Skip to main content

De Week 48

Page 1

proefexemplaar

de week

#48

achtergronden en opinie uit een week reformatorisch dagblad

zaterdag 28 november 2015

BIDDEN IN EEN FLATKAPEL. STAP VOOR STAP. GEVLUCHT UIT ONVEILIG ALEPPO. GELOOFSBELIJDENIS LEGITIMEERT GEEN GEWELD. WEG MET PATRIARCHAAL GEZAG – OF NIET. DE GROTE AUTORITEITSTEST. GEEN BAZEN IN DE GEMEENTE. TWINTIG SECONDEN STILTE. DE DATAMAATSCHAPPIJ. ZORG VOOR KLIMAAT. MESSIAANSE PIONIER.


de week

advertentie

Van Maastricht tot Den Helder en van Den Haag tot Enschede. Ons splinternieuwe 4G-netwerk is al bijna overal in Nederland beschikbaar. Razendsnel ĂŠn voor een ontzettend lage prijs. Dus doe mee. Laat je niet afremmen. En geniet zorgeloos van internet op je mobiel.

Check tele2.nl/verovertnederland


DEZE WEEK

4

5

6

10 11

zaterdag 28 november 2015

16 17

3

7

32 33

36 37

2

ADVERTENTIE

3

INHOUD & COLOFON

8

BIDDEN IN EEN FLATKAPEL

9

STAP VOOR STAP GEVLUCHT UIT ONVEILIG ALEPPO

14

ADVERTENTIE

15

GELOOFSBELIJDENIS LEGITIMEERT GEEN GEWELD

21

WEG MET PATRIARCHAAL GEZAG – OF NIET

20

ADVERTENTIE

24 25

26 27

30 31

VOORPAGINA

12 13

18 19

22 23

1

DE GROTE AUTORITEITSTEST

28

GEEN BAZEN IN DE GEMEENTE

29

TWINTIG SECONDEN STILTE

34

DE DATAMAATSCHAPPIJ

35

ZORG VOOR KLIMAAT

38 39 40

MESSIAANSE PIONIER ADVERTENTIE

COLOFON: de WEEK is een proefuitgave van de Erdee Media Groep. De WEEK bundelt een selectie van de beste opinie- en achtergrondartikelen uit het Reformatorisch Dagblad van de afgelopen week. De WEEK wil christenen helpen om breed geïnformeerd in de samenleving te staan. DIRECTIE: Ir. B. Visser HOOFDREDACTEUR: W. B. Kranendonk EINDREDACTIE: Pieter Ariese, Jurriën Dekker, Albert Groothedde en Aad van Toor VORMGEVING: Corné van der Horst

REDACTIE De Week, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn Telefoon: 055-539022 E-mail: deweek@erdee.nl

ABONNEESERVICE Postbus 613, 7300 AP Apeldoorn Telefoon: 055-5390498 E-mail: abonneeservice@erdee.nl

De WEEK is een onderdeel van Erdee Media Groep (EMG). EMG legt van abonnees gegevens vast voor de uitvoering van de (abonnee)overeenkomst en om u te informeren over producten en diensten van EMG. Voor meer informatie over ons privacybeleid en algemene voorwaarden, zie www.erdeeservice.nl.


de week

4


zaterdag 28 november 2015

5

Bidden in een flatkapel Een christelijk inloop足 centrum voor jongeren. Of een protestants klooster dat alleenstaande moeders met hun kind wil opvangen. Kerken en christenen ontplooien in de Bijlmer nieuwe initiatieven die de leefbaarheid in de Amsterdamse wijk moeten vergroten. tekst Michiel Bakker beeld Sjaak Verboom


Woensdagmiddag, vier uur. In een parkeergarage in de multiculturele wijk de Bijlmer is een groep Afrikaanse mannen in gesprek. Op straat strompelt een gehandicapte man voorbij die passanten zijn sigaartje aanbiedt. Een paar afgedankte stoelen en een bank staan verregend op een grasveld. Aan het eind van de middag rennen een paar jongens de trap op in een kantoorpand aan de Hogevecht. In een met vlaggetjes versierde ruimte op de eerste etage groeten ze „meester Glen.” Hij is met twee stagiairs present in The Mall, de inloop van Youth for Christ (YfC). Aan de wand hangen de huisregels: „Ga op een positieve manier met elkaar om”, „Scheld of vloek niet, lach niemand uit”, „Dreig niet met geweld.” Obed (11) vertelt dat hij in de buurt woont, bij zijn uit Ghana afkomstige moeder en oudere broer. Na schooltijd komt hij hier regelmatig tafelvoetbal spelen. Jaymuel – zijn ouders komen van Curaçao– zit met een rode pet op achter een van de twee computers een spel te spelen. De groep 8-leerling is een vaste bezoeker en blijft vaak totdat de deur om acht uur ’s avonds dichtgaat. „Thuis heb ik niks te doen.” Migrantenkerken The Mall ging een jaar geleden van start. In april had de officiële opening plaats. Ds. Moses Alagbe, voorganger van een migrantenkerk, vertelt dat de behoefte aan een jongerencentrum twee jaar geleden ontstond binnen de Pentecostal Council of Churches (PCC) in de Bijlmer, waarvan hij voorzitter. Bij dit platform zijn 31 pinksterkerken aangesloten. „We stelden vast dat er geen gezamenlijke jeugdactiviteiten waren en dat we geen getrainde jeugdleiders hadden. Daarom hebben we Youth for Christ benaderd.” Op de achtergrond speelden zorgen over de Bijlmerjeugd. Ds. Alagbe, afkomstig uit Nigeria, vertelt dat veel jongeren opgroeien in een (eenouder)gezin dat het financieel niet breed heeft. „Hun vader kennen ze niet, of hij zit in de gevangenis. Veel kinderen zwerven op straat en komen al jong in aanraking met criminaliteit en drugs. Er is veel vroegtijdige schoolverlating.”

Hoewel hij geen cijfers heeft, signaleert de predikant, die hoofdzakelijk Engels spreekt, dat de problemen de afgelopen drie jaar zijn toegenomen. Een oorzaak kan hij niet aanwijzen, maar hij wil wel de vervelende zaken aanpakken en werken aan preventie. De PCC-kerken zijn daarom anderhalf jaar geleden gestart met huiswerkbegeleiding. „Veel ouders spreken geen Nederlands en kunnen hun kinderen niet helpen.” Ook worden er jeugdavonden georganiseerd met rolmodellen, zoals een ex-lid van een straatbende, die jongeren stimuleren te werken aan hun toekomst. De kerken bieden eveneens opvoedcursussen voor ouders aan, die in een behoefte blijken te voorzien. „We benadrukken bijvoorbeeld dat het belangrijk is dat ze contact hebben met de school van hun kinderen. Velen houden zich daar afzijdig van. Ze zijn te druk of hebben geen interesse, terwijl een goede samenwerking tussen ouders en leerkrachten heel belangrijk is.” Kookgroep Door de samenwerking met YfC kon het contact met jongeren in de Bijlmer worden uitgebreid. De organisatie gaat ook jeugdwerkers uit de kerken trainen, zodat zij op den duur het werk van The Mall kunnen overnemen, legt jongerenwerker Glen Leeuwin van YfC uit. De geboren Surinamer werkt drie dagen per week in de Amsterdamse wijk en één dag in zijn woonplaats Almere. Het eerste jaar stond, zegt Leeuwin, in het teken van contact leggen met jongeren en vertrouwen kweken. De inloopmiddagen bieden de mogelijkheid voor ontmoeting, gesprek en het doen van een spel. „Ik praat met de jongeren, observeer hen en probeer te ontdekken wat er in hun leven speelt.” Daarnaast biedt The Mall, op diverse locaties in de wijk, activiteiten aan zoals muziek maken, sporten en een weerbaarheidstraining. „Binnenkort starten we met een kookgroep voor jongeren. Buurtbewoners kunnen tegen een schappelijke prijs mee-eten.” De christelijke identiteit van The Mall blijkt onder meer uit de huisregels en een tekst die in blauwe letters op de wand is geschilderd: ”He blesses the young” (Hij zegent de kinderen). Een maand geleden startte The Mall met een

de week

6


zaterdag 28 november 2015

7

specifiek christelijke activiteit op vrijdagavond, die zo’n zeventien tieners trekt: Rock Solid. „Aan de hand van een thema komt het Evangelie ter sprake. Veel Surinaamse en Antilliaanse jongeren zeggen dat ze geloven. Maar wat betekent dit en wat doen ze ermee? Het is ons verlangen dat ze Jezus leren kennen.” Als er sprake is van problemen in gezinnen, verwijst Leeuwin door naar professionele hulpverlening. „Een jongen vertelde dat zijn vader in de gevangenis zat. Zijn moeder liep de hele dag op straat en dronk veel. Ik ben met haar in contact gekomen en uiteindelijk heeft ze hulp gezocht. Haar zoon bezoekt nu Rock Solid. Dat zijn mooie ontwikkelingen.” Kleiklooster In een ander deel van de Bijlmer probeert een groep christenen eveneens iets te betekenen voor de wijk. Twee gezinnen met kinderen, een echtpaar en twee singles –allen autochtone Nederlanders– betrokken recent enkele met

hier kan ik m’n christen-zijn praktisch invullen

elkaar verbonden huizen in de Kleiburgflat, die ruim 500 woningen telt. Hun initiatief kreeg de naam Kleiklooster en werd vorige maand officieel geopend. Een gesprek met initiatiefnemer Johannes van den Akker maakt duidelijk dat de instelling in veel opzichten niet voldoet aan het beeld van een traditioneel monnikenof nonnenverblijf. De ‘abt’ woont met zijn vrouw Joanne en hun drie kinderen in het protestantse klooster, waarin elke bewoner zijn eigen appartement heeft. Hij leidt de bewonersvergaderingen en is eindverantwoordelijk voor het reilen en zeilen in het Kleiklooster. In de gezamenlijke woon- en eetkamer vertelt de vrijgemaakt-gereformeerde Van den Akker dat hij en zijn

vrouw in 2007 vanuit Delft naar de Bijlmer verhuisden. „Ik studeerde theologie aan de VU in Amsterdam en Joanne werkte hier. We stonden elke ochtend samen in de file. Daarom gingen we op zoek naar een huis in de hoofdstad. Uiteindelijk hebben mijn schoonouders toen een driekamerwoning voor ons gekocht in de Bijlmer.” De mix van culturen in de wijk sprak het echtpaar aan, maar ze kregen nauwelijks contact met de buren in hun portiekflat. Toen ze vanwege gezinsuitbreiding op zoek waren naar een groter huis, ontstond gaandeweg het idee een leefgemeenschap te vormen, waarin ze meer invulling konden geven aan het Bijbelse begrip gastvrijheid. Dat leidde uiteindelijk tot het Kleiklooster. „We willen hier het contact met God onderhouden en bidden en werken in de buurt. De aanduiding klooster past daarbij. Tegelijk maken we met onze naam duidelijk wat onze identiteit is. We zijn niet zomaar een leefgemeenschap en willen niet dat mensen er pas na enige tijd achterkomen dat we christenen zijn.” Moeder met kind De bewoners zijn lid van verschillende kerken in Amsterdam en bezoeken daar de diensten. Ze zorgen zelf voor hun inkomen. Van den Akker stopte na zijn bachelor met de studie theologie. Hij runt met twee medevennoten Firma Hoe Dan Wel, die sociale ondernemingen ondersteunt bij het bereiken van hun idealen. Zijn vrouw werkt als ergotherapeut. „We zitten nu in een overgangsfase, maar de bedoeling is dat we straks allebei drie dagen werken. Daardoor houden we tijd over om in het klooster actief te zijn.” De kloosterlingen willen in hun gezamenlijke ruimte –de buurtkamer– wijkgenoten welkom heten voor een kop koffie en een praatje. Aan de inrichting van de drie gastenkamers wordt nog gewerkt. Doel is hier een tijdelijke opvangplek te bieden aan alleenstaande moeders met een kind, die begeleiding krijgen van een professional van onder andere de christelijke zorgorganisatie Timon. Woensdag is de vaste dag dat de bewoners van het Kleiklooster met z’n allen eten. Aan een grote houten tafel schuiven deze avond niet alleen de dertien bewoners,


onder wie vijf kinderen, aan, maar ook enkele gasten uit de wijk. Op tafel staat pompoensoep, lasagne en sla. Een van de koks vandaag is kloosterbewoner Corine Waagmeester, in het dagelijks leven huisarts. Kloostertuin Tijdens de maaltijd vertelt Aart de Bonte (27) waarom hij zich heeft aangemeld als bewoner van het Kleiklooster. „Het spreekt me aan dat ik hier mijn christen-zijn praktisch kan invullen op de plek waar ik woon. Daarbij wordt rekening gehouden met ieders talenten. Ik zorg nu bijvoorbeeld met Corine voor de inrichting van de gastenkamers, terwijl een ander heeft geregeld dat we wifi hebben.” De Bonte bewoont een van de twee huurappartementen in het klooster, naast de drie koopwoningen. Hij vertelt dat de bewoners in het jaar voor de ingebruikneming door een coach zijn begeleid in het proces om samen een groep te gaan vormen. „We hebben dezelfde idealen en geloofsbasis. Ik vertrouw erop dat het goed gaat en dat God erbij is”, zegt De Bonte. Hij zou in het voorjaar graag samen met kinderen uit de Bijlmer aan de slag gaan in de kloostertuin, verderop in de wijk. „We hebben veel dromen en plannen, maar doen alles stap voor stap. We zijn nu vooral bezig onze medebewoners in de flat te leren kennen”, zegt De Bonte, die als redacteur bij uitgeverij Kok werkt. Voor hij in het Kleiklooster kwam, was hij lid van de christelijke gereformeerde kerk in Utrecht-West. In Amsterdam oriënteert hij zich nog op een kerk waarbij hij zich wil aansluiten.

Avondgebed Na afloop van de maaltijd blijkt er voor zo’n drie personen lasagne over te zijn. Een van de bewoners meldt dit op de Facebookpagina van het Kleiklooster. Even later meldt zich iemand uit de buurt die de lasagne goed kan gebruiken en het eten meekrijgt. Sommige bewoners praten nog wat na bij een kop koffie, anderen trekken zich terug in hun eigen appartement. Om negen uur ontmoeten ze elkaar, zoals gebruikelijk, tijdens het avond­gebed, waarbij ook een paar buurtgenoten aanschuiven. Iedereen neemt plaats op een laag houten krukje in de zogeheten kapel, een eenvoudige ruimte met een kruis­teken voor het raam. Voorin brandt een grote kaars. Het klooster volgt het Bijbelrooster van Taizé, een oecumenische leefgemeenschap in Frankrijk. Deze avond wordt de bijeenkomst van een halfuur geleid door Petra Tensen (28), die met haar man Jefta in het klooster woont. Ze laat eerst een lied van een cd horen over onrecht en gerechtigheid, waarna ze voorgaat in gebed. Daarna leest ze –tweemaal– een gedeelte uit Jakobus 3. In stilte overdenkt iedereen de dagtekst uit dit hoofdstuk, over onder meer wijsheid. Aan het eind spreken verschillende deelnemers een gebed uit. Er wordt gebeden voor vrede in de wijk, voor kinderen van wie de ouders in een vechtscheiding liggen, voor vluchtelingen en voor mensen „die bij het vallen van elk blad van een boom hun hart iets zwaarder voelen wegen.” Even na halftien sluit Tensen het avondgebed af. „Ik wens jullie allen Gods zegen en een goede nachtrust.”

Religie in Amsterdam De Amsterdamse wijk de Bijlmer is onderdeel van het stadsdeel Zuidoost. Op 1 januari telde de Bijlmer, bestaande uit de buurten Centrum en Oost, 49.958 inwoners. „Een grove schatting is dat minstens een derde van hen zich verbonden voelt met een christelijke stroming”, zegt dr. Clemens Wenneker van de afdeling onderzoek, informatie en statistiek (OIS) van de gemeente Amsterdam. Het zou volgens hem „zomaar kunnen” dat de Bijlmer „het meest christelijke deel” van de hoofdstad is. Evangelische en pinkstergemeenten zijn er het best vertegenwoordigd. Uit het vorig jaar verschenen OIS-onder-

zoek ”Religie in Amsterdam” blijkt dat zij in de Bijlmer twintig kerken en andere plaatsen van samenkomst hebben. Van sommige gebouwen maken meerdere gemeenten gebruik. Zo komen vijftien pinkstergemeenten samen in kerkcentrum de Kandelaar. Dr. Wenneker geeft aan dat het overzicht niet volledig is, omdat niet alle huisgemeenten of groepen die diensten houden in omgebouwde garageboxen bekend zijn. In de categorie ”overige christelijke kerken” noteerden de onderzoekers zes plaatsen van samenkomst in de Bijlmer. Ze rekenen hiertoe onder meer locaties van een anglicaanse

kerk, een Indonesische gemeente en de zevendedagsadventisten, maar ook van de Jehova’s getuigen. Orthodox- en bevindelijk gereformeerde kerken ontbreken in de wijk. Bijlmerbewoners die bij deze kerken zijn aangesloten, bezoeken veelal diensten elders in de stad of regio. De generale synode van de Hersteld Hervormde Kerk besloot in november vorig jaar dat de commissie evangelisatie in samenwerking met de classis Midden de mogelijkheden voor missionair werk in de Bijlmer gaat onderzoeken. De uitkomst daarvan is nog niet bekend.

de week

8


9 COLUMN

STAP VOOR STAP

zaterdag 28 november 2015

tekst Mariska Dijkstra Veertig minuten? Ik laat het nieuws even tot me doordringen. Het lukte me deze week niet aan te sluiten bij de hardloopgroep waar ik normaal bij loop, de beginners. Dus kreeg ik het advies een dagje later mee te doen; zelfde tijd, zelfde plaats. Alleen niet dezelfde afstand, blijkt nu. En dit gaat ook duidelijk sneller dan ik gewend ben. Wat nu? Afhaken? En thuis op de bank gaan zitten? Of gewoon maar niet nadenken. En gaan. Dat laatste lukt, tot ergens op een derde van de tijd. Dit wordt nooit wat, zoemt het door m’n hoofd. Stop

ik denk vaak aan mijn hardlooptochtje, zoals bij die volle wasmand maar, dit gaat je niet lukken. Baf! Dit soort gedachten doet geen goed aan m’n benen. Er komt iemand naast me lopen. Ze begint te vertellen over haar werk. En ik luister en loop. En stop met denken. Dat is wel net zo prettig. „Hoe ver zijn we?” vraag ik een medeloper met een smartphone. De helft, net iets erover. „Goed bezig”, voegt hij me toe. Grappig, die opmerking erbij. Want ik dacht juist net het tegenovergestelde. „Versnellen!” wordt er geroepen. „Ga je mee?” Iemand uit de groep

zegt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En het rare is: ik ga mee. Ik maak niet de hele minuut vol, maar blijkbaar zat er nog kracht in m’n benen, terwijl m’n hoofd me toesprak dat ik bijna neer zou vallen. Huh? Ik zie de sporthal, ons startpunt. Zijn we er dan al bijna? Dit gaat me lukken. Opeens weet ik het zeker. Ik maak die tijd vol, hoe dan ook. En als ik straks thuiskom, ben ik supertrots. Ik lijk wel te zweven nu ik de finish zie. Een tegenvaller. Voor de sporthal slaan we een fietspad naar links in. Een extra rondje om de tijd vol te maken. Ik kan besluiten rechtdoor te gaan, alsnog af te haken. Maar dat voelt verkeerd nu ik het idee heb gehad dat ik het zal redden. Ik ga door. Stap voor stap. En red het. Bikkel. Ik denk de laatste dagen vaak aan dit hardlooptochtje. Als ik de grote mand met was zie bijvoorbeeld. Die uiteindelijk in de kast moet komen te liggen. Of dat grote plan moet schrijven, voor m’n werk. En wat te denken van de decembermaand die voor de deur staat? Bijzonder om te ervaren dat voor veel zaken precies dezelfde processen spelen. Diezelfde gedachten komen op, ook hier doet een bemoediging wonderen en wordt het makkelijker wanneer het eind in zicht is. En dan kunnen er tegenvallers zijn, als je maar stapje voor stapje doorgaat, kom je er. En wat voelt het goed, als het weer is gelukt! Herkenbaar? Bikkels zijn we. mariska@rd.nl


de week

10

Gevlucht uit onveilig Aleppo In Syrië hadden ze in materieel opzicht aan niets gebrek, maar ze voelden zich er niet langer veilig. Daarom besloten Samuel en Yuliana met hun twee dochters het land te ontvluchten. In Kampen hebben de christelijke vluchtelingen inmiddels hun draai gevonden. „Dit is het Jeruzalem van Nederland.” tekst Michiel Bakker beeld RD, Anton Dommerholt


zaterdag 28 november 2015

11


Het uitzicht vanuit de woonkamer in hun flat in Kampen is weids. Foto’s aan de wand herinneren aan Syrië, het land dat Samuel (47) en Yuliana (43) bijna twee jaar geleden ontvluchtten. Terwijl Samuel, overwegend in het Engels, hun verhaal vertelt, zet Yuliana een glas water, cake en een traditioneel Syrisch gerecht op tafel: witte rijst in melk met vanille, en een chocolaatje. Later volgt een kop koffie. Dochter Sarah (16), havo-3-leerling op de reformatorische Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen, vult haar vader af en toe aan en helpt zo nodig om Arabische woorden te vertalen. Haar zus Hala (19) is op school. Zij volgt in Zwolle een mbo-opleiding international business & management. Het Syrische gezin is afkomstig uit Aleppo, een grote stad in het noordwesten van Syrië. Samuel vertelt dat hij aan een staatsuniversiteit elektrische bouwkunde studeerde, waarna hij vijf jaar voor de overheid moest werken. Daarna stapte hij over naar een beter betaalde baan bij het bedrijf dat zijn vader in 1965 heeft opgericht. Beiden waren in Syrië, Libanon en Jordanië agent voor fabrieken in de Verenigde Staten, Europa, Zuid-Korea en China. In augustus 1995 trouwde Samuel met Yuliana, die in Syrië sportdocente was. Zij groeide op in een Syrisch-orthodox gezin. Haar vader is predikant. Samuel komt uit een protestants gezin met een lutherse inslag. Hij benadrukt dat de kerkelijke scheidslijnen in Syrië niet scherp worden getrokken. Aan hun

huwelijksdienst werkte zowel een orthodoxe bisschop als een protestantse predikant mee. „Orthodox, protestants en rooms-katholiek zijn allemaal kleuren van één regenboog.” Zondagsschool Het christelijk geloof nam van jongs af aan een belangrijke plaats in het leven van Samuel en Yuliana in. „Mijn vader –hij woont nu ook in Nederland– was lid van de synode van de protestantse kerk. Hij had een grote bibliotheek met theologische boeken en sprak met mij over Luther en Calvijn. Op zondagavond gingen we naar de ouders van Yuliana en spraken we over de preek die mijn schoonvader had gehouden.” Sarah vertelt dat ze in Aleppo een christelijke school bezocht, waar ze wekelijks godsdienstles kreeg van een Syrisch-orthodoxe predikant. Ze leerde er ook Aramees, „de taal die Jezus sprak en waarin we in de kerk het Onze Vader baden.” Als kind ging ze naar de zondagsschool en later naar een Bijbelstudiegroep voor jongeren. Christenen vormden met 5 procent van de bevolking een kleine minderheid in het overwegend islamitische Aleppo, zegt Samuel. Lange tijd leefden moslims en christenen volgens hem probleemloos samen. In 2013 veranderde dat. Als christen moest Samuel bijvoorbeeld extra belasting gaan betalen. Strenge islamitische groeperingen waren sterk in opkomst en vriendschappelijke contacten met moslims bekoelden. Oorlog Christenen in Syrië hebben drie mo-

gelijkheden, schetst Samuel. „Sterven, moslim worden of heel veel geld betalen.” De eerste periode koos de Syriër voor optie drie. „Moslimextremisten, vergelijkbaar met IS, dreigden dat mijn dochters gevaar zouden lopen als ik niet betaalde.” Nadat hij „zo’n 40.000 euro” aan belasting had neergeteld, besloot hij te vluchten. Behalve problemen die hij als christen ondervond, speelde de algehele oorlogssituatie een rol bij zijn beslissing het land te verlaten. Sommige scholen werden gesloten, huizen in beslag genomen door het leger. Een neef van Samuel in de Syrische stad Hasaka, dicht bij Irak, kwam in oorlogsgeweld om het leven. „De situatie werd steeds slechter en gevaarlijker.” Mede door zijn internationale werk kon Samuel met zijn gezin met een visum naar de Verenigde Staten reizen. Hij besloot vervolgens om naar Europa te gaan. „De regels voor vluchtelingen in Amerika zijn moeilijk. We zouden daar de eerste twee jaar geen verblijfsdocumenten krijgen, mijn kinderen konden het eerste halfjaar niet naar school en we konden ons niet verzekeren”, zo motiveert hij zijn beslissing. In Europa zag het gezin verscheidene opties. „Twee tantes en een broer van mij woonden in Enschede, zij waren twee jaar eerder gevlucht. We hebben ook familie in Zweden. Ik vroeg Yuliana: Waar wil je heen? Ze zei: God zal het duidelijk maken. Uiteindelijk kregen we de overtuiging dat we naar Nederland moesten gaan. Op 25 januari vorig jaar kwa-

de week

12


13

Meeste vluchtelingen Syriërs Van Aleppo naar Kampen. Of van Hasaka naar Wezep. Tienduizenden Syriërs die hun land ontvluchtten, kwamen de afgelopen jaren in Nederland terecht. In de top vijf van nationaliteiten in de centra van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) staan Syrische vluchtelingen met 49 procent (22.551 personen) bovenaan. Andere Syriërs stroomden inmiddels door naar een woning en zijn daar bezig een nieuw bestaan op te bouwen. Het COA houdt geen registratie bij van de religieuze achtergrond van asielzoekers. Duidelijk is wel dat onder de Syrische vluchtelingen in de azc’s christenen momenteel een –soms kleine– minderheid vormen.

zaterdag 28 november 2015

men we op Schiphol aan. Mijn vader arriveerde precies een week eerder en woont nu in Enschede. Mijn moeder is drie jaar geleden, nog in Syrië, aan kanker overleden.” Schiphol De asielprocedure verliep vlot. „We zaten tien dagen in het aanmeldcentrum op Schiphol. Toen kregen we een status en verhuisden naar het azc Schalkhaar, waar we moesten wachten tot er een woning voor ons zou zijn. In het azc hadden we als gezin één kamer in een groot gebouw.”

mijn dochters zouden gevaar lopen als ik niet betaalde In Schalkhaar kwamen de Syriërs in contact met leden van de gereformeerde gemeente in het nabijgelegen Deventer. Daar bezochten ze op zondag de diensten. De preek werd in het Engels vertaald. „Mijn zus vertaalde die vervolgens in het Arabisch”, zegt Sarah. Zij ging in Deventer korte tijd naar een internationale schakelklas, waar ze de eerste beginselen van de Nederlandse taal leerde. Na drie maanden kreeg het gezin –vorig jaar zomer– een woning in Kampen toegewezen. „Ik houd van Kampen, het Jeruzalem van Nederland”, zegt Samuel, verwijzend

naar de vele kerken in de stad. „Het is hier gezellig en veilig”, zegt zijn vrouw. „En de mensen zijn aardig”, vult Sarah aan. In Kampen bezoeken ze meestal de diensten in de vrijgemaakt-gereformeerde Bazuinkerk. Soms gaan ze naar de gereformeerde gemeente. Samuel ziet geen groot verschil met de diensten in de protestantse kerk in Syrië. „In onze kerk stonden de mannen onder de preek, de vrouwen zaten. Hier zit iedereen.” Masker Drie keer per week gaan Samuel en Yuliana naar school om Nederlands te leren. Ze willen graag integreren en hopen in de toekomst hun vroegere beroep te kunnen oppakken. „Als ik straks de taal spreek, is dat geen probleem”, verwacht Yuliana. Haar man: „We houden van dit land. Onze toekomst ligt hier. Tegen mijn dochters zeg ik: Syrië is jullie eerste moederland, Nederland het tweede.” Samuel heeft meer contacten met Nederlanders dan met Syriërs. „We gaan vooral om met christenen en danken God dat Hij broeders en zusters heeft gestuurd om ons in Nederland te helpen. Mensen met een ander geloof respecteer ik. Als ze hulp nodig hebben, zal ik die geven, maar ik zal hen niet snel thuis uitnodigen.” Over spanningen tussen moslims en christenen in bijvoorbeeld azc’s wil Samuel niet veel kwijt. In algemene zin zegt hij: „De gewone moslims zijn geen probleem, maar de strikte moslims. Misschien is die groep niet groter dan 5 of 10

procent, maar hij kan wel veel invloed hebben.” In contacten met islamitische landgenoten is hij op zijn hoede. „Mensen dragen vaak een masker. Je weet niet wat daarachter schuilgaat.” Het echtpaar maakt zich zorgen om Yuliana’s zus en haar gezin, die nog in Aleppo wonen, evenals Yuliana’s ouders. Samuel wijst naar een foto aan de muur, waarop onder anderen zijn schoonvader en een Syrische-orthodoxe bisschop staan. „Die bisschop is drie jaar geleden ontvoerd. We weten niet of hij nog leeft.” Kaas en wijn Meer dan eens vroeg Samuel zijn schoonvader naar Europa te komen. „Dat wil hij niet. Vanmorgen sprak ik nog telefonisch met hem. Hij verwees naar Mattheüs 5:10 en 11.” Samuel citeert de tekst –„Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil”– in het Arabisch, waarna Sarah deze in een Nederlandse vertaling voorleest. Veel christenen zijn Syrië inmiddels ontvlucht. „In 2010 was mijn schoonvader verantwoordelijk voor 3300 families, nu nog voor 600. Hij zegt: „Ik zou niet naar Nederland kunnen gaan en daar kaas eten en wijn drinken, terwijl ik mijn gemeenteleden achterlaat. Ik moet voor deze schapen zorgen.” We vinden het moeilijk dat mijn schoonouders daar blijven, maar ik heb gezegd: Het is goed.” >>rd.nl/vluchtelingenprobleem


d staat in brand. ogelijkheden het verspreiden, ook a. Kijk op ntaylor.nl en op NL56RABO . r rolstoelbus. Wij n VRIJWILLIGER rolstoelbus voor o. Rijbewijs B is Dagbesteding n Achterberg en Tel. 06-49495933 uwehof.nl

www.

STPAKKETTEN www.EIROEM.nl

Memoire ringen M101 vanaf ₏ 350,-

Vraag uw juwelier naar de mogelijkheden van grootte van stenen en diamant kwaliteit.

Â

advertentie

n door waarderen PAKKETTEN van Meren. Kijk op eren.nl/kerstpak

ELWEKEN............ korting bij beste100,- bij hoeden, aretten. Welkom ds Galerie in ogerdsgalerie.nl

eboren kindje is vatbaar. De arts US voor. Wat nu? -Consultatiepunt, g, 7 dagen per 8-547878, www. onsultatiepunt

WORKSHOP bij Meren in Otterlo incl koffie en geop: debruine orkshops

OOTJE ‌‌‌‌ HERENHOEDEN, en, -Sjaals en en L.Tiendeweg 182 - 52 44 21.

GAASTERLAND, gen vervoersreis op D.V. 23 dec., a. 349,-

WINTERZON muùÊcar, gse vliegreis k op D.V. 21 jan., b., 3 maart, & 14 april 2016, a. 895,-

p beter-uit.nl 88 - 310 05 00

Genieten van de sneeuw en van elkaar Met dank aan

dailytrend.nl

Dailytrend.nl is dĂŠ website voor inspiratie op het gebied van mode, wonen, koken, creativiteit en reizen. Wil je een ander interieur of vernieuwde tuin? Leuke ideeĂŤn voor een vakantie? Kook- of baktips? Ga snel naar Dailytrend.nl

de week

DIGING!! Karen signeert zaterdag er van 14.00 tot haar nieuwste ajagen waard� bij van der Boom 41. Sommelsdijk. 82614 www.boek erboom.nl


15 OPINIE

GELOOFSBELIJDENIS LEGITIMEERT GEEN GEWELD

zaterdag 28 november 2015

Ongeduldig een ideale religieuze toekomst naar je toe halen, desnoods met geweld, levert altijd ongelukken op, betoogt dr. Arnold Huijgen. Veel islamitisch gemotiveerd terrorisme, zoals dat in Parijs, komt voort uit haat tegen het Westen in het algemeen en tegen de democratie in het bijzonder, stelde terrorisme-expert Peter Knoope eerder deze maand. Je kunt je afvragen of het omver willen werpen van de democratische rechtsstaat niet ook in het christelijk geloof aanwezig is, in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB), artikel 36, staan immers de befaamde woorden dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt, mede om „te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst.” Zo af en toe laait de discussie op of bijvoorbeeld de SGP, die ermee worstelt hoe dit artikel onverkort te handhaven, daarmee niet potentieel de rechtsstaat ondermijnt. Zou het niet beter zijn om, net als de Gereformeerde Kerken in Nederland in 1905 deden, de gewraakte woorden te schrappen? Zo maak je immers duidelijk dat je de democratie van harte accepteert en niet de intentie hebt de democratie te vervangen door een theocratisch bewind. Volgens mij zou het schrappen van die woorden enkel maar illus­treren dat het vaak helemaal niet wordt begrepen wat een geloofsbelijdenis is en wat de NGB nu precies bedoelt. Een geloofsbelijdenis is geen wetboek dat aangepast moet worden aan de eisen van de tijd. Het is een document dat een eerdere beslissing vastlegt en dat door een kerkgemeenschap voor haar rekening wordt genomen. Dat vraagt altijd weer gedegen interpretatie. Wie begint te strepen, zal ook andere delen moeten wijzigen, upgraden of wellicht schrappen. In het geval van artikel 36 is het nuttig om te weten dat de opsteller, Guido de Brès, de rooms-katholieke heerser ervan wilde overtuigen dat de gereformeerden de staat juist niet wilden ondermijnen. Dat hadden de wederdopers wel gedaan, en dat was het schrikbeeld van allerlei Europese overheden. De Brès

benadrukt het onderscheid met de wederdopers: de gereformeerden erkennen de overheid compleet, inclusief het geweldsmonopolie. Dat laat onverlet dat de overheid in haar eigen verantwoordelijkheid geroepen is door God. Het aanvaarden van artikel 36 is daarmee geen rem op de acceptatie van de liberale democratie. Integendeel. Zoals De Brès aangaf geen gewapende revolutie te willen maar de machten te accepteren, zo zullen christenen voluit de liberale democratie aanvaarden. Zoals De Brès de macht van de overheid ook in godsdienstige kwesties erkende, lijkt het me goed om vandaag te aanvaarden dat de overheid de handen afhoudt van de

tolerantie is voluit een christelijke deugd

godsdienst. Gelukkig maar: stel je voor dat het huidige kabinet met het zwaard ging verdedigen wat volgens hem de juiste godsdienst is. In De Brès’ tijd was er minder oog voor tolerantie dan in onze tijd. Tolerantie is echter voluit een christelijke deugd. Als in een gelijkenis van Jezus de dienaren het onkruid tussen de tarwe vandaan willen trekken, wordt dat door de Heere verboden: ze zouden met het onkruid ook de tarwe er uittrekken. Wachten dus tot de oogst. Ongeduldig een ideale religieuze toekomst naar je toe halen, desnoods met geweld, levert altijd ongelukken op. >>rd.nl/theologenblog


de week

16

Paul Verhaeghe


17

zaterdag 28 november 2015

WEG MET PATRIARCHAAL GEZAG – OF NIET Wij, westerse mensen van de 21e eeuw, hebben een probleem met gezag, schrijft Paul Verhaeghe in zijn onlangs verschenen boek ”Autoriteit”. Ouders roepen hun kinderen niet tot de orde, docenten zijn bang voor hun leerlingen, politiek en kerk zijn hun geloofwaardigheid kwijt. Wat is de oplossing? Over die vraag gaat de auteur in gesprek met collega-deskundige Bram de Muynck. tekst Enny de Bruijn beeld RD, Henk Visscher

D

e een, Verhaeghe (60), is klinisch psycholoog, psychoanalyticus en hoogleraar aan de Universiteit van Gent. De ander, De Muynck (54), is orthopedagoog, gz-psycholoog en lector christelijk leraarschap aan de Driestar in Gouda. Hij schreef eerder (samen met ds. J. J. ten Brinke) óók een boek over gezag, maar dan vanuit christelijk perspectief: ”Verleende volmacht” (2014). U vertrekt allebei vanuit de gedachte dat we in onze samenleving een ”crisis van het gezag” ervaren. Verhaeghe: „De voorbeelden liggen voor het grijpen. Denk aan de politieagent, de buschauffeur, de rechter. Zulke mensen dragen een uniform om aan te geven dat ze in functie zijn, maar ze hebben niet langer vanzelfsprekend gezag. Je hoort van buschauffeurs die aangevallen worden door hun passagiers, of leerkrachten die aangevallen worden door hun leerlingen. De

laatste vijftien jaar is dat sterk toegenomen. Geen wonder dat mensen verlangen naar meer gezag. Maar áls een leerkracht dan streng optreedt in de klas, komen ouders daarover klagen.” De Muynck: „Dat een leraar sneller door ouders ter verantwoording geroepen wordt herken ik. Maar het probleem is niet alleen dat mensen zich minder laten gezeggen, de gezagsdragers zelf hebben óók moeite om hun gezag te laten gelden. Ouders, politieagenten, docenten, allemaal vinden ze het moeilijk om op te treden. Dat zit in de lucht, in onze cultuur.” Verhaeghe: „Ik denk dat het te maken heeft met een verkeerd idee van wat autoriteit is. We verwarren autoriteit met betuttelend, paternalistisch gedrag – waar we in de jaren zestig en zeventig mee hebben afgerekend. Dát soort autoriteit willen we niet. Maar we kunnen natuurlijk niet zonder.”

