Skip to main content

rosasdiarybbbf

Page 1

1. Onmisbaar Het landschap vliegt voorbij. In het echt, maar ook weer niet. Bomen, huizen, auto’s, treinen … Ik moet opeens lachen. In plaats van gewoon uit het raam te kijken, kijk ik alleen maar op het schermpje van mijn mobiel. ‘Waarom moet je lachen?’ vraagt Maartje terwijl ze een beetje vooroverbuigt om uit het raam te kunnen kijken. ‘Is er wat bijzonders te zien?’ ‘Nee hoor. Ik lach om mezelf. Als ik alles blijf filmen wat ik zie, zie ik in het echt niets. Dan kijk ik alleen nog maar op mijn mobiel. Dat is toch niet normaal?’ Ik druk mijn mobiel uit. ‘Dames en heren’, klinkt het hard door de trein. ‘Over enkele minuten arriveren we op station Rotterdam Centraal. Hier kunt u overstappen op de Thalys naar Parijs.’ Ik prop mijn mobiel in het voorvakje van mijn rugzak. Die is gloednieuw met mooie bloemen erop geprint. Aan de buiten-

9


kant van de rugzak zit een klein voorvak, daarin stop ik dus telkens mijn telefoon. In de rugzak zelf zit een groot vak en nog een klein vakje met een rits ervoor. Dat is handig, want achter al die ritsen kan ik mijn belangrijke spullen veilig opbergen. ‘Zullen we onze koffers vast pakken? Ik heb zin om in de Thalys te stappen!’ Maartje trekt haar rode koffer uit het bagagerek naar beneden. ‘Kun je die van jou nu ook pakken?’ Ik knik. Terwijl ik mijn rugzak over mijn schouders hang, trek ik mijn koffer naar voren. Beng! De koffer klapt in het gangpad neer. Precies op mijn tenen. ‘Au.’ Ik giechel zenuwachtig. Wat ben ik toch een oen. ‘Gaat het?’ Maartje kijkt snel de treincoupé rond. ‘Ja hoor’, mompel ik. ‘Het gaat prima. Al moet ik hinkelend naar Parijs, we gaan.’ Even later sta ik samen met Maartje op het station in Rotterdam. We hebben bijna

10


een uur om over te stappen. Tijd genoeg dus om eerst nog even een paar foto’s te maken. ‘Help eens, Maartje.’ Ik draai mijn rug naar haar toe. ‘Wil je mijn mobiel weer uit het voorvakje pakken?’ Maartje lacht. ‘Volgens mij heb jij zonder dat ding geen vakantie.’ Ze duwt de mobiel in mijn hand. ‘Waar heb je hem nou weer voor nodig? Ik wil naar de camping van Manoir Appletree!’ ‘Ik ook. Maar ik wil niks missen van deze reis.’ Meteen druk ik op het plaatje van de camera op mijn mobiel. Video aan. ‘Vandaag is het 11 juli’, vertel ik mijn mobiel. ‘Samen met Maartje reis ik met de trein en de Thalys naar Frankrijk. We gaan kamperen op landgoed Appletree. Ik ben verschrikkelijk benieuwd hoe het er daar nu uitziet.’ Ik houd het scherm voor Maartje. ‘Dit is Maartje. Ze heeft een rode koffer bij zich op wielen en natuurlijk een schoudertas. En dit is mijn koffer.’ Ik zoom in met de camera op de koffer die op de grond staat. ‘Vanaf nu zal ik alles filmen wat we mee-

11


maken tijdens onze leuke reis. We staan hier op Rotterdam Centraal.’ Ik film het blauwe bord en duw Maartje snel op de bank die er onder staat. ‘Ik wil er niet op!’ roept Maartje terwijl ze haar handen voor het gezicht houdt. ‘Dan kun je ook niet mee op vakantie’, plaag ik haar. ‘En nu gaan we op zoek naar de Thalys.’ Ik druk de camera uit. ‘Weet jij nog welk perron we moeten hebben?’ vraagt Maartje. Ze trekt aan mijn arm. ‘Kom op nou, straks missen we de Thalys.’ Ik loop snel met Maartje mee. Natuurlijk missen we de Thalys niet. Ik ken het reisschema helemaal uit mijn hoofd. Het staat trouwens ook in mijn mobiel. Want die heb ik nu dus ook, net als mijn broer Stef. Een spiksplinternieuwe. ‘Om kwart over tien vertrekt de Thalys vanaf spoor 3’, zeg ik tegen Maartje. ‘En als het goed is, zijn we dan om precies vijf voor een in hartje Parijs.’

