Skip to main content

voorvrijheidvangodsdienstengewetenfdc

Page 1

I Inleiding Toen en nu In een tijd waarin ‘Brussel’ met de dag belangrijker wordt en ‘Den Haag’ ten opzichte van Brussel steeds meer een underdogpositie gaat innemen, is het goed om terug te kijken naar de wortels van ons staatsbestel; naar de oorsprong van ons Nederlandse volksbestaan. De republikeinse voorstanders van een Verenigd Europa, de federalisten of supranationalisten, zeggen dat ze gericht zijn op de toekomst. Zij hebben de neiging om alle staatkundige veranderingen in de achterliggende eeuwen als ‘gedateerd’ aan te merken. Ze streven naar centralisatie en zeggen niets te hebben met ‘made in Holland’, met klompen, tulpen en molens. Ze vinden het huidige Nederlandse staatsbestel ouderwets en achterhaald. Ze hebben ook weinig op met het erfelijk en ceremonieel koningschap. Ze noemen de Oranjemythe ‘niet meer van deze tijd’ en houden niet van folklore, traditie, nationalisme en ook niet van geschiedenis. Ze kijken ‘vooruit’. Nederland moet volgens hen deel gaan uitmaken van het politieke en economische machtsblok Europa, de Verenigde Staten van Europa, een Europese Unie met een democratisch gekozen president, deskundige bestuurders en een Europees Parlement met beslissingsbevoegdheid. Tegenover deze supranationalisten staan de intergouvernementalisten die niet naar centralisatie van de macht streven, maar naar politieke en economische samenwerking tussen nationale staten. In de woorden van de vroegere Franse president De Gaulle: ‘naar een samenwerking tussen vaderlanden’. Zij zien weinig in het overdragen van de nationale soevereiniteit aan ‘Brussel’, zijn vaderlandslievend en hebben een nationalistische/ chauvinistische inslag. Intergouvernementalisten willen hun vlag en hun nationale identiteit niet kwijt. Ze willen Nederlander

I INLEIDING

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 9

9

14-09-18 13:28


blijven en hechten aan bestaande instituties zoals de StatenGeneraal, de Raad van State, provincies en de waterschappen. Ze wensen zich, wat de wetgeving betreft, niet (nog meer) uit te leveren aan ‘Brussel’. Binnen de Europese Unie moet volgens hen zoveel mogelijk autonomie intact worden gelaten en mag medebewind zeker geen keurslijf zijn. Het koningshuis wordt een warm hart toegedragen, al dan niet vanuit de gedachte GodNederland-Oranje. Ze willen ook de Nederlandse taal niet inwisselen voor het Engels of het Frans. Koningsdag, Prinsjesdag, Bevrijdingsdag en het volkslied moeten volgens hen in ere worden gehouden. Het verschil tussen republikeinen en royalisten heeft oude papieren. In het verleden was er immers ook een tegenstelling tussen liberalen en conservatieven (negentiende eeuw), tussen patriotten en prinsgezinden (achttiende eeuw), tussen de statenpartij en de stadhouderlijke partij (zeventiende eeuw) en tussen koningsgezinden en prinsgezinden (zestiende eeuw). Wat zit daarachter? Eigenlijk is het een genealogische vraag op nationaal niveau, met op de bodem daarvan de vraag naar de rol van levensbeschouwing en godsdienst. De versregel uit ons volkslied, ‘de koning van Hispanje heb ik altijd geëerd’, is totaal onbegrijpelijk als we de betekenis daarvan niet doorgronden. En wat moeten niet-religieuze Nederlanders met al die strofes uit ons volkslied die het geloof in God belijden? Velen willen er ook vanaf. In onze tijd waarin godsdienst ‘out’ is hebben velen weinig oog meer voor het religieuze kader waarin de zestiende-eeuwse vrijheidsstrijd zich afspeelde. Het geloof in de godsregering werd in de zestiende eeuw door iedereen gedeeld en was gebaseerd op de absolute Bijbelse waarheden (de protestantse visie) en de kerkelijke leeruitspraken van de Rooms-Katholieke Kerk. Het ontbreken van theologische kennis is vaak fnuikend voor

10

VOOR VRIJHEID VAN GODSDIENST EN GEWETEN

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 10

14-09-18 13:28


een juiste interpretatie van zestiende- en zeventiende-eeuwse teksten. Het kan zelfs leiden tot een verkeerde beoordeling van historische situaties, de beruchte anachronismen. We zullen nog zien dat de begrippen ‘gerechtigheid’ en ‘vrijheid’ voor calvinisten in de zestiende eeuw een heel andere lading hebben dan in het huidige seculiere spraakgebruik waarin de dimensie van het goddelijke (grotendeels) ontbreekt. De kernvraag in deze publicatie is de vraag wat de belangrijkste motieven van Willem van Oranje en zijn volgelingen zijn geweest in de zestiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijd met Filips II.

Zestiende eeuw Om de achtergronden van de strijd te kunnen plaatsen eerst enkele algemene opmerkingen over de tijd waarin Willem van Oranje zijn strijd voerde. Het Habsburgse Huis verwierf in de vijftiende eeuw in WestEuropa via militaire veroveringen en tactische huwelijken de heerschappij over de welvarende Nederlanden en een deel van Frankrijk. Deze gebieden hadden hun eigen rechten en gewoonten en daardoor was er sprake van een ingewikkelde verhouding tussen vorst, adel, geestelijken, magistraten en steden. Toen Karel V (1500-1558), die in het begin van de zestiende eeuw koning van Spanje en heer der Nederlanden was geworden en door de Duitse keurvorsten tot keizer was gekozen, de touwtjes in handen kreeg, leek hij in de positie te zijn om één Europees Rijk te creëren. Hij heeft, vanuit zijn hof in Brussel, zijn uiterste best gedaan om dit te realiseren, maar kreeg veel te stellen met de (protestantse) Duitse vorsten en de koning van Frankrijk die hem in zijn streven tegenwerkten. In 1556 trad hij af als keizer van Duitsland dat vanaf 1530 het karakter van een personele unie had gekregen. De gebieden die hem als keizer hadden erkend bestonden uit: keurvorstendommen, geestelijke vorstendommen, wereldlijke vorstendommen

I INLEIDING

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 11

11

14-09-18 13:28


Het Heilige Roomse Rijk en de erflanden van keizer Karel V tegen het eind van zijn regeerperiode.

Ferdinand I

Karel V

Filips II

Maximiliaan II 12

VOOR VRIJHEID VAN GODSDIENST EN GEWETEN

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 12

14-09-18 13:28


(hertogdommen, prinsdommen en graafschappen), heerlijkheden en rijkssteden. Zijn zoon Filips II (1527-1598) die hem opvolgde kreeg de heerschappij over de Spaanse koninkrijken: de Nederlanden, Napels en Sicilië en de overzeese gebiedsdelen. Karels broer Ferdinand I (1503-1564) die al vanaf 1522 aartshertog van Oostenrijk en koning van Bohemen en Hongarije (1526) was, werd na Karels aftreden keizer van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk. Ferdinand I werd in 1564 opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan II die sympathie had voor de hervormingsbewegingen van de protestanten. Ferdinand was echter evenals zijn neef Filips overtuigd katholiek en een verklaard tegenstander van de opkomende protestantsreformatorische bewegingen. Hij vaardigde, net zoals Karel V had gedaan, strenge verordeningen (plakkaten) uit tegen ‘ketterij’.1 Filips II ging nog verder. Hij sprak uit dat hij ‘geen heer over ketters wilde zijn’.2 Uit politieke overwegingen stelde Ferdinand zich echter tolerant op tegenover de Duitse (protestantse) adel omdat hij hun steun nodig had tegen de islamitische Ottomanen, die vanuit het oosten machts- en gebiedsuitbreiding nastreefden. Op de Rijksdag van Augsburg (1555), die door Ferdinand werd voorgezeten, kwam hij met de Duitse keurvorsten, op het gebied van de godsdienst, tot een vergelijk en leken de problemen rondom de godsdienstverschillen te zijn opgelost. Afgesproken 1. Een reactie op het Bloedplakkaat van Karel V is de Maagdenburger Confessie (1550) waarin werd gesteld dat onderdanen niet altijd tot gehoorzaamheid aan de vorst gehouden zijn. Als een vorst de ware religie probeert uit te roeien ‘voert hij oorlog tegen God’, zo werd verklaard. Volgens de confessie hebben lagere overheden, evenals de vorst, hun macht van God ontvangen en hebben ze de plicht de ware religie te verdedigen, indien nodig ook tegenover de hogere overheid. Zie R.H. Bremmer, Reformatie en Rebellie, 15. In deze confessie is de hand zichtbaar van Luthers vriend Nicolaas von Ansdorf die in zijn Bekandnuss/Unterricht und Vermahnung (1550) een lutherse verzetstheorie ontwikkelde. 2. Violet Soen, Vredehandel, 68.

I INLEIDING

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 13

13

14-09-18 13:28


werd dat de godsdienst van de vorst (rooms-katholiek óf luthers) bepalend zou zijn voor de godsdienst van zijn onderdanen: cuius regio eius religio.3 Om de positie van de hoog-adellijke prins Willem van Oranje en graaf van Nassau (1533-1584) in de Nederlanden te kunnen begrijpen moeten we iets weten over zijn opvoeding, zijn functies aan het hof in Brussel, zijn strijd met de machthebbers van zijn dagen, zijn vrienden/adviseurs, zijn huwelijken en zijn godsdienstige en politieke opvattingen. In hoofdstuk II komen deze onderwerpen kort aan de orde. De vetgedrukte begrippen in hoofdstuk II worden in hoofdstuk III nader toegelicht in afzonderlijke lemma’s. Daarin wordt ingegaan op achtergronden en gebeurtenissen die een belangrijke rol hebben gespeeld in het losmakingsproces van de Nederlanden ten opzichte van Spanje. Oranjes godsdienstige en politieke stellingnames leren we het best kennen uit zijn verweerschriften en pamfletten4 én uit ons volkslied, het Wilhelmus. In deze documenten kijken we Oranje in zijn hart, als het gaat om zijn diepste motieven. De doorwrochte studies van H. Klink en E. Hofman fungeren daarbij als referentiemateriaal. Daarnaast letten we in hoofdstuk IV op de staatsrechtelijke ‘founding documents’ die onder Oranjes supervisie zijn verschenen. Wat de pamfletten, het strijdlied en het verweerschrift betreft is gekozen voor: Verantwoordinghe, de Sumarische Anzeige en de Printzische Entschuldigung uit 1568; 3. Let wel: het gaat hier niet over individuele godsdienstvrijheid. Ferdinand zag de Vrede van Augsburg als gelijkberechtiging van verschillende confessies en als een tijdelijke oplossing. Zie J.J. Woltjer, Op weg naar de tachtigjarige oorlog, 241. 4. M.E.H.N. Mout stelt dat er veel voor de opvatting te zeggen is dat met de pamfletten van 1568 de grondslag is gelegd voor de politieke theorieën van de Opstand. Zie BMGN, 99 (1984), 616.

14

VOOR VRIJHEID VAN GODSDIENST EN GEWETEN

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 14

14-09-18 13:28


Het Nederlandse volkslied (het Wilhelmus). De eerste versie van 1568/69 en de tweede van (1571/72); Apologie (1581) als manifest voor vrijheid en verdraagzaamheid/ tolerantie. De politieke stukken die aan de orde komen zijn: De Unie van Utrecht (1579) als de juridische basis van de Nederlanden en Het Placcaet van Verlatinghe (1581) dat beschouwd kan worden als een onafhankelijkheidsverklaring en een verantwoording van de definitieve breuk van de Nederlanden met Filips II. In hoofdstuk V worden de belangrijkste items die aan de orde zijn geweest geĂŤvalueerd, op onze tijd betrokken en enkele conclusies getrokken. Een lijst van geraadpleegde literatuur ten slotte geeft aan uit welke bronnen is geput.

I INLEIDING

Voor vrijheid van godsdienst en geweten_bw.indd 15

15

14-09-18 13:28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
voorvrijheidvangodsdienstengewetenfdc by Erdee Media Groep - Issuu