De lengte van het lichaam van een zwaan is 1,25 tot 1,55 meter. Als hij vliegt, is de spanwijdte gemeten tussen de vleugeltoppen ongeveer 2,20 meter. Van alle vogelsoorten heeft de zwaan de langste nek met 23 à 24 nekwervels. Deze enorme vogel telt rond de 25.000 veren.
Hoofdstuk 1 Onze gasten: allereerst natuurlijk onze dochter Rosalie en haar vriend Jilles
Met een vaart trekt Floor me mee de lift in. ‘Ho, niet zo snel!’ giechel ik. ‘Ik loop op hákken!’ ‘Weet ik, daarom nemen we juist de lift’, grijnst hij naar me in de spiegel. Direct nadat hij op het knopje gedrukt heeft, legt hij zijn arm om me heen en houdt me tegen zich aan. ‘Zo meisje, het feest gaat beginnen!’ Bijna onmiddellijk glijdt er een wolkje over zijn gezicht. Hij kijkt me onderzoekend aan. ‘Gaat het wel goed met je?’ Zo losjes mogelijk antwoord ik hem: ‘Tuurlijk, waarom zou het niet goed gaan?’ Voor de spiegel steek ik mijn tong naar hem uit. ‘Ik ben gewoon een beetje zenuwachtig. Al die mensen die speciaal voor ons komen.’ ‘Omdat je het waard bent’, lacht hij tegen mijn spiegelbeeld. Zijn stem wordt zacht. ‘Je ziet er fantastisch uit, Nicky. Mijn mooie, lieve meisje.’ Hij draait zich naar me toe en legt zijn handen aan weerskanten van mijn hoofd. Een moment lang wil ik tegenstribbelen: ‘Pas op! Ik heb mijn
8
haren juist zo mooi gekruld!’ Maar als ik de tedere uitdrukking in zijn ogen zie, laat ik mijn weerstand varen. Zijn lippen komen dichterbij en drukken een warme kus op de mijne. ‘Ik hou van je, lieverd. Nog meer dan vijfentwintig jaar geleden.’ Een paar tellen houden onze ogen elkaar vast terwijl de woorden zachtjes uit mijn mond komen: ‘En ik van jou.’ Dan kijk ik van hem weg en wijs naar het plafond. ‘Ze zien ons! Er zitten toch altijd van die stiekeme meekijkers in iedere lift?’ Floor schudt zijn hoofd. ‘Geen camera te bekennen! En wat dan nog?’ Hij duwt de liftdeur open en legt zijn hand tegen mijn rug. ‘Iedereen mag zien hoeveel ik van je hou. Kom schat, óp naar het feest!’ Slingers! Roze en witte, ballonnen met de cijfers 2 en 5, aan de muur een groot hart waarop in sierletters geschreven staat: Floor en Nicky, 25 jaar. De zaal lijkt ons een hartelijk welkom toe te roepen, vooral ook door de grote hoeveelheid licht die aan drie zijden door de ramen naar binnen stroomt. Hand in hand bewonderen we een moment lang alle versieringen, totdat er een heldere stem klinkt: ‘Pap! Mam! Wat zijn jullie lekker vroeg!’ Rosalie stormt op ons af, gevolgd door Jilles, in zijn eigen bedaarde tempo. Omdat ze bij Jilles’ ouders sliep, heeft ze ons nog niet eerder gefeliciteerd. Enthousiast slaat ze haar armen om Floor heen en knuffelt hem. ‘Pa, van harte gefeliciteerd! Dat jullie nog maar veel van elkaar mogen genieten!’ Dan krijg ik een beurt. Een stevige omhelzing en drie dikke zoenen. ‘Ma, van harte! Dat u het nog maar lang met pa uit mag houden!’ Nadat er nog wat plagerige opmerkingen tussen Floor en Rosalie heen en weer zijn gegaan, komt Jilles dichterbij. ‘Hartelijk gefeliciteerd met jullie vijfentwintigjarig huwelijk!’ Wanneer hij ons gezoend heeft, doet hij een stap achteruit en kijkt ons
9