Wat is autoriteit dan, en wat is het verschil met macht? Verhaeghe: „Macht is gedwongen onderwerping: andere mensen verplichten om jouw wil te volgen. Wie macht gebruikt, heeft vaak juist géén gezag. Daarom neemt zo iemand zijn toevlucht tot dwang. Maar autoriteit is vrijwillige onderwerping aan iets buiten jezelf. Het woord ”gezagsdrager” zegt het al: iemand mág het dragen, en dat aanvaard je dan.” De Muynck: „Dat vond ik een inzichtgevende gedachte in uw boek. Het gaat om ”werkende autoriteit”: iemand heeft gezag omdat anderen dat gezag erkennen. Ik ga uit van de geldigheid van gezag, ook al wordt dat niet aanvaard. Bij u is autoriteit ”aanvaard gezag” en dat heeft in zichzelf een positieve strekking.” Verhaeghe: „Toch ligt er aan de basis van elke autoriteit ook geweld. Zelfs bij de meest liefdevolle autoriteit van de opvoeder.”


de week

18

Bram de Muynck


19

Bedoelt u een pak slaag, of een boze reactie? Verhaeghe: „Het gaat dieper dan dat. Wat doe je als je je kind bepaalde dingen wilt leren of afleren? Negeren, streng toespreken, in de hoek zetten, naar boven sturen, weghalen uit de veilige nabijheid van de groep. Dat is geweld in de vorm van uitsluiten, afwijzen, liefde onthouden. Op die manier geef je als opvoeder de grenzen aan.”

zaterdag 28 november 2015

Hoe hebt u dat zelf gedaan, in de praktijk? Verhaeghe: „Ik heb twee kinderen, nu 30 en 26 jaar. Vroeger, toen ze klein waren, vroegen ze natuurlijk: Waarom mag dat niet, of waarom moet dat zo? Dan zei ik: „Omdat ik dat vind, en omdat ik je papa ben.” Dat ging niet over mezélf, maar over mijn rol als vader. Iets vergelijkbaars geldt voor mijn rol als docent. Mijn studenten hoeven niet verplicht aanwezig te zijn, maar als ze komen, moeten ze zwijgen en mijn les volgen. En als ze dat niet doen, steek ik ze buiten. De dialoog komt pas nadien.” Is dat herkenbaar voor een Nederlandse opvoeder? De Muynck: „Wél als het gaat over de opvoeding van mijn kinderen. Maar met studenten is zoiets in Nederland volstrekt onmogelijk. De eerste keer dat ik een gastles in België verzorgde, was dat een openbaring voor me: alle studenten zwegen en luisterden. In een Nederlandse situatie is dat ondenkbaar, daar beginnen studenten al na vijf minuten met vragen stellen en reageren. Ik denk dat dat te maken heeft met de protestantse geschiedenis van Nederland. Protestanten zijn vanouds minder gezagsgetrouw dan rooms-katholieken.” Zo denken reformatorische christenen niet graag over zichzelf. De Muynck: „Dat protesteren zit veel dieper in onze cultuur dan onze religieuze traditie waar wil hebben. Ook in het reformatorisch onderwijs wil een leraar graag dat kinderen reageren op zijn les. Actieve kinderen, dat vinden wij belangrijk.” Verhaeghe: „De Reformatie was een afwijzing van de piramidale structuur van de kerk – gebruiken jullie dat woord, piramidaal? Protestanten zijn zélf verantwoordelijk voor hun relatie met God.” De Muynck: „Daardoor beleven protestanten de kerk anders dan katholieken.” Verhaeghe: „Je zou een aantal dingen in mijn boek als kritiek op religie kunnen opvatten, maar ik heb het dan vooral over Rome als religieuze machtsorganisatie, over de kerk als voorbeeld van een besloten gemeenschap waarbinnen mensen op een bevoogdende manier behandeld worden. Dat leidt snel tot misbruik.” Zou er in protestantse kerken nooit sprake zijn van macht en machtsmisbruik? De Muynck: „Ook in onze reformatorische traditie

komt het voor dat de kerk als machtsinstituut bepaalde opvattingen en gedragsregels van bovenaf probeert op te leggen, en ook daar zie je dat dat in deze tijd steeds minder lukt. Het zou interessant zijn om eens te onderzoeken hoe gezag werkt bij de protestantse kerkgenootschappen.” Verhaeghe: „Voor de meeste mensen in onze samenleving geldt toch dat de macht van de kerk heeft afgedaan, zoals alle patriarchale autoriteit: God als Vader, de vader des vaderlands, de oude regentenpolitiek.” Waarom zou een terugkeer naar die patriarchale autoriteit niet mogelijk zijn? Verhaeghe: „Omdat de meerderheid niet meer bereid is in die vorm van autoriteit te geloven. Je kunt op die manier geen gezag meer verwerven, je kunt alleen nog macht oefenen.” De Muynck: „Dat klopt niet helemaal als het over opvoeding gaat. Ouders zijn toch een soort voortrekkers ten opzichte van hun kinderen. Dat geldt trouwens ook voor leraren. Zij gaan voorop. Dat impliceert dat ze verder zijn, dat er wel degelijk sprake is van een ‘hoger’ en een

protestanten zijn vanouds minder gezagsgetrouw dan katholieken

‘lager’. Dat verschil kun je niet weghalen.” Verhaeghe: „Dat geef ik meteen toe: er is een verschil tussen opvoeding en onderwijs aan de ene kant, en politiek, bedrijfsleven en gezondheidszorg aan de andere kant. Democratie voor vijfjarige kinderen is geen goed idee, maar bij volwassenen ligt het anders. Wat mij aanspreekt is het beeld van de voorganger. Als ik voor een groep studenten sta, zeg ik: „Ik heb een jaar of tien, vijftien voorsprong, maar straks staan jullie waar ik sta.”” U bent in uw boek op zoek gegaan naar andere, nieuwe vormen van autoriteit. Verhaeghe: „Dat er nieuwe vormen ontstaan, zie ik om me heen gebeuren. Wat opvalt, is dat er vaak vanuit een groep een beslissing bereikt wordt. Denk aan een oudervereniging, een burgergroep, een zorgteam, een aandeelhoudersvergadering. Dat is een horizontale vorm van autoriteit.” Waarop berust die autoriteit? Verhaeghe: „Die is ten diepste nergens op gegrond. Uiteindelijk is autoriteit een kwestie van geloof. Eeuwenlang was God de bron van alle autoriteit, omdat Hij de mensen


advertentie

06:32 de week

’s ochtends

De tijd vliegt. Voor je het weet is de dag alweer voorbij. En je goede voornemens? Kies vandaag nog voor de goedkoopste groene energie van Nederland, en help mee om meer mensen een betere toekomst te geven. Overstappen veel gedoe? Niet bij SamSam. Onze overstapservice neemt alles voor je uit handen!

Heb je even? Kijk op www.samsamcollectief.nl

Goedkoopste groene energie van NL

Steun een goed doel

Geen gedoe! Wij nemen alles voor je uit handen

SamSam. Hartverwarmende energie

Bel (030) 201 29 74


21

”Autoriteit”

zaterdag 28 november 2015

Aanleiding voor het gesprek tussen Paul Verhaeghe en Bram de Muynck is Verhaeghes boek ”Autoriteit” (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2015; ISBN 978 90 234 9281 8; 272 blz.; € 19,90). Daarin zoekt de auteur naar verklaringen voor het feit dat er tegenwoordig zo weinig waarde aan gezag wordt gehecht, en wat daarvoor de oplossing is: „Als maatschappij staan we op een wissel: richting macht of richting nieuwe autoriteit.”

had geboden om Hem te gehoorzamen. Maar daar moest je dan wél in geloven. Het klassieke, patriarchale gezag was gebaseerd op een groot verhaal, met de bijbehorende ethiek. Maar dat grote verhaal hebben we als samenleving niet meer.” De Muynck: „De vraag is of we zonder kunnen. Als ik de Bijbel goed versta, gaat het daar niet over een God Die zich presenteert als patriarch en met een soort kadaverdiscipline de mensen in het gareel probeert te houden. Integendeel. Wat ik wél lees, is dat mensen altijd in verhouding staan tot Gods geboden. Als Jozua de opvolger wordt van Mozes, krijgt hij geen leiderschapsinstructie, alleen de opdracht: Je moet je aan de geboden houden. De vraag is of je je door die geboden –die van buiten jezelf komen– laat gezeggen.” Gezag, in welke vorm ook, verwijst naar gedeelde waarden en normen. Hoe bepaal je die? Verhaeghe: „De inhoud daarvan is eigenlijk redelijk willekeurig. De wet van Hammurabi zegt heel andere dingen dan de Amerikaanse grondwet, maar toch kun je ze allebei als basis voor een samen­leving nemen.” De Muynck: „Maar in de praktijk maakt het alle verschil wélke waarden en normen je als uitgangspunt kiest. Als ik een voorbeeld mag geven: in mijn dorp is de gymzaal beschikbaar gesteld aan 23 asielzoekers. De burgemeester heeft dat beslist zonder daar de buurtbewoners in te kennen. Gevolg: de hele buurt protesteert en er heerst een uitgesproken antistemming. Stel dat het gezag in zulke gevallen in de groep zelf ligt, wat krijg je dan? Het sentiment van mensen heeft soms kwaadaardige neigingen.” Verhaeghe: „Het idee dat autoriteit steeds meer op groepen gebaseerd gaat zijn, betekent niet dat het dan vanzelf goed gaat. Élke vorm van autoriteit is vatbaar voor de meest vreselijke uitwassen.” Kun je die uitwassen voorkomen? De Muynck: „Ik denk dat er bij het maken van keuzes meer nodig is dan een persoonlijk gevoel of een groepsgevoel, dat er altijd iets van buiten jezelf nodig is om jezelf aan te meten. Daarvoor heb je filosofie nodig, en ook theologie. Mag ik u vragen: die ethische gevoeligheid bij

u, waar is die op gebaseerd?” Verhaeghe: „Mijn opvoeding, mijn kennis, de ethische normen waar ik achter sta. Maar dat is een persoonlijke keus. In mijn boek heb ik geprobeerd die discussie te vermijden. Waar moet men zich aan meten? Dat is dé vraag van de ethiek en de moraal, je mag van mij niet verwachten dat ik daar een algemeen geldend antwoord op geef. Ik zeg niet dat de nieuwe vorm van autoriteit beter of slechter is dan de oude, ik beschrijf alleen wat ik zie.” Hoe zou de nieuwe vorm van autoriteit werken bij bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Verhaeghe: „De vluchtelingenproblematiek... we hebben het wel over ménsen. Racistische gevoelens vloeien vaak voort uit onbegrip, gebrek aan kennis. Als je meer menselijke verhalen hoort, ga je anders reageren. Op zo’n vraagstuk als dat van de grote vluchtelingenstromen is een ethisch antwoord nodig, en het probleem is dat de politiek dat niet geeft. Maar ook hier zie je een horizontalere vorm van gezag ontstaan. Mensen roepen elkaar tot de orde, controleren elkaar, bijvoorbeeld via sociale media. Meer kennis zorgt voor meer begrip, wat weer leidt tot betere beslissingen.” Dan gaat u ervan uit dat de gemiddelde mens het goede wil. Verhaeghe: „Mensen hebben een aangeboren gevoel van rechtvaardigheid, en een gevoel dat het goed is om te delen. Daardoor wordt het eigenbelang onderuitgehaald.” De Muynck: „Maar mensen binnen een groep zijn toch ook altijd geneigd tot uitsluiting van anderen. Zelfverdediging zit in de mens.” Verhaeghe: „Ja, we hebben zowel een driftmatige, egoïstische neiging als een neiging die meer op solidariteit is gericht. Daarom vind ik een geloof in de absolute goedheid van de mens even naïef als een geloof in de absolute slechtheid van de mens.” De Muynck: „Het bijzondere van de boodschap van Jezus is toch, dat die totaal ingaat tegen zulke menselijke intuïties en groepsprocessen. „Ik ben niet gekomen om te heersen, maar om te dienen” – dat doorbreekt alle natuurlijke neigingen en patronen.”


22

DE GROTE Misschien bent u een voorvechter van gezag in de samenleving. Misschien spreekt u regelmatig over een „crisis van het gezag.” Misschien is gezag iets wat u uw kinderen graag wilt bijbrengen. Maar hoe gezagsgetrouw bent u zélf? Op deze pagina geen wetenschappelijk verantwoorde test, maar zomaar wat vragen om de blik naar binnen te wenden. Het gewenste antwoord geven is niet zo moeilijk, u bereikt pas echt resultaat als u eerlijk durft zijn. Niettemin, welke eindscore u ook haalt, er blijft altijd iets om aan te werken. samenstelling redactie cultuur beeld RD, Henk Visscher

de week

AUTORITEITSTEST


zaterdag 28 november 2015

23


24

A. Ik zeg dat ik het niet met hem eens ben, maar uiteindelijk mag hij als hoofd van het gezin de doorslag geven. (3) B. We praten erover en proberen samen een compromis te bereiken. (2) C. Ik zeg dat ik absoluut niet ga verhuizen of van kerk veranderen. (1)

2. Uw baas geeft u een opdracht waar u het niet mee eens bent. Hoe gaat u daarmee om? A. Natuurlijk voer ik die opdracht uit, mijn baas zegt het toch. (3) B. Ik sputter tegen en probeer hem op andere gedachten te brengen, maar als dat niet lukt voer ik de opdracht wél uit. (2) C. Ik kan echt geen dingen doen waar ik zelf niet achter stA. (1)

5b. (voor mannen) Wat doet u als u het met uw echtgenote oneens bent over de opvoeding van de kinderen? A. Ik zeg dat ik als man het hoofd van het gezin ben en dat mijn inzicht dus de doorslag mag geven. (1) B. We gaan erover in gesprek en komen dan vaak ergens in het midden uit. (2) C. We bezoeken een opvoedingskring, we kopen een opvoedingsboek, we praten met ervaringsdeskundigen. Dat helpt vaak. (3)

3. Uw kind krijgt straf op school. Hoe reageert u? A. Ik geef er thuis nog wat extra straf bij. (3) B. Ik wil graag horen hoe het gegaan is, maar zeg uiteindelijk dat mijn kind toch maar moet doen wat de leraar zegt. (2) C. Ik bel de bewuste leraar op om hem te vertellen dat míjn kind zich niet misdraagt. (1) 4. De dominee zegt tijdens de preek regelmatig iets waar u het niet mee eens bent. Wat doet u? A. Ik ga hem een mail of een brief sturen, hopelijk komt hij dan tot betere inzichten. (2) B. Ik mopper tijdens de koffie tegen mijn gezinsleden dat de dominee het weer helemaal mis had. (1) C. Ik stel mijn mening bij, en zeg tegen mijn kinderen dat de dominee aan ons gegeven is, en dat we naar hem moeten luisteren. (3) 5a. (voor vrouwen) Wat zegt u als uw man van woonplaats of kerkgenootschap wil veranderen, en u wilt dat niet?

6. U wilt graag achter uw huis een schuurtje bouwen, een boom omhakken of een vuurtje stoken. Vraagt u toestemming aan de gemeente? A. Ik doe dat gewoon, ze kunnen wel zo veel regels maken, ik ben altijd baas geweest op mijn eigen land. (1) B. Alleen als het een grote boom, een groot vuur of een grote schuur is. (2) C. Natuurlijk vraag ik een vergunning, zo hoort dat. (3) 7. Een collega wijst u erop dat u een d/t-fout gemaakt hebt. Wat is uw eerste gedachte? A. Wat een onzin, dat gezeur over d’s of t’s – als mensen maar begrijpen wat ik bedoel! (1) B. In een sollicitatiebrief zou ik er wel op letten, maar in een mail voor een collega komt het niet zo nauw. (2) C. Ik rust niet voor ik precies weet wat ik fout gedaan heb en wat de

regels zijn, zodat me dat niet nóg een keer overkomt. (3) 8. Als iemand in een discussie Calvijn (of een andere autoriteit) aanhaalt, heeft dat dan effect op u? A. Als Calvijn de kwestie echt anders ziet dan ik, dan stel ik mijn eigen mening bij. (3) B. Ik heb groot respect voor Calvijn, maar het hangt er wél van af in welke context dat citaat gebruikt wordt. (2) C. Ook Calvijn kan het mis hebben, ik ga liever op mijn eigen gevoel af. (1) 9. Wat doet u als u ziet dat andermans kinderen schreeuwend en gillend door het restaurant rennen waar u zit te eten? A. Dat is mijn verantwoordelijkheid niet, dus ik probeer er niet op te letten. (3) B. Ik kijk zo boos en nadrukkelijk mogelijk naar de ouders van die kinderen, in de hoop dat ze er iets van zeggen. (2) C. Ik zeg streng tegen het drukste kind: „Hé jij daar, stop daar eens mee! Een beetje rustiger!” (1) 10. Waarom draagt u een autogordel? A. Ik ben er erg op tegen dat de overheid zich met de eigen verantwoordelijkheid van mensen bemoeit, maar ik heb geen zin in een boete. (1) B. Het is goed voor de veiligheid, en bovendien: mijn auto accepteert niet dat ik het níét doe – ik kan dat irritante gepiep niet verdragen. (2) C. Ik denk daar verder niet over na, het is nu eenmaal voorgeschreven, dus doe ik dat. (3) 11. U krijgt huisbezoek van een ouderling in een zwart pak. Welk effect heeft dat pak? A. Het schept afstand. Weinig kans dat ik deze man iets persoonlijks ga vertellen. (1)

de week

1. Het stoplicht staat op rood, wacht u altijd netjes tot het groen wordt? A. Natuurlijk niet, ik heb ook ogen in m’n hoofd! (1) B. Dat hangt er van af of ik met de auto of met de fiets ben, en of mijn kinderen erbij zijn of niet. (2) C. Ik wacht altijd, of er nu verkeer voorbijkomt of niet. (3)


25

zaterdag 28 november 2015

B. Ik probeer er doorheen te kijken. Met of zonder zwart pak, deze man is ouderling en hij komt om over belangrijke dingen te praten. (3) C. Het geeft me het gevoel dat deze man een echte ambtsdrager is. Ouderlingen die op bezoek komen in hun daagse kloffie neem ik niet serieus. (1) 12. Het is oudejaarsnacht, en u ziet dat de politie probeert te verhinderen dat uw dorpsgenoten een autowrak in brand steken. Wat doet u? A. Ik maak dat ik wegkom, ik wil er niet bij betrokken raken. Schandalig, zulke heidense praktijken. (3) B. Ik scheld de agenten uit en heb er lol in als het achter hun rug tóch lukt om dat vuurtje te stoken. (1) C. Ik laat me gezeggen, maar vind dat de politie zich te druk maakt. Dit is een oude traditie, láát ons toch gewoon! (2) 13a. (voor ouders) Uw zoon of dochter van 12 sputtert: „Waarom

moet ik alwéér de vaat wassen!” Wat zegt u? A. „Omdat ik het zeg” – want ik laat niet over me lopen! (1) B. „Toe nou joh, doe het gewoon even, we doen het allemaal om de beurt” – want dat is het goede antwoord volgens een opvoedingsboekje dat ik net gelezen heb. (3) C. „Niet zeuren, gewoon doen” – want ik heb geen zin om elke dag de discussie aan te gaan. (2) 13b. (voor niet-ouders) Uw moeder verwacht dat u haar boodschappen haalt, haar strijk wegwerkt en haar tuin bijhoudt, ook al bent u inmiddels het huis uit. Hoe reageert u? A. Ik doe dat gewoon, zo is dat nu eenmaal gegroeid, en ze is tenslotte mijn moeder. (3) B. Ik doe het wel, maar vind dat ze me best eens wat vaker zou kunnen bedanken of iets extra’s voor míj doen. (2) C. Ik weiger. Het is voor een moeder niet gezond om zo veel eisen te stellen als ze zelf nog fit genoeg is. (1)

14. Wat denkt u van de roep om sterkere politieke leiders, naar aanleiding van het nieuws over grote aantallen vluchtelingen die Europa binnenkomen? A. Mee eens, ik zal blij zijn als ik er zelf niet meer over hoef na te denken en er gewoon op kan vertrouwen dat de regering het nodige doet. (3) B. Ik vind inderdaad dat we veel sterkere leiders nodig hebben. Maar ze moeten dan wél precies vinden wat ik vind, en dat uitvoeren. (1) C. Ik vind dat duidelijkheid nodig is, maar ook dat we de roep om sterkere leiders met een korreltje zout moeten nemen – die zegt vooral iets van onze eigen onzekerheid. (2) 15. Wanneer heeft iemand voor u gezag? A. Als hij of zij boven mij gesteld is, zoals de catechismus zegt. (3) B. Als hij of zij het met me eens is. (1)1 C. Als hij of zij verstand heeft van het onderwerp waar het over gaat. (2)

Testuitslag Kijk naar het aantal punten bij de door u gegeven antwoorden (tussen haakjes bij elk antwoord), en tel die getallen bij elkaar op. 15-26 punten + U denkt onafhankelijk en u laat zich niet meevoeren in foute keuzes van gezagsdragers. – U herbergt een rebelse geest, al weet u misschien uitwendig de gezagsgetrouwe schijn op te houden. Diep in uw hart denkt u dat gezag iets is wat alleen voor ándere mensen geldt.

27-33 punten +U hebt het juiste midden gevonden en kunt de zaak altijd van meerdere kanten bekijken. – Dat u zo’n liefhebber bent van de nuance kan ook betekenen dat u te voorzichtig bent en te weinig uitgesproken meningen hebt.

34-45 punten + U bent een steunpilaar van de samenleving, u zorgt voor harmonie en u houdt zich aan de regels. – U moet zich afvragen of u niet té gezagsgetrouw bent. Een beetje gezonde kritiek en een eigen mening kunnen geen kwaad.


26

Een dominee moet zijn diaken onderdanig zijn, de ouderling zijn catechisant, de man moet zijn vrouw onderdanig zijn. Moderne opvatting? Rebelse puberpraat? Nee, verrassend misschien, maar dit staat in de Bijbel. Zowel bij het Bijbelgedeelte over gezag in de kerk in 1 Petrus 5, als bij het gedeelte over gezag in het gezin in Efeze 5, staat: wees elkáár onderdanig. Hoe kan dat? Eén moet toch de baas zijn? Hoe zit het met gezag in het Koninkrijk van God? tekst dr. Steef Post beeld RD, Henk Visscher

G

ezag in de kerk is anders dan gezag in de wereld. Bij de opening van een avond over gezag in school, gezin of kerk wordt niet zelden gekozen voor Romeinen 13. Maar daar kun je stevige vraagtekens bij zetten. Romeinen 13 gaat nu juist niet over gezag in kerk, gezin of school. Het gaat over het gezag van de overheid. Daar gelden de sturingsmechanismen van deze wereld: zwaard, straf, wreken. Niemand die dit hoofdstuk leest, kan het ontgaan dat Paulus magertjes spreekt over dit gezag: als je je goed gedraagt, heb je er geen last van. Blijf binnen dit kader dat God heeft ingesteld en geef de keizer wat des keizers is. Wat des keizers is, is afgedwongen belastinggeld, is dwang, macht en heerschappij. De oversten der volken voeren heerschappij, hun groten gebruiken macht. „Maar”, zegt Jezus, „zo zal het onder u niet zijn” (Mark. 10:42-43). Ambtsdragers gebruiken dus, als het goed is, geen macht. In zijn eerste brief zegt Petrus het nog eens nadrukkelijk tegen de ouderlingen: geen heerschappij voeren (5:3). Een ouderling is geen baas over de gemeente,

een man niet over zijn vrouw. Toch moet een vrouw de man onderdanig zijn en het gemeentelid de dominee. Hoe zit dat dan? We maken hier vaak een denkfout. De een moet onderdanig zijn, dan is de ander dus de baas. Dat is werelds denken. Zo ziet de andere kant van de medaille in het Koninkrijk van God er niet uit. Het omgekeerde van onderdanig zijn is: jezelf opofferen voor de ander. Dienen in plaats van heersen. Liefde in plaats van macht. (Ef. 5:23, 25; Mark. 10:44, 45). Nu wordt ook duidelijk hoe dat elkáár onderdanig zijn in elkaar steekt. Degene die onder het gezag staat is onderdanig, terwijl degene die het gezag draagt, zijn belangen ondergeschikt maakt aan de belangen van de ander. Ziedaar het vreemde ‘machtsevenwicht’ in het Koninkrijk van God. Voorbeeld zijn Toch moeten ambtsdragers soms stevig de leiding nemen, gemeenteleden confronteren met een on-Bijbelse manier van leven, valse leer klip-en-klaar als ketterij aanwijzen.

de week

Geen bazen in de gemeente


zaterdag 28 november 2015

27


28

Hoe zit dat dan? Om dit te kunnen plaatsen moeten we verder lezen in 1 Petrus 5. Petrus zegt: „Niet als heerschappij voerende over het erfdeel van de Heere, maar als voorbeelden voor de kudde.” In plaats van macht uitoefenen: voorbeelden zijn. Paulus is zo’n voorbeeld. „Wees dan mijn navolgers, gelijk ik van Christus.” Stel dat je een foto neemt van een schilderij van een mooie kathedraal in New Delhi. Je hebt dan een beeld van een beeld van het origineel. Zo benoemt Paulus zijn gezag. Neem mij maar als voorbeeld, want ik volg zelf weer het voorbeeld van Christus. Gezag is ingebed in een ketting van onderdanig zijn. Gezag uitoefenen is je onder gezag stellen. Als een ouderling een gemeentelid vermaant, en dus gehoorzaamheid vraagt, is dat niet omdat hij heerschappij voert, maar omdat hij zelf gehoorzaam is aan de Opperherder. Zo laat hij zien wat hij vraagt. Een voorbeeld voor de kudde, gehoorzaam aan de Opperherder. Deze is Zelf het ultieme Voorbeeld. Christus is namelijk het beeld van God. „Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:7-9). Wie deze lijn niet van beneden naar boven maar andersom bekijkt, ontdekt nog iets anders: zo openbaart God Zich via mensen aan mensen. God wil Zichzelf laten kennen door een ambtsdrager die gezagsdrager is. Deze lijn van Godsopenbaring begint bij de gehoorzaamheid van Christus: „Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen” (Joh. 17:4).

voorbeeld-zijn niet minder dan ambtsdragers een soort gezag uit: je wilt hen volgen in hun leven als christen. Wat maakt het mogelijk dat gemeenteleden zo elkaars gezag aanvaarden? Daarover is Paulus niet onduidelijk. Op 1 Korinthe 12 volgt hoofdstuk 13: het lied van de liefde. Gezag in de gemeente is niet iets juridisch, maar iets vaderlijks; niet van moeten, maar van gunnen; niet van dwang, maar van liefde; niet van duwen maar van lokken.

Speciale taak Elkaar onderdanig zijn. Deze aansporing verwijst naar een tweede aspect van gezag. Gezag is niet verbonden aan de identiteit van mensen, maar aan situaties. Aan een roeping die iemand op een bepaald moment heeft. In de supermarkt staat de ouderling onder het gezag van zijn catechisant als die toevallig caissière is. Een dominee stelt zich bij een ontruiming onder het gezag van een gemeentelid. Een ambt is dus niet iets van ”zijn”, maar van ”hebben”. Een ambtsdrager is een gewoon gemeentelid dat op bepaalde momenten een speciale taak heeft. Hij is niet belangrijker dan anderen. Paulus legt dat in 1 Korinthe 12 nog eens fijnzinnig uit aan deze gemeente, waar het niet goed ging met relaties. Hij doet dat aan de hand van een metafoor van het lichaam, waarin het oog niet belangrijker is dan het oor. Sterker nog, hand, voet en oog vallen meteen op, andere functies (zoals hart en nieren) zie je niet, maar ze zijn des te meer nodig. In de gemeente vallen sommige mensen met bepaalde gaven op, anderen zie je niet. Vergelijk de in het zwart geklede ambtsdrager die in ons kerkgebouw vaak letterlijk een opvallende plaats heeft, maar eens met een wijze, biddende vrouw op de achtergrond, een behulpzame jonge christen met weinig intellectuele gaven. Maar, zegt Paulus dan, deze laatsten zijn juist nodig en verdienen extra eer (vs. 22-24). En zij stralen door hun

in de winkel staat de ouderling onder het gezag van de caissière

de week

Onrechtvaardigheid Dezelfde liefde maakt het ook mogelijk om gezag te volgen als de dragers van gezag niet het voorbeeld van Jezus Christus vertonen. Om te buigen, als je geneigd bent boos te worden. Om te verdragen, ook als het echt onrechtvaardig is. Dat doet pijn. Dat is enorm moeilijk. Onmogelijk bijna, vooral als je net als Petrus je karakter tegen hebt. Daarom noemt Petrus dit tot twee keer toe genade. „Dat is genade als iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte.” „Hiertoe zijt gij geroepen”, zegt hij zelfs. Om de voetstappen na te volgen van Iemand, Die pas echt onrechtvaardig behandeld is door de ouderlingen en kerkelijke leiders (1 Petr. 2:19-23). Het is begrijpelijk dat een gemeentelid boos wordt als

hem in een door waarden gedragen gemeenschap als een kerk onrecht wordt aangedaan. Het is gemakkelijk om dan te gaan denken in termen van macht en onmacht. Mensen verzamelen om je standpunt kracht bij te zetten. Toch geldt voor iedere drager van het ambt aller gelovigen: niet heersen. Het denken en bidden richten op je eigen Voorbeeld: Jezus. Zijn voetstappen navolgen. En zo op jouw beurt ook weer een voorbeeld zijn voor anderen: niet met gelijke munt betalen, maar je voegen en het overgeven aan de Heere. Natuurlijk sluit dit niet uit dat een christen zich geroepen kan weten om te doen wat zijn hand vindt om te doen. Om dingen in positieve zin te veranderen. Het sluit helemaal niet uit dat iemand soms voor een zaak moet staan omdat hij God meer gehoorzaam wil zijn dan mensen. Maar in alles met Christus als voorbeeld in het denken, handelen en voelen. Laat die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was, zegt Paulus tegen de Filippenzen. Zoek je eigen belang niet, maar wees ootmoedig en acht de ander uitnemender dan jezelf. Wees elkaar onderdanig.


29 COLUMN

TWINTIG SECONDEN STILTE tekst Dr. Ewald Mackay

zaterdag 28 november 2015

E

nkele weken geleden stapte ik in de trein van Gouda naar Rotterdam. Tot mijn schrik zat de trein vol met aangeschoten voetbalsupporters. Ze maakten van de coupé een zwijnenstal. Op een zeker moment begonnen ze ook nog hun liederen te scanderen: ”Hamas, Hamas, Joden aan het gas”. Niemand zei er wat van. Vele omstanders lachten angstig-schaapachtig mee. De conductrice droeg –naar ik vermoed uit veiligheidsoverwegingen– het speldje van de voetbalclub op haar revers. En ik? Ik staarde maar wat uit het raam om de blikken van de hooligans niet te hoeven kruisen. Een paar jaar geleden vertelde rabbijn Van de Kamp tijdens een cursus die we bij hem volgden hoe zijn zoons tegenwoordig met baseballpetjes op door de stad lopen, uit vrees voor anti-Joods geweld. Een paar weken later vertelde hij dat hij in Den Haag was geweest om met politici in gesprek te gaan over de hetze tegen het Joodse ritueel slachten. Hij voelde zich vrijwel geheel alleen staan; slechts de christelijke partijen steunden hem nog. In de krant las ik hoe een grote groep islamitische vluchtelingen is gehuisvest vlak naast een wijk waar veel Joden wonen. De bestuurders vonden het niet nodig om rekening te houden met hun gevoelens. De minister van Onderwijs weigerde laatst om een passage uit een schoolboek, waarin een oneerlijk beeld van het Israëlisch-Palestijns conflict wordt gegeven, te laten verwijderen. Onze minister van Buitenlandse Zaken, Koenders, was op missie in het meest antisemitische land op aarde: Iran. Dit kon nu immers weer, want er was een nucleair verdrag met Iran gesloten. „Peace in our time!” Ik zeg niet dat alles wat Israël doet goed is. Zeker niet. Maar het Joodse volk is en blijft de beminde van God en Israël is onze oudste broeder. Wie het zegent, zal gezegend zijn. We moeten in dezen in de spiegel van onze eigen geschiedenis kijken en de schaduwkanten eerlijk benoemen. Die schaduwkanten waren er vroeger, maar zijn er ook vandaag nog steeds. Ze hullen zich echter steeds vaker in gewaden waar je ze niet vermoedt. We mogen onze oudste broeder nooit alleen laten staan. Als Israël ergens alleen stond dan wel tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York van afgelopen oktober. Benjamin Netanyahu stond op 1 oktober op het podium om een toespraak

houden. Hij zocht eerst naar zijn bril, en uiteindelijk zette hij hem op zodat hij de wereld even scherp kon zien. Daarna ging de bril weer af en concentreerde hij zich op de woorden. Hij begon zijn toespraak met een bede: hij wenste de wereld de vrede van Jeruzalem toe. Daarna hield hij de wereld met een immense innerlijke kracht en in samengebalde staccato zinnen zijn eigen verblinding voor. Hij riep in herinnering hoe hij dertig jaar geleden hier ook stond als ambassadeur van Israël en toen reeds de wereld waarschuwde tegen Iran. Hij hekelde voorts de naïviteit van de wereld waar die dertig jaar later denkt dat Iran nu ineens goede bedoelingen heeft en dat „de verscheurende tijger een kuiken is geworden.” Hij citeerde de Iraanse geestelijk leider Khamenei, die recentelijk nog zei dat „Israël geen 25 jaar meer zal bestaan.” Met grote klem wees Netanyahu de wereld erop dat „Iran erop uit is, zeventig jaar na de moord op 6 miljoen Joden in Europa, mijn land en volk te vermoorden.” Na deze woorden zweeg Netanyahu. Hij stond daar en keek de wereld in het gelaat. En hij stond daar volkomen alleen. Het bleef twintig seconden lang doodstil. De wereld had even geen weerwoord. De wereld was verstomd. Daarna sprak Netanyahu verder en wees de wereld er met klem op dat hem een zeer groot gevaar dreigt: het explosieve mengsel van radicale islam en nucleaire macht. Dit gevaar staat aan de deur van de wereld of, beter gezegd, het is reeds door de deur van de wereld naar binnen gewandeld. Daarom moeten we, zo riep hij de wereld op, naast Israël gaan staan tegenover deze duisternis, die niet alleen Israëls deur maar ook onze deur binnenwandelt. Het is lang geleden dat een toespraak me zo heeft geraakt. Netanyahu sprak hier ten overstaan van de volkeren profetische woorden. Waar bevinden we ons momenteel in de tijd? Gaan we nog bijzondere dingen meemaken? Gaan Israël en de kerk elkaar in Christus omhelzen? Ik weet het niet, maar de gedachten speelden door mijn hoofd terwijl ik in de trein vol hooligans uit het raam staarde. Moge de vrede van Jeruzalem over deze donkere wereld neerdalen. Reageren? rubriekforum@refdag.nl


30

Alles wil hij van hen weten. Professor Pentland kent de inwoners van het dorp Trento in de Italiaanse Alpen beter dan zij zichzelf kennen. Daarvoor verzamelt de hoogleraar gegevens van mobiele telefoons, creditcards, afvalstromen, busroutes, gezondheidszorg, enzovoort. Het doel: een samenleving maken die veel beter functioneert dan ze nu doet. tekst Arien van Ginkel beeld Fotolia

rof. Alex Sandy Pentland, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (VS), kan het karakter van de inwoners van Trento inschatten aan de hand van de gegevens van de mobiele telefoon van zijn proefpersoon. Hij kijkt hoe mensen hun contactpersonen opslaan, hoelang het duurt voordat ze een sms beantwoorden, hoeveel kilometer per dag ze reizen en hoeveel telefoongesprekken ze beginnen. In totaal zijn er 36 van zulke indicatoren. Daarmee kan Pentland in 63 procent van de gevallen de persoonlijkheid van zijn proefpersoon correct inschatten. Dat weet hij door een computerprogramma los te laten op de enorme hoeveelheid data die een mobiele telefoon prijsgeeft. Pentland hoeft niets te weten over de inhoud van berichten, maar kijkt alleen naar de zogenoemde metada-

P

ta. Gegevens zoals wie naar wie belt en hoelang dat gebeurt vanaf een bepaalde locatie. Het grote voordeel van zulke data is volgens Pentland dat gemeten wordt wat mensen daadwerkelijk doen, en niet wat ze zéggen te doen op sociale media. Hij weet waar en wanneer de kinderen van school worden gehaald, hoe snel iemand rijdt en hoeveel tijd mensen spenderen achter het aanrecht. Door allerlei gegevens te combineren die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, krijgt de hoogleraar verrassende resultaten. Zo kan blijken dat de gemeente het beste kan bezuinigen op de uitgaven voor gezondheidszorg door te investeren in de waterafvoer. Dit omdat er door een nat wegdek meer verkeersslachtoffers vallen, die vervolgens in het ziekenhuis behandeld moeten

worden en daardoor voor torenhoge zorgkosten zorgen. Zo hoopt de onderzoeker samen met zijn collega-data-analisten de samen­leving veel beter in te richten. Effectief Wat in het kleine Trento van Pentland plaatsvindt, gebeurt vandaag de dag ook in het groot. „De laatste twee jaar heeft de mensheid tien keer meer data geproduceerd dan in de rest van de wereldgeschiedenis bij elkaar”, beweert Sander Klous. Hij is sinds anderhalf jaar hoogleraar big data ecosystemen aan de Universiteit van Amsterdam. Een leerstoel die voor zijn komst niet bestond. „Big data is een logische vervolgstap nu internet volwassen is geworden.” Mensen, computers en ‘dingen’ communiceren, rekenen en luisteren en produceren daarmee gigantische

de week

DE DATAMAATSCHAPPIJ


zaterdag 28 november 2015

31


32

situatie bevinden en verdrinken om die reden vaker dan mensen zonder reddingsvest.” Politie „De maatschappij wordt wel steeds meer van data afhankelijk”, weet Klous. „Computers zijn zo geprogrammeerd dat ze zelfstandig kunnen leren en de enorme hoeveelheden data kunnen analyseren en daar beslissingen op kunnen bouwen. Soms gaat dat fout. De ”Flash Crash” van 6 mei 2010 is daar een voorbeeld van. Door automatisch handelende systemen gingen de koersen op de Amerikaanse beurs in enkele minuten met 30 procent onderuit.” Foto’s van Facebook en tweets van Twitter blijken in grote hoeveelheden

een voorspellende waarde te hebben doordat mensen bepaalde patronen in hun gedrag vertonen. „Mensen zijn voorspelbaarder dan deeltjes”, is de beroemd geworden uitspraak van Stephan Wolfram, de bouwer van de gelijknamige zoekmachine die tevens evenals Klous jarenlang onderzoek deed naar het higgsdeeltje in de deeltjesversneller CERN. In Jacksonville, de grootste stad in de Amerikaanse staat Florida, rijdt de politie tegenwoordig rond met laptops. De software op die computers kan op basis van het verleden tot op 200 meter nauwkeurig voorspellen waar en wanneer de kans op een inbraak groot is. Zo kan de politie gerichter surveilleren. Kindermisbruik opsporen Ook dichter bij huis zijn bigdata-analyses populair. De GGD’s in Amsterdam en Eindhoven doen proeven om kinder­misbruik in een vroeg stadium op te sporen. Dat doen ze door alle aantekeningen in kinddossiers te doorzoeken. Zo’n 80 procent van de zorgdata bestaat uit gegevens die niet aan elkaar gekoppeld zijn. Zoals aantekeningen van artsen, een vragenlijst, een bijlage, een mailtje van een ouder. Deze manier om vermeend misbruik op te sporen, is volgens de datawetenschappers van het Utrechtse bedrijf Ynformed effectief omdat het over informatie gaat van 13.000 kinderen, over wie in totaal 200.000 teksten zijn geschreven. Brein nabouwen Trento-onderzoeker Pentland loopt voorop in het onderzoeksveld sociale natuurkunde. Hij zoekt manieren om menselijk gedrag beter te begrijpen met big data. Net zoals Google Grieptrends. Alle soorten data die Google krijgt aangeleverd, hoe irrelevant ze ook lijken, worden op één hoop gegooid. „De computer is met die informatie meestal beter in staat om te voorspellen hoe een griepvirus zich verspreidt dan een heel team

de week

hoeveel­heden gegevens. Wanneer je alles kunt meten, zou je dan de samenleving precies zo kunnen ontwerpen als je wilt? Klous: „Nooit voor 100 procent, maar het kan wel een stuk effectiever. Denk aan complexe projecten zoals de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Bestuurders namen daar een grote gok door een keuze te maken die tegenwoordig waarschijnlijk een stuk beter zou kunnen worden onderbouwd met behulp van data-analyse. We hebben gezien dat afwegingen van belangen uit verschillende delen van de maatschappij risico’s meebrengen die zomaar leiden tot miljoenen extra kosten. Big data kan helpen bij het inzichtelijk maken van dit soort effecten. Niet alleen financieel, maar bijvoorbeeld ook bij de beslissing of het voordeel om sneller op je werk te zijn wel opweegt tegen de impact daarvan op het milieu.” Om een optimale beslissing te kunnen nemen, heeft de computer zo veel mogelijk soorten data nodig. De tijd dat bedrijven alleen hun belangrijkste klantgegevens in een database zetten, is voorbij. Want een slimme onderneming kent nu niet alleen de naam en adres­gegevens van de klant, maar ook diens betaalhistorie, interesses en hoe vaak hij op vakantie gaat. „Big data is pas bruikbaar wanneer je die gegevens op de juiste manier kunt gebruiken.” Bijvoorbeeld door klantprofielen te bouwen. En daarvoor moet je de gegevens kunnen analyseren. „We maken steeds meer keuzes op basis van analyses in plaats van meningen. Maar ik weet uit eigen ervaring dat het moeilijkste van een analyse is om te beoordelen of die klopt.” Klous illustreert dat met een voorbeeld: „Mensen met een reddingsvest blijken vaker te verdrinken dan mensen die zo’n vest niet aanhebben. Draag dus nooit een reddingsvest, zou het advies moeten zijn. Iedereen weet dat zoiets onzin is. Mensen dragen een reddingsvest wanneer ze zich in een gevaarlijke


