Skip to main content

watdebijbelwerkelijkleertoverhomoseksualiteitb

Page 1

Deel 1

Gods Woord begrijpen

29


1 Eén man, één vrouw, één vlees GENESIS 1 EN 2

Stel dat God een wereld wilde scheppen waarin er voor het huwelijk een man en een vrouw nodig waren. Hoe zou Hij deze wereld dan inrichten? Wat voor verhaal zou er verteld worden? Misschien zou Hij eerst de man maken, en vervolgens – aangezien de man helemaal alleen was – een geschikte partner voor hem. Misschien, om duidelijk te maken dat ze gelijk zijn en elkaar aanvullen, zou God de tweede mens maken uit de eerste. Misschien zou de naam van de een (vrouw, ishshah in het Hebreeuws) worden afgeleid van haar natuurlijke wederhelft (man, ish in het Hebreeuws). En om de unieke geschiktheid van de man voor de vrouw aan te tonen, zou God hun misschien een gebod geven (om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen) dat alleen gehoorzaamd kon worden door het samenkomen van de twee seksen. Misschien zou het verhaal erop uitlopen dat de twee – één man en één vrouw – samen een nieuw gezin vormden en in een verbondsrelatie traden, die officieel ge­ maakt werd door een eed en verzegeld werd door een fysieke eenwording waardoor dit geslacht kon worden voortgezet, en die iets weerspiegelde van hun status als beelddragers van de goddelijke Schepper. 31


Als God een wereld wilde maken waarin het normatief zou zijn dat er huwelijksrelaties en seksuele relaties ontstonden tussen mensen van verschillende geslachten, past Genesis 1-2 daar perfect in. Het verhaal suggereert heel sterk wat de kerk vrijwel altijd uniform heeft geleerd: ‘Het huwelijk behoort gesloten te worden tussen één man en één vrouw.’2 Als het huwelijk anders bedoeld zou zijn, zou er een heel ander scheppingsverhaal nodig zijn, namelijk een met twee mannen en twee vrouwen. In elk geval zouden er dan geen zinspelingen moeten zijn op het aanvullende karakter van de beide geslachten, en op voortplanting. Als je Genesis 1 en 2 onbevangen leest, is het moeilijk om niet te conclude­ ren dat Gods plan met seksuele intimiteit niet bestaat uit zomaar twee willekeurige personen die samenkomen, maar uit één man die één vlees wordt met één vrouw. De laatste jaren vragen sommigen zich echter af of zo’n eenduidige lezing van de tekst wel echt zo eenduidig is. Eva, zo stellen sommigen, was niet zozeer een aanvulling voor Adam, maar meer een metgezellin. Het probleem dat ze oploste was het alleen-zijn, niet het incompleet-zijn. En geeft de tekst niet aan dat de vrouw, in tegenstelling tot de dieren, geschikt was voor de man omdat ze net als de man was, niet omdat ze anders was? Misschien hebben de woorden ‘één vlees’ niets te maken met een bepaalde sek­ suele daad (of misschien wel helemaal niets met welke sek­ suele daad dan ook). Laban zei immers tegen Jakob: ‘Gij zijt mijn gebeente en mijn vlees!’ (Gen. 29:14), en de stam­ 2.  Westminster Confessie (WCF) 24.1. Deze geloofsbelijdenis (1646) wordt al eeuwenlang door gereformeerde en presbyteriaanse kerken gebruikt en dient voor miljoenen christenen overal ter wereld als leerstellige stan­ daard.

32


men van Israël zeiden tegen David: ‘Wij, uw gebeente en uw vlees zijn wij’ (2 Sam. 5:1; vgl. Richt. 9:2; 2 Sam. 19:1213; 1 Kron. 11:1). Waarom zou je zoveel waarde hechten aan een veronderstelde seksuele ‘geschiktheid’ als Genesis 2 nergens melding maakt van voortplanting? Men redeneert verder: Genesis gebruikt zeker wel een man en een vrouw als voorbeeld voor het huwelijksverbond, maar waarom zou dit niet alleen aangeven wat normaal is, in plaats dat het beschrijft wat normatief is? De eenwording van twee mannen en twee vrouwen kan hetzelfde verlaten en aankleven en hetzelfde intieme delen van alle dingen aantonen als dat wat we bij Adam en Eva zien in Genesis 2. Hoe plausibel deze revisionistische lezing op het eerste gezicht misschien ook is, men doet hierbij geen recht aan de specifieke contouren van het scheppingsverhaal. Er zijn minstens vijf redenen om te denken dat Genesis 1 en 2 Gods plan voor het huwelijk bekendmaken en dat er voor dit plan één man en één vrouw vereist zijn. Ten eerste, de manier waarop de vrouw geschapen werd, geeft aan dat God haar heeft bedoeld als aanvulling voor de man. In Genesis 2:21 zien we dat de Heere God iets uit de man neemt (een van zijn ribben) om een hulp te maken die geschikt voor hem is (v. 18). Vervolgens benadrukt vers 22 dat de vrouw niet gebouwd is uit de blauwe lucht of uit het stof van de aarde, maar uit ‘de rib die Hij van Adam genomen had’. Wat de vrouw uniek maakt, is dat ze op de man lijkt (wat tot uitdrukking komt in de verbondsverkla­ ring ‘been van mijn benen en vlees van mijn vlees’) én dat ze anders is dan de man. De tekst duidt op gelijkheid en verschil. Adam verheugt zich erin dat de vrouw geen dier

33


is én geen man. Ze is precies wat de man nodig heeft: een geschikte hulp, die gelijk is aan de man, maar die ook te­ genover hem is. Zij is een ishshah, genomen uit de ish, een nieuwe schepping die gebouwd is uit de zijde van de man, om anders te zijn dan de man (2:23). Ten tweede, de aard van de eenwording tot één vlees veron­ derstelt twee mensen van de verschillende geslachten. De term ‘één vlees’ verwijst naar seksuele intimiteit, zoals ge­ suggereerd wordt door de verwijzing naar naaktheid in vers 25. Daarom gebruikt Paulus de woorden ‘één vlees’ als hij de Korinthiërs waarschuwt om een hoer niet ‘aan te han­ gen’ (1 Kor. 6:15-16). De daad van seksuele gemeenschap brengt een man en vrouw samen als één vlees, in relatio­ nele zin en in organische zin. Door de gelijkheid van de lichaamsdelen in seksuele activiteiten tussen mensen van hetzelfde geslacht kunnen die twee niet op dezelfde wijze één worden. Er is geen sprake van een organische eenwor­ ding van mensen wanneer er een willekeurige vorm van fysiek contact is, zoals het vasthouden van de handen of je vinger in iemands oor steken. Ook worden mensen daar­ door niet samengebracht als een eenheid om samen een biologische functie te vervullen.3 Wanneer Genesis 2:24 begint met ‘daarom’, verbindt de Bijbel de intimiteit van het één-vlees-worden (v. 24) met het aanvullende karakter van de vrouw, die uit de man genomen is (v. 23). De ish en de ishshah kunnen één vlees worden omdat hun eenwording niet alleen een seksuele eenwording is, maar ook een hereniging, het samenkomen van twee verschillende wezens, 3.  P. Lee en R.P. George, Conjugal Union: What Marriage Is and Why It Matters, New York 2014, p. 50.

