Skip to main content

sepensannefdf

Page 1

₁

A

Duivenpoep

an het Van Dalenplein staan hoge huizen. In elk huis is een bovenhuis en een benedenhuis. Sanne woont in een bovenhuis. Onder haar woont Sep. Vanmiddag speelt Sep bij Sanne. Sannes papa is naar zijn werk. En haar mama is even naar de bakker. Sep en Sanne staan op het balkon en kijken naar een vieze witte plek. ‘Bah, dat is duivenpoep’, zegt Sanne. Ze

8

draait zich om en tuurt naar de lucht. ‘Zie jij een duif, Sep?’ Sep kijkt ook naar de lucht. ‘Nee.’ ‘Hij durft niet te komen’, zegt Sanne. ‘Hij is bang voor ons.’ ‘Ja’, zegt Sep. ‘Wij zijn natuurlijk reuzen voor de duif.’ Sanne kijkt weer naar de vieze plek. Ze knijpt haar neus dicht. Weet je wat? Ze gaat de poepjes opruimen. Ze wil geen stinkbalkon. En mama en papa ook niet. Dat weet ze


heel zeker. Sanne loopt naar de keuken en vult een emmer met heel veel sop. Oef, de emmer is wel erg zwaar.

‘Sep’, zegt Sanne met een benauwd stemmetje. ‘Je moet me helpen.’ Vlug loopt Sep naar Sanne. Hij grijpt

9


het hengsel ook beet. De emmer wiebelt tussen hen in. Het sop klotst over de rand. ‘Omkiepen, Sep!’ roept Sanne als ze naast de poepjeskwak staan. Plens! Het sop stroomt het balkon over. Over de poepjes. Onder de tuinstoelen en de tafel door. Maar ook over de schoenen van Sep en Sanne … Sanne springt op en neer. Witte schuimvlokken vliegen alle kanten op. ‘Sep, het sneeuwt!’ Sep lacht. Hij vangt een schuimvlok en plakt die aan Sannes wang. ‘Bleh!’ roept Sanne. Ze veegt de klodder vlug weg. Sep trekt het klittenband van zijn schoenen los. Bah, zijn natte sokken plakken aan zijn voeten. Sep trekt zijn schoenen en sokken uit. Plets, plats. Hij stapt weer in het sop. Met blote voeten is het leuk. Het is net of hij aan het pootjebaden is.

10

‘Hé’, zegt Sanne. ‘Ik wil ook blote voeten.’ Vlug trekt ze haar sandalen uit. Sep kijkt naar het sop. Er klopt iets niet. Als hij onder de douche staat, stroomt het water altijd weg door het putje. Maar nu gebeurt dat niet. ‘Ik begrijp het niet’, zegt Sep. ‘Wat bedoel je?’ vraagt Sanne. Sep wijst naar het laagje sop dat nog steeds op het balkon ligt. ‘Waarom stroomt dat sop niet weg? Er zit toch altijd een gat in het balkon, met een regenpijp eronder?’ Sanne knikt heftig. ‘Ik weet zeker dat wij ook zo’n gat hebben. Daar, vlak bij het hek.’ Plets, plats. Met grote stappen plenst Sep erheen. Het is waar wat Sanne zegt. Tussen de spijlen van het hek door ziet hij de regenpijp onder het balkon. ‘Ik snap het al’, zegt hij. ‘Het gat zit verstopt.’


Sanne pakt de emmer. ‘Dan ga ik het openmaken.’ Ze banjert door het sop naar Sep. ‘Daar.’ Hij wijst naar een hoop aan elkaar gekleefde blaadjes. ‘Wat is dat voor smerigs?’ Sanne morrelt met de afwasborstel in de zwarte rommel. ‘Blèh, wat stinkt dat’, zegt ze. Hup. Ze schept wat van de troep in de emmer. ‘Het zijn boomblaadjes’, zegt Sep. Sanne kijkt. Sep heeft gelijk. Het zijn echt blaadjes. En ze zijn zó oud dat ze bruin zijn geworden. Ze tilt er met de afwasborstel een paar op. Sanne schept en schept. Dan komt er een gat tevoorschijn. Meteen gaat de regenpijp het sop opslurpen. Sep helpt ook mee. Hij schuift met zijn voeten sop naar het gat. In een paar tellen is het water weer weg. Er zijn alleen

nog een paar schuimvlokken te zien. Sanne ploft op een stoel. ‘Hè, ik ben er moe van.’ Sep loopt naar de plek van de vogelpoepjes. Weg zijn ze. Gelukkig! ‘Roekoekoe …’ klinkt het opeens. Sep kijkt omhoog. Wie maakt dat geluid? ‘Sanne, moet je kijken!’ Sep wijst naar het opgerolde zonnescherm boven het raam. Er steken een paar takjes uit. En er dwarrelt een veertje naar beneden. Sannes mond valt open van verbazing. ‘Een nestje! De duif heeft een nestje gemaakt.’ Ze klapt in haar handen. ‘Hoera, we hebben een vogelnestje op ons balkon!’ juicht ze. ‘Dan komen er jonge vogeltjes! Nou, lieve mamaduif, zorg jij maar goed voor je kindjes. Ik ruim élke dag je poepjes op. Dat beloof ik!’

11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook