Skip to main content

jonathanebookd

Page 1

1. Jonathans eerste optreden Zingen: Schriftlezing: Zingen: Zingen: Zingen:

Psalm 85 1 Samuël 13 Psalm 4:3 en 4 Psalm 22:12 Psalm 27:7

Gemeente, De tekstwoorden waarbij we u met de hulp des Heeren een ogenblik willen bepalen, kunt u vinden in het u voorgelezen Schriftgedeelte, 1 Samuël 13, en daarvan de eerste zes verzen, waarvan we u nu alleen het derde vers voorlezen. We vinden daar Gods Woord en onze tekstwoorden aldus: Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreeën horen. Deze tekstwoorden bepalen ons bij Jonathans eerste optreden. Met de hulp des Heeren letten we op drie gedachten: 1. Een bange tijd, naar aanleiding van de verzen 1 en 2; 2. Een moedige daad, u vindt dat verwoord in vers 3; 3. Een benauwd volk, want in plaats dat deze moedige daad troost gaf aan de kinderen Israëls, werden zij zeer bevreesd. U vindt dat in de verzen 4, 5 en 6.

1. Een bange tijd

In deze overdenkingen willen we stilstaan bij Jonathan, de oudste zoon van koning Saul. Misschien wel de meest edelmoedige mens die ons in het Oude Testament wordt getekend. In hem zien we wat genade vermag. We zullen daar nog meerdere keren op terugkomen. Nadat zijn naam is genoemd in de geboorteregisters, is dit moedige 11

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 11

01-09-15 14:27


optreden tegen de Filistijnen eigenlijk het eerste wat in de Bijbel over Jonathan staat opgetekend. In onze eerste gedachte willen we eerst iets zeggen over de tijd waarin koning Saul, en dus ook zijn oudste zoon Jonathan en de kinderen Israëls, leefden. Dit hoofdstuk heeft uitlegkundig een moeilijk begin. Er staat: ‘Saul was één jaar in zijn regering geweest, en het tweede jaar regeerde hij over Israël.’ Letterlijk staat er in het Hebreeuws dat hij was ‘een zoon van een jaar in het regeren’. Deze uitdrukking wordt wel meer gebruikt in het Oude Testament om te kunnen zien op welke leeftijd iemand bijvoorbeeld koning is geworden, of om aan te geven in welk jaar van zijn regering hij is. Sommigen nemen dit letterlijk en denken dus aan het begin van het tweede jaar van de regering van koning Saul. Maar dat stuit op de volgende moeilijkheid: Deze strijd mondt uiteindelijk uit in de dood van koning Saul. Het is onmogelijk dat al deze gebeurtenissen in één jaar hebben plaatsgevonden, namelijk in het tweede jaar van de regering van koning Saul. We weten uit Handelingen 13 vers 21 dat koning Saul veertig jaar heeft geregeerd over Israël. Dus niet twee of drie jaar. Zijn regering heeft veel langer geduurd. Er zijn daarom verklaarders die dit niet letterlijk nemen, maar symbolisch. Zij zeggen: Koning Saul was eigenlijk als een kind van een jaar. Hij was helemaal niet in staat om leiding te geven. Zegt de wijze Salomo het niet in het boek Prediker: ‘Wee u, land, welks koning een kind is’? Welnu, zeggen zij, zo moet u die uitdrukking nemen. Koning Saul is als een kind. Hij is helemaal niet in staat om deze taak uit te voeren. Weer anderen denken dat er nóg een tiental hoort te staan dat is weggevallen bij het overschrijven, en dat we hier moeten denken aan het tweeëndertigste jaar van de regering van koning Saul. Hoe het ook zij, ook hier blijkt dat ons verstand altijd beperkt is in de uitleg van de Heilige Schrift. Eén ding is zeker, namelijk dat Gods Woord waar is en dat deze geschiedenis ook tot onze lering is opgetekend in de Heilige Schrift. Dát is ten diepste het belangrijkste. De Heere geeft geen antwoord op al onze nieuwsgierige vragen. Het gaat ten diepste om geestelijke lessen, en die zijn zeker ook in deze geschiedenis voor ons te vinden. Koning Saul heeft inmiddels in zijn regering al grote successen geboekt. Hij heeft een overwinning behaald op de koning van de 12

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 12

01-09-15 14:27


Ammonieten. Dat staat beschreven in de voorgaande geschiedenis. Koning Nahas, de koning der Ammonieten, is door koning Saul verslagen. Wat zal het volk verblijd zijn geweest met deze daad van de koning. Echter … nog maar nauwelijks is die oorlog achter de rug, of er is alweer een nieuwe oorlog, dit keer een oorlog tegen de Filistijnen. In het Oude Testament is de ene oorlog nog niet afgelopen, of de volgende oorlog kondigt zich alweer aan. Het Oude Testament is vol van oorlogen, van strijd, van doden. Dat maakt het ook best moeilijk om het Oude Testament te lezen. We moeten echter niet vergeten dat het ook in het Oude Testament gaat over Christus. Het gaat niet alleen in het Nieuwe Testament over Hem. Ook in het Oude Testament. Het Oude Testament begint met de moederbelofte: ‘Ik zal vijandschap zetten …’ Het Oude Testament tekent ons een geestelijke strijd. Het gaat om het levende Kind. De vijandschap van de Filistijnen tegen de Joden is niet anders dan een vijandschap tegen Christus. Die vijandschap kleurt het hele Oude Testament rood van bloed. Juist omdat er sprake is van een geestelijke strijd, zijn die geschiedenissen ook zo vol onderwijs. Zeker, ook in het Nieuwe Testament is er sprake van een geestelijke strijd. Het gaat ook vandaag nog over het levende Kind. Houd dat vast. Daarom is er ook vandaag zoveel strijd op aarde. De kranten staan er vol van wat de christenen wordt aangedaan. Denk aan Noord-Irak, waar de huizen van de christenen met spuitbussen gekenmerkt worden en de Arabische letter nun daarop getekend wordt, heenwijzend naar Jezus van Nazareth. Als de mensen die daarin wonen niet vluchten, zijn ze ten dode opgeschreven. En deze strijd gaat door. Al moeten we wel oppassen dat we de strijd van het Israël van vandaag niet altijd zomaar een op een kunnen vergelijken met het Israël in het Oude Testament. Israël in het Oude Testament was een theocratie, dat had een Godsregering. Dat kunnen we van het Israël van vandaag niet meer zeggen. We kunnen niet zeggen dat alle besluiten die daar genomen worden door de Knesset, besluiten zijn die Gods goedkeuring wegdragen. Maar die geestelijke strijd is verspreid over de gehele wereld. Deze geestelijke strijd woedt in Irak op een bloedige wijze. Die woedt in Noord-Korea op een verschrikkelijke wijze waar wij ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Maar die geestelijke strijd woedt ook in Nederland. Laten we dat niet vergeten. Die geestelijke strijd woedt ook in het hart van Gods kinderen. 13

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 13

01-09-15 14:27


Als we die strijd niet strijden, staat het er niet zo best voor. Gods Kerk op aarde is immers een strijdende Kerk. En als we zó het Oude Testament gaan lezen, dan heeft het Oude Testament niet afgedaan, maar is het nog vol onderwijs. Ook in de tijd waarin wij nu leven. Het is ook nog vol bemoediging voor degenen die vervolgd en verstrooid worden en die ingesloten worden om des geloofs wil. ‘Saul was één jaar in zijn regering geweest en het tweede jaar regeerde hij over Israël. Toen verkoos zich Saul drieduizend mannen uit Israël.’ Wat gaat koning Saul nu doen? Hij verkiest eigenlijk maar een heel klein leger van drieduizend man. Wij zouden zeggen: hij verkiest een beroepsleger. Al die andere mensen, meer dan driehonderdduizend man die zich verzameld hadden in de strijd tegen de Ammonieten, worden naar huis gestuurd. Waarom doet koning Saul dat? Blijkbaar is hij niet van plan om nog te gaan strijden. Hij wil zo goed en zo kwaad als het kan, proberen de vrede te bewaren. Hij is niet van plan oorlog te gaan voeren tegen de Filistijnen. Hij stuurt zijn soldaten naar huis. Dat was eigenlijk het domste wat de koning in deze omstandigheden kon doen. Hij verkiest zich drieduizend mannen uit Israël, waarvan hij tweeduizend man zelf gaat aanvoeren en duizend man aan zijn zoon Jonathan overgeeft. Jonathan zal de aanvoerder zijn over dat legertje. Koning Saul legert zich met zijn tweeduizend man in Michmas, zo lezen we, en op het gebergte van Bethel. Michmas is strategisch een heel belangrijke plaats. Het is een soort pas tussen de bergen waar de wegen samenkomen. Michmas ligt op het grensgebied met de Filistijnen. Wie Michmas in bezit heeft, heeft de coördinatie over de wegen. Het is erg belangrijk welke mensen het te zeggen hebben op de wegen. Koning Saul probeert Michmas in zijn bezit te houden, want dan heeft hij controle over de wegen naar het noorden, de wegen naar het zuiden en hij heeft de controle over de weg naar Jericho. Het is een zeer belangrijk punt. Jonathan stuurt hij met duizend mannen naar Gibea-Benjamins. Die naam Gibea-Benjamins klinkt ons heel bekend in de oren. De stad Gibea ligt in de stam van Benjamin. Zelfs de kinderen weten wel dat dat de woonplaats, de geboorteplaats, van koning Saul is. Dat is dus een heel belangrijke plaats in de stam van Benjamin. Gibea betekent ‘heuvel’. De rest van de soldaten stuurt koning Saul naar huis. Hij weet deze 14

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 14

01-09-15 14:27


driehonderdduizend man niet op de been te houden. Hij is ook niet van plan om een confrontatie te zoeken met de Filistijnen. Is dat dan nodig? Hoe is de situatie eigenlijk op dat moment? We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe slecht het er op dat moment voorstaat met Israël. Het was zo mooi geweest in Mizpa. Daar staat het gedenkteken: Eben Haëzer, steen der hulp. Daar heeft Samuël een steen der hulp opgericht. Waarom? Omdat de Heere de overwinning gegeven had over de Filistijnen. Maar de Filistijnen waren nog niet gehéél verslagen. Zij hadden nog enkele belangrijke plaatsen in hun bezit. Die Filistijnen geven het nooit op. Zij komen dus ook na Eben Haëzer weer terug. Eigenlijk had het volk van Israël niet moeten rusten na Eben Haëzer, maar zij hadden strijd moeten blijven voeren tegen de vijanden des Heeren. Dat hebben ze niet gedaan. Wat er gebeurd is, is verschrikkelijk. De Filistijnen zijn met grote hopen teruggekeerd en het blijkt dat ze zich in grote delen van het land gevestigd hebben. Eigenlijk hebben de kinderen Israëls niets meer te vertellen. Ze hebben wel soldaten, maar ze hebben geen wapens meer. Slechts enkele mensen hebben nog een zwaard. Koning Saul heeft er een, zijn zoon Jonathan ook, maar de andere soldaten moeten het doen met landbouwwerktuigen. Met rieken en spaden. Er is bovendien niet één smid meer in Israël. De Filistijnen hebben namelijk een belangrijke tactiek toegepast, die later ook de Babyloniërs toepassen. Het eerste wat zij doen, is bij de ballingschap de smeden wegvoeren naar Babel. Waarom? Wel, de smeden kunnen met ijzer omgaan. Zij kunnen de wapens maken. Smeden zijn mannen die landbouwwerktuigen kunnen omsmeden tot zwaarden bijvoorbeeld. Maar Israël heeft geen smeden meer. Als het oogstseizoen aanbrak, moest men naar de Filistijnen om daar hun ijzeren werktuigen te laten slijpen. Ze moesten er geld voor betalen. Ze konden het zelf niet eens meer doen. De Filistijnen waren dus ook helemaal niet bang voor Israël. Zij onderdrukten Israël, en Israël was geheel ontwapend. Dát zijn de omstandigheden op dit ogenblik. Dat is zo vaak het beeld van de Kerk des Heeren op deze aarde. Ze hebben een machtige vijand en zijn zelf een ontwapend volk. De vijand probeert altijd de wapens van Gods kinderen af te nemen. Hij probeert het Woord van God, het geestelijke wapen, het zwaard des Geestes, stomp te maken, zodat het geen kracht meer kan doen. En waar zijn de smeden in het kerkelijk leven die nog wapens kunnen 15

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 15

01-09-15 14:27


smeden? Waar zijn de mannen zoals we ze uit de kerkgeschiedenis kennen? Calvijn, Luther, John Knox en noem ze maar op, die met het zwaard des Geestes zulke grote slagen hebben toegebracht? De Kerk wordt krachteloos gemaakt door de vijandschap van deze wereld. En weet u wat het grote gevaar voor ons is? Dat we net als koning Saul het leger naar huis sturen. Dat we zeggen: Laten we maar kijken of we nog kunnen behouden wat we hebben, maar laten we verder maar niet te veel onrust maken. Je weet immers niet wat je over je heen krijgt. En we hebben ook niet de middelen om ons daartegen te verzetten. Dat is eigenlijk de verkeerde houding van koning Saul. Hij had als koning moeten optreden voor de Naam en de zaak des Heeren als theocratisch vorst. Dát was zijn taak geweest. Maar hij stuurt het leger naar huis en probeert alleen nog wat toezicht te houden over de wegen. Dat is geen teken van Godsvrucht, maar van lauwheid. Deze lauwheid bezet helaas vele kerkmensen, ook in de tijd waarin wij leven. Als je hoort en leest hoe anderen hun leven geven voor de Naam en de zaak des Heeren, onder verschrikkelijke vervolgingen, wat is er dan onder ons veel lauwheid! Wat is er weinig begeerte om te strijden. Nee, ik zeg niet dat we letterlijk de wapens moeten opnemen zoals extremisten dat doen, maar het gaat over een geestelijke strijd. De strijd tegen de zonde, de strijd tegen de wereld, tegen de duivel. Als we die strijd niet strijden, horen we niet bij de strijdende Kerk. Het is altijd de taak van Gods dienaren geweest om tot die strijd op te roepen, zoals de richters en de profeten dat hebben gedaan in het Oude Testament. Zoals de apostelen dat hebben gedaan in het Nieuwe Testament. Ja, zoals Christus Zelf gedaan heeft door te zeggen: ‘Strijd om in te gaan door de enge poort.’ Onze eerste gedachte: een bange tijd. Een tijd die eigenlijk wel te vergelijken is met de tijd waarin wij leven in kerkelijk en geestelijk opzicht.

2. Een moedige daad

‘Doch Jonathan …’ Let op het woordje ‘doch’. Dat ziet op een tegenstelling. Saul stuurde de troepen naar huis. Saul had geen zin in de strijd. ‘Doch Jonathan …’ Jonathan kon dat niet laten gebeuren. Jonathan kon dit niet langer aanzien. Wie is Jonathan? Hij is de oudste zoon van koning Saul. Hij heeft drie broers, Abinádab (Jisvi), Malchi-Sua en Isboseth (Esabaal), en twee zusters, Merab en Michal. Jonathan heeft een vader die de Heere niet vreest. Saul was een man wiens hart niet volkomen was met de Heere. Saul was wel een gods16

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 16

01-09-15 14:27


dienstige man. Hij heeft zijn zoon Jonathan ook een prachtige naam gegeven: Geschenk van de Heere. Inderdaad. Jonathan was wérkelijk een geschenk van de Heere. We mochten wel willen dat we zulke kinderen hadden als Jonathan, een man vol van tere godsvrucht. Maar hij heeft in de opvoeding thuis lang niet altijd het goede voorbeeld gezien. Zijn vader nam het niet zo nauw. En toch is Jonathan een jongen die de Heere vreest. Hier zien we iets van de vrijmacht van Gods welbehagen. Het hangt niet altijd af van de godsvrucht van de ouders of een kind de Heere vreest. De Heere heeft – net als in het gezin van Jerobeam – ook hier onderscheid gemaakt waar geen onderscheid was. In Zijn welbehagen heeft Hij genade verheerlijkt in het leven van deze jongen. Geheel vrijmachtig en zo tot eer van Zijn grote Naam. Iemand vraagt: Maar hoe weet u eigenlijk dat Jonathan een zoon was die de Heere vreesde? Waar staat zijn bekeringsgeschiedenis dan? Van de jeugd van Jonathan kunnen we eigenlijk helemaal niets vertellen. Dus wat dat betreft kan ik ook geen bekeringsgeschiedenis van Jonathan vertellen. Maar wat leert Gods Woord? Dat de boom aan zijn vruchten wordt gekend. En als er één voorbeeld is van de vruchten die genade bewerkt in het leven van een mens, dan is dat het leven van Jonathan wel geweest. Die eerste vruchten zien we hier al, en we hopen in het vervolg van deze overdenkingen nog wel meer van die vruchten aan te wijzen. Ik noem u zijn edelmoedige karakter. Door genade mocht Jonathan ervoor buigen dat niet hij – de toekomstige koning – op de troon zou komen, maar dat David zijn plaats zou innemen en koning zou worden over Israël. Gemeente, dat zijn geen vruchten van vlees en bloed, maar dat is ootmoed die de Heere hem heeft geleerd. We hopen daarop terug te komen. Iets van die vruchten komt ook reeds hier openbaar. ‘Doch Jonathan ...’ De vreze des Heeren vervult zijn hart. Jonathan kan het niet langer aanzien dat de vijand het land zo onderdrukt. Hij kan niet langer buigen onder het juk van de Filistijnen. Het was toch de taak van zijn vader om de Filistijnen te verslaan! Staat niet in 1 Samuël 9 vers 16 dat de Heere zegt dat het de taak is van de toekomstige koning dat hij Israël zal verlossen uit der Filistijnen hand? En wat doet zijn vader? Hij stuurt de soldaten naar huis. Jonathan kan er niet mee leven. Hij wenst de Heere gehoorzaam te zijn. ‘Doch Jonathan …’ Weet u wat er in het hart van Jonathan leeft? De begeerte om het erfdeel des Heeren te bevrijden, te verlossen van de Filistijnen. Hij begint bij zijn eigen stam, hij begint bij zijn eigen huis. Hij begint in 17

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 17

01-09-15 14:27


Gibea. Het is niet zo moeilijk om naar de andere kant van de wereld te reizen en daar evangelisatie te bedrijven. Veel moeilijker is het om in je eigen huis te beginnen. Het is veel moeilijker om in je eigen stam, in je eigen familie de strijd aan te gaan tegen de vijandschap. Dat heeft Jonathan echter gedaan. Hij is thuis begonnen. Daar horen ook wij te beginnen. In ons persoonlijk leven en in ons gezin. We kunnen lang met elkaar spreken over de nood der tijden, maar zolang we niet in eigen huis beginnen, zal er niets veranderen. Dáár ligt onze eerste verantwoordelijkheid. Veel Israëlieten waren eraan gewend geraakt. Het was nu eenmaal zo dat de Filistijnen het voor het zeggen hadden. Het was nu eenmaal zo dat zij de dienst uitmaakten. ‘Doch Jonathan …’ Hij is een man die de Heere liefheeft, die de Heere vreest, die de Heere wil gehoorzamen, dwars tegen de tijdgeest in. Wat ook onze aandacht vraagt, is Jonathans vertrouwen op de Heere. Jonathan heeft een rotsvast vertrouwen op de Heere. Dat is ook geen vrucht van onze akker. Hij heeft maar duizend soldaten. U begrijpt wel, dat is geen geoefend leger. En die duizend soldaten hebben geen wapens. De een heeft een spa, de ander een riek, een derde heeft een stok, een vierde een stuk ijzer, maar dat zijn geen wapens! Daar staat tegenover dat de Filistijnen tot hun tanden toe zijn bewapend. ‘Doch Jonathan …’ Hij mag geloven dat de Heere de overwinning zal geven. Het vuur openen op de vijand als je in de meerderheid bent, is niet zo moeilijk. Maar het vuur openen op de vijand als je geen wapens hebt, als je maar alleen staat, is heel wat anders! Jonathan heeft een groot Godsvertrouwen. Hij heeft geleerd dat het niet om de wapens gaat. Dat het niet om de hoeveelheid gaat, ook niet om de mensen. Het gaat er maar om of de Heere aan onze zijde is. En als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Jonathan is niet beschaamd uitgekomen. ‘Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen die te Geba was.’ Over de plaats Geba lezen we ook in 1 Samuël 10 vers 5. Het blijkt dat er in Geba een profetenschool was. Daar werden de toekomstige dienaren des Woords opgeleid. Het zal niet toevallig zijn dat de Filistijnen juist in Geba een bezetting, een wachtpost, hadden. Want het ging om de godsdienst. Het was een geestelijke strijd. Ook toen al. Het is ook niet toevallig dat Jonathan juist Geba binnenvalt en die wachtpost als eerste probeert te overwinnen. 18

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 18

01-09-15 14:27


‘Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden.’ Ja, dat kunt u zich voorstellen. Dat ging als een lopend vuurtje door het Filistijnse land. Dat hadden ze nooit gedacht. Ze waren helemaal niet bang van Israël, want Israël was ontwapend en die mensen waren zo onderworpen. Je hoorde ze helemaal niet. Ze bogen onder het juk. En nu blijkt er plotseling één te zijn die het op durft te nemen tegen de Filistijnen! Er is een schrik door het Filistijnse land gegaan. Dat kunt u zich wel voorstellen. ‘Hetwelk de Filistijnen hoorden.’ Men komt in het verweer. Zolang u de wereld met rust laat, zolang u de duivel met rust laat, zult u weinig last hebben. Als we gewoon maar wat toezien op wat we nog hebben in het kerkelijk leven, als we dat maar kunnen behouden en verder niet al te moeilijk doen, niet te veel onszelf laten horen, want dat geeft allemaal reacties, dan gaat het allemaal wel. Maar als u tegen de zonde strijdt, als u het voor de eer en de Naam des Heeren opneemt, dan krijgt u het hele Filistijnse leger over u heen! Daar is Jonathan ook achtergekomen. Misschien heeft hij van tevoren niet kunnen overzien wat zijn daad allemaal teweeg zou brengen. ‘Hetwelk de Filistijnen hoorden …’ Ook koning Saul schrikt ervan. Want al die soldaten die hij naar huis heeft gestuurd, moeten allemaal weer terugkomen. ‘Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreeën horen.’ De Hebreeën zijn het Joodse volk. Zij moeten terugkeren, zij moeten zich achter de koning voegen, want het is erop of eronder. De ramshoorn werd geblazen en men werd opgeroepen tot de strijd. Zou u gekomen zijn? Eigenlijk wordt de bazuin ook nu nog iedere zondag geblazen als de dominee preekt. De bazuin wordt geblazen om op te roepen tot de strijd. Hoe vaak zijn wij al opgeroepen tot de strijd? De strijd tegen de zonde. Voeren wij die strijd ook? De strijd tegen de wereld. Voeren wij die strijd ook? Christus, de meerdere Jonathan, heeft de bezetting van de satan aangevallen. En wat heeft dát teweeggebracht! De satan en zijn ganse hellemacht is in beweging gekomen en is nog in beweging om het volk des Heeren uit te roeien op deze aarde. En wat doen wij? Ach, u zegt: ‘Wij zitten zo rustig in de kerk. We lezen wel in de krant hoe erg het is in Irak, verschrikkelijk, maar wij hebben daar gelukkig allemaal geen last van.’ Het is niet best als het u niet ter harte gaat, als u die strijd in uw eigen hart en leven niet kent. Nogmaals, ik zeg niet dat wij letterlijk de wapens moeten opnemen, maar ik geloof toch 19

