Skip to main content

gerechtigheidverhoogteenvolk

Page 1

ALGEMENE INLEIDING

1. Regeren bij de gratie Gods Drs. J.A. Schippers Toen de SGP in 1918 werd opgericht, waren de Nederlandse samenleving en cultuur gestempeld door het christendom. Het merendeel van de Nederlanders was gedoopt en ging elke zondag of op zijn minst met enige regelmaat naar de kerk. Anno 2016 is deze situatie op veel plaatsen in ons land totaal gewijzigd, om niet te zeggen dat zij is omgeslagen in haar tegendeel. De meeste Nederlanders gaan niet (regelmatig) naar de kerk en velen zeggen niet (meer) in God te geloven.

1.1  Geloof naar de marge Zo vanzelfsprekend als het geloof vroeger was, zo vanzelfsprekend lijkt vandaag de dag het ongeloof te zijn. De christelijke politiek is in Nederland gemarginaliseerd, van tachtig zetels in de Tweede Kamer vroeger, naar rond de twintig nu. Er wordt gesproken over ‘religiestress’ in de samenleving en godsdienst­allergie bij politici en ambtenaren. Een godsdienstige overtuiging is voor velen niet meer dan een mening. Steeds minder breed leeft het besef dat de christelijke godsdienst van een persoon niet een keuze of een subjectieve mening is, maar een levensovertuiging die wortelt in de openbaring van de Bijbel, het Woord van de levende God. Iemand die leeft vanuit een hartelijke verbondenheid met de Heere, kan dit geloof niet zomaar opgeven of van overtuiging veranderen. In onze samenleving is het aanhangen van een geloof geen probleem, zolang iemands gedragingen en beslissingen in het dagelijks leven niet te veel of opvallend afwijken of anderen hinderen. Ligt dit anders, dan blijkt het begrip voor orthodoxe christenen die andere keuzes maken of ander gedrag aan de dag leggen dan de seculiere meerderheid in ons land niet erg ruimhartig te zijn. Wie het homohuwelijk afkeurt op grond van de geloofsovertuiging dat God het huwelijk heeft ingesteld als een levensverbond tussen een man en een vrouw, wordt beticht van discriminatie. Wie als arts of verpleegkundige weigert medewerking te verlenen aan een verzoek tot levensbeëindiging, wordt verweten onbarmhartig te zijn. Hoe orthodoxer iemands opvattingen, hoe riskanter deze kunnen worden geacht voor het geheel van de samenleving.

15


1.2  Individuele zelfbepaling Deze gedachtegang berust op het breed onderschreven idee dat de individuele vrijheid – verstaan als zelfbepaling – het hoogste goed is en tot de grootste verworvenheden van onze westerse samenleving wordt gerekend. Een verworvenheid die samenhangt met andere rechten en vrijheden (zoals abortus, euthanasie, homohuwelijk, blasfemie) die volgens seculier denken op de macht van de kerk zijn veroverd. Men vindt dan ook dat de Bijbelse moraal van orthodoxe christenen deze vrijheid van het individu te veel beperkt. Deze gedachtegang krijgt weer een andere dimensie doordat de westerse samenleving en cultuur worden afgewezen en bestreden door mensen met radicale islamitische denkbeelden. Anderzijds worden er ook zorgen geuit over de radicalisering van het individualisme, de uitvergroting van het eigenbelang en de neiging tot populisme in de politiek. Hyperindividualisme is een bedreiging voor de grondrechten die in een goed functionerende rechtsstaat gewaarborgd moeten zijn. Een goede bescherming van de democratische rechtsstaat1 tegen welke ondermijnende ideologische macht ook, is volgens de SGP gelegen in de erkenning van Gods autoriteit over alles door de burgers en bestuurders van ons land. Dit motiveert het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP om hierover op verzoek van het hoofdbestuur en van de SGP-fractie in de Tweede Kamer een diepgravende studie uit te geven.

1.3  Politieke onrust Sinds de aanslagen op 11 september 2001 in New York en Washington D.C. ligt de relatie tussen religie en politiek gevoelig. Een stroom van publicaties en talloze congressen is er sindsdien aan dit thema gewijd. De recente opkomst van ISIS als politieke entiteit met alle geweld van dien zet het begrip ‘theocratie’ te meer in het verdachtenbankje. De door deze groepering letterlijk geïnterpreteerde opdracht tot jihad en de bijbehorende vestiging van een kalifaat geregeerd door religieuze leiders doen de huidige interpretatie van dit begrip neigen richting religieuze oppressie. Het antiwesterse sentiment dat daarmee gepaard gaat, schrijft tevens de democratie als regeringsvorm af, de reden waarom in de gangbare interpretatie democratie en theocratie elkaar uitsluiten. Westerse ideologen en wetenschappers hebben zich gemakkelijk in dit paradigma gevoegd. Het geweld jegens onschuldige burgers in Europa en wereldwijd, de verdrukking van met name christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten en Afrika nopen om ons tegen deze bedreiging met alle kracht te verzetten. De ideologische strijd die via sociale media ook onder de Nederlandse jeugd wordt gevoerd vraagt om een stevige reactie. De algemeen geaccepteerde levenswijze 1. Dit begrip betreft een samenstelling van democratie (besluitvorming door volksvertegenwoordiging komt tot stand bij meerderheid van stemmen) en rechtsstaat (het recht ligt vast in de wet en geldt zowel voor bestuurders als bestuurden).

16


op basis van een vrije moraal biedt onvoldoende soelaas. Niettegenstaande haar duidelijke antwoord, heeft de SGP in het verleden verwijten gekregen dat zij de democratie onvoldoende respecteert. Ruim een decennium geleden waren op het Haagse Binnenhof kabinetsonderhandelingen gaande, waarvoor het CDA en de VVD de CU en de SGP hadden uitgenodigd. Tegelijk was D66 in beeld als alternatieve coalitiepartner in plaats van de twee kleinere christelijke partijen. De gesprekken tussen CDA, VVD, CU en SGP verliepen in een constructieve sfeer. Toen echter de verkennende onderhandelingen de eindfase naderden, koos de VVD toch voor D66 als coalitiepartner en niet voor de SGP. Wat teleurstelde was dat de afwijzing als mogelijke coalitiepartner gemotiveerd werd door een vermeend gebrek aan democratische gezindheid, ondanks het gegeven dat de SGP in 2003 al ruim tachtig jaar zonder problemen te veroorzaken in de parlementaire democratie participeerde. Het idee dat deze partij de democratie zou willen afschaffen zodra zij daartoe de kans zou krijgen of in staat zou zijn, deed al veel eerder opgeld. Zo betitelde in de zomer van 1984 PvdA-leider J.M. den Uyl de SGP als een partij met wezenlijke ademocratische trekken.2 SGP-fractievoorzitter H. van Rossum diende hem tijdens een Kamerdebat van repliek.3 Telkens weer benadrukken SGP-vertegenwoordigers dat de in ons land vigerende staats- en regeringsvorm – de parlementaire democratie – buiten kijf staat, ook al blijft er kritiek mogelijk op de manier waarop democratische besluitvorming plaatsvindt en de uitkomsten daarvan. De pogingen van de SGP om een robuuste verbinding aan te brengen tussen haar politiek op basis van de Bijbel en haar positieve waardering van de democratische rechtsstaat lijken tot nog toe onvoldoende bij te dragen aan de opheffing van het misverstand, aan opheldering van de verwarring en het tegengaan van misplaatste verwijten. Het is daarom gewenst dat de partij op dit punt helderheid verschaft.

1.4  Uitgangspunten en kwesties Deze studie vertrekt vanuit de erkenning van de Bijbel als het Woord van de levende God dat gezag heeft in alle zaken die het leven en samenleven van mensen betreffen. In politiek en samenleving draagt de SGP uit dat alle mensen dit goddelijk gezag van de Bijbel zullen erkennen, omdat dit ook het welzijn van heel het volk zal bevorderen. Wanneer de mens zichzelf de wet stelt, wordt individuele autonomie of collectieve volkssoevereiniteit de ultieme bron en normatieve instantie voor wetgeving en overheidsbeleid. Op deze manier wordt de grondslag van het recht in de mens zelf gelegd of in een meerderheid van het volk. Dat dit geen duurzame verankering is, behoeft geen uitgebreid betoog voor wie de menselijke geschiedenis enigermate kent. Dat een volksregering die 2. Den Uyl uitte dit verwijt overigens ook in de richting van het GPV en de RPF in een doorzichtige poging om daarmee de zgn. ‘Staphorster variant’ (een mogelijke coalitie van CDA, VVD en de drie orthodox-christelijke partijen) te bestrijden. 3. Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 1984-1985, 9 oktober 1984, p. 337.

17


zich aan niets en niemand gelegen laat liggen, een risico inhoudt op willekeur, dictatuur of zelfs tirannie door een meerderheid, is al door velen naar voren gebracht. Maar hoe voorkomen SGP’ers het verwijt van morele betweterigheid en tonen zij oprechte evangelische bewogenheid met de stuurloze samenleving, met de vele zoekende mensen in onze seculiere maatschappij? Dat zijn vragen die nauw samenhangen met de manier waarop partijvertegenwoordigers hun boodschap communiceren. Gelet op de razendsnelle verspreiding van nieuws via sociale media wint deze vraag sterk aan belang.

1.4.1  Gewetens- en geloofsvrijheid Een andere kwestie die regelmatig discussies binnen en buiten de kring van de SGP oproept, betreft de verhouding tussen gewetensvrijheid en het recht op godsdienstvrijheid. De SGP wordt meer dan eens tegengeworpen zelf wel gebruik te maken van de grondwettelijke vrijheid van godsdienst, terwijl zij die aan andersdenkenden zou willen onthouden. Hoe valt te rijmen dat SGP’ers enerzijds een ruimhartige gewetensvrijheid bepleiten, terwijl zij anderzijds het recht op godsdienstvrijheid stellig afwijzen? Zijn dit twee volstrekt tegen­ gestelde zaken? En kan gewetensvrijheid zomaar worden losgekoppeld van godsdienstvrijheid? Intussen is een onomstreden Bijbels principe dat de SGP zich verzet tegen (overheids)dwang in geloofszaken. Oprecht geloof kan immers niet worden afgedwongen. Maar hoe geeft een overheid in de visie van de SGP invulling aan artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waar staat dat de overheid de kerkdienst zal beschermen, de Evangelieverkondiging zal bevorderen en onware godsdienst en afgoderij zal tegengaan? Betekent dit dat de SGP uiteindelijk toch ervoor pleit om overheidsgezag of wetgeving in te zetten om on-Bijbelse leringen te bestrijden? Voorgaande vragen maken duidelijk dat de houding van de SGP ten aanzien van het grondrecht op vrijheid van godsdienst opheldering behoeft. 1.4.2  Begrensde omvang overheidstaak Bij voorgaande vragen is van betekenis dat de SGP een beperkte taakomvang van de overheid bepleit. In de politieke visie van de SGP mag de staat geen albedil zijn of op paternalistische wijze allerlei verantwoordelijkheden van andere maatschappelijke verbanden overnemen of verdringen. Van belang is dat de overheid ruimte geeft aan burgers, aan hun verbanden en instituties in de samenleving, zoals het gezin, de school, de kerk en de markteconomie. Op deze manier zijn burgers ook minder afhankelijk van de overheid. Deze studie gaat niet of slechts zijdelings in op de SGP-visie op de aard en omvang van de overheidstaak. Daarvoor zij verwezen naar andere publicaties.4 Echter, voor het formuleren van conclusies en aanbevelingen op basis van deze studie wordt dit essentiële aspect er wel bij betrokken. 4. Zie met name: H.F. Massink e.a., Dienstbaar tot gerechtigheid. SGP-visie op de aard en omvang van de overheidstaak, Houten 1993.

18


1.5  Opbouw en status studie Deze studie gaat over het bedrijven van politiek op basis van de Bijbel in een democratisch bestel. Zij is opgebouwd uit drie afzonderlijke deelstudies: een staatsrechtelijke (deel 1), een historische (deel 2) en een Bijbels-theologische studie (deel 3). Iedere deelstudie heeft min of meer dezelfde opbouw. In de inleiding treft u de vraagstelling aan die aan een aantal vakwetenschappers is voorgelegd. Vervolgens wordt in een aantal essays ingegaan op (deelaspecten van) de vraagstelling. Voor een zorgvuldige verkenning en een verbreding van het beeld zijn hiervoor ook auteurs benaderd die geen lid zijn van de SGP. Opgemerkt wordt dat de verantwoordelijkheid voor de teksten bij de auteurs berust. Ter afronding van iedere deelstudie is een uitleidende reflectie opgenomen die is geschreven door een medewerker van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP. Na de voltooiing van de drie deelstudies is vervolgens in het slothoofdstuk van deze publicatie een synthese geformuleerd, waarin de conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen die aan de partij en haar vertegenwoordigers in overweging worden gegeven. Voor dit slotdeel berust de verantwoordelijkheid bij het hoofdbestuur van de SGP. In dit boek staan de grondvragen over doelstelling en vormgeving van Bijbels genormeerde politiek in een democratische rechtsstaat centraal. Hierbij komt een verbijzondering van de consequenties voor afzonderlijke beleidsterreinen niet of slechts zijdelings aan de orde. Voor een SGP-visie op beleidsthema’s zoals huwelijk en gezin, omgang met de schepping, gezondheidszorg, omvang van de overheidstaak, de Europese Unie en dergelijke wordt verwezen naar andere publicaties. Ook de fundamentele visie op mens en maatschappij wordt in deze publicatie terloops geduid en niet uitgewerkt. De status van deze publicatie hangt vooral samen met het beoogde doel ervan. U treft hierin geen ‘gedetailleerd spoorboekje’ aan dat iedere SGP-vertegenwoordiger of bestuurder zich eigen dient te maken. Wel wordt in deze studie een grondleggend kader gegeven met overwegingen voor de manier waarop de SGP haar politieke visie en standpunten op basis van de Bijbel wil uitdragen in het publieke domein van een samenleving en cultuur die hiervan grotendeels zijn vervreemd. Onder meer wordt nagegaan welke juridische ruimte voor een geheel eigen politieke boodschap bestaat – een ruimte die dus ook door SGP’ers gebruikt mag worden. Verder wordt toegelicht waarom de SGP de Bijbelse uitgangspunten voor haar politieke optreden onopgeefbaar acht en op welke manier deze de houdbaarheid en geloofwaardigheid van de democratische rechtsstaat kunnen versterken. Ten behoeve van de SGP als geheel beoogt de combinatie van juridische, historische en theologische argumentaties de politieke gedachtevorming te verhelderen. De achtergrondstudies, reflecties, conclusies en aanbevelingen zijn bedoeld om bij te dragen aan een principiële en doordachte stellingname van haar vertegenwoordigers in politieke en maatschappelijke discussies.

19


1.6  Proces van totstandkoming Na een verkennend vooronderzoek over de aandachtspunten, vraagstelling en werkwijze is het Wetenschappelijk Instituut van start gegaan met het benaderen van auteurs voor een bijdrage aan dit project. Achtereenvolgens zijn de drie deelstudies voltooid, waarbij een leescommissie bestaande uit drie leden van het bestuur van de Guido de Brès-Stichting en drie leden van het hoofdbestuur van de SGP kritisch heeft gereflecteerd op de voorgestelde teksten. Verder is een aantal klankbordbijeenkomsten belegd waarop met de auteurs grondig van gedachten is gewisseld over de inhoud van de deelstudies. In een afrondende bijeenkomst van een brede klankbordgroep van bestuursleden, vertegenwoordigers en bestuurders uit de partij is het geheel van de studie in januari 2016 besproken. Deze publicatie gaat over wezenlijke standpunten en zienswijzen van de SGP waarvoor zij zich wil baseren op en laten leiden door de Bijbel. Impliciet ligt hierin ook een uitnodiging aan anderen om dit te spiegelen aan hun – al dan niet uitgesproken – godsdienstige of levensbeschouwelijke vooronderstellingen en uitgangspunten. Aan de hand daarvan is voor iedere kiezer na te gaan hoe politieke partijen met zeer uiteenlopende visies ertoe komen om in een democratisch bestel op nationaal of lokaal vlak, op Europees of provinciaal niveau toch met elkaar samen te werken, met het oog op de vrede en orde in de samenleving. Uiteindelijk beoogt de SGP zo de eer van God en het welzijn van alle mensen te dienen.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
gerechtigheidverhoogteenvolk by Erdee Media Groep - Issuu