Skip to main content

levietenindekerkab

Page 1

1. Koster Sleutelfiguur Een sleutelfiguur in het kerkelijk leven is de koster. Hij is het die zorgt voor het openen en sluiten van de kerk. In Delden is het jarenlang de gewoonte geweest dat de koster van de Hervormde kerk op eerste Paasdag naar het kasteel Twickel ging om daar de sleutel van de kerk te overhandigen aan de bewindsvrouwe die zorgde voor onderhoud van de kerk en salariëring van predikant en koster. De koster kreeg direct daarop de sleutel terug en wist zich weer voor een jaar benoemd. Er is echter méér te doen voor de koster. Hij draagt zorg voor de verwarming en houdt de geluidsinstallatie in de gaten. Wanneer iemand in de kerk onwel wordt is hij er als eerste bij om maatregelen te treffen. Het schoonmaken van de kerk of het coördineren ervan gebeurt onder zijn verantwoordelijkheid. Hij is het eerst bij de kerk en vertrekt als laatste. In de winter kan dat nog extra vroeg zijn wanneer er sneeuw geruimd of gladheid bestreden moet worden. De koster is ‘manusje van alles’. Zeker wanneer hij eventueel ook nog zorg draagt voor het verenigingsgebouw. In België heeft men in het verleden vanwege de omvangrijke taken van de koster speciale kostersscholen gehad in Torhout en Sint Niklaas. Ten diepste waren het onderdelen van de zogenaamde normaalscholen, zoals destijds een pedagogische academie werd genoemd. De algemene vakken volgde men gezamenlijk maar wanneer de vakken meer op het onderwijs waren gericht, kregen de kosters in spe onderwijs in de taken die hun wachtten. Alleen al met het oog op de kleuren van het kerkelijk jaar en de heiligenkalender kwam daar heel wat voor kijken.Tevens kregen de kosters een goede muzika9

Levieten in de kerk_bw.indd 9

05-04-18 16:09


le opleiding omdat ook aanstaande kerkorganisten hier hun opleiding genoten, enigszins te vergelijken met het niveau van een muziekschool. Schoolmeester en koster Met alle werkzaamheden die de koster in onze tijd doet, waren zijn taken vroeger veel omslachtiger. In veel gevallen, met name in de dorpen, was het schoolmeesterschap met het kosterschap verbonden. Dirck Adraensz.Valcoogh, koster en schoolmeester te Barsingerhorn – waar thans geen kerk meer is – schreef in 1591 ‘Den reghel der Duytsche Schoolmeesters’. In dichtvorm schreef voornoemde Valcoogh de taken die de schoolmeester als koster moest verrichten.

Ten eersten sal hy luyen, de Kerck sluyten en ontsluyten, t’Kerckhof en Kerck reyn houden binnen en buyten, De Psalmen sal hy voor en nae de Predicatie singen, t’Water tot den Doop sal hy aenbringen, Die Prophecyen sal hy stichtelycken lesen, De Predicanten en Kercken-raedt ghehoorsaem wesen, Hy sal tot den Nachtmael aenschaffen Broodt en Wijn, Mits tafelen, bancken, croesen, t’ geen dat noodigh moch zijn, En wanneer de Predicanten ter Kercken falen, Soo sal hy uytgaen om die te halen, Der armen Busse sal hy wel bewaren, Brengense voort als men aelmissen sal vergaren, Schryven t’gene, dat de Diaconen willen hebben geteeckent, Secretelyck houden, watter in ghedaen wort en gerekent. T’uerwerck sal hy stellen ende opwinden, Bancken uyt den wegh brengen, de Ledders opbinden, ’t Gheboeft sal hy ter Kercken uyt jaghen, Oock bestellen dat de Honden worden geslaghen, 10

Levieten in de kerk_bw.indd 10

05-04-18 16:09


’t Boeck bewaren, daer men de doopelingen in schrijven, Vermanen. t’’Volc dat sy over de Kerc niet loopen rijven. Die Duyven, end’ oock die schadelycke Kat-uylen, Sal hy vangen, om dat sy de Kerck maken vuylen, Hier sal hem dën Schoolmeester in toonen seer vlytigh, Ende in al desen te doen niet zyn verdrietigh: Want dat is zijn Ampt, dat hem is opgheleyt. Die loon ontfangt, t’ is recht dat hy doe arbeydt.

Eed van de koster Valcoogh was echter niet volledig in het beschrijven van de kosterstaken. Het innen van de zitplaatsgelden, het zetten van stoven – niet in het minst in de kansel – noemde hij niet. Net zomin als de zorg voor de verlichting middels kaarsen of het aansteken van de olielampen. In het Boek van Eeden der Stad Zwolle lezen we de eed van de koster van de Grote Kerk: ‘Ik belove en zweere, dat ik den kerkeraad en de predikanten wel en neerstig zal bedienen (…) Dat ik geen meerder waschkeersen in rekening zal brengen als in der daad hebbe geleverd, dat ik daar omtrent en omtrent de andere keerzen het meeste voordeel van de kerk zoeken en betragten zal.’

Centen en de plé Opmerkelijk zijn de instructies die de koster van Niezijl (Gr.) in 1853 bij zijn taken opgedragen kreeg, namelijk ‘dat de kinderen niet meer in de kerk komen, om te spelen, ook niet des Zondags na de Godsdienstoefening teneinde de banken te doorsnuffelen of er centen zijn gevallen; dat door u gezorgd wordt dat de vrouwenbanken niet door mannen bezet worden.’ Aaltje den Besten kreeg in 1903 van de kerkenraad van de christelijke gereformeerde kerk te Noordeloos 11

Levieten in de kerk_bw.indd 11

05-04-18 16:09


een reglement waarbij de volgende punten in het oog vallen: – ‘Elke week zorgdragen dat de plé schoon en rein is; – Te zorgen dat men steeds op tijd zij, opdat geen ontstichting plaats hebbe’.

Klokluiden en kerkespraken Ook het luiden van de klok en het lezen van de ‘kerkespraken’ konden bij de kosterstaken horen. De kerkespraak hield in dat allerlei algemene berichtgevingen van kerk- tot marktbestuur werden voorgelezen na de preek. De Gelderse Synode die in 1580 te Harderwijk werd gehouden kwam hiertegen in verzet, maar het duurde tot 1736 eerdat besloten werd dat de kerkespraak buiten gehouden zou worden. De koster stond op een verhoging – bestaande uit een forse steen – waarvan er nog te zien zijn in Bennekom en Elspeet. In Ermelo was het een omgekeerd stenen doopvont dat daartoe werd gebruikt. In 1847 besloot de kerkenraad onder leiding van ds. H.W. Witteveen dat de kerkdiensten ordelijk zouden worden beëindigd. Wat was namelijk het geval? De een na de ander was de kerk al uit voordat de zegen werd uitgesproken, en dat om een zo mooi mogelijk plekje te krijgen om de nieuwsberichten van de koster te beluisteren. In Hengelo (Gld.) werd de kerkespraak gehouden terwijl de koster onder een afdak stond. Deze is nog te zien. Er waren ook ‘kerkesproaken’ die bestonden uit een afdakje inclusief lessenaar. In Hellendoorn staat zo’n ‘kerkesproak’ nog in de nabijheid van de kerk, zij het buiten functie.

Koster, organist, enzovoort, enzovoort In het Drentse Dalen overleed in 1849 de schoolmeester die tevens koster was. Het was in de tijd waarin men in de werkplaats van orgelmakers Scheuer te Zwolle druk bezig was een 12

Levieten in de kerk_bw.indd 12

05-04-18 16:09


orgel te bouwen voor die kerk. Besloten werd dat de nieuwe koster ook organist werd. Zodoende kreeg Jan Hermanus Baning wel een zeer groot takenpakket. Schoolmeester en enkele avonden in de week avondlessen; het schoonhouden van de kerk; het luiden van de klok driemaal ’s daags, bij begrafenissen en uiteraard voorafgaande aan de kerkdiensten; alles in gereedheid brengen bij Doop en Avondmaal; voorlezen; onderhoud begraafplaats en … kerkspraak houden. Zijn beloning was er ook naar want naast de schoolgelden had hij vrij wonen in een kosterswoning, terwijl hij ook nog eens leefde van de opbrengst van de kosterijgoederen bestaande uit bouwland. Toen bleek dat er ijzeroer in de grond zat gaf dat de koster nog een extraatje. Wat een verschil met de koster van de Grote Kerk te Dordrecht. We lezen in het Clatboeck van de kerkenraadsvergaderingen dat in 1578 een diaken – de houtkoper Cornelis Fransz. – het voor de koster opneemt en met de vroedschap zal gaan spreken over ‘de verbeteringe sijner besoldinge (…) namelick diewijl sijne noot groot is ende hij met sijne besoldinge nyet doer en kan’. Dat is altijd beter dan wat Jan Simonsz en Jacobus Orlaeus resp. koster en voorlezer van de Sint Janskathedraal te ’s Hertogenbosch deden.Van hen lezen we in de acta van 9 oktober 1630, een jaar nadat de kerk in gebruik genomen was voor de gereformeerde eredienst: ‘Alsoo men verneemt dat den coster ende den voorleser, van de luyden, die haer kinderen ten doope brengen off comen trouwen, geldt eysschen tot lasteringe van de religie, ende de Christ. kercke, soo sal men haer beijde ernstelyck daerover vermaenen, dat zij sulcx nijet mogen en doen (…) uytgenomen den coster Jan Simonsz (…) sal mogen ijet nemen, van de bruydigoms, die dat gewillig geven sullen.’ 13

Levieten in de kerk_bw.indd 13

05-04-18 16:09


Fooitjes Franck Jansz Mom, de koster van Scherpenzeel – wiens broer Hendrick er ook predikant is geweest tussen 1592 en 1600 – maakte het in 1615 nóg bonter. Hij preste doopouders dat ze hem zouden betalen. Tijdens de kerkdienst durfde hij het te besteken tegen een ouderpaar te schreeuwen en aan hun kleding te trekken omdat ze niets betaalden. Waarschijnlijk is alles later in den minne geschikt. Het kwaad was echter wel geschied ... De kosteres van de christelijke gereformeerde kerk te Maassluis durfde het in 1922 te besteken om bij de uitgang van de kerk te staan om fooitjes in ontvangst te nemen. De kerkenraad gaf haar loonsverhoging mits ze zich hier niet meer aan schuldig maakte.

Duiven houden Het gebeurde ook wel dat kosters duiven hielden in de toren. De mest konden zij aan de man brengen, en af en toe een duif voor in de soep was ook niet te versmaden. Toen rond 1800 de kerktoren van Lopik werd afgebroken en het kerkschip werd ingekort raakte de koster aldaar die bron van inkomsten kwijt. Hem werd jaarlijks vijf gulden extra uitgekeerd. De koster van Odijk raakte bij de afbraak van de toren aldaar zijn ‘duivenhok’ kwijt maar kreeg vergunning om duiven te houden op de zolder van het lijkbaarhuisje. Hij was daarmee nogal succesvol en kreeg toestemming ook de zolder van de kerk daarvoor te gebruiken, mede vanwege het talrijke gezin van de koster. Toen zijn opvolger maar liefst 150 duiven hield werd het in 1855 door de kerkvoogden verboden de duiven op de zolder van de kerk te houden ‘vanwege het gekoer en geraas dat zij bij den openbare godsdienst maaken’.

14

Levieten in de kerk_bw.indd 14

05-04-18 16:09


Begrafenissen Uit het gedicht van Valcoogh werd duidelijk dat het onderhoud van de begraafplaats in veel gevallen tot de taken van de koster behoorde. Vaak de hele begrafenis zelfs. Het delven van de graven – in of buiten de kerk – en het leveren van doodskisten. In de Laurenskerk te Rotterdam functioneerden twee kosters, die om de week het kosterschap of het doodgraverschap waarnamen. Omdat de kosters in 1576 – kort na de reformatie – ruziemaakten over de leverantie van de doodskisten werd bepaald dat elke koster provisie kreeg naar het aantal kisten dat deze besteld had.

Vervangende predikant Bij de functieomschrijving van de koster te Sint Maartensdijk werd op 11 mei 1726 onder andere het volgende gesteld: ‘Als het de tijdt is dat men des winters ’s woondags predikt, sal de koster des namiddags ten selven dage de predikant deser steede komen vragen ofter des avonds sal gepredikt worden. Denselven koster is ook gehouden eens in de week aan de predikantswooninge te komen vragen ofter ietwas van sijn dienst is. Als de predikant van huis of onpaslijk is, en alhier geen dienst kan doen, sal de koster moeten gaan na sodanige predikant (…) om te versoeken of sijn eerwaarde de dienst belieft te verrigten, opdat de plaats den gehele dag niet ledig staan soude.’ Er wordt niet gezegd naar welke plaats de koster dient te gaan. Het meest aannemelijk is dat dit Tholen zou zijn waar destijds twee predikanten stonden of mogelijk Bergen op Zoom. En dat met de vervoersmiddelen van die tijd …

Regenbak verzorgen Een andere taak had de koster van Volendam. In het regle15

Levieten in de kerk_bw.indd 15

05-04-18 16:09


ment voor de koster dat in 1808 was opgesteld werd opgemerkt dat de koster zorg droeg voor de regenbak: ‘Met het water verkopen, is hij gehouden om naauwe toezicht te doen over het water en geen meer Water voor twee Duiten te verkopen, als er in de Meet Emmer kan.’ Ook op Urk bij het kerkje aan de zee was er zo’n regenbak waar – toen er nog geen waterleiding was – men water kon putten tegen betaling. Ook daar had de koster de leiding. In Krabbendijke lezen we als extra opmerking: ‘Hij zal zorgen dat de bak nimmer zo laag van water gehaald wordt, dat er voor de zieken en armen geen water genoeg zou blijven.’

Stoelendans en togaman Hoewel het doorgaans een zaak was van de kerkvoogdij werd in Beusichem de koster ook nog eens belast met het regelen van de plaatsenverhuur, ook wel ‘stoelendans’ genaamd. De kerk leek dan meer een erfhuis dan een bedehuis want de een bood op tegen de ander om een bepaalde plaats in de kerk te bemachtigen. In de dagen dat er nog geen telecommunicatie was functioneerde de koster ook als bode, of beter gezegd als loopjongen. Hij was de aangewezen persoon om iemand met een ergerlijk leven op de kerkenraadsvergadering te ontbieden of om na een verkiezingsvergadering van kerkenraad of kerkvoogdij de eventueel verkozene te verwittigen van diens verkiezing. Het zitplaatsengeld of de hoofdelijke omslag moest hij eveneens innen. In Breda werd koster Nierse belast het salaris van de predikant – contant in een bruin envelopje – af te leveren. In enkele gevallen moest hij ook de togakoffer van de dominee dragen. Dat behoorde in Ede in vroeger dagen immer tot het takenpakket van de koster. 16

Levieten in de kerk_bw.indd 16

05-04-18 16:09


Mogelijk is dat in Zegveld het langst de gewoonte geweest. In ieder geval was het daar tot 1987 de gewoonte dat kosteres van Loenen de koffertoga kwam halen aan de pastorie en deze in de consistorie stof- en pluisvrij ophing. Ook zijn er voorbeelden bekend – zoals in Werkendam – waarin een ouderling deze taak op zich nam. In Delft was dit de taak van een der mannelijke bewoners van het Rusthuis der Hervormde gemeente.Vanaf 1958 behoorde dit tot het verleden. In Rotterdam was er een speciale ‘togaman’ die ervoor zorgde dat de toga van de predikant op zondag op de plaats van bestemming kwam, ook wanneer de predikant op dezelfde zondag in een ander kerkgebouw in de stad moest preken. En op maandag werd door de ‘togaman’ de toga weer thuisgebracht.

Orde- en zandloperbewaker Koster Janus van Oene moest vroeger in IJsselmuiden de Gereformeerde predikant nog weleens bijspringen tijdens de catechisatie-uren omdat deze geen orde kon houden. In Hervormd Aalten liet men de koster in 1817 een beroepsbrief bij een beroepen predikant brengen. Dat was op 14 januari naar het Friese Hempens en veertien dagen later naar Zuilichem-Nieuwaal. En dat alles gedeeltelijk per diligence maar grotendeels te voet, midden in de winter ... Gelukkig waren de reizen niet tevergeefs want beide predikanten namen het beroep naar Aalten aan. De koster van het Zeeuwse Koudekerke had naast de vele taken die hij als schoolmeester/koster had nóg een heel bijzondere opdracht. Abram Schoe die rond 1700 koster was, moest de zandloper op de kansel in de gaten houden zodat de predikant niet te lang doorpreekte. Meestal deed de predikant dit zelf omdat de zandloper onder diens handbereik 17

Levieten in de kerk_bw.indd 17

05-04-18 16:09


was. Hij werd beboet wanneer hij te lang preekte terwijl de opbrengst ervan voor de armen was. In Koudekerke moest de koster daar dus op letten. Wanneer hij daarin nalatig was kreeg ook hij een boete.We lezen dan ook bij zijn instructies: ‘Meester A. Schoe sal een halve schilling verbeuren, soo hij de sandloper binnen een half quartier nie sal hebben weggenomen nadat se was afgelopen, en so het over een quartieruur is, dan sal hij ook een schelling moeten geven.’ Je vraagt je in den gemoede af waar de heilbegeerte was ...

