomen en een brochure gemaakt. Hij had houtsegmenten en ijzeren onderstellen besteld. In het tuinhuis deed hij alles zelf. Of toch bijna alles. Het lukte niet om de tafelbladen zonder hulp in hun verpakkingsdoos te krijgen. Telkens als hij een blad gemonteerd had, moest hij zijn vrouw erbij roepen om het in de doos te steken. Ze was op dat moment zwanger van hun jongste dochter. Het zou nog duren tot 2005 voordat Hilde Louwagie, die nog in het bedrijf van haar ouders werkte, voltijds mee in het bedrijf van haar man zou stappen. Dat zou het begin worden van een succesvolle samenwerking die tot op vandaag perfect loopt.
18
TIMMEREN AAN DE WEG DE EERSTE BESTSELLER IN DE MAAK
Eerste prototype van de Gargantua in het allereerste atelier, 1994
19
Het tuinhuis als atelier was niet alles. Er moest worden uitgekeken naar een betere productie plaats. Hij kreeg de kans om een noodlijdend bedrijf over te nemen dat aanhangwagens maakte. Dat was interessant, want productietechnisch heeft een aanhangwagen een aantal dingen gemeen met de Gargantua. ‘Je vertrekt van metalen buizen die je moet zagen, boren, bewerken, mooi stevig lassen, galvaniseren en dan monteren met andere onderdelen’. Het bedrijf telde vijf werknemers. Dat was op slag een aanzienlijke werkcapaciteit. Met de meubels alleen zou het erg moeilijk zijn om die meteen ten volle te kunnen inzetten. Hij had een omweg nodig om het bedrijf snel schuldenvrij te maken. Door in te spelen op de grote vraag van architecten en interieurarchitecten naar fijn afgewerkt inox maatwerk, kreeg hij zijn bedrijf snel gezond. Klaar voor nieuwe investeringsmogelijkheden. Zijn eerste geesteskind, de multifunctionele tuintafel Gargantua, heeft vandaag een onwrikbare plaats in de toplijst van tijdloze Belgische designklassiekers. Het werd op korte tijd een internationaal succes en wel in die mate dat er intussen in heel de wereld kopies zijn opgedoken, vaak ook aanzienlijk minderwaardige kopies. Het model dat momenteel bij Extremis in productie is, verschilt niet erg veel van het prototype uit 1994. (Later zijn wel opties bijgekomen zoals kussens, rugleuningen en de Inumbra parasol). De Gargantua heeft een uitermate rationele en zakelijke kant. De relatieve eenvoud en economie van het ontwerp zijn een rechtstreeks gevolg van de technische, materiële en budgettaire beperkingen waarmee Wynants rekening moest houden tijdens de opstartfase van zijn onderneming. Hij kon zich maar één model, één kleur, één uitvoering en één afmeting veroorloven. Men zegt wel eens dat schaarste tot de grootste creativiteit leidt, de moeilijkste omstandigheden tot de beste oplossingen. In het geval van de Gargantua klopt dat ongetwijfeld. De ontwerper zette alles in op multifunctionaliteit en flexibiliteit. Het concept is tot in de puntjes doordacht. Geen enkel detail van de tafel is aan toeval overgelaten. Bij buitenmeubelen is het een evidentie dat de materiaalkeuze niet alleen maar een esthetische bedoeling heeft. De meubels worden blootgesteld aan weer en wind. De materialen van de Gargantua zijn daarnaast ook nog afgestemd op een hele reeks intelligente aspecten van gebruik, comfort, onderhoud, spaarzaamheid en duurzaamheid. Zo bestaat het middenstuk van het ronde tafelblad uit een vierkante plaat van geperforeerd roestvrij staal. Dat vergemakkelijkt de drainage en het wegspoelen van vuil. De achterliggende gedachte is dat we niet aan een intensieve schoonmaakbeurt willen beginnen als de zon plots te voorschijn komt en ons naar buiten lokt. Voor de bladranden zijn grote stukken hout gebruikt. Hier speelt de beleving een rol. Hout voelt warmer aan dan metaal. Dat maakt het als materiaal een stuk aangenamer voor de zones waar je lichaam in contact mee komt. Ook de waarde van de materialen vormde een bijzonder aandachtspunt. Om alle verspilling tegen te gaan, werden de afmetingen van de tafel afgestemd op de grootte van standaardplaten. Houtoverschotten werden in de productie ook doelbewust beperkt door kleinere stukjes hout voor de banken te gebruiken. Wynants getuigde al van een erg milieubewuste attitude door in 1994 FSC-gecertificeerde teak aan te kopen. De standaard voor verantwoord bosbeheer van het Forest Stewardship Council was nog maar een jaar daarvoor in het leven geroepen. (Later zou het teakhout van de Gargantua vervangen worden door FSC-gecertificeerd iroko). De poten en het onderstel zijn van gegalvaniseerd staal. Robuustheid en lange levensduur krijgen voorrang op de esthetische uitstraling. Een andere zowel praktische, economische als milieubewuste eigenschap van de Gargantua-tafel is dat ze makkelijk te demonteren is en in een beperkt volume te transporteren. Ook dat zal in de toekomst een consequente eigenschap worden van de hele Extremis-collectie.
De banken van de Gargantua hebben 4 verschillende zithoogtes.
22
GARGANTUA SYMBOOL VAN SAMENHORIGHEID
23
Gargantua anno 2012
Maar het blijvende succes van de Gargantua is niet zomaar een optelsom van louter rationele overwegingen. Ze ontleent haar aantrekkingskracht ook aan haar emotionele meerwaarde. Een ronde tafel bevordert door haar vorm het contact tussen de aanzittenden. De ontwerper heeft er alles aan gedaan om dat aspect van samenzijn en samenhorigheid te versterken. Door de verstelbare hoogte van de vier banken kunnen kinderen de voor hen meest comfortabele zithoogte kiezen. Ze kunnen met andere woorden op gelijke hoogte met de volwassenen deelnemen aan het tafelgebeuren. De afzonderlijk verstelbare zitbanken kunnen ook op dezelfde hoogte van het tafelblad worden gebracht. Dat schept de mogelijkheid om de hele tafel te vergroten, maar eventueel ook een deeltje van de tafel, zodat ook een rolstoelgebruiker of iemand die een gewone stoel verkiest boven een bankje makkelijk kan aanschuiven. Dat Wynants deze mogelijkheden heeft voorzien, getuigt van een scherpe aandacht voor de realiteit van het gezinsleven. Jong of oud, blakend van gezondheid of minder goed ter been, iedereen verdient zijn plekje als volwaardige deelnemer. Wynants ziet een designmeubel niet als een begeerlijk stijlicoon of een trendy glamourding. Hij maakt van het designmeubel veeleer een symbool van samenhorigheid. De Gargantua wekt het verlangen naar een zorgeloze, vriendschappelijke sfeer met familie, buren of vrienden, naar warmte, gastvrijheid en feestelijkheid. Dat is ook de boodschap die Wynants later zal overbrengen in de krachtige promotiebeelden voor de Gargantua. Het zijn beelden die je maar één keer hoeft te zien. Overenthousiaste kinderen in geruite schortjes steken gretig hun hand uit naar de goedlachse, blozende dame die met een hoge stapel verse wafels aankomt. Het landschap is idyllisch. Het tafereeltje is bewust overdreven. De geïdealiseerde voorstelling van onschuld en ongereptheid is met de nodige humor geënsceneerd. Maar ze raakt een gevoelige snaar. We worden teruggevoerd naar de dierbaarste momenten uit onze kindertijd, toen de zon altijd scheen en we nog allemaal samen waren. Wynants heeft de kracht van dat geïdealiseerde verlangen naar ongedwongen samenzijn heel goed aangevoeld. Hij zelf treedt op als regisseur bij de fotoshoots. Later zal hij de briljante slagzin bedenken waarmee hij zijn bedrijf zal differentiëren van zijn concurrenten. Op termijn zal het woord ‘tuinmeubel’ volledig uit het Extremis-vocabularium geschrapt worden. Extremis zal zich uitstekend weten te positioneren als een leverancier van ‘Tools for Togetherness’.
Door stoelen van binnen te gebruiken kunnen meer mensen plaatsnemen rond de tafel.
24 Gargantua voor iedereen
25
Maar dat zou nog een werk van lange adem worden. Halverwege de jaren 1990 was de designmarkt nog niet rijp voor buitenmeubelen. Buiten was een aparte categorie. In de meeste tuinen regeerden de teaksalons met krullen en de witte plastic stoelen. In het begin botste Wynants op ernstige problemen met distributie. Als hij aanklopte bij designspeciaalzaken reageerden ze weigerachtig tegenover iets dat niet voor het interieur was. Bij de tuinspeciaalzaken kon hij nog minder terecht.
NOOD WORDT DEUGD foCUS: PIoNIErSwErK Daar vonden ze design ‘veel te modern’. Het gebrek aan waardering voor goed vormgegeven buitenmeubilair vormde een uitdaging. Maar dat zou juist ook een opportuniteit blijken. Extremis kon een pioniersrol spelen. Op enkele jaren tijd slaagden ze er in om internationaal hun naam te vestigen als trendsetters. ‘Ik denk niet dat we hetzelfde succes gehad zouden hebben met interieurmeubelen’, zegt hij hierover. Dat hij er al vroeg bij was, een beetje te vroeg zelfs, vindt hij een logisch gevolg van zijn algemene designfilosofie. ‘Een goed product moet inspelen op een nood. Voor het interieur bestond er al ontzettend veel. In het buitenmeubilair waren nog immense hiaten’. De belangstelling voor goede buitenmeubelen zou stilaan op gang komen. Na 2000 zou de trend zich steeds duidelijker aftekenen tot hij een piek zou bereiken. Er zou steeds meer sprake zijn van een grensvervaging tussen indoor en outdoor waarbij de buitenruimte als een verlengstuk van het interieur werd gezien. ‘Er is inderdaad een periode geweest dat het een grote hype werd om meubilair voor binnen én buiten te maken. Plots dacht iedereen dat daar het grote gat in de markt zat. Maar vaak zonder besef van de specifieke moeilijkheden van buitenmeubilair. Je moet duurdere, resistente materialen gebruiken maar daartegenover staat dat de consument minder bereid is om veel te betalen voor dingen die buiten staan. De seizoensgebondenheid maakt je productie minder rendabel, want de consument blijft niet het hele jaar door geïnteresseerd. Tegelijk kun je nooit precies voorspellen wanneer het seizoen begint en moet je veel sneller kunnen leveren. Je hebt heel veel stock nodig. Zulke problemen zijn volgens mij nodig. Je moet er een oplossing voor vinden. Om de juiste oplossing te kunnen bieden, moet je die problemen wel heel goed kennen. Ik ben daarin stap voor stap gegroeid. Onze kracht lag in de kwaliteit van onze oplossingen.’
Extremis’ allereerste atelier gebouwd door 4 verschillende generaties!
28
UITBOUW VAN DE COLLECTIE WERKENMETEENEXTERNEDESIGNER
29
Na de lancering van de Gargantua had Wynants het erg druk met het runnen van de zaak. Al vanaf de prille start kwamen veel bestellingen uit het buitenland. Hij kreeg nu tot zijn vreugde ook de gelegenheid om veel te reizen. Aan ontwerpen kwam hij echter niet meer toe en hij besloot een beroep te doen op een externe ontwerper. Hij benaderde de Nederlandse ontwerper Arnold Merckx, die hij kende van Arco, Pastoe en Artifort. Het eerste voorstel van Merckx was een tafel. Maar Wynants wou als vervolg op de Gargantua, waarbij alle functies in één stuk waren samengebracht, nu graag een uitgebreid gamma, een volledig meubelprogramma waarin voor alle verschillende functies verschillende oplossingen bestonden: hoge tafels, lage tafels, stoelen, banken, ligbedden, chaises longues…heel veel opties, tot en met een werktafel met geïntegreerde barbecue. De Extempore-lijn van Arnold Merckx werd een modulair programma met een strakke, architecturale vormgeving, heel mooi en puur. De samenwerking tussen ontwerper en fabrikant verliep uitstekend, maar het ontwikkelingsproces had veel voeten in de aarde. Aluminiumextrusie was in de praktijk nieuw voor Wynants en er ging een intensieve zoektocht mee gepaard. Er werd in eerste instantie nogal wat tijd verloren met pogingen om plastic gietstukken als koppelstukken te gebruiken. Uiteindelijk werd naar aluminium gietstukken overgestapt. ‘Ik contacteerde een tiental verschillende fabrikanten en ging bij verschillende van hen op bezoek. Dat doe ik bij elk nieuw productieproces. Het is erg belangrijk want je krijgt van fabrikanten vaak tegenstrijdige informatie. De ene zegt dat iets Extempore 1998, design door Arnold Merckx
30
mogelijk is terwijl de andere hetzelfde volstrekt onmogelijk verklaart’. De Extempore-collectie werd in 1998 op de Biënnale Interieur In Kortrijk voorgesteld. De combinatie hout en aluminium voor buitenmeubelen was nog weinig bekend en voordien zelden of nooit succesvol op de markt gebracht. achteraf dook de combinatie ook bij veel andere merken op. Extremis liep op de trend vooruit, maar voor Wynants als ondernemer had de keuze van aluminium vooral ook te maken met strategische beslissingen. Hij wist hoe cruciaal het was om de meubelen bliksemsnel te kunnen leveren. Werken met aluminiumprofielen gaf die mogelijkheid. Er werd net zolang aan het productieproces gesleuteld tot alle onderdelen en details perfect op elkaar afgestemd waren en klopten. Het streefdoel was om de meest efficiënte manier te vinden om aan stockbeheer te doen en half fabricaten snel af te werken. Wynants gaat er terecht prat op dat de volledige Extempore meubellijn dankzij het principe van houten latten zo goed als zonder houtoverschot geproduceerd kan worden. Deze houten latten kunnen voor alle verschillende meubels in de lijn worden gebruikt. Ook bij de Extempore wordt alleen fSC-hout gebruikt. Net zoals bij de Gargantua hield wynants als bedrijfsleider optimaal rekening met heel veel verschillende aspecten. Zijn strategie bleek niet zo slecht. Extremis groeide met 300 %. Het Extempore programma werd nog uitgebreid met Extempore Still. Bij de Still-producten worden de houten latten van de zit- en rugleuningen vervangen door Batyline, een zeer sterk en weerbestendig weefsel van kunststof, en de tafelbladen door Laminam, een krasvrij met glasvezel versterkt keramisch materiaal. Dat maakt de Still-lijn prima geschikt voor zowel buiten als binnen.
31
32
PICNIK MET TWEE EENVOUD BEDRIEGT
33
FOCUS: HET ONTWERPPROCES In 2002 keken de estheten en minnaars van gestileerd minimalistisch design verrast op van een nieuwe aanwinst in de Extremis-collectie. De nieuwe Picnik-tafel voor twee was een co‑ontwerp van Dirk Wynants en Xavier Lust, de Belgische designer die veel bijval had geoogst toen zijn iconische Le Banc in 2001 in de collectie van het merk MDF Italia werd opgenomen. Op het eerste gezicht lijkt de Picnik een beetje atypisch in de Extremis-collectie. Het gehalte puur visueel genot ligt extra hoog. De manifeste poging om de vorm en de materialen tot het allernoodzakelijkste te herleiden lijkt ook meer afgestemd op een stedelijk publiek van designkenners. Toch zijn de vormgeving en de doelgroep ook hier goed te verklaren vanuit Wynants typische integrale visie op design en productontwikkeling. Het verhaal achter de stedelijke doelgroep is snel uitgelegd. ‘Door de groeiende internationale vraag kwam ik steeds vaker in het buitenland en zo ontdekte ik dat het Extremis-publiek geconcentreerd was in de grote metropolen’, zegt Wynants. ‘Ik beperkte mijn potentieel met alleen grote stukken’. Op basis van die informatie werkte hij een nieuwe briefing uit. Stedelingen leven op een beperkter aantal vierkante meters. Buitenruimte is grote luxe. Een kleine-tafel-mettwee-stoelen-combinatie voor een balkon zou een mooie aanvulling op de collectie zijn. Bij de Gargantua had hij zich laten inspireren door een studie uit de VS waaruit bleek dat gezinnen nog maar gemiddeld een kwartier per dag samen doorbrachten. Hij was toen op zoek gegaan naar hoe je dat zeldzame contact voor kinderen kon optimaliseren. Dit keer richtte hij zijn aandacht op de sociologische realiteit van het tweepersoonsgezin, de huidige meest voorkomende gezinsvorm. Het belang van een sobere vormentaal werd hem duidelijk tijdens een wandeling in Butler’s Wharf in Londen. ‘Ik was getroffen door de chaos op de balkons van gerenoveerde lofts. Het was er een rommeltje van meubels en andere spullen. Echt lelijk’. De architectuur smeekte om meer visuele rust en hij wou een oplossing bieden die zo neutraal en simpel mogelijk oogde. Dingen die er heel eenvoudig uitzien, zijn vaak het moeilijkste om te bedenken. Wynants voelt niet de behoefte om te schetsen om een idee vergevorderd te laten rijpen. Ruimtelijk denkvermogen biedt volgens hem meer vrijheid dan pen en papier. Hij maakte zijn eerste idee aanschouwelijk aan de hand van een eenvoudig blad papier dat hij met behulp van insnijdingen en plooien de functies gaf van een tafelblad annex banken. Hij wou dat op ware grootte uitwerken uit één standaardplaat aluminium. De ambitie om een perfect eenvoudig meubel te maken uit slechts één materiaal en één stuk herinnert aan de dromen van illustere voorgangers uit de 20ste-eeuwse designgeschiedenis. Ook in de meeste van die gevallen bleek de weg tussen droom en realisatie erg lang. De Panton-chair is een legendarisch voorbeeld. Verner Panton kwam al in 1960 met een eerste prototype van zijn eenvoudig ogende, S-vormige stoel voor de dag. Het duurde echter tot 1967 tot de eerste limited edition op de markt kwam. Het bleek geen sinecure om de eerste achterpootloze plastic stoel voor seriefabricage op punt te stellen. Door het zweefprincipe bleek hij telkens te kwetsbaar. Ook Wynants zou geduld moeten oefenen. De ludieke foto waarop hij acrobatisch met zijn volle lichaamsgewicht op het uiterste randje van het zwevende tafelblad van een Picnik balanceert, heeft terecht iets triomfantelijks. Het gaat hier niet om een goochel- of fotoshoptruc. De foto levert het harde bewijs: na een erg lange zoektocht heeft het tafeltje voor twee eindelijk de vereiste stabiliteit en stevigheid.
Pre-prototype Picnik 2000
36
WEERBARSTIGE PROTOTYPES Zijn eerste prototypes dateren nog van voor 2000. Als basis gebruikte hij een nog vroegere poging om een tafel-bankcombinatie voor vier te maken uit één plaat van 3x1.5 meter, wat echter niet meer plooibaar gebleken was. De halve versie voor twee bleek technisch wel haalbaar. Ze vulde perfect in wat hij op het oog had, maar nu ontbrak het de prototypes aan voldoende stijfheid. Er volgde een aantal pogingen om de gewenste stijfheid te bekomen, maar wat hij ook probeerde, hij kreeg het ontwerp niet in evenwicht. Ofwel moest hij het materiaal belachelijk dik maken om het recht te krijgen of hij moest allerlei verstevigingen aanbrengen, wat haaks stond op zijn uitgangspunt. Welke afmetingen, diktes, materialen of formaten hij ook koos, er was altijd wel iets loos. Meestal boog het zwevende deel te veel door. De prototypes oogden ook nog erg hoekig, lang niet zo mooi als de latere Picnik. Hij boekte enige vooruitgang in een prototype waarvan hij de randen omplooide. Dat maakte duidelijk dat de oplossing zou moeten komen van het vervormen van het materiaal. Zoiets had Xavier Lust al mooi vertaald in zijn ontwerp ‘Le Banc’. De plaatvervormende techniek die door Lust ‘vervorming van oppervlakken’ genoemd wordt, is vergelijkbaar met de lichte buiging die ervoor zorgt dat een stalen rolmeter horizontaal recht kan blijven staan. Wat Wynants wilde doen, was die buiging van Le Banc nu achtereenvolgens drie keer omdraaien, maar hij vond het gepast om zijn inspiratiebron voor deze techniek te erkennen. Hij besloot om gewapend met een papieren maquette naar Lust toe te stappen en hem te vragen of hij bereid was om de Picnik als co-designer te helpen realiseren. Eerst wilde Lust liever een andere oplossing zoeken, maar al snel werd duidelijk dat er geen beter alternatief te vinden was. Toen ook duidelijk werd dat Bruno Fattorini van MDF Italia geen bezwaar had, stemde Lust in. Intussen begon de tijd wel te dringen. Het was de vooravond van de Biënnale Interieur Kortrijk van 2002. Wynants wilde graag dat Extremis er een goede beurt maakte met dit sterke nieuwe ontwerp. Om meer schot in de zaak te krijgen schakelde Lust hetzelfde gespecialiseerde Luikse metaalverwerkingsbedrijf in dat ook Le Banc voor hem vervaardigd had. Hij wist dat de gespecialiseerde vakmensen van dat bedrijf uitstekend werk verrichten. De moeilijkheidsgraad van de Picnik lag nog een stuk hoger, maar er kon worden voortgebouwd op het traject dat al voor Le Banc was afgelegd. Onder begeleiding van Lust maakten ze de eerste prototypes die op Interieur te zien zouden zijn. ‘Ze zijn op de stand geraakt op de avond voor de opening van Interieur. Het waren gepoederlakte versies en ze waren letterlijk nog warm van in de oven’, vertelt Wynants. De Picnik tafel wordt gemaakt van de exacte helft van een 10 mm dikke aluminium standaardplaat, namelijk 1,5 x 1,5 meter. Later volgde ook nog een juniorversie, de helft van een ander standaardformaat van 1 x 2 meter. ‘De functionaliteit van 2 zitjes en een tafelblad uit zo’n vierkant vlak toveren is enkel en alleen mogelijk op de manier die voor de Picnik werd toegepast’, verzekert Wynants. Zoals de Picnik nu gemaakt wordt, is hij een schoolvoorbeeld van verantwoord materiaalgebruik. Er worden twee stuks gemaakt uit een standaardplaat. Het materiaalverlies is nul. Aluminium is sterk, duurzaam en ook nog 100% recycleerbaar.
37
DE ZOEKTOCHT EINDIGT NIET Soms reageren mensen verbaasd of een tikje verontwaardigd als ze merken dat bepaalde producenten materiaal- of productietechnische wijzigingen aanbrengen in beroemde designklassiekers. Dat gebeurt zelfs als de ontwerpers al overleden zijn. Maar dat kan eigenlijk moeilijk anders. Productie is onderhevig aan veranderingen van buitenaf. Nieuwe regelgeving, een veranderde marktsituatie, nieuwe bezorgdheden van consumenten of andere factoren maken nieuwe ingrepen noodzakelijk. Bepaalde grondstoffen of technieken kunnen verboden worden omdat ze schadelijk gebleken zijn voor mens en milieu. Een cruciale toeleverancier kan verdwijnen. Er kan sprake zijn van een te snel stijgende kost. Onder druk van zulke factoren verdwijnen vaak stukken uit productie. Tenzij de creatieve ondernemer permanent naar betere, aangepaste oplossingen blijft zoeken. Ook al is de huidige Picnik een hoogstandje en ook al is Wynants lang niet overtuigd dat er snel evolutie zal komen in de manier waarop de tafel geproduceerd wordt, hij sluit niets uit. Er zijn al enkele pogingen geweest om de Picnik ook in andere materialen uit te proberen. Voorlopig zonder het gewenste resultaat. Een van zijn leveranciers, een gespecialiseerde houtbuigerij, was overtuigd dat het meubel maakbaar was in hout. Maar zelfs bij een juniorversie was het resultaat absoluut niet stabiel genoeg. Een volgende stap kwam er onder impuls van Professor Ignaas Verpoest, die aan het hoofd stond van een onderzoeksgroep rond composietmaterialen aan de K.U. Leuven. Hij gaf enkele van zijn studenten de opdracht om te onderzoeken hoe het meubel vervaardigd kon worden uit composieten. In de praktijk strandde helaas ook deze poging. Te veel verstevigingen aan de onderkant tastten het oorspronkelijke concept aan. ‘Stel dat we de Picnik kunnen maken aan een lagere prijs, bvb. in een grote matrijs met injectie. Dat zou ik zeker overwegen. We hadden in het begin een juniorversie waar heel veel kleuterscholen en crèches belangstelling voor toonden. Maar de prijs was te hoog. We blijven erover praten. De kennis van composieten evolueert nog voortdurend. Maar de nieuwste composieten zijn voorlopig zo duur dat het resultaat daardoor nog duurder zou worden. Dat is uiteraard de bedoeling niet’, aldus Wynants. Het enige nadeel van aluminium is het probleem van de koude gevoelstemperatuur. Wynants voorzag voorlopig Dolly-schapenvachtjes om dat op te lossen. Na de presentatie in 2002 werd de Picnik met een indrukwekkende reeks internationale designprijzen bekroond. Hij is verkrijgbaar als binnen- of buitenversie. Hij is ook erg geliefd als projectmeubel. Het museumcafé van de Tate Modern in Londen of het terras van het Standard Hotel in New York zijn twee van de wereldberoemde plekken waar Picniks te bewonderen zijn.
Ontwikkelingsproces van de Picnik
Picnik 2002, design door Dirk Wynants & Xavier Lust
Qrater firedish: television of the jungle
42
ROYALE AFMETINGEN VLOT AAN HUIS GELEVERD
Woodstock 2005
43
FOCUS: TRANSPORT EN ECOLOGIE Vanaf de Picnik stijgt de frequentie van nieuwe producten. Met gemiddeld om de twee jaar grotere stukken en tussendoor ook kleine, handige producten die goed aanslaan zoals Qrater, een vuurschaal met grillaccessoires, of Woodstock, een mobiel opbergobject voor houtblokken. Naast bedrijfseconomische overwegingen heeft ook de deelname aan evenementen zoals de Biënnale Interieur in Kortrijk of de meubelbeurzen van Keulen en Milaan invloed. De mediaaandacht voor design is op enkele jaren tijd fel toegenomen. Het ritme wordt in de hele sector opgedreven, want een merk dat niet snel genoeg met nieuwigheden uitpakt, dreigt genegeerd te worden. Ook in de Belgische designwereld waait intussen een nieuwe wind. Naast Extremis zijn nog enkele andere jonge Belgische designmerken er in geslaagd om zich internationaal in de kijker te werken. Op Interieur Kortrijk wedijveren ze om de aandacht met fantasierijke stands. Extremis doet niet onder. Hun beursstanden maken telkens de tongen los. Een spraakmakend voorbeeld is hun presentatie op de meubelbeurs in Keulen van 2004. De nieuwe tafel Arthur wordt er gelanceerd in een sprookjesachtig decor, een wit bos. Na de intiemere Picnik voor twee zette Wynants opnieuw zijn zinnen op een symbool van samenhorigheid en gastvrijheid. Hij ontwierp een grote nieuwe tafel en huldigde daarbij dezelfde filosofie als Koning Arthur. Volgens de beroemde legende zaten de twaalf ridders aan een ronde tafel omdat de koning elke schijn van favoritisme of hiërarchie wilde vermijden. Aan een ronde tafel hoeft niemand aan het hoofd te zitten. Iedereen is gelijk en wordt even goed gehoord. Voordat hij de afmetingen van zijn tafel bepaalde, onderzocht Wynants wat de maximale afstand is waarop twee gesprekspartners elkaar nog goed kunnen verstaan. Volgens testen is dat ongeveer 2.50 meter. Hij ontwierp een tafel met een diameter van 2.40 meter voor 12 aanzittenden en ook nog twee kleinere formaten voor respectievelijk 10 en 8 personen.