12


Ik maak een sprong van plezier. De gebloemde rugzak op mijn rug gaat op en neer. Wat heb ik lang naar deze reis uitgekeken. Sinds de kerstvakantie al, toen mevrouw Appletree haar zestigste verjaardag vierde op Manoir Appletree. Ik ben er toen samen met Maartje en mama een nachtje geweest en het was geweldig. Hoe zou het landhuis er nu uitzien? Het was toen ontzettend vervallen, maar het is ondertussen natuurlijk flink verbouwd. Volgens mevrouw Appletree is er in het oude landhuis een knus restaurantje, waar ze heerlijke lunchgerechten maken. En verder zijn er in het landhuis verschillende appartementen gebouwd. ‘Die kant op, dus. Daar is spoor 3.’ Maartje trekt me aan mijn arm mee naar de roltrap. Maar bovenaan kijkt ze rond. ‘Moeten we nu naar links of naar rechts? Zullen we voor de zekerheid even op het grote bord kijken?’ Dat is echt Maartje. Eerst denken, dan pas doen. Ik knik. ‘Ga jij maar voor’, zeg ik dromerig tegen haar. Ik zit met mijn gedachten alweer in Frankrijk. Rond het landhuis zou weer

13


een oude fruitboomgaard komen. Die is nu natuurlijk al aangelegd. Want het fruit van de bomen is nodig om allerlei lekkernijen te maken voor het restaurant. Appeltaarten en appelcupcakes en zo. Ik droom lekker verder. Onder die fruitbomen staan tenten. Compleet ingericht natuurlijk. Want dat is de afspraak. Maartje en ik gaan een hele week kamperen op het landgoed. Hoe zou het er allemaal uitzien? Ik zie in gedachten al een prachtige groene tent onder een grote appelboom staan. ‘Kom je nou nog?’ Ik schrik en kijk opzij. Waar is Maartje? Ze staat een heel stuk verderop te wenken. Heb ik dan zo lopen dromen over die tent? Snel trek ik mijn koffertje op wielen mee in de richting van Maartje. Maartje staat voor een groot bord. Terwijl ze de vertrektijden van alle treinen bekijkt, laat ik mijn rugzak van mijn rug glijden. Ik pak mijn mobiel.

14


‘Maartje!’ roep ik terwijl ik meteen ga filmen. ‘Spoor 3, en we moeten naar rechts’, roept Maartje terug. ‘Onze trein stopt bij 3b. Geen vertraging gelukkig! Er staat in ieder geval niets bijzonders op het bord.’ Nu houd ik de mobiel zo dat ik mijn eigen gezicht kan zien. ‘Hier staan we dus op Rotterdam Centraal. Maartje heeft net gezien dat de Thalys inderdaad volgens schema vanaf spoor 3 zal vertrekken. Terwijl Maartje en ik met de Thalys naar Parijs reizen, zullen mijn ouders en Stef met de auto naar Parijs komen. Vanaf Parijs reizen we samen verder naar het landhuis van Beatrice, de zus van mevrouw Appletree.’ ‘Ja, en daar gaan Rosa en ik kamperen!’ gilt Maartje in de mobiel. ‘We zijn nu uitgenodigd door Beatrice, die er woont. De ouders van Rosa hebben een huisje in de buurt gehuurd. Het wordt vast een waanzinnige vakantie.’ We krijgen allebei de slappe lach van ons gegil. ‘Wat moeten de mensen hier wel niet van denken?’ zegt Maartje. ‘Het is een raar gezicht hoor. Weet je zeker dat je alles gaat filmen?’ Ik knik. ‘Wacht maar tot Stef alle vakantiebeelden ach-