Kastelein, politie en koster Dat het uitgebreide takenpakket ook weleens de spuigaten uitliep bij de koster werd men in Nes op Ameland eens gewaar. Daar was sinds 1833 Folkert Dijkstra onderwijzer, kastelein, politie en … koster. De predikant wilde dat hij ’s zomers twee uur voor de kerkdienst de deuren zou openen om de lucht te zuiveren en vervolgens na het luiden van de klok – zoals gebruikelijk – de dominee zou waarschuwen dat het tijd was. Dit extra takenpakket vond de toch al bezige bij wat ál te veel van het goede. Hij weigerde met de woorden: ‘Ik ben Dominees diender niet!’ De kerkenraad wilde hem daarop ontslaan, maar Dijkstra nam zijn toevlucht tot de Staatraad Gouverneur van Friesland en mocht blijven terwijl de kerkenraad de taakomschrijving van de koster – die inmiddels ook docent was geworden van een zeevaartschool – in Dijkstra’s voordeel moest aanpassen. Koster Johannes Laros die van 1939 tot 1950 koster was in de Hervormde kerk te Achterberg ging op vriendschappelijker voet met zijn voorganger om. Hij vergezelde de eerwaarde heer Van Viegen – die deze gemeente jaren diende voordat er een predikant kwam – dikwijls per fiets wanneer deze doordeweeks elders moest preken. Toen ze op een avond 18

Levieten in de kerk_bw.indd 18

05-04-18 16:09


over een smal pad fietsend huiswaarts keerden en door de duisternis misleid in een heg terechtkwamen, moet hij opgemerkt hebben:‘Wij volgen altijd verder, als schapen onzen herder, door struiken heen en heg.’

Geestelijke wachter Het woord ‘koster’ is afgeleid van het Latijnse ‘custos’ dat ‘wachter’ betekent. We denken daarbij aan de dorpelwachter van Psalm 84. In de Rooms-Katholieke Kerk was het koster-zijn zelfs een kerkelijk ambt en werd het uitsluitend aan de geestelijken toevertrouwd. Zij bewaakten het heiligdom waar de geconsecreerde ouwel zich in de ‘tabernakel’ bevond. Op sommige plaatsen kwam zelfs de combinatie priester-koster voor. Mogelijk is dat ook de reden waarom de koster van de Sint Jan te Gouda bij bepaalde gelegenheden gehuld in toga en voorzien van staf door de kerk schrijdt. Hoewel koster-zijn tegenwoordig geen ambt (meer) is, geeft prof. dr. G. van der Leeuw in zijn ‘Liturgiek’ toch een treffend beeld van een koster die hij evenals de ambtsdragers beschrijft met een hoofdletter: ‘Ook de Koster heeft een ambt, want ook zijn werk is dienst in het heiligdom. Niet zelden vindt men bij Kosters meer besef van ambt en ambtelijke waardigheid dan bij Ouderlingen en Diakenen. Natuurlijk heeft de Koster in den dienst alleen materieele plichten (tenzij hij op de wijze vanouds zijn ambt vereenigt met dat van den schoolmeester-voorlezer), Maar ook deze materieele plichten zijn geestelijk in hun wezen.’ Het is dan ook niet bevreemdend dat in Sluis – nadat de reformatie aldaar plaatsvond – jaarlijks censuur plaatsvond. Zo lezen we in december 1586:‘Sensuere ghehauden over auderlijnghen, diaconen, siecbesoucker ende coster’ met daarna de opmerking dat niemand strafbaar was bevonden ‘in leven ende officie’. 19

Levieten in de kerk_bw.indd 19

05-04-18 16:09


Was aanvankelijk de koster een geestelijke, allengs veranderde dat en waren er ook leken die dit werk deden. Zo was het in ieder geval toen de reformatie doorbrak. Er zijn uitzonderingen op de regel. In het Drentse Borger was Alexander Tijlekint naast predikant enige tijd koster van de gemeente en deed hij op de provinciale synode te Anlo in 1600 beklag over het feit dat men hem zijn kostersvergoeding niet had gegeven. Op de provinciale synode te Assen klaagt in 1619 ds. Cuperus uit Gasselte dat hij nevens het predikantschap ook het ‘costerampt’ moet bedienen en vraagt hij of daar spoedig een oplossing voor komt.

Gansch paepsch Toen de reformatie wortel begon te schieten en het gereformeerd kerkelijk leven handen en voeten kreeg, werden de voormalige rooms-katholieke kosters niet afgedankt. Zij konden hun werk gewoon blijven doen mits ze zich voegden naar de nieuwe kerkelijke situatie. Dat een en ander weleens op moeilijkheden stuitte zal duidelijk zijn. Dat was ook het geval bij de kerkgangers. Op de particuliere synode van Gelre op 25 september 1593 te Arnhem gehouden, kwam ter sprake dat de kosters op het platteland rogge kregen wanneer er iemand was overleden. Algemeen werd gedacht dat dit batig was voor de ziel van de overledene. Uiteraard nam de synode zich voor om het volk daarover beter voor te lichten. In datzelfde jaar vernemen we dat de koster van Waverveen ‘gansch paepsch’ is. In 1596 blijken bijna alle kosters op de Veluwe roomsgezind te zijn en zich tegen de reformatorische leer te keren. Met name de koster van Nunspeet bleek een lasteraar en versmader te zijn van deze leer. Men trachtte zo spoedig mogelijk kosters aan te trekken die wél de gereformeerde leer waren toegedaan. Tevens wilde de classis de 20

Levieten in de kerk_bw.indd 20

05-04-18 16:09


kosters die analfabeet waren uit hun dienst ontslaan, zoals in Elspeet het geval was. In 1597 regende het klachten over de koster van Wilsum, met name omdat hij weigerde voor te zingen. In 1598 werd de ‘paapsche’ koster van Groenlo ontslagen en nam een gereformeerde zijn plaats in. Een jaar later was de koster van Voorthuizen aan de beurt. Deze hield zich bezig met bestrijding van toverij, maar was er zo door betoverd dat zijn kerkelijke werkzaamheden vergeten werden. In 1600 werd er melding gemaakt van de kosteres van Terwolde. Zij wordt in de classicale notulen ‘ene papistege custersche’ genoemd. Reden te over om uit te zien naar een andere opvolger. Op de provinciale synode van Groningen wordt in 1603 gevraagd op te treden tegen het feit dat in Spijk, Uithuizen en Oldekerk nog een ‘papistisschen’ koster in functie is. Op de provinciale synode van Overijssel werd in 1619 besloten dat de ‘Paepsgesinde’ kosters van Blankenham, Hellendoorn en Raalte het veld moesten ruimen.

Blijvend paepsch Mocht men in 1597 klagen over de koster van Wilsum die weigerde voor te zingen, in 1619 was er een die de belijdenisgeschriften niet wilde ondertekenen. Hij bleek paapsgezind te zijn en probeerde allerlei roomse bijgelovigheden ‘weder op die bane’ te brengen. Zijn eigen kind liet hij elders dopen en wanneer hij een stevige borrel op had kon hij niet nalaten de ‘gereformeerde religie’ te lasteren. Voor hem kwam uiteraard een ander. De predikant van Zevenbergen bracht in datzelfde jaar op de classis van Dordrecht de koster ter sprake. Nadat in 1610 de gereformeerde religie in Zevenbergen was ingevoerd bleef 21

Levieten in de kerk_bw.indd 21

05-04-18 16:09


een ‘paepschen’ koster in dienst. Het was een oude man en uit ‘mededoogentheyt’ met deze man werd hij geduld, alhoewel hij tijdens de preek niet aanwezig was. Afspraak was dat na het overlijden van de koster een opvolger benoemd zou worden van gereformeerde beginselen. Nu bleek dat de collatrice, de gravin van Arenberg, deze functie aan de zoon van de koster had gegeven, ‘wesende mede een papist’ en ‘geswooren vijant der gereformeerde kercke’

Het einde van de paapse koster In 1620 werd de koster van Enschede vermaand ‘het cleppen van ’t Ave Maria’ na te laten. Hij beloofde dit te doen. Het bleek dat in de classis Buren drie kosters waren die ‘Paeps’ waren. Zij weigerden het water ten doop te dragen, ‘den bybel aan te brengen, onderwijlen ooc te luiden, also dat sulx heeft moeten door de predicanten geschieden, soude het volc by malcanderen comen’. Op deze vergadering werd besloten om de Prins van Oranje en enkele andere hoogmogende heren aan te spreken om hier een eind aan te maken. Ook koster Jacob ‘d Groott te Terborg wekte de indruk een andere leer aan te hangen, want in datzelfde jaar werd op de classis Zutphen zijn gedrag door ds. Clapouwer ter sprake gebracht. Met dat hij het doopwater naar de kerk zou brengen om een kind te laten dopen, werd hij door een Jezuïet uit Emmerich meegenomen naar het huis van een weduwe alwaar deze dit sacrament bediende in tegenwoordigheid van de koster.

Tot oefening van de christelijke religie In 1630 werd in ’s Hertogenbosch de koster van de kapel van het Bagijnhof – dat voor de gereformeerde eredienst was ingericht – ontslagen omdat ‘hij sich in de Misse heeft laeten 22

Levieten in de kerk_bw.indd 22

05-04-18 16:09


vinden, welcke saeke van een coster van de gereformeerde kercke onlijdelijk is’. Nee, dan Klaas Janszoon, die de eerste koster werd van de Westerkerk te Amsterdam. Hij beantwoordde aan het doel hetwelk staat geschreven boven de ingang in de kerk naar de kosterij: ‘Tot oefening van de Christelijke Religie is deze Westerkerk gesticht. Anno 1631’, zoals in de kerk boven de ingang naar de kosterij staat opgetekend. Deze man was in vroeger dagen kleermaker geweest, maar vanwege zijn heftigheid voor de gereformeerde leer tegen de remonstranten zijn klanten kwijtgeraakt. Een betere koster konden ze niet krijgen. Die ging ervoor, in ieder geval voor de leer. Maar ook al was men de gereformeerde leer toegedaan, toch bezorgde het doen en laten van de koster vaak slapeloze nachten bij predikant en kerkenraad. Dit had mede te maken met het feit dat tot de negentiende eeuw de magistraat of ambachtsheer de koster aanstelde. In Zwijndrecht moest de koster zelfs een ‘eedt’ afleggen dat hij de Heere ofte Vrouwe mitsgaders de Schout ende gerechten’ zou gehoorzamen. Overheid en kerkenraad lagen ook toen niet altijd op een lijn. In ieder geval waren er problemen te over met de kosters.

Onwettig en ergerlijk huwelijk De kerkenraad van Kethel deed in 1595 op de classis Maasland beklag over de koster omdat deze niet alleen een begrafenis deed terwijl er gepreekt werd ‘maer oock al begravende de clocke te luijen’. De visitatoren beloofden de koster daarop aan te spreken. In 1598 kwam de koster Esaia Gallo van Boskoop in opspraak. Hij was een ‘onwettelick ende ergerlick’ huwelijk aangegaan. Op de classis werd eerder over 23

Levieten in de kerk_bw.indd 23

05-04-18 16:09


‘des incestuosen houwelicx’ van de koster vergaderd. Vermoedelijk was hij met een dochter van zijn schoonzuster getrouwd nadat hij er eerst mee had samengewoond en kinderen had gekregen. Zelfs de universiteit van Leiden werd om advies gevraagd. Het huwelijk diende ontbonden te worden op grond van Leviticus 18:13-14 en 1 Korinthe 5:13. Dit was een andere kwestie dan die in 1603 op de classis van Delft werd behandeld. Er lag namelijk een verzoek van de koster van Zoetermeer om met de weduwe van zijn broer te trouwen. De classis vond dit onstichtelijk en onbetamelijk. Ze adviseerden ds. Paludanus de koster van een huwelijk af te doen zien maar ‘indien hy ’t den coster niet en can ontraden, hem oock niet afslaen maer bevestigen sal’.

Wederspannige kosters Op de synodevergadering van Groningen werd in 1604 geklaagd over de koster van Uithuizermeden. Hij werd beschuldigd van een ‘unrichtigen leven’ en ‘unordentlick’ gedrag. In de classis Nijmegen werd in 1609 aandacht gevraagd voor de kosters van Elst, Aerdt en Overasselt die ‘wederspannich’ waren tegenover hun predikant en voorts een goddeloos leven leidden gepaard met ‘vuylspreckingen ende lasteren’. Men hoopte dat eventueel visitatoren de kosters tot inkeer wisten te brengen en anders alles ertoe in het werk zouden stellen dat voor hen een ander zou komen. Een jaar later kwam op diezelfde classis de koster van Pannerden ter sprake. De ambachtsheer had daar een jongen van ‘ongefehr 13 of 14 jahren out’ als koster aangesteld. Daar zou men graag verandering in zien. Men wilde graag een koster die tevens schoolmeester was, een combinatie die bij de huidige 24

Levieten in de kerk_bw.indd 24

05-04-18 16:09


koster niet mogelijk was. In datzelfde jaar klaagde de predikant van Wadenoyen dat de koster regelmatig ’s zondags elders verkeerde en als het ware een kroegentocht hield. Zelfs het openen van de deur van de kerk liet hij na zodat ‘om de kercke te oopenen iemandt door de vensteren moest doorclimmen’.

Dansscholen en spelen De koster van Eck werd in 1612 tot de orde geroepen omdat hij een kind gedoopt had. Op de Groningse Synode die op 3 mei 1613 vergaderde ‘doleerde’ de classis Loppersum dat door de collatoren ‘etlicke costeren’ waren aangesteld die‘geen geringe onheyl’ teweegbrachten. Op 2 september 1617 kwam de classis Nijmegen bijeen en werd er melding gemaakt dat er kosters waren in de classis op het platteland die naast hun kerkelijk en schoolwerk ook bier tapten ‘tot schaden van de opbauwinge van de gemeinte’. In de classis Tiel speelde dat probleem ook. Daar besloot de classis het in 1619 maar toe te laten maar er wel op te letten ‘dat geen dansscholen noch speelen ende andere rottinge der dronckaerts ’t haeren huise gehouden werden’. En dat was geen overbezorgdheid want op de synode van Groningen kwam in 1607 een klacht binnen over een ‘malecontentische coster’ te Appingedam die een ‘dansschole’ hield.

Klachten! In het Catharijneconvent te Utrecht werd op 8, 9 en 10 juli 1606 een synode gehouden voor de gelijknamige provincie. Van elke gemeente deed een afvaardiging een verslag. Het re25

Levieten in de kerk_bw.indd 25

05-04-18 16:09


gende daarbij klachten over kosters. ‘In Amerongen komt de koster slecht ter kerk, hij kan niet voorzingen, terwijl hij ook niet bereid is daaraan iets te doen.’ Over de koster van Werkhoven werd gezegd ‘dat hij doet, wat hem gelieft in Roomse superstitien’. In Hagestein was de koster weliswaar van de ‘pauselijke superstitie’ bekeerd maar was hij tot op heden nog onbekwaam om voor te lezen of voor te zingen. De koster van Maarssen heette een ‘vijandt van de religie’ te zijn. In Kortenhoef klaagde de predikant erover gehinderd te worden om zijn arbeid vruchtbaar te verrichten omdat de koster ‘groote aergernisse’ gaf. In Nigtevecht was de koster nog steeds rooms-katholiek en ‘soect quaet saet te saijen ende de luiden tot superstitien te misleijden’. De koster van Abcoude – die tevens schoolmeester was – onderwees wel in de gereformeerde leer, maar bezocht toch wat te vaak de herbergen. Ook in Wilnis was de koster tevens schoolmeester. Hem kon weliswaar geen overmatig herbergbezoek ten laste worden gelegd, maar hij gebruikte in het onderwijs wel ‘allerhande boecken’. In Leusden kon men nog niet overgaan tot het invoeren van psalmgezang tijdens de eredienst omdat de koster niet kon voorzingen en hij ‘selffs een valsche stem heeft’. Tevens werd er geklaagd dat de koster die ook een herberg hield tijdens de preek menigmaal wegliep om ‘den luijden te tappen’.

Examineren Gelukkig waren er ook gunstige uitzonderingen. De predikanten van Westbroek, Kudelstaart, Jutphaas en Oostveen verhaalden dat zij een goede koster hadden. Er waren ook afgevaardigden die dienaangaande geen opmerkingen maakten. We mogen er dan van uitgaan dat geen bericht goed bericht was. 26

Levieten in de kerk_bw.indd 26

05-04-18 16:09


Uiteindelijk leidden dergelijke toestanden ertoe dat de koster – wiens taak vaak verbonden was met schoolmeester en voorlezer – geëxamineerd moest worden in de gereformeerde religie en men liet hem de Catechismus en de confessie onderschrijven.

Geen garantie Maar dat gaf geen garantie! In 1667 moest koster-schoolmeester Jan Salomons Pau te Chaam zijn plaats afstaan aan een opvolger. Reden was dat hij ‘sich in sijn leven en ampt seer onstichtelick heeft gedragen’. Dat onstichtelijke gedrag bestond in het verzuim van de verplichting voor te lezen en voor te zingen. Hij wandelde dan elders rond. Hij vergat regelmatig te luiden en hield het uurwerk niet bij.Tevens werd hij beschuldigd van bigamie daar hij een jonge vrouw in huis had genomen naast zijn eigen vrouw. Ook werd hem diefstal ten laste gelegd omdat hij het rooms-katholieke meubilair dat na inrichting voor de protestantse eredienst in de kerk bewaard werd, als brandhout gebruikte. Jan Gerritsen die van 1664 tot 1683 koster was van de Broerenkerk te Zwolle werd meerdere malen ter verantwoording geroepen voor de kerkenraad vanwege ‘quade geruchtten’ die over hem de ronde deden. Naast veelvuldig herbergbezoek met daarmee gepaard gaande dronkenschap gaf hij zijn vrouw Cornelisje menigmaal een pak slaag zodat hij meerdere malen geen toegang kreeg tot het avondmaal des Heeren, ja, zelfs meerdere malen werd ontheven uit zijn functie, maar na betoond leedwezen weer werd aangenomen. ‘Zeventig maal zeven maal’ vergeven bracht men in Zwolle in praktijk.

27

Levieten in de kerk_bw.indd 27

05-04-18 16:09


Politiemeester-hulpkoster Anno Domini 1681 werd in de Nieuwe kerk van Groningen Hendrick Molencamp koster. Hij raakte in de kerk bij de voorbereidingen op het Heilig Avondmaal slaags met de ‘politiemeester’, een soort hulpkoster. De koster had hem niet geholpen bij het schoonmaken van het kerkgebouw. De ‘politiemeester’ verklaarde voor de kerkenraad ‘dat hij Hendrick versocht hadde neffens hem de kerck te reijnigen, ’t welck hij hem onfatsoenlijk hadde geweigerd, dat hij twee kussens behorende op het gestoelte van de H. Ged. Staten en die derwaerts wilde brengen Hendrick met groot geweld die trachtede hem te ontrucken en doe hem heeft geslagen.’ Na schuldbelijdenis mocht Hendrick weer verder met zijn arbeid en bleek voorts zich zo te gedragen dat hij in 1704 bevorderd werd tot koster van de grotere A-kerk.

Dronken In 1718 werd Pieter Pompoene schoolmeester, voorzanger en koster in Renesse. Er was jaren niets mis met hem totdat hij in 1734 in opspraak kwam omdat Cornelia Udemans hem beschuldigde ‘haer te hebben beswangert’. Achteraf blijkt het – droevig genoeg – een leugen van Cornelia te zijn geweest. Wat bij de jaarwisseling van 1740-1741 plaatsvond was evenwel werkelijkheid. Pompoene was zich geweldig te buiten gedaan aan drank. In het actaboek lezen we dat hij op nieuwjaarsdag ‘sig niet ontsien heeft dronken in Godts huys te komen en bij ‘d uytdeling van het avontmael tot ergernis van de gantsche gemeente sijn voorsangersampt op een schandelijke en verfoeyelijke wijs aen te vangen.’ Er was bij de bediening van het Heilig Avondmaal zelfs een tekort aan wijn doordat Pompoene die opdronk. Ondanks vermaningen trad er geen beterschap op. 28

Levieten in de kerk_bw.indd 28

05-04-18 16:09


Bijna dagelijks was hij dronken en durfde het aan ‘half sat en dronken voor te lesen’. De ambachtsheren werden ingeschakeld en Pompoene werd drie maanden geschorst. Daarna nog eens twee maanden. Maar er was geen verbetering. Opeens vertrok hij met de noorderzon, maar kwam in de herfst van 1741 weer boven water om tot de Kerst de kinderen te onderwijzen. Daarna was het weer mis. Hij verbleef acht dagen waarschijnlijk in Zierikzee. In de notulen staat: ‘Dat hij nooyt nugteren geweest is, maar over sondagen en kerstdagen heen heeft doorgelopen op so beestachtige wijs, dat hij sondag voor kersttijdt bij het uitgaen van de naemiddagpredikatie sijn derde pintje jenever reedts omtrent had uitgevaegt.’ Uiteindelijk werd hij in maart 1742 definitief ontslagen.

Onverbeterlijk gedrag In 1722 werd in Reeuwijk Frans Verhart onder censuur gesteld en daarna wegens onverbeterlijk gedrag ontslagen als koster/schoolmeester. Regelmatig maakte hij op de dag des Heeren een kroegentocht in plaats van zijn taken waar te nemen als het luiden van de klok, het lezen van de Bijbel en het voorzingen van de Psalmen. In de notulen wordt opgemerkt dat hij de laatste keer dat dit gebeurde op zondag 10 mei ‘sijn rock van sijn ligham had verdroncken end in sijn camisool was tehuijs gekoomen’. Was het al erg dat hij zijn werk in de kerk naliet, nóg erger was het dat zijn gedrag tot grote ergernis strekte ‘bij de geene die buijten ons sijn, soo remonstrande, als roomsgesinde’.

Offeren aan Bacchus In 1731 was er in Benthuizen een koster/voorlezer/schoolmeester – Johannes van den Gevel genaamd – die naast over29

Levieten in de kerk_bw.indd 29

05-04-18 16:09


matig gebruik van de fles de kerkmeesters fleste. De kaarsen waar men doorgaans viermaal mee kon doen nam hij na tweemaal gebruikt te hebben mee naar huis. Reden van ontslag was dat hij toen hij in Leiden gesignaleerd werd ‘stom dronken gelegen als een beest op de straet en dat in so een postuur des lighaems dat sijn schaemte ontdekt was, tot een smaed en schouwspel van menigte van Leijdse borgers’. In 1746 werd de eveneens Benthuizense koster Arnoldus Captein ontslagen van wie werd vermeld dat de ‘dronkenschap reets in sijn gebeente sat’. Voorts bleek hij te ‘vloeken, dobbelen, vegten ende drijgen’. Op 26 oktober 1765 werd Pieter Schipper ontheven als schoolmeester en koster van ’t Woud. Hoofdoorzaak was drankverslaving. Zijn bijbaan was er dan ook naar want hij was naast zijn kerkelijke verplichtingen die hij verwaarloosde meer in de weer als ‘prijzeerder’, zoiets als taxateur van vee, hetwelk meestal met het drinken van een stevige borrel gepaard ging. In de notulen van Sas van Gent lezen we bij 11 november 1815:‘De provisioneele koster en voorzanger Pieter de Moor wordt in de heden gehouden konsistorie ontslagen wegens zijn ergerlijk gedrag.’ Ook in Warnsveld kreeg koster/schoolmeester Peter Dekkers ontslag vanwege het menigvuldige offeren aan Bacchus. Toen hij in 1851 stierf stond in zijn overlijdensakte dat hij grossier was in sterkedranken ...

De geest uit de fles Na 1816, toen het modernisme steeds meer voet kreeg in de vaderlandse kerk, gaf de koster soms ook grote problemen. Het ging dan niet om de fles maar om de ‘geest uit de fles’, zoals het verlichtingsdenken wel is genoemd. Toen Wouters30

Levieten in de kerk_bw.indd 30

05-04-18 16:09


woude en Driesum nog een gecombineerde kerkelijke gemeente was fungeerde daar Hjerre Gjerrit van der Veen als schoolmeester. Hij bekleedde die post van 1847 tot 1882 en maakte ook de zelfstandigmaking van die beide gemeenten mee in 1876. Hij betitelde zichzelf als ‘Scollemaster, foarlezer, orgelist (te Driesum), kloklieder, bibelwarrer, haechsnoeyer, tsjerkhofskoffeler, strjitwjoeder insf,. to Driesum in foarsanger tot Walterswald.’ Zijn zienswijze stond verre af van de prediking die in Driesum en Wouterswoude werd gebracht. Grondwaarheden als de zondeval, erfzonde, het bestaan van de hel en de verzoening door het bloed van Christus werden door hem openlijk geloochend in publicaties die van zijn hand verschenen. Hij durfde zelfs de Zaligmaker Die de zonde draagt ‘pakezel’ te noemen. Het gebeurde wel dat hij vanachter het orgel openlijk tijdens de kerkdienst met de predikant in discussie ging.

Zonde 329 In het Swartregister van duysent Sonden van Jacobus Hondius wordt ook de koster genoemd. Het betreft zonde 329. ‘Sondigen soodanige menschen/ die Kosters zijnde/ nochtans haer verloopen in den sterken drank: want ghelijck dit een kennelyke sonde is in alle menschen die het doen/ soo oock bysonderlyk in soodanighe/ die altijdt zijn in het Huys des Heeren/ om opsigt te hebben volgens haer Ampt/ ende die oock in veele plaetsen te gelijck Voorlesers en Voorzangers zijn: welke derhalven meer als andere in het oog loopen/ en meer opspraeck geven door haer ergerlyk leven.’

Voorlezen en formuliergebed doen Op 5 september 1620 werd op de synode van Utrecht voorgesteld dat de kosters – wanneer ze ook voorlezer waren bij 31

Levieten in de kerk_bw.indd 31

05-04-18 16:09


absentie van de predikant – niet alleen zouden lezen, maar ook een formuliergebed zouden uitspreken en dat de orde van dienst zou zijn: ‘eerst voorsingen, daerna bidden, daerna voorlesen ende daerna wederom bidden ende besluyten met het singen.’

Visitekaartje De koster is, net als de predikant, het visitekaartje van de kerk. Was het daarom dat ds. J.H. Gunning eens beweerde dat dominees en kosters wel tweemaal bekeerd mogen worden? Omdat de koster mede het visitekaartje van de kerk is, werd in 1903 aan Aaltje den Besten die kosteres werd in de Christelijke Gereformeerde kerk te Noordeloos het reglement voorgehouden dat aanving met de volgende woorden: ‘De kosteres moet onbesproken van gedrag zijn, zodat de Naam des Heeren door haar niet gelasterd worde en geen schande over de gemeente kome. Moet vriendelijk en bescheiden zijn, opdat niemand door haar gedrag worde afgestoten, en moet vreemden, die ter kerke komen een plaats aanwijzen.’ Het moet niet zo zijn als we vinden in de notulen van de Gereformeerde Gemeente onder ’t kruis te Arnhem in 1868 waar staat: ‘De kosterin moet vermaand worden over de onheusche wijze van handelen jegens de ter kerke komende. De scriba zal haar aanmaanen met veel vriendelijkheid de ter kerke komende te behandelen en gedult te hebben met hen die veel pretentien hebben.’ Die vermaning zal koster Hendrikus Schael-even en zijn vrouw Adriaentje Wagenmakers te Renesse ook van pas gekomen zijn. In 1751 komen ze beiden voor in de kerkenraadsnotulen omdat ze samen met andere gemeenteleden een nieuw ingekomene in de gemeente hadden beschuldigd van onrechtzinnigheid. Het was een zekere Anna Margarethe 32

Levieten in de kerk_bw.indd 32

05-04-18 16:09


Lohe. Zij werd er onder andere van beschuldigd ‘dat se ontkent de toerekening van Adams zonden, vermits Godt Adams val heeft besloten, ingevolge d’ oorsaeck van de sonde’ en ‘sij soude loochenen d’ opstanding der doden, seggende: Het stof door de 4 winden verstrooyt sou dat opstaen?’ Een jaar later vertrok meester Schael-even naar de gemeente Wolfaartsdijk. Wie schetst echter onze verbazing? Met hem trok mee als ‘dienstmaegt’ … Anna Margarethe Lohe.

Schorsing In 1882 werd koster Imthorn te Valkenburg (ZH) op het matje geroepen door de kerkenraad. Hij durfde het bestaan zijn predikant in het openbaar voor ‘smeerlap’ uit te maken en een diaken voor een schurk terwijl hij weigerde bij desbetreffende ambtsdrager een duit in het zakje te doen. Van een ringpredikant had hij gezegd dat ‘zoo hij te Valkenburg komt preken van den preekstoel gesleurd moet worden’. De straf voor de koster was niet misselijk. ‘Daar genoemde Imthorn zich voortdurend aan rustverstoring, ruwheid, en schelden – ook in zijne betrekking als koster – schuldig maakt, en dat na herhaaldelijk door den leeraar en kerkeraad vermaand te zijn geworden’ werd hij voor drie maanden als lidmaat en koster geschorst. Te Streefkerk was er een koster die zich met de prediking van zijn dominee niet kon verenigen. Hij maakte geen stampij maar las – terwijl de dominee preekte – een zelf meegebrachte preek …

Ontslag vanwege nalatigheid Kosters konden ontslag krijgen vanwege nalatigheid bij hun werkzaamheden en hun gedragingen. Dat ging doorgaans niet voetstoots. Bij kerkscheuringen was dat anders. Toen in 33

Levieten in de kerk_bw.indd 33

05-04-18 16:09


1944 de vrijmaking plaatsvond binnen de Gereformeerde Kerken had dit ook voor de koster consequenties, hóé goed hij zich ook kweet van zijn taak. In IJsselmuiden betekende dit dat koster Johannes van Oene zijn taak moest neerleggen en de kosterswoning moest verlaten omdat hij verkoos de kerkenraad te volgen die niet met de Vrijmaking meeging.

Pastoor en koster Kosters zijn ook wel bespot. Mogelijk omdat er ook heel bijzondere figuren onder waren. Als bij een span paarden het ene harder en fierder loopt dan het andere, wordt in het Gronings weleens gezegd:‘Hai voart mit n köster in n pestoar.’ Er wordt echter niet gezegd wie er harder loopt, pastoor of koster. Er was ook weleens spanning tussen predikant en koster, vandaar dat Jacob Cats zei: ‘Pastoor en koster zijn het zelden eens.’ De Groningers hebben nog een aparte uitdrukking: ‘Köster pestoar in hond verdainn de kost mit de mond.’ Tussen 1715 en 1730 verscheen in Groningen zelfs ’t Malle kostersboekje. De uitgebreide titel is: De vernieuwde OLIPODRIGO. Dat is: ‘Begin, midden, dog geen Einde, der vuile lasteringe, op de Eerweerde, iets Geleerde, ruim Half verkeerde Handlangers en opsigters der Kerkendienst, Regeerders van de hele en halve grote en kleine klokken, Leermeesters der jonge Jeugt, KOSTERS ende VOORZANGERS der Kerken in de Ommelanden van Stad Groningen, Met vlyt onderzogt ende beschreven door een Mede-Collega der Kosters grote Gilde.’ OLIPODRIGO is afgeleid van het Spaanse ‘olla podrida’ hetwelk zoiets betekent als ‘potpourri’. Het boekje bestaat uit tal van gedichten over malligheden van kosters in het Groningerland. Van Lauwerszee tot Dollard toe, van Drenthe tot aan ’t Wad. In een honderdtal gedichtjes – niet meer dan rijme34

Levieten in de kerk_bw.indd 34

05-04-18 16:09


larij – moeten een bijna even zo groot aantal kosters het ontgelden. Een gedicht gaat over de koster van Haren die psalmborden moest klaarmaken. Voor Psalm 101 schreef hij 1001 waarop de dichter reageerde:

Gaat sundags in de kerck en siet eens na de breden, Daar de psalm staat, o wonder, wonderheden: Psalm duisent een, die singht men in de kerck, Waaruit men klaarlyck siet, het is een geckenwerk.

Eén dag in Uw voorhoven … Op de koster van Eppenhuizen na worden alle kosters voor dwaas, mal en gek aangezien. Daaraan zou het gezegde ontleend zijn: ‘Honderd kosters, negenennegentig gekken’. Die dat echter beweren, hebben weinig zelfkennis en zulken hebben zeker geen besef van de omvangrijkheid van de kostersarbeid. De beste stuurlui staan doorgaans aan wal. Dat was in Kootwijk in het midden der achttiende eeuw anders, want daar was toen geen school en derhalve geen koster. Maar geen nood, in het destijds veertien huisgezinnen tellende dorpje was per toerbeurt een van de huisvaders koster. Ondanks ‘boze kosters’ en kosters die door ‘de boze’ werden geleid, zijn vele kosters mannen en vrouwen (geweest) die in woord en daad aan de dag legden wat de Psalmdichter zingt: ‘Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders.’ Op hen is het volgende bekende gedicht van toepassing:

Hij is geen ongewichtig man, de koster van de kerk. Al staat hij dan niet in ’t ambt, hij doet belangrijk werk. Een groetje hier, een praatje daar, wijst hoff’lijk plaatsen aan. 35

Levieten in de kerk_bw.indd 35

05-04-18 16:09


En tovert er nog plaatsen bij voor hen, die moesten staan. Hij lest de dorst van dominee, bezorgt hem ook wat licht. Geeft briefje aan de organist en schuift gordijnen dicht. Zorgt voor de juiste atmosfeer. Houdt vloer en banken schoon, opdat Gods huis op ’s Heeren dag zich op het schoonste vertoon’. Maar o, wat heeft de man verdriet als na de ochtendpreek hij onder vele banken ziet.Wat is hij dan van streek! Dan heeft de kerk, Huis des gebeds, iets van een bioscoop. En met een zuchtend hart veegt hij de rommel op een hoop. Denk aan de tempelreiniging, de tafels wierp Hij om. Zó groot was ’s Heilands eerbied voor ZijnsVaders heiligdom.

Eerbiedige gewoonte Rest me enkele mooie voorbeelden te geven van dorpelwachters zoals koster Schollaart die van 1948 tot 1967 koster was van de Boezemsingelkerk te Rotterdam. Als hij ergens halverwege de kerk een kind tot de orde moest roepen, was het zijn eerbiedige gewoonte om naar zijn plaats achter in de grote kerk achteruitlopend terug te keren. Uit eerbied voor het Woord op de kansel, dat hij niet de rug wilde toekeren. Over de Boezemsingelkerk gesproken, één van Schollaarts opvolgers moest eens met een buks naar de kerk om een duif dood te schieten die ongrijpbaar was en voor het nodige ongerief zorgde. Zijn vrouw was het daar niet mee eens: ‘In Psalm 84 staat dat zelfs de mus een huis vindt bij Gods altaren, en jij schiet een duif dood?’ Er was toch echt geen andere keus.

Zegen en kracht van Boven Een prachtig actueel voorbeeld is ook Kees van der Slikke, koster van de Hervormde kerk te Scherpenisse. Elke dienst geeft hij elke kerkganger een hand en zegenwens. Terwijl de 36

Levieten in de kerk_bw.indd 36

05-04-18 16:09


voorgangers extra wordt toegewenst ‘Zegen en kracht van Boven’.

Schrijver Sander Bison (1866-1940) die onderwijzer was aan de openbare school te Vinkeveen is korte tijd koster en voorlezer geweest. Deze onderwijzer die in 1887 in Vinkeveen kwam te werken aan de school, werd in 1888 de opvolger van een koster die zijn werkzaamheden beëindigde omdat hij met de dolerenden was meegegaan. Niet lang heeft hij deze functie gehad. Blijkbaar was een en ander moeilijk te combineren. Later is hij schrijver geworden van diverse kinderboeken zoals Bochel Hannes, Henkie van Buurvrouw, Van Jood… Christen (over Isaac da Costa), Wat de zee aanspoelde, Uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht, Gezocht en gevonden, Tot eer en aanzien, bij Groen en Den Hertog uitgegeven. Hij blijkt ook gepreekt te hebben met de acte voor godsdienstonderwijzer.

Hartelijke poging In de Oude kerk te Ede was van 1914 tot 1964 Teus van Droffelaar koster. Hij trachtte eens een oude gewoonte te doorbreken. Wat was het geval? Het was in Ede vroeger de gewoonte dat de zegenbede niet gezongen werd bij de doop van kinderen die buitenechtelijk waren geboren. De koster deelde die mening niet maar meende dat deze kinderen nog veel meer zegen benodigden dan anderen. Hij sprak af met de organist om na de doop de melodie van de zegenbede in te zetten. Alzo geschiedde. Maar met de eerste tonen stond een ouderling op en maakte heftige gebaren in de richting van het orgel waarop de organist stopte met spelen. De zegenbede ging toch niet door.

37

Levieten in de kerk_bw.indd 37

05-04-18 16:09


Oranjegezind Leonard Nierse (1884-1967) was koster van de Grote Kerk te Breda, een kerk die inmiddels helaas aan de kerkdiensten onttrokken is. Hij was een echte Oranjeklant. Het is tijdens de Tweede Wereldoorlog tweemaal voorgekomen dat NSB’ ers zijn kosterswoning geheel oranje verfden. Zijn Oranjegezindheid ging zo ver dat hij in 1938 bij de ontdekking van de crypt van Anna van Buren, de eerste vrouw van Willem van Oranje, onder de grafkapel van ‘zijn’ kerk maar liefst zes lichamen van de familie Van Nassau wist te identificeren, waarvoor koningin Wilhelmina hem zo dankbaar was dat hij bij zijn pensionering een onderscheiding kreeg in haar Huisorde.

Beschildering In de Hervormde kerk van Lopikerkapel is koster-schoolmeester Pieter Landzaat allang vergeten. Maar elke zondag worden de kerkgangers aan hem herinnerd. Hij schilderde in 1771 het wandbord tussen consistorie en kerkschip waarop in Lodewijk XV-stijl de wet des Heeren en de twaalf artikelen van het christelijk geloof met gouden letters zijn aangebracht, terwijl boven de gehele wand in‘gewone’ letters te lezen staat:‘De wet des HEEREN is volmaakt, bekeerende de ziele; de getuigenisse des HEEREN is gewis, den slegten wysheid gevende.’ Rondom de klok die in het midden van dat wandbord zich boven de deur bevindt staat geschreven: ‘De wereld gaat voorbij en hare begeerlijkheid.’ Iets dergelijks vinden we ook in Wijngaarden. Daar beschilderde meester/koster G.J. van Tongeren in 1882 twee wandborden naast de kansel. Op het ene wandbord staan de Tien Geboden en op het andere de Twaalf Arti­ kelen met daaronder de woorden die Salomo uitsprak bij het inwijden van de tempel. Achter de kerk ligt zijn grafzerk. 38

Levieten in de kerk_bw.indd 38

05-04-18 16:09


Brand De gevolgen die de 15-jarige luciferverkoopster Cornelia Vink veroorzaakte – die achteloos een brandende lucifer had weggegooid – waren groot. De Grote Kerk van Asperen brandde in mei 1896 helemaal uit. Het kerkelijk archief werd gered door koster Jan Valk die dit gevaarlijke staaltje klaarde met behulp van ds. Cladder uit Schoonrewoerd. Bij het vervoer naar veiliger oord viel de bodem uit de kist zodat alle kerkeboeken over de straat gingen. Ondanks de droeve omstandigheden kon de koster zijn gezicht niet in de plooi houden, waarover hij door Cladder ernstig berispt werd. Bij de brand van de Grote Kerk te Hilversum op 3 december 1971 was het de koster die het Avondmaalsstel uit de brandende kerk had weten te redden.

Onderduikers Jochem Hennink die van 1926 tot 1951 koster was van de Bethelkerk te Urk heeft verschillende malen jongens uit de handen van de bezetters weten te houden door ze boven op de zolder en onder de kansel te verbergen. Ook koster Japin van de Bethlehemkerk te Den Haag was een dapper man. Onder de vloer van de orgelgalerij zaten in de Tweede Wereldoorlog twaalf jonge mannen die gezocht werden door de Duitsers, waaronder een zoon van de koster. Een kleedje lag over het luik.Wonderlijk genoeg werd het kleedje niet opgetild. De zoon van de koster werd de spanning te veel toen de soldatenlaarzen enkele centimeters van zijn hoofd verwijderd waren zodat zijn makkers hem bewusteloos sloegen opdat hij door zijn gegil hen niet zou verraden. De koster die de Duitsers op de galerij begeleidde vertelde hun over het orgel zodat ze afgeleid werden. Uiteindelijk verlieten ze onverrichterzake de kerk. 39

Levieten in de kerk_bw.indd 39

05-04-18 16:09


Diezelfde koster liet – toen de klokken door de Duitsers gevorderd werden – eerst een grammofoonopname van de luidende klokken maken door een radiozaak in de Magnolia­ straat. Middels een in de toren geplaatste geluidsinstallatie werd elke keer voor de aanvang van de kerk de grammofoonplaat afgedraaid. Op de zolder van de Breepleinkerk te Rotterdam is gedurende diezelfde oorlog drie jaar lang een tweetal Joodse families geherbergd zodat die plek later de bijnaam ‘het Rotterdamse Anne Frankhuis’ kreeg. Koster Jacobus de Mars, die van origine timmerman was, heeft de schuilplaats gemaakt en de Joodse families verzorgd samen met zijn vrouw en dochter en het predikantsechtpaar Brillenburg Wurth. Een van de onderduiksters was zwanger en bracht in de kosterswoning op 6 januari 1944 een zoon ter wereld.Vlak voor het einde van de oorlog ging het bijna mis. Op zaterdag 14 april 1945 werden – zoals later bleek doordat tijdens een hard verhoor een lid van het verzet was doorgeslagen – de kosterswoning en de kerk doorzocht door de Grüne Polizei. De onderduikers werden niet gevonden. De koster werd per overvalwagen afgevoerd naar politiebureau Haagse Veer, en vanaf daar naar de strafgevangenis in Scheveningen. De onderduikers kwamen na die tijd niet meer van de zolder af. Het duurde slechts drie weken. Toen kwam de bevrijding. Ook voor Jacobus de Mars. Echter was hij niet meer in staat zijn werk te doen en overleed na een lang ziekbed in 1951. Hij en zijn vrouw werden onderscheiden door Yad Vashem terwijl de burgemeester van Rotterdam recent heeft toegezegd dat er een straat in de Maasstad naar hen genoemd zal worden.

40

Levieten in de kerk_bw.indd 40

05-04-18 16:09


Avondmaalsbrood ’k Ontmoette eens een koster die me vertelde dat hij het zo erg vond dat hij het brood voor het Heilig Avondmaal gereed moest maken maar er zelf geen gebruik van mocht maken. Hij zal de enige niet zijn. Dat moet wat zijn, dorpelwachter zijn en nog buitenstaander … In de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Terneuzen behoeft de koster deze bijzondere taak niet te verrichten want daar wordt door een ouderling het brood gesneden. De koster legt alleen het ongesneden brood met broodplank en mes klaar. Het mooist is wanneer het mag zijn zoals het volgende gedicht verwoordt:

Eens was ik als koster in de kerk wat toch behoorde bij mijn werk: het klaarmaken van het Heilig Avondmaal, waar ik u even bij bepaal! Ik wilde dan van het brood gaan snijden maar, daar zag ik Christus in Zijn lijden. Ik nam het mes en het brood en zag daartoe mijn schuld zo groot! Toen kreeg ik een zielewond zo zeer en legde het mes weer spoedig neer. Want waarom moest het mes in het heilig Brood? Vanwege onze ongerechtigheid, zo groot. Verbrijzeld vanwege onze diepe val en schuld; toen werd mijn hart met wenen vervuld. Ik zat daar verstomd en beefde over al mijn leden; ‘k had mijn werk niet kunnen doen, had de Heere geen andere weg betreden. Maar toen Christus met Zijn Geest tot mij zeide: 41

Levieten in de kerk_bw.indd 41

05-04-18 16:09


Er was geen andere weg als dat Ik voor uw zonde lijde. Dan is er voor een zondaar in Christus geen andere weg gewis Als ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’. Toen was mijn blijdschap in Christus zo groot en kon toen gaan maken brokjes van het brood. Het was daar in de eenzaamheid en gemeen beter als dat ik zag, dan in het bedienen van het Nachtmaal de andere dag. Het is altijd goed hoe en wanneer de Heere werkt, want hiertoe werd ook het geloof toch versterkt?

Innerlijke rijkdom Na zoveel kosters genoemd te hebben kan ik niet nalaten een voorbeeld te noemen van een voorbeeldig kosteres, Christina van Norden genaamd. Ze was geen kosteres van een van de voorname kerken maar slechts van het eenvoudige kerkje van Driedorp en daarom in de volksmond ook wel Chrisje van Driedorp genaamd. Toen de Amersfoortse Courant in 1978 haar interviewde zei ze: ‘Ze noemen me kosteres, maar dat is eigenlijk een te groot woord.’ Dat was zeer bescheiden van haar. Want in hetzelfde gesprek met genoemde krant tilt ze een klein tipje van de sluier op van haar werk dat soms ook heel ondankbaar was: ‘In gedachten zie ik mezelf zitten in de Driedorpse Bijbellezing. Nog zie ik die ene kerkganger binnenkomen, de tabakspruim nog in de mond. Zittend bij de kachel spuwde hij telkens met een welgemikte boog het bruine vocht tussen zijn witgekalkte klompen door, op de ruwhouten plank aan zijn voeten. Wanneer de voorganger binnenkwam, verhuisde de rest van de tabakspruim bovenop de cokes in de kolenkit. Als een presentje voor de kosteres.’ Naast het kosterschap gaf ze ook zondagsschool terwijl ze verschillende hulpbehoevende mensen in huis nam. Zij getuigde ten overstaan van de interviewer: ‘Ik zie mezelf als 42

Levieten in de kerk_bw.indd 42

05-04-18 16:09


een rijk bevoorrecht iemand, dat ik door dit werk te doen aan een klein deeltje in Gods wijngaard heb mogen bijdragen. Dat zie ik als een grote zegen. (…) Er zijn andere mensen die ook hard gewerkt hebben en die meer aards gewin vergaard hebben dan ik, maar misschien hebben ze wel minder innerlijke rijkdom verkregen dan ik uit mijn werk geput heb. Ik ben een rijk mens, ik kan in alle delen van mijn leven Gods hand zien.’

Lintjes en straatnamen Er zijn terecht talloos veel kosters die een lintje hebben gekregen. Te veel om op te noemen. Aan een enkeling is een bescheiden straat gewijd. In Ede is er bij de Sionskerk een Koster Vermeulenplein ter herinnering aan koster Vermeulen die van 1958 tot 1998 daar koster was. In de schaduw van de Sint Jan te Gouda bevindt zich de Koster Gijzensteeg.

Boekwerk Over Cornelis Croon, de koster van Buiksloot, is ooit een boekwerk geschreven door diens predikant Henricus Lamberti van Lunen. Dat was echter geen ode aan de koster maar in dat boek doet de predikant letterlijk en figuurlijk een boekje open over zijn koster die zich onder andere te buiten ging in ontucht met een vrouwspersoon. Omdat de magistraat niet tot ontslag wilde overgaan bracht Van Lunen de zaak maar in publiciteit opdat de gemeente van 200 lidmaten niet verloren zou gaan ‘om eenige booswigt als die koster Croon is’. De complete titel van het boekwerk luidt: Den Voorlooper der Waterlandsche of Buikslootsche Godsvrees, of ‘eene naakte en opentlyke Justificatie, van alle handelingen en Proceduren van den Eerw. Kerkenraad van Buiksloot, gehouden 43

Levieten in de kerk_bw.indd 43

05-04-18 16:09


tegen haren Koster en Schoolmeester Cornelis Croon. Met goedvinden en last des voornoemden Kerkenraads, voor al de Waereld bloot en opengelegt, Door Henr. Lamb. van Lunen, Predikant tot Buiksloot.’

Drie standbeelden Er zijn niet veel kosters die een standbeeld hebben gekregen. Als ik goed gerekend heb, zijn het er slechts drie: Laurens Jansz. Koster te Haarlem, Mijndert van der Thijnen te Coevorden en Jacob van Maerlant in het Belgische Damme die ooit koster was van het dorpje Maerlant op Voorne Putten. Het beeld ter hunner nagedachtenis is niet opgericht vanwege hun kostersdaden maar wel voor nevenfuncties die zij vervulden. Bij de koster van Haarlem ging het om zijn ontdekken van de boekdrukkunst; bij de koster van Coevorden om zijn grote inzet bij de bevrijding van Coevorden van de Munsterse rovers in 1672; bij de koster van Maerlant om zijn betekenis voor de Nederlandse letterkunde middels onder andere zijn ‘Rijmbijbel’.

Martelaar Vermeldenswaard is ook dat er ooit een koster als martelaar stierf. Dat was Joost Gerritsz Leppers, die naast speldenmaker ook koster was van de Sint Pieterskerk te ’s Hertogenbosch, die jaren geleden werd afgebroken. Hij is op 2 juli 1532 in Den Bosch onthoofd. Dat hij ‘besmet’ was door de ‘Luthersche ketterije’ zal zeker van invloed zijn geweest op zijn werk als koster. Zo’n visitekaartje werd bepaald niet gewaardeerd. Van deze koster mocht gelden: ‘Zalig zijn zij die vervolgd zijn om der gerechtigheid wil …’

44

Levieten in de kerk_bw.indd 44

05-04-18 16:09


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
levietenindekerkab by Erdee Media Groep - Issuu