zaterdag 28 november 2015

33

van wetenschappers van de Wereld­ gezondheidsorganisatie”, aldus Klous. Google is daarvoor constant op zoek naar trends in menselijk gedrag. „In Silicon Valley probeert de start-up Numenta de neocortex, het analytische gedeelte van het menselijk brein, na te bouwen. IBM ontwikkelde al een computer die in staat was om de populaire Amerikaanse wetenschapsquiz Jeopardy! te winnen door gebruik te maken van ”cognitive computing”. Met ander woorden: dit apparaat, dat de naam Watson draagt, leert zoals wij leren en ontwikkelt zichzelf. Het enige wat de computer daarvoor nodig heeft, is kennis in de vorm van grote datasets. Zo krijgen computers steeds meer menselijke karaktertrekken.” Klous vervolgt: „De beste diagnose krijgt een patiënt tegenwoordig nog als het advies van de arts en de adviezen van Watson verstandig worden gecombineerd. Maar al binnen een jaar of tien kan Watson veel betere diagnoses stellen dan de dokter. De vraag is dan of je de robot op zijn blikkerige ogen wilt geloven terwijl de dokter iets anders zegt.” Zwartrijden De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zal niet ongemerkt aan ons voorbijgaan, denkt Klous. Al was het alleen maar omdat er steeds minder werkgelegenheid is doordat de computer meer en meer werk uit handen neemt. Met de komst van systemen zoals Watson kunnen zelfs de ‘hogere’ beroepsgroepenberoepsgroepen? en hogere tussen zesjenegentje is wat merkwaardig in dit verband, hoger opgeleiden, zoals enz.? zoals artsen en advocaten op termijn verdwijnen, meent hij. „Dat is niet eens meer een voorspelling, dat is een trend die al veertig jaar gaande is. Na elke crisis is het voor mensen moeilijker om vervangend werk te vinden. Omdat hun vorige baan verdwenen is en ze zich om moeten laten scholen.” Door data komen we in een tijdperk

waarin systemen steeds zelfstandiger worden. Een automatisch vliegend vliegtuig is al tien jaar veiliger dan een toestel met piloot, dus wanneer verdwijnt ook dat beroep? Door de opkomst van het ”internet der dingen” gaan apparaten voornamelijk met elkaar communiceren, parallel aan gesprekken tussen mensen onderling of communicatie tussen mensen en machines. „In de wereld van vandaag heeft niet meer de wetgevende overheid, maar de systeemontwikkelaar de macht in handen om het menselijk gedrag in een richting te sturen wanneer deze ontwikkeling doorgaat”, vreest Klous. „Vroeger kon je ervoor kiezen om zwart te rijden in de trein. Dan kreeg je weliswaar een boete als je gepakt werd, maar je had de keuze om niet te betalen. Nu kom je de trein niet eens meer binnen zonder OV-chipkaart. De systeemontwikkelaars bepalen hoe wij reizen en hoe we lopen. Het systeem is dwingend. Maar zelfs als dat niet zo is, beïnvloeden systemen ons gedrag. Hoeveel mensen zijn al de sloot in gereden omdat hun navigatiesysteem zei dat ze rechtsaf moesten slaan? En in hoeverre wil ik mij laten leiden door mijn fitness-app die zegt dat het tijd is om te gaan hardlopen?” Razzia Klous is niet alleen hoogleraar big data geworden omdat hij zo verrukt is vanwege alle nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden. Hij ziet dat er nogal wat schort aan de manier waarop bedrijven en overheden met data omgaan. „Een van de voornaamste redenen waarom ik deze leerstoel bekleed, is omdat ik wil dat data-analyse op een verantwoorde manier plaatsvindt. Mij is vroeger met de paplepel ingegoten dat je je gegevens niet aan iedereen moet toe­vertrouwen. De razzia’s in de Tweede Wereldoorlog waren mogelijk omdat Nederland zo’n geavanceerd registratie­systeem had. Gegevens kunnen heel snel in verkeerde han-

Wat is big data precies? Het geven van een definitie van big data is niet eenvoudig. Het ligt er maar net aan wie je het vraagt. In totaal zijn er zes typerende ”v’s” in omloop. Over de volgende drie is iedereen het eens. Volume Het gaat om gigantische hoeveelheden data. Variety Het betreft allerlei soorten data uit verschillende bronnen. E-mails, foto’s, video’s, bewakingscamera’s, teksten, geluidsopnames, enzovoort. Velocity De data komen snel en massaal binnen. Op grond daarvan worden direct beslissingen gemaakt. Over de vierde component, ”veracity” (waarheidsgetrouwheid), is ook bijna iedereen het eens. Daarbij gaat het om de waarheidsgetrouwheid van informatie.

den vallen of organisaties kunnen er dingen mee doen die je niet wilt. De informatie die je prijsgeeft, is vaak al snel te herleiden tot jouw persoon.” Hoe zorgen we ervoor dat de discussie over de ethische aspecten goed wordt gevoerd? Dat is een van de belangrijkste vragen waar de hoogleraar zich mee bezighoudt. „De maatschappij is prima in staat om de discussie over privacy te voeren, maar het staat of valt met de transparantie van de bedrijven.” Dertig procent van de klanten wilde een andere bank opzoeken toen ING bekendmaakte een bigdataproef te gaan doen. De klant- en transactie­gegevens van de bank zouden verkocht worden aan bedrijven, zodat zij in ruil daarvoor klanten een op maat gesneden adver-


tentie konden bieden. Dat stuitte op zo veel maatschappelijke weerstand dat ING het plan introk. Een soortgelijke proef van verzekeraar Achmea heeft de publieke opinie wel overleefd, ondanks maatschappelijke reuring. De polisaanbieder van onder meer auto­verzekeringen biedt premiekorting aan in ruil voor gegevens over het rijgedrag van zijn klanten. Een ingebouwd kastje stuurt gegevens over het rijgedrag door naar de verzekeraar. Klous: „Het verwachte gevolg is dat mensen hun rijgedrag aan gaan passen om in aanmerking te komen voor de korting. Achmea heeft minder schade­meldingen, de bestuurder loopt minder risico en de maatschappij krijgt veiliger verkeer. Een win-winsituatie.” Ondertussen weet Achmea precies waar zijn klanten rijden, hoe snel ze optrekken en remmen, en waar ongelukken gebeuren en hoeveel schade daarbij komt kijken. Is het niet vervelend dat een verzekeraar alles van je weet? Informatie beschikbaar stellen moet altijd een bewuste eigen keuze zijn, vindt Klous. „Maar dat wordt wel steeds spannender. Ik werd onlangs via Facebook benaderd voor een reünie van de lagere school. Zonder Facebook was ik nooit uitgenodigd.” Voor ‘gratis’ diensten van Google en Face­book zijn we als gebruikers sowieso niet de klant, want klanten

betalen. Nee, we zijn het product. Als ze een goed product willen leveren, moeten ze ons tevreden houden. Vandaar dat Google en Facebook zo veel moeite voor ons doen. „Het is nog steeds schimmig wat zij met onze data doen, maar ze ontspringen de dans omdat ze te groot zijn om aangepakt te worden en een mono-

robot watson krijgt steeds meer menselijke karaktertrekken en kan nu al veel beter rekenen dan mensen poliepositie hebben. Toen WhatsApp vorig jaar werd overgenomen door Facebook vreesden gebruikers voor hun privacy. Mensen stapten massaal over naar Telegram, een Russische alternatieve chatdienst die privacyvriendelijker zou zijn. Inmiddels gebruiken verreweg de meeste mensen weer WhatsApp, want daar zitten nu eenmaal de meeste andere mensen.” Google bepaalt Door het wereldwijde open internet is de illusie ontstaan dat mensen neutrale informatie tot hun beschikking hebben, betoogt Evgeny Moro-

zov in zijn boek ”The Net Delusion”. Volgens hem wordt onze blik in werkelijkheid bepaald door bedrijven zoals de zoekmachine Google, die zoekresultaten laat zien die aansluiten bij de interesses van de gebruiker. Zo zal een autoliefhebber bij de zoekterm ”kever” auto’s als resultaat krijgen, terwijl een dierenliefhebber een insect op zijn scherm ziet. „Gekleurde informatie is zo oud als de boekdrukkunst, maar tegenwoordig hebben we de illusie dat alles toegankelijk is, en dat maakt het extra risicovol”, stelt Klous. Want Google is niet het enige filter. „De zorg­verzekeraar biedt je stoppen-metroken­advertenties aan, en op Facebook zie je alleen wat jouw vrienden leuk en interessant vinden. Een mening die waarschijnlijk al aansluit bij je eigen opvattingen. Zo ontstaan allemaal visies op de werkelijkheid naast elkaar zonder dat je het doorhebt. De ontwikkeling van big data houd je niet tegen, ze gebeurt gewoon”, meent Klous. „Internet is volwassen geworden, en daarop manifesteren zich beursgenoteerde miljoenenbedrijven. Het heeft ook geen zin om bijvoorbeeld de ontwikkeling van taal niet te accepteren omdat er scheldwoorden tussen zitten. Taal ontwikkelt zich nu eenmaal, net als internet. De vraag is hoe we daar op de goede manier mee omgaan.”

de week

34


35 COMMENTAAR

zaterdag 28 november 2015

ZORG VOOR KLIMAAT Behalve dat Parijs druk is met beveiliging tegen terreur, bereidt de stad zich voor op de VN-klimaattop, de 21e, die de komende twee weken gehouden zal worden. Regeringsleiders uit tal van landen zullen hun opwachting maken. Het lijkt een illustratie te zijn van het feit dat klimaat nationale overheden een zorg is. Doel van de conferentie in Parijs is een nieuw klimaatakkoord te bereiken. Dat moet in 2020 ingaan, wanneer het huidige verdrag (het Kyotoprotocol) afloopt. De afspraak is dat alle deelnemende landen plannen indienen bij de VN om de eigen CO2-uitstoot in te perken. Die hoeven echter niet concreet te zijn. Nu al is daardoor duidelijk dat er geen internationale bindende emissiereductiedoelstellingen komen. Dat maakt dus dat de top van Parijs iets vrijblijvends heeft. Verschillende milieuorganisaties spreken dan ook van een zwak compromis. En gelijk hebben ze. Landen kunnen immers hun handtekening zetten onder een nieuw

nationale overheden maken zich te gemakkelijk af van afspraken over milieuzorg protocol zonder daar juridisch aan gebonden te zijn. Blijft wel dat iemand door ondertekening zich moreel ergens toe verplicht. In de praktijk blijkt die morele binding echter nauwelijks te tellen. Dat wordt wel duidelijk als men let op de manier waarop Nederland omgaat met oudere afspraken dat het in 2020 een kwart minder broeikasgas zal uitstoten dan in 1990. Op dit moment is al duidelijk dat ons land die doelstelling zeker niet haalt, tenzij het binnen vijf jaar alle elf kolengestookte elektriciteitscentrales sluit. Een groep van 64 hoogleraren roept daar ook toe op. Nu is het eigen aan een appel om in korte, krachtige taal een statement te maken zonder dat alle consequenties worden benoemd. Het zal duidelijk zijn dat het sluiten van deze centrales gemakkelijker bepleit dan uitgevoerd wordt. Maar het signaal is helder. Er moet iets ingrijpends

gebeuren, wil de neerwaartse spiraal doorbroken worden. En dergelijke maatregelen doen ook pijn. Toch is het nodig dat er ingegrepen wordt, wil de huidige generatie beleidsmakers een leefbare schepping nalaten aan haar kinderen en kleinkinderen. Wanneer men nu geen offers brengt, worden volgende generaties geconfronteerd met een wereld die onleefbaar dreigt te worden. Calvijn zegt: „Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter.” Binnen orthodox-christelijke kring wordt de zorg voor milieu nogal eens afgedaan als ”links gedoe”. Het is waar dat er in het progressieve kamp vanouds meer aandacht is voor dit thema dan in meer conservatief ingestelde kringen. Maar daarmee is niet gezegd dat milieuzorg een onderwerp is dat men maar moet laten liggen. Christenen weten van de Bijbelse opdracht de schepping te bebouwen en te bewaren. Dat moet genoeg zijn om ernst te maken met goed beheer van natuur en milieu, zowel op beleidsniveau als in persoonlijk leven.


36

Messiaanse pionier Als een Jood tot het geloof in Yeshua, Jezus, komt, wat heeft dat dan voor gevolgen? Verliest hij dan zijn Joodse identiteit? Hoeft hij vanaf dat moment geen koosjer voedsel meer te eten, de Thora niet meer te bestuderen, de Joodse feesten niet meer te houden? Dr. Mark Kinzer: „God heeft het Joodse volk afgezonderd, geroepen. Ik denk dat dat plichten met zich meebrengt, ook als een Jood Yeshua gaat belijden. Vergeet niet: Jezus Zelf is –niet was– een Jood.”

