Skip to main content

kerstindetjalkstraatbf

Page 1

1. Belletje lellen ‘Kan het?’ Jens houdt zijn vinger bij de deurbel. ‘Nee-ee!’ Jolien schudt wild met haar hoofd. ‘Wacht! Ik ben nog niet klaar!’ Wow, Jens is snel. Hij heeft het ene eind van het touw al vastgeknoopt. Aan de deurknop van de familie De Groot. Jolien bindt snel het andere eind aan de knop bij buurvrouw Jonker. Even strak aantrekken. Ziezo, die knoop zit muurvast. ‘Oké, klaar!’ ‘Een, twee, drie!’ telt Jens. Precies tegelijk drukt de tweeling op de deurbellen van de buren. Dan rennen ze ervandoor en duiken weg achter de heg. Door een gat loeren ze of de deuren opengaan. ‘Als ze nou maar thuis zijn. Anders is er geen lol aan.’ Jolien stopt haar staartje onder haar rode pet. Ze tikt tegen hetzelfde rode petje van haar tweelingbroer. ‘Zo zijn we bijna hetzelfde. Halen ze ons lekker door elkaar.’ ‘Sst!’ Jens wijst naar de deur. ‘Ze komen!’ De deur bij de familie De Groot zwaait een stukje open. Totdat het touw strak staat. Een man moppert. ‘Hé, waarom klemt dat ding zo?’ Jens stoot Jolien aan. ‘Buurvrouw Jonker!’

~ 11 ~


De deur bij de buurvrouw gaat een piepklein eindje open. Dan weer dicht. En weer open. ‘Lieve help, wat is dit nou?’ klinkt haar hoge stem. Jolien rolt bijna om van het lachen. Ze gaat snel op haar knieën zitten. Met een ruk trekt meneer De Groot aan zijn deur. Pats! Het touw breekt. Meteen staat hij in de deuropening. Hij pakt het stukje touw dat nog aan zijn deurknop zit. ‘Nou ja! Wie heeft dat nu weer verzonnen?’ Jolien bijt op haar lippen. Ze steekt haar hoofd boven de heg uit. ‘Hallo buurman!’ ‘Wat? Dacht ik het niet! Dat is Jens van den Oever natuurlijk weer!’ Hij zet een paar stappen in de richting van Jolien. Jens kruipt vlug onder de heg langs. Een paar meter verderop komt hij overeind. ‘Ha buurman!’ Meneer De Groot krabbelt op zijn hoofd. ‘Jens? Jolien?’ Opeens staat ook de oude buurvrouw Jonker op de stoep. ‘Buurman, wat is er toch aan de hand?’ Meneer De Groot wijst naar het touw. ‘Die grapjassen hadden onze deurknoppen aan elkaar gebonden. Vandaar dat de deuren niet open konden. Stelletje apenkoppen.’ ‘Hè? Wat?’ Jolien springt overeind. ‘Kiekeboe!’ ‘Wie is daar? O, dat is Jolien!’

~ 12 ~


~ 13 ~


Direct verschijnt Jens’ hoofd weer boven de heg. ‘Hallo buurvrouw Jonker!’ ‘O nee, dat is Jens! Of is het Jolien?’ ‘Dat zien we gauw genoeg.’ Met grote stappen loopt meneer De Groot op de heg af. ‘Ik zal ze leren!’ Zodra Jens en Jolien hem aan zien komen, springen ze overeind. ‘Wij waren het alle twee!’ roept Jolien terwijl ze met haar petje door de lucht zwaait. ‘Och nee zeg, de tweeling Van den Oever! Allebei!’ Buurvrouw Jonker schudt haar hoofd. ‘Stelletje schurken!’ roept meneer De Groot. Jens en Jolien horen het amper. Ze rennen de straat uit. Als ze de hoek om zijn, staan ze hijgend stil. ‘Gelukt!’ lacht Jolien. Jens geeft zijn zus een high five. ‘Yep. Helemaal!’

~ 14 ~


Wat nu? Ze hebben geen touw meer. ‘Gewoon belletje lellen? Daar?’ Jens wijst naar een hoekhuis. ‘S. Prietkamp’, leest Jolien hardop. ‘Hé, dit huis staat precies achter het onze. Maar ik weet niet eens wie er woont.’ ‘Een vrouw alleen.’ Jens wijst naar het raam. ‘Moet je dat schip zien. Wow! Ik wou dat ik dat had!’

‘Kom op.’ Jolien drukt op de bel. ‘Zeggen we voor de lol dat we wat vergeten zijn.’ Tring! Het blijft lang stil. Nog eens drukt Jolien op de bel. Jens springt van zijn ene op zijn andere voet. ‘Jolien, weet je hoe je een konijn moet vangen?’

~ 15 ~


‘Een konijn? Hoe dat zo?’ ‘Gewoon. Het is een mopje. O, kijk, daar komt ze!’ Langzaam zwaait de deur open. Er verschijnt een vrouw in de deuropening. Ze is klein en dun. En grijs. Haar bloes is grijs en haar rok is grijs. Jolien staart naar de rij knoopjes op haar bloes. Gek, die zitten allemaal scheef dichtgeknoopt. Zou ze dat niet weten? De vrouw knijpt haar ogen samen. ‘Ja?’ ‘Oeps, we zijn wat vergeten’, zegt Jens. ‘Ja’, lacht Jolien. ‘We zijn vergeten om weg te lopen!’ Maar de vrouw lacht niet. ‘Ik vind … ik vind …’ Met grote schrikogen kijkt ze hen aan. ‘Ik vind dat helemaal niet leuk! Jullie plagen mij. Ga weg!’ Jens en Jolien draaien zich om. Ze horen de deur achter zich dichtvallen. Langzaam lopen ze naar huis. Waarom keek die vrouw zo bang? Zo erg was het toch niet? Mama kijkt verbaasd naar de klok als ze binnenkomen. ‘Zo, dat mag in de krant. Tien minuten voor etenstijd. Geweldig! Dat maak ik niet vaak mee. Zijn jullie soms ziek?’ ‘Tuurlijk niet’, bromt Jens. Jolien legt haar wang tegen haar moeders hand. ‘Lekker koud, hè?’ Ze wijst naar een stapel rode pakjes op de kast. ‘Wat zijn dat, mam?’ Mama giet de rijst af en blaast een haarlok van haar voorhoofd. ‘Kerstpakjes. Die heb ik vanmiddag inge-

~ 16 ~


pakt. Ik ga dit jaar pakjes rondbrengen. Van een stichting. “Vreugde voor zieken.”’ ‘O. Wat zit erin?’ ‘Een kalendertje, een boekenlegger, wat kaarten. Voor mensen hier in de buurt. Jullie kunnen wel meehelpen met bezorgen.’ Jolien leest de namen die erop staan. Meneer De Jong, mevrouw Boerkens. Mevrouw Prietkamp. Wat? Mevrouw Prietkamp …? Is die ziek? Nou, daar gaat zij mooi geen pakje brengen. Zo’n raar mens. Die kan niet eens tegen een grapje! Vlug moffelt ze het pakje onder op de stapel. ‘Lekker!’ roept Jolien als het deksel van de schaal gaat. ‘Gadogado, bonen met pindasaus! Mjammie!’ ‘Cadeau cadeau’, grijnst papa naar Jens. Die trekt een vies gezicht. ‘Ik hoef het niet. U kan het van mij cadeau krijgen.’ Hij rommelt met zijn vork door de bonen. Mama schudt haar hoofd. ‘Opeten, Jens, geen flauwekul. Zeg jongens, even wat anders: hebben jullie al iets bedacht voor eerste kerstdag? Wat gaan jullie tijdens het eten doen?’ ‘Ik heb nog niks. Wat doet u?’ vraagt Jolien. ‘Ik lees een verhaal voor. Papa doet de kerstgeschiedenis uit de Bijbel. En opa heeft een gedicht.’ Er komen diepe rimpels in Joliens voorhoofd. Wat blijft er dan nog over? Zal ze ook een gedichtje voorlezen?

~ 17 ~


Of een verhaal? Bah, saai. Jens schiet kaarsrecht op zijn stoel. ‘Ik weet wat! Ik ga grapjes vertellen! Dat mag toch wel?’ ‘Als je niks beters weet. Je kunt toch ook pianospelen?’ stelt papa voor. ‘Hm. Zou kunnen. Maar mopjes zijn leuker. Pap, ik weet een goeie. Waarom kun je geen muis melken?’ Mama rolt met haar ogen. ‘O nee hè, dat hoef ik niet te weten.’ ‘Omdat er geen emmer onder past!’ roept Jens uit. ‘En weten jullie wat het toppunt van geduld is?’ ‘Dat zijn wij! Omdat we al jouw grapjes moeten aanhoren!’ plaagt papa. ‘Flauw’, zegt Jens. Terwijl mama de toetjes uit de keuken haalt, vertelt hij: ‘Het toppunt van geduld is: op je kop gaan staan en wachten totdat je sokken afzakken.’ Jolien schraapt de laatste restjes vla uit haar schaaltje. Wat kan zij doen? Mopjes? Raadsels? Dan veert ze overeind. ‘Yes! Ik heb een idee!’ Verbaasd staren de anderen haar aan. ‘Waar heeft ze het over?’ vraagt papa. ‘Wat voor idee?’ ‘Voor het kerstfeest?’ zegt mama. ‘Ik weet wat ik ga doen!’ roept Jolien. ‘Wat dan?’ Mama buigt zich over de tafel, maar Jolien schudt haar hoofd. ‘Nee, ik zeg niks. Geheim!’ Na het eten graait ze de schoolkrant uit haar rugzak. Niemand heeft hem nog gelezen. Zelfs Jens niet. Ze

~ 18 ~


weten lekker niets van haar plannetje. Vlug stopt ze de krant onder haar shirt en rent de trap op. Ziezo, nu even de goede bladzij opzoeken!

~ 19 ~


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
kerstindetjalkstraatbf by Erdee Media Groep - Issuu