1
Een kunstwerk van Lieke ‘Jajaaa, rustig, rustig! Papa geeft jou een schone luier.’ Timo legt de krijsende Lieke op het aankleedkussen en maakt de drukkertjes van haar rompertje en de plakstrips van de luier los. Een weeë walm komt hem tegemoet. Timo trekt zijn neus op. ‘Nou, je hebt weer goed je best gedaan, meid …’ Lieke stopt met huilen. Timo trekt de la onder het commodeblad open en kijkt erin. ‘Mmm’, mompelt hij, ‘op …’ Hij kijkt om zich heen, maar kan nergens in het kamertje nieuwe pampers ontdekken. ‘Dan moet papa naar de vliering. Ga jij maar even in je ledikantje.’ Snel plakt Timo de strips weer vast en legt Lieke in haar ledikantje. Lieke vindt dat helemaal niet leuk en zet het meteen op een krijsen. Timo rent de trap op naar de vliering. Onder het raam van de dakkapel ziet hij een nieuw pak pampers staan. Handig als je wat voorraadruimte hebt, denkt hij. Terwijl hij bukt om het pak te grijpen, kijkt hij terloops even over de rand van de vensterbank naar buiten. Zijn ogen vernauwen zich. Hè, wat doen die daar? denkt hij. Hij komt overeind met het pak pampers voor zijn borst en kijkt door het raam naar de achterplaats van de buurvrouw recht achter hun huis. Ze is al niet zo jong meer en kampt met beginnende dementie. Ze 9
krijgt thuishulp en haar zoon komt iedere dag even op bezoek. Maar vandaag is het zondag en dan is ze normaal gesproken naar de kerk op dit tijdstip. Dus wat doen die mannen daar op het achterplaatsje? Timo kijkt nog eens goed. De zoon van de buurvrouw is er in elk geval niet bij. Zou ze misschien gewoon thuis zijn? De mannen lopen naar de achterdeur. Dan verliest Timo hen uit het oog, omdat een hoge conifeer op de achterplaats het zicht op de achterdeur belemmert. Er kriebelt iets vervelends in Timo’s buik. Als de buurvrouw wel naar de kerk is, klopt hier iets niet. Wat moet hij doen? 112 bellen? En dan blijkt natuurlijk dat het gewoon een paar kennissen zijn … Ineens schiet hem iets te binnen. Snel loopt hij via de vaste trap weer naar beneden. Lieke krijst dat het een lieve lust is. ‘Jaja, even geduld meisje. Papa komt zo!’ roept Timo terwijl hij de slaapkamer passeert. Hij loopt vlug de volgende trap af naar beneden. In de woonkamer kijkt hij door het raam in de achterkamer naar buiten. Hier kan hij niets zien, maar dat wist hij al. Snel werpt hij een blik in de box. Fleur ligt rustig tegen een speeltje te keuvelen. Hij beent naar de kamerkast en vist er zijn digitale camera uit. Vlug hangt hij hem om zijn nek en snelt met grote stappen naar boven. ‘Papa komt zooo!’ Van de tweede trap benut hij maar de helft van de treden, dus is hij in een mum van tijd weer hijgend bij het raam van de dakkapel. Daar voelt hij zich toch ineens wel wat open en bloot staan. Hij trekt zich wat terug van het raam, maar wel zo dat hij goed zicht houdt op de achtertuin van de buurvrouw. 10
Snel schakelt hij de camera in, richt even op de plaats waar de mannen achter de conifeer zijn verdwenen en zoomt in. Als hij ze op de foto kan krijgen, heeft hij dat in ieder geval. Daarna ziet hij wel verder. Misschien zijn ze alweer verdwenen terwijl ik beneden was, denkt Timo. Een verdieping lager is het een kabaal van jewelste. Timo voelt zich ongeduldig worden. Dit moet niet te lang duren. Lieke huilt zich straks helemaal overhoop. Het blijft angstvallig rustig in de achtertuin van de buurvrouw. Timo’s tweestrijd wordt steeds groter. Hij voelt zich een steeds slechtere vader worden, maar anderzijds, als hij hier iets mist … Hij zucht. ‘Kom op, mensen …’ mompelt hij en meteen moet hij om zichzelf glimlachen. Maar het wachten wordt steeds vervelender. Lieke moet wel in heel de buurt te horen zijn. Ineens is het beneden stil. Wat is dat? Waarom is ze ineens stil? Timo wordt er niet geruster op. Hij doet zijn uiterste best om nog een geluidje van beneden op te vangen, maar het blijft volslagen stil. Hij houdt het niet langer uit. Juist op het moment dat hij besluit om naar beneden te gaan, ziet hij iets bewegen naast de conifeer. Er komt een man tevoorschijn. Hij heeft iets onder zijn jas. Meteen heeft Timo zijn camera in de aanslag. Hij klikt en nog eens en nog eens, totdat de man in de brandgang is en Timo hem niet meer kan zien, omdat zijn eigen schuur er voor staat. 11
Er komt nog een man achter de conifeer vandaan. Timo richt opnieuw en knipt zo vaak hij kan. Dat is echter maar een paar tellen en dan is ook deze man via de brandgang verdwenen. Wat nu, denkt Timo, de politie bellen? Hij pakt zijn mobiel uit zijn broekzak. Plotseling schiet hem iets anders te binnen. Hij kan de buurvrouw bellen. Als ze thuis is, is er niets aan de hand. Als ze niet opneemt, is het foute boel. Maar het nummer van de buurvrouw heeft hij niet in zijn telefoon. Daarvoor moet hij naar beneden naar de klapper naast de vaste telefoon. Hij rent de trap af. Oh ja, Lieke was ineens stil … Snel kijkt hij om de hoek van de slaapkamer. Hij hoort zijn dochtertje wat pruttelende geluidjes maken. Niets aan de hand dus, gelukkig. Vliegensvlug rent hij naar de begane grond en opent de klapper. Van Duinen, zoekt hij. Van Duinen bij de V of bij de D? Niet bij de V. Bij de D heeft hij meer succes. Snel toetst hij het nummer in en houdt de telefoon tegen zijn oor. Het toestel gaat over. Timo laat hem helemaal uitrinkelen. Er wordt echter niet opgenomen. Dan weet ik genoeg, denkt hij en hij drukt op het hoorntje met de streep erdoor. Dan toetst hij een kort nummer in: 112. Lang hoeft hij niet te wachten. Een vriendelijke mevrouw vraagt waarmee ze hem van dienst kan zijn. ‘Ik heb … volgens mij is er zojuist bij mij achter ingebroken. Daar woont een oudere mevrouw en ik heb haar gebeld of ze misschien thuis was, maar ze neemt niet op. Ik heb twee mannen bij haar achterdeur gezien en die zijn mogelijk binnen geweest. Maar dat heb ik niet kunnen zien, omdat er een conifeer voor de achterdeur staat.’ 12
‘… Dat is fijn. Ehm, dat moet de Symfonielaan zijn. Nummer weet ik zo niet, maar als u over de Parklaan gaat en naar de Symfonielaan afslaat, is het het middelste huis in het blok rechts.’ ‘… Prima. Ik heb overigens foto’s gemaakt van de mannen die ik in de achtertuin van de buurvrouw heb gezien.’ ‘… Ik woon recht achter de mevrouw.’ ‘… Ja hoor. Ik ben thuis, want ik pas momenteel op m’n kinderen.’ Timo stopt zijn telefoon weer in zijn broekzak en loopt naar boven. Vanaf de trap roept hij al: ‘Zo en dan zullen we nu eerst onze Lieke gaan verschonen. Sorry mei…’ Timo’s ogen worden groot. ‘Wat heb je nou toch gedaan?’ Met afschuw neemt Timo de verrichtingen van zijn dochtertje waar. Lieke kijkt triomfantelijk achterom. Haar pamper hangt los en tussen haar voetjes ligt een bruine derrie. Vlijtig neemt ze weer een handje van de derrie en smeert die vervolgens uit over de witte spijlen van het ledikantje, waarvan de meeste inmiddels niet meer wit zijn. ‘Bah! Vieze meid, dat mag toch niet!’ roept Timo uit. Lieke zelf zit ook helemaal onder de ‘verf’. Met een vies gezicht pakt Timo haar op, loopt naar de badkamer en zet de kraan aan. Dan trekt hij haar loshangende pamper en kleertjes uit. Als het water de juiste temperatuur heeft, zet hij haar in het ligbad, neemt de sproeier en richt die op Lieke. Lieke heeft nu de grootste lol en slaat met haar handjes door de sproeistraal. Timo wordt er zelf ook nat door en bromt: ‘Hou daar eens mee op!’ 13
Lieke kijkt Timo met grote ogen aan alsof ze wil zeggen: ‘Waarom?’ Timo schudt zijn hoofd om haar onschuldige gezichtje. Snel zeept hij Lieke in en spoelt haar vervolgens weer af. Hij pakt een handdoek en wikkelt haar daarin. Daarna neemt hij haar weer mee naar haar slaapkamer en legt haar opnieuw op het aankleedkussen. Ze krijgt een schoon rompertje aan. Dan schiet hem te binnen dat de pampers nog steeds boven staan. En op dat moment begint beneden Diezel te blaffen en gaat meteen de voordeurbel. ‘Ook dat nog’, moppert Timo. ‘Alles tegelijk, waardeloos.’ Hij pakt Lieke op. In haar ‘beschilderde’ ledikantje kan hij haar niet leggen. Dan moet ze maar mee naar beneden. Timo loopt de trap af en opent de voordeur.
14