1. Kabaal in de klas ‘Zullen we wat uithalen?!’ Jens kijkt de klas rond. Het is een paar minuten voor halfnegen. Vincent, Niels, Marieke, Carlijn, en nog veel meer kinderen zitten al keurig op hun eigen plaats. ‘De meester is nog op de gang!’ roept Jens. ‘Snel, voordat hij komt!’ Hij stoot zijn tweelingzus aan. ‘Jolien, weet jij wat?’ Door de deuropening ziet Jolien meester Van Zessen staan. Samen met meester Bos. Ze bulderen van het lachen. Zou hun meester een leuke mop verteld hebben? Nou, dan kan het nog wel even duren. Ja, ze wil best iets uithalen, maar wat? ‘Nee, ik weet niks. Martijn misschien?’ Die loopt naar het bord voor in de klas. Hardop leest hij de bovenste woorden: ‘De Grote Vijf. Wat is dat nou weer?’ Hij pakt een stift en zet er een rood vraagteken achter. Midden op het bord schrijft hij: Meester van Zessen kan goed klessen Ineens duwt Daan hem opzij. ‘Nou ik!’ Met een groene stift schrijft Daan eronder: Maar het beste van alemaal Verteld hij een super mooi verhaal! ‘Yeah!’ roept Jolien. ‘Onze meester kan het beste vertellen van de hele school!’ Vincent en Marieke steken hun duim naar Daan omhoog. ‘Top!’ roept Niels. ‘Zullen we allemaal op een andere plek gaan zitten?’ stelt Jens voor. ‘De meester is nog steeds weg!’ ~ 11 ~
‘Nee!!’ Jolien wijst naar de deur. ‘Te laat! Daar komt ’ie!’ Oeps. Wat kan Jens nu nog uitspoken? Onder de bank? Yes! Net voordat de meester binnenkomt, rent hij naar de leeshoek. Hij laat zich op de grond vallen, tilt het kleed omhoog en kruipt onder de bank. Jolien kijkt achterom. O nee, hè. De neus van Jens’ schoen wipt precies onder het bankkleed uit. Ze fluistert tegen Job: ‘De schoen van Jens! Zie je dat?’ Meteen gaat Job achterstevoren zitten. Jolien geeft hem een por met haar elleboog. ‘Niet zo kijken! Daar is de meester!’ Als meester Van Zessen de klas binnenkomt, loopt hij met een glimlach naar het bord. ‘Wat hebben jullie nu weer op mijn bord geschreven? Beste van alemaal … Een super mooi verhaal … Leuk, hoor.’ Plotseling glijdt de glimlach van zijn gezicht. ‘Nee zeg … wat een spellingfouten! Ontzettend!’ Met een snelle zwaai van de borstel veegt hij alle zinnen uit. Hij wil juist op zijn kruk gaan zitten als Carlijn roept: ‘Meester, Jens is er nog niet!’ ‘Jens?’ De blik van de meester gaat meteen naar Jolien. ‘Waar is Jens? Is hij ziek?’ Joliens wangen worden warm. ‘Uh, nee meester.’ Met een ruk schuift de meester zijn kruk naar achteren. ‘Waar is je broer dan gebleven?’ Joliens wangen worden nog warmer. Hoe redt ze zich hieruit? ‘Hij was er net nog wel’, zegt Noor. ‘Hij heeft zich verstopt!’ roept Henk erbovenuit. ~ 12 ~
‘O ja, Henk? Dan weet jij misschien ook wáár?’ ‘Niet zeggen!’ roepen een paar kinderen. De meester speurt de gezichten af. Jobs blik gaat naar de leeshoek. ‘O nee, hè!’ kreunt Jolien. Als de meester dat maar niet gezien heeft … ‘Aha, een oranje schoen.’ Met grote stappen loopt de meester naar het leesbankje. ‘Nee mees, daar zit hij niet!’ roept Daan. De meester zwaait het kleed al omhoog. ‘Kom maar tevoorschijn, Van den Oever! Had je vandaag geen zin in school?’ Jens krabbelt overeind. ‘Best wel, mees, maar u was te laat.’ ‘Ja, het is uw schuld, mees!’ lacht Martijn. ‘Moet u maar niet zo lang kletsen!’ ‘Ja, ja, nu heb ik het zeker gedaan. Ga maar gauw naar je plaats, Jens. Dan doe ik dat ook. Voordat we de dag beginnen met zingen en bidden, heb ik twee dingen te vertellen. Een plan en een verrassing.’
~ 13 ~
Jolien zit meteen recht. Leuk! Wat zal de meester hebben? Ineens roept Martijn door de klas: ‘Wat betekent De Grote Vijf?’ ‘De grote vijf?’ Verstrooid kijkt de meester naar het bord. ‘O, die. Ze worden meestal “The Big Five” genoemd. Ons volgende hoofdstuk van biologie heet “Vijf dieren in Afrika”. Ik moet de namen er nog bij zetten. Oké Martijn, schrijf jij de eerste maar op het bord. Olifant.’ Met een blauwe stift schrijft Martijn: oliefa… Terwijl hij bezig is, vraagt Jolien ongeduldig: ‘Maar meester, wat is het plan dat u wil vertellen?’ Jens wipt op zijn stoel. ‘En wat is die verrassing?’
~ 14 ~