Hoofdstuk 1
Het leek wel of ze op een andere school zat. Met haar schouder tegen die van Nick en haar tas tussen haar benen keek Merlijne naar de rode deuren, de grijze kozijnen en de ingelijste tekeningen aan de wanden in de gang. Er hing een geur van schoonmaakmiddel en om haar heen dromden leerlingen, druk pratend en gebarend. Een ander gebouw, door elkaar gehusselde klassen, veel onbekende docenten, vier profielen: bovenbouw! Ze had er zin in. Niet dat ze van plan was dat hier hardop te zeggen; stel je voor dat ze haar een nerd zouden vinden. Maar ze hield eigenlijk best van het schoolleventje. Het leren ging haar tot nu toe vrij gemakkelijk af, ze had fijne vrienden en thuis liep het tegenwoordig ook lekker. ‘Goeiemorgen allemaal. Zijn jullie H4D?’ Er klonk instemmend gemompel. Voor hen stond een vrouw, jong, gemiddelde lengte, slank, een gestippelde jurk met een wit vestje erover, in haar hand een grote sleutelbos. Dat moest hun mentrix zijn: mevrouw Blomhof. Ze opende de deur en maakte met een brede armzwaai duidelijk dat ze achter haar aan naar binnen mochten komen. ‘Zoek een plekje en zet je tas maar even achter je stoel.’ Mark Terlouw ging als eerste. In de deuropening bleef hij
5
plotseling staan. ‘Nee! Dit geloof je niet, moet je zien: stoelen in een kring …’ Vertwijfeld greep hij naar zijn hoofd. ‘Het mens denkt zeker dat we kleuters zijn’, fluisterde hij over zijn schouder. ‘Doorlopen jij.’ Merlijne duwde hem zacht maar beslist naar voren. ‘Hoe sneu kun je zijn’, reageerde Lize op hoge toon. ‘Sta eens wat meer open voor iets … iets wat je niet had verwacht, iets bijzonders.’ Ze knipperde met haar ogen. ‘Vandaag ben ik het met je eens, Lize’, zei Nick. In het voorbijgaan knikte Merlijne mevrouw Blomhof vriendelijk toe. Het ging vanzelf, als een soort goedmakertje voor het gedrag van Mark. Mevrouw Blomhof glimlachte en leek totaal niet van haar stuk gebracht door Marks opmerkingen. Als laatste ging ze zelf zitten en keek de kring rond. ‘Welkom in havo 4’, begon ze. ‘Het wordt een pittig jaar, maar we hopen natuurlijk ook op veel gezelligheid, op een hechte band onderling. Ik ben dus jullie mentrix én docente Nederlands. Wij kennen elkaar niet en een paar van jullie kennen elkaar goed, maar de meesten kennen elkaar alleen van gezicht of helemaal niet.’ Daar had ze inderdaad een punt. In hun klas zaten acht leerlingen die havo één tot en met drie op een andere locatie hadden gevolgd. Die waren hier dus helemaal nieuw. Verder hadden alleen Nick, Emma, Mark en Lize in de vorige jaren bij haar in de klas gezeten. Merlijne streek een pluk haar achter haar oor. Dat Nick en Emma allebei in haar mentorklas
6
zouden zitten, had ze echt niet durven hopen. Toegegeven, Nick zat alleen bij Nederlands en Engels bij haar in de les, maar Emma bij de meeste vakken. Zij tweeën hadden ook hetzelfde profiel: Economie en Maatschappij. ‘Daarom leek het dít méns een goed idee’, vervolgde mevrouw Blomhof met een grijns richting Mark, ‘dit mentormoment te gebruiken om elkaar iets beter te leren kennen. We vertellen straks om de beurt hoe we heten, hoe het gezin waar we bij horen is samengesteld, wat ons lievelingsvak is, of we een baantje hebben en zo ja, wat voor baantje. Daarna noem je iets waar je erg van houdt. De anderen mogen gaan staan als ze er ook van houden …’ ‘Ik snap het niet’, viel een meisje met rode blosjes haar in de rede. ‘Luister en kijk maar gewoon, dan wordt vanzelf duidelijk wat ik bedoel’, zei mevrouw Blomhof vriendelijk. Ze rechtte haar rug en beet het spits af: ‘Ik ben mevrouw Blomhof, ik ben een halfjaar getrouwd, mijn lievelingsvak was Nederlands en ik vind het helemaal leuk dat ik dit vak hier op school mag geven.’ Lize schoof naar het puntje van haar stoel. ‘Heeft u foto’s van uw trouwjurk?’ ‘Nee hè.’ Nick bromde wat Merlijne dacht. Mevrouw Blomhof schoot in de lach. ‘Natuurlijk heb ik die! Zullen we het daar later nog eens over hebben? Ga ik nu even zeggen waar ik van hou.’ Lize knikte beduusd.
7
‘Ik hou van … ijs.’ Nick schoot gelijk overeind en maakte zich zo lang mogelijk: armen in de lucht, zijn vuisten gebald. ‘En mét slagroom is het zo.’ Zijn vingers kwamen nu los uit de vuist en staken kaarsrecht omhoog. De klas begon te schateren. Sommigen bleven zitten. Anderen gingen staan. Alleen Willem, een jongen die vorig jaar in H3E zat, rekte zich ook helemaal uit. Lachend gebaarde mevrouw Blomhof dat het meisje met de blosjes de volgende was. Ze bleek Tess te heten en hield van sport, vooral van waterpolo. Misschien was ze niet zo schuchter als haar rode wangen en vraag hadden doen vermoeden. Het stevig gebouwde meisje dat daarna aan de beurt was, heette Nora. Vervolgens twee jongens, die hier al langer zaten: Jur en Olivier. ‘Ik ben Nick Drost’, klonk het ineens naast Merlijne. ‘Ik heb een vader, moeder en zusje. Ik vind alle vakken even verschrikkelijk’, hij trok een gezicht alsof hij net een fles azijn had leeggedronken, ‘en ik werk in een anthuriumkas. Voor wie het nog niet weet: anthuriums zijn hartvormige bloemen met een plastic look. Enne … mag ik vast vertellen dat Fien en Emma collega’s zijn?’ Hij wees naar de twee meiden en met zijn hoofd een beetje schuin keek hij naar mevrouw Blomhof. ‘Heb je inmiddels al gedaan, Nick’, stelde die nuchter vast. ‘Uhm … ja.’ Hij wachtte even en vervolgde toen een fractie luider: ‘En ik hou van Merlijne.’
8
‘Wo-ow …’ riep iemand. ‘Dat idee hadden we al’, mompelde Mark. ‘Hoelang hebben jullie?’ ‘Kennen jullie elkaar via school?’ Willem draaide zich naar een tafel en begon erop te roffelen. Merlijne voelde Nicks arm om haar schouder en een kus boven op haar kruin. Het maakte haar verlegen en toch was het tegelijkertijd heerlijk, dit gekke gedrag; het was een van de redenen waarom ze op Nick was gevallen. ‘We kennen elkaar sinds de brugklas en verder hoeven jullie natuurlijk ook weer niet álles te weten. Nu mag jij, Merlijn.’ ‘Oké, dan: ik ben Merlijne van Schothorst, ik heb ouders en … uh … geen broers of zussen.’ Bijna had ze gezegd dat ze enig kind was. Enig kind; die woorden haatte ze en zou ze altijd proberen te vermijden. Ze koppelde ze aan zielig, verwend, egoïstisch. Die eigenschappen had ze niet en ze wilde absoluut voorkomen dat anderen ook maar zouden vermoeden dat ze die had. ‘Mijn lievelingsvak is Engels en sinds kort werk ik als vakkenvuller bij Albert Heijn enne … ik hou van …’ ‘Van Nick’, zei Tess met een knipoog. ‘Tuurlijk, enne … op een andere manier ook van Emma; zij is al een groot deel van mijn leven mijn beste vriendin, maar … ik ben ook dol op zoute drop.’ Zeker driekwart van haar klasgenoten ging juichend staan. ‘Ik houd alleen van zachte, zoete’, mompelde Jur. Mark trok een vies gezicht. Fien zat ook op haar stoel.
9
Stokstijf. Haar armen over elkaar. Om haar middelvinger een ring met een grote, groene steen, die perfect paste bij haar gladde jurkje. De lok van haar asymmetrische kapsel hing over haar linkerwang. Ze keek naar Merlijne. Vreselijk, wat een indringende blik. Merlijne keek weg, maar keek toen toch weer terug om te zien of Fien haar nog steeds zo zat op te nemen. Ja dus. Ze dwong zichzelf naar de anderen te kijken. Naar Jur, die een zak drop tevoorschijn had getoverd en hem met een gul gebaar doorgaf. Naar Tess, die de koordjes van haar sweater zat los te peuteren. Naar Emma, die aan de beurt was om iets over zichzelf te vertellen. Toch weer naar Fien, die nu met haar duim en wijsvinger onder haar kin naar Emma zat te luisteren. Wat zagen haar nagels er goed verzorgd uit: lang, maar niet té. Netjes geveild. Een tikje glimmend. ‘Hoelang werkt die Fien al bij jullie?’ informeerde Merlijne toen ze in de eerste pauze naast Nick door de gang liep. ‘Sinds afgelopen zomer.’ ‘O, wist ik niet.’ ‘Zo bijzonder is dat toch niet?’ Nick haalde zijn schouders op. ‘Nee, dat is waar. Ze zat vorig jaar toch in de E-klas, net als Willem?’ ‘Geen idee.’ ‘Hé Nick’, Merlijne schraapte haar keel. ‘Emma is toch eigenlijk niet echt een collega van jou; zij werkt bij Cees Baanders en jij bij zijn vader.’
10
Verbaasd keek Nick opzij. ‘Die twee vormen een en hetzelfde bedrijf.’ ‘Weet ik, maar je hebt tijdens je werk toch niets met haar te maken omdat ze in een andere kas werkt met een eigen schuur?’ ‘Klopt.’ ‘Enne … Fien? Werkt die bij jou of bij Emma?’ ‘Bij mij.’ ‘Is ze aardig?’ ‘Mwah, gewoon.’ Nick sloeg zijn arm om haar heen en trok haar even tegen zich aan. ‘We gaan toch niet jaloers worden, hè, Lijntje?’ fluisterde hij. ‘Nee joh, natuurlijk niet.’ Ze tuitte haar lippen. ‘Ik was gewoon benieuwd hoe het nou allemaal precies in elkaar zat daar in die kassen van jullie.’ Ze duwde de klapdeur naar het trappenhuis open. Ineens gebeurde er van alles tegelijk. Vanaf de begane grond steeg een enorm rumoer op. Een meisje in een gladde, groene jurk glipte langs Merlijne heen, de gang in. Fien! ‘Ik heb mijn boek in het lokaal laten liggen’, hijgde ze. Meteen draaide Merlijne zich naar Nick. Keek hij naar Fien? Glimlachte hij naar haar? Knikte hij een knikje-van-verstandhouding? Ze sloeg haar hand voor haar mond, schrok van haar eigen reactie. Waar was ze mee bezig? Zo wilde ze helemaal niet denken. Nick maakte zich van haar los. Met twee grote stappen
11
was hij bij de trapleuning en keek langs de open trap naar beneden. ‘Wow, moet je dat zien!’ riep hij uit terwijl hij haar wenkte. ‘Die zijn compleet gek’, verzuchtte Merlijne toen ze naast hem stond. In de centrale hal, waar het open trappenhuis op uitkwam, was een groepje jongens wild heen en weer aan het springen in een slaapzak die ze tot hun oksels hadden opgetrokken, met kreten die je eerder in de jungle zou verwachten dan in een school. Om hen heen stond een massa leerlingen enthousiast te klappen. ‘Nu een wedstrijdje!’ blèrde iemand. ‘Yèè-èè’, klonk het uit een heleboel kelen. Een meisje met heel kort haar nam de leiding en gebaarde waar het start- en eindpunt zou zijn en welke twee jongens er als eerste aan de beurt waren. Onder luid gejoel legden die de uitgezette baan af. ‘Hebben ze hier geen conciërge?’ vroeg Merlijne zich hardop af. ‘Vast wel’, antwoordde Nick. ‘Maar die verstopt zich misschien op dit soort momenten. Hé, daar staat Emma’, wees hij. ‘Vooraan nog wel.’ Met haar hand boven haar ogen liet Merlijne haar blik zoekend langs de voorste rij leerlingen gaan. ‘O, ja, ik zie haar! Dat heeft ze goed voor elkaar. Zo’n klein meisje zou niets zien als ze midden in die menigte stond.’ Zwaaiend probeer-
12
de ze Emma’s aandacht te trekken. Zonder resultaat. Het meisje dat de leiding had, keek wel even omhoog, maar richtte haar aandacht direct daarna weer op de volgende twee, die klaar gingen staan. Met overdreven bewegingen rolden ze de bovenkant van hun slaapzak een eindje op en sjorden de zak in de juiste vorm. Nadat het startsein was gegeven, maakten ze allebei een rare, hoge sprong. Ergens in de lucht botsten ze tegen elkaar en buitelden over elkaar heen op de vloer. Iedereen brulde het uit. Time out, gebaarde het kortgeknipte koppie. Niemand reageerde daarop. Sommige leerlingen lieten zich spontaan op de twee jongens vallen. Andere gaven elkaar een hand en sprongen dol in de rondte. ‘Time out!’ schreeuwde het meisje nu. Even keek ze radeloos om zich heen, daarna omhoog, naar Nick en Merlijne. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Toen verscheen er een brede lach op haar gezicht. Met haar linker wijsvinger wees ze naar Nick, met de rechter naar de tamelijk brede trapleuning. ‘Yep!’ riep Nick meteen. Hij bedacht zich geen moment, sloeg een been over de leuning, hees zich keurig rechtop en zette zijn handen voor zich. ‘Moet je zien, die gast gaat glijden’, zoemde het beneden gelijk rond. Het leek wel of de happening in de hal er niet meer toe deed. Alle gezichten draaiden zich naar Nick. En inderdaad, zittend als een prins te paard roetsjte hij de leuning af.
13
‘Dit is vet lachen’, klonk het. ‘Respect, man.’ Het meisje stak twee duimen omhoog. Was het haar opzet geweest de chaos te doorbreken? Zo ja, dan was haar missie ruimschoots geslaagd. ‘Nu het meisje ook.’ Riep iemand dat echt? Merlijne slikte. ‘Ja, het meisje oo-ook.’ Dat waren er al meer. ‘Merlijne ook.’ Ongetwijfeld Emma’s stem. Zíj zou het wel durven. In koor werd er gescandeerd: ‘Merlijne ook, Merlijne ook.’ Wat moest ze hiermee? Was het leuk om Nicks voorbeeld te volgen? Stoer? Grappig? Of juist belachelijk? Wat als ze van de leuning af zou vallen? Dan zou ze natuurlijk afgaan als een gieter. Maar waarom zou ze vallen? Ze had een lange, wijde rok aan; dat was een pluspunt. Ze nam de stof tussen haar vingers: gladde tricot; ook niet verkeerd. Enne … het zou toch ook een sof zijn als ze nu gewoon de trap af zou lopen. Er zat niets anders op dan gehoor te geven aan het steeds luider wordende verzoek. Langzaam schuifelde ze iets dichter naar de leuning. ‘Merlijne gaat’, zette een jongen met een zware basstem in. ‘Merlijne gaat, Merlijne gaat’, herhaalde de groep. Over sommige dingen moest je niet te diep nadenken, die moest je gewoon doen. Wat Nick kon, zou haar ook lukken. Ze plaatste haar handen op de leuning, zette flink af en zat er het volgende moment op.
14
Het gejoel en gelach verstomde. Nu haar benen nog. Ze zwiepte ze tot boven de leuning, liet ze zakken en verplaatste tegelijkertijd haar handen. Even wachten tot ze helemaal in evenwicht was. In een flits zag ze de tientallen starende leerlingen, Lize met haar handen voor haar gezicht, Fien met een boek onder haar arm, Mark die naar zijn voorhoofd wees. Het was wel erg heftig om terug te kijken. Ze strengelde haar vingers losjes om de leuning, nam een grote hap lucht en … liet zich gaan. ‘Merlijne glijdt, Merlijne glijdt’, klonk het. Eerst aarzelend, maar al gauw uit volle borst. Wow, ze ging harder dan verwacht. Ze was er bijna! Met een sprongetje kwam ze op de grond terecht. Nick pakte haar beet, hield haar in balans. Een luid applaus steeg op. ‘Een staaltje girlpower!’ riep Emma erbovenuit. Merlijne ademde diep uit. Dit was ook bovenbouw. Ja, ze had er echt enorme zin in!
15