1. ‘Een armzalig volk dat op terpen woont’ – Hoe het eiland ontstond, wie er leefden en wat zij geloofden –
1. ‘Een door de natuur omstreden domein’ Het grootste deel van de Nederlandse kust bestaat uit zand. Behalve het eiland Texel. Dat heeft een kern van keileem. Dat keileem blijft onwrikbaar op dezelfde plek. Om deze kern verplaatste zich het zand echter in steeds andere vormen. Hoe gebeurde dat? Een strandwal is een door de branding opgeworpen zandbank.
Die bank ligt boven het zeeniveau. Zo’n strandwal is langgerekt en vaak enkele meters hoog. Zij ligt evenwijdig aan de kust, of vormt zelf een soort kustlijn. Rond 1000 voor Christus moeten in het noorden van het latere Nederland strandwallen zijn ontstaan. Die strandwallen vormden niet een aaneengesloten, lang geheel. Ze waren onderbroken door getijgeulen. Die kwamen uit in een achter de wallen liggend veen-, schorren- en kweldergebied: het wad. Eb en vloed zorgden er telkens voor
Schorren en kweldergebied anno 2018. 11
De naam Texel (1) In de vroege middeleeuwen – in elk geval rond het jaar 860 – bestond er in Frisia – het noordelijke gebied van het latere Nederland – een gouw met de naam Texla. Een gouw was de naam van een streek waar bepaalde volksstammen woonden. De gouw Texla lag ten westen van het Vlie, het water dat Vlieland van Terschelling scheidt. Het Vlie moet in die tijd een bevaarbare geul zijn geweest die het Almere met de Noordzee verbond. De gouw werd in de achtste eeuw genoemd als Tyesle of Thesla.Vanuit het oude Germaans zou dat rechts, of zuidelijk betekenen.
De naam Texel (2) Sommigen menen dat de naam Texel afkomstig is van het vroeg-middeleeuwse woord Tyeslemore, het moeras aan de monding van de IJssel. Anderen zeggen: Nee, het woord Texel komt uit het Latijn en betekent ‘het land aan de rechterkant’. Dat duidt er dan op dat zeevarenden die van de Noordzee komen Texel aan de rechterkant zouden hebben. Terwijl Terschelling ‘het land aan de linkerkant’ zou betekenen. Als je in de Romeinse tijd vanuit het zuiden kwam varen en je sloeg rechtsaf de Vidros in, lag Texel rechts.
Getijgeul Het getij is de dagelijkse op- en neergaande waterstand van de zee. De beweging van hoog water naar laag water heet eb. Of afgaand tij. De beweging van laag water naar hoog water heet vloed. Of opkomend tij. Een geul – een soort riviertje dat door het wad, door kwelders of schorren loopt – voert het water bij opkomend tij naar een getijdengebied, het wad. En via die geul vloeit het water bij afgaand tij terug naar de zee.Vandaar de naam getijgeul. Waar de vloedstroom tussen de zeegaten van de verschillende eilanden naar de Waddenzee stroomt en waar die vloedstromen elkaar ontmoeten, spreekt men over wantij.
Wadden, schorren en kwelders Een wad is een modder- of zandplaat die ontstaat in een ondiepe zee. Hoe hoog ligt die plaat? Tussen het niveau in van de gangbare laag- en hoogwaterstand. Bij vloed staat de plaat dus onder water. Dan slaat doorgaans eerst het zand neer. Het zet zich af op de wadplaat. De modder komt terecht waar de minste stroming is, meestal op de grens van zee en land. Wadden kunnen door de aangroei boven het gebruikelijke vloedniveau komen te liggen. In dat geval spreken wij over kwelders of schorren. Dat gebied valt in te polderen door het aanleggen van dijken.
Een kaart van het door de natuur omstreden domein, zoals sommigen meenden dat het was in de tijd van keizer Augustus (63 voor Christus tot 14 na Christus).
dat het water dat gebied overstroomde. De grenzen van het schorren- en kweldergebied lagen niet vast. Zij schoven regelmatig op. Net als wat zich van lieverlee ging manifesteren als een soort eilanden. Eb en vloed werden niet gehinderd door dijken of duinen. Zeegaten verplaatsten zich en verzandden. Dan brak de strandwal verderop weer door.
12
Het keileemland bleef echter op zijn plaats. In de Romeinse tijd was de kust van Holland gesloten tot Texel. Het Marsdiep was slechts een riviertje in het grote moeras achter de kust. Ten noorden van het oude land was een groot zeegat. Dat moet wel zo’n dertig meter diep zijn geweest. Dat vormde een natuurlijke haven bij het plaatsje Wambas of Wambinghe. Dit zeegat bij Wambinghe, de Vidros, zou – in de
Post-Romeinse transgressie
Nader onderzoek sprak over het grote zeegat ten noorden van het keileemland van Texel. In de Romeinse tijd heette dat Vidros. Het is na ongeveer 1200 geheel verzand en overstoven. Niet alle aangegeven plaatsen bestonden rond het begin van de jaartelling.