34


waarvan de een uit de ander gemaakt is, en die beiden voor elkaar gemaakt zijn.4 Ten derde, alleen twee personen van de verschillende ge­ slachten kunnen het voortplantingsdoel van het huwelijk bereiken. Een van de redenen waarom het niet goed was dat de man alleen zou zijn, is dat hij in zijn eentje de schep­ pingsvoornemens van de Schepper niet kon weerspiegelen. God schiep planten, bomen, vissen, vogels en alle levende schepselen ‘naar hun aard’ (Gen. 1:11,12,21,24,25). De voortplanting van het planten- en dierenrijk zou per soort verschillen. God schiep ook de man en de vrouw opzettelijk zo dat ze vruchtbaar konden zijn en zich vermenigvuldigen (1:28). Wilde de man dit gebod gehoorzamen, dan moest God een hulp maken die geschikt voor hem was (2:18). Hoewel het in Genesis 2 niet expliciet over voortplanting gaat, wordt dit wel direct bevolen in Genesis 1 en specifiek benoemd in Genesis 3 als iets wat is aangetast door de zon­ deval. Het is duidelijk dat we nageslacht moeten zien als iets wat voortkomt uit de eenwording, die op unieke wijze mogelijk is tussen ish en ishshah. Dat sommige getrouwde mannen en vrouwen geen kinderen kunnen krijgen om bio­ logische redenen of vanwege hun leeftijd doet geen enkele afbreuk aan het voortplantingsdoel van het huwelijk dat we in Genesis vinden. Het huwelijk is per definitie de vorm van 4.  Zie R.A.J. Gagnon, The Bible and Homosexual Practice: Texts and Hermeneutics, Nashville 2001, p. 60-63. Johannes Calvijn zegt hierover ‘… dat aan Adam iets is ontnomen, opdat hij dit deel van hemzelf met des te grotere welwillendheid en liefde zou ontvangen. Hij verloor dus een rib, maar voor deze werd hem gegeven een veel overvloediger verzoeking, doordat hij een trouwe levensgezellin verkreeg, ja zichzelf geheel weer­ vond in de vrouw, daar hij tevoren slechts half mens was.’ Verklaring van de Bijbel, deel 1, (vertaald door: S.O. Los), Kampen 2004, p. 76.

35


eenwording waaruit – als alle lichaamsdelen naar behoren functioneren – kinderen kunnen voortkomen. Homoseksu­ ele relaties kunnen vanwege hun karakter nooit aan deze definitie voldoen, en ook kunnen zij dit voortplantingsdoel niet bereiken. De vraag is niet, zoals een revisionistische auteur stelt, of voortplanting een vereiste is om een huwe­ lijk geldig te maken.5 De vraag is of het huwelijk – van na­ ture, in zijn doel – een verbond is tussen twee personen die een één-vlees-wording beleven waar in principe nageslacht uit kan voortkomen. Het belang van voortplanting als natuurlijk gevolg van het huwelijksverbond is ook zichtbaar in de oudtestamentische leviraatswetten. Deze wetten, bijvoorbeeld die in Deute­ ronomium 25:5-6 (vgl. Mar. 12:19), worden zo genoemd omdat zij de broer van een overleden man verplichtten te trouwen met zijn schoonzus die weduwe was geworden (als ze kinderloos was) en om nageslacht te verwekken voor zijn broer. Voortplanting was zo duidelijk de normale verwach­ ting (en zegen) van het huwelijk dat zelfs de dood het voort­ plantingsdoel van het huwelijk niet in de weg kon staan onder de mozaïsche wet. We zien dit principe nog duidelijker in Maleachi 2:15: Heeft Hij niet maar één gemaakt, hoewel Hij des geestes overig had? En waarom maar die ene? Hij zocht een zaad Gods. Daarom, wacht u met uw geest, en dat niemand trouweloos handele tegen de huisvrouw zijner jeugd.

Het Hebreeuws in dit vers hoort bij de moeilijkste gedeel­ ten van het hele Oude Testament, dus we kunnen niet al 5.  J.V. Brownson, Bible, Gender, Sexuality: Reframing the Church’s Debate on Same-Sex Relationships, Grand Rapids 2013, p. 115.