Qrater 2004
84
45
FIFTH AVENUE Bij de hedendaagse, stapelbare Picnic-tafel had hij er over gewaakt dat het meubel door twee personen door een deur gedragen kon worden en in een lift geraakte. Zoiets mag dan de laatste zorg wezen van meer artistieke designers, voor Wynants is het van belang dat een product op korte tijd zonder grote hindernissen of exorbitante kosten bij de eindgebruiker geraakt. Hoe lever je een tafel met een diameter van 2.40 meter zonder vrachtwagen, verhuiskraan of risico’s op beschadiging op pakweg een twaalfde verdieping ergens op Fifth Avenue in New York? De praktische nood aan een compact transportvolume heeft de uiteindelijke vormgeving van de Arthur mee bepaald. De ontwerper maakte een puzzel van zijn tafel. De puzzelstukken kunnen verpakt worden in draagbare pakketjes van 25 kg. Eén man kan ze in een kleine auto leveren en op minder dan een uur monteren. De tafelstukken zijn gemaakt van weer- en UV-bestendige HPL-platen (High Pressure Laminate). Dit dure materiaal (geschikt voor binnen en buiten) wordt bij de productie van de Arthur op een specifieke manier uitgesneden om geen materiaalverlies te hebben. De manier van snijden bepaalt het uitzicht van de sokkel en het blad. Het ronde middenstuk van het tafelblad is roterend, een eigenschap die Arthur zeker gewaardeerd zou hebben. Wat op tafel staat, is voor iedereen even goed bereikbaar. ‘Ik vind het gewoon erg boeiend om van allerlei praktische problemen de kern van het ontwerp te maken. Ik geloof niet in probleemoplossend denken achteraf. Als je start met iets moois en je stelt pas achteraf vast dat er ook nog allerlei praktische eisen zijn, dan kom je nooit tot een goed ontwerp. Die manier van werken leidt altijd tot compromissen die het concept afzwakken. Voor mij is de manier waarop een product getransporteerd, verpakt en gemonteerd moet worden echt geen bijkomstigheid, laat staan een vervelende klus waarmee ik anderen opzadel. Wij investeren bij Extremis heel veel in de minder zichtbare kwaliteiten van het product. Soms vind ik het wel jammer dat die onzichtbare service zo weinig opgemerkt wordt.’
Arthur 2004
48
NIEUWE TOEPASSINGSMOGELIJKHEDEN ONTDEKKEN
49
FOCUS INSPIRATIE De vaste componenten van zijn ontwerpmethode worden stilaan duidelijk. ‘Esthetisch liggen de stukken mijlenver uit mekaar, maar de manier waarop ze ontstaan, is herkenbaar’, beaamt hij. Meestal komt de inspiratie door iets dat hij zelf meemaakt en waarin hij een potentieel ziet voor vernieuwende toepassingen. De omschrijving ‘halve uitvinding’ blijkt nog altijd aan de orde. Typisch is dan dat hij elke vondst meteen aan strenge criteria aftoetst. Een consequent streefdoel is minimale materiaal-, energie- , plaats- en kostenverspilling bij de productie en distributie. Deze spaarzame houding mag uiteraard nooit ten koste gaan van de sterkte van het oorspronkelijke concept of de levensduur van het product. De belangrijkste ambitie is nog altijd om ecologisch verantwoorde producten op de markt te brengen die echt een verschil maken. De verhalen achter de Qrater en Donuts, twee andere ontwerpen die in 2004 aan het publiek werden voorgesteld, illustreren opnieuw hoe Wynants zijn eigen ervaringen als een inspiratiebron gebruikt. Aan de oorsprong van de Qrater ligt zijn passie voor paardrijden, die hem door zijn vrouw werd doorgegeven. De avonden die hij doorbracht met bevriende ruiters rond kampvuurtjes brachten hem op het idee om een eenvoudige vuurschaal uit Cortenstaal (weathering steel) te maken. Nadat hij de Qrater op beurzen had getoond, werden vuurschalen de nieuwe rage. Aan de oorsprong van de Donuts ligt een buurman die een rubberboot had. Hij nodigde Wynants vaak uit om eens mee uit te varen. Zo stelde de ontwerper vast dat die boot in perfecte staat bleef, ook al lag hij al jaren buiten. Het synthetische rubber bleek uitzonderlijk goed bestand tegen water en zonlicht, eigenschappen waardoor het een fantastisch buitenmateriaal leek te zijn. Nog een voordeel was het comfort: het was erg aangenaam om op de randen van de boot zitten. De opblaasbaarheid van het materiaal kwam goed van pas bij transport. En ook de lichtheid was een troef. Als je lang met vrienden in de tuin zit, heb je vaak het gevoel dat de zon veel te snel van plaats verandert. De meeste buitenmeubelen zijn dan te zwaar om te versleuren. Een opblaasbare band waarop een lichte tafel bevestigd is, kun je moeiteloos over het gras rollen of slepen. Kortom, het concept was over de hele lijn veelbelovend. Maar plots kwam er toch nog een kink in de kabel. Wynants had verwacht dat hij de Donuts met dezelfde materialen en productietechnieken als de rubberboten zou kunnen laten maken. Hij bezocht een heleboel fabrikanten, reisde zelfs tot in Zuid-Afrika, liet wel twintig prototypes maken, maar helaas, niemand kreeg het goed. De productie veronderstelde ook veel handarbeid en was duur. De huidige Donuts worden gemaakt in België van sterke, gespecialiseerde stoffen die normaal gebruikt worden voor de automobielindustrie. Het speelse object sloeg ongelooflijk aan maar Wynants weet dat hij een deel van het enthousiaste publiek verliest door de prijs. ‘We krijgen de verhouding niet goed tussen de productieprijs en wat de meeste mensen bereid zijn ervoor te betalen’, legt hij uit. ‘Het ziet er uit als een stuk speelgoed maar het blijkt een gesofisticeerd stuk als je het wil maken. We zouden het per 10.000 moeten kunnen maken om de prijs beter te krijgen. Een dergelijke schaalgrootte is voor ons te hoog gegrepen.’
Donuts 2004
Romeo & Juliet 2004, design door Koen Baeyens, Stijn Goethals & Basile Graux
54
NIET ALLEEN VOOR FOTOMODELLEN
55
FOCUS COMMUNICATIE Met de uitbreiding van de collectie merkte Wynants dat veel mensen de afzonderlijke stukken goed kenden, maar dat ze niet altijd wisten dat het om Extremis-producten ging. ‘Ik vertrek nooit vanuit de vorm als ik ontwerp. Daardoor lijken de producten vormelijk niet op elkaar. Het ligt dan wat minder voor de hand om als een brand over te komen’, aldus Wynants. Hij ging dus hard op zoek naar een soort bindmiddel voor de collectie. Hij zag het als een uitdaging om aan de hand van goede verhalen een herkenbare sfeer op te roepen. Zijn inspanningen op het gebied van branding zouden lonen. Na een tijdje zou Extremis spontaan geassocieerd worden met een eigenzinnige, vrij ludieke communicatiestijl die goed weergeeft waar het merk voor staat. In de ‘storytelling’ rond de producten grijpt hij altijd terug op zijn inspiratiebronnen. Bij de Donuts was dat de rubberboot. Bij zijn Behive uit 2006 was het de sfeer van zijn reizen in het Midden-Oosten. De maritieme sfeer van de Kosmos uit 2008 had te maken met zeilen, een hobby die hij al van jongs af aan met familie en vrienden beoefent. De Hopper uit 2010 verwees naar de hoppevelden en de biercultuur van de Westhoek, waar hij een hopboerderij renoveerde als nieuwe woonplaats. Door het ontstaansverhaal te accentueren, belicht hij telkens ook de originaliteit van het product. Samen met de Donuts lanceerde hij de slogan Sexy Outstanding Stuff , afgekort als S.O.S., Het merk stond nu voor ‘verleidelijke dingen die er bovenuit steken’. Ook het woord ‘Stuff’ was doelbewust gekozen. ‘Er spreekt een passende bescheidenheid uit dat woord. We doen niet mee aan de ophemeling van statussymbolen. Het zijn tenslotte maar meubels’, zegt de bedenker. De afkorting S.O.S. of Save Our Souls was in de context van een rubberbootje mooi meegenomen, maar voor Wynants was het toch ook nog iets meer dan een woordspelletje: ‘We willen op onze manier ook zieltjes redden. We willen mensen aangename momenten met vrienden bezorgen’. Die boodschap zou nog krachtiger doorklinken in ‘Tools for Togetherness’, de latere slogan die nog beter de lading dekt. Op het eerste gezicht is het niet zonder risico om zo sterk de nadruk te leggen op samenzijn met vrienden. Voor je het goed en wel beseft, zit je misschien in het vaarwater van Coca Cola, dat sinds jaar en dag als een symbool van vriendschap gepromoot wordt. Toch is de geloofwaardigheid van Extremis nooit in vraag geweest. De Extremis slogans, verhalen en sfeerbeelden wijzen allemaal consequent in dezelfde richting. Bovendien laat Wynants zelf geen gelegenheid voorbij gaan om te laten merken dat hij het meent als hij beweert dat het hem niet om de meubels gaat maar om ‘een levensstijl die mensen samenbrengt’. Wie hem ontmoet, is snel overtuigd dat deze roeping hem op het lijf geschreven is. De vereenzelviging van de hoofdontwerper (ook art director) met de filosofie van het merk wordt nog meer in de hand gewerkt doordat hij zo vaak figureert in de typische sfeer- en campagnebeelden bij de producten. Hij poseert als predikant bij de Kosmos Oris, als acrobaat bij de Picnic, als accordeonist en volleerd entertainer bij de Hopper. Het is overigens zo dat ook zijn vader, zijn vrouw, zijn kinderen, buren, de vrienden waarmee hij paardrijdt, andere vrienden waarmee hij gaat zeilen of skiën, bevriende designers (al dan niet in vermomming) tot en met klanten en personeelsleden poseren voor de immer vrolijke sfeerbeelden die het idee van ‘goed gezelschap’ of ‘togetherness’ in de verf zetten. ‘Aanvankelijk was het mijn bedoeling om de branding beelden extern te laten maken met professionele modellen, maar toen ik de resultaten zag, was ik niet tevreden’, vertelt hij. ‘De esthetische kwaliteiten van de meeste modellen liggen te ver af van de realiteit. Ik houd niet van valse beloftes. Het stoort mij en ik denk ook dat er een groeiend aantal mensen is bij wie het nepvertoon van veel reclameboodschappen niet meer werkt. Dat soort lief krijg je nooit. Onze producten zijn voor echte mensen en daarom doe ik nu zelf de casting voor de fotoshoots. Met echte mensen. In de fotostudio ben ik erbij. Ik ben een soort applausmeester. De meeste mensen vinden het ontzettend leuk om zo’n opnames mee te maken en ze gaan helemaal op in hun rol. De grapjes, de overdrijving en de dubbele bodems zijn uitgegroeid tot een bepaalde stijl die erg aanslaat. Met elk nieuw product is het weer een hele uitdaging om een vervolg te maken dat even goed is’. Hopper bank 2011 voor publieke ruimtes
Istanbul 2003: de Arabische sferen opsnuiven
84
SCHOENEN UIT INSPIRATIE UIT HET MIDDEN-OOSTEN
84
Het heeft er alles van weg dat hij zelf veel plezier beleeft aan de bekendmaking van de Extremis-filosofie. Tijdens de Interieur Biënnale Kortrijk in 2006 werd de Behive voorgesteld. Het is een allesbehalve conventioneel loungemeubel waarin je met twaalf à twintig personen samen languit kunt liggen. Het ligt in allerlei opzichten ver af van vertrouwde westerse gewoonten of categorieën. In die zin is het wellicht ook het meest excentrieke meubel uit de collectie. Om de gebruiksmogelijkheden en de belevingswaarde van de grote, half gesloten structuur zo goed mogelijk over te brengen, lag Wynants de volledige duur van de beurs (tien dagen) languit in de Behive en nodigde iedereen uit om er zonder schoenen bij hem plaats te nemen en zo samen de sfeer te ervaren. Hij droeg een Marokkaans geborduurd kostuum, serveerde thee en op het centrale tafeltje stond de Narghilé waterpijp van de Belgisch-Palestijnse ontwerpster Nedda El-Asmar, allemaal elementen die de Arabische inspiratie onderstreepten. Tijdens reizen in de Arabische wereld had hij rondgewandeld en ontschoeide mensen op tapijten en kussens zien liggen. Ze dronken thee, rookten waterpijpen en praatten met mekaar. De sfeer was zo uitnodigend dat hij niet aan de verleiding was kunnen weerstaan om erbij te gaan liggen. Het was diezelfde reflex die hij met de Behive wilde aanwakkeren. Hij probeerde een hedendaags equivalent te ontwerpen van een aangenaam, uitheems sociaal ritueel. Om zijn eerste prototype te bouwen, zaagde hij de oude trampoline van zijn kinderen in stukken en plaatste een rond tafeltje in het midden. Hij stelde zijn prototypes op in zijn tuin en voor de finale testfase nodigde hij een groepje mensen uit. De feestelijke, informele stemming van die avonden overtuigde hem dat de Behive werkte. Het meubel is vooral in trek bij eigenaars van strandbars, hotels of saunaclubs. Het grote feestelijke object heeft een diameter van vier meter en heel wat extra opties zoals een zonnedak, regendak, gordijnen en verlichting.