Romeinse tijd – de tweede riviermonding zijn geweest vanaf de Oude Rijn. Aan de noordkant van dit zeegat lag een eiland van zand dat Ganc of Ganchala heette. Rond 1200 raakte het zeegat verzand aan de westkant. Er ontstond een strandvlakte. Geleidelijk werd dit strand bedijkt. Gezien de vele dijkdoorbraken in de Waalenburgerdijk duurde het lang voor het land hoog en veilig was. Heel lang, tot tegen 1600, viel De Waal per boot te bereiken. De Romeinse schrijver Plinius de oudere (gestorven in 79) vertelde in zijn aan keizer Titus opgedragen boek Naturalis Historia over de invloed van eb en vloed op wat tegenwoordig het waddengebied heet. Hij sprak over ‘een door de natuur omstreden domein’, waarvan onduidelijk is of het bij het vasteland behoort of deel uitmaakt van de zee.
Het opstuiven van de duinen begon waarschijnlijk pas na 1200. Maar ze werden in die tijd nog niet beplant met helm.
Van duinen en dijken was tweeduizend jaar geleden nog geen sprake. Het opstuiven van de duinen begon waarschijnlijk pas na 1200. Toch vormde zich achter de onderbroken strandwallen in de loop van vele jaren het gebied van de latere Waddeneilanden. Het oudste deel van het huidige Texel ligt tussen Den Hoorn, Den Burg, Hoge Berg, De Waal en Oosterend.
Wat betekent de uitdrukking post-Romeinse transgressie? Daarmee bedoelen geologen dat na (post) de Romeinse tijd het niveau van de zee hoger kwam te liggen dan voordien. Het woord ‘transgressie’ is verwant aan een Latijns werkwoord dat overtrekken, oversteken of ergens heen gaan betekent. Geologen geven met dat woord ‘transgressie’ eigenlijk aan dat de kustlijn landinwaarts verschoof. Daarbij won de zee dus terrein. Dat kan gebeuren door dalen van het land. Maar ook door het stijgen van de waterspiegel in de zee. Iemand schreef dat ooit ‘Texel veel groter was. Ten westen van de Koog was zoveel land, dat een boer maar drie wagens duinhooi per dag daar vandaan kon rijden, zo ver was het!’
De Waddenzee- en de Waddeneilanden bestonden bij het begin van onze jaartelling nog niet in hun huidige vorm. De strandwallen zouden ter hoogte van Texel een aantal kilometers verder naar het westen hebben gelegen. Sommige historiekenners spreken over tien, anderen noemen zelfs twintig kilometer. In de Romeinse tijd – globaal gesproken: de eerste paar eeuwen van onze jaartelling – zou de zeewaterstand lager zijn geweest dan nu. Dat scheelde misschien zelfs anderhalve meter.Vanaf de derde of de vierde 13
Plinius de Oudere
Hoge Berg De Hoge Berg geldt als het oudste deel en het hoogste punt van Texel. Er is sprake van een zogenoemde keileembult. Keileem is een grondsoort, die bestaat uit een mengsel van zand, leem, grind en keien. Soms vinden mensen zwerfstenen in het keileem. De Hoge Berg is vijftien meter hoog. Hij ligt zo ongeveer tussen Den Burg en Oudeschild.
Wieringen Tot in de middeleeuwen was Wieringen – net als het Texelse gebied – verbonden aan het vasteland. Ten gevolge van een aantal stormvloeden rond het jaar 1200 werd Wieringen een eiland. Het afsluiten van geulen en zeegaten en het aanleggen van dijken maakte daar een eind aan.Vanaf 1924 was Wieringen niet meer een echt eiland.
Toen zich eenmaal duinen hadden gevormd, bouwden mensen – eeuwen later – soms een hut achter die duinen.
eeuw steeg het niveau van het zeewater. Geologen noemen dat de post-Romeinse transgressie.Vanaf de zevende eeuw zou de zeespiegel weer enigszins zijn gedaald. Door de strandwallen en de daling van het water vormden rond het jaar 1000 grote stukken land – ook Vlieland – één geheel met het huidige eiland Texel. Het gebied dat later Texel zou heten, was tevens verbonden aan het vasteland. Er moet een tijd zijn geweest, dat iemand van de Texelse Hoge Berg naar het latere eiland Wieringen kon lopen. Te voet. Of rijden. Op een paard. Wie dat deed, was een paar uur onderweg. Er lag een flinke waterplas in het gebied waar later de golven door de Zuiderzee 14
rolden. Na de Romeinse tijd kreeg het toen bestaande Flevomeer de naam Almere. En dat wat nu de Waddenzee heet? Onderzoekers spreken over een uitgestrekt veengebied. Niet echt bewoonbaar. Maar soms toch wel begaanbaar. Geen zee, maar een kwelderlandschap. Dat domein lag tussen de huidige Waddeneilanden en de hoger gelegen gronden van de huidige provincie Friesland. De Waddenzee ontstond pas na 1100.
2. Zwemmen of varen Rond het begin van onze jaartelling bestonden de Waddenzee en de Zuiderzee nog niet. De rivier de IJssel loopt nu door
Gelderland en Overijssel. Zij loost nu bij Kampen haar water in het IJsselmeer. Maar tweeduizend jaar geleden moet de IJssel zo ongeveer bij het huidige Terschelling in de Noordzee zijn uitgemond. Hoe raakte Texel los van het vastere land? Vanaf ongeveer 1000 na Christus verbrokkelden de strandwallen in de kop van het latere Noord-Holland. Sommigen menen dat dit proces zich al een eeuw eerder in gang zette.Vanaf 1100 werd het gebied geteisterd door zware stormen. Bovendien
was er sprake van het inklinken van de veengebieden. Dus de bodem daalde. Aan de Hoornder heuvel – net als de Hoge Berg van keileem – ontsprong een beek. Daarvoor werd lang de naam Maresdeop ofwel Moerasdiep gebruikt. De beek mondde uit in het toenmalige Wieringermeer. De Allerheiligenvloed van 1 op 2 november 1170 moet ervoor gezorgd hebben dat het Marsdiep de Noordzee en het Almere met elkaar verbond. De Noordzee brak
Marskramer Er is een aardige, maar legendarische verklaring voor de naam Marsdiep. Gedurende enige tijd was dat stroompje slechts zo breed dat een als brug fungerende balk genoeg was om er over te komen. Toen er op een dag een marskramer voor het water stond, bleek de balk verdwenen. Wat deed hij? Hij zette zijn mars midden in de stroom. Zo kwam hij er over.Vandaar de naam Marsdiep.
Wieringermeer Wieringen is een oud eiland. Het wordt al in de achtste eeuw genoemd. In een register van de Friese goederen van de abdij van Fulda. Dit klooster was gesticht in 744 door een leerling van Bonifatius. Maar behalve het eiland Wieringen was er tot 1930 ook een Wieringermeer. Dat lag tussen de kop van Noord-Holland en het eiland Wieringen. Overigens heeft de naam Wieringen niets te maken met zeewier. Mogelijk is deze afgeleid van het oudfriese woord ‘wîr’. Dat betekent hoogte, ook van keileem.
De Allerheiligenvloed van november 1170 moet er voor gezorgd hebben dat het Marsdiep de Noordzee en het Almere met elkaar verbond. De kaart dateert van 1748. 15
Inklinken Inklinken is een proces waarbij de hoeveelheid, de omvang van grond vermindert. Dat gebeurt door verdroging. Bijvoorbeeld als het grondwater gaat ontbreken. Of bijvoorbeeld door het malen van molens. Een betrekkelijk hoog percentage van veengrond bestaat uit afgestorven planten. Daarom doet het verschijnsel van inklinken zich vooral voor in veengrond.Veen dat aan de buitenlucht blootstaat verbrandt bovendien langzaam. Er is sprake van een soort oxidatie. Dat doet het volume nog verder afnemen.
tussen het huidige Huisduinen en Texel door de strandwallen of duinenrij. Zo werd het Marsdiep een zeegat. Het Almere lag ongeveer op de plaats van het huidige IJsselmeer. Deze overstroming vormde een begin van het vergroten van wat nu het IJsselmeer heet.Van lieverlee begonnen op
De Muy en de Slufter
Creiler Woud verzwolgen De Allerheiligenvloed had onder meer tot gevolg dat het Creiler Woud tenietging. Waar lag dat? Het Kreilse Bos bevond zich vroeger ten noordoosten van Noord-Holland. Het liep van het Texelse grondgebied tot Enkhuizen en verder oostwaarts. Tijdens de Allerheiligenvloed van 1 op 2 november 1170 werd het Creiler Woud verzwolgen door wat later de (zoute) Zuiderzee zou heten.
deze manier de Zuiderzee en de Waddenzee te ontstaan. In de loop der jaren verlegde het Marsdiep zich een beetje naar het zuiden. Maar wie voortaan nog naar Wieringen wilde, moest zwemmen of varen. En tegelijk verdween het zeegat Vidros onder het stuivend zand.
