Ellis 2017
Hoofdstuk 1 ‘Welkom op deze witte vlakte!’ De vrolijke groet dringt niet tot Ellis door. Haar blik glijdt door de kamer. Waar is de jarige? Is Arianne misschien in de keuken? Ze wil al rechtsomkeert maken als Ariannes broer zijn hand uitsteekt. Ook goed, dan doet ze eerst hier wel een rondje. ‘Ha Niek, van harte gefeliciteerd met je zus.’ ‘Dank je, en jij met je vriendin.’ Achter elkaar begroet Ellis haar vakantievrienden. ‘Hé Paula, leuk om je weer te zien! Gefeliciteerd met Arianne. Zit je nog steeds op schaatstraining?’ ‘Hm, het komt er niet zo van.’ Straks eens doorvragen. Nu verder de ronde doen. ‘Hoi Lize, tijd niet gezien!’ ‘Anton, gefeliciteerd met je verloofde.’ Als Ellis iedereen gehad heeft, loopt ze naar de keuken. ‘Lest best, zullen we maar zeggen’, lacht ze naar de jarige, die heel precies een toef slagroom midden op een taartpuntje spuit. ‘Ja, leg dat maar even neer. Ik heb iedereen al gehad, nu ben jij eindelijk aan de beurt.’ Ze slaat haar armen om Arianne heen. ‘Van harte gefeliciteerd met je verjaardag!’ ‘Dankjewel Ellis, gezellig dat je er bent. Ja, ze zijn er allemaal, tof hè!’ Ineens verstrakt Ariannes gezicht. ‘O Ellis, ik ben één ding vergeten te zeggen. Sorry. Ik hoop dat je het niet erg vindt, maar Tom komt vanavond ook.’ Haar ogen schieten heen en
6
weer tussen het gezicht van haar vriendin en het cadeautje dat ze in haar handen krijgt gestopt. ‘Nou, én?’ Ellis haalt haar schouders op. ‘Eén keer moet toch de eerste zijn? Het lijkt me nogal logisch. Je hebt de hele vakantiegroep van vorig jaar uitgenodigd en daar hoort Tom ook bij. Je kunt hem moeilijk negeren. Toch?’ De rode blos op Ariannes wangen verdiept zich. ‘Nou ja, ik dacht … Best moeilijk voor jou om hem weer te ontmoeten. Na al die tijd, zo tussen alle anderen. Jullie waren tenslotte zelfs verlóófd.’ ‘Alsjeblieft zeg!’ Ellis wuift de opmerking weg. ‘We hebben onze relatie al vijf maanden geleden verbroken. Ik moet hem toch eens tegenkomen?’ Het cadeautje knispert in Ariannes handen. Ze draait het om en om zonder er een blik op te werpen. ‘Nou, ik hoop dat het niet al te ongemakkelijk voor je wordt.’ ‘Welnee, het komt eigenlijk best goed uit. Dan kan ik hem gelijk eens vragen naar zijn kast.’ Ellis wijst naar het pakje. ‘Wanneer ga je het openmaken? Ben je niet benieuwd?’ ‘Tuurlijk wel.’ Snel scheurt Arianne het papier eraf. ‘Honderd groene tips voor de tuin’, leest ze op het boekomslag. ‘Super, Ellis! Precies wat ik graag wilde!’ Ze legt haar hand op Ellis’ bovenarm. ‘O El, we hebben een pracht van een huis op het oog. Een hoekhuis met een tuin! Ik werd er direct verliefd op! Ik zal je straks de foto’s laten zien. We moeten de financiën nog rond krijgen, maar dan …’ ‘Zo hé, dat gaat snel!’ lacht Ellis. ‘En dan trouwen?’ Er glijdt een blos over Ariannes wangen. ‘Ja. Het lijkt me fantastisch! Samen in ons eigen huisje. Ik kan niet wachten! Maar Anton wil eerst nog zijn opleiding afmaken. We moeten dus nog een halfjaartje geduld hebben, maar dan …’
7
Even gaat er een steek door Ellis heen. Ze ziet het helemaal voor zich. Arianne in een prachtige witte jurk met een klein sleepje en een kanten sluier. Precies zoiets als zijzelf zou kiezen. Bijna was zij ook zover geweest en had ze plannen gemaakt voor haar eigen bruiloft. Samen met Tom. Lichtjes schudt ze haar hoofd. Het is maar goed dat het zo ver niet gekomen is. Ze haalt diep adem. ‘Voordat je het weet, is het jullie trouwdag, Arianne. Kan ik je nog ergens mee helpen? Zal ik alvast de taartschoteltjes naar binnen brengen?’ ‘Als je dat wilt doen? Graag!’ Wanneer Ellis de schoteltjes op tafel zet, valt haar het helderwitte vlak pas op. Doelde Niek dáárop toen ze binnenkwam? ‘Een nieuw kleed?’ Ze gaat op de lege stoel naast Jessica zitten. ‘Ja, mijn zus heeft grootse plannen’, lacht Niek. Hij slaat op het bovenbeen van degene die naast hem zit. ‘Het is dik aan met deze kerel hier. Ze is zo close met hem dat ze alleen nog maar dingen koopt die haar toekomstige echtgenoot mooi vindt.’ Zijn mondhoeken trekken naar beneden. ‘Zelfs al houdt Anton van een spierwit vloerkleed.’ ‘Wit?’ Een lach kriebelt om Ellis’ lippen. Niet zo handig. Je ziet er alles op. ‘Mijn zus schrikt zich wild als ze jou met je laarzen rond ziet stampen boven op haar kleedje.’ Hij wijst naar zijn voeten. ‘Vriendelijke vraag van de gastvrouw: of je je schoenen uit wilt doen.’ Verbaasd glijdt Ellis’ blik van Nieks gele sloffen naar Antons zwart met rood gestreepte sokken ernaast en naar Paula’s blauwe sloffen daar weer naast. Heeft iedereen hier zijn schoenen uit? ‘Geen punt, hoor.’
8
Lachend trekt ze haar blauw suède enkellaarsjes uit en zet ze weg onder haar stoel. Een huilende baby? Ellis spitst haar oren. Samen met Arianne heeft ze iedereen van drinken en taart voorzien. Nu ze in de kamer zit, lijkt het net alsof ze een klein kind hoort huilen, maar ze zal het wel mis hebben. Terwijl iedereen om haar heen gezellig verder praat, draait ze zich om naar haar linkerbuurvrouw. ‘En hoe is het nu om huisarts te zijn in zo’n klein dorp?’ ‘Geweldig!’ Jessica’s ogen schitteren. ‘Ik leer de mensen redelijk goed kennen. Sommige patiënten komen regelmatig op spreekuur, dan bouw je echt een relatie met hen op.’ Abrupt stopt Jessica en kijkt naar het plafond. ‘Ze blijft bezig.’ Met een blik naar Ellis legt ze uit: ‘Onze Rinske ligt hierboven in een campingbedje. Ik denk dat ze honger heeft.’ Meteen schiet ze overeind. Ellis steekt het laatste hapje van de aardbeienvlaai in haar mond. Dus toch een huilend kind. Hoe oud zal het meisje nu zijn? Zij had haar verloving met Tom net een week of zo verbroken toen ze een geboortekaartje kreeg en per post een jurkje naar hen opgestuurd heeft. September? Oktober? Dan moet de kleine Rinske zo’n vijf maanden zijn. Het huilen is alweer gestopt. Misschien is Jessica haar nu aan het voeden. Jammer, ze waren net zo leuk aan het praten. Dan maar een praatje met de buurman aan haar rechterkant. ‘Hé Jim, wanneer gaan we weer eens klimmen?’ ‘Klimmen?’ Hij kijkt haar aan alsof ze nooit samen naar de klimwand in Dordrecht zijn geweest. Pff, wat is Jim toch soms een druif. ‘Ja, klimmen’, herhaalt Ellis. ‘De laatste keer dat we gingen, is ongeveer twee maanden geleden.’
9
‘O ja. Ja.’ Hij glimlacht. ‘Dat was leuk.’ ‘Nou, wanneer gaan we weer eens? Deze week? Woensdag bijvoorbeeld?’ stelt Ellis voor. ‘Ja, best. Dat is goed.’ ‘Nee, dan kunnen we niet!’ klinkt Paula’s stem opeens vanaf de stoel aan Jims andere kant. We? Gealarmeerd kijkt Ellis op. ‘Dat weet je toch, Jim? Dan moeten we naar de verjaardag van mijn opa.’ Ellis kijkt van de een naar de ander. Tjonge, Paula’s stoel staat wel heel dicht tegen die van Jim aangeschoven. Verjaardag van Paula’s opa? Sinds wanneer moet Jim daarnaartoe? Hebben die twee soms wat? ‘Ja, da’s waar ook.’ Ietwat timide lacht Jim naar Ellis. ‘Misschien een andere keer?’ ‘Prima hoor. De woensdag daarop?’ ‘Ja, best.’ Maar Paula buigt zich een tweede maal naar voren. Ellis ziet meteen aan haar gezicht dat ook dit geen goed plan is. ‘Kan niet. Dan hebben we de eerste keer cursus. Grow and Flow.’ ‘Wat is dat nu weer?’ vraagt Ellis, maar terwijl ze de vraag stelt, kan ze het antwoord al raden. ‘Soort pre-marriage cursus. Voor stelletjes.’ Paula legt haar hand op Jims bovenbeen. ‘O. En dat zijn jullie?’ Ellis trekt haar wenkbrauwen op. ‘Sinds anderhalve maand.’ Verschijnt daar nu een trots trekje op Paula’s gezicht? ‘Best al lang, hè schat?’ Paula’s stem klinkt mierzoet. ‘Zeker, lieverd.’ Jim knikt naar Ellis. Het lijkt net alsof er iets van een veront-
10
