Skip to main content

oogvoordescheppingf

Page 1

Hoofdstuk 1

Inleiding Met het verschijnen van dit boek gaat een jarenlang gekoesterde wens in vervulling. De vraag hoe om te gaan met Gods schepping houdt me al lang bezig. Deze vormt ook een beetje een rode draad door mijn leven. In mijn werk, eerst voor de Guido de Brès-Stichting, het wetenschappelijk instituut van de SGP, en later als ambtenaar bij verschillende ministeries, verdiepte ik me in de politieke kant van dit vraagstuk. Eind 2013 promoveerde ik op een studie waarin ik op zoek ging naar de inhoud van het begrip duurzaamheid.2 Wat bedoelen we eigenlijk als we dat woord in onze mond nemen? Is het ook concreet genoeg om er vervolgens daadwerkelijk iets mee te doen? Steeds meer werd ik me bewust van het belang om de vragen die aan de orde zijn vanuit de Bijbel te doordenken. Dat heb ik in dit boek geprobeerd. Daarmee heb ik niet het laatste woord willen spreken, maar wil ik juist iedereen uitdagen om het gesprek daarover te voeren. Wat ik beoog, is bewustwording. Hetzelfde doel streef ik na met een weergave van de problemen die er op het gebied van duurzaamheid bestaan. Pas als we ons goed verdiepen in de ernst van een probleem, zijn we geneigd er iets aan te doen. Overigens mag ook iedereen met mij van mening verschillen over de correctheid van de beschrijving van de problematiek. De discussie over de toekomst van de planeet waarop wij wonen, is van alle tijden. Er hebben zich altijd rampen voltrokken op grond waarvan de mensheid dacht dat het einde van de wereld naderde. Dat was bijvoorbeeld het geval als zich besmettelijke ziekten of natuurrampen voordeden. Niet altijd was het gevaar van ondergang denkbeeldig. De zondvloed maakte in één keer een eind aan het leven van bijna alle mensen en dieren. Maar dat zal zich niet meer herhalen zolang deze aarde bestaat, zo beloofde God Zelf. De regenboog is daarvan het teken. In de twintigste eeuw kwam de discussie over de toekomst van de

13


aarde op uit een andere hoek. De angst was toen vooral dat de mensheid zelf de aarde onbewoonbaar zou maken. Enerzijds als gevolg van de sterke groei van het aantal mensen op aarde, anderzijds door de manier van leven van deze mensen, hun wijze van consumeren. Wat zou er gebeuren als grondstoffen opraken, als water, lucht en bodem sterk vervuild raken? Kan dat onbeperkt doorgaan? Overschrijden we niet de draagkracht van de aarde? Wellicht houdt de planeet het vol, misschien ook wel enkele planten- en diersoorten. Maar zal de mens het overleven? Dat is de vraag van duurzaamheid of duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is daarbij het proces dat leidt tot een grotere mate van duurzaamheid. Iets is duurzaam als het sterk of robuust genoeg is om de tand des tijds te doorstaan. Dan heeft het de betekenis van vol te houden op de lange duur. Of dat voor de aarde het geval is, hangt van verschillende factoren of. Hoe ontwikkelt de economische groei zich en wat zijn de effecten van die groei op het milieu, ook met het oog op de toekomst? Hoe zouden we nu moeten leven om de vernietiging van het leefmilieu op aarde te voorkomen? Maar ook: hoe moeten we nu leven om toekomstige generaties de mogelijkheid te bieden eenzelfde bestaan te leiden als wij nu hebben? Het gaat bij het streven naar duurzaamheid zowel om ‘de kwaliteit van leven, hier en nu’ alsook om ‘de kwaliteit van leven, later’. Dan gaat het over de relatie tussen onze generatie en toekomstige generaties. Maar ook de relatie tussen de nú levende generaties is belangrijk. Dan gaat het om de verdeling van de ‘kwaliteit van leven, hier en elders’ op de wereld. Het kan toch niet zo zijn dat we ons wel zorgen maken over toekomstige generaties, maar ons niet bekommeren om de ernstige armoede waarin 10 procent van de wereldbevolking op dit moment nog leeft? Dit onderscheid tussen ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ komt niet uit de lucht vallen. Daaraan ligt een bepaalde definitie van wat duurzame ontwikkeling is ten grondslag. Het is belangrijk om die hier al te melden, omdat die definitie – de Brundtland-definitie – de meest gehanteerde definitie in duurzaamheidsland is. Deze definitie luidt: Duurzame

14


ontwikkeling is ‘ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen’.3 De definitie verscheen in 1987 in het rapport Our Common Future, dat in opdracht van de Verenigde Naties was opgesteld. Voorzitter van de commissie die dat deed, de World Commission on Environment and Development (WCED), was Gro Harlem Brundtland, toen premier van Noorwegen. In deze Brundtland-definitie komen duidelijk de behoeften van huidige generaties in relatie tot toekomstige terug. Maar er is ook nog een andere manier om het brede begrip duurzaamheid wat beter hanteerbaar te maken. We kunnen ook stellen dat het bij duurzame ontwikkeling gaat om een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale zaken. Dat betekent dat ontwikkelingen duurzaam zijn als ze zowel op economisch als op ecologisch en sociaal vlak bijdragen aan een aarde met welvarende bewoners en een goede kwaliteit van natuur en milieu. Om het nog concreter te maken, en zo is dat voor het gebruik in het bedrijfsleven gedaan, wordt wel gesproken over de drie p’s. Het gaat om drie terreinen, dat van ‘people’ (sociaal), ‘planet’ (ecologisch) en ‘profit’ (economisch).4 Of iets zich wel of niet in een duurzame richting ontwikkelt, kun je beoordelen op grond van de ontwikkelingen op deze drie onderscheiden terreinen. Je kunt dan ook zien of bijvoorbeeld een economische ontwikkeling ten koste gaat van een ecologische of sociale. In het dagelijks spraakgebruik is duurzaamheid algauw iets wat met milieu te maken heeft. We vinden het niet zo gemakkelijk en niet zo voor de hand liggend om bij duurzame ontwikkeling ook nog te denken aan iets sociaals. Wereldwijde armoede is bij uitstek een sociaal probleem. Het is ook juist dat probleem dat steeds om de hoek kwam kijken als rijke landen met elkaar in gesprek gingen over de noodzaak van wereldwijde milieumaatregelen. Dat gebeurde om twee redenen. De eerste reden is dat armoede leidt tot aantasting van het leefmilieu. Een arme samenleving heeft geen geld om maatregelen te nemen tot behoud van milieu en natuur. De tweede reden is dat arme landen ook het recht willen hebben op ontwikkeling. Het kan immers niet zo zijn dat arme landen niet meer de mogelijkheid hebben om zich te ontwikkelen nu

15


de rijke landen hebben ontdekt dat economische groei heeft geleid tot milieuvervuiling en dat die groei dus maar zou moeten stoppen. Kerken, in Nederland en daarbuiten, zijn vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw nauw betrokken geweest bij de discussies over duurzame ontwikkeling. De Wereldraad van Kerken startte in 1983 het zogenaamde conciliair proces. Dat was een proces om gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping dichterbij te brengen. Ook Nederlandse kerkgenootschappen waren actief betrokken bij dit proces. De kerkelijke steun kwam vooral uit de meer maatschappijkritische hoek van de kerk. Mogelijk maakte dat orthodoxe christenen van de weeromstuit wat kopschuw. Zij verbonden zich sowieso niet met wat zij zagen als links activisme rond onderwerpen als natuur, milieu en dierenwelzijn. Ze bewaarden in het algemeen een gepaste afstand. De vraag is of die houding in alle opzichten terecht was. Dit boek wil een antwoord geven op die vraag. Welke informatie geeft de Bijbel, als gezaghebbende en normatieve bron, op de vraag hoe we met de aarde om moeten gaan? Dat is de kern van hoofdstuk 2. Het antwoord op deze vraag is dat het motief om zorgvuldig met de schepping om te gaan ligt in de manier waarop God Zelf nog steeds zorgt voor Zijn schepping. We kijken daarbij naar de volgende vragen: Hoe heeft God de aarde geschapen? Wat was en is de taak van de mens? Welke gevolgen had de zondeval voor de mens, voor de rest van de schepping en voor de manier waarop de mens daarmee om moet gaan? Wat is de betekenis van het werk van Christus en van de Heilige Geest in de herschepping? Is het zo dat wij duurzaam moeten leven om zo mee te werken aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? Hoe moeten wij ons die eigenlijk voorstellen? Maakt de huidige schepping daar nog wel deel van uit? De conclusie van hoofdstuk 2, dat we met zorg en respect met de schepping om moeten gaan, kan de vraag oproepen of dat dan nu niet gebeurt. Met andere woorden: als we iets willen verbeteren, moeten we weten waar er iets misgaat. Hoofdstuk 3 wil die informatie geven, over de situatie in de wereld, in ons werelddeel Europa en in Nederland. Als hoofdstuk 3 laat zien dat er problemen zijn die om een oplossing vragen en de conclusie van hoofdstuk 2 is dat we daarvoor verantwoor-

16


delijkheid dragen, blijft de vraag over hoe we die verantwoordelijkheid kunnen nemen. Daarover gaat hoofdstuk 4. Dat hoofdstuk biedt concrete suggesties voor de manier waarop wij in de praktijk onze persoonlijke verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat kan door de manier waarop we eten, ons kleden, wonen en reizen. We kunnen ook verschil maken door de manier waarop we spullen kopen en gebruiken. Verder kunnen we invloed uitoefenen op politieke besluitvorming. Politici hebben ook zelf een verantwoordelijkheid, evenals het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. In dit boek komt een aantal personen aan het woord die op grond van hun christelijke levensvisie duurzaamheid een belangrijk thema vinden. Zij laten zien dat het goed mogelijk is om die visie op duurzaamheid concreet vorm te geven in hun dagelijks leven. Achter in het boek is nog een korte literatuurlijst opgenomen voor hen die zich wat verder in het onderwerp willen verdiepen. Ook de in de eindnoten vermelde literatuur kan daarbij helpen. Het onderwerp duurzaamheid kan de meningen verdelen. Dat doet het bijvoorbeeld in de politiek. De bedoeling van dit boek is niet om de laatste waarheid naar voren te brengen. Wel is het mijn bedoeling dat dit boek bijdraagt aan een gesprek over een onderwerp dat de aandacht verdient. Dat heeft alles te maken met het feit dat de aarde geen niemandsland is. De schepping verwijst naar een Schepper. Als we daar iets meer oog voor krijgen, heeft de schrijver zijn doel bereikt.

17


Trudy Vuik huisvrouw in Capelle aan den IJssel, echtgenote, moeder van zeven kinderen, van wie nog vier thuiswonend, in deeltijd werkzaam in de bejaardenzorg


1. Welke Bijbelse uitgangspunten vindt u belangrijk voor een duurzame inrichting van uw leven? Liefde voor de natuur heb ik altijd gehad. Ik geniet van de natuur en houd van wandelen. De natuur zie ik als Gods schepping, waar we zorgvuldig mee om moeten gaan. Als ik ga wandelen, neem ik af en toe een zak mee om de rommel die ik tegenkom in te doen. De aarde is niet van ons. We moeten er netjes op passen, als rentmeesters. Door de voorlichting van de overheid, maar ook door de interesse van mijn zoon in dit onderwerp, ben ik me dat steeds bewuster geworden. 2. Hoe maakt u duurzaamheid concreet in uw huishouden? In uw leven? Op verschillende manieren probeer ik daar handen en voeten aan te geven. Zo gebruik ik zo veel mogelijk regenwater in plaats van kraanwater, bijvoorbeeld bij het wassen van de auto en voor de kamerplanten. Verder staat bij mij energiebesparing hoog in het vaandel. Ik hang de was buiten te drogen. Zo heb ik de wasdroger, die veel elektriciteit verbruikt, nauwelijks nodig. De warmte in huis komt van een houtkachel. De centrale verwarming gaat pas aan als het vriespunt nadert. Als vervoermiddel gebruiken we zo veel mogelijk de fiets, bijvoorbeeld voor het boodschappen doen. We hebben wel een auto, maar die laten we staan als het enigszins kan. Wat het eten betreft, probeer ik de vleesconsumptie te beperken. Niet dat er geen vlees meer op tafel komt, maar de porties zijn wel wat kleiner geworden. Ook gebruik ik uitsluitend seizoensgroenten en waar het kan, fruit van eigen bodem. Liever een appel of een peer dan een avocado. Kleding koop ik voor een belangrijk deel in kringloopwinkels. Mijn dochters vinden dat ook leuk. Als er eens iets kapot is in huis, zoek ik regelmatig een tweedehandsexemplaar ter vervanging. 3. Hoe kijkt uw omgeving tegen uw leefwijze/uitgangspunten aan? Discussieert u daar veel over? Mijn omgeving reageert wat verschillend op mijn duurzame levensstijl. Er zijn wel wat mensen die het zien en dingen overnemen. Anderen spreekt het minder aan. In 2017 gaf ik een gastles op een reformatorische school voor voorgezet onderwijs. De leerlingen vonden mijn verhaal best wel een beetje vreemd. Maar ik heb hoop. Misschien dat ze later nog eens op een andere manier terugkijken op deze les. Ik kan het hun niet opleggen, het is een kwestie van overtuiging.

19


Prof. dr. T.M. Hofman emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de TU Apeldoorn


1. Wat zijn voor u de belangrijkste Bijbelse gegevens om te kiezen voor een duurzame levensstijl? Het spreken van de Bijbel over de schepping is daarbij de belangrijkste bron. De Heere is Schepper en Eigenaar van alles en heeft aan ons mensen de taak toevertrouwd om als Zijn rentmeesters de aarde te bouwen en te bewaren. Dat vraagt van ons het afleggen van verantwoording over ons beheer, gericht op duurzaamheid. 2. Hoe bent u tot dit standpunt gekomen? Is het een ontwikkeling geweest? Als kind had ik al een klik met alles wat leeft en beweegt. Van lieverlee heb ik meer oog mogen krijgen voor de schoonheid en het belang van de natuur als schepping. Dat is theologisch verdiept door mijn studie en in de levenspraktijk. De heilshistorische lijnen van de Schrift speelden daarbij een belangrijke rol. Schepping, zondeval, verlossing en voleinding horen bijeen. God heeft ondanks onze zonde Zijn schepping niet losgelaten. Hij werkt aan op Zijn toekomstperspectief: dat eenmaal alles door de vrede bloeien zal. 3. Met welk doel zouden we duurzaam moeten leven? Moeten we het niet gewoon accepteren dat de aarde kreunt als gevolg van de zondeval? Als mensen hun plaats in het grote geheel van Gods wereld leren verstaan, is dat allesbepalend. Dat raakt lichaam en ziel, geest en materie, kortom, ons hele bestaan als ‘mens Gods’. Dan kun je niet om Romeinen 8 heen. Het zuchten van de schepping staat niet los van onze zonde. Wij dragen verantwoordelijkheid voor onze omgang met de aarde. We moeten ervoor oppassen de natuur en het lichamelijke als iets zondigs te zien. Dat is niet het geval. Paulus zegt: ‘alle schepsel is goed’ (1 Tim. 4:4). De zonde schuilt in het hart van de mens, met alle gevolgen daarvan voor de schepping. Daardoor ben je intens betrokken bij het wel en wee van de aarde. 4. Besteedt u in uw preken aandacht aan dit onderwerp? Voor mij als hoogleraar is de situatie qua prediking anders dan voor een gemeentepredikant. Met name in mijn doceren van het Nieuwe Testament heb ik geprobeerd aan iedere lichting studenten iets bij te brengen over de boodschap van de Schrift inzake duurzaamheid, matigheid en gerechtigheid. Daarbij is het treffend dat duurzaamheid en gerechtigheid onlosmakelijk verbonden zijn. Vooral het Evangelie naar Lukas legt duidelijke accenten met betrekking tot arm en rijk. Naar ik hoop werkt dat onderwijs door in de gemeentelijke bearbeiding.

21


Willem van der Linden biologisch melkveehouder in Tienhoven in een Natura 2000-gebied


1. Wat is uw motivatie om te kiezen voor een duurzame bedrijfsvoering? Eerlijk gezegd ben ik om financiële redenen omgeschakeld naar biologisch. Maar dat veranderde. Door het contact met vogelaars en mensen van De Vlinderstichting ging ik anders naar de natuur kijken. Hun informatie was het middel om mij oog te doen krijgen voor de samenhang van het planten- en dierenleven. Het werd me duidelijk dat je niet ongestraft kunt ingrijpen in dat prachtige samenspel. Daarom blijf ik biologisch boeren. Niet dat daarmee alles ineens is opgelost. Het is wel een stap in de goede richting. Of we ooit weer zo’n diversiteit aan planten en dieren krijgen als in het jaar 1850, is de vraag. Toen was er een optimale variëteit. Maar het stoppen met gewasbeschermingsmiddelen en met kunstmest kan ons een eind in de goede richting brengen. 2. Heeft dat ook nog iets met Bijbel en geloof te maken? Ja, alles. Inmiddels kan ik niet anders en zie ik het als een Bijbels gebod om zorgvuldig om te gaan met de schepping. Ik begrijp dat in de periode na de Tweede Wereldoorlog de productie omhoog moest en de landbouw intensiveerde. Er moest voldoende voedsel komen. Nu kan en moet het anders. 3. Wat zou er moeten veranderen aan de landbouw in Nederland om tot een duurzamere landbouwsector te komen? Ik wil me niet afzetten tegen mijn collega’s die op een gangbare manier landbouw bedrijven. Toch wil ik wel oproepen tot bezinning. Dat raakt toch ook wel het punt van onze omgang met de dieren. Voor mij kan het moeilijk meer samengaan: ‘reformatorisch’ en ‘zo veel mogelijk dieren in een hok, zonder de mogelijkheid om naar buiten te gaan’. Voor mijn koeien geldt bijvoorbeeld dat die – bij mooi weer – dag en nacht moeten kunnen weiden. 4. Hoe komt zo’n verandering tot stand? Kennis is een onmisbaar middel tot verandering. Het agrarische onderwijs moet kennis aanreiken over duurzaam boeren en ook over de effecten van de gangbare productiemethode voor het milieu en de bodem. Zo’n effect is dat zware landbouwmachines de bodem dichtdrukken. Wellicht zullen die ooit vervangen worden door lichte robots die alle werkzaamheden uitvoeren. Dan blijft de bodem open en zuurstofrijk. 5. Wat is er precies duurzaam aan uw bedrijfsvoering? Tsja, wat is duurzaamheid. Dat is zo’n containerbegrip. Voor mij betekent het dat we beter op de aarde moeten passen. We moeten dat zó doen dat we een betere aarde doorgeven aan onze kinderen.

23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
oogvoordescheppingf by Erdee Media Groep - Issuu