7 SEPTEMBER 2016
» 33E JAARGANG » NUMMER 25
SGP’er Dijkgraaf
Sanne Fokker
„We blijven hameren op ethische thema’s.”
„Ik mag vertrouwen dat mijn zus het goed heeft.”
de hoeden van prinses Beatrix
Renswoude kasteel dankt
en
koepelkerk » WWW.TERDEGE.NL
aan
rijke baron 7 september 2016 . 33e jaargang nummer 25 . losse nummers € 3,95
8
*
*
terdege • 7 september 2016
Een
enerverend politiek
jaar
Dat het komende politieke jaar spannend en enerverend wordt, staat vast. Een onrustig wereldtoneel en ras naderende Kamerverkiezingen staan er garant voor. Maar hóé het precies gaat lopen, weet niemand. Twee dingen zullen in elk geval niet gebeuren. Eén ding misschien wel. tekst Marcel ten Broeke en Addy de Jong beeld Henk Bouwman, André Dorst en Henk Visscher
terdege • 7 september 2016
9
Zorgzame
Zeeuwse zussen De zussen Willy, Marina en Gerdien Koppert uit het Zeeuwse Oosterland kozen alle drie voor een baan in de zorg. „We zijn enthousiast gemaakt door de verhalen van moeder.� tekst J. Visscher beeld Anton Dommerholt
Aflevering 2
*
Willy Koppert
H
et zit in de genen. Die woorden klinken meer dan eens in de woonkamer in Oosterland. De zussen Koppert wonen bij elkaar in het dorp op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland. Marina Koppert (1978), sinds 2005 verpleegkundige op de somatische afdeling van het reformatorische verpleeghuis Salem in Ridderkerk: „Als kleuter maakte ik al een tekening met daarop een zuster die een spuit in haar hand had.” Gerdien Koppert (1981), sinds 2010 actief als verpleegkundige op de afdeling interne geneeskunde bij het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam: „Verpleegkunde is echt een mooi vak. Onze moeder heeft vroeger ook als verpleegster in het Ikazia Ziekenhuis gewerkt. Ik denk dat we enthousiast zijn geraakt door haar verhalen over haar werk.” Marina: „Het spreekt ons alle drie aan dat je in teamverband wat kunt betekenen voor mensen die zorg nodig hebben.” Willy Koppert (1980), sinds 2013 docente verpleegkunde aan het reformatorische Hoornbeeck College in Goes en voorheen onder meer werkzaam als verpleegkundige in de reformatorische gehandicaptenzorg in Bodegraven (Siloah): „Ik denk dat verantwoordelijk werk bij ons past. Moeder liet ons wel vrij in onze keus. Ik koos ook voor een beroep in de zorg, omdat ik wist dat daar voldoende werk te vinden was.”
Kippensoep
De belevenissen op het werk zijn geregeld onderwerp van gesprek in de woning van de zussen, die lid zijn van de gereformeerde gemeente van Oosterland. Gerdien: „Ik vertelde pas over een nogal dwingende patiënt in het ziekenhuis. De man had een psychiatrische voorgeschiedenis en vroeg om de haverklap om kippensoep. Maar als ik iedere keer naar hem zou luisteren, zou de zorg voor andere patiënten in het gedrang komen.” Marina: „Zo’n verhaal is voor mij heel herkenbaar. Ooit riep een vrouw voortdurend om warme melk. Ook een keer midden in de nacht. Ik dacht: Laat ik haar die warme melk maar brengen, want anders schreeuwt ze de hele gang wakker. Toen ik haar de melk gaf, zei ze: ‘Ik heb al tien jaar geen eten of drinken gehad.’ Waarop ik antwoordde: ‘Dan ziet u er nog goed uit.’ Het is best een dilemma: Hoe verdeel je je aandacht over je cliënten? Je moet ervoor oppassen dat mensen met de grootste mond
terdege • 7 september 2016
21
Interview
Deel 1 28
terdege • 7 september 2016
„In de lucht mag je genieten van de schepping” Ds. A.J. Schalkoort, hersteld hervormd emeritus predikant in Lunteren, heeft drie hobby’s: orgel spelen, tuinieren en paramotor vliegen. Hij houdt het meest van orgel spelen. „Maar het paramotor vliegen is het spannendst.” tekst Jan van ’t Hul beeld Tineke van der Eems
I
n de huiskamer van zijn vrijstaande, gehuurde woning in Lunteren staat een groot, door Louis Huivenaar gebouwd kabinetorgel. Het telt veertien stemmen, verdeeld over twee klavieren en pedaal. Daarop speelt ds. Schalkoort het liefst oude meesters, Buxtehude en Bach, maar ook wel Bolt, Asma en Jan Zwart. In een andere hoek van de kamer staat een vogelkooi met een grijze papegaai, de hobby van zijn vrouw. „Dat is háár vriend. Zij kan zo haar hand in zijn kooi steken. Als ik het doe, ben ik direct aan de beurt.” Achter het huis liggen de groententuin en de rozentuin, compleet met broeibak en tuinkas.
vorm van gemotoriseerd vliegen. Hij heeft zijn opleiding daarvoor gehad bij Jurg van der Vlies in Poortugaal. „Een voortreffelijke leermeester.” Paramotor vliegen is anders dan het bekendere paragliden, legt de predikant uit. „Paragliden is vliegen zonder motor, met gebruikmaking van hellingwind en thermiek. Dat kun je dus in de bergen doen. Maar omdat wij geen bergen hebben, heb je hier wel een motortje nodig.” Het Nederlandse klimaat is zodanig, dat er weinig dagen zijn waarop gevlogen kan worden. „Een beetje wind en geen thermiek is wat wij willen hebben. Een mooie zomeravond is het meest ideaal.”
Vrij gevoel Weinig vliegdagen
Al vanaf zijn jeugdjaren is ds. Schalkoort geboeid door alles wat vliegen kan. Sinds 2003 doet hij aan paramotor vliegen, de meest eenvoudige
Ds. Schalkoort vliegt meestal met enkele vrienden. Ergens in het buitengebied tussen Lunteren en Barneveld hebben ze van een boer toestemming gekregen om zijn weiland te
gebruiken om (na goedkeuring van gemeente en provincie) te starten. Het gaat, eenvoudig gezegd, zo in z’n werk: „Je doet de motor op je rug, grijpt de risers van het scherm en trekt je scherm omhoog. Dan ga je rennen en gas geven, net zolang totdat je loskomt van de grond. Als er genoeg wind is, ben je binnen twintig meter los.” Bij paramotor vliegen is het: starten, vliegen en wegwezen. „Op een mooie zomerse avond kunnen er zomaar tien vliegers in de lucht zitten. Je moet dan niet allemaal blijven rondhangen op dezelfde plek. Dat roept maar ergernis op bij mensen die dan net even lekker buiten zitten.” Vliegen geeft een ontzettend vrij gevoel, zegt ds. Schalkoort. „In de lucht mag je genieten van de schepping. Op twee- of driehonderd meter hoogte zie je nog steeds vogels en vlinders. Je kunt bij helder weer wel kijken van Almere tot Kleef en de
terdege • 7 september 2016
29
één klap volwassen
In
Ooit was Sanne Fokker-Reyngoudt (nu 24) een bleu, niet weerbaar meisje. Inmiddels is ze een krachtige vrouw, die weet wat ze wil en niet bang is om een confrontatie aan te gaan. Het overlijden van haar zus Mirjam, vier jaar geleden, vormde haar. „Ik ben in één klap volwassen geworden.” Ook de judolessen die ze volgde, maakten haar sterker. Nu helpt ze andere meiden weerbaar te zijn en leert ze aan leerlingen van haar school de les van haar zus: „Wat de Heere doet, is goed.” tekst Mariska Dijkstra-Wolters beeld André Dorst
36
terdege • 7 september 2016
“Men wist gelijk dat ik juf Sanne was” dsaddasjkh sajhdhjkdjhksadsajhk dskjakjdakljdajsl
terdege • 7 september 2016
37
52
terdege • 7 september 2016
Twee jaar intensief klussen Toen Gèrald (24) en Eline (22) voor de allereerste keer hun huidige woning binnenstapten, was het een „vies, donker en stinkend hol. We wisten niet wat we zagen.” Twee jaar later én heel veel uren hard werken verder is het huis onherkenbaar veranderd. tekst Gisette van Dalen-Heemskerk beeld Tineke van der Eems
terdege • <%D> 7 september <%M> <%Y> 2016
53
Het is een fabeltje dat elke hoed maar één keer wordt gedragen
58
terdege • 7 september 2016
koningshuis
Foto’s van Beatrix uit respectievelijk 1966 (pag. 58), 1975 en 1982.
Beatrix heeft ruim vierhonderd hoeden In het voorjaar van 2017 zal er op Paleis het Loo in Apeldoorn een tentoonstelling geopend worden over de hoeden van prinses Beatrix. De hoofddeksels vertellen stuk voor stuk iets over het veelbewogen leven van de prinses. tekst Josine Droogendijk beeld ANP
59
„De antwoorden heb ik niet altijd paraat” Ze is in haar familie de enige die naar de kerk gaat. Elea Kooiman (29) schaamt zich niet voor haar overstap. „Wel vind ik het, als mensen doorvragen, nog steeds moeilijk om precies uit te leggen wat het geloof inhoudt.” tekst Ad Ermstrang beeld Henk Visscher
Waar werkt u en waarom dit beroep?
Wie: Elea Kooiman Woonplaats: Vlist Leeftijd: 29 Gezin: gehuwd, 1 kind Kerk: Protestantse Kerk in Nederland
62
terdege • 7 september 2016
„Ooit wilde ik graag tandarts worden. Een tandarts adviseerde me de hboopleiding mondhygiëniste. Dat heb ik gedaan en ik heb er geen moment spijt van gehad. Na mijn studie heb ik de post-HBO-opleiding parodontologie afgerond. In 2013 ben ik een eigen praktijk gestart in HendrikIdo-Ambacht. Ik heb een assistente voor onder meer de telefoon en de administratie. Dat is heel prettig, want dan heb ik meer tijd voor de patiënten. Wat mij opvalt in reformatorische kringen is dat men op het gebied van mondhygiëne weinig initiatief neemt. Vaak wordt gewacht tot de tandarts je stuurt. Dat vind ik jammer.”
Weten uw klanten van uw achtergrond?
„De meeste cliënten komen uit de omgeving; Ambacht, Zwijndrecht en Ridderkerk. Een deel van hen heeft een reformatorische achtergrond. Een deel van de tijd liggen de mensen hier met hun mond open, dan kun je geen echte gesprekken voeren.
Ik probeer echter wel tijd over te houden voor een praatje en maak er dan geen geheim van dat ik naar de kerk ga.”
Leidt dat tot gesprekken?
„Soms wel. Zoals begin dit jaar, toen ons zoontje werd gedoopt. Dan hoor je van patiënten wat ze in het weekend doen en komt vanzelf de wedervraag hoe ik de zondag doorbreng. Ik heb wel eens meegemaakt dat iemand behoorlijk op de kerk zat af te geven. Dan ben ik niet bang om hem duidelijk te maken dat ik zelf ook naar een kerk ga.”
Hoe probeert u de christelijke beginselen over te brengen?
„Wat ik de meeste mensen niet vertel, is dat ik zelf helemaal niet uit een christelijk gezin afkomstig ben. Daar ontbreekt ook meestal de tijd voor. Ik ben de enige in mijn familie die een kerk bezoekt. Dat komt door mijn man, die ik al in 2002 leerde kennen en met wie ik in 2007 getrouwd ben. Hij kerkte in een hervormde bondsgemeente. Ik heb
Interview
“Ik merk dat ik soms een heel frisse kijk op de zaak heb”
Christen in de samenleving
veel gesproken met mijn vriend over kerk en geloof en doe dat nog. Ik ben gedoopt en heb belijdenis gedaan. Tegenover de patiënten ben ik niet evangeliserend bezig. Wel probeer ik in normen en waarden het christen-zijn uit te dragen. Door eerlijk te zijn en geen handelingen te verrichten waarvan ik denk dat ze niet echt nodig zijn. Uit second opinions waarmee ik te maken heb, weet ik dat het heel anders toe kan gaan. Maar je kunt ook bepaalde zaken uit coulance doen. Ik vind het belangrijk mensen goed te informeren, het vak goed uit te oefenen, om samen met de patiënt goede resultaten te behalen. Vaak als mensen een keer zijn geweest, zien ze het nut ervan in en krijgen we positieve reacties.”
Aan welke vorming heeft u het meest gehad?
„Vooral aan mijn verkeringstijd en de jaren daarna. Met mijn man zit ik al enkele jaren op een heel fijne en stabiele bijbelstudiegroep, die uit de belijdeniscatechisanten is voortgekomen. Ik ben ook boeken over het
geloof gaan lezen. Dat is wel nodig, ik heb een zekere uitleg echt nodig. Ik merk dat ik soms een heel frisse kijk op de zaak heb. En ik vraag me bij bepaalde onderwerpen af of ze te maken hebben met tradities of met het belijden van het geloof. Zo hadden we eens een discussie over zwemmen of naar het strand gaan op zondag. Ik was dat gewend. Hierin moet je samen een weg vinden. Belangrijk is wel dat je met elkaar in gesprek blijft. Dat is nodig, want we moeten wel één lijn trekken in de opvoeding.”
Moet er, bijvoorbeeld in de preek, meer aandacht zijn voor het christen-zijn in de praktijk? „Ook de preek werkt vormend, nog steeds. Wij hebben een duidelijke predikant, die ook achtergrondinformatie verstrekt en het niet moeilijker maakt dan het is. Hij maakt een vertaalslag naar het heden.”
Kunt u een voorbeeld geven van een bijzondere ontmoeting?
„Niet in die zin dat het direct met geloof te maken had. Hoewel... Ik heb hier eens een mevrouw huilend in de stoel gehad. Haar man terroriseerde haar en haar kinderen. Ze wilde van hem af, maar mocht op grond van de Bijbel niet scheiden. Een heftig verhaal. Later belde ze met de vraag of ik haar gegevens wilde wissen. Ze verbleef met haar kinderen in een moeder-kindopvanghuis. Ik mocht haar man niets zeggen over dit telefoongesprek. Ik heb met zulke mensen echt wel te doen. Het valt me op hoe open sommige mensen zijn over hun situatie en hoe graag ze soms hun verhaal kwijt willen. Dan laat ik hen hun verhaal doen en stel ik de behandeling desnoods uit tot een volgende keer.”
Wordt het moeilijker om voor uw christen-zijn uit te komen?
„Nee, ik heb er geen moeite mee om te vertellen wat ik geloof. Wel vind ik het nog steeds erg moeilijk als mensen doorvragen. Wat geloof je precies en waarom? Op dat gebied heb ik de antwoorden niet altijd paraat.”
terdege • 7 september 2016
63
Renswoude dopt graag zijn eigen boontjes
De gemeente is met 5000 inwoners een van de kleinste van Nederland. Maar een fusie met de nabijgelegen dorpen Scherpenzeel en Woudenberg is voor Renswoude ondenkbaar. „Dan komt de bevolking in opstand.” TEKst Neline Boogert-Floor Beeld ANTON DOMMERHOLT
Kasteel Renswoude. 68
terdege • 7 september 2016
De koepel van de koepelkerk.
Z
e hebben nog altijd hun eigen gemeentehuis, en dat willen ze graag zo houden in Renswoude. Een fusie met Scherpenzeel en Woudenberg was geen optie, stelt Jaap van Beesten, die zich na zijn pensionering op de geschiedenis van zijn dorp heeft gestort. Met een fakkeloptocht protesteerden de inwoners van Renswoude tegen de plannen voor gemeentelijke herindeling. “Het grootste bezwaar was dat de nieuwe gemeente in zijn geheel bij Gelderland zou gaan horen”, aldus Van Beesten. En dat was ondenkbaar voor het Utrechtse dorp – ooit groot geworden door inzet van een Statenlid uit Utrecht. Historisch besef, dat hebben ze wel daar in Renswoude. Vergaderingen van de historische vereniging trekken honderden bezoekers. Heel gek is dat ook niet voor een dorp met zo’n rijke geschiedenis. Of nou ja, met zo’n rijke baron die er een prachtig kasteel en een indrukwekkende koepelkerk neerzette.
bos van Rhenen
Eigenlijk betekent Renswoude niets meer dan het bos (woude) van Rhenen (Rens), vertelt Van Beesten, die thuis een meter boeken over zijn geliefde woonplaats in de kast heeft staan en een lesprogramma over de lokale geschiedenis ontwikkelde voor de basisscholen. „Vroeger was het hier één groot bosgebied. In de Middeleeuwen werd dat ontgonnen en werd de basis gelegd voor het huidige boerenbedrijf. Renswoude bestond toen uit een versterkt huis, de Borgh-
wal, en een aantal boerderijen.” In 1638 kocht het hoofd van de Utrechtse Staten, Johan van Reede, heel Renswoude op, met alle grond die erbij hoorde. Hij sloopte de Borghwal en bouwde op die plaats een kasteel. Dat werd bekend als de Heerlyckheid. Van Beesten heeft er jarenlang rondleidingen verzorgd. Hij vertelt hoe hij op een zekere dinsdagmorgen werd ontboden op het kasteel. „Dat was de enige keer dat ik door de grote groene deuren naar binnen ben gegaan. Toen ik binnenkwam, zei de baron: „U gaat de rondleiding door het kasteel van mij overnemen, want ik kan het niet meer vanwege mijn leeftijd.” Daarmee was het onderhoud min of meer voorbij. Ik heb later nog wel gevraagd of de baron me alle ins en outs van het kasteel wilde vertellen. Dat heeft hij heel uitgebreid gedaan.” In 2011 overleed de laatste heer van Renswoude. In het kasteel zijn nu appartementen. Het omliggende park is sinds 1951 toegankelijk voor publiek en is nu een prachtige plek om te wandelen. Van Beesten wijst op de drie lanen die evenwijdig aan elkaar van het kasteel naar de Koepelkerk lopen. „Op de middelste mocht alleen de kasteelheer lopen. De twee andere paden waren voor het overige kerkvolk.”
Plaats met
karakter Deel 5
Renswoude aantal inwoners: 5000 oppervlakte: 19 km² kerken: PKN hervormde gemeente (1500), PKN gereformeerde kerk Renswoude en Ederveen (200), Christelijke gereformeerde kerk (400) typisch renswoude: Liefde voor de lokale geschiedenis, bouwjaar op de gevel van historische huisjes, het kasteel landschap: Agrarisch
kerk als tegenwicht
Die Koepelkerk is een verhaal apart. „De heer van Scherpenzeel was van plan om een rooms-katholieke kerk te bouwen op zijn grondgebied”, vertelt Van Beesten. Als tegenwicht besloot
terdege • 7 september 2016
69