Behive 2006
VAN MEDITERRANE VERFIJNING TOT BOURGONDISCHE BOERENLEUTE
63
De opvolger Kosmos uit 2008 was opnieuw een loungemeubel waar een groepje mensen een hele avond in kon doorzakken. Maar de compactere Kosmos is letterlijk en figuurlijk toegankelijker. Je kunt er heel veel verschillende kanten mee op. Wie dat wil, kan in een klassieke, formele zithouding rond het centrale tafeltje plaatsnemen. Door dat verstelbare tafeltje te laten zakken, krijg je ligruimte. Wynants liet zich inspireren door de veelzijdigheid van comfortabel zeiljachtmeubilair. ‘Het idee stamt uit de periode dat ik weer zin kreeg in mijn oude hobby, zeilen, en vaak ging meevaren op yachten. Het lijkt gek, maar ik stel altijd weer vast: mijn persoonlijke hobby’s of passies vormen een rode draad door de collectie’. Met de Kosmos wou hij tegemoetkomen aan een meer verfijnde, mediterrane smaak. Ook de kosmos werd met de nodige fantasie op beurzen voorgesteld. Om het beoogde zuiderse raffinement nog meer kracht bij te zetten, was het volledige Extremis-team zwierig uitgedost als Italiaanse dandy’s in een wit tweedelig pak met roze hemd en das. Het contrast kon nauwelijks groter met de pakjes waarin hetzelfde team zich twee jaar later hulde om de Hopper (2010) te introduceren. De Italiaanse dandy’s waren nu in hoppeboeren uit de West-Vlaamse Westhoek veranderd. De Hopper is weer een heel ander verhaal. Opvallend is dat Wynants hier afstapt van de ronde tafel. ‘Ronde tafels zijn logisch als je veel rond communicatie werkt, maar in sommige omstandigheden bieden lange tafels ook veel voordelen. Zeker bij grote feesten.’ Wynants liep al jaren rond met plannen voor een lange picknicktafel. Hij had in het verleden al een aantal prototypes gebouwd waarover hij niet tevreden was. Hij wou vooral de toegang van de klassieke picknicktafel verbeteren. Niet iedereen vindt het leuk om over een bank te moeten klauteren om aan tafel te gaan. Voor dames in een rokje kan het zelfs behoorlijk gênant zijn. Tegelijk vond hij het belangrijk om veel tafels tegen elkaar te kunnen schuiven. In de Hopper lost hij het probleem op met vier instapplaatsen. Iedereen kan vanaf de zijkant inschuiven. Het was veeleer toevallig dat Wynants ontdekte dat de hellingsgraad van de schuine tafelpoten en van de rugleuning (eigenlijk de tafelrand) overeenkwam met de schuine palen van de hopperanken op het veld naast zijn nieuwe boerderij. De overeenkomst valt nog meer op bij de palen van de aangepaste luifel die bij de Hopper hoort. Hoppecultuur was op dat moment zijn grote nieuwe passie. Dat leidde vanzelf tot een hele reeks aanstekelijke nieuwe verhalen.
Kosmos 2008
66
Al sinds zijn verhuis uit de Kempen naar de Westhoek hadden de typische hoppevelden uit de streek van Poperinge hem gefascineerd. Maar in de tussenliggende jaren had hij ze met grote snelheid zien verdwijnen. Toen hij een oude hoppeboerderij met 4 ha grond kocht om te renoveren, besloot hij om een eigen hoppeveld aan te leggen. Als groen scherm en als een vorm van landschapsherstel. Hij verdiepte zich in de hoppecultuur en ontdekte dat het al enkele decennia geleden was sinds iemand nog een nieuw hoppeveld had aangeplant. ‘De bestaande velden worden onderhouden maar er komen geen nieuwe bij. De kennis gaat verloren. We hebben er mensen moeten bijhalen van boven de tachtig jaar omdat zelfs de boer die mijn veld onderhoudt niet precies wist hoe het moest. Ik heb zelf aan alles meegewerkt’, vertelt hij. De sfeer van de oogstfeesten en de hoppepluk ligt aan de basis van de levenslustige bruegeliaanse taferelen met spijs, drank en accordeonmuziek waarmee de Hopper wordt gepromoot. Wynants liet zelfs een ‘designbier’ van zijn eigen hoppeoogst brouwen. Het werd de Tremist gedoopt. Hij noemt het een ‘gedesigned’ bier omdat het alcoholgehalte bewust laag gehouden is. De huidige tendens bij veel biermerken is om net het omgekeerde te doen. Ze worden steeds zoeter en zwaarder. Dat verkoopt beter. Wynants vindt dat een erbarmelijke evolutie. ‘Op beurzen willen we een biertje kunnen drinken met de klanten. Het hoort bij onze storytelling. Maar ik wil echt niet iedere avond bezopen zijn. Ons friszuur bier is in die zin probleemoplossend. Je kunt met meer mensen van een glaasje genieten en je wordt minder snel zat.’ Ontwerpster Nedda El Asmar ontwierp speciaal een klein glaasje om Tremist in te schenken.
DESIGN EN BIER
84
84
69
ALLES KAN BETER OOK PARASOLS FOCUS: INNOVATIE De Extremis-collectie telt nog enkele andere interessante stukken. Sommige zijn ontstaan als een aanvulling of een verdere ontwikkeling van de bestaande. De behoefte aan een geschikte schaduwmaker bij de Gargantua bijvoorbeeld zette Wynants al snel aan tot nadenken over een vernieuwend parasolsysteem. In het parasolaanbod was niet veel anders te vinden dan varianten op de typische Italiaanse marktparasols. Die waren uiteraard niet combineerbaar met de Gargantua. Wynants vond bij de bestaande parasols twee elementen erg storend. Om te beginnen was er een esthetisch probleem. Waarom moest het meest zichtbare deel, de onderkant, ook het lelijkste deel zijn? Als je eronder zit, zie je een wirwar van latten, baleinen of kabels boven je hoofd. Het tweede beruchte probleem met klassieke parasols is dat ze heel snel kapot gaan. Bij het minste windstootje klappen ze om of waaien ze weg, met alle gevaren vandien. Iedereen heeft wel al eens dolle toestanden meegemaakt op een terras omdat er ineens een stevig briesje kwam opzetten. Over zijn doelstelling moest hij zich dus niet lang het hoofd breken. Hij wilde een parasol ontwerpen die mooier en veel sterker was. De technische realisatie was een ander paar mouwen. Bij de Inumbra zit alle techniek om de parasol te openen boven het doek. De parasol kan open en dicht gemaakt worden met behulp van een aparte hendel. De zoektocht naar een originele manier om de parasol vlot te kunnen openen en sluiten kostte heel veel tijd. Hij maakte talloze prototypes die hij telkens weer moest aanpassen. In 2002 dacht hij dat hij er was toen hij een goed werkende techniek gevonden had waarbij de parasol volledig ronddraaide bij het openen en sluiten, maar dat mechanisme ging telkens weer kapot. Pas in 2005 vond hij de juiste oplossing met een hendelsysteem. Die sloot trouwens aan bij zijn allereerste prototypes. Hij stelde vast dat zijn tussenstappen alleen maar lange omwegen waren geweest. Hij was het te ver gaan zoeken. ‘Negentig procent van de parasols die geproduceerd worden, is nog altijd gebaseerd op het openingsprincipe van de traditionele Chinese parasol. Dat heeft wel een reden. Het is enorm moeilijk om verandering te brengen in iets dat zo sterk gevestigd en ingeburgerd is. Voor mij was het niet voldoende om de klassieke parasol wat op te kalefateren, om bijvoorbeeld de stam van inox te maken in plaats van hout. Dat zou neerkomen op styling. Styling is mijn ding niet’, zegt hij. Om aan te tonen hoe sterk de Inumbra wel is, werd hij onderworpen aan windtunneltesten waarbij de windsnelheid werd opgedreven tot 8 Beaufort. Aan een dergelijke windkracht beginnen de takken al van de bomen te kraken. De parasol bewoog nog altijd niet maar de kabels stonden onder zoveel spanning dat ze begonnen te fluiten. Ook in een reële omgeving is het gefluit van de kabels het sein dat het hoog tijd is om de parasol uit voorzorg te sluiten (best al vanaf 6 Beaufort).
84
71
De Inumbra is intussen uitgegroeid tot een volledig gamma met verschillende afmetingen. Hij kan op de Gargantua gemonteerd worden (zonder dat de draagkolom onder de tafel doorloopt) of op verschillende manieren op de grond geplaatst worden, bijvoorbeeld op een betonvoet. In 2010 ontwikkelde Wynants op algemene vraag ook een lichter model, de Inumbrina. Deze is niet bestand tegen dezelfde extreme weersomstandigheden, maar het vlakke ontwerp heeft nog altijd het voordeel dat het veel minder wind vangt dan een bollere vorm. De Inumbrina opent met een koord. Deze vereenvoudigde, budgettair vriendelijkere versie kan ook gemonteerd worden op de Gargantua, maar het verschil is dan dat de buis onder de tafel doorkomt. De Inumbrina past ook op de Abachus. Dat is een hoge receptietafel uit 2010 met zes armen waartegen je kan leunen. Zowel in het concept, de vorm als in de productie wordt een aantal goede uitgangspunten overgenomen van de Gargantua. Maar de Abachus is ook een voorbeeld van functionele vernieuwing als respons op maatschappelijke veranderingen. Het rookverbod in openbare gebouwen en horecazaken zorgde op korte tijd voor een nieuwe trend. Tijdens sociale bijeenkomsten gaan de rokers samen buiten staan. Vaak zijn er zelfs enkele niet-rokers die hen voor de gezelligheid naar buiten volgen. De Abachus voorziet een vorm van ondersteuning die het midden houdt tussen staan en zitten. Deze tussenvorm van ‘zittend staan’ is erg natuurlijk. Mensen zijn spontaan geneigd om in informele situaties zo’n tussenhouding aan te nemen, ze laten bijvoorbeeld hun gewicht op de rand van een stoelrug zakken. Toch stelt Wynants vast dat het publiek moet wennen aan de vernieuwde typologie. Sommigen zien het potentieel van de Abachus heel snel, ook al door de optionele asbak die veel duidelijk maakt. Anderen hebben goede informatie nodig. De Extremis-parasols zijn meestal in een witte versie te zien. Is daar een reden voor? ‘Iemand vroeg ooit aan de oprichter van Ford of de Ford T in alle kleuren beschikbaar was. Hij antwoordde: Je kunt hem in alle kleuren krijgen, als het maar zwart is’, reageert Wynants. ‘Ik bedoel daarmee, we hebben enkele kleuren, maar een parasol moet volgens mij wit zijn. Daar heb ik al met veel mensen discussies over gehad. Op een bepaald moment was zwart ongelooflijk trendy. Op aandringen van klanten hebben we dan ook eens een zwarte serie gemaakt, maar ik vond dat verschrikkelijk. Totaal deprimerend. Als je ’s avonds onder een zwart doek zit, zit je in een donker gat. Een witte parasol zorgt altijd voor een zonnige, frisse sfeer. Zelfs ’s avonds. Als je er theelichtjes onder zet, wordt het licht gereflecteerd. Zwart reflecteert niets. Zwart is zo treurig.’ De Kosmos-parasol is afzonderlijk ontstaan omdat hij graag een parasol wou bedenken die in gesloten stand niet in de weg bleef staan. De originele innovatie is dat hij eenvoudig als een waaier horizontaal opent en sluit. Wynants had eerst moeite om te geloven dat het supereenvoudige principe van de waaier nog door niemand eerder als schaduwmaker gebruikt was. Hij deed speciaal een nieuwheidonderzoek om daarover helemaal zeker te zijn. Intussen heeft hij een patent op het systeem. De voordelen van het waaiersysteem zijn legio: de parasol is heel eenvoudig te openen en sluiten, hij kan laag genoeg hangen om extra veel schaduw te geven en een intieme sfeer te creëren, hij oogt strak en er zijn geen zichtbare technische onderdelen, er is geen gat in de tafel nodig. Wynants ontwierp recent nog een heel ander type vernieuwende schaduwmaker. Het vraagstuk was deze keer om aan een lange tafel, de Hopper, op een eenvoudige en esthetische manier voor voldoende schaduw voor iedereen te zorgen. Dat werd de Hopper-luifel. Het zeil kan naar rechts of naar links gespannen worden of naar de twee kanten zodat iedereen aan de tafel optimaal beschermd wordt. Bij het sluiten, wat alleen nodig is bij zware wind, rolt het zeil vanzelf op. De luifel kan ook dienst doen zonder Hopper-tafel. De oplossing lijkt hier net zoals bij de Kosmos parasol zo vanzelfsprekend, gebruiksvriendelijk en nuttig dat het alweer verbazing wekt dat ze nog niet bestond. De Hopper schaduwmaker is eenvoudig te maken en eenvoudig te gebruiken. Het pleit voor de open geest van Wynants dat hij in staat is om dingen te zien waar de meeste mensen geen oog voor hebben omdat ze het veel te ver gaan zoeken. Inumbra 2002
72
De Kosmos Oris is een beetje een verhaal apart. Het meubel werd in 2008 ontworpen in opdracht van Lieven Daenens, de directeur van het Design museum Gent. Daenens had een meubel nodig waar hij met een laptop of papieren rustig achter kon staan om tentoonstellingen te openen. Zoals gewoonlijk startte Wynants met een zorgvuldige analyse en zocht passende oplossingen voor alle praktische problemen die zich in de gegeven situatie zouden kunnen stellen. Een klassiek pijnpunt bij openingsredes is geroezemoes. Kan het ontwerp van een meubel ertoe bijdragen dat de zaken ordentelijker verlopen met meer respect voor de spreker? Wynants dacht van wel. Hij moest onwillekeurig terugdenken aan de preken die hij als kind in de kerk had gehoord. Wat als hij de ‘spreekstoel’ alle voordelen zou geven van een preekstoel? We zijn vanzelf aandachtiger als we iemand goed kunnen zien. Een goede manier om een spreker zichtbaarder te maken is om hem hoger te plaatsen dan het publiek. Hij voorzag zijn ontwerp dus van een kantelbare trede als verhoog. Boven de spreker moest een lamp komen. Niet gewoon maar als een knipoog naar de duif of de heilige geest maar vooral om de spreker ook letterlijk beter te verlichten. De vlakke parasol boven de lamp zorgt ook voor weerkaatsing van het licht, wat ook nog eens helpt bij het lezen. De ‘Oris’ is voorzien van voldoende ruimte om twee A4-bladen, twee grote flessen water, een laptop en andere accessoires discreet en overzichtelijk een plekje te geven. Er zijn bedienknoppen ingebouwd en het meubel kan worden rondgereden dankzij verborgen wielen. De Kosmos Oris heeft haast iets symbolisch. Deze bijzonder ‘Tool for togetherness’ biedt een platform aan degene die iets aan de anderen te vertellen heeft, die zijn boodschap wereldkundig wil maken. Wie hoort beter thuis op dat verhoog dan een designer als Wynants? Wynants liet campagnebeelden maken van zichzelf op het spreekgestoelte van de Oris. Het beeld van een designer op de kansel werkt een beetje op de lachspieren. Zoals hij zelf ook heel goed weet. Relativering en ironie zijn basisingrediënten van onze cultuur. Ze maken vanzelfsprekend deel uit van de Extremis-communicatiestijl. ‘Veel designers nemen zichzelf ontzettend serieus. Ik vind dat je altijd je werk ernstig moet doen, maar je moet jezelf niet te ernstig nemen’, zegt hij. Hoe ernstig mogen we het evangelie van predikant Wynants dan uiteindelijk nemen? In welke mate gelooft hij nu echt in ‘Added value, innovate or die, we love the planet, classics for the future, sexy outstanding stuff, reason for existence, design is human, timeless design, this is not furniture these are tools for togetherness’? Hij meent het wel degelijk. Hij is overtuigd dat een designer door zijn keuzes ook de publieke opinie kan beïnvloeden. Het is de taak van elke designer om doorheen zijn producten een duidelijke boodschap over te brengen. Toch mag er geen sprake zijn van blind geloof. Om innovatief te kunnen denken, is het goed te beseffen dat er altijd meer dan één waarheid is. Verbetering brengen, begint met de kunst om vraagtekens te kunnen plaatsen. Daar blijft hij zich altijd goed van bewust.