15


ter elkaar heeft gezet. Dan kunnen we deze reis telkens opnieuw bekijken en beleven.’ Ineens schrik ik. Waar is mijn rugzak nou? Die had ik toch op de grond gezet? ‘Hier zijn je spullen, hoor!’ zegt Maartje terwijl ze naar mijn koffer en rugzak wijst. ‘Ik heb ze even veilig naast me gezet.’ Pfff, gelukkig. Ik kijk Maartje dankbaar aan. Ik pak snel mijn spullen. Ik lette even helemaal niet goed op. Terwijl het hier zo’n groot en druk station is. En mama heeft me wel duizend keer laten beloven dat ik niks zou vergeten. Ik stop mijn mobiel terug in het voorvakje en hijs de rugzak weer op mijn rug. Deze rugzak is onmisbaar voor mij en dat is logisch. Want al mijn belangrijke spullen zitten erin. Thuis heb ik mijn rugzak al zo vaak in- en weer uitgepakt, dat ik precies weet wat waar zit. In het voorvak dus mijn mobiel. In het grote vak zit weer een klein vakje met een rits ervoor. En daarin zitten mijn identiteitskaart en de porte-

16


monnee met een briefje van 50 euro. En de treinkaartjes. In het grote vak heb ik ook belangrijke spullen gedaan. Een opschrijfboekje (ook nieuw!) met een gouden randje om iedere bladzijde. Hoewel ik van plan ben om een videodagboek te maken, kan ik natuurlijk niet zonder een papieren opschrijfboekje. En een vulpen. Er zit ook een roze bidon in met water en een woordenboekje. Want stel je voor dat ik een mooi Frans woord hoor of zie, zonder te weten wat het betekent. Dan kan ik het tenminste meteen opzoeken. Verder zit er nog een klein toilettasje in de rugzak en een zelfgemaakt cadeautje voor mevrouw Appletree. Zonder mijn rugzak ben ik niks. Echt helemaal niets. ‘Kom, nu gaan we echt naar spoor 3b.’ De koffers op wielen maken een vrolijk ratelend geluid terwijl we ze achter ons aan trekken.

17


Als ik om me heen kijk, zie ik allerlei soorten mensen. Vrouwen op hoge hakken rennen zo hard ze kunnen naar het goede perron. Een paar moeders trekken hun kleine kinderen aan de hand mee. Een jonge man houdt een blad voor onze neus. ‘Straatnieuws?’ Het liefst wil ik de andere kant op kijken. Maar dat mag nooit, hoor ik mijn moeder in gedachten zeggen. Je kunt iemand in elk geval vriendelijk aankijken en een goede dag wensen. Ze verwachten heus niet van iedereen dat ze een krant kopen. ‘Nee, dank u’, hoor ik mezelf zeggen. ‘Fijne dag, hoor.’ ‘Zou die man echt geen dak boven zijn hoofd hebben?’ vraag ik Maartje als we even later samen op een bankje op de Thalys wachten. ‘Geen idee. Waarschijnlijk niet. Volgens mij mag je anders helemaal geen straatnieuws verkopen. Dat is echt bedoeld voor arme mensen zonder huis.’

18


Gelukkig is het nu zomer, denk ik bij mezelf. Maar wat zou zo iemand in de winter doen? Ik neem me voor om bij de eerstvolgende straatverkoper toch maar een krant te kopen. ‘Wil je een dropje?’ vraagt Maartje. Ze houdt een puntzak voor. Ik grabbel in de zak. ‘Lekker, dank je.’ Ondertussen komen er steeds meer mensen het perron oplopen. Sommige mensen hebben een grote rugzak op de rug. Anderen dragen een nette zakelijke tas. Ik zie niemand met het straatnieuws lopen. Hoeveel kranten zou die man eigenlijk op een dag verkopen? Ik zucht en haal een keer diep adem. Ik ben benieuwd hoeveel daklozen we in Parijs zullen zien. Volgens mijn broer Stef zitten er op het station in Parijs heel veel zwervers en bedelaars. Papa en mama hebben ons goed duidelijk gemaakt dat we ze vriendelijk kunnen groeten, maar dat we geen geld mogen geven. Ze hebben ook uitgelegd waarom. Er zijn helaas te veel mensen die van het geld alcohol kopen of drugs. Volgens Stef ruik je deze mensen eerder dan dat je ze ziet. Omdat ze geen huis hebben, wassen ze zich natuurlijk nooit, maar Stef zegt dat je van drugs en alcohol gaat

