Hoofdstuk 1
‘Hoera, wiskunde!’ Niek grijnsde sarcastisch en plofte op de stoel naast Bas. Bas trok een gek gezicht en liet zich onderuitzakken. ‘Hoera, De Schreur’, mompelde hij zo zacht dat alleen Niek hem kon horen. ‘Is hij echt zo erg?’ vroeg deze, een tikkeltje bezorgd. Bas haalde zijn schouders op. Misschien was de docent inmiddels wel veranderd, dat kon best. ‘Ik had hem voor bijles, in de eerste’, zei hij. ‘Ik heb leukere leraren gehad.’ ‘Bijles voor wiskunde? Jij?’ Niek keek hem ongelovig aan. ‘Ik zat in de eerste op gt, weet je nog? Toen kreeg ik bijles wiskunde, omdat iedereen dat krijgt die naar de havo gaat’, legde Bas uit. Nieks blik maakte Bas duidelijk dat hij hem begreep. Hun wiskundeleraar stond voor in het lokaal en keek met een verstoord gezicht het klaslokaal in. ‘De deur zit dicht, de monden zijn dicht en de spullen liggen op tafel. In havo 4 moet dat toch wel duidelijk zijn.’ Bas fronste zijn wenkbrauwen en zuchtte diep. Het was nog maar hun tweede lesdag en het was dertig graden buiten, waarom konden ze niet gewoon rustig beginnen? Maar nee, ze zouden toch eens vijf minuten minder kunnen werken aan al die prachtige wiskundesommen. Dat zou zó jammer zijn. Hij schudde niet-begrijpend zijn hoofd. 7
‘Gezellig zeg’, fluisterde Niek. ‘Echt een vrolijkerd!’ ‘Told you so!’ was Bas’ reactie. ‘Meneer …’ De Schreur aarzelde even, maar ging toen verder. ‘Van Wijk, wat is er zo belangrijk dat je door mijn les heen praat?’ Bas ademde langzaam uit. De les was nog niet eens begonnen en De Schreur begon nu al met dat vervelende achternamengedoe. ‘Niks. Sorry’, zei hij maar. ‘Sorry?’ De Schreur keek hem streng aan. Bas weerstond de neiging om met zijn ogen te rollen. ‘Sorry meneer.’ Normaal kon hij het wel vinden met zijn leraren. Hij respecteerde ze en deed meestal goed mee met de les. Hij was heus niet het braafste jongetje van de klas, maar hij wist wanneer je te ver ging en dat deed hij dus nooit. Bij De Schreur zou dat zomaar kunnen veranderen. Als hij vorig jaar geweten had dat hij hém voor wiskunde kreeg, zou hij serieus overwogen hebben om wiskunde eruit te gooien. Dat kon wel met zijn c&m-profiel. Maar hij was er best goed in, dus het zou jammer zijn om het zomaar te laten schieten. De Schreur vertelde waar het eerste hoofdstuk over ging en deelde mee dat ze binnenkort in groepjes van twee of drie personen aan een project gingen werken. Niek stootte hem meteen aan, alsof hij zeggen wilde: ‘Wij doen dat samen.’ Bas vond het prima. Na de korte introductie van het hoofdstuk over statistiek ging De Schreur de sommen uitleggen. 8
Bas bladerde wat door zijn wiskundeboek. Dit was echt supersimpel. Hij bekeek de planner die De Schreur had gegeven en zag dat ze elke les vrij veel huiswerk hadden. Het leek hem een goed idee om alvast te beginnen, ook al was zijn wiskundeleraar nog niet klaar met de uitleg. Hij was al tien minuten bezig met het maken van de sommen toen meneer De Schreur eindelijk zei: ‘Dan mogen jullie nu zelfstandig hiermee aan de slag. Als je een vraag hebt, dan steek je je vinger op en kom ik bij je. Onder geen beding praat je met degene die naast je zit.’ Hij nam plaats achter zijn bureau, maar begon al snel aan een rondje door het lokaal. ‘Van Wijk, hoe komt het dat je al zo ver bent?’ De Schreur stond bij zijn tafeltje en keek hem streng aan. ‘Het is simpel’, was zijn eenvoudige antwoord. Hij merkte dat De Schreur de sommen wat beter bekeek, waarschijnlijk om hem op een foutje te betrappen. Toen hem dat niet lukte, liep hij weer verder. ‘Simpel?’ Hanna, die voor Niek en hem zat, draaide zich om en keek Bas ongelovig aan. Bas grijnsde. ‘Ja. Supermakkelijk, vind je niet?’ ‘Spreek voor jezelf!’ Ze keek hem verontwaardigd aan. ‘Wat doe jij eigenlijk hier, moest je niet wiskunde B en D hebben?’ ‘Hogendijk, Van Wijk, monden dicht!’ Bas was opgelucht toen de bel ging. Nog maar een uurtje en dan was hij alweer vrij. ‘We hebben nu toch geschiedenis?’ vroeg Niek, terwijl hij zijn wiskundeboeken in zijn tas stopte. 9