ernstig aan. Zelfs Rosalie houdt een tel lang haar mond en wacht wat er nog gaat komen. ‘Ik ben heel blij met jullie’, vervolgt hij. ‘Je kunt zien dat jullie er echt voor elkaar zijn en dat jullie veel van elkaar houden. Voor Roos en mij vormen jullie een prachtvoorbeeld. Zo zouden wij het later ook graag willen.’ Ik voel een brok in mijn keel. Kijk die jongen nu toch eens, met die oprechte, heldere blik in zijn ogen. Wat ben ik de laatste jaren veel om hem gaan geven! Hij past perfect bij onze Rosalie. Moet je haar nu eens zien, alle gekheid is opeens verdwenen. Open en eerlijk kijkt ze ons aan. ‘Ja ma, pa, dat is werkelijk waar. Hoe jullie met elkaar omgaan, dat vinden wij echt gaaf.’ Ik probeer te slikken en veeg stiekem een beetje vocht uit mijn ooghoek weg. Hoe moet je op zulke welgemeende complimenten reageren? Wat kan ik zeggen? Dat zij er van de buitenkant tegenaan kijken? Dat er ook weleens periodes zijn waarin ik me wild erger aan Floor als hij met zijn lompe voeten over de teerste grassprietjes heen walst? En toch … Gelukkig is de buitenkant van ons huwelijk meestal een eerlijk beeld van de binnenkant. Ondanks Floors plompheid houd ik enorm veel van hem. Bovendien mankeren er aan mij ook wel een paar dingetjes. Een paar? Heel veel, bedoel ik. Ik friemel met mijn vingers en knipper met mijn ogen. Naast mij kucht Floor een paar keer. Duidelijk hoor ik dat ook hij ontroerd is wanneer hij zegt: ‘Dankjewel Roos, Jilles. Maar jullie weten: het is alleen door Gods genade.’ Snel knik ik, blij dat Floor het precies goed zegt. Ja, dat kan hij. Mijn journalist speelt en stoeit met woorden en doseert de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Ha, en ook nu weer weet hij de ernst naar vrolijkheid om te buigen: ‘Roos, wat sta je nou toch te stuntelen met dat grote pak achter je? Was je
10
van plan om het ergens te verstoppen? Valt niet mee met dat formaat zou ik zo zeggen.’ ‘Twéé grote pakken’, verbetert Jilles als hij de rechthoekige verpakkingen over de vloer naar ons toe sleept. ‘Alstublieft, een klein cadeautje.’ Samen scheuren Floor en ik het papier eraf. Door de vorm kan ik zo ongeveer wel raden wat erin zit. Dat die twee de moeite hebben genomen om dit helemaal in te pakken! Het heeft ze aardig wat vellen papier gekost. ‘Precies wat we nodig hebben. Eindelijk mijn felbegeerde stretcher!’ juicht Floor. ‘En een tuinstoel. Met vijf standen?’ Meteen probeer ik hem uit in de laagste positie. Een paar tellen leg ik mijn hoofd achterover en sluit mijn ogen. Eventjes laat ik me gaan. Onmiddellijk wordt het plaatje van de droom van afgelopen nacht tegen mijn oogleden geprojecteerd. Lichtblauw water, een hemelsblauwe lucht en een zwaan die vanaf het wateroppervlak probeert op te stijgen. Vanmorgen vroeg had ik weinig tijd om erover te mijmeren. Ik stond snel op, want ik wilde een feestelijk ontbijtje voor Floor en mij klaarmaken. Maar nu opeens is hij er weer. Opnieuw voel ik hoeveel energie het kostte om van dat water los te komen en naar die wijde lucht te vliegen. Maar ook nu kan ik er niet lang bij stilstaan. Hup Nick, vermaan ik mezelf. De kinderen wachten op je reactie. Nog even de hogere standen van de stoel proberen. Ja hoor, ook dat gaat prima. ‘Bedankt jongens, hij zit lekker!’ Wanneer ik overeind gekomen ben, ligt Floor nog steeds languit op het ligbed. ‘Straks, als het weer zomer wordt, dan weet ik het wel!’ roept hij. ‘Lekker luieren in de zon!’ ‘Ho eens even, hij is niet alleen voor jou, hoor’, protesteer ik. ‘Hij is net zo goed voor mij. Toch, Jilles?’
11
‘Zeker weten.’ ‘Hé, val me niet zo af ’, bromt Floor. ‘Wij mannen hebben zo’n ding veel harder nodig dan die vrouwen. Wij doen het zware werk, wij zijn de hele dag van huis …’ Wat hij nu zegt, slaat werkelijk nergens op. Gelukkig springt Rosalie er meteen op in, net als de heggenmussen die direct op de broodkruimels afvliegen zodra ik ze gestrooid heb. ‘En ik dan? Pa, wou je zeggen dat ik niet keihard werk? Een fulltimebaan, vijf dagen in de week lesgeven aan een stelletje pubers. En u moest eens weten hoeveel ma doet! Twee dagen voor de klas, bejaardenwerk, stofzuigen en eten koken en wassen …’ ‘Wassen is een makkie, dat doet de wasmachine.’ ‘Wassen een makkie? En die ene keer dan dat ma ziek was en dat u mijn rode sokken bij de witte was deed? Roze lakens, dat is echt een makkie, hè?’ ‘Stoppen jullie nu maar’, lach ik met een blik naar de klok. ‘Straks komen de eerste gasten en dan zijn jullie nog aan het hakketakken.’ Als Floor naast de stretcher staat, loop ik naar hem toe om zijn colbert recht te trekken. ‘Hè bah, kreukels, dat je nu zo lang op dat ding moest liggen.’ ‘Die plooien gaan er wel weer uit, hoor.’ Hij zwaait met zijn armen langs zijn jasje. ‘Zeg Roos, heb je mijn pak wel goed bekeken? Ik moest en ik zou wat nieuws kopen van je moeder. Hoe vind jij dat nou?’ Maar hoe vaak ze ook op de hand van haar vader is, dit keer laat Roos zich niet overhalen. Ze kijkt mij met een grijns aan en rolt met haar ogen. ‘’t Ziet er goed uit. Werd tijd ook. U wilde toch niet in uw ouwe kloffie naar jullie eigen feest?’ Daarna laat ze haar blik enthousiast over mijn kleren glijden. ‘Móói, mam!’ Ze strijkt met haar hand over mijn mouwen.
12
‘Prachtig leren jasje, en die jurk … Wow, die kléúren! Geweldig dat u zoiets fels durft aan te trekken! Veel mooier dan dat saaie beige dat u vroeger altijd droeg. Dit staat u perfect. Toch geen roze genomen?’ Een tel lang staar ik haar bedremmeld aan, totdat we beiden in de lach schieten. ‘O ja-a’, hik ik, ‘weet je nog?’ ‘Geen gezicht’, gniffelt Rosalie, ‘en die verkoopster maar beweren: “Het staat jullie bééldig!” Ik kreeg er compleet zere ogen van. Net twee zuurstokken!’ Verbaasd kijken de mannen van mij naar Rosalie. Jilles krabbelt achter zijn oor. ‘Zuurstokken? O ja, díé zuurstokken.’ ‘Welke zuurstokken? Waar hebben jullie het over?’ Ja, Floor zou zich toch eens buitengesloten voelen! Altijd wil hij precies weten waar we het over hebben. Plagerig praat ik in geheimtaal verder: ‘Weet je nog, voor die spiegel?’ ‘In die winkel’, knikt Rosalie met een zijdelingse blik naar haar vader. ‘Welke winkel?’ hapt hij direct. ‘Was een lekkere zuurstok, hè Roos?’ vervolg ik. ‘Mmm.’ Rosalie zwaait met haar hand langs haar wang. ‘’k Ben er gek op! Vooral op die knalroze.’ We kijken elkaar aan en schieten prompt weer in de lach. Mijn Rosalie, enkele jaren geleden was ze zo stil tegen me, en kijk haar nu eens! Een warm geluksgevoel borrelt in mij omhoog. Rosalie en ik, wie had kunnen denken dat wij nog eens twee handen op één buik zouden zijn? Toen ik in het pashokje stond, hoorde ik de winkeljuffrouw tegen haar zeggen: ‘Uw zus kan waarschijnlijk wel een maa tje kleiner hebben. Ik zal het even voor haar opzoeken.’ Nota bene: uw zús! Vanachter het gordijn hoorde ik Rosalie grinniken. Zodra de
13