schuldiging in zijn ogen ligt. Maar dat is niet nodig. Als die twee een stel zijn geworden, is dat leuk voor hen. Helemaal goed. Maar daar staat een afspraakje van Jim en haarzelf toch los van? Ze hebben twee keer de klimwand voor gevorderden gedaan, wat reuze tof was. Na af loop waren ze samen nog ergens wat gaan drinken. Dat was leuk. Gewoon alleen leuk. Zonder bijbedoelingen. Jim is simpelweg een gezellige vriend, overgehouden aan de laatste groepsreis naar Zwitserland. Zal ze nog even doorvragen wanneer hij dan wel kan? Het is tenslotte ook niet alles om alleen te gaan klimmen. Vanuit haar ooghoek ziet ze Paula’s hand door Jims haar waaieren. Ze buigt zich naar hem toe en f luistert een paar woorden in zijn oor. Dan kijken die twee elkaar aan en lachen liefjes. Alsof ze samen op een onbewoond eiland zitten. Ach nee, laat dat klimmen ook maar. Voor Jim hoeft het niet meer, zo te zien. Zal ze een ander meevragen naar de klimwand? Lize? Of Michael? Maar die wonen allebei best ver weg. ‘Ziezo, die slaapt.’ Met een zucht valt Jessica naast haar neer. ‘Waar waren we? Mijn huisartspraktijk. O ja, Ellis, zo leuk! Er komt iedere week een schattig oud heertje. Hij mankeert eigenlijk niets, ik denk dat hij gewoon eenzaam is en …’ Ellis knikt belangstellend. Net wil ze wat zeggen, als het geluid boven haar hoofd opnieuw begint. Ook Jessica schijnt het gehuil gehoord te hebben. Haar ogen knipperen zenuwachtig. Hortend en stotend gaat ze met haar verhaal verder, maar als het huilen almaar aanhoudt, springt ze ineens overeind. ‘Sorry, ik moet echt naar Rinske.’ Ellis kijkt haar na terwijl ze de kamer uitsnelt. Vervelend, ben je net aan het praten, kun je weer naar je kind toe rennen. Het is niet anders. Maar zij liever dan ik.
11
‘Heb je geen koude voeten?’ vraagt Niek ineens. ‘Anders heeft mijn zus sloffen voor je, hoor. In een zak op de gang.’ Hij gebaart naar Noors blauwe sloffen, die naast hem op het kleed staan. ‘Hm, ja, goed idee.’ Net wil Ellis van haar stoel opstaan, als Niek ineens grijnst: ‘Sloffen voor je tere voetjes! Weet je nog, Ellis? Dat doet me denken aan die keer dat jij ’s morgens de berghut uit kwam en het ’s nachts zo ontzettend geplensd had!’ Ze houdt haar handen voor haar oren en schudt wild met haar hoofd. ‘Nee, dat weet ik niet meer en ik hoef het ook niet meer te weten!’ Rondom hen zijn de gesprekken plotseling stilgevallen. Nieuwsgierig kijken ze allemaal van Ellis naar Niek. ‘Ja, vertel eens!’ ‘Wat was dat, Niek?’ ‘Niek, ga door!’ Er komt een ondeugende glimlach op zijn gezicht. Even laat hij zijn blik over iedereen in de kamer glijden, voordat hij onverstoorbaar zijn verhaal vervolgt. ‘Je deed de deur open, Ellis, en je zag mij op de bank buiten de berghut zitten. Laaiend enthousiast riep je: “Moet je zien wat een stralende dag het wordt!” Je liep naar buiten zonder naar de grond te kijken, en pats … je stapte midden in een centimetersdiepe plas!’ Ellis slaat met haar hand door de lucht in Nieks richting. ‘O nee hè, kun je dit verhaal nou nooit eens vergeten?’ ‘Nee.’ Zijn donkere ogen kijken haar vriendelijk aan. ‘En het vervolg ook niet.’ Ze voelt haar wangen warm worden. Wat er daarna gebeurde … Oei, dat weet ze nog als de dag van gisteren. Noor buigt zich naar Niek toe. ‘Ik was er niet bij. Vertel eens hoe het verder ging?’