19


stinken. Ik weet niet of het waar is, want als mama erbij is, zegt hij zulke dingen niet. ‘Mag ik nog een paar dropjes?’ Maartje houdt me de zak weer voor. Ik pak een paar dropjes. Maartje stopt de zak terug in haar tas. ‘De Thalys zal zo wel komen. Nog vijf minuten.’ ‘Ja, kijk, daar is hij al.’ In de verte zie ik de wit met rode trein aankomen. Maartje springt overeind en ik ga ook staan. We trekken de koffers naar ons toe. Ik hang de rugzak veilig op mijn rug. ‘Moet je dit moment niet vastleggen met je mobiel?’ vraagt Maartje lachend. ‘Ik wil hem wel even uit het voorvakje halen, hoor.’ ‘Nee, als we in de Thalys zitten, zal ik je interviewen. Kom op!’ In de trein hebben we een fijn plekje bij het raam. De koffers liggen boven ons in het bagagerek. De rugzak staat nu veilig tussen mijn benen in op de grond. ‘Ik zal mijn moeder een berichtje sturen’, zeg ik tegen Maartje. Ik pak mijn mobiel en typ snel een paar zinnetjes. ‘Ziezo, nu weet ze dat we in de trein zitten.’ Een poosje later zet de Thalys zich in beweging. Al snel ligt Rotterdam achter ons.

20


Ik houd de mobiel stevig in mijn handen. Meteen klaar voor gebruik. ‘Ik dacht dat deze trein heel hard zou gaan. Vind je ook dat het wel meevalt?’ Maartje kijkt mij vragend aan. ‘Ja’, zeg ik. ‘In Nederland mag de Thalys maar 160 kilometer per uur. Anders zou de trein uit de bocht kunnen vliegen. Maar als we voorbij Brussel zijn, kan de trein flink vaart maken. Volgens Stef wel bijna 300 kilometer per uur. Daarom zijn we zo snel in Parijs.’ Ik kijk Maartje trots aan. Heb ik dat even goed onthouden? Al deze wijsheid heb ik natuurlijk van mijn broer. Stef reist met mijn ouders in de auto mee naar het landgoed van mevrouw Appletree. Hij wilde per se zijn gitaar meenemen. Daar had hij misschien later spijt van, want om die reden moet hij nu met de auto mee en mogen Maartje en ik met de trein reizen. Want Maartje, Stef en ik, samen met een gitaar op de achterbank, dat past natuurlijk niet. Ik vind het geweldig dat het zo gelopen is. Het is veel leuker om samen met Maartje met de trein te reizen, dan met z’n drieën opgepropt op de achterbank van de auto te zitten.

21


Maar nu moet ik even iets filmen. Ik druk op de camera. ‘We zijn nu echt vertrokken.’ Eerst film ik Maartje die met haar neus tegen de ruit naar buiten zit te kijken. Daarna houd ik de mobiel voor het raam om het landschap te filmen. ‘Als het goed is, zijn we over een paar uur in Frankrijk.’ Ik zet mijn mobiel weer uit en laat me lekker onderuitzakken, naast Maartje. Ik staar uit het raam. Het landschap vliegt nu in het echt aan me voorbij. En door mijn hoofd vliegen een paar Franse zinnetjes. Nous allons en France! Vive les vacances.

22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
rosasdiarybbbf by Erdee Media Groep - Issuu