Skip to main content

metchristustezijnalleenleverbaaralsebookaa

Page 1

Hoofdstuk 1

Wat in het huidige leven begerenswaardig is 1. ‘De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust. Hij komt voort als een bloem en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw en bestaat niet. Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.’3 Zoals een horloge, wanneer het opgewonden is, of een kaars wanneer die aangestoken is, zo begint de mens, zojuist ontvangen of geboren, een beweging die zich haast naar haar bepaalde tijd. En zoals een handeling en de tijd ervan niets zijn wanneer ze voorbij zijn, zo ijdel zou een mens zijn en zo ijdel het leven, als het niet verbonden was met de hoop op een meer bestendig leven. Maar die hoop en de middelen om het te ondersteunen onderscheiden een gelovige niet alleen van een ongelovige, maar ook een mens van een beest. Wanneer Salomo het verschil beschrijft alleen met betrekking tot de tijd en de tijdelijke dingen neemt hij goed waar, dat enerlei beiden wedervaart, wat laat zien dat beiden ijdelheid zijn. En Paulus zegt van christenen: ‘Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.’4 Omdat dit leven verbonden is met een beter leven en omdat wij worden geoefend in dingen van een hogere orde dan die van een tijdelijk leven, zijn wij veel gelukkiger dan de mensen van de wereld. 2. Ik ben van plan tot niemand anders te spreken dan tot mijzelf en daarom (aangenomen dat de betekenis van de tekst5 behoorlijk vastgesteld is) zal ik alleen opmerken wat nuttig voor mijn eigen hart en leven is. In dit hoofdstuk zal ik overwegen wat begeerlijk is 3. Job 14:1-3. 4. 1 Kor. 15:19. 5. Fil. 1:23: Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.

23


in dit huidige leven en dan in hoofdstuk 2 de noodzaak en redelijkheid te geloven, dat vrome ontslapen zielen met Christus zijn. Vervolgens in hoofdstuk 3 wat het is om ontbonden en met Christus te zijn, en in hoofdstuk 4 waarom het veel beter is met Hem te zijn. Ik besluit, hoofdstuk 5, met het verhalen van het belang dat ikzelf gewillig ben ontbonden te worden en met Christus te zijn. 3. Het was een gelukkige staat waarin genade de apostel gebracht had, die zoveel zag, niet alleen wat verdraaglijk, maar wat zeer begeerlijk was, zowel in het leven als in het sterven. ‘Want het leven is mij Christus’6, dat is het werk van Christus te doen en de belangen van Christus te dienen. Hij zei ook: ‘en het sterven is mij gewin’, dat is, het zou in zijn eigen belang en zijn beloning zijn. Zijn strijd was niet of het goed zou zijn te leven of te sterven, want beide waren goed, maar hij twijfelde welke van de twee meer te wensen was. Het was ook niet zijn bedoeling zijn eigen belangen en die van Christus tegen elkaar uit te spelen. Met Christus, of de belangen van Christus, bedoelt hij het dienen van de kerk van Christus op aarde. Maar hij wist dat Christus ook een belang heeft in Zijn heiligen hierboven en er meer kon oproepen om Hem daar te dienen. Echter, omdat hij oordeelde naar hetgeen hij zag en opmerkte dat de heiligen nog zeer nodig waren op aarde, deed dit de weegschaal doorslaan. En daarom, om Christus te dienen in de opbouw van Zijn kerk, was hij – zichzelf verloochenend – meer genegen om zijn beloning uit te stellen. Tegelijkertijd wist hij wel dat het uitstel van zijn beloning zou leiden tot de vergroting ervan. Laat mij hier opmerken dat er zelfs in deze wereld iets goeds is, wat zozeer te waarderen is dat gelovigen er terecht de voorkeur aan geven boven een verhaasting van hun beloning. Ik merk dit vast op, zodat geen verzoeking mij tot het extreme standpunt zal voeren om niets van waarde te achten dan de hemel en zo, op een zondige manier, de wereld weg te werpen onder de schijn van doding van het vlees en een hemels leven. Niet dat iets op aarde beter is dan de hemel of in zichzelf boven de hemel verkozen moet worden. Het doel op zich is beter dan de middelen en volmaaktheid dan onvolmaaktheid. Maar het huidige gebruik van de middelen 6. Fil. 1:21.

24


mag soms de voorkeur hebben boven het bereiken van het doel op zichzelf. En het gebruik van de middelen voor een hoger doel mag de voorkeur hebben boven het bereiken van het lagere doel op zichzelf. Alles heeft zijn bestemde tijd.7 Planten, zaaien en bouwen zijn niet zo goed als oogsten, vruchten verzamelen en wonen, maar moeten op hun tijd wel eerst gebeuren. 4. Maar laat mij eens vragen, wat is er zo begeerlijk aan dit huidige leven? Het antwoord is duidelijk want, a. Terwijl dit huidige leven voortduurt, wordt de wil van God vervuld, Die ons voor een tijd op aarde wil hebben en wat God wil is het beste. b. Het toekomende leven is afhankelijk van dit tijdelijke leven, zoals het leven van een volwassene afhankelijk is van dat van zijn kindsheid, de beloning van het werk, de soldij van renners of soldaten van hun rennen of vechten en de winst van de handelaar van zijn reis afhankelijk is. De hemel wordt op aarde gewonnen of verloren. Het bezit is daar, maar de voorbereiding hier. Christus zal in die andere staat alle mensen oordelen naar hun werken die in deze staat gedaan zijn. Eerst: ‘Goed gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht’, en dan: ‘Ga in tot de vreugde uws Heeren.’8 ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd’, moet voorafgaan aan de kroon der rechtvaardigheid, die ‘de Heere, de rechtvaardige Rechter, zal geven’.9 Alles wat wij ooit voor de zaligheid doen, moet hier gedaan worden. Het was op aarde dat Christus het werk van onze verlossing uitvoerde, alle gerechtigheid vervulde, onze Losprijs werd en de prijs van onze zaligheid betaalde. En hier moeten wij ook ons deel doen. Het toekennen van de beloning is Gods werk, Die, daar zijn wij zeker van, nooit zal falen. Hier is geen ruimte voor de minste verdenking dat iets wat Hij onderneemt, zal falen. Het gevaar en de vrees zijn er echter omtrent onze eigen mislukking, dat wij niet in staat zullen zijn te ontvangen wat God zeker wil geven aan allen die geschikt gemaakt zijn het te ontvangen. God te wantrouwen is een 7. Pred. 3:1. 8. Vgl. Matth. 25:23. 9. 2 Tim. 4:7,8.

25


afschuwelijke zonde en dwaasheid, maar onszelf te wantrouwen is zeer redelijk. Daarom, wanneer wij zeker willen zijn van de hemel, dan moet het zijn door het ‘benaarstigen om onze roeping en verkiezing vast te maken’10 op aarde. Wanneer wij de hel vrezen, moeten wij vrezen om voor de hel bereid te zijn. En het is een groot en moeilijk werk dat wij op aarde te doen hebben. Zoals bijvoorbeeld: genezen te worden van alle vervloekte zonden; wederom geboren te worden; vergeven en gerechtvaardigd te worden door het geloof; verenigd te zijn met Christus; wijs gemaakt te worden tot zaligheid; vernieuwd te worden door Zijn Geest en gelijkgemaakt te worden aan Zijn beeld; alle verleidingen van de wereld, het vlees en de duivel te overwinnen; alle plichten jegens God en mensen te vervullen die beloond zullen worden; met het hart in Christus te geloven tot rechtvaardigheid en met de mond te belijden tot zaligheid. Ook met Christus te lijden, zodat wij ook met Hem mogen heersen en getrouw te zijn tot de dood, zodat wij de kroon des levens mogen ontvangen. Dus, op aarde moeten wij zo ‘lopen dat wij die zullen verkrijgen’.11 c. Wij zijn leden van de wereld en van de kerk en moeten werken om aan velen goed te doen. En daarom hebben wij een groter werk op aarde te doen dan alleen maar ons van onze eigen zaligheid te verzekeren. Ons zijn de talenten van onze Meester toevertrouwd om in Zijn dienst te besteden, om onze best te doen op onze eigen plaats, om Zijn waarheid en genade te verspreiden, om Zijn kerk te bouwen, Zijn zaak te eren en de zaligheid te bevorderen van zoveel zielen als wij kunnen. Dit alles moet op aarde gebeuren, als wij het doel van alles in de hemel willen verkrijgen. 5. Het is dus een fout, hoewel er weinigen schuldig aan zijn, om te denken dat alle godsdienst alleen bestaat in bezig te zijn met het toekomende leven en in het veronachtzamen van de dingen van dit tijdelijke leven. Alle ware christenen moeten ernstig bezig zijn met zowel het doel als met de middelen om dit doel te bereiken. Wanneer zij niet gelovig bezig zijn met het doel zullen ze nooit getrouw bezig zijn in het gebruik van de middelen. Als ze niet 10. Vgl. 2 Petr. 1:10. 11. 1 Kor. 9:24.

26


ijverig zijn in het gebruik van de middelen, zullen ze nooit het doel bereiken. Niemand kan de aarde goed gebruiken, die niet de voorkeur geeft aan de hemel. En niemand behalve een kind, kan in de hemel komen, die er niet op voorbereid is door het goede gebruik van de aarde. De hemel moet onze grootste waardering hebben en onze volhardende liefde, ons verlangen en onze vreugde. Maar we moeten aan de aarde meer van onze dagelijkse gedachten besteden voor het tegenwoordige gebruik. Iemand die naar een begeerlijke woning reist, heeft er tijdens de reis een natuurlijk verlangen naar. Maar zijn eerste belang is zijn reis en daarom kunnen zijn paard, herbergen en gezelschap, zijn wegen en vermoeienissen meer zijn gedachten, gesprekken en werkzaamheden beheersen dan zijn huis. 6. Ik heb mij vaak verbaasd om David in de Psalmen, en andere heiligen vóór de komst van Christus, van zo’n groot gevoel voor de dingen van dit huidige leven te horen gewagen en zo weinig te horen zeggen van het andere leven. Zoveel te horen verhalen van voorspoed, heerschappij en overwinningen aan de ene kant en van vervolging door en het succes van hun vijanden aan de andere kant. Maar ik neem in overweging dat het niet louter om eigen persoonlijk en vleselijk belang was, maar voor de kerk van God en voor Zijn eer, Woord en dienst. Want zij wisten dat als de zaken met ons op aarde voorspoedig gaan, ze zeker in de hemel voorspoedig zullen gaan. Wanneer de strijdende kerk bloeit in heiligheid, is er geen twijfel of ze zal triomferen in heerlijkheid. Satan doet veel van zijn verdoemelijke werk door mensen als zijn instrumenten, zodat, wanneer wij hun verleidingen ontgaan, wij veel gevaar ontgaan. Wanneer afgodendienaars floreerden werd Israël verleid tot afgoderij. De Griekse kerk is nu bijna geheel opgeslokt door Turkse voorspoed en overheersing. De meesten kiezen de kant van degene die machtig en voorspoedig is. En daarom, voor de eer van God en onze eigen eeuwige zaligheid, moeten we terwijl wij op aarde zijn, acht geven op onze eigen welstand en nog veel meer op die van de kerk. Werkelijk, wanneer de aarde alleen begeerd wordt voor de aarde en voorspoed alleen geliefd wordt om het vlees te behagen, is dat een zeker kenteken van een verdoemelijke vleselijkheid en aardsgezindheid. Maar om vrede en voorspoed te begeren en de macht in handen te willen zien van wijze en getrouwe mannen 27


omwille van zielen, de uitbreiding van de kerk en de eer van God, zodat ‘Zijn Naam worde geheiligd, Zijn Koninkrijk kome en Zijn wil geschiede op aarde gelijk als in de hemel’12 – dat moet het belangrijkste in onze gebeden zijn. 7. En nu, o mijn ziel! Wees niet ondankbaar voor de genade van dit huidige leven. Dit lichaam is zo nauw verbonden met u, dat het óf een grote hulp óf een belemmering zal zijn. Zou het meer lijden, het zou een moedbenemende belemmering zijn, zoals een moe paard tijdens een reis of een slecht werktuig voor een ambachtsman of een ongestemd instrument voor muziek. Een zieke of slechte dienaar in huis is een grote zorg, en een slechte vrouw nog meer. Maar uw lichaam is u nabijer dan iemand van hen kan zijn en daarom van meer belang. Wanneer het sterker en gezonder zou zijn, zouden gevoel en begeerte ook sterker zijn en hoe sterker uw lusten, hoe groter uw gevaar en des te moeilijker uw overwinning en zaligheid. Zelfs zwakke gevoelens en verleidingen hebben vaak de overhand gehad. Hoe weet u dan wat sterkere zouden hebben gedaan? Wanneer ik een dorstige, waterzuchtige man met koorts zie en helemaal wanneer ik sterke en gezonde jongeren, opgevoed in overvloed en te midden van verleidingen zie, hoe dwaas zij in de zonde zijn en hoe heftig zij ertoe gebracht worden, hoe zij de terechtwijzingen van God, van hun geweten en van ouders en vrienden afwijzen evenals alle overwegingen van hun eigen zaligheid, vertelt mij dit wat een grote genade ik heb ontvangen, zelfs met een lichaam dat niet zo sterk is als het hunne. Ook veel lichamelijke uitreddingen zijn van groot nut voor mijn ziel geweest, die mij tijd, gelegenheid en kracht voor de dienst en vele en nieuwe boodschappen van de liefde van God gegeven hebben. Wanneer lichamelijke genade niet van groot nut voor de ziel zou zijn, zou Christus Zijn reddende liefde niet zó hebben laten zien als Hij gedaan heeft, door allerlei ziekten te genezen. Ook zou God ons niet de opstanding van het lichaam beloofd hebben, wanneer een geschikt lichaam niet het welvaren van de ziel zou bevorderen. 8. Ik ben verplicht tot grote dankbaarheid aan God voor de genade 12. Vgl. Matth. 6:9,10.

28


van dit leven die Hij betoond heeft aan mijn vrienden. Wat hun blijdschap bevordert, moet ook de mijne vergroten. Ik moet mij ‘verblijden met de blijden’13. Natuur en genade leren ons om ons te verblijden wanneer het goed gaat met onze vrienden en zij wel varen, hoewel dit alles ten dienste moet staan van betere dingen dan het lichamelijke welzijn. 9. Ik mag ook de genade van dit leven die behoort tot mijn geboorteland niet onderwaarderen. Het ontbreken ervan is een deel van Gods gedreigde vloek en ‘de godzaligheid heeft de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven, en is nuttig tot alle dingen’14. Wanneer God in een land de plaag van pest, oorlog, vervolging en hongernood zendt, in het bijzonder een schaarste van het Woord van God, dan is het een grote zonde daarvoor ongevoelig te zijn. Als men zegt: ‘Omdat de hemel zeker is, hebben wij geen reden God te beschuldigen of alle vertroosting, hoop en plicht van ons te werpen’, dan doet men wel. Maar wanneer men zegt: ‘Wanneer de hemel alles is, moeten wij alles verachten wat ons op aarde overkomt’, dan doet men verkeerd. Goede vorsten, magistraten en mensen met oog voor het algemeen belang, die de veiligheid, vrede en ware voorspoed van de gemeenschap bevorderen, zijn daardoor vrienden van de godsdienst, en de zaligheid van de mensen moet door allen zeer geliefd en geëerd worden. Wanneer een staat faalt, ineenstort of vervalt, zal het daardoor ook de kerk slecht vergaan, zoals ook de ziel bij het verval van het lichaam. Godsdienst kwijnt weg en wordt verachtelijk of verzandt in rituelen en formaliteiten waar tirannie de onderdanen slavernij, armoede en langdurige vervolging brengt. Laat mij daarom dankbaar zijn voor alle bescherming van de overheid, de overvloed van predikanten, de bewaring voor vijanden, de weerhouding van vervolging, de eendracht van christenen, de toename van de godzaligheid in dit land, en in het bijzonder dat het Evangelie voortgang vindt. 10. Wees in het bijzonder dankbaar, o mijn ziel, dat God enig gebruik van u gemaakt heeft voor de dienst aan Zijn kerk op aarde. 13. Rom. 12:15. 14. 1 Tim. 4:8.

29


Mijn God, mijn ziel maakt U daarom groot en mijn geest verheugt zich in het overwegen van Uw grote, onverdiende genade. O, wat ben ik, dat U mij opgeraapt hebt van de mesthoop en uit diepe duisternis, en dat ik zou leven in de voortdurende genieting van Uw zoete en heilige waarheid en dat ik die met zoveel zegen aan anderen mocht meedelen! Dat ik mag zeggen, nu mijn openbare optreden geëindigd lijkt, dat ik deze 43 of 44 jaar geen reden gehad heb te denken dat ik ooit tevergeefs gearbeid heb. O, met welke dankbaarheid moet ik terugkijken naar alle plaatsen waar ik gewoond en gewerkt heb, in het bijzonder de plaats waar ik in de kracht van mijn leven werkte.15 Ik loof U voor het grote aantal van hen die naar de hemel gingen en voor het blijven van de vroomheid, nederigheid, saamhorigheid en vrede onder hen die achterbleven. Ook voor allen die door mijn geschriften zaligmakend licht en genade hebben ontvangen. O God, laat mijn eigen hart niet onvruchtbaar zijn terwijl ik in Uw wijngaard werk om anderen tot het dragen van heilige vruchten te brengen. Laat mij geen vreemdeling zijn van het leven en de kracht van de zaligmakende waarheid, waarvoor ik mij zo ingespannen heb die aan anderen mee te delen. O, laat mijn eigen woorden en geschriften mij niet veroordelen, als leeg van de goddelijke en hemelse natuur en het goddelijke leven, waarover ik zoveel tot de wereld gesproken heb! 11. Wek daarom op, o mijn ziel, uw oprechte begeerte en al uw vermogens om de rest te volbrengen van het werk van Christus dat u hier op aarde is toebedeeld en daarna blijmoedig te wachten op hemelse vervolmaking op Gods eigen tijd. U kunt werkelijk zeggen: ‘Het leven is mij Christus.’ Het is Zijn werk waarvoor u leeft. U hebt in de wereld niets anders te doen. Maar u doet dit werk met een mengeling van nalatigheden en onvolmaaktheden en bezwaart uw gedachten met wantrouwen over het deel van God, Die nooit faalt. Wanneer uw werk gedaan is, wees dan blij met hetgeen gedaan is en dat u zo dicht bij uw haven van rust gekomen bent. Wanneer God nog wat aan uw dagen toevoegt, dien Hem dan met dubbele bereidwilligheid. De prijs is bijna in zicht. De tijd gaat snel en is

15. Namelijk het dorpje Kidderminster.

30


kort. U hebt anderen verteld dat ‘er geen werk in het graf is’16 en dat het nu of nooit moet zijn. Verbeeldt u niet dat God, omdat Christus’ gerechtigheid volmaakt was, de slechten zal redden of de tragen en ijverigen hetzelfde zal belonen. Omdat de zonde zijn eigen straf is, is heiligheid veel van haar eigen beloning. Wat God u ook opgedragen heeft te doen, zie dat u het oprecht doet en met al uw macht. Als mensen boos worden wanneer hun zonde ontdekt en tegengestaan wordt, dan moet hun toorn geduldig gedragen worden, want spoedig zullen ze nog veel bozer zijn op zichzelf. Ik zal niet gekwetst worden door de laster van de mensen op aarde, wanneer ik met Christus ben. Maar het zaligmakende gewin zal door bekeerde zondaars voor eeuwig genoten worden. Woorden en daden zijn kortstondige zaken en zijn niets wanneer ze voorbij zijn. Maar de uitwerking ervan op onsterfelijke zielen kan eindeloos zijn. Alle preken die ik gepreekt heb zijn nu niets meer, maar de genade van God op geheiligde zielen is het begin van het eeuwige leven. Het is een onuitsprekelijke genade om zo oprecht en met zegen bezig te zijn en daarom had ik reden om met Paulus gedrongen te worden en geen haast te maken met mijn begeerte om ontbonden te worden. De kroon zal op zijn tijd gegeven worden en de eeuwigheid is lang genoeg om daarvan te genieten, hoelang het ook uitgesteld wordt. Maar wanneer ik werk doe om het eeuwige leven voor mijzelf en anderen te verwerven, moet dat snel gedaan worden, voordat mijn afnemende zon ondergaat. O, dat ik geen slechtere redenen voor mijn onwilligheid om te sterven had, dan mijn begeerte om het werk ten leven te doen voor mijn zaligheid en die van anderen en ‘mijn loop te beëindigen’ met blijdschap in de dienst die ik van de Heere ontvangen heb! 12. Omdat het op aarde is, dat ik goed aan anderen moet doen, moet het op een manier zijn die gepast is voor hun aardse staat. Zielen zijn hier nauw verbonden met hun lichamen waarin zij veel goed of kwaad moeten ontvangen. Doe goed aan de lichamen van de mensen wanneer je goed aan hun zielen wil doen. Zeg niet: ‘Lichamelijke dingen zijn waardeloze onbenulligheden, waardoor de ontvangers nooit beter zullen worden.’ Het zijn zaken waar de 16. Pred. 9:10.

31


natuur gevoelig voor is en gevoel is de doorgang naar de geest en de wil. Vind je het geen steun voor jezelf om altijd gemak en genoegen van het lichaam te hebben en is het geen last en beperking wanneer er pijn en zorgen zijn? Werk dan om anderen te bevrijden van zulke lasten en verzoekingen en wees daarover niet onverschillig. Wanneer u zich moet ‘verblijden met de blijden en wenen met de wenenden’17, bevorder dan uw eigen blijdschap door die van anderen te bevorderen en voorkom uw eigen droefheid door het voorkomen en genezen van de hunne. Maar helaas, wat een kracht heeft zelfzucht in de meeste mensen! Hoe makkelijk dragen wij de pijn en berispingen, het gebrek en de smart van onze broeders in vergelijking met die van onszelf. Hoe weinig gedachten en hoe weinig kosten en moeite geven wij om hen te ondersteunen in vergelijking met dat wat wij voor onszelf doen! De natuur leert ons inderdaad gevoelig te zijn met betrekking tot onze eigen toestand, maar genade zegt ons dat wij niet zo’n groot onderscheid moeten maken als wij doen, maar dat wij onze naaste moeten liefhebben als onszelf. 13. En nu, o mijn ziel, overweeg hoe genadig God met u handelt, dat u gedrongen wordt te kiezen tussen twee staten die zo begeerlijk zijn. Ik zal óf snel sterven óf langer op aarde blijven. Wat het ook zij, het zal een genadige en aangename staat zijn. Dat het begerenswaardig is te ‘sterven en met Christus te zijn’, moet ik niet betwijfelen en zal ik hierna uitvoeriger overwegen. En als mijn langere verblijf op aarde zo’n grote barmhartigheid is, dat het opweegt tegen mijn huidige bezit van de hemel, dan moet het een staat zijn die mij tot grote dankbaarheid aan God verplicht en tot een troostrijke erkentelijkheid. Het moet mijn pijn, ziekte of lijden dat mensen mij aandoen niet onaanvaardbaar maken als God mij hierin houdt. Paulus had zijn doorn in het vlees, de engel van de satan18 om hem te slaan en leed meer van mensen, hoewel minder in zijn gezondheid, dan ik doe, en toch roemde hij in zijn zwakheden en verblijdde zich in zijn verdrukkingen en was in tweestrijd, te kiezen tussen leven en sterven. Ja, hij koos liever langer te leven. 17. Rom. 12:15. 18. 2 Kor. 12:7.

32


Helaas, de meeste mensen hebben een tweestrijd tussen enerzijds het verlangen naar het leven uit vleselijke belangen, en anderzijds de vrees voor de dood als het einde van hun geluk. Enerzijds een vermoeide wereld en een vermoeid lichaam, die hen het leven doen tegenstaan en anderzijds het angstwekkende vooruitzicht van toekomstig gevaar, dat hen bang maakt te sterven. Als ze leven, het is in ellende; wanneer ze moeten sterven, vrezen ze grotere ellende. Wanneer ze terugkijken of vooruit, naar deze wereld of de volgende, is vrees en moeite hun lot. Ja, vele ernstige christenen leven door de zwakheid van hun geloof in God, in deze verwarrende strijd: moe om te leven en bang om te sterven. Voortdurend heen en weer geschud tussen angst en vrees. Maar Paulus’ tweestrijd was tussen twee vreugdes, welke van de twee hij het meest zou begeren. En als dat bij mij het geval is, wat zou mijn vrede en blijdschap verstoren? Wanneer ik leef, is het voor Christus en voor Zijn dienst en om mij voor te bereiden op mijn en Zijn eindeloze gelukzaligheid. En zou enig lijden mij ongeduldig maken met zo’n werk of zo’n leven? Wanneer ik nu sterf, is het mijn gewin. God, Die mij mijn werk toeschikte, bepaalt mijn tijd en zeker, Zijn heerlijke beloning kan nooit ontijdig zijn of te snel komen, wanneer het de tijd is die Hij bepaalt. Wanneer ik mij in het begin begaf om het Evangelie te prediken, rekende ik erop maar één of twee jaar nuttig te zijn en God heeft er meer dan vierenveertig jaar van gemaakt. En welke reden heb ik nu om onwillig te zijn te leven of te sterven? Gods dienst is mij zo zoet geweest, dat het alle moeite en voortdurende pijn of zwakheid van het vlees overwonnen heeft, evenals alles wat mensen tegen mij hebben gezegd of gedaan. Hoeveel de kroon die voor mij weggelegd is deze blijdschap te boven gaat, kan ik niet bevatten. Er is wat moeite in dit genoeglijke werk waarvan de ziel en het vlees zouden willen rusten. En ‘zalig zijn de doden die in de Heere sterven. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid en hun werken volgen met hen’19. O mijn ziel, waarom zou deze strijd u verontrusten? Laat aan God Zijn eigen werk en houd jij je bezig met dat van jou. Leef zo, dat je kunt zeggen: ‘Christus leeft in mij, en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij 19. Openb. 14:13.

33


liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.’20 Daarom, zoals u geleefd hebt in de vertroosting van de hoop, zult u sterven in de vertroosting van het zien en het genieten. En wanneer u van God kunt zeggen: ‘Wiens ik ben en Welke ook ik dien’21, mag u ook vrijmoedig zeggen: ‘Ik weet in Wie ik geloofd heb en in Zijn handen beveel ik mijn stervende geest.’

20. Gal. 2:20. 21. Hand. 27:23.

34


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
metchristustezijnalleenleverbaaralsebookaa by Erdee Media Groep - Issuu