‘Ik wil alle mensen tellen’, zegt de keizer in ’t paleis. Iedereen moet naar zijn stad toe. Heel veel mensen gaan op reis.
Jozef en Maria moeten naar het stadje Bethlehem. Dat is best een heel eind lopen! ‘’k Ben zo moe’, klinkt zacht een stem.
Ja, Maria krijgt een baby. Lopen wordt voor haar te zwaar. Maar in Bethlehem gekomen is er nergens plaats voor haar.
Eindelijk zien ze een plekje in een vieze beestenstal. Daar wordt nu Gods Zoon geboren, Die eens Koning wezen zal.
Het is Jezus – Zaligmaker – in een voerbak neergelegd. Jozef en Maria zorgen voor dit Kind door God voorzegd.