Skip to main content

vrouwenuitdebijbelbc

Page 1

Voorwoord In Vrouwen uit de Bijbel maken we kennis met veel vrouwen uit het Oude en Nieuwe Testament. Onder hen waren zowel godvrezende als goddeloze vrouwen. U leest over bekende en onbekende, oude en jonge, gehuwde en ongehuwde, arme en rijke vrouwen. Allerlei levensomstandigheden komen aan de orde. De weduwen, de profetessen, de koninginnen, de slavinnen, de vroedvrouwen, zij hadden elk een eigen plaats. Bij gehuwde vrouwen treffen we meerdere keren wijze lessen aan voor het huwelijksleven, bij diverse moeders waardevolle opvoedingsadviezen, terwijl bij sommige ongehuwde vrouwen duidelijk naar voren komt welke bijzondere taak of plaats ze van de Heere kregen. Als we het leven van de vrouwen in de Bijbel nauwkeuriger bekijken, zien we bij hen ook allerlei karaktertrekken naar voren komen zoals vriendelijkheid, zorgzaamheid, behulpzaamheid en doortastendheid, maar ook oneerlijkheid, jaloezie en afgunst. Wat spreekt de Bijbel eerlijk over vrouwen. Zowel over hen die de Heere vrezen als over hen die Hem (nog) niet vrezen. Waar het godvrezende vrouwen betreft, zien we soms een leven in afhankelijkheid van de Heere, maar ook de zonde van ongeloof en ongehoorzaamheid wordt niet verzwegen. Wat liggen er veel lessen in wat Gods Woord ons meedeelt over het leven van al deze vrouwen! Matthew Henry De dagboekstukjes zijn samengesteld aan de hand van de Bijbelverklaringen van Matthew Henry (1662-1714). Treffend is de pastorale toon waarop de Engelse predikant het leven van de vrouwen dichterbij brengt. Zijn praktische uitleg is verrassend actueel en helder. Het is soms alsof hij deze voor ons persoonlijk heeft geschreven!


In dit dagboek wordt met name het leven van allerlei personen beschreven. Om die reden zijn er geen dagboekstukjes samengesteld uit de nieuwtestamentische brieven waarin de vrouwen vooral raadgevingen krijgen. Indeling Er zijn twee momenten waarop met dit dagboek begonnen kan worden. Per 1 januari en rond moederdag. Voor deze indeling is mede gekozen om de orde van het kerkelijk jaar te kunnen volgen. Vanaf 1 januari (het eerste ‘vertrekpunt’) wordt de jeugd van de Heere Jezus en het leven van Zijn moeder Maria beschreven. Daarna volgen in chronologische volgorde de ontmoetingen die Hij had met vrouwen tijdens Zijn omwandeling op aarde. We treffen de vrouwen ook aan bij het kruis, bij Jezus’ begrafenis en bij Zijn verschijning nadat Hij was opgestaan. De overdenkingen uit het Nieuwe Testament worden afgesloten met de vrouwen die door Lukas worden beschreven in het boek Handelingen. Vanaf 12 mei (het tweede ‘vertrekpunt’) leest u over de schepping van Eva en over vrouwen in het Oude Testament. Half december begint met de aankondiging van de geboorte van Johannes, de voorloper van de Heere Jezus, waarna met Kerst de geboorte van Christus aan de orde komt. De laatste dagen van het jaar wordt aandacht besteed aan de vrouw en de draak, zoals de apostel Johannes daarover schrijft in het boek Openbaring. Van harte spreken wij de wens uit dat dit eenvoudige dagboekje zal dienen tot onderwijs én tot uitbreiding van Gods Koninkrijk! Nunspeet, voorjaar 2009