De Muy
De Slufter in de eenentwintigste eeuw. 16
De Muy is genoemd naar het duinmeer dat ontstond toen in 1851 de zee op deze plek een gat sloeg door de buitenste duinenrij. In de Muy wisselen duingras-, heide en gras elkaar af. De Slufter is een door duinen omsloten strandvlakte, een inham aan de noordwestkant van het eiland Texel. Het is een kweldergebied van ongeveer 700 hectare. Dat staat in open verbinding met de Noordzee. De Slufter ontstond toen de zanddijk Texel-Eijerland van 1629 in 1858 op drie plaatsen doorbrak. Het woord ‘slufter’ zou zijn afgeleid van het Friese ‘slochter’. Dat is een stormgeul.
Hoe raakte Texel los van Vlieland? Aanvankelijk was Eierland door de strandwallenkust min of meer verbonden aan het Texelse gebied. Sommigen noemden Eierland een ‘hoge duinbult’ met wat aangegroeid land. De zware stormen die vanaf 1100 het gebied teisterden zullen gezorgd hebben voor een doorbraak van de strandwallen. Zo ontstond het Anegat: water tussen Eierland en Texel. Er zijn deskundigen die menen dat dit ongeveer lag, waar later De Slufter ontstond. Hoe werd Eierland een eiland? Nadat het Anegat ontstond, vormde het gebied nog altijd één geheel met Vlieland. Bij zware stormen in 1237 ontstond tussen Vlieland en Eierland een brede zeemonding: het Eierlandse Gat. Zo raakte Eierland los van Vlieland. In de loop van de zestiende eeuw verzandde het Anegat. Maar er gebeurde nog meer. Tussen Texel en Eierland groeide aan de zeekant een hoge strandvlakte. In 1630 legden harde werkers daar een zanddijk aan. Zo raakten die twee eilanden, Eierland en Texel, met elkaar verbonden. In 1835 nam
Nicolas Joseph De Cock (1800-1848) uit Antwerpen het initiatief om de kweldervlakten achter die zanddijk in te polderen.
3. Texel is Fries 3.1. Vroege bewoning Archeologen menen dat het grondgebied van het huidige Texel reeds enkele duizenden jaren voor Christus bewoond werd. Waar woonden die mensen? Zij zouden zich hebben gevestigd op keileemhoogten. Keileem is een grondsoort, die bestaat uit een mengsel van zand, leem, grind en keien. De Hoge Berg tussen Oudeschild en Den Burg is zo’n keileembult. Ook in de buurt van Den Hoorn is sprake van keileem. Onderzoekers vonden in Den Burg resten van nederzettingen en grafheuvels van ongeveer 1000 voor Christus. Veel mensen aanvaarden de hypotheses van evolutietheorieën. Zij hebben moeite met het als fundamentalistisch beschouwd geloof dat de almachtige God de wereld en het hele heelal in zes dagen schiep. Keileemopstuwingen passen goed in het beeld van evolutie. Die heuvels zouden zijn ontstaan tijdens de voorlaatste zogenoemde ijstijd. Deze zou ongeveer 130.000 jaar geleden zijn geëindigd. Die tijd heet het Saalien. Aan de randen van oprukkende, opschuivende ijsmassa’s zouden de stuwwallen zijn ontstaan. Deze liggen op de lijn Texel, Wieringen, Gaasterland, Steenwijk en Coevorden.
De Hoge Berg 17
IJstijd Creationisten houden vast aan de historiciteit van de Bijbelse geschiedenis van de schepping. Zij zijn ervan overtuigd dat het universum en de aarde, maar ook alle planten, dieren en de mens hun ontstaan te danken hebben aan bijzondere scheppingsdaden van God. De aarde bestaat geen miljoenen jaren. Er is wellicht een ijstijd geweest; als gevolg van de door de Bijbel gedocumenteerde zondvloed. Maar die tijd zou niet langer geduurd hebben dan 700 jaar. Job 38:29 en 30 zou een verwijzing kunnen zijn naar deze ijstijd. ‘Uit wiens buik komt het ijs voort, en wie baart den rijm des hemels? Als met een steen verbergen zich de wateren, en het vlakke des afgronds wordt omvat.’
De Waal is gebouwd op een zogenoemde keileemopstuwing.
Grafheuvel Een grafheuvel, heuvelgraf, of tumulus werd opgeworpen over het dode lichaam van een overledene. In een kuil, een boomkist, een urn, een steenkist of iets dergelijks. Nabestaanden maakten zo’n heuvel niet altijd van hetzelfde materiaal. Dat had te maken met de tijd en cultuur waarin die heuvel vorm kreeg. Als iemand belangrijk was geweest, kwam dat soms tot uitdrukking in het type heuvel. De maatschappelijke positie van de overledene was dan bepalend. Niet zelden gebruikten overlevenden een grafheuvel ook voor het begraven van resten van later overleden mensen.