‘Ja’, antwoordde Bas. ‘Een stuk leuker dan dit!’ ‘Maar jij vindt wiskunde toch zo simpel?’ Hanna draaide zich weer naar hem toe. ‘Dat ik iets simpel vind, betekent nog niet meteen dat ik het ook leuk vind!’ wierp Bas tegen. ‘Nou … vorig jaar vond je wiskunde wel leuk!’ wist Mathilde, die naast Hanna zat, te vertellen. ‘Logisch toch, vorig jaar hadden we Van Leeuwen!’ verklaarde Niek. ‘Ik mis haar nu al’, verzuchtte hij dramatisch toen ze het lokaal verlieten. ‘Wat een man, hè?’ zei Hanna, iets zachter dan ze normaal praatte. ‘Ik krijg echt de kriebels van hem!’ ‘Hoorde je wat hij tegen Lotte zei?’ vroeg Mathilde. Toen ze alle drie hun hoofd schudden, ging Mathilde verder. ‘Ze vroeg wat de mediaan nou precies was, toen vond hij dat ze maar beter helemaal geen wiskunde had kunnen kiezen als ze zoiets niet wist.’ ‘Lekker aardig, zeg!’ mopperde Hanna. ‘Maar dat is toch heel simpel? Dat snap ík zelfs!’ zei Niek. Hanna wierp hem een boze blik toe. ‘Daar gaat het niet om, het is gewoon heel onvriendelijk om zoiets te zeggen. Het is warm, we hebben een week of acht geen wiskunde gehad, dan mag je toch ook weleens iets niet weten?’ Daar was Bas het helemaal mee eens. Gelukkig kwamen ze al snel aan bij het geschiedenislokaal en waren alle gebeurtenissen van wiskunde vergeten. Meneer Verheij stond in de deuropening op hen te wachten. 10
‘Avé havo 4’, grapte hij. ‘Kom binnen, de tijdmachine staat al warm te draaien.’ Ondanks zijn flauwe grapjes gaf Verheij boeiend les. Tenminste, dat had Bas’ zus, Emma, verteld. Hij was benieuwd. Hij nam plaats naast Matthijs, die een plek voor hem had vrijgehouden. Het uur ging snel voorbij. Verheij vertelde over wat ze dit jaar bij geschiedenis konden verwachten, welke tijdvakken ze zouden behandelen en dat soort praktische informatie. ‘Hé Bassie! Hoe gaat het?’ ‘Ha Sem! Lang niet gezien’, lachte Bas, toen hij zijn beste vriend bij het fietsenhok ontwaarde. Hij kende Sem van de kleuterschool, al vanaf de eerste dag waren ze vrienden. ‘Ben je op de fiets?’ Sem keek hem verbaasd aan. ‘Nee, op de scooter.’ Hij wees naar het scooterhok waar zijn spiksplinternieuwe Yamaha stond. ‘O ja, da’s waar ook, nog gefeliciteerd trouwens!’ Sem sloeg hem op zijn schouder. ‘Dat moeten we nog vieren, volgens mij!’ Bas grinnikte. ‘We moeten sowieso afspreken, dat is al veel te lang geleden. Heb je vrijdagavond tijd?’ Sem schudde zijn hoofd. ‘Het zusje van Suzanne is jarig, ik moet ook komen. Maar zaterdagavond kan ik wel. Jij ook?’ Bas dacht even na. Hij moest zaterdag overdag werken, maar hij was vrijdag de laatste twee uur vrij, dus kon hij dan zijn huiswerk wel maken. 11
‘Ja. Ik app je wel over de tijd. Weet nog niet of ik tot vier of tot zes uur moet werken.’ ‘Best’, zei Sem. ‘Tot dan!’ Ondanks het warme weer genoot Bas van de rit naar huis. Hij had nog maar twee weken zijn scooterrijbewijs en hij kon nu al niet meer zonder. Het was heerlijk om niet afhankelijk te zijn van de bus. Het scheelde ook in tijd. Een halfuur later was hij er al. Zijn moeder en zusje zaten op het terras. ‘Hé Bas!’ Evi begroette hem enthousiast. ‘Weet je wat de meester vandaag verteld heeft?’ ‘Nee, hoe zou ik dat moeten weten?’ ‘Weet ik niet’, giechelde Evi. ‘We gaan geld inzamelen voor een nieuw schoolplein. Dus nu mag iedereen ideetjes verzinnen om geld te verdienen. Jij hebt altijd heel erg goede ideeën … ’ Bas schoot in de lach. ‘Niet na een lange schooldag! Vraag het zaterdag nog maar een keer!’ ‘Was het wel leuk op school?’ ‘Ja hoor, mam!’ zei Bas. ‘Ik heb alleen De Schreur voor wiskunde. Die ik in de eerste voor bijles had.’ Het zei mam niets. Logisch, ze kon niet de namen van alle docenten die hij gehad had onthouden. Voor zover hij wist, had Emma ook nooit les gekregen van De Schreur. ‘Dus ik ga maar gauw aan m’n huiswerk, want die man wordt heel boos als je ook maar één som niet gedaan hebt. Zelfs als je het overslaat omdat je het niet snapt, heeft hij daar geen begrip voor!’ 12