12
Niek lacht geheimzinnig. ‘Jaa … Dat is voor jou een vraag en voor mij een weet, beste meid.’ Opgelucht laat Ellis zich tegen haar rugleuning vallen. Gelukkig houdt Niek zijn mond. Met dat vervolg hebben de anderen niets te maken. Zij weet nog precies hoe het ging. Hij commandeerde haar dat ze op de bank moest gaan zitten. Een beetje verbluft had ze het meteen gedaan. Zonder pardon trok hij haar schoenen en sokken uit, vervolgens waste hij haar voeten met water uit de kraan en haalde zijn eigen baddoek van de lijn om ze af te drogen. ‘Ziezo, en laat die voeten nu maar even in de zon opwarmen’, had hij gezegd. Stiekem was ze best opgelucht geweest dat Tom die morgen nog in de berghut lag te slapen. Tom was zo snel jaloers. Waarschijnlijk bedoelde Niek er niets mee en was het gewoon een soort grapje van een zorgzame medebergbeklimmer. Maar toch … Het geroezemoes om haar heen is weer opgelaaid. Ellis staart naar de voeten van de aanwezigen en kan een grijns niet onderdrukken. Het is een bont gezelschap van roze, blauwe en gele sloffen. Vooral aan de voeten van het vrouwelijke deel van de visite. ‘Ik zal eens kijken of er nog sloffen voor me zijn.’ Ze staat op en loopt naar de gang. Misschien dat onderin nog een paar zit? Juist voelt ze met haar hand in de sloffenzak, als de bel gaat. Haar kaakspieren verstrakken. Zou het …? Hij is er nog steeds niet. Vervelend dat zij nu net bij die deur is, maar ze kan toch moeilijk een ander vragen om open te doen. Ze haalt diep adem. Dan trekt ze de deur open. Ja hoor, hij is het. Even staat Ellis’ hart stil. Hij is niets veran-
13
derd. Zijn stekeltjeshaar. De groene spikkeltjes in zijn ogen. Zijn kin, die zo vastberaden naar voren steekt. Een paar seconden kijken zijn ogen in de hare. Dan dwaalt zijn blik langs haar heen de gang in. ‘Hoi.’ Haar stem klinkt een beetje schor. ‘Hallo Ellis.’ Hij kijkt haar opnieuw aan. Ze wriemelt met haar vingers aan haar shirt. Wat moest ze eigenlijk in de gang doen? O ja, de sloffen. Ze wijst naar de zak aan de muur. ‘Je moet je schoenen uittrekken. Arianne heeft een wit kleed in de kamer. Hier zitten sloffen in die je aan kunt doen.’ ‘O. Oké.’ ‘Deze gele zullen je wel passen.’ Terwijl hij zijn voeten erin schuift, komt zijn vraag. ‘Hoe is het met je?’ ‘Prima. En met jou?’ Ze merkt zelf dat de woorden veel te snel uit haar mond stuiteren. Haar hand graait in de zak. Gelukkig, er zit nog net een paar blauwe sloffen in. Die zullen haar vast wel passen. Tom richt zich op in zijn volle lengte. Hij steekt zijn duimen door de riemlussen van zijn spijkerbroek en klopt met zijn andere vingers op zijn buik. ‘Met mij gaat het goed.’ Zijn stem wordt een paar decibellen zwaarder. ‘Ik heb pas promotie gemaakt en ben nu projectleider geworden.’ Oké. Dat vindt hij blijkbaar belangrijk. ‘Ben je geen meewerkend voorman meer?’ ‘Nou ja, eigenlijk ook nog wel.’ Hij schokschoudert. ‘Maar als de baas er niet is, val ik voor hem in. Totdat hij met pensioen gaat, en dat is al snel. Dan neem ik werkelijk zijn functie over.’ ‘Fijn voor je.’ Ze staart naar de zelfvoldane glimlach op zijn gezicht. Naar
14
de vingers die nog steeds tegen zijn spijkerbroek aan slaan. Waarom gaat hij nu niet naar binnen om Arianne te feliciteren en de anderen te begroeten? Hun relatie is over en uit. Wat wil hij nu nog? ‘Hoe is het verder met jou?’ Zijn stem klinkt nonchalant. Wil hij het echt weten? Ze voelt de ergernis vanuit haar buik omhoog klimmen. Wat moet ze tegen hem zeggen? Dat het nog steeds wennen is, vooral in de weekends? Dat ze het mist om geen vast maatje meer te hebben? Maar dat ze soms ook eindeloos kan genieten van haar herkregen vrijheid? Dat het heerlijk is om zelf te bepalen wat ze wil doen en wat ze wil zeggen? Alsof hij een ingeving krijgt, wordt de blik in zijn ogen ineens scherper. ‘Ren je nog weleens?’ Ah, dat is een veiliger onderwerp. ‘Ja, iedere dag. Jammer genoeg had ik drie maanden geleden een knieblessure. Toen moest ik even stoppen met lopen, maar sinds een paar weken ben ik weer aan het opbouwen.’ ‘O, ik ben nog steeds aan het opbouwen! Ik kan al twee kilometer verder rennen in iets meer tijd dan eerst. Komt misschien ook wel doordat ik tegenwoordig op fitness zit. Je wilt niet weten hoe zwaar het schema bij de sportschool is!’ ‘Is dat zo?’ Ellis zucht onmerkbaar. Was hij altijd al zo? Het lijkt alsof hij niets gehoord heeft van wat zijzelf vertelde. De duimen worden uit de lussen getrokken. Vier vingers worden omhoog gestoken. ‘Ik heb tegenwoordig een nieuw trainingsmaatje, we lopen vier keer in de week. De andere twee dagen werk ik me op de sportschool in het zweet. Ik merk dat ik echt met sprongen vooruitga!’ Ellis knijpt haar handen tot vuisten ineen. Lang genoeg gepraat.