Bataven De Bataven waren vermoedelijk een stam van West-Germaanse afkomst. Zij werden genoemd door Romeinse schrijvers als Julius Caesar, Tacitus en Suetonius. Tacitus vertelde dat de Bataven woonachtig waren rond de grote rivieren in de Laaglandse delta. Dus het rivierengebied. Caesar noemde de Bataven terloops in zijn commentaar op de Gallische oorlog. Zij zouden op een eiland wonen, waar de Maas en de Waal bij elkaar kwamen. Doorgaans situeert men het land van de Bataven in het huidige ZuidHolland. Soms ook wel in het Gelders rivierengebied. In de buurt van Nijmegen.
men, aan de kust van de Noordzee. Een verzamelnaam voor een aantal kleinere volkjes dus. Sturiërs onder andere. 3.3. Leefden er Romeinen op Texel?
Op Texel begroeven de nabestaanden de doden in grafheuvels. In Drenthe moeten de mensen hunebedden hebben gebruikt als graf.
3.2. Friezen De Friezen bewoonden de kuststreken van Zwin tot Wezer. De Romeinen maakten onderscheid tussen Frisia minor en Frisia major. De grens tussen beide loopt ongeveer ten zuiden van Texel. Texel behoorde bij major. Zij waren niet een volk, maar verdeeld in diverse stammen.
Volgens de geschiedschrijver Pieter van Cuyck (1720-1787) hadden waarschijnlijk ver weggezworven Romeinen een verblijf op Texel. Van Cuyck beargumenteerde dat als volgt: De kerk van Den Burg ligt op een heuvel, die oorspronkelijk omringd moet zijn geweest door een gracht. Op die heuvel heeft zeker de Romeinse burcht gestaan. Ze hebben hier immers Romeinse penningen gevonden. Aldus Van Cuyck. De historicus J.P. Arend deelde zijn mening. Van Cuyck was van mening dat vondsten dicht bij De Waal bewijzen dat de Romeinen hier een zetel hebben gehad. Op gevonden lepels stonden Romeinse letters en namen.
In het begin van onze jaartelling woonde een Friese stam, de Sturiërs, op de hogere plaatsen in het noordelijk gebied van het latere Nederland. De in het jaar 79 gestorven Romeinse schrijver Plinius schreef over ‘een armzalig volk dat op terpen woont’. Die mensen hadden de terpen op grond van ervaring met de hoogste stand van de vloed met de blote hand opgeworpen. Geschiedschrijvers menen dat het begrip Friezen vroeger een soort verzamelnaam is geweest. Het woord ‘Friezen’ stond voor een aantal kleinere etnische groepen, stam18
De woonstreek van de Friezen.
In de vroege middeleeuwen zou die burg de verblijfplaats of het machtscentrum zijn geweest van een Friese krijgsheer of koning. Woltering is ervan overtuigd dat Den Burg ontstond uit een door een wal en grachten omringde nederzetting die dateert uit de zevende en achtste eeuw.
In het terrein tussen de Parkstraat en het eeuwenoude kerkgebouw van Den Burg vonden archeologen vroeger overblijfselen van een nederzetting in Den Burg.
Ooit vonden mensen in het grondgebied van Den Burg Romeinse munten.
Ook J.J. Waverijn vond Romeinse munten. Hij gebruikte zijn metaaldetector. Dat gebeurde tussen 2000 en 2018. Het waren er meer dan tweehonderd. Deze vondst hoeft echter geen bewijs te vormen dat hier een Romeinse nederzetting is gevestigd geweest. Friezen in Romeinse dienst kunnen eenvoudig ook zulke munten hebben meegenomen. P.J.Woltering promoveerde in het jaar 2000 op de archeologie van Texel. Hij meent dat Den Burg zijn ontstaan dankt aan een burg. Dat is een versterkte plaats of een vesting.
De noordelijke kustlanden – daar hoorde ook het oude Frisia bij – waren geen onderdeel van het Romeinse Rijk. Er bestond wel contact. De Romeinen hieven belasting van de kustbewoners. Als mensen nalieten hun koeienhuiden of andere bijdragen op tijd te betalen, stuurden de Romeinen een troep soldaten naar de bevolking die achterstallig was in betalen. Om op die manier de belasting alsnog te bemachtigen. Waarschijnlijk hebben er wel Romeinen geleefd op Texel.