DE GOEDE BOODSCHAP MET EEN VRAAGTEKEN
Taking a stand, Kosmos ‘Oris 2009
75
extremis added value innovate or die we love the planet classics for the future sexy outstanding stuff reason for existence design is human timeless design this is not furniture these are tools for togetherness
84
Wat denkt de designer ervan?
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN In dit deel van het boek reageert Wynants op een aantal stellingen, boutades of trendy kreten die te maken hebben met design. Hij legt uit waarom hij het eens of oneens is. Soms ligt de waarheid ergens in het midden. Zijn commentaar biedt inzicht in zijn overtuigingen en designfilosofie.
Foto: MichaĂŤl Depestele
82 : STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN
Juist of onjuist 01
Functionaliteit is passé Het is een vraagstuk van het verleden
Je wil me aan het lijntje houden ‘De kwaliteit van design hangt af van veel verschillende criteria. Functionaliteit is er slechts één van. Goed design moet op al die criteria scoren. Zoals ik het zie, blijft functionaliteit wel een noodzakelijke voorwaarde. Anders hebben we het over kunst of decoratie of styling, niet over design. Je kunt zeggen: er bestaan al een heleboel uitstekende ergonomische kantoorstoelen. Maar ik geloof nooit dat we kunnen zeggen: er is geen verbetering meer mogelijk. Ergonomie evolueert. Mensen doen meer zittend werk, ze zitten veel langer stil. Dat leidt tot andere inzichten. Ik ben geneigd te denken dat alles nu juist veel sneller evolueert en dat we daardoor veel vaker onze mening moeten herzien over wat we in het verleden voor waar hebben aangenomen. Ik geloof niet dat er ook maar één gebied is waarop we ooit zullen kunnen zeggen: nu zijn we er, nu hebben we alles bereikt.
83
Ik kan me voorstellen dat sommige ontwerpers dat aspect functionaliteit laten vallen omdat ze graag een verschil willen maken. Het wordt steeds moeilijker om iets te ontwerpen dat zich onderscheidt van wat al bestaat. Stel dat je een vernieuwende stoel wil ontwerpen. Er bestaat een beroemd boek met duizend stoelen. En dat zijn dan alleen nog maar de allerbekendste, het topje van de ijsberg. Begin dus maar eens aan een stoel die beter is. Echt niet makkelijk. Een van de beroemdste designuitspraken (van de Amerikaanse architect Louis Henry Sullivan) is Form Follows Function. Dat klopt voor mij nog altijd, maar wel op voorwaarde dat je het begrip functie breed genoeg bekijkt. Functie is niet alleen maar een kwestie van goed zitten of ergonomie. Een meubel dat functioneert, dat doet waarvoor het bedoeld is, komt tegemoet aan onze noden. Dat zijn niet alleen fysieke of materiële noden, we hebben ook mentale, sociale, esthetische noden.
Achter het IJzeren Gordijn, ten tijde van het communisme, werd geprobeerd om louter rationeel op louter materiële noden in te spelen. De grauwheid die daaruit volgde, bewijst dat esthetica ook nodig is voor de mentale gezondheid. In die zin kan esthetica dus ook functioneel zijn. Neem nu de Picnic. De sobere, esthetische vormgeving brengt visuele rust in een gebouw. Dat is functioneel. Bij de Inumbra parasol heb ik de latten, baleinen en kabels aan de onderkant weggenomen omdat ik die visueel veel te druk vind. Het is veel aangenamer om alleen een licht doek boven je hoofd te zien. Mentale rust en harmonie creëren, technische verbeteringen brengen, dingen mooier maken… al die aspecten van functionaliteit zijn aan mekaar gelinkt. Ik voel me zelden aangesproken door design waarbij één aspect alle aandacht trekt ten koste van andere zaken. Als de technische vernieuwing of het esthetische of iets anders te veel domineert, gaat het evenwicht verloren. Voor mij is het een basisvereiste om het goede evenwicht te vinden. Ik geloof echt in Form Follows Function. Als de vorm niet volgt uit de verschillende functies, dan moet je als ontwerper besluiten dat je overbodige dingen hebt toegevoegd. Bij een duurzaam product is geen plaats voor toevoegingen die niet functioneel zijn. Ik ben overtuigd dat de vorm die de functies het meeste dient altijd al mooi genoeg is. Je moet die vorm niet artificieel mooier of modieuzer willen maken. Modieuze vormen hebben een te korte houdbaarheidsdatum. De Gargantua en de Picnik vallen nog altijd goed in de smaak. Dat bewijst volgens mij dat de vormduurzaamheid hoger ligt bij ontwerpen die ontstaan zijn volgens het Form Follows Function-principe. Veel duurzame designiconen zijn zo ontstaan. Van Le Corbusier tot Verner Panton. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat fun of fantasy verboden zijn. De Shakers hadden een mooie filosofie in verband met functionaliteit. ‘Don’t make anything unless it is both necessary and useful, but if it is, do not hesitate to make it beautiful.’’
84
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 85
Juist of onjuist 02
Design was de stijl van de 20ste eeuw Nu tijd voor iets anders QuaTSch ‘Dat klinkt alsof design pas in de 20ste eeuw ontstaan is. Volgens mij is design van alle tijden, al is het natuurlijk wel geëvolueerd. Ook in de middeleeuwen werden voorwerpen gemaakt waarover zorgvuldig werd nagedacht. In sommige herken je het toppunt van functionaliteit gecombineerd met echte schoonheid. Denk naast meubilair ook aan een maliënkolder, een harnas, een paardenbit, een zadel. Dat noem ik ook design. Het paard van Troje was ook een soort design. Leonardo De Vinci was in zekere zin een designer. Welke betekenis geef je aan het woord? Zolang je dat niet vastlegt, kunnen we er niet over spreken. Voor mij betekent design in de eerste plaats: goed nadenken over wat je ontwerpt. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen zich laten ontmoedigen door het probleem van begripsverwarring. Je zou kunnen zeggen dat het woord design ons ontstolen is. Het wordt voortdurend verkracht, verbasterd. Maar het lijkt me beter om het terug te claimen en de betekenis bij te sturen dan het dan maar overboord te gooien. Er zijn nog wel dingen die ons historisch ontstolen werden. Denk aan de historische Swastika. Dat is oorspronkelijk een heilig teken uit het hindoeïsme en boeddhisme. Het was een symbool van geluk maar het is een symbool geworden van de nazi’s. Hitler heeft dat begrip voor ons verpest. De vraag is: moeten we dat accepteren?’
Wie is de vader van Dirk?
88 : STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN
Juist of onjuist 03
Het concept Good De
89
Dat lijkt me nogal overtrokken ‘Je kunt inderdaad altijd zeggen dat het iets paternalistisch heeft om aan anderen te vertellen wat goed voor ze is. Maar ik blijf geloven dat een maatschappij beter af is als iedereen op het domein dat hij/zij het beste kent en beheerst, nadenkt over wat goed is voor zoveel mogelijk mensen.
esign is paternalistisch We hebben toch ook wetgevers nodig die nadenken over wat goed is voor de gemeenschap in haar geheel? Hoe kun je een maatschappij optimaal laten functioneren? Hoe kun je ervoor zorgen dat ze sociaal, rechtvaardig en democratisch is? Ik denk dat het goed is om rekening te houden met het advies van mensen die goed opgeleid zijn en kennis van zaken hebben op hun specifieke domein. Dat kan wetgeving zijn of mobiliteit of meubeldesign. Ik vind dat je dat zelfs kunt doortrekken naar de politiek. Ik weet wel, het is gevaarlijk om zoiets te zeggen, maar toch vraag ik me dikwijls af: in hoeverre kunnen politici het beleid bepalen in een materie die ze zelf niet beheersen? Ik vind het nuttig dat mensen die beslissingen mogen nemen ook heel goed weten waarmee ze bezig zijn. Democratie is het minst slechte van alle systemen, dat spreekt vanzelf, maar als een democratisch systeem op een punt komt dat de democratisch verkozenen niet meer de mensen zijn met kennis van zaken, dan lijkt me dat er iets niet zo goed werkt. Is het zo vreemd dat een designer het over normen en waarden heeft? Ik vind dat nochtans evident. Normen en waarden spelen volgens mij een rol bij alles wat je doet. Iedereen trekt voor zichzelf ergens de bovengrens en de ondergrens. De ene slager gooit het vlees van de vorige dag principieel weg, de andere laat het nog een dag in de toonbank liggen om het toch nog te kunnen verkopen. Mensen handelen volgens een bepaalde doelstelling. Je wil vooral voor je kwaliteiten erkend worden of je wil vooral zo rijk mogelijk worden, je wil vooral macht naar je toetrekken of je wil je vooral ten dienste stellen. Iedereen wil allicht bevestiging krijgen, maar we doen dat niet allemaal op dezelfde manier. Als designer heb je een bepaalde impact. Je zet producten op de markt en gebruikt daarvoor energie en grondstoffen. Je grijpt in op de natuur, de maatschappij. Ik vind het maar normaal dat je die impact kunt rechtvaardigen, dat je duidelijk kunt bepalen: hier is voor mij de bovengrens, daar de ondergrens. Waarom ga ik niet blindelings alles produceren in functie van de grootst mogelijke opbrengst? Wel, ik kan dat niet. Het past nu eenmaal niet bij mijn normen en waarden.’
92 : STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN
Juist of onjuist 04
De designer van de 21ste eeuw is een activist bEST moGELIJk, maar daT moETEN wE NoG afwachTEN ‘Ik heb nooit gevonden dat een designer zich alleen met materiële of technische problemen moet bezig houden. Je kunt die problemen niet loskoppelen van het maatschappelijke. Het kan nooit alleen maar om het materiaal van een stoeltje gaan. Het gaat in de eerste plaats om de mens. Al de rest is bijkomstig. Als een designer niet nadenkt over de maatschappelijke relevantie van zijn ontwerpen, dan is hij heel slecht bezig. Ik kan wel een link zien tussen design en protestbewegingen. Wat er nu gebeurt in Wall Street of The City is antidesign. Design is per definitie een kwestie van meerwaarde creëren. Maar wild speculeren genereert geen enkele meerwaarde. De mensheid wordt er niet beter van. Beursspeculatie bestaat al lang, maar vandaag zijn we op een punt gekomen dat het systeem uit de hand loopt. Door allerlei veranderingen in de wereld, door de grote snelheid van computers, is de beurs contraproductief geworden. Er moet opnieuw worden nagedacht over de regels van het spel.
93
De gevolgen van de bankencrisis hangen nu als een zwaard van Damocles boven onze hoofden. Dat geldt voor ieder van ons. De tekorten zijn er natuurlijk niet zomaar gekomen. Het geld is niet zomaar verdampt. Iemand is er mee gaan lopen zonder enige meerwaarde te creëren. Dat is antidesign, een vorm van misbruik. Het zou duidelijk moeten zijn dat elke vorm van misbruik uiteindelijk door de maatschappij, door ieder van ons dus, betaald wordt. Wie zonder nadenken veel te goedkope, slechte producten op de markt gooit, rekent nooit de kost van de milieubelasting of sociale ellende in zijn prijs. Maar we zullen wel allemaal de kosten van de klimaatopwarming, van overstromingen of droogte, uiteindelijk moeten betalen. Ook als je illegaal kopieert, is er iemand anders die de rekening voor je betaalt. Helaas leggen mensen die link niet. Ze zeggen: wat is er nu zo erg aan kopiëren? Het is toch veel goedkoper? Ze denken niet goed na. Als ik een fles wijn uit de winkel haal zonder langs de kassa te gaan, dan is dat ook ‘veel goedkoper’. Maar in dat geval begrijpt iedereen dat ik steel. Ook kopiëren is stelen. De designer kan altijd keuzes maken. Hij kan voor zichzelf bepalen: daar leg ik de lat. Ik ben als designer en als ondernemer overtuigd dat we op een realistische en economisch verantwoorde manier sociaalmaatschappelijke meerwaarde kunnen creëren. Als er een dag komt dat we dat niet meer kunnen, dan vrees ik dat we hopeloos verloren zijn. De idee dat de designer op de barricaden moet staan, is me dus genegen. Iemand moet dat pleidooi voor goed doordachte producten houden. Wie kan dat beter dan degene die er voortdurend over nadenkt? Want nogmaals, nadenken is de taak van de designer. Hij moet zich de hele tijd afvragen: wat is relevant, waaraan hebben we nood, waaraan hebben we helemaal geen nood? Het antwoord op die vragen zal voor iedereen anders zijn. Er is nooit maar één waarheid. Maar de intentie om een eerlijk antwoord te geven, dat is toch een minimum. Het is natuurlijk de taak van iedere mens om op de barricaden te staan, maar ik denk dat we het meeste kunnen bereiken in de dingen waarin we goed zijn en het verschil kunnen maken. Ik kan in mijn situatie veel meer bereiken door me te concentreren op mijn producten dan mee op te stappen in een betoging. Ik trek overal rond en ik houd pleidooien voor verantwoorde designoplossingen. In die zin zijn we bij Extremis een beetje evangelisten. We proberen anderen te overtuigen. Dat is wat we met het beeld en de slagzin bij de Kosmos Oris duidelijk willen maken: Spread the Message!’