36


te stellige dogmatische uitspraken doen op basis van onze interpretatie. De English Standard Version geeft echter de consensus weer van de meeste vertalingen. Maleachi, die de mannen van Juda bestraft omdat ze hun vrouwen trouweloos behandelen, verwijst opzettelijk terug naar het scheppingsverhaal. Hij zegt in feite: ‘God heeft de man en de vrouw gemaakt om één vlees te worden, zodat ze een godzalig nageslacht konden verwekken. Wees daarom op uw hoede dat u die heilige eenheid niet verontheiligt door van uw vrouw te scheiden.’ Maleachi erkent niet al­ leen het voortplantingsdoel van het huwelijk; hij haalt dit principe uit het scheppingsverhaal in Genesis. Daarom zegt de Westminster Confessie (gereformeerd/presbyteriaans) dat het huwelijk onder andere is ingesteld voor het ‘ver­ meerderen’ van ‘heilig zaad’, en het Book of Common Prayer (anglicaans) stelt dat het heilige huwelijk is ingesteld ‘voor de voortplanting van kinderen’, en Humanae Vatae (roomskatholiek) stelt dat zowel eenwording als voortplanting in de huwelijksdaad liggen besloten.’6 Hoewel het verkeerd zou zijn om te zeggen dat voortplanting het enige doel van het huwelijk is of dat seksuele intimiteit alleen maar gege­ ven is als een middel tot voortplanting, zou het ook verkeerd zijn om te denken dat het huwelijk zuiver gedefinieerd kan worden zonder enige verwijzing naar het nageslacht dat normaal gesproken voortkomt uit de één-vlees-wording van man en vrouw. Ten vierde, Jezus Zelf onderstreept de normativiteit van de geschiedschrijving in Genesis. Als men Hem vraagt om Zijn mening te geven over het Joodse debat over echtschei­ 6.  WCF24.2; Book of Common Prayer, ‘The Form of Solemnization of Matrimony’; Humanae Vitae 2.12.

37


ding – of echtscheiding geoorloofd was om elke oorzaak, of dat alleen seksuele zonden het huwelijksverbond konden verbreken – kiest Jezus partij voor de meer conservatieve Shammai-school. Hij geeft geen ruimte voor echtscheiding om allerlei redenen anders dan om seksuele immoraliteit. Om Zijn woorden kracht bij te zetten, herinnert Jezus Zijn hoorders er eerst aan dat God hen vanaf het begin man en vrouw gemaakt heeft, en dan haalt Hij Genesis 2:24 aan (Matth. 19:4-6; Mar. 10:6-9). Niets wijst erop dat Jezus Ge­ nesis alleen maar aanhaalt als voorbeeld. Volgens Jezus moet je, om de scheidingskwestie op te lossen, eerst een zui­ vere opvatting van het huwelijk hebben, en Hij zegt dat je, om bij de aard van het huwelijk te komen, moet teruggaan naar het begin, waar we zien dat God het huwelijk instelt als de levenslange vereniging van een man en een vrouw. Bovendien is monogamie alleen maar logisch te verdedigen vanuit datgene wat Genesis over het huwelijk zegt. Naast de complementariteit van de twee seksen is er geen morele logica die vereist dat het huwelijk beperkt moet worden tot een tweetal.7 Ik zeg niet dat het accepteren van het homo­ 7.  Er bestond weliswaar polygamie in het Oude Testament, maar dit wordt nergens beschreven als een zegen van God (Gen. 4:23-24) en wordt ook nergens door God goedgekeurd (zie D. Burk, What Is the Meaning of Sex? Wheaton 2013, p. 98-100). Polygamie is in het Oude Testament vaak de oorzaak van pijn en hartzeer, en in het Nieuwe Testament wordt zij zowel door Jezus (Matth. 19:3-9; Mar. 10:1-12; vgl. Matth. 5:31-32) als door Paulus (1 Kor. 7:2; 1 Tim. 3:2; Tit. 1:6) uitgesloten. Maar zelfs daar waar polygamie in praktijk werd gebracht, kwam de ‘tweeheid’ van de huwelijksband tot uiting. De vrouwen van Salomo waren niet met elkaar getrouwd. Het huwelijk bestond in feite nog steeds uit de één-vlees-wor­ ding van een man en een vrouw, ook al verbond de man zich in verschil­ lende huwelijken met veel vrouwen. Het is belangrijk om te benadrukken wat Jezus veronderstelde en hoe Hij redeneerde, namelijk dat polygamie verboden moest worden, omdat zij niet te verenigen was met Gods plan in de hof.

38


huwelijk onvermijdelijk zal leiden tot het accepteren van polygamie. Maar als je het eerste al aanvaard hebt, heb je geen steekhoudende argumenten meer om het tweede te verwerpen. Slechts sentiment en sluimerende tradities zor­ gen ervoor dat veel progressieven vinden dat homohuwelij­ ken altijd moeten bestaan uit twee personen, en niet meer dan twee. Als het huwelijk eenvoudigweg de vorming is van een familieband tussen mensen die geheel aan elkaar toe­ gewijd zijn, is er geen enkele reden waarom meerdere per­ sonen of groepen zich niet geheel op die manier aan elkaar zouden mogen wijden. Er is geen inwendige samenhang met de noties monogamie en exclusiviteit als het huwelijk iets anders is dan de vereniging van twee elkaar aanvullen­ de en van elkaar verschillende seksen. Alleen omdat God de vrouw uit de man heeft gemaakt, is ze voor de man (1 Kor. 11:8-9, 11-12). En omdat die twee – man en vrouw – naar Gods voornemen elkaar aanvullen, is monogamie wel goed te verdedigen maar het homohuwelijk niet. Ten vijfde, de betekenis van het huwelijk in de heilsge­ schiedenis, als goddelijk symbool in de Bijbel, werkt alleen als het huwelijkspaar een complementair paar is. Denk eens aan de complementariteit van de schepping zelf. In het begin schiep God de hemel en de aarde (Gen. 1:1). En niet alleen dat, maar binnen dit kosmische paar vinden we nog andere ‘paren’: de zon en de maan, de morgen en de avond, de dag en de nacht, de zee en het droge, planten en dieren, en ten slotte, op het hoogtepunt van de schepping, de man en zijn vrouw. Voor elk van die paren geldt dat de ene helft bij de andere hoort, maar dat geen van de helften inwisselbaar is. Zoals hemel en aarde samen geschapen zijn

39


– en ja, zo eindigt het hele verhaal van de Bijbel – zo moet het huwelijk ook een symbool zijn van dit goddelijke plan: twee verschillende eenheden die op unieke wijze bij elkaar passen.8 Het is dus heel begrijpelijk dat het samenkomen van he­ mel en aarde in Openbaring 21-22 voorafgegaan wordt door het huwelijksmaal van het Lam in Openbaring 19. Het hu­ welijk is geschapen als een beeld van het bij elkaar passen van hemel en aarde, of, zoals Efeze 5 het zegt, van Christus en de Kerk (v. 31-32). Het huwelijk betekent meer dan een wederzijds offer en een wederzijdse verbondsverplichting. Het huwelijk vereist, in haar aard, dat de een de ander aanvult. De mystieke eenheid van Christus en de Kerk – waarbij elk ‘deel’ bij het andere hoort, maar geen van beide verwisselbaar zijn – kan niet worden weerspiegeld in een huwelijkseenheid zonder verschil tussen man en vrouw. Als God wilde dat we zouden concluderen dat man en vrouw verwisselbaar zijn in de huwelijksrelatie, gaf Hij ons niet alleen het verkeerde scheppingsverhaal; dan gaf Hij ons ook het verkeerde metaverhaal. Homoseksualiteit past een­ voudigweg niet in de scheppingsorde van Genesis 1 en 2. Met deze twee hoofdstukken als fundament, waarop de rest van het verhaal van de heilsgeschiedenis is gebouwd, zullen we zien dat homoseksueel gedrag ook niet binnen de rest van de Bijbel past.

8.  Zie de Humanum 2014 lezing van N.T. Wright voor meer over dit the­ ma (beschikbaar op YouTube, geraadpleegd op 4 december 2014, http:// www.youtube.com/watch?v=AsB-JDsOTwE).

40


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
watdebijbelwerkelijkleertoverhomoseksualiteitb by Erdee Media Groep - Issuu