3.4. Het water steeg Allerlei verhalen zijn in omloop over het niveau van de waterspiegel. Sommige wetenschappers beweren dat pakweg 10.000 jaar geleden het niveau van de Noordzee meer dan honderd meter lager lag. Dat zou betekenen dat het grootste deel van die zee toen droog gestaan zou hebben. Staat dat vast? Geen ooggetuigen konden daar ooit verslag van geven. Wie de zes scheppingsdagen serieus neemt, hecht minder geloof aan dergelijke theorieën. Dat ligt een beetje anders met latere zeespiegelstijgingen. Zoals de zogeheten post-Romeinse transgressie.
19
Terp Een terp is een kunstmatige heuvel. Wie zich op zo’n heuvel bevindt, wordt niet gehinderd door hoog water. Een terp is een droge plek in een landschap waar water mensen bedreigt. Het woord ‘terp’ is gerelateerd aan het Friese ‘thorp’. Dat houdt weer verband met het woord ‘dorp’. In Groningen heet een terp een ‘wierde’. Noord-Hollanders gebruiken het woord ‘werd’. En in NoordDuitsland spreken de mensen over een ‘warft’, of een ‘wurt’.
Mensen uit Rome De oorsprong van het Romeinse Rijk ligt in de toenmalige stadstaat Rome, op het Italisch schiereiland.Vanaf de zesde eeuw voor Christus begonnen mensen uit Rome grote gebieden te veroveren. Uiteindelijk regeerde Rome zo ongeveer over alle landen rond de Middellandse Zee en grote delen van Noordwest-Europa. Voor wat betreft het huidige Nederland: de Rijn vormde zo ongeveer de noordgrens van het Romeinse Rijk.
Pieter van Cuyck
dat later Texel heette, moeten zich in de tussenliggende tijd echter teruggetrokken hebben op de Hoge Berg. Een paar eeuwen later zou de zeespiegel weer enigszins zijn gedaald.
Pieter Van Cuyck (1720-1787) is vooral bekend door zijn beschrijvingen van de eilanden Texel, Wieringen,Vlieland en Terschelling. Die verschenen pas na zijn dood in druk. In 1789.Van Cuyck was kunstschilder en geschiedschrijver. Zijn kwaliteit als schilder of tekenaar was niet bijzonder. Maar door de illustraties valt wel enig licht op hoe Texel er in de achttiende eeuw uitzag.
3.5. Franken versus Friezen
Een aantal bewoners van het gebied dat later Texel heette, moet zich enige tijd hebben teruggetrokken op de Hoge Berg. In die tijd stonden er nog geen gemakkelijke bankjes …
Wat wij benoemen als ‘de vroege middeleeuwen’ was de periode die loopt van de vijfde eeuw – dus na de val van het WestRomeinse Rijk – tot het einde van de tiende eeuw. In die periode was Den Burg vermoedelijk de residentie van een Friese krijgsheer of koning. Dus de plaats vanwaar hij zijn politiek gezag, zijn militaire macht of religieus leiderschap uitoefende. Van lieverlee zullen zich mogelijk mensen hebben gevestigd op het later als Texel aangeduide grondgebied die niet Fries waren.
In de vierde eeuw lieten de Romeinen het noordelijk gebied aan zijn lot over. In de tijd na hun vertrek moet het niveau van het zeewater zijn gerezen. Dat zou van grote invloed zijn geweest op de bewoning van het toenmalige Texelse gebied. Sommigen zeggen: dat maakte een einde aan die bewoning. Maar in de zesde eeuw werd bewoning op de hoger gelegen gedeeltes weer mogelijk. Een bewijs daarvoor zou zijn dat er een urnengrafveld werd gevonden in de buurt van Den Burg uit de periode van 600 tot 650 na Christus.
De geoloog P.J. Woltering stelde vast dat Den Burg een van de Friese machtscentra is geweest in het westelijk kustgebied. Mensen die in de grond groeven, vonden aardewerk. Daaruit leidden de deskundigen af dat de Friezen hun hegemonie moesten prijsgeven.Vanaf de tweede helft van de zevende eeuw werden de Friezen – dus ook de Texelaars – ingelijfd in het Frankische Rijk.Waarschijnlijk is de vesting, de burcht van Den Burg, toen door de Franken in bezit genomen. Er zullen vast voor die tijd ook al Franken op Texel hebben geleefd.
Anderen zeggen dat het niveau van de zee inderdaad steeg vanaf de vierde eeuw. En dat het bevolkingsaantal afnam vanaf de vijfde eeuw. Bewoners van het gebied
3.6. Vikingen
Niveau zeespiegel Vanaf het einde van de laatste ijstijd – degenen die daar geloof aan hechten zeggen: circa 20.000 jaar geleden – zou het water weer 120 tot 150 meter zijn gestegen.Vanaf het begin van onze jaartelling echter – dus 2000 jaar geleden – zou de stijging slechts gering zijn. Gemiddeld niet meer dan ongeveer twintig centimeter per eeuw. Theorieën zijn er genoeg. Bewijzen is niet altijd gemakkelijk.
20
Het Frankische Rijk bleek zich niet te kunnen verdedigen tegen buitenlandse
aanvallen. Dat bleek vooral na de dood van Karel de Grote. De Franken of Karolingen waren niet in staat om doeltreffend weerstand te bieden aan de Vikingen of Noormannen. Het gelukte de Vikingen vaste vestigingsplaatsen te stichten op Wieringen en op Walcheren. Sommige geschiedvorsers beweren dat de Vikingen nooit in Nederland geplunderd hebben. In Deventer en in Zutphen zijn sporen gevonden van handel die de Vikingen moeten hebben bedreven. Die dateren uit het eind van de negende eeuw. Toch staat wel vast dat in het jaar 810 een vloot van misschien wel tweehonderd Vikingschepen landde op de Friese kusten.
Noormannen maakten het niet alleen Texelaars lastig, maar ook Wieringers. In Den Oever bevindt zich een informatiecentrum over de Noormannen. Daarin bevinden zich replica’s van helmen.Vaak beelden mensen de helm van een Viking af met horens.Waarschijnlijk is dat niet altijd juist.
Moord op Godfried de Noorman.
Zij veroverden Friese eilanden. De Friezen leverden slag met de aanvallers. Maar de Vikingen waren sterk. Zij roofden vele goederen. Zij vermoordden mannen.Vrouwen en kinderen namen zij mee. In 876 en 885 versloegen de Friezen een Deens invasieleger. Mogelijk zijn er ook Texelaars slachtoffer geworden van de agressie van de Vikingen. Friezen en Denen waren verwant. Er was sprake van handelscontacten. Maar telkens ook weer van aanvallen en strijd. Koning Karel de Dikke (839-888), de laatste heerser over het hele Frankische Rijk, vocht met Godfried de Noorman (gestorven 885). Karel sloot vrede met hem en maakte hem tot hertog van Frisia. Op voorwaarde dat Godfried christen zou worden. De bedoeling was misschien ook dat Godfried plunderingen van andere Vikingen zou voorkomen. Uiteindelijk is Godfried vermoord. En eigenlijk kwam daarmee een eind aan de heerschappij van de Vikingen in Frisia. Dus ook op Texel.
21
In Den Burg kwamen ongetwijfeld ook Friese krijgsheren. Radboud misschien? Hij was geruime tijd de voornaamste onder de Friese vorsten.
Franken De Franken waren eigenlijk een groep Germaanse stammen. Rond het midden van de derde eeuw na Christus was er sprake van een verbond, een federatie eigenlijk. En dus ook van een machtsconcentratie. Zij grepen niet slechts naar de macht op Texel.Vanuit hun oorspronkelijke gebied in het noordoosten van Nederland en het noordwesten van Duitsland, staken ze vanaf de vierde eeuw ook de Rijn over. Zij vestigden zich in Romeinse gebieden.
Plunderaars en kolonisten De Vikingtijd viel in de periode van ongeveer 800 tot 1100 na Christus. Soms bleven de Vikingen tijdelijk in een bepaald gebied. Krijgslustig. Zoals op Wieringen. Soms vestigden ze zich voorgoed in een landstreek. Dat gebeurde in Engeland. En in Normandië. Dan was er sprake van vermenging met de plaatselijke bevolking.Van kolonisatie eigenlijk. Zij manifesteerden zich dan niet meer als plunderaars, moordenaars of verkrachters.Veel Vikingen bleken ook ontdekkingsreiziger, kolonist, handelaar of scheepsbouwer.
4. De godsdienst van de mensen
vruchtbaarheid, voorouders en oorlog. De verering verschilde overigens per regio.
4.1. Godsbeeld N. Dros reconstrueert in zijn boek Toen Texel nog Fries was de oude wereld van het begin van de vroege middeleeuwen. Heidendom, gewoonterecht en de volksvergadering bepaalden het leven. Belangrijke onderwerpen in de godsdienst ware
Het Friese heidendom vereerde de goden niet zelden in bossen. Zij brachten offers aan de goden en voerden rituele handelingen uit op stenen. Ook eerden de Friezen hun doden. Maar op Texel zijn geen gebieden bekend waar heidens rituelen plaatshadden. Er zijn nauwelijks of geen
Geheimzinnig Lang na de komst van het christendom stond nog de Sommeltjesberg bekend als een geheimzinnige heuvel. De mensen wisten: De berg gonsde van de Sommeltjes. Niemand zag die kleine aardmannetjes ooit. Daarvoor waren ze te slim. Overdag hielden ze zich schuil in hun berg.Vooral in donkere nachten als het hevig stormde,
De eerste kerken
kropen ze rond in de wijde omtrek. Dat vonden de mensen griezelig. Maar bij het afgraven van de Sommeltjesberg in 1777 vonden mensen er alleen wat Romeinse spullen. Een ketel, een wijnzeef, bijlen, een speerpunt en paardentuig. Die zullen eigendom zijn geweest van een Romeinse huurling.