Misschien was dat laatste nu wel veranderd, maar eigenlijk kon hij zich dat na de les van vandaag niet voorstellen. ‘Sjonge’, zei mam. ‘Maar met jouw wiskundeknobbel moet dat geen probleem zijn, of wel?’ Bas haalde zijn schouders op. ‘Ik kan het maar beter gedaan hebben. Dan kan ik vanavond nog even lekker gamen!’ ‘Wat ben je toch altijd heerlijk verantwoordelijk!’ Mam lachte en woelde met haar hand door zijn haar. ‘Mam!’ Ze wist dat hij daar zo’n hekel aan had, waarom deed ze dat toch altijd? Hij zuchtte diep, pakte het glas cola dat zijn moeder had klaargezet en dronk het in één teug leeg. Vervolgens ging hij in zijn kamer aan de slag met al het huiswerk dat hij vandaag had gekregen. Om precies halfzes riep Emma dat het eten klaar was. Bas gooide zijn pen neer en rekte zich even helemaal uit. Man, dat huiswerk in havo 4 viel niet mee. Meneer Vijfhuizen had al gewaarschuwd dat het veel zou zijn. Bas had gedacht dat hun mentor een beetje overdreef. Maar tot nu toe bleek hij helemaal gelijk te hebben. Gelukkig was hij nu bijna klaar, hij hoefde straks nog maar één som voor wiskunde en een samenvatting voor geschiedenis te maken. En het huiswerk van geschiedenis was ook niet voor morgen. Maar Bas maakte het liever wel vandaag. Zo was hij nu eenmaal opgevoed: huiswerk maken op de dag dat je het op krijgt. Op die manier had hij het gered 13
om van gt naar de havo te gaan. En daar wilde hij graag blijven. ‘Ba-as, waar blijf je nou!’ Emma werd ongeduldig. ‘Ja-a, ik kom!’ Hij sprong overeind, roetsjte de trap af en ging als laatste aan tafel zitten. ‘Ik was al onderweg hoor’, verontschuldigde hij zich tegenover Emma. Pap zei dat ze stil moesten zijn en begon de maaltijd met gebed. Na het amen wenste iedereen elkaar een smakelijke maaltijd en Evi begon meteen een verhaal te vertellen over school. Bas luisterde er maar half naar, zijn zusje praatte zo ontzettend veel, dat was best vermoeiend. Hoe pap en mam dat toch altijd volhielden …? ‘… dat is toch best wel naar?’ Evi besloot haar relaas met een vraag. ‘Je weet toch wat papa en mama altijd zeggen?’ Mam keek Evi ernstig aan. ‘Ja! Je moet mensen liefhebben zoals de Heere Jezus hen liefheeft. Maar … wat als iemand echt heel gemeen is geweest? Iemand die in de gevangenis zit bijvoorbeeld?’ Bas herinnerde zich nog de avond dat hij een soortgelijke vraag had gesteld en wist het antwoord ook nog. ‘Zelfs dan moeten we iemand liefhebben en voor zo iemand bidden’, zei pap ernstig. ‘Wat die persoon gedaan heeft, is dan wel niet goed en dat mogen we ook niet goed vinden. Maar die persoon is net zoals jij en ik gemaakt door de Heere God en daarom moeten we diegene liefhebben. Hoe moeilijk dat soms ook is.’ Bas schuifelde ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer. Hij 14
vond het altijd lastig als hier aan tafel over gepraat werd. Natuurlijk wist hij wel dat het belangrijk was, maar hij dacht er liever niet te veel over na. ‘Begrijp je dat?’ vroeg mam aan Evi. Evi knikte, ze keek heel serieus. Een tijd zei niemand iets, het enige wat je hoorde, was het geschraap van het bestek over de borden. Uiteindelijk was het pap die de stilte verbrak. ‘Hoe was het op school, Bas?’ Bas wachtte even voor hij antwoord gaf. ‘Wel oké. Alleen wiskunde was niet zo leuk. Meneer De Schreur en ik kunnen niet zo goed met elkaar overweg.’ Pap glimlachte. ‘Je hebt hem eerder gehad, toch?’ Toen Bas knikte, vervolgde hij: ‘Nou ja, je weet het hè, mensen liefhebben …’ ‘Ja, ja’, mompelde Bas, terwijl hij snel een hap spaghetti naar binnen werkte. Dat was dus wat hij zo moeilijk vond aan die opdracht: hij kon zich er met geen mogelijkheid aan houden.
15