15
Wat gaat haar dit allemaal nog aan? Wat wil hij nu precies? Lekker staan opscheppen over zijn sportieve leven? Resoluut verandert ze van onderwerp. ‘Heb je die kast in het kleine kamertje nog steeds? Toentertijd zei je dat je hem weg wilde doen. Zou ik hem misschien mogen hebben?’ Even kijkt hij haar verward aan. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Eh … die kast? O, best hoor. Dan ben ik hem kwijt. Ha ha, heb je soms te veel zooi gekocht?’ ‘Nou nee, dat is het niet.’ ‘Is ’ie wel voor jezelf?’ ‘Nee.’ Zijn ogen vernauwen zich. ‘Voor wie dan?’ Die vraag had ze eerlijk gezegd niet verwacht. Is dat nu zo belangrijk? Ze haalt dieper adem. ‘Voor Rana. Je weet wel, de statushouder die ik begeleid.’ ‘Laat maar.’ Hij zwaait met zijn hand door de lucht en loopt met grote stappen in de richting van de kamer. Als hij haar passeert, stoot hij ruw tegen haar schouder. ‘Mijn kast gaat niet naar zo’n buitenlander.’ Ze had het kunnen weten. Toch voelt het alsof hij haar een klap in haar gezicht heeft gegeven. Knipperend met haar ogen blijft ze hem nakijken. Hij is nog geen spat veranderd. Als ze even later met de blauwe sloffen aan op haar plekje in de kamer zit, houdt Jessica haar een schaal met nootjes voor. ‘Lekker joh, er zitten macadamia’s bij. Heb je die al geproefd?’ ‘Mmm, pas maar op, voordat je het weet, pik ik ze er allemaal tussenuit.’ ‘Nu moet jij eens wat vertellen.’ Jessica pakt een paar nootjes uit het bakje. ‘Hoe is het op jouw werk? Heb je het nog altijd
16
naar je zin als fysiotherapeute? En ben je nog steeds vrijwilliger bij VluchtelingenWerk?’ ‘Prima, ik zou geen ander beroep willen hebben. Werken met mensen is zo leuk. Mijn werk lijkt wel wat op het jouwe. Het is echt mooi om mensen te helpen van hun klachten af te komen! En het vrijwilligerswerk bij VluchtelingenWerk Nederland is ook geweldig. Het is zo’n dankbare taak, joh. Ik help mensen om formulieren in te vullen en zo. En ik begeleid één Syrische vrouw, Rana, met …’ Ellis stopt midden in haar zin. O nee, niet weer ... Het babygehuil dringt dwars door het houten plafond heen en valt tussen al het gepraat de kamer binnen. Afwachtend kijkt ze Jessica aan. ‘Tobias!’ roept die naar haar man, die aan de overkant van de kamer zit. ‘Tobias, wil jij nu even bij Rinske kijken?’ Hij knikt, maar kletst druk gebarend verder. Voor de tweede maal vraagt Jessica: ‘Tobias? Please?’ Terwijl hij de rest van zijn verhaal afmaakt, komt hij langzaam uit zijn stoel overeind. Met een zucht draait Jessica zich naar Ellis. ‘Vertel … Wat moet je allemaal doen voor die Rana?’ ‘O ja. Rana. In het begin heb ik haar geholpen om zich hier te settelen. Ze kreeg een huisje toegewezen van de gemeente en ik heb haar geholpen met het uitzoeken van gordijnen en meubels en zo. Maar dat is al een tijd geleden. Eigenlijk hoef ik tegenwoordig steeds minder voor haar te doen. Ik hoef haar alleen nog maar te helpen met papierzaken en met het bellen naar allerlei instanties, want dat is soms nog lastig en …’ ‘Hier!’ Ineens staat Tobias bij hen. Hij duwt Jessica de baby in handen. ‘Ze blijft maar huilen. Ik denk dat ze er gewoon graag bij wil zijn.’
17
‘Ach lieverdje!’ Jessica streelt met haar vinger over het wangetje. ‘Kon je niet slapen? Blijf maar lekker bij mama, hoor.’ Ze houdt de baby vlak voor Ellis. ‘Is ze geen schatje?’ ‘Zeker weten’, beaamt Ellis volmondig. ‘Wat een leuk mopsneusje! Maar die rode vlekjes, wat zijn dat?’ ‘Och, dat komt van het huilen, denk ik.’ Jessica wiegt de baby zachtjes in haar armen. ‘Rinskeprinske, heb je je zo druk gemaakt? Ach meiske toch.’ Ineens steekt ze haar armen uit naar Ellis. ‘Hier. Je mag haar wel even vasthouden.’ Ellis’ adem stokt even. Oeps, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Ze hoeft dat kindje niet meteen in haar armen te hebben. Hoe lief zo’n baby natuurlijk is. Maar ze kan moeilijk weigeren. Een beetje onhandig pakt ze Rinske aan. Voorzichtig legt ze het hoofdje tegen haar schouder. Zacht en warm ligt het kleine wangetje tegen haar wang. Even sluit ze haar ogen. Wat een lief klein meisje. Hoe zou het zijn om zelf zo’n hummeltje te hebben? Om moeder te zijn van zo’n kindje, dat in alle dingen totaal af hankelijk van jou is? Terwijl haar hand het rugje streelt, klinken er ineens een paar snikjes. O nee hè, daar begint het weer. Al snel gaan de snikjes over in echte huilkreten, die sterk in volume toenemen. Meteen stoot Ellis haar buurvrouw aan. ‘Volgens mij wil ze bij haar moeder zijn.’ ‘Ach lieverdje van me, kom maar bij mama. Stil nou maar, mama is bij je.’ Jessica neemt haar weer over en begint haar te wiegen. Alsof ze aanvoelt dat ze in vertrouwde armen is, snikt Rinske nog even na, voordat ze weer stil wordt. Met dikke tranen in haar oogjes blijft ze haar moeder aanstaren.
18
Ellis schraapt haar keel. ‘Ik ga even in de keuken kijken of ik nog ergens mee kan helpen.’ Net als ze op wil staan, wervelt een onbekende de kamer binnen. Verbaasd neemt Ellis haar op. Kort opgeschoren haar, een strak wit truitje, een leren rokje. Wie is dit? Het is niet iemand van de vakantie. Een vriendin van de een of ander? Vanuit zijn luie stoel komt Tom ineens overeind. Hij loopt naar de jonge vrouw toe, slaat zijn armen om haar heen en kust haar vluchtig op de mond. Ellis knijpt haar ogen samen. Jessica stoot haar zachtjes aan. ‘Dat is Tessa. Toms nieuwe vriendin. Wist je dat niet?’ Zwijgend schudt Ellis haar hoofd. Tom en deze Tessa? Haar blik kruist die van Arianne. Vragend kijkt ze haar vriendin aan. Wist jij dit? Arianne schudt langzaam het hoofd. Tom gaat zitten en trekt het meisje op zijn schoot. ‘Ja jongens, dit is nu Tessa’, verklaart hij losjes. Alsof we erop zaten te wachten om haar te leren kennen, denkt Ellis schamper. Ze ziet hoe Tessa met een vrijpostige blik de kamer rondkijkt, hoe haar brede lippen zich in een gemaakte glimlach plooien. Arianne staat op en wijst naar haar stoel: ‘Ga maar op mijn plekje naast Tom zitten. Ik moet toch naar de keuken. Wil je koffie, thee of fris?’ De felrode lippen antwoorden: ‘Geef mij maar een bitter lemon. Als je dat hebt.’ Achter Arianne aan loopt Ellis de kamer uit. In haar hoofd is het een wirwar van gedachten. Ze hoeft Tom niet meer, nooit meer. Geen haar op haar hoofd heeft er spijt van dat ze het met hem heeft uitgemaakt. En toch … Het voelt ineens alsof hij haar gedumpt heeft. En deze hippe meid uit het vuilnis heeft opgediept. Ze is zo totaal anders. Hoe kán Tom? En zo snel?
19
‘Kan ik wat voor je doen?’ vraagt ze in de keuken. ‘O Ellis.’ Ariannes ogen kijken haar berouwvol aan. ‘Als ik dat geweten had ...’ ‘Als je wat geweten had, zusje?’ Niek draait zich om van het aanrecht. ‘Dat Tom een nieuwe vriendin heeft en dat zij vanavond ook zou komen.’ ‘Tom? Een vriendin? Nu al?’ Verbaasd kijkt Niek van zijn zus naar Ellis. Nietszeggend kijkt Ellis terug. Ze is niet zielig, ze wil niet zielig zijn, maar haar maag voelt koud en leeg, ondanks de warme koffie en de punt aardbeienvlaai die ze zojuist opheeft. Even legt Niek zijn hand op haar schouder en geeft er een kneepje in. ‘Ach meid.’ ‘Het is al vijf maanden uit, hoor’, probeert ze zo nuchter mogelijk te zeggen. ‘Hij is vrij om te doen en te laten wat hij wil.’ ‘Tuurlijk, maar toch …’ Nieks vriendelijke blik doet haar onverwacht goed. Ze schudt haar hoofd. Kom op, ze moet f link zijn en zulke wrange gedachten niet toelaten. Daar schiet ze geen steek mee op. Ze steekt haar kin in de lucht. ‘Arianne, wat kan ik voor je doen? De hapjes klaarmaken?’ ‘Is prima, dan breng ik het drinken alvast naar de kamer.’ Ellis zoekt een plekje aan de tafel en smeert roomkaas tussen de dadels. ‘Even proeven, hoor.’ Er verdwijnt er eentje in haar mond. ‘Lekker! Jij ook, Niek?’ ‘Stop maar in mijn mond. Ik ben bijna klaar met mijn cocktails. Nog even f link schudden en de Dolce Donna is klaar. Wil jij hiervan proeven?’ ‘Wat is het?’ Nieuwsgierig bekijkt Ellis het mengsel. ‘Amandelperziklikeur, gemixt met frambozen, melk en room.’
20
‘Klinkt goed. Doe maar een bodempje, want ik moet straks rijden.’ Ze laat een dadel in zijn mond vallen. Hij pakt een schoon glas en schenkt er een klein beetje likeur in. ‘Hier. Proef maar.’ Verwachtingsvol kijkt hij haar aan. ‘Lekker?’ ‘Hm-mm.’ Ze moet haar hoofd bijna in haar nek leggen om zijn gezicht te kunnen zien nu hij zo dicht bij haar staat. Zijn brede torso met het groene sweatshirt zweeft vlak voor haar ogen. Niek, de broer van Arianne. Een warm gevoel stroomt door haar heen. Wanneer ze bij Arianne logeerde, kwam hij vaak even voor een f litsbezoekje, wat altijd gezellig was. Hij is zo stabiel als de grote eikenboom die voor haar huis staat. Altijd dezelfde. Boordevol grapjes, maar ook heel sympathiek en betrouwbaar. ‘Lieverd, wil je ook even proeven?’ Ze schrikt van zijn stem. Lieverd? Heeft hij het tegen haar? Verbaasd kijkt ze om zich heen. Twee blauwe sloffen stappen de keuken binnen. Noor! ‘Hier, liefie.’ Niek geeft Noor het glas waaruit hij zojuist zelf nog heeft gedronken. ‘Net geshaket. Speciaal voor jou.’ Stilletjes kijkt Ellis toe hoe Noor proeft en vervolgens haar duim opsteekt. ‘Heerlijk, schat. Kan ik nog ergens mee helpen?’ ‘Ja hoor, je mag de boel opruimen.’ Ellis kijkt opzij, naar het aanrecht, dat boordevol vaat staat. Daar zal Noor zin in hebben … Niek vraagt nogal wat! Meteen ziet ze hoe hij zijn arm om Noor heen slaat en haar even tegen zich aantrekt. ‘Lieverd, ik maak het goed met je. Eerst een kus en dan doen wij samen de afwas! Oké?’ Snel draait Ellis zich om. Ze haalt een wrap uit de plastic verpakking en besmeert hem met roomkaas. Ziezo, dat weet ze
21
dus ook weer. Nog een nieuw stelletje. Het wemelt ervan. Jim en Paula, Tom en die Tessa, Anton en Arianne, maar die laatste twee hebben allang een relatie. En dan nu Niek en Noor. Wist zij veel dat die twee samen wat hebben? Noor mag in haar handen klappen dat ze zo’n vent als Niek heeft getroffen. Maar dat doet ze allicht wel. Er zijn niet veel singles meer over in hun vakantiegroep. Zijzelf en Lize, maar Lize is pas drieëntwintig. En van de mannen zijn Sjoerd en Mike nog zonder relatie. Beste kerels, zeker weten, maar zo verschrikkelijk saai. Ze spreidt de zalm uit over de roomkaas. Even knippert ze met haar oogleden. Vervelend dat haar ogen opeens zo prikken. Later op de avond waagt ze het erop. Het is bijna tijd om naar huis te gaan en ze wil het gewoon weten. Met luide stem doorkruist ze de gesprekken. ‘Zeg mensen, wat denken jullie ervan? Gaan we de komende zomer nog met elkaar op huttentocht?’ Een paar seconden is het stil. Daarna praten ze allemaal door elkaar heen. ‘Ik weet het nog niet. Misschien gaan we met Jims ouders mee op vakantie.’ ‘Nog niet over nagedacht!’ ‘Wij gaan dit jaar een paar dagen fietsen. We moeten sparen voor het huis.’ ‘Het wordt steeds lastiger nu Rinske groter wordt. Ik denk niet dat het slim is.’ Als Ellis de kring rondkijkt, ziet ze niemand die enthousiast reageert. Jammer. Ze zal dit jaar zelf op zoek moeten naar een geschikte vakantie. Zonder deze lui. Via een reisorganisatie zal dat vast wel lukken. Ach, misschien is het maar goed ook. Zo leert ze nieuwe mensen kennen. Dat is toch altijd interes-
22
sant? En wie weet zit daar wel iemand tussen? Ze is tenslotte al achtentwintig. Na een kwartiertje staat ze op. Het is tijd om naar huis te gaan, want ze moet nog een aardig eind rijden. Als ze afscheid neemt van Arianne kan ze het niet laten om te vragen: ‘Vind je dat witte kleed nu niet lastig?’ ‘Welnee joh, we zagen dit kleed bij Ikea en Anton vond het meteen ontzettend mooi. We vinden het alleen jammer om het opgerold op zolder te laten liggen. Wie weet gaat het daar muf worden en stinken. Nu kunnen we er hier alvast van genieten totdat we gaan trouwen.’ ‘Ben je niet bang dat er vlekken op komen?’ ‘Daar heb ik toch de sloffen voor?’ lacht Arianne. Ellis kan niet anders dan teruglachen. Tja, als Arianne er maar gelukkig mee is. Zowel met haar kleed als met haar Anton. Met een f linke knuffel neemt ze afscheid. Daarna loopt ze naar haar auto, springt erin en scheurt ervandoor. Zo gauw ze op de autoweg is, zet ze de cd-speler aan en draait de volumeknop omhoog. Luidkeels zingt ze mee en trommelt op haar stuur. Heerlijk, zij hoeft tenminste met niemand rekening te houden! Als het lied uit is en een tweede nummer rustig inzet, valt ze ineens stil. Terwijl ze haar blik op de zwarte strook voor zich gericht houdt, passeren een voor een de gezichten van die avond. Tom. Ze hadden met zijn tweeën best wel leuke dingen. Samen pizza maken, samen skaten, samen rennen. Zou die Tessa nu zijn vaste renmaatje zijn? Meteen schudt ze haar hoofd heen en weer, zodat haar haren tegen haar wangen wapperen. Wat heeft zij ermee te maken? Het is goed dat het uit is. Dat zie je maar weer aan die Tessa. Die meid is zo anders. En dan Arianne met Anton. Al die moeite van schoenen uit-
23
doen, omdat Ariannes aanstaande man een wit kleed zo mooi vindt. Tja. Als je dat ervoor overhebt ... Jessica en Tobias. Wat een gehannes met die baby … Nee, dan zij, zij heeft een lekker vrij leventje! Meteen trapt ze het gaspedaal dieper in. Voluit zingt ze de volgende regels weer mee. Nog een halfuurtje en ze is thuis. Straks lekker haar pyjama en sokken aantrekken, dan nog een poosje rustig op de bank zitten met een mooi boek. Het gaat over een ongeval tijdens een trektocht door de Dolomieten, lekker spannend. Voorlopig kan ze toch niet slapen. Prima dat ze aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Niet uit hoeft te leggen waarom ze nog niet naar bed gaat. Zij kan doen en laten wat ze wil, ook al zou ze tot in de vroege morgen blijven lezen. Heerlijk! Luidkeels zingt ze met het koor mee: ‘Looft de Heere, alle gij volken, prijst Hem alle gij natiën …’ Ziezo, nu nog een momentje alleen voor zichzelf. Ellis draait de doucheknop naar de maximale stand. Ze richt de douchekop op haar schouders en rug, terwijl ze met haar nek ontspannen heen en weer draait. Hè, hoe relaxed is dit! De warme waterstralen lijken alle verwikkelingen van de afgelopen avond van haar af te spoelen. Nadat ze zich met een grote baddoek f link afgedroogd heeft, trekt ze haar pyjama aan. Zo, nu nog warme sokken aan haar voeten en dan naar beneden. Lekker languit op de bank liggen en haar boek lezen. Wie weet krijgt ze het vannacht nog wel uit! Met een vaart dendert ze de trap af. Ineens gebeurt het. Bij de vijfde tree maakt haar ene sok een zwieper over het houten vlak. Ze probeert de leuning nog vast te pakken, maar ze grijpt mis en duikelt voorover naar beneden. ‘Help!’
24
Te laat steekt ze haar handen uit om de val te dempen. Pats! Met een klap belandt haar gezicht op de boodschappentas met lege potten en f lessen. Een paar minuten blijft ze verdwaasd in de gang liggen. Hoe komt ze zo dom om zo hard de trap af te rennen? Ze weet toch dat je met sokken veel sneller uitglijdt … Had ze die tas daar maar nooit neergezet. Dom dom dom. Kreunend komt ze overeind. Haar onderarmen doen zeer, haar rechterbeen tintelt, maar het is vooral haar gezicht dat schrijnt. Even voelt ze of ze alles kan bewegen. Gelukkig, er is waarschijnlijk niets gebroken. Dan voelt ze voorzichtig aan haar wang. Er zit geen bloed aan haar vingers, maar iedere aanraking doet pijn. Bij haar ogen, haar linkerwang, haar neus. Wat een geluk dat de boodschappentas dichtzat en dat ze niet rechtstreeks op het glaswerk is terechtgekomen. Eerst de schade opnemen. Ze strompelt naar de spiegel in de gang. Het is nog erger dan ze dacht. Er zit toch wel wat bloed op haar wang en bij haar neus. Ze ziet een f linke schaafwond. En zwellingen rondom haar oog. Wat moet ze doen? De dokter bellen? Of naar de huisartsenpost in het ziekenhuis? Ze kan ook haar broer om hulp vragen. Welnee, onzin. Ze moet zich niet aanstellen. Rustig blijven, niet zomaar iemand lastigvallen. Eerst alles maar eens voorzichtig schoonmaken. Daarna droogdeppen. Dan haar brandende wang koelen met ijsblokjes in een washandje. Bibberend zit ze even later in een hoekje van de bank. Het boek over de Dolomieten blijft onder het tafeltje liggen. Met een plaid om zich heen geslagen blijft ze minutenlang voor zich uit staren. Haar gezicht voelt als één grote opgeblazen ballon. Er zullen overal wel fikse bloeduitstortingen tevoorschijn komen.
25
De dokter zal daar vast ook niet veel aan kunnen veranderen. ‘Koel houden en wat rust nemen.’ Ze hoort het haar huisarts al zeggen. Hoelang zal zoiets duren? Morgen heeft ze een vrije dag. Maar ’s middags moet ze voor VluchtelingenWerk op stap. Kan dat nu wel doorgaan? Iedereen die haar ziet, schrikt zich wild. Au! Ze zoekt een koel plekje van de washand en legt die opnieuw tegen haar wang aan. Hè, wat zou het heerlijk zijn als iemand nu een bakje thee voor haar neer zou zetten. Als iemand de plaid om haar heen zou stoppen en wat lieve woorden tegen haar zou zeggen … De stilte hangt ineens als een ondoordringbare mist om haar heen.
26