Er zijn al veel We hebben Productdesign
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 95
Juist of onjuist 05 Dat is een denkfout ‘De overproductie is een immens probleem in de wereld vandaag en als designers zitten we midden in dat probleem, dat klopt. Je zou hierover cynisch kunnen doen en zeggen: als ik het niet doe, doet een ander het wel in mijn plaats, maar dat is heel flauw. Stilstaan is natuurlijk ook geen optie. De bedoeling is om met nieuwe producten te komen die zoveel beter zijn dat de slechte verdwijnen. We moeten er als het ware voor zorgen dat er geen Trabanten meer gemaakt worden. De Trabant is een duidelijk voorbeeld van wat je krijgt als het nadenken over productdesign stilvalt. Het was een ongelooflijk slechte auto en dat bleef zo. Er werden geen inspanningen gedaan om verbeterde modellen op de markt te brengen. Terwijl in andere landen goed werd nagedacht over mogelijke verbeteringen en de modellen evolueerden bleef in het voormalig Oostblok de Trabant met zijn tweetaktmotor rook in de lucht blazen.
te veel producten alles al is frivole luxe
Er is altijd evolutie nodig. Soms radicaal. Het kevertje, dat goed evolueerde, moest op een bepaald moment verdwijnen. In Mexico City, waar ze vroeger het straatbeeld bepaalden, zijn de Volkswagen kevers nu gebannen. Dat werd ook hoog tijd. Het verbruik en de co2-uitstoot lagen veel te hoog in vergelijking met actuelere auto’s. Het was ooit een heel goed ontwerp, maar als je weet wat het smogprobleem in Mexico City is, een stad op grote hoogte, dan kun je niet blijven stilstaan bij het oude. Nostalgie is op zo’n moment een slechte raadgever. Populaire wagentjes zoals de kever, de Mini Cooper of de Citroën 2CV (‘de geit’) zijn echt interessant omdat ze ontstaan zijn vanuit een uitstekende designbrief: eenvoudig, rationeel en praktisch. Het uitgangspunt voor het 2pk-tje was dat de kleine auto geschikt moest zijn voor twee à vier boeren die met een zak aardappelen van 50 kilogram naar de markt wilden rijden. Een dergelijke simpele, essentiële doelstelling kan tot automatisch succes leiden als je ze goed invult. Een 2pk had aanvankelijk maar één licht, ze waren niet overtuigd dat ze twee lichten nodig hadden. Alle designbeslissingen die genomen werden, hadden te maken met een aantal vooropgestelde praktische verwachtingen. De vering moest goed genoeg zijn om een mand eieren op een slechte landweg te kunnen vervoeren zonder dat ze zouden breken. Ook de vormgeving is het resultaat van praktische beslissingen. Het is ontzettend belangrijk om vooraf goed te weten wat je wil bereiken. Dat wist ik bijvoorbeeld heel goed bij een ontwerp zoals de Picnik. Werken met een goede briefing is totaal iets anders dan zeggen: die andere fabrikant maakt een product dat goed verkoopt, dat moeten we ook maar eens snel gaan doen. Als je zo te werk gaat, voeg je inderdaad alleen maar dingen toe aan het te veel dat al bestaat. Technische verbetering leidt helaas niet altijd tot succes. Zo was de wankelmotor een fantastisch principe met heel wat voordelen maar de doorbraak kwam nooit. Een mislukt experiment verdient ook zijn plaats. Er moet altijd plaats zijn voor mensen die af en toe iets op een andere manier willen proberen, zelfs als dat nergens op uitdraait. Je kunt er nu eenmaal niet van uitgaan dat alles wat met goede bedoelingen gedaan wordt ook tot concrete resultaten leidt. Maar zonder dat proberen en falen kan er nooit verbetering komen.’
98
Een goed designer is als een auteur: hij heeft een herkenbare signatuur
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 99
Juist of onjuist 06 Onmiskenbaar ‘Ik denk dat ik mag zeggen dat ik ook een herkenbare signatuur heb, maar ze uit zich niet in het puur visuele of esthetische. Dat maakt het wat moeilijker om ze te herkennen. Als ik de kans krijg om aan mensen uit te leggen hoe ik werk, dan herkennen ze mijn signatuur. Maar niet op het eerste gezicht. Er zijn andere ontwerpen waarvan ik onmiddellijk zie: dat is van die of die ontwerper. Die hebben dan een heel duidelijke visueel-esthetische signatuur. Daar is niets op tegen als ze heel goed zijn, maar ik vind dat al snel verdacht. Het gevaar is groot dat de kwaliteit te veel in het visuele ligt en dat andere zaken erbij inschieten. Als ik een voorbeeld mag geven in de positieve zin, dan denk ik spontaan aan Victor Horta. Maar de art nouveau is natuurlijk een stijl met decoratieve trekjes en die zijn altijd herkenbaarder. Design is sowieso geen kunst. De signatuur is dus minder essentieel. De designer die in opdracht een designbrief zo goed mogelijk invult, is vergelijkbaar met een glasblazer die een opdracht krijgt en er iets heel moois van probeert te maken. Toch wil ik als designer niet alleen ambachtelijk uitvoeren. Het is mijn bedoeling om het ambacht te overstijgen door allerlei andere elementen bij mijn ontwerp te betrekken. Ik ontwerp niet louter in functie van praktische dingen. En al helemaal niet in functie van een machinepark met dure machines die moeten draaien om rendabel te zijn. Ambacht is louter uitvoerend. Ik bedoel dat niet denigrerend. In alle sectoren is er nood aan mensen die hun stiel tot in de puntjes beheersen en heel goed uitvoeren zoals ze het geleerd hebben. Maar dat is iets anders dan zoeken naar innovatie en evolutie, wat bij design wel essentieel is. Bepaalde dingen kunnen bewondering opwekken omdat ze goed uitgevoerd zijn. Waar ik echt een kick van krijg zijn dingen waarvan ik denk: dat is echt heel knap bedacht/doordacht. Neem nu bvb. een ontwerp zoals de LunaTik van Scott Wilson. Het is een iPod Nano-houder die ik als een armband om mijn pols kan dragen. Hij doet tegelijk dienst als horloge. De koptelefoon laat ik via mijn mouw mijn oren bereiken. Dat lost een aantal problemen op, want ik weet anders nooit waar ik een iPod moet laten. Hij valt makkelijk uit mijn zakken en de draden van de koptelefoon blijven altijd wel ergens haperen. Een voordeel van de LunaTik is ook nog dat weinig mensen merken dat je muziek aan het beluisteren bent. Ik was bij de lancering van de eerste iPod ook al ongelooflijk onder de indruk van de functionaliteit ervan. Het was voor mij het eerste toestel waarvoor ik nooit een handleiding bekeken heb. Het merkwaardige is dat die functionaliteit zo voor de hand lijkt te liggen. Eenmaal je ermee werkt, ben je vooral verbaasd over hoe slecht sommige andere dingen gemaakt zijn. Ik ben ook enthousiast over de koptelefoon met geluidsonderdrukking. Die oplossing is voor mij onmisbaar geworden als ik op een vliegtuig stap. Ik ben erg auditief ingesteld. De mogelijkheid om de omgevingsgeluiden weg te filteren ervaar ik als een ongelooflijke verbetering. Nog een mooi voorbeeld vind ik de Senz stormparaplu die ontwikkeld werd aan de TU in Delft. Klassieke paraplu’s waaien meestal kapot op het moment dat je ze het meeste nodig hebt. De Senz is een haast onbreekbare paraplu bestand tegen windvlagen van 100 km per uur. Het lijkt onvoorstelbaar dat niemand zich eerder over dat probleem gebogen heeft. Nog een laatste voorbeeld. Toen ik nog bij mijn ouders woonde had ik een Laser zeilboot. Dat is een eenmansbootje waarmee officiële zeilwedstrijden gehouden worden, intussen werd het een Olympische klasse. Een brand bij ons thuis verwoestte het meeste van ons zeil- en windsurfmateriaal. Vele jaren later kocht ik opnieuw een oude Laser. Het is echt een staaltje van goed design, heel eenvoudig gemaakt, zonder overbodige toevoegingen, met uitstekende prestaties, toegankelijk voor een breed publiek. Het lijkt allemaal erg simpel, maar dat is niet zo. Om tot een aantal slimme innovaties te kunnen komen, heeft de ontwerper een denkpiste moeten volgen die veraf lag van wat hij al kende. Dat is niet evident. Onbewust is iedereen geneigd om de dingen te doen zoals ze altijd al gedaan werden. Het is ook ontzettend moeilijk om een nieuwe oplossing te bedenken zonder dat je de complexiteit verhoogt. Het kan dan aartsmoeilijk zijn om ervoor te zorgen dat je oplossing toch eenvoudig genoeg blijft. Eenvoud is noodzakelijk. Eenvoudig gemaakte dingen zijn goedkoper te produceren en gaan minder snel kapot. Eenvoud is duurzaam. Eenvoud biedt niets dan voordelen!’ Pag 96-97: Hotel Tassel door Victor Horta, Main foyer, Brussel
Shaker quote: “Do not make anything unless it is both necessary and useful, but if it is, do not hesitate to make it beautiful.�
102
Anonieme designers doen het beter
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 103
Juist of onjuist 07 Dat is nog maar de vraag ‘Ik vind het redelijk bizar dat uitgerekend meubeldesigners zoveel mediaaandacht krijgen. Op zich vind ik meubels niet zo belangrijk. Ik zeg niet dat ze totaal onbelangrijk zijn. Zoals ik al aangaf, pleit ik ervoor dat mensen zich omringen met goed doordachte, functionele en mooie objecten. Maar meubelen zijn zeker niet belangrijker dan producten uit bepaalde andere sectoren waar designers in totale anonimiteit werken. Het is met meubeldesigners een beetje zoals met kledingdesigners. Ik vind het toch wel kras dat die zo gehypet worden. Toen ik startte, wou ik zelf anoniem blijven. Tot ik merkte dat het commercieel een slechte zet was. Aangezien ik vind dat je alleen van goed design kunt spreken als het ook verkoopt, heb ik me moeten aanpassen. Niet dat ik mezelf nu als een beroemd designer zie. Er zijn genoeg voorbeelden van een heel ander kaliber. In sectoren waarin alles anoniemer gebeurt, zitten de ego’s misschien minder in de weg. Dat kan een voordeel zijn. Ego brengt niet altijd meerwaarde, vooral niet als het bij sommige figuren het hoofddoel begint te worden. Maar wil ik daaruit besluiten dat anonieme designers het beter doen? Ik zou dat niet veralgemenen. Wat ik wel geloof, is dat twee altijd beter is dan één, en tien nog beter. De kwaliteit van een designer heeft veel te maken met de kwaliteit van het team waarmee hij zich omringt. Bij mijn eerste ontwerp deed ik het nog alleen, maar intussen werk ik met heel goede mensen. Toch vind ik nog altijd: zonder mij zou het er niet komen. Ik maak de keuzes. In die zin ben ik de initiator, de regisseur. De regisseur is cruciaal, maar in de aftiteling komen nog heel veel andere namen. Dat geldt voor film, mode én voor design. Sommige namen worden nooit vermeld. Dat is jammer, maar je kunt nooit iedereen in de aftiteling vermelden.’
Foto: Joost Demuynck (photojoost.com voor pacificeiland.be)
106
Provoke or perish
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 107
Juist of onjuist 08
Daar zit iets in
‘ Ik denk dat wij met Extremis ook wel op een zekere manier provoceren. De provocatie zit dan niet noodzakelijk in de producten zelf. Maar wij beslissen wel om het verhaal achter onze producten zo goed mogelijk te brengen en daarvoor gebruiken we elementen van provocatie. Niet iedereen is voldoende gevormd om de meerwaarde van het product meteen te zien zonder bijkomende uitleg. We brengen dus verhalen die reacties uitlokken. Als een soort handleiding. Je moet de aandacht kunnen trekken, dat is zo.’
108
Design is sex, drugs & rock’n roll
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 109
Juist of onjuist 09 waS daT maar waar
‘Ik vind design echt wel een ernstige bezigheid. Je kunt er wel rock ’n roll in steken, het ene sluit het andere niet uit, maar dan is het nog altijd geen permanent feestje. Toevallig zag ik recent een reeks documentaires over de popgeschiedenis. Wel, zelfs die boegbeelden van de rock ‘n roll waren het grootste deel van de tijd keihard aan het werken. Queen of The Rolling Stones, dat was echt niet alleen maar een mooi leventje of alleen maar zuipen. Ze werkten met een onvoorstelbare gedrevenheid. Je moet een onderscheid kunnen maken tussen de oppervlakkige schijn en wat erachter zit.’
110
De hedendaagse consument weet perfect wat hij wil
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 111
Juist of onjuist 10 JE NEEmT JE dromEN voor wErkELIJkhEId ‘Dat geloof ik dus niet. Er zijn te veel voorbeelden die bewijzen dat consumenten dat absoluut niet weten. Het onvoorziene succes van de sms (short message service)- functie op mobiele telefoons is een van de bekendste voorbeelden. De consument heeft daar vooraf nooit om gevraagd. Zelfs degenen die het ontwikkelden, vermoedden niet dat de consumenten dat interessant zouden vinden. Toch vult het uiteindelijk iets in dat ontzettend gewild is. Dat Apple zo populair werd, was ook niet voorspeld door een voorafbestaande vraag van consumenten. Ik geloof helemaal niet dat een goed designproduct begint met een marktstudie. Een goed verkopend product misschien wel, maar een innovatief product? Markstudie leidt vooral tot kennis van wat de consument al kent en dus ook koopt. De vraag van de markt is zelden een vraag naar vernieuwing. In veel gevallen is ze zelfs nogal middelmatig. Internet, mobiele telefonie, facebook. We kunnen het niet meer missen. Maar wie heeft vooraf aangekondigd dat hij/zij dat wou? De meest succesvolle evoluties ontstaan soms onopzettelijk. Vandaar ook het belang van experiment.’