Toen de Vikingtijd voorbij was – het gebied was enigermate gekerstend – bouwden bewoners van de Lage Landen voor het eerst stenen kerken. Zij haalden daarvoor per schip tufsteen uit Duitsland, via de Rijn, over zee. Zij legden aan in de Vidros. De eerste stenen kerkjes staan aan de noordkant van het Keileemland: De Westen, de Waal en Oosterend.
Een eeuwenoude tekening van de Sommeltjesberg.
22
‘eersteklas’ bronnen over het heidendom op Texel. De Friezen worden gerekend onder de Germanen. De Romeinen hebben over Germanen geschreven. Dus het is niet onlogisch om bij de vraag welke goden de Friezen hebben gediend naar de godsdienst van de Germanen te kijken. 4.2. Germaanse goden Wat geloofden de Friezen in het Texelse gebied en andere etnische groepen in de wijde regio in het begin van de vroege middeleeuwen?
In de Waal staat zelfs, vlak bij de dorpskerk, een monumentje voor de sommeltjes.
Langs het Sommeltjespad.
Zij aanbaden diverse goden. De belangrijkste heette Wodan. Hij was de god van de oorlog. Wodan had het erg druk. Want hij was niet alleen de god van de oorlog maar ook de god van de zomer, de god van de winter en de korengod. Wodan – elders heette hij Odin – reed door de lucht. Hij had een paard met acht benen: Sleipnir. Twee raven en twee wolven begeleidden hem. Zij bespioneerden alle mensen. Zij konden zelfs gedachten lezen. Hun door afluisteren verkregen wetenschap deelden zij zogezegd met hoofdgod Wodan. Zo kon Wodan tijdens zijn tochten de zondaren straffen. Zo beschermde hij de zich goed gedragende mensen. Wodan bracht ook dappere, gedode soldaten naar het Walhalla. Het grote feest voor Wodan was het Joelfeest. Dat werd eind december gevierd. Volgens het Germaanse geloof raasden dan alle geesten – onder aanvoering van Wodan – door de lucht. Daarbij maakten zij ont23
Vuurwerk Het heidense Joelfeest is in West-Europa niet helemaal afgeschaft. Ondanks het feit dat dit werelddeel ooit is gekerstend. Een van de achtergronden van het Joelfeest was dat boze geesten en demonen verjaagd moesten worden. Dat gebeurde met veel lawaai. De meeste Nederlanders geloven niet meer dat Wodan met zijn goede geesten door de lucht jaagde. Maar velen maken nog altijd lawaai. Ze steken vuurwerk af. Bij de jaarwisseling.
In de achttiende eeuw maakten boze ouders in De Waal hun ondeugende kinderen bang met de sommeltjes. Nu is er in de buurt van De Koog een Sommeltjespad, dat is een kindernatuurpad. Langs de route valt voor kinderen van alles te ontdekken.Van een uil in een boom tot sommeltjes die onder de boomwortels wonen. De sommeltjes lijken veranderd in leuke vriendjes.
Relaties De Germaanse goden bestonden soms ook bij andere volken. Dan hadden zij een andere naam. De Romeinen vereenzelvigden de Griekse afgod Zeus met hun hoofdgod Jupiter. Terwijl de Germanen diezelfde macht Wodan noemden. Freya wordt beschouwd als de Noord-Europese tegenhangster van de Romeinse godin Venus en de Griekse godin Aphrodite. Soms is Donar dezelfde als Mars of Jupiter.
zettend veel lawaai. De Germanen maakten tijdens het Joelfeest ook veel lawaai. Ook Donar en Freya werden vereerd. En nog wel een stuk of wat andere van die denkbeeldige machten. Donar (Thor, Thunar) was de god van de donder. Mensen zijn altijd bang geweest voor onweer. Oude heidenen wisten niet hoe onweer ontstaat. Zij geloofden dat Donar donder en bliksem maakte. Twee bokken trokken de wagen waarop Donar door de lucht gereden zou hebben. De belangrijkste godin was Freya. Zij heette de echtgenote van Wodan. Zij gold als godin van zonneschijn en vruchtbaarheid. Zij was tevens de godin van de liefde en de wellust. Maar soms streed zij ook mee in een veldslag. Haar wagen werd getrokken door katten. En oude afbeelding van de heidense afgod Odin.
24