vrouw was weggelopen, lachte ze: ‘Hoorde je dat, ma? Compliment voor u!’ Zo’n drie jaar geleden zou ze met een bokkig gezicht hebben gedaan alsof ze dat ‘zus’ niet eens hoorde en nu … Trouwens, drie jaar geleden was ze nooit met mij op stap gegaan, laat staan dat ze met me was gaan winkelen. De slingers en de ballonnen, ze kunnen niet aan de blijdschap tippen die ik voel als ik naar mijn lieve dochter kijk. Samenzweerderig knipoog ik naar haar. ‘Nou, kom op zeg, doe niet zo geheimzinnig! Ik hoef het allang niet meer te weten.’ Quasiverongelijkt wil Floor zich omdraaien en weglopen, als juist op dat moment een telefoon voor zijn neus wordt gehouden. ‘Kijk maar’, zegt Jilles. ‘Hier staan ze.’ Ik weet direct welke foto Jilles laat zien. Rosalie en ik samen voor een passpiegel met precies dezelfde knalroze jurkjes aan. Toen we samen stonden te gekken, maakte Rosalie plotseling die foto voor de spiegel en stuurde hem naar Jilles, met het onderschrift: ‘Twee zuurstokken.’ Langzaam beweegt Floor zijn hoofd op en neer. ‘O, zit dat zo.’ De pretlichtjes dansen in zijn ogen als hij ze op mij richt. ‘Dan hedde ge nu beslist een schoner kleedje aan!’ Zo onopvallend mogelijk probeer ik de natte plek weg te vegen die Lies op mijn wang heeft achtergelaten. Dat ze nog steeds geen goede zoen kan geven … Misschien moet ik haar maar eens zoenles gaan geven. Ha, ik zie het al voor me: samen aan het oefenen op onze armen. Smak en nog eens smak. ‘Nee zus, die zoen is te nat. Over!’ Ach, ze merkt niet eens dat ik over mijn wang wrijf. Met haar armen om Floors nek geslagen vleit ze haar hoofd tegen zijn borst terwijl hij over haar haren strijkt. 14
‘Dankjewel schoonzusje’, hoor ik hem zeggen. Schoonzusje, dat is ze altijd gebleven, ook al is ze ruim tien jaar ouder. Ik kan het niet laten om een moment lang mijn armen om mijn man en mijn zus heen te slaan en hen beiden te knuffelen. ‘Fijn, dat je er bent, Lies.’ ‘Groepshug.’ Floor trekt ons nog dichter naar zich toe. ‘Voorzichtig!’ zeg ik, terwijl ik een beetje leefruimte probeer over te laten voor de corsages die Rosalie zojuist bij ons heeft opgespeld. Over Lies’ hoofd heen lacht Floor mij toe en roept naar iemand achter mij: ‘Ha ma, komt u er ook bij?’ Maar dat is niets voor mijn moeder. Onmiddellijk loop ik bij Floor en Lies vandaan en laat me door haar feliciteren. ‘Dank u wel, ma, en ook nog hartelijk bedankt voor het bedrag dat u op onze rekening hebt gestort. Het is toch veel te gek!’ ‘Op jullie rekening?’ Ietwat suffig kijkt ze me aan. Net als ik het haar wat duidelijker wil maken, grapt Floor: ‘Niks gek hoor, ma. Wij weten er wel raad mee! Een reisje naar Rome, schat, hoe lijkt je dat?’ Terwijl ik Floor verrast aankijk, neemt mijn moeder Lies bij de arm. ‘Kom Lies, wij gaan een plaats zoeken.’ Ze wijst naar de dichtstbijzijnde plek. ‘Daar gaan we zitten, aan die tafel.’ Met een opgelucht gezicht laat ma zich op een stoel neervallen. Zelf wiebel ik heen en weer op mijn hakken. Ze staan wel chic, maar ik zal wat blij zijn als ik ze straks uit kan trekken. Bah, wat knellen die dingen. Misschien had ik toch naar Rosalie moeten luisteren en ze thuis een paar keer in moeten lopen. ‘Nicolette Johanna!’ Niemand anders dan mijn beste vriendin noemt me bij mijn volledige naam. ‘Janneke!’ ‘Van harte gefeliciteerd en Gods zegen voor jullie verdere leven gewenst!’ Hartelijk slaat ze haar armen om me heen en geeft 15
me drie dikke zoenen. Als ze ook Floor gefeliciteerd heeft, zegt ze: ‘Fijn, dat jullie deze dag mogen beleven.’ Ze knikt in de richting van Rosalie en Jilles, die de cadeaus op een zijtafel neerzetten. ‘Samen met jullie dochter en met Jilles. Jullie hebben het goed, hè, met zijn allen.’ Jannekes blik ontmoet de mijne. We begrijpen elkaar volkomen. Ik hoef niets te zeggen. Ze weet wel dat het niet altijd zo goed geweest is in ons gezin. Plotseling komen de gasten achter elkaar binnen. Steeds weer hoor ik mezelf zeggen: ‘Dankjewel!’ en ‘Fijn dat je er bent!’ De glimlach op mijn gezicht lijkt bijna vast te vriezen. Af en toe steun ik van mijn ene op mijn andere been, maar eigenlijk heb ik gewoon geen tijd om aan mijn voeten te denken, zo snel komen de mensen naar ons toe. ‘Oh Wanda, wat mooi!’ Floor en ik pakken zes ontbijtbordjes uit en zes kop-en-schotels. Allemaal met fijntjes geschilderde blauwe korenbloemen. ‘Prachtig!’ ‘Ja, mooi hè?’ Vergenoegd raakt mijn schoonzus het motiefje aan. ‘Ik dacht wel dat je het leuk zou vinden. Ik was er zelf ook direct verliefd op. O ja, het is wel tweedehands, hoor. Uit de kringloopwinkel. Vind je dat erg?’ ‘Wat maakt dat nou uit.’ ‘Het zou eens niet uit jouw favoriete zaak komen’, merkt Floor droog op. Hij knipoogt naar mijn broer, die rustig afwacht tot zijn vrouw klaar is met haar praatje. ‘Gaaf!’ Rosalie pakt de borden voorzichtig aan en zet ze op de cadeautafel. Jilles schrijft de namen van Willem en Wanda op een papiertje en plakt dat op het servies. Rundvleessalade, huzarensalade, zalmsalade. Allerlei soorten rauwkost, gevulde eieren. Gehaktballetjes, kippenpootjes. Het een na het ander wordt op de buffettafel neergezet. Hadden wij 16
bij de reservering van deze maaltijd werkelijk zo veel soorten vlees besteld? Witlofrolletjes, worteltjes … Het kan niet op. Hopelijk hebben onze gasten f link wat eetlust. Als we bij Rosalie en Jilles gaan zitten, schop ik direct mijn pumps uit onder de tafel. Rondom ons gonst het van de stemmen. Zo te horen heeft iedereen het goed naar zijn zin, maar ik houd met een half oog de klok in de gaten. Floor zou het begin van de maaltijd regelen. Alle gasten die we uitgenodigd hebben, zijn aanwezig. Waarom blijft hij dan zo rustig zitten? Terwijl hij met Jilles over de zaal praat, legt hij zijn hand rustig op de mijne. ‘Panoramazaal … Goede naam. Door al die hoge ramen is het werkelijk een grandioos uitzicht over het hele molengebied.’ ‘En we treffen het met het heldere weer.’ Jilles wijst naar een zijraam. ‘Je kunt zelfs de Van Brienenoordbrug zien.’ ‘Floo-oor.’ Ik keer mijn hand om en knijp in de zijne. ‘Wordt het niet eens tijd om …?’ ‘De Euromast zelfs!’ Als hij niet dat ene korte knikje in mijn richting deed, zou ik er zeker van zijn dat hij me niet hoorde. ‘Zie je wel?’ Hij buigt zich naar Jilles toe. ‘Net even naar links …’ ‘Floo-oor, moet je de avond niet openen?’ Iets harder vraag ik het nu. Vanaf de overkant van de tafel kijkt Rosalie me hoofdschuddend aan. ‘Ma, dat komt wel. Maakt u zich nou niet druk. Pa heeft alles al geregeld.’ Ja, maar wát dan? Ik klem mijn lippen op elkaar en leg mijn handen in mijn schoot. Soms kan Floor zo verstrooid zijn. We hebben voor een bepaalde tijd deze zaal, we kunnen hier geen onbeperkt aantal uren blijven zitten, we moeten beginnen. Moet je hem nu zien: doodgemoedereerd speurt hij samen 17
met Jilles de hele horizon af of ze nog meer bekende gebouwen kunnen ontdekken! Als hij eindelijk stopt met praten, geeft hij een kneepje in mijn hand. ‘Alles is geregeld, Nicky. Laat het maar los.’ Aan Rosalies gezicht te zien heeft ze zijn opmerking gehoord. Indringend kijkt ze me aan en fronst haar wenkbrauwen. ‘Moeilijk hè, mam? Loslaten.’ Hoewel er lichtjes in haar ogen dansen, buig ik een beetje beschaamd mijn hoofd. Mijn valkuil. En mijn dochter die het doorheeft. Leer ik het dan nooit? Terwijl ik mijn trouwring ronddraai aan mijn vinger, hoor ik opeens Rosalies stem boven al het rumoer uit. Net zo helder als het boomklevertje dat ik vorige week ontdekte toen hij plotseling vanuit een boom zijn liedje liet horen. Ze is opgestaan en tikt met een lepel tegen haar glas. ‘Beste mensen. Graag wil ik jullie aan het begin van deze avond namens mijn ouders van harte welkom heten.’ Van lieverlee verstomt het geroezemoes. Een paar mensen draaien hun stoel naar haar om. Wanneer het bijna stil is, klinkt onverwacht hard mijn moeders stem door de zaal: ‘Sst Lies, ze gaan wat zeggen.’ ‘Dat is Roos!’ Lies stommelt half overeind, maar mijn moeder trekt haar met een ruk naar beneden. ‘Zitten blijven!’ Aan de tafel van Floors broers en zussen wordt er f link om gegrinnikt. Rosalie overstemt het gelach en begint nogmaals met een luide stem: ‘Beste gasten, allemaal heel hartelijk welkom.’ Verbaasd laat ik de woorden van haar welkomsttoespraakje over me heen komen. ‘Dankbaar’, ‘Gods trouw’, ‘grapjes van mijn pa’, ‘lieve zorgen van mijn ma’, en dan een Bijbeltekst.
18
‘Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen.’ Hoe kan ze dit? Zo kalm, zo zelfverzekerd, zo sprankelend? Floor knipoogt naar me. ‘Wist je … Heb jij …?’ f luister ik. Hij knikt. Wanneer ze weer gaat zitten, verwacht ik dat Floor opstaat om de maaltijd met gebed te beginnen, maar tot mijn verwondering is het Jilles die zijn stoel naar achteren schuift. ‘Zullen we met elkaar bidden?’ Eerlijk gezegd dringen zijn eerste woorden niet eens tot me door. Zo trots voel ik me. Op mijn dochter, die zo’n prachtig toespraakje hield, en nu op haar vriend, die het aandurft om voor zo’n veertig mensen hardop te bidden. De blijheid golft door me heen. Rosalie en Jilles, ze vullen elkaar goed aan. Zij zo’n spontane, bruisende meid, hij zo’n evenwichtige, rustige kerel. Wanneer zullen ze gaan trouwen? Dit jaar nog? Of volgend jaar? Ik heb er nog niets over gehoord. Wat zulke dingen betreft, is Rosalie zo gesloten als de knop van een pioenroos. Ho, opletten Nicky, luisteren naar Jilles’ gebed. Met eenvoudige woorden hoor ik hem om een zegen vragen voor het samenzijn en voor het eten. Als hij ‘amen’ heeft gezegd, knik ik hem vriendelijk toe. ‘Dankjewel.’ Direct daarna worden Floor en ik door Rosalie naar het buffet gedirigeerd. ‘Pa, ma, jullie mogen als eerste.’ Snel schiet ik mijn schoenen aan en voel Floors hand in mijn rug als we naar de tafel lopen. Daar geeft hij mij een bord in handen. ‘Alsjeblieft, lieverd. Tsjonge, wat zullen we eens kiezen? Het ziet er allemaal zo heerlijk uit!’ Vergenoegd kijkt hij de tafel langs. Gelukkig maar dat hij mijn gedachten niet kan lezen. Alles is fijn. Alles is blij. Maar waarom loop ik dan al wekenlang met zo’n vreemd onbestemd gevoel in mijn hoofd?
19