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 19

01-09-15 14:27


dat ál Gods kinderen op aarde deze inwendige strijd leren kennen. Dat kan niet anders. Gods Kerk op aarde is een strijdende Kerk. De Heere roept ons ertoe op om niet mee te gaan met de zonde. Om ons niet te onderwerpen aan de Godevijandige wereld, maar om te doen wat de Heere van ons vraagt. En wat is het dan droevig gesteld. Dan zijn we meer koning Saul gelijk, dan Jonathan. Of mag ook gezegd worden van ons: ‘Doch Jonathan …’? Mag onder ons gezegd worden: Doch die vader van dat gezin, hij kon zich er niet bij neerleggen dat de wereld zijn gezin overspoelde. Doch die moeder, zij roeide op tegen de geest van deze tijd, want ze had de Heere zo lief, dat ze het niet langer kon aanzien dat haar gezin verwoest werd door de satan. Doch die dominee. Doch … Zou onze naam ook ingevuld kunnen worden? Wat is het vaak droevig gesteld. Wat is het daarom ook nuttig om te zien wat Gods Kerk in het Oude Testament over had voor de Naam en de zaak des Heeren.

3. Een benauwd volk

‘Toen hoorde het ganse Israël zeggen: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen.’ Klopt dat? Heeft Saul de bezetting der Filistijnen geslagen? Nee, dat heeft Saul niet gedaan, dat heeft Jonathan gedaan. Wat Jonathan gedaan heeft, wordt hier aan Saul toegeschreven. Ik denk dat dat iets laat zien van de minder goede karaktereigenschappen van koning Saul. Hij had nota bene de soldaten naar huis gestuurd, maar wat zijn zoon nu gedaan heeft, kan hij niet ongedaan maken. En nu de overwinning behaald is, schrijft hij deze aan zichzelf toe. ‘Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen.’ Saul spreekt het blijkbaar niet tegen. Wat zouden de Israëlieten blij moeten zijn met die overwinning! En was men dat ook? Zo hoorde het wel. Dát was immers de taak van de koning. Dát had de Heere hem opgedragen. Dat had hij al veel eerder moeten doen. We lezen echter dat Israël ‘stinkende’ geworden was bij de Filistijnen. Dat is wel te begrijpen. De Filistijnen zonnen op wraak. Door Jonathans daad waren de Filistijnen uitgedaagd. Ze hadden nooit gedacht dat Israël het juk zou willen of durven afwerpen. En het volk? Wel, zij zaten er helemaal niet op te wachten dat ze ‘stinkende’ zouden worden bij de Filistijnen. Ze vonden het veel fijner als de verhouding tussen de Filistijnen en hen wat rustig was. Ze wilden deze onrust niet. Wat zou eruit voortkomen? Het volk heeft eigenlijk dezelfde geest als koning Saul. Maar ze moe20

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 20

01-09-15 14:27


ten wel kiezen. De omstandigheden dwingen hen daartoe. ‘Toen werd het volk samengeroepen achter Saul naar Gilgal en de Filistijnen werden verzameld om te strijden tegen Israël.’ Dus wat doet koning Saul? Hij laat de bazuin blazen en hij roept zijn strijders terug. Ze moeten naar Gilgal komen. Mobilisatie, het is oorlog! Wat doen de Filistijnen? Ook zij verzamelen hun soldaten. Dertigduizend wagens. Dat kan toch niet! Dat is ongelooflijk! Dertigduizend wagens ... Sommigen maken er drieduizend wagens van, want ze zeggen: Dertigduizend, dat kan gewoon niet. Farao van Egypte, een rijk man, had zeshonderd strijdwagens, en dat was al ongekend veel. Zeshonderd … En zouden de Filistijnen dan dertigduizend wagens kunnen hebben? De kanttekenaren zien het als een stijlfiguur. Ze zeggen: Die dertigduizend ziet niet op de wagens, maar op de mannen op die wagens. Dat gebeurt wel meer in de Bijbel. Je noemt dat een metonymia. Wanneer er bijvoorbeeld in Deuteronomium 28 over de ‘korf’ gesproken wordt, worden eigenlijk bedoeld de vruchten of de spijzen die in die korf waren. Als er in Psalm 29 over de ‘woestijn’ gesproken wordt, worden eigenlijk de dieren van de woestijn bedoeld. Als er in Deuteronomium 32 wordt gesproken over het ‘nest’, worden eigenlijk de vogels in het nest bedoeld. Als hier over de ‘wagens’ gesproken wordt, worden eigenlijk de soldaten op de wagens bedoeld. Het zou heel goed kunnen zijn, het is in de Bijbel een meer voorkomend gebruik. Anderen zeggen: Je moet hier niet alleen denken aan strijdwagens, maar ook aan de bagage en de spullen van de soldaten. Die moesten ook vervoerd worden. Het waren dus ook bagagewagens. Ze hadden immers allerlei spullen bij zich. Het zou kunnen. Een andere mogelijkheid is dat ze hulp kregen van bondgenoten. Er staat dat de soldaten waren als het zand dat aan de oever van de zee is. Niet te geloven hoeveel Filistijnen zich opmaakten om Israël onder de voet te lopen. Wat de Filistijnen doen, is het eerste strategische punt Michmas innemen. Er staat: ‘Zes duizend ruiters en een volk in menigte als het zand, dat aan de oever der zee is, en zij togen op en legerden zich te Michmas, tegen het oosten van Beth-Aven.’ Gibea blijft nog in handen van Jonathan, maar koning Saul moet zich onmiddellijk terugtrekken met zijn soldaten in Gilgal. Hij is niet in staat om deze overweldigende meerderheid tegen te houden. Zijn soldaten verliezen 21

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 21

01-09-15 14:27


natuurlijk alle moed. Wat kun je beginnen tegen zo’n overmacht? Wat doen ze? We lezen in vers 6: ‘Toen de mannen van Israël zagen, dat ze in nood waren (want het volk was benauwd), zo verborg zich het volk.’ Met ‘het volk’ worden niet de gewone burgers, maar de krijgslieden die opgekomen waren, bedoeld. Zo verborg zich het volk ‘in de spelonken, in de doornbossen, in de steenklippen, in de vestingen en in de putten.’ Het hele leger verloopt. Zoals vandaag de christenen in Irak zich moeten terugtrekken in de steenklippen en de spelonken, zo was het toen ook. De soldaten zijn doodsbang. Ze vrezen voor hun leven. Ze zouden moeten strijden, maar ze durven niet. Ze kunnen niet strijden. Het leger wordt als het ware levend begraven. En dat is nog niet het enige. Er zijn er zelfs ook die de Jordaan over vluchten, zo lezen we in het verdere. Zij vinden de schuilplaatsen niet eens afdoende in Israël. Ze gaan naar het Overjordaanse, naar het land van Gilead. Er zijn er, zo lezen we in het volgende hoofdstuk, die krijgsgevangen zijn gemaakt. In 1 Samuël 14 vers 21 kunnen we lezen dat er krijgsknechten van Israël gedeporteerd zijn naar het Filistijnse land, zoals de Duitsers dat ook deden in de Tweede Wereldoorlog. Men werd daar tewerkgesteld. Dus het ziet er heel slecht uit. En wat doet koning Saul? Hij gaat naar Gilgal en wacht. Op wie? Op Samuël. Dat was al afgesproken toen hij als koning geïnstalleerd werd. Hij moest in Gilgal zeven dagen op Samuël wachten. Dan zou Samuël daar brandoffers offeren. Dus in deze grote nood bewandelt koning Saul een goede, gehoorzame weg. Hij gaat naar Gilgal en wacht. De eerste dag gaat voorbij. Er gebeurt niets. De tweede dag gaat voorbij. Geen Samuël. De derde dag gaat voorbij. Dan zeggen enkele soldaten: ‘Wij gaan. We gaan hier niet rustig zitten wachten terwijl er zo’n grote overmacht in aantocht is. Ieder moment kunnen we onder de voet gelopen worden!’ De vierde dag gaat voorbij. Weer zijn er enkele duizenden soldaten vertrokken. Op het laatst heeft koning Saul nog maar zeshonderd soldaten! De koning heeft het niet meer. Dan is het de zevende dag en Samuël is nog niet gekomen. Saul had nog een paar uurtjes moeten wachten tot het einde van de zevende dag. Want Samuël houdt zijn woord. Die avond zal hij er zijn. Maar zo lang kan Saul niet wachten. Hij verwacht het van zijn manschappen, en als hij nog langer wacht, dan zijn die zeshonderd soldaten ook weg. Dan heeft hij niets meer. Dus, wel of geen Samuël, hij zal zelf wel brandofferen. Of hij dat eigenhandig heeft gedaan of 22

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 22

01-09-15 14:27


dat hij het aan de priesters heeft gevraagd, weten we niet. Mogelijk heeft hij het inderdaad aan de priesters gevraagd, want de zonde is niet zozeer dat er gebrandofferd werd, maar de zonde is dat Saul niet wachten kon. De zonde is dat hij niet op de Heere vertrouwde, maar het van zijn soldaten verwachtte. De zonde is dat hij het niet op de Heere durfde laten aankomen in deze strijd. Hij verwachtte het van het vlees. En vervloekt is de man die vlees tot zijn arm stelt. Saul was geen theocratisch koning. Hij beseft niet met welke strijd hij bezig is. De gevolgen zijn verschrikkelijk. We kennen de geschiedenis. Als Samuël komt, zegt hij hem het oordeel aan. Zijn zoon zal geen koning worden. Het koningschap zal van zijn huis afgescheurd worden. De Heere zal een ander tot koning laten zalven. Deze koning is niet geschikt, want in die geestelijke strijd gaat het om het vertrouwen op de Heere. Laten we maar niet op Saul neerzien. Had u kunnen wachten onder zulke omstandigheden? Dan blijkt of er geloof in het hart is ja of nee. De Heere heeft Saul nog niet geheel verlaten. Als Samuël weg is, ziet het er aller moeilijkst uit, want de Filistijnen laten verdervers uitgaan in drie hopen, naar drie verschillende plaatsen. De bedoeling is natuurlijk om de pas af te snijden van de vluchtende soldaten en een wig te drijven tussen de noordelijke stammen en de zuidelijke stammen. Dat is een bekende oorlogstactiek. Het staat er hachelijk voor! Wachten vraagt geloof. Wachten vraagt vertrouwen, zoals we dat gezongen hebben uit Psalm 22: Ontzie Hem toch, o Israël, en leer Vertrouwend wachten. Wat leert deze geschiedenis? Dat Jonathan dat kon. In de volgende geschiedenis, als we zullen stilstaan bij de heldendaad van Jonathan, zal blijken dat het niet gaat om de veelheid van manschappen, maar dat het gaat om het feit of God aan onze zijde is. Dat vertrouwen mocht Jonathan beoefenen. Dat is de les die de Heere al Zijn kinderen leert. Want Hij kan de macht van de Filistijnen natuurlijk wel halveren. De Heere kan die strijdwagens wel vast laten lopen, zoals Hij in de geschiedenis van Israël ook wel heeft gedaan. Maar voor koning Saul is dit een beproeving geweest. Waar stond zijn vertrouwen op? Dat is de weg die de Heere nog gaat met Zijn kinderen. Hij laat hen in 23

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 23

01-09-15 14:27


de engte drijven door de vijand. Hij laat hen als het ware ontwapenen om te beproeven: Waar staat nu uw vertrouwen op? En dan is het óf óf. Óf we verwachten het van het vlees, en als we het van het vlees verwachten, vluchten we. Dan kruipen we weg en zeggen we: ‘In onze dagen moet je je stem niet laten horen. Je moet niet te veel andere dingen zeggen dan de wereld, dat is levensgevaarlijk.’ Maar dan vertrouwt u op uzelf. Er zijn mensen die de Jordaan over gaan. Zij zoeken de kant van de vijand op. Zij willen geen heibel. Ze lopen over. Zij gaan met de wereld mee. Maar zijn er nu onder ons ook nog – en dan moet eenieder maar bij zichzelf beginnen – die iets mogen kennen van dat leven van Jonathan? Hebt u ook geen wapens, ook geen kracht, maar mag het u toch gaan om de Naam, de eer en de zaak des Heeren? Dan moet u ook leren wachten. Zo heeft het volk van Israël het vroeger ook moeten leren. De Heere zegt: ‘Ik zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.’ De Heere zegt: Als het werkelijk gaat om Mijn Koninkrijk, om Mijn Naam, als het gaat om Mijn eer, dan behoeft u het niet te doen, dan zal Ik het doen. En zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Amen.

24

1108-Jonathan Sauls zoon_bw.indd 24

01-09-15 14:27


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
jonathanebookd by Erdee Media Groep - Issuu