J. Kranendonk-Gijssen


1 januari En Simeon (…) zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël … Lukas 2:34 Juist op het moment dat Jozef en Maria hun Kind binnenbrachten in de tempel, kwam ook Simeon daar door de leiding van de Heilige Geest. Met grote vreugde heeft hij hen gezien. Lukas schrijft dat hij het Kind in zijn armen nam en Het omhelsde. Er was aan Simeon beloofd dat hij de dood niet zou zien, voordat hij de Christus had gezien. Dát was zijn uitzien geweest. Maar nu het gebeurde, overtrof het zijn stoutste verwachtingen. Zo is het altijd als de Heere Zijn belofte waarmaakt. Nog nooit is iemand die op Gods woord hoopte, beschaamd uitgekomen! Simeon jubelde het uit: ‘Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken: Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.’ Hij zegende Jozef en Maria, maar toonde ook dat zij zich moesten verheugen ‘met beving’. Want, zo sprak hij tot Maria: ‘Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat wedersproken zal worden (En ook een zwaard zal door uws zelfs ziel gaan), opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.’ Christus zou een troost zijn voor Zijn moeder, maar opdat zij niet hoogmoedig zou worden, zou er een zwaard door haar ziel gaan. Dit Kind zou een lijdende Jezus zijn. Hoe zijn de woorden van Simeon bevestigd. Zal er later geen zwaard door Maria’s ziel zijn gegaan, toen Hij werd mishandeld tijdens Zijn lijden, of toen ze haar Kind zag hangen aan het kruis? Lezen: Lukas 2:25-35


2 januari En er was Anna, een profetes, een dochter van Fanuël … Lukas 2:36 Lukas schrijft over Anna, een profetes. Misschien wordt met de aanduiding ‘profetes’ niet méér bedoeld dan dat zij meer verstand van de Schriften had dan andere vrouwen. Mogelijk onderwees zij de jongere vrouwen in de dingen van God. Zij was een dochter van Fanuël, en haar naam betekende ‘Begenadigde’. Zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar oud. Ze was nooit hertrouwd na de dood van haar eerste man. Zij woonde in de tempel, óf ze was een trouwe bezoekster van Gods huis. Sommigen denken dat zij haar woning had in de voorhoven van de tempel. Anderen denken dat haar ‘niet wijken uit de tempel’ slechts betekent dat zij daar steeds was als er een godsdienstoefening werd gehouden. Wanneer er een goed werk gedaan moest worden, deed zij eraan mee. Zij diende God met vasten en bidden, dag en nacht. Ze had Gods eer op het oog met haar vasten en bidden. Zij besteedde al haar tijd, die anderen besteden aan eten, drinken en slapen, aan de dienst van de Heere. Wat geeft Anna ons een duidelijk voorbeeld! Moeten wij dan onze dagelijkse plichten niet waarnemen? Alles heeft toch een bestemde tijd? Zeker. Maar ook van ons wordt gevraagd om altijd te bidden, goed te doen en daarin niet te vertragen. Anna werd aan het eind van haar leven overvloedig beloond voor het feit dat zij zo veel jaren in de tempel aanwezig was geweest. We lezen immers van haar: ‘En deze te dierzelver ure daarbij komende, heeft insgelijks de Heere beleden.’ Lezen: Lukas 2:36-40


3 januari En Jozef en Zijn moeder wisten het niet ‌ Lukas 2:43b Lukas beschrijft in dit hoofdstuk het enige verhaal dat er bekend is over de jeugd van de Heere Jezus. Het vond plaats op een moment dat Jezus met Zijn ouders naar Jeruzalem ging in verband met het paasfeest. Hoe arm Jozef en Maria ook waren, ieder jaar vierden zij dit feest in Jeruzalem zoals de wet dat voorschreef. Nadat de zeven dagen van het feest voleindigd waren, keerden Zijn ouders terug naar huis. Maar Jezus bleef te Jeruzalem. Niet omdat Hij niet naar huis wilde, of omdat Hij niet in het gezelschap van Zijn ouders wilde zijn, maar omdat Hij iets te doen had in Jeruzalem. Hij wilde bovendien Zijn ouders laten weten dat Hij een Vader in de hemel had, aan Wie Hij meer eerbied verschuldigd was dan aan Zijn aardse ouders. Let erop, dat eerbied voor deze Vader niet uitgelegd mag worden als oneerbiedigheid tegenover Zijn aardse ouders. Zonder enig vermoeden waren Jozef en Maria aan de terugtocht begonnen. Zij meenden dat hun Kind Jezus Zich onder de menigte bevond die met hen op de weg was. Toen ze Hem echter zochten, vonden zij Hem niet! Ze hoopten nog dat ze Hem zouden tegenkomen op de plaats waar ze de nacht zouden doorbrengen, maar ook daar was Hij niet. Ongerust zijn ze de volgende dag teruggegaan naar Jeruzalem om Hem te zoeken. Hebt u mogelijk uw vertroosting in Christus verloren? Bedenk dan waar en wanneer u Hem verloren hebt, en keer terug naar die plaats, opdat ook u Hem zou vinden! Lezen: Lukas 2:41-45


4 januari En Zijn moeder zeide tot Hem: Kind, waarom hebt Gij ons zo gedaan? Lukas 2:48m Na drie dagen zoeken vonden Jozef en Maria hun Kind Jezus eindelijk in de tempel te Jeruzalem. Daar zat Hij te midden van de leraren. Hij luisterde naar hen en ondervroeg hen. Maar dat niet alleen. Lukas schrijft ook dat allen die Hem hoorden, zich ontzetten over Zijn verstand en antwoorden. Zij hadden nog nooit iemand die zo jong was, zo verstandig horen spreken als Hij. Jezus gaf hier een voorproef van Zijn goddelijke wijsheid en kennis, zo schrijft Calvijn. Jozef en Maria waren beiden verslagen over Hem, toen ze Hem daar vonden en merkten dat Hem zoveel eerbied werd betoond. Maria wilde een vertrouwelijk gesprek met Hem en vroeg: ‘Kind, waarom hebt Gij ons zo gedaan?’ Met andere woorden: Waarom hebt U ons zo in angst laten zitten? Uw vader en ik hebben U met angst gezocht!’ En wat was het antwoord van Jezus? Hij berispte Zijn moeder zachtmoedig om hun buitensporige bezorgdheid voor Hem. Hij zei: ‘Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? Daarom kon Ik niet even snel als u naar huis!’ Hij wilde laten weten dat het Zijn spijs en drank was om de wil van Zijn Vader te doen en Zijn werk te voltooien. Maar dat hebben Zijn ouders op dat moment niet begrepen. ‘Zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.’ Meent u Christus verloren te hebben? Dan hebt u zeker reden tot klagen. Maar ga niet in wanhoop bij de pakken neerzitten. Zoek Hem in al uw zielsverdriet. Hij laat Zich vinden! Lezen: Lukas 2:45-52


5 januari En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galiléa; en de moeder van Jezus was aldaar. Johannes 2:1 Johannes beschrijft het eerste wonder dat door de Heere Jezus werd gedaan. Het was op de derde dag nadat Hij in Galiléa, in het plaatsje Kana was aangekomen. Kana lag in een verafgelegen hoek van het land, ver bij Jeruzalem vandaan. Daar zouden Jezus’ leer en wonderen minder weerstand vinden dan onder de trotse rabbi’s en de wereldgroten in het grote Jeruzalem. Van de moeder van de Heere Jezus lezen we niet dat zij speciaal was uitgenodigd. We lezen dat wel van Christus en Zijn vijf discipelen. Waarschijnlijk was het bruidspaar familie van de Heere Jezus. Uit het feit dat Hij daarheen ging, en juist ter gelegenheid van een bruiloft Zijn eerste wonder verrichtte, blijkt welke eer Christus geeft aan de instelling van het huwelijk! Wat was het toen, maar ook nu begerenswaardig om Jezus’ genaderijke tegenwoordigheid te mogen ervaren. De discipelen zijn de Heere Jezus gevolgd, waar Hij ook heen ging. Zij hadden zich aan Zijn zorg toevertrouwd. Ze waren er al snel achter gekomen dat Hij geen schatten bezat, maar dat Hij wel goede vrienden had. Calvijn merkt bij dit hoofdstuk op dat de gastheer zeer vrijgevig was, omdat hij – ondanks dat hij zelf weinig middelen had – toch vijf discipelen uitnodigde die volgelingen van Christus waren. Waarschijnlijk zijn het juist deze gasten geweest, waardoor de gastheer in verlegenheid kwam. Het gezelschap was immers groter dan hij eerst had verwacht. Maar de Heere Jezus zou in deze nood voorzien. Lezen: Johannes 2:1-12


6 januari En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. Johannes 2:3 De moeder van de Heere Jezus zocht haar Zoon toen zij hoorde dat de wijn op was. Ze zei tegen Hem: ‘Zij hebben geen wijn.’ Sommigen denken dat zij geen wonder van Hem verwachtte, omdat Hij tot nu toe geen wonderen had gedaan. Calvijn meent dat zij dit zei in de hoop dat Jezus geestelijke en nuttige gesprekken zou voeren om het gebrek aan wijn te vergoeden. Maar wij geloven dat zij wel degelijk een wonder verwachtte. Maria wist dat Hij een Profeet was. En had Mozes ook niet vaak in de behoeften van het volk Israël voorzien? De bruidegom had ook sommigen om wijn kunnen sturen, maar de moeder van Jezus wilde liever naar de Bron gaan. Het is goed als wij zorg dragen voor en meeleven met de noden en behoeften van onze vrienden, en niet alleen op onszelf gericht zijn. Het beste wat wij kunnen doen in die omstandigheden is dat wij de noden van onze vrienden aan Christus voorleggen in het gebed. Maar … daarbij moeten wij Hem niet willen voorschrijven wat Hij moet doen. Wij dienen onze nood ootmoedig aan Hem voor te leggen en het dan ook aan Hem over te laten wat Hij ermee doet. Hij weet wat goed is. De reden dat de Heere Jezus Zijn moeder bestrafte, is wellicht geweest dat zij trots of verwaand werd omdat Hij haar Zoon was. Daarom zei Hij: ‘Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.’ Wie Christus liefheeft, die bestraft Hij. Jezus bestrafte Maria, omdat zij zich mengde in een zaak, die de daad van Zijn godheid betrof. Lezen: 1 Johannes 4:7-21


7 januari Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen. Johannes 2:4b Christus wees Maria terecht toen zij Hem zei dat de wijn op was. Hij zei: ‘Mijn ure is nog niet gekomen.’ Zij mengde zich in een zaak die haar niet aanging. Zij ging tot de Heere Jezus toen de wijn nog niet helemaal op was. Maar er moest eerst volkomen gebrek zijn, zodat men niet zou kunnen zeggen dat er wat water aan de nog resterende wijn was toegevoegd. De uiterste nood van een mens is vaak de meest geschikte tijd voor God om te hulp te komen. Nee, wij mogen het uitstel van genade niet aanzien alsof dit een afwijzen van het gebed is. Wij moeten leren om te wachten op Gods tijd. Maria heeft Zijn bestraffing onderworpen aanvaard. Ze heeft niet tegengesproken. Het is het beste om geen bestraffing van de Heere Jezus nodig te hebben, maar als we er een verdienen, moeten we deze nederig en stil aanvaarden. Jezus’ moeder bleef hopen op Zijn goedertierenheid. Het kan in ons leven zo zijn dat twee dingen ons ontmoedigen als wij de Heere om een gunst of zegen hebben gevraagd. Als we zien op onze dwaasheid en onze zwakheid, moeten we erkennen dat er geen plaats is voor de verhoring van ons gebed. Het kan ook zijn dat we het misnoegen en de bestraffing van de Heere gevoelen. Dan houdt de beproeving aan en de uitredding komt niet. Dan kan het zijn dat het schijnt alsof de Heere boos is om ons gebed. Maria bleef echter op Hem hopen. Ze geloofde vast dat Hij uiteindelijk een positief antwoord zou geven. Worstelt u zo ook in het gebed? Lezen: Psalm 130


8 januari Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat. Johannes 2:5m Ondanks de terechtwijzing die Jezus’ moeder kreeg, zei ze toch tegen de dienaars dat ze Christus’ bevelen stipt moesten opvolgen. Ze wilde niet dat de dienaars in dezelfde fout zouden vallen als waarin ze zelf gestruikeld had. ‘Zo wat Hij ulieden zeggen zal, doet dat’, zo sprak ze. De weg van de plicht is de weg om een zegen te ontvangen. Wij mogen geen bezwaren inbrengen tegen Christus’ manier van handelen. Ook in Kana bleek dat de Heere Jezus op een wonderlijke wijze voorziet in alle behoeften. Hij doet vaak meer dan wij vragen, maar nooit minder! De substantie van het water kreeg een nieuwe vorm. Het water veranderde in wijn. Wonderlijk. Het eerste wonder dat Mozes mocht verrichten, was water in bloed veranderen. Het begin van Christus’ wonderen bestond in de verandering van water in wijn. Dat duidt het onderscheid aan tussen de wet van Mozes en het Evangelie van Christus. De watervaten die klaarstonden voor de gasten om hun handen in te wassen, veranderden – nadat ze tot boven toe gevuld waren – in vaten vol wijn. De inhoud is niet precies na te gaan, maar duidelijk is dat het om een aanzienlijke hoeveelheid ging. De verandering gebeurde zonder dat de gasten erbij betrokken waren. Zodra het water was toegevoegd, sprak de Heere Jezus: ‘Schept nu.’ Hij vroeg niet of Hij eerst mocht proeven. Hij wist wat Hij wilde en Hij wist wat Hij kon. Zo doet Christus ook nu nog grote en wonderlijke dingen op een verborgen manier. Lezen: Psalm 62


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook