UIT NL meT ABONNee-
Reformatorisch Dagblad, woensdag 16 mei 2012, 42e jaargang nr. 37
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-01-BYL-BYL_0 1
beeld ANP
VOORDeeL
9-5-2012 15:12:52
Gratis uitjes De deur van Barteljorisstraat 19 in Haarlem stond en staat voor iedereen open. In 1944 voor Joodse onderduikers en verzetsmensen. Anno 2012 voor iedereen die het verhaal van de familie Ten Boom over naastenliefde en vergevingsgezindheid wil horen. Het Corrie ten Boomhuis is een van de uittips die in dit nummer te vinden zijn. Dit jaar heeft ”Uit in Nederland” als thema: gratis uitjes. Met als resultaat een bijlage vol verhalen over rustende paarden, een wandeling door Leiden en een cursus tot F-16-piloot. Bij elk artikel heeft de redacteur zijn favoriete uitrustplek in de buurt van de attractie beschreven. Vormgeefster Janneke Paalman maakte bijpassende tekeningen. Verder is een aantal oer-Hollandse kramen langs de weg gefotografeerd. Want wat is nu een dagje uit zonder een knapperige stroopwafel of een vette Hollandse nieuwe? Helemaal niets kosten de gratis uitjes overigens niet. Want neem nu het blotevoetenpad in Opende. Kinderen die naar beneden glijden over bulten van zand, bungelen boven een diepe, modderige plas. Reken maar dat de wasmachine na afloop van die trip overuren draait.
26
Stoere regenlaarzen, grote zonnebrillen.
52
Gisette van Dalen-Heemskerk
25
36
Nieuws uit de kleinste stad van Nederland.
15 6 28 5
Rondwandelen in het Groningse vestingstadje Bourtange van 1742.
Schuifelen langs 260 kramen op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt.
Joden en verzetsmensen verstopten zich in Haarlemse klokkenwinkel.
31
Genieten van warme stroopwafels op de markt in Baarn.
Een stadswandeling in sleutelstad Leiden begint bij het Galgewater.
23
Haring happen bij de viskraam aan de Hofvijver in Den Haag.
44
Frietjes eten onder de rook van Schiphol.
Benjamin soest ’s nachts én overdag op De Paardenkamp in Soest.
51 47
19 9
Ruim baan voor avontuurlijke kids op het blotevoetenpad in Opende.
Smullen van een ijsje in de bossen van Gortel.
Stampen, rollen en gieren in het Militaire Luchtvaart Museum Soesterberg.
13
In de Japanse watertuin in Naaldwijk vliegt een witwangtoerako rond.
Sappige kersen smikkelen in Rhenen.
Geiten stelen de show op Ouddorpse boerderij.
Directie Ir. B. Visser Hoofdredactie W. B. Kranendonk
39
Op de militaire begraafplaats Margraten hangt een serene stilte.
Eindredactie Gisette van Dalen-Heemskerk
UIT IN NEDERLAND is een bijlage bij het Reformatorisch Dagblad Postbus 670 7300 AR Apeldoorn
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-03-BYL-BYL_0 3
UIT NEDERLAND
PAGINA 3
beeld ANP
Vormgeving Thijs van Daalen
9-5-2012 15:17:08
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-05-BYL-BYL_0 5
De viskraam Walid Hamrouni (28), standplaats aan de Hofvijver Den Haag tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
9-5-2012 13:51:20
„Dit is de mooiste plek van Den Haag. Pal naast ons wordt het land geregeerd. De meeste politici hebben al eens een haring bij ons weggehapt. Ministers zien we niet meer. Die worden de laatste jaren zo streng beveiligd. Maar iemand als Europarlementariër Hans van Baalen van de VVD is een heel goede klant van ons. Wij leveren ook elke week aan de Eerste Kamer. Twee jaar geleden bestond onze kraam 25 jaar. Om dat te vieren zijn we met het
hele team een paar dagen naar Londen geweest. Dat was echt geweldig. Ik werk hier bijna acht jaar. Mijn broer staat ook in de kraam. Samen met nog vier anderen vormen we een hechte club. Elke dag is het weer een feestje. Er komen hier alleen maar aardige mensen. Alleen met Prinsjesdag, Kerst en met oud en nieuw zijn we gesloten. Haring verkopen we het meest. Als de Hollandse nieuwe er is, bakken we zelfs twee weken geen kibbeling. Dan kunnen we ons helemaal op de haringverkoop richten. Kibbeling is na de Hollandse nieuwe het meest geliefd. De Hagenezen weten ons te
vinden. Zij houden erg van kleine haring. In de vakantietijd komen zij natuurlijk minder, maar het blijft hier een gekkenhuis. Want dan komen er veel toeristen langs. Soms staan ze met zestig man tegelijk voor de kraam. Russen zijn de beste haringeters. Ook de Duitsers kunnen er wat van. Japanners zijn wat afwachtender. Maar als een van hen heeft geproefd, moeten ze allemaal. Amerikanen zien we hier nauwelijks. Die lopen gelijk door naar McDonald’s. Eerlijk gezegd hebben we ook maar liever dat ze wegblijven. Want als ze toch vis proeven, maken ze zulke vieze geluiden.”
Naastenliefde in Haarlem tekst Gert de Looze beeld RD, Anton Dommerholt
„Ik zou het niet kunnen. Heel misschien als de nood aan de man is.” Acht bezoekers van het Corrie ten Boomhuis in Haarlem staan dicht opeengepakt in de schuilplaats in deze woning. Het is onbegrijpelijk dat Joden en verzetsmensen het in 1944 wel 47 uur in deze benauwde ruimte uithielden. Een moeder en haar zoon tellen de neuzen: twintig mensen wachten in de Schoutensteeg in het centrum van Haarlem bj de groene deur op een rondleiding door het Corrie ten Boomhuis. Dat wordt spannend, want er is plaats voor maximaal 25 bezoekers. Kort daarna opent Wouter Hoogendjk (52) de deur en gaat hj de gasten voor naar de huiskamer op de eerste verdieping. „Die spanning was niet nodig”, vertelt de gids. „Ik vind het sneu om iemand buiten te laten staan.” Als iedereen een plekje in de langgerekte kamer heeft gevonden, steekt Hoogendjk van wal. Op een onderhoudende manier vertelt hj over de familie Ten Boom.
Het verhaal begint bj grootvader Willem ten Boom, die in 1837 aan de Barteljorisstraat 19 in Haarlem een klokkenen horlogewinkel vestigde. Twaalf jaar later kon hj het huis boven de winkel kopen. Zoon Casper nam het bedrjf van hem over. Caspers dochter Corrie trad uiteindeljk in de voetsporen van haar vader. Vandaag de dag runt het echtpaar Ibink Ten Boom Juweliers. „In 1844 startte grootvader Willem met wekeljkse gebedsbjeenkomsten in zjn woning. Daarbj kwam ook de vrede voor Jeruzalem aan de orde, een gebed waar-
toe Psalm 122 oproept”, aldus de gids. „De familie hield deze traditie een eeuw vol totdat de Duitsers het huis in 1944 binnenvielen.” Corrie (1892-1983), naar wie het huis is vernoemd, groeide met haar twee zussen en broer op in een gastvrj gezin. „Vader Ten Boom heette in de volksmond ”de goede oude man van Haarlem”. De deur van Barteljorisstraat 19 stond voor iedereen open. Het leven van de familie stond in het teken van naastenliefde. Al wees moeder Ten Boom gasten bj hun vertrek wel op een tinnen busje.
Ze konden daar centen voor de zending in deponeren.” De familie bewoonde het huis niet alleen. „Drie tantes van Corrie hielden het gezin gezelschap. Tante Jans kreeg als betalende gast de mooiste ruimtes, zoals deze kamer. De anderen huisden op de benedenverdieping, onder wie tante Anna. Haar was ooit gevraagd twee weken op de kinderen te passen, maar ze bleef veertig jaar!” Het Corrie ten Boomhuis dankt zjn bekendheid aan Corrie ten Boom die, in tegenstelling tot haar zus Betsie, het concentratiekamp Ravensbrück overleefde. Na de oorlog trok ze met een tas en een koffer de wereld over en vertelde over Gods liefde en over de kampervaringen. Tot haar 64e regelde ze deze reizen zelf. Ze schreef boeken als ”De Schuilplaats” en ”Zwerfster voor God” en produceerde enkele ilms. De stichting Corrie ten Boomhuis kocht de woning aan de Barteljorisstraat in 1987 om er een museum van te maken. Een jaar later konden de eerste bezoekers er terecht. De vertrekken ademen de sfeer van de jaren veertig van de vorige eeuw. De meeste spullen komen niet uit het bezit van de familie Ten Boom. Dat geldt wel voor een lamp, een klok, een door Corrie geborduurd kleedje en de hutkoffer in de huiskamer, en voor de huisbjbel in de eetkamer. De pendule die Corrie aan Anne van der Bjl schonk, de
PAGINA 6
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-06-BYL-BYL_0 6
9-5-2012 13:54:10
Robuust, zangerig en flitsend Is er na een bezoek aan het Corrie ten Boomhuis een betere pleisterplaats te bedenken dan de Grote of Sint-Bavokerk op de Grote Markt? De familie Ten Boom bezocht op zondag de diensten in deze hervormde kerk. De laatgotische kruisbasiliek herbergt opvallende elementen, zoals het houten gewelf en de koperen lezenaar met pelikaan. Maar het orgel van Christian Müller (1738) dat de hele westmuur vult, trekt de meeste aandacht. De nadruk ligt in het rijzige front op verticale lijnen. Dankzij het uitbundige snij- en beeldhouwwerk ben je er niet snel op uitgekeken. Charles Burney schreef in 1772 in zijn dagboek: „Haarlem. Naar weinig zaken was ik op mijn reis zo benieuwd als naar het beroemde orgel in de
oprichter van Open Doors, kreeg ook een plekje. Het verhaal van de familie Ten Boom, vol naastenliefde en vergevingsgezindheid, staat centraal. Het huis, foto’s, spullen en documenten kleuren het relaas in. Hoogendjk is een van de vele vrjwilligers van het gratis toegankeljke museum. „Wj vragen geen entree. Corrie leefde tenslotte ook van giften en we zien dit werk als een stukje evangelisatie.” De gids –in het dageljks leven receptionist in een gezondheidscentrum– houdt sinds 2008 elke twee weken een dagdeel vrj voor het verzorgen van rondleidingen. „Ik ben diep onder de indruk van Corries boeken en vind het mooi om haar verhaal en dat van de familie door te geven. Het is vermoeiend werk, maar toch ga ik altjd vol energie naar huis. Ik mag getuigen van het geloof in God en vertellen over naastenliefde. Dat is belangrjk in een wereld vol egoïsme.” Bezoekers zjn vaak onder de indruk van een rondleiding, aldus Hoogendjk. „Eens zat iemand huilend op de trap met het hoofd in de handen. Duitse gasten maak ik altjd direct duideljk dat het niet mjn intentie is om één volk in een kwaad daglicht te stellen. Het kwaad zit diep in alle mensen.” Ook vandaag luisteren de aanwezigen in de huiskamer een halfuur lang geboeid naar het gedetailleerde relaas. „Vader Ten Boom schreef na de Eerste Wereldoorlog zjn Duitse collega’s een brief met het verzoek hun kinderen naar Haarlem te sturen. Ze konden bj hem aansterken. Na het overljden van zjn vrouw in 1921
haalde hj pleegkinderen in huis.” De Tweede Wereldoorlog vormt de hoofdmoot van het verhaal. Vanuit haar geloofsovertuiging bood de familie permanent onderdak aan een wisselende groep van vier Joden en enkele onderduikers. Een aannemer trok in de hooggelegen kamer van Corrie een valse muur op, 60 centimer van de buitenmuur, die doorliep in de vloer en in het plafond. Onder de laagste plank in de linnenkast zat een schuiluik dat de doorgang naar de schuilplaats vormde. „Op de meest onverwachte momenten werd er geoefend”, vertelt de gids. „Tjdens een diner of midden in de nacht. De
gasten moesten niet alleen zelf verdwjnen, maar ook al hun spullen meenemen. De eerste tjd kost dit vier minuten en uiteindeljk zeventig seconden. Op 28 februari 1944 stonden de Duitsers voor de deur. Uiteindeljk voerden ze zes familieleden en dertig bezoekers weg.” De nazi’s waren furieus omdat ze geen onderduikers vonden en bleven twee dagen in de woning posten. Daarna namen twee „goede” politiemannen de bewaking over. Deze Nederlanders bevrjdden de vier Joden en twee verzetsmensen uit de benauwde schuilplaats. Bj het zien van de gereconstrueerde geheime ruimte in Corries kamer komen
hoofdkerk van deze stad, dat alom wordt geprezen als het grootste en beste in Europa.” Er worden in de zomermaanden op dinsdag en donderdag gratis toegankelijke orgelconcerten gegeven. Op deze donderdag stroomt de kerk vol met een internationaal publiek. Ze komen voor Jos van der Kooy. De stadsorganist slaat zich ondanks een ontstoken vinger met verve door het programma. Enkele Spanjaarden houden het snel voor gezien, maar het gros van de aanwezigen blijft zitten. Om te genieten van robuuste tongwerken, zangerige prestanten en litsende mixturen.
>>bavo.nl
de tongen van de bezoekers los. Dat gebeurt ook in de kleine slaapkamer van tante Jans en op het dakterras waar onderduikers een frisse neus konden halen. Even later luistert iedereen weer stil naar Hoogendjks verhaal. Over de Joodse cantor die zo uitbundig zong dat de buren kwamen waarschuwen. Over het lesje vitaminedruppels dat niet leeg raakte in kamp Ravensbrück. Over de hulp van de Heilige Geest, Die onmisbaar is om de naaste te kunnen vergeven. Zo heeft dit huis ook een boodschap voor vandaag.
>>corrietenboom.com
„De hulp van de Heilige Geest is onmisbaar om te kunnen vergeven”
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-06-BYL-BYL_0 7
PAGINA 7
9-5-2012 13:54:22
Geiten stelen de show op bjzondere boerderj tekst Pieter Ariese beeld RD, Anton Dommerholt
Flakkee is un eiland en ’t waeter is brêêd. Wie d’r weunt, ken d’r wel over praete. Wie er woont, ja. Maar ook toeristen weten de weg naar het in het Flakkeese volkslied bezongen eiland. Want: zon, zee, strand. En geiten. Geiten? Jazeker. Natuurljk, de Brouwersdam is een trekpleister van formaat voor badgasten en windsurfers. En de straatjes en terrassen van Ouddorp zjn altjd bevolkt met toeristen. Maar er is meer. Even buiten het dorp ligt de Mèkkerstee, een boerenhoeve bevolkt met geiten. En met minstens zo veel vermaak als de uitgestrekte stranden. De aantrekkingskracht van een enkele geit is beperkt. Het beest is aaibaar. Een tikje brutaal en nieuwsgierig, en daardoor grappig tegeljk. Maar verder? Zet er
echter 300 bj elkaar in een stal en je hebt een attractie van formaat. Toegegeven, het zjn niet alleen de geiten die de Mèkkerstee tot een geslaagd dagje uit maken. Maar ze vormen wel de grootste bezienswaardigheid op de Ouddorpse boerderj. Vooral onder melkenstjd.
Eerst moet gezegd dat de Mèkkerstee geen doorsneeboerderj is, en zjn eigenaar geen slimme boer die wat extra’s probeert te verdienen door z’n erf open te stellen. Nee, kern van de hoeve is de zorgboerderj. Ruim tien jaar geleden begon Piet den Hertog, samen met stichting Eleos, met
5 cliënten en 75 geiten. Nu telt de boerderj 75 cliënten met psychosociale of psychische problemen, en ruim 300 geiten. De forse groei zit ’m daarin dat de Mèkkerstee de zorgverlening slim weet te combineren met het productiebedrjf, waarop de zorgvragers –elk naar vermogen– gewoon meedraaien. Een deel van hen verricht inpakwerk, in een afsloten deel van de hoeve. De vermenging van commercie en zorg is broodnodig, want met de bezuinigingen vallen er rake klappen. Juist mede door de commerciële activiteiten bljft de zorgboerderj overeind. Voor het bezoek maakt het allemaal geen verschil. De interactie tussen toerist en cliënt verloopt in de regel ontspannen. Terug naar de melkschuur. Tweemaal daags komen ze opdraven, de haast smetteloos witte dieren. Gehoorzaam drommen ze de melkstal binnen. Een voor een verdwjnen ze achter slimme klapdeurtjes, waarna medewerkers van de hoeve de melkmachines in gang zetten. In amper twee uur tjd komen alle geiten aan de beurt. ’s Middags om 15.30 uur kan het pu-
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-09-BYL-BYL_0 9
PAGINA 9
9-5-2012 13:55:15
Bruisende Brouwersdam ’s Zomers bruist de Brouwersdam. Op een zonnige dag is het druk, natuurlijk. Een beetje wind lokt windsurfers en kitevliegeraars. Maar Ouddorp is geen Scheveningen. Geen lawaaierige boulevard, geen opzichtige strandtenten. Nee, gewoon een écht strand. Sjouwen met koelbox en windscherm. Blote voeten in warm zand. Met een beetje goede wil is er best een plekje te vinden. Geef kinderen zand en water en ze vermaken zich urenlang. Zandkastelen bouwen, scharrelen langs de vloedlijn. Zoeken naar schelpen. Een aangespoelde vis wordt met een woeste zwaai terug het water in geslingerd. Dáár moet je zijn. Picknicken op het strand is brood
bliek meekjken. De geiten –stuk voor stuk witte Saanen, een Zwitsers ras– schjnt het niet te deren. Op een goeie dag staat de stal vol dagjesmensen dat toeziet hoe de verse melk in de container spuit. Die melk verdwjnt naar de aanpalende kaasmakerj. Ook hier kjken bezoekers mee, zj het –vanwege de hygiëne– vanachter glas. Maar dat maakt wat ze zien er niet minder interessant om: het ambachteljke productieproces van geitenmelk naar geitenkaas. Er wordt gepasteuriseerd, gestremd en gesneden, gedompeld en gepekeld. Jaarljks verlaat maar liefst 60 ton geitenkaas de Mèkkerstee. Naar winkels en restaurants door het hele land, en via de export naar België, Frankrjk en Duitsland. Uiteraard liggen de biologische kazen ook in de Landwinkel die onderdeel is van de hoeve. Proeven mag, want de keuze is niet eenvoudig. Jong, oud, belegen – uiteraard. Maar ook in smaken als fenegriek, mosterd en bieslook. Ernaast ligt meel uit de Ouddorpse molen en tal van andere streekproducten.
met zand. Elke hap knispert. Dat hoort erbij. Stilzitten is ook geen straf. Er is zo veel te zien: stuntende kitesurfers, vliegeraars, badgasten die kuilen graven, strandwachten die waarschuwen niet te diep te gaan. In de verte de vuurtoren. Met een beetje geluk duiken er zeehonden op. Als het te warm wordt, pakken we de tram voor een verkoelend ritje over de dam. Heen en weer tussen De Punt en de Kabbelaarsbank, rijdend met historisch materiaal. Een retourtje moet betaald in contanten. Vroeger had je ook geen pin. Terug naar de koelbox, door duinen en helmgras. Met tegenzin inpakken. En dan ’s avonds met door de zon strakgetrokken gezichten en zilte lippen weer huiswaarts.
Op een goeie dag staat de stal vol dagjesmensen, dat toeziet hoe de verse geitenmelk in de container spuit
De melk van de witte Saanen krjgt nog een andere bestemming: js. Zo verwonderljk is dat niet: Den Hertog komt uit een geslacht van jsmakers. In de eigen jsmakerj pakt hj als het ware de draad weer op, al bljft het kleinschalig. Zjn boerenjs vindt vooral z’n weg naar de eigen jssalon. Biologisch js op basis van geitenmelk. Het idee is wellicht een tikje... anders, de smaak voortreffeljk. Het is sowieso goed toeven in de lunchroom, ooit nog gedecoreerd door de Rjssense kunstschilder Albert Wessels. De productie van kaas en js gebeurt door vaste krachten. De cliënten van de
zorgboerderj helpen mee, ook in het restaurant. Een van de twee kaasmakers is er via de Mèkkerstee weer bovenop gekomen en werkt er nu fulltime. De kaas is z’n leven geworden. Na de melktjd, het js en de pannenkoeken in de lunchroom is het niet gedaan. Zjn de geiten de wei weer in, dan aaien de kinderen verder in de kinderboerderj. Konjnen zjn minstens zo vertederend als geiten. Een reusachtig varken steelt de show, wentelt zich zonder kouwe drukte door de modder. De kids staan in tweestrjd: bljven kjken of naar de speeltuin? Het is die variëteit die een dagje Mèk-
kerstee tot een prima alternatief maakt voor de zomerse drukte langs de Flakkeese stranden. De hoeve bljkt uitstekend berekend op een forse stroom bezoekers. De Mèkkerstee ontvangt jaarljks bjna 50.000 mensen. De looproutes zjn ruim en schoon, de attracties overzichteljk. De Mèkkerstee is geopend van dinsdag tot en met zaterdag. In de zomervakantie gaan de hekken van de geitenboerderj ook op maandag los. Schoolklassen en verenigingen zjn eveneens welkom.
>>demekkerstee.nl
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-09-BYL-BYL_0 11
PAGINA 11
9-5-2012 13:55:25
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-13-BYL-BYL_0 13
De fruitkraam A. Huibers (67), standplaats Rhenen tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
9-5-2012 13:56:08
„Ik verkoop geen goedkope kersen, maar ze zijn wel gruwelijk lekker. Vanaf mijn jeugd heb ik in de handel gezeten. Toen ik op mijn 60e met de VUT ging, wilde ik het wat rustiger aan gaan doen. Maar helemaal thuiszitten is niets voor mij. Daarom heb ik deze boomgaard in 2003 laten inplanten en ben ik in 2004 met de kraam gestart. De eerste kersen krijg ik rond Koninginnedag binnen. Die komen uit kassen in Brabant. De meeste vruchten koop ik in. Want de opbrengst van mijn boomgaard is niet voldoende voor de vraag. Deze plek langs de weg van Rhenen naar Veenendaal is ideaal. Er komt veel verkeer langs. Rond Vaderdag is voor mij de drukste tijd. In de
zomervakantie mis ik het werkvolk dat even stopt voor een bakje kersen. Ik heb veel klanten die maar één keer per jaar komen. Ze wonen in het hele land. Een jaar of vijf geleden kwam er een man uit Rotterdam. Hij vond mijn kersen veel te duur. „In Rotterdam betaal ik maar de helft”, zei hij. Ik zette een bakje op tafel en liet hem op zijn gemak proeven. Ook gaf ik hem een pondje mee om te proberen. Nog geen vijf minuten later stond hij voor mijn kraam. Hij had nog nooit zulke lekkere kersen gegeten. Met vier kistjes ging hij naar huis. Een paar weken later reden er aan het begin van de avond zes auto’s het terrein op. Daar rolden vijftien man uit. Het leek wel een overval. Maar toen zag ik mijn Rotterdamse klant in de groep lopen. Ze kwamen met de hele familie kersen inslaan. Geweldig toch?”
Drie keer per week harinkje happen op Albert Cuyp tekst Michiel Bakker beeld RD, Henk Visscher
Kaas, vis en koek, maar ook servies, sokken en laarzen. De Albert Cuyp in Amsterdam biedt het allemaal, zes dagen per week. Op de „grootste dagmarkt van Europa” schuifelen autochtone Amsterdammers en toeristen eensgezind langs de kramen. „Famous street market”, roept de trambestuurder om als hj de halte Albert Cuypstraat in de Amsterdamse wjk De Pjp aankondigt. Het openbaar vervoer levert bezoekers vlak bj de ingang af. „Zakkenrollers winkelen ook”, waarschuwt een bord aan het begin van de marktstraat. Een „werkend jong stel” plakte er vjf briefjes onder met de mededeling dat het op zoek is naar een gemeubileerd appartement. In hoofdletters: „Wj zjn netjes
en betalen de huur altjd op tjd.” Aan beide zjden van de Albert Cuypstraat staan in totaal zo’n 260 kramen opgesteld. Een verkoper van Daalder kaas –„Alléén op de markt”– maakt een dansje voor de stand van zjn overbuurvrouw, die in sokken handelt. Ze maken langdurig een praatje. Klanten zjn er op deze ochtend rond halftien nog nauweljks. Verderop steekt een marktkoopvrouw haar neus om de hoek bj haar buurvrouw. „Alles goed?” „Ja, met u?” „Ja, lekker.” Als een klant een paar Japanse gladiolen wil afrekenen, trekt de ene verkoopster zich terug. „Schat, ik zie je zo.” „Ja, zie je zo, schat.” De gemoedeljke contacten tussen marktkooplieden, die soms al tientallen jaren in de straat staan, typeren de sfeer. Begin twintigste eeuw ging de markt in De Pjp van start. Eerst mocht alleen op zaterdagavond verkoop plaatsvinden. In 1912 breidde de gemeente dat uit naar alle werkdagen. Voor de Tweede Wereldoorlog bestond de populatie verkopers voor een derde uit Joden. Bjna niemand van hen keerde na de oorlog terug. Vandaag de dag laat een vaste kern van
buurtbewoners regelmatig z’n gezicht zien op de Albert Cuyp, maar de markt is ook een trekpleister voor toeristen. Niet voor niets hanteert de ondernemersvereniging de slogan ”Dagje Amsterdam? Middagje Albert Cuyp!” en spreekt ze van „een bezienswaardigheid die niet gemist mag worden.” Om tien uur zet Amsterdammer Geval (80) zjn iets tegen de ”Vlaardingse haringkar anno 1916”. Vroljk hapt hj een haring weg. „Ik kom vier keer in de week op de markt. Drie keer eet ik een haring, de vierde keer een gebakken visje”, zegt Geval als hj met z’n rjwiel aan de hand richting huis loopt. „Ik woon hier om de
hoek. Al 45 jaar. Tjd hé?” Buurtbewoner Vermeulen (78) loopt, leunend op z’n stok, ook regelmatig over de Albert Cuyp. „Ik doe de deur open en ik ben op de markt. Hier haal ik altjd m’n fruit. Ik weet precies bj welke kraam ik moet wezen. Dat heeft met kwaliteit te maken en met de verkoper.” In de loop der jaren zag Vermeulen het karakter van de markt veranderen. „Het werd steeds meer een toeristenmarkt. Handelaren doen niet meer hun best om waren aan te prjzen.” Hj wil verder, naar huis, naar de kofie. „Ik woon in een seniorenappartement. Zestien woningen, weet je wel.” Met de medebewoners heeft hj geen contact. „Ik bemoei me met niemand. Dan heb je ook niks te verantwoorden.” Langzamerhand neemt de drukte toe. Het publiek snuift een mengelmoes van geuren op. Verse stroopwafels, vis, kaas, gegrilde kippenpoten. Bj een kraam met Surinaamse hapjes doen twee verkoopsters zich te goed aan een broodje. Voor een praatje zjn ze niet in. „Ik ben aan het eten”, zegt een van de dames. „Komt u een andere keer.”
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-15-BYL-BYL_0 15
PAGINA 15
9-5-2012 13:57:37
Bagel met beenham en vers geperst sap Wie in de Amsterdamse wijk De Pijp in een restaurant of op een terras wil neerstrijken voor koffie en een broodje heeft ruime keus. Te midden van zaken als Hannibal –”Eetkamer van de Pijp”– en Eetcafé Moos valt Bagels & Beans wat naam betreft enigszins uit de toon. Dat is echter geen reden om het vriendelijk ogende restaurant aan de Ferdinand Bolstraat te negeren. De in 1996 geopende lunchroom is de oudste van een keten met inmiddels vijftig vestigingen in Nederland. De bagel is een broodje dat vooral in de Verenigde Staten populair is. Hij is onder meer verkrijgbaar in de soorten wit, bruin, sesam en multigraan, en kan naar believen worden geserveerd met producten als oude kaas, zalm, tonijnsalade of geitenkaas.
Achter een volgende kraam zitten eveneens twee vrouwen, tachtigers. Hun aanbod is divers: Crocsschoenen, mokken, elektrische vliegenmeppers. Vier dagen per week zijn ze hier te vinden. „Zo lang het gaat, gaat het. Het is leuk, afwisselend. Achter de geraniums zitten is ook niks.” Hun naam geven ze niet prijs. Verkoper Singh is met zijn zwarte baardje en groene tulband een opvallende verschijning op de markt. Samen met zijn moeder verkoopt hij dameskleding in grote maten van het merk Magna. „We doen dit al tien jaar en krijgen klanten uit het hele land, van noord tot zuid. De meesten bestellen vooraf telefonisch.” Een vrouw zet haar man op de foto voor een kraam met kruiden, thee, snoep en keukengerei. Ze zijn van buitenlandse komaf en spreken geen Engels. Hij steekt een sigaartje op, waarna ze snel verder lopen. Ze passeren een verkoopwagen met het opschrift ”P. C. Stroopstraat”. De verkoper bakt wafels en bedient klanten terwijl hij met een mobieltje aan z’n oor langdurig een telefoongesprek voert. Halverwege de Albert Cuyp klampt een Afrikaan voorbijgangers aan. Hij probeert een set ansichtkaarten aan hen te slijten: foto’s waar hij zelf op staat, met een stok op z’n hoofd of gehuld in een boerka. Verderop zit een Afrikaan onder een Olaparasol op een rollator. Hij speelt een deuntje op z’n mondharmonica en krijgt af en toe een paar centen toegeworpen. Een reclamebord attendeert voorbijgangers op Kwinkel, een zaak met kinderspullen die achter een marktkraam verscholen ligt. Het aanbod bestaat onder meer uit speelgoed, kleding en boeken,
nieuw en tweedehands. Een rek in de vorm van een auto toont ”Gouden boekjes” met titels als ”De hondenmatroos”, ”Sloffie sleepboot” en ”Dokter Pijpekop”. De straat bevat meer zaken die een beetje verstopt achter de lange rijen kramen liggen. Verkoophuis Gerard Dou richt zich op in- en verkoop van antiek en curiosa. Albert-Kuypje verkoopt Italiaans ijs en pannenkoeken. Iets verderop, in een zijstraat, brengt ook IJscuypje koude versnaperingen aan de man. De weekspecialiteit is speculaasijs. Wie wat langer van de route langs de kramen afwijkt, komt meer bijzonderhe-
den tegen. Op een steenworp afstand van de markt vormt het Sarphatipark, dat in 2009 z’n 125-jarig bestaan vierde, een oase van rust in een dichtbevolkte wijk. Rond het middaguur genieten mensen er zittend op een bankje, met uitzicht op een vijver met fontein, of liggend in het gras van de zon. Kinderen vermaken zich in een enorme zandbak met glijbaan. Op een oud gemaalhuisje prijkt een tekst van Jacob Israël de Haan: „Langs ’t Sarphatipark reeën we, dat druipendbruin in ’t waterlichte zonnetje lag.” Terug in de winkelstraat. Een dame met een zwart-witte jurk –„geen naam, geen
Onder de schaduwrijke bomen op het terras van het restaurant, pal voor de ingang van de Albert Cuyp, is het goed toeven. Op tafel staat een bordje bagel met beenham, gelardeerd met sla, een paar schijfjes komkommer en twee minipannetjes met cream cheese. Een groot glas vers geperst sinaasappelsap maakt het geheel –8,95 euro– compleet. Producten met natuurlijke ingrediënten voeren hier de boventoon. Trams, auto’s, wegwerkers en een veelkleurig publiek zorgen voor een levendige drukte rond het pleintje. Op een brommer passeert een man –overhemd met bretels, korte broek– die een beddenplank vervoert. Een taxibusje laadt acht toeristen uit. Op naar de Albert Cuyp.
leeftijd, geen gewicht”– loopt met de fiets aan haar hand langs de kramen. Ze komt uit Amstelveen en is een liefhebber van markten. „Ik moet vaak in Amsterdam zijn en loop dan graag door deze straat. Ik ben een fan van de Dappermarkt, maar de Albert Cuyp ligt centraler.” De mand achter op haar fiets is gevuld met oude legpuzzels. Op de markt gekocht? „Nee, ik heb ze meegenomen omdat ik ervan af moet zien te komen. Helaas zijn ze onderweg nog niet gestolen.”
>>albertcuypmarkt.nl
Een verkoper van Daalder kaas –„Alléén op de markt”– maakt een dansje voor de kraam van zijn overbuurvrouw die in sokken handelt UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-15-BYL-BYL_0 17
PAGINA 17
9-5-2012 13:57:46
Japanse watertuin alternatief voor strand tekst Gerco Verdouw beeld RD, Anton Dommerholt
De regen klettert op het glazen dak van de Japanse watertuin in Naaldwijk. Binnen is het droog en warm. Een leuk en gratis alternatief als een dagje strand in het water valt. Kabbelend water van verschillende watervallen, Japanse achtergrondmuziek, uitzicht op tientallen koikarpers in een prachtige vjver, een goede kop kofie en een lekker stuk appeltaart. In de Japanse watertuin in Naaldwjk kun je het wel even uithouden als het buiten regent. Kinderen zjn in de kassen waar de watertuin is aangelegd veel sneller uitgekeken dan volwassenen. Ouders wordt bj de ingang van de tuin al gevraagd hun kroost bj zich te laten en niet kriskras door de kassen te laten rennen. Be-
drjfsleider Michelle van der Meer vertelt dat het regelmatig gebeurt dat er kinderen in het water van de vjver vallen terwjl vader en moeder nergens te bekennen zjn. Want in dat water is wél wat te beleven voor de jeugd. Zodra er iemand op een bruggetje gaat staan, komen de koikarpers naar die plek. Hopend op voer. Voor een euro is een bakje met speciaal vissenvoer te koop. Het is een leuk gezicht hoe die felgekleurde karpers elkaar verdringen om met hun grote bekken het voer weg te happen. Andere dieren in de Japanese Watergarden zjn de vogels in de volières. De Japanse nachtegaal met zjn rode en zwarte veren schjnt schitterend te kunnen luiten, hoewel hj op dit moment even zjn snavel houdt. In dezelfde kooi drinkt een baardvogel uit de fontein. Verderop kjkt een groene vogel met een prachtige kuif de bezoekers nieuwsgierig aan. Op een bordje is te lezen dat het hier om de witwangtoerako gaat. Allemaal leuk en aardig, maar de echte
tuinliefhebber komt hier natuurljk niet voor de vissen en de vogels. Die verbaast zich er over hoe eigenaar Chiel van der Drift het voor elkaar gekregen heeft om zo veel bjzondere oosterse planten en bomen in één grote kas bjeen te zetten. Bedrjfsleider Van der Meer: „Daar is hj jarenlang mee bezig geweest.” Van der Drift is een kassenbouwer uit Naaldwjk die zjn producten over de hele wereld levert. Momenteel is hj vooral in Amerika actief, maar voorheen kwam hj veel in Japan. Lyrisch was hj over de Japanse tuinen en het kon niet
uitbljven: zjn eigen achtertuin in Naaldwjk moest ook Japans worden. Het kille Nederlandse klimaat was echter niet geschikt voor veel oosterse planten. Van der Drift breidde zjn achtertuin uit met een fors kassencomplex ernaast. Water, steen en groen werden in 2001 de drie basiselementen voor de inrichting van de kas, die inmiddels de Japanese Watergarden werd genoemd. Uit de Italiaanse Dolomieten kwam zo’n 7000 kilo stenen waarmee watervallen, beekloopjes en vjvers werden gecreëerd. Via een handelaar in Duitsland arriveerde een 900 jaar oude oljfboom. De dikke stam van de oude reus zit vol met gaten en gleuven, maar de boom ljkt prima te aarden in de watertuin. Wat natuurljk niet kunnen ontbreken in een Japanse tuin, zjn bonsaibomen. Vooral de Japanse esdoorn staat er veel in verkleinde vorm. Ook groeien er veel rododendrons, ook wel de Japanse azalea genoemd. Bjzonder schjnt de Ginkgo biloba, of de Japanse tempelboom, te zjn. Bedrjfsleider Van der Meer zegt eer-
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-19-BYL-BYL_0 19
PAGINA 19
9-5-2012 13:59:17
Rustgevende, kabbelende golven Het dorpje in de duinen. Zo kun je Ter Heijde gerust noemen. Het plaatsje met zo’n 600 inwoners ligt op 4 kilometer afstand van Naaldwijk. Waar in het mondaine Kijkduin –even verderop– rijkelui in hun grote villa’s aan zee vertoeven, wonen hier gewone mensen in kleine rijtjeshuizen met rode dakpannen op een steenworp afstand van de zee. Op het strand is er een strook vrijgehouden waar de leden van de Vereniging van Zeesportvissers Ter Heijde aan Zee hun visboten op trailers in de Noordzee kunnen rijden. Een mooi gezicht. Zeker als zo’n snel, klein bootje de branding doorklieft. En daarna met volle vaart de Noordzee opstuift. Last van zeeziekte moet je dan niet hebben!
ljk dat ze niet veel verstand heeft van de planten, struiken en bomen. „In de serre groeit een klimplant die vrj zeldzaam is. Hj heeft prachtige blauwgroene bloemen.” Gelukkig staat er bj elke plant een bordje met een nummertje. Bj de ingang kunnen bezoekers een ljst met namen krjgen. De zeldzame klimplant bljkt de Strongylodon macrobotrys te zjn, een jadeplant in het Nederlands. Van der Meer heeft een horecaopleiding gevolgd. Ze is aangesteld om de vele partjen en feesten die in de Japanse watertuin worden gehouden in goede banen te leiden. „De twee ruimtes in de serre zjn in de zomer elke weekend wel verhuurd. Ook komen hier regelmatig bruidspaartjes om foto’s te maken.” Door de horeca-activiteiten hoeft er bj Japanse watertuin doordeweeks geen entree worden geheven. Van der Meer „Dat was eerst wel zo, maar daardoor kwamen er doordeweeks bjna geen bezoekers. Voor mensen die even een kopje kofie willen komen drinken, moet de entree geen drempel vormen. In het weekend komen er toch genoeg mensen, dus dan kost toegang 2 euro.” Bj de kofiecorner is het druk. Het gebouwtje is een imitatie van de Gouden Tempel van Kyoto. Vandaag zit er een hele groep ouderen vanuit een verzorgingstehuis in Den Haag kofie te drinken. Een mevrouw in een rolstoel vindt de watertuin „heel mooi. Vooral van die karpers kan ik erg genieten. Ze hebben allemaal een andere tekening, er zjn er geen twee hetzelfde.” Haar buurman kwam hier jaren terug al met zjn kleinkinderen. Nu heeft hj meer tjd om van
de tuin te genieten. „Schitterend.” Een begeleider vindt het jammer dat niet alle plekjes in de kas per rolstoel toegankeljk zjn. „De rode, ronde bruggetjes zjn prachtig, maar met een rolstoel durf ik er niet overheen. Ook de tropische kas kunnen we niet in omdat er alleen maar stapstenen liggen.” Het Belgische echtpaar Rudi en Hilde Snellinx uit Opglabbeek bj Genk is alleen maar positief over de Japanse watertuin. Hj: „Prachtig, dit hele concept. Als ik wat meer ruimte in mjn tuin had, zou ik ook wel zo’n Japans terrasje willen.” Zj: „Als je het maar laat. We hebben net
onze tuin opnieuw laten aanleggen, dus voorlopig veranderen we niets meer.” Het paar is in de buurt op vakantie en wilde een dagje naar zee. Vanwege de regen zjn ze uitgeweken naar Naaldwjk. Het grootste gedeelte van de watertuin wordt niet verwarmd. Alleen als het erg hard vriest, gaat de kachel aan om de temperatuur boven het nulpunt te houden. Ook het tropische gedeelte wordt verwarmd. Daar staat onder andere de Ochna kirkii, ook wel de Mickey Mouseplant genoemd vanwege de vorm van bloemen die op het hoofd van de bekende stripiguur ljken.
Op het strand liggen ook de zeilboten van watersportvereniging Ter Heijde aan Zee. Dat is ook niet verkeerd. De wind zijn werk laten doen en de scherpe boeg van de catamaran door de golven sturen. Al het gewicht gebruiken om de boot niet te doen kapseizen. Ondertussen waaien de dagelijkse sores even weg, het water in. En als er weinig wind is, gewoon lekker dobberen op de golven. Even niets doen, even afstand nemen van de vastewal waar het werk wacht. Die kabbelende goljes tegen de boeg werken rustgevend. Het is te hopen dat deze zomer de zon iets meer schijnt dan in 2011. Dan is varen nog aantrekkelijker. Maar dan wel vanuit het dorpje in de duinen.
Andere tropische planten in dit warme stukje kas zjn de Perzische slaapboom, rode siergember, zebraplant, parapluboom, sierbanaan en blauwe Bengaalse trompet. Hier dus meer een Aziatische verzameling dan alleen Japanse planten. Na een uurtje dwalen in de watertuin heeft een niet-tuinliefhebber het hier wel gezien. De regen is opgehouden, het strand is dichtbj, dus een stevige strandwandeling lokt. Ook een gratis uitje.
>>thejapanesewatergarden.nl
„Als ik wat meer ruimte in mjn tuin had, zou ik ook wel zo’n Japans terrasje willen”
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-19-BYL-BYL_0 21
PAGINA 21
9-5-2012 13:59:30
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-23-BYL-BYL_0 23
De patatkraam Florence Boot (21), standplaats spottersplek Schiphol tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
„Mijn vader spaart hard voor een nieuwe kraam. Deze heeft hij al ruim 25 jaar in gebruik. Hij stond er eerst mee op de oude spottersplek in Rozenburg. Nu is hij al weer zo’n vijf jaar bijna dagelijks langs de Polderbaan in Vijfhuizen te vinden. Als kind ging ik af en toe al met mijn vader mee. Dan mocht ik een ijsje of een blikje drinken verkopen. En natuurlijk kreeg ik zelf ook iets lekkers. Nu ben ik nog maar zelden in de kraam te vinden. Alleen als mijn vader bijvoorbeeld ziek is, help ik hem wel eens. Vorig jaar zijn er wc’s op de parkeerplaats geplaatst. Het heeft vier jaar geduurd voordat het zover was. Gelukkig hield de spottersvereniging vol bij de gemeente. In de winter is het hier erg koud. Je merkt dan dat deze plek in een polder ligt. Alleen als het gesneeuwd heeft, komen we niet. Dan is de parkeerplaats één grote ijsbaan. Wij moeten het hebben van vakanties en de weekenden. Elk parkeervak is dan gevuld. Het is hier altijd gezellig. De vaste vliegtuigspotters komen dagelijks. Ze zijn behulpzaam. Ze helpen bijvoorbeeld met de tafeltjes klaar zetten als we hier ‘s morgens aankomen. Of ze halen even een boodschap voor ons. De spotters weten precies welke toestellen er aankomen. Soms hebben ze net een bestelling geplaatst als het bewuste vliegtuig binnenkomt. Dan rennen ze gelijk naar het hek. Pas als het toestel weer weg is, komen ze hun bestelling ophalen. Mijn vader houdt altijd bij wat er landt of stijgt. Zelf heb ik niet zo veel met vliegtuigen. Toch vraag ik vaak aan de spotters: Komt er vandaag nog wat moois binnen? De foto’s van bijzondere vliegtuigen in onze kraam hebben we allemaal van onze klanten gehad.”
9-5-2012 14:02:14
Triptips Vliegtuig spotten vanaf buitenterras
Eeuwfeest Openluchtmuseum
Na enkele maanden dicht te zijn geweest opende luchtvaartthemapark Aviodrome onlangs de poorten weer. Belangrijkste wijzigingen? Eigenaar Libéma realiseerde naast de Boeing 747 een platform met buitenterras. Bezoekers hebben zo goed zicht op het vliegverkeer van Lelystad Airport. Verder is een groot aantal vliegtoestellen publiekstoegankelijk geworden en zijn er voor kinderen zowel binnen als buiten extra speelmogelijkheden toegevoegd.
Het Arnhemse Openluchtmuseum laat al honderd jaar zien hoe het in vroeger tijden toeging. Tijd voor een eeuwfeestje. De jarige trakteert bezoekers op een nieuwe presentatie over het dagelijks leven in de Jordaan. Twee statige gevels aan de Westerstraat en drie kleine arbeiderswoningen, gebouwd in de 18e eeuw, vormen onder andere de ingrediënten van ”Komen en gaan in de Jordaan”. Verder geven historische en recente filmbeelden inzicht in de museumgeschiedenis. Kinderen kunnen – opgeven via de site– een feestvlaaitje bakken.
>>aviodrome.nl >>openluchtmuseum.nl
tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD
Naast alle tips voor gratis uitjes ook aandacht voor attractieparken die deze zomer iets nieuws te bieden hebben. Een selectie.
LELYSTAD
HEEMSTEDE
DEN HAAG
ARNHEM
DORDRECHT
Graven in de zandfabriek Handbediende graafmachines, transportbanden, een zandzeef, een glijbaan en diverse speelplateaus. Linnaeushof, Europa’s grootste speeltuin, maakte voor de kleuters en peuters een echte zandfabriek. De nieuwste aanwinst is ook toegankelijk gemaakt voor mindervaliden. Een grote schaduwluifel zorgt ervoor dat kinderen tijdens het graven beschermd zijn tegen de zon. In de speeltuin voor groteren plaatste Linnaeushof een aantal nostalgische speeltoestellen, zoals ouderwetse schommelschuitjes en familieschommels.
23.000 kilo brood en 700 kazen
Rolstoelvriendelijke fluisterboot
Ik ga op reis en neem mee: 23.000 kilo brood, 11.000 kilo vlees, 1500 pond spek, 1800 kilo boter en 700 kazen. Een bootsjongen van elf had dit rijtje 400 jaar geleden zo kunnen opdreunen. In het vernieuwde Madurodam worden bezoekers op een interactieve manier geïnformeerd over onder meer het VOC-verleden, Schiphol en de Deltawerken. Wie de tickets voor het kleinste stadje van Nederland online bestelt, krijgt 10 procent korting.
Op beverjacht in Nationaal Park De Biesbosch? In het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa kan dat sinds kort ook in een fluisterboot die geschikt is voor rolstoelgebruikers. Het bootje biedt plaats aan acht personen, waarvan er drie in een rolstoel kunnen zitten. Dankzij het verstelbare stuurwiel kan een rolstoelgebruiker de boot ook zelf besturen. Een uurtje huren kost 35 euro. Het Biesboschcentrum houdt rekening met een langere instaptijd, die gaat niet van de vaartijd af. Reserveren via tel. 078-6305353.
>>madurodam.nl >>np-debiesbosch.nl
>>linnaeushof.nl
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-25-BYL-BYL_0 25
PAGINA 25
9-5-2012 15:09:36
Na regen... komt zonneschijn
tekst Clasina van den Heuvel beeld Basil, Impliva, Love for Rain, Lisbeth Lillebøe en Agu
Ai. Het regent. Kom maar op met dat regenkapje! Of met de plu. De jas. De laarzen.
Regenkapje Regenkapjes, bestaan die nog dan? Zeker. De doorzichtige kapjes die oma’s vroeger over hun knotjes schoven als de eerste druppels vielen zijn nog steeds te koop, ze worden per bosje verkocht – per tien of per twintig bijvoorbeeld. Ook bestaan er vrolijker varianten, zoals die van Basil, fabrikant van ietsaccessoires. Het kapje van Basil heet Rosa, kost 9,95 euro en is rood met witte stippen. Het kan ook binnenstebuiten worden gedragen, dan verschijnt er een rozenprint op ruitjesstof. Voordeel: zo’n kapje neemt maar een piepklein plekje in beslag in de handtas. En het prikt in niemands ogen, waar paraplu’s de neiging toe hebben. Overigens is er ook een Rosaparaplu te koop (9,95 euro) en een bijbehorende waterdichte hoes voor kinderzitjes, plus een windschermlap.
>>basil.nl
Paraplu Intussen houdt een paraplu wel méér droog dan een regenkapje, als hij tenminste groot genoeg is, zodat het water niet in stroompjes langs de achterkant van je jas loopt, of erger, in je nek. Weliswaar waaien paraplu’s van een paar euro doorgaans bij het kleinste briesje binnenstebuiten en zijn ze op de iets helemaal levensgevaarlijk, terwijl ze in de drukke stad in andermans gezicht prikken, waarbij ze ook nog eens voortdurend kwijtraken – toch blijft het fenomeen paraplu een attribuut dat de tand des tijds doorstaat. De parasol is zijn voorganger, en die bestond al in de oudheid. Na al die eeuwen –sinds 1760 worden de begrippen paraplu en parasol onderscheiden– werd in 2006 eindelijk een stormparaplu uitgevonden, de Senz°-umbrella. Het asymmetrische model moet windkracht 10 aankunnen. Het oermodel (original) kost 49,95 euro en is verkrijgbaar in mooie kleuren en designs. De koper krijgt twee jaar garantie. Model ”smart” is te koop voor 24,95 euro (met bloemetjes, voor de modebewusten, inclusief twaalf maanden „no-nonsensegarantie”). Fans moeten verder echt een kijkje nemen op de website van groothandel Impliva: daar staan hartvormige paraplu’s op, en vierkante, en plu’s met regendruppeldessins.
Regenjas En de oude vertrouwde regenjas dan? Uitkiezen maar, via beslist.nl bijvoorbeeld. Alleen, een waterdichte jas betekent doorgaans wel zweten, tijdens een wandel- of ietstocht. Een bekend merk van textiel dat water- en winddicht is én ademt, is Gore Tex. Jassen van Gore Tex zijn ook nog eens „extreem koudebestendig.” Zweet verdampt erin. Een heel ander uitziende regenjas die is voorzien van ventilatie, is de Blaestregenjas van de ontwerpster Lisbeth Lilleboe uit Bergen, Noorwegen. In Bergen regent het vaak en hevig: gemiddeld valt er 2250 millimeter neerslag per jaar. Er schijnen zelfs paraplu-automaten te staan in de stad. Ter vergelijking: in Nederland valt jaarlijks 690 tot ruim 900 millimeter. Lilleboe ontwierp functionele, ventilerende én fraaie regenjassen (vanaf 220 euro). Niks rommelig of zakkerig, deze jassen hebben een fraaie A-lijn. Zie ook hipinderegen.nl voor getailleerde –en iets minder prijzige– trenchcoats.
>>blaest.nl >>goretex.nl >>hipinderegen.nl
Schoenen De Noorse ontwerpster Lilleboe bedacht zwarte regenlaarzen (149 euro) met rode veters aan de achterkant die door al dat waterdichte en de rubber lomp hadden kunnen zijn, maar heel elegant tonen. Wie die nog niet heeft, kan zijn voeten (en schoenen) zolang beschermen met overschoenen. Van Agu bijvoorbeeld, fabrikant van ietskleding en -accessoires. Agu Bike Boots zijn waterdicht, te verstellen aan de zij- en achterkant en er zitten relecterende details op. Ideaal voor op de iets. Wandelen is echter niet gezond voor deze overschoenen. Gewone regenlaarzen zijn dan toch beter. Te koop bij zaken als Van Haren, Scapino en de Schoenenreus. Op regenlaarzen.tipjes.nl staan allerlei grappige modellen, warempel ook een variant die aan Lilleboe doet denken, eveneens met veters aan de achterkant. Ook vanuit Noorwegen.
>>agu.com >>regenlaarzen.tipjes.nl
>>senzumbrellas.com >>impliva.nl
Poncho Als het gratis uitje dit jaar bestaat uit een wandeling, is een poncho of regencape best handig. Je hult je in een lap waterdicht materiaal, capuchon op, klaar. Zelfs de rugtas past eronder. Wegwerpexemplaren zijn al te koop voor 1 euro. Bij Halfords kosten poncho’s 29,99 euro. De ANWB verkoopt de doorzichtige gewaden van polypropyleen voor 3 euro per twee stuks (2,50 euro voor leden). Daar zijn ook regenjassen, regenschoenen en rainlegs (stroken waterdicht materiaal die de bovenbenen bedekken) verkrijgbaar. En op loveforrain.nl staat een chic gebloemd exemplaar voor 16,95 euro.
>>anwb.nl >>halfords.nl >>loveforrain.nl
PAGINA 26
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-26-BYL-BYL_0 26
9-5-2012 14:07:34
Favoriet wandelattribuut Knickerbockers, nordicwalkstokken, wandelkaarten en natuurlijk rugzakken. RD-lezers blijken heel wat wandelattributen mee te slepen. Een selectie.
tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld Odiezon en Fotolia
Omdat het nog nooit een hele zomer regende aandacht voor zonnebril, zwemvest en uv-werende kleding.
Zonnebril Mocht je iemand met een zonnebril met blauwe glazen tegenkomen, staar hem of haar dan niet na. Er is niets mis met die persoon. En nog minder met de bril. Gekleurde glazen zijn hip. Geel, blauw en oranje: het kan allemaal. Wat het montuur betreft, is er ook veel mogelijk. Bij de dames zijn kleuren als beige, wit en parelmoer populair. Ook in opkomst zijn de monturen met printjes. De pilotenbrillen –aviators– blijven in. Erg populair op dit moment is de Wayfarer, een klassieke bril in een modern jasje. Bij eye-wear.nl, een van de grootste zonnebrillenverkopers via internet in de Benelux, staat de Wayfarer in de top drie van meest verkochte brillen. Helaas kost zo’n bril (119 euro) wel wat meer dan een exemplaar uit het rek bij de plaatselijke supermarkt. Maar voor dat geld heb je wel een bril die ook George Bush schijnt op te zetten bij zonnig weer.
Henk en Nelleke van der Zalm gaan volgens hun dochter Charlotte Verweij nooit zonder gasbrandertje en koekenpan op pad. Onderweg bakken ze eieren, vlees of aardappeltjes. Dat levert behalve grappige opmerkingen van voorbijgangers ook tevreden (klein)kinderen op. Bas (8), Nienke (4) en Job (7) Rutenfrans houden net als hun ouders veel van wandelen. Ze gaan nooit op pad zonder wandelschoenen en rugtas, maar vooral niet zonder elkaar.
Beschermende kleding Smeren of verbranden? Die keus is niet moeilijk. Zeker niet voor mensen met een lichte huid. Dat betekent wel iedere paar uur een dubieus geurende, witte klodder uitwrijven op de huid. Of beschermende kleding dragen. Odiezon.nl verkoopt al tien jaar uv-werende (bad)kleding. De producten die de webshop aanbiedt, hebben een beschermingsfactor van 50+. Dat betekent dat de kleding 97,5 procent van alle schadelijke uv-straling tegenhoudt. Ook voor kinderen heeft odiezon.nl een uitgebreid assortiment badmode, shirts, broeken en strandjurkjes.
Hoed Kleertjes.com weet raad voor kleine, kale bolletjes. De webwinkel verkoopt vrolijk gebloemde, blauw met witte of geruite hoedjes voor meisjes. Kleine meneertjes kunnen kiezen uit caps in stoere kleuren. Grotere hoofden kunnen voor bedekking onder andere terecht bij dewiltfang.nl. Bijvoorbeeld voor een zonnehoed van zeegras. Als dat niet lekker luchtig klinkt?
Zwemvest Kleine kinderen en water zijn niet bepaald een rustgevende combinatie voor ouders. Bonnebonne.nl biedt een uitgebreid assortiment aan zwemvesten voor de allerkleinsten, maar ook voor grotere kinderen. De zwemvesten beschikken over acht compartimenten met elk twee drijvers. Ook handig op de site zijn de herbruikbare SOS-polsbandjes. Zwemvesten.nl is –hoe kan het ook anders– gespecialiseerd in zwemvesten. Voor zeilers, kajakkers en vissers. Zelfs voor viervoeters bestaat er een passend exemplaar.
Bert Huisman vond een ietsbel met daarop eveneens een Bert. Deze stok is zijn favoriete wandelattribuut. Als er mensen voor hem lopen en hij er niet langs kan, belt hij (zachtjes). En door het stokje vast te houden, voorkomt hij dikke vingers.
Zonder wandelschoenen geen wandeling, schrijft de familie Koppejan.
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-26-BYL-BYL_0 27
PAGINA 27
9-5-2012 14:08:17
Stad van Spanjaard, sleutel en studen „Haring, hutspot, wittebrood, daar komen de geuzen, daar komen de geuzen al in een boot!” Zo rond 3 oktober zingen de Leidse jongens en meisjes hun kelen schor. Het liedje herinnert aan een tijd dat zelfs rauwe bonen zoet smaakten, het Spaanse beleg van 1574. De vijanden voor de poort zijn verdwenen en er is eten genoeg in de stad. Tijd voor de toerist om met deze route in de hand de sleutelstad te gaan verkennen.
Een wandeling door Leiden start je het beste bj het Galgewater, een pittoresk haventje met een pittig puntbruggetje. Fietsers trappen stevig door om eroverheen te komen, wandelaars spannen hun kuitspieren op het steile brugdek. Niets doet denken aan het lugubere verleden van deze plek. Waar vroeger misdadigers terecht werden gesteld liggen nu de sloepen van roeiverenigingen klaar voor de race. Oude vrachtschepen met namen als ”De Heere regeert” en ”Hoop op behoud” hebben hun vaste ligplaatsen langs de kaden. De wieken van korenmolen De Put draaien hun rondjes zoals in 1619 op dit plekje ook al gebruikeljk was.
TBRUG REMBRAND
Nog een paar jaar eerder, in 1606 of 1607, zag Rembrandt van Rjn in een van de huizen aan de Weddesteeg het licht. Op het Rembrandtplein bj de steeg herinnert alleen het beeld van de jonge schilder tussen moderne gebouwen nog aan hem. Hj legt de laatste hand aan een zelfportret. Maar in welk huis hj vervolgens naar binnen liep is onbekend. Iets verderop langs de route (bj het Rapenburg) is het mogeljk om een klein omwegje naar het atelier van Rembrandt aan de Lokhorststraat te maken. Door de ruiten gluren mag. In een soort kjkdoos is een pop met een wilde bos krullen onder z’n pet aan het werk.
ARKT ARKENM OUDE V
NOORDEINDE
APO THE KER SDI JK
KORT RAPE NBU RG
tekst Gertrude de Wildt-Brouwer beeld RD, Anton Dommerholt
LANGEBRUG
BURG RAPEN
G STEE KLOK
STEEG NIEUW
Jammer jammer jammer, wat is de Hortus duur. Zes euro voor volwassenen, drie euro voor kinderen. Maar bj de poort aan het Rapenburg is er ook al veel moois te zien, zoals de voortuin en de goudenregen bj de ingang. Deze boom dateert uit 1601. In de tuin is een perk waar bollen voor de veiligheid achter hekken gepoot zjn. Het herinnert aan de tulpengekte, toen deze bollen voor astronomische bedragen werden verkocht.
LEIDEN
RUG GEB LAN
L SINGE WIT TE
HT GRAC PAPEN
T GRACH HAZEN GROEN
BOOMMARKT
Korte routes bestaan in Leiden niet. Door de grillige loop van het water en de kromme straten weet niemand hoe je het snelst van A naar B kunt komen. Een mooie route is makkeljker. Na het Noordeinde, de Varkensmarkt en de Groenehazengracht komt het Rapenburg. Op deze statige gracht komen de deuren van twee musea, het Academiegebouw en de Hortus Botanicus uit. „Bukken!” klinkt het vanuit een rondvaartboot bj de lage brugjes. Slenterende studenten, haastige ietsers en het zonovergoten terras tegenover het Academiegebouw zorgen voor de rest van het vertier.
PAGINA 28
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-28-BYL-BYL_0 28
9-5-2012 15:15:28
udent Het is een lastige vraag of een dagje Leiden beter begonnen of geëindigd wordt met een kijkje op de Burcht. Een rondje op deze oude terp geeft namelijk een goed overzicht van de stad en de wandelroute. Tussen de kantelen door pronkt de Hooglandse Kerk met haar houten torens. Met dit uitzicht valt het niet moeilijk om je weer in de middeleeuwen te wanen. Een blik op de auto’s en de kleding van de mensen leert je anders. Welkom in 2012, welkom in Leiden.
TRAAT VAN DER WERFS
N OUDE RIJ
G TEE GS R BU
Dat Leiden oude papieren heeft komt in een stadswandeling voldoende openbaar. Maar hoe de stad er eerst uitzag en waarom de lakenindustrie er zo goed tot bloei kwam, daarvoor moet je een kijkje nemen in het Archeologisch Centrum aan Hooglandse Kerkgracht 17N. Eventjes op de bel drukken en de hekken gaan open. Kost niets!
De overal aanwezige sleutels in de stad hebben alles te maken met de Pieterskerk, die gewijd is aan de sleuteldrager Petrus. Vanuit het Van der Werfpark is het twee minuten lopen naar dit gebouw. Tenzij de opmerkzame wandelaar inhoudt bij het muurgedicht van Gerrit Komrij of de rijk gevulde etalage van speelgoedwinkel LiLa. Pure nostalgie zijn de Dinky Toys achter de winkelruit. Meer dan dat is echter de Pieterskerk het bekijken waard. De huisjes die zich om de kerk heen hebben geschurkt verbergen het grote gebouw erachter. Een rondje over de kinderkopjes om de kerk geeft een betere indruk van de omvang. De Pieterskerk kan bogen op een lange geschiedenis. Al in 1121 stond er een grafelijke kapel die gewijd was aan Petrus en Paulus. Al staat er nu nog steeds een respectabel gebouw, de kerk heeft glorieuzer tijden gekend. Aan de westkant prijkte een toren van 110 meter hoog, door scheepslieden gebruikt als baken en aangeduid als Coningh der Zee. In 1512 stortte de toren in en moesten de zeelui zich op een ander punt gaan oriënteren .
Aan de voet van de Pieterskerk wordt de blik onwillekeurig getrokken door een charmante poort. Het is de ingang van het Jean Pesijnhofje. De toegang is vrij, want het bezoeken van weduwen is een goed werk. „Stilte!” luidt de vermaning op een bordje bij de ingang. Al wonen er in dit hofje allang geen weduwen meer, toch willen de bewoners nog steeds dat rust en goede orde gewaarborgd blijft. Dit hofje kent een bijzondere geschiedenis. Jean Pesijn, een koopman uit Lille, nam in zijn testament een grote som geld voor een hofje voor hugenoten op. Die hadden vaak een moeitevol leven achter de rug. De vlucht uit Frankrijk lag nog vers in het geheugen. Vanaf 1683 werd het hofje door de ”refugiés” bewoond. Op deze plek konden ze hun gedachten de vrije loop laten gaan of in hun moedertaal hun ervaringen delen met de buren. ’s Zondags hadden ze de gelegenheid om gezamenlijk ter kerke te gaan in de Eglise Wallonne aan de Breestraat. In het midden van het hofje staat sinds 1924 een zonnewijzer. De steeds verspringende schaduw van de wijzer toont dat de uren verstrijken. Verbazingwekkend, want de gedachte dat de tijd stilstaat is hier niet vreemd.
K AR RM TE BO T
STEENSCHUUR
Parkeren Het parkeerterrein aan de Haagweg ligt vlak bij het Galgewater, het startpunt van de route. Voor wie zoekt naar een klein lapje groen in het volgebouwde centrum is het Van der Werfpark de uitgelezen plek. Het park is er bij gratie van een rampzalige gebeurtenis. Een kruitschip dat op 12 januari 1807 Leiden binnenvoer, vatte vlam. Door de ontploffing en het vuur dat uitbrak vielen 160 doden en raakten 2000 mensen gewond. Lang was de plek een gapende wond in het hart van de stad. Later kwam er een park met het standbeeld van burgemeester Van der Werf. Hij had het bestier over de stad tijdens de bezetting in 1573 en 1574. Al herinnert het park dan aan twee droevige gebeurtenissen, het is er goed toeven onder het groene lover.
>>stadsparkeerplan.com
Leidse loper Een stadswandeling onder leiding van een gids is best aardig, maar er kleven twee nadelen aan: het kost geld én je mist de vrijheid om iets langer te blijven kijken bij dat ene mooie plekje. Een oplossing is de Leidse loper: een website die de achtergrondinformatie biedt bij een bewegwijzerde route door Leiden. Handig met een mobiele telefoon met internet!
>>deleidseloper.nl
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-28-BYL-BYL_0 29
PAGINA 29
9-5-2012 15:18:24
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-31-BYL-BYL_0 31
De stroopwafelkraam Cees de Knoop (72), standplaats markt in Baarn tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
9-5-2012 14:47:45
„Ik ben een van de laatste der Mohikanen. Waarschijnlijk ben ik zelfs de oudste stroopwafelbakker van Nederland. Als mijn gezondheid het toelaat, wil ik nog een tijdje lekker doorgaan. Ik zit ook een paar dagen per week thuis. Maar daar ben ik snel uitgekeken. Dinsdag, woensdag en zaterdag zijn mijn marktdagen. In Beverwijk kom ik al 48 jaar. In Baarn sta ik ruim 44 jaar. Ik kwam er toevallig terecht. Veel markten zaten vol en hier was nog een gaatje. Ik vind de sfeer op de markt en het omgaan met collega’s geweldig. Van oorsprong ben ik een Gouwenaar. Ik kom uit een groot gezin, dus op mijn 14e moest ik gaan werken. Ik kon terecht bij een van de kleine bakkerijtjes in de stad. Een paar jaar later ben ik voor mezelf begonnen. In een oud pakhuis, met een paar kleine bakstelletjes. Nog weer later ben ik op de markt gaan staan. De ingrediënten zoals deeg en stroop koop ik inmiddels in bij Markus & Markus Stroopwafels in Waddinxveen. Zij verkopen goed spul en dat scheelt mij veel werk. Ook de pakjes stroopwafels en de koekkruimels komen er vandaan. Alleen de grote wafels bak ik nog zelf. Van de bolletjes deeg snijd ik een stukje af. Dat gaat tussen een wafelijzer. Vervolgens snijd ik die koek doormidden en smeer de stroop ertussen. In de vakanties is het wat rustiger. Maar als iedereen terug is, staat het hier soms rijen dik. Veel van mijn klanten kwamen als kind al bij me. Daardoor krijg je binding met je klanten. Van sommigen krijg ik zelfs een kaartje als ik ziek ben. Een aantal jaren geleden ben ik op deze markt onwel geworden. Dat was erg schrikken voor iedereen. Gelukkig is het goed afgelopen.”
Rondwandelen in het Bourtange van 1742 tekst Ad Ermstrang beeld RD, Henk Visscher
In vredestijd werd de minivesting vaak verwaarloosd; bij oorlogsdreiging volgde in allerijl een opknapbeurt. In de vorige eeuw is het Groningse Bourtange deinitief in oude luister hersteld. Een rondwandeling die de bezoeker terugbrengt in het jaar 1742. De kinderkopjes glimmen van de nattigheid. Het is hoogzomer, maar de druilerige regen daalt vrjwel de hele dag gestaag neer op talloze kinderkopjes die de straten bedekken. De terrasjes bljven leeg, de Nederlandse en de Duitse gezinnen trekken enigszins gehaast door de korte en smalle straatjes, die vrjwel ieder huis ljken te omringen. Bj mooi weer is dat wel anders. „Dan is het marktplein bomvol”, weet een
van de medewerkers van eetcafé ’t Oal Kroegie. En tjdens festiviteiten barst het stadje vaak uit zjn voegen. Gelukkig voor hem arriveert er op dat moment een buslading Duitsers, die onder leiding van een professionele gids in hun landstaal uitleg krjgen over de wjze waarop hun bisschop van Münster, die de weinig vleiende bjnaam ”Bommen Berend” verwierf, hier ooit werd tegengehouden.
Sinds de restauratiewerkzaamheden in 1992 zjn voltooid, trekt Bourtange jaarljks een kwart miljoen bezoekers. Daarmee is het een van de grootste toeristische trekpleisters in de noordeljke provincies. De oude vesting is autovrj. Alleen de circa vjftig bewoners van het stadje krjgen een onthefing. Toeristen kunnen hun vervoermiddel gratis kwjt op grote
parkeerplaatsen aan de rand van het ‘gewone’ dorp, dat eveneens slechts enkele straten telt. Vanaf de parkeerplaats voert de route dwars door het VVV-gebouw. Daar wordt niet alleen Bourtange aan de man gebracht. Vooral het kaartmateriaal van de omgeving, met fraaie wandelroutes in de door het Groninger Landschap beheerde terreinen, is interessant. De natuur in het grensgebied kent een rjke lora en fauna. Vanaf het parkeerterrein is het, langs en door de vestingwerken en over de ophaalbrug, circa tien minuten lopen naar het stadje. De geschiedenis van Bourtange voert terug naar de tjd dat Willem van Oranje zich verzet tegen de tirannie van de Spanjaarden. In 1580 geeft de prins opdracht om een schans met vjf bastions aan te leggen op een zandrug in het verder uiterst moerassige gebied op de grens van Duitsland. De Spanjaarden hebben op dat moment Groningen in handen. Ze worden vanuit Duitsland bevoorraad. De vesting blokkeert de aanvoerljnen.
PAGINA 36
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-36-BYL-BYL_0 36
9-5-2012 14:08:46
Naast de piekenier Buiten uitrusten in de regen is een onaangename opgave. Gelukkig wordt het ’s middags droog. En dan lokt het plaatsje op een bankje voor het kapiteinshuis wel. Pal naast de rustplek staat een houten piekenier, die verwijst naar de kamers waarin het leven van vroeger in de vestingstad is uitgebeeld. De piekenier vormde de ruggengraat van het verdedigingsleger. In levenden lijve keert de soldaat met knallende musketten ieder jaar terug tijdens de Slag om Bourtange, die in mei wordt nagespeeld. Het bankje naast de piekenier biedt een prima zicht op het hart van Bourtange, in de vorm van het door oude linden omzoomde marktplein. Aan de overkant van het plein bevinden zich de terrasjes en
In later jaren, als de stad Groningen is gevallen, wordt Bourtange een belangrjk front in omgekeerde richting. Als gevolg van verdroging van de moerassen wordt er door de jaren heen link gesleuteld aan de grachten. Bourtange bereikt in 1742 zjn grootste omvang. Met de opkomst van de moderne oorlogsvoering verliest het geleideljk zjn functie. Steeds meer burgers vestigen zich binnen de wallen. In 1851 wordt de vesting oficieel opgeheven en groeit Bourtange uit tot een bloeiend agrarisch dorp. Dat gaat goed totdat er na de Tweede Oorlog stagnatie optreedt, rjkere boeren vertrekken en winkels sluiten. Zelfs de politiepost moet het veld ruimen. De gemeente Vlagtwedde besluit eind jaren zestig tot een grootscheepse reconstructie. De reconstructie duurt tot in 1992. Dan ligt de vesting er spic en span bj en is het stratenplan uit de periode halverwege de 18e eeuw hersteld. Het ministadje –de dwarsdoorsnede bedraagt slechts enkele honderden meters– bestaat uit een gebastionneerde vjfhoek met bjbehorende wallen. Er zjn een standerdmolen en een nagebouw-
doet 2012 van zich spreken. Tussen de terrassen voor enkele uitspanningen staat een houten paard, een reconstructie van een martelwerktuig, waarbij de gestraften op de scherpe bovenkant van het paard werden geplaatst met gewichten aan hun voeten. Het leven in de vesting was niet altijd even aangenaam. De omgeving biedt voldoende aanknopingspunten om even weg te dromen naar de tijd dat de laatmiddeleeuwse handelslieden heen en weer reisden tussen Hamburg en Groningen. Het marktplein was in vredestijd voor hen een belangrijke ontmoetingsplek. Alle verkeer tussen Stad en Landen, zoals Groningen toen werd genoemd, en Westfalen trok door Bourtange.
De geschiedenis van het vestingstadje voert terug naar de tjd dat Willem van Oranje zich verzet tegen de tirannie van de Spanjaarden de rosmolen (waar een paard een molensteen aandreef). In een hoekje staat de voormalige garnizoenskerk. Het in 1607 gebouwde kerkje was het eerste in Groningen van protestantse signatuur. Het witte kerkje werd in 1869 vervangen door het huidige gebouw. Nog iedere zondagochtend worden er diensten gehouden. De vesting is gratis toegankeljk. Wie echter meer wil weten van de historie brengt een bezoek aan vier gebouwen met een museumfunctie. Een gezamenljk entreekaartje, verkrjgbaar bj de VVV, kost voor volwassenen 6 euro.
De museumtocht begint bj het Poortgebouw, waar een ilm draait over het ontstaan van de vesting en de reconstructie. De Baracquen toont historische vondsten, aangevuld met informatie over het leven van de piekeniers –soldaten die met hun piek vochten– anno 1700. Aan het marktplein is een voormalig kapiteinshuis ingericht en het vierde gebouw dat kan worden bezocht is de herbouwde synagoge. Bourtange telt tot 1942 een groep Joden wier voorouders al in de 16e en de 17e eeuw waren gevlucht voor de pogroms in Oost-Europese landen. In de Tweede Wereldoorlog zjn ze vrjwel al-
len gedeporteerd en omgekomen. Een bezoekje aan de musea (open van 1 april tot 1 november op maandag tot en met vrjdag van 10 tot 17 uur, op zaterdag van 12 tot 17 uur) is de moeite waard. Wel hebben de Groningers een plattelandstraditie in ere gehouden die hen door bezoekers niet altjd in dank zal worden afgenomen. Om halfeen ’s middags moet iedereen de informatieve ruimten verlaten. Het personeel is onverbiddeljk. „Het is nu pauze.”
>>bourtange.nl
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-36-BYL-BYL_0 37
PAGINA 37
9-5-2012 14:08:56
Serene stilte op militaire begraafplaats Margraten tekst Gijsbert Bouw beeld RD, Henk Visscher en VVV Zuid-Limburg
De Amerikaanse militaire begraafplaats in het Limburgse Margraten is niet direct het eerste vakantie-uitje dat je te binnen schiet als je aan ZuidLimburg denkt. Toch is het indrukwekkende ereveld een bezoek waard. Een brede toegangsweg leidt naar de trappen van het Ereplein. Aan weerszjden van dat plein staan op de Walls of the Missing de namen van 1722 vermiste Amerikaanse militairen. Sommigen van hen zjn later geïdentiiceerd; hun namen zjn voorzien van een rozet. In het midden van het plein ligt een langwerpige vjver. Een bronzen rouwende moeder kjkt uit over het water. Tussen het Ereplein en de begraafplaats –oficiële naam: Netherlands American Cemetery and Memorial– staat een toren,
met daarin een kapel en een carillon, die juist twaalf donkere slagen laat horen. In de kapel is het stil; in de muren zjn gebeden gegraveerd. Boven een altaar hangt een houten kruis. Op de Limburgse begraafplaats liggen 8301 Amerikanen begraven. Ooit waren dat er veel meer. Toen Margraten in 1944
in gebruik werd genomen, begroeven Amerikanen en Duitse krjgsgevangenen, zo nu en dan met hulp van de lokale bevolking, dageljks gesneuvelde militairen. Soms werden er wel 500 doden per dag aangevoerd. Alle lichamen werden met persoonljke bezittingen en identiteitsplaatje begraven. Uiteindeljk lagen er
aan het eind van de Tweede Wereldoorlog meer dan 18.000 soldaten. In 1947 is Margraten aangewezen als een deinitieve begraafplaats. Een jaar later begon het opgraven van de doden. Het grootste deel, ruim 10.000, werd gerepatrieerd naar de Verenigde Staten; 8301 militairen kregen hun laatste rustplaats op Margraten. Op de graven staan witte kruizen, of davidssterren als er Joodse militairen zjn begraven. De grafmonumenten zjn niet in rechte ljnen geplaatst in vierkante vakken, maar in gebogen ljnen. Hooggeplaatste militairen liggen naast gewone soldaten. Alsof de doodgravers wilden zeggen dat na dit leven rangen en standen onbelangrjk zjn. Bj sommige graven staat een bloem: hier een bos zonnebloemen, daar paarse chrysanten, ginds een veelkleurig boeketje. Op een enkel kruis ligt een beschreven kei als extra herinnering aan een dierbare. Aan één hangt een kaartje: ”Thank you for the sacriice you brought for our freedom” (”Dank u voor het offer dat u bracht voor onze vrjheid”). De meeste kruizen staan eenzaam: die
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-39-BYL-BYL_0 39
PAGINA 39
9-5-2012 14:11:02
Houthem Sint Gerlach Houthem Sint Gerlach is net als heel Zuid-Limburg rustig, mooi en groen. Het 1600 inwoners tellend dorp ligt vlak bij Valkenburg en is beroemd om een kasteel en een kerk: Château St. Gerlach en de Sint-Gerlachuskerk. In de twaalfde eeuw leefde de kluizenaar Gerlachus op deze plek. Rond 1164 overleed hij. Zijn graf werd een bedevaartsoord. In de kerk zijn mooie fresco’s te zien die zijn leven uitbeelden. Tegenwoordig is het kasteel een hotel, restaurant en conferentieoord. Het luxueus uitziende hotel bood onderdak aan tal van hoge gasten. Zo was George W. Bush er toen hij in 2005 de begraafplaats in Margraten bezocht. Ooit vergaderden er twaalf Europese bankpresidenten die een belangrijke stap zet-
van William Quinn, van Edward Coursey, van Thurman Dezarn en van duizenden anderen. Misschien nooit bezocht. Mis schien wordt de begravene niet eens ge mist. Sommige namen vallen op. Zoals die van Robert van Klinken, gesneuveld op 20 maart 1944, en die van Jay ter Haar, over leden op 21 juni 1944: Amerikaanse sol daten met Nederlandse namen. Niet van iedereen is de naam bekend. Op 105 krui zen staat: „Here rests in honored glory a comrade in arms, known but to God” – een onbekende kameraad ligt er begraven die alleen door God wordt gekend. Links en rechts van de toren liggen per ken met rode rozen omgeven door een buxushaagje. Vanaf de toren loopt een breed pad dwars naar een vlaggenmast aan de andere kant van de begraafplaats. Langs de promenade staan grote Ameri kaanse eiken met daaronder bankjes. Een man zit er en moppert: „Die rotoorlog. En ze hebben er niets van geleerd.” Het ruim 26 hectare grote ereveld maakt een statige indruk. Niet alleen door het grote aantal graven, maar ook door de strakke vormgeving. De marme ren kruizen zjn spierwit en worden con stant bjgehouden, getuige een emmer met witte kalk en een tuinslang die tus sen de zerken ligt. Verder zjn hoveniers druk bezig met het maaien van de gras mat en het wegharken van bladeren.
ten in de richting van de euro. Het uitgestrekte en boomrijke landgoed rond het kasteel is voor iedereen toegankelijk. Geregeld staan er exposities met kunswerken opgesteld. Een wandeling waard dus. Houthem St. Gerlach is niet alleen een mooi dorpje. Het brengt ook oude herinneringen naar boven: ooit, alweer jaren geleden, verloofde een jong stel zich er. Niet in het park rond het kasteel maar even verderop, net buiten het dorpje op een bankje op een heuvel. Het uitzicht was mooi, het gespreksonderwerp ook. Misschien was het niet de meest romantische locatie, maar Houtem St. Gerlach en Zuid-Limburg boden veel moois.
Op het ereveld is het stil. Soms klinkt een vroljke kinderstem. Verder heerst er rust
Op het ereveld hangt een serene stilte: eerbied voor de dood. Soms klinkt hier en daar een vroljke kinderstem. Verder heerst er rust. Het geluid van een hoog overvliegende Boeing 747 valt zelfs op. Helemaal voor de trappen die naar het Ereplein leiden, is links een informatie punt met grote kaarten waarop de ver richtingen van de Amerikaanse troepen tjdens de Tweede Wereldoorlog te zien zjn. Rechts bevindt zich een bezoekers centrum. Daar zjn onder meer de ver halen te lezen van de zes militairen die op Margraten begraven liggen en de Me
dal of Honor kregen. Deze hoogste Ame rikaanse militaire onderscheiding wordt uitgereikt „voor opvallende moed en on dernemingszin met gevaar voor eigen le ven, boven wat de dienst vereist, in daad werkeljk gevecht tegen een vjandeljke krjgsmacht.” Op het ereveld is het even zoeken naar een grafkruis van een geridderde militair. Tussen de duizenden kruizen isie daar ineens: het graf van George Peterson, een sergeant uit de staat New York. De letters van zjn naam zjn goudkleurig, net als de ster en de woorden ”medal of honor”. Ver van huis vocht hj tegen de Duitsers. Zjn
peloton kreeg de opdracht de vjand aan te vallen. Peterson gaat voorop, maar een mortiergranaat verwondde zjn benen. Ondanks de pjn ging hj door, terwjl de kogels hem om de oren vlogen. Met hand granaten wist hj drie mitrailleursnesten onschadeljk te maken. Toen de eerste strjd was gestreden, werd hj verpleegd, tot hj zag dat een kameraad in nood was. Peterson deed –zwaargewond– een po ging om hem te redden, maar een vjan deljke kogel trof hem. Hj gaf zjn leven, voor de vrjheid van mensen die hj waar schjnljk niet eens kende. Zjn graf ge tuigt nog steeds van zjn moed.
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-39-BYL-BYL_0 41
PAGINA 41
9-5-2012 14:11:15
Soezen en snoepen op De Paardenkamp in Soest tekst Clasina van den Heuvel beeld RD, Anton Dommerholt
Het paard Benjamin staat te slapen in de paddock. Als je 30 jaar bent doe je dat gewoon, als paard. Stoer zijn hoeft niet meer zo nodig. Benjamin, voor driekwart een Arabier, woont sinds 2005 op De Paardenkamp in Soest, een bejaardenhuis voor paarden. Van maandag tot en met vrjdag loopt hj ’s morgens met een groep oudjes in de paddock, een omheind stuk wei ach ter de stallen van boerderj Vosseveld. Daar zoeken de dieren hun maatjes op – ze hebben uitgesproken voorkeuren, blj ven daar ook trouw aan. Ze staan samen te soezen of dagen elkaar uit. ’s Zomers loopt een groot deel dag en nacht in een grote, groene wei. Op 14 april bestond Stichting De Paar denkamp 50 jaar. Die dag arriveerde de 500e bewoner: Bono (geboren in 1974). Niet dat er nu 500 paarden verbljven
– in de gebouwen bj de stallen hangen tientallen foto’s van paarden die uiteinde ljk zjn doodgegaan in het bejaardenhuis. De stallen in Soest vormen een –luxe– eindstation voor de dieren. Wie er wil rondkjken, kan zo het hek je binnenlopen. Toegang tot De Paarden kamp is gratis. Bezoekers die voor de eer ste keer komen, kunnen zich melden bj een informatiepunt. Iemand als Maike Huigen (26), een van de acht medewer kers, geeft dan een rondleiding. Elk paard heeft een naambordje bj zjn stal, maar Huigen weet ook zonder bordje precies wie wie is. Ze wjst op Blaky, Jop pe en Jolanda, terwjl ze vertelt over het eten dat ze krjgen – brokken of slobber. Dieren die nog een redeljk gebit hebben krjgen brokken en hooi; de andere eten een mix van water, zemelen en gras. Paarden mogen hier pas komen wo nen vanaf hun 20e. Het dier moet op de wachtljst hebben gestaan en de eigenaar moet begunstiger zjn van De Paarden kamp (voor minimaal 15 euro per jaar). Als een paard naar De Paardenkamp gaat, doet de eigenaar afstand van het dier. Maar op visite komen mag hj of zj altjd.
„Sommige dieren krjgen drie keer week bezoek, andere één keer in ’t jaar”, zegt Huigen. Op dit moment –na 600 inschrj vingen– is de wachtljst gesloten. Wat als een paard dat op de ljst staat 19,5 jaar is, nummer 3 op de wachtljst is en om dringende redenen weg moet bj de eigenaar? Helaas, zegt bestuurslid Betty van Djk. „Zodra iemand voorrang krjgt, passeer je anderen op de wacht ljst. We maken geen uitzonderingen.” Omdat de vraag naar een plek op De Paardenkamp groot is, werd in 2004 uit gebreid met De Birkhoeve, waar nog zo’n zestig extra paarden onderdak konden krjgen. Op 23 juni wordt een volgende
boerderj geopend, Het Gagelgat, een his torisch en gerestaureerd gebouw, ook in Soest. Die locatie zal vooral informatie centrum worden, met een uitgebreide, liefst complete paardenbibliotheek. Elk boek dat over paarden gaat moet hier te vinden zjn, zegt Van Djk. Alle soorten paarden zjn welkom bj De Paardenkamp – kleine pony’s, grote Frie zen, volbloed Arabieren. Zo lopen er nu behalve ‘gewone’ manegepaarden ook vier politiepaarden en een Fries uit de ko ninkljke stallen. De laatste (Oebele, 1988) werd door Freddy Heineken aan konin gin Beatrix geschonken; het dier heeft voor de glazen en de gouden koets gelo pen. De oudste bewoner op dit moment heet Joppe en is 39. De hoogste leeftjd op De Paardenkamp bereikte Elsje, een shet lander die 50 werd en in haar werkzame leven de paardentram trok in Dierenpark Amersfoort. Gemiddeld wordt een paard 30, aldus Huigen en Van Djk. De oude Joppe, zo bljkt uit zjn levens verhaal op de website van het paarden bejaardenhuis, is niet mis. „Hj is een specialist in het openen van staldeuren en hekken. Twee keer in zjn leven is hj
PAGINA 44
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-44-BYL-BYL_0 44
9-5-2012 14:14:07
Over staartharen en de paardenslager Langs een van de stallen op het ter rein van De Paardenkamp in Soest staat een lange bank. Daar zitten be zoekers soms uren met een boek. Dat is een goed idee. In plaats van zich te haasten om nog een kijkje te nemen op Paleis Soest dijk, de piramide van Austerlitz of zelfs bij kaasboerderij De Staelen hoef (die op loopafstand ligt van De Paardenkamp) zouden mensen op dit bankje eerst ”Het paardenboek” van Hans en Monique Hagen (uitg. Queri do, 2005) moeten lezen. In dat boek staat allerlei interessan te informatie. Zoals dat de staartha ren van paarden worden gebruikt om een strijkstok voor de viool, cello of contrabas te maken. „Staarthaar heeft precies dezelfde structuur, een beet
’s nachts aan de wandel geweest. Lang geleden is hj een keer uitgebroken en het schjnt dat hj toen gesignaleerd is op de Groevenbeekse Heide. Om daar te komen moest hj een klein stukje langs de weg en de spoorljn oversteken. ’s Morgens vroeg, zo rond etenstjd, kwam hj uit zichzelf terug.” De tweede keer dat hj zelfstandig op pad ging zocht hj twee vriendjes op die ongeveer 1 kilometer verderop stonden. Ook bljkt hj een dominant heerschap. Hj was altjd alle paarden de baas. „Kennismaking met deze macho ging gepaard met veel machtsvertoon. Hj draafde dan imponerend door de wei, terwjl hj sloeg met de voorbenen, en met veel gepiep, geblaas en ander overdreven gedoe.” Van elk dier dat arriveert wordt een foto gemaakt, waarvan vervolgens ansichtkaarten worden gedrukt. De kaarten zjn te koop in het winkeltje, waar ook pennen, potloden en andere kleine paardenspullen liggen. Kinderen staan hier tjdenlang te dubben waaraan ze hun geld gaan uitgeven, zegt Van Djk. „We zorgen ervoor dat er van alles onder de 5 euro te koop is.” Naast het winkeltje is een ruimte waar kinderfeestjes kunnen worden gehouden. Gratis. Taart moet je dan natuurljk zelf meenemen. Het houten bankje dat er staat is gemaakt van oude luiken. Bezoekers kunnen brood meenemen voor de paarden. „En we verkopen snoepjes. Mensen mogen de dieren altjd voeren.” Verder krjgen gasten een ilm van twintig minuten te zien over het ontstaan van De Paardenkamp en is er een speurtocht over het terrein uitgezet. De Paar-
denkamp bestaat van giften, legaten en begunstigers. Jaarljks worden er open dagen georganiseerd. De eerstvolgende is op 12 mei en is speciaal bedoeld voor mensen met een beperking. Op 27 oktober wordt de gewone open dag gehouden. Initiatiefnemer voor de stichting was in 1962 C. J. ’t Hart, destjds secretaris van de Dierenbescherming van de afdeling Soest. Terwjl hj op zoek was naar spullen voor honden en katten in het dierenasiel, kwam hj langs een abattoir voor slachtafval. Daar stond een oud, afgedankt paard, klaar voor de slacht. Dieren die hun hele leven hard gewerkt heb-
ben verdienen iets beters, vond ’t Hart, en hj besloot een paardenrusthuis op te richten. In april 1962 arriveerde het eerste paard bj De Paardenkamp: Corrie, een boerenwerkpaard. Meer werkpaarden volgden: dat van de schillenboer, melkboer of groenteboer. „Maar er waren ook politiepaarden, twee orgelpaarden en Pedro het circuspaardje.” Na de eerste Corrie kwamen er nog twee Corries, bljkt uit de eregalerj. De bejaarde paarden in de paddock intussen spelen hun bedaarde spelletjes. „Kjk”, zegt Huigen. „Daar daagt er één
je hobbelig, met bergjes en dalen.” Het gaat ook over blindengeleidepo ny’s, de paardenslager en over gek ke bekken die de dieren kunnen trek ken. (Kijk af en toe even op en let op wat voor gezicht een oud paard trekt dat een paar kiezen mist en waardoor er een pluk gras klemzit in zijn mond.) „Paarden kunnen niet lachen”, blijkt verder. „Je kunt wel aan hun lichaams taal zien of ze een goed humeur heb ben. Als ze uitgelaten, met wappe rende staart door de wei galopperen, hebben ze het naar de zin. (...) Som mige mensen zeggen dat hun shet lander humor heeft, of dat hun schim mel muzikaal is.” Als het boek uit is, kan een rond wandeling om het weiland van De Paardenkamp worden gemaakt.
de ander uit. Hj probeert een velletje vast te pakken, maar heeft geen tanden. Nu is het een spelletje wie het als eerste opgeeft. Ik bljf staan, loop jj maar weg, zoiets. Met veulens gaat het veel wilder. Deze paarden zjn na twee rondjes rennen al op.” Rond 12.00 uur mogen ze weer naar binnen, richting schoon stro en een schep mais. Benjamin, die blind is, zal als het hek opengaat linea recta naar zjn stal rennen. Hj weet de weg.
>>paardenkamp.nl
In het winkeltje zjn ansichtkaarten te koop, en pennen, potloden en andere kleine paardenspullen
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-44-BYL-BYL_0 45
PAGINA 45
9-5-2012 14:14:19
Stampen, rollen en gieren met een Soesterbergs vliegtuig tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
Op de A28 bij Soesterberg is het nu eens geen knalgele M, maar een heuse straaljager op een sokkel die de aandacht van passanten trekt. Tijd voor een vlucht in de geschiedenis van de militaire luchtvaart. Tien jongens met rode petjes op buitelen door een van de hallen van het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg. „Vet cool!” „Moet je hier eens kjken!” Even zien de ouders het aan. Dan grjpen ze in. Buiten is een minispeeltuin. Daar mogen de deelnemers aan het kinderfeestje zich straks weer uitleven, maar binnen moeten ze speuren. En dat is bepaald geen straf voor ze. Vol overgave buigen ze zich over hun speurtochtboekje met stickers. Zo’n speurtocht is niet zomaar afgelopen. Want de hallen zjn groot. En er valt
veel te bekjken. In de Snjdershal gaat de bezoeker honderd jaar terug in de tjd. In 1913 schaft de Luchtvaartafdeeling, onderdeel van de Koninklijke Landmacht, het eerste vliegtuig aan, de Farman. Deze aankoop is de start van een nieuw tijdperk. Een van de mooiste objecten uit de Snij-
dershal vindt Marieke Martens, persvoorlichter van het Militaire Luchtvaart Museum, de Spitfire uit de Tweede Wereldoorlog. Het in 1934 gebouwde toestel maakte onder andere escortevluchten. In de Tweede Wereldoorlog bestreden piloten de vliegende bommen, zogeheten V1’s, met Spitfires. Sinds 1968 prijkt het
vliegtuig in het Militaire Luchtvaart Museum. Pal ernaast staat –hoe ironisch– een V1 opgesteld. In oude uniformen gehulde poppen, foto’s en ilmmateriaal tonen de razendsnelle ontwikkelingen in de militaire luchtvaart. Neem nu het jachtvliegtuig. In enkele tientallen jaren ging het vliegtuig steeds hoger, sneller, verder, maar ook veiliger vliegen. Moet de bezoeker het in de Snjdershal nog doen met ilmpjes van moderne jachtvliegtuigen, in de aangrenzende Vreeburghal staat het toestel dat de hoofdrol vervult in menige jongensdroom. Slechts een doorzichtige kap scheidt de bezoeker van de stoel van de F-16-piloot. Sinds juni 1999 staat de straaljager werkeloos in Soesterberg. De Vreeburghal biedt nog veel meer moois: helikopters en lestoestellen van de Koninkljke Luchtmacht en de Marineluchtvaartdienst. Persvoorlichter Martens wjst op een van de helikopters. „Deze KFOR-helikopter heeft tjdens de Kosovocrisis op de Balkan rondgevlogen. Het toestel kwam er in aanraking met een kabel van een hoogspanningsmast. Het kon
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-47-BYL-BYL_0 47
PAGINA 47
9-5-2012 14:13:25
Keiveel winkels én rustplekjes Hoe interessant het Militaire Luchtvaart Museum ook mag zijn, het is en blijft natuurlijk wel een mannenuitje. Maar niet getreurd, het stadscentrum van keistad Amersfoort ligt op tien autominuten afstand. En dat biedt voor elk wat wils. Natuurlijk zijn er winkels. Keiveel zelfs. De binnenstad zou er meer dan 500 tellen. Op binnenstadamersfoort.nl is een leuke shoproute te downloaden. Langs De Spellen Winckel –een eldorado voor de spelletjesliefhebber–, Baklava (Griekse en Turkse lekkernijen) of de duizenden kralen van Kraaloog. Een winkelstraat is nu niet direct een echt rustpunt. Een betere optie is de Onze-Lieve-Vrouwetoren. Alhoewel de bezoeker daarvoor wel eerst 98 meter de hoogte in moet klimmen.
een noodlanding maken, maar was wel zo beschadigd dat het niet meer te repareren viel. Sindsdien heeft het een plekje in het museum.” Niet alleen de revolutie van de toestellen door de jaren heen valt op. Ook binnen de cultuur van de luchtmacht veranderde veel. Uit een kleine expositie bj de ingang van de Vreeburghal bljkt dat zwangere luchtmachtmedewerkers veertig jaar geleden geruisloos van het toneel verdwenen. Pas vanaf 1972 was er in geval van zwangerschap eervol ontslag mogeljk. Zodra de dame in kwestie haar uniform niet meer paste, trok zj burgerkleding aan. Pas in 1997 verstrekte de luchtmacht ook positiekleding. De derde hal op het museumterrein is verreweg favoriet bj kinderen. In het in 2010 geopende Flying Centre kunnen ze een stoomcursus tot F-16-piloot volgen. Allerlei computerspelletjes (vlieg van Woensdrecht naar Leeuwarden, mjd de verboden gebieden en onweersbuien) leren kinderen de allereerste beginselen van het vliegen. Grappig is het onderdeel waarbj een parachutesprong wordt gesimuleerd. Het
Aan een tafel schuiven bij Pannekoekenhuis den Potsenmaeker aan de Groenmarkt voor een Athener pannenkoek –appel, walnoten en honing– of een shoarmapannenkoek komt al een stuk dichter bij het ultieme rustgevoel. Maar het echte uitrustplekje ligt net buiten het drukke binnenstadsgewoel. Op naar Plantsoen-Oost. Via de Kamperbinnenpoort –waardoor vroeger het vee van de stadsboerderijen naar de weilanden buiten de stad werd gebracht– is het maar een wipje naar Plantsoen-Oost, een groenstrook die evenwijdig aan de stadsring loopt. Even genieten van het groen. Of van waterpoort Monnikendam, die al in 1420 werd gebouwd. Of van het zitten op het gras.
Slechts een doorzichtige kap scheidt de bezoeker van de stoel van de F-16-piloot
kind moet met de buik op een soort kruk gaan liggen en daarna op een knop duwen. Vervolgens ziet het een ilmpje van een steeds dichterbj komende aarde. Ook leert het dat een vliegtuig op drie manieren van richting kan veranderen: door te rollen, te stampen en te gieren. Hans Visser hoort de enthousiaste geluiden van de kinderen glimlachend aan. Hj is een van de 75 vrjwilligers die regelmatig in het museum te vinden zjn. „Er gebeurt altjd wel wat grappigs. Vanmorgen nog. Ik moest een rondleiding verzorgen voor De Rakkertjes. Ik was er helemaal van uitgegaan dat dit een groep
basisschoolleerlingen was. Maar toen ik bj de receptie kwam bleek het een groep ouderen te zjn. Ik keek even heel verbaasd. Maar we hebben er smakeljk om gelachen.” Visser is meestal een halve dag per week in het museum te vinden. „Voordat ik met pensioen ging, werkte ik bj Shell als techneut. Toen al leek het me leuk om hier rondleidingen te verzorgen. Inmiddels doe ik het alweer twaalf jaar met plezier.” Gery den Braber uit Beesd blaast even uit in het museumcafé. „Ik heb vaker geprobeerd om een kinderfeestje te boe-
ken. Je betaalt dan wel 7 euro per persoon, maar dan kunnen ze een speciaal programma volgen. Helaas zjn er slechts twee plaatsen per woensdagmiddag. Dit keer is het gelukt. De jongens hebben genoten. Sowieso zjn we hier ook regelmatig voor een gratis bezoek te vinden.” Jaarljks trekt het museum 140.000 bezoekers. De directie hoopt in de toekomst op stjgende aantallen. In het najaar van 2014 gaan het Legermuseum uit Delft en het Militaire Luchtvaart Museum op in en nationaal militair museum. Of de entree gratis bljft? Dat bljft nog even de vraag.
UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-47-BYL-BYL_0 49
PAGINA 49
9-5-2012 14:13:35
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-51-BYL-BYL_0 51
De ijskraam Jan Rozeboom (65), standplaats Gortel tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld RD, Anton Dommerholt
9-5-2012 14:12:46
„Zeventien jaar geleden heb ik deze bus zelf gebouwd. Dat was een beste klus, maar het is een heel goede investering geweest. Hij voldoet nog steeds aan de strenge hygiëne-eisen. Het ijs wordt in de winkel in Vaassen gemaakt. In de bus verkoop ik 23 smaken. Vorige zomer vielen
de verkopen door de vele regen behoorlijk tegen. Het scheelde wel een procent of 20 met andere jaren. Als we een warme zomer hadden, gebeurde het wel een keer of zes dat al het ijs op was. Ik ben begonnen als jongen van veertien. Toen mijn vader overleed, moest er toch brood op de plank komen. Ik kwam met een bakfietsje uit Apeldoorn over de grindpaden naar deze plek. Ik
had altijd een setje banden bij me, want de wegen waren zo slecht dat ik bijna dagelijks banden moest plakken. In het begin vond ik mijn werk niet leuk. Later ben ik ook nog orgelbouwer geweest en deed ik de ijsverkoop erbij. Maar uiteindelijk ben ik toch fulltime ijs gaan maken en verkopen. Ik heb er nooit spijt van gekregen. We hebben veel gezien in al die jaren. Paarden die op hol sloegen,
auto’s die vanzelf gingen rijden. Nou ja, vanzelf... Dan hadden ouders de sleutels erin laten zitten en waren de kinderen achter het stuur gekropen. Op een keer zaten er daardoor drie auto’s in elkaar. In al die jaren heb ik veel verdriet en veel geluk voorbij zien komen. Het aangrijpendst was toch altijd weer als er klanten van je overlijden. Of als je merkte dat iemand een ziekte als Alzheimer
kreeg. Misschien dat je het je ook meer aantrekt omdat je zelf ouder bent. Zelf ben ik dit jaar niet meer in de ijskraam te vinden, want de zaak is overgenomen door een werknemer die al zestien jaar bij mij werkt. Ik heb het vijftig jaar gedaan. Maar het is mooi geweest. Gelukkig kan iedereen nog steeds een ijsje halen in Gortel, want de wagen staat er nog steeds.”
Bedwing met blote voeten modderplas en survivalbrug tekst Mariska Dijkstra-Wolters beeld RD, Anton Dommerholt
Verboden toegang voor moeders met smetvrees, ruim baan voor avontuurlijke boys die niet bang zijn voor een vlek. Op weg naar het Groningse Opende hadden de drie jongens in de auto grote lol om het woord blotevoetenpad. „Is dat een kikker zonder schoenen?” De uitleg had de pret niet bedorven. „Zonder schoenen? Maar dan worden onze voeten wel vies hoor?” Alsof ze dát erg vinden. De eerste 100 meter wanen ze zich aan zee. Ruige, met gras begroeide duinen, de jongens zien er een piratenkasteel in. Snel zoeken ze wapens om zich te verdedigen: stokken, stenen, rietstengels. Een van de bulten heeft een lank van zand. Daar is een aardige gljbaan van te maken! De ridders roetsjen rücksichtslos van hun kasteel. En belanden bjna in de poel –de slotgracht?– eronder.
Het water bljkt niet bedoeld om aanvallers tegen te houden, maar om terugkerende wandelaars te ontsmetten. Drie wezens die vanwege de lagen modder op hun gezicht onherkenbaar zjn, storten zich voorover in de poel om als drie blanke kinderen weer op te duiken. Een begeleider op de oever –de moeder?– schudt met een nauweljks verborgen glimlach het hoofd. Het voorval ljkt onze jongens niet te deren. Voor hun ouders ligt de zaak net even anders. Hadden we toch handdoeken moeten meenemen? Zjn de kleren die we aan hebben, wel oud genoeg? Tot nog toe ljkt het blotevoetenpad een nette, schone wandeling. Het zand onder de voeten is zacht en wit en droog. Eens even op een informatiebord kjken of dit zo bljft. Op het houten paneel staat geschreven: ”’t Blôde Fuottenpaad”. Is dit Gronings of Fries? Eronder staat het doel van de tocht: mensen de natuur laten beleven, niet vanbuiten, maar vanbinnen, aldus Staatsbosbeheer. „Een pad om te voelen, te ruiken, te horen en te zien. Een pad om te bungelen op een bank, te zweven tussen hemel en aarde, te mjmeren
met je benen in het water en te klimmen in de hoogste kruin.” Volgens Staatsbosbeheer moeten wandelaars nú de keuze maken of ze de schoenen in een tas meenemen of niet. Het is nameljk mogeljk om aan het eind van de tocht over een verharde weg terug te keren. Ook kun je bj de inish een drassig laarzenpad op. Schoenen én paraplu’s bljven in de auto. Want, zo staat er: „Ook weer is natuur.” En: „Vies weer bestaat niet.” De jongens hebben inmiddels een volgend informatiebord ontdekt. De titel, ”Je bent hier niet alleen”, spreekt aan. Er staan voetsporen op van dieren die je in dit gebied zou kunnen tegenkomen: ha-
zen, vossen en reeën. Ook een slak laat zjn ‘voetafdruk’ achter. Genoeg informatie, tjd om verder te wandelen. Maar hoe? Over stapstenen door een vennetje, dwars door het water van datzelfde vennetje of via een paadje eromheen? Onmiddelljk komen de verschillende karakters van de kinderen naar voren. De een plonst direct met zjn voeten in het water, de ander zet zjn voeten voorzichtig op de gladde keien, bang om ervan af te gljden. Toch duurt het niet lang of ook de terughoudendste van het stel staat tot zjn knieën in het water, de broek zo ver mogeljk opgestroopt. Veilig aan de overkant gekomen, bewapenen de boys zich weer met stokken en stenen. Je weet immers niet of zich in het donkere struikgewas in de verte piraten schuilhouden. De ouders hebben meer oog voor een interessant groen bordje aan de rechterkant van het pad: „Aan het einde van het blotevoetenpad, 300 meter rechtsaf: kofie- en theetuin. Zelfgebakken appeltaart, js en fris. We zjn de hele week geopend van 11 tot 18 uur.” Van de beloofde dieren ontbreekt intussen ieder spoor. Of je moet de paar ver-
PAGINA 52
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-52-BYL-BYL_0 52
9-5-2012 14:12:13
Zonder schoenen in een theetuin Bij de inish toont Staatbosbeheer drie mogelijkheden om terug te keren naar het startpunt: gewoon rechtsomkeert op dezelfde manier als je gekomen bent, met schoenen via een verharde weg of doorlopen naar het laarzenpad. Nog leuker is een eigen bedenksel: ongeschoeid doorlopen over een asfaltweg naar theetuin De Kleine Zanden aan het Peebos in Opende. De steentjes van het asfalt op het wegdek prikken wel een beetje, maar het vooruitzicht van een ijsje maakt dat de 500 meter naar de theetuin zonder al te veel gezeur wordt overbrugd. De tuin blijkt gewoon aan de weg te liggen en biedt uitzicht op enkele koeien aan de overkant. Het weer laat het toe dat we kiezen voor een
dwaalde schapen en paarden meerekenen. Opeens ziet een van de jongens een bjzondere afdruk in het zand. „Een vos of een ree”, merkt hj enthousiast op. Zjn vader ziet er meer de print van een sportschoen maat 44 in, maar hj wil zjn opgewonden kroost niet teleurstellen. Dus knikt hj maar eens aarzelend. Niet lang daarna leidt de weg het ”Brommelloantje” in. Helaas voor ons zjn de bramen nog niet rjp. Wel rjp is de tjd om te ontspannen. Op een speciaal voor dat doel verhoogde bank laten de boys hun benen bungelen. Zes zwarte voetzolen op een rj. Diezelfde voeten krjgen 50 meter verderop een tweede relaxbehandeling: ”’n aai veur de fuotten”. In gewoon Nederlands: een aai voor de voeten. Het bljkt een soort massage in de vorm van tientallen metalen bobbels op een bruggetje. Staatsbosbeheer heeft veel aandacht besteed aan uitrustmomenten. Wie niet genoeg heeft aan de bungelbank en de aai krjgt halverwege de route vier rubberen hangmatten voorgeschoteld. Hoe stoer de ridders ook zjn, een langdurige schommeling moet kunnen, vinden ze. Een van hen valt al snel van de mat. Dan bljkt zjn stoere inborst: hj vertrekt geen spier en werpt zich meteen weer op het schommelbed. Uitgerust kunnen de drie musketiers de strjd weer aan. Bj gebrek aan piraten moeten enkele vlinders hun aanvallen verduren. Gelukkig ladderen de beestjes te snel voor hun houten lansen. Dan doemt er een nieuwe hindernis op: een doolhof. Het pad vernauwt zich zo dat er maar één persoon tegeljk overheen kan
en slingert zich spiraalsgewjs door een knap aangeplante jungle. Wat ruist daar door het struikgewas? Luid gillend stormen de strjders naar voren, de nietsvermoedende wandelaar tegemoet. Na de hindernis verrjst een soort uitzichtstoren annex boomhut. Snel en lenig als apen klimmen de jongens naar boven, naar de houten omloop en verder, de boom in waartegen de hut is aangebouwd. Volgens hen is de kust veilig. Maar als ze op dat moment hadden geweten welke uitdaging hun te wachten stond, waren ze niet zo onbezorgd verder gerend...
In eerste instantie ljkt de tocht op de oude voet verder te gaan: zand, gras, een koe, bomen, riet. Maar dan zjn daar opeens de ”sooierdraoden”. De enige manier om de diepe, modderige plas voor onze neus over te steken. De survivaltouwen, want dat zjn het, overspannen de 10 meter tussen de ene oever en de andere. De stoerste ridder aarzelt niet lang. Hj pakt het bovenste touw met zjn handen vast, zet zjn voeten op het middelste koord en begint naar de overkant te schuifelen. In het midden wiegt de apenbrug vervaarljk heen en weer, maar de
van de picknicktafels in het grasveld voor het huis waar ook enkele grote houten spellen zijn neergezet. Terwijl de jongens het levensgrote vier op een rij uitproberen, drukken hun ouders op de bel van het houten bufet. De eigenaren Wout en Erica Visscher kijken er niet raar meer van op dat bezoekers zonder schoenen aan achter een van de picknicktafels schuiven. Sinds ze in 2005 een vrieskist met ijsjes in hun voortuin zetten, loopt het storm met wandelaars van een van de zogenoemde beleefwandelpaden in de omgeving. Inmiddels verkopen ze behalve ijs ook frisdrank en zelfgemaakte appeltaart. Onlangs bouwde Wout een heuse steenoven in de tuin, waardoor het mogelijk is pizza’s te maken en te bakken.
koene held vertrekt geen spier. Onverstoorbaar vervolgt hj zjn queeste. Na enkele minuten stapt hj triomfanteljk op de kant. Missie voltooid! Verkoeld en verkwikt keren we een halfuurtje later bj de inish –lees: het startpunt– terug. De jongens tonen nog één keer de onderkant van hun voeten. Echt schoner zjn ze niet geworden. Het oog valt op een waterpomp. „Defect. Zand in de pomp”, meldt de tekst. De poetsbeurt moet maar wachten tot thuis.
>>blotevoetenpad.nl
Drie wezens die vanwege de lagen modder op hun gezicht onherkenbaar zjn, storten zich in de poel om als drie blanke kinderen weer op te duiken UIT NEDERLAND
\REFDAG\PRODUCTIE\PAGINA\SPECIALS\1605-52-BYL-BYL_0 53
PAGINA 53
9-5-2012 14:11:59