114
Wie zijn klassiekers niet kent, zal het warm water weer uitvinden
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 115
Juist of onjuist 11 NoGaL wIEdES
‘Kennis vergaren is ontzettend belangrijk. Je moet weten wat er bestaat. Toch moet je ook zorgen dat het geen ballast wordt. Ik lees bijvoorbeeld juist daarom heel weinig designmagazines. De klassiekers zijn belangrijk. Maar je moet alle dingen die je kent ook kunnen wegzetten om zelf creatief te denken.
Het zou dom zijn om geen rekening te houden met alles wat mensen al bedacht hebben. Je kunt niet alles in je eentje willen uitvinden. Maar het kan nooit de bedoeling zijn om goede voorbeelden alleen maar te imiteren. Er moet sprake zijn van een verbetering. Soms lukt dat door bestaande voorbeelden op een nieuwe manier te combineren. Goede voorbeelden kunnen ook uit onverwachte hoek komen. Voor het connectiesysteem van mijn parasol heb ik een voorbeeld gevonden in een kolomboormachine. Ik worstelde met het probleem dat er altijd speling zat op de kolom van de parasols. Bij kolomboormachines gebruik je een hendelsysteem dat ervoor zorgt dat de zware boor volledig recht naar beneden komt. Ik zou de oplossing die ik daarop gebaseerd heb nooit gevonden hebben als ik alleen maar bestaande parasols had bestudeerd.
Inumbra 2002
118
Goede designers zijn
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 119
Juist of onjuist 12
n altijd minimalisten Wat heet minimalisme?
‘Net zoals bij de term design moeten we het eens zijn over wat minimalisme betekent. Voor mij betekent het dat je weglaat wat overbodig is. Dan is het juist. Waarom zouden we nood hebben aan iets dat overbodig is? Het zit in het woord zelf. Maar minimalisme gaat soms ook over meer weglaten dan nodig is. Dat vind ik niet juist. Ik heb al heel chique, esthetische boetiek- of hotelinterieurs gezien van beroemde minimalistische architecten die pas enkele maanden na de oplevering al niet meer om aan te zien waren. De materialen hadden al verschrikkelijk geleden onder het gebruik. De realiteit leek helemaal niet meer op de mooie reportagebeelden die in alle magazines verschenen waren. Je maakt het jezelf toch wel wat te makkelijk als je als ontwerper of architect het gebruik opgeeft en niet eens over duurzaamheid nadenkt. Dat keur ik af.’
Icecube door Danny Venlet, 2002
122
Belgisch design is e
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 123
Juist of onjuist 13
IK ZET MIJN JOKER IN ‘Wat is er nu interessant aan het trekken van landsgrenzen? The Sticks is een ontwerp van Hsu-Li Teo en Stefan Kaiser, een Chinees-Duits koppel dat in Australië woont. Het product wordt gecommercialiseerd door Extremis, een Belgische firma. De rubberen onderdelen voor de outdoor versie worden geproduceerd in Sri Lanka. Welke nationaliteit moeten we dan aan zo’n product toekennen? Het is een heel succesvol product. Producten worden doorgaans niet gekozen op basis van nationaliteit. The Sticks biedt als roomdivider een privacy-oplossing. Privacy is een universeel gegeven. Net zoals samen rond een kampvuur zitten, het thema bij de Qrater. Het is van alle plaatsen, alle tijden. Nationaliteit heeft er niets mee te maken of je ervan kan genieten.
een surrealistische grap Extremis heeft ook met de Belgische designers Xavier Lust en Danny Venlet samengewerkt, dat klopt, maar dat heeft vooral te maken met toevallige ontdekkingen: de plooitechniek van Le Banc van Xavier Lust en de Icecube van Danny Venlet.Ik heb met Extremis nooit in termen van binnen- of buitenland gedacht. Export was vanzelfsprekend. Een van mijn allereerste bestellingen was al voor het buitenland. Je kunt je als Belg onmogelijk richten op de binnenlandse markt. België is te klein. Dat is evident. Soms wordt nationaliteit als een verkoopargument gebruikt, maar dat mag dan geen valse belofte inhouden. Wij brengen een aantal van onze producten in verband met het Bourgondische, het goede leven zoals we dat bij ons kennen. De Italianen hebben meer gevoel voor luxe, maar dat staat dan voor mij vaak niet gelijk aan goede levenskwaliteit. Scandinavisch design wordt ook geassocieerd met typische kwaliteiten, maar die kenmerken waren veel duidelijker in het verleden. De grenzen vervagen. Dat merk je heel goed aan wat we eten. Sushi, carpaccio, Caipirinha. Wie had daar twintig, dertig jaar geleden al van gehoord? Alleen wereldreizigers. Je kon dat in België gewoon niet vinden. Nu is het geen speciale ervaring meer om sushi te eten in Japan. Het wordt overal gegeten. Wie vindt het nu nog belangrijk of Italiaans design door Italiaanse designers ontworpen wordt? Het Italiaanse designimago werd sterk bepaald door de Italiaanse ondernemers. De focus leggen op creativiteit is nooit slecht. Maar of België uiteindelijk een designnatie wordt, zal ook afhangen van de bedrijven. Zonder de bedrijven, staan de designers nergens.’
126
Design is voor iedereen
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 127
Juist of onjuist 14
In sprookjesland ‘Er hangt aan sommige dingen een prijskaartje die niet iedereen kan betalen. De vraag is: heeft iedereen alles nodig? Vanwaar het idee dat iedereen toegang moet hebben tot alles? Ook als het niet om een basisbehoefte gaat? Er zijn multimiljonairs die een fantastische luxeyacht hebben. Ik vind het normaal dat ik niet zo’n yacht kan hebben. Ik vind het normaal dat sommige dingen onbereikbaar blijven. Dat geldt voor mij en voor iedereen. Sommige dure, onbereikbare dingen zijn erg waardevol omwille van hun pioniersfunctie. Je kunt zeggen dat Formule 1 elitair is en decadent en zinloos, maar dankzij de Formule 1 zijn onze auto’s wel veel veiliger geworden. Ook bij design kan het onderzoek naar nieuwe en betere dingen de prijs sterk opdrijven. Ook design heeft een laboratoriumfunctie.
Als designer hanteer ik nooit als vertrekpunt: laat ons eens iets doen om elitair te zijn. Zo werkt het echt niet. Ik zoek naar een ideale prijszetting: een realistisch en fair bedrag dat mensen bereid zijn te betalen. Er zijn bepaalde merken die alleen beperkte series of unieke stukken brengen en zich op die manier doelbewust tot een elitair publiek richten. Eerlijk gezegd haat ik gelimiteerde series. Ik haat die artificiële manier om dingen duurder te houden dan dat ze zouden moeten zijn. Ik zou erg blij zijn als ik het dubbel aantal mensen kon bereiken omdat mijn producten maar de helft zouden kosten. Maar er is nu eenmaal een prijskaartje verbonden aan mijn doelstellingen. We hangen af van de smaak van de ‘early adopters’, het publiek dat uitkijkt naar nieuwe dingen. Eames wou ‘het beste voor het minste geld voor het grootste aantal mensen’. Is dat gelukt? Het is uiteraard een fantastisch streven. Ik wil zeker niet zeggen dat de massa zich met minder goede producten tevreden moet stellen. De kwaliteit van toegankelijke producten moet ook goed zijn. Een kevertje moet niet de allures van een grote Mercedes willen hebben, maar het moet wel een uitstekend kevertje zijn. Duurdere producten hebben altijd invloed op andere producten die wel bij de massa terecht komen. Dat is historisch altijd zo geweest.’
130 STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN
Juist of onjuist 15
De gulden snede leidt tot ware schoonheid
131
’t Is niet al goud wat blinkt
‘De verhoudingen van de gulden snede spreken me wel aan. In een recent ontwerp, een boekenkast voor mijn nieuwe woning, heb ik die verhoudingen bewust gebruikt. Ze zijn heel mooi, maar of dat nu de enige, ware schoonheid is? Bij andere ontwerpen ging ik meer op mijn intuïtie af. Zo heb ik bijvoorbeeld besloten om geen Gargantua voor 6 personen te produceren. Ik vond intuïtief dat de verhoudingen niet mooi waren.’
132
hopELIJk moET Ik daT NIET pErSooNLIJk NEmEN?
‘De Hopper bijvoorbeeld heeft nu een zesde award gekregen. Dat vind ik toch betekenisvol. Het goede aan awards is dat ze de consument helpen om een keuze te maken. De award bevestigt dat een jury waarde heeft toegekend aan het product. Voor de consument wordt het steeds moeilijker om te weten waarop hij zijn keuzes moet baseren. Op tien jaar tijd is het aantal producten in onze warenhuizen verviervoudigd. Waar je vroeger één basisproduct had, bijvoorbeeld een blauw Nivea-doosje, heb je nu soms tientallen verschillende varianten in allemaal verschillende verpakkingen. Dat maakt de keuze ingewikkeld. Vandaar het belang van bekende merken en storytelling. Er wordt nu ook gewerkt aan systemen waarin consumenten allerlei parameters kunnen ingeven. Volg je een dieet? Wat is je budget? Wat zijn je speciale voorkeuren? Bij het winkelen kun je dan via dat systeem producten scannen en op basis van de voorgeselecteerde gegevens zie je onmiddellijk in hoeverre dat product overeenkomt met wat voor jou persoonlijk het beste is. Dat lijkt me een interessante evolutie. Het onderzoek is voorlopig geconcentreerd op voeding, maar wie weet kan het ook op andere aankopen toegepast worden. Dan zou je misschien een aankoopadvies krijgen dat nog minder willekeurig is dan een award.’
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 133
Juist of onjuist 16
Designawards zijn vaak nogal willekeurig
Hopper 2010
136
Designinnovatie volgt meestal uit materiaalinnovatie
Ten onrechte
‘Het valt me vaak op bij designopdrachten in scholen dat er aan de studenten gezegd wordt: we hebben hier een materiaal, denk eens na over wat we daarmee kunnen doen. Ik vind dat niet zinvol. Designers moeten niet vanuit de materialen vertrekken, ze moeten vooral goed nadenken over de vraag of we iets sowieso nodig hebben. Wat hebben we nodig? Als het antwoord daarop niet duidelijk is, dan zijn er ook geen verzachtende omstandigheden om toch nog iets op de markt te gooien.
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 137
Juist of onjuist 17
De keuze van het materiaal moet ten dienste staan van het ontwerp, niet omgekeerd. Ik vind ook dat design niet ten dienste mag staan van het productieapparaat. Het zijn niet de machines die moeten bepalen wat het volgende ontwerp wordt. Het vernieuwende idee moet dat bepalen. Eenmaal dat idee er is, lonkt de vrijheid om te kiezen uit een waaier van goede materialen en performante toeleveranciers. Het wordt echt tijd dat we beter begrijpen dat design niet alleen maar draait om materialen en materiële noden. Het draait hoe langer hoe meer om maatschappelijke noden. Een interessante vraag is niet: wat gaan we eens doen met die sensationele nieuwe kunststof? Een veel fundamentelere vraag is : waarom spreken mensen weinig met elkaar? Waarom is er zo weinig persoonlijk contact tussen mensen? Het leven is erg comfortabel geworden. Als we in onze huizen en onze kantoren zitten, merken we zelfs het verschil niet meer tussen zomer en winter. Daardoor krijgen we plots heel andere noden. Hoe hoger ons comfort- en luxeniveau, hoe meer we beginnen te verlangen naar heel eenvoudige dingen: samen buiten zijn, in primitieve, avontuurlijke omstandigheden reizen. We beginnen ervan te dromen om even te kunnen ontsnappen aan alle technologische apparaten en sociale media. Mijn generatie herinnert zich nog die tijd dat we weg waren van thuis en dat niemand ons kon bereiken. Buiten zijn, onbereikbaar zijn…het zijn dingen die we nu naar waarde beginnen te schatten. In die zin vind ik het altijd boeiend om me te laten informeren door mensen die nauwlettend veranderende maatschappelijke en sociologische trends bestuderen. Ik bedoel daarmee uiteraard niet het soort trendwatchers dat ons wil vertellen wat de volgende modekleur zal zijn.’
138
Tijdloos design bestaat niet
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 139
Juist of onjuist 18 ooIT aL IEmaNd oNTmoET dIE dE TIJd koN STILzETTEN?
‘Alles raakt sowieso gedateerd. Design of geen design. Maar sommige dingen zijn we na drie jaar al beu, andere kunnen dertig jaar boeiend en fris blijven, zelfs al kun je er een datum op plakken. Een Ming vaas is duidelijk gedateerd, maar ze blijft mooi. Hetzelfde geldt voor een Lodewijk XV-stoel, een stoel van Le Corbusier, Eileen Gray of Charles Mackintosh. Ik zou heel graag deel willen uitmaken van die historische traditie van duurzame vormen. Maar je kunt natuurlijk nooit voorspellen hoe volgende generaties over je werk zullen oordelen. Ik stel wel vast dat de Gargantua actueel blijft. Duurzame vormgeving verdient volgens mij veel meer aandacht. Het debat mag niet altijd alleen maar over recyclage gaan. Recycling komt te vaak neer op downcycling. De kwaliteit van het gerecycleerde ligt lager dan wat het oorspronkelijk was. Ik denk dat het altijd een betere oplossing is om ervoor te zorgen dat je je producten maar drie keer moet recycleren op een eeuw tijd, niet honderd keer.’
Fire, friends, food & beer!
142
Ecologie moet ernstiger genomen worden
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 143
Juist of onjuist 19 Dat is zonneklaar ‘Voor een designer wringt het altijd. Er zijn al zoveel dingen en je maakt er nog bij. Maar ik wil geen groene ridder zijn die verpletterd wordt door schuldgevoel. Je kunt proberen om je meubels te produceren met een minimale impact. Je kunt een aantal principes volgen waarvan ik denk dat ze juist zijn. Je kunt weigeren om goedkope rommel te maken zodat het publiek ook minder verleid wordt om allerlei overbodige, minderwaardige spullen te kopen alleen maar omdat ze bijna niets kosten. Je kunt consequent kiezen voor een kwalitatieve upgrade en rekening houden met ALLE kosten, ook al die verborgen kosten die nu niet doorgerekend worden maar waar de volgende generaties heel duur voor zullen betalen.
Veel producten worden bewust zo gemaakt dat ze na korte tijd vervangen moeten worden. Printers worden bijvoorbeeld speciaal voorgeprogrammeerd om niet meer te functioneren nadat een bepaald aantal pagina’s geprint is. De toestellen zijn nog perfect in orde, maar ze doen het niet meer omdat de fabrikant het zo wil. Dat zijn ethische vragen die ernstig genomen moeten worden. Net zoals we mensenrechten ernstig moeten nemen. Er wordt veel misbruik gemaakt van trendy groene argumenten. Het publiek is nog altijd zeer slecht geïnformeerd. Waarom kan verantwoord consumeren geen deel uitmaken van het lessenpakket in het onderwijs? In Scandinavische landen krijgen nieuwkomers een les in recycleren. Het zijn erg belangrijke thema’s waar veel harder aan gewerkt moet worden. De mentaliteit zal niet zomaar vanzelf veranderen. De snelheid waarmee jonge mensen bijvoorbeeld veranderen van gsm is een alarmerend teken dat ze niet nadenken over de gevolgen. Veel mensen doen alsof het onbegonnen werk is om de evoluties te keren. Maar dat is struisvogelpolitiek. Iedereen kan altijd keuzes maken. Momenteel is er bijvoorbeeld ontzettend veel vraag nar buitenverwarming. Ik kom op veel plaatsen in het verkeerde seizoen. Overal maak ik hetzelfde mee: het is winter en toch word ik uitgenodigd naar trendy locaties waar iedereen buiten zit bij gasstralers. Het rendement van die gasstralers is laag. De hele omgeving stinkt bovendien naar gas. Ik wil bewust geen buitenverwarming ontwerpen. Ik vind dat echt niet meer van deze tijd. We weten allemaal dat we moeten opletten met energieverbruik. Trek een extra dikke trui aan, gebruik een deken. Of wacht gewoon tot het juiste seizoen om buiten te zitten.’
“De hoeve die we renoveerden is 150 jaar oud. We zullen voor een tijdje de eigenaars zijn, maar in een breder perspectief zie ik het meer als een tijdelijke bezetting.�
Foto: MichaĂŤl Depestele
146
Designers omringen zich met allerlei objecten waar ze een speciale band mee hebben
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN : 147
Juist of onjuist 20
En ze zijn daarin niet alleen
‘Zijn er voorwerpen waarmee ik een speciale band heb? Ik was altijd gehecht aan een wereldbol. Hij behoort net zoals de schaafbank van mijn vader tot mijn vroegste levensherinneringen. Toen ik nog heel klein was, kwam een dame langs die een encyclopedie aan mijn ouders verkocht. De wereldbol kwam er bij als geschenk. Ik was er helemaal weg van. Er zat een lampje in en de bol had felle kleuren. Hij heeft heel mijn jeugd op mijn kamer gestaan. Ik heb nog altijd iets met wereldbollen. Maar ik verzamel ze niet.
Een ander object dat me na aan het hart ligt, is de hondenkar van mijn grootvader. Toen mijn broers en ik nog kleine jongens waren, mochten we er in zitten en dan trok mijn grootvader ons. Hij had ook een apotheekkistje dat ik ontzettend graag wou hebben als kind en waarop ik jaren gewacht heb. Toen hij het me uiteindelijk gaf, werd het mijn schatkist. Als ik dus al een speciale band heb met voorwerpen, dan heeft die opvallend weinig te maken met het object zelf, maar wel alles met de verhalen die er aan vasthangen. Vroeger kon ik helemaal niet begrijpen dat mensen hun huizen willen volstouwen met objecten. Maar met de jaren kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Ik weet dat ik bijvoorbeeld ook geen afscheid kan nemen van de tekeningen van de kinderen. Verhuizen is in dat opzicht ideaal. Ik heb heel veel opgeruimd. Zelfs mijn maquettes. Is het belangrijk om bepaalde objecten te bezitten? Ik zou niet weten wat. Bezit is een beknotting van de vrijheid. Het is ballast. Ik ben jaloers op mensen met een meer nomadische levensstijl die al hun bezittingen in een paar koffers krijgen. Bezit is trouwens een fictie. Je bezit nooit iets. Je krijgt bepaalde dingen hoogstens in bruikleen voor de duur van een leven. De boerderij die we nu renoveren is 150 jaar oud. We zullen nu een tijdje de eigenaars zijn, maar in het bredere perspectief van 150 jaar zie ik dat meer als een tijdelijke bezetting. Ik begrijp vaak niet dat mensen denken dat ze alles mogen omdat ze eigenaar zijn. Het is hun huis, het is hun grond, zeggen ze dan. Alsof dat geen deel uitmaakt van een groter geheel. Alsof de impact die ze hebben op andere mensen of de rest van de omgeving niet hun zaak is.’
152
151
BIOGRAfie Dirk Wynants designer
Managing Director van design agency Dirk Wynants Design Works Stichter, eigenaar, artistiek directeur en designer van Extremis geboren
België, 9 mei 1964, zoon van een meubelmaker. opleiding
Binnenhuis- en meubelontwerp aan het Instituut voor Architectuur Sint-Lucas / Gent, België. loopbaan
Dirk Wynants is Managing Director van zijn eigen design studio Dirk Wynants Design Works. Daarnaast bezit hij het bedrijf Extremis dat hij in 1994 oprichtte. Binnen Extremis is hij nog steeds de volle eigenaar en is voorzitter van de raad van bestuur, maar geeft hij voorrang aan ontwerpen en artistieke sturing. Dirk stichtte Extremis voor de realisatie van zijn eigen ontwerpen. De Gargantua tuintafel was zijn allereerste Extremis product. De verdere ontwikkeling van Extremis als bedrijf (en als merk) was in feite gebaseerd op het succes van zijn eerste creatie. Innovatie, materialen van superieure kwaliteit, een goed oog voor functionaliteit en ecologie maken deel uit van het credo. Dankzij deze instelling, werd Extremis snel een wereldwijd gerenommeerde design collectie. Dirk’s designs wonnen reeds vele awards, en zo deed ook zijn bedrijf voor design management, general management en export. Sedert de oprichting in 1994 slaagde Dirk erin om zijn bedrijf naar de top van de internationale designscene te brengen. Het feit dat hij nooit de mainstream volgt, maar steeds opnieuw innovatief en progressief design brengt, heeft zeker bijgedragen tot deze success story.
Guest at the Golden Hall, Stockholm (SE)
Curved Sticks 2010
Bronco 2006
155
DESIGNS 1994 Gargantua 2000 Utensile range 2002 Inumbra Picnik (samenwerking met Belgisch ontwerper Xavier Lust) 2004 Arthur Donuts Qrater 2005 Dollypop Woodstock 2006 Bronco, Corral & C’upsidedown Behive 2007 Totem 2008 Kosmos 2009 Kosmos parasol Kosmos ‘Oris Alea Abachus Inumbrina 2010 Hopper Hopper shade 2011 Hopper bench
157
AWARDS Henry van de Velde award
design
Belgium
2001 company
Independent entrepreneur of the year (W.VL.)
management
Belgium
2001
Hermes award
management
Belgium
2002 company
Leeuw van de export - young exporter
management
Belgium
2002
FX international design award (best residential furniture)
design
UK
2003 Picnik
company company
Henry van de Velde award (nomination best product) design Belgium 2003 Picnik Interior innovation award IMM
design
Germany
2003
Picnik
Les best of NOW! (design Ă vivre)
design
France
2003
Picnik
Design prize of the Province of West Flanders
design
Belgium
2004 company
FX international design award (best residential furniture)
design
UK
2004
Arthur
Good Design award
design
USA
2004
Picnik
ID award (honorable mention)
design
USA
2004
Picnik
Interior Innovation award IMM (nomination) design Germany 2004 Arthur Picnik IF design award (silver) design Germany 2004 FX international design award (best residential furniture)
design
UK
2005 Donuts
Interior Innovation award IMM
design
Germany
2005
Donuts
Reddot design award
design
Germany
2005
Donuts
Henry van de Velde label
design
Belgium
2006
Inumbra
Henry van de Velde label
design
Belgium
2006
Woodstock
IF design award
design
Germany
2007
Inumbra
IDEA (silver)
design
USA
2007
Inumbra
DME award
design management
Europe
2007
company
Prijs Vormgeving Provincie West-Vlaanderen (brons) design Belgium 2008 Woodstock company DME award in the category ‘sustainability’ design management Europe 2008 (honorable mention)
KMO-laureaat
management
Belgium
2008
company
IF design award
design
Germany
2009
Kosmos
FX international design award (best residential furniture)
design
UK
2009
Kosmos
Ambassadeur West-Vlaanderen
management
Belgium
2009
company
Interior Innovation award IMM
design
Germany
2011 Hopper
Good design award
design
USA
2011
Alea
Reddot design award: best of the best
design
Germany
2011
Hopper
Reddot design award
design
Germany
2011
Abachus
IDEA (silver)
design
USA
2011
Hopper
MD design Germany 2011 Hopper Henry van de Velde label
design
Belgium
2011
Hopper
IF design award design Germany 2011 Hopper
159
P
Inhoud
3
woord vooraf
4
EEN DESIGNER-ENTREPRENEUR MET EEN VERHAAL
8
VROEGE LEERSCHOOL / DE SCHAAFBANK VAN VADER
10
STUDIE / ABSTRACT EXPERIMENT VERSUS KRITISCHE PRODUCTIE
12
EEN OPLOSSINGGERICHTE ZOEKER
14
OP VERDERE VERKENNING / EERSTE WERKERVARINGEN
16
OP EIGEN BENEN / HET ECHTE LEVEN BEGINT AAN DERTIG
18
TIMMEREN AAN DE WEG / DE EERSTE BESTSELLER IN DE MAAK
22
GARGANTUA / SYMBOOL VAN SAMENHORIGHEID
26
NOOD WORDT DEUGD / FOCUS: PIONIERSWERK
28
UITBOUW VAN DE COLLECTIE / WERKEN MET EEN EXTERNE DESIGNER
32
PICKNICK MET TWEE / EENVOUD BEDRIEGT
42
ROYALE AFMETINGEN / VLOT AAN HUIS GELEVERD
48
NIEUWE TOEPASSINGSMOGELIJKHEDEN ONTDEKKEN
54
NIET ALLEEN VOOR FOTOMODELLEN
58
SCHOENEN UIT / INSPIRATIE UIT HET MIDDEN-OOSTEN
62
VAN MEDITERRANE VERFIJNING TOT BOURGONDISCHE BOERENLEUTE
66
DESIGN EN BIER
68
ALLES KAN BETER. OOK PARASOLS
72
DE GOEDE BOODSCHAP MET EEN VRAAGTEKEN
78
STELLINGEN – TEGENSTELLINGEN
150
BIOGRAFIE
154
DESIGNS
156
AWARDS
Donuts 2004
Tekst
Chris Meplon
Translation
Gregory Ball
Coverontwerp & concept
Jaak Van Damme
Grafische vormgeving
Jan de Coster
Beeld research
Bram Coudijzer Photocredits
Extremis Joost Demuynck (photojoost.com voor pacificeiland.be) Michaël Depestele (kodakist.be) Coördinatie
Marieke Hauspie Karel Puype Gedrukt door
PurePrint, Oostkamp Een uitgave van
Stichting Kunstboek Legeweg 165 B-8020 Oostkamp T. + 32 50 46 19 10 F. + 32 50 46 19 18 info@stichtingkunstboek.com www.stichtingkunstboek.com
This book was published with the support of
ISBN: 978-90-5856-408-5 NUR 656 D/2012/6407/4 and also Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, digitaal, door print-outs, fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. © Dirk Wynants bvba, 2012 © Stichting Kunstboek bvba, 2012
Anziplast Tavernier BNP PARIBAS FORTIS D.I. GROUP Drafab carpenting & furnishing pioneers Lesage Metaalconstructie Stad Poperinge Uniglobe Business Travel – Roeselare & Brugge
Extremis gained an international reputation as a trendsetter in outdoor furniture in just a few years, and this success story is closely linked to the inspired personality and ideals of its entrepreneur-designer. More than anyone else, he takes his inspiration from a committed and creative vision of design. He not only devotes his attention to material needs, but also explores ways of responding to socially relevant issues. He considers contemporary design more than simply a matter of trendy and attractive objects; it is all about innovative solutions that can make the world a better place. Since 2007 Dirk Wynants Design Works or (dw)2 has been an independent entity and is open to design assignments from outside Extremis. Since Extremis was launched in 1994, Dirk Wynants has won countless international awards (e.g. the Henry Van de Velde Award, the iF and Red Dot Awards, Good Design, IDEA, DME and so on).
Dirk Wynants
The design critic Chris Meplon has been keeping a close eye on the Belgian and international design scene for years. Her purpose in this book is to discover the secrets behind the unique success story of the pioneering Extremis company. She presents a portrait of Dirk Wynants as an inspiring role model for young designers and entrepreneurs. She also challenges him with twenty incisive questions. Isn’t functionality a thing of the past? Isn’t Good Design a rather paternalist notion? Does the present-day consumer really know what he wants? The designer’s precise answers provide a mass of information for all those who truly want to learn something about the sense and nonsense of design.
Designer
Dirk Wynants (1964) is the founder and owner of Extremis, the innovative Belgian design label. He is also the company’s head designer and devised the powerful branding concept ‘Tools for Togetherness’.
Dirk Wynants Designer
”I’ve always been attached to the globe.”