E

en baanbrekend denker, noemde de Amerikaanse theoloog-met-Nederlandse-wortels prof. dr. Richard Mouw hem eens, „die het Messiaanse Jodendom op een nieuw niveau van theologische doordenking heeft gebracht.” De 63-jarige dr. Kinzer knikt. „Ik ben altijd een pionier geweest.” Lachend: „Niet dat ik nu enorme aantallen discipelen heb...” Maar veel mensen kennen u. „Veel mensen kennen me, ja. Dat komt doordat de theologie lange tijd een zeer onontgonnen terrein binnen de Messiaans-Joodse beweging is geweest. Mijn eerste boek, ”Postmissionary Messianic Judaism”, werd in 2005 gepubliceerd. Daarvoor was er eigenlijk geen serieus theologisch werk geschreven door een Messiaans-Joodse leider. Er was wel wat op populair gebied, maar niet iets echt serieus. Mijn boek vormde dus het begin, en kreeg veel aandacht. Belangrijke Messiaanse bladen wijdden er een compleet nummer aan. Veel mensen kennen mijn publicaties dus, al is lang niet iedereen het met me eens.” Dr. Kinzer was eerder deze maand in Nederland, waar hij verschillende lezingen verzorgde. Na afloop van een studiedag in de Veenendaalse Poortkerk, georganiseerd door de Jules Isaac Stichting, is er gelegenheid hem te spreken. Al eens eerder in Nederland geweest? „Zeker. Anderhalf jaar terug was ik hier voor een conferentie van de Helsinki Consultation, waar ik mede leiding

ik had mijn bar mitswa gedaan, maar wilde eigenlijk niets meer met het jodendom doen

aan geef. Die was in Ede, zomer 2014. Daarvoor was ik hier drie of vier keer, zij het nooit lang. De langste tijd was in de periode dat ik tot het geloof in Jezus kwam, toen ik 19 was. Als student aan de universiteit van Michigan maakte ik toen een zeven weken durende rondreis door Europa, en bracht ik ook een paar dagen in Amsterdam door.” Kinzer groeide op in Detroit, waar zijn vader „zeer betrokken was op de synagoge. Dagelijks ging hij erheen, dus zeker niet alleen op sjabbat.” Zelf had hij er weinig mee. „Het interesseerde me niet. Ik had mijn bar mitswa gedaan, maar wilde eigenlijk niets meer met het Jodendom doen. Het waren de jaren zestig. Ik was geen hippie, maar toch wel bijna. Tegelijk dacht ik veel na over de vraag of God bestond, over leven en dood, over wat er na de dood zou gebeuren. Echt gelukkig was ik niet. Ik las veel, vooral Russische literatuur: Tolstoj en Dostojevski, Solzjenitsyn. Dat soort boeken confronteerde me met de ultieme vragen van het bestaan. Een keerpunt vormden de weken

de week

tekst A. de Heer beeld Herman Stöver


zaterdag 28 november 2015

37


dat ik als student door Europa trok. Aan het einde daarvan kwam ik bij een christelijk gezin in Engeland terecht, waar mijn broer eerder was geweest in het kader van een uitwisselingsproject voor studenten. We praatten veel over godsdienstige vraagstukken, en ik kreeg een boek. Ik had niet zo veel zin om het te lezen, het was me een beetje te populair – en ik was tenslotte een intellectueel. Het ging over een pinkstervoorganger in New York. Maar toen ik op het vliegveld zat, om terug naar huis te gaan, pakte ik het toch uit mijn tas en begon erin te lezen. Ergens boven de Atlantische Oceaan had ik het uit, het boeide me. Het boek gaf me het sterke gevoel dat God er werkelijk was, dat Hij machtig was en werkte in de levens van mensen. Toen ik thuiskwam, hoorde ik dat mijn drie beste vrienden –Joden, maar agnostisch zoals ik– tot het geloof in Jezus waren gekomen. Ik ervoer dat als een teken, een bewijs dat wat ik in dat boek had gelezen waar was: God is niet zomaar een idee, Hij is Iemand. En Hij werkt nog steeds. Via een van mijn vrienden ben ik toen in contact gekomen met een Joodse man die Jezus beleed, maar ervan overtuigd was dat Joden ook dan als Joden moeten blijven leven. Hij werd mijn mentor, en bracht mij in aanraking met het Nieuwe Testament. Jezus is mij toen ook lief geworden. Dat was in 1971, nog voordat er sprake was van een Messiaans-Joodse beweging.” Leidde dat niet tot haat binnen uw familie? „Mijn vader reageerde heel ongebruikelijk. De meeste Joodse ouders, zeker als zij zó bij de Joodse gemeenschap betrokken zijn als mijn vader was, zouden bijzonder vijandig en negatief hebben gereageerd. Maar mijn vader had een diep geloof in God. Hij vond het heel erg dat ik dat tot dan toe niet had. Dus toen ik tot het geloof in Yeshua, in God, kwam, was zijn reactie: „Ik begrijp niet precies wat je aan het doen bent, maar je bent zo beter af dan je hiervoor was.” Mijn moeder reageerde emotioneler, negatief. Maar zij was op dat moment erg ziek, ging door een crisis heen. Die zomer kreeg ze een droom, een visioen waarin Jezus aan haar verscheen. Zij is toen zelf tot het geloof in Yeshua gekomen. Dat was voor mijn vader veel moeilijker. Later kon hij daar toch goed mee omgaan. Hij besloot toen zelfs mee te gaan naar onze Messiaans-Joodse synagoge – voor mijn moeder. En toen zij overleed, in 2000, vroeg ik hem of hij nu niet liever naar de conservatieve synagoge in de stad zou gaan. Maar hij zei: „Ik houd meer van jouw diensten.”” In 2010 is ook hij overleden.” U spreekt over synagoge in plaats van kerk of gemeente en duidt uzelf aan als rabbijn in plaats van als voorganger of predikant. Bewust? „Ja. Wij gebruiken de traditionele Joodse termen. Dus we noemen onze gemeente een synagoge, geen kerk, en we

het joodse volk, inclusief messiaanse joden dus, is geroepen tot een soort priesterlijk leven

noemen onze leider een rabbijn. Ik heb nooit een tegenstelling ervaren tussen Jezus en het Jodendom, de synagoge. Wel was het voor mij steeds de vraag hoe de opgestane Heere een plaats in de synagoge kon krijgen. Van daaruit heb ik, denk ik, langzamerhand een theologie ontwikkeld. Waarbij ik al in een vroeg stadium tot de conclusie kwam dat ook Joden die in Jezus geloven geacht worden te leven volgens de Thora. Moeten christenen uit de heidenen dat dan ook? Nee – al bevat de Thora ook voor hen rijke lessen. Dat bracht me vervolgens bij de vraag: Hoe moeten we dan de kerk zien? De kerk is tenslotte één, het Lichaam van Christus, en dat Lichaam is niet gedeeld. Maar er is wel onderscheid, net zoals er in het huwelijk onderscheid blijft tussen man en vrouw. Ik gebruik hier de term ”bilaterale ecclesiologie”. Mensen werpen me wel tegen: „Maar in Christus is toch noch Jood, noch Griek?” Klopt, zeg ik dan, en noch man, noch vrouw. Maar betekent dat dan dat God het homohuwelijk steunt, omdat er noch man, noch vrouw is? Nee, het blijft: man en vrouw. Alleen, de een heerst niet over de ander, is niet dichter bij God dan de ander. En zo geldt dat voor Joden en christenen uit de heidenen ook.” Hoe kijkt u aan tegen de geschiedenis van Petrus en Cornelius in het boek Handelingen? „Zei God daar tegen Petrus: „Ga, en eet niet-koosjer voedsel?” Nee. Met het visioen wilde de Heilige Geest tegen hem zeggen dat hij de mensen die hem vroegen of hij meeging naar Cornelius niet langer onrein mocht noemen, of profaan. God liet hem zien dat ook niet-Joden tot Zijn volk gingen behoren. En die niet-Joden hoefden vervolgens geen Joden te worden.” Dus ook Messiaanse Joden blijven koosjer voedsel eten? „Ik geloof dat wel, ja.”

de week

38


39

Rabbijn Mark S. Kinzer Dr. Mark S. Kinzer (1952) werd geboren in een „zeer traditioneel” Joods gezin in de Amerikaanse stad Detroit. Op 19-jarige leeftijd kwam hij tot het geloof in „Messiah Yeshua.” Al vele jaren houdt hij zich intensief bezig met het doordenken van de verhouding tussen de Messiaans-Joodse beweging en het christendom, synagoge en kerk. In 2005 verscheen zijn boek ”Postmissionary Messianic Judaism: Redefining Christian Engagement with the Jewish People”, dat sterk de aandacht trok. Dr. Kinzer is voorganger (rabbijn) van de kleine Messiaans-Joodse gemeente (synagoge) Zera Avraham in de universiteitsstad Ann Arbor, Michigan. >>markkinzer.com

zaterdag 28 november 2015

Maar mógen zij geen niet-koosjer voedsel eten? „Het is maar wat je onder mogen verstaat. Ik gebruik hier niet het woord zonde. Ik geloof wel dat het hier om een soort verplichting gaat, vanuit de verbondsrelatie die er is tussen God en het Joodse volk.” Het gaat hier dus om het bewaren van de Joodse identiteit, niet om, zeg maar, het verdienen van de zaligheid. „Nee. Daar heeft het niets mee te maken. Ik denk dat het Joodse volk, inclusief Messiaanse Joden dus, geroepen is tot een soort priesterlijk leven en erediensten die laten zien dat het een afgezonderd volk is. God toont Zijn trouw in het feit dat er altijd Joden op de wereld blijven. Maar dan moeten zij wel als zodanig zichtbaar zijn. Ik geloof ook dat er schatten in de Joodse traditie liggen die bedoeld zijn als geschenken voor alle mensen, en de kerk in het bijzonder.” De laatste jaren is de trend waarneembaar dat christenen uit de heidenen ‘Joodse dingen’ gaan doen, het Loofhuttenfeest vieren bijvoorbeeld. Hoe kijkt u daar tegen aan? „Ik heb daar mijn zorgen over. Wat je ziet, is dat christenen dan tegen hun vrienden gaan zeggen: „De zondag is iets heidens, jullie moeten de sjabbat gaan houden.” En het krijgt soms bijna iets van een nieuwe vervangingstheologie: de christenen worden dan de echte Joden die de Thora écht houden. Terwijl diezelfde mensen

vaak alleen maar gefascineerd zijn door Joodse dingen en niet geïnteresseerd zijn in Joden van vlees en bloed. Wat ik ook zie, is dat mensen Jezus als een soort startpunt gaan zien: als je echt de diepte in wilt gaan, moet je ook de Joodse wetten houden. Ik vrees dat dat is waar Paulus in Galaten voor waarschuwt: het verzoenend werk van Jezus komt dan in het geding. Anderzijds, zoals gezegd: ook christenen kunnen veel leren van de Thora. Waarbij er zaken zijn die exclusief voor Joden bedoeld zijn. De besnijdenis op de achtste dag onder andere.” Een belangrijke notie in uw publicaties is dat Jezus Zelf een Jood was. „Exact. Voor mij is dat zo belangwekkend. Niet dat iemand in de christelijke wereld dit zal ontkennen, maar er wordt gewoon niet over geschreven, niet over nagedacht.” Waarom is dat zo belangrijk? „Omdat als Jezus, de opgestane Jezus, een Jood is –niet was, maar is–, dit betekent dat elke christen uit de heidenen in relatie staat tot een Jood. En daarmee tot het Joodse volk als geheel.” De meeste christenen zullen de Heere Jezus in de eerste plaats zien als God. „Precies. Maar de gedachte dat Hij een Jood is, dwingt ons ertoe om Hem ook te zien als mens. Hij is beide. Hij is de eeuwige Zoon van God, maar Hij is ook een van ons geworden. En het feit dat Hij een Jood is, maakt dat nog concreter. Wat mij betreft verdient dat ook meer aandacht.” U vindt het belangrijk als Jood herkenbaar te zijn, u hebt bijvoorbeeld een keppeltje op. Maar hoe kunnen mensen zien dat u de Messias, Jezus, belijdt? „Wie onze diensten bezoekt, zal dat ervaren in onze liturgie. Dat is een traditioneel Joodse liturgie, met als belangrijkste taal het Hebreeuws. Máár: er zijn vele, vele plaatsen in die liturgie waarin wordt verwezen naar Jezus. En we lezen uit het Nieuwe Testament. Het is dus volstrekt duidelijk.”


VOS

V DEALS

Spectaculaire KEUZE UIT RUIM 100 V-OCCASIONS

eindejaarskortingen t/m 31 december 2015

V40

V5 V500

V60

V70

VOOR DE SNELLE BESLISSER GRATIS KOSTEN RIJKLAAR MAKEN GRATIS VOLLE TANK GRATIS POETSBEURT GRATIS APK

GRATIS SET NIEUWE MATTEN GRATIS PECHHULP GRATIS MINIMAAL 6 MAANDEN GARANTIE (SELEKT OCC 12 MND)

ALTIJD 25% KORTING OP VOLGENDE ONDERHOUDSBEURT 25% KORTING OP ACCESSOIRES GUNSTIG FINANCIERINGSTARIEF € 1500,- MINIMALE INRUILWAARDE

* Vraag naar de voorwaarden van de Vos V Deals.

WWW.VOSAUTOBEDRIJVEN.NL/vdeals Zaltbommel T (0418) 51 51 72 • Veghel T (0413) 25 40 00 • Gorinchem T (0183) 62 05 77 • Oss T (0412) 62 35 55


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Week 48 by Erdee